TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 15 Historisch onderzoek
Tekst van het document
13
Transformatoren
14
Rookgaskanalen
15
HBO-tanks rond woningen
Zware metalen
Nvt
nvt
NVT
Sloten rond de centrale
Zware metalen/ PAK/ECOI/Min olie
DL 5 en 6
nvt
NVT
16
Belangrijke passages uit het onderzoek: P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
22
Voor uiterwaarde: Concluderend kan worden gesteld dat In de uiterwaard van de IJssel de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen. Het zuidelijke gedeelte van de uiterwaard, ten noorden van het koelwaterinlaatkanaal, is matig verontreinigd met metalen en licht verontreinigd met minerale olie (stookolie). Vermoedelijk zijn de aangetoonde verontreinigingen veroorzaakt door depositie van verontreinigd slib door de frequente overstromingen van de IJssel. Het zuidelijke uiterwaardgedeelte wordt door haar ligging (zie tekening 4-1) waarschijnlijk zwaarder belast dan het noordelijk uiterwaardgedeelte. Indien de signaalwaarde van de Landbouw Advies Commissie (LAC) wordt beschouwd, wordt deze ter plaatse door enkele aangetoonde metalen overschreden (LAC signaalwaarde voor kwik is bijvoorbeeld 2 mg/kg d.s.; aangetoond ís 4 mg/kg d.s.). Tussen de dijken: Het freatisch grondwater bevindt zich ten tijde van het onderzoek op circa 2,00 m-mv. Verspreid over de locatie worden in het grondwater incidenteel zware metalen en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de A-waarde uit de Leidraad. Rond de boringen 1.41 en 2.36 is een sterke verontreiniging aangetoond, in de vaste bodem als ook In het grondwater, met voornamelijk minerale oliën en vluchtige aromaten. De herkomst van deze verontreiniging is historisch gezien niet direct verklaarbaar.
Deze locatie is als bijzondere locatie aangemerkt ook omdat hier gedurende de jaren wisselende resultaten weergegeven worden (gebied 14 onderdeel van deellocatie 3 ook wel omschreven als de TAUW locatie vanwege het vervolgonderzoek naar deze locatie in 1996 door Tauw. (Bron 14) en hiervoor zover bekend geen sanering heeft plaatsgevonden. In boring 2.13 wordt in de diepere bodemlagen (2,00 tot 3,20 m- mv) minerale olie aangetoond boven de B-waarde uit de Leidraad. Ook In boring 2.12 wordt in deze bodemlagen een die verontreiniging aangetoond. Deze verontreiniging is eveneens niet historisch herleidbaar. (DL 7) Deze locatie is verder onderzocht in latere onderzoeken maar blijft een aandachtspunt ook bij de verder onderzoeksopzet. In het grondwater rond peilbuis 2.21 ter plaatse van de olie-opslagtanks is een sterke verontreiniging met tetrachlooretheen aangetoond. Tevens zijn lichte verontreinigingen aanwezig met chroom, benzeen, xyleen en fenol. Een en ander kan duiden op “oude" tankreìnlgings/ onderhoudsactlviteiten ter plaatse. (DL 1) Deze locatie is verder onderzocht in latere onderzoeken maar blijft een aandachtspunt ook bij de verder onderzoeksopzet. Sloten: Het slib in de op het terrein aanwezige sloten is, getoetst aan de normen uit de Leidraad, licht verontreinigd met EOCI, PAK, minerale olie en zware metalen.
Vermoedelijk Is dit te wijten aan het ter plaatse inlaten van verontreinigd IJsselwater. Ofwel niet direct vanuit functie gerelateerde verontreinig waarbij sanering de kwaliteit over tijd niet zal verbeteren. (de bron is namelijk niet weg, te weten de IJssel) Evaluatie: Uit het onderzoek blijkt dat de onderzoeksinspanning zich in hoofdzaak heeft gericht op de beoordeling van de grondwaterkwaliteit en het vaststellen van gehalten aan zware metalen in de bodem. Aanvullende analyses naar andere bodembedreigende stoffen, zoals minerale olie, PAK en PCB, zijn slechts op beperkte schaal uitgevoerd, namelijk op locaties waar op basis van historisch gebruik of zintuiglijke waarnemingen directe aanleiding toe bestond. Hierdoor is het onderzoek, bezien vanuit het huidige toetsingskader, beperkt in de breedte van de onderzochte parameters. Wel vormt het onderzoek een goed vertrekpunt, waarbij verschillende bodembedreigende activiteiten zijn geïdentificeerd en een eerste indicatie is verkregen van de mate van verontreiniging en welke parameters nu al boven de huidig gestelde “woon klasse” waarden uitkomen. Het geeft aan welke parameters waar verdacht zijn of juist nog niet onderzocht zijn. 5.2 ‘Bodemrisicoanalyse rapportnr. 9S3769, Royal Haskoning, d.d. 2 feb 2007. (WM aanvraag 2008) (bron 16) In opdracht van Electrabel Nederland N.V. is een bodemrisicoanalyse opgesteld.
Er zijn 43 activiteiten geïnventariseerd, waarvan 36 activiteiten als bodembedreigend zijn vastgesteld. Hieronder de lijst met daarbij tevens aangevuld in welke deellocatie deze activiteit zit en waar deze in een vervolgonderzoek onderzocht is.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
23
Deellocatie
Hypothese nummer
Onderzoeks nummer
Zware stookolie, palmolie Cat. C
DL 1
1.2
VED-HE 1
Tankenpark verpompen
Zware stookolie, palmolie Cat. C
DL 1
1.2
VED-HE 1
3
Vulpunt isopropylalcohol
Isopropylalcohol*
Cat. C
DL 3
3.3
(H3-3)VEP
4
Bovengrondse opslagtank
Isopropylalcohol*
Cat. A
DL 3
3.3
(H3-3)VEP
5
Gasturbine (geluidisolatiegebouw)
Oliën, smeermiddelen
Cat. B
DL 3
3.23
ONB 3
006-008
Smeeroliedepot + olieafgifte gasturbine
Oliën, smeermiddelen
Cat. A
DL 3
3.23
ONB 3
9
Olie-water koeler machinetrafos
Oliën
Cat. B
DL 3
3.23
ONB 3
10
Compressoren I koelgebouw
Oliën, smeermiddelen
Cat. A
DL 3
3.23
ONB 3
11
Compressoren II
Oliën, smeermiddelen
Cat. B
DL 3
3.24
ONB 3
12
Pompen dichtingsatie
Oliën
Cat. A
DL 3
3.24
ONB 3
13
Koelwaterpompen stator
Oliën, smeermiddelen
Cat. C
DL 3
3.24
ONB 3
14
Uitmuntlast/werkplaats buiten
Oliën, smeermiddelen
Cat. C
DL 3
3.24
ONB 3
015-016
Smeer-/regeneratie-/reparatiekamer
Oliën, smeermiddelen
Cat. B
DL 3
3.24
ONB 3
17
Olie-water koeler machinetrafos
Oliën
Cat. B
DL 3
3.24
ONB 3
18
Pyrolysegebied
Oliën
Cat. A
DL 3
3.24
ONB 3
19
Ammoniakopslag
Oliën, ammoniak
Cat. A
DL 5
5.5
(H5-5) VEP
20
Trafo’s
Oliën (PCB-verdacht)
Cat. A
DL 5
5.2
(H5-2)VEP
21
Demiwateropslag in de bedrijfshal
Demiwater
nvt
DL 3
onbekend
22
Noodaggregaat verbrandingsmotor
Diesel
Cat. C
DL 3
3.21
(H3-21) VEP
023-026
Noodaggregaat diesel/pomp/opslag/vulpunt
Diesel
Cat. A-B
DL 3
3.4/3.11
(H3-4)VEP / ONB 3
27
Gasreduceergebouw
Geen vloeistoffen
Nvt
DL 3
3.4
(H3-4)VEP
28
Werkplaats Electro
Geen vloeistoffen
Nvt
DL 3
3.5
ONB 3
029-030
Werkplaatsen onderhoud/constructie
Oliën, smeermiddelen
Cat. B
DL 3
3.5
ONB 3
31
Magazijn materialen onderhoud
Geen vloeistoffen
NVT
DL 3
3.7
ONB 3
032-036
Demi-gebouw installatie/pompen/tanks/vulpunt
Zoutzuur, natronloog
Cat. A-B
DL 7
7.7
nvt
37
Pompinstallatie IJsselwater
Oliën, smeermiddelen
Cat. A
DL 7
7.8
nvt
38
Bovengrondse leidingen olie
Olie, procesvloeistoffen
Cat. A
DL 1/2/3/4
divers
divers
39
Inpandige installatie (geheel)
Oliën, smeermiddelen
Cat. B
DL 3
nvt
nvt
NVT
DL 3
divers
ONB 3
Cat. A
DL 2
2.10
(H4-4)VEP
Code
Activiteit
Stoffen
1
Tankenpark olieopslag
2
Ijsselwater met ijzersulfaat Onderhoud, chem. afval, olie
Risico
40
Condensor
41
Opslag MAVO-garage
42
Riolering huishoudelijk afvalwater
Huishoudelijk afval water Cat. B
DL 1/4/5/7
nvt
nvt
43
Riolering procesafvalwater
Procesafvalwater
DL 1/4/5/7
nvt
nvt
Cat. B
* halveringstijd van Isopropylalcohol is 1 tot 3 dagen in open lucht 1 tot 10 dagen in bodem en 2 tot 14 dagen in grondwater. Tevens sterk mobiel dus verdunt ook.
Figuren 1-4 Royal Haskoning 2007 De meeste gedefinieerde bronlocaties worden meegenomen in de vervolgonderzoeken van 2009 en 2014 dan wel worden ingeschat als niet bodembedreigend. Enkel 1 plek wordt niet direct in vervolg onderzoeken verder onderzocht. (bron locatie 43) Deze locatie is echter dusdanig dat monitoring of onderzoek niet reëel wordt geacht. Punten 21 en 40 zijn niet te herleiden naar een locatie in de installatie. Deze worden in dit onderzoek (2007) als niet bodembedreigend omschreven.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
24
5.3 Centrale Harculo IJsselcentraleweg te Zwolle onderzoeken feb en maart 2009 RH (Bron 18 en 19) In 2009 zijn er twee aanvullende onderzoeken gedaan naar enkele reeds bekende bodemverontreinigingen alsook ter plaatse van locaties waar een verhoogde kans op het aantreffen van bodemverontreinigingen is geïdentificeerd. Locatiebeschrijving
Parameters
Actualisatie grond
Actualisatie grondwater
Deellocatie
Hypothese nr
Zware metalen; Gechl. koolwaterstoffen; Algemeen bedrijfsterrein
Vluchtige aromaten; Minerale olie
131
131, 225, 227, 229, 233
Algemeen
Voormalige opslagtank en trimstations
Vluchtige aromaten; Minerale olie
1002 t/m 1004
153, 154, 221, 222
DL 1
1.1/1.2
Verontreiniging t.p.v. rookgaskanalen
Vluchtige aromaten; Minerale olie
141, 236a
DL 3
3.4
Voormalige eenheden HC1, HC3 en HCS1
Vluchtige aromaten; Minerale olie
1006 t/m 1013
1005 en 1014
DL 3
3.11/3.15
HC60
Vluchtige aromaten; Minerale olie
1001
1001
DL 3
3.24
Algemene deellocatie 5
131
DL 5
nvt
Naast deellocatie 6 (indicatief HBO-I tank grondwater)
225
Nvt
nvt
Spoortracé
227
DL 4
4.1
Ter plaatse van benzine/tankstation
229
DL 5
5.1
Transformatoren locatie
233
DL 5
5.2
Opm: Boorpunten niet middels gps aangegeven op tekening, lijkt soms indicatief.
Royal Haskoning geeft in dat rapport aan dat er nog wel vervuiling aanwezig is; 1.
Lageroliekoeler in HC 60. (in dit historisch onderzoek opgenomen als hypothese 3.24)
2.
Zuiderlijke trimstation (in dit historisch onderzoek opgenomen als: trimstation 3 en als hypothese 1.2)
In het rapport van maart wordt hierop aangevuld: 3.
Bij de sloop van de tanks wordt vastgesteld dat er geen resterende vervuilingen zijn qua minerale olie en BTEX. (hypotheses 1.1 en 1.2 van dit historisch onderzoek)
4.
Enkel peilbuis 1002 is een verhoogde waarde Tolueen 510 waargenomen.
5.4 Centrale Harculo IJsselcentraleweg te Zwolle inventarisatie bodemkwaliteit 13 juni 2014. (Bron 25) In het historisch inventarisatie onderzoek van Royal HaskoningDHV (2014) (bron25) wordt een inventarisatie gemaakt van potentiële bodembedreigende activiteiten binnen het terrein van de IJsselcentrale. Daarbij wordt per activiteit of installatie beoordeeld of deze in eerdere onderzoeken (1992– 2014) reeds is onderzocht en, indien van toepassing, als niet verontreinigd of gesaneerd is afgemeld. Het onderzoek kenmerkt zich door een duidelijke koppeling tussen historische activiteiten, specifieke locaties op het terrein en de resultaten van eerdere bodemonderzoeken. Hierdoor ontstaat een overzichtelijk beeld van de locaties waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden en van de mate waarin deze eerder zijn onderzocht of afgedekt door eerdere saneringen. Reeeds te bepalen aandachtspunten en conclusies; 1.
De opzet van het onderzoek is sterk brongericht, waarbij potentiële verontreinigingen primair worden gekoppeld aan specifieke installaties of activiteiten.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
25
2.
De centrale is tegelijk in een bijbehorend onderzoek verder onderzocht. (naar aanleiding van onderzoeken 2008, 2011 en 2012). Hier zijn nieuwe vervuilingen naar boven gekomen. Zo zijn er o.a. tijdens de asbestinventarisatie van Demolis, door destructief onderzoek, ook nieuwe spots gevonden. Zie met name onderzoek van 2012. (bron 22)
3.
Onderzoek werd bemoeilijkt en beperkt door obstakels in de grond waaronder funderingen en omvangrijk puin.
4.
Het geheel heeft geleid tot de lijst in het onderzoek van 2014 zie hieronder. Deellocatie
Hypothese nummer
Onderzoeks nummer
Niet verontreinigd
DL 5
5.1
(H5-1) VEP
Niet verontreinigd
DL 6
6.1
(H6-1) VEP
Chloor
Niet verontreinigd
DL 7
7.3
(H7-3) VEP
Treinrangeerterrein
Zware metalen; PAK
Niet verontreinigd
DL 4
4.1
NVT
B5
HBO-1 opslagtank
Min. olie; BTEX
Niet verontreinigd
DL 2
2.3
(H2-3) VEP
B6
Sintelpark 2
Zware metalen; PAK
Niet verontreinigd
DL 2
2.1
VED-HE 2
Code
Beschrijving locatie
Verdachte parameters
Status
B1
Benzinestation
Min. olie; BTEX
B2
HBO-1 opslagtank
Min. olie; BTEX
B3
Chlooropslag
B4
B7/B8
Trimstation 3
Min. olie; BTEX
Niet verontreinigd
DL 1
1.2
VED-HE 1/ (H1-2) VEP
B8
Zware stookolie lekkage
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 1
1.2
VED-HE 1/ (H1-2) VEP
B9-1
Asbestdepot (olietank B)
Asbest
Verontreinigd
DL 1
1.3
NVT
B9-2
Asbestdepot (neutralisatiebassin)
Asbest
Niet of onv. onderzocht
DL 2
2.7
(H2-7) VEP
B9-3
Asbestdepot (1992)
Asbest
Verontreinigd
DL 1
1.3
NVT
B10
Trimstation 1 & 2
Min. olie; BTEX
Niet verontreinigd
DL 1
1.2
VED-HE 1/ (H1-2) VEP
B11
Zware stookolie lekkage
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 1
1.2
VED-HE 1/ (H1-2) VEP
B12
Sintelpark 1
Zware metalen; PAK
Niet verontreinigd
DL 1
1.1
VED-HE 1
B13
Leidingbrug bio-olie/stookolie
Min. olie
Niet of onv. onderzocht
DL 1
1.2
VED-HE 1/ (H1-2) VEP
B14
Dieselverontreiniging rookgaskanalen
Min. olie; BTEX
Niet verontreinigd
DL 3
3.4
(H3-4) VEP
B15-01
Werkplaats knipschaar
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.7
ONB 3
B15-02
Traject dieseltrein
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.7
ONB 3
B15-03
Nooddiesel HC1-4
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.8A/ 3.15
(H3-8A) VEP/ ONB 3
B15-04
Olieset HC1
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.11
ONB 3
B15-05
Olieset HC2
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.11
ONB 3
B15-06
Olieset HC3
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.15
ONB 3
B15-07
Olieset HC4
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.15
ONB 3
B15-08
Olievoorwarmer HC50
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.19
ONB 3
B15-09
Oliekoeler HC50
Asbest
Verontreinigd/verdacht
DL 3
3.19
ONB 3
B15-10
Lekolietank HC50
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.20
ONB 3
B15-11
Olietank TVP HC50
Min. olie
Verontreinigd
DL 3
3.19
ONB 3
B15-12
Olietank 30%-pomp HC50
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.20
ONB 3
B15-13
Olielekkage stoomturbinelager
Min. olie
Verontreinigd
DL 3
3.20
ONB 3
B15-14
Trafo-oliekoelers HC50
Min. olie
Verontreinigd
DL 3
3.17
(H3-17) VEP
B15-15
Gasturbine HC52
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.19
ONB 3
B15-16
Gasturbine HC53
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.19
ONB 3
B15-17
Olieset HC60 incidenten
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.23
ONB 3
B15-18
Statorkoelwaterpomp HC60
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.24
ONB 3
B15-19
Lekkage regelolie HC60
Min. olie
Verontreinigd
DL 3
3.24
ONB 3
B15-20
Hydraulicset ketelveiligheden
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.23
ONB 3
B15-21
Gasturbine HC62
Min. olie
Niet verontreinigd
DL 3
3.23
ONB 3
B16
BGG ketelhuis HC3-4
Asbest
Niet verontreinigd
DL 3
3.11
ONB 3
B17
BGG ketelhuis HC1-2
Asbest
Verontreinigd
DL 3
3.11
ONB 3
B18
Loogtank
Zuurgraad
Niet verontreinigd
DL 3
3.1
(H3-1) VEP
B19
Chloorbleekloog
Zuurgraad
Niet verontreinigd
DL 5
5.3
(H5-3) VEP
B20
Kolenpark
Zware metalen; PAK
Niet verontreinigd
DL 1
1.1
VED HE 1
B21
Lageroliekoelers HC60
Min. olie; BTEX
Verontreinigd
DL 3
3.24
ONB 3
B22
Trafo’s HC3/4
PCB
Verontreinigd
DL 3-5
3.12-5.2
(H3-12) VEP/ (H5-2) VEP
B23
Condensatievloer onverhard
Asbest
Verontreinigd
DL 3
3.15
ONB 3
B23-1
Condensorvloer 1 boorpunt
Min. olie
Verontreinigd
DL 3
3.15
ONB 3
B24
Condensatievloer verhard
Asbest
Verontreinigd
DL 3
3.15
ONB 3
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
26
Tek: inventarisatie bodem royal haskoning 2014 (bron25)
In het vervolg van dit historisch onderzoek (15 april 2026) wordt gekeken of deze weergave van de situatie/ conclusie overeenkomt met het toekomstig gebruik, de hedendaagse parameters en onderzoek verplichtingen. Daarom is in de tabel hierboven achter de verschillende B-locatie meteen aangegeven op welke wijze deze in het vervolg onderzoek opgenomen is. (welke deellocatie, welk hypothese en welk vervolg onderzoek) 5.5 Saneringsplan op hoofdlijnen 2015 (Royal Haskoning) (bron 29) Het saneringsplan is als vervolg opgesteld op het rapport van 2014 zie hiervoor. Ze sluiten zich aan bij de bevindingen in dat rapport waarbij een deel als niet verontreinigd wordt geacht. Vervolgens maken ze een onderscheidt tussen verontreinigingen welke boven de interventie waarden liggen en verontreinigingen welke eronder liggen ofwel in de kwalificatie “industrie” liggen. Saneringsdoelstelling nieuwe verontreinigingen Voor de in de antropogene bodemlaag aanwezige nieuwe bodemverontreinigingen wordt aangesloten bij de Wet milieubeheer/Omgevingswet die voorschrijft dat nieuwe verontreiniging volledig moeten worden weggenomen tot een niveau zoals dit voor het incident het geval was. (Bron 29) Saneringsdoelstelling historische verontreinigingen, antropogene bodemlaag (0,0 – 1,0 m-mv) Het voldoen aan de interventiewaarde is daarmee het primaire doel van de bodemsanering.
Met deze terug saneerwaarde wordt voldaan aan artikel 38 van de Wet bodembescherming aangezien: Om het gebruik van de bodem duurzaam mogelijk te maken (Besluit Bodemkwaliteit) zal in aanvulling op de primaire doelstelling worden gestreefd (intentie) naar het wegnemen van de verontreinigingen tot het niveau gerelateerd aan het gebruik van de locatie (klasse industrie) (Bron 29) Saneringsdoelstelling historische verontreinigingen, ondergrond en grondwater (> 1,0 meter) Voor in de ondergrond en het grondwater aanwezige historische bodemverontreiniging geldt eveneens dat wordt aangesloten bij de Wet bodembescherming. Dit betekent concreet dat eventueel aanwezige risico’s (humaan, ecologisch en/of verspreiding) worden weggenomen. Gelet op de saneringsdoelstelling als beschreven in de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat reeds wordt voorzien in het wegnemen van contactmogelijkheden met verontreinigingen en daarmee het wegnemen van humane risico’s. Ecologische en/of verspreidingsrisico’s zijn gelet op het gebruik van de locatie en de vastgestelde P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
27
verontreinigingssituatie niet aan de orde. Een nadere uitwerking daarvan zal in een plan van aanpak/uitvoeringsplan van de aannemer/milieukundige begeleiding worden opgenomen. (Bron 29) Hier de lijst met vervuilingen die vanuit de inventarisatie 2014 in het saneringsplan zijn gekomen en zodoende ook tijdens de sloop zijn gesaneerd. Locatie code
Omschrijving
B9-1
2014.108 t/m Asbestdepot tankenpark 2014.112
Boorlocaties
Type verontreiniging
Referentie rapport
Diepte (m- Volume Grond/grond Oppervlak (m2) mv) (m3) water Max gemeten conc
Toetsing
Te saneren binnen sloopproject
Asbest
2014
1000
Asbest (2452)
> interventiewaarde
Toplaag, ondergrond isoleren
0.0-2.0
2000
Grond
Onbeke nd Grond
B13
Leidingbrug
--
Min. olie
2009
B15-06 B15-16 B15-11
HC3 Olieset HC53 Gasturbine Olietank TVP HC50
2014.403 2014.408 2014.407
Min. olie Min. olie Min. olie
2014 2014 2014
100
0.2-1.5 0.1-0.5 0.1-1.0
90
Grond Grond Grond
Min olie (580) Min olie (660) Min olie (2800)
> klasse industrie > klasse industrie > interventiewaarde
Ja Ja
B15-13 B15-14 B15-19
Olielkkage stoomturbine Trafo-oliekoelers Lekkage regelolie
2014.416 2014.417 2014.414
Min. olie Min. olie Min. olie
2014 2014 2014
100 100 100
0.1-1.5 0.1-3.4 0.1-1.1
150 340 100
Grond Grond Grond
Min olie (7870) Min olie (6300) Min olie (8800)
> interventiewaarde > interventiewaarde > interventiewaarde
Ja Ja Ja
B21 B22 B23-1
Lageroliekelders HC60 Trafo's HC3 en HC4 Condensor vloer HC12-07 Diversen
Min. olie PCB Min. olie
2014 2011/2012 2012
20 800 75
0.1-1.1 0.0-1.0 0.0-1.3
20 800 100
Grond Grond Grond
Min olie (40)
> interventiewaarde
Min olie (580)
> interventiewaarde
Ja Ja Ja
B23 B23-3 B23-2 B14-1 B26 B7
Condensor vloer
Asbest Min. olie Min. olie Gehl. koolwaterstoffen Gehl. koolwaterstoffen Tolueen
2012 2014 2014 2012 2012 2012
1975 25 25 100 100 100
1.5-2.0 / 0.5-1.5 0.0-0.8 0.0-0.5
1425 20 15
1.5-3.0
150
Grond Asbest (1900) Grond Min olie (700) Grond Min olie (290) Grondwater Grondwater Grondwater
> interventiewaarde > klasse industrie > klasse industrie < interventiewaarde < interventiewaarde > interventiewaarde
Rookgaskanalen Slingerput HC3 Trimstation 3
Diversen 108 102 141 233 1002
Toplaag, ondergrond isoleren
Ja
Tevens is een overzicht beschikbaar van verontreinigingen die, vanwege gehalten onder de interventiewaarde, niet voor sanering in aanmerking zijn gekomen. Dit overzicht wordt verder bekeken in het historisch verloop en waar nodig betrokken bij de onderzoeksopzet, met als doel inzicht te verkrijgen in de huidige situatie, de omvang van verhoogde gehalten en de mogelijke risico’s in relatie tot het toekomstige gebruik, alsmede de eventueel benodigde maatregelen in het kader van het functie gereed maken van de bodem; Code 2012
Beschrijving locatie
Verdachte parameters
Relevante documenten
Status
B4 B14-1 B15-01 B15-07
Treinrangeerterrein (grondwater) Rookgaskanalen lokale spot Werkplaats knipschaar HC4 oliest
Arseen Gechloreerde koolwaterstoffen Min. olie Min. olie
7 7 19 19
Verontreiniging grondwater Verontreiniging grondwater > klasse industrie < klasse industrie
B15-08 B15-10 B15-16 B15-21
HC50 Olievoorwarmset HC50 Lekolietank HC53 Gasturbine HC62 Gasturbine
Min. olie Min. olie Min. olie Min. olie
19 19 19 19
< klasse industrie < klasse industrie < klasse industrie < klasse industrie
B22 B23 B23/24 B23-2 B23-3
PCB verontreiniging buitendepot HC1/2 onverharde deel condensateloop HC1/2 onverharde deel HC1/2 Condensatieloper - individuele spot Condensatieloper - individuele spot
PCB Barium Kwik, PCB, min. olie Min. olie Min. olie
16 14 14 9 9
< klasse industrie Verontreiniging grondwater < klasse industrie < tussengrenswaarde > tussengrenswaarde
B26
Singerput HC3
Gechloreerde koolwaterstoffen
7
Verontreiniging grondwater
5.6 Evaluatie sanering eind 2016 – mei 2019 (8-11-2020 Spectrum/ bron 35) Dit is het evaluatie rapport van de sanering tijdens en na de sloop. Deze saneringen zijn gebeurd aan de hand van de opnames, conclusies en additionele onderzoeken door Spectrum. Ze gaan in op de locaties zoals benoemd in het rapport van 2014 welke nog aangegeven waren als “verontreinigd” en in later onderzoek of latere saneringen niet als zodanig afgemeld konden worden.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
28
Tabel vanuit samenvatting evaluatie rapport HSE Spectrum.
Aanvulgrond De saneringen zijn niet meteen na de saneringen aangevuld. Het terrein is na volledige sloop opgehoogd/ vlak getrokken, waarbij totaal 70.950 m3 grond en zand is toegepast. Deze toepassingen zijn middels meldingen bodemkwaliteit aangemeld. Voor een verdeling hiervan zie bijlage. (bron 46) Evaluatie Bij de saneringen, die overeenkomstig het raamsaneringsplan zijn uitgevoerd, is conform dit onderzoek het saneringsresultaat bereikt. In alle gevallen wordt in dit onderzoek voldaan aan de achtergrondwaarde. Voor een drietal locaties, waar geen nader onderzoek had plaatsgevonden vooruitlopende de saneringen en de omvang onbekend was, zijn in dit onderzoek geen verontreinigingen aangetroffen bij een nader onderzoek. Op een drietal locaties, alwaar sprake zou zijn van een grondwaterverontreiniging, is deze niet meer aangetroffen. Hier een overzicht van de locaties en de beschrijving van het bereikte saneringsdoel en hoe deze opgenomen zijn in dit historisch onderzoek (15 april 2026) middels deellocatie en hypothese nummer. > interventiewaarde
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
29
Locatie code
Omschrijving
Deellocatie
Hypothese Gesaneerd nummer 2020
Opmerking
B9-1
Asbestdepot tankenpark
DL 1
1.3
Ja
Volledig
B13
Leidingbrug
DL 1
1.2
Nee
Geen vervuiling gevonden in nader onderozke/ rapport 2018
B15-06 HC3 Olieset B15-16 HC53 Gasturbine B15- 09 Oliekoeler
DL 3 DL 3 DL 3
3.15 3.19 3.19
Ja Ja Ja
Uit de resultaten blijkt dat de putbodem en de schuine wanden geen olie bevatten Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde Sanering meegegaan met sanering PCB
B15-11 B15-13 B15-14 B15-19 B21
Olietank TVP HC50 Olielkkage stoomturbine Trafo-oliekoelers Lekkage regelolie Lageroliekelders HC60
DL 3 DL 3 DL 3 DL 3 DL 3
3.19 3.20 3.17 3.24 3.24
Ja Ja Ja Ja Ja
Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde Tevens meteen 15-08 meegenomen Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde
B22 B23-1
Trafo's HC3 en HC4 Condensor vloer HC12-07
DL 3 DL 3
3.12-5.2 3.15
Ja Ja
Gesaneerd tot onder de 0,007 ofwel onder achtergrondwaarde. Grondwater niks aangetroffen Gesaneerd tot <35 ofwel onder achtergrondwaarde
B23/24
Condensor vloer
DL 3
3.15
Ja
Zowel asbest gesaneerd naar achtergrond waarde
B23-3
Condensor vloer
DL 3
3.15
Ja
Zowel asbest en olie gesaneerd naar achtergrond waarde
B23-2
Condensor vloer
DL 3
3.15
Ja
Zowel asbest en olie gesaneerd naar achtergrond waarde
B14-1
Rookgaskanalen
DL 3
3.4
Nee
Nader onderzocht onder de tussenwaarde geen verdere actie noodzakelijk
B26
Slingerput HC3
DL 5
5.2
Nee
Nader onderzocht geen verhoogde gehalten waargenomen
B7
Trimstation 3
DL 1
1.2
Nee
Nader onderzocht geen verhoogde gehalten waargenomen
Deellocatie DL 4 DL 3 DL 3 DL 3 DL 3 DL 3 DL 3 DL 3 DL 5 DL 3 DL 3 DL 3 DL 3 DL 5
Hypothese nummer 4.3 3.4 3.7 3.15 3.15 3.20 3.19 3.23 3.12/5.2 3.15 3.15 3.15 3.15 5.2
< interventiewaarde Code B4 B14-1 B15-01 B15-07 B15-08 B15-10 B15-16 B15-21 B22 B23 B23/24 B23-2 B23-3 B26
Beschrijving locatie Treinrangeerterrein (grondwater) Rookgaskanalen lokale spot Werkplaats knipschaar HC4 oliest HC50 Olievoorwarmset HC50 Lekolietank HC53 Gasturbine HC62 Gasturbine PCB verontreiniging buitendepot HC1/2 onverharde deel condensateloop HC1/2 onverharde deel HC1/2 Condensatieloper - individuele spot Condensatieloper - individuele spot Singerput HC3
Gesaneerd Onbekend Nee Nee Nee ja ja ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Onbekend
Opmerking Onbekend Wel grondverzet voor sloop Nader onderzoek onder achtergrondwaarde Nader onderzoek onder achtergrondwaarde Meegesaneerd met 15-18 Meegesaneerd met 15-13 en 15-14 Meegegeaan in sanering Nader onderzoek onder achtergrondwaarde Niet geverifieerd Niet geverifieerd Niet geverifieerd Mee gegaan in sanering Mee gegaan in sanering Onbekend
5.7 PCB en Minerale olie sanering deelgebied 4 en 7 Mateboer In 2024 is een bodemsanering uitgevoerd door Mateboer Milieutechniek. Uit het evaluatierapport van de sanering (Haskoning, referentie BJ5890-101-100-RHD-RP-0001, d.d. 10-02-2026) wordt geconcludeerd dat; o
De verontreiniging met PCB in de grond is ontgraven en afgevoerd naar een erkend verwerker.
o
De verontreiniging is echter nog niet geheel verwijderd, o
ten westen van de ontgraving is een (additionele) verontreiniging met PCB achtergebleven. (DL2) Zie roze lijn in tekening volgende pagina.
o
Ten oosten in de uitspanning is de ontgraving niet verder doorgezet vanwege de aanwezigheid van een monumentale boom. (ook niet verder afgeperkt)
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
30
o
In de overige richtingen is de ontrgaving gestopt nadat de verontreiniging was afgeperkt op klasse industrie.
o
De aanwezigheid van de primaire waterkering en een monumentale boom is aan de andere 2 zijden reden geweest om zeer lokaal een gehalte boven de bodemfunctieklasse ‘wonen’ of ‘industrie’ niet te ontgraven. DL4 en DL7.
o
Uit de saneringsgegevens van Mateboer (2024) RHDHV (2026) blijkt dat de leeflaag op DL4 en 7 varieert: in het grootste deel van het deelgebied bedraagt de saneringsdiepte 1,5 m-mv waarbij de contactzone voorgesorteerd is om te voldoen aan klasse wonen (dient vastgesteld te worden middels verder onderzoek en (risico)- analyses). Op lokale plekken — met name nabij het dijklichaam en de monumentale boom — is de saneringsdiepte geringer (plaatselijk tot circa 1,0 m-mv), waarbij klasse industrie tot sterk verontreinigd is aangetroffen. Het evaluatierapport van de PCB-sanering is door Engie op 13 oktober 2025 ingetrokken; de sanering is daarmee formeel niet afgemeld bij het bevoegd gezag. De verticale contour onder 1,5 m-mv is nog niet vastgesteld."
Daar waar binnen de gerealiseerde ontgraving sprake is van restverontreiniging (> woonklasse waarde) in de bodem is sprake van beperkingen in het gebruik (zie de blauwe, gele, rode en oranje gebieden als weergegeven in onderstaande figuur).
Aangezien niet de gehele verontreiniging met PCB’s is gesaneerd., is door een verdere kartering t.o.v. ontgravingscontour volgens RHDHV naar voren dat er een 2e pcb spot in DL 2 lijkt te zitten. (binnen de roze lijn) Nader onderzoek moet uitwijzen of dit ook een spot is of dat deze zich breder manifesteert.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
31
De historische oorzaak is niet direct te achterhalen. Deze dient verder te worden onderzocht. De samenhang van deze spot en de in 2025 door Hopman Peters geconstateerde bredere pcb verhoogde waarden over het gehele terrein is ook niet direct te leggen al zou hier middels grondverzet een mogelijk verband kunnen liggen. Verder dient onderzocht te worden;
•
of de leeflaag ook afdoende het risico wegneemt voor wonen.
•
of er naast pcb nog minerale oliën als verhoogde waarden aanwezig zijn.
•
een volledige afperking van de pcb zowel horizontaal als ook verticaal.
Deze onderzoeksvragen zijn vertaald in hypotheses en vormen de basis voor de onderzoeksopzet. In dit kader dienen er boringen op verschillende diepten te worden uitgevoerd en per bodemlaag bemonsterd en geanalyseerd, waaronder expliciet de leeflaag. Daarnaast worden aanvullende parameters onderzocht en wordt de verontreiniging zowel horizontaal als verticaal nader afgeperkt om de omvang en spreiding volledig in beeld te brengen. (zie 4.3 en in de onderzoeksopzet H 4-3.) Bij het mogelijk laten zitten van vervuiling dient afdoende informatie te worden verkregen om een goede risico beoordeling uit te kunnen voeren. 5.8 Additionele informatie Naast de bovengenoemde bodemonderzoeken is er gekeken naar additionele informatie om meer context en informatie te krijgen over het functioneren van de installatie, de opzet van het gebouw en de sloop en sanering die is uitgevoerd. Hieronder een korte opsomming van enkele zaken die inhoudelijk meegewogen hebben in het bepalen van de status van de grond; Hinderwet vergunningen (Bron 1 tm 12); Additionele informatie die van belang is; Voor de hulpketels en noodinstallaties werd H.B.O. (lichte stookolie) toegepast. Daarnaast was op het terrein een benzinepompinstallatie met ondergrondse tank aanwezig. Voor de opslag van olie golden vergunningvoorwaarden waarbij: -
tanks moesten zijn geplaatst binnen een vloeistofdichte omwalling;
-
de opvangcapaciteit minimaal de inhoud van de grootste tank moest kunnen bevatten;
-
laad- en losplaatsen vloeistofdicht moesten zijn uitgevoerd;
-
onder aansluitpunten lekbakken aanwezig moesten zijn.
Uit de hinderwetvergunningen blijkt dat binnen de inrichting verschillende stoffen zijn toegepast die vanuit milieuhygiënisch oogpunt relevant zijn voor de bodemkwaliteit. De belangrijkste bodembedreigende stoffen betreffen: -
zware stookolie en lichte olieproducten (DL 2 en 3)
-
benzine (tankinstallatie bij entree DL 5)
-
chloor (koelwaterinstallatie DL 3,5,7)
-
zuren en basen (zoutzuur en natronloog DL 2)
-
beitsvloeistoffen met opgeloste metalen (voor reinigen stoom ketels)
-
blusschuimen (mogelijk PFAS-houdend)
Daarnaast waren op het terrein diverse installaties aanwezig waarbij lekkage van olieproducten kon optreden, zoals tankopslag, leidingtracés en transformatorinstallaties. De Chloor installatie is historisch beperkt onderzocht. Conclusie; toevoegen aan het vervolgonderzoek;
•
Zware stookolie: vanadium wordt toegevoegd voor onderzoek rondom Trimstations.
•
Chloride rond de chloor opslag in de uitspanning (DL 7), rond de chloortank binnen de centrale (DL 3 en 5) en rondom de neutralisatie bassins (DL 2).
Asbest en sloop onderzoeken; Conclusie; toevoegen aan de vervolgonderzoeken;
•
Extra asbest onderzoek bovenlaag.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
32
•
Extra slakkenwol onderzoek bovenlaag
•
Mogelijk is PCB houdende kit of stopverf is toegepast in de gebouwen of dat Cr(VI) houdende verf op de staalconstructie of toepassingen zijn gebruikt.
Tekeningen en foto’s Additionele informatie van belang/ toevoegen van de volgende potentiële bronnen; -
Leiding verloop HBO tank DL 1,2,3 en 4. (1.4/ 2.3/ 3.26/ 4.2)
-
Trafo en hoogspanningsstation DL 2 (2.2)
-
Trimstation lichte olie DL 2 (2.5)
-
Propaantank DL 2 (2.6)
-
Smeerput DL 3 (3.6)
-
Trafo sets DL 3 sector 22/23 (3.8B/ 3.9/ 3.10)
-
Trafo sets DL 3 sector 24/25 (3.12/ 3.13/ 3.14)
-
Trafo sets DL 3 sector 26 (3.17/ 3.18)
-
Trafo sets DL 3 sector 27 (3.22)
-
Noodstroomaggregaat DL 3 sector 22/23 (3.8 A)
-
Diesel tank noodstroom aggregaat DL 5 (5.7)
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
33
6. VERKENNEND ONDERZOEK HOPMAN EN PETERS Op aanvraag van opdrachtgever is door ons een eerste verkennend bodemonderzoek gedaan om een goed beeld te krijgen van de huidige status van het gebied in het kader van de geplande functiewijziging. Door de omvangrijke geschiedenis, de visuele inspectie en de reeds gedane saneringen is gekozen om een update te krijgen van de huidige stand van het gehele terrein. De verwachting was niet een nieuw verdacht terrein, maar van een bevestiging en het afronden van de saneringshistorie in relatie tot de nieuwe gebruiksfunctie. 6.1 Verkennend onderzoek De onderzoeksopzet is opgesteld conform de werkwijze zoals beschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. Voor de locatie is gekozen voor de onderzoeksstrategie: VED-HE – Verdachte locatie, diffusie bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (volgens paragraaf 5.6 van de NEN 5740). Deellocatie 1: Hoofdterrein IJsselcentrale Op basis van een onderzoeksoppervlakte van 135.000 m2 is de onderzoeksopzet als volgt uitgewerkt: Veldwerk:
•
Het verrichten van 131 grondboringen tot 0,5 m-mv in de verdachte laag.
•
Het verrichten van 29 grondboringen tot 2,0 m-mv of tot het niveau van het grondwater.
•
Het verrichten van 15 grondboringen tot 1,5 meter in het freatisch grondwater welke afgewerkt zijn tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit.
Analyses:
•
37 Grond(meng)monsters van de meest verdachte laag op het standaardpakket grond¹, inclusief organische stof en lutum.
•
15 Grondwatermonsters op het standaardpakket grondwater².
_________________________________ 1
standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie.
² standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie. Deellocatie 2: PCB-zone Schaardijk Op basis van een onderzoeksoppervlakte van 7.860 m2 is de onderzoeksopzet als volgt uitgewerkt: Veldwerk:
•
Het verrichten van 17 grondboringen tot 0,5 m-mv in de verdachte laag.
•
Het verrichten van 6 grondboringen tot 2,0 m-mv of tot het niveau van het grondwater*.
*ter plaatse van deellocatie 1 zijn al diverse peilbuizen geplaatst, hierdoor zullen op deellocatie 2 de peilbuizen worden vervangen voor 2,0 meter, tevens het feit dat het om een actualiserend onderzoek gaat. Analyses:
•
8 Grondmengmonsters van de meest verdachte laag op het standaardpakket grond¹, inclusief organische stof en lutum.
_________________________________ 1
standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
34
² standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie. Afperkend onderzoek (volgens NTA 5755) Ten behoeve van de afperking van eerder vastgestelde verontreinigingen is aanvullend veldwerk uitgevoerd volgens de methodiek van de NTA 5755. Hierbij zijn deelmonsters genomen voor nadere analyse van specifieke stoffen op twee locaties: Boring
Deelmonsters Veldwerkzaamheden
Analyse
Boring tot 2,0 m -mv
Analyses grond
Boring 125 201 t/m 209
9x
24x lood en nikkel incl. lutum en organische stof
Boring 79
15x
30x PCB incl. lutum en organische stof
301 t/m 315
Hypothese Op basis van de beschikbare informatie uit het historisch onderzoek en eerdere bodemonderzoeken wordt de locatie als verdacht beschouwd ten aanzien van bodemverontreiniging met onder andere PCB’s, zware metalen, PAK’s en minerale olie. Conclusie verkennend onderzoek Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt de onderzoekslocatie als verdacht beoordeeld in de zin van de NEN 5740. Deze hypothese is bevestigd: op meerdere locaties zijn gehalten boven de achtergrondwaarden vastgesteld, en op drie locaties zijn interventiewaarden overschreden. Daarmee valt een deel van de locatie onder het toepassingsgebied van een milieubelastende activiteit bodem volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder de Omgevingswet. Er zijn geen aanwijzingen voor recente bodem verontreinigende activiteiten. Eerdere saneringen hebben geleid tot een aanzienlijke verbetering van de bodemkwaliteit, maar er is nog steeds sprake van restverontreiniging of verspreiding binnen de bodemlagen. Op het grootste deel van het terrein lijkt sprake van bodemkwaliteit in de klasse industriegrond: verhoogde gehalten van voornamelijk PCB boven de achtergrondwaarde maar onder de interventiewaarde. Op drie locaties zijn gehalten boven de interventiewaarde vastgesteld: boring B125 (nikkel en lood), boring B79 (PCB), en boring 06 van MM33 (PCB).
Bij MM 20 is een zwaar verhoogde waarde koper waargenomen. 6.2 Verkennend onderzoek uitspanning Door Reales Projecten 4 BV is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie IJsselcentraleweg 6 Zwolle ofwel de uitspanning. Daar is in de onderzoeksopzet asbest meteen aan toegevoegd als extra onderzoek parameter. De oppervlakte van de onderzoek locatie bedraagt circa 12.688 m2. In verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel zodat kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is voor het huidige en/of toekomstige gebruik of dat mogelijk een bedreiging voor de volksgezondheid kan optreden. Het veldwerk is conform de SIKB-protocollen 2001, 2002 en 2018 uitgevoerd. De onderzoeksresultaten kunnen als volgt puntsgewijs worden samengevat:
•
Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens is de locatie als verdacht aangemerkt en als zodanig onderzocht conform paragraaf 5.6 (VED-HE) van de NEN 5740 en paragraaf 6.4.5 van de NEN 5707.
•
Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond afwijkingen gevonden die wijzen op het voorkomen van een potentiële verontreiniging in de bodem van de onderzoekslocatie.
•
Zintuiglijk is er geen asbest aangetoond.
•
In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten aan PCB, minerale olie en PAK vastgesteld. Tevens zijn er in de monsters van de bovengrond van boringen 15 en 16 sterk verhoogde gehalte aan PCB aangetoond boven de interventiewaarde.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
35
•
In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) is analytisch een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetoond.
•
In de grond (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond.
•
In het grondwatermonster zijn licht verhoogde concentraties aan barium, nikkel, molybdeen en dichlooretheen vastgesteld.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
36
7. DEELLOCATIES De locatie is gedurende meerdere decennia in gebruik geweest als energiecentrale. Binnen dit gebruik waren onder meer aanwezig: kolenaanvoer via spoor en haven, opslag en overslag van brandstoffen, olieen smeersystemen, koelwaterinlaat en -uitlaat en interne transportstromen. Het gebruik was terreinbreed en diffuus van aard. Opslagposities, installaties en logistieke routes zijn in de loop der tijd gewijzigd. Hierdoor is geen sprake van één statische bronlocatie, maar van een historisch gegroeid industrieterrein met gefaseerde activiteiten. 7.1 Opdeling deellocaties Op basis van het historisch onderzoek, het actualiserend bodemonderzoek en de vastgestelde verschillen in historisch gebruik, saneringsgeschiedenis en bodemopbouw is het plangebied opgedeeld in afzonderlijke deellocaties. Deze indeling vormt de basis voor de gebied specifieke onderzoeksopzet van het aanvullend bodemonderzoek. De omvang van de locatie dwingt tot een meer gedetailleerde aanpak en overzichtelijk onderzoek.
5 3 1 7 2
Locaties
6
Deellocatie 1 Deellocatie 2 Deellocatie 3
4
Deellocatie 4 Deellocatie 5 Deellocatie 6 Deellocatie 7
Locatie
Historie
Oppervlakte
Deellocatie 1
Kolen- en oliepark
35672 m²
Deellocatie 2
Zuurpark, einde spoorbaan en lichte oliepark
9408 m²
Deellocatie 3
Voormalige centrale
37655 m²
Deellocatie 4
Voormalige PCB-verontreiniging/ brandweerpost
8644 m²
Deellocatie 5
Oostelijk deel naast de fabriek
31652 m²
Deellocatie 6
Toegangsgebouw en achterliggend gebied
7237 m²
Deellocatie 7
De uitspanning
15567 m²
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
37
7.2 Deellocatie 1 – Kolen en Oliepark Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als Deellocatie 1 omvat het terrein tussen de dijk en de voormalige centrale. Historisch is dit gebied gebruikt als kolenopslag (eenheden HC1 t/m HC4, tot circa 1970). In de periode 1970–1975 is de centrale gefaseerd omgebouwd van kolen naar stookolie en aardgas. In dit kader zijn het kolen- en sintelpark en de bijbehorende kraanbanen en transportbanden verwijderd en is ter plaatse een olieopslagpark aangelegd met een omvangrijke fysieke vloeistof kerende aarde omwalling (bron 12), bestaande uit acht olietanks. De olietanks zijn in 2009 gesloopt. (tanks/ trimstation en leidingen) De rest is meegegaan in de sloop van de centrale. 2016- 2019. Huidige activiteiten Dit gebied is op dit moment ingericht als grasland. Toekomstige activiteiten Toekomstige activiteit; wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal. Het overige terrein wordt ingevuld als parkachtig landschap/ openbaar terrein met daarin de ontsluitingswegen. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr. 1.1
1.2
Risico bron
1992: Kolen en sintelopslag (1) Vervangen voor Olie opslag en andere fucnties Grond zwaar geroerd met name voor aanleg 2014: Sintelpark (B12) vloeistof dichte constructie voor olie tanks. 2014: Kolenpark (B20) 1992: Zware olietanks/ trimstation (7) Opslag stond op vloeistof dichte vloer 2007: Tankenpark olieopslag 1 2007: Tankenpark verpompen 2 2007: bovengrondse leidingen olie 2014 Leidingbrug bio olie/ stookolie (B13) 2014: Trimstation en lekkage stookolie (B7-B8)
1.3
1.4
Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden
Mobiliteit
PAK/ Zware metalen
bovenlaag
(0-0,5 m-mv)
Laag
Nee
Min olie/ BTEX/EOCI/ Zware metalen/ Vanadium
tot en met grondwater
(0-3 m-mv)
Matig
Nee
Asbest
Puinstort
(0-2 m-mv)
Zeer laag
Deze leiding liep ook door deellocatie 1 heen
Nee
Min olien
Bovenlaag
(0-2 m-mv)
Matig
Nee
Zware metalen
bovengrond
(0-1 m-mv)
laag
Nee
Stadaard pakket
bovengrond
(0-2,5 m-mv)
Matig
(0-2 m-mv)
Martig
(0-2 m-mv)
Hoog
0 - 0,5m-mv
Hoog
Vaak onderzocht Voornamelijk gebruikt als backup voor gasturbines/ gebruik minimaal Bij trimstation wel EOCI en BTEX aangetroffen, latere onderzoeken niet meer aanwezig
1.5
2025HP: Zware metalen
Historisch niet te koppelen aan bron, tevens beperkte diepte
1.6
Bodem onder asbestsanering/ bredere ontrgraving
Heden is meer ontgraven dan de asbest sanering aangeeft. Verifieren waarom
1.7
PCB afperking
1.8
2007: Brandinstallatie
Geen incidenten of trainingen bekend
Alg: Grondverzet
Vlakgetrokken na sloop (diffuus en heterogeen van aart)
1.9
Verwachte laag
Nee
2014: Trimstation 1 en 2 zware stookolie lekkage (B10-11) Volledig gesaneerd tot 2m-mv met afkadering 1992: Asbestdeponie (6) door wand en bodem keuringen 2014: Asbestdepot tankenpark (B9-1) 2014: Asbestdepot tankenpark (B9-3) Tekening: Leiding verloop HBO tank
Bron Type vervuiling nog aanwezig
Nee
PCB/ Min olie
Nee
PFAS
Nee
PCB/ PFAS/ Chroom VI PCB/ PFAS/ Chroom VI
tot aan grondwater tot aan grondwater Bovenlaag Bovenlaag
0 - 1m-mv
Hoog
Asbest
Bovenlaag
0 - 0,5m-mv
Zeer laag
Slakkenwol
bovenlaag
0 - 0,5 m-mv
Zeer laag
Interventiewaarden overschrijding: Voor zware metalen (nikkel en lood) is binnen deze deellocatie ter plaatse van één meetpunt (boring B125, Hopman Peters/ bron 43) een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. In de overige onderzochte monsters en beschikbare historische data zijn er op dit moment vooralsnog geen overschrijdingen van de interventiewaarden vastgesteld en of bekend die heden nog aanwezig zijn. Witte vlekken: Binnen deellocatie 1 zijn het tracé van de HBO-I leidingen en de aanwezigheid van asbest en PFAS in de bovengrond nog niet onderzochte elementen en worden daarom als witte vlek aangemerkt.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
38
1.1 Kolen en Sintelopslag De kolen en sintelopslag staat op tekening van 1955 (bron T4) en wordt benoemd in het onderzoek van 1992 (bron 13). In dat onderzoek worden in de boringen 2.20, 2.21, 2.22 en 2.23 in de bovenstelaag incidenteel wat kolengruis aangetroffen. Zowel zintuiglijk als chemisch analytisch wordt in de vaste bodem voor de onderzochte parameters geen verontreiniging aangetoond voor deze parameters. In 2009 (bron 19) zijn door Royal haskoning diverse peilbuizen gezet welke ook zintuigelijk beoordeeld zijn. Ook daar zijn geen verhoogde waarden aan PAK of zware metalen aangetroffen. In 2025 wordt hier door Hopman Peters (bron 43) voor deze parameters ook geen vervuiling waargenomen. 1.2 Zware olietanks/ trimstations In het onderzoek van 1992 van Heidemij (bron 13) wordt zowel zintuiglijk als chemisch analytisch in de vaste bodem voor de onderzochte parameters (zware metalen/ minerale olien) geen verontreiniging aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 2.21 worden chemisch analytisch lichte verontreinigingen met aromaten, fenolen en gechloreerde koolwaterstoffen aangetoond. Voor de parameter tetrachlooretheen wordt de C-waarde uit de Leidraad overschreden.
Uit de resultaten van het in 2009 door Royal Haskoning uitgevoerde onderzoek (bron 19) wordt geconcludeerd dat de aanwezigheid en het gebruik van de tanks niet heeft geleid tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ter plaatse van peilbuis 1002, (zuidelijk trimstation) zijn wel aanwijzingen voor een bodemverontreiniging vastgesteld in het grondwater (tolueen). De omvang van deze verontreiniging wordt gelet op de resultaten van onderhavig onderzoek echter beperkt geacht. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek (bron 25: 2014 Royal Haskoning) en voorgaand onderzoek naar de aanwezigheid van mogelijke met olie gerelateerde verontreinigingen in grond en grondwater wordt geconcludeerd dat ter plaatse van trimstation een lokale verontreiniging met tolueen aanwezig is, maar dat de interventiewaarde niet wordt overschreden In onderzoek van 2020 Spectrum wordt voor de locaties B7 (het trimstation, rondom boring 1002) middels additioneel onderzoek in de rondom gelegen peilbuizen vanaf 2016 geen verhoogd gehalte Tolueen meer aangetroffen. Na de herplaatsing en bemonstering in 2016 is geen verontreiniging meer aangetroffen. In 2025 worden hier ook geen sterk verhoogde waarden waargenomen. 1.3 Asbest deponie In 1992 Heidemij (bron 13) is dit depot naar voren gekomen.
Daar waar conform de historische Informatie een vermoedelijke asbestdeponie ligt (of heeft gelegen) is een zes-tal boringen verricht (boring 2.14, 2.14A, 2.15, 2.16, 2.17 en 2.18). In alle boringen wordt een verwerkt profiel aangetroffen, bij boring 2.14 en 2.15 wordt op 1,0 m-mv een puinlaag aangeboord. Zintuiglijk wordt geen asbest aangetroffen. In het laboratorium zijn twee mengmonsters microscopischonderzocht op het voorkomen van asbestvezels. In het mengmonster van de bovengrond uit boring 2.14, 2.15 en 2.18 wordt 1 volumeprocent chrysotiefasbest aangetoond. Het mengmonster uit de bodemlaag van 0,70 tot 1,50 m-mv uit de boringen 2.14, 2.16 en 2.17 bevat geen asbestvezels (zie bijlage 7). In het onderzoek van 2014 RH (bron 25) is de aanwezigheid van een stortlocatie met asbesthoudend materiaal met de uitvoering van onderhavig onderzoek middels proefsleuven bevestigd. Gelet op de mate van de geconstateerde verontreiniging is deze saneringsplichtig. In het saneringsevaluatie onderzoek gedaan door Spectrum voor deellocatie B9-1 en BG-3’, d.d. 19 januari 2017 (bron 32) wordt op basis van de resultaten van de milieukundige begeleiding het volgende gesteld : 1.
Het geval van bodemverontreiniging is in zijn geheel verwijderd;
2.
Er is geen restverontreiniging achter gebleven;
3.
De twee depots zijn nog niet herbestemd of afgevoerd;
Bijzonderheid, de gesaneerde omvang komt niet overeen met de ontgraving, deze lijkt omvangrijker. (aangevuld met grond B (bron 46)) Echter is in het luchtfoto overzicht van de sloop en sanering (zie bijlage 6, F6) dat er op 17 maart 2017 waarschijnlijk een ontlasting sleuf is gegraven om regenwater in op te vangen. Deze verwachting is gebaseerd op het feit dat pas op de foto`s van 13 februari 2018 het gat van de asbestdeponie is gegraven. Hier is echter geen zekerheid over.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
39
1.4 Leiding verloop HBO-I tank Op tekening (bron T1) is zichtbaar dat binnen de deellocatie 1 een HBO-I leiding loopt van deelgebied 2 naar deelgebied 3. Deze is nooit specifiek onderzocht. Wel zijn er door de jaren heen diverse boringen in de buurt gezet zonder zichtbare vervuiling (1992/ 2025), maar deze geven geen sluitend beeld van een mogelijke vervuiling. Conform informatie vanuit de sloop en het beeld dat naar voren komt vanuit de sanering van 2023 (waar de leidingen niet zijn tegengekomen binnen het theoretisch tracé) is de verwachting dat de leidingen daadwerkelijk zijn verwijderd. Dit wordt nogmaals geverifieerd in vervolg onderzoek. 1.5 Zware metalen spot 2025 HP Op de grens tussen deellocatie 1 en 2 (boring 125 onderzoek Hopman en Peters: bron 43) is een verhoogde mate aan nikkel (index 3,36) en lood (index 1,99) aangetroffen in het traject tot 0,7 m-mv. Dit is indicatief middels additionele boringen afgeperkt. Het afperkend onderzoek conform NTA 5755 (boringen 201–209) heeft de interventiewaarde-contour gesloten, maar voor de woonfunctie is dit onvoldoende: boringen 202-1, 203, 203-1, 207, 207-2 en 208-2 voldoen in de bovengrond nog niet aan de woonnorm (klasse industrie). Het is niet mogelijk de vervuiling te herleiden aan een historische activiteit anders dan bodem verzet en tijdelijke opslag.
1.6 Verificatie ondergrond grondverzet asbestsanering Zoals bij 1.3, vanuit de grondbalans (bron 46) en indicatieve fotos naar voren, is dat er breder ontgraven is dan dat er conform het asbest onderzoek is ontgraven voor de sanering. Deze bredere ontgraving is niet direct te koppelen aan andere onderzoeken of mogelijke vervuilingen dan wel te achterhalen waarom hiervoor gekozen is. De sanering is wel volledig uitgevoerd. Hierdoor dient de ondergrond indicatief te worden geverifieerd. 1.7 PCB afperking Conform 2.9 is middels afperking van de sanering van 2024 een PCB vervuiling in deellocatie 2 aangetroffen door Mateboer. (bron 45). De afperking van deze PCB-spot loopt ook over deellocatie 1 heen. Deze wordt hier los behandeld maar tijdens het maken van het boorplan en na het doorlopen van het volledige onderzoek zal een samenhangende analyse opgezet worden om een duidelijk beeld te krijgen van de verontreiniging. 1.8 Brandinstallatie Deze installatie wordt vooral visueel weergegeven in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH (bron 16). Hier wordt geen uitspraak gedaan of deze bodembedreigend is. Het gebruik en de inhoud van de leidingen is niet duidelijk, vermoedelijk water aangezien de leidingen zitten aangesloten op brandbluspompen in de slingerputten die gevoed worden met IJsselwater.
Tevens is het onduidelijk of er een incident is geweest dan wel een oefening is geweest. Wel zijn er lokaal mobiele brandblus middelen aanwezig geweest. Ook hier is het gebruik dan wel eventuele incidenten niet van bekend. 1.9 Grondverzet Tijdens de sloop van de centrale (2016–2019) heeft binnen deze deellocatie omvangrijk grondverzet plaatsgevonden. Uit luchtfoto’s en videobeelden blijkt dat sloopmaterialen over dit deel van het terrein zijn verplaatst. Hierdoor kan de bodemopbouw lokaal zijn beïnvloed. (zie bijlage 5) Gedurende de sloop en het daarbij gedane grondverzet kunnen in bredere context nieuwe asbest of slakkenwol besmettingen aanwezig zijn in de bovenlaag. Niet bron gerelateerd voor deze deellocatie betreft de aangetroffen lichte PCB aanwezigheid (Hopman Peters bron 43). Eventuele lichte verhogingen passen binnen het beeld van een historisch industrieel terrein en zijn mede verklaarbaar door grondroeringen tijdens sloop. (zie DL 3) Beoordeling en hypothesen 1.1 Kolen en Sintelopslag; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 1.2 Zware olietanks/ trimstations; Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden.
De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. 1.3 Asbest deponie; Niet meer verdacht. De asbestdeponie (sleuven 108-112, ~1.000 m², serpentijn + amfibool) is in 2016-2017 gesaneerd door Spectrum HSE. Evaluatie: geen restverontreiniging. De deponie als zodanig is daarmee afgehandeld. De deellocatie wordt echter wel meegenomen in het P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
40
NEN 5707-asbestonderzoek (zie H1.9) vanwege het gebruik van DL1 als opslaglocatie voor sloopmateriaal tijdens de sloopfase 2016-2019, waarbij verspreiding van asbestdeeltjes niet volledig is uit te sluiten. Tevens wordt hier conform 1.6 de ondergrond onderzocht. 1.4 Leiding verloop HBO tank; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 1.5 Zware metalen spot boring 125 (bron B43: 2025 HP); Verdacht, is in 2025 vastgesteld, daarom nog niet gesaneerd. 1.6 Verificatie ondergrond grondverzet asbestsanering; Verdacht, grond onder bredere ontgraving asbestsanering is nooit goed onderzocht. 1.7 PCB afperking; Verdacht, de in 2024 gevonden pcb spot in DL2 dient afdoende afgeperkt te worden. 1.8 Brandinstallatie; Verdacht, in het verleden zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. 1.9 Grondverzet; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig.
Hypothese Nr.
Risico bron
1.1
1992: Kolen en sintelopslag (1)
1.2
2014: Sintelpark (B12) 2014: Kolenpark (B20) 1992: Zware olietanks/ trimstation (7)
Onderzoek
VED-HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
2007: Tankenpark olieopslag 1 (H1-2) VEP; §5.3 onderzoek; Verificatie onderzoek 2007: Tankenpark verpompen 2 - Trimstations, zowel bij trimstation 1 en 2 een peilbuis als bij trimstation 3 een peilbuis 2007: bovengrondse leidingen olie - Leidingwerk; Extra boringen onder leidingwerk naar de centrale 2014 Leidingbrug bio olie/ stookolie (B13) - Toevoeging parameter Vanadium 2014: Trimstation en lekkage stookolie (B7-B8)
1.3
1.4
2014: Trimstation 1 en 2 zware stookolie lekkage (B10-11) 1992: Asbestdeponie (6) NVT volledig gesaneerd. Asbest wordt nog wel in bovenlaag onderzocht. Zie 1.7 2014: Asbestdepot tankenpark (B9-1) De bodem van de ontgraving wordt nog wel onderzocht, zie 1.6 2014: Asbestdepot tankenpark (B9-3) Tekening: Leiding verloop (H1-4) VEP; §5.3 onderzoek; boringen over trace HBO tank
1.5
2025HP: Zware metalen
(H1-5) NTA onderzoek: Afkadering van spot metalen (Nikkel en lood)
1.6
Bodem onder asbestsanering/ bredere ontrgraving
(H1-6) indicatief verificatie onderzoek: Onderzoek naar bodem onder asbest sanering en bredere ontgraving
1.7
PCB afperking
(H1-7) NTA onderzoek; zie ook DL 2 afperking (H2-9)
1.8
2007: Brandinstallatie
VED- HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
1.9
Alg: Grondverzet
VED- HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven VED-HE 1) Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag
-
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.
-
Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Asbest Gezien het historisch gebruik van de locatie kan de aanwezigheid van asbest niet worden uitgesloten. Derhalve wordt de bovengrond onderzocht conform NEN 5707. Indien sprake is van puinhoudende lagen of verhardingsmaterialen, wordt het onderzoek uitgevoerd conform NEN 5897. Asbest onderzoek tot (0,5m-mv), Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
41
ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd.
7.3 Deellocatie 2 – Zuurpark, einde spoorbaan en lichte oliepark Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deellocatie 2 omvat het gebied ter plaatse van het voormalige einde van het spoortracé, inclusief de kipperput en het bijbehorende trafo- en hoogspanningsstation en sintelopslag. In de periode circa 1955–1970 is dit deelgebied gebruikt voor de aanvoer en overslag van kolen via het spoor en havens en opslag van sintel waar heden de 2 bassins zijn gelegen. Zie T3 in bijlage 6. De kolen werden via de kipperput gelost en verder getransporteerd richting de centrale. In de periode 1967–1975 is de centrale gefaseerd omgebouwd van kolen naar olie en gas. In dit kader zijn het spoortracé, de kipperput en het trafo- en hoogspanningsstation buiten gebruik gesteld en verwijderd. Aansluitend is het gebied heringericht ten behoeve van olieopslag en -overslag. Voor de aanleg van deze voorzieningen heeft omvangrijk grondverzet plaatsgevonden, waarbij bestaande bodemlagen deels zijn ontgraven en vervangen. Ter plaatse is een installatie voor opslag van lichte olie gerealiseerd met een bijbehorend trimstation en in een vloeistofdichte bak en aarde omwalling, alsmede een propaantank. De twee aanwezige sintelvelden zijn gehandhaafd en in een latere fase omgebouwd tot zogenoemde zuurbaden/ neutralisatie bassins.
Huidige activiteiten Dit gebied is heden ingericht als grasland. Toekomstige activiteiten Toekomstige activiteit; wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal. Het overige terrein wordt ingevuld als parkachtig landschap. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr.
Risico bron
Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden
Bron nog aanwezig
Type vervuiling
Verwachte laag
Mobiliteit
2.1
1992: Kolen en sintel overslag 50 jaar geleden vervallen en verwijdert en opslag (2) Sintelpark 2 (B6)
Nee
PAK/ Zware metalen
Bovengrond
(0 - 1 m-mv)
Laag
2.2
Historische tekeningen: Trafo en hoogspanning
50 jaar geleden vervallen en verwijdert
Nee
PCB/ min olien
Bovengrond
(0 - 1 m-mv)
Matig
2.3
1992: Olieopslag en distributie (HBO)(8B)
Binnen een vloeistof dichte constructie
Nee
Min olien/ zware metalen
tot aan grondwater
(0-2 m-mv)
Matig
2.4
HBO leidingen (B5)
Nooit specifiek onderzocht, historisch wel boring in Nee de omgeving ervan gezet.
Min olien/ zware metalen
tot aan grondwater
(0-2 m-mv)
Matig
2.5
Trimstation lichte olie
Nee
Min olien/ zware metalen
tot aan grondwater
(0-2 m-mv)
Matig
2.6
Historische tekeningen: Propaantank
Nee
Smeerolie
tot aan grondwater
(0-2 m-mv)
Matig
2.7
1992: Einde/ Lekke vulcateenleiding (5C)
Nee
Zware metalen/ Chloriden/ Ph/ Geleidbaarheid
tot in grondwater
(0-3 m-mv)
Hoog
Nee
Zware metalen/ Chloriden/ Ph/ Geleidbaarheid
tot in grondwater
(0-3 m-mv)
Hoog
Nee
PCB/ min olien
tot aan grondwater
(0-2 m-mv)
Matig
Bovenlaag
0 - 0,5m-mv
Hoog
Nee
PCB/ PFAS/ Chroom VI PCB/ PFAS/ Chroom VI
Bovenlaag
0 - 1m-mv
Hoog
2.8
Functie van de leiding is nog onduidlijjk, loopt wel van Chlooropslag naar Zuurbaden/ neturalisatie bassin
1992:Zuurbaden/ Neutralisatie bassin (2) 2014: Asbest B9,2
2.9
2023-2024 PCB verontreiniging en boring 6 Hopman Peters.
2.10
Alg: Grondverzet
Geen duidelijk bron aanwezig Afkadering onderzoek MB 2024 Vlakgetrokken na sloop (diffuus en heterogeen van aart)
Asbest
Bovenlaag
0 - 0,5m-mv
Zeer laag
Slakkenwol
bovenlaag
0 - 0,5 m-mv
Zeer laag
Interventiewaarden overschrijding: Voor PCB is in deellocatie 2 een bredere overschrijding van de interventiewaarde aangetoond (zowel Mateboer als Hopman Peters). Witte vlekken: Binnen deellocatie 2 zijn het tracé van de HBO-I leidingen, de mogelijke aanwezigheid van de parameter chloride in het grondwater en de aanwezigheid van asbest en PFAS in de bovengrond nog niet onderzochte elementen en worden daarom als witte vlek aangemerkt.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
42
2.1 Kolen- en sinteloverslag en sintelopslag De kolen en sintelopslag staat op tekening van 1955 en wordt benoemd in het onderzoek van 1992. Deze zijn voor 1975 verwijdert. In 1992 zijn diverse boringen gezet en is onderzocht op PAK en zware metalen. (zware metalen lichte verhoging maar onder niveau B) In het onderzoek van Hopman 2025 (bron 43) zijn geen vervuilingen met betrekking tot deze parameters waargenomen. 2.2 Trafo- en hoogspanning Op tekening van 1955 (T4) wordt deze installatie (nr 11b) weergegeven als trafo en hoogspanning. De installatie is in 1975 verwijderd. Hierbij heeft grondroering plaatsgevonden. Aansluitend is het gebied heringericht voor olieopslag, waarbij aanvullend grondverzet heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de oorspronkelijke bodemopbouw ter plaatse in meerdere fasen verstoord. Overeenkomstig de kolen en sinteloverslag is de locatie in 1992 onderzocht voor zware metalen en PAK. Enkel in 2024 MB en 2025 HP voor PCB. MB 2024 heeft de locatie wat dieper onderzocht in het kader van het afperken van de PCB sanering en heeft daarbij sterk verhoogde waarden PCB waargenomen al liggen deze niet 1 op 1 op deze locatie. Zie hiervoor hoofdstuk 5.