TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 15 Historisch onderzoek
Tekst van het document
Hier worden de parameters PFAS en Chroom VI aan toegevoegd. Ter verificatie van historisch bodembedreigende activiteiten worden de volgende aanvullende onderzoeken uitgevoerd:
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
61
Hypothese Nr.
Risico bron
5.1
1992: Benzinepomp (9) (B1)
Vervolg onderzoek (H5-1) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek Additioneel: Middels metaal detector verifieren of ondergronds leidingwerk en tank zijn verwijderd.
5.2
1992: Transformatoren (13) 2009 Slingerput HC3 (B26) 2014: Trafo's HC 3/4 (B22) (lekkage van trafo's die in deellocatie 3 staan)
5.3
tekening: Chloor en bleekloogtank
(H5-2) Controle voormalige sanering: verificatie onderzoek
(H5-3) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
2014: Chloor bleekloog B19 5.4
Spoortrace voorzijde hijshal
VED-HE 5: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
5.5
2007: Ammoniakopslag (19)
(H5-5) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
5.6
2007: Trafo’s (20)
(H5-6) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
5.7
Foto: tank noodstroom aggregaat(H5-7) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
5.8
2007: Brandinstallatie
VED- HE 5: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
5.9
Alg: Grondverzet
VED- HE 5: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven VED-HE) Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag
Uitgangspunten onderzoek; -
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.
-
Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Asbest Gezien het historisch gebruik van de locatie kan de aanwezigheid van asbest niet worden uitgesloten. Derhalve wordt de bovengrond onderzocht conform NEN 5707. Indien sprake is van puinhoudende lagen of verhardingsmaterialen, wordt het onderzoek uitgevoerd conform NEN 5897. Asbest onderzoek tot (0,5m-mv), Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd. 7.7 Deellocatie 6 – Toegangsgebouw en gebied erachter Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek wordt aangeduid als deellocatie 6 betreft het gebied rondom het toegangsgebouw (HCC gebouw), gelegen binnen de hoofdgroenstructuur van het terrein. Uit het historisch onderzoek blijkt dat binnen dit deelgebied, op de in de jaren 70 verwijderde HBO opslag tank en treinsporen na, slechts in beperkte mate activiteiten hebben plaatsgevonden die van invloed kunnen zijn geweest op de bodemkwaliteit. Het gebruik bestond hoofdzakelijk uit transportbewegingen en incidentele, kortdurende opslag van materialen.
Tevens heeft daar de gasleiding gelopen, achter het entreegebouw langs, welke heden wordt verwijderd (zie foto F2 foto noodstroomaggregaat en verwijderen gasleiding in bijlage) en heeft er een noodaggregaat gestaan, Huidige activiteiten Op dit moment staat het HCC gebouw leeg, wordt het einde van de oude gasleiding spoedig gerooid en wordt het terrein verder ingevuld door bomen en agrarisch grasveld. Het noodaggregaat is inmiddels verwijderd. Toekomstige activiteiten P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
62
Het toekomstig gebruik van deze locatie is 'wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal'. Tevens komt er een maatschappelijke functie, naar verwachting een kinderopvang en komt er groen overeenkomstig een parkachtige invulling. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr. 6.1
Risico bron 1992 He: HBO tank (8) (B2)
Onderzoek (H6-1) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek Middels metaal detector verifieren of ondergronds leidingwerk is verwijderd. Extra peilbuis (2,5 m-mv) in spoortrace vanwege mogelijk vulpunt locatie
6.2
Tek 1955: Spoor trace
VED-HE 6: §5,6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
6.3
2016 RH: Noodstroom aggregaat
(H6-3) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
6.4
Alg: Grondverzet
VED- HE 6: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol wordt pas onderzocht wanneer verhoogde waarden worden aangetroffen op DL 1 of 7.
Interventiewaarden overschrijding: In de overige onderzochte monsters en beschikbare historische data zijn er op dit moment vooralsnog geen overschrijdingen van de interventiewaarden vastgesteld en of bekend die heden nog aanwezig zijn. Witte vlekken: Binnen deellocatie 6 is enkel het noodstroom aggregaat als potentiële bronlocaties nog niet specifiek onderzocht en wordt als witte vlek beschouwd. 6.1 HBO Tank Vanuit het onderzoek van Heidemij 1992 (bron 13) en vanuit de tekeningen T5 tekening overzicht 1955 detail versie en foto F4 Foto met o.a. HBO tank is het duidelijk dat hier een HBO tank heeft gestaan. De directe functie hiervan is niet bekend. De aanname is dat deze dan wel gebruikt is voor het verwarmen van het dienstengebouw dan wel voor het tanken van treinen. Eventueel bijbehorend leidingwerk is niet bekend. Het geheel is voor 1984 verwijdert (verwachting is voor 1975) hetgeen zichtbaar is op tekening T2. Tekening oliepark mrt 1984. Uit de inventarisatie bodemkwaliteit (Heidemij, 1992) blijkt dat in de boringen in de buurt en rondom de tanklocatie (o.a. 1.22, 1.26, 2.24) tot circa 2,0 m-mv geen zintuiglijke verontreinigingen zijn waargenomen. Analytisch zijn in het grondwater geen verontreinigingen met minerale olie of gerelateerde componenten aangetoond. Dit wordt bevestigt in onderzoek van 2009 (Royal Haskoning mrt 2009) middels een peilbuis.
(nr 225 (2,5-3,25m-mv)) en nogmaals in 2015 (Royal Haskoning 2015) middels 3 boringen waarvan 1 tevens als peilbuis is gebruikt. (0,5 - 4,0 m-mv). Deze onderzoeken zijn niet voldoende om de locatie als onverdacht voor bodemvervuiling aan te merken. Aan de hand van bovenstaande gegevens wordt in dit onderzoek een verificatieonderzoek opgezet. 6.2 Spoortracé Op de tekening uit 1955 en vanuit foto’s is te zien dat hier een spoortracé heeft gelopen voor met name het aanvoeren van sintel en kolen. Deze zijn voor 1975 verwijdert. Binnen bodemonderzoek (Heidema 1992) zijn langs het voormalige spoortracé boringen uitgevoerd (o.a. 1.27, 1.28, 2.11 en 1.36), waarbij de bovengrond is onderzocht op zware metalen en chroom tot circa 1,0 m-mv. De aangetoonde gehalten liggen onder de achtergrondwaarden (AW2000) of onder de detectiegrens. De bodem is hiermee als niet verontreinigd beoordeeld. PAK is enkel zintuigelijk onderzocht. 6.3 Noodstroomaggregaat In 2015 is een nulmeting onderzoek uitgevoerd door Royal Haskoning voor het plaatsen van een noodstroomaggregaat achter het HCC gebouw. Vanuit fotos valt te zien dat deze ook geplaatst is maar heden niet meer aanwezig is. Zie foto F3 foto verwijdert noodaggregaat. 6.4 Grondverzet P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
63
In 2025 is door Hopman Peters een totaal onderzoek gedaan waar een bredere PCB verhoging is waargenomen in de bovengrond. (uit laboratorium resultaten: 0,05 a 0,06 mg/kg) Tegelijk kan vanuit het onderzoek naar de sloop en het grootschalig grondverzet, de mogelijkheid dat in de bovenlaag traces aan asbest, PFAS of Chroom VI aangetroffen worden, niet worden uitgesloten. Het grondverzet voor deze locatie was wel beperkt. Hypothesen en onderzoek 6.1 HBO tank; Verdacht, Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er rondom de locatie onderzoek gedaan (niet overeenkomstig huidige NEN) maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 6.2 Spoor tracé; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 6.3 Noodstroom aggregaat geplaatst in 2016; Verdacht, na verwijdering is geen onderzoek gedaan naar mogelijke vervuiling. 6.4 Grondverzet; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig. Gezien het ontbreken van een concrete bronverwachting en de omvang van het deelgebied wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform een VED-HE strategie, passend bij een diffuus verdachte locatie.
Hier worden de parameters PFAS en Chroom VI aan toegevoegd. Ter verificatie van historisch bodembedreigende activiteiten worden de volgende aanvullende onderzoeken uitgevoerd: Hypothese Nr.
Risico bron
6.1
1992 He: HBO-I tank (8) (B2)
Onderzoek VEP 6-1: §5.3 onderzoek 6.1; 1 peilbuis (2,5 m-mv) en 2 boringen tot 2(m-mv) Middels metaal detector verifieren of ondergronds leidingwerk is verwijderd. Extra peilbuis (2,5 m-mv) in spoortrace vanwege mogelijk vulpunt locatie
6.2
Tek 1955: Spoor trace
VED-He 6: §5,6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek met enkele diepere boringen tot 2m-mv
6.3
2016 RH: Noodstroom aggregaat
VEP 6-3: §5.3 onderzoek 6.3; 1 peilbuis (2,5 m-mv) en 2 boringen tot 2(m-mv)
6.4
Alg: Grondverzet
VED- He 6: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek met toevoeging van parameter PFAS en ChroomVI Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol wordt pas onderzocht wanneer verhoogde waarden worden aangetroffen op deellocaties 1 of 7.
Uitgangspunten onderzoek; -
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.
-
Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Asbest Gezien het historisch gebruik van de locatie kan de aanwezigheid van asbest niet worden uitgesloten. Derhalve wordt de bovengrond onderzocht conform NEN 5707. Indien sprake is van puinhoudende lagen of verhardingsmaterialen, wordt het onderzoek uitgevoerd conform NEN 5897. Asbest onderzoek tot (0,5m-mv), Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
64
7.8 Deellocatie 7 – De uitspanning Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deelgebied 7 is heden nog deels in gebruik en wordt deels omgebouwd om weer in gebruik te nemen. In het verleden was het echter een integraal onderdeel van de centrale. De activiteiten waren verdeeld over 4 gebieden; -
Het Koelwatergebouw en de locatie tussen Koelwatergebouw en de dijk. Het Koelwatergebouw was voornamelijk om water door de centrale te loodsen om zo de benodigde koeling te verzorgen. De locatie tegen de dijk was tot 1970 onderdeel van het transport van met name kolen en sintel. Daarna is het in gebruik geweest als parkeerterrein.
-
Terrein tussen dienstengebouw en Koelwatergebouw, dit was een parkachtig landschap waar tevens de spoorlijn liep die de hijshal in ging. Hier werden de transporten van groot materieel en andere installatie componenten over gereden. Het overige deel had een park/ tuin als entreefunctie richting het dienstengebouw.
-
Terrein naast magazijn en op de kop van het Koelwatergebouw, hier zat opslag en de brandweer. Naast het brandweergebouw zat een chloor opslag, tevens liep daar een vulcateenleiding. (zie hiervoor bron 13 en hieronder hypothese 7.3)
-
De hijshal en het magazijn. Deze beide gebouwen waren onderdelen van de centrale, de hijshal was de locatie waar zware machine en onderdelen de centrale in gebracht werden, het magazijn was voor opslag van onderdelen. Het magazijn is voorzien van stelconplaten. De vloer van de hijshal was voorzien van stelconplaten en klinkers welke doorliepen naar buiten.
-
Het dienstengebouw was een kantoor en kantine voor de centrale.
Huidige activiteiten In 2019 is het koelwatergebouw gekocht door een Zwolse kunstenaar. Die heeft de hal getransformeerd tot een expositie en evenementen ruimte. Die in mei 2025 is geopend voor publiek. Het terrein tussen dienstgebouw is het koelwatergebouw is opnieuw ingericht als beeldentuin waarin RVS kunstwerken tentoongesteld worden en voorzien van een plein met een stretchtent voor bijeenkomsten in de openlucht voor het voorjaar en de zomer. Het magazijn is op dit moment in gebruik voor kleine creatieve bedrijven. Het dienstengebouw en hijshal wachten nog op een nieuwe kantoor invulling. Toekomstige activiteiten Voor het koelwatergebouw en het magazijn worden de huidige functies doorgezet. Het dienstengebouw wordt opnieuw ingevuld met kantoren en de hijshal zal een nieuwe invulling krijgen met woningen en een algemene ruimte op de bg. Het terrein zal parkachtig ingericht worden voor verblijven en parkeren. Verdachte (historische) activiteiten Hypothese Nr. 7.1
7.2
Risico bron
Opmerking/ aandachtspunten/ bijzonderheden
Tekening: Spoortrace voorzijde 50 jaar geleden vervallen en verwijdert. Tekening: Spoortrace acherzijde tussen koelwater en 50 jaar geleden vervallen en verwijdert, dijk vervangen voor parkeerterrein. Aanzienlijk grond verzet 2012: B4 terrein generator/
Bron nog aanwezig
Type vervuiling
Nee
PAK/ Zware metalen
Bovengrond
(0 - 1 m-mv)
Laag
Nee
PAK/ Zware metalen
Bovengrond
(0 - 1 m-mv)
Laag
Nee
Zware metalen/ Chloriden/ Ph/ Geleidbaarheid
tot en met grondwater
(0-3 m-mv)
Hoog
Nee
PCB/ Min olie
tot en met grondwater
(0-3 m-mv)
Matig
Nee
PFAS
tot aan grondwater
(0-2 m-mv)
Hoog
Nee
Zware metalenPCB/ Min olie
tot en met grondwater
(0-3 m-mv)
Matig
Nee
Min olie/ smeerolie
nvt
nvt
Matig
PCB/ PFAS/ Chroom VI Asbest Slakkenwol
Bovenlaag
0 - 0,5m-mv
Hoog
Nee
Bovenlaag bovenlaag
0 - 0,5m-mv 0 - 0,5 m-mv
Zeer Laag Zeer Laag
Verwachte laag
Mobiliteit
rangeerterrein Geen duidelijk gebruik gedefnieerd voor de vulcateenleiding. Chloor opslag nog onderzoeken op chloriden
7.3
1992: Chloor opslag en vulcateenleiding (5-12) (B3)
7.4
2023: Sanering PCB Mateboer Gesaneerd met in diepte nog afgekaderde min olie spot./ sanering niet afgekaderd Oliepspot tot 3,9m-mv
7.5
7.6
7.7
7.8
2007: Brandinstallatie
2025: Hijshal
Geen incidenten of trainingen bekend Gebruikt voor transport en inhijsen materiaal, nog steeds intact, stelconplaten en klinkers als vloer
2007: Demi-gebouw (32) installatie/pompen/tanks/vulpun Beide in koelwatergebouw boven kelders/ geen 2007: Pompinstallatie (37) sporen van lekkage/ bronnen verwijdert IJsselwater Vlakgetrokken na sloop (diffuus en heterogeen Alg: Grondverzet van aart)
Interventiewaarden overschrijding: Binnen deze deellocatie zijn 2 plekken waar een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. PCB in de hijshal via onderzoek Hopman en Peters en voor PCB minerale olie is binnen de sanering ter plaatse van de ondergrond in de bodemmonsters een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond. In de overige onderzochte monsters en beschikbare historische data zijn er P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
65
op dit moment vooralsnog geen overschrijdingen van de interventiewaarden vastgesteld en of bekend die heden nog aanwezig zijn. Witte vlekken: Binnen deellocatie 7 zijn de mogelijke aanwezigheid van chloride in het grondwater nog niet specifiek onderzocht en wordt daarom als witte vlek aangemerkt. 7.1 Spoortrace voor en in de hijshal; Het spoor en de daarbij behorende gronden zijn in 1975 verwijderd. In 1992 onderzocht; 3 boringen (1.29/1.35/1.44) zijn middels een mengmonster geanalyseerd op zware metalen. Dit zijn de boringen langs de spoorlijn door de hijshal. Daar zijn geen verhoogde waarden uitgekomen. (onder A en detectiegrens.) Geen onderzoek naar andere stoffen als PAK/ of Minerale oliën. 7.2 Spoortracé achter tegen de dijk Het spoor en de daarbij behorende gronden zijn omstreeks 1975 verwijderd. In 1992: 2 boringen (1.27/1.28) zijn middels een mengmonster van 4 boringen geanalyseerd op zware metalen. (1.46 en 1.47 op de dijk) Dit zijn de boringen achter de koelwaterhal. Daar zijn geen verhoogde waarden uitgekomen. (onder A en detectiegrens.) Geen onderzoek naar andere stoffen als PAK/ of Minerale oliën. In 2022 heeft Geonius (bron 37) namens IJsselwerken een onderzoek gedaan op deze locatie.
Uit de analyse van de drie onderzochte mengmonsters uit het bodemonderzoek (2022) blijkt dat de gehalten aan PAK relatief laag zijn en geen aanwijzing vormen voor een duidelijke bronzone van PAK-verontreiniging. De gemeten som-PAK gehalten bedragen respectievelijk 0,134 mg/kg ds (mengmonster 001), 0,121 mg/kg ds (mengmonster 002) en 0,092 mg/kg ds (mengmonster 003). Deze waarden liggen op een niveau dat past bij lichte achtergrondbelasting en blijven duidelijk onder de interventiewaarde. Ook de afzonderlijke PAK-componenten vertonen geen patroon dat wijst op een sterke emissiebron, zoals bijvoorbeeld teer, koolresten of zware verbrandingsresiduen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat binnen de onderzochte bodemlaag geen sprake is van een relevante PAK-bronzone. Voor PCB wordt een ander beeld gezien. De gemeten gehalten voor som PCB (7) bedragen 48,9 µg/kg ds (mengmonster 001), 4,9 µg/kg ds (mengmonster 002) en 33,6 µg/kg ds (mengmonster 003). Omgerekend komt dit neer op circa 0,0489 mg/kg ds, 0,0049 mg/kg ds en 0,0336 mg/kg ds. De gehalten in mengmonster 001 en 003 overschrijden daarmee de achtergrondwaarde van 0,02 mg/kg ds, maar blijven ruim onder de interventiewaarde van 1 mg/kg ds. Dit wijst op een lichte tot matige PCB-verhoging in de onderzochte bodemlaag, zonder aanwijzing voor een duidelijke, sterk verontreinigde bronkern.
Dit komt overeen met de diffuse bredere bodemvervuiling op andere deellocaties. In onderzoek van 2023 Boluwa zijn verhoogde waarden PCB/PAK aangetroffen vooral rondom boring B12. Deze is gesaneerd en afgeperkt middels wandmonsters in de sanering van 2024 door Mateboer. Dit is wel tegen industriewaarden gebeurd hetgeen kan beteken dat er voor het nieuwe gebruik nog een restverontreiniging aanwezig kan zijn. 7.3 Chloor opslag en Vulcateen leiding In 1992: In boring 2.13 wordt in de bodemlagen van 1,80 tot 3,20 m-mv zintuigelijk een matig tot sterke verontreiniging aangetroffen met minerale olie. Chemisch analytisch wordt in het grondmonster van 1,80 tot 2,00 m-mv de B-waarde voor minerale olie uit de leidraad overschreden. In het mengmonster van de bovengrond uit de boringen 1,37, 1,45 en 1,48 wordt in de apolaire screentest een onbekende component waargenomen (weekmakers of chloorverbindingen). Mogelijk is dit et verklaren door de lekkage van de vulcateenleiding. In het rapport van 2009 (Royal Haskoning 24 feb 2009) wordt nog wel gesproken over een vervuiling door de leiding en is middels een peilbuis (227 op 3,8 tot 4,8 m-mv met grondwaterpeil 2.64m-mv) in deellocatie 4 aangegeven dat hier geen sprake meer van is. In het gebied van de uitspanning is geen onderzoek gedaan. 2014: In rapportage omschreven als B3, wordt dit terrein als niet verontreinigd omschreven.
Dat vanuit de analyse van rapportage 1,2,5. Daarin wordt aangegeven dat er geen Chloor gevonden is. Over de overige vervuilingen van minerale oliën en weekmakers wordt niet meer gesproken.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
66
7.4 Sanering PCB Mateboer In 2023 is een afperkend onderzoek gedaan door Mateboer, deze is in 2024 gesaneerd en middels bodem en wandmonsters afgeperkt. Door obstakels als bomen enz is de sanering in de uitspanning gestopt. Tevens is de sanering op 1,5m-mv gestopt en verder afgeperkt. Dit betreft met name de olie spot. Voor een volledige omschrijving zie hoofdstuk 5. In 2026 is het evaluatie rapport opgesteld door Royal Haskoning. (bron 45) Wanden HW 3-2/3-3/3-4 geven allen een hogere waarde boven interventiewaarde. Deze zijn niet verder afgeperkt in die richting. Dit komt mede door een omvangrijke boom die daar wortelt. In de bodem zijn ook vervuilingen achtergelaten die boven de interventiewaarde liggen.
Figuur: Gebieden met een gebruik beperking (blauw gearceerde terreindelen) Bron 45 figuur 6. *
Deze figuur is gemaakt door RHDHV ahv info Mateboer en conform nieuw saneringsdoel industrie, dus niet wonen! De gebruiksbeperking zal dus verder onderzocht moeten worden bij het veranderen van functie naar wonen. Klasse industrie dient dan ook meegenomen te worden. Tevens die het “halve rondje” onder de boom als aanname gezien worden. Deze dient in verder onderzoek afgeperkt te worden om een definitieve omvang te bepalen. 7.5 Brandblusinstallatie Deze installatie wordt vooral visueel weergegeven in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH. Hier wordt geen uitspraak gedaan naar of deze bodembedreigend is. Het gebruik en de inhoud van de leidingen is niet duidelijk. Tevens is het onduidelijk of er een incident is geweest dan wel een oefening is geweest. 7.6 Hijshal De hijshal is historisch zeer beperkt onderzocht. In het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (2024/2025) zijn ter plaatse van boringen 15 en 16 sterk verhoogde mate aan PCB’s waargenomen. deze zijn nog niet volledig afgeperkt. Of dit verband houdt met de omliggende PCB vervuiling (7.4) is P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
67
onbekend. Dit zal middels afperking en nader onderzoek bekeken moeten worden. Hierbij dient rondom en mogelijk bij onvoldoende afperking later ook in het magazijn onderzoek plaats moeten vinden. 7.7 Demi-gebouw installatie/ pompen/tanks/vulpunt in combinatie met pompinstallatie IJsselwater Deze installaties worden benoemd in het risico inventarisatie onderzoek van 2007 RH. De installaties zelf kunnen bodembedreigend zijn echter de positie in het koelwatergebouw op een betonvloer en boven diepe water gevulde kelders zorgen ervoor dat het risico als zeer beperkt wordt omschreven. Via een schouw van de onderzijde van de vloeren zijn geen verontreinigingen aangetroffen. 7.8 Grondverzet Door het omvangrijke grondverzet tijdens de sloopfase kan sprake zijn van: Heterogene bodemopbouw, incidentele verspreiding van asbest of slakkenwol maar ook een vermenging met PCB of PFAS. (0,5m-mv) Dit geldt met name voor het terrein naast het magazijn. Op de overige delen is minder grondverzet geweest. Asbest en PFAS zijn in het onderzoek van Hopman Peters in 2025 onderzocht waarbij er geen verhoogde waarden zijn vastgesteld. Hypothesen en onderzoek 7.1 Spoortracé voorzijde; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is.
7.2 Spoortracé achterzijde; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 7.3 Chlooropslag en vulcateen leiding; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd historisch vervuilingen zijn aangetroffen dus op basis van het historisch gebruik sprake is van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 7.4 Sanering PCB Mateboer; Verdacht, spots zijn nog aanwezig onder leeflaag en verdere afkadering is nodig om volledige omvang te bepalen. 7.5 Brandinstallatie; Verdacht, zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. 7.6 PCB boring onderzoek HP uit 2025 boringen 15/16 Hijshal; Verdacht, spots zijn nog aanwezig 7.7 Demi-gebouw en pompinstallatie; Niet verdacht, door haar locatie in het gebouw (op betonvloer boven 2 kelders) wordt de kans op bodemvervuiling als nihil beoordeeld. 7.8 Grondverzet: Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook asbest/ pfas, slakkenwol en Chroom VI uit sloop aanwezig. Hypothese Nr.
Risico bron
Onderzoek
7.1
Tekening: Spoortrace voorzijde VED-HE 7: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
7.2
Tekening: Spoortrace acherzijde tussen koelwater en dijk VED-HE 7: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek 2012: B4 terrein generator/ rangeerterrein
7.3
7.4
1992: Chloor opslag en vulcateenleiding (5-12) (B3) 2023: Sanering PCB Mateboer Oliepspot tot 3,9m-mv
(H 7-3)VEP: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek
(H7-4) Afperking PCB/olie Richting magazijn en rondom boom
7.5
2007: Brandinstallatie
VED- HE 7: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek met toevoeging van parameter PFAS
7.6
2025: Hijshal
(H7-6) NTA onderzoek: afperkend onderzoek zowel horizontaal als vertikaal.
7.7
2007: Demi-gebouw (32) installatie/pompen/tanks/vulpun NVT 2007: Pompinstallatie (37) IJsselwater
7.8
Alg: Grondverzet
VED-HE 7: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
68
Uitgangspunten onderzoek; -
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.
-
Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Asbest onderzoek Gezien het historisch gebruik van de locatie kan de aanwezigheid van asbest niet worden uitgesloten. Derhalve wordt de bovengrond onderzocht conform NEN 5707. Indien sprake is van puinhoudende lagen of verhardingsmaterialen, wordt het onderzoek uitgevoerd conform NEN 5897. Asbest onderzoek tot (0,5m-mv), Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
69
8. INTEGRALE CONCLUSIE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE 8.1 Synthese historische context en vergunningskader Uit het historisch onderzoek blijkt dat het terrein van de voormalige IJsselcentrale Harculo gedurende een periode van circa zestig jaar intensief industrieel is gebruikt voor elektriciteitsopwekking. De activiteiten bestonden onder meer uit kolenoverslag, opslag en transport van stookolie, gasinstallaties, transformatoren met PCB-houdende olie, chemische installaties en diverse onderhouds- en werkplaatsen. Gedurende de gebruiksperiode zijn meerdere functiewijzigingen en uitbreidingen uitgevoerd, waarbij installaties zijn verwijderd, vervangen of verplaatst. Deze wijzigingen gingen gepaard met herhaaldelijke bodemingrepen en grondverzet. Na de definitieve sluiting van de centrale in 2016 is het terrein gefaseerd ontmanteld en gesloopt. In de periode 2016–2019 zijn diverse bodemsaneringen uitgevoerd, waarbij historische verontreinigingskernen zijn ontgraven en afgevoerd. Na afronding van de sloop zijn funderingen en kelders verwijderd tot circa 1,5 m-mv en is het terrein aangevuld met circa 70.000 m³ schone grond.
(bron 46) Ondanks deze werkzaamheden blijkt uit historische onderzoeken, saneringsdocumentatie en recente onderzoeken dat het terrein nog steeds kenmerken heeft van een historisch industrieel gebied met een heterogene bodemopbouw met enkele resterende spots aan bodemvervuiling. 8.2 Bevindingen actualiserend onderzoek in samenhang historisch onderzoek Uit de beschikbare bodemonderzoeken (1992–2025) vergunningen en additionele informatie, aangevuld met het recente verkennend bodemonderzoek van Hopman, ontstaat het volgende integrale beeld van de bodemkwaliteit; -
Binnen het voormalige centrale terrein worden zeer plaatselijk verhoogde gehalten aangetroffen van met name: PCB’s, Minerale olien en zware metalen.
-
Over het gehele terrein lijkt er een bredere verhoogde waarde aan PCB in de bovengrond te zitten. Hierin lijkt het meest te verwachte scenario dat het omvangrijke bodemverzet (70.000 m3) gemengd geraakt is met toenmalig nog aanwezige PCB vervuilingen.
-
De sanering van PCB en minerale oliën, gedaan in 2024 dient verder afgeperkt te worden.
-
In de hijshal is nog een sterk verhoogde functie gerelateerde verhoging waargenomen van PCB’s.
-
Het grondwateronderzoek laat overwegend geen structurele verontreiniging van het grondwater zien. Verder onderzoek is echter nodig met name omtrent PCB.
-
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de waterbodemkwaliteit in de insteekhavens in hoofdzaak vergelijkbaar is met, en gemiddeld lager ligt dan, die van de IJssel. Plaatselijke verhogingen van enkele parameters (waaronder zware metalen, minerale olie, PCB’s en PAK) zijn aangetoond, maar kunnen niet eenduidig worden herleid tot de bedrijfsactiviteiten van de energiecentrale en zijn waarschijnlijk mede het gevolg van sedimentatie vanuit de IJssel. Er is derhalve geen sprake van een duidelijke, lokaal afgebakende bronverontreiniging die direct aan de inrichting is toe te schrijven. Conform het BPRW bestaat er op dit moment geen noodzaak tot sanering van de waterbodem, aangezien dit niet kosteneffectief is en niet leidt tot een significante verbetering van de waterkwaliteit. Bij toekomstige ontwikkelingen of functiewijzigingen binnen de havens dient de waterbodemkwaliteit in samenhang met het beoogde gebruik en in afstemming met het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat) te worden beoordeeld, waarbij indien nodig passende maatregelen worden bepaald.
8.3 Mobiliteit en verspreidingspotentieel De belangrijkste aangetroffen verontreinigingscomponenten vertonen overwegend een beperkte mobiliteit in de bodem. PCB en zware metalen binden zich sterk aan organische stof en lutum en blijven daardoor voornamelijk geconcentreerd in de bovengrond. Minerale olie vertoont eveneens een beperkte mobiliteit en blijft doorgaans in de onverzadigde zone rond de bronlocatie aanwezig. Verder onderzoek naar de aangetroffen spots dient dit beeld verder te verduidelijken. 8.4 Betekenis en risico’s voor de geschiktheid in het kader van herontwikkeling naar wonen P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
70
Het terrein wordt herontwikkeld van een voormalige industriële locatie naar een woongebied met openbaar groen en infrastructuur. Voor een dergelijke functiewijziging is het noodzakelijk dat de bodemkwaliteit voldoende inzichtelijk is en dat eventuele resterende verontreinigingen worden beoordeeld op hun risico’s voor toekomstige gebruikers en dan met name op contact en humane risico’s. Uit het historisch onderzoek en de beschikbare bodemonderzoeken blijkt dat: -
Op het terrein meerdere saneringen hebben plaatsgevonden;
-
een wisselend beeld naar de kwaliteit van de boden naar voren komt;
-
de complexe samenloop van sloop, sanering en bodemonderzoek de interpretatie van de bodemopbouw bemoeilijkt; een bredere pcb verhoging (boven klasse wonen) in de bovenlaag aanwezig is;
-
in enkele zones lokale hotspots zijn aangetroffen, met name voor PCB en minerale olie maar in mindere mate ook zware metalen;
-
als gevolg van omvangrijk en niet volledig gedocumenteerd grondverzet geen sprake meer is van een eenduidig herleidbare verdachte laag. Binnen het historisch gebruik van de locatie meerdere verdachte activiteiten aanwezig waren die in het kader van functiewijziging niet afdoende onderzocht zijn om zekerheid te geven naar hun impact op de bodemkwaliteit.
-
Geconcludeerd kan worden dat aanvullend, gebiedsdekkend onderzoek noodzakelijk is om de bodemkwaliteit integraal en representatief vast te stellen. Op basis van deze informatie kan de functiewijziging naar wonen verantwoord worden onderbouwd, kunnen de relevante risicoafwegingen worden gemaakt en kan het benodigde sanerings- en uitvoeringskader worden bepaald. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen voor grootschalige of onbeheersbare verontreinigingssituaties, maar het huidige kennisniveau is onvoldoende om de aanwezigheid van omvangrijke bodembedreigende elementen volledig uit te sluiten. Met name de eerder niet volledig in beeld gebrachte PCBverontreinigingen in deellocaties 2, 4 en 7 leiden tot een verhoogde verwachting ten aanzien van mogelijk aanwezige, nog niet geïdentificeerde hotspots. Daarbij dient, mede gezien de dynamische grondwaterstanden en de zandige bodemopbouw, extra aandacht te worden besteed aan de beheersing van risico’s bij de uitvoering van leeflagen en de mogelijke aanwezigheid en verspreiding van mobiele verontreinigingen. 8.5 Integrale onderzoeksstrategie Op basis van het historisch onderzoek en de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken wordt het terrein ingedeeld in verschillende deellocaties, waarbij per deelgebied een passende onderzoeksstrategie wordt gehanteerd.
Voor deellocatie 3 ofwel de locatie waar de centrale heeft gestaan, waar gedurende een lange periode intensieve industriële activiteiten hebben plaatsgevonden, waar veel historische bronlocaties niet specifiek zijn onderzocht maar waar ook, door de enorme complexe en omvangrijke sanering en de sloop, de bodem sterk geroerd is, wordt het gebied aangemerkt als een verdachte locatie met een onbekende bronverwachting (strategie ONB). Binnen dit deelgebied wordt een verhoogde onderzoeksdichtheid toegepast om eventuele resterende verontreinigingskernen te kunnen identificeren. Daarbij worden specifieke aandachtlocaties onderscheiden waar op basis van historisch gebruik, eerdere onderzoeken en saneringen een verhoogde kans bestaat op het voorkomen van restverontreinigingen. Hier wordt met gericht (strategie VEP) onderzoek additioneel onderzoek naar gedaan. Voor delen van het terrein waar sprake is van een diffuse restverontreiniging zonder duidelijke bronlocatie wordt het gebied aangemerkt als diffuus verdachte locatie (VED-HE). Binnen deze gebieden is het onderzoek gericht op het vaststellen van het heterogene karakter van de bodemkwaliteit.
Ter plaatse van verdachte voormalige installaties, proceszones en locaties waar in recente onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetroffen, worden gerichte (strategie VEP) verificatieboringen uitgevoerd om de omvang en diepte van mogelijke hotspots nader vast te stellen dan wel worden reeds waargenomen verhoogde waarden verder afgeperkt. Voor locaties waar na onderzoek en eventuele sanering verhoogde gehalten ten opzichte van het toekomstige gebruik aanwezig blijven onder een afsluitende constructie of afdekkende leeflaag (o.a. deellocatie 4 en mogelijk deellocatie 2), en waar blootstelling niet op voorhand kan worden uitgesloten, wordt een risicobeoordeling uitgevoerd conform de Risicotoolbox Bodem. Deze beoordeling is gebaseerd op de thans bekende gegevens en wordt aangevuld met de resultaten van het nog uit te voeren P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
71
bodemonderzoek, zodat een integraal en representatief beeld van de bodemkwaliteit ontstaat. De risicobeoordeling richt zich op het toekomstige gebruik en de mate waarin blootstelling, gegeven de aanwezige en/of te realiseren afdeklaag, kan optreden. De uiterwaarden, havens en de kolk maken geen onderdeel uit van het woongebied en vertonen op basis van de beschikbare onderzoeken geen aanwijzingen voor centrale gerelateerde verontreiniging. De aangetroffen bodem- en waterbodemkwaliteit hangt voornamelijk samen met sedimentatieprocessen vanuit de IJssel. Voor deze gebieden wordt daarom in het kader van de voorgenomen herontwikkeling geen aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk geacht. De concrete uitwerking van het vervolgonderzoek inclusief onderzoeksstrategie conform de NEN 5740, waaronder het aantal boringen, peilbuizen en analysecategorieën (verdacht parameters), is opgenomen in het separaat ingediende onderzoeksvoorstel.
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
72
BIJLAGEN
P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026
73