CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 15 Historisch onderzoek

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo' en ‘Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo’32.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2.3 HBO tank: Olieopslag en distributie Na het verwijderen van de kolen en sintelopslag is hier een HBO tank geplaatst (verwachting is minerale oliën C10-C40) Deze is binnen een vloeistof dichte constructie gerealiseerd. Zowel In 1992 als in 2025 algemeen onderzocht, in 1992 niks aangetroffen in het grondwater, in 2025 ook niet in de eerste meter. Onderzoek 1992: In de 4 boringen (2.24/2.25/2.26 en 2.27) is behoudens incidenteel wat kolengruis in de bovenste bodemlaag zintuiglijk gen verontreiniging aangetroffen. Chemische analytisch wordt in de vaste bodem en het grondwater voor de onderzochte parameters geen verontreiniging aangetoond. (2.25/2.26 op minerale oliën <det) (2.27 1,7A voor Chroom en 2,88 voor Arseen verder alles onder detectiegrens) 2.4 HBO tank -leidingen De tank stond binnen een vloestof kerende/ remmende opvangbak met aarde omwalling. Het leidingverloop liep binnen die constructie bovengronds naar het trimstation. Vanaf het trimstation naar de centrale vertrekken er twee ondergrondse HBO leidingen naar de centrale. Hier is buiten de constructie, met name vanaf het trimstation tot de invoer in de fabriek, nooit specifiek onderzoek naar gedaan. 2.5 Trimstation Na het verwijderen van de kolen en sintelopslag is hier een HBO tank geplaatst met een trimstation.

Zowel In 1992 als in 2025 is deze locatie algemeen onderzocht, in 1992 niks aangetroffen in het grondwater, in 2025 ook niet in de eerste meter. 2.6 Propaantank De propaantank stond binnen zijn eigen afrastering en veroorzaakt bij een lek in de regel geen bodemverontreiniging, omdat propaan een gas is dat bij lekkage direct verdampt in de atmosfeer. 2.7 Lekke vulcateenleiding Het is onduidelijk waar de leiding voor is gebruikt, tevens is het niet duidelijk waar het “lek” heeft gezeten. (DL2 of DL7) Binnen het onderzoek van 1992 is deze locatie specifiek benoemd en onderzocht. Hier zijn middels 2 boringen in de nabijheid van deze locatie (1.49 en 1.51) in een screening weekmakers en onbekende chloorverbindingen waargenomen, tevens lichte verhoging zware metalen. In latere onderzoeken (2025) op die locatie is hier naast de verhoogde PCB waarden geen andere specifieke verhoogde waarden waargenomen. (lichte verhoging barium) 2.8 Zuurbaden/ neutralisatie bassin Het neutralisatiebassin bij een energiecentrale wordt in de regel vooral gebruikt binnen de afvalwaterketen waar proceswater met afwijkende PH (zuur of basisch) wordt gecorrigeerd naar een milieu hygiënisch aanvaardbaar bereik voordat het wordt geloosd of verder wordt behandeld. Het is onzeker of dat hier ook zo is ingezet.

Potentiële risicocomponenten; sulfaten chloriden zware metalen (Fe, Cu, Zn, Ni soms Hg afhankelijk van de gebruikte brandstof in de centrale.) Hier is historisch geen specifiek onderzoek naar gedaan. In het onderzoek van 1992: Voormalige sintelpark (huidige zuurparken) Ter plaatse (boringen 2.03/2.04 en 2.05) wordt zintuigelijk geen verontreiniging aangetroffen. In de bovengrond (0 tot 0,5 m-mv) wordt chemisch analytisch een lichte verontreiniging aangetoond voor de zware metalen lood en arseen. In het P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

43

grondwater ter plaatse is geen verontreiniging aangetoond voor de onderzochte parameters. (2.03 onderzocht op zware metalen, PAK en EOCl)(2.04/ 2.05 iets verhoogde waarden; 2.1A voor Nikkel en 1,3A voor cadmium) Hier kan wel alsnog sprake van zijn middels uitspoeling naar het grondwater. 2.9 PCB vervuiling (Mateboer nav sanering 2024) Naar aanleiding van het afperkend onderzoek van de sanering van de PCB in 2024 is gebleken dat in deze deellocatie gelijk aan deellocatie 4 een sterk verhoogd gehalte van met name PCB aanwezig is. Dit is locatie breed maar met enkele verhoogde delen welke ver boven de interventiewaarde uitgaan. Deze komen in de historische onderzoeken niet naar voren. In eerdere historische onderzoeken is binnen deze deellocatie geen PCB-verontreiniging beschreven/ onderzocht. De PCB vervuiling zou gelinkt kunnen zijn aan 2 mogelijke historische bronnen, de lekke vulcateenleiding (2.7) of de historische positie van de trafo en hoogspanning (2.2). Dit is echter niet met volle zekerheid vast te stellen.

Overzichtstekening met resultaten boorpunten - Situatie 12-9-2024 -- Profiel

IJsselcentrale Harculo te Zwolle

Legenda GSSD: PCB (som)-µg/kg ds Profiel 0 - 20 -- <LN 20 - 40 -- WO 40 - 500 -- IND 500 - 1000 -- MV 1000 - 5000 -- SV 5000 - 60000 -- 5x SV

boorpunt boring

bufferlijnen A en B A-0 A-10m A-20m A-30m A-40m B-0 = Rij 16 B-10m B-20m B-30m B-40m B-50m Rij 14 Rij 15

Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A2): Opdrachtgever:

Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo Overzicht: © OpenStreetMap contributors, CC-BY-SA

BO244194 LS OW+MKB JHG 12 september 2024 1:350 ENGIE Energie Nederland N.V.

Zwolle - Kampen - Almere - Joure ...ateboer Milieutechniek\GIS\Projecten 2024\Z\Zwolle, IJsselcentrale Harculo\Overzicht BO244194 VO.qgz

OW+MKB

2.10 Grondverzet In 2025 is door Hopman Peters een totaal onderzoek gedaan waar een bredere PCB verhoging is waargenomen in de bovengrond. Tegelijk kan vanuit het onderzoek naar de sloop en het grootschalig grondverzet, de mogelijkheid dat in de bovenlaag traces aan asbest, slakkenwol, PFAS of Chroom VI aangetroffen worden, niet worden uitgesloten. Beoordeling en hypothesen 2.1 Kolen en sintel overslag en opslag; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 2.2 Hoogspanningstation en trafo; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. (onderzoek uitgevoerd naar EOX en EOCL, geen onderzoek naar PCB.) 2.3 HBO tank / Olieopslag en distributie; Verdacht, wel onderzoek naar de locatie geweest maar niet volledig om vervuiling uit te sluiten. 2.4 HBO leidingen; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 2.5 Trimstation lichte olie; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

44

2.6 Propaantank; Niet verdacht; lekkage zal niet direct geleid hebben tot bodemverontreiniging. 2.7 Einde/ Lekke vulcateenleiding; Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden. De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. 2.8 Zuurbaden/ Neutralisatie bassin; Verdacht, met name grondwater en chloriden, historisch beperkt onderzocht. 2.9 PCB verontreiniging 2023/2024; Verdacht, is in 2024 vastgesteld als PCB spot, nader onderzoek naar minerale olie en verdere afperking dient nog plaats te vinden. 2.10 Grondverzet ; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig. Hypothese Nr. 2.1 2.2

Risico bron

Vervolg onderzoek

1992: Kolen en sintel overslag VED-HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek en opslag (2) Sintelpark 2 (B6) Historische tekeningen: Trafo VED-HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek en hoogspanningsstation

2.3

1992: Olieopslag en distributie (HBO)(8B)

(H2-3) VEP: §5.3 onderzoek; verificatie onderzoek

2.4

HBO leidingen (B5)

(H2-4) VEP 2-4: §5.3 onderzoek: trace verificatie onderzoek deel bovengrondse leiding deels ondergrondse leiding.

2.5

Trimstation lichte olie

(H2-5) VEP 2-5: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek

2.6

Historische tekeningen: Propaantank

Nvt

2.7

1992: Einde/ Lekke vulcateenleiding (5C)

(H2-7) VEP: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek

2.8

1992:Zuurbaden/ Neutralisatie bassin (2)

(H2-8) VEP: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek 2 locaties.

2014: Asbest B9,2 2.9

2023-2024 PCB verontreiniging en boring 6 Hopman Peters.

(H2-9) NTA: afperkend onderzoek

2.10

Alg: Grondverzet

VED- HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven VED-HE) Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag

-

Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.

-

Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

Asbest Gezien het historisch gebruik van de locatie kan de aanwezigheid van asbest niet worden uitgesloten. Derhalve wordt de bovengrond onderzocht conform NEN 5707. Indien sprake is van puinhoudende lagen of verhardingsmaterialen, wordt het onderzoek uitgevoerd conform NEN 5897. Asbest onderzoek tot (0,5m-mv), Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

45

7.4 Deellocatie 3 – Voormalige locatie centrale Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deelgebied 3 betreft de kern van de voormalige energiecentrale met installaties, funderingen, onderhoudszones en interne transportstromen. Binnen dit gebied hebben gedurende meerdere decennia diverse bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden, waaronder: opslag en gebruik van smeeroliën en proces gerelateerde stoffen, transformatoren, werkplaatsen, rookgaskanalen, oliesets en oliekoelers, lekolietanks, gasturbines, loogtanks, transportleidingen en procesinstallaties. Een complexe set aan installatie en machines die zowel olie als smeerolie gebruikte. De centrale is in de loop van haar bedrijfsperiode in meerdere fases omgebouwd van kolen- en sintelgestookt naar olie en gasgestookt. Deze functiewijzigingen gingen gepaard met het verwijderen en vervangen van installaties, waarbij herhaaldelijk grondroering heeft plaatsgevonden. Tijdens de ontmanteling en sloop van de centrale zijn grote delen van de bovengrondse en ondergrondse constructies verwijderd. Hierbij zijn onder andere schoorstenen en fabrieksdelen omgetrokken of gecontroleerd tot ontploffing gebracht.

Ondanks het uitvoeren van asbestsaneringen en het verwijderen van radioactieve slakkenwol voorafgaand aan de sloop, is het aannemelijk dat tijdens deze werkzaamheden bouw- en sloopmateriaal is verplaatst en dat kleine hoeveelheden restmateriaal op het omliggende maaiveld zijn terechtgekomen. Na verwijdering van de bovengrondse constructies zijn funderingen en kelders verwijderd tot circa 1,5 m mv. Vervolgens is het terrein, conform de sloop- en saneringsdocumentatie, aangevuld met schone grond. De beschikbare documentatie hierover is echter beperkt, waardoor niet eenduidig kan worden vastgesteld waar en tot welke diepte deze aanvulling heeft plaatsgevonden. Dat het merendeel van de historische bodemonderzoeken zich richt op dit centrale deel van het terrein (DL3) laat zien dat dit een complex vraagstuk betreft ook met betrekking tot de huidige milieukundige status van de locatie. Huidige activiteiten Dit gebied is heden ingericht als grasland. Toekomstige activiteiten Toekomstige activiteit; wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal. Het overige terrein wordt ingevuld als parkachtig landschap. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr.

Risico bron

Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden

1992: Zoutzuurtank/afvalolie (11)

1992: boring 1.43 en 2.30 lichte verhoogde waarde EOCI aangetroffen en min olie en zware metalen. In 2014 als niet verontreinigd opgenomen. Geen verder onderzoek gedaan.

Bron nog aanwezig

Type vervuiling

Nee

Zware metalen/ Ph/ Chloride / Geleidbaar heid

Tot in grondwater

0-3 m-mv

Hoog

Nee

Zware metalen/ Min olie

Boven grondwater

0-2m-mv

Matig

Nee

isopropylalcohol

Grondwater

2-3m-mv

Zeer hoog

Nee

Min olie/ smeermiddel/ zware metalen

boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

Verwachte laag

Mobiliteit

BUITEN CENTRALE

3.1

2014: Loogtank B18

3.2 3.3

1992: Voormalige vlìegasverwerklng (huidige gasreduceerstations) (4)

1992: lichte verontreiniging min olie aangetroffen, later in andere onderzoeken gebundeld. (2009)

2007: Vulpunt isopropylalcohol In rapportage van 2007 benoemd als zeer (IPA) (3) beperkt risico. 2007: Bovengrondse opslagtank (IPA) (4)

3.4

1992: Rookgaskanaal (14) 1996: Tauw verontreiniging

Onderzoek Hopman Peters verhoogde waarden aangetroffen. Roze vlek op tekening = Tauw locatie

2007: Noodaggregaat diesel/pomp/opslag/vulpunt (25-26)

Afperking tot 7 m-mv

2007 Gasreduceerstation (27)

Kan gelinkt zijn aan HBO vulpunt en HBO leiding. Vlek licht echter breder

2014: Dieselverontreiniging rookgaskanaal

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

46

Hypothese Nr.

Risico bron

Bron nog aanwezig

Type vervuiling

Nee

Min olie Smeermiddel

0-2m-mv

Matig

Nee

Min olie Smeermiddel

Boven grondwater

0-2m-mv

Matig

Alleen visueel beoordeeld

Nee

PCB/ min olie

bovengrond

0-2 m-mv

Matig

2012 net erbuiten onderzocht boring 02 2014: boringen30/ 31/32 en 39 en 272/273

Nee Nee Nee

PCB/ min olie PCB/ min olie PCB/ min olie

bovengrond bovengrond bovengrond

0-2 m-mv 0-2 m-mv 0-2 m-mv

Matig Matig Matig

Onderzocht in onderzoek van 2012 en 2014

Nee

Min olie/ smeermiddel/ zware metalen

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

Nee

PCB/ min olie

Boven grondwater

0-2m-mv

Matig

0-2 m-mv

Matig

0-2 m-mv

Matig

Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden

Verwachte laag

Mobiliteit

SECTOR 1920 3.5

3.6

2007: Werkplaatsen/ electro 28/ onderhoud/ constructie 29- Beperkt onderzocht, 2014: 2 boorpunten 402 en 30 405, geen concentraties boven interventiewaarde Beperkt onderzocht, 2014: enkel boorpunt 405 in Tekening: Smeerput de buurt, geen concentraties boven interventiewaarde

Boven grondwater

SECTOR 22/23 3.8 A 3.8 B 3.9 3.10 3.11

2007: Noodaggregaat (23) 2014: (B15-3) Tekening: Trafo set Tekening: Trafo set Tekening: Trafo set HC1/HC2 Sector 22 Loogtank/ HBOI tank (10) 2014: Olieset HC1 (15-04) 2014: Olieset HC2 (15-05) 2014: BGG ketelhuis HC 3-4 (B16) 2014: BGG ketelhuis HC 1-2 (B17)

SECTOR 24/25 2014: Trafo's HC 3/4 (B22)

2012 en 2014 onderzocht pcb vervuiling

1992: Transformatoren (13)

Eigenlijk net buiten centrale maar door trafos in de centrale (B22)

3.13

Tekening: Trafo set

2012 onderdeel pbc verontreining meegenomen, boringen 02/05/06

Nee

PCB/ min olie

3.14

Tekening: Trafo set

2014 in de buurt: boringen 63 en 280

Nee

PCB/ min olie

3.15

2014: Condensatievloer HC 14 onverhard deel (23) 2014: Nooddiesel (HC1-4) (1503) 2014: Condensorvloer Onderzocht in onderzoek van 2012 en 2014 boorpunt (23-1)

Nee

Min olie/ Smeermiddel/ zware metalen

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

Nee

PCB

Bovenlaag

(0-2 m-mv)

laag

2014 vervuiling boringen 407 met afperking BCDE Nee

PCB/ min olie

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

2014: boringen 416 en 417 incl afperking.

PCB/ min olie

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

Nee

Min olie/ Smeermiddel/ zware metalen

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

Nee

Min olie/ Smeermiddel/ zware metalen

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

3.12

2014: Condesatievloer HC 1-4 verhard deel (B24) 2014: Olieset HC3 (15-06) 2014: Olieset HC4 (15-07) 3.16

2025: PCB spot

PCB spot als vervuiling waargenomen in onderzoek 2025 HP

Boven grondwater Boven grondwater

SECTOR 26 3.17

2014: Trafo oliekoeler HC50 (B15-14) Tekening met trafo

3.18

Tekening: Trafo set

3.19

Sector 26 boven

Nee

2014: Olievoorwarmset HC50 (15-08) 2014: Gasturbine HC 52 (B15Onderzocht in onderzoek van 2014 Diverse 15) specifieke deelsaneringen 2020. Grondwater 2014: Gasturbine HC 53 (B15- vooralsnog geen verhoogde waarden min olie 16) aangetroffen. 2014: Olietank TVP HC50 (B15-11)

3.20

2014: Oliekoeler HC50 (B1509) Sector 26 onder 2014: Olielekkage van stoomturbinelager HC 50 (B1513) 2014: Olietank 30% pomp HC 50 (B15-12) 2014: Lekolietank HC50 (B1510)

Onderzocht in onderzoek van 2014 Diverse specifieke deelsaneringen 2020. Grondwater vooralsnog geen verhoogde waarden min olie aangetroffen.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

47

Hypothese Nr.

Risico bron

Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden

Bron nog aanwezig

Type vervuiling

Verwachte laag

Mobiliteit

SECTOR 27 3.21

2007: Noodaggregaat verbrandingsmotor (22) met trafo

Niet specifiek onderzocht enkel visueel

Nee

PCB/ min olie

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

3.22

Bekr Trafo

Niet specifiek onderzocht enkel visueel

Nee

PCB/ min olie

Boven grondwater

0-2 m-mv

Matig

3.23

Sector 27 boven

Onderzocht in onderzoek van 2014 Diverse specifieke deelsaneringen 2020. Grondwater vooralsnog geen verhoogde waarden min olie aangetroffen.

Nee

Min olie/ Smeermiddel/ zware metalen

Boven grondwater

0-2m-mv

Matig

Onderzocht in onderzoek van 2014 Diverse specifieke deelsaneringen 2020. Grondwater vooralsnog geen verhoogde waarden min olie aangetroffen.

Nee

Min olie/ Smeermiddel/ zware metalen

Boven grondwater

0-2m-mv

Matig

Geen incidenten of trainingen bekend

Nee

PFAS

tot aan grondwater

(0-2 m-mv)

Hoog

Deze leiding liep ook door deellocatie 1 heen

Nee

Min olien

Bovenlaag

(0-2 m-mv)

Matig

Deze leiding liep ook door deellocatie 1 heen Vlakgetrokken na sloop (diffuus en heterogeen van aart)

Nee

Min olien PCB/ PFAS/ Chroom VI PCB/ PFAS/ Chroom VI

Bovenlaag

(0-2 m-mv)

Matig

Bovenlaag

0 - 0,5m-mv

Hoog

Bovenlaag

0 - 1m-mv

Hoog

Asbest

Bovenlaag

0 - 0,5m-mv

Zeer laag

Slakkenwol

bovenlaag

0 - 0,5 m-mv

Zeer laag

2007: Gasturbine (geluidisolatiegebouw) (5) 2007: Smeeroliedepot + olieafgifte gasturbine (6-8) 2007: Olie-water koeler machinetrafos (9) 2014: Olieset HC 80 incidenten (B15-17) 2014: Hydraulicset ketelveiligheden (B15-20)

3.24

2014: Gastubine HC 82 (B1521) 2007: Compressoren I koelgebouw (10) Sector 27 Onder 2007: Compressoren II (11) 2007: Pompen dichtingsatie (12) 2007: Koelwaterpompen stator (13) 2007: Uitmuntlast/werkplaats buiten (14) 2007: Smeer-/regeneratie/reparatiekamer(15-16) 2007: Olie-water koeler machinetrafos (17) 2007: Pyrolysegebied (18) 2014: Statorkoelwaterpomp HC 60 (B15-18) 2014: Lekkage regelolie HC80 (B15-19) 2014: Lageroliekoelers HC 60 (B21)

ALGEMEEN 3.25

2007: Brandinstallatie

3.27

Tekening: Leiding verloop HBO tank Koper uitsplitsing MM20

3.28

Alg: Grondverzet

3.26

Nee

Interventiewaarden overschrijding: Voor PCB is ter plaatse van één spot (rondom boring B79, Hopman Peters) een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. Tevens is er 1 plek In de overige onderzochte monsters en beschikbare historische data zijn er op dit moment vooralsnog geen overschrijdingen van de interventiewaarden vastgesteld en of bekend die heden nog aanwezig zijn. Witte vlekken: Binnen deellocatie 3 zijn de mogelijke aanwezigheid van chloride in het grondwater en de mogelijke aanwezigheid van asbest en PFAS in de bovengrond nog niet specifiek onderzocht en worden daarom als witte vlek aangemerkt. Daarnaast zijn enkele potentiële bronlocaties, waaronder diverse transformatorlocaties, een smeerput, het tracé van de HBO leiding en de werkplaats, nog niet specifiek onderzocht en worden eveneens als witte vlek beschouwd. De centrale is, zoals aangegeven, tot circa 1,5 m-mv gesloopt. De centrale bevatte op veel plekken asbest, slakkenwol en andere mogelijke vervuilende materialen. Daarnaast waren er, naast diverse kleinere spots, 2 duidelijke spots met meer omvangrijkere vervuiling waargenomen. Deze combinatie zorgde voor een complexe sloop en sanering. Met name rond de asbest en PCB spot heeft dit tot verschillende fases voor sloop en sanering gezorgd met omvangrijk grondverzet tot gevolg.

Omdat de grond onder de gehele sanering sterk geroerd is door de sloop, is gekozen om alle bronnen in beeld te brengen maar de focus te leggen op meer specifieke bronnen en historische specifieke elementen/ gebeurtenissen.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

48

‘3.1 Loogtank Loog- en neutralisatiesystemen werden toegepast voor correctie van proceswater. Bij lekkage kan lokaal een verhoogde pH ontstaan waardoor metalen gemobiliseerd kunnen worden. ‘3.2 Gas reduceerstation Deze locatie komt sterk overeen met 3.4 Rookgaskanaal. De boringen zijn echter net op een andere locatie gezet. Een licht verhoogde waarde aan min olien (1.43). De locatie lijkt dus “langer” langs de gevel dan in het “Tauw 1996” onderzoek. ‘3.3 Isopropylalcohol In het inventariserend onderzoek van 2007 door Royal Haskoning zijn zowel het vulpunt als de opslaglocatie van isopropylalcohol aangemerkt als potentiële bodembedreigende activiteiten. Isopropylalcohol (2-propanol) wordt echter gekenmerkt door een combinatie van eigenschappen die leiden tot een zeer beperkte persistentie in bodem en grondwater:

• • •

volledige mengbaarheid met water (geen fasevorming) zeer lage sorptie aan bodem (geen opslag in vaste fase) snelle en volledige biologische afbraak onder zowel aerobe als anaerobe omstandigheden

Uit beschikbare literatuur en veiligheidsinformatie volgt dat isopropylalcohol als “readily biodegradable” wordt geclassificeerd, waarbij in standaardtesten circa 95% afbraak binnen 21 dagen wordt bereikt (Bron artikel 1). Dit impliceert dat de afbraak plaatsvindt op een tijdschaal van dagen tot weken. Gegeven deze afbraaksnelheid kan worden gesteld dat bij het ontbreken van een continue bronterm de concentratie exponentieel afneemt tot onder detecteerbare niveaus binnen relatief korte tijd. Over een periode van >10 jaar is daarmee sprake van een volledige natuurlijke afbraak, zelfs onder conservatieve aannames ten aanzien van afbraaksnelheid. Daarnaast geldt dat binnen de projectlocatie sprake is van een ondiep en dynamisch freatisch grondwatersysteem met fluctuaties, waardoor:

• •

verdunning en verspreiding optreden microbiologische activiteit wordt gestimuleerd

Hierdoor wordt het afbraakproces verder versneld en is het ontstaan of voortbestaan van een stabiele verontreinigingspluim niet aannemelijk. Geconcludeerd kan worden dat het ontbreken van een actieve bronterm is het, op basis van de stofeigenschappen en omgevingscondities, niet plausibel dat isopropylalcohol na een periode van >10 jaar nog aantoonbaar aanwezig is in bodem of grondwater. Eventuele historische emissies zijn naar verwachting volledig afgebroken en/of verdund tot onder analytische detectielimieten. In hetzelfde artikel (artikel 1) staat wel dat de stof ten alle tijden vermeden moet worden dat het product in afvoerkanalen, oppervlakte water of grondwater terecht komt. Verontreinigd waswater terughouden en verwijderen. Tevens zijn er geen gegevens over de mobiliteit in de bodem. Daarmee blijft het een punt van aandacht. ‘3.4 Rookgaskanaal/ Tauw verontreininging 1996 (B14-1) In het onderzoek van 1992 is middels boringen en grondwater onderzoek (2.36-2.36A en 2.36B) een verhoogde waarde aan minerale oliën, arseen en een matige verhoging aan PAK vastgesteld (tot 4m-mv). In 1996 is door Tauw een omvangrijker onderzoek naar gedaan waarbij een bredere vervuiling aan min oliën is vastgesteld. Deze is afgeperkt zowel horizontaal als verticaal. (in boringen 301/302 en 303 (5-7mmv)) Later is deze nogmaals onderzocht maar wordt een lagere concentratie waargenomen.

In peilbuis 141 is in 2012 wel een matig verhoogd gehalte aan tetrachlooretheen vastgesteld. De omvang was beperkt tot de directe omgeving. Locatie B14-1 is in het historisch onderzoek van Royal Haskoning 2012/ 2014 onderzocht en als niet verontreinigd aangegeven. Uit het onderzoek van 2020 door Spectrum blijkt dat: bij de rookgaskanalen slechts licht verhoogde gehalten aan afbraakproducten (2017: vinylchloride en dichlooretheen in 2020 enkel nog dichlooretheen) aanwezig zijn, onder de tussenwaarde. (enkel grondwater onderzoek) In het onderzoek van 2025 HP wordt hier alsnog een verhoogde waarde aangetroffen aan min oliën. (boring 108) in de overige boringen die ook in de originele vlek van Tauw zitten is niet direct een sterk verhoogde waarden aangetroffen. In het onderzoek van 2020 is deze niet meer aanwezig. P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

49

Een interessant element: Aan de binnenzijde van de centrale is in 2014 een verhoogde waarde aan minerale olie (B15-06) vastgesteld. Deze is in 2020 gesaneerd. ‘3.5 Werkplaats o.a. electro Deze locatie is nergens goed onderzocht, ondanks dat hij is aangemeld als risico vol in het onderzoek van Royal Haskoning 2007, is hier enkel beperkt onderzoek naar gedaan. Twee punten onderzocht in 2014 onderzoek: (boringen 402 en 405) beide geven geen verhoogde waarden min. Olie, maar geven onvoldoende basis om de locatie als onderzocht te beschouwen. ‘3.6 Smeerput De smeerput is nergens benoemd en ook nooit direct onderzocht. Enkel in het bredere onderzoek van Hopman wordt hier in de directe omgeving een boring gezet. (86) Deze boring levert licht verhoogde waarden op aan min oliën of zware metalen, allemaal net boven de achtergrondwaarde. In 2014 is in boringen in de nabijheid geen min olie aangetroffen. (boring 405, 0,10-0,50 m-,mv) Deze boorpunten zijn echter niet specifiek genoeg om representatief te zijn voor deze bronlocatie. ‘3.7/3.11/3.15/3.19/3.20/3.23/3.24; Sectoren met 2007 activiteiten In het inventariserend onderzoek van 2007 van Royal haskoning zijn diverse activiteiten aangewezen als zijn risicovol voor de bodem. Diverse onderdelen hebben te maken met installaties waar oliën en smeeroliën gebruikt zijn.

Smeerolie- en turbinesystemen bevatten hoofdzakelijk middelzware tot zware koolwaterstoffracties. Deze zijn overwegend immobiel en binden zich sterk aan de fijne bodemfractie. In 2011, 2012 en 2014 is hier in de fabriek onderzoek naar gedaan waardoor er diverse saneringsspots naar boven zijn gekomen. Deze zijn tussen 2016 en 2019 gesaneerd tijdens de sloop.

De ontgravingen zijn gefaseerd uitgevoerd, waarbij na elke fase verificatiemonsters van bodem en wanden zijn genomen. Uit deze verificaties blijkt dat de saneringsdoelstelling is bereikt en dat de concentraties na ontgraving onder de achtergrondwaarden liggen. Een voorbeeld hiervan betreft de locatie HC3-olieset (B15-06), waar een lokaal olie-spotje aanwezig was in de bodemlaag 20–50 cm-mv. Deze verontreiniging is ontgraven over een vak van circa 5 × 7 meter tot 0,5 m-mv, waarna uit putbodemonderzoek bleek dat geen olie meer aanwezig was. Soort gelijke spots zijn gevonden bij boringen 407/ 414 en 416) Asbest saneringen: Ter plaatse van de condensorvloer en aangrenzende proceszones was sprake van een gecombineerde PCB- en asbestverontreiniging. Deze is conform evaluatierapport van 2020 (bron 35) gesaneerd. De sanering is gefaseerd uitgevoerd: -

verwijdering van asbesthoudende grond;

-

ontgraving van PCB-verontreinigde grond;

-

aanvullende sanering na sloop van de centrale.

Zowel de asbestverontreiniging als de PCB-verontreiniging zijn na aanvullende ontgravingen volgens het evaluatie rapport van Spectrum 2020 volledig verwijderd. In het grondwater zijn daarbij geen PCBconcentraties aangetoond. Deze sluit naar verwachting aan op punt 3.16. In het onderzoek van 2025 zijn P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

50

er echter alsnog verhoogde waarden boven de interventiewaarde aantroffen in de bodem rondom deze sanering. (boring B79 zie 3.16) Verder onderzoek ik nodig. ‘3.8B/ 3.9/ 3.10/ 3.12/ 3.13/ 3.14/ 3.17/ 3.18/ 3.21/ 3.22; Trafo’s Binnen de centrale hebben veel trafo’s gestaan met verschillende vermogens, opstellingen en technische specs. Historische transformatoren bevatten vaak PCB-houdende olie of minerale transformatorolie. Zo zijn er in 2014 twee directe vervuilingen gevonden vanuit trafo’s binnen de centrale. B15-14 en B22. Met name B22 heeft gezorgd voor een brede PCB vervuiling die ook in de sanering lastig viel te saneren omdat deze rond meerdere zwaardere funderingen liep en ook samenviel met een bredere asbest vervuiling/ sanering. De sanering is in 3 fases gedaan. Citaat 2020 Spectrum (bron 35): De PCB verontreiniging in de grond is in de periode van januari 2017februari 2017 gesaneerd. Hierbij is gebleken dat er voor een groot deel is van een betonfundatie vakken met opstaande muurtjes. Enkel bij een rioolleiding was er geen sprake van beton. Aldaar was het mogelijk de putbodem te bemonsteren. Dit geeft additioneel reden tot verificatie van die bodem.

Handige aanvullende informatie met betrekken tot beeldvorming grondverzet; Citaat 2020 Spectrum (bron 35): In afwachting van de sloop is de ontstane ontgraving met puingranulaat aangevuld, welke na sloop is verwijderd en hergebruikt. ‘3.8B Noodstroomaggregaat Binnen sector 22/23 van de centrale heeft een grote noodstroomaggregaat gestaan. Deze is benoemd in het onderzoek van 2007. (bron 16) Deze was diesel gedreven. Hier is in het verleden maar beperkt onderzoek naar gedaan. Enkel in 2014 is middels 1 boring (401 0,05-0,50 m-mv) beperkte verhoogde waarden min olie aangetroffen. (88mg/kgds) dat is nog onder klasse wonen. Gezien de aard van de voormalige activiteit en de beperkte onderzoeksinspanning wordt aanvullend onderzoek ter plaatse noodzakelijk geacht ‘3.16 PCB spot onderzoek boring 79 (Bron 43 2025) Deze spot (boring 79) sluit aan bij de hierboven weergegeven asbest sanering die aan de hand van onderzoeken uit 2011, 2012 en 2014 zijn uitgevoerd. Deze sanering is een combi geweest van asbest en PCB en is lastig geweest vanwege de aanwezige funderingen. De aangemerkte spot ligt net buiten de in 2020 aangegeven spot die gesaneerd is. De verwachting is dat dit een uitloper is van die PCB verontreiniging waar, door het bijzonder lastig afkaderen en het grote grondverzet, nog rest verontreiniging aanwezig is.

‘3.25 brandinstallatie Deze installatie wordt vooral visueel weergegeven in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH (bron 16). Hier wordt geen uitspraak gedaan naar of deze bodembedreigend is. In 2007 was PFAS echter nog geen parameter waar naar gekeken werd voor dergelijke installaties. Het gebruik en de inhoud van de leidingen is niet duidelijk. Tevens is het onduidelijk of er een incident is geweest dan wel een oefening is geweest. Tegelijk zijn er diverse mobiele brandmeld installaties aanwezig in en direct rondom de centrale. (o.a. een blus aanhangwagen in HC62) Ook daar is niet van duidelijk of deze middels incidenten of trainingen zijn ingezet op het terrein. ‘3.26 Leidingverloop HBO leiding Op tekening (bron: T1 overzicht centrale 01) is zichtbaar dat binnen de dDL 3 een HBO leiding loopt van DL 2 naar de centrale. Deze is nooit specifiek onderzocht. Wel zie je dat de leiding eindigt in de spot van “Tauw 1996” en bij het vulpunt zoals gedefinieerd in het onderzoek van 2007. ‘3.27 Koper uitsplitsen MM20 Binnen het onderzoek van Hopman Peters 2025 (bron 43) is een verhoogde waarde aan koper aangetroffen. Deze ligt tegen de interventiewaarde aan. Deze dient verder afgeperkt/ uitgesplitst te worden om de omvang te bepalen. ‘3.28 Grondverzet P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

51

Tijdens de sloop van de centrale (2016–2019) heeft binnen deze deellocatie omvangrijk grondverzet plaatsgevonden. Uit luchtfoto’s en videobeelden blijkt dat sloopmaterialen over dit deel van het terrein zijn verplaatst. Hierdoor kan de bodemopbouw lokaal zijn beïnvloed. Met name het sloop van de fundering tot 1,5m onder maaiveld zal veel grondverschuiving in en rondom de centrale tot gevolg hebben gehad. Gedurende de sloop en het daarbij gedane grondverzet kunnen in bredere context nieuwe asbest besmettingen of slakkenwol besmettingen aanwezig zijn in de bovenlaag. Vanwege het strakke regime voor sanering en de wijze waarop het toegepast is en verwerkt is verwachten we geen vervuiling in de ondergrond. Dit is ook afgestemd met bevoegd gezag. (ANVS) De aanwezigheid van (radioactieve) slakkenwol in de bodem wordt op basis van de beschikbare informatie als zeer onwaarschijnlijk beschouwd. Tijdens de gebruiksfase waren de vloeren binnen de centrale voorzien van stelconplaten of andere gesloten verhardingen, waardoor direct contact tussen slakkenwol en de onderliggende bodem in beginsel niet aannemelijk is. Indien incidenteel materiaalverlies heeft plaatsgevonden, is dit naar verwachting beperkt gebleven tot de verhardingen en in het kader van regulier onderhoud, sloop en eerdere saneringswerkzaamheden verwijderd.

Ook tijdens de bouwfase wordt bodemcontact als beperkt ingeschat, aangezien slakkenwol doorgaans werd toegepast nadat het bouwkundig casco en de vloeren waren gerealiseerd. Buiten de centrale zijn geen aanwijzingen gevonden voor toepassing van radioactieve slakkenwol. Toepassing vond plaats in installatiedelen zoals leidingen, kanalen, ketels en brandwerende constructies binnen de centrale en niet als gevel- of dakisolatie. Uit aanvullende documentatie (bijlage 7, Applus) blijkt dat in de periode van 6 februari 2017 tot en met 23 januari 2019 een integrale sanering van radioactieve slakkenwol heeft plaatsgevonden onder begeleiding van een stralingsdeskundige en conform asbestsaneringscondities (containment). Hierbij is het materiaal verwijderd, afgevoerd als radioactief afval en zijn de betreffende installaties en ruimtes gereinigd. Na sanering zijn inspecties uitgevoerd, inclusief visuele controles, veegtesten en metingen met stralingsapparatuur. In afstemming met de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is vastgesteld dat vrijgave van locaties uitsluitend plaatsvindt indien middels metingen is aangetoond dat geen significante stralingsniveaus aanwezig zijn boven het achtergrondniveau. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de locaties na sanering zijn vrijgegeven voor hergebruik.

Overeenkomstig de overige deellocaties is ook hier een verhoogd heterogene PCB-gehalte aangetroffen in het onderzoek van Hopman en Peters (2025). Deze verhoging is vooralsnog niet direct aan een specifieke bron te relateren, maar kan mogelijk samenhangen met het omvangrijke grondverzet op het terrein, en met name binnen deze deellocatie. Saneringen en verificatieonderzoek (bron 35)(2016-2020) In totaal zijn 5731 ton verontreinigde grond afgevoerd. Na volledige sloop van de centrale is het terrein aangevuld en opgehoogd met circa 70.950 m³ grond en zand. Voor een globaal beeld zie grondbalans. (bron 46) In het grondwater zijn in 2014 (bron 27 pagina 8) geen significante overschrijdingen van interventiewaarden aangetoond voor de onderzochte parameters (PH/EC troebelheid en min olie). Daarmee zijn er geen aanwijzingen voor een omvangrijke grondwaterverontreiniging die samenhangt met andere historische activiteiten binnen het centrale procesgebied. Beoordeling en hypothesen ‘3.1 Loogtank; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.2 Gas reduceerstation; Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden.

De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. ‘3.3 Isopropylalcohol; onverdacht, Gezien de hoge vluchtigheid en relatief snelle biologische afbreekbaarheid van isopropylalcohol, in combinatie met het tijdsverloop van circa 10 jaar, wordt de aanwezigheid van relevante restconcentraties in de bodem niet waarschijnlijk geacht (bron artikel 1). Isopropylalcohol is daarnaast goed oplosbaar in water en zal zich bij een eventuele lekkage primair met het grondwater verplaatsen. Gezien de dynamiek van het grondwatersysteem ter plaatse is het aannemelijk dat eventuele restconcentraties in de tijd zijn verdund en/of afgebroken. Gezien de aard van de stof en de mogelijke milieuhygiënische relevantie wordt, uit oogpunt van zorgvuldigheid, wel een peilbuis geplaatst ter verificatie. (bron artikel 1) ‘3.4 Rookgaskanaal/ Tauw verontreininging 1996 (B14-1); Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden. In 2025 nog verhoogde gehalte gemeten. De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. ‘3.5 Werkplaats electro; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

52

‘3.6 Smeerput; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.7/3.11/3.15/3.19/3.20/3.23/3.24; Sectoren met activiteiten uit onderzoek 2007 RH; Verdacht, veel activiteiten zijn door de hoeveelheid aan activiteiten beperkt onderzocht en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.8A; Noodstroomaggregaat; Verdacht, langer gebruik van diesel, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.8B/ 3.9/ 3.10/ 3.12/ 3.13/ 3.14/ 3.17/ 3.18/ 3.21/ 3.22; Trafo’s; Verdacht, op sommige plekken reeds eerdere lekkages vastgesteld. ‘3.16 PCB spot onderzoek 2025; Verdacht, is in 2025 vastgesteld als spot en niet gesaneerd ‘3.25 Brandinstallatie; Verdacht, zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. ‘3.26 Leidingverloop HBO-I leiding; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.27 Koper uitsplitsing; Verdacht, mengmonster onderzoek 2025 HP (bron 43) laat zwaar verhoogde waarden koper zien, verder uitsplitsen. ‘3.28 Grondverzet; Diffuus verdacht.

Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

53

Hypothese Nr.

Risico bron

Onderzoek

BUITEN CENTRALE

3.1

1992: Zoutzuurtank/afvalolie (11)

(H3-1) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

2014: Loogtank B18

3.2 3.3

3.4

1992: Voormalige ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek vlìegasverwerklng (huidige gasreduceerstations) (4) 2007: Vulpunt isopropylalcohol (IPA) (3) (H3-3) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie grondwater op aanvraag ODIJ 2007: Bovengrondse opslagtank (IPA) (4) 1992: Rookgaskanaal (14) 1996: Tauw verontreiniging 2007: Noodaggregaat diesel/pomp/opslag/vulpunt (25-26)

(H3-4) NTA onderzoek: afperkend onderzoek: horizontaal en vertikaal

2007 Gasreduceerstation (27) 2014: Dieselverontreiniging rookgaskanaal SECTOR 1920 3.5

2007: Werkplaatsen/ electro 28/ onderhoud/ constructie 29- ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek 30

3.6

Tekening: Smeerput

(H3-6) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

2007: Noodaggregaat (23) 2014: (B15-3) Tekening: Trafo set Tekening: Trafo set Tekening: Trafo set

(H3-8A) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

SECTOR 22/23 3.8 A 3.8 B 3.9 3.10

(H 3-8B) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek (H3-9) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek (H3-10) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

SECTOR 24/25 2014: Trafo's HC 3/4 (B22) 3.12

1992: Transformatoren (13)

(H3-12) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

3.13

Tekening: Trafo set

(H3-13) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

3.14

Tekening: Trafo set

(H3-14) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

3.16

2025: PCB spot

(H3-16) NTA onderzoek, afperkend onderzoek zowel horizontaal als vertikaal.

2014: Trafo oliekoeler HC50 (B15-14)

(H3-17) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

SECTOR 26 3.17

Tekening met trafo 3.18

Tekening: Trafo set

(H3-18) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

3.21

2007: Noodaggregaat verbrandingsmotor (22) met trafo

(H3-21) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

3.22

Bekr Trafo

(H3-22) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek

2007: Brandinstallatie

ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek

SECTOR 27

ALGEMEEN 3.25

3.27

Tekening: Leiding verloop HBO tank Koper uitsplitsing MM20

3.28

Alg: Grondverzet

3.26

(H3-26) VEP: §5.3 onderzoek: verificatie: trace boringen (H3-27) NTA onderzoek: uitsplitsen historische resultaat MM20 ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven ONB) Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag

3.7/3.11/3.15/3.19/3.20/3.23/3.24

ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

54

1.

Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.

2.

Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

3.

Alle boringen van ONB onderzoek doorzetten tot 2m-mv

4.

Voor de vervuilde grond boven de interventiewaarde die onder een leeflaag achter blijft zal een risico analyse gemaakt worden om zeker te stellen dat contact risico nihil is.

Asbest Gezien het historisch gebruik van de locatie kan de aanwezigheid van asbest niet worden uitgesloten. Derhalve wordt de bovengrond onderzocht conform NEN 5707. Indien sprake is van puinhoudende lagen of verhardingsmaterialen, wordt het onderzoek uitgevoerd conform NEN 5897. Asbest onderzoek tot (0,5m-mv), Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

55

7.5 Deellocatie 4 – Voormalige PCB verontreiniging/ brandweerpost Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deelgebied 4 is tot 1975 de locatie welke voornamelijk is gebruikt voor transport van kolen en algemene opslag van met name materieel. De sporen en de daarbij behorende ondergrond zijn in 1975 verwijdert en vervangen voor groen en opslag (steigermateriaal). De opslag loods is gehandhaafd en daarna is de locatie vooral ingevuld met groen en stelconplaten en additionele kleinere opslag locaties (MAVO boxen) een werkplaats en andere zaken gerelateerd aan Van Gelder. Op verschillende foto’s is te zien dat hier divers materieel en onderdelen worden gestald. Huidige activiteiten Dit gebied is heden ingericht als grasland. Toekomstige activiteiten Het toekomstig gebruik van deze locatie is 'wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal'. Tevens komen er 2 bovengrondse parkeergarage met daarboven appartementen en een tuindek. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr.

Risico bron

Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden 50 jaar geleden vervallen en verwijdert

Bron Type vervuiling nog aanwezig PAK/ Zware Nee metalen

4.1

Tekening: Spoortrace (B4)

4.2

Tekening: Leidingwerk HBO-I tank-centrale

Circa 1 meter diepte

Nee

4.3

2024: Sanering PCB 2024

Zowel op diepte als aan de wanden zitten nog restverontreinigingen PCB. Nazien onderzoek Min Olie als parameter.

4.4

2007: opslag Mavo garage

Onderhoud/ afval en olie/ functioneren kerende voorzieningen/ verwaarloosbaar risico

Verwachte laag

Mobiliteit

Bovengrond

(0 - 1 m-mv)

Laag

Min olien

tot aan grondwater

(0-2 m-mv)

Matig

Nee

PCB / min olie

tot in grondwater

(0-4 m-mv)

Matig

Nee

PCB/ min Olie

tot aan grondwater

(0-2 m-mv)

Matig

Interventiewaarden overschrijding: Binnen deze deellocatie is voor PCB binnen de sanering ter plaatse van de ondergrond in de bodemmonsters een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. Witte vlekken: Binnen deellocatie 4 zijn er op de MAVO boxen na geen witte vlekken. 4.1 Spoortracé Zowel op de tekening van 1955 als in het Heidemij onderzoek van 1992 is dit tracé duidelijk zichtbaar. Het spoortracé is voor 1975 verwijdert. Een mogelijke vervuiling zou in de toplaag zitten (0-0,5m-mv), deze is in de sanering van 2024 volledig verwijderd. 4.2 Leidingwerk HBO tank Vanuit de HBO-I tank en het bijbehorende Trimstation (beide in deellocatie 2) heeft leidingwerk gelopen op circa 0,8m diepte door deellocatie 4 naar de centrale (deellocatie 3.) Dit is verwijderd, de onderliggende grond is reeds gesaneerd in de grote sanering van 2024. Tevens was er een bovengrondse leiding naar de zuidelijke steiger. 4.3 Sanering PCB Binnen deellocatie 7 en deels in deze deellocatie is in 2023 een PCB-verontreiniging vastgesteld waarvoor een gerichte saneringsmaatregel is uitgevoerd tot circa 1,5 m-mv. (2023/2024). Tijdens het saneren is de PCB vervuiling groter gebleken dan de initiële verdachte vlek. Dit is passende bij de bredere PCB verontreiniging van de gehele locatie. De olievlek is zowel horizontaal als verticaal afgeperkt.

Daar de doelstelling klasse wonen betrof, is gesaneerd totdat bleek dat de vervuiling heterogeen over het gebied loopt en niet brongericht. Vervolgens is de doelstelling samen met bevoegd gezag gewijzigd maar is de sanering niet afgerond omdat in deellocatie 2 een 2e spot lijkt te zitten. Op dit moment is er 9.706,47 ton verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. Bodemsanering voormalige Harculo centrale evaluatie grondsanering PCB’s (30 april 2025);

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

56

Uit de verificatiemonsters in het evaluatie rapport van 2025 en 2026 van zowel de bodem als de wanden van de ontgraving blijkt dat in de meeste gevallen sprake is van een concentratie die voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen’ of, vanaf 1,5 m-mv, minstens wordt voldaan aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’ zie tekening hieronder. Zie verder paragraaf PCB sanering. (Hoofdstuk 5) Bij enkele spots ligt deze hoger en boven de interventiewaarde. Daar waar PCB overschrijdingen boven de interventie waarde zijn vastgesteld is door de aanvulling van 1,5m een schone leeflaag aangebracht die tenminste voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’. De effectiviteit van deze leeflaag is vooralsnog niet vastgesteld. De aanwezigheid van de primaire waterkering en de monumentale boom (zie hoofdstuk 5) is reden geweest om zeer lokaal een concentratie op maaiveld boven de bodemfunctieklasse ‘wonen’ of ‘industrie’ niet te ontgraven.

In 2025 zijn hier door Hopman Peters geen verhoogde waarden aangetroffen in de bovenlaag, in 2026 is door Royal Haskoning een evaluatie rapport geschreven over de sanering. De sanering kan pas afgerond worden in connectie met het totale onderzoek en mogelijke sanering van de gehele locatie. 4.4 Opslag MAVO garage Conform hinderwet vergunning: Dit is een opslag voor diverse (chemische) afval producten als oliehoudend afval en afgewerkte olie en verfafval vanuit de centrale. De initiële positie van de garage staat niet goed aangegeven op de tekening van 2007 maar bevindt zich zoals duidelijk wordt uit tekeningen van 1984 (bron 2) en de slooprapportage van Demolis (bron 24) in deelgebied 4. In de MAVO garage zijn conform het onderzoek van 2007 geen sporen van morsen of lekkages waargenomen. De garages functioneren als kerende voorziening. Mocht er sprake zijn van lekkage dan is de verwachting dat dit met name olie gerelateerde afvalproducten zou betreffen. Beoordeling en hypothesen 4.1 Spoortrace; Niet verdacht, door de omvangrijke sanering van 1,5m zal een mogelijk aanwezige vervuiling met die sanering zijn verwijderd. 4.2 Leidingwerk HBO-I tank; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging.

4.3 Sanering PCB; Verdacht, spots zijn nog aanwezig onder leeflaag/ verder afkaderen richting magazijn, richting de dijk en verticaal om de leeflaag te verifiëren of dat er sprake is van herverontreiniging. Tevens dient er additioneel bij de afperking onderzocht te worden op minerale olie. 4.4 MAVO garage; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

57

Hypothese Nr.

Risico bron

Vervolg onderzoek

4.1

Tekening: Spoortrace (B4)

Nvt de gehele verdachte bovenlaag tot 1,5 meter is gesaneerd

4.2

Tekening: Leidingwerk HBO-I tank-centrale

(H4-2) VEP: §5.3 onderzoek; verificatie trace onderzoek

4.3

2024: Sanering PCB 2024

(H4-3) verificatie sanering: afperkend en verificatie onderzoek

4.4

2007: opslag Mavo garage

(H4-4)VEP: §5.3 onderzoek; verificatie onderzoek

Uitgangspunten onderzoek; 1.

Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.

2.

Voor verontreinigde grond met gehalten boven de waarde klasse wonen die onder een afdekkende leeflaag achterblijft, wordt een risicobeoordeling uitgevoerd om vast te stellen dat, gegeven het toekomstige gebruik (wonen en openbaar groen), geen onaanvaardbare blootstellingsrisico’s optreden. Mochten die er alsnog zijn dienen extra maatregelen te worden genomen. Dit historisch en hierna volgende verkennend onderzoek dienen afdoende informatie te leveren om een dergelijke analyse te kunnen doen.

Asbest onderzoek De door Mateboer Groep uitgevoerde sanering, inclusief de aanleg van een circa 1,5 meter dikke leeflaag, geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis hiervan wordt geen asbestverontreiniging verwacht en wordt de locatie als niet verdacht beschouwd ten aanzien van asbest.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

58

7.6 Deellocatie 5 – Oostelijke deel naast Fabriek Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deellocatie 5 betreft het oostelijk gelegen deelgebied direct grenzend aan de voormalige fabriek. Tijdens de bedrijfsfase van de centrale is dit deelgebied hoofdzakelijk gebruikt als connectie zone voor diverse onderdelen: koelleidingen en watertransport, logistieke functies (transport en parkeren), het drainage- en pompsysteem en de aansluiting op het schakelstation. Huidige activiteiten Heden dient dit gebied enkel nog als de toegang tot de locatie en wordt er geparkeerd. De rest van het deelgebied is ingericht als grasveld. Toekomstige activiteiten Het toekomstig gebruik van deze locatie is 'wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal'. Tevens komt er een aanzienlijk parkeerterrein, een fietsroute en is er ruimte voor parkachtig groen en speelplekken binnen de hoven. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr.

Risico bron

Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden

5.1

1992: Benzinepomp (9) (B1)

Is meer dan 50 jaar gelden al verwijderd, onduidelijk waar hij precies heeft gestaan, waar de tank heeft gezeten en of die ook verwijderd is.

5.2

1992: Transformatoren (13)

Het is de locatie buiten de centrale naast de plek waar trafo's in de centrale hebben gestaan.

2009 Slingerput HC3 (B26) 2014: Trafo's HC 3/4 (B22) (lekkage van trafo's die in deellocatie 3 staan)

Meerdere onderzoeken naar min olie/ BTEX / PCB/ EOCI en zware metalen. Voorals nog geen aanwijzingen dat er een vervuiling zit. (1992/2009/ 2014/2025)

5.3

tekening: Chloor en bleekloogtank

Bron nog aanwezig Nee

Verwachte laag

Mobiliteit

Min olie/ BTEX/ Zware metalen

tot aan grondwater

(0-2 m-mv)

Matig

Min olie/ BTEX/ Zware metalen/ PCB/EOCI

tot en met grondwater

(0-2 m-mv)

Matig

Zware metalen/ Chloriden/ Ph/ Geleidbaarheid

tot en met grondwater

0-3m-mv

hoog

Nee

PAK/ Zware metalen

Bovengrond

0 - 1m-mv

Laag

Nee

Min olie/ zware metalen/ Nitraat/ PH/ Geleidbaarheid

tot en met grondwater

(0-3 m-mv)

Matig

Nee

Min olie/ BTEX/ PCB

(0-2 m-mv)

Matig

Min olie/ BTEX

(0-2 m-mv)

Matig

(0-2 m-mv)

Hoog

Nee

Nee

2014: Chloor bleekloog B19 5.4

Spoortrace voorzijde hijshal

5.5

2007: Ammoniakopslag (19)

5.6

2007: Trafo’s (20)

5.7

Foto: tank noodstroom aggregaatStelconplaten

Nee

5.8

2007: Brandinstallatie

Geen incidenten of trainingen bekend

Nee

Alg: Grondverzet

Vlakgetrokken na sloop (diffuus en heterogeen van aart)

PCB/ PFAS/ Chroom VI

Bovenlaag

0 - 0,5m-mv

Hoog

Door verwijderen van dieper gelegen koelwaterleidingen is er op diepte grond geroerd

PCB/ PFAS/ Chroom VI

Bovenlaag

0 - 1m-mv

Hoog

Asbest

Bovenlaag

0 - 0,5m-mv

Zeer laag

Slakkenwol

bovenlaag

0 - 0,5 m-mv

Zeer laag

5.9

50 jaar geleden vervallen

Type vervuiling

Vloeistof dichte vloer

Nee

PFAS

tot aan grondwater tot aan grondwater tot aan grondwater

Interventiewaarden overschrijding: In de overige onderzochte monsters en beschikbare historische data zijn er op dit moment vooralsnog geen overschrijdingen van de interventiewaarden vastgesteld en of bekend die heden nog aanwezig zijn. Dit kan o.a. komen doordat er beperkt onderzoek is uitgevoerd binnen deze deellocatie. Witte vlekken: Binnen deellocatie 5 zijn de mogelijke aanwezigheid van chloride in het grondwater en de aanwezigheid van asbest en PFAS in de bovengrond nog niet specifiek onderzocht en worden daarom als witte vlek aangemerkt. Daarnaast zijn enkele potentiële bronlocaties; trafo, ammoniak opslag en tank van noodstroom aggregaat en het grote grondverzet rondom de koelleidingen nog niet specifiek onderzocht en worden eveneens als witte vlek beschouwd. 5.1 Tankstation Vanuit het onderzoek van Heidema 1992 wordt aangegeven dat hier een tankstation heeft gestaan. Echter in verder onderzoek is hiervan geen tekeningen gevonden met de exacte positie. Zowel niet in vergunningen als op oude luchtfoto’s danwel andere bronnen. Wel wordt deze ondergrondse tank omschreven in de hinderwetvergunningen van 1973 tm 1977.De definitieve locatie is zonder tekening niet te achterhalen. Dit geldt ook voor een ander omschreven historisch aanwezige ondergrondse tank. P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

59

In het onderzoek van Heidema 1992 is aan de hand van een 3 tal boringen vastgesteld dat hier geen verontreiniging aanwezig is met betrekking tot zware metalen of minerale oliën. Boring 2.28 is midden in de verwachte locatie genomen tot 2 meter onder maaiveld, 1.26 is midden op de weg genomen 1m-mv, 2.29 betreft een peilbuis tot (4 m-mv).In 2009 is door Royal Haskoning middels een peilbuis 229 geen verontreiniging aantroffen en in 2025 is hier middels 3 boringen (tot 1m-mv) ook geen verontreiniging aangetroffen. (beperkte diepte.) Deze boringen en informatie zijn echter afdoende om deze locatie als onverdacht te markeren. Additioneel onderzoek en verificatie is noodzakelijk. 5.2 Transformatoren Vanwege de grotere set aan trafo’s en later waargenomen bredere PCB vervuiling binnen de centrale, is deze locatie specifiek onderzocht op mogelijke bodemvervuiling. De mogelijke bron ligt dus in deellocatie 3 en wordt omschreven als 3.12 Transformatoren deelgebied B22-23. In het onderzoek 1992 is hier voor het eerst echt gericht onderzoek gedaan. Zintuiglijk is in de boringen 2.31, 2.32 en 2.33 geen verontreiniging aangetroffen. Chemisch analytisch wordt in de bovengrond (0 tot 0,50 m-mv) van boring 2.32 en 2.34 een lichte verontreiniging aangetoond voor de parameter EOCI (1,5 maal de A-waarde).

In het grondwater peilbuis 2.33 wordt eveneens een lichte verontreiniging met EOCI aangetoond. Minerale olie is niet boven de detectie grens aangetoond. In het onderzoek van 2009 Royal haskoning wordt er een verhoogde waarde Tetrachlooretheen aangetroffen. Bij de evaluatie sanering eind 2016 – mei 2019 (8-11-2020) is middels vervolg onderzoek (2017) via 3 peilbuizen (23 A-B-C) nog een licht verhoogde gehalten aan tetrachlooretheen en dichlooretheen aangetroffen echter niet boven de tussenwaarde dus is dit niet gesaneerd. In 2025 Hopman wordt een lichte verhoging PCB aangetroffen in de bovenlaag en een lichte verhoging Barium en Molybeen. Geen verhoging op tetrachlooretheen. 5.3 Chloor en bleekloogtank In het onderzoek van 2014 Royal Haskoning wordt deze locatie benoemd (B19) vanaf de tekening van het onderzoek van 2008 RH. Deze locatie is historisch zeer beperkt onderzocht. Enkel in 2025 HP is middels een peilbuis (PB04) en enkele boringen geen vervuiling waargenomen (PH 7,2 en geleidbaarheid 780). Chloriden zijn niet direct onderzocht. 5.4 Spoor en transport tracé relevant Zowel op de tekening van 1955 als in het Heidemij onderzoek van 1992 is dit tracé duidelijk zichtbaar. Het spoortracé is voor 1975 verwijdert. In 1992 is het tracé onderzocht door meerdere boringen langs het tracé maar in deze deellocatie enkel door 1 boring (1.26).

PAK is enkel zintuigelijk onderzocht, zware metalen ook analytisch en niet boven A of detectiegrens aangetroffen. In 2025 is door Hopman hier middels 3 boringen geen vervuiling aangetroffen betreffende PAK of zware metalen. 5.5 Ammoniakopslag Deze locatie wordt benoemd in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH. Deze is zeer beperkt onderzocht. Enkel in 2025 HP is middels een peilbuis (PB04) en enkele boringen geen vervuiling waargenomen (PH 7,2 en geleidbaarheid 780). Nitraat is nooit onderzocht. 5.6 Trafo (20) Deze locatie wordt benoemd in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH. In 1992 (Heidemij) is hier onderzoek gedaan. (boringen 1.34 en 1.38) hier zijn geen verontreinigingen aangetroffen. In 2025 is rondom deze locatie nogmaals de bodem onderzocht ook toen is er geen bron gerelateerde verhoging waargenomen. 5.7 Tank Noodstroomaggregaat Vanuit foto’s is te zien dat tegen de gevel een dieseltank is geplaatst. (Foto F1 olietank noodstroom) De directe aanleiding voor het plaatsen wordt niet gegeven. De verwachting is dat deze diende voor het noodaggregaat binnen de centrale. 5.8 Brandinstallatie Deze installatie wordt vooral visueel weergegeven in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH. Hier wordt geen uitspraak gedaan naar of deze bodembedreigend is. In 2007 was PFAS echter nog geen parameter waarnaar gekeken werd voor dergelijke installaties.

Het gebruik en de inhoud van de leidingen is niet duidelijk. Tevens is het onduidelijk of er een incident is geweest dan wel een oefening is geweest. P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

60

5.9 Grondverzet Tijdens de sloop van de centrale (2016–2019) heeft binnen deze deellocatie omvangrijk grondverzet plaatsgevonden. Uit luchtfoto’s en videobeelden blijkt dat sloopmaterialen over dit deel van het terrein zijn verplaatst. Hierdoor kan de bodemopbouw lokaal zijn beïnvloed. Daarnaast is er binnen deze deellocatie veel grondverzet gedaan vanwege het (deels) verwijderen van ondergrondse koelleidingen en aanverwante installaties. (onder en net naast het dienstengebouw zit nog een deel van de koelleidingen) Gedurende de sloop en het daarbij gedane grondverzet kunnen in bredere context nieuwe asbest besmettingen of slakkenwol besmettingen aanwezig zijn in de bovenlaag. Niet bron gerelateerd voor deze deellocatie betreft de aangetroffen lichte PCB aanwezigheid. Eventuele lichte verhogingen passen binnen het beeld van een historisch industrieel terrein en zijn mede verklaarbaar door grondroeringen tijdens sloop. Bevindingen verkennend onderzoek 2025HP Hypothesen en onderzoek 5.1 Benzinepomp/ tankstation; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 5.2 Transformatoren; Verdacht, ondanks dat bron verwijderd is en dat er middels divers onderzoeken gaan vervuiling is aangetroffen kan deze later door de sloop en grondverzet wel zijn ontstaan.

5.3 Chloor en bleekloogtank; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.4 Spoor tracé; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 5.5 Ammoniakopslag; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.6 Trafo; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.7 Tank noodstroom aggregaat; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.8 Brandmeldinstallatie; Verdacht, zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. 5.9 Grondverzet; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig. Gezien het ontbreken van een concrete bronverwachting en de omvang van het deelgebied wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform een VED-HE strategie, passend bij een diffuus verdachte locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b6f1b406-7496-4c19-807a-28a03bb320c0