CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 15 Historisch onderzoek

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo' en ‘Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo’32.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT HISTORISCH BODEMONDERZOEK IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) VERSIE: V-6 30 april 2026

Rapportnummer: P2400784

Historisch bodemonderzoek IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo)

Opdrachtgever: Reales Projecten 4 B.V. Boeingavenue 242 1119 PZ Schiphol-Rijk

HOPMAN EN PETERS en MATEBOER

Opgesteld door:

T. (Tieme) Veen

Gecontroleerd door:

J.J. Stolte

Contactpersoon/ projectleider:

T. (Tieme) Veen

In samenwerking met Reales (Redmer Schenk en Gerjan de Jong) en Mateboer Milieutechniek( Jan Jacob Stolte en Jan Henk Grootens)

Disclaimer: Dit rapport is eigendom van de opdrachtgever van Hopman en Peters en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het vervaardigd is. Dit uitsluitend met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit rapport blijven berusten bij Hopman en Peters. Kwaliteit en verbetering van product en processen hebben bij Hopman en Peters hoge prioriteit. Hopman en Peters hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-ENISO 9001. Uitvoerende medewerkers van Hopman en Peters zijn erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieu hygiënische bodem- en waterbodemonderzoeken volgens de protocollen 1001, 2001, 2002, 2018 en 6001.

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ............................................................................................................................................................ 5 2. LEESWIJZER........................................................................................................................................................ 5 3. ONDERZOEKSLOCATIE ..................................................................................................................................... 7 3.1 PLANGEBIED / PLANKAART ..................................................................................................................................................7 3.2 HISTORIE VAN HET PLANGEBIED ...........................................................................................................................................8 3.3 GEBRUIK (1950-2016) ..........................................................................................................................................................10 3.4 BESCHRIJVING SLOOP EN SANERINGEN 2016-2019 .............................................................................................................11 3.5 GEBRUIK UITERWAARDE EN OMRINGENDE PERCELEN .........................................................................................................12 3.6 UITSPANNING

.....................................................................................................................................................................14 3.7 BODEMKWALITEITSKAART GEMEENTE ZWOLLE .................................................................................................................16 3.8 ASBESTDAKENKAART PROVINCIE OVERIJSSEL ...................................................................................................................16 3.9 TOPOTIJDREIS .....................................................................................................................................................................16 3.10 TERREINVERKENNING ......................................................................................................................................................16 3.11 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ...............................................................................................................................16 4. BRONGEGEVENS .................................................................................................................................................... 19

4.1 SET AAN ONDERZOEKEN:...........................................................................................................................................................19 4.2 ADDITIONELE INFORMATIE. .......................................................................................................................................................19 4.3 HINDERWETVERGUNNINGEN......................................................................................................................................................21 5. HISTORISCH OVERZICHT BELANGRIJKSTE ONDERZOEKEN EN SANERINGEN ............................................................... 22

5.1 INVENTARISATIE BODEMKWALITEIT HEIDEMIJ ADVIESBUREAU ..........................................................................................22 5.2 ‘BODEMRISICOANALYSE RAPPORTNR. 9S3769, ROYAL HASKONING, D.D. 2 FEB 2007. (WM AANVRAAG 2008) .................23 5.3 CENTRALE HARCULO IJSSELCENTRALEWEG TE ZWOLLE ONDERZOEKEN FEB EN MAART 2009 RH ......................................25 5.4 CENTALE HARCULO IJSSELCENTRALEWEG TE ZWOLLE INVENTARISATIE BODEMKWALITEIT 13 JUNI 2014. .........................25 5.5 SANERINGSPLAN OP HOOFDLIJNEN 2015 (ROYAL HASKONING) .........................................................................................27 5.6 EVALUATIE SANERING EIND 2016 – MEI 2019 (8-11-2020 SPECTRUM) ..............................................................................28 5.7 PCB EN MINERALE OLIE SANERING DEELGEBIED 4 EN 7 MATEBOER ...................................................................................30 5.8 ADDITIONELE INFORMATIE .................................................................................................................................................32 6.

VERKENNEND ONDERZOEK HOPMAN ...................................................................................................... 34 6.1 VERKENNEND ONDERZOEK .................................................................................................................................................34 6.2 VERKENNEND ONDERZOEK UITSPANNING ...........................................................................................................................35

7.

DEELLOCATIES ............................................................................................................................................. 37 7.1 OPDELING DEELLOCATIES...................................................................................................................................................37 7.2 DEELLOCATIE 1 – KOLEN EN OLIEPARK .............................................................................................................................38 7.3 DEELLOCATIE 2 – ZUURPARK, EINDE SPOORBAAN EN LICHTE OLIEPARK .............................................................................42 7.4 DEELLOCATIE 3 – VOORMALIGE LOCATIE CENTRALE ..........................................................................................................46 7.5 DEELLOCATIE 4 – VOORMALIGE PCB VERONTREINIGING/ BRANDWEERPOST ......................................................................56 7.6 DEELLOCATIE 5 – OOSTELIJKE DEEL NAAST FABRIEK .........................................................................................................59 7.7 DEELLOCATIE 6 – TOEGANGSGEBOUW EN GEBIED ERACHTER .............................................................................................62 7.8 DEELLOCATIE 7 – DE UITSPANNING

....................................................................................................................................65

8.

INTEGRALE CONCLUSIE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE......................................................................... 70 8.1 SYNTHESE HISTORISCHE CONTEXT EN VERGUNNINGSKADER ...............................................................................................70 8.2 BEVINDINGEN ACTUALISEREND ONDERZOEK IN SAMENHANG HISTORISCH ONDERZOEK.......................................................70 8.3 MOBILITEIT EN VERSPREIDINGSPOTENTIEEL .......................................................................................................................70

BIJLAGEN

BIJLAGE 1

KADASTRALE KAART

BIJLAGE 2

SITUATIE PLAN

BIJLAGE 3

BRONNEN ONDERZOEK

BIJLAGE 4

LUCHT EN HISTORISCHE FOTOS’S

BIJLAGE 5

TEKENINGEN EN FOTOS SPECIFIEK

BIJLAGE 6

TEKENINGEN DEELLOCATIE

BIJLAGE 7

MAVO gebruik

BIJLAGE 8

Radioactieve bronnen

1. INLEIDING Conform NEN 5725:2023 wordt dit historisch vooronderzoek uitgevoerd voorafgaand aan eventueel uitgebreid bodemonderzoek, en richt het zich op het vaststellen van vermoede aanwezigheid van bodemverontreiniging. Dit onderzoek dient als basis voor het opstellen van onderzoekshypothesen voor mogelijke verontreinigingssituaties op of nabij de locatie. De aanleiding van dit onderzoek is in de basis ten behoeve van het omzetten van het gebied van industrie naar de functie wonen, daar komt bij dat gedurende diverse onderzoeken en herleidbare incidenten zoals de PCB vervuiling in de uitspanning, er nog onzekerheden in de bodem zitten. Dit beeld is versterkt door het eerste verkennende onderzoek van Hopman en Peters en de afgebroken sanering van Engie. Hiermee is er afdoende reden om een breder onderzoek naar de gehele milieutechnische bodem gesteldheid te doen. Doel van dit historisch onderzoek is in het kader van de functiewijziging naar wonen, inzicht te verkrijgen in de historische gegevens van de betreffende deellocaties en ook in de uitkomsten van, indien van toepassing, al uitgevoerde bodemonderzoeken en saneringen. Er zal per locatie in een straal van 25 meter gekeken worden of er bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden en wat de impact kan zijn op de bodem.

Ten behoeve van het onderzoek zal onder andere gebruik worden gemaakt van de door de verschillende gemeentelijke diensten beschikbaar gestelde bronnen, dossiers en archieven. Ten behoeve van het onderzoek zijn de volgende bronnen van de gemeente, private partijen en/of de omgevingsdienst geraadpleegd: Ø

Archief Wet milieubeheer

Ø

Tankarchief

Ø

Bodemarchief

Ø

Bodemkwaliteitskaart gemeente

Ø

Omgevingsdienst

Ø

Gemeente

Ø

Topotijdreis

Ø

Bodemloket

Ø

Dinoloket

Ø

Grondwatertools

Ø

Asbestdakenkaart

Ø

Dossier ENGIE van sloop en sanering.

Ø

Collectie Overijssel

2. LEESWIJZER Dit rapport is zodanig opgebouwd dat stapsgewijs, van globaal naar gedetailleerd, inzicht wordt verkregen in de milieu hygiënische status van het terrein. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het historisch gebruik en de ligging van de locatie. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de beschikbare historische bronnen en de in het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken beschreven. In hoofdstuk 5 worden de meeste van belang zijnde onderzoeken en relevante kennisbronnen betrokken om het historisch en milieukundig beeld van de locatie verder te verduidelijken. In hoofdstuk 6 worden de resultaten van het verkennend bodemonderzoek van Hopman Peters toegelicht, dat als aanvullende informatie dient voor de beoordeling van de actuele bodemkwaliteit. De verzamelde informatie wordt in hoofdstuk 7 op detailniveau geanalyseerd per deellocatie, waarbij per deelgebied een beoordeling en onderzoekshypothese wordt gegeven voor het actualiserend bodemonderzoek. In hoofdstuk 8 worden de integrale conclusies samengevat en wordt de onderzoeksstrategie voor eventueel vervolgonderzoek beschreven. In dit historisch onderzoek is een systeem van verwijzingen en bronnummers gebruikt. Verwijzingen: P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

5

o o o o o o o o o

Bron.01: Is een verwijzing naar een gebruikte bron nr. 1 in de bronnenlijst hoofdstuk 4 (…) opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. Bron T1: Is een verwijzing naar een gebruikte bron tekening 1. Opgenomen in bijlage 6 van dit rapport Bron E1: Is een verwijzing naar een gebruikte bron website 1. Bron F1: Is een verwijzing naar een gebruikte bron foto 1. Opgenomen in bijlage 6 van dit rapport Bron Boek 1: Is een verwijzing naar een gebruikte bron boek 1. Bron Artikel 1: Is een verwijzing naar een gebruikte bron artikel 1. Opgenomen in bijlage 6 van dit rapport (B01): Een verwijzingen naar een bronlocatie zoals gedefinieerd in het rapport van Royal Haskoning 2014 nr. 1 (1-1992): Een verwijzingen naar een bronlocatie zoals gedefinieerd in het rapport van Heidemij 1992 nr. 1 (1-2007): Een verwijzingen naar een bronlocatie zoals gedefinieerd in het rapport van royal haskoning 2007 nr. 1.

Nummering:

o o o o o

DL1: Verwijzing naar deellocatie nr. 1n (Deellocatie tekeningen zijn opgenomen in bijlage 7) 1.1: Een bronlocatie/ verdachte activiteit in deellocatie 1 nr. 1 (eerste nummer staat voor de deellocatie 2e nummer voor het onderzoeksnummer binnen die deellocatie. (H1-2) VEP/ NTA of ander type onderzoek: Een verwijzing naar het type onderzoek aansluitende de hypothese 1.2. VED-HE 1: Een verwijzing naar het VED-HE onderzoek (Verdacht hetrogeen) deellocatie 1. ONB 3: een verwijzing naar het ONB onderzoek (Onbekend) deellocatie 3.

Verkorte werkwijze/ opzet rapportage: Op basis van historische informatie, waaronder tekeningen, bodemrapportages, vergunningen en overige relevante bronnen, is een set van potentiële bronlocaties en bodembedreigende activiteiten vastgesteld. Indien relevant zijn deze bronlocaties voorzien van een unieke codering. De codering is opgebouwd uit het nummer van de deellocatie gevolgd door het volgnummer van de bronlocatie (bijvoorbeeld 2.3: bronlocatie 3 binnen deellocatie 2; in dit geval een HBO-tank). Aan iedere bronlocatie is een hypothese gekoppeld met dezelfde codering. Afhankelijk van de noodzaak tot nader onderzoek is deze hypothese vervolgens gekoppeld aan een passende onderzoeksstrategie. Hierbij worden drie situaties onderscheiden: 1.

2.

3.

Specifiek onderzoek per bronlocatie; Indien een bronlocatie een eigen, afgebakend onderzoek vereist, wordt de codering doorgezet in de onderzoeksopzet (bijvoorbeeld (H2-3) VEP). Binnen het onderzoeksvoorstel wordt deze codering tevens visueel ondersteund door middel van een kleurcodering op de tekening (in dit voorbeeld; lichtgroen). Opname in gebiedsdekkend onderzoek; Indien een bronlocatie onderdeel uitmaakt van een breder onderzoek binnen de deellocatie, wordt dit expliciet in de tabel benoemd. De betreffende bronlocatie valt in dat geval onder een gebiedsdekkende strategie, zoals bijvoorbeeld het VEDHE-onderzoek voor deze betreffende deellocatie (bijv. bronlocaties 2.1 en 2.2 binnen VED-HE 2). Combinatie van specifiek en gebiedsdekkend onderzoek; In sommige gevallen wordt een bronlocatie zowel gedekt door een specifiek onderzoek als door het gebiedsdekkende onderzoek. In dat geval zijn beide verwijzingen van toepassing (bijvoorbeeld bronlocatie 1.2: (H1-2) VED én onderdeel van VED-HE 1).

De systematiek van codering en koppeling tussen bronlocaties, hypothesen en onderzoeksstrategieën is als voorbeeld weergegeven in tabel 1. Tabel 1: voorbeeld werking codering 2.1 / 2.2 / 2.3 Hypothese Nr.

Risico bron

Vervolg onderzoek

Kleur boring

2.1

1992: Kolen en sintel overslag VED-HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek en opslag (2) Sintelpark 2 (B6)

VED HE 2

2.2

Historische tekeningen: Trafo en hoogspanningsstation

VED-HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek

VED HE 2

2.3

1992: Olieopslag en distributie (HBO)(8B)

(H2-3) VEP: §5.3 onderzoek; verificatie onderzoek

H2-3 VEP

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

6

3. ONDERZOEKSLOCATIE 3.1 Plangebied / Plankaart Het voorliggende historisch vooronderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein van de voormalige IJsselcentrale Harculo van een industriefunctie tot woonfunctie. De plankaart van de toekomstige ontwikkeling in figuur 2 laat zien dat het terrein een gemengde invulling krijgt met wonen, openbaar groen, infrastructuur en waterpartijen tussen de IJsseldijk en het terrein van Tennet. De overige gronden zoals de uiterwaarde, insteekhavens, de Kolk, zonneparken en opgaande begroeiing links en rechts van de IJsselcentrale weg naar het gebied toe blijven gehandhaafd. Voor een veilig en verantwoord gebruik als woonlocatie is het noodzakelijk om de milieu hygiënische bodemkwaliteit inzichtelijk te maken en te beoordelen of resterende verontreinigingen risico’s opleveren voor toekomstige bewoners, gebruikers en uitvoerders.

Figuur 1: Eigendom kaart. Het historisch onderzoek richt ze op de blauwe delen inclusief de uitspanning.

Het doel van dit NEN 5725-vooronderzoek is het systematisch verzamelen, beoordelen en integreren van alle beschikbare informatie om: 1.

Het historisch gebruik en de milieubelasting van het terrein inzichtelijk te maken,

2.

Vast te stellen welke verontreinigingen plausibel of aangetoond nog aanwezig zijn,

3.

Een toetsbare hypothese op te stellen over de ruimtelijke verdeling, aard en verwachtingen van verontreinigingen,

4.

Te bepalen of aanvullend NEN 5740-veldonderzoek noodzakelijk is voor de beoogde woonfunctie,

5.

Risico’s voor toekomstige bewoners, graafwerkzaamheden en gebiedsontwikkeling tijdig te identificeren.

Dit onderzoek vormt daarmee een essentiële basis voor verantwoord bodemgebruik, risicobeheersing en maatregelen om het gebied functiegeschikt te maken. Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd voor het volledige plangebied maar richt zich met name op het deel waar de functie wordt omgezet van industrieel naar wonen, waarbij onderscheid is gemaakt in deellocaties zoals in dit rapport beschreven.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

7

3.2 Historie van het plangebied Voornaamste bron is het boek van Tijdo van der Zeer (bron Boek 1) overige bronnen worden los benoemd. •

1900–1950 – Oorspronkelijke situatie, terrein maakte deel uit van het rivierlandschap langs de Ijssel en werd agrarisch gebruikt.

•

1901 oprichting Twentse Centraal station voor Electrische stroomlevering in Hengelo. Start van de onderneming die uiteindelijk Harculo bouwt.

•

1950-1955 – Dijken verleggen voor de bouw van de IJsselcentrale te Harculo en is het gebied binnendijks gebied geworden.

•

1950–1955 – Bouw van de eerste centrale (HC1 & HC2); Aanleg van een industriespoorlijn, afgetakt van Zwolle–Deventer.

figuur situatietekening 1955: bron T4

•

1955–1961 – Operationele fase als kolencentrale, Havens en Spoorlijn intensief gebruikt voor aanvoer met aan het einde een kolentip. Kolenoverslag met omkasting van golfplaten (asbestverdacht), bevestigd via historische foto’s.

•

1961 Uitbreiding HC3 – Kolen, Asbest opnieuw grootschalig toegepast in ketelisolatie, plaatmateriaal, pakkingen en leidingwerk.

•

1964 – Uitbreiding: Eenheid HC4 – brandstof stookolie, Tweede uitbreiding met vergelijkbare technische opbouw en asbesttoepassingen, Vooral ketelhuizen, machinevloeren en leidingbruggen bevatten aanzienlijke asbestbronnen.

Foto vanuit zuiderlijke haven richting fabriek in jaren 70

•

1967 HC4 omgebouwd naar aardgas en stookolie

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

8

•

1971 HC1 en HC2 omgebouwd van kolen naar stookolie / aardgas.

•

1973 – Bouw Eenheid HC50 – brandstof aardgas, Nieuwe stoominstallatie wordt gebouwd, Asbest wordt nog steeds toegepast voor hoge temperatuurinstallaties, pakkingen en koorden.

•

1973 HC3 wordt omgebouwd van kolen naar stookolie / aardgas, Kolengebruik neemt af; overschakeling naar olie/gas, Kolenopslag omgebouwd naar opslag stookolie,Spoorlijn naar kolenopslag opgebroken en opgeruimd in 1975, Olietanks eerst 4 uiteindelijk 8 van elke 16.000m3 staan in vloeistof kerende opvangbak met rondom een aarde wal. Waar in de volledige inhoud van de olietanks opvangen kan worden. (bron 7: hinderwet vergunning uitbreiding olieopslag)

•

1980 HC1 en HC2 uit gebruik

•

1982 – Bouw Eenheid HC60 – Gasgestookte combi-eenheid, Asbest blijft wettelijk toegestaan en wordt toegepast in cementplaten, isolaties en pakkingen. Deze eenheid blijft tot 2012 volledig operationeel.

figuur situatietekening olie centrale (bron 17)

•

1990–2000 – Afschaling van oude eenheden en verval, HC1–HC4 raken buiten gebruik. Inventarisaties tonen uitgebreide asbestverval en besmetting in oude installatieruimten.

•

1992 – bodem onderzoek Heidemij (bron 13). Dit onderzoek is het eerste omvangrijke bodemonderzoek voor de locatie en dient als startpunt voor de inventarisatie in dit rapport.

•

1996 – Eerste sloopronde: Schoorstenen, de laatste zijn gedurende de sloop in 2017 opgeblazen. (bron E9: NOS.nl)

•

1997 – HC-50 uit bedrijf en sloop drie ketels.

•

2007 – onderzoek risico en bodem bedreigende activiteiten Royal Haskoning (bron 16) Een belangrijk onderzoek vooral binnen de centrale waarin voor de milieuvergunning bodem bedreigende activiteiten worden geduid.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

9

•

2009 – Sloop acht olietanks (tanks in 2009 overige elementen later, zoals vloeistofdichte constructie en trimstation)

•

2012 – Laatste stoomcabine HC-61 uit bedrijf alleen HC 62 als nood nog in gebruik.

•

2012–2014 – Grootschalige asbestinventarisaties (voornamelijk demolis bron 24) (36+ rapporten) en radioactieve materialen APPlus) (bijlage 8)

•

2014 – onderzoek Royal haskoning (bron 25 t/m 28) De onderzoeken die voorgaande gegevens bundelen en nieuwe toevoegen. Dit rapport dient als basis voor de sanering gedurende de sloop.

•

2015 – raamsaneringsplan Royal haskoning (bron 29)

•

2016–2018 – Sloopfase (RPS / Koole ) Koole heeft de sloop en sanering van de Harculo-centrale in Zwolle uitgevoerd. (Bron E1)

•

2020 – Evaluatie Spectrum HSE (bron 35) Dit rapport geeft inzicht in de sanering en de uiteindelijke behaalde doelstelling.

•

2023 – Nader/ afperkend aanvullend bodemonderzoek rondom “Coolwaterhal” vanwege aanschaf. (bron 38) dit onderzoek is de start van de bredere PCB sanering.

•

2023–2024 – Nieuwe PCB/olie-saneringen Er was nog een PCB vervuiling geconstateerd in 2023. In 2024 is vervolgens een sanering uitgevoerd aan de zuidzijde van het terrein en tussen koelwaterhal en de teen van de dijk. (bron 39 en 40) later is een evalutie van de sanering gemaakt door RHDHV. (bron 45)

•

2024-2025 verkennend bodemonderzoek Hopman. (bron 43 en 44)

3.3 Gebruik (1950-2016) De IJsselcentrale Harculo is tussen 1950 en 1955 gebouwd als kolengestookte elektriciteitscentrale. Tijdens de bouw van de eerste eenheden (HC1 en HC2) zijn constructieve en installatietechnische materialen toegepast die in die periode gebruikelijk waren, waaronder omvangrijke hoeveelheden asbest en radioactief slakkenwol in ketel- en leidingisolaties, pakkingen, koorden, plaatmateriaal, dakbedekking en kitverbindingen. Ook is er mogelijk PCB houdende kit of stopverf gebruikt in de gebouwen en verf of toepassingen die Cr(VI) bevatten. In dezelfde fase is een industriespoor aangelegd ten behoeve van de kolenaanvoer en werd de kolenoverslaginstallatie geplaatst, bestaande uit transportbanden en omkasten waarvan op historische foto’s asbestverdacht golfplaatmateriaal herkenbaar is. (bron 24) Tegelijk is er gebruik gemaakt van grootschalige oudere transformatoren met mogelijk pcb bevattende oliën. De centrale is daarna stapsgewijs uitgebreid met nieuwe eenheden (HC3 in 1961, HC4 in 1964, HC50 in 1973 en HC60 in 1982). Uit de asbestinventarisaties van 2012–2014 (bron 24) blijkt dat in al deze uitbreidingen opnieuw slakkenwol en asbesthoudende toepassingen zijn gebruikt. Dit past bij het beeld van een grootschalig industrieel complex waarin slakkenwol en asbest op constructief, installatie- en procesniveau breed was toegepast.

Tevens hebben er in de centrale in iedere eenheid meerdere trafo`s gestaan. Het gebruik, transport en opslag van o.a. kolen en later stookoliën en bijbehorende activiteiten lagen met name tussen de dijken ten westen van de centrale. Hier hebben olieopslag silo’s gestaan, transportleidingen en specifieke opstallen voor het opslaan, verwerken en vervoeren van mogelijk P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

10

bodemschadelijke stoffen. In de uitspanning is middels het spoor met name het transport van groot materieel geweest. Het inhijsen van transformatoren en andere materieel maakt deze locatie verdacht voor met name PCB’s en olie lekkages. Het dienstengbouw is nooit anders gebruikt dan kantoor en kantine functie danwel heeft geen bodembedreigende activiteiten gehad. 3.4 Beschrijving sloop en saneringen 2016-2019 De sloop en de sanering van de Ijsselcentrale vond met name gefaseerd plaats tussen 2016 en 2019. Omschrijving sloop en sanering in artikel 2 zoals weergegeven stond op de website van RPS geeft goed aan dat er eerst asbest en radioactief slakkenwol is gesaneerd en dat dit een omvangrijke activiteit is geweest: Grootschalige asbestsanering eerste prioriteit Het is één van de grootste industriële sloopprojecten van de laatste jaren. In Zwolle wordt de gasgestookte Ijsselcentrale Harculo na 65 jaar trouwe dienst afgebroken. De eerste horde bestaat uit het verwijderen van asbest en radioactief slakkenwol. Projectmanager John Bolt van ENGIE en asbestdeskundige Herco Brand van RPS vertellen hoe dat met militaire precisie wordt uitgevoerd. (bron artikel 2: internet artikel RPS) Uit externe bron (RPS, documentatie over de sloop van de Ijsselcentrale Harculo) blijkt dat asbestverwijdering, slakkenwol verwijdering en sloop gelijktijdig en gefaseerd zijn uitgevoerd.

De sanering was geen voorafgaande, volledig afgeronde stap maar is op verschillende momenten op verschillende locaties binnen het gebied uitgevoerd. RPS geeft aan dat de combinatie van sloopwerkzaamheden en asbestverwijdering een uitdagend proces was vanwege de omvang en diversiteit van de aanwezige asbesttoepassingen, inclusief moeilijk bereikbare bronnen en resterende gevaarlijke stoffen. (bron artikel 2: internet artikel RPS) Tijdlijn van de sloop en saneringen Er is begonnen in 2016 binnen in de IJssel centrale om asbest en radioactief slakkenwol te saneren. Daarna is men begin 2017 aangevangen met sloop van opstallen rondom de centrale, met name het westelijke gebied tussen de dijk en de centrale. In die periode tussen 25 augustus 2016 en maart 2017 zijn de restanten van het olieopslag/sintelveld gesloopt en gesaneerd. Op zaterdag 18 maart 2017 zijn de laatste twee schoorstenen opgeblazen van de centrale opgeblazen. (Bron E9) Volgens de sloopomschrijvingen van Engie zijn bouwwerken/funderingen tot 1,5 a 2m-mv gesloopt en is de bodem op plekken gesaneerd en vervolgens gefaseerd aangevuld met schone grond. Ook is het RBC gebouw tussen de centrale en het terrein van Tennet tussen augustus 2016 en maart 2017 gesloopt. Dit is waarschijnlijk gedaan om plek vrij te maken voor de sloop van de centrale.

Want in de periode van 27 maart 2017 tot in de tweede helft van 2018 zie je heel duidelijk dat er tijdens de sloop van de centrale het terrein rondom de centrale wordt gebruikt voor het tijdelijk opslaan van sloop materiaal, zoals puin en staal. Ook zijn er enkele grond depots op terrein te vinden waarvan niet bekend is of dit schone of vervuilde grond is. (Bron F6 en bijlage 6) Breder onderzoek naar de kwaliteit van de bovengrond is dus van belang. Dit zal in het onderzoeksvoorstel verder uitgewerkt worden. In de periode tussen oktober 2018 en 4 juni 2019 is de sloop afgerond. Na het neerhalen van de laatste eenheden in oktober 2018. Zijn de funderingen tot 1,5m-mv gesloopt en afgevoerd en vermoedelijk zijn in deze periode ook de meeste koelleidingen in het terrein van deze zuidelijke naar de noordelijke haven verwijderd, enkel tussen het koelwatergebouw en dienstengebouw en tot iets voorbij het dienstengebouw liggen deze leidingen nog onder de grond. Hier wordt in de verdere uitwerking van de woningbouw ontwikkeling nader onderzoek naar gedaan. Deze koelwaterleidingen met een inwendige diameter van 1,7m lagen met bovenkant buis 2,5m-mv. Gezien de partij keuringen en transport bonnen is het meeste zand en grond in totaal 51.097m3 aangeleverd op het terrein in de periode van 12 september 2018 t/m 22 mei 2019.

Kortom de schone grond is grotendeels na de sloop aangeleverd en verwerkt op het terrein. Op de foto van 4 juni 2019 (Zie bijlage 5, foto`s sloop) zie je duidelijk dat het terrein net gereed en ingezaaid is en de eerste grassprieten zich laten zien. Echter is er ook deels grond geleverd tijdens de sloop dus besmettingen tijdens de sloop is niet geheel uit te sluiten. Voorlopige conclusies gebruik en sloop;

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

11

•

Op basis van de historische bouwfasen, de asbest inventarisaties van Demolis (2011–2014), de observaties uit de sloopperiode en de externe bron van RPS en HSE technologie wordt vastgesteld dat de IJsselcentrale Harculo tot aan de sloopfase asbesthoudend was en dat de bodemsanering deels gelijktijdig met de ontmanteling heeft plaatsgevonden. Dit maakt het aannemelijk dat op diverse terreinzones (werkstroken, puinbanen, voormalige transportzones, dempingen en onderhoudslocaties) asbesthoudende restmaterialen of secundaire verontreinigingen met PFAS, PCB, slakkenwol en Chroom kunnen voorkomen. Deze conclusie wordt betrokken bij de hypothesevorming binnen dit NEN 5725-vooronderzoek en het nog uit te voeren aanvullend bodemonderzoek.

•

Ook kan niet worden uitgesloten dat in de periode 1950-2016 PCB houdende kit of stopverf is toegepast in de gebouwen of dat Chroom houdende verf op de staalconstructie of toepassingen zijn gebruikt. Mogelijk zijn deze stoffen na de sloop en het neerhalen in de bodem terechtgekomen.

•

Gedurende de gebruiksfase materialen gebruikt zijn welke een risico vormen voor de bodemgesteldheid. Daarbij gaat het vooral om Oliën (stookolie en diesel of huisbrandolie(H.B.O), kolen, zware metalen, asbest, radioactief slakkenwol, PCB, Chroom en zelfs PFAS ivm de blusinstallaties rondom olieopslag en in de centrale. De verschillende risicogebieden liggen verspreidt over het terrein maar liggen, naast de locatie van de centrale zelf (DL3), met name “ten westen en oosten van de centrale tussen de dijken.

3.5 Gebruik uiterwaarde en omringende percelen

Foto: Luchtfoto uit 2022 met daarop een leeg terrein met de bewaard gebleven bouwdelen in de uitspanning.

Het perceel van de centrale was groter dan enkel het deel tussen de dijken waar de centrale daadwerkelijk heeft gestaan en waar de opslag plaats vond. De uiterwaarde en de percelen niet direct binnen de dijken, vormen zoals op pagina 5 zichtbaar, onderdeel van het terrein van de centrale. Het terrein is langs deze lijn in 4 gebieden op te knippen; 1.

Deel tussen de dijken

2.

Uiterwaarde

3.

Insteekhavens

4.

Aanrijroutes, kolk en zonneweiden.

De meeste activiteiten hebben binnen de dijken plaatsgevonden. Zowel de centrale als de opslag hebben daar gestaan. De overige terreinen hebben een sterk ondergeschikte functie gehad. 2. Uiterwaarde

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

12

Historisch gezien was het gehele gebied waar de centrale staat onderdeel van de uiterwaarde. Dit is een overstromingsgebied van de IJssel waar met name ruimte is voor natuur en voor agrarische activiteiten. Het veranderen van het verloop van de dijken heeft het terrein gecreëerd waar de centrale op is gebouwd ofwel het deel tussen de dijken. Een kleiner deel buitendijks is overgebleven als uiterwaarde. Door de juiste positionering en de functionele opzet van de centrale is ervoor, zover bekend, geen noodzaak geweest voor opslag of overslag via de uiterwaarde. Tot aan de huidige functiewijziging van dit gebied is dit dan ook enkel en alleen natuur en agrarische grond geweest. Hier zijn vanuit historisch gebruik geen bodemvervuilingen te verwachten gerelateerd aan de functie van de centrale. Mocht er een vervuiling of verminderde bodemkwaliteit aanwezig zijn dan zal deze verband houden met haar positie en rol als overstroom gebied van de IJssel.

Foto: luchtfoto gemaakt tussen 2010-2015.

Ook gedurende de sloop zijn hier geen activiteiten geweest. De locatie is niet gebruikt voor opslag of voor transport. Daarnaast ligt de uiterwaarde op afzienbare afstand van de gesloopte opstallen. Enkel middels verstuiving of verwaaiing van deeltjes kan er mogelijk een mate aan vervuiling op het terrein aanwezig zijn. Met name door het actieve agrarische gebruik en het regelmatig onderlopen van dit terrein is de bovenlaag geroerd en is het erg onwaarschijnlijk dat verstuivingsdeeltje, mochten deze hier al aanwezig zijn geweest, hier nog aanwezig zijn. De locatie kan dus als niet verdacht worden beschouwd ten aanzien van bodemvervuiling veroorzaakt door het gebruik dan wel sloop van de centrale. Daar hier ook geen functie wijziging plaats gaat vinden is nader onderzoek voor nu niet noodzakelijk. 3. Insteekhavens Beide insteekhavens zijn van origine poelen en kolken in een drassig landschap. Deze zijn voor het functioneren van de centrale kunstmatig verbonden met de IJssel. De havens zijn met hun pieren gebruikt voor de aanvoer van kolen en later huisbrandolie (H.B.O) via de zuidelijke haven en zware olie via de noordelijke haven. Tevens werd de zuidelijke haven gebruikt als inlaathaven waar het koelwater en de noordelijkhaven is de uitlaathaven van het koelwater.

Beide havens zijn onderzocht naar de kwaliteit van de bodem (bron 34.) Uit vergelijking blijkt dat de gemiddelde concentraties van het slib in de aanvoerroute/ havens aanmerkelijk lager liggen dan in de IJssel. Plaatselijk worden voor enkele parameters binnen dit onderzoek hogere concentraties gemeten dan de gemiddelde gehalten in de IJssel. Dit geldt voor de parameters cadmium, koper, lood, zink, barium, minerale olie, PCB’s en PAK . Alleen de parameters minerale olie, PCB’s en PAK kunnen een relatie hebben met de bedrijfsactiviteiten van de energiecentrale. Echter, kunnen het ook verontreinigingen zijn die vanuit de IJssel in de aanvoerroute/havens is gesedimenteerd. De herkomst is niet vast te stellen. Gekeken naar het BPRW is er nu geen noodzaak tot verwijderen van de verontreinigde waterbodem. Het is niet kosteneffectief en leidt niet tot een significante P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

13

verbetering van de waterkwaliteit. Bij nieuw gebruik of ontwikkeling in de havens dient in samenspraak met bevoegd gezag (RWS) gekeken te worden hoe dit aansluit op toekomstig gebruik dan wel welke bodemgerichte maatregelen dan nodig zijn. 4. Aanrijroutes, kolk en zonneweiden Rondom het Tennet terrein zijn nog delen die onderdeel vormden van het terrein van de centrale. Zo zijn er de twee aanrijroutes, twee zonneweiden en een kolk. In het landschap zijn nog de relicten van de treinsporen zichtbaar waarover het transport richting de fabriek heeft plaatsgevonden. Daar heeft bij de entree nog een benzinestation gestaan. (bron 13) (zie hoofdstuk 5 en deelgebied 5 in hoofdstuk 7) Het spoor zoals zichtbaar in onderstaande foto, is het aan en afvoer spoor geweest voor machines en elementen voor de fabriek. Dit spoor komt uit in de hijshal, heden onderdeel van de uitspanning. Een tweede set aan sporen liep achter het koelwatergebouw langs naar de pier in 1 van de 2 insteekhavens. Daar is materiaal en middelen over vervoerd met name kolen en sintel. Beide spoorlijnen zijn reeds meerdere jaren al niet meer in gebruik (meer dan 50) en grotendeels gerooid. Het spoor achter het koelwatergebouw is zelfs grotendeels gesaneerd om te vervangen voor een parkeerfunctie en later als opslag voor het Koelwatergebouw.

Rondom het Tennet terrein zijn 2 zonneweiden en ligt er een kolk met groen eromheen. Deze terreinen hadden historisch gezien voor zover herleidbaar geen actieve functie voor de centrale anders dan onderdeel van het toegangsterrein. Zowel tijdens het gebruik als tijdens de sloop hebben hier geen activiteiten plaatsgevonden enkel dan het realiseren van zonnepanelen en het soms laten grazen van schapen.

Geconcludeerd kan worden dat mocht er sprake zijn van een vervuilingsrisico dit vooral rondom de wegen en de historisch spoorbanen aanwezig is. Daar de spoorbanen al meerdere decennia uit gebruik zijn genomen, zijn mogelijke aanwezige bodemvervuilingen van historische aart en volgen daarmee de functie welke de sporen in de historie hebben gehad. (verdacht op PAK en zware metalen) In het onderzoek van Heidemij van 1992 is al wel oriënterend onderzocht naar zware metalen (bron 13). (boringen 1.04,1.05 en 1.13 mengmonster tot 0,5 a 1,0 m-mv) Daar zijn toen geen zware metalen aangetroffen. (alles onder de waarde A of detectie grens) Daar hier de functie niet wijzigt en het landschap behouden blijft is er nu geen directe noodzaak tot nader onderzoek. Dit zal pas bij functiewijziging gebeuren. 3.6 Uitspanning De uitspanning bestaat uit de oranje en roze percelen in het kaartje op pagina 6 (figuur 1). In dit deel zijn het dienstengebouw, de hijshal, magazijn en het koelwatergebouw van de voormalige IJsselcentrale bewaard gebleven. Deze percelen zijn in eigendom van Boei en Westerhuis. Hieronder een luchtfoto van de uitspanning met de gehandhaafde gebouwen.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

14

Foto 1: Overzicht opstellen in de uitspanning

Figuur1: knipsel van situatie in 1955.

Historie van de uitspanning tussen koelwatergebouw en dienstengebouw De opstallen in de uitspanning zijn gebouwd tussen 1950-1955. Het koelwatergebouw is per uitbreiding van de IJsselcentrale uitgebreid. Het gebied tussen het koelwater gebouw en het dienstengebouw is altijd deels park geweest en deels voorzien van verharding met daarin een spoorbaan. Via deze verharding was het dienstengebouw met daarin kantoren en de kantine en kleedruimtes te bereiken. De voetganger/ fietsersbrug leidt naar een fietsenstalling. Het spoor naar de hijshal was bedoeld voor het leveren van onderdelen en materialen voor in de fabriek. Deze werden o.a. opgeslagen in het magazijn waarna vanuit de hijshal deze vervolgens de fabriek ingehesen werden. De hier opgestelde dieselloc werd o.a. ook gebruikt om kolenwagons vanaf het rangeerterrein naar de kolentip te verplaatsen. Kortom er is intensief gebruik gemaakt van dit spoor, waarbij sprake kan zijn geweest van mors- en overslagverliezen van onder andere kolen en sintels, alsmede in beperkte mate smeeroliën. (met name binnen de hijshal en werkplaats) In de hijshal is een concentratie geweest van activiteiten waar materialen en onderdelen verplaatst zijn vanuit o.a. de werkplaats middels kranen en treinwagons de fabriek in en uit, waaronder ook transformatoren met PCB houdende olie.

Niet is uit te sluiten dat hier PCB houdende olie is gemorst tijdens het hijsen. Na het buiten gebruik stellen en deels ontmantelen van het spoor voor de dieselloc in 1989, is t/m heden geen gewijzigd gebruik geweest. Historie van deel tussen de dijk en koelwatergebouw. Van 1950 tm circa 1975 heeft er een kolenspoor gelegen in dit gebied. Toen de centrale is omgebouwd naar stookolie/aardgas verbranding is dit spoor ontmanteld in de periode tussen 1972-1975. Daarna is er een parkeerterrein aangelegd voor medewerkers van de centrale. Dit parkeerterrein is tot circa 2015 bij sluiting van de centrale in gebruik geweest. Tussen het magazijn en het koelwatergebouw is een opslag geweest voor chloorhoudende producten tevens is er een beperkte ruimte geweest voor de brandweer. In het bodemonderzoek van Heidemij uit 1992 (bron 13) staat beschreven dat er een lekke vulcateenleiding is geweest tussen het sintelpark/ zuurbasins en het chloorvatengebouw. Hierover meer in paragraaf 5.1. Huidig gebruik van de uitspanning In 2019 is het koelwatergebouw gekocht door een Zwolse kunstenaar. Die heeft de hal getransformeerd tot een expositie en evenementen ruimte. (bron: E6) Die in mei 2025 is geopend voor publiek.

Het terrein tussen dienstgebouw en hijshal is opnieuw ingericht als beeldentuin waarin RVS kunstwerken van de kunstenaar tentoongesteld worden en voorzien van een plein met een stretchtent voor bijeenkomsten in de openlucht voor het voorjaar en de zomer. Het magazijn is op dit moment in gebruik voor kleine creatieve bedrijven.

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

15

3.7 Bodemkwaliteitskaart gemeente Zwolle Volgens de bodembeheernota van Zwolle valt de locatie heden op de functieklassekaart in de klasse Industrie. Op de ontgravingskaart valt de bovengrond in de klasse uitgesloten en de ondergrond in de klasse uitgesloten. Volgens de toepassingskaart valt zowel de boven- als ondergrond in de klasse Landbouw/Natuur. 3.8 Asbestdakenkaart Provincie Overijssel Uit de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland blijkt dat de bebouwing op en rondom de locatie niet worden aangemerkt als verdacht voor het hebben van asbestdaken. 3.9 Topotijdreis 1910 – 1950: Agrarisch cultuurlandschap In deze periode bestond het gebied hoofdzakelijk uit agrarische percelen langs de Ijssel met verspreide erven, weilanden en enkele houtwallen. De bebouwing was kleinschalig en voornamelijk gericht op landbouw en veeteelt. 1950 – 2015: Energie-industrie (IJsselcentrale) Vanaf de jaren ’50 ontstond in Harculo het omvangrijke complex van de IJsselcentrale. De locatie transformeerde van agrarisch gebied naar een industrieterrein met energie-opwekking (o.a. kolengestookte eenheden, vanaf later ook olie en gas). Er waren grote opslagen, transportbanden, werkplaatsen, koelwaterinlaten en leidingen. In de loop der decennia nam de installatiedichtheid toe; ook waren diverse uitbreidingen, sloopfasen en transities zichtbaar.

2016 – heden: Transitie en herontwikkeling richting woonwijk (Zwolle-Zuid) Vanaf 2016 zie je in de kaarten dat den centrale steeds kleiner wordt en wordt gesloopt. In 2019 zie je op topografische ondergrond de situatie zoals die bij het schrijven van dit rapport is. 3.10 Terreinverkenning Ter ondersteuning van het historisch vooronderzoek is een visuele terreininspectie uitgevoerd. Hierbij is het terrein systematisch beoordeeld op mogelijke aanwijzingen voor bodemverontreiniging of bodemvreemde materialen, waaronder:

•

Visuele verontreinigingen (zoals olieplekken, verkleuringen, verdachte ophogingen);

•

Zwerfafval of restanten van bedrijfsactiviteiten;

•

Puin- of bouwafval, bijmengingen aan het maaiveld;

•

Indicaties voor dempingen of ophogingen (zoals verzakkingen of niveauverschillen);

•

Beschadigde of asbestverdachte bouwmaterialen;

•

Afwijkende begroeiing of vegetatieschade.

Tijdens deze inspectie zijn geen visuele bijzonderheden of verdachte omstandigheden waargenomen. Het terrein maakte een opgeruimde en egaal ingerichte indruk, zonder duidelijke sporen van recente verstoring of historisch gebruik dat kan wijzen op bodemverontreiniging. Er zijn geen geurafwijkingen (zoals olie- of chemicaliënlucht) of bodemvreemde materialen geconstateerd. Evenmin zijn er aanwijzingen voor dempingen of graafsporen zichtbaar. Het ontbreken van zintuiglijke afwijkingen is in lijn met de aanwezige informatie betreffende het uitgevoerde grondverzet en het vlaktrekken van het terrein. Op basis van de terreininspectie zijn geen zintuiglijke aanwijzingen aangetroffen die duiden op recente of aan maaiveld herkenbare bodemverontreiniging. 3.11 Bodemopbouw en geohydrologie Gegevens hieromtrent zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO en/of de website van Dinoloket. In onderstaande tabel is de globale regionale bodemopbouw van het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen weergegeven. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zich circa 2,5 meter boven NAP. Tabel: regionale bodemopbouw P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

16

Bodemlaag

Traject

Grondsoorten

1

(m-mv ) Deklaag

0-3

1e watervoerend pakket Scheidende laag

3-4

Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, lokaal schelphoudend; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus

4-56 1

meter minus maaiveld

Grondwaterpeilen studie In de periode van oktober 2023 tm september 2024 zijn de grondwaterpeilen gemonitord. De peilbuismetingen en de rivierwaterstand ter plaatse van het plangebied is weergegeven in Figuur 4-4. Eind december was sprake van een verhoogde waterstand op de rivieren. De afvoer vanuit Duitsland was hoog en viel samen met een hoog waterpeil op het IJsselmeer. Er was sprake van een vijfjaarlijks hoogwater. De maximale waterstand op de IJssel ter plaatsen van Nieuw Harculo was NAP+3,42m op 27-12-23 en 28-12-23. Uit de peilbuismetingen blijkt dat binnen het plangebied een duidelijke respons zichtbaar is op de IJssel. Er zijn geen zandmeevoerende wellen geconstateerd. Het binnendijkse terrein heeft geen doorlopende kleilaag en is zandig. Zonder maatregelen zoals een goede afwatering en ophoging van het terrein, ontstaat tijdens hoogwater wateroverlast. In het verleden, toen het terrein eigendom was van ENGIE, was op deze locatie een bronbemalingssysteem aanwezig die het grondwaterpeil kon reguleren. In de toekomstige situatie wordt er opgehoogd en een IT-riool met-drainage aangelegd om wateroverlast in het gebied bij hoge waterstanden op de IJssel te voorkomen.

De stromingsrichting van het grondwater in het 1e watervoerend pakket is, in het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen, globaal zuidoostelijk gericht. Het grondwater bevindt zich doorgaans op ongeveer 1,0m+NAP circa 1,5 tot 2m-mv. En de grondwaterstand reageert sterk op de waterstand van de Ijssel. Dit kan zorgen dat de grondwaterstroom naar of vanaf de IJssel beweegt. Geconcludeerd kan worden dat, gezien de ondiepe grondwaterstand en de sterke fluctuaties onder invloed van de IJssel, het grondwatersysteem ter plaatse als dynamisch kan worden beschouwd. In een dergelijk systeem zullen eventuele sterk mobiele verontreinigingen zich in de tijd naar verwachting eerder en op een P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

17

meer verspreide wijze manifesteren, bijvoorbeeld in de vorm van diffuus verhoogde gehalten in het grondwater of wisselende ruimtelijke patronen. Dergelijke duidelijke of structurele aanwijzingen zijn vooralsnog niet waargenomen (2025 HP). Dit betekent echter niet dat de aanwezigheid van mobiele verontreinigingen op voorhand kan worden uitgesloten. Nader onderzoek dient zich dan ook te richten op het verifiëren van deze mogelijke manifestatie, met specifieke aandacht voor locaties waar, op basis van historisch gebruik en uitgevoerde saneringen, een verhoogde kans op rest,- of herverontreiniging aanwezig is. Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel. Hypothese 1 – Dynamisch freatisch systeem Binnen het plangebied is sprake van een ondiep en sterk dynamisch freatisch grondwatersysteem dat direct reageert op de waterstand van de IJssel. De grondwaterstand en lokaal ook de stromingsrichting worden daardoor tijdelijk beïnvloed door rivierstanden, waardoor het grondwatersysteem niet als statisch kan worden beschouwd.

Hypothese 2 – Geen stabiele, scherp begrensde pluimen bij mobiele stoffen Vanwege de sterke grondwaterstandsfluctuaties, de zandige opbouw en de hydraulische relatie met de IJssel is het niet te verwachten dat mobiele verontreinigingen zich als een stabiele, scherp begrensde grondwaterverontreinigingspluim handhaven. Indien sterk mobiele stoffen aanwezig zijn, zal eerder sprake zijn van: wisselende verspreiding, verdunning en/ of tijdelijke verplaatsing met de grondwaterdynamiek. Tevens dient; •

grondwaterkwaliteit vooral te worden geïnterpreteerd in het licht van een dynamisch systeem met rivierinvloed,

•

incidentele of lichte verhogingen in grondwater niet zonder meer als aanwijzing voor een lokale bronlocatie kunnen worden beschouwd.

•

bij de risicobeoordeling rekening te worden gehouden met de dynamiek van het grondwatersysteem, met name ten aanzien van de effectiviteit van leeflagen en het potentiële risico op herverontreiniging. (de aanwezige leeflaag in DL4 dient hierop geanalyseerd te worden.)

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

18

4. BRONGEGEVENS In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de beschikbare officiële archiefstukken die betrekking hebben op het plangebied en relevant zijn geweest om een goed beeld te krijgen van de milieutechnische staat van het totale terrein. Het betreft onder meer vergunningen, historische en recente bodemonderzoeken en asbestinventarisaties die in de loop der jaren zijn uitgevoerd in relatie tot het gebruik, de sloop en de herontwikkeling van het terrein. Vanwege de omvang van het totaal aan informatie is gekozen om een historische lijn te creëren waarin doelgericht informatie is geanalyseerd betreffend bodembedreigende activiteiten startende bij de hinderwet vergunningen en bodemonderzoeken maar met name bij het onderzoek van 1992 van Heidema. Dit onderzoek wordt, net als bij de latere onderzoeken van Royal Haskoning, als basis gebruikt. De additionele informatie (paragraaf 4.3) is toegevoegd naar mate deze iets aanvult aan dat beeld, soms om bodembedreigende activiteiten toe te voegen en soms juist om saneringen en huidige stand van een dergelijke activiteit weer te geven.

4.1 Set aan onderzoeken en bronnen: Nr

Jaar

Bureau

Titel/omschrijving

Deellocatie

Bron 1

1968 Bureau de Gruyter

Bouwtekening aanleg sintelpark 8 januari 1968

DL1

Bron 2

1970 Hinderwet/Collectie Overijssel

Tekening aardgasleiding Gasunie aansluiting IJsselcentrale 28 juli 1970

DL 6

Bron 3

1972 Hinderwet/Collectie Overijssel

Aanvraag hinderwetvergunning PE1 t/m PE5 d.d. 17 en 28 februari 1972

DL 3

Bron 4

1973 Hinderwet/Collectie Overijssel

Brief B&W inzake revisievergunning hinderwet d.d. 31 januari 1973

divers

Bron 5

1973 Hinderwet/Collectie Overijssel

Brief provincie Overijssel aan NV IJsselcentrale d.d. 1 mei 1973

divers

Bron 6

1973 Hinderwet/Collectie Overijssel

Aanvraag hinderwetvergunning gasontvangst/reduceerstation PE3

DL 3

Bron 7

1973 Hinderwet/Collectie Overijssel

DL 1

Bron 8

1974 Hinderwet/Collectie Overijssel

Aanvraag hinderwetvergunning opslagtanks ruwe stookolie d.d. 14-09-1973 incl. tekeningen. Eerste 4 tanks. Beschikking verlening vergunning Wet inzake luchtverontreiniging, vermoedelijk sept 1974

Bron 9

1974 Hinderwet/Collectie Overijssel

Hinderwet: revisievergunning IJsselcentrale, vermoedelijk 1974

divers

Bron 10

1975 Hinderwet/Collectie Overijssel

Aanvullende info hinderwetvergunning PE1 t/m PE5 d.d. 17 april 1975

divers

Bron 11

1977 Hinderwet/Collectie Overijssel

Opgave luchtverontreiniging PE4 d.d. 6 juni 1977

divers

Bron 12

1975 Bureau de Gruyter

Tekening uitbreiding tankenpark 1978-1980 (nog 4 tanks)

DL 1

Bron 13

1992 Heidemij

Bodeminventarisatie (634/EA92/B392/43963)

divers

Bron 14

1996 Tauw

Aanvullend bodemonderzoek (R3485951)

DL 3

Bron 15

1997 Heidemij/Arcadis

Nader bodemonderzoek olieverontreiniging (634/0A97/4582/45592)

DL 3

Bron 16

2007 Royal Haskoning

Bodemrisicoanalyse Wm-aanvraag 2008 (9S3769)

divers

Bron 17

2008 Royal Haskoning

Electrabel centrale Harculo ijsselcentraleweg 6 inventarisatie bodem

divers

Bron 18

2009 Royal Haskoning

Actualiserend bodemonderzoek (9T7402.05)

divers

Bron 19

2009 Royal Haskoning

Verificatie bovengrondse tanks (9V1016)

DL 1

Bron 20

2011 CSO-Milfac

Nader onderzoek condensatie HC3-4 (11F080.R01)

DL 3

Bron 21

2008 Electrabel SUEZ

Revisievergunning Wet milieubeheer centrale Harculo

divers

Bron 22

2012 Haskoning NL

Nader onderzoek Harculo 1-4 (9W8341)

DL 3

Bron 23

2012 Grontmij

Evaluatie calamiteit schakelterrein DL5

nvt

Bron 24

2012-2014 Demolis

35 asbestinventarisatierapporten van alle te slopen bouwdelen

DL 3

divers

Bron 25

2014 HaskoningDHV

Inventarisatie bodemkwaliteit (BC5152-101-101)

divers

Bron 25A

2014 HaskoningDHV

Asbestonderzoek grond ketels en verharde condensorvloer HC1 t/m HC4 (BC5152-101-102)

divers

Bron 26

2014 HaskoningDHV

Afperkend PCB HC3/HC4 (BC5152-101-103)

DL 3

Bron 26A

2014 HaskoningDHV

Asbestonderzoek tankenpark

DL 1

Bron 27

2014 HaskoningDHV

Bodemonderzoek diverse locaties (BC5152-101-105)

Bron 28

2014 HaskoningDHV

Bodemonderzoek trimstation 3 (BC5152-101-106)

DL 1

Bron 29

2015 HaskoningDHV

Saneringsplan op hoofdlijnen (BC5152-102-100)

divers

Bron 30

2015 HaskoningDHV

Noodstroomaggregaat (IEMBC5152-103-100)

DL 6

Bron 31

2016 Spectrum HSE

Asbest B9-2

DL 2

Bron 32

2017 Spectrum HSE

Tussenevaluatie asbestsanering tankenpark

DL 1

Bron 33

2018 Spectrum HSE

NEN 5740 leidingbrug

DL 1

Bron 34

2018 HaskoningDHV

Waterbodemonderzoek insteekhavens (BG2793-103)

nvt

Bron 34A

2019 HaskoningDHV

Waterbodemonderzoek centrale

DL 5 / 6

Bron 34B

2019 Spectrum HSE

Bodemonderzoek naar de aanwezigheid van asbest

divers

Bron 35

2020 Spectrum HSE

Evaluatie grondsaneringen + nadere beoordeling

divers

Bron 36

2021 Omgevingsdienst IJsselland

Beschikking instemmen evaluatieverslag Spectrum HSE 2020

divers

Bron 37

2022 Geonius

Verkennend bodemonderzoek dijkversterking Zwolle-Olst (MA200407.014R02.V3.0)

DL 7

Bron 38

2023 Boluwa

Nader/afperkend onderzoek koelwatergebouw (23055)

DL 7

Bron 39

2023 Mateboer

Verkennend + asbest NEN 5740/5897 (BO233366)

DL 4 / 7

Bron 40

2024 Mateboer/RHDHV

PCB-sanering DL4 + evaluatie (BJ5890, INGETROKKEN)

DL 4 / 7

Bron 41

2024 Omgevingsdienst IJsselland

Beschikking instemmen saneringsplan 3 april 2024 (0193ESUITE2593572023)

DL 4 / 7

Bron 42

2025 Omgevingsdienst IJsselland

Bodemadvies ODIJ 13 oktober 2025 (0193ESUITE1433492025)

DL 4 / 7

Bron 43

2025 Hopman en Peters

Actualiserend onderzoek V4 (P2400784)

divers

Bron 44

2025 Hopman en Peters

Verkennend onderzoek Uitspanning (P2500754)

DL 7

Bron 45

2026 HaskoningDHV

Evaluatieverslag PCB-sanering 2026

DL 4 / 7

Partijverwerking grond ophoging (13 partijen, BRL 9335-2, AP04)

divers

certificaten boringen en afperkingen PCB sanering

DL 2/4/7

Bron 46

2018-2019 Grondbalans B.V.

Bron 47

2024 Maetboer

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

19

4.2 Additionele informatie. Naast de hierboven officiële bronnen is er ook gebruik gemaakt van alternatieve bronnen zoals websites, youtube, historische foto’s, boeken en de uitgebreide set aan tekeningen en materiaal zoals opgeslagen in het archief van Engie Internet Nr

Bron

E1

https://www.koole.eu/nl/project/harculo/

E2

https://nieuwharculozwolle.nl

E3

https://www.flickr.com/search/?text=ijsselcentrale+harculo

E4

https://www.youtube.com/results?search_query=harculo+ijsselcentrale

E5

https://www.engie.nl/over-ons/projecten/harculo/geschiedenis

E6

https://koelwaterhal.nl/historie

E7

https://www.flyingholland.nl/?search=ijsselcentrale+harculo&gallery=61f3447e-cebc-4b41aa2d-5065bc9d8434

E8

https://www.ijsselcentrale.nl/historie/

E9

https://nos.nl/artikel/2163792-schoorstenen-oude-ijsselcentrale-opgeblazen

Bouwtekeningen en boeken Nr

Omschrijving

T1

Overzicht centrale 01a, totale opzet centrale en verloop HBO leiding

T2

Tekening oliepark mrt 1984

T3

Tekening sintelpark

T4

Tekening overzicht 1955

T5

Tekening overzicht 1955 inzoom op kolenkip en hoogspanningtransformator

T6

Koelwatergebouw leidingen en spoolijnen

Boek 1

Centrale Harculo, Tijdo van der Zee, 2014

Artikel 1

Isopropylalcohol, Chemos, 2020

Artikel 2

Internet artikel RPS

Foto’s Nr

Omschrijving

F1

Foto olietank noodstroom aggregaat deellocatie 5

F2

Foto noodaggregaat en verwijderen gasleiding deellocatie 6

F3

Foto verwijdert noodaggregaat deellocatie 6

F4

Foto met o.a HBO tank deellocatie 6

F5

Foto vloer Hijshal

F6

Luchtfoto’s sloop

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

20

4.3 Hinderwetvergunningen Niet alle vergunningen zijn te vinden in het archief. Hier een overzicht van alle hinderwetvergunningen en welke niet langer aanwezig zijn in het archief. Activiteit

Start

Einde

Aanwezig

kunststofverpakkingsindustrie

1958

onbekend

Niet van toepassing betreft een ander bedrijf die niet was gevestigd op het terrein van voormalige ijsselcentrale

benzine-servicestation

1964

onbekend

Dit betreft een bezine station op de hoek IJsselcentrale weg met Hollewandseweg.

benzinepompinstallatie

1964

onbekend

Dit betreft een bezine station op de hoek IJsselcentrale weg met Hollewandseweg.

elektriciteitscentrale

1978

onbekend

niet aanwezig

elektriciteitscentrale

1970

onbekend

Aanwezig, bron 1

elektriciteitscentrale

1975

onbekend

Aanwezig, bron 10

elektriciteitscentrale

1973

onbekend

Aanwezig, bron 4, 5, 6 en 7

elektriciteitscentrale

1977

onbekend

Aanwezig, bron 11

elektriciteitscentrale

1965

onbekend

Niet aanwezig

elektriciteitscentrale

1964

onbekend

Niet aanwezig

elektriciteitscentrale

1963

onbekend

Niet aanwezig

elektriciteitscentrale

1956

onbekend

Niet aanwezig

elektriciteitscentrale

1953

onbekend

Niet aanwezig

brandstoftank (ondergronds)

onbekend

onbekend

Onbekend

stookolietank (bovengronds)

1972

onbekend

Aanwezig, bron 2

stookolietank (bovengronds)

1973

onbekend

Aanwezig, bron 7

brandstoftank (bovengronds)

1978

onbekend

Niet aanwezig

brandstoftank (bovengronds)

1965

onbekend

Niet aanwezig

schietbaan (particuliere vereniging)

1969

1990

Niet van toepassing betreft een ander bedrijf die niet was gevestigd op het terrein van voormalige ijsselcentrale

metaalbedrijf

onbekend

onbekend

Niet van toepassing betreft een ander bedrijf die niet was gevestigd op het terrein van voormalige ijsselcentrale

metaalbedrijf

1996

onbekend

Niet van toepassing betreft een ander bedrijf die niet was gevestigd op het terrein van voormalige ijsselcentrale

P2400784 IJsselcentrale 6 Zwolle (Harculo) 30 april 2026

21

5. HISTORISCH OVERZICHT BELANGRIJKSTE ONDERZOEKEN EN SANERINGEN Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd op basis van een gefaseerde en iteratieve benadering, waarbij is gestart met het beschikbare bodemonderzoek uit 1992 (bron 13) als startkader voor de bodemsituatie/ verdachte bronpunten. Vervolgens zijn aanvullende historische onderzoeken en documenten uit latere maar ook eerdere jaren systematisch geraadpleegd en geanalyseerd. Hierbij is per deellocatie beoordeeld welke bodembedreigende activiteiten aanwezig waren, welke verontreinigingen zijn aangetoond en welke saneringsmaatregelen zijn uitgevoerd. Binnen deze informatie zijn enkele belangrijke rapporten naar voren gekomen die veel zeggen over de mogelijke bronlocaties en huidige status voor dit gebied; 1992-20072009-2014-2015-2020-2023-2025. Op basis van deze analyse zijn de relevante bronlocaties geïdentificeerd en in samenhang beschouwd met de uitgevoerde sloop en saneringen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen locaties waar sprake is (geweest) van een concrete bron van bodemverontreiniging en locaties waar uitsluitend diffuse invloeden aanwezig kunnen zijn. De bevindingen zijn per deellocatie uitgewerkt, waarbij voor elke locatie een beoordeling is opgesteld in termen van “verdacht” of “diffuus verdacht”.

Deze beoordeling is gebaseerd op de combinatie van historisch gebruik, onderzoeksresultaten en de aanwezigheid van eventuele witte vlekken. Het historisch vooronderzoek vormt daarmee de basis voor de hypothesevorming en de opzet van het (aanvullend) verkennend bodemonderzoek. 5.1 Inventarisatie bodemkwaliteit Heidemij Adviesbureau (1992) (bron 13) Binnen dit onderzoek zijn een groot aantal plekken/bronlocaties vanuit historisch gebruik en vanuit incidenten onderzocht. Dit is een breed onderzoek geweest om de huidige status van het terrein vast te stellen. Het uitgevoerde boorplan is daarbij gesplitst in twee delen, één voor het "onverdachte* gebied en één voor de "verdachte* locaties zoals dit uit het in dit onderzoek gedane historisch onderzoek.(helaas niet gevonden) Daaruit zijn, in onderstaande tabel weergegeven, deelactiviteiten naar voren gebracht welke meegenomen zijn in dit onderzoek; Code Activiteit

Stoffen onderzocht

Deellocatie

Hypothese Onderzoeks nummer nummer

1

Zware metalen

DL 1

1.1

VED-HE1

DL 2

2.1

VED-HE 2

nvt

nvt

nvt

DL 3

3.2

ONB 3

DL 2 en 7

2.7/ 7.3

(H2-7) VEP / (H7-3) VEP

DL 1

1.3

NVT

1.2

VED-HE 1/ (H1-2) VEP

6.1

(H6-1) VEP

5.1

(H 5-1) VEP

Voormalige sintelpark

2

Voormalige sintelpark (huidige zuurparken)

3

Sinteldemping ter plaatse van de Kolk

4

Voormalige vlìegasverwerklng (huidige gasreduceerstations)

5

Lekke vulcateenleiding spoelputten

6

Asbestdeponie

Zware metalen en zware metalen in grondwater Zware metalen en zware metalen in grondwater Zware metalen en minerale olie Zware metalen/ PAK/ zware metalen grondwater/ minerale olie Asbest

Zware metalen min olie DL 1 en BTEX grondwater Zware metalen, BTEX en DL 6 Olien Zware metalen en DL 5 minerale olie grondwater

7

Zware olietanks/trimstation

8

HBOl-station

9

Benzinepomp

10

Loogtank/HBOI-tank

EOCI en min olie

DL 3

3.11

ONB 3

11

Zoutzuurtank/afvalolie

EOCI en zware metalen

DL 3

3.1

(H3-1) VEP

12

Chloortank

EOCI en min olie

DL 7

7.3

(H7-3) VEP

5.2

(H5-2) VEP

3.4

(H3-4) VEP

EOCI Min olie en BTEX DL 5 grondwater Zware metalen/ min olie/ BTEX/ PAK en min olie in DL 3 grondwater

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b6f1b406-7496-4c19-807a-28a03bb320c0