Onderzoeksrapport 'Jeugdproblematiek in Zwolle. Een onderzoek naar de aard, omvang en aanpak'.
Tekst van het document
Hierdoor kan problematiek sneller als complex aanvoelen. Daarnaast zou jeugdproblematiek complexer aanvoelen doordat er nieuwe vormen van zijn ontstaan, waarvoor nieuwe expertise nodig. Zo geeft een beleidsmedewerker aan: ‘Jongeren experimenteren veel meer met nieuwe vormen van drugs, bijvoorbeeld hoestdrank. Met de komst van het internet is experimenteren steeds gemakkelijker geworden. Onbekende problematiek maakt ook dat het complexer voelt.’
Internaliserende problematiek
33
Experts uit verschillende hoeken duiden een toename in complexiteit en problematiek aan door het steeds meer stedelijke karakter van Zwolle. In de laatste twintig jaar is het inwonersaantal in de stad Zwolle met 20 procent gestegen (CBS, n.b.). Voornamelijk in steden zijn de gevoelens van sociale cohesie lager geworden (CBS, 2019). Daarnaast is er in steden ook meer sprake van anonimiteit (Tonkiss, 2005). Mede hierdoor lijken gezinnen een minder groot steunnetwerk te hebben. Dit beamen diverse experts. Een beleidsmedewerker: ‘Zwolle is zijn dorpse karakter kwijtgeraakt’ en geeft een medewerker van het sociale wijkteam het volgende aan: ‘We zijn in Zwolle in ons ‘dorpsgevoel’ blijven hangen, maar dat is er niet meer. Mensen hebben geen tien adressen waar je naartoe kunt.’ Daarnaast lijken ouders een andere (steeds meer afwezige) rol op te nemen in de opvoeding. Een jeugdbeschermer vertelt: ‘De ouders zijn onmachtig, onwillig of onkundig.’ Waar de onwillige ouders van alle tijden zijn, lijken steeds meer ouders onmachtig of onkundig te zijn. Ouders zijn steeds vaker handelingsverlegen, aldus de experts uit het domein zorg en welzijn. Ook vertellen zij dat ouders meer afwezig zijn. Er wordt bij ouders minder verantwoordelijkheidsgevoel geconstateerd en ouders lijken minder goed te weten wat hun kind in zijn of haar vrije tijd doet of hoe hun kind zich voelt.
Vooral de afwezige rol van ouders bij het onlinegedrag van kinderen wordt meermaals benoemd. Een onderwijzer uit het voortgezet onderwijs geeft aan: ‘We krijgen veel informatie dat ouders handelingsverlegen zijn in de opvoeding. Zeker op het online gebeuren.’ Dat ouders weinig zicht hebben op de onlineactiviteiten van hun kinderen, blijkt ook uit onderzoek van Symons et al. (2017). Hoewel de experts van mening verschillen over een toename van de jeugdproblematiek en de complexiteit hiervan, zijn ze het erover eens dat Zwolle een meer stadskarakter heeft gekregen en dat de rol van ouders is veranderd. Dit heeft er mede voor gezorgd dat bijna alle experts zich zorgen maken om de Zwolse jeugd. Een enkeling is het hier gedeeltelijk mee eens. Een medewerker uit het sociale wijkteam zegt hierover: ‘Misschien moeten we ons juist wat minder zorgen maken om de jeugd.’
Intermezzo – Corona werkt als katalysator Omdat het huidige onderzoek is uitgevoerd in coronatijd, zijn experts tijdens de interviews gevraagd naar de gevolgen hiervan op de Zwolse jeugd. Alle experts beschrijven dat de crisis, die voortkomt uit het coronavirus, dient als katalysator voor internaliserende én externaliserende problematiek. Zo voelen jeugdigen zich een
34 Jeugdproblematiek in Zwolle
zamer, angstiger en kampen meer jongeren met een depressie. Daarnaast heeft het coronavirus ervoor gezorgd dat veel jeugdigen hun dagbesteding zijn kwijtgeraakt. Stages gaan niet door en er wordt meer online lesgegeven. Medewerkers uit het onderwijs geven aan hierdoor veel leerlingen te zijn kwijtgeraakt. Vooral de leerlingen, die zelfstandig wonen, vinden het lastig om mee te blijven doen. Door het coronavirus is er extra verveling en gaan jongeren meer op straat hangen om afleiding te zoeken. Tevens heeft het coronavirus volgens experts effect op de thuissituatie. Er zijn meer financiële problemen en gezinsleden hebben meer stress. Jongeren, die al moeite hadden om mee te komen, zijn meer afgegleden in coronatijd. De eerste onderzoeken bevestigen dit beeld. Maar liefst 15 procent van de jeugdigen heeft meer angstklachten en 10 procent meer depressieve gevoelens. Ook heeft 21 procent van de mbo-studenten studievertraging opgelopen en is de werkloosheid onder 15- tot 24-jarigen gestegen van 9,7 naar 10,7 procent (Nederlands Jeugdinstituut, 2020).
2.2.2 Internaliserende problematiek Het aantal jongeren met jeugdhulp neemt al enkele jaren toe in Nederland (CBS, n.b.). Deze toename kan ook wijzen op een verbetering van zorgstructuren. In Zwolle krijgt 13 procent van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp (CBS, 2020). In de survey zegt meer dan de helft van de experts, namelijk 27 (73%), deze vorm van problematiek vaak of altijd tegen te komen (zie figuur 2.1). Een kleine zes procent zegt het nooit tegen te komen. Onderwijsmedewerkers komen internaliserende problematiek het vaakst tegen. Figuur 2.1 – Mate waarin experts internaliserende problematiek tegenkomen in hun werk (N=42)
6% 15 % 21 %
Vaak Soms Altijd Nooit
58 %
Internaliserende problematiek
35
In de interviews geven meerdere experts, die werkzaam zijn in het onderwijs of zorg- en welzijnsdomein, aan een toename te zien in internaliserende problematiek. De leeftijd waarop de experts een toename zien verschilt. Zo benoemen enkele experts uit de zorg de groep 15- en 16-jarigen, terwijl een andere zorgmedewerker praat over een toename in hulpvragen onder 16- tot en met 23-jarigen. De experts beschrijven een aantal ontwikkelingen omtrent de internaliserende problematiek in Zwolle. Deze zijn hieronder besproken.
Meer jongeren voelen zich eenzaam Een eerste ontwikkeling richt zich op de aard van internaliserende problematiek. Experts uit het onderwijs, zorg en welzijn en jongerenwerk geven aan meer eenzaamheid te zien onder jongeren: ‘Wij zien een toename van vereenzaaming. Jongeren die geen aansluiting kunnen vinden. Het duurt lang voordat jongeren het op school zeggen. Vaak weten ze niet dat het onder eenzaamheid valt.’ Jeugdigen hebben wel meer de neiging om deze eenzaamheid online kenbaar te maken. Meerdere experts uit het onderwijs geven aan dat leerlingen het internet gebruiken om op te zoeken wat hun problematiek behelst, wat de problematiek ook weer kan verergeren.
De Zwolse jeugd groeit op in een prestatiemaatschappij De tweede ontwikkeling is maatschappij-breed. De Zwolse jeugd groeit op in een prestatiemaatschappij. Eenzaamheid, depressies en burn-outs kunnen een gevolg zijn van de (steeds meer) ervaren mentale druk onder jongeren. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2017) omschrijft dit als een landelijke ontwikkeling. Maar liefst 78 procent van de jongeren tot 24 jaar geeft aan prestatiedruk te ervaren. Ook de sociale druk neemt toe. Zo moeten ze veel ballen omhooghouden: social mediasucces, school, populariteit. Ook in Zwolle wordt deze landelijke ontwikkeling teruggezien. Experts uit elk domein geven aan dat jeugdigen een grotere druk ervaren om te presteren, vooral in het onderwijs. Een expert, werkzaam in het onderwijs, geeft aan dat deze druk op steeds jongere leeftijd wordt ervaren: ‘Wij zien meer kinderen in de brugklas met burn-out-verschijnselen. Dan ben je 12-13 jaar en kom je thuis te zitten.’ Experts uit de zorg vertellen dat steeds meer jongeren niet meekomen met de verwachtingen van de maatschappij en psychische problematiek ontwikkelen. Er is een grotere groep schoolverlaters. Daarnaast valt op dat jongeren vastlopen in keuzes en hierbij meer ondersteuning nodig hebben. De druk om goed te presteren, komt niet alleen vanuit de maatschappij. Ook ouders lijken deze druk meer geïnternaliseerd te hebben.
Een medewerker van het sociale wijkteam vertelt dat ouders veeleisender zijn
36 Jeugdproblematiek in Zwolle
geworden: ‘De verwachtingen van ouders voor hun kind beginnen al bij groep drie, soms nog eerder.’ Deze ontwikkeling wordt vooral gezien bij hoogopgeleide ouders. Doordat ouders ook steeds vaker prestatiedruk en sociale druk ervaren, worden kinderen vaker als bijzaak gezien, wat kan leiden tot meer sociale en emotionele problematiek.
Er is een toename in het aantal complexe gezinssituaties Een derde ontwikkeling is specifiek gericht op Zwolle. Experts uit elk domein zien een toename in het aantal complexe gezinssituaties. Gezinssituaties beïnvloeden de kans op sociale en emotionele problematiek. Jongeren uit onvolledige gezinnen hebben een verhoogd risico op hechtingsproblematiek, emotionele en gedragsproblemen ten opzichte van jongeren uit volledige gezinnen (Van der Molen, Perreijn & Van den Hout, 2007). Vaker opgroeien in complexe gezinssituaties is dan ook een oorzaak voor toenemende internaliserende problematiek. Ook in Zwolle worden de mentale gevolgen van complexe gezinssituaties gezien. De experts uit het zorg- en welzijnsdomein benoemen voornamelijk de gevolgen van complexe echtscheidingen. Complexe echtscheidingen zorgen vaak voor loyaliteitsconflicten bij kinderen. Een jongerenwerker vertelt dat niet alleen complexe echtscheidingen schadelijk zijn voor een kind, ook ‘gewone’ echtscheidingen kunnen veel problematiek meebrengen. De gevolgen hiervan verschillen wel per wijk, nuanceert een beleidsmedewerker. Een echtscheiding in Diezerpoort lijkt minder problemen met zich mee te brengen dan in Stadshagen. In de laatste wijk hebben gezinnen vaker een kleiner netwerk en zijn echtscheidingen vaak complexer.
Een andere vorm van een complexe gezinssituatie is een gezin dat een vluchtelingenachtergrond heeft. Dit soort gezinnen zijn steeds meer aanwezig in Zwolle. De ouders in deze gezinnen hebben vaak een bepaald trauma waar kinderen sterk door worden beïnvloed. Zo komt het voor dat kinderen de internaliserende problematiek van hun ouders overnemen.
Medicalisering speelt een rol Tenslotte speelt medicalisering een steeds grotere rol. Het is van belang om internaliserende problematiek zoals hierboven beschreven te diagnosticeren. Door medicalisering is de neiging groter om alles wat afwijkt een etiket te geven. Ouders geven aan zich meer zorgen te maken over het gedrag of de ontwikkeling van hun kind. In 2007 maakte 58 procent van de ouders zich zorgen, tegenover 72 procent in 2017 (Bakker, de Wilde & Kooijman, 2017). Experts onderschrijven dit fenomeen. Experts uit het onderwijs plaatsen ook een kanttekening bij hun zorgen over de internaliserende problematiek onder de Zwolse jeugd. Zij nuan-
Internaliserende problematiek
37
ceren een toename: ‘Het hoort ook bij het leven om je soms depressief of angstig te voelen.’ Dit wordt onderschreven door het Nederlands Jeugdinstituut (2017). Experts uit de sociale wijkteams vinden dat het gedrag van jongeren te vaak in het abnormale wordt getrokken. Ouders willen vaker een label voor het gedrag van hun kind, dan dat ze naar het systeem om het kind heen kijken.
2.2.3 Kwetsbare groepen Er wordt door de experts een aantal kwetsbare groepen omschreven. Hoewel de groepen, die hieronder staan beschreven – in de ogen van de experts – voornamelijk kwetsbaar zijn voor internaliserende problematiek, kan de kwetsbaarheid ook leiden tot externaliserende problematiek. Ten eerste geven medewerkers uit het domein zorg en welzijn aan zich zorgen te maken over twee groepen jongeren die ouder zijn dan 18 jaar, waaronder de vroegtijdige schoolverlaters (die niet over een startkwalificatie beschikken) en de jongeren die niet meer bij jeugdzorg terecht kunnen. De vroegtijdige schoolverlaters hebben vaak moeite met het nuttig invullen van hun dag. Zoals eerder beschreven, loopt deze groep jongeren een groter risico op schulden, dakloosheid, psychische problemen en sociaal isolement (Booij, 2020). Omdat instanties vaak het contact met deze groep kwijtraken, is het risico dat deze jongeren afglijden nog groter. Jongeren, die tot hun achttiende levensjaar in de jeugdzorg zitten, maar hier daarna niet meer voor in aanmerking komen, zijn tevens kwetsbaar. Deze jongeren zijn vaak nog niet klaar om op hun eigen benen te staan. Dit heeft als gevolg dat zij op hogere leeftijd (vaak rond hun 23e of 24e levensjaar) terugkomen in het zorgtraject.
Uit onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2016) blijkt dat vijftien procent van de jongeren van 16 tot en met 27 jaar extra begeleiding nodig heeft bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. De experts omschrijven nog drie andere kwetsbare jeugdgroepen. Hun kwetsbaarheid houdt verband met de hiervoor beschreven ontwikkelingen: de (afwezige) rol van ouders en de toename van complexe gezinssituaties. De eerste groep hiervan wordt aangemerkt door experts uit alle domeinen. Dit zijn jeugdigen uit vluchtelinggezinnen waarbij een of beide ouders kampen met ernstige traumaproblematiek. Deze problematiek kunnen kinderen overnemen met als gevolg dat zij ernstige emotionele schade oplopen en kwetsbaarder zijn. Een zorgmedewerker zegt hierover: ‘Je kunt pas een kind behandelen als je de traumaproblematiek bij de ouders behandeld hebt.’ Daarnaast benoemen de experts jeugdigen waarvan de ouders of verzorgers verzeild zijn geraakt in een complexe echtscheiding. Voornamelijk experts uit het zorg- en welzijnsdomein zien een stijging in het aantal complexe echtscheidingen. Kinderen, die hier getuige van zijn, kun-
38 Jeugdproblematiek in Zwolle
nen belanden in een loyaliteitsconflict en worden tijdens het echtscheidingstraject minder opgemerkt door hun ouders. Dit kan ervoor zorgen dat kinderen kwetsbaarder zijn voor problematiek. De laatste kwetsbare groep zijn jeugdigen waar de ouders weinig aandacht en tijd voor hebben. Zij worden gezien als bijzaak en daardoor gaat er weinig aandacht uit naar hun ontwikkeling. Dit heeft tot gevolg dat ze kwetsbaar zijn voor internaliserende problematiek. Meerdere experts geven aan dat zij dit het vaakst tegenkomen in gezinnen waar de ouders hoogopgeleid zijn. Een beleidsmedewerker brengt hierop een nuance aan, dit probleem komt ook voor bij gezinnen waar de ouders laagopgeleid zijn.
2.3 Resumé Dit hoofdstuk richt zich op de omvang en aard van de internaliserende jeugdproblematiek in Zwolle. Er is gebruikgemaakt van informatie uit de deskresearch en de groepsinterviews. De deskresearch wijst op een aantal risicofactoren voor internaliserende problematiek onder Zwolse jeugdigen. Op individueel niveau blijken bijvoorbeeld Zwolse meisjes een hoger risico te hebben op een hogere mate van psychosociale ongezondheid en stress. Ook een lager intelligentieniveau van een jongere in Zwolle blijkt een risicovolle factor te zijn voor een hogere mate van internaliserende problematiek. De laatste individuele risicofactor is het niet deelnemen aan onderwijs of werk (NEET), omdat dit tot een groter risico op schulden, dakloosheid, psychische problemen, sociaal isolement, radicalisering en crimineel gedrag leidt. Hierbij geldt dat in Zwolle meer jongeren voortijdig school verlaten dan gemiddeld in Nederland. Naast de individuele risicofactoren zijn er ook omgevingsgerelateerde risicofactoren. Dit betreft onder andere het leven in een eenouderhuishouden, waarvan de omvang in de afgelopen jaren is toegenomen in de gemeente Zwolle. Ouders hebben minder tijd voor hun kind dan in het verleden, waardoor het lastig is om kwaliteit te leveren in de opvoeding.
Tot slot ervaren steeds meer jeugdigen een bepaalde mate van prestatiedruk en stress van hun omgeving bij het leveren van prestaties op school, tijdens het sporten et cetera. Al deze risicofactoren hebben invloed op de mate waarin jongeren opgroeien in een positief dan wel negatief opvoedklimaat. In dit opvoedklimaat blijken er grote verschillen te zijn tussen de verschillende wijken. In negen van de twintig wijken is er sprake van een negatief opvoedklimaat. De vijf wijken die het meest negatieve opvoedklimaat hebben, liggen centraal in de gemeente Zwolle en zijn Dieze-Oost/Indische buurt, Binnenstad/Kamperpoort, Holtenbroek, DiezeWest en Aa-landen.
Internaliserende problematiek
39
De bevindingen uit de groepsinterviews hebben zich eerst gericht op het algemene beeld van de internaliserende jeugdproblematiek in Zwolle. Daaruit is gebleken dat het overgrote deel van de experts van mening is dat de jeugdproblematiek is toegenomen. De experts die dit niet onderschrijven, wijzen op de verbeterde zorgstructuren en de onderlinge samenwerking waardoor jeugdproblematiek meer zichtbaar is geworden. Waar de experts wel meer eensgezind over zijn, is dat de aard van de jeugdproblematiek is veranderd. Doordat Zwolle een meer stedelijk karakter heeft gekregen en de ouders een steeds meer afwezige rol innemen of vaker onmachtig of onkundig blijken te zijn, is de jeugdproblematiek volgens experts complexer geworden. Volgens sommige experts uit zich dit in meer multiproblematiek. Anderen geven aan dat het als complexer wordt gezien omdat de zorg te aanbodgericht is en verscheidende vormen van problematiek niet passen binnen de bestaande kaders of omdat er nieuwe vormen van jeugdproblematiek zijn ontstaan. Driekwart van de experts geeft aan dat zij in hun werk vaak of altijd te maken hebben met internaliserende problematiek van jongeren. Hiervoor hebben zij verschillende verklaringen waarvan een deel overeenkomt met wat in de deskresearch naar voren is gekomen.
Zo groeit de Zwolse jeugd tegenwoordig op in een prestatiemaatschappij, waarbij zij – onder andere doordat ouders veeleisender zijn geworden – steeds meer druk ervaren om te presteren, conform de verwachtingen die er zijn op school, op het werk en in het sociale leven. Daarnaast is er een toename van het aantal complexe gezinssituaties, waaronder experts echtscheidingen en gezinnen met een vluchtelingenachtergrond scharen. De laatste twee verklaringen zijn dat jeugdigen zich steeds vaker eenzaam voelen en dat de medicalisering ervoor heeft gezorgd dat alles wat afwijkt van de standaard een etiket krijgt. Deze ontwikkelingen beïnvloeden het meest de kwetsbare groepen, die volgens de experts zijn: vroegtijdig schoolverlaters, jeugdigen voor wie de jeugdzorg na hun 18e verjaardag stopt terwijl zij nog niet op eigen benen kunnen staan en jeugdigen waarvan de ouders steeds minder tijd hebben voor hen.
Eindnoten 1. 2. 3.
In de jongerenindex zijn deze twee buurten samengevoegd tot één wijk. In de jongerenindex zijn deze twee buurten samengevoegd tot één wijk. Stichting Travers Welzijn voert in opdracht van de gemeente Zwolle het welzijnswerk uit. De resultaten van de activiteiten die zij uitvoeren, worden besproken in een jaarverslag. Ook komen hier signalen uit voort die kenbaar gemaakt moeten worden aan de gemeente Zwolle. Dit gebeurt door separate signaleringsrapportages te maken.
40 Jeugdproblematiek in Zwolle
3 Externaliserende problematiek In paragraaf 3.1 staan de resultaten uit de deskresearch beschreven die ingaan op (risicofactoren voor) overlastgevende en criminele jongeren. Het betreft een combinatie van wetenschappelijke literatuur en rapporten van de gemeente en bevolkingsmonitoren. In paragraaf 3.2 gebruiken we politiecijfers om een beeld te schetsen van de omvang en aard van de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de gemeente Zwolle. Tot slot gaat paragraaf 3.3 in op de groepsinterviews en wat daar naar voren is gekomen over de externaliserende problematiek.
3.1 Deskresearch Allereerst komen de resultaten uit de Jongerenindex met het deelthema overlast aan de orde. In tabel 3.1 is de score op de Jongerenindex weergegeven, evenals de scores op het thema participatie en deelthema overlast. Het deelthema overlast is berekend aan de hand van het aantal hangplekken in de wijk en het percentage buurtbewoners dat vindt dat overlast en jeugdcriminaliteit vaak voorkomt in de wijk. In vergelijking met de vijf slechts scorende wijken qua opvoedklimaat (Dieze-Oost/Indische buurt, Binnenstad/Kamperpoort, Holtenbroek, DiezeWest en Aa-landen) komen er met over het deelthema ‘overlast’ deels andere wijken naar voren die het slechtst scoren. De vijf slechtst scorende wijken zijn namelijk Dieze-West, Stadshagen-Milligen, Holtenbroek, Stadshagen-Frankhuis en Westenholte (Gemeente Zwolle & GGD IJsselland, 2017).
Externaliserende problematiek 41
Tabel 3.1 – Scores op de jongerenindex voor deelthema Overlast in de gemeente Zwolle in 20171
Wijk
De jongerenindex
Participatie
Overlast
Veerallee
30
11
1
Buitengebied
28
30
15
Berkum
21
21
12
Schelle
19
16
13
Stadshagen-Werkeren
15
20
7
Spoolde
15
4
-10
Wipstrik
9
14
17
Assendorp
6
7
13
Stadshagen-Frankhuis
5
-7
-14
Stadshagen-Schoonhorst
4
-10
-8
Geren
1
9
3
Oldeneel
0
6
10
Stadshagen-Milligen
-3
-15
-31
Westenholte
-3
-13
-11
Ittersum
-8
-9
-2
Stadshagen-Overig
-14
14
16
Aa-landen
-17
-8
16
Dieze-West
-19
-21
-39
Holtenbroek
-22
-10
-22
Binnenstad/Kamperpoort
-22
-15
-3
Dieze-Oost/ Indische buurt
-34
-38
10
Via het Buurt-voor-Buurt-onderzoek is het mogelijk gebleken om op buurtniveau uitspraken te doen over waar externaliserende problematiek zich voordoet. Hiervoor zijn respondenten bevraagd over de volgende vier indexen en bijbehorende thema’s (in bijlage 3 staan de indicatoren die hieronder vallen): De leefbaarheidsindex meet het woon- en leefklimaat aan de hand van vier thema’s: fysieke woonomgeving, sociaal klimaat, buurtproblemen en bevolking; De veiligheidsindex meet de veiligheidssituatie en -beleving van de Zwolse inwoners door zich te richten op het leefklimaat, functioneren van professionals, ‘geregistreerde criminaliteit en overlast’ en ‘ervaren criminaliteit en overlast’;
42 Jeugdproblematiek in Zwolle
De fysieke index laat de totale waardering zien van de fysieke aspecten van de stad door in te gaan op de thema’s woning, sociale voorzieningen, buitenruimte, mobiliteit en fysieke overlast; De sociale index meet aspecten die van invloed zijn op de maatschappelijke weerbaarheid van de Zwolse inwoners. Die staan genoemd als capaciteiten, leefomgeving, participatie en binding. In het vervolg zijn de resultaten van een aantal indicatoren besproken die in paragraaf 1.1 zijn genoemd als risicofactoren voor externaliserende problematiek onder jongeren. In tabel 3.2 staan de buurten die het hoogst en laagst scoren op de betreffende indicatoren (gemeente Zwolle, 2020b). Hieruit blijkt dat (de risicofactoren op) overlast gevend en crimineel gedrag door jongeren het meest voorkomt in de buurten Binnenstad, Dieze-Oost, Dieze-West, Holtenbroek, Indische buurt en Kamperpoort. Deze buurten komen overeen met de wijken die in de Jongerenindex naar voren zijn gekomen over risicofactoren voor internaliserende problematiek. Daarnaast komen de wijken Dieze-West en Holtenbroek ook naar voren in de Jongerenindex bij het deelthema ‘Overlast’. Bij de indicator ‘sociale overlast’ blijkt het vooral om overlast van groepen jongeren te gaan. Van de respondenten geeft 30 procent aan dat zij dit soms ervaren en 8 procent vaak.
Ook de indicator ‘Onveiligheidsgevoelens’ bevat voor onderhavig onderzoek interessante informatie. De meest genoemde redenen waarom Zwollenaren zich onveilig voelen in hun buurt zijn de slecht verlichte en donkere plekken en de aanwezigheid van groepen jongeren (gemeente Zwolle, 2020b). Tabel 3.2 – De hoogst en laagst scorende buurten op een aantal indicatoren
Indicator
Hoogst scorende buurten
Laagst scorende buurten
Leefbaarheid
Buitengebied-Zuid Spoolde Berkum Veerallee
Indische buurt Dieze-Oost
Verloedering
Kamperpoort Holtenbroek
Buitengebieden
Sociale overlast
Binnenstad Kamperpoort Indische buurt
Buitengebieden Berkum Spoolde Oldeneel
Externaliserende problematiek 43
Indicator
Hoogst scorende buurten
Laagst scorende buurten
Onveiligheidsgevoelens
Holtenbroek Dieze Binnenstad Kamperpoort
Berkum Veerallee
Veiligheid
Buitengebied-Zuid Spoolde
Holtenbroek Indische buurt
Bedreigende voorvallen2
Buitengebieden Veerallee Spoolde
Holtenbroek Binnenstad Stadshagen
Sociale cohesie
Buitengebieden
Dieze-Oost Dieze-West
Sociale participatie
Buitengebied-Zuid Buitengebied-Oost
Kamperpoort Indische buurt Dieze
Rondkomen van inkomen
Buitengebied-Oost Buitengebied-Zuid Berkum Schelle
Holtenbroek Kamperpoort Indische buurt
Travers Welzijn (2020) heeft – naast de in hoofdstuk 2 besproken zorgwekkende signalen voor kinderen – vijf zorgwekkende signalen opgetekend die duiden op (risicofactoren voor) externaliserende problematiek onder jongeren in de gemeente Zwolle: Jongeren gebruiken bepaalde middelen (alcohol, softdrugs, lachgaspatronen, 3MMC/4MMC en harddrugs) op steeds jongere leeftijd. Ook het aantal jongeren dat hierin dealt, neemt toe; Naast middelengebruik zijn er zorgen over verslavend gokgedrag onder jongeren; Steeds meer jongeren zijn illegaal in het bezit van wapens, zoals vuurwapens, alarmpistolen, boksbeugels, messen met groot lemmet, tasers en ploertendoders. Het betreft veelal jongeren die afkomstig zijn uit een sociaal/maatschappelijk kwetsbare positie die zich op deze manier willen beschermen; Het aantal agressieve uitspattingen en bedreigingen onder (groepen) jongeren neemt toe. Zo neemt het aantal groepen jongeren, dat met elkaar op straat vecht, toe. Zij worden hiervoor opgeroepen op sociale media. In stadsdeel Noord zijn er twee actieve jeugdgroepen die zich hiermee bezighouden. De hardheid van deze gevechten neemt toe en dit wordt gezien als
44 Jeugdproblematiek in Zwolle
een zorgelijke ontwikkeling. Met name de knokploegen van PEC Zwolle lijken bij de jonge generatie in aanzien toe te nemen. Er is een vechtploeg onder-21 jaar opgericht. Het betreft jongeren die zich scharen onder de fanatieke (sfeer)supporters tijdens de wedstrijden; Er is een tekort aan jongerenontmoetingsplekken in de openbare ruimte. Met name in stadsdeel Oost zorgt de afwezigheid van dergelijke locaties ervoor dat het moeilijker is om op een laagdrempelige, structurele manier contact op te bouwen met jongeren. Er is veel tijd nodig voor dergelijke plekken om geaccepteerd te worden door zowel jongeren als volwassenen. Het is echter wel nodig, vindt Travers. Jongeren moeten een tweede huis kunnen ervaren waar sprake is van een structureel luisterend oor, waar ze talentgericht kunnen werken en waar ze hun sociale competenties kunnen ontwikkelen (Travers Welzijn, 2020). Hieruit blijkt opnieuw de wens voor aandacht en tijd. Tevens kan hier grip worden gekregen op problematiek, zoals het gebruik van verboden middelen, niet weerbaar zijn en eenzaamheid (Travers Welzijn, 2020).
3.2 Analyse politiegegevens In deze paragraaf gaan we aan de hand van politiecijfers in op de ontwikkeling van overlastgevende jongeren in de gemeente Zwolle om daarna te beschrijven in welke mate de jongeren in de gemeente Zwolle wetsovertredend gedrag vertonen dat door de politie is geregistreerd. Om deze cijfers beter te kunnen duiden, is een vergelijking gemaakt met gegevens uit vergelijkbare gemeenten. Het betreft de gemeenten Dordrecht, Emmen, Haarlemmermeer, Maastricht en Zaanstad. De keuze voor deze gemeenten is gebaseerd op een onderzoek dat in 2013 is uitgevoerd door de gemeentelijke rekenkamercommissie naar Verbonden Partijen van de gemeente Zwolle. Daarin is de gemeente Zwolle met deze gemeenten vergeleken vanwege de gelijkenissen in inwonersaantal, sociale structuur en centrumfunctie (Van der Vegte, Brink, Van Harten, Karst, Sikkens & Groen, 2013).
3.2.1 Overlastgevende kinderen en jongeren Cijfers van de politie maken het aantal meldingen van jeugdoverlast per voornoemde gemeente inzichtelijk voor de periode 2012-2019 (zie tabel 3.3). Wat opvalt, is dat het aantal meldingen van jeugdoverlast in vier van de zes gemeenten aanzienlijk is afgenomen in tegenstelling tot de situatie in de gemeente Zwolle. Daar is het aantal meldingen van jeugdoverlast nagenoeg gelijk gebleven. In Maastricht is de geregistreerde overlast toegenomen.
Externaliserende problematiek 45
Tabel 3.3 – Het aantal meldingen van jeugdoverlast in zes gemeenten (n=9.473)
Gemeente
2012
2019
Verandering %
Zwolle
813
808
-0,6%
Dordrecht
1.485
688
-53,7%
Emmen
586
507
-13,5%
Haarlemmermeer
1.298
616
-52,5%
Maastricht
305
355
+16,4%
Zaanstad
1.507
505
-66,5
Uit een gebiedsscan, die is uitgevoerd door de politie, blijkt dat de overlastmeldingen vooral uit de stadsdelen Midden en West komen, waarbij in stadsdeel West de buurt Stadshagen bovenmatig voorkwam. Het is een jonge wijk waar veel (opkomende) jeugd woont en dit heeft een aantrekkende werking op jongeren uit andere stadsdelen (gemeente Zwolle, 2018).
3.2.2 Delinquente jongeren Naast overlastgevende jongeren ontstaan er problematische jeugdgroepen, die geregeld crimineel actief zijn en waarbij steeds vaker sprake is van fluïde groepsverbanden. Zij plegen in groepsverband strafbare feiten, zoals auto-inbraken, woninginbraken en straatroven (gemeente Zwolle, 2018). Aan de hand van cijfers van het CBS is voor de voornoemde zes gemeenten gekeken naar het totaal aantal individuele verdachten tot 25 jaar dat geregistreerd staat in het politionele registratiesysteem Basisvoorziening Handhaving (BVH) (zie tabel 3.4). Ten eerste blijkt dat het totaal aantal verdachten tot 25 jaar in alle zes gemeenten is afgenomen, waarbij de relatieve daling het zwakst is in de gemeente Zwolle. Zwolle kent – samen met de gemeente Nijmegen – van de 25 grootste gemeenten in Nederland de zwakste daling van het aantal minderjarige verdachten (Goudriaan, Vissers, Sprangers & Jong, 2018). Verder blijkt uit tabel 3.4 dat, wanneer naar de specifieke misdrijven wordt gekeken, de gemeente Zwolle ook de relatief zwakste daling heeft voor wat betreft het aantal gewelds- en vermogensmisdrijven. Bij ‘Vernieling en openbare orde’ is de relatieve daling alleen zwakker in de gemeente Emmen. De twee meest opvallende resultaten uit tabel 3.4 hebben betrekking op drugs- en vuurwapenmisdrijven.
In de gemeenten Dordrecht, Emmen, Haarlemmermeer en Maastricht is hiervoor een daling waar te nemen, terwijl er in de gemeenten Zwolle en Zaanstad een toename is te zien. Het gaat wel om kleine (absolute) aantallen.
46 Jeugdproblematiek in Zwolle
Plaats
Jaar
Totaal verdachten
Geweldsmisdrijven
Vermogensmisdrijven
Vernieling enopenbare orde
Drugsmisdrijven
Vuurwapenmisdrijven
Tabel 3.4 – Het aantal geregistreerde verdachten tot 25 jaar in zes gemeenten3 (n=6.800)
Zwolle
2010
650
93
129
91
10
7
2019
420 (-35%)
49 (-47%)
97 (-25%)
43 (-53%)
16 (+60%)
12 (+71%)
2010
930
122
202
132
32
24
2019
420 (-54%)
59 (-52%)
112 (-45%)
41 (-69%)
16 (-50%
15 (-38%)
2010
510
118
108
61
18
17
2019
270 -47%)
54 (-54%)
73 (-32%)
37 (-39%)
6 (-67%)
8 (-53%)
2010
720
81
133
101
19
8
2019
410 (-43%)
32 (-60%)
67 (-50%)
26 (-74%)
10 (-47%)
8 (-)
2010
650
72
118
72
18
13
2019
340 (-48%)
34 (-53%)
63 (-47%)
28 (-61%)
8 (-55%)
8 (-38%)
2010
950
134
183
125
10
15
2019
530 (-44%)
48 (-64%)
102 (-44%)
28 (-78%)
28 (+180%)
22 (+47%)
Dordrecht
Emmen
Haarlemmermeer
Maastricht
Zaanstad
Ter aanvulling op bovenstaande heeft de City Deal Zicht op Ondermijning met behulp van de data van de politie een ontwikkeling kunnen schetsen van de omvang van drugsbezit en drugshandel in de gemeenten Zwolle en Maastricht in de periode 2012-2018 (zie tabel 3.5). 4 De cijfers uit deze tabel tonen eenzelfde ontwikkeling als de cijfers uit tabel 3.4, namelijk dat er in de gemeente Zwolle een toename is van het aantal verdachten en delicten, gerelateerd aan drugsbezit
Externaliserende problematiek 47
en de drugshandel (met uitzondering van het aantal verdachten van de handel in softdrugs), terwijl er in de gemeente Maastricht sprake is van een sterke daling.5 Overigens gaat het hier om alle drugsdelicten en -verdachten, de cijfers zijn niet specifiek gericht op jongeren. Tabel 3.5 – Drugsproblematiek in twee gemeenten (n=2.020)
Harddrugs
Harddrugs
Softdrugs
Softdrugs
Drugsbezit
delicten
verdachten
delicten
verdachten
jaar
2012
2018
2012
2018
2012
2018
2012
2018
Zwolle
40
50
40
60
20
30
20
30
Maastricht
180
60
260
80
140
20
160
30
Drugshandel
delicten
jaar
2012
Zwolle Maastricht
verdachten
delicten
verdachten
2018
2012
2018
2012
2018
2012
2018
10
30
30
40
10
10
30
10
110
40
160
40
120
10
140
10
Wanneer er wordt ingezoomd op de leeftijd van personen die worden verdacht van de handel in harddrugs – waarvoor wel data beschikbaar zijn voor de gemeenten Dordrecht, Emmen, Haarlemmermeer, Maastricht, Zwolle en Zaanstad – blijkt in de gemeente Zwolle in de periode 2012-2014 iets minder dan 30 procent van de verdachten 25 jaar of jonger te zijn. In deze jaren is dit percentage hoger in de gemeenten Emmen en Maastricht. Echter, in de periode 2015-2018 zijn de onderlinge verschillen tussen de gemeenten veranderd. In de gemeente Zwolle heeft zich een procentuele stijging voorgedaan: iets meer dan 40 procent van de verdachten is 25 jaar of jonger, terwijl er in de gemeenten Emmen en Maastricht sprake is van een procentuele afname. Hierdoor is van de zes gemeenten in de periode 2015-2018 het aandeel jongeren dat verdacht is van de handel in harddrugs het hoogst in de gemeente Zwolle. In de gemeenten Dordrecht en Haarlemmermeer is er namelijk ook sprake geweest een procentuele stijging, maar deze stijging is minder groot dan in de gemeente Zwolle. De City Deal Zicht op Ondermijning heeft ook in kaart gebracht in welke wijken en bijbehorende buurten van de gemeente Zwolle het risico op jonge aanwas in de drugscriminaliteit groter is.
Jonge aanwas wordt binnen City Deal gedefinieerd als jongeren (doorgaans tussen de 8 en 23 jaar) die nog geen criminele carrière in de cocaïnehandel of andere drugssoorten hebben (dat wil zeggen 0 tot en met 2 delicten van de Opiumwet) en waar minimaal twee risicofactoren aan-
48 Jeugdproblematiek in Zwolle
wezig zijn. In wijken met een score hoger dan het gemiddelde (0.144) is het risico dat jongeren actief zijn in de drugscriminaliteit groter. De risicoscores per wijk en bijbehorende buurt en per leeftijdscategorie staan weergegeven in Bijlage 4. Het blijkt dat jongeren van 8 tot 23 jaar een hoger risico lopen op betrokkenheid in de drugscriminaliteit in de wijken Diezerpoort, Marsweteringlanden, Binnenstad, Kamperpoort-Veerallee, Holtenbroek, Aa-landen en Ittersum. Dit risico neemt toe naarmate de kinderen en jongeren ouder worden. Zo lopen 8tot 12-jarigen het minste risico, terwijl 19- tot 23-jarigen het meeste risico lopen. Van de zojuist genoemde wijken zijn het per leeftijdscategorie andere wijken waar het risico het hoogst is (zie tabel 3.6). Tabel 3.6 ‒De wijken met het hoogste risico op betrokkenheid bij de drugscriminaliteit Wijken
8-12 jaar
13-18 jaar
19-23 jaar
Marsweteringlanden
X
X
X
Kamperpoort-Veerallee
X
Diezerpoort
X
Soestweteringlanden
X
Holtenbroek
X
Stadshagen
X
Ittersum
X
Aa-landen
X
Hoewel de wijken Kamperpoort-Veerallee, Diezerpoort, Holtenbroek, Stadshagen, Ittersum en Aa-landen ook uit andere bronnen naar voren zijn gekomen als risicovol, geldt dit niet voor de wijken Marsweteringlanden en Ittersum.6 Mogelijk dat de vestiging van een penitentiaire inrichting in de wijk Marsweteringlanden een verklaring is voor het feit dat deze wijk voor iedere leeftijdscategorie een hoog risico is om betrokken te raken bij drugscriminaliteit. Om dit te bevestigen is nader onderzoek nodig. Voor onderhavig onderzoek heeft de politie de meest recente gegevens over de leeftijdsgroep 12 tot 23 jaar uit het politionele registratiesysteem BVH gehaald, namelijk voor de periode 2017-2020. Daar komen voor deze periode tezamen 4.755 criminele jeugdigen naar voren. Zij zijn woonachtig in Zwolle en tweederde van deze groep is man. In tabel 3.7 staan de leeftijden van de jeugdigen vermeld ten tijde dat zij voor het eerst in het politiesysteem geregistreerd zijn wegens een misdrijf.
Externaliserende problematiek 49
Tabel 3.7 – De leeftijd van criminele jeugdigen ten tijde van het eerste geregistreerde misdrijf (n=4.755)
Leeftijd
n
%
12 jaar of jonger
246
5%
13 jaar
278
6%
14 jaar
363
8%
15 jaar
423
9%
16 jaar
525
11%
17 jaar
543
11%
18 jaar
493
10%
19 jaar
416
9%
20 jaar
420
9%
21 jaar
322
7%
340
7%
375
8%
22 jaar 23 jaar of ouder
7
Onbekend
11
0%
Totaal
4.755
100%
De gemiddelde leeftijd ten tijde van het eerste geregistreerde misdrijf is 17,6 jaar. In totaal hebben de 4.755 criminele jeugdigen 17.454 misdrijven gepleegd. In tabel 3.8 is uiteengezet wat de aard is van deze misdrijven. Tabel 3.8 – De aard van de misdrijven door criminele jeugdigen in Zwolle (n=17.454)
Aard misdrijf
n
%
Vernielingen en misdrijven openbare orde
5.578
32%
Geweldsmisdrijven
4.100
23%
Verkeersmisdrijven
2.285
13%
Vermogensmisdrijven
1.172
7%
Drugsmisdrijven
238
1%
Wapenmisdrijven
83
0,5%
Seksuele misdrijven
64
0,4%
Overige misdrijven
3.934
23%
Totaal
17.454
100%
Het blijkt dat ‘vernielingen en misdrijven openbare orde’ en ‘geweldsmisdrijven’ de meest voorkomende misdrijven zijn. Ook ‘overige misdrijven’ hebben een aanzienlijk aandeel in het totaal aantal misdrijven. Hierbij gaat het met name over
50 Jeugdproblematiek in Zwolle
verdachte situaties, afhandelingen van overige meldingen en sociale wijkproblematiek. In figuur 3.1 staat weergegeven hoeveel en welke misdrijven zijn gepleegd in de jaren 2017 tot en met 2020.8 Figuur 3.1 – De aard van de misdrijven door jeugdigen in Zwolle naar jaar (n=17.454) 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200
2017
Ve 2019
n te lic de
sd
W
ap
en
en og rm
rk Ve 2018
el ict en de V lic er te nie n li op ng en en ba e re n or de
n te de rs ee
le ue ks Se
e ig er Ov
lic
lic de
lic de
lic de ds el w Ge
te
n te
n te
en ict el sd ug Dr
n
0
2020
Hieruit zijn twee conclusies te trekken. Enerzijds is er ten opzichte van 2017 in 2020 sprake van een procentuele toename in het aantal ‘vernielingen en misdrijven openbare orde’ (7,4%), ‘verkeersmisdrijven’ (70,5%), ‘wapenmisdrijven’ (62,5%) en ‘seksuele misdrijven’ (63%). Anderzijds is er sprake van een daling in het aantal ‘geweldsmisdrijven’ (-24,2%), ‘vermogensmisdrijven’ (-27,3%), ‘drugsmisdrijven’ (-20%) en ‘overige misdrijven’ (-18,5%). De afname in het aantal drugsmisdrijven is een opvallend resultaat, aangezien de andere bronnen tot nu toe wijzen op een toename van het aantal drugsmisdrijven in de gemeente Zwolle. Hoe deze tegengestelde resultaten verklaard kunnen worden, is onbekend. De 17.454 misdrijven worden door het overgrote deel lokaal gepleegd, namelijk door 3.310 van de 4.755 jeugdigen (70 procent). In afbeelding 3.1 staat het aantal (door jongeren gepleegde) misdrijven in Zwolle op buurtniveau.
Externaliserende problematiek 51
Afbeelding 3.1 – De hotspots in Zwolle waar misdrijven worden gepleegd door jongeren (n=17.454)
Het valt op dat de buurten Binnenstad-Zuid, Milligen en Holtenbroek IV de buurten zijn waar de meeste misdrijven worden gepleegd. Dit zijn buurten om en nabij het centrum van de gemeente Zwolle. In de buurten, die aan de buitenrand van de gemeente Zwolle zijn gelegen, is het aantal misdrijven lager. Een uitzondering hierop is de in het zuiden van Zwolle gelegen buurt Ittersumerlanden. Hier zijn 446 misdrijven gepleegd en daarmee staat het na Holtenbroek II (469 misdrijven) op plek 5 van de buurten waar de meeste misdrijven gepleegd worden. Daarnaast zijn 438 criminele jeugdigen regionaal actief (9 procent), 415 landelijk (9 procent) en 592 diffuus (12 procent). Verder heeft de politie 105 van de 4.755 jeugdigen op basis van zelf opgestelde criteria9 kunnen categoriseren als type dader10. 48 daders zijn te typeren als Rising Star, 29 als Harde Kern, 19 als Criminal Locals en 9 als Jonge Aanwas. Gezien het feit dat er in de gemeente Zwolle zorgen zijn over de jonge aanwas, wordt hier in het vervolg nader op ingegaan. Voor de 9 jeugdigen die behoren tot de jonge aanwas, geldt dat het om 8 jongens gaat. De negen jeugdigen zijn 15, 16 en 17 jaar en wonen in de buurten Aa-landen-Midden, Gerenbroek, Gerenlanden, Hogenkamp, Holtenbroek IV, Schoonhorst en Wipstrik-Zuid. In totaal hebben deze negen jongeren 243 van de 17.454 delicten gepleegd (1,4 procent).
Ze plegen gemiddeld 27 misdrijven per persoon. In tabel 3.9 staat de aard van de misdrijven.
52 Jeugdproblematiek in Zwolle
Tabel 3.9 – De aard van de misdrijven door de jonge aanwas in Zwolle
Misdrijf
n
%
Vernielingen en misdrijven openbare orde
75
31%
Geweldsmisdrijven
59
24%
Vermogensmisdrijven
30
12%
Verkeersmisdrijven
20
8%
Drugsmisdrijven
3
1%
Wapenmisdrijven
2
1%
Seksuele misdrijven
1
0%
Overige misdrijven
53
22%
Totaal
243
100%
Hoewel het slechts over negen van de 4.755 jeugdigen gaat, blijkt de jonge aanwas zich niet meer of minder schuldig te maken aan een specifiek type misdrijf in vergelijking met alle criminele jeugdigen. Het enige verschil is dat de jonge aanwas meer vermogensmisdrijven pleegt dan verkeersmisdrijven, wat wellicht logisch is gezien de leeftijd van deze negen jongeren.
3.2.3 Het criminele speelveld in Zwolle De DRIO heeft in 2018 het criminele speelveld in Zwolle in kaart gebracht, oftewel welke personen of groepen crimineel actief zijn en waarmee zij zich bezighouden. De aanleiding hiervoor was een lange oploop van criminele feiten, openbare ordeverstoringen en een aantal geweldsdelicten dat zich begin 2019 voordeed in Zwolle en drugsgerelateerd was. Uiteindelijk geeft de informatie een beeld van een crimineel speelveld, bestaande uit vijf groepen, die actief zijn op het domein ondermijning. Bij al deze groepen is de aanwezigheid van jonge aanwas zichtbaar. De meest bepalende en dominante groep in de Zwolse cocaïnemarkt gebruikt zowel intern als extern excessief geweld en ducht geen concurrentie. De leden van deze groep zijn zichtbaar aanwezig in het straatbeeld van Zwolle en worden veel gecontroleerd door de politie. In het straatbeeld tonen ze graag dat ze veel vermogen hebben met dure auto’s en veel contant geld. Naast de cocaïnehandel zijn ze crimineel gezien breder actief, namelijk ook in hennep, voertuigcriminaliteit en mogelijk witwaspraktijken. Er heersen spanningen tussen deze eerste groep en de tweede groep.
Externaliserende problematiek 53
De tweede groep lijkt de criminele markt in alles te kunnen voorzien. Naast dat zij actief zijn in de cocaïnehandel, houden ze zich bezig met synthetische drugs en hennep. De derde groep is niet zoals de twee voornoemde groepen dominant als het gaat om zichtbaarheid en geweldpleging. Wel zijn ze veelvuldig te zien bij dealen op straat en excessief verkeersgedrag. De groep staat onder druk van de eerste groep in verband met hun marktaandeel op de cocaïnemarkt in Zwolle. Zij hebben iemand in de groep opgenomen om zich te beveiligen tegen de eerste groep. Deze groep heeft een verstorende en negatieve invloed in de wijk. De vierde groep is weinig zichtbaar in het straatbeeld van Zwolle. De leden zijn met name betrokken bij zogenoemde 20-20 fights en dominant aanwezig bij PEC Zwolle. Ook zijn ze actief in de vervaardiging en handel van soft- en harddrugs en vuurwapens en persen ze veelvuldig af met geweld. Zij maken voor hun activiteiten gedisciplineerd gebruik van bepaalde communicatiemiddelen en voertuigen, alsmede om onder de radar te blijven. Er zijn geen signalen dat deze groep op gespannen voet staat met de andere drie groepen. De vijfde en laatste groep bleek een beperkt autonome groep te zijn. Het is uiteengevallen nadat medio 2020 het organiserende vermogen is aangehouden.
Vooral door inspanningen van de samenwerkende opsporingsdiensten, vanaf begin 2020 onder regie van het project Pactum, is de situatie op het gebied van geweldsincidenten verbeterd. Zowel groep één als groep twee zijn grotendeels ontmanteld doordat de kopstukken én de laag eronder strafrechtelijk zijn aangepakt. Opsporingsinspanningen gecombineerd met een bestuurlijke aanpak zorgen voor een constante instabiliteit op de drugsmarkt. Gebruikers moeten telkens op zoek naar een nieuwe dealer, nadat de vorige is aangehouden. Binnen de restanten van groep twee leek zich in de zomer van 2020 een nieuwe reeks geweldsincidenten te ontwikkelen. Op aangeven van het project Pactum is dit, door tijdig ingrijpen van de districtsrecherche niet verder geëscaleerd. Voor de groepen drie en vier geldt dat zij zich in het straatbeeld nauwelijks laten zien. De corona-pandemie is hierin waarschijnlijk een factor. Aan te nemen is dat zij nog steeds actief zijn in de criminele wereld.
3.3 Groepsinterviews In deze paragraaf zetten we de bevindingen uit de groepsgesprekken uiteen. Eerst gaan we in op externaliserende jeugdproblematiek in zijn algemeen, om daarna specifiek in te gaan op drugscriminaliteit en hotspots.
54 Jeugdproblematiek in Zwolle
3.3.
Externaliserende jeugdproblematiek
De experts zijn in de survey en groepsgesprekken gevraagd naar de omvang en aard van de externaliserende jeugdproblematiek. In de survey geven de experts antwoord op de vraag in welke mate zij overlast (e.g. hinderlijk gedrag of rondhangen), licht delinquent gedrag (e.g. diefstal en vernieling), zwaar delinquent gedrag (e.g. zware geweld- en wapendelicten) en online criminaliteit tegenkomen tijdens de uitoefening van hun werk (zie figuur 3.2). Figuur 3.2 – De mate waarin experts vormen van externaliserende problematiek tegenkomen in hun werk (n=42) 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10%
tie en
ra
qu
ed
lin
tg
e
de
en qu
lin
lin
On
de Er
Li
ns
ch
tig
td
el
in
Ov
qu
er
la
en
st
tg
(n
ed
=3
ra
g
g
3)
0%
Nooit
Soms
Vaak
Altijd
De experts komen overlast het vaakst tegen in hun werk, gevolgd door licht en ernstig delinquent gedrag. Ze hebben het minst te maken met online delinquentie. Ingezoomd op specifieke beroepsgroepen blijken de experts, die werkzaam zijn bij de politie, het vaakst in aanraking te komen met delinquent gedrag, terwijl gemeentemedewerkers (zoals wijkmanagers of medewerkers van het sociale wijkteam) overlast het vaakst tegenkomen, wat gezien hun rol geen onverwacht
Externaliserende problematiek 55
resultaat is. In het vervolg is een aantal ontwikkelingen besproken dat in relatie staat tot de omvang en aard van de externaliserende problematiek.
De jeugdproblematiek verhardt Er is sprake van een afname in de jeugdcriminaliteit, maar tegelijkertijd vindt er een verharding plaats. Dit wordt ook benoemd door Weijers, Ferwerda en Roks (2020). Zij tonen aan dat jeugddelinquenten gemiddeld niet jonger zijn en dat gepleegde delicten over het algemeen niet gewelddadiger zijn geworden, maar dat er wel sprake is van verharding. Zo dragen jongere kinderen steeds vaker een wapen om een vals gevoel van veiligheid te creëren. Daarnaast geldt voor kleine, criminele groepen, die bestaan uit jeugddelinquenten, dat de mate van georganiseerdheid is toegenomen, waardoor zij meer uit beeld raken bij politie en justitie. Ook is er volgens Weijers, Ferwerda en Roks (2020) sprake van een verharding omdat de groep potentiële doorgroeiers is gegroeid. Het betreft jeugdigen van 14 of 15 jaar die gewelddadig gedrag laten zien en voor wie de jeugddelinquenten, die even hiervoor zijn beschreven, dienen als negatieve rolmodellen. Kijkende naar het gedrag van de jeugdigen in Zwolle herkennen experts uit het onderwijs en zorg en welzijn de verhardende ontwikkeling, omdat zij op steeds jongere leeftijd meer extreem gedrag laten zien. Zo zijn de instapdelicten zwaarder en raken zij vaker betrokken bij gewelds- en drugscriminaliteit.
Volgens de experts uit het onderwijs en jongerenwerk uit de verharding zich ook in het vaker dragen van wapens door jeugdigen. Een jongerenwerker zegt hierover: ‘Het zit in een escalerende modus.’ Vooral in het onderwijs is de verharding goed terug te zien. Een medewerker van een sociaal wijkteam geeft bijvoorbeeld aan dat ze in haar werk basisschoolleerlingen tegenkomt die aardappelschilmesjes bij zich dragen. Volgens de experts komt de verharding onder meer door de aanwezigheid van negatieve rolmodellen.
Criminaliteit doet zich steeds vaker voor in een online omgeving Een tweede ontwikkeling is dat criminaliteit zich steeds vaker voordoet in een online omgeving. Recent onderzoek toont aan dat op de straat georiënteerde delinquenten op twee manieren gebruik maken van digitale ontwikkelingen (Roks, Leukfeldt en Densley, 2020). Ten eerste zorgt de onlinewereld ervoor dat straatcriminaliteit, zoals drugshandel, gemakkelijker is uit te voeren. Daarnaast stappen traditionele straatdelinquenten over naar niet-straat gerelateerde criminaliteit, zoals fraude. Bijna alle experts zien een toename in online criminaliteit onder de Zwolse jeugd. Delicten zoals online fraude – bijvoorbeeld op marktplaats –, illegale (drugs)handel, afpersing en bedreiging aan de hand van sex-
56 Jeugdproblematiek in Zwolle
ting11 noemen experts, werkzaam bij de politie en in het onderwijs, vaak. Meer dan eerst zien ze online criminaliteit als een instapdelict, als een eerste indicatie dat een jongere voor een crimineel pad kiest. Kwetsbare jonge kinderen worden vaker gevraagd om hun bankrekening uit te lenen aan een oudere delinquent, die ze gebruiken als geldezel. Daarnaast speelt de onlinewereld steeds vaker een rol in offline criminaliteit. Zo komen jeugdigen gemakkelijker aan wapens, sturen ze vechtfilmpjes naar elkaar en kan een ruzie, die zich online voordoet, leiden tot een groepsgevecht. Ook wordt er online meer gepest en de groepsdruk via Whatsapp opgevoerd. De onlinewereld maakt dat criminaliteit sneller, gemakkelijker en meer anoniem gepleegd kan worden. Een jeugdagent geeft aan dat de aangiftebereidheid onder jongeren, die slachtoffer worden van online criminaliteit, erg laag ligt.
Alles draait om status en om geld De derde ontwikkeling is dat jongeren steeds meer bezig zijn met status en geld. Dit komt mede voort uit de modernisering en opkomst van sociale media. Op apps, zoals TikTok en Instagram, wordt hen vaak een maakbaar en tegelijkertijd onrealistisch leven voorgespiegeld, wat ervoor zorgt dat zij beseffen dat de kloof met hun eigen leven erg groot is. Ook de verharding en de daarmee gepaard gaande verheerlijking van criminaliteit speelt een rol, zoals in drillraps en videogames, zoals Grand Theft Auto. Deze ontwikkeling onderschrijven voornamelijk jeugdagenten, jongerenwerkers en medewerkers in het onderwijs. Zij zien bovendien dat jongeren via sociale media in aanraking komen met negatieve rolmodellen. Wanneer jongeren bij een criminele jeugdgroep willen horen of status in de wijk willen verkrijgen, moeten ze bepaalde ‘opdrachten’ uitvoeren. Ze moeten bijvoorbeeld een groep meisjes beroven of een schietpartij uitvoeren in opdracht van oudere, ‘geslaagde’ jongeren. Volgens een jongerenwerker is nog steeds slechts een beperkt aantal jongeren crimineel actief en blijft een meerderheid alleen geïnteresseerd in de criminele wereld zonder daarin actief te zijn. De meerderheid die alleen op straat rondhangt, kijkt wel op tegen de oudere, ‘geslaagde’ delinquenten die in dure auto’s rijden en merkkleding dragen.
Dat maakt volgens een jeugdreclasseerder dat tegenwoordig vrijwel alle jongeren op sociale media laten zien hoe stoer zij zijn. Zo poseren zij bijvoorbeeld op foto’s met (nep)vuurwapens.
Jeugdgroepen raken versmolten De laatste ontwikkeling is dat jeugdgroepen versmolten raken. Zoals uit paragraaf 3.2.3 is gebleken, zijn er in Zwolle in totaal vijf criminele groepen actief. Daarnaast zijn er per wijk meerdere overlastgevende jeugdgroepen. Volgens
Externaliserende problematiek 57
experts van de politie is er met de culturele achtergrond van deze jeugdgroepen sprake van een versmelting. Het zijn niet alleen jongeren met of zonder een migratieachtergrond, maar het zijn groepen waarin meerdere culturele achtergronden samengaan. Een jongerenwerker geeft aan: ‘Ik zie een soort inclusiviteit terugkomen in groepsdynamica waar iedereen zich mag aansluiten, ongeacht de achtergrond van diegene. Dat gun je iedereen in Nederland.’ Daarnaast vertellen experts van de politie dat de overlastgevende en criminele jeugdgroepen meer wijk overstijgend zijn geworden en is het onderscheid tussen overlastgevende en criminele jeugdgroepen minder groot. Een jeugdreclasseerder beschrijft het als volgt: ‘Groepen zijn fluïde geworden, jeugdigen hebben andere rollen in andere groepen. In de ene groep vervult een jeugdige een dominante rol en in de andere groep zit de jeugdige in de periferie.’ De ontwikkeling van meer fluïde groepen is eerder in onderzoek naar voren gekomen (Van Ham & Ferwerda, 2017). Experts uit het jongerenwerk zien dat de groepen vaak niet vermengen qua gender, de groepen bestaan meestal uitsluitend uit jongens. Tot slot bestaat er wel een hiërarchie tussen hard en zacht in de groep. Jongeren uit een volksbuurt staan automatisch hoger in hiërarchie dan jongeren uit een hoogopgeleid gezin.
3.3.2 Drugsproblematiek In de survey geeft geen van de 42 experts aan dat zij bij de uitoefening van hun werk nooit te maken hebben met drugscriminaliteit (zie figuur 3.3). Figuur 3.3 – De mate waarin experts te maken krijgen met drugscriminaliteit in hun werk (n=34) 3%
Vaak Soms 44 %
53 %
Altijd Nooit
58 Jeugdproblematiek in Zwolle
Ter aanvulling hierop blijkt uit de groepssessies dat een groot deel van de experts zich zorgen maakt over de drugsproblematiek in Zwolle. De helft van de gesproken experts schat dat 10 tot 50 jeugdigen betrokken zijn of risico lopen om betrokken te raken bij drugscriminaliteit, terwijl eenderde van de experts spreekt over meer dan 50 jeugdigen. Uit de groepssessies komt een aantal ontwikkelingen naar voren van de drugsproblematiek.
Drugsgebruik is meer genormaliseerd Ten eerste is drugsgebruik meer genormaliseerd. Er worden veel soorten drugs gebruikt in Zwolle: wiet, lachgas, cocaïne, amfetamine, xtc en 3-MMC12. Jeugdagenten, wijkmanagers en medewerkers in het onderwijs vertellen dat vooral lachgas ontzettend populair is onder jongeren. Verder is 3-MMC nu nog legaal, maar dit wordt binnenkort mogelijk illegaal. Deze ontwikkeling doet zich niet alleen voor in Zwolle, het geldt voor de gehele maatschappij. Door de toename van de vraag naar drugs ligt de aanbodzijde open, geeft een politieagent aan. Daarbij komt dat door de normalisering van drugsgebruik, het handelen in drugs minder een taboe is geworden. Een jongerenwerker geeft aan dat de normalisering zich bijvoorbeeld uit doordat de jeugd gemakkelijker is gaan spreken over drugsgebruik en -handel: ‘Mij wordt verteld dat ze wiet naar adresjes brengen. Daar wordt over gesproken omdat het voor jongeren niet zo heftig voelt.’ Een onderwijsmedewerker vertelt dat de kinderen van 15 jaar, die zij in haar klas heeft, allemaal weten bij wie en waar ze drugs kunnen kopen. Ook zien medewerkers uit de zorg meer verslavingsproblematiek. Hoewel de experts het gevoel hebben dat jeugdigen meer drugs gebruiken, laten de cijfers van het Trimbos Instituut uit 2019 een ander beeld zien. Het drugsgebruik onder 12- tot en met 18-jarigen is sinds 2007 stabiel.
Verjonging in de drugshandel De tweede ontwikkeling is dat er sprake is van een verjonging in de drugshandel. Drugs lopen als een rode draad door de Zwolse criminele jeugdgroepen, geeft een wijkagent aan, en zij zijn soms onderling in conflict met elkaar. De experts verschillen van mening in wat de samenstelling is van deze groepen. Een wijkmanager noemt het een ‘drugsoorlog tussen Turkse en Pakistaanse groepen’, een expert, werkzaam in de jeugdbescherming, benoemt jongeren met een Antilliaanse achtergrond. Experts van de politie geven aan dat er een vernieuwing is in jeugdgroepen, gerelateerd aan drugscriminaliteit. De oudere jongeren in de groepen zijn namelijk aan het einde van hun jaren twintig en lastig te pakken, terwijl de 16- en 17-jarigen steeds meer taken van hen overnemen.
Externaliserende problematiek 59
De oudere garde blijft wel betrokken, maar gebruikt de jonge aanwas voor snel geld. Zij zetten ze bijvoorbeeld in als koeriers om drugspakketten rond te brengen. Deze jongeren zijn rond de vijftien jaar, soms zitten er ook straatdealers tussen van twaalf jaar. De jonge aanwas vindt de drugswereld aanlokkelijk door de status, de spanning en het geld. Meerdere experts vergelijken het verkopen van drugs met een baantje in de supermarkt. In een kwartier hebben de jongeren namelijk honderd euro verdiend door de verkoop van drugs, terwijl zij daar in de supermarkt veel meer uren voor moeten werken. Deze verleiding wakkert extra aan doordat de pakkans op de verkoop van drugs niet groot is. Experts van de politie geven aan dat de jonge aanwas het niet ziet als een baantje, het gaat meer om het af en toe doen van een klusje. De jonge aanwas bestaat voornamelijk uit kwetsbare jongeren. Zo betreft het jongeren die wonen op woonwagenkampen en jongeren met én zonder migratieachtergrond. Ook zijn jongeren kwetsbaar omdat zij soms schulden hebben bij drugsverkopers of ze worden door groepsdruk overgehaald om als koerier te dienen. Ze weten niet altijd waar ze deel van uitmaken, de ‘grote’ jongens vertellen niet alles. De conflicten tussen drugslijnen spelen zich voornamelijk af in Holtenbroek. Een jongerenwerker geeft aan dat de autobranden in Zwolle bij druggerelateerde conflicten horen.
Die worden in opdracht van oudere jongeren door de jonge aanwas gedaan. Over en weer vindt intimidatie plaats. ‘Op straat kun je precies zien wie tot welke orde hoort.’ De jeugd op straat wordt hierin meegezogen: ‘De lijnen hebben een uitstraling naar de straatjeugd.’
Sociale media vergemakkelijkt de handel De laatste ontwikkeling is de hulp die sociale media biedt. Drugscriminaliteit is verleidelijker geworden met de komst van sociale media (Roks, Leuksfeldt en Densley, 2020). Met behulp van versleutelde tekst en het gebruik van emoji’s blijven drugshandelaren online anoniem. Zo wordt een naald-emoji gebruikt om heroïne te omschrijven, een capsule voor MDMA en een sneeuwvlok voor cocaïne. Experts van de politie herkennen dit beeld in Zwolle. Kopen en verhandelen van drugs is gemakkelijker geworden sinds de komst van sociale media, zoals Instagram en Snapchat. Doordat Snapchat verstuurde berichten verwijdert en gesprekken niet terug te lezen zijn, is het de perfecte manier om anoniem te communiceren. Daarnaast is het voor een dealer gemakkelijker om zijn of haar aanbod naar een groot aantal afnemers te sturen. Een jeugdagent vertelt over een drugsdealer die zijn drugs verkoopt op Marktplaats.
60 Jeugdproblematiek in Zwolle
3.3.3 Hotspots Tijdens de interviews is aan experts gevraagd om hotspots te benoemen. Hotspots in de meest genoemde wijken zijn besproken, alsmede een korte beschrijving van de wijkkarakters. De experts zijn opmerkelijk eensgezind in hun beschrijving van de wijken. Stadshagen wordt door de experts beschreven als een wijk met veel jeugd en veel overlast. Jongeren hangen op straat omdat er weinig te doen is in de wijk, maar er komen ook jongeren uit de wijken Holtenbroek en Aa-landen naar de wijk Stadshagen om op straat te hangen. Dit veroorzaakt veel overlast gevend gedrag, voornamelijk in Twistvlietpark. Holtenbroek wordt omschreven als een multiculturele wijk waar de straatcultuur een gewoonte is. Er is veel armoede in de wijk. De experts omschrijven Holtenbroek als een wijk waar veel jeugdcriminaliteit plaatsvindt. Vooral de drugscriminaliteit is hoog in Holtenbroek. Dit komt volgens een wijkmanager doordat de jeugdgroep, waarvan bekend is dat ze actief zijn in de drugshandel, woonachtig is in deze wijk. In Holtenbroek wordt ook jonge aanwas geronseld. De hotspots in Holtenbroek zijn diverse plekken bij het winkelcentrum en WestAs park. De wijken Diezerpoort, Indische buurt en Kamperpoort kennen volgens de experts een volkskarakter. Er is weinig geld en de wijken zijn gesloten gemeenschappen.
In Diezerpoort wordt het hoogste aantal reclasseringsmaatregelen aan jongeren ouder dan 18 jaar opgelegd. De jongerenwerkers geven aan dat de jongeren uit de volksbuurten een hoge positie hebben op de hiërarchische ladder in groepen, omdat ze van huis uit hebben meegekregen harder te zijn en voor zichzelf op te komen.
3.3.4 Kwetsbare groepen Tijdens de interviews is aan de experts gevraagd welke Zwolse jongeren met name kwetsbaar zijn voor externaliserende en/of drugsproblematiek. Hieronder zijn deze groepen jongeren kort besproken. Traditionele probleemjongeren zijn licht verstandelijk beperkte jongeren, jongeren met een lage sociaaleconomische status, jongeren uit criminele gezinnen en jongeren uit ontwrichte gezinnen. Zij leven in een ongunstige thuissituatie en/ of redden het vaak niet op school. Voor hen lonkt de straatcultuur waar eensgezinde jongeren als familie aanvoelen. Hierdoor zijn zij extra kwetsbaar voor het geleidelijk betreden van het criminele pad.
Externaliserende problematiek 61
De tweede groep kwetsbare jongeren zijn de jongeren met een migratieachtergrond. De experts verschillen in hun meningen over het aandeel dat jongeren met een migratieachtergrond hebben bij de omvang van de externaliserende jeugdproblematiek in Zwolle. Een enkele expert vindt dat juist de jongeren zonder migratieachtergrond het meest voorkomen in overlast- en criminaliteitscijfers. Daarnaast zijn er experts die vinden dat jongeren zonder en met migratieachtergrond een gelijk aandeel hebben. Andere experts zijn van mening dat de jongeren met een migratieachtergrond de grootste rol spelen in deze vorm van jeugdproblematiek. De verklaring die een jongerenwerker geeft, is dat derde generatie migratiejongeren moeite hebben om te aarden in Nederland. Zij groeien op in verschillende culturen en hebben het gevoel nergens thuis te horen. Daarnaast geven jongeren met een migratieachtergrond vaker aan het gevoel te hebben gediscrimineerd te worden. Experts vertellen dat wanneer deze jongeren het gevoel krijgen dat de maatschappij ze negatief wegzet, ze in deze negatieve spiraal kunnen meegaan. Zo geeft een zorgmedewerker aan dat moslimjongeren met een migratieachtergrond de laatste jaren het gevoel krijgen weggezet te worden als crimineel.