CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport 'Jeugdproblematiek in Zwolle. Een onderzoek naar de aard, omvang en aanpak'.

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 13 september 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Onderzoek Zwolse jeugdproblematiek29.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Door het gevoel te hebben nergens bij te horen en gediscrimineerd te worden, zijn de jongeren met een migratieachtergrond kwetsbaarder voor het ontwikkelen van problematiek. De laatste kwetsbare groep jongeren zijn jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats. Volgens een zorgmedewerker waren er in 2016 90 jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats per jaar in Zwolle, terwijl dit aantal in de afgelopen jaren volgens meerdere experts is toegenomen naar ongeveer 120 jongeren per jaar. De helft hiervan heeft een migratieachtergrond, waarvan de meesten Syrische en Somalische vluchtelingen zijn. Dit zijn vaak jongeren, die in de jeugdzorg hebben gezeten en daarbij van hulpverlener naar hulpverlener zijn gestuurd. Door het feit dat zij geen verlengde jeugdhulp krijgen vanaf het moment dat zij achttien zijn, raken zij uit beeld. Dit maakt de jongeren erg kwetsbaar, vooral voor drugsproblematiek. Een zorgmedewerker vertelt: ’90 procent gebruikt drugs en bijna allemaal hebben ze schulden.’

3.4 Resumé In dit hoofdstuk is de omvang en aard van externaliserende jeugdproblematiek in Zwolle aan bod gekomen, waarbij specifiek is gekeken naar drugscriminaliteit. Aan de hand van de deskresearch, een analyse van politiecijfers en de groepsinterviews is een beeld geschetst van de situatie in Zwolle.

62 Jeugdproblematiek in Zwolle

Uit de deskresearch is naar voren gekomen dat de jongeren in Zwolle op steeds jongere leeftijd alcohol en drugs gebruiken en steeds meer illegale wapens bezitten. Verder zijn er onder experts zorgen over verslavend gokgedrag van de jongeren en is het aantal agressieve bedreigingen en confrontaties onder jongeren toegenomen. Vervolgens is gekeken naar de wijken in Zwolle waar de meeste risicofactoren aanwezig zijn op overlast gevend en crimineel gedrag. Dit zijn Binnenstad, Dieze-Oost, Dieze-West, Holtenbroek, Indische buurt en Kamperpoort. Een tweetal wijken komen ook terug wanneer wordt gekeken naar de wijken waar de meeste overlast plaatsvindt: Dieze-West, Holtenbroek, Stadshagen-Milligen, Stadshagen-Frankhuis en Westenholte. De politiecijfers gaan in op de omvang en aard van overlast gevend en wetsovertredend gedrag. Daaruit blijkt ten eerste dat het aantal meldingen van jeugdoverlast in de periode 2012-2019 nagenoeg gelijk is gebleven in de gemeente Zwolle, terwijl dit aantal in vergelijkbare gemeenten aanzienlijk is afgenomen in dezelfde periode. Overlastmeldingen komen met name uit de stadsdelen Midden en West, waarbij voor stadsdeel West de wijk Stadshagen eruit springt. Voor de periode 2010-2019 geldt dat het aantal verdachten tot 25 jaar voor strafbare feiten is afgenomen met ruim 30 procent. De aard van deze strafbare feiten is wel veranderd.

Zo is het aantal ‘geweldsmisdrijven’, ‘vermogensmisdrijven’ en ‘vernieling en openbare orde misdrijven’ afgenomen, terwijl het aantal ‘drugsmisdrijven’ en ‘vuurwapenmisdrijven’ in de gemeente Zwolle is toegenomen. In de periode 2017-2020 hebben 4.755 jeugdigen in totaal 17.454 misdrijven gepleegd waarvan 28 procent door jeugdigen van 15 jaar of jonger. Kijkend naar de wijken waarin deze misdrijven het meest worden gepleegd, komen BinnenstadZuid, Stadshagen-Milligen, Holtenbroek en Ittersum naar voren. Ook hier zijn de stadsdelen Midden en West oververtegenwoordigd, evenals bij de overlastmeldingen. Het valt op dat het aantal drugsmisdrijven in 2020 met 20 procent is afgenomen ten opzichte van 2017. De reden van dit onverwachte resultaat is onbekend en verdient nader onderzoek. Met betrekking tot het risico om op latere leeftijd betrokken te raken bij drugscriminaliteit lopen jongeren van 8-23 jaar uit de wijken Diezerpoort, Marsweteringlanden, Binnenstad, KamperpoortVeerallee, Holtenbroek, Aa-landen en Ittersum volgens het voorspelmodel van de City Deal Zicht op Ondermijning het hoogste risico. Het risico neemt toe naarmate de jeugdigen ouder worden. Dat het risico om betrokken te raken in de drugscriminaliteit er is, blijkt wanneer het criminele speelveld in Zwolle wordt geschetst. Van de vijf onderscheiden groepen concurreren drie groepen met elkaar op de drugsmarkt.

Daarnaast is in de vijf groepen jonge aanwas zichtbaar.

Externaliserende problematiek 63

Uit de groepsinterviews blijkt dat experts bij de uitoefening van hun werk het vaakst te maken krijgen met overlast, gevolgd door licht en ernstig delinquent gedrag. Online delinquentie zien zij het minst vaak in de hun dagelijkse werkpraktijk, maar vangen wel signalen op dat het voorkomt. Zij zien een aantal ontwikkelingen op het gebied van externaliserende problematiek. Ten eerste is er volgens hen een afname in de jeugdcriminaliteit, maar vindt er tegelijkertijd een verharding plaats. Jeugdigen laten namelijk op steeds jongere leeftijd meer extreem gedrag zien. De instapdelicten zijn zwaarder en zij raken vaker betrokken bij gewelds- en drugscriminaliteit. Dit komt mede doordat tegenwoordig alles draait om status en geld. Hierbij beïnvloeden negatieve rolmodellen, die deze status en geld al hebben, de jeugdigen. Een andere ontwikkeling is dat criminaliteit steeds vaker in een online omgeving voorkomt. Naast dat de online criminaliteit is toegenomen, althans dat vermoeden de experts, kan de zogenaamde straatcriminaliteit, zoals drugshandel, sneller, gemakkelijker en anoniemer uitgevoerd worden in een online omgeving. De laatste ontwikkeling is dat problematische jeugdgroepen versmolten raken.

Deze versmelting vindt niet alleen plaats doordat meerdere culturele achtergronden een plaats innemen bij een jeugdgroep, maar ook omdat de jeugdgroepen wijk overstijgend en fluïde zijn. Bij de criminele (drugs) groepen speelt rivaliteit een grote rol. Over drugscriminaliteit geven vrijwel alle experts aan zich zorgen te maken over de drugsproblematiek in Zwolle. Deze zorg heeft een aantal oorzaken. Ten eerste is drugsgebruik genormaliseerd, wat overigens voor de gehele maatschappij geldt, aldus de experts. Daarbij vergemakkelijken sociale media de drugshandel, omdat daar via versleutelde en afgeschermde berichten op anonieme wijze gecommuniceerd kan worden. De derde oorzaak is dat er sprake is van een verjonging in de drugshandel, doordat de status, spanning en het geld dat voortkomt uit de drugshandel de jonge aanwas aantrekt. Zij worden op een specifieke manier ingezet door de ‘oude garde’, bijvoorbeeld als drugskoerier. Tot slot wordt ingegaan op hotspots en kwetsbare jeugdgroepen voor externaliserende en/of specifieke drugsproblematiek. Doordat er te weinig te doen is in de wijk wordt Stadshagen als hotspot genoemd, terwijl in de multiculturele en armoedige wijk Holtenbroek vooral jeugdcriminaliteit plaatsvindt. Andere hotspots zijn de wijken Diezerpoort, Indische buurt en Kamperpoort.

De kwetsbare groepen, die de experts onderscheiden, zijn jongeren met een licht verstandelijke beperking, jongeren met een lage sociaaleconomische status, jongeren uit criminele gezinnen en jongeren uit ontwrichte gezinnen. Verder zijn jongeren met een migratieachtergrond volgens experts kwetsbaar voor externaliserende problematiek, evenals jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats.

64 Jeugdproblematiek in Zwolle

Eindnoten 1. 2.

Op pagina 16 en 17 staat beschreven hoe de scores tot stand zijn gekomen Hierbij gaat het om de volgende voorvallen: tasjesroof, bedreiging, geweldsdelicten, overvallen en jeugdcriminaliteit. 3. De cijfers voor het jaar 2019 zijn voorlopige cijfers 4. Aan het begin van paragraaf 3.2 is gesteld dat in een onderzoek door de gemeentelijke rekenkamercommissie naar Verbonden Partijen van de gemeente Zwolle in 2013 een vergelijking is gemaakt met de gemeenten Dordrecht, Emmen, Haarlemmermeer, Maastricht en Zaanstad. Vanwege het feit dat hier enkel een vergelijking wordt gemaakt met de gemeente Maastricht, is omdat de City Deal geen gegevens heeft van de gemeenten Dordrecht, Emmen, Haarlemmermeer en Zaanstad. 5. https://zichtopondermijning.nl/ 6. https://zichtopondermijning.nl/ 7. Van de 375 criminele jeugdigen zijn 21 jongeren (0,4 procent) ouder dan 23 jaar. 8. Het is onbekend in welke mate en hoe de coronacrisis van invloed is geweest op de jeugdproblematiek. 9. Het is niet bekend wat deze criteria zijn. 10. De overige 4.650 jeugdigen voldeden niet aan de criteria van de politie om op een dergelijke manier gecategoriseerd te worden. 11. Sexting betreft het versturen van seksueel getinte berichten of foto’s via online media. 12. 3-MMC is een Nieuwe Psychoactieve Stof (NPS) uit de groep synthetische cathinonen.

Gebruikers omschrijven de effecten van 3-MMC als een combinatie tussen MDMA en cocaïne. Je kunt een euforisch, verliefd gevoel krijgen, ook geeft het een opgewerkt, energiek gevoel en wordt de mate van zelfvertrouwen groter.

Externaliserende problematiek 65

4

De aanpak van jeugdproblematiek

In dit hoofdstuk is in de eerste paragraaf aandacht besteed aan de bestaande preventieve, curatieve en repressieve aanpak van de jeugdproblematiek in de gemeente Zwolle. De basis hiervoor zijn de bestudeerde beleidsdocumenten. De resultaten uit de groepsinterviews zijn vervolgens in paragraaf 4.2 gebruikt om te bepalen op welke gebieden de aanpak verbetering behoeft.

4.1 Beleidsanalyse In 2012 is het de gezamenlijke ambitie van de gemeente Zwolle en haar maatschappelijke partners dat de Zwolse kinderen en jongeren zich fysiek, cognitief en sociaal-emotioneel dusdanig kunnen ontwikkelen dat zij een startkwalificatie bemachtigen. Een ononderbroken schoolloopbaan is van belang. Hierdoor zijn zij in de toekomst in staat om volwaardig te participeren in de maatschappij en gaan ze niet over tot overlastgevende en criminele activiteiten (gemeente Zwolle, 2012; gemeente Zwolle, 2014; gemeente Zwolle & Besturenoverleg Lokaal Onderwijs Zwolle, 2016). Van invloed op het behalen van deze ambitie is dat vanaf 1 augustus 2014 de Wet Passend Onderwijs is ingevoerd. Sindsdien zijn alle Zwolse scholen verantwoordelijk voor het op maat ondersteunen van kinderen en jongeren (gemeente Zwolle, 2014; gemeente Zwolle & Besturenoverleg Lokaal Onderwijs Zwolle, 2016). Vanaf 1 januari 2018 zijn op de scholen de Ondersteuningsteams (OT’s) van start gegaan. Het zijn teams waar expertise is belegd vanuit het onderwijs, het brede sociale domein en jeugdhulp. In dit team zijn drie functies belegd: 1) bijdragen aan het meer preventief werken en passender maken van onderwijs, 2) integraal afwegen welke extra ondersteuning voor kinderen en jongeren nodig is en 3) het formaliseren van het ondersteuningsaanbod uit het brede sociale domein of vanuit het onderwijs.

Onder voorwaarde dat deze integrale afweging gemaakt is, heeft het OT de bevoegdheid om ondersteuning uit het volledige

66 Jeugdproblematiek in Zwolle

sociale domein erbij te halen zoals WMO, schuldhulp et cetera. De OT’s dragen hiermee bij aan de doelstellingen van de Ontwikkelagenda Passend Onderwijs (Kaders voor ondersteuningsteams, 2018). Een belangrijke ontwikkeling is dat sinds 1 januari 2015 de Jeugdwet geldt waardoor de gemeente Zwolle verantwoordelijk is voor alle vormen van jeugdhulp en de verbinding met het brede jeugdbeleid voor jongeren tot 18 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan jeugdhulp worden voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar (gemeente Zwolle, 2014; gemeente Zwolle & Besturenoverleg Lokaal Onderwijs Zwolle, 2016; CBS, 2018). De definitie van jeugdhulp is: ‘De hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere of opvoedingsproblemen van de ouders’ (CBS, 2018). De doelstelling is dat zware en veelal duurdere hulp wordt tegengegaan of verkort door in te zetten op preventieve maatregelen (gemeente Zwolle, 2014; gemeente Zwolle, 2019b). Naast de inzet op preventie kenmerkt de jeugdwet zich ook doordat de maatregelen niet alleen van toepassing zijn op het kind maar op het gehele gezin (‘Eén gezin, één plan’) en vindt er passende jeugdhulp plaats (‘Zo zwaar als moet, zo licht als kan’). Er wordt ondersteuning, hulp en zorg geboden aan kinderen, jongeren en hun ouders.

Andere kernaspecten van de omslag zijn het gaan van verkokerd naar geïntegreerd, van aanbodgerichte hulpverlening naar vraaggerichte hulpverlening, van hulp los van de leefomgeving naar hulp rond het gezin en vandaaruit inschakeling van de eigen kracht, van problemen achteraf oplossen naar problemen of escalatie voorkomen, van praten, doorverwijzen en doorzetten naar geïntegreerd werken met elkaar rond gezinnen (gemeente Zwolle, 2014). In 2020 zijn de drie decentralisaties in het sociaal domein, waaronder de Jeugdwet, geëvalueerd (Kromhout, Van Echtelt & Feijten, 2020). In de uitvoeringspraktijk is veel gebeurd bij zowel gemeenten als (zorg)aanbieders en andere betrokken partijen. Zo heeft een grote meerderheid van de gemeenten via breed opgezette sociale wijkteams laagdrempelige toegang tot sociaaldomeinvoorzieningen georganiseerd. In de praktijk is het echter niet gelukt om te voldoen aan alle verwachtingen die de decentralisatie met zich heeft meegebracht. Zo blijkt het outreachend te werk gaan achter te blijven en lukt het vroegtijdig bieden van jeugdzorg regelmatig niet door onder meer te lange wachtlijsten. Hierdoor moeten jongeren in heel kwetsbare posities soms heel lang wachten op de hulp die zij hard nodig hebben.

Een ander punt uit de evaluatie is dat veel gemeenten het belang van een integrale aanpak onderschrijven, maar dat het in de praktijk nog niet altijd gerealiseerd is. Genoemde knelpunten zijn onder andere de privacywetgeving met betrekking tot gegevensuitwisseling en de afstemming

De aanpak van jeugdproblematiek 67

in de dienstverlening wanneer een ondersteuning behoevende 18-minner overgaat in een 18-plusser en in feite buiten de Jeugdwet valt. Een ander knelpunt dat ervoor zorgt dat een integrale samenwerking moeilijk of niet van de grond komt, is dat de betrokken partijen vaak ieder hun eigen regels en doelstellingen hebben die gestuurd worden door afzonderlijke wetgeving, financieringsstromingen en beroepscodes. Wanneer er wel een integrale samenwerking is gestart, is het vaak niet helder welke instantie verantwoordelijk is voor welke hulp omdat hierop niet duidelijk regie wordt gevoerd. Een laatste punt uit de evaluatie is dat het totale stelsel van voorzieningen in het sociaal domein niet minder complex is geworden in vergelijking met de situatie van voor de decentralisaties. Er is namelijk nog steeds sprake van veel actoren, regelingen en voorzieningen waar burgers en professionals gemakkelijk in kunnen verdwalen. De gegeven aanbeveling in de evaluatie is dan ook dat het Rijk opnieuw moet nadenken over realistische doelen en moet bijsturen door binnen de bestaande kaders problemen aan te pakken. Hierdoor zal de ondersteuningsbehoefte van de burger beter worden bediend (Kromhout, Van Echtelt & Feijten, 2020).

4.1.1 De maatregelen in het sociale domein In de periode 2015-2018 is extra geïnvesteerd in 13 preventieve maatregelen in het sociaal domein. Deze hebben betrekking op drie preventieniveaus: 1) universeel – preventieve inzet gericht op iedereen, 2) selectief – preventie gericht op groepen met een verhoogd risiconiveau en 3) geïndiceerd – individuele inwoners met (een verhoogd risico op) een probleem. Deze preventieve interventies hadden een viertal outcome-doelen, namelijk de al eerdergenoemde ‘opgroeien’, ‘zelfbewustzijn’, ‘participatie’ en ‘zelfvertrouwen’. In Bijlage 5 staan de 13 interventies en de bijbehorende outcome beschreven (gemeente Zwolle, n.b.). In mei 2019 is de gemeente tot de conclusie gekomen dat de beschikbare middelen om al deze interventies door te zetten niet voor handen zijn. De voorlopige opbrengsten bieden daarentegen wel perspectief voor wat betreft het voorkomen van schooluitval, kindermishandeling en het onnodig inzetten van duurdere, niet vrij toegankelijke jeugdhulp. Uiteindelijk heeft de gemeente besloten om de meeste interventies ofwel structureel (Marietje Kessels, Kinderen in een scheiding, en Steunouders) of incidenteel meerjarig voort te zetten (Homestart, Vrouwen Coachen Meiden, Deltion jongerenteam, School’s Cool, THINK op school, Match, uitbreiding jongerenwerk, en Fakkelteit).

Alleen de interventies, die gericht zijn op het bevorderen van een gezond gewicht, worden beëindigd (gemeente Zwolle, 2019b). Naar aanleiding van de onder andere in paragraaf 2.1 beschreven zorgwekkende signalen door Travers Welzijn hebben Travers Welzijn, SportService

68 Jeugdproblematiek in Zwolle

Zwolle, WijZ Welzijn en ZwolleDoet! de gemeente Zwolle gevraagd de aanwezige expertise te benutten en te investeren in preventie als motor voor een gezonde, vitale en wendbare Zwolse samenleving. Travers Welzijn heeft een subsidieaanvraag gedaan om alle activiteiten (zie Bijlage 6 voor de activiteiten, door wie deze zijn uitgevoerd en wat de resultaten daarvan zijn) voort te zetten vanaf 2020. In Bijlage 6 zijn drie activiteiten buiten beschouwing gelaten, omdat deze ook al in Bijlage 5 zijn beschreven. Het betreft de activiteiten ‘Deltion jongerenteam’, ‘Fakkelteit’ en ‘Vrouwen coachen meiden’ (gemeente Zwolle, 2020c).

4.1.2 De maatregelen in het veiligheidsdomein In het vervolg zal met een tijdlijn een overzicht worden gegeven van de preventieve, curatieve en repressieve maatregelen die zich in het veiligheidsdomein hebben voorgedaan ten aanzien van overlastgevende en criminele jeugdgroepen.

Justitieel Overleg Risicojongeren In 2013 is door het Veiligheidshuis een Justitieel Overleg Risicojongeren (JOR) in het leven geroepen. De aangesloten ketenpartners zijn het Openbaar Ministerie (OM), de politie, Reclassering Nederland, Tactus, Jeugdbescherming Overijssel, Raad voor de Kinderbescherming en de veiligheidsmakelaar van het Veiligheidshuis. Op basis van een shortlist bespreken ze de Zwolse casuïstiek en worden alle Zwolse jongeren thuis opgezocht. Daar wijst een jeugdagent erop dat zij negatief in beeld zijn en dat de burgemeester vindt dat hun gedrag moet stoppen. Na deze gesprekken krijgen de jongeren en ouders de mogelijkheid om samen deel te nemen aan een Multidisciplinaire Overleg (MDO) om te kijken wat er nodig is om de overlast en/of criminaliteit te laten stoppen. Door de komst van de sociale wijkteams (SWT’s) in 2015 zijn veel werkzaamheden van het ‘team Veiligheid en Leefbaarheid’ overgenomen en zijn ook de werkzaamheden van het JOR veranderd. Zo zijn de SWT’s bijvoorbeeld de huisbezoeken gaan uitvoeren (Kroon, 2020).

Integrale Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE) De gemeente dient vanaf 2015 hulpverlening aan te bieden en op te schalen indien een burger niet meer in staat is om de regie over zijn of haar eigen leven te hebben. In het geval van huishoudens met oplopende problematiek is AVE ontwikkeld om duidelijk te maken wanneer welke partij wat moet doen. Het doel is om (dreigende) escalerende situaties in een huishouden te voorkomen en reeds geëscaleerde situaties te beperken of te beëindigen door een hoger niveau van expertise of een specifieke voorziening in te zetten. Tegelijk met de

De aanpak van jeugdproblematiek 69

implementatie van AVE loopt de doorontwikkeling van het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland (Gemeente Zwolle, 2019c). Het is een samenwerkingsverband tussen zorg- en strafpartners en gemeenten, die vanaf 1 januari 2019 onder eenduidige regie werken aan complexe zorg- en veiligheidsproblemen (Veiligheidshuis IJsselland, 2019; Veiligheidshuis IJsselland, n.b.). Een onderdeel van de doorontwikkeling is een pilot waar het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland de regie voert bij complexe domeinoverstijgende problematiek met risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid. De consequenties van deze pilot zijn opgenomen in de AVE. De AVE bestaat uit vier fasen: AVE 1, AVE 2, AVE 3 en AVE 4. Het overgrote deel van de huishoudens bevindt zich in de eerste fase. Preventie speelt in deze fase een belangrijke rol, omdat eventuele risico’s zo vroeg mogelijk gesignaleerd worden om problemen te voorkomen. In deze fase hebben de inwoners zelf de regie in het opmerken van signalen over zichzelf of anderen. Er is een aantal belangrijke signalen dat wordt genoemd: frequent schoolverzuim, agressief optreden, verwaarlozing en zwerfgedrag van leden van het huishouden. Voor wat betreft signalering en preventie zijn professionals, zoals de huisarts, hulpverlener en wijkagent van belang.

Indien professionals signalen waarnemen, is het afhankelijk van de aard van het signaal welke professional het oppakt. Indien er sprake is van medische signalen behoren ze toe aan de huisarts, terwijl veiligheidskwesties bij de politie terecht dienen te komen en signalen uit het sociale domein bij het SWT. In de fasen die volgen, neemt de problematiek bij huishoudens toe. Daarom is in AVE 2 aanvulling of ondersteuning nodig, terwijl het in AVE 3 en AVE 4 in het belang van de burger en de veiligheid noodzakelijk is dat de regie (tijdelijk) wordt overgenomen (gemeente Zwolle, 2019c).

Het Werkproces Integrale Aanpak Problematische Jeugdgroepen en Groepsgedrag In 2016 is het Werkproces opgesteld en in de plaats gekomen van de groepsscan. De reden hiervoor is dat criminaliteit, overlast en andersoortige overtredingen door problematisch groepsgedrag de openbare orde, sociale norm en/of veiligheid in de woon- en leefomgeving in de gemeente Zwolle verstoren. Het Werkproces bestaat uit zeven stappen en in grove lijnen wordt de jeugdgroep hiermee in beeld gebracht, wordt bepaald of en hoe de groep(sleden) aangepakt moet(en) worden en uiteindelijk wordt de jeugdgroep daadwerkelijk aangepakt. De doelstelling van het Werkproces is vierledig: 1) verminderen van overlastincidenten en criminaliteit door de problematische jeugdgroep; 2) versterken van de sociale positie van de leden van deze problematische jeugdgroep en hen perspec-

70 Jeugdproblematiek in Zwolle

tief bieden; 3) verstoren van de negatieve groepsdynamiek en 4) voorkomen dat nieuwe aanwas zich aansluit. Het is noodzakelijk dat er een duidelijke rolverdeling en verdeling van verantwoordelijkheden is tussen alle aangesloten partijen. Afhankelijk van de problematische jeugdgroep sluiten naast het OM, de politie en gemeente ook andere ketenpartners aan. Hierbij valt te denken aan het jongerenwerk, partners uit het sociaal domein en de (jeugd-)reclassering (Landelijk projectteam proeftuinen, 2016).

Intermezzo – Handreiking duiding problematisch jeugdgroepgedrag Van Ham en Ferwerda (2017) hebben een handreiking gemaakt omdat er behoefte was om bij de uitvoering van dit Werkproces een problematische jeugdgroep of fluïde netwerk te kunnen blijven duiden. De handreiking heeft een drietal doelen: 1) groepen voorzien van een duiding om te kunnen prioriteren, waarbij de ernst van het gedrag, de impact op de omgeving en een eventuele risicovolle ontwikkeling van de groep(sleden) aan de orde komen, 2) bouwstenen leveren om een plan van aanpak op te stellen en 3) de aanpak van de groep kunnen monitoren. Dit gebeurt aan de hand van een kwantitatieve checklist van items. Het heeft een viertal thema’s, waarin ieder thema eigen aspecten en bijbehorende indicatoren heeft (zie bijlage 7). Het eerste thema is ‘Groepskenmerken’ en de bijbehorende aspecten zijn de samenstelling van de groep, de invloed van de groepsdynamica en andere contextuele elementen. Het tweede thema is ‘Impact op de buurt’ waar de focus ligt op de zichtbaarheid van de groep en de mate van intimidatie in de buurt. Het derde thema betreft ‘Criminaliteit en houding’ met als aspecten de omvang en aard van criminaliteit, de omvang en aard van grensoverschrijdend gedrag en de houding jegens professionals. Tot slot is ‘Psychosociale problematiek’ het vierde thema.

Het heeft betrekking op de situatie in het ‘Onderwijs/Werk’ en op het ‘Zorg en welzijn’ aspect (Van Ham & Ferwerda, 2017).

Project Pactum In het voorjaar van 2019 kwamen signalen naar voren dat er sprake was van toenemende onrust op de cocaïnemarkt in Zwolle. Om dit soort geweldsincidenten te voorkomen, is in januari 2020 het integrale project Pactum gestart, waarin de politie Oost-Nederland, de gemeente Zwolle, de belastingdienst Oost-Nederland en het RIEC-Oost Nederland integraal samenwerken. Hiermee wordt getracht de cocaïnemarkt in district IJsselland te verstoren. De cocaïnemarkt wordt beheerst door vijf criminele groepen. De vijf criminele groepen omvatten een flu-

De aanpak van jeugdproblematiek 71

ïde netwerk van ongeveer 70 personen. Er wordt anno 2021 onderzoek verricht in hoeverre bedrijven gerelateerd kunnen worden aan deze personen en in welke branches deze bedrijven actief zijn. Een andere doelstelling is om criminele (bedrijfs-)processen te verstoren. Hieraan verwant is buitenspel zetten van sleutelfiguren in de criminele netwerken en afpakken van crimineel verkregen vermogen. Hiervoor is er ook een belangrijke positie voor het Openbaar Ministerie bij deze integrale samenwerking. Tot slot is er een doelstelling om de jonge aanwas naar criminele netwerken te beperken. Hiervoor is een gecombineerde aanpak van zorg en veiligheid benodigd (gemeente Zwolle, RIEC Oost-Nederland, Politie Oost-Nederland & Belastingdienst Oost-Nederland, 2020).

Een voorbeeld van een groepsgerichte aanpak In 2018 is de AUREUS-groep in beeld gekomen en geprioriteerd door de lokale driehoek. Het betreft een jeugdgroep waarvan alle 37 leden – die in wisselende samenstelling voorkomen in de wijk Holtenbroek – reeds criminele antecedenten hebben en velen zich steeds meer bezig zijn gaan houden met steeds zwaardere en meer georganiseerde vormen van criminaliteit. De aard van de criminele activiteiten is met name dealen van harddrugs en plegen van overvallen en woninginbraken. De leden wanen zich onaantastbaar en hebben geen respect voor gezag. Vaak komen ze uit een gedepriveerde thuissituatie waar de ouders niet voldoende competent blijken te zijn om de jongeren op te voeden, grenzen te stellen en de goede richting op te krijgen. Ook is het lastig om hen te betrekken bij de aanpak. Een bijkomend probleem is dat het een groep betreft waar geen zicht op is, terwijl het een aanzuigende werking heeft op andere jongeren. Hierdoor komt de leefbaarheid van het gebied, waar deze jongeren uit afkomstig zijn, onder druk te staan (gemeente Zwolle, 2020d). Om het groepsgedrag aan te pakken, is op 20 juli 2018 een aantal partijen een samenwerkingsverband aangegaan voor een groepsgerichte aanpak waarbij ze binnen de grenzen van de AVG-informatie met elkaar mogen delen.

Het betrof de volgende partijen: de gemeente Zwolle, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Raad voor de Kinderbescherming, Travers Welzijn en Reclassering Nederland. Sinds 10 december 2019 is daar ook Jeugdbescherming Overijssel bijgekomen (Convenant AUREUS-groep, 2018) en is er later een verbinding met het RIEC gelegd waardoor er een steeds completer beeld is ontstaan van de AUREUSgroep. Voor alle leden die hieruit zijn voortgekomen, is een persoonsgerichte integrale aanpak vormgegeven waarbij gebruik wordt gemaakt van een combinatie van strafrecht, bestuursrecht en, indien nodig, zorg. Daarnaast heeft – in een poging de aanzuigende werking van de groep te doorbreken – ieder individu

72 Jeugdproblematiek in Zwolle

bij de jeugdgroep een brief van de burgemeester gekregen waarin staat dat ze deel uitmaken van de groep, dat informatie wordt gedeeld tussen de politie en andere organisaties en dat bij geconstateerde criminele activiteiten het Openbaar Ministerie nadrukkelijk wordt betrokken (gemeente Zwolle, 2020d). Concluderend wordt in de voortgangsrapportage, die in augustus 2020 is opgemaakt, gesteld dat er meer nodig is om de problematiek aan te pakken omdat de huidige interventies niet voldoende zijn om de doelstellingen te behalen. De criminaliteit, die wordt gepleegd door deze jeugdgroep, is niet teruggedrongen. Daarnaast blijft het overgrote deel onder de radar van de politie of hulpverlening of trekt zich weinig aan van ingezette hulpverlening. Er zijn nog steeds grote zorgen over de aanzuigende werking die de jeugdgroep heeft op andere jongeren. Hierop dient geïnvesteerd te worden door schooluitval te voorkomen bij kwetsbare jongeren die nog niet in de jeugdgroep zitten, hen te ondersteunen in het zoeken van stageplekken et cetera. Straatcoaches en jongerenwerkers spelen hierbij een belangrijke rol (Gemeente Zwolle, 2020d).

Het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland Naast de groepsgerichte aanpak van jeugdgroepen via het Werkproces, werkt het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland ook met een persoonsgerichte aanpak (gemeente Zwolle, 2018). Er is dan sprake van problemen op meer leefgebieden, waar de domeinen zorg en veiligheid bij zijn betrokken en de veiligheid van de persoon en/of zijn/haar omgeving in gevaar is. De problematiek kan niet effectief aangepakt worden door reguliere samenwerking tussen partners in één keten, waardoor samenwerking tussen meerdere ketens benodigd is. Er zal gewerkt worden met regionale casustafels in IJsselland om de kennis van complexe domeinoverstijgende casuïstiek te vergroten en de samenwerking in de keten te bevorderen (Veiligheidshuis IJsselland, n.b.). Zij brengen onder andere de oorzakelijke factoren voor het gedrag in kaart (gemeente Zwolle, 2018). Ook zal in overleg met de gemeenten en partners in meer casussen procesregie gevoerd worden, waarbij – indien nodig – de veiligheidsmakelaars aansluiten bij lokale netwerkoverleggen en incidenteel bij lokale Multidisciplinaire Overleggen (MDO’s) (Veiligheidshuis IJsselland, n.b.).

Om duidelijker te maken wie, met welk doel en met welke inzet deelneemt aan het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland, alsook wie waarover, op welk niveau regie voert en hoe besluitvorming plaatsvindt over complexe zorg- en veiligheidsproblemen is in november 2019 een convenant gesloten tussen de ketenpartners in Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland. De doelstelling is om een bijdrage te leveren aan de algemene veiligheid, verbeteren van de persoonlijke situatie,

De aanpak van jeugdproblematiek 73

voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en/of maatschappelijke uitval door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventies en zorg. Het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland behandelt aan de hand van het werkproces onder andere casuïstiek op risicojongeren (één keer per maand) en veelplegers/Top X criminelen (één keer per twee weken). In tabel 4.1 staan de partijen die het convenant hebben ondertekend, de vaste deelnemers aan de casustafel risicojongeren (Justitieel Overleg Risicojongeren) en de vaste deelnemers aan de casustafel Veelplegers/Top X. Afhankelijk van de casuïstiek sluiten bij de casustafel Veelplegers/Top X ook Team Vangnet Informatie en Advies/Centrale Toegang, Creating Balance, Limor, Humanitas, Trajectum, SWT’s en lokale organisaties aan (Veiligheidshuis IJsselland, 2019). Duidelijk is dat het aantal betrokken instanties groot is. Tabel 4.1 – De aangesloten partijen

Convenant

Casustafel risicojongeren

Casustafel Veelplegers/Top X

Gemeente Zwolle

Veiligheidshuis IJsselland

Veiligheidshuis IJsselland

Gemeente Dalfsen

Politie Regionale Eenheid Oost-Nederland

Politie Regionale Eenheid Oost-Nederland

Gemeente Deventer

Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie

Gemeente Hardenberg

Gemeente

Gemeente

Gemeente Kampen

Reclassering Nederland

Reclassering Nederland

Gemeente Olst-Wijhe

Tactus

Tactus

Gemeente Ommen

Raad van de Kinderbescherming

Dienst Justitiële Inrichtingen/ Penitentiaire Inrichtingen

Gemeente Raalte

Jeugd Bescherming Overijssel

Leger des Heils

Gemeente Staphorst

Sociaal Wijkteam

Gemeente Steenwijkerland

Leerplicht

Gemeente Zwartewaterland Politie Regionale Eenheid Oost-Nederland Openbaar Ministerie Dienst Justitiële Inrichtingen GGD IJsselland Veilig Thuis

74 Jeugdproblematiek in Zwolle

Convenant

Casustafel risicojongeren

Casustafel Veelplegers/Top X

HALT Iriszorg Trajectum Stichting Dimence Stichting Transfore Leger des Heils Reclassering Nederland Tactus Humanitas MEE IJsselland Raad voor de Kinderbescherming RIBW IJsselland Jeugdbescherming Overijssel Slachtofferhulp Nederland Pactum Raster Limor Trias Vitree WSG Creating Balance Stichting de Kern

4.2 Groepsinterviews In deze paragraaf staan de bevindingen uit de groepsgesprekken over de aanpak van de Zwolse jeugdproblematiek centraal. De experts zijn gevraagd naar hun perceptie op de huidige aanpak en hun visie op mogelijke verbeterpunten. De meerderheid van de experts geeft aan dat de aanpak in Zwolle de laatste jaren is verbeterd. Er is meer aandacht voor jeugdproblematiek, er wordt beter samengewerkt en er zijn veel nieuwe initiatieven. Desondanks geven ze ook een aantal kritiek- en verbeterpunten. De meningen van de experts zijn in drie hoofdthema’s besproken: de jeugdketen, het gemeentelijk beleid en aanbod en voorzieningen.

De aanpak van jeugdproblematiek 75

4.2.1 De jeugdketen De jeugdketen in Zwolle wordt gekenmerkt door een groot aantal partners. Er zijn veel instanties die zich inzetten voor de jeugd. Dit maakt de aanpak lastig. Twee onderwerpen zijn in de interviews met name aangedragen om de aanpak in de jeugdketen te optimaliseren, namelijk de integrale samenwerking en een centrale regie. De onderwerpen liggen in elkaars verlengde. De wens voor een centrale regie komt voort uit de wens voor meer integrale samenwerking en vice versa.

Integrale samenwerking De wens voor een betere integrale samenwerking is het meest gehoorde verbeterpunt in de interviews. Hoewel de ketensamenwerking de laatste jaren is verbeterd, kan dit nog beter, vinden bijna alle experts. De ketensamenwerking loopt vast op het niet begrijpen van elkaars werkzaamheden, doelen en jargon. Een jeugdagent formuleert het als volgt: ‘Er is te weinig inzicht in elkaars organisatie en hoe deze organisaties te werk gaan. Er is geen interesse over en weer.’ Hierdoor maken ze niet optimaal gebruik van elkaars expertise. Experts vanuit het zorg- en welzijnsdomein en de politie willen daarom meer kennis over de ketenpartners. Daarnaast loopt de integrale samenwerking vast op informatiedeling. Op dit moment is de informatiedeling niet optimaal. Belangrijke informatie delen ze niet altijd. Een jongerenwerker geeft een voorbeeld uit de praktijk: ‘Er wordt weinig tot geen informatie gedeeld tussen het sociale wijkteam en de jongerenwerkers.’ Hierdoor is niet iedere ketenpartner op de hoogte van elkaars inzichten en aanpakken en is de effectiviteit van de aanpak van de jeugdproblematiek nog niet optimaal. De kwaliteit van de samenwerking en het delen van informatie verschillen per wijk, geeft de jongerenwerker aan. Het gebrek aan een goede integrale samenwerking is tevens terug te zien in overdrachten tussen instanties.

Wanneer een jeugdige de keten doorloopt, is er volgens de experts te weinig aandacht voor een goede overdracht. Vooral experts vanuit zorg en welzijn geven aan dat jeugdigen meer aan de hand genomen moeten worden. Omdat jeugdigen in sommige gevallen worden doorverwezen zonder begeleiding, vallen er meer uit. Een betere samenwerking kan ervoor zorgen dat jeugdigen binnen de keten blijven én het kan zorgen voor een betere afstemming over de aanpak. De experts spreken de wens uit dat instanties zich pas terugtrekken, wanneer ze een jeugdige naar een andere instantie hebben begeleid. De overdracht van informatie en van casussen zou gemakkelijker zijn wanneer er meer sprake is van integrale samenwerking.

76 Jeugdproblematiek in Zwolle

Een centrale regie Samenhangend met de wens voor meer integrale samenwerking, geven de experts uit het zorg- en welzijnsdomein aan dat ze een sterke regie bij de jeugdketen missen. Experts van de politie en de zorg geven aan dat de gemeente de regierol niet (genoeg) oppakt.

Intermezzo – Citaat van een jongerenwerker ‘Zwolle is geen sterke regiestad. Het regisseren wordt erbij gedaan, dat zie je aan alles. We moeten meer de regie houden op dit soort vraagstukken. Meer overzicht: wie houdt zich met wie bezig. Soms zijn er vier instanties met een jongere bezig. Als we meer overzicht krijgen in wie wat doet in welk soort situaties, verbetert de aanpak. Daarnaast wordt het ook voor gezinnen gemakkelijker om hulp te vinden.’

Door een gebrek aan regie en een goede integrale samenwerking sluit een aanpak minder goed aan bij de jeugdige en/of het gezin, omdat informatie ontbreekt of omdat er meerdere hulpverleners in hetzelfde gezin bezig zijn zonder dit van elkaar te weten. Op dit moment ligt de regie bij de sociale wijkteams totdat een casus of jeugdige bij de jeugdbescherming terechtkomt. Experts buiten de sociale wijkteams geven aan dat zij ook willen dat het sociale wijkteam de regie oppakt. Zij zien geen andere partner die dit kan oppakken en zijn van mening dat er geen nieuwe instantie bij moet komen. Er zijn ook experts die zich niet bewust zijn van de regierol van de sociale wijkteams. Ook medewerkers van de sociale wijkteams zelf herkennen deze functie niet of geven aan dat de regiefunctie van de sociale wijkteams weinig tot niet wordt opgepakt. Een medewerker van een sociaal wijkteam geeft aan: ‘Als wijkteam lukt het niet om regie te hebben. In een gezin zit een jeugdreclasseerder, een psychiater en een hulpverlener voor de ouders die niet samenwerken. Er zijn zorgen over kind X, Y, Z. Het ene kind kan dit niet en het andere kan dat niet. Wie heeft dan de regie? Wie informeert wie? Dat is een kunst. We hebben daar als sociaal wijkteam in de praktijk niet echt de regie over.

We kunnen ook niet alle kikkers in de kruiwagen houden.’ Een enkele expert is van mening dat er een andere instantie moet komen die de regie wel duidelijk voert. Zo willen experts vanuit de jeugdbescherming en -reclassering naar ‘stadsmariniers’ die outreachend te werk gaan. Een beleidsmedewerker geeft aan dat jongerenwerkers de regierol ook kunnen oppakken.

De aanpak van jeugdproblematiek 77

Een persoonsgerichte aanpak Naast de wens voor een verbeterde samenwerking en een centrale regie, bestaat de breed uitgesproken wens van de experts uit het zorg- en welzijnsdomein voor een persoonsgerichte aanpak bij de jeugdketen. Door meer persoonsgericht te werken, zouden de aanpakken beter kunnen aansluiten bij de jeugdige zelf. De behoefte bestaat aan een medewerker die ‘achter de voordeur komt’, naast een jeugdige staat en deze door de keten ‘volgt’. Iemand die er ervoor kan zorgen dat er wordt gewerkt vanuit de vraag van de client, in plaats van uit het aanbod van de instanties. Hierdoor kan men ‘achter de voordeur’ komen. Dit vergt omdenken, geeft een medewerker van een sociaal wijkteam aan. In de keten wordt nu nog te veel vanuit het aanbod gekeken en denken medewerkers nog te vaak institutioneel.

Intermezzo – Citaat van een medewerker van het sociaal wijkteam ‘Ik zou graag met alle organisaties rond de tafel willen zitten en dan kijken hoe we de keten zouden inrichten. Dat iedereen uit zijn/haar rol stapt en niet vanuit zijn of haar institutie denkt maar vanuit expertise. Dat we dan gaan kijken hoe de reis van een jeugdige gaat, namelijk vanaf de eerste keer dat diegene in contact komt met de keten tot aan het einde van de keten. Daarbij is ook een belangrijke vraag hoe we de keten zo kunnen inrichten dat we als keten aanwezig zijn op de belangrijkste momenten. Hiermee kijken we via een klantenreis naar hoe we de jeugdige het best kunnen bedienen. We kijken dan dus meer naar de persoon dan naar de instantie.’

4.2.2 Gemeentelijk beleid Tijdens de interviews is er door de experts veel gesproken over het gemeentelijke beleid. Bijna alle experts geven aan dat de gemeente de laatste jaren meer investeert in de Zwolse jeugd. Er is meer aandacht voor de jeugd en voor jeugdproblematiek. Er is een aantal punten waarop de experts verbetering willen zien. De twee belangrijkste thema’s zijn de visie van de gemeente op jeugdhulp en lokaal beleid.

Een sterke gemeentelijke visie Gerelateerd aan de wens voor een betere integrale samenwerking en een centrale regie, is de wens voor een sterkere visie van de gemeente op deze twee thema’s. Experts vanuit het beleidsdomein en het zorg- en welzijnsdomein hopen dat dit verbetering en verheldering tot gevolg heeft. Daarnaast hebben

78 Jeugdproblematiek in Zwolle

experts uit het zorg- en welzijnsdomein ook de wens voor een sterkere visie van de gemeente op preventie en jeugdhulp. Experts zijn het erover eens dat Zwolle een groot zorgaanbod kent voor de jeugd. Experts vanuit het beleidsdomein en het zorg- en welzijnsdomein geven echter aan dat jeugdzorg te vaak aanbodgericht is, in plaats van vraaggericht. Hierdoor vallen sommige jongeren tussen wal en schip, omdat hun problematiek niet binnen het geselecteerde aanbod valt. Daarnaast willen experts vanuit het onderwijs, de zorg en de politie dat de gemeente meer nadruk legt op vroegsignalering en preventie. Hoewel deze experts blij zijn met het huidige beleid, de gemeente Zwolle richt zich namelijk al op preventie, kan er volgens sommige experts nog meer worden geïnvesteerd. Desondanks zijn er ook experts uit de jeugdbescherming en -reclassering die aangeven dat ze willen dat de gemeente juist zwaardere jeugdhulp inzet. Deze experts zijn het eens met de visie: ‘Zo zwaar als moet, zo licht als kan’, maar vinden dat de gemeente te lang wacht met het inzetten van zwaardere jeugdhulp. Een jeugdbeschermer geeft aan: ‘Wanneer de jeugdigen bij mij komen, hebben ze de hele keten al doorlopen. Ze zijn dan minder beïnvloedbaar geworden.’ Zij willen dat de gemeente vaker inzet op zware jeugdhulp waar nodig.

Daarnaast zouden de experts, die jeugdhulp inzetten, graag meer vertrouwen willen krijgen van de gemeente. De experts geven aan veel tijd kwijt te zijn aan het onderbouwen van hun keuzes voor de gemeente. Dit zorgt voor hoge administratieve lasten. Ook hebben ze vaak discussies met de gemeente of bepaalde zorg wel nodig is. Dit kan voor de zorgaanbieders voelen als een vorm van wantrouwen in hun expertise en werkwijze.

Lokaal beleid Het tweede thema is de wens voor lokaal beleid. Experts geven aan dat de wijken in Zwolle van elkaar verschillen. Daarom willen ze beleid dat op wijkniveau wordt ontwikkeld. Op wijkniveau kan er namelijk beter worden gekeken naar wat de behoeften zijn van de jeugd uit de specifieke wijk. De wens voor lokaal beleid wordt op verschillende punten toegelicht:

Informatieverzameling Ten eerste willen experts meer informatieverzameling op wijkniveau. Meerdere wijkmanagers zouden de jongerenindex graag terug willen. Een wijkmanager zegt hierover: ‘Eerst hadden we de Jongerenindex. Deze gaf aan hoe de jongeren in een bepaalde wijk het deden in vergelijking met de jongeren uit andere wijken. Hier konden we dan op inspelen.’ Ook geven wijkmanagers aan dat – omdat het veiligheidsbeleid wordt georganiseerd op stadsniveau, in plaats van op wijkni-

De aanpak van jeugdproblematiek 79

veau – er bij het veiligheidsbeleid te weinig lokale kennis is over wat nodig is en kan er minder maatwerk worden geleverd.

School als centrale ontmoetingsplek De wens voor een meer lokale aanpak bestaat ook bij onderwijs- en zorgmedewerkers. Hierbij neemt school een speciale plek in. Meerdere experts geven aan dat de school te weinig wordt ingezet in de aanpak van de problematiek. Dit is volgens hen een gemiste kans. Jeugdigen brengen veel tijd door op school. Daar zou de aanpak meer op moeten inspelen. Zo geeft een onderwijsmedewerker aan dat ze de school graag zou inrichten als een ontmoetingsplaats. In school kan op een laagdrempelige manier met kinderen worden gesproken. Daarnaast willen experts uit het domein zorg en welzijn dat bestaande interventies meer geïntegreerd worden in de school. Ook vanuit het sociale wijkteam en de politie bestaat de wens om meer met het onderwijs samen te werken.

Intermezzo – Citaat van een onderwijsmedewerker ‘Wij hebben per dag 9.000 leerlingen op school. Dat is een dorp op zich. Het zou mooi zijn als je in samenwerking met de gemeente meer gaat ondernemen en dat de politie op reguliere basis rondjes maakt of contact zoekt met studenten. Daar zijn we al jaren mee bezig maar het komt niet van de grond omdat er geen geld voor zou zijn.

In de wijk achter de voordeur Er bestaat ook de wens voor een lokale aanpak om beter achter de voordeur te kun-nen komen. Op dit moment gebeurt dat niet genoeg, geven veel experts aan uit onder andere de zorg en welzijn, het veiligheids- en beleidsdomein. Het gaat om gezinnen waarbij jeugdproblematiek speelt, maar die geen hulpvragen stellen. Ook zijn deze gezinnen onbekend met de zorgstructuren, spreken zij geen Nederlands en/of heb-ben zij een negatieve houding jegens de overheid. Hierdoor is het moeilijk om hen te bereiken. Meerdere experts willen de aanpak meer lokaal georganiseerd, zodat er meer aandacht is voor deze gezinnen. Met een lokale aanpak kunnen betere banden ontstaan tussen de instanties en deze gezinnen. Ook willen experts uit het zorg- en welzijnsdomein dat er meer aandacht uitgaat naar outreachend werken. Door achter de voordeur te komen, verbetert de vroegsignalering.

80 Jeugdproblematiek in Zwolle

Ruimte voor de stem van de Zwolse jeugd Tenslotte willen experts uit het onderwijs een meer lokale aanpak zodat er ruimte ontstaat voor de stem van de Zwolse jeugd in de wijken. Er wordt volgens de experts veel over in plaats van met de jeugd gepraat. Hierdoor sluit het beleid niet aan bij de belevingswereld van de jeugd. Er is meerdere keren gesproken over een kloof tussen experts en jongeren. Het is belangrijk dat er een vertaalslag plaatsvindt volgens een onderwijsmedewerker: ‘We moeten de jeugd beter begrijpen en ze moeten een eigen stem krijgen in de aanpak van jeugdproblematiek.’

4.2.3 Aanbod en voorzieningen Tijdens de interviews hebben experts aangegeven wat hun perceptie is op het aanbod van de aanpak en voorzieningen. In het vervolg staan eerst de voorzieningen voor de professionals zelf en daarna het aanbod en de voorzieningen voor de Zwolse jeugd. Allereerst hebben de experts een aantal punten naar voren gebracht die de voorzieningen voor de professionals kunnen verbeteren:

Behoefte aan expertise Bij de voorziening voor professionals klinkt vanuit alle domeinen de behoefte aan meer expertise. Experts geven aan dat ze zich graag verder ontwikkelen over jeugdproblematiek. Hun kennis over de online jeugdproblematiek kan verbeteren. Daarnaast geven specifiek experts uit het veiligheidsdomein aan dat ze meer expertise willen op het gebied van online jeugdcriminaliteit. Experts vanuit het veiligheidsdomein, het onderwijs en de zorg geven aan dat ze soms het idee hebben dat Zwolse professionals in het algemeen jeugdexpertise missen, vooral op het gebied van drugscriminaliteit. Daarnaast geven experts uit het zorgdomein aan dat er een groot verloop is onder professionals, waardoor er expertise verloren gaat.

Meer capaciteit Ten tweede willen de experts meer capaciteit voor jeugdagenten en jongerenwerkers. Hoewel sommige experts kritisch zijn op de mate van de kennis over jeugdproblematiek onder de professionals in Zwolle, zijn alle experts enthousiast over de expertise en inzet van de jongerenwerkers en jeugdagenten. Wanneer er wordt gevraagd waar de experts zelf geld in zouden investeren, geven opmerkelijk veel aan dat ze zouden investeren in jeugdagenten en jongerenwerkers. De waarde hiervan schatten alle experts hoog in. Overigens valt het op dat veel experts aangeven dat er een tekort is aan capaciteit, niet alleen bij de jongerenwerkers en politie, ook bij de wijkteams, de zorgaanbieders en bij het onderwijs. Meerdere

De aanpak van jeugdproblematiek 81

experts laten weten dat ze graag een vermindering willen zien in administratieve lasten. Dit geluid klinkt terug bij experts uit het zorg- en welzijnsdomein, maar ook bij de politie.

Aanbod en voorzieningen voor jongeren Wanneer we kijken naar het aanbod van instanties en voorzieningen voor jongeren vallen er een aantal punten op:

Diversiteit Een aantal experts vanuit de zorg en het veiligheidsdomein vinden dat instanties in Zwolle te ‘wit’ zijn. Hierdoor sluit de aanpak niet genoeg aan bij gezinnen met een migratieachtergrond. Medewerkers met een migratieachtergrond zouden mogelijk gemakkelijker ‘achter de voordeur’ kunnen komen bij gezinnen met een migratieachtergrond. Niet alle experts zijn het hiermee eens. Sommigen geven aan dat de instanties in hun ogen divers genoeg zijn.

Saneren Een handvol experts pleit voor het saneren van sommige organisaties. Een onderwijsmedewerker geeft aan dat er vijf verschillende jeugdinstanties bestaan voor dyslexie. De experts willen meer investeringen in een aantal organisaties. Het aanbod voor jongeren zal dan tevens overzichtelijker zijn.

Fysiek aanbod Wanneer ze kijken naar het fysieke aanbod, geven experts uit het zorg- en welzijnsdomein aan dat er een woningtekort in Zwolle is. Hierdoor kunnen jongeren van 18 jaar of ouder moeilijk aan een goedkope woning komen. Daarnaast is er in Zwolle geen mogelijkheid voor begeleid wonen in een open setting, terwijl veel jongeren daar wel voor in aanmerking komen. Ook zijn er te weinig pleeggezinnen. Diverse zorgmedewerkers laten weten dat er te weinig dagbehandelingen in Zwolle zijn, een gemis in het zorgaanbod. Een expert zegt dat dit door een verandering in visie komt. Meer dan eerst wordt de problematiek nu meer in het gezin opgelost, dan dat er voor een oplossing buiten het gezin wordt gezocht. De zorgexperts zijn het eens met deze visie, maar vinden het in sommige gezinnen nodig dat een kind naar een dagbehandeling gaat. Zij zouden dit graag meer terugzien in het aanbod. Een medewerker, werkzaam in het team voor jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, geeft aan dat ze wil dat deze jongeren een postadres kunnen krijgen. Dat is nu alleen mogelijk als ze echt ergens wonen. Met een postadres kunnen ze een uitkering aanvragen en komen ze in contact

82 Jeugdproblematiek in Zwolle

met instanties die ze met hun schulden kunnen helpen. Als laatste laten experts in bijna de helft van de groepsgesprekken weten dat ze meer sportvoorzieningen voor de Zwolse jeugd willen. Een expert uit het onderwijs vindt dat veel sportvoorzieningen voor jongeren ouder dan 18 jaar zijn. Daarnaast wordt er vaak verwacht dat de jongeren op gezette tijden trainen en worden de voorzieningen soms als te hoogdrempelig ervaren. Samenvattend zijn de knel- en verbeterpunten bij de aanpak van de Zwolse jeugdproblematiek schematisch weergegeven in figuur 4.1. Figuur 4.1 – Knel- en verbeterpunten bij aanpak Zwolse jeugdproblematiek

De jeugdketen Hoeveelheid aanbieders Integrale samenwerking Centrale regie Kennis over ketenpartners Informatiedeling tussen ketenpartners Goede overdracht Persoonsgerichte aanpak Institutioneel denken

Gemeentelijk beleid Lokale kennis Lokaal beleid Outreachend werken Visie gemeente Gevoelens van wantrouwen

Aanbod en voorzieningen Expertise online- en drugscriminaliteit Capaciteit jongerenwerkers en jeugdagenten Diversiteit organisaties Woninggebrek Pleeggezinnen Dagbehandelingen Sportvoorzieningen

De aanpak van jeugdproblematiek 83

4.3 Resumé In dit hoofdstuk is gekeken naar alle beleidsmaatregelen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd om de jeugdproblematiek in Zwolle aan te pakken. Daarna is in de groepsinterviews nagegaan waar deze beleidsmaatregelen verbetering behoeven en waar lacunes in de aanpak zitten. Uit de beleidsanalyse blijkt ten eerste dat een aantal jaren geleden twee belangrijke veranderingen zijn geweest. Zo is op 1 augustus 2014 de Wet Passend Onderwijs ingevoerd, waardoor sindsdien alle Zwolse scholen verantwoordelijk zijn voor het op maat ondersteunen van kinderen en jongeren. Daarnaast geldt sinds 1 januari 2015 de Jeugdwet, waardoor de gemeente Zwolle verantwoordelijk is voor alle vormen van jeugdhulp en de verbinding met het brede jeugdbeleid voor jongeren tot 18 jaar. Hierbij is de doelstelling van de gemeente dat zware en veelal duurdere hulp wordt tegengegaan of verkort door in te zetten op preventieve maatregelen. Deze maatregelen worden gekenmerkt door twee uitspraken: ‘Eén gezin, één plan’ en ‘Zo zwaar als moet, zo licht als kan’.

Tevens wil de gemeente van verkokerd naar geïntegreerd werken, van aanbodgerichte hulpverlening naar vraaggerichte hulpverlening, van hulp los van de leefomgeving naar hulp rond het gezin en vandaaruit inschakelen van de eigen kracht, van problemen achteraf oplossen naar problemen of escalatie voorkomen; van praten, doorverwijzen en doorzetten naar geïntegreerd werken met elkaar rond gezinnen. In 2020 zijn op landelijk niveau de drie decentralisatie in het sociaal domein, waaronder de Jeugdwet, geëvalueerd. Hoewel veel gemeenten laagdrempelige toegang tot sociaaldomeinvoorzieningen hebben georganiseerd, bijvoorbeeld door het opzetten van sociale wijkteams, blijkt de decentralisatie niet te voldoen aan de verwachtingen die het met zich meebracht. Zo blijft het outreachend werken achter en lukt het niet om vroegtijdig jeugdzorg te bieden door onder andere te lange wachtlijsten. Verder is het in de gemeenten waar een integrale aanpak is gerealiseerd vaak niet duidelijk welke instantie verantwoordelijk is voor welke hulp. Dit komt doordat hierop niet duidelijk regie wordt gevoerd en instanties het lastig vinden om informatie uit te wisselen. Het laatste punt uit de evaluatie is dat het sociaal domein niet minder complex is geworden en dat er nog steeds veel actoren, regelingen en voorzieningen zijn waardoor het voor burgers en professionals moeilijk is om hun weg hierin te vinden.

Sinds 2015 zijn in de gemeente Zwolle veel aanpakken gestart. Zo heeft de gemeente in de periode 2015-2018 bijvoorbeeld geïnvesteerd in 13 preventieve maatregelen in het sociaal domein. De opbrengsten hiervan boden perspectief voor het voorkomen van schooluitval, kindermishandeling en het onnodig inzetten van duurdere, niet vrij toegankelijke jeugdhulp. Ook in het veiligheidsdo-

84 Jeugdproblematiek in Zwolle

mein zijn er verschillende initiatieven geweest om jeugdproblematiek preventief, curatief of repressief aan te pakken. Zo wordt via het Werkproces een groepsgerichte aanpak voor de criminele AUREUS-groep. Doordat de criminaliteit die deze jeugdgroep pleegt niet is afgenomen, is gebleken dat er meer nodig is om de problematiek aan te pakken. Dit moet er ook voor zorgen dat de aanzuigende werking die de jeugdgroep heeft op jonge aanwas wordt tegengegaan. Dat zou moeten gebeuren door bij kwetsbare jongeren schooluitval te voorkomen en hen te ondersteunen bij het vinden van stageplekken en dergelijke. Hier ligt een belangrijke rol voor straatcoaches en jongerenwerkers. Naast een groepsgerichte aanpak werkt het Zorg- en Veiligheidshuis ook met een persoonsgerichte aanpak. Het betreft een samenwerking die middels een convenant is ondertekend door 11 gemeenten en 27 andere instanties. Uit de groepsinterviews blijkt dat veel experts vinden dat de aanpak van jeugdproblematiek is verbeterd. Er is meer aandacht voor, er wordt meer samengewerkt en er zijn veel nieuwe initiatieven. Toch zijn er volgens de experts ook kritiek- en verbeterpunten, ingedeeld in drie thema’s, die overeenkomsten vertonen met de landelijke evaluatie van de Jeugdwet. Allereerst zijn veel instanties betrokken bij de jeugdketen.

Omdat dit de aanpak bemoeilijkt, dient er volgens de experts een betere integrale samenwerking te komen. Tot dusverre komt het voor dat de betrokken partners elkaars doelen, werkzaamheden en jargon niet altijd goed/volledig begrijpen, dat ze belangrijke informatie niet uitwisselen en overdrachten hierdoor minder succesvol verlopen. Hierdoor maken ze niet optimaal gebruik van elkaars expertise en is de aanpak minder effectief dan mogelijk is. Daarnaast moet meer centrale regie gevoerd worden in de jeugdketen. Op dit moment ligt de regie bij de sociale wijkteams, maar zowel de sociale wijkteams als de andere partners herkennen deze rol niet. Wanneer de integrale samenwerking en de centrale regierol beter worden uitgevoerd, zal de aanpak beter aansluiten bij de jeugdigen en hun gezin en kan de jeugdketen meer persoonsgericht ingericht worden in plaats van dat er aanbodgericht gewerkt blijft worden. Het tweede thema is het gemeentelijk beleid, waarbij de wens bestaat voor een sterkere visie van de gemeente op de integrale samenwerking en de regierol van de gemeente. Ook willen zij een duidelijkere visie op jeugdhulp en preventie. Tot dusverre is het zorgaanbod erg groot en is het werk te aanbodgericht. Een andere wens is dat het beleid zich meer op wijkniveau ontwikkelt.

Veel maatregelen en initiatieven zijn tot dusverre op stadsniveau georganiseerd en niet op wijkniveau, terwijl er verschillen zijn tussen wijken in waar behoefte aan is en wat een verschillende aanpak vereist. Om dit te verbeteren, dient de school beter ingezet te worden in de aanpak van de problematiek, moet de lokale aan-

De aanpak van jeugdproblematiek 85

pak ervoor zorgen dat de deelnemende partijen beter achter de voordeur komen bij moeilijk bereikbare gezinnen waar jeugdproblematiek speelt en moet er vaker met dan over jeugdigen gesproken worden. Het derde en laatste thema is het aanbod en de voorzieningen. De experts willen zelf meer expertise hebben, met name over de online jeugdproblematiek en specifiek online drugscriminaliteit. Ook willen zij dat er meer capaciteit beschikbaar komt voor jeugdagenten en jongerenwerkers. Wat betreft het aanbod en de voorzieningen voor jeugdigen pleiten sommige experts ervoor dat het aantal organisaties, dat betrokken is bij de jeugdketen, vermindert. Dit maakt het hulpaanbod overzichtelijker. Wat betreft het fysieke aanbod is aangegeven dat er een woningtekort is en dat er geen mogelijkheid bestaat voor begeleid wonen in een open setting terwijl jongeren daar wel voor in aanmerking komen, dat er te weinig pleeggezinnen zijn, evenals mogelijkheden voor dagbesteding, sportvoorzieningen en postadressen voor jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats.

86 Jeugdproblematiek in Zwolle

Geraadpleegde bronnen

Documenten Bakker, K., de Wilde, E. J. & Kooijman, H. (2017). Die jeugd van tegenwoordig. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Berghuis, A.C. & Waard, J. de (2017). Verdampende jeugdcriminaliteit. Verklaringen van de internationale daling. Justitiële verkenningen, 43(1), 10-27. Bombosch, B. (2010). De longitudinale relatie tussen externaliserend en internaliserend probleemgedrag als verklaring voor comorbiditeit. Een longitudinaal onderzoek naar probleemgedrag bij een niet-klinische populatie Vlaamse jongeren [Masterthesis]. Utrecht: Universiteit Utrecht. Booij, M. (2020). Zwolse jongeren doorgrond. Een probleemanalyse van NEETs in Zwolle. Zwolle: Hogeschool Viaa. Boonstra, N., Gilsing, R., Hermens, N. & Van Marissing, E. (2010). Sporten, geen probleem. Een onderzoek naar het bevorderen van sportdeelname van jeugdigen met gedragsproblemen. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Bui, L., Farrington, D. P. & Ueda, M. (2018). Potential Risk Factors for Serious Delinquency: Findings from Osaka Male Youths. In: Liu, J. & Miyazawa, S. (Eds.), Crime and Justice in Contemporary Japan (pp. 119-135). Cham: Springer. CBS (2018). Jeugdhulp 2018. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. CBS (2019). Veiligheidsmonitor 2019. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Geraadpleegde bronnen 87

Drieschner, K., Hesper, B. & Delforterie, M. (2019). Dynamic Risk Outcome Scales 2.0. Zwolle: Trajectum. Esbensen, F. & Weerman, F.M. (2005). Youth gangs and troublesome youth groups in the United States and the Netherlands: A cross-national comparison. European Journal of Criminology, 2(1), 5-37. Farrell, G., Tseloni, A., Mailley, J. & Tilley, N. (2011). The crime drop and the security hypothesis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 48(2), 147-175. Ferwerda, H. & Ham, T. van (2015). Problematische jeugdgroepen in Nederland. Omvang en aard in het najaar van 2014. Arnhem: Bureau Beke. Ferwerda, H., Ham, T. van & Jager, D. (2016). Kijk op jeugdcriminaliteit. Handvatten voor het opstellen van een periodieke trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit en een overzicht van veelbelovende aanpakken. Arnhem: Bureau Beke. Ferwerda, H., & van Ham, T. (2017). Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen. Justitiële Verkenningen, 43(1), 120- 127. Gemeente Zwolle (2012). De toekomst van Zwolle. Samen werken aan verbeteringen voor de jeugd. Zwolle: Gemeente Zwolle. Gemeente Zwolle (2014). Beleidsplan Jeugdhulp 2015-2016. Zwolle: Gemeente Zwolle. Gemeente Zwolle & Besturenoverleg lokaal onderwijs Zwolle (2016). Krachten bundelen voor ‘De toekomst van Zwolle’. Scholen en gemeente: samen voor positieve resultaten voor de jeugd. Zwolle: Gemeente Zwolle. Gemeente Zwolle (2018).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=9c0be17e-bb37-4549-9e3c-56bd71b00f0b