Rapport Toekomstbestendige Bedrijventerreinen
Tekst van het document
De terreinen in Flevoland en Drenthe scoren op het vlak van duurzaam & gezond met een 2,9 relatief hoger ten opzichte van de Gelderse en Overijsselse terreinen. De Gelderse terreinen scoren op de pijler sociaaleconomisch met een 3,1 hoger dan de Drentse, Flevolandse of Overijsselse terreinen. Ook wanneer gekeken wordt naar verschillende typen bedrijventerreinen die in dit onderzoek zijn uitgelicht – haven, industrie, logistiek, gemengd – zijn er weinig verschillen waar te nemen.
Op veel terreinen een vorm van organisatie aanwezig Organisatiegraad is een belangrijk aspect van toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op georganiseerde terreinen is het eenvoudiger om collectieve maatregelen te organiseren die de vitaliteit van een terrein kunnen bevorderen, zoals collectieve (aanschaf van) zonnepanelen of herstructurering. Hoewel 86% van de terreinen in de regio Zwolle een vorm van organisatie kent, valt er op dit vlak zeker nog winst te behalen. Bij 43% van de terreinen met een vorm van organisatie betreft het namelijk een ondernemersvereniging op gemeenteniveau: dus over meerdere kernen, bedrijventerreinen, winkelgebieden en (evt.) kantoorlocaties heen. Dit is een organisatievorm waarbij de betrokkenheid van ondernemers en de daadkracht om veranderingen door te voeren vaak beperkter is dan wanneer een terrein een eigen ondernemersvereniging, parkmanagement (of een combinatie daarvan) of een BIZ heeft. Op sommige locaties beperkte uitbreidingsmogelijkheden Binnen de pijler fysiek-ruimtelijk valt op dat de score voor uitbreidingsmogelijkheden met een 2,8 op bedrijventerreinen laag uitvalt. Dit komt allereerst door een beperkt oppervlak uitgeefbare grond op de bestaande terreinen in de regio Zwolle (op 57% van de terreinen geen uitbreidingsruimte).
Daarnaast speelt de begrenzing van natuurgebieden en de hoeveelheid stikstofdepositie een hierin belangrijke rol. Enerzijds omdat er niet gebouwd mag worden in Natura 2000-gebieden en anderzijds omdat (veel) Natura 2000-gebieden vallen onder stikstofgevoelige natuur. De redenatie is dat er bij de bouw tijdelijk veel stikstof vrijkomt die neerslaat in de natuur. Als gevolg kunnen de uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen beperkt zijn. Dit geldt name voor de terreinen in Gelderland. Klaar voor de next economy? Binnen de pijler sociaaleconomisch valt op dat het thema next economy relatief hoog scoort in de regio Zwolle. Dat is met name te verklaren door
49
de aanwezigheid van glasvezel in de regio. Op 55% van de terreinen is glasvezel aanwezig, op 16% niet en op de overige 29% van de terreinen is dit onbekend. Voor de overige indicatoren binnen dit thema, zoals het aantal banen in de hightech en topsectoren, valt nog winst te behalen. Daarbij zegt een regionaal, overkoepelend onderzoek niet alles; er is een aantal terreinen dat goed scoort op gebied van Next Economy, met name door de grote hoeveelheid banen in topsectoren of HTSM. Het Polymere Science Park op bedrijventerrein Vrolijkheid in Zwolle is een voorbeeld van een terrein waar de sector HTSM volop in ontwikkeling is. Er is een open innovatiecentrum voor bedrijven en onderwijs op dit gebied (Windesheim biedt samen met Stenden de opleiding Polymer Engineering aan) en huisvest een dynamische werkplaats op het gebied van kunststoftechnologie. Bruikbaar aanknopingspunt voor vervolgonderzoek Dit onderzoek levert een bruikbaar beeld op voor een groot aantal terreinen tegelijk. De manier waarop het databestand is opgebouwd biedt bovendien mogelijkheden om de meting periodiek te updaten en verbeteringen door te voeren. Er komt steeds meer data beschikbaar, waardoor de meting steeds nauwkeuriger kan worden. Daarnaast biedt dit onderzoek veel aanknopingspunten om lokaal, op gemeente- of terreinniveau de verdieping te zoeken.
Grootste opgaven in de verduurzaming en energietransitie, maar ook organisatiegraad op orde brengen en inspelen op next economy De opgave is de komende jaren in te zetten op verduurzaming en energietransitie; zowel aan de kant van ondernemers en vastgoedeigenaren als aan de infrastructurele kant (netcapaciteit). Daarnaast is het op orde brengen van de organisatiegraad op zoveel mogelijk terreinen een belangrijke voorwaarde om terreinen toekomstbestendiger te maken. De terreinen goed voorbereiden op de next economy zit niet zozeer in de ruimtelijke voorwaarden, maar meer in
een economische aanpak: stimuleren innovatieve (top)sectoren in de regio.
6.2 Conclusies over de verduurzaming van bedrijventerreinen Relatie zichtbaar tussen beperkte organisatiegraad en beperkte investeringen in energietransitie Veel terreinen met een hoge potentie en nog weinig maatregelen op het gebied van energietransitie, kennen een lage organisatiegraad. Hoewel er uitzonderingen zijn (terreinen waar parkmanagement fungeert, maar nog weinig is gedaan aan de energietransitie), lijkt hier een verband zichtbaar. Dat is ook niet vreemd: een aantal energieopgaven zijn voor veel ondernemers te omvangrijk om individueel op te pakken. Het vereist uitzoekwerk, advies en voorinvesteringen die bij een collectieve aanpak veelal gedeeld kunnen worden. Een coördinerende ondernemersvereniging, parkmanager of BIZ kan hier duidelijk meerwaarde bieden. Energieinfrastructuur mogelijk cruciale bottleneck Op verschillende terreinen lijkt, zover dit uit onze dataset is op te maken, nog weinig (collectiefs) ondernomen op gebied van de energietransitie. Bedrijventerreinen lenen zich, onder voorwaarden, voor grootschalige opwek van duurzame energie. Op momenten dat de productie vervolgens groter is dan de vraag (als er geen smart grid of lokale energieopslag is), wordt de elektriciteit in principe teruggeleverd aan het net. De energieinfrastructuur is op veel plekken daar echter niet op berekend.
Dat kan de investeringen in een duurzame productie remmen en heeft invloed op het behalen van de energieambities op verschillende schaalniveaus. Bovendien vraagt het vergroten van de netcapaciteit naar verwachting grote investeringen en een lange doorlooptijd, waardoor het des te crucialer wordt hier snel actie op te ondernemen.
50
6.3 Conclusies over fysiek-ruimtelijke opgaven 13 terreinen met flinke fysiek-ruimtelijke opgaven Uit de analyse van de openbare ruimte, klimaatadaptatie, (duurzame) bereikbaarheid en groen en gezonde werkomgeving, komt een lijst van 13 bedrijventerreinen waar fysiek-ruimtelijke opgaven liggen. Opvallend is hierin de provincie Flevoland ondervertegenwoordigd is: daar is met name de opgave om de goede staat van de bedrijventerreinen te behouden. Dat kan te maken hebben met de relatief jonge leeftijd van de bedrijventerreinen. Voor deze lijst concluderen we dat: Voetgangers en fietsers nog weinig ruimte krijgen. De terreinen in de lijst hebben voor een groot deel een versteend karakter. Dit veroorzaakt mogelijk hitteproblematiek en wateroverlast bij piekbuien. Bovendien draagt het niet bij aan een prettige (groene en gezonde) werkomgeving. In de selectie van 13 terreinen valt op dat op enkele terreinen recent een revitaliseringsaanpak is uitgevoerd. Op de terreinen is zichtbaar dat aan de openbare ruimte verbeteringen zijn aangebracht zoals parkeerhavens of nieuwe verlichting en camerabewaking, maar aan de bedrijfskant Dat kan te maken hebben met de beperkte beschikbare ruimte op deze terreinen. Industriële terreinen zijn relatief oververtegenwoordigd in deze lijst.
Het is goed voor te stellen dat industriële bedrijven in de praktijk vooral functionele eisen stellen aan de openbare ruimte, en minder gericht zijn op vastgoed met een kwalitatieve uitstraling, of goed onderhouden groen. Tegelijkertijd zijn functionele elementen, zoals onderhoud van bestrating en een lage parkeerdruk minstens zo belangrijk voor industriële bedrijventerreinen als voor andere terreinen. En ook op dergelijke terreinen zijn er werknemers voor wie een groene en gezonde omgeving van belang is.
Fysiek-ruimtelijke opgaven gaan vaak gepaard met een beperkte uitbreidingsruimte en beperkte openbare ruimte op de terreinen. Dat kan zowel verklarend zijn (door de krapte wordt de ruimte intensief gebruikt, verslechtert de uitstraling en wordt groen opgeofferd voor wegen of parkeerplaatsen), maar ook een risico zijn voor de uitvoering van fysiek-ruimtelijke maatregelen. Voor het toevoegen van klimaatadaptieve maatregelen, fiets- en voetpaden, eventuele (halfverharde) parkeerplaatsen, ruimere wegen is ruimte nodig. Bij intensieve herstructurering kan zelfs (schuif)ruimte nodig zijn voor herverkaveling. Op vier terreinen hebben én fysiek-ruimtelijke opgaven én een behoorlijke potentie voor energietransitie en verduurzaming De fysiek-ruimtelijke opgaven en kansen voor energietranstitie en verduurzaming overlappen op in elk geval drie plekken: Bt 1982 – Zwartewaterland, De Weyert – Steenwijkerland en Meenteweg – OlstWijhe. Dit zijn bij uitstek terreinen waar een integrale verduurzamingsaanpak zou kunnen worden uitgerold. Hier gaan we in de aanbevelingen nader op in.
51
7 Aanbevelingen
rol spelen in het bundelen en uitwisselen van kennis over de verschillende middelen en regelingen.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek komt Bureau BUITEN tot een aantal aanbevelingen voor de regio. In paragraaf 7.1 komt een aantal algemene aanbevelingen aan bod. In paragraaf 7.2 gaan we in op de rol die de regio kan pakken. In 7.3 en 7.4 is een aantal specifieke, meer inhoudelijke, aanbevelingen opgenomen rond de verduurzaming en fysiek-ruimtelijke opgaven op de bedrijventerreinen in de regio Zwolle. 7.1 Algemene aanbevelingen
Provinciale regelingen De provincie Gelderland heeft inmiddels een ‘Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen’ opgesteld, gericht op de gehele breedte van toekomstbestendigheid: van organisatiegraad tot energietransitie, van biodiversiteit tot digitale en fysieke bereikbaarheid. Onderdeel van de aanpak zijn kennisdeling en een expertpool, maar ook twee subsidieregelingen: voor procesondersteuning en voor de realisatie van fysieke maatregelen. Daarnaast heeft provincie Overijssel heeft recentelijk 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de Herstructureringsmaatschappij Overijssel (HMO). De HMO verwacht hiermee een totale investering van ongeveer €260 miljoen op gang te brengen euro op veertien werklocaties in de provincie.
Leg de focus op pijler duurzaam & gezond Een belangrijke conclusie uit dit onderzoek is dat op bedrijventerreinen in de regio Zwolle binnen de pijler duurzaam & gezond op thema’s als energie, klimaat, circulair en groen, de grootste stappen te zetten zijn. Het ligt dus voor de hand om de focus op deze thema’s te leggen als het gaat om toekomstbestendigheid.
Zoals gezegd hebben we eerder vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd in Gelderland en Overijssel. Ook in Drenthe ronden we in 2020 een vergelijkbaar onderzoek af. Het is – mede naar aanleiding daarvan – ook goed mogelijk dat in de nabije toekomst vanuit de provincies aanvullende inzet en middelen beschikbaar komen om aan toekomstbestendige bedrijventerreinen te werken.
In de aanbevelingen in paragraaf 7.3 en 7.4 wordt ingegaan op hoe de regio samen met gemeenten, provincies en ondernemers op specifieke terreinen aan de slag kan met een aantal van deze thema’s.
Rijkssubsidies Het Rijk biedt een aantal mogelijkheden voor ondernemers om duurzaamheidsinvesteringen aantrekkelijker te maken. De Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) is hierbinnen een belangrijke. De SDE++ is een exploitatiesubsidie, waarbij er subsidie wordt versterkt voor geproduceerde duurzame energie of verminderde uitstoot van CO2. Voor ondernemers is er daarnaast Energie-investeringsaftrek (EIA) mogelijk. Via de EIA kan een ondernemer 45% van de investeringskosten in CO2-reductie, energiezuinige technieken en duurzame energie aftrekken van de fiscale winst. Ook de Demonstratie
Sluit goed aan op provinciale, nationale en Europese middelen en regelingen Vanuit de Regio Zwolle zijn er weinig financiële middelen om gemeenten en ondernemers te steunen met het werk aan toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op provinciaal, nationaal en Europees niveau zijn er verschillende middelen beschikbaar. De Regio Zwolle kan een belangrijke
52
Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) is een relevante regeling. Binnen deze regeling kunnen pilotprojecten en demonstratieprojecten gericht op hernieuwbare energiebronnen, zoals windenergie, zonne-energie en geothermische energie subsidie krijgen. Europese middelen De Europese Commissie werkt met meerjarenbegrotingen en staat aan de vooravond van de nieuwe periode 2021-2027. Er is nog onzekerheid over de precieze middelen die er voor innovatie, milieu en economische versterking beschikbaar komen. Maar wel al is duidelijk dat het overgrote deel van dat geld vermoedelijk in het verlengde van de Green Deal zal worden ingezet ten behoeve van de Europese beleidsdoelstellingen Slimmer (innovatiebevordering) en Groener (naar een CO2-arme en circulaire economie met meer duurzame energie). Daarbinnen komen in programma’s als Horizon Europe, INTERREG en het EFRO-programma’s kansen op extra middelen voor initiatieven op werklocaties en innovaties bij ondernemers op deze locaties. Lokaal maatwerk en maatwerk per (segment) bedrijventerrein Omdat we te maken hebben met bestaande terreinen verschilt uiteraard de uitgangspositie, de organisatiegraad, de indeling en allerlei andere zaken. Daar moet vanzelfsprekend rekening mee worden gehouden in de een vervolgaanpak op alle aspecten.
Daarnaast is van belang te beseffen dat verschillende typen bedrijven een ander beeld hebben bij wat een toekomstbestendig bedrijventerrein moet inhouden. Mengen van voorzieningen en werken kan voor meer op de zakelijke dienstverlening gerichte bedrijven juist wenselijk zijn, terwijl industriële bedrijven met veel zwaar vrachtverkeer juist gebaat zijn bij een functioneel ingericht terrein met relatief weinig reuring. Het is belangrijk daar in de uitwerking rekening mee te houden.
Daarnaast is maatwerk nodig omdat de specifieke situatie kan verschillen op verschillende delen / fasen van een bedrijventerrein. Niet overal is dus een zelfde aanpak nodig.
7.2 Aanbevelingen over de rol van de regio Zet de verstedelijkingsstrategie en economische aanpak door De terreinen in de regio zijn in de basis goed voorbereid op de next economy; zo is er op veel terreinen snel glasvezelinternet aanwezig. Echter, op gebied van innovatieve bedrijvigheid, banen in topsectoren zoals hightech systems en materialen en banen in de circulaire economie is nog winst te behalen. De Economic Board Regio Zwolle (EBRZ) is ingesteld om met onder andere deze opgaven aan de slag te gaan. Zwolle heeft zich tot doel gesteld uiteindelijk de 4e economische topregio van Nederland te worden. Zo wordt er ingezet op slimme maakindustrie, innovatie en vernieuwende vormen van ondernemerschap en het (economisch) oppakken van maatschappelijke opgaven. Dit onderzoek laat zien dat er op gebied van vernieuwende economie (next economy) ook op veel bedrijventerreinen nog een opgave ligt. De regionale samenwerking doorzetten, met daarbij de aanpak van de EBRZ en de achterliggende economische agenda sluit goed aan op deze opgave. Verbind de opgaven rond toekomstbestendigheid aan de verstedelijkingsstrategie en aan andere opgaven op verschillende schaalniveaus De rol die de regio (het samenwerkingsverband tussen de 22 gemeenten en 4 provincies) kan innemen naar aanleiding van dit onderzoek is drieledig.
Ten eerste kan de regio een rol vervullen in de verbinding met de verstedelijkingsopgave. Eén van de meerwaarden van dit onderzoek op regionaal schaalniveau, is dat schaalniveau aansluit bij het regionale economisch systeem en het Daily Urban System van de regio Zwolle.
53
Daardoor wordt goed zichtbaar wat de opgaven zijn op de bedrijventerreinen (energietransitie en verduurzaming (en in het bijzonder netcapaciteit), klimaatadaptatie, ontwikkeling next economy en organisatiegraad) en kan een goede aansluiting worden gemaakt met de eveneens regionale verstedelijkingsopgave. Hoewel recent de analysefase van de verstedelijkingsopgave is afgerond en een aanpak nog wordt opgezet, zijn er al duidelijke inhoudelijke aanknopingspunten. Zo wordt de klimaatopgave als belangrijke opgave gezien voor de regio, onder andere vanwege bodemdaling. Ook wordt geschetst dat het economisch nodig is de stap te maken van een regio met historisch specialistisch MKB met veel familiebedrijven, naar een krachtige agglomeratie met innovatieve bedrijven, door nabijheid, clustering en samenhang te organiseren. De opgaven sluiten ook aan bij de hierboven geschetste activiteiten en programma van de EBRZ. Dit onderzoek biedt met andere woorden concrete aanknopingspunten om de opgaven op bedrijventerreinen een plek te geven in de verstedelijkingsstrategie en de terreinen te laten profiteren van de economische en ruimtelijke aanpak die in de verstedelijkingsstrategie en door de EBRZ wordt gevolgd. De regio is de uitgelezen partij om deze verbinding te leggen.
economisch goed functionerende regio. In het bijzonder moet hierin niet het belang van werknemers en werkgevers op bedrijventerreinen worden vergeten.
Ten tweede is een logische rol voor de regio om de verschillende provinciale regelingen en afspraken die deze samenstelling met zich meebrengt te coördineren en bekend te maken. De regio is immers opgebouwd uit maar liefst 22 gemeenten in 4 provincies. Denk daarbij ook aan het vertegenwoordigen van het belang van de regio Zwolle bij de provincies waar nog geen specifiek op bedrijventerreinen gerichte aanpak is: Drenthe en Flevoland.
Neem een rol als kennismakelaar, facilitator en inspirator Daarnaast is een mogelijke rol van de regio het bundelen, uitwisselen en verspreiden van kennis over de beschikbare middelen op provinciaal, nationaal en Europees niveau. Denk aan een rol als: Makelaar en facilitator: regionale partijen (gemeenten, parkmanagers, ondernemersverenigingen en ondernemers) bij elkaar brengen die aan de slag willen met toekomstbestendigheid op hun terreinen. De regio kan daarnaast kennisuitwisseling vanuit die ontwikkelingsmaatschappijen op de schaal van Regio Zwolle opzetten en benutten. Inspirator: bijvoorbeeld door het organiseren van expertsessies of het uitlichten van pilots bij koplopers. De inzet van koploperondernemers om andere ondernemers te inspireren, enthousiasmeren en overtuigen helpt daarbij.
Ten derde kan de regio een coördinerende rol spelen bij het bereikbaar houden van bedrijventerreinen. De regio is nou eenmaal één daily urban system, die te maken heeft met vier OV-concessies (IJsselmond, MiddenOverijssel, Groningen-Drenthe en Veluwe). Afstemming en onderlinge aansluiting van deze OV-netten zijn in het algemeen van belang voor een
Goed voorbeeld doet goed volgen - zet regionaal koplopers in de etalage Het kan een flinke drempel zijn om te beginnen met verduurzaming van een bedrijfsproces of pand, het oprichten van een BIZ of andere organisatievorm, of te starten met een collectieve inkoopactie. Gelukkig hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden. Natuurlijk verschilt op elk bedrijventerrein de context (aantal en type ondernemers, grootte van het terrein, e.d.), maar in vrijwel alle gevallen is er een vergelijkbare aanpak dichtbij al eens gedaan waar van geleerd kan worden. Concrete voorbeelden uit de mond van ondernemers werken goed om anderen te overtuigen ook de stap te zetten richting dergelijke acties. Dit onderzoek geeft een beeld van de koplopers op pijlers en thema’s. Het regionale samenwerkingsverband kan een belangrijke rol spelen door kennis over de aanpak op deze terreinen te verzamelen en ze een podium te bieden. De volgende stap is het (gericht) onder de aandacht brengen van deze goede voorbeelden bij de minder scorende bedrijventerreinen in de regio.
54
Kennis bundelen: bijvoorbeeld door best practices te identificeren en informatie daarover te verspreiden. Ook het bundelen en verspreiden van data over bedrijventerreinen (o.a. uit dit onderzoek) toegankelijk maken valt hieronder. Daarnaast is het bundelen en verspreiden van kennis over de provinciale regelingen hierbij een belangrijke. Het kan kansrijk zijn hierin samenwerking te zoeken met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen, energieloketten, Stenden, Windesheim en (technische) adviesbureaus. Belangrijk hierbij is om goed af te stemmen met provincies en gemeenten; welke initiatieven lopen al en waar is behoefte aan?
7.3 Aanbevelingen voor de verduurzaming van bedrijventerreinen Breng de organisatiegraad op orde om verduurzaming écht van de grond te laten komen Energieopgaven zijn voor veel ondernemers nieuw en secundair aan het runnen van hun onderneming, dat an sich vaak al meer dan een fulltime baan is. Regelgeving (ver)kennen, business cases ontwikkelen en technische mogelijkheden in kaart brengen kosten veel tijd en vereisen voorinvesteringen. Het heeft meerwaarde als ondernemers niet opnieuw het wiel uit hoeven te vinden, voorinvesteringen in tijd en geld kunnen verdelen. Bovendien kunnen business cases gunstiger uitpakken als maatregelen gezamenlijk worden genomen én helpt collectief optreden bij het betrekken van energiebedrijven, omgevingsdienst en de gemeente. Een coördinerende ondernemersvereniging, parkmanager of BIZ kan dus duidelijk meerwaarde bieden bij energiemaatregelen. Om de kansen die er liggen op gebied van energie en verduurzaming, echt goed te benutten, is het verstandig te starten bij het verhogen van de organisatiegraad op bedrijventerreinen. Een andere methode is te starten met het creëren van draagvlak voor een intensieve verduurzamingsaanpak en dit draagvlak direct benutten om de organisatiegraad te formaliseren. Daarbij is een
belangrijk aandachtspunt naast het betrekken van ondernemers, het betrekken van pandeigenaren. De gemeente is het meest logische schaalniveau om de organisatiegraad te verbeteren. Zij staan dicht bij de ondernemers en beschikken over juridische mogelijkheden om de organisatie en financiering te verankeren, via een BIZ, ondernemersfonds of reclamebelasting. Zet een regionale leer- en kennisomgeving op voor verduurzamingsmaatregelen op bedrijventerreinen Verschillende gemeenten staan voor soortgelijke verduurzamingsopgaven op de bedrijventerreinen. Op een aantal terreinen is ook al het nodige gedaan op dit gebied. Voor veel ondernemers is het van belang concrete, liefst lokale voorbeelden te hebben zodat ze kunnen zien wat verduurzamingsmaatregelen kunnen opleveren. Voor gemeenten is het juist van belang niet opnieuw het wiel te hoeven uitvinden en kennis te delen. Immers, het kan zo zijn dat dicht bij elkaar gelegen terreinen dezelfde kaders delen, zoals provinciaal beleid, aardwarmtepotentie, dezelfde vastgoedeigenaren en dezelfde netbeheerder. Een online leeromgeving met goede voorbeelden en kennisdeling door bijvoorbeeld webinars leidt ertoe dat zowel gemeente als ondernemers en pandeigenaren meer vertrouwd raken met de aanpak van verduurzaming en energiemaatregelen.
Mogelijk is het ook interessant ROC’s en Windesheim hieraan te verbinden om ingewikkelde cases, (technische) kennis- of onderzoeksvragen te verkennen als stage- of afstudeeropdracht. De regio is hiervoor het meest geschikte schaalniveau, zie ook de aanbevelingen onder 7.2. Voer (lokaal) vervolgonderzoek uit voor de geschiktheid van bedrijfspanden voor zonnepanelen en benut vervolgens de SDE++ subsidies Er zijn diverse manieren om – indicatief – een beeld te krijgen van de mogelijkheden voor zonnepanelen op bedrijfspanden. Het daadwerkelijke aantal geschikte daken valt in de praktijk vaak tegen. Ook bij nieuwe
55
panden kan de dakconstructie het niet aan, beïnvloeden andere bouwwerken of groen de opbrengsten negatief, of werken verzekeringsmaatschappijen tegen. Lokaal onderzoek (op niveau van terrein of gemeente) of maatwerkadvies is nodig om de daadwerkelijke geschiktheid in beeld te brengen. Zowel ondernemers, pandeigenaren en parkmanagers, als netbeheerders, als regio’s (in het kader van de RES’en) hebben baat bij een eenduidig, helder beeld hiervan. Een interessant initiatief in dit kader zijn het versnellingsteam ‘Ieder dak een Zonnedak’ in Overijssel, het project ‘Verzilver uw dak’ van de provincie Gelderland, het Energie Expertisecentrum Flevoland en de Drentse EnergieOrganisatie. Initiatieven voor een vervolgaanpak op dit thema kunnen dus uit verschillende hoeken komen: gemeenten, de regio, provincie, individuele ondernemers of parkmanagers. Ga gezamenlijk in gesprek met de netbeheerders over de uitbreiding van de capaciteit van de energieinfrastructuur Uit de dataset voor dit onderzoek komt naar voren dat de energieinfrastructuur op veel plekken weinig tot geen extra capaciteit heeft. Gezien de grote opgaven waar Nederland voor staat rond lokale en duurzame opwek, is het risico dat dit een beperkende factor wordt in de investeringen.
Een gezamenlijk gesprek vanuit de Regio Zwole, de vier provincies en vertegenwoordiging van de bedrijventerreinen met de netbeheerders in de regio (Liander en Enexis) is nodig om de urgentie en de schaal van het probleem goed over te brengen. Doe lokaal onderzoek naar mogelijkheden voor off-grid uitwisseling van energie Een beperkte energieinfrastructuur is een belangrijk probleem om op te lossen, maar het vergt soms grote investeringen en ingrepen die niet van de één op de andere dag gedaan kunnen worden. Er zijn mogelijkheden om pieken en dalen in energievraag lokaal op te lossen op bedrijventerreinen, tussen nabijgelegen bedrijventerreinen of in combinatie met nabijgelegen woonwijken. Off grid uitwisseling, lokale
opslag van energie of een smart grid in combinatie met bijvoorbeeld elektrische wagenparken, zijn daar voorbeelden van. Het schaalniveau waarop dit gesprek het beste kan plaatsvinden, hangt af van de specifieke casus.
7.4 Aanbevelingen over de fysiek-ruimtelijke opgaven Zoek naar koppelkansen fysiek-ruimtelijke opgaven, verduurzamings- en energiemaatregelen In dit onderzoek is het begrip toekomstbestendigheid breed gedefinieerd. Een aantal specifiek benoemde terreinen kennen fysiek-ruimtelijke opgaven in combinatie met verduurzamings- en energiemaatregelen. Die terreinen zijn bij uitstek geschikt om verschillende opgaven aan elkaar te koppelen en werk met werk te maken. Op basis van de achterliggende dashboards en database en uiteraard lokale kennis zijn er ongetwijfeld nog meer terreinen waar opgaven aan elkaar gekoppeld kunnen worden om terreinen ook integraal toekomstbestendig te maken. Denk aan de aanleg van een warmtenet in combinatie met het toevoegen van een trottoir of verbeteren van de bestrating, of aanleg van glasvezel; dakisolatie i.c.m. zonnepanelen; groene of groenblauwe daken i.c.m. zonnepanelen en laadpalen combineren met een smart grid. Ook sociaaleconomisch zijn er mogelijk slimme combinaties te maken, denk aan het inzetten van stagairs en studenten om te werken aan verduurzaming van een bedrijventerrein. Richt je eerst op de terreinen waar ruimte ís Van de 13 terreinen met een flinke fysiek-ruimtelijke opgave scoren de meeste slecht als het gaat om lokale uitbreidingsruimte: ze zitten krap in hun jasje.
De aanwezige problematiek oplossen kan daar haast onmogelijk zijn, omdat simpelweg de ruimte voor het toevoegen van groen, fiets- of wandelpaden ontbreekt. Naast de openbare ruimte, waar we in dit onderzoek voornamelijk op focussen, is het goed te realiseren dat ook op en rond particuliere kavels en panden, al veel bereikt kan worden. Denk
56
aan het toevoegen van groen op eigen kavels, of klimaatadaptieve maatregelen. Het ‘laaghangend fruit’ als het gaat om fysiek-ruimtelijke opgaven is echter te vinden op terreinen waar enige uitbreidingsruimte is in combinatie met een redelijke hoeveelheid openbare ruimte (namelijk de terreinen Zwolsehoek en Buitenhaven e.o / Oude Vaart). Door fysiekruimtelijk eerst die terreinen op te knappen, kunnen korte klappen worden gemaakt en kan er mogelijk geëxperimenteerd worden met innovatieve, ruimtebesparende oplossingen. Onafhankelijk van op welk schaalniveau (gemeente, regio, provincie) de aanpak wordt vormgegeven. Ga voor de overige terreinen gezamenlijk op zoek naar schuifruimte Aanpak van fysiek-ruimtelijke opgaven, door bijvoorbeeld herstructurering, vergt veelal gevallen schuifruimte. Als op het betreffende terrein of op andere terreinen in dezelfde kern niet aanwezig is, kan mogelijk gekeken worden naar buurgemeenten in de regio. Regionale afstemming van de opgaven en ruimtevragen, is daarvoor wel een voorwaarde; dit vraagstuk moet dan ook op dat niveau worden opgepakt.
Onderken dat niet alle problemen direct op te lossen zijn Eigendomsverhoudingen, een beperkte openbare ruimte, historisch ontstane indelingen van bedrijventerreinen, niet aan de tijd aangepaste regelgeving en krappe inrichting kunnen de fysiek-ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen parten spelen. Vaak kunnen alleen grote, dure ingrepen (zoals uitkopen van ondernemers) hier een oplossing zijn, maar zelfs dat is geen garantie. Voor te stellen is dat gemeenten of provincies in uitzonderlijke gevallen hiertoe over gaan. Maar over het algemeen zal de problematiek niet dusdanig zijn dat zo’n financieel zware ingreep te rechtvaardigen is. Geduld is daarom nodig. Het is daarin belangrijk de kernoorzaken op het netvlies te houden op de langere termijn en de kansen die zich voordoen te grijpen. Denk aan leegstand die ontstaat, een ontwikkelaar die zich aandient of nieuwbouwplannen van een onderneming.
Werk samen met ondernemers en benut / vergroot de organisatiegraad Een groot deel van de fysiek-ruimtelijke opgave heeft betrekking op de openbare ruimte. Op de terreinen gevestigde ondernemers ervaren dagelijks hoe het is om er te ondernemen. Het is cruciaal met hen samen te werken om zowel problematiek, wensen en oplossingen in kaart te brengen. Een goede organisatiegraad helpt daarbij, maar een fysiekruimtelijke upgrade kan juist ook een aanleiding zijn om de organisatiegraad te verhogen. Zie ook de aanbeveling over organisatiegraad onder 7.3.
57
Bijlage 1: Overzicht bedrijventerreinen meegenomen in onderzoek Overijssel Naam terrein
Gemeente
Type terrein
De Grift
Dalfsen
Logistiek terrein
De Meele
Dalfsen
Gemengd bedrijventerrein
Den Hulst / De Evenboer
Dalfsen
Logistiek terrein
Rondweg
Dalfsen
Gemengd bedrijventerrein
T Febriek
Dalfsen
Logistiek terrein
Uitbreiding De Grift Iii
Dalfsen
Gemengd bedrijventerrein
Welsum
Dalfsen
Gemengd bedrijventerrein
Gezondheidspark Hardenberg 1
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
Haardijk
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
Holtheme
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
Katingerveld
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
Nieuwe Haven I Ii + Bru
Hardenberg
Haventerrein
Rollepaal
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
Schuinesloot
Hardenberg
Industrieterrein
Werkgebied Moeshoek
Hardenberg
Logistiek terrein
Zuivelfabriek
Hardenberg
Industrieterrein
Bedrijvenpark Rijksweg 50
Kampen
Gemengd bedrijventerrein
Haatland
Kampen
Industrieterrein
Spoorlanden
Kampen
Logistiek terrein
Uitbreiding Spoorlanden
Kampen
Logistiek terrein
Broeklanden
Hardenberg
Industrieterrein
Zendijk
Kampen
Broeklanden-Zuid
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
Gemengd bedrijventerrein
Zuiderzeehaven
Kampen
Haventerrein
De Enk
Olst-Wijhe
Gemengd bedrijventerrein
Meenteweg
Olst-Wijhe
Logistiek terrein
Alteveer
Ommen
Gemengd bedrijventerrein
De Doorbraak
Hardenberg
Industrieterrein
De Krim Ii
Hardenberg
Logistiek terrein
Diamant Bedrijfsterrein
Hardenberg
Gemengd bedrijventerrein
58
De Rotbrink
Ommen
Industrieterrein
Boterberg-Noord
Steenwijkerland
De Strangen
Ommen
Gemengd bedrijventerrein
Gemengd bedrijventerrein
De Weyert
Steenwijkerland
Industrieterrein
Dolderkanaal
Steenwijkerland
Industrieterrein
Groot Verlaat
Steenwijkerland
Gemengd bedrijventerrein
Hooidijk
Steenwijkerland
Gemengd bedrijventerrein
Kanaalweg
Steenwijkerland
Industrieterrein
Kuinre
Steenwijkerland
Gemengd bedrijventerrein
Malle Gat Ii
Steenwijkerland
Gemengd bedrijventerrein
Blankenfoort
Raalte
Gemengd bedrijventerrein
De Zegge I T/M V
Raalte
Gemengd bedrijventerrein
De Zegge Vi
Raalte
Logistiek terrein
Luttenberg
Raalte
Gemengd bedrijventerrein
T Zeegsveld
Raalte
Gemengd bedrijventerrein
Telgen I
Raalte
Gemengd bedrijventerrein
Oostermeentherand
Steenwijkerland
Logistiek terrein
De Baarge (Industrie Vi)
Staphorst
Gemengd bedrijventerrein
Ossenzijl
Steenwijkerland
Gemengd bedrijventerrein
De Esch I
Staphorst
Gemengd bedrijventerrein
Schaarkampen
Steenwijkerland
Gemengd bedrijventerrein
De Esch Ii
Staphorst
Gemengd bedrijventerrein
Bedrijventerrein Hasselt
Zwartewaterlan d
Industrieterrein
De Esch Iii
Staphorst
Gemengd bedrijventerrein
Bt 1982
Zwartewaterlan d
Gemengd bedrijventerrein
Industrie 123
Staphorst
Industrieterrein
Meppelerdiep
Industrieterrein
Industrie Iv
Staphorst
Gemengd bedrijventerrein
Zwartewaterlan d
Zevenhont I+Ii
Staphorst
Industrieterrein
Zwartewaterlan d
Industrieterrein
Industrie V Oosterparallelweg 2007
Staphorst
Gemengd bedrijventerrein
Zevenhont Iii
Zwartewaterlan d
Industrieterrein
59
Zevenhont Iv
Zwartewaterlan d
Industrieterrein
Hessenpoort
Zwolle
Gemengd bedrijventerrein
Marslanden
Zwolle
Gemengd bedrijventerrein
Voorst
Zwolle
Gemengd bedrijventerrein
Vrolijkheid
Zwolle
Gemengd bedrijventerrein
De Brake
Nunspeet
Gemengd bedrijventerrein
Feithenhof - Kom Nunspeet
Nunspeet
Industrieterrein
Lepelingen
Nunspeet
Gemengd bedrijventerrein
Bedrijvenpark H2O (Oldebroeks Deel)12
Oldebroek
Logistiek terrein
Engeland
Oldebroek
Gemengd bedrijventerrein
Oude Dijk
Oldebroek
Gemengd bedrijventerrein
Voskuil 1979
Oldebroek
Gemengd bedrijventerrein
Wezep Noord
Oldebroek
Gemengd bedrijventerrein
Gelderland Naam terrein
Gemeente
Type terrein
Flevoland Naam terrein
Gemeente
Type terrein
De Koekoek
Elburg
Industrieterrein
Business-Zone Delta
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Kruismaten 1/2
Elburg
Industrieterrein
De Kolk
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Oostendorp 1/2
Elburg
Gemengd bedrijventerrein
De Noord
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
T Spoor
Elburg
Industrieterrein
Fazantendreef
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Het Veen
Hattem11
Industrieterrein
Noorderbaan / De Driehoek
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Heerde (Molenweg / Europaweg)
Heerde
Industrieterrein
Oldebroekerweg
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Wapenveld (Vlijtweg/Zevenakkers)
Heerde
Gemengd bedrijventerrein
Poort Van Dronten
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Spelwijk
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Wapenveld Noord
Heerde
Industrieterrein
Tarpan
Dronten
Gemengd bedrijventerrein
Bedrijventerrein De Kolk G.P.S.
Nunspeet
Gemengd bedrijventerrein
A6
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
11
Het Veen in Hattem is het enige terrein waar op de peildatum van dit onderzoek > 5 ha grond was uitgegeven. In de gemeente zijn in totaal 6 bedrijventerreinen, waarbij Netelhorst I (4,9 ha uitgegeven) en H2O (Hattems deel, nog niets uitgegeven) de meest opvallende zijn.
12
H2O bestaat uit een Oldebroeks deel (Gelderland) en een Hattems deel (Overijssel) Het Hattems deels niet meegenomen in het onderzoek, omdat daar nog op de peildatum minder dan 5 hectare was uitgegeven.
60
Bedrijventerrein Creilerpad (V/H Kavel B61)
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Bedrijventerrein Ens
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
De Munt
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Dyntes Tech Park/Nlr
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
E94
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Bant
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Ens
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Espel
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Kraggenburg
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Industrieterrein Marknesse
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Kavel C-90
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Nagelerweg 1+2
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Zuidervaart
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Zwolsevaart
Noordoostpolder
Gemengd bedrijventerrein
Kamperhoek
Urk
Gemengd bedrijventerrein
Lemsterhoek
Urk
Gemengd bedrijventerrein
Zwolsehoek
Urk
Gemengd bedrijventerrein
Drenthe Naam terrein
Gemeente
Type terrein
Hoge Akkers 2
De Wolden
Gemengd bedrijventerrein
Ruinen
De Wolden
Gemengd bedrijventerrein
Uitbreiding Bt Ruinen
De Wolden
Gemengd bedrijventerrein
Zuiderkerkes I + II
De Wolden
Gemengd bedrijventerrein
Buitenvaart I
Hoogeveen
Gemengd bedrijventerrein
Buitenvaart Ii
Hoogeveen
Gemengd bedrijventerrein
De Wieken
Hoogeveen
Gemengd bedrijventerrein
Griendtsveenweg
Hoogeveen
Gemengd bedrijventerrein
Grittenhof-Oost + West
Hoogeveen
Gemengd bedrijventerrein
Het Haagje
Hoogeveen
Gemengd bedrijventerrein
Toldijk
Hoogeveen
Logistiek terrein
Bedr Terr Oevers Abc
Meppel
Industrieterrein
Blankenstein A / B
Meppel
Gemengd bedrijventerrein
Buitenhaven E.O./Oude Vaart
Meppel
Haventerrein
Ezinge
Meppel
Gemengd bedrijventerrein
Nat Ind.Ter Oevers D
Meppel
Haventerrein
Noord Fase I + Ii
Meppel
Gemengd bedrijventerrein
Steenwijkerstrwg-Galgenkampwg
Meppel
Gemengd bedrijventerrein
De Valderse I + Ii
Westerveld
Gemengd bedrijventerrein
Dieverbrug I + II
Westerveld
Gemengd bedrijventerrein
Oeveraseweg
Westerveld
Gemengd bedrijventerrein
61
Bijlage 2: Toelichting selectie terreinen verdieping Selectie energietransitie Potentie energietransitie Als we per gemeente de terreinen met de hoogste potentie op een rij zetten, dan gaat het om 29 terreinen in 22 gemeenten: in Steenwijkerland, Zwartewaterland en Nunspeet zijn er meerdere terreinen die gelijk scoren als het gaat om de potentie voor energietransitie. De verklaring daarvoor is veelal de ligging. Terreinen die naast elkaar liggen verschillen vaak niet of nauwelijks als het gaat om aardwarmtepotentie, mogelijkheden voor windturbines, capaciteit van de energie-infrastructuur. In onderstaande tabel zijn de 29 terreinen weergegeven. Gemiddeld scoren deze terreinen een 3,6 op de potentie voor energietransitie, hoger dan het gemiddelde in de regio (3,0). Zes terreinen scoren zelfs een 4,0 of hoger. Twee terreinen kennen een relatief lage potentie met een 2,8 (Alteveer, Ommen) en een 2,3 (Dieverbrug I + II in Westerveld).
toekomst zal het vergoten van de netcapaciteit voor veel terreinen daarmee cruciaal worden. De potentie voor aardwarmte verschilt sterk voor deze terreinen: acht terreinen scoren daarin juist heel goed, terwijl voor twee terreinen de bodem ongeschikt is voor aardwarmte. Combinatie van veel potentie en nog weinig maatregelen op in theorie kansrijke plekken Naast de potentie voor energietransitie is het ook van belang te kijken naar plekken waar nog relatief weinig gedaan is op dit vlak. Op plekken waar de huidige maatregelen nog beperkt zijn en de potentie hoog, valt energietechnisch de meeste winst te behalen. In de meest rechtse kolom van de tabel is weergegeven hoe de terreinen scoren op het thema ‘energietransitie’. Voor de gehele regio is het gemiddelde op dit thema een 2,1; de 29 terreinen in de tabel wijken daar niet van af. Enkele uitschieters scoren met een 3,0 redelijk ver boven het gemiddelde, terwijl een aantal terreinen met een 1,6 daar juist ver onder zit.
Potentie ligt met name op gebied van zonnepanelen Zoals in hoofdstuk 3 omschreven ligt in het algemeen de potentie voor de energietransitie in de regio Zwolle met name op de indicator zonnepanelen op daken. Voor bovenstaande terreinen zien we ook dat de meeste potentie zit in het dakoppervlak dat benut kan worden voor zonnepanelen. De energie-infrastructuur scoort gemiddeld het laagst: 16 van de 29 terreinen scoren daarin benedengemiddeld, extra netcapaciteit is daar nauwelijks beschikbaar. Netcapaciteit is echter een belangrijke voorwaarde om op terreinen waar in de toekomst meer energie wordt opgewekt dan er wordt verbruikt, terug te leveren aan het net. In de
62
Tabel B1: bedrijventerreinen per gemeente met hoogste score op Energietranstitie: potentie Gemeente
Dalfsen
Terrein(en)
Type
Gem
Dronten
Uitbreiding de Grift III Zuiderkerkes I + II De Noord
Elburg
Opp (ha)
Score potentie energietransitie
Steenwijkerland Score energietransitie Urk
16,1
3,3
2,2
Westerveld
100,3
3,0
2,0
Zwartewaterland
Gem
14,5
3,8
1,8
Kruismaten 1/2
Ind
48,8
4,5
3,0
Hardenberg
De Doorbraak
Ind
9,2
4,0
1,6
Hattem
Het Veen Industrieterrein Heerde (Moenweg / Europaweg) De Wieken
Ind
21,7
3,5
1,6
24,9
4,0
2,0
Gem
17,0
3,3
2,8
Spoorlanden Noord fase I + II
Log
33,3
4,0
2,8
Gem
7,0
3,0
2,2
A6 Feithenhof kom nunspeet
Gem
14,0
3,5
3,0
31,7
4,5
2,0
De Wolden
Heerde
Hoogeveen Kampen Meppel Noordoostpolder Nunspeet
Gem
Ind
Ind
Lepelingen
Gem
12,0
4,5
1,6
Oldebroek
Engeland
Gem
11,4
4,3
1,6
Olst-Wijhe
Meenteweg
Log
7,6
4,3
1,6
Alteveer
Gem
12,3
2,8
2,0
Telgen I De Esch I
Gem
6,1 15,0
3,8 3,3
2,6 2,0
Ommen Raalte Staphorst
Gem
Zwolle
Boterbergnoord
Gem
De Weyert
8,8
3,5
1,6
Ind
11,4
3,5
2,2
Kuinre
Gem
6,0
3,5
1,6
Malle gat II Kamperhoek Dieverbrug I + II
Gem
6,3
3,5
1,6
Gem
13,1
3,0
2,0
10,6
2,3
1,6
Bt 1982
Gem
46,3
3,3
2,2
Zevenhont I+II
Ind
40,1
3,3
2,2
Zevenhont III
Ind
16,8
3,3
2,0
Zevenhont IV
Ind
28,1
3,3
2,2
Voorst
Gem
154,5
3,8
3,2
Gem
Koppelen energietransitie aan klimaatadaptatie, circulaire economie, revitalisering en duurzame mobiliteit Om het draagvlak voor en doelmatigheid van investeringen in energiebesparende maatregelen of lokale opwekking te vergroten, kan het verstandig zijn energieopgaven te koppelen aan klimaatadaptieve maatregelen en circulaire initiatieven. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van groenblauwe daken mét zonnepanelen, of naast het uitwisselen van warmte en koude ook het benutten van elkaars restmaterialen. Klimaatadaptieve maatregelen De 29 terreinen in de tabel scoren op gebied van klimaatadaptatie gemiddeld ten opzichte van de regio. Echter, er zijn grote verschillen tussen de terreinen. Zo scoort Telgen I in Raalte een 4,5 op dit thema, terwijl Zevenhont III en IV in Zwartewaterland een 1,5 op dit thema noteren. Qua potentie voor klimaatadaptatie scoren de terreinen met een 2,3 gemiddeld lager dan het regionale gemiddelde van 2,6. Veel lage
63
scores, zoals op Feithenhof – Kom Nunspeet of De Esch I, hebben te maken met de beperkte omvang van de openbare ruimte en het feit dat er niet of nauwelijks uitgeefbare ruimte is. Koppelen van energiemaatregelen aan klimaatadaptie is zeker niet overal mogelijk – maar kan op de meeste plekken wel van meerwaarde zijn. Naast de openbare ruimte, waar we in dit onderzoek voornamelijk op focussen, is het goed te realiseren dat ook daarbuiten, op eigen kavels en panden, al veel bereikt kan worden. Denk aan ondergrondse hemelwateropvang, het toevoegen van groen op eigen kavels, halfverharde parkeerplaatsen en groene of groenblauwe daken. Circulaire economie De 29 terreinen scoren gemiddeld op het thema circulaire economie, waarin is gekeken naar het aantal banen in de circulaire economie en de aanwezigheid van een warmtenet. Drie terreinen scoren gemiddeld iets hoger (Noord Fase I + II, Kamperhoek, Voorst). Daar is dan ook een warmtenet aanwezig. Op een drietal andere terreinen is het aandeel banen in de circulaire economie groot: Dieverbrug I+II, Kuinre en Malle Gat II. Op het thema potentie circulaire economie scoren deze terreinen gemiddeld iets hoger. Op een aantal terreinen is potentieel veel condenswarmte beschikbaar, de ligging nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie van een aantal terreinen biedt daarnaast ook kansen.
Een relatief hoge hindercategorie van een aantal terreinen zorgt er ook voor dat deze een goede plek zijn om circulaire banen in recycling te huisvesten. Circulaire oplossingen zoals warmte-uitwisseling kunnen zorgen voor een significante energiebesparing. De combinatie circulaire activiteiten, klimaatadaptieve maatregelen en energieopwekking en -besparing draagt bovendien bij aan het integrale duurzame karakter van bedrijventerreinen.
Koppeling energieopgaven aan fysiek-ruimtelijke opgaven Het kan meerwaarde hebben om op terreinniveau de opgaven rond de energietransitie te koppelen aan fysiek-ruimtelijke opgaven, zoals herinrichting van de openbare ruimte of het oplossen van bereikbaarheids- en parkeerproblemen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van overkappingen met zonnepanelen boven parkeerplaatsen, of de aanleg van een warmtenet combineren met het vernieuwen van straat of riolering. Als we kijken naar de top 10 terreinen met fysiek-ruimtelijke sopgaven dan zien we daarin een aantal terreinen terugkomen die ook een hoge potentie hebben op gebied van energietransitie: Meenteweg, De Weyert, Malle Gat II, BT 1982, en Zevenhont I t/m IV. Verder zien we in de 29 terreinen enkele specifieke mogelijke fysiek-ruimtelijke opgaven op de terreinen Voorst en Spoorlanden (groene en gezonde werkomgeving) en Engeland (groene werkomgeving). Rol van duurzame mobiliteit Een directe relatie met opgaven rond energietransitie zit op dit thema met name in de mogelijkheden voor elektrisch rijden. Op een aantal terreinen is het aantal laadpalen relatief hoog: Kuinre, Malle Gat II, Dieverbrug I + II en Zevenhont III + IV. Het duurzame karakter kan nog kracht bijgezet worden door de hiervoor benodigde stroom lokaal op te wekken.
Ook kunnen de laadpalen mogelijk onderdeel worden van een smart grid om pieken en dalen in de vraag naar elektriciteit op te vangen. Op een aantal andere terreinen blijft het aantal laadpalen achter en is de opgave tweeledig: het mogelijk maken van extra laadpalen en de energie hiervoor duurzaam lokaal opwekken. Selectie van één terrein per gemeente Op basis van bovenstaande analyse is een nadere selectie gemaakt in de 29 terreinen met als doel voor elke gemeente het meest kansrijke terrein voor energie- en verduurzamingsmaatregelen te benoemen. Voor deze nadere selectie hebben we gekeken naar de plekken waar de organisatiegraad hoog is, er koppelkansen met klimaatadaptieve of
64
(andere) fysiek-ruimtelijke opgaven zijn. De nadere selectie heeft betrekking op de terreinen in Nunspeet, Steenwijkerland en Zwartewaterland: Steenwijkerland: Vier terreinen hebben een gelijke score op het thema Energietransitie: potentie. Hiervoor lijkt de Weyert het meest kansrijke terrein. De organisatiegraad is hier vrij goed, het terrein scoort relatief hoog op het thema circulaire economie: potentie; en de fysiekruimtelijke opgaven zijn hier hoog. Het terrein heeft veel potentie op gebied van de groene en gezonde werkomgeving. Bovendien scoort het terrein bovengemiddeld op de economische ontwikkeling. Bedrijventerrein Kuinre valt af vanwege de beperkte organisatiegraad; Malle Gat II en Boterberg-Noord hebben een goede organisatiegraad en scoren op een heel aantal relevante thema’s vergelijkbaar met De Weyert. De koppeling met fysiek-ruimtelijke opgaven is er echter minder sterk dan op De Weyert, bovendien is De Weyert het meest omvangrijke terrein van de vier. Nunspeet: op beide terreinen in de initiële selectie is de organisatiegraad laag. Op beide terreinen is de potentie voor energietransitie erg hoog en is de score op het thema energietransitie laag. Beide terreinen scoren ook laag als het gaat om de potentie voor groene werkomgeving en potentie voor klimaatadaptatie. Omdat Lepelingen beperkt van omvang is (ca 13 ha), valt deze af.
Zwartewaterland: Bt 1982 scoort daarin ten opzichte van de verschillende fasen van Zevenhont hoger op de potentie voor groene werkomgeving, potentie circulaire economie en potentie klimaatadaptatie. Gezien ook de krappe indeling van Zevenhont die de mogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen beperkt, is het logisch de aanpak te richten op BT1982.
13
waarbij een themascore hoger of gelijk aan 3 leidt tot een verouderingsfase 1; een themascore tussen de 2,9 en 3 leidt tot een verouderingsscore van 2; een themascore
Selectie fysiek-ruimtelijke opgaven Voor de toekomstbestendigheid en economische vitaliteit van bedrijventerreinen is de ruimtelijke kwaliteit van belang en typisch een aspect waar gemeenten, regio, provincie, ondernemers en vastgoedeigenaren gericht en gezamenlijk mee aan de slag kunnen. Concreet kan het om de volgende maatregelen gaan: het upgraden van de openbare ruimte: van een stenige, autogeoriënteerde buitenruimte naar een meer gezonde, groene, prettige buitenruimte het oplossen van parkeer- en verkeersproblemen het verhogen van de kwaliteit van het vastgoed om de verhuur- / verkoopbaarheid te vergroten het beter op elkaar aan laten sluiten van de aard van het bedrijventerrein en de activiteiten van bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin logistieke bedrijven zijn gevestigd op een traditioneel gemengd terrein, of een autosloperij op een door zakelijke dienstverlening georiënteerd terrein. het opknappen/vernieuwen van panden (private verantwoordelijkheid). Op basis van vier factoren (A t/m D) selecteren we de terreinen met de grootste fysiek-ruimtelijke opgaven. A: Kansen opgaven op basis van de verouderingsfase Voor de eerste invalshoek kijken we naar de verouderingsfase waarin het bedrijventerrein zich bevindt. Deze score is bepaald op basis van de totaalscore op het thema fysiek-ruimtelijk13.
tussen de 2,8 en 2,9 tot een verouderingsscore van 3; en een themascore lager dan 2,8 tot een verouderingsscore 4
65
Acht terreinen in de hoogste verouderingsfase Er bevinden zich acht terreinen in de twee hoogste verouderingfasen, zie tabel B2. Deze terreinen scoren een 2,9 of lager in de pijler fysiekruimtelijk. Op de thema’s die binnen deze pijler vallen, lopen de scores behoorlijk uiteen. Per thema binnen de pijler gaat het om: Openbare ruimte: de score binnen de top acht fluctueert sterk: van een 4,0 tot een 2,8. Het gemiddelde ligt op een 3,4. Laagscorende terreinen hebben over de hele linie binnen dit thema slecht scores: zowel op gebied van omvang openbare ruimte, als onderhoud, als parkeerdruk, als kwaliteit van bestrating. Opvallend is dat een hoge verouderingsfase toch gepaard kan gaan met een bovengemiddelde hoge score op gebied van openbare ruimte. Zo is de Weyert in Steenwijkerland een relatief ruim opgezet terrein, waardoor op de indicatoren parkeerdruk auto’s, vrachtauto’s en buitenopslag direct hoog wordt gescoord. Verder valt over de hele linie op dat vandalisme weinig voorkomt. Vastgoed: de gemiddelde score hierop ligt met een 2,8 redelijk laag. Negatieve uitschieters scoren een 2,2: met name vanwege de flinke leegstand op deze terreinen en / of de gebrekkige invulling van deze leegstand. Er is niet direct een verband zichtbaar met het gemiddelde bouwjaar van het vastgoed. Bereikbaarheid: hiervoor loopt de gemiddelde score flink uiteen: van 2,5 tot 3,9.
De ligging t.o.v. het hoofdwegennet, afstand tot treinstation en bereikbaarheidsindex zijn het meest bepalend voor de themascores. De digitale bereikbaarheid is niet opvallend hoog of laag bij deze acht bedrijventerreinen. Hoofdoorzaak veroudering verschilt sterk per terrein In tabel B2 zijn de acht terreinen weergegeven die zich in de hoogste verouderingsfase bevinden. Gezien de variatie in de achterliggende thema’s kunnen we stellen dat de verouderingsfase een indicatie geeft van terreinen waar één of meerdere grote fysiek-ruimtelijke opgaven
liggen. Echter, de achterliggende reden daarvoor varieert. Van de acht terreinen liggen er vier in de provincie Overijssel, één in Flevoland, twee in Drenthe en één in Gelderland. Daarmee is Drenthe en oververtegenwoordigd in de top 8 ten opzichte van het totaal aantal terreinen in de regio. Binnen Overijssel valt op dat er drie terreinen in de gemeente Zwartewaterland liggen, waarvan één in fase 4 en twee aaneengesloten terreinen in fase 3. Beperkte bouwpotentie vergroot de opgave Bouwpotentie is een onderscheidende factor binnen de terreinen in de hoogste verouderingsfasen: verschillende terreinen scoren hierin erg laag. Dat kan de kansen om de opgaven daadwerkelijk op te lossen negatief beïnvloeden, omdat schuifruimte handig kan zijn bij herstructurering. Zo beïnvloedt dat de mogelijkheden voor de verbreding van wegen, toevoegen van fietsstroken, het realiseren van een groenstrook of een wadi of een collectieve parkeervoorziening. Industriële terreinen oververtegenwoordigd Als we kijken naar de segmentering, valt op dat industriële terreinen oververtegenwoordigd zijn binnen deze acht terreinen. Over de gehele regio bezien zijn 24 van de 132 terreinen als ‘industrieterreinen’ gekenmerkt. In dit onderzoek is het thema openbare ruimte voor elk segment bedrijventerreinen op dezelfde manier gescoord.
Het is goed voor te stellen dat industriële bedrijven in de praktijk vooral functionele eisen stellen aan bepaalde thema’s binnen de pijler fysiek-ruimtelijk, en minder gericht zijn op vastgoed met een kwalitatieve uitstraling, of goed onderhouden groen. Tegelijkertijd zijn functionele elementen, zoals onderhoud van bestrating en een lage parkeerdruk minstens zo belangrijk voor industriële bedrijventerreinen als voor andere terreinen. De industriële terreinen zoals opgenomen in tabel 8 scoren (inderdaad) matig als het gaat om de omvang van de openbare ruimte, onderhoud van groen. Echter leegstand en de invulling daarvan, afstand tot het
66
hoofdwegennet en bushaltedichtheid zijn drie andere indicatoren waarop de industriële terreinen negatief afwijken. Tabel B2: terreinen in de verouderingsfase 3 en 4 Naam
gemeente
Type Gem
Nto omvang 46,3
Fase veroudering 4
Bt 1982
Zwartewaterland
Buitenhaven E.O./Oude Vaart Het Veen
Meppel
Ind
17,0
4
Hattem
Ind
21,7
4
Zwolsehoek
Urk
Gem
73,0
4
De Weyert
Steenwijkerland
Ind
11,4
3
SteenwijkerstrwgGalgenkampwg Zevenhont I+II
Meppel
Gem
6,5
3
Zwartewaterland
Gem
40,1
3
Zevenhont III
Zwartewaterland
Log
16,8
3
B: terreinen met ruimtelijke opgaven in de pijler duurzaam en gezond Naast de score op de thema’s binnen de pijler fysiek-ruimtelijk, is er ook een aantal thema’s binnen de pijler duurzaam en gezond met een duidelijke relatie met de openbare ruimte. Het gaat om de thema’s water, droogt en hitte; gezonde werkomgeving en groene werkomgeving. Als we kijken naar de terreinen met enige veroudering (vanaf fase 2, 18 terreinen), dan valt bij deze thema’s het volgende op: De score op het thema Groene werkomgeving is relatief het laagst van deze thema’s, gemiddeld een 2,4. Uitschieters zijn scores van 1,2 en 3,5. Met name het percentage groen speelt hierin mee. Gezonde werkomgeving scoort gemiddeld een 2,7, met ook hierbinnen flinke uitschieters: van 1,8 tot 3,8. De mogelijkheden voor fietsen en wandelen zijn vooral laag op deze terreinen, en het percentage verwachte asbestpanden (dat verband houdt met de leeftijd van het vastgoed), vrij hoog. Roet en fijnstof spelen ook mee. Geluidshinder is
eveneens een indicator waarop matig wordt gescoord; dat zien we echter met name op de industriële terreinen, waar regelgeving ook een hoge geluidsproductie toestaat. Hoewel daar op bepaalde locaties ongetwijfeld winst is te behalen, is het ook logisch dat industriële processen meer lawaai produceren. De score op het thema Klimaatadaptatie is voor deze 18 terreinen gemiddeld een 2,8. Dit thema loopt het sterkst uiteen: van een score van 1,5 tot een 4,3. Het lage percentage groen op een aantal terreinen gaat gepaard met veel verharding, en daarmee hoge kans op hittestress en overlast bij piekbuien. Met name een hoge verwachte hittestress speelt mee bij de lage scores. De gemiddelde score van de terreinen met enige veroudering (fase 2, 3 en 4, in totaal 18 terreinen) op deze thema’s is een 2,6. In onderstaande tabel zijn de terreinen weergegeven die we op basis van deze analyse toevoegen aan de lijst. Dit zijn terreinen waar binnen het thema duurzaam en gezond ruimtelijke opgaven liggen met een fysiekruimtelijke component. Tabel B3: Terreinen in verouderingsfase 2 met een gemiddelde score lager dan 2,6 op de thema’s klimaatadaptatie, gezonde werkomgeving en groene werkomgeving. Naam
gemeente
Type Industrie
Netto omvang 81,8
Gem score 2,2
Bedrijventerrein Hasselt De Enk
Zwartewaterland (Ov) Olst-Wijhe (Ov)
Gemengd
16,7
2,3
Spoorlanden
Kampen (Ov)
Logistiek
33,3
2,0
Zevenhont IV
Zwartewaterland (Ov)
Industrie
28,1
2,0
67
C: Verouderde terreinen waar veel leegstand is Naast opgaven in de openbare ruimte, kan een aanzienlijke leegstand aanleiding de fysiek-ruimtelijke kwaliteit negatief beïnvloeden, zeker als dat gepaard gaat met lichte (of zwaardere) veroudering.14 We focussen voor deze exercitie daarom wederom op de 18 terreinen waar enige vorm van veroudering zichtbaar is (terreinen in de fasen 2, 3 of 4). Binnen deze selectie zijn er vier terreinen die de laagste score noteren als het gaat om leegstand. Twee daarvan bevinden zich in verouderingsfase 3 of 4 en zijn dus al toegevoegd aan de selectie (Zwolsehoek Urk en Steenwijkerstraatweg-Galgenkampweg15 in Meppel). In onderstaande tabel de twee terreinen die worden toegevoegd aan de lijst. Op deze terreinen staat een relatief hoog percentage van de totale uitgegeven oppervlakte leeg. Kanttekening is dat het hier wel gaat om een twee relatief kleine bedrijventerreinen, waardoor leegstand op één kavel al tot een relatief hoog percentage leegstand kan leiden.
D: Terreinen die achterblijven op een combinatie van specifieke thema’s of indicatoren Naast de terreinen die laag scoren op de totale pijler fysiek-ruimtelijk, en daarmee een hoge verouderingsfase hebben bereikt, zijn er ook terreinen waar op specifieke thema’s of indicatoren opgaven liggen.
Naam
gemeente
Type
Tabel B4: terreinen met een lage score op de indicator ‘leegstand’
Meenteweg
Olst-Wijhe (Ov)
Industrie
Naam
Oude Dijk Malle Gat II
14
gemeente
Type
Oldebroek (Gld) Steenwijkerlan d (Ov)
Gemengd
Terreinen met een combinatie van specifieke opgaven Binnen de verouderingsfase 2 is een aantal terreinen te bepalen die op meer dan vijf met revitalisering oplosbare indicatoren de laagst mogelijke score toegekend hebben gekregen16. Het gaat om acht terreinen, waarvan er één nog niet eerder aan het licht is gekomen en aan de lijst wordt toegevoegd (zie tabel 11). Tabel B5: Terreinen met meer dan 5 grote opgaven
Netto omvang 6,3
Netto omvang 7,6
Grootste opgaven Fijnstofconcentratie Roetconcentratie Loop- en fietsmogelijkheden Zichtbaarheid groen
Gemengd 9,1
Leegstand hoeft niet altijd gepaard te gaan met enige veroudering. Leegstand kan ook voorkomen op relatief nieuwe, verzorgde terreinen waar kwantitatief geen marktvraag voor is. Voor (delen van) deze niet-verouderde terreinen met veel leegstand is transformatie te overwegen, waarbij uiteraard ook regionale marktsituatie (regionale vraag-aanbodconfrontatie) moet worden meegenomen in de beslissing..
15
Dit terrein staat overigens al op de nominatie om te worden getransformeerd Daarbij nemen we bijvoorbeeld geen zaken mee die niet redelijkerwijs met fysieke ingrepen zijn op te lossen, zoals de afstand tot een treinstation. 16
68
Bijlage 3: Technische verdieping
Tabel B1: Gebruikte bronnen voor foto Pijler Duurzaam & gezond
In deze technische verdieping wordt nader ingegaan op de totstandkoming van de scores op toekomstbestendigheid. We gaan in op de manier van scoren, de weging en de operationalisering van potentie.
Bronnen Om toekomstbestendigheid meetbaar te maken is in dit onderzoek gebruik gemaakt van 3 pijlers: duurzaam en gezond, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch. Deze drie pijlers zijn vervolgens opgedeeld in totaal 17 thema’s (zie figuur 1). De thema’s zijn vervolgens geoperationaliseerd naar één of meerdere indicatoren. Hiervoor zijn veel verschillende bronnen geraadpleegd. Zie tabel 1 voor een overzicht. In de indicatorentabel onderaan deze technische verdieping is de bron per indicator te zien. In totaal zijn er 97 indicatoren gebruikt om de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen in regio Zwolle te meten.
Fysiek-ruimtelijk
Figuur 1: Pijlers en thema’s van toekomstbestendige bedrijventerreinen
Sociaaleconomisch
Bron RVO IBIS Warmteatlas Atlas Natuurlijk Kapitaal Klimaat Effect Atlas RIVM Atlas Leefomgeving Eco-Movement Rijkswaterstaat Enexis en Liander LISA Esri openov.nl Schouw Gemeenten regio Zwolle Landelijk Grondwater-register IBIS / MOB BAG DGBC Esri Openov.nl Mobiliteitsscan Fundaiinbusiness European Environment Agency Schouw Gemeenten regio Zwolle RIVM LISA IBIS CBS Gemeenten regio Zwolle
69
Score Alle indicatoren die zijn geanalyseerd zijn omgerekend naar een score van 1 tot en met 5. Hierdoor kunnen alle indicatoren met elkaar vergeleken worden en kunnen de indicatoren worden geaggregeerd naar scores per subthema en thema niveau. Het omrekenen naar de score op de 1-5 schaal is op verschillende manieren gedaan:
Voor enkele parameters (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een KVO) ontbreken voor een aantal bedrijventerreinen de benodigde gegevens. Bij deze bedrijventerrein wordt de parameter dan niet meegenomen in de berekening van de score van het thema/pijler. Dit geldt ook voor parameters die niet van toepassing zijn voor sommige terreinen (bijvoorbeeld invulling leegstand).