TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Tekst van het document
Ruggen: Mengen van de functies recreatie, landbouw en wonen; Aanleggen van bos en buitenplaatsen; Versterken van landschapselementen; Behoud van reliëf.
59/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Bij nieuwbouw op de erven is het van belang dat er aansluiting wordt gevonden bij de structuur van het erf (voor en achter), het erf ensemble (hoofd- en bijgebouwen), de gebouwen (architectuur, kleur, materiaal), de begrenzing van het erf (open of besloten), het reliëf (terp of geen terp), het kavel- en waterpatroon en de ligging in het landschap.
Groen- en recreatiebeleidsplan De gemeenteraad heeft op 10 februari 2025 een nieuwe koers en de visie op groen vastgesteld in het ‘Groen- en recreatiebeleidsplan, (Be)leefbaar voor iedereen’. Dit vernieuwde beleid geeft richting in de integrale afweging in gebiedsontwikkelingen. Dit groen- en recreatiebeleidsplan geeft richtlijnen waarmee groen behouden kan blijven voor alle inwoners en mee kan groeien met de ontwikkeling van de stad Zwolle. Er zijn tien ambities omschreven die de mogelijkheid geven om de identiteit als groene stad te behouden en te versterken. De ambities zijn bedoeld om te helpen in de initiatief en ontwerpfase van locatie- en gebiedsontwikkelingen. De Groenstructuurkaart geeft de ambitie voor de groen hoofdstructuur weer. De hoofdgroenstructuur is ruim begrensd, zodat het particulier groen wat essentieel is voor de structuur ook beschermd is. Nog niet overal in de stad is het groen van de hoofdgroenstructuur aanwezig of bereikbaar. Het groen van Zwolle betreft niet alleen het groen in de stad. Ook in het buitengebied liggen veel kansen en opgaven. Er wordt gezocht naar een goede verbinding tussen stad en land. Voor het buitengebied wordt gebruik gemaakt van het Landschapsontwikkelingsplan. Omdat in het buitengebied een aantal grote opgaven liggen, krijgt het buitengebied een eigen focus en uitwerking vanuit de omgevingsvisie. 7.2.2
Beoordeling
De voorliggende omgevingsplanwijziging, die het mogelijk maakt om de bestaande opstallen te verhuren voor bedrijfsmatige activiteiten, heeft netto geen negatieve invloed op de landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. Dit komt voornamelijk door het behoud en de instandhouding van de bestaande groenstructuur, in dit geval een stevig groen raamwerk van volgroeide bosschages. Door de voorgenomen kleinschalige ingrepen sluit het erf beter aan bij de karakteristieken van het oude hoevenlandschap, waarvan het erf een onderdeel is. Het karakter van het erf wordt gerespecteerd en zelfs versterkt door het slopen van een schuur. Het project respecteert het historische karakter van het erf en sluit aan bij de ecologische en landschappelijke waarden van het gebied. Gezien deze overwegingen kan het project als positief worden beoordeeld. 7.2.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor landschap. 7.2.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp landschap aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan. Het betreft een planregel waarbij bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan onder de voorwaarde dat de vervallen schuur zoals aangeduid met nummer 2 in de bijlage 1 bij de regels (Bijlage 1 Inrichtingsplan Heinoseweg 12) in zijn geheel wordt gesloopt.
7.3
Cultuurhistorie
7.3.1
Kaders
Rijk
60/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo'n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat in het omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. Tevens moet rekening gehouden worden met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed
Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor omgevingsplannen. Met zo'n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed.
Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat In omgevingsplannen rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn.
Gemeente
Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar waardevolle gebouwen, structuren, landschappen en archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar historisch waardevolle objecten, complexen, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen.
Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit cultuurhistorie zijn dat: gemeentelijke- en rijksmonumenten zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit beschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen; aansluitend op vorige spelregel; cultuurhistorische waarden, ook niet beschermde, vormen een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; het hergebruik van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen heeft de voorkeur boven nieuwbouw. Beleid cultuurhistorie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren.
61/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Om op een goede wijze rekening te houden met het cultureel erfgoed zijn de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente geïnventariseerd, beschreven en gekwalificeerd. Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen voor cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Deze maken dus deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. 7.3.2
Beoordeling
Het wijzigingsgebied wordt ingesloten door de kenmerkende lanenstructuur van landgoed Soeslo, waar het perceel Heinoseweg 12 vroeger onderdeel vanuit maakte. De ontwikkeling van Landgoed Soeslo heeft het landschap zo gevormd zoals deze momenteel nog zichtbaar is in het landschap door haar formele parkaanleg in de Engelse landschapsstijl. Deze bestaan uit lanen, enclaves, beekdalen, agrarische gronden, essen, tuinen en een boomgaard alsook waterpartijen. Al is in de huidige situatie geen duidelijke hiërarchie meer in de lanenstructuur te herkennen. Het wijzigingsgebied kent geen cultuurhistorische waardevolle gebouwen. De transformatie van de agrarische functie naar bedrijfsmatige functie van reeds bestaande bebouwing heeft deze ontwikkeling geen effecten op cultuurhistorische waarden. 7.3.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor cultuurhistorie. 7.3.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp cultuurhistorie geen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan.
7.4
Archeologie
7.4.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo'n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Bij archeologie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat in het omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in een omgevingsplan ook regels worden gesteld over onder andere de eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden.
Uitgangspunt is dat, als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, het omgevingsplan bepaalt dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2.
62/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor omgevingsplannen. Met zo'n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Bij archeologie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed. Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat In omgevingsplannen rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn, waaronder archeologische vindplaatsen. Het provinciale omgevingsbeleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel.
Gemeente
Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit archeologie is dat: gemeentelijke- en rijksmonumenten en archeologie zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit berschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Beleid archeologie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op 18 augustus 2008 heeft de raad archeologiebeleid vastgesteld.
Centraal thema is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen. Deze maakt dus deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. De beschermende regels richten zich op activiteiten in gebieden met een archeologische waarde van 50%, 90% en 100%, welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m². Belangrijke uitzondering is de historische binnenstad van Zwolle die onder het beschermd stadsgezicht binnen de veste valt. Hier geldt een oppervlaktegrens van 30 m2 en dieptegrens van 0.5 meter beneden het maaiveld. Bij ontgravingen in de binnenstad Zwolle geldt voor elke ontgraving een meldingsplicht. 7.4.2
Beoordeling
Waarderingskaart Op de archeologische waarderingskaart van de gemeente Zwolle is aan het wijzigingsgebied een waardering van 50% toegewezen. De toelichting bij deze kaart geeft aan dat dit inhoudt dat de
63/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
archeologische waarde van dit gebied 50% is.
Omgevingsplan De projectlocatie valt binnen de beheersverordening ‘BV Buitengebied – Herfte Wijthmen”. Hierin zijn archeologische waarden beschermd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ die aan verschillende gebieden is toegewezen. Het projectgebied valt binnen deze dubbelbestemming. Hier is het verboden zonder omgevingsvergunning een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m².
Aangezien het project een transformatie van bestaande bebouwing met een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie betreft is geen archeologisch onderzoek verplicht. 7.4.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor archeologie. 7.4.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp archeologie aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan. Het betreft het opnemen van een planregel ‘Erfgoed – gebieden met archeologische (verwachtings)waarde’ voor het gehele wijzigingsgebied. De bestemming ‘Waarde – Archeologie’ wordt geschrapt.
64/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Hoofdstuk 8
Verdieping Gezondheid en Veiligheid
De fysieke leefomgeving heeft alles in zich om een positieve bijdrage te leveren aan gezondheid. Om dat te bewerkstellingen is in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen gekozen voor een brede benadering die uitgaat van beschermen, bevorderen en faciliteren van een betere gezondheid van bewoners en bezoekers van Zwolle. Er zijn meerdere aspecten die de gezondheid van mensen bepalen. In Zwolle vinden we het belangrijk dat die aspecten van betekenis zijn voor de ontwikkeling van Zwolle: 'Zwolle gezond'.
Gezondheid heeft raakvlakken met meerdere thema's, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en milieu. We stellen 'Zwolle gezond' centraal als leidend principe voor een toekomstbestendig Zwolle. Hiervandaan zoeken we continu naar win-win situaties. We zetten Zwolle gezond in als handvat voor afwegingen in de fysieke leefomgeving.
(BEVORDEREN) GEZONDHEID BIJ BEOORDELING ALLE DEELONDERWERPEN IN DIT HOOFDSTUK BETREKKEN !
Daarbij beschouwt Zwolle milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieu is een thema dat van oudsher centraal geregeld is en waarbij in de laatste decennia ook de Europese Unie een grotere rol is gaan spelen. Naast het werken binnen de nationale en Europese kaders op het gebied van milieu krijgen gemeenten ook meer eigen afwegingsruimte om te handelen. Elk gebied is anders, maatwerk en flexibiliteit is daarom nodig. Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Zwolle onder andere de volgende uitgangspunten:
65/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Zwolle. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren wij voornamelijk het 'ja, mits' uitgangspunt. We willen graag ontwikkelingen binnen de gemeente mogelijk maken; De milieukwaliteit wordt per saldo behouden. Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd; Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken naar synergie met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden; Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied; Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen.
8.1
Klimaat, energie en circulariteit
8.1.1
Kaders
Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor omgevingsplannen. Met zo'n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Bij klimaat, energie en circulariteit gaat het om regels over energie en afval. Afdeling 4.11 van de verordening geeft instructieregels over energie en afval. Het betreft regels gericht op een kwaliteitsimpuls bij zonnevelden, uitsluitingsgebieden voor windturbines, installaties voor onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas) en opslag van radioactief afval Het provinciale omgevingsbeleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel.
Gemeente
Omgevingsvisie a. Klimaatadaptie Kernopgave uit de omgevingsvisie is dat Zwolle in 2050 klimaatbestendig is ingericht en daarmee veilig voor overstromingen en aangepast aan extreem weer. Door het veranderende klimaat is dat een ambitie die impact heeft op de fysieke leefomgeving om ook in de toekomst veilig en beschermt tegen het water te kunnen wonen, ondernemen en recreëren in Zwolle. We benutten en versterken de samenhang in het watersysteem dat bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste het hoofdwatersysteem met de hoofdwater-keringen en het regionale watersysteem. Ten tweede de groen- blauwe structuur in de bestaande stad met daarin ruimte voor sponswerking en het tegengaan van hittestress. Onderling zijn de verschillende onderdelen met elkaar verbonden en vormen ze een fysieke onderlegger voor de omgevingsvisie om te komen tot een klimaatbestendig en adaptief Zwolle. De klimaatadaptatie maatregelen die onderdeel zijn van het streefbeeld groenblauwe structuur hebben als doel om schade te reduceren en meerwaarde te leveren aan een aantrekkelijk en robuust Zwolle nu en in de toekomst. Met klimaatadaptatie maken we voor de uitvoer van maatregelen koppelingen met andere opgaven waar Zwolle voor staat, zoals het vergroten van biodiversiteit, versterken van de omgevingskwaliteit en het verbeteren van de gezondheid van Zwolse inwoners. b.
Energieneutraal Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas,
66/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
kernenergie en steenkolen, naar volledig groene energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. De ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening. Deze ontwikkeling kent twee sporen. Het eerste is het verminderen van het energieverbruik. Het tweede de opwekking van duurzame energie (wind, zon, aardwarmte, waterkracht). Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze minimaal energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter' op gebiedsniveau. Het landelijke klimaatakkoord is de komende jaren de leidraad voor de energietransitie. Hierin wordt richting gegeven hoe klimaatdoelen te gaan realiseren. Dit vanuit 5 verschillende invalshoeken: Industrie, Landbouw, Elektriciteit, Gebouwde omgeving en Mobiliteit. De energietransitie en de wens van de gemeente Zwolle om in 2040 energieneutraal (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026) te zijn heeft impact op Zwolle als geheel en de omliggende regio. De voornaamste raakvlakken richten zich op de duurzame opwek van elektriciteit en warmte, de gebouwde omgeving en mobiliteit. De omgevingsvisie wijst onder andere kansrijke gebieden aan voor zonneparken en windmolens.
c. Circulariteit Circulariteit betreft de circulaire economie, welke een essentieel onderdeel vormt van de duurzame ontwikkeling van de stad Zwolle. De circulaire economie is een economie waarin de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden blijft. Ook is het niet vanzelfsprekend meer dat producten worden aangeschaft en afgedankt, maar bijvoorbeeld worden gedeeld, gehuurd of geleased. Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn; een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. We maken de transitie van onze huidige take-make-waste, lineaire economie naar een circulaire. Voor onze eigen bedrijfsvoering en projecten waar we als opdrachtgever betrokken zijn, geldt dat we een voorbeeldfunctie willen vervullen. We willen de stad en de regio inspireren hoe de transitie naar een circulaire economie te maken.
De ambities op het gebied van circulaire gebiedsontwikkeling worden in de omgevingsvisie al deels vertaald naar de ambities op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, water, natuur inclusief bouwen en nieuwe stedelijkheid. Algemeen uitgangspunt voor een circulaire gebiedsontwikkeling zijn vier principes: Reductie (verminderen van de vraag naar grondstoffen); Synergie (het lokaal uitwisselen van stromen); Productie en inkoop (de resterende vraag duurzaam en circulair produceren en inkopen); Management (het monitoren van de stromen, om inzicht te krijgen in waar en wanneer er kans is voor verbetering). Circulair bouwen gaat om beschermen van grondstoffen, het beschermen van het milieu en het behouden van functionaliteit. Daarvoor zetten we de eerste stappen naar een Zwolse aanpak. Zwolle stelt een Zwolse standaard op voor het circulair bouwen van nieuwbouw, renovatie en de aanleg en beheer van de buitenruimte. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke keurmerken en regelgeving. KEC toets De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen geeft aan dat bij nieuwe initiatieven altijd een KEC-toets wordt opgesteld. KEC staat voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. We vinden het belangrijk dat bij elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving deze drie thema's integraal afgewogen worden.
67/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
8.1.2
Beoordeling
Met dit wijzigingsbesluit wordt de wijziging van het gebruik van de bestaande bebouwing op het perceel Heinoseweg 12 mogelijk gemaakt. Hierdoor zijn de aspecten klimaatadaptie, energieneutraal en circulariteit in dit geval niet van belang. 8.1.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor klimaat, energie en circulariteit. 8.1.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp klimaat, energie en circulariteit geen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan.
8.2
Water
8.2.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo'n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Bij water gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de waterbelangen. Paragraaf 5.1.3 , artikel 5.37 Bkl geeft aan dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Deze paragraaf geeft verder specifieke instructieregels over onderdelen van watersystemen in het omgevingsplan, waaronder primaire waterkeringen, grote rivieren en het IJsselmeergebied, waarbij onder andere het rivierbed en reserveringsgebieden worden aangewezen. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het rivierbed van de grote rivieren, moeten bij het toelaten van activiteiten een aantal waarborgen worden opgenomen, gericht op het beschermen van de waterbelangen.
Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor omgevingsplannen. Met zo'n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Bij water gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem, grondwaterbeschermingsgebieden en watergebiedsreserveringen.
Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat In omgevingsplannen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal
68/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is.
Afdeling 4.8 van de verordening geeft instructieregels over omgevingsplannen, waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan, in ter bescherming van het grondwater aangewezen gebieden, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie. Het kan gaan om waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones, intrekgebieden en boringsvrije zones.
Afdeling 4.9 van de verordening geeft instructieregels over aangewezen watergebiedsreserveringen waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan. Gericht op het beperken van negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast in gebieden die een verhoogd risico lopen om onder water te lopen. Het kan gaan om primaire watergebieden, waterbergingsgebeden, overstromingsrisicogebieden, en overstroombaar gebied.
Het provinciale omgevingsbeleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel. In aanvulling op hoofdstuk 5 van deze motivering is wat betreft dit onderwerp nog het volgende relevant.
Waterschap Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Kadernotitie Stedelijk Water, beleid inrichting beheer en onderhoud op maat en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21.In 2021 is de Kadernotitie Stedelijk Water vastgesteld. Deze notitie beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen en keringen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. In de waterschapsverordening zijn regels gesteld wat wel en niet mag bij o.a. watergangen, waterkeringen, kernzones en bijvoorbeeld lozingen.
Gemeente
Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft als aandachtspunt het belang van het in stand houden van in de omgeving aanwezige waterstaatkundige functies. Paragraaf 8.1 van deze motivering geeft het kader voor water vanuit het perspectief van klimaat. Beleid water Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Riolerings Programma 2022-2026. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. De door de raad vastgestelde Hemelwaterverordening 2022 geeft, met het oog op het beperken van wateroverlast en het verminderen van droogteschade, regels over het afvoeren en opvangen van hemelwater bij het bouwen van een bouwwerk en bij het aanleggen of vervangen van verhard oppervlak. Deze verordening maakt deel uit van het omgevingsplan van rechtswege.
69/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
8.2.2
Beoordeling
Huidige situatie
Waterstructuur Het wijzigingsgebied maakt deel uit van het deelstroomgebied Emmertochtsloot. In het wijzigingsgebied liggen geen primaire en secundaire watergangen. Het peilgebied heeft een zomerpeil van NAP -0,30 m en een winterpeil van NAP -0,50 m.
Ten zuiden van het wijzigingsgebied ligt de Nieuwe Wetering, met aangegeven in de tekening in het oranje beschermingszone A en in het geel beschermingszone B. Het wijzigingsgebied ligt buiten deze zones.
Riolering De woning is aangesloten op het drukriool, waar alleen huishoudelijk afvalwater op geloosd mag worden. Het hemelwater van de daken en terrein verharding wordt afgevoerd naar omliggende kavelsloten.
70/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Bodem en grondwater Uit de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) blijkt dat de maaiveldhoogte circa NAP + 1,7 m bedraagt. Het omliggende maaiveld verschilt tussen ca. NAP + 2,3 m en NAP + 6,0 m. Richting de Nieuwe Wetering loopt het maaiveld af naar NAP + 0,6 m.
71/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Het wijzigingsgebied is gelegen in een gebied met dekzandvlaktes en ruggen. Op basis van boorgegevens uit de omgeving (bron: Dino-loket) kan worden geconcludeerd dat de bodem uit zand bestaat. Tot de maximale boordiepte van 15 m-mv is zand aangetroffen van de midden en grove categorie.
72/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Uit de klimaateffectatlas blijkt dat de huidige gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op circa 1,5-2,0 m-mv ligt.
73/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Uitgangspunten De voorgenomen plannen betreffen fysiek het slopen van een schuur en het versterken van de erfbeplanting.
Waterstructuur De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op de waterstructuur.
Riolering Met de voorgenomen ontwikkelingen veranderd er niks aan de huidige hemel- en afvalwaterstructuur.
Ontwateringsdiepte Gezien de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 1,5-2,0 m-mv wordt voldaan aan de minimale ontwateringsdiepte van 0,8 m.
Wateroverlast In de huidige situatie is voor het achterste deel van het erf wateroverlast berekend bij een bui van 70 mm in 2 uur. Dit deel van het erf is volgens de AHN ook lager gelegen (zie figuur 3).
74/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Langs de zijkant van het erf, ter hoogte van de te amoveren schuur en verder naar achteren, komt een grasstrook. Hierdoor neemt het verhard oppervlak af ten opzichte van de huidige situatie, hetgeen een gunstig effect heeft op het voorkomen van wateroverlast.
Overstromingsrisico Het wijzigingsgebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor omgevingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist.
Overstromingsrisicoparagraaf Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten nabij het wijzigijngsgebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van de Klimaateffectatlas (onderstaande figuur) wordt de maximale waterdiepte in het wijzigingsgebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,5 tot 2,0 meter. De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als redelijk diep tot diep.
75/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Uit de Klimaateffectatlas blijkt dat er een kleine kans (1/300 tot 1/3.000) is dat er in 2050 in het wijzigingsgebied een waterdiepte van meer dan 50 cm staat als gevolg van overstroming. Er is vrijwel geen kans op een waterdiepte van meer dan 2 meter.
76/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Maatregelen Bij de ontwikkeling van het wijzigingsgebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het wijzigingsgebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het wijzigingsgebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl.
Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale wateradvies betrokken bij het omgevingsplan. Hierop is reactie gekomen dat er een beperkt waterschap belang is. De resultaten van het digitale wateradvies en de uitgangspuntennotitie van Waterschap Drents Overijsselse Delta zijn als bijlage 4 en 5 toegevoegd. 8.2.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor water. 8.2.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp water geen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan.
8.3
Bodemkwaliteit
8.3.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo'n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl geeft aan dat een omgevingsplan waarden bevat voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Bij het vaststellen van die waarden wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Een omgevingsplan kan per gebied of per gebruiksfunctie verschillende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties bevatten. Het omgevingsplan kan ook hogere waarden bevatten dan de waarden, bedoeld in bijlage IIA. Een omgevingsplan bepaalt tevens dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een waarde alleen is toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.
Provincie 77/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor omgevingsplannen. Met zo'n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem en bodembescherming.. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat In omgevingsplannen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is.
Paragraaf 4.12 van de verordening geeft instructieregels over bodembescherming. Gericht op een zorgvuldige aanpak van bodemverontreinigingen die risico's opleveren voor de mens en leefomgeving; en van bodemverontreiniging in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Het geeft onder andere instructieregels voor gemeenten over activiteiten met mogelijke risico's voor de kwaliteit van het grondwater en in het bijzonder voor de kwaliteit van het grondwater in of nabij waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones.
Gemeente
Omgevingsvisie Vaak door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten is op verschillende plekken in Zwolle de bodem verontreinigd geraakt. Daarom hebben we de afgelopen jaren veel van deze verontreinigingen aangepakt door ze te saneren en/ of gebiedsgericht te beheren. Hierdoor zijn eventuele risico's voor mens en dier weggenomen. Nieuwe bodemverontreiniging willen we voorkomen, en als dit toch gebeurt dan moet deze verontreiniging zoveel mogelijk worden beperkt dan wel ongedaan worden gemaakt door de vervuiler. Daarnaast stimuleren we het hergebruik van grond die vrijkomt binnen de stad en geschikt is om elders toe te passen.
Bodembeleid Op 9 december 2008 heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, landbouw/natuur, buitendijksgebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen. Het Bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de Bodemkwaliteitskaart (2021) als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig.
Beleid ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer; Bodemsanering gebiedsgericht benaderen; Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied; Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. 78/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het Bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de vijf basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering; De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond; De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koudewarmte opslag, peilbeheer, grondwaterwinning. 8.3.2
Beoordeling
Met dit wijzigingsbesluit wordt de wijziging van het gebruik van de bestaande bebouwing op het perceel Heinoseweg 12 mogelijk gemaakt. Gelet op het voorgenomen gebruik als opslag, vergaderruimte/kantoor, (ambachtelijke) werkruimte is geen sprake van bodemgevoelig gebruik. De bestaande bedrijfswoning blijft ongewijzigd. De voorgenomen functiewijziging vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. 8.3.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor bodemkwaliteit. 8.3.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp bodemkwaliteit geen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan.
8.4
Milieuzonering
8.4.1
Kaders
Gemeente
Omgevingsvisie Zwolle beschouwt in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen).
79/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
8.4.2
Beoordeling
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is voor deze wijziging van het omgevingsplan de milieuzonering beoordeeld. Daarmee wordt geborgd dat gevoelige functies, zoals woningen, voldoende worden beschermd tegen milieuhinder, terwijl milieubelastende functies voldoende ontwikkelruimte behouden. Voor de onderbouwing van de milieuzonering is aangesloten bij de systematiek van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009). Hoewel deze is opgevolgd door de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering (2024), geeft de handreiking uit 2009 meer houvast in situaties waar functiemenging plaatsvindt. Aangezien in (de omgeving van) het wijzigingsgebied sprake is van vermenging van milieuhinderlijke en milieugevoelige functies, biedt de richtafstandensystematiek uit 2009 een passend en concreet toetsingskader in het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Het projectgebied wijzigt van een agrarische bestemming naar een bedrijfsmatige functie. Binnen het wijzigingsgebied worden geen nieuwe milieugevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. De aanwezige bedrijfswoning is eerder planologisch toegestaan en is functioneel en ruimtelijk verbonden met de bedrijfsmatige activiteit waarvoor de wijziging plaatsvindt.
Aangezien het een bedrijfswoning betreft die gekoppeld is aan de inrichting zelf, wordt deze niet aangemerkt als een te beschermen milieugevoelige functie in het kader van de milieuzonering. De beoordeling richt zich daarom uitsluitend op de mogelijke hinder van de nieuwe activiteiten op reeds bestaande milieugevoelige functies buiten het wijzigingsgebied. In de directe nabijheid bevinden zich feitelijk aanwezige en planologisch toegestane woningen. Deze milieugevoelige functies dienen te worden beschermd tegen onevenredige hinder. Voor deze beoordeling is nog gebruikgemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Bij de afweging over inpasbaarheid van functies in relatie tot het aspect geluid werd onder de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit Milieubeheer hiervan gebruik gemaakt. Wanneer kon worden voldaan aan de richtafstanden uit de VNG Brochure was - zonder nader onderzoek - aannemelijk dat sprake was van een goed woon- en leefklimaat. Afwijken van de richtafstanden was mogelijk mits door middel van onderzoek kon worden onderbouwd dat ook in dat geval sprake was van 'een goede ruimtelijke ordening'. Hoewel de Omgevingswet uitgaat van het principe van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' is de achterliggende gedachte, het beschermen van de gezondheid van mensen en het borgen van een prettige en veilige leefomgeving, hetzelfde.
Om die reden zijn de principes uit de VNG Brochure ook onder Omgevingswet nog bruikbaar en toepasbaar. In de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) worden de bedrijfsactiviteiten van bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. Vervolgens geeft de handreiking per standaard bedrijfstype aanbevelingen in de vorm van een richtafstand tot woningen of andere 'kwetsbare functies'. Binnen het wijzigingsgebied worden enkel lichte milieubelastende activiteiten toegelaten, zoals ambachtelijke bedrijven, opslag, kantoren en vergaderruimtes. Deze activiteiten zijn in deze onderbouwing beschreven en worden in de planregels vastgelegd en daarmee begrensd. Deze activiteiten vallen binnen milieucategorie 1 of 2 en kennen een richtafstand van maximaal 30 meter. De afstand tot omliggende gevoelige functies is groter dan deze richtafstand, wat een goede ruimtelijke inpassing aannemelijk maakt. Daarnaast bevindt zich tussen de bestaande woningen (gelegen ten oosten van de projectgebied) en het wijzigingsgebied een bosstrook, die zorgt voor een duidelijke ruimtelijke afbakening en bijdraagt aan een gunstiger akoestisch klimaat. Deze bosstrook wordt in de planregels vastgelegd. Tot slot is er feitelijk en planologisch een kartbaan aanwezig in de nabijheid van het wijzigingsgebied. Voor deze kartbaan is een geluidzone vastgesteld die over de gevoelige functies heengaat.
Het geluid van de kartbaan overstemt het geluid van de beoogde nieuwe bedrijfsactiviteiten in het wijzigingsgebied ruimschoots. Hierdoor is de bijdrage van deze nieuwe activiteiten aan de totale geluidbelasting relatief beperkt. Voor de bestaande woningen in de omgeving van het wijzigingsgebied gelden de regels uit artikel 22.54 van de bruidsschat. De bruidsschatregels zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 automatisch deel zijn gaan uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De bruidsschatregels zijn afkomstig uit het voormalige Activiteitenbesluit en blijven van kracht totdat de 80/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
gemeente eigen geluidregels opstelt binnen het nieuwe omgevingsplan. Bij de uitoefening van de agrarische activiteiten (zoals op basis van het geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ is toegestaan) dient aan deze regels te worden voldaan. De reeds toegestane agrarische activiteiten hebben vergelijkbare milieugevolgen als de nieuwe bedrijfsactiviteiten die vallen binnen milieucategorie 1 of 2. In dit geval wordt, in het kader van beleidsneutrale overgang, voor de beoordeling van geluidhinder door de nieuwe activiteiten aangesloten bij de regels uit de bruidsschat. Aangezien de afstand tot omliggende gevoelige functies groter is dan de richtafstand van de VNG is het aannemelijk dat (zonder nader onderzoek) wordt voldaan aan de waarden voor geluid op een geluidgevoelig gebouw zoals opgenomen in de bruidsschat.
De toegestane activiteiten binnen het wijzigingsgebied vallen onder het toepassingsbereik van de milieubelastende activiteiten zoals opgenomen in de bruidsschat. Overige, zwaardere activiteiten zijn slechts toegestaan via een omgevingsvergunning, waarbij getoetst wordt aan de geldende geluidnormen. Deze normen waarborgen een goed akoestisch leefklimaat voor omliggende gevoelige functies. Onderstaande tabel toont de toelaatbare geluidsniveaus op een geluidgevoelig gebouw conform de regels uit de bruidsschat (artikel 22.63 tijdelijk deel van het omgevingsplan
Toestaan via bedrijvenlijst behorende bij planregels: o.b.v. SBI-2008
SBI 016.2 Dienstverlening t.b.v. de landbouw, algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. <=500m2 SBI 016.4 plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m2 SBI 1102 t/m 1104 Vervaardiging van wijn, cider e.d. SBI 581 Uitgeverijen (kantoren) SBI 18129 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen SBI 1814.A Grafische afwerking SBI 1814.B Binderijen SBI 1813 Grafische reproductie en zetten SBI 1814 Overige grafische activiteiten SBI 182 Reproductiebedrijven opgenomen media SBI 26, 28, 33.A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie SBI 26, 32, 33.A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie SBI 9524.2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
81/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
SBI 321 Fabricage van munten, sieraden e.d SBI 322 Muziekinstrumentenfabrieken SBI 32991 Sociale werkvoorziening SBI 41, 42, 43 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o <1000m2 SBI 952 Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) SBI 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 Overige zakelijke dienstverlening: kantoren SBI 52109.B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
In de directe omgeving van het wijzigingsgebied bevinden zich een aantal locaties waar activiteiten plaatsvinden. De grootste activiteit is de kartbaan, die gemiddeld op 50 meter afstand ligt. De kartbaan kent een milieucategorie 5.1, waar een milieuafstand van 500 meter bij hoort, op basis van geluid. Deze kartbaan beschikt over een eigen geluidszone, waarin geen geluidgevoelige gebouwen mogen worden opgericht. Aangezien binnen het plan geen gevoelige functies zijn voorzien, is de aanwezigheid van de kartbaan niet belemmerend voor de nieuwe functie. Binnen het wijzigingsgebied is reeds een bedrijfswoning aanwezig. Deze woning is planologisch toegestaan en is eerder al beoordeeld in relatie tot de nabijgelegen kartbaan. 8.4.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor milieuzonering. 8.4.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp milieuzonering geen aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan.
8.5
Geluid
8.5.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo'n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Bij geluid gaat het om instructieregels over geluid door: activiteiten wegen, spoorwegen en industrieterreinen, gericht op de bescherming van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.2 Bkl geeft instructieregels bij het in een omgevingsplan toelaten van: bepaalde activiteiten op een locatie, anders dan het wonen, die geluid veroorzaakt op een wel toegelaten geluidgevoelig gebouw, en een geluidgevoelig gebouw waarop geluid wordt veroorzaakt door bepaalde wel toegelaten activiteiten, anders dan het wonen. Geacht wordt in een omgevingsplan rekening te houden met het geluid door activiteiten op 82/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
geluidgevoelige gebouwen. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door in het omgevingsplan toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden op een geluidgevoelig gebouw en grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen. Een omgevingsplan kan, gelet op de aard of locatie van de activiteit of cumulatie, andere waarden bevatten dan de standaardwaarden. Dit mag niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden. Een omgevingsplan bepaalt dat in het Bkl benoemde activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken niet worden verricht. Een omgevingsplan bepaalt verder dat de waarden die het omgevingsplan bevat voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten niet van toepassing zijn op onversterkt menselijk stemgeluid (tenzij muziekgeluid of daarmee vermengd) en hulpdienstvoertuigen. Het Bkl bevat een aantal mogelijkheden tot flexibiliteit, waarmee onder bepaalde omstandigheden en criteria in het omgevingsplan afgeweken kan worden van de standaardwaarde.
Paragraaf 5.1.4.2a Bkl betreft geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Deze is van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan en dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van: a. wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds; b. lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; en c. verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. Er zijn meerdere subparagrafen: a. Geluid door industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: Bij omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgesteld. Bij omgevingsplan worden in ieder geval als omgevingswaarden geluidproductieplafonds vastgesteld rondom industrieterreinen waar in het Bkl bepaalde activiteiten kunnen worden verricht die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. De begrenzing van een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, wordt vastgelegd in het omgevingsplan. En een omgevingsplan bevat regels over activiteiten gericht op het voldoen aan de geluidproductieplafonds. b.
Geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op bestaande en toegelaten geluidsgevoelige gebouwen. Daarbij wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld. Een omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door de (spoor)weg op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Een omgevingsplan dat de aanleg of wijziging (zoals gedefinieerd in art. 5.78 j Bkl) van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de respectievelijke standaardwaarden. Als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen kan een omgevingsplan meer geluid dan de grenswaarden toelaten. c. Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Hierbij dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld te worden.
Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat voorziet erin dat het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door toepassing te geven aan de standaardwaarden. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, kan onder voorwaarden erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, mits niet hoger dan de bepaalde
83/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
grenswaarde. In bepaalde omstandigheden kan een omgevingsplan erin voorzien dat de grenswaarde wordt overschreden (o.a. bij vervangende nieuwbouw, functiewijziging, zwaarwegende belangen). d. Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer Een omgevingsplan dat een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op een (spoor)weg voorziet erin dat het geluid door die (spoor)weg op geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 1,5 dB toeneemt als gevolg van die toename van de verkeersintensiteit. Onder voorwaarden kan zo'n omgevingsplan erin voorzien dat het geluid met meer dan 1,5 dB toeneemt, mits niet hoger dan de bepaalde grenswaarde. Zwaarwegende economische of maatschappelijke belangen kunnen aanleiding zijn meer geluid dan de grenswaarde toe te laten. e. Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht In een omgevingsplan, dat een wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg en industrieterrein toelaat welke gevolgen heeft voor die geluidoverdracht, wordt voor geluidgevoelige gebouwen die als gevolg van die wijziging een significante toename van geluid ondervinden bepaald of geluidbeperkende of -werende maatregelen worden getroffen.
Gemeente
Omgevingsvisie Er zijn functies die geluidshinder veroorzaken, zoals bedrijvigheid en verkeer, en functies die gevoelig zijn voor geluid, zoals wonen, onderwijs en zorg. De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen stelt dat de voortdurende balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidshinder veroorzakende functies enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid in gebieden met geluidsgevoelige functies anderzijds in de toekomst een belangrijke afweging blijft om bij plan- en beleidsvorming mee te nemen. Rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle liggen geluidzones. Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. Deze geluidzones behouden we en worden gerespecteerd bij ruimtelijke ontwikkelingen omdat ze van belang zijn voor de economische ontwikkeling en een gezond leefklimaat. Geluid speelt een belangrijke rol rondom de infrastructuur, waarbij met name de A28 een belangrijke rol speelt. Ook het verkeer op de ring van Zwolle is een belangrijk aandachtspunt voor de leefgebieden rondom deze infrastructuur. In het invloedgebied van de belangrijkste infrastructuur zal bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden worden met geluid om de leefbaarheid in de gebieden en de gezondheid van bewoners te waarborgen.
Beleid Geluid In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden per gebiedstype genoemd. 8.5.2
Beoordeling
Het voorliggende plan voorziet in de omzetting van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie. Binnen het wijzigingsgebied worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. De bestaande bedrijfswoning is reeds aanwezig en valt daarmee buiten de reikwijdte van de beoordeling; een herbeoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Planologisch worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten toegelaten, zoals ook bevestigd wordt door de toepasselijke milieuzonering. Er is dus geen sprake van een toename van geluidsgevoeligheid binnen het wijzigingsgebied.
84/109
9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12
Wel bevindt het wijzigingsgebied zich binnen de invloedssfeer van de geluidzone rondom de nabijgelegen kartbaan. De bijbehorende regels, zoals opgenomen in de geldende beheersverordening ‘BV Buitengebied – Herfte Wijthmen’, dienen in het kader van het overgangsrecht één-op-één te worden overgenomen in het nieuwe omgevingsplan. 8.5.3
Conclusie
Met dit wijzigingsbesluit wordt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor geluid. 8.5.4
Uitgangspunten omgevingsplan
Er is vanuit het onderwerp geluid aanleiding tot het wijzigen en/of toevoegen van regels aan het omgevingsplan. Het betreft het opnemen van de aanduiding ‘overige zone – thema milieu – geluid bij activiteiten – kartbaan’ en een bijbehorende planregel.