Regels BP Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Tekst van het document
32/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - parkeergarage verdiept' is de maximale diepte 8 meter; e. er dienen minimaal 4 doorgangen zonder bebouwing met een minimale breedte van 5m gerealiseerd te worden tussen de Oostzeelaan en de bestemming Groen langs het spoor. 7.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied. c. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer dan 18 meter bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a, b en c, mag niet meer dan 10 meter bedragen; 7.2.3
Voorwaardelijke verplichting verkeersbewegingen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 7.2.1 wordt verleend onder de voorwaarde dat met met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt. 7.2.4
Voorwaardelijke verplichting groenvoorzieningen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 7.2.1 wordt verleend onder de voorwaarde dat aantoonbaar vaststaat dat wordt voorzien in minimaal 1.500 m2 aan groenvoorzieningen binnen de bestemming Gemengd - 3, waarbij voldoende gronddekking is ten behoeve van het planten van bomen van 2de orde en dit in stand wordt gehouden. 7.2.5
Voorwaardelijke verplichting helofytenfilter
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 7.2 ter plaatse van het helofytenfilter zoals aanwezig op moment van vaststelling van dit bestemmingsplan, wordt verleend onder de voorwaarde dat aantoonbaar vaststaat en geborgd is dat een helofytenfilter met dezelfde functionaliteit van de zuiverende werking als het in het plangebied aanwezige bestaande helofytenfilter en met een capaciteit 25 m3/h, met daarbij behorende voorzieningen, wordt ingepast in het plangebied en in stand wordt gehouden. 7.2.6
Voorwaardelijke verplichting geluidscherm
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen ten behoeve van woningen als bedoeld in artikel 7.2 wordt uitsluitend verleend, indien vaststaat en geborgd is dat een geluidwerende voorziening met een lengte van 323 meter en bouwhoogte van 5 meter als bedoeld in Bijlage 4 (Geluidsscherm), bij deze regels wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 7.2.7
Voorwaardelijke verplichting waarborging bereikbaarheid spoor
Een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 7.2 wordt verleend onder de voorwaarden dat: a. aantoonbaar vaststaat en geborgd is dat in voldoende mate wordt voorzien in het doelmatig, veilig en duurzaam functioneren van de aangrenzende spoorvoorzieningen, waaronder begrepen de
33/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
bereikbaarheid ervan met materieel en noodvoertuigen en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het bestaande gebruik van deze voorzieningen. b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betrokken spoorbeheerder. 7.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
7.4
Afwijken van de bouwregels
7.4.1
Bevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in artikel 7.2.1 onder b om toe te staan dat de bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met niet meer dan 1 meter. 7.4.2
Voorwaarden
De in artikel 7.4.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
7.5
Specifieke gebruiksregels
7.5.1
Toegestaan gebruik
Voor het gebruik van de functies genoemd in lid 7.1 geldt dat de woningen gebruikt mogen worden voor beroep aan huis, mits het gedeelte dat voor beroep aan huis wordt gebruikt, niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m². 7.5.2
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend:
34/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep hoe gering ook van omvang; c. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden. 7.6
Afwijken van de gebruiksregels
7.6.1
Bevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in artikel 7.1 onder e om functies toe te staan die in de staat van bedrijfsactiviteiten niet zijn vermeld dan wel niet als toelaatbaar zijn aangeduid binnen deze bestemming, mits deze functies wat betreft milieuhinder kunnen worden gelijkgesteld met de functies die wel als toelaatbaar zijn aangeduid binnen deze bestemming; b. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in lid 5.1 onder b om een grotere oppervlakte toe te staan, mits deze niet meer bedraagt dan 400 m²; 7.6.2
Voorwaarden
De in artikel 7.6.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. 7.7
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Gebruiksverbod
a. Het gebruik van gebouwen mag na oprichting of ingebruikname niet wijzigen. b. Burgemeester en wethouders kunnen door verlening van een omgevingsvergunning afwijken van de regel onder a, als met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt.
35/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 8
8.1
Gemengd - 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 4 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zelfstandige kantoren; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g.
wegen en paden; laad- en losruimte; gebouwde fietsvoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; water;
met de daarbij behorende; h. openbare nutsvoorzieningen; i. infrastructurele voorzieningen; j. (dak)tuinen, erven en terreinen; k. overige bouwwerken; l. overige wegen en paden; m. voorzieningen voor duurzame energie. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte in meters van een gebouw niet meer dan de aangegeven bouwhoogte bedragen. 8.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer dan 18 meter bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a, b en c, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend stedenbouwkundig beeld; b. een goede woonsituatie;
36/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
c. d. e. f. g. h. i.
de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.4
Afwijken van de bouwregels
8.4.1
Bevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in artikel 8.2.1 onder b om toe te staan dat de goothoogte en/of bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met niet meer dan 1 meter. 8.4.2
Voorwaarden
De in artikel 8.4.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. 8.5
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden. 8.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' de bestemming geheel te wijzigen ten behoeve van het toestaan van (een combinatie van): a. maximaal 75 woningen; b. creatieve bedrijven; c. bedrijven in de categorie 'plint' zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage 2 bij deze regels is opgenomen; d. en daarbij behorende voorzieningen, zoals verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en nutsvoorzieningen. Ten dienste van en in verband met de functies genoemd in lid 8.6 onder a tot en met d zijn toegelaten: a. gebouwen, met dien verstande dat maximaal 70% van het bouwvlak mag worden verhoogd met maximaal 5 bouwlagen, gerekend vanaf de toegestane maximale bouwhoogte; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
37/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
8.6.1
Voorwaarden
De in artikel 8.6 genoemde wijzigingen kunnen slechts worden toegestaan, mits: a. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid, zoals omschreven in lid 22.1; b. met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal extra verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt. en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
38/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 9
9.1
Gemengd - 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor beroep aan huis ter plaatse van de aanduiding 'wonen', met uitzondering van de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - plintfuncties'; b. supermarkt in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' met een maximum van 430 m2 bvo per bedrijfsvestiging, met dien verstande dat wordt voldaan aan hetgeen is bepaald in lid 25; c. dienstverlening in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd plintfuncties'; d. maatschappelijke voorzieningen in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - plintfuncties', met een maximum van 200 m2 bvo per bedrijfsvestiging, met dien verstande dat voor een kinderdagverblijf een maximum geldt van 800 m2 bvo; e. culturele voorzieningen en leisure in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - plintfuncties'; f. vergader- en bijeenkomstfaciliteiten; g. creatieve bedrijven; h. bedrijven in de categorie 'plint' zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage 2 bij deze regels is opgenomen; i. gemeenschappelijke ruimtes/ gemeenschappelijke huiskamers ten behoeve van wonen; met daaraan ondergeschikt: j. kantoor- en woonfuncties zoals een lobby / entree; k.
wegen en paden voor langzaam verkeer, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd route langzaamverkeer; l. laad- en losruimte; m. gebouwde fietsvoorzieningen; n. groenvoorzieningen; o. speelvoorzieningen; p. water; met de daarbij behorende; q. r. s. t. u. v.
openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; (dak)tuinen, erven en terreinen; overige bouwwerken; overige wegen en paden; voorzieningen voor duurzame energie.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag het bebouwingpercentage niet meer bedragen dan het aangegeven percentage; c. ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte in meters van een gebouw respectievelijk niet minder of meer dan de aangegeven bouwhoogte bedragen;
39/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
d. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bouwlagen' mag het gemiddeld aantal bouwlagen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal, met dien verstande dat maximaal 30 % van het aanduidingsvlak een gelijke hoogte mag hebben. Onder gelijke hoogte wordt verstaan een hoogteverschil kleiner dan 0,5 bouwlaag; 9.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer dan 18 meter bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a, b en c, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 9.2.3
Voorwaardelijke verplichting over verkeersbewegingen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 9.2.1 wordt verleend onder de voorwaarde dat met met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt. 9.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de situering en toegankelijkheid van voorzieningen voor fietsparkeren in gebouwen.
9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1
Bevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2.1 onder c om toe te staan dat de goothoogte en/of bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met niet meer dan 1 meter; 9.4.2
Voorwaarden
De in artikel 9.4.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het stedenbouwkundig beeld;
40/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
b. c. d. e. f. g. h. i.
de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
9.5
Specifieke gebruiksregels
9.5.1
Toegestaan gebruik
Voor het gebruik van de functies genoemd in lid 9.1 gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. woningen mogen gebruikt worden voor beroep aan huis, mits het gedeelte dat voor beroep aan huis wordt gebruikt, niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m². 9.5.2
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep hoe gering ook van omvang; c. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden. 9.6
Afwijken van de gebruiksregels
9.6.1
Bevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in artikel 9.1 onder h om functies toe te staan die in de staat van bedrijfsactiviteiten niet zijn vermeld dan wel niet als toelaatbaar zijn aangeduid binnen deze bestemming, mits deze functies wat betreft milieuhinder kunnen worden gelijkgesteld met de functies die wel als toelaatbaar zijn aangeduid binnen deze bestemming; b. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in lid 9.1 onder d om een grotere oppervlakte toe te staan, mits deze niet meer bedraagt dan 500 m²; 9.6.2
Voorwaarden
De in artikel 9.6.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur;
41/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
i. 9.7
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Gebruiksverbod
a. Het gebruik van gebouwen mag na oprichting of ingebruikname niet wijzigen. b. Burgemeester en wethouders kunnen door verlening van een omgevingsvergunning afwijken van de regel onder a, als met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt.
42/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 10
10.1
Gemengd - 6
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 6 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. onderwijs, met uitzondering van basisonderwijs, met een maximum van 10.750 m2 bvo; b. creatieve bedrijven met een maximum van 4.500 m2 bvo; met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g.
laad- en losruimte; gebouwde fietsvoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; water;
met de daarbij behorende; h. openbare nutsvoorzieningen; i. infrastructurele voorzieningen; j. (dak)tuinen, erven en terreinen; k. overige bouwwerken; l. overige wegen en paden; m. voorzieningen voor duurzame energie. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte in meters van een gebouw respectievelijk niet minder of meer dan de aangegeven bouwhoogte bedragen en bedraagt het aantal bouwlagen niet meer dan 5, met dien verstande dat voor delen van deze gebouwen geldt dat; 1. voor maximaal 50% van het bestemmingsvlak de bouwhoogte maximaal 29 meter mag bedragen en niet meer dan 7 bouwlagen; 2. voor maximaal 25% van het bestemmingsvlak de bouwhoogte maximaal 33 meter mag bedragen en niet meer dan 8 bouwlagen. 10.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer dan 18 meter bedragen; d.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a, b en c, mag niet meer dan 10 meter bedragen.
43/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
10.2.3 Voorwaardelijke verplichting over verkeersbewegingen Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 10.2.1 wordt verleend onder de voorwaarde dat met met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt. 10.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de situering en toegankelijkheid van voorzieningen voor fietsparkeren in gebouwen.
10.4
Afwijken van de bouwregels
10.4.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in artikel 10.2.1 onder b om toe te staan dat de goothoogte en/of bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met niet meer dan 1 meter. b. het bepaalde in lid 10.2.1 sub a, voor het bouwen van (delen van) de gevel buiten het bouwvlak georiënteerd op het noordwesten en/ of het zuidwesten, waarbij de diepte maximaal 3 m bedraagt en de minimum hoogte zich tenminste 4,5 meter boven het maaiveld dient te bevinden. 10.4.2 Voorwaarden De in artikel 10.4.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
10.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; 44/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
b. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden. 10.6
Afwijken van de gebruiksregels
10.6.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van a. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in lid 10.1 onder a om een grotere oppervlakte toe te staan, mits deze niet meer bedraagt dan 4.500 m²; 10.6.2 Voorwaarden De in artikel 10.6.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
10.7
Gebruiksverbod
a. Het gebruik van gebouwen mag na oprichting of ingebruikname niet wijzigen. b. Burgemeester en wethouders kunnen door verlening van een omgevingsvergunning afwijken van de regel onder a, als met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt.
45/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 11
11.1
Gemengd - 7
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 7' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor beroep aan huis ter plaatse van de aanduiding 'wonen', met uitzondering van de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - plintfuncties'; b. dienstverlening in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd plintfuncties'; c. maatschappelijke voorzieningen in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - plintfuncties', met een maximum van 200 m2 bvo per bedrijfsvestiging; d. culturele voorzieningen in de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - plintfuncties'; e. horeca in de categorieën 1 tot en met 3 van de lijst met horecacategorieën, welke als een bijlage bij deze regels is opgenomen, in de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3', f. vergader- en bijeenkomstfaciliteiten; g. creatieve bedrijven; h. bedrijven in de categorie 'plint' zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage 2 bij deze regels is opgenomen; i. gemeenschappelijke ruimtes/ gemeenschappelijke huiskamers ten behoeve van wonen; met daaraan ondergeschikt: j. kantoor- en woonfuncties zoals een lobby / entree; k. wegen en paden voor langzaam verkeer; l. laad- en losruimte; m.
gebouwde fietsvoorzieningen; n. groenvoorzieningen; o. speelvoorzieningen; p. water; met de daarbij behorende; q. r. s. t. u. v. w.
horecaterrassen, ter plaatse van de aanduiding 'terras'; openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; (dak)tuinen, erven en terreinen; overige bouwwerken; overige wegen en paden; voorzieningen voor duurzame energie.
11.2
Bouwregels
11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte in meters van een gebouw respectievelijk niet minder of meer dan de aangegeven bouwhoogte bedragen en bedraagt het aantal bouwlagen niet meer dan 6, met dien verstande dat voor delen van deze gebouwen geldt dat; 1. voor maximaal 75% van het bestemmingsvlak de bouwhoogte maximaal 33 meter mag bedragen en
46/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
niet meer dan 9 bouwlagen; 2. voor maximaal 60% van het bestemmingsvlak de bouwhoogte maximaal 60 meter mag bedragen en niet meer dan 18 bouwlagen; c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag uitsluitend een onderdoorgang/overbouwing tot stand worden gebracht, met dien verstande dat de onderzijde hiervan, de minimum hoogte, afgezien van pilaren en andere dragende constructies, zich tenminste 4,5 meter boven het maaiveld dient te bevinden; d. de maximale oppervlakte bedraagt 9.900 m2 bvo. 11.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer dan 18 meter bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a, b en c, mag niet meer dan 10 meter bedragen.
11.2.3 Voorwaardelijke verplichting over verkeersbewegingen Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 11.2.1 wordt verleend onder de voorwaarde dat met met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt. 11.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de situering en toegankelijkheid van voorzieningen voor fietsparkeren in gebouwen.
11.4
Afwijken van de bouwregels
11.4.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in artikel 11.2.1 onder b om toe te staan dat de bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met niet meer dan 1 meter; b. het bepaalde in artikel 11.2.1 onder c om gebouwen toe te staan, mits:
47/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
1. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig, veilig en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsleiding; 2. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; 3. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder. 11.4.2 Voorwaarden De in artikel 11.4.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
11.5
Specifieke gebruiksregels
11.5.1 Toegestaan gebruik Voor het gebruik van de functies genoemd in artikel 11.1 gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. het gebruik ten behoeve van horeca zoals bedoeld onder 11.1 onder e mag niet meer bedragen dan 140 m2 bvo; b. gronden en bouwwerken mogen gebruikt worden voor horecaterassen ter plaatse van de aanduiding 'terras', mits de oppervlakte van horecaterassen niet meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)', met dien verstande dat: 1. de maximale eindtijd van het terras is 19.00 uur ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)' = '30 m2'; c. woningen mogen gebruikt worden voor beroep aan huis, mits het gedeelte dat voor beroep aan huis wordt gebruikt, niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m². 11.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep hoe gering ook van omvang; c. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden. 11.6
Afwijken van de gebruiksregels
11.6.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in artikel 11.1 onder h om functies toe te staan die in de staat van bedrijfsactiviteiten niet zijn vermeld dan wel niet als toelaatbaar zijn aangeduid binnen deze bestemming, mits deze functies wat betreft milieuhinder kunnen worden gelijkgesteld met de functies
48/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
die wel als toelaatbaar zijn aangeduid binnen deze bestemming; b. het verbod als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in lid 11.1 onder c om een grotere oppervlakte toe te staan, mits deze niet meer bedraagt dan 400 m². 11.6.2 Voorwaarden De in artikel 11.6.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
11.7
Gebruiksverbod
a. Het gebruik van gebouwen mag na oprichting of ingebruikname niet wijzigen. b. Burgemeester en wethouders kunnen door verlening van een omgevingsvergunning afwijken van de regel onder a, als met behulp van een berekening vast staat dat het totaal aantal verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling in dit plan de 6.000 motorvoertuigen door de Koggetunnel per etmaal niet overschrijdt.
49/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 12
12.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
groenvoorzieningen; voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden; speelvoorzieningen; water;
met daaraan ondergeschikt: e. een spoortunnel ten behoeve van het langzaam verkeer ter plaatse van de aanduiding 'tunnel'; f. maatschappelijke voorzieningen; g. sport; h. recreatief medegebruik in de vorm van dagrecreatie; i. educatief gebruik; j. nutstuinen; k. (voorzieningen ten behoeve van) beeldende kunst; l. geluidwerende voorzieningen; m. openbare nutsvoorzieningen; n. infrastructurele voorzieningen; o. bereikbaarheid van spoorvoorzieningen en calamiteitenroutes ten behoeve van het spoor; p. horecaterrassen, ter plaatse van de aanduiding 'terras'; met de daarbij behorende: q. bebouwing. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Andere gebouwen dan tunnels Voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 50 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen. 12.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 meter bedragen.
50/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
12.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
12.4
Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Toegestaan gebruik Voor het gebruik van de functies genoemd in artikel 12.1 gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. gronden en bouwwerken mogen gebruikt worden voor horecaterassen ter plaatse van de aanduiding 'terras', mits de oppervlakte van horecaterassen niet meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)', met dien verstande dat: 1. de maximale eindtijd van het terras is 1.00 uur ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)' = '400 m2' 2. de maximale eindtijd van het terras is 1.00 uur ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)' = '250 m2' 12.4.2 Verboden gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 12.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 2' de bestemming geheel te wijzigen ten behoeve van het toestaan van (een combinatie van): a. gebouwde fietsenstallingen; b. en daarbij behorende voorzieningen, zoals verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en nutsvoorzieningen. Ten dienste van en in verband met de functies genoemd in lid 12.5 onder a tot en met b zijn toegelaten: c. gebouwen, met dien verstande dat maximaal 100% van het wijzigingsgebied mag worden bebouwd met maximaal 2 bouwlagen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
51/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 13
13.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebiedsontsluitingswegen; b. voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden; c. een spoortunnel ter plaatse van de aanduiding 'tunnel'; met een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer met: d. 2 rijbanen met 1 rijstrook met waar nodig in- en uitvoegstroken op de Nieuwe Veerallee; e. 1 rijbaan met 2 rijstroken met waar nodig in- en uitvoegstroken op de overige wegen; met daaraan ondergeschikt: f. g. h. i. j. k. l.
parkeervoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst; geluidwerende voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; groenvoorzieningen; water;
met de daarbij behorende: m. bebouwing. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Andere gebouwen dan tunnels Voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 50 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen. 13.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a en b, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 13.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend stedenbouwkundig beeld;
52/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
b. c. d. e. f. g. h. i.
een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
13.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
53/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 14
Verkeer - Erftoegangsweg
De voor 'Verkeer - Erftoegangsweg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen; b. voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden; met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i.
parkeervoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst; geluidwerende voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; groenvoorzieningen; water;
met de daarbij behorende: j.
bebouwing.
14.1
Bouwregels
14.1.1 Andere gebouwen dan tunnels Voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 50 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen. 14.1.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a en b, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 14.2
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 54/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
14.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden.
55/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 15
15.1
Verkeer - Openbaar vervoer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Openbaar vervoer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
rijbanen voor het openbaar vervoer; busstations met busperrons al dan niet met bijbehorende overkappingen; opstelterreinen voor bussen; taxistandplaatsen; rijbanen voor hulpdiensten; voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden met een inrichting gericht op de afwikkeling van het doorgaande langzaam verkeer; g. een brug met aanbruggen ten behoeve van het openbaar vervoer, hulpdiensten en het langzaam verkeer, ter plaatse van de aanduiding 'brug'; h. een stationsoverkapping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding stationsoverkapping'; i. detailhandel ter plaatse van de functieaanduiding 'openbaar vervoerstation'; j. horeca in de categorieën 1 tot en met 3 van de lijst met horecacategorieën, welke als een bijlage bij deze regels is opgenomen, ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3'; k. horecaterrassen, ter plaatse van de aanduiding 'terras'; l. een reizigerstunnel ten behoeve van de ontsluiting van het station; m. gebouwde fietsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: n. o. p. q. r. s. t.
laad- en losruimte; voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst; geluidwerende voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; groenvoorzieningen; water;
met de daarbij behorende: u. bebouwing. 15.2
Bouwregels
15.2.1 Andere gebouwen dan tunnels a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoote (m) de bouwhoogte in meters van een gebouw niet meer dan de aangegeven bouwhoogte mag bedragen. 15.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf de gemiddelde aanleghoogte van het erf; b. in afwijking van a mag de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en; 56/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
2. de erf- of perceelsafscheiding niet grenst aan het openbaar gebied; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a en b, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 15.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
15.4
Specifieke gebruiksregels
15.4.1 Toegestaan gebruik Voor het gebruik van de functies genoemd in artikel 15.1 gelden de de volgende specifieke gebruiksregels: a. het gebruik ten behoeve van horeca zoals bedoeld onder 15.1 onder j mag niet meer bedragen dan 100 m2 bvo; a. gronden en bouwwerken mogen gebruikt worden voor horecaterassen ter plaatse van de aanduiding 'terras', mits de oppervlakte van horecaterassen niet meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)', met dien verstande dat: 1. de maximale eindtijd van het terras is 23.00 uur. 15.4.2 Verboden gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van een seksinrichting.
57/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 16
16.1
Verkeer - Railverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegvoorzieningen; b. een spoortunnel ter plaatse van de aanduiding 'tunnel'; met daaraan ondergeschikt: c. spoorwegperrons al dan niet met bijbehorende overkappingen; d. overwegen; e. paden; f. parkeervoorzieningen; g. voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst; h. geluidwerende voorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen; j. infrastructurele voorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. bermstroken; m. taluds; n. water; met de daarbij behorende: o. overige bouwwerken. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Andere gebouwen dan tunnels Voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag niet meer dan 150 m² bedragen; b. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 5 meter bedragen. 16.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de bouwhoogte van portaalconstructies, bovenleidingen, overwegvoorzieningen en masten mag niet meer dan 10 meter bedragen gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf; c. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a en b, mag niet meer dan 4 meter bedragen. 16.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid;
58/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
e. f. g. h.
externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
16.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
59/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 17
17.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. water, waterbeheer en waterberging; c. verkeers- en verblijfsgebied voor langzaam verkeer en incidenteel gemotoriseerd verkeer zoals hulpdiensten, afvaldiensten, verhuiswagens en verkeersbewegingen ten behoeve van (bevoorradings)verkeer en laden en lossen voor de aangrenzende functies; met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h.
speelvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen. infrastucturele voorzieningen; kabels en leidingen; horecaterrassen, ter plaatse van de aanduiding 'terras';
met de daarbij behorende: i.
bebouwing.
17.2
Bouwregels
Voor het bouwen van andere gebouwen dan tunnels gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 50 m² bedragen; b. de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen. 17.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
een samenhangend stedenbouwkundig beeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de mogelijkheid om in voldoende mate te kunnen parkeren; de sociale veiligheid; externe veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
17.4
Specifieke gebruiksregels
17.4.1 Toegestaan gebruik Voor het gebruik van de functies genoemd in artikel 17.1 gelden de de volgende specifieke gebruiksregels: a. gronden en bouwwerken mogen gebruikt worden voor horecaterassen ter plaatse van de aanduiding 'terras', mits de oppervlakte van horecaterassen niet meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)', met dien verstande dat: 1. de maximale eindtijd van het terras is 19.00 uur;
60/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
17.4.2 Verboden gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. b. parkeren van motorvoertuigen in de buitenruimte, met uitzondering van parkeren voor mindervaliden.
61/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 18
18.1
Leiding - Hoogspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximale spanning van 110 kV, met de daarbij behorende voorzieningen; met de daarbij behorende: b. overige bouwwerken. 18.2
Bouwregels
18.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning'. 18.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanning' worden gebouwd. 18.2.3 Overige bouwwerken De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanning' mag niet meer dan 2 meter bedragen. 18.3
Afwijken van de bouwregels
18.3.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 18.2.1 om toe te staan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op grond van het bepaalde in de andere bestemmingen. 18.3.2 Voorwaarden De in artikel 18.3.1 genoemde afwijking wordt toegestaan, mits: a. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig, veilig en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsleiding; b. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder. 18.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met de ongestoorde werking van de ondergrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn; b. het hebben van diepwortelende beplanting en bomen die de goede werking van de ondergrondse 62/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
hoogspanningsleiding in gevaar kunnen brengen. 18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; diepploegen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; het uitvoeren van grondbewerkingen in de vorm van afgraven en ophogen; het aanleggen, verruimen of dempen van wateren; het permanent opslaan van goederen of stoffen; het uitvoeren van activiteiten met en/of opslag van stoffen die bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer aangeduid zijn als milieugevaarlijk of één of meer van de volgende eigenschappen hebben: ontplofbaar, oxiderend, (zeer) licht ontvlambaar, (zeer) giftig, bijtend, irriterend of schadelijk.
18.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in artikel 18.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. verband houden met de aanleg van de betreffende ondergrondse hoogspanningsverbinding; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de verbinding en belemmerde strook. 18.5.3 Voorwaarden De in artikel 18.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits: a. geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig, veilig en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding; b. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder.
63/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 19
19.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het ondergrondse transport van water door een hoofdwaterleiding; met de daarbij behorende: b. overige bouwwerken. 19.2
Bouwregels
19.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Water'. 19.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Water' worden gebouwd. 19.2.3 Overige bouwwerken De bouwhoogte van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.91 ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Water' mag niet meer dan 2 meter bedragen. 19.3
Afwijken van de bouwregels
19.3.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 19.2.1 om toe te staan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op grond van het bepaalde in de andere bestemmingen. 19.3.2 Voorwaarden De in artikel 19.3.1 genoemde afwijking wordt toegestaan, mits: a. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig en veilig functioneren van de ondergrondse waterleiding; b. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; c. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder. 19.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met de goede werking van de ondergrondse waterleiding en de risico's die ermee verbonden zijn; b. de permanente opslag van goederen.
64/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanbrengen of verwijderen van bomen of andere beplantingen, welke diep wortelen; het afgraven of ophogen van gronden; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins in de bodem drijven van voorwerpen; het aanbrengen van een gesloten verharding.
19.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in artikel 19.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. noodzakelijk zijn in verband met het beheer van de gronden ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 19.5.3 Voorwaarden De in artikel 19.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits: a. geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de ondergrondse waterleiding; b. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; c. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder.
65/85
16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui
Artikel 20
20.1
Waarde - Cultuurhistorie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden, zoals beschreven in de lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren, welke als een bijlage bij deze regels is opgenomen. 20.2