Nota van Uitgangspunten District Z | Werkplaatsen | Lurelui
Tekst van het document
Onderwijs Onderwijsfuncties zijn eveneens een belangrijke drager voor de nieuwe gebiedsidentiteit. Zwolle is een belangrijk regionaal centrum voor (beroeps)onderwijs met een groot aanbod in MBO en HBO. De diverse onderwijsinstellingen groeien en daarmee ook het aantal studenten in de stad. De impact is groot op de economie, de cultuur in de stad, de beleving, de bevolkingsamenstelling (jonge mensen) en de verstedelijking (wanneer studenten blijven wonen in Zwolle). Voor de toekomst van de regio Zwolle is er ook veel aan gelegen om het onderwijs te versterken en verder te verbinden met de stedelijke economie. Het is een bewuste keuze om de bijzondere kwaliteiten van de Spoorzone hiervoor in te zetten.
Ook voor cultuur, onderwijs en horeca zijn de Werkplaatsen een geschenk voor de stad. Het doel is onder meer om veel wisselwerking te laten ontstaan met het economische profiel van ‘maken’ en ‘creativiteit’. Maar voor de beleving en voor de wisselwering met het wonen is het belangrijk dat er meer is, en er verspreid over het plangebied een gevarieerd programma ontstaat. Het gaat daarbij om verschillende sferen, om bepaalde levendigheid en (ook) om het activeren van de ruimten tussen de gebouwen. Het type voorziening bepaalt immers in sterke mate de ‘kleur’ van het gebruik, en daarmee het karakter en de beleving van de pleinen en andere buitenruimten. Cultuur Culturele functies zullen heel bepalend gaan zijn voor de nieuwe gebiedsidentiteit. Het gaat daarbij om een mix van culturele publieksfuncties in de vorm van podia, expositieruimtes, kunstmuseum e.d. Met name het industriële hallencomplex biedt de perfecte omgeving voor verbeelding, creativiteit en kruisbestuiving. Het is een kans voor de regio Zwolle om hier de interactie te zoeken tussen culturele functies en de innovatiehubs rondom ‘maken’ en ‘creativiteit’.
In de grote centrale hal krijgt onderwijs een dragende functie. Het gaat daarbij om onderwijsfuncties die de relatie gaan leggen met de ecosystemen rondom ‘maken’ en ‘creativiteit’. Onderwijs in kunst & cultuur en slimme maakindustrie is natuurlijk heel passend. Naast de vestiging van onderwijsinstellingen (vakschool, hogeschool) kan het in het verdere plangebied ook gaan om crossover initiatieven gericht op kruisbestuiving van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap. Naast MBO en HBO is daarbij ook de verbinding met een universiteit denkbaar. Steeds meer zoeken universiteiten ook in andere steden nieuwe partnerschappen.
Het doel is dat de culturele activiteiten zich gaan richten op meerdere doelgroepen. Soms zal het aansprekend zijn voor enkele subculturen en op andere momenten voor het grote publiek; het doel is in ieder geval dat er een informele en uitnodigende ontmoetingsplek ontstaat. Het karakter van de plek leent zich voor een eigenzinnig en alternatief profiel, met ruimte voor experiment en avontuur. Zo kan hier een onconventionele nieuwe plek in het sociaal-culturele weefsel van Zwolle ontstaan.
Horeca en verblijfsaccommodaties Voor de nieuwe gebiedsidentiteit zijn horecavoorzieningen onmisbaar. Het zijn bij uitstek publieke functies met aantrekkingskracht. Een diversiteit aan horeca draagt bij aan de gewenste levendige sfeer en de toegankelijkheid voor een breed publiek. Horeca wordt verspreid over het gebied. Zo kunnen uiteenlopende doelgroepen worden bediend en kan levendigheid worden gecreëerd op de verschillende plekken. Het doel is dat met name District Z en de Werkplaatsen gaan ‘leven’ en zich ontwikkelen tot een alternatief centrumstedelijk milieu.
Binnen de Werkplaatsen zal ruimte komen voor creatieve en culturele initiatieven van onderop. Met dergelijke (kleinschalige) initiatieven kan binnen het industriële karakter de broedplaatssfeer worden versterkt rondom de innovatiehubs. Bij het ontwikkelen van de hallen is het belangrijk dat bepaalde ruimtes betaalbaar blijven voor de doelgroep. Ook pop-up initiatieven en culturele evenementen zijn belangrijk om de juiste sfeer te zetten. Vooral in de eerste fase moet het gebied nog op de kaart worden gezet en kunnen pioniers bepalend zijn voor het aantrekken van publiek. Met het verder ontwikkelen van het plangebied is het doel om hier blijvend een bestendige groep van creatievelingen te huisvesten.
Specifieke plekken die zich lenen voor cafés en restaurants zijn onder meer de plinten in District Z (bij de stationsentree en langs het Engelenpad) en in wisselwerking met de creatieve hubs binnen de Werkplaatsen. Authentieke, vernieuwende en duurzame formules hebben de voorkeur omdat deze eigen verhalen creëren die weer iets toevoegen aan de gebiedsidentiteit. Dat geldt zeker ook voor lokaal geproduceerd voedsel zoals een restaurant met eigen groente, een lokale bierbrouwer en een kleine koffiebrander.
In de rode hal – dus op een prominente plek in de Spoorzone – wordt ruimte geboden aan de komst van een grootstedelijke culturele publieksvoorziening. Een mogelijke invulling hiervan is een uitbreiding van Museum De Fundatie. Het hergebruiken van een industriële hal voor een dergelijke voorziening heeft iconische waarde. Een prominente culturele bestemmingsfunctie kan het gebied voor de regio Zwolle en ver daar buiten definitief op de kaart zetten.
Een mogelijke bijzondere horecabestemming die het gebied op de kaart kan zetten is een foodhall. In de regio Zwolle is nog geen foodhall en met name het hallencomplex leent zich hier uitstekend voor. Een foodhall is een levendige ontmoetingsplek waar verschillende keukens vers bereide gerechten serveren, soms ook aangevuld met verkooppunten van voedsel en aanverwante producten. Voorbeelden zijn Foodhall Arnhem, Fenix Foodhall Rotterdam en Down Town Gourmet Market Eindhoven.
Naast het gebruik van de hallen voor cultuurevenementen is er ook volop ruimte om ook de openbare ruimte rondom de hallen te benutten voor kunst en cultuur. Door het actief programmeren van kunst en cultuur in het publieke domein kan voor gebruikers meer betekenis worden gegeven aan het plangebied. Zo kan met bijvoorbeeld streetart de connectie met de eigentijdse urban culture worden gemaakt. Kunst en cultuur in het publieke domein dragen ook bij aan de (visuele) kwaliteit van de buitenruimte, en kunnen verbindingen versterken tussen de Spoorzone en bijvoorbeeld de binnenstad. Bij het verder ontwikkelen is het belangrijk om dit doelgericht te organiseren vanuit de gemeente, NS, betrokken marktpartijen en culturele organisaties. Een integrale benadering is hierbij relevant om vanuit dit thema ook bij te dragen aan de aspecten ‘brede welvaart’ en ‘leefbaarheid’ in de Spoorzone. Daarvoor is het goed om trekkers als Museum de Fundatie, Poppodium Hedon, ArtEZ, Cibap en Zwolse kunstenaars aan het gebied te committeren.
Naast cafés en restaurants is er (vanuit de stedelijke behoefteramingen) ruimte voor één of twee hotels. De voorkeurslocatie voor een groter stadshotel is in de directe nabijheid van het station (tussen stationsentree en Passerelle). Aanvullend is ook shortstay voor expats goed denkbaar. Daarnaast is er in de Werkplaatsen ruimte voor een kleinere accommodatie zoals een boutique-hotel of hostel. Sport Het plangebied biedt ruimte voor kleinschalige indoorsport zoals fitness, yoga en wellness. Naast de Werkplaatsen zijn de gebouwplinten van de nieuwbouw hier geschikte ruimtes voor. Onderdeel van de gebiedsidentiteit is dat het een groene en gezonde leefomgeving gaat zijn. Dat betekent onder meer dat er aandacht is voor bewegen in de buitenruimte. Nadrukkelijk zal de groene buitenruimte worden ingezet voor outdoor-activiteiten. Passend bij het stoere karakter van de plek zijn urban sports zoals freerunning, bmx, skaten, stuntsteps, klimmen en straatvoetbal.
Aandachtspunt is de eventuele overlast vanuit een intensief gebruik van de openbare ruimte op de omwonenden. Hiermee dient in de uitwerking van de plannen rekening te worden gehouden. Bij de woningtypologieën en doelgroepen is daar in deze NvU op voorgesorteerd en zijn de woningen in District Z en de Werkplaatsen met name gericht op doelgroepen als jongeren en studenten die passen in een dergelijke binnenstedelijke setting. Daarnaast zullen de buitenruimtes die ingezet kunnen worden voor actieve programmering zoveel mogelijk aan de spoorzijde en rondom de Passerelle worden geplaatst zodat overlast op woongebieden wordt beperkt. 33
34
Op het grote plein tussen de hallen en de nieuwbouw aan het water kunnen grootschalige evenementen plaatsvinden zoals festivals, markten, kunstmanifestaties en sportevenementen. Met een dergelijk evenementenplein (waarbij mogelijk ook de hallen zelf kunnen worden benut) krijgt de regio Zwolle er een nieuwe publieksplek bij. Evenementen passen goed bij het karakter als ‘centrumstedelijk gebied’. Bovendien is het gebied zeer goed bereikbaar met het openbaar vervoer.
Detailhandel In District Z en de Werkplaatsen is ruimte voor detailhandel op beperkte schaal. Naast dat het belangrijk is om goede voorzieningen voor bewoners te bieden zal detailhandel ook bijdragen aan het verlevendigen van de gebouwplinten. De Spoorzone wordt geen kernwinkelgebied waardoor hier geen ruimte is voor de bekende en grootschalige winkelformules. In District Z gaat het om kleine winkels gericht op dagelijkse levensbehoeften. In de Werkplaatsen is ruimte voor afwijkende en vernieuwende initiatieven die de gebiedsidentiteit gaan versterken. Het gaat dan om kleinschalige winkeltjes in bijvoorbeeld voeding, culinair, sport, wellness, fietsen, design en creatieve ambachten. Een kleine buurtgerichte (en mogelijk biologische) supermarkt is optioneel.
Binnen Lurelui is de buitenruimte vooral bedoeld als groene leefruimte voor de bewoners en omwonenden. Eventuele gebruiksfunctie van de openbare buitenruimte moet daarbij passen. Bij tijdelijkheid gaat het naast de genoemde invullingen ook over placemaking. Voordat het gebied helemaal is uitontwikkeld zijn we jaren verder. Vooral in de beginjaren zal het gebied aanvoelen als een pioniersplek, en dan met name in en rondom de hallen. Spannende en creatieve uitingen van pionierende ondernemers zullen flink gaan bijdragen aan de nieuwe sfeer en het gebied op de kaart zetten in de regio Zwolle. Het is daarom belangrijk dat placemaking activiteiten in lijn liggen met het gewenste karakter.
Buurtvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen In de mobiliteitshubs en plinten van de nieuwbouw in Lurelui en de Werkplaatsen komen ook buurtvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen. Met de komst van veel nieuwe woningen zijn hier ook veel nieuwe bewoners. Voor de leefbaarheid is een spreiding van voorzieningen over de wijken belangrijk. Voorbeelden van commerciële buurtvoorzieningen zijn een kapsalon, yoga, stomerij en pakketophaalservice. Voorbeelden van maatschappelijke voorzieningen zijn eerstelijns zorgfuncties (huisarts, fysio, tandarts e.d.), GGZ voorzieningen, kinderopvang, basisschool en buurtcentrum. Bij de daadwerkelijke ontwikkeling van de deelgebieden zal de gemeente aangeven welke specifieke voorzieningen gewenst zijn. Mobiliteitshubs De mobiliteitshubs hebben een belangrijke functie in het organiseren van de verschillende verkeerstromen in en door het gebied. In de eerste plaats als voorziening voor het auto-parkeren waarmee wordt bereikt dat het gebied grotendeels autovrij is. Buiten de ‘eigen’ auto’s zijn dit ook de locaties waar laadpalen en (elektrische) deelauto’s staan. Naast het centraliseren van het ‘stallen’ van de auto’s is de hub ook een overstapvoorziening voor mobiliteit. Met andere woorden: de mobiliteitshubs zijn ook publieke plekken voor fiets-parkeren, deelfietsen en dergelijke.
Tenslotte zullen de mobiliteitshubs ook gecombineerd worden met andere voorzieningen zoals bijvoorbeeld een fietsenmaker, supermarkt of sportschool. Door voorzieningen te huisvesten in de plinten van de hubs wordt in de beleving op straatniveau het auto-parkeren zo veel mogelijk aan het oog onttrokken.
6.6 Gebruik van de buitenruimte en tijdelijke functies De groene buitenruimte is in het hele plangebied nadrukkelijk ook leefruimte en draagt daarmee bij aan het buitengeluk. Het plangebied kent een grote variatie aan plekken met elk een eigen omvang, openheid, toegankelijkheid en karakter. Voor de invulling en het gebruik van de buitenruimte is het natuurlijk belangrijk welke directe relatie er is met de functies die er aan geschakeerd liggen. Het groene spoorpark omzoomd het plangebied en heeft een belangrijke functie voor de klimaatadaptatie en de biodiversiteit. Daarnaast zal dit park ook worden benut voor sport en spel. In District Z is veel van de buitenruimte belangrijke verkeersruimte. De pleinen voor het station en voor en naast de Rode Hal zijn ook verblijfsruimten. Waar horeca is gevestigd kan ook terrasruimte ontstaan. Rondom de Werkplaatsen bestaat een stoere buitenruimte met plek voor andersoortig gebruik. Op de meer besloten plekken zal de buitenruimte worden ingevuld met activiteiten van de toekomstige gebruikers. Het is de ambitie dat gebruikers in crossover verbanden de ontmoetingsfunctie gaan bevorderen. De buitenruimte kan daarbij een rol spelen, bijvoorbeeld met terrassen, kunstuitingen en met tijdelijke manifestaties en evenementen.
35
P
P
P
P P
ruimtelijk raamwerk 36
7. RUIMTELIJK RAAMWERK 7.2 Stedelijke hotspot - verbonden met de binnenstad Het gebied gaat een nieuwe stedelijke hotspot in de regio Zwolle worden. Het betekent dat hier een levendige ontmoetingsplek wordt ontwikkeld met een mix aan functies en een stadscultuur die aanvullend is op de binnenstad. De stationsentree wordt aan deze zijde ontwikkeld tot een levendige en volwaardige stationsentree. De verbinding met de binnenstad wordt verbeterd door een nieuwe Passerelle over de sporen. De Passerelle is onderdeel van het Engelenpad en verbindt het Stationsplein met het plein voor de rode hal. Zo ontstaat er in aanvulling op de stationstunnel een ‘stationscarré’ voor een optimaal functionerende OVhub. Het Engelenpad verbindt niet alleen de Spoorzone met de binnenstad maar verbindt ook District Z en de Werkplaatsen met het Hanzekwartier en Windesheim campus. Tussen het Hanzekwartier en de Werkplaatsen worden twee bruggen voor voetgangers en fietsers over het water gemaakt.
Het plangebied heeft letterlijk de ruimte om een prachtig nieuw stuk stad te worden. Om het nieuwe toekomstperspectief vorm te geven en tot ontwikkeling te laten komen is een nieuwe ruimtelijke structuur nodig. Een ruimtelijk raamwerk waarbinnen de transformatie kan plaatsvinden. Wat waardevol is blijft en gaat aangevuld worden met nieuwe kwaliteiten. Zo blijven de karakteristieke hallen behouden als belangrijke structuren waar vervolgens nieuwe invullingen aan worden gegeven. Tegelijkertijd krijgt het gebied verschillende nieuwe ontwikkelingen en een ongekend groene buitenruimte. In dit hoofdstuk wordt het ruimtelijk raamwerk beschreven als uitwerking van de nieuwe identiteit.
7.1 Naar een nieuwe ruimtelijke inrichting In hoofdstuk 4 zijn de thema’s van de nieuwe gebiedsidentiteit benoemd: stedelijke hotspot, gezonde leefomgeving, verwonderen, community en maken. In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke weerslag hiervan uitgewerkt naar een raamwerk. In dit ruimtelijk raamwerk worden de structurerende kwaliteiten van het plangebied vastgelegd zodat er een kader ontstaat waarbinnen nieuwe ontwikkelingen (gefaseerd) plaats kunnen vinden. In deze Nota van Uitgangspunten wordt dus het kader vastgelegd – daarbinnen is straks alle ruimte voor flexibiliteit in de verdere invulling.
Conform de stedelijke ambities in het Ontwikkelkader is er een wens om in de bocht van het spoor een nieuwe fietsers- en voetgangersverbinding richting de Veerallee te maken. Vanuit ontwerpoptimalisatie en gebruikscomfort is hier gekozen voor een tunnel in plaats van een brug. Met deze nieuwe tunnel wordt ook het westelijk deel van de bestaande hallen integraal onderdeel van de stad. Door deze nieuwe uitstekende verbindingen met de binnenstad liggen vrijwel alle voorzieningen voor fietsers en voetgangers binnen handbereik.
Het ruimtelijk raamwerk is een uitwerking van het Ontwikkelkader voor dit plangebied. Het Ontwikkelkader heeft de overkoepelende structuren en kaders vastgelegd en zorgt onder meer voor de samenhang tussen de verschillende plangebieden. Binnen die kaders wordt nu verder verfijnd.
Nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer richting de omgeving maken het mogelijk om een gezonde, duurzame en stedelijke leefomgeving te creëren waarbij zo min mogelijk wordt ingezet op gebruik en bezit van een auto door maximaal gebruik te maken van andere modaliteiten.
Dit ruimtelijk raamwerk wordt in de eerste plaats gevormd door een aantal bepalende structuren: de bestaande hallenstructuur, de groenstructuur en de ontsluitingstructuur. Het raamwerk zorgt voor de verbinding en onderlinge samenhang tussen de deelgebieden District Z, Werkplaatsen en Lurelui, en met de directe omgeving zoals het Hanzekwartier en de Hanzelaan. Tegelijk vormt het ook de basis voor de gewenste diversiteit in het gebied. Binnen het raamwerk zijn ontwikkellocaties vastgelegd, als bouwvelden waarbinnen toekomstige nieuwbouw kan plaatsvinden. Om een soepele transformatie mogelijk te maken wordt in het raamwerk zoveel mogelijk rekening gehouden met aanwezige kabels en leidingen, milieubeperkingen, bestaande verhuringen en dergelijke.
P
De bestaande hallen zijn een cadeau voor de stad. De hallen hebben een rauwe en industriële uitstraling die het gebied een geheel eigen karakter geeft ten opzichte van de binnenstad. Hiermee vormen de markante hallen de basis voor een nieuwe alternatieve bestemming met een stadscultuur, horeca en publieksevenementen. Voor alle inwoners van de regio Zwolle en daarbuiten moet het gebied een aantrekkingskracht hebben, het erfgoed van de Werkplaatsen moet voor uiteenlopende gebruikers en functies worden hergebruikt. Het dichte karakter van de hallen wordt getransformeerd naar uitnodigende en meer open gebouwen.
P P
P
P P
P P
groen- en waterstructuur
dwalen, een nieuw stedelijk netwerk 37
typen openbare ruimte en plekken
Aan de markante hallen van de werkplaatsen wordt in District Z, de Werkplaatsen en de Lurelui in een hoge dichtheid nieuwbouw toegevoegd. In de nieuwbouw wordt een mix aan functies gerealiseerd. Er is ruimte voor bijzondere functies en werken, maar daarnaast worden er in nieuwbouw veel woningen gerealiseerd zodat er een gemengd stedelijk gebied ontstaat. De plinten van de nieuwbouw begeleiden de openbare ruimte en hebben open karakter met zichtbare publieke voorzieningen, werkruimtes, bedrijfsruimten en woningen. De verhouding tussen de verschillende functies verschilt per deelgebied. In de Werkplaatsen is veel ruimte voor werken, onderwijs, cultuur en publieksvoorzieningen. In District Z wordt ingezet op een mix aan functies in ieder gebouw, en in de Lurelui ligt de nadruk meer op een stedelijk woongebied. steigers aan de Hanzesingel en het Engelenpad
Binnen het ruimtelijk raamwerk zijn bouwvelden gesitueerd die gefaseerd ontwikkeld kunnen worden. De bouwvelden krijgen een stedelijke invulling met een bouwhoogte tussen de 4 en 10 lagen. Aan het stationsplein en langs het Engelenpad komen twee hoogteaccenten van maximaal 70 meter. Op de hal van de centrale werkplaats wordt een spectaculaire opbouw gerealiseerd als eyecatcher langs het spoor.
7.3 Gezonde leefomgeving - robuust groen raamwerk Het nu bijna geheel verharde plangebied wordt omgezet naar een groene leefomgeving. Waar mogelijk wordt in de buitenruimte groen gerealiseerd volgens het principe: groen, tenzij. Uiteindelijk zal minimaal 30% van het grondoppervlak in het plangebied groen gaan zijn. Daarbij wordt een autoluwe omgeving gecreëerd waardoor een ongekend groene ruimte gaat ontstaan voor de voetganger en de fietser. Onder meer worden de aanwezige groenstructuren in het gebied en in de omgeving sterker aangezet.
Spoorpark
Spoorpark
Het groene raamwerk bestaat uit twee hoofddragers; het spoorpark en de Hanzesingel. Het spoorpark ontstaat door de groene verbinding vanaf de IJssel via het Engelse Werk door te trekken tot in de Spoorzone. Het nieuwe spoorpark loopt langs het spoor tot aan het station, en omarmt zo het plangebied aan één zijde. Dit park ademt één sfeer uit en verbindt alle ontwikkelingen langs het spoorpark; via Lurelui naar de Werkplaatsen, om vervolgens uit te komen op het groenste stationsplein van Nederland. Het spoorpark staat in het teken van urban sports. Jong en oud kan hier (ongeorganiseerd) sporten en wordt uitgedaagd tot bewegen. De Hanzesingel, de Oostzeelaan en de Hanzelaan begrenzen het plangebied aan de andere zijde. De Hanzesingel wordt vergroend door het maken van natuurvriendelijke oevers langs het water. Langs en aan het water komt een steigerpad. De beleving van het aanwezige water in het gebied wordt zo optimaal benut. Een nieuw profiel van de Hanzelaan, met groen en een stedelijke wadi, verbindt het spoorpark via het groene stationsplein met de Hanzesingel.
ruig groen Spoorpark
Deze nieuwe groenstructuur zorgt ervoor dat het grootste deel van het plangebied een groene inrichting krijgt. De robuuste groenstructuur zorgt voor samenhang qua sfeer, identiteit en routes in het hele plangebied. Naast de groene openbare ruimte worden ook groene collectieve ruimtes gerealiseerd binnen de bouwvelden. De nieuwe bebouwing draagt met groene terrassen, binnentuinen en groene daken en gevels bij aan de groene sfeer van het ruimtelijk raamwerk.
ruig groen Spoorpark
Het robuuste groene raamwerk zorgt voor een klimaatadaptieve omgeving met minder verharding en meer verkoeling in de openbare ruimte. Door veel van het huidige verharde oppervlak te vergroenen wordt er meer water geïnfiltreerd in de bodem. Door het toevoegen van bomen wordt CO2 opgenomen en zuurstof geproduceerd. Door het sterk vergroenen van de openbare en collectieve ruimtes komt er ruimte voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit. De stedelijke wadi in de Hanzelaan reduceert de wateroverlast bij piekbuien. Het water wordt vastgehouden in de wadi en vertraagd afgevoerd naar de Hanzesingel. Veel ruimte voor groen betekent ook een gezonde leefomgeving met veel ruimte voor bewegen en ontspannen. In het spoorpark wordt de infiltratiecapaciteit vergroot door het maaiveld plaatselijk te verlagen.
urban sports in het Spoorpark
groene gevel hub
38
7.4 Verwonderen – plekken voor ontmoeting Het gebied wordt naast een plek om te wonen en te werken ook een nieuwe publieksbestemming in Zwolle. Met een verrassende en onverwachte omgeving wordt dit een plek om je te verwonderen. In de eerste plaats door het rauwe, stoere en ongepolijste karakter van de hallen beleefbaar te maken. Door het openen van de aaneengesloten en dichte hallen ontstaat een nieuwe maar toegankelijke wereld. Maar er is meer dan de hallen. Het publiek raakt hier ook verwonderd door de opvallende groene buitenruimte, de creatieve en innovatieve functies, en de onalledaagse crossovers (onderlinge kruisbestuivingen tussen de gebruikers van het gebied).
7.6 Innoveren - maatschappelijke impact Het plangebied is een integraal onderdeel van het nieuwe innovatiedistrict van de Spoorzone, en richt zich op maakindustrie, creatieve ondernemers, culturele voorzieningen en onderwijs. Belangrijk daarbij is het zelf-doen en het realiseren van maatschappelijke impact. De hallen van de Werkplaatsen nemen een bijzondere positie in binnen het innovatiedistrict. De bijzondere gebouwen lenen zich voor een inspirerende werk- en leeromgeving. Er is volop ruimte voor start-ups, ondernemerschap, onderwijs en cultuur. Er is ruimte om zowel de ecosystemen rondom slimme maakindustrie en creatieve industrie te faciliteren in de hallen als ook onderwijsfuncties.
Het aaneengesloten en dichte en aan elkaar gebouwde hallencomplex van de Werkplaatsen wordt op cruciale plekken geopend en doorgebroken zodat er een gebied ontstaat waarbinnen je kan dwalen zoals in een historische binnenstad. Over het gehele plangebied (District Z, Werkplaatsen en Lurelui) wordt een stelsel van plekken voor ontmoeting en interactie gemaakt, zowel in de buitenruimte als in de oude gebouwen en binnentuinen. De ruimte tussen de hallen en de sporen wordt zo ook onderdeel van de dwaalroutes. In de Centrale Werkplaats wordt in het middelste deel een publieke hal gemaakt die eveneens onderdeel wordt van de routes in het gebied. Je wordt hier uitgenodigd om de industriële hallen van binnenuit te bekijken. Het open en doorwaadbare gebied rondom de hallen zorgt voor verrassende en levendige routes door en rondom de Werkplaatsen. In de hallen komen naast het werk- en onderwijsprogramma ook publieksfuncties zodat een laagdrempelig en gemengd stedelijk gebied ontstaat. De situering van deze publieksfuncties is daarbij essentieel. Door ze te koppelen aan de plekken waar het belangrijk is om de buitenruimte te activeren kunnen ze bijdragen aan het stelsel van nieuwe ontmoetingsplekken.
De uitwisseling tussen kennisontwikkeling en kennistoepassing draagt bij aan de maatschappelijke impact door een klimaat te creëren waarbij ‘een leven lang leren’ centraal staat. Een leeromgeving wordt mogelijk gemaakt door zowel de technologische condities als door de fysieke omgeving. De Werkplaatsen zijn een leeromgeving waarin mensen in staat zijn zich verder te ontwikkelen met en door anderen. Doordat studenten, docenten, ondernemers en werknemers programmatisch met elkaar verbonden zijn profiteren ze van elkaars nabijheid en activiteiten.
De combinatie van de oude hallen en de nieuwbouw levert onverwachte en spannende confrontaties op. De nieuwbouw gaat zorgen voor een nieuwe sfeer in dit gebied met onder meer aandacht voor herbergzame besloten ruimtes en veel groen. De nieuwbouw in de Werkplaatsen draagt ook bij aan het intiemer maken van de openbare ruimte. De grote maat van de buitenruimte voor de hallen blijft beleefbaar, maar de ruimte wordt ingekaderd door nieuwe bebouwing.
7.5 Communities - crossovers District Z, de Werkplaatsen en Lurelui bieden ruimte voor het ontstaan van diverse communities die zijn vormgegeven als een samenhangende leefwereld met een eigen identiteit. Zowel in de hallen als in de nieuwbouw komt er op elk blokniveau een gemeenschappelijke ruimte waar de verschillende gebruikers iets met elkaar delen. Deze crossover ruimten zullen uiteindelijk door de gebruikers worden ingevuld. De gebruikers worden daarbij uitgedaagd om zich in gezamenlijkheid in te zetten voor hun werkomgeving, onderwijsomgeving of woonomgeving. Iedereen die zich hier vestigt wordt gevraagd een bijdrage te leveren aan de community en het grotere geheel door een deel van zijn ruimte of activiteiten te delen met andere gebruikers in het gebied. De Werkplaatsen bieden ruimte aan verschillende ecosystemen rondom slimme maakindustrie, creatieve industrie en cultuur, en onderwijs. In het werkprogramma is een divers aanbod aan grote en kleine ruimtes voor start-ups en scale-ups. De crossovers die ontstaan maken het een experimenteel en toekomstgericht gebied waar altijd iets nieuws te beleven is. In District Z worden gebouwen gerealiseerd die een mix aan functies hebben binnen één gebouw. Nieuwe combinaties aan functies versterken elkaar en leiden tot nieuwe invullingen en vormen van gebruik. Mix to the max binnen één gebouw.
In Lurelui ligt de nadruk meer op wonen, waarbij ruimte is voor nieuwe woon communities en bijzondere woonvormen. Mogelijke crossovers zijn bijvoorbeeld gedeelde moestuinen/pluktuinen, gezamenlijke atelierruimtes of dakterrassen. 39
P P320
optie P+R 190
250m
250m
P
P90
K&R
P675 P
250m
deelhub optie
taxi
K&R
P
taxi
optie P+R 160
optie
P optie fietsparkeren 4000-5000
Foto bijschrift Myriad Pro Regular 9,5/11,5pt 40 | BGSV
optie P+R
P
8. MOBILITEIT 8.2 Voetgangersverkeer De structuur van het plangebied is ideaal voor de voetganger. Het gebied is nagenoeg autovrij waarbij de auto’s aan de randen worden afgevangen. Binnen de nieuwe stedelijke inrichting van de Spoorzone liggen de voorzieningen voor dagelijks gebruik op loopafstand. Voorzieningen in de nabije omgeving worden ook beter bereikbaar. Naar de binnenstad vormt de nieuwe Passerelle als onderdeel van het Engelenpad de belangrijkste wandelroute. Het Engelenpad is de nieuwe doorlopende voetgangersverbinding van de binnenstad via de Spoorzone richting de Windesheim campus, het Engelse werk en de IJssel. Het plangebied met het hallencomplex ligt prominent aan dit pad. Daarnaast is aan de noordwestzijde van de Werkplaatsen een nieuwe langzaam verkeerstunnel voorgesteld richting de Veerallee. Tenslotte voegt de alom aanwezige groene buitenruimte voor de voetganger een nieuwe dimensie toe.
Belangrijke onderlegger van de nieuwe Spoorzone is een nieuw mobiliteitsconcept. De huidige dominantie van auto’s zal worden omgevormd naar een nieuwe ruimtelijke kwaliteit gericht op voetgangers en fietsers. De aanwezigheid van het station is daar natuurlijk uiterst bepalend in. Geen andere plek in de regio Zwolle heeft zo’n gunstige uitgangssituatie voor veranderend mobiliteitsgebruik als de Spoorzone. Deze NvU omarmt de ambities en vertaalt ze naar concrete uitwerkingen voor het plangebied.
8.1 Naar een nieuw mobiliteitsconcept Vanuit het Ontwikkelkader Spoorzone worden hoge ambities gesteld aan de mobiliteit. Met de aanwezigheid van het tweede stationsknooppunt van Nederland liggen hier volop kansen. In 2040 maken naar schatting dagelijks gemiddeld zo’n 100.000 in- en uitstappende trein- en busreizigers gebruik van deze OV-hub, waaronder een grote stroom studenten en scholieren. De transformatie van de Spoorzone richt zich doelbewust op grote veranderingen in mobiliteitsgebruik. Dit gebeurt met een doordacht mobiliteitsconcept dat past bij een stationslocatie, bij de nieuwe doelgroepen en bij een groene en gezonde stad. Dit mobiliteitsconcept steunt op een drietal pijlers.
8.3 Fietsverkeer Fietsgebruik is een essentieel onderdeel van het mobiliteitsconcept. Door de centrale ligging binnen Zwolle zijn veel voorzieningen goed te bereiken per fiets. Fietsen past bij de ambities van een gezonde stad; de fiets als duurzame vervoerswijze krijgt dan ook ruim baan. Met excellente verbindingen en voorzieningen voor het fietsgebruik hebben mensen voor korte ritten een goed alternatief voor de auto. Daarnaast wordt door het stimuleren van fietsgebruik de drempel voor OV-gebruik verlaagd omdat het voor- en natransport wordt verbeterd.
De eerste pijler is het principe waarbij voor de inrichting van de openbare ruimte een hiërarchie is aangebracht in de wijze van verplaatsing. Dit wordt het STOMP principe genoemd (zie H2). In het plangebied staan de voetgangers voorop, dan de fietsers en het OV, vervolgens deelauto’s en pas als laatste de privé auto. De verblijfskwaliteit is leidend waarbij voetgangers volop de ruimte krijgen. Het plangebied krijgt zoveel mogelijk een autovrij binnenstedelijk milieu.
Fietsverbindingen De Spoorzone (en daarmee het plangebied) krijgt een betere verweving met het fietsnetwerk van Zwolle. Zo wordt een nieuw paradigma gerealiseerd met het omvormen van de Koggelaan van een autoweg naar een parkzone met fietspad. In oost-west richting wordt een tweede fietsverbinding gerealiseerd over de Hanzelaan, langs de hallen, via een nieuwe langzaam verkeerstunnel richting de Veerallee. Het fietspad op de Veerallee sluit goed aan op fietspaden richting de binnenstad en Stadshagen. Het fietspad vanaf de Veerallee krijgt in noord-zuid richting een vervolg langs de Hanzesingel richting de IJssel. Naast een goed netwerk is het ook belangrijk om de fietsroutes kwalitatief te optimaliseren. Daarbij is de verdere inrichting (bestrating, verlichting, plinten etc.) belangrijk.
De tweede pijler is de luxe van de aanwezigheid van de OV-hub. Om optimaal gebruik te maken van de vervoerswaarde van de OV-hub wordt rondom het station in hoge dichtheden gebouwd met lage parkeernormen. Het plangebied zet sterk in op een gezonde verstedelijking met de ambitie om wandelen, fietsen en openbaar vervoer zoveel mogelijk te stimuleren, en het autogebruik zo laag mogelijk te houden. De derde pijler zijn de mobiliteitshubs. Het Ontwikkelkader schrijft voor dat al het autoverkeer aan de randen van de Spoorzone wordt ondergebracht in mobiliteitshubs, zodat een groot aaneengesloten autovrij gebied ontstaat. Ook bewoners en werknemers parkeren hun auto in de mobiliteitshubs. Er worden verspreid over het plangebied drie of vier mobiliteitshubs gerealiseerd. Bij de situering van de hubs is rekening gehouden met een maximale loopafstand van 250 meter tot de eindbestemming. Daarnaast kunnen mobiliteitshubs in aangrenzende deelgebieden worden benut. Alleen voor de hulpdiensten en voor laden en lossen zijn individuele gebouwen bereikbaar.
Station Zwolle 2020
Aan de zuidzijde van het station moet worden voorzien in een openbare fietsenstalling van circa 4.000 à 5.000 plekken. De opties hiervoor worden de komende tijd nog nader onderzocht. Een van de opties is om de huidige Lübeckgarage gedeeltelijk om te bouwen tot een fietsenstalling. Een andere optie is een ondergrondse fietsenstalling onder de bebouwing aan het stationsplein.
Station Zwolle 2040
ca. 47.500 in/uitstappers
ca. 66.500 in/uitstappers
+ ca.16.000 overstappers
+ ca.22.400 overstappers
ca. 25.000 in/uitstappers
Fietsenstallingen Naast goede fietsverbindingen is het minstens zo belangrijk om goede en veilige fietsenstallingen te realiseren. Het basisprincipe is dat dit decentraal, comfortabel en inpandig gebeurt.
40 %
Onderdeel van de opgave is de OV-fiets in een deelhub. Hier zal in de toekomst geëxperimenteerd worden met ook andere (elektrische) vervoermiddelen zoals een OV-scooter en OV-step.
ca. 35.000 in/uitstappers
41
P
Naast de openbare fietsenstalling en de deelhub gaat het ook om privé fietsenstallingen. Voor alle gebouwen binnen het plangebied geldt dat het stallen van de fiets uiterst comfortabel en zonder belemmeringen moet zijn voor bewoners en andere gebruikers van het gebouw. In de nieuwbouw moet dit inpandig worden opgelost. Een specifieke uitwerking daarvan zal gemaakt worden in de ontwikkelopgaven. Aanbevelingen voor de uitwerking van fietsenstallingen zijn: • Overdekt, goed verlicht en een logische plek in het gebouw • Geen steile hellingen • Geen onnodige belemmeringen en deuren • Afstandsbediening voor de buitendeur • Ruime plaatsen voor buitenmodel fietsen (zoals bakfietsen) en scooters • Laadpalen voor elektrische fietsen • Voldoende fietsparkeerplaatsen voor bezoekers.
P
NS bus
P
Fietsvoorzieningen Aanvullende fietsvoorzieningen zijn belangrijk om het gebruik van de fiets gemakkelijk, zorgvrij en aantrekkelijk te maken. Ideeën zijn bijvoorbeeld: een fietsservice voor reparatie en onderhoud, deelfietsen (ook voor bakfietsen, elektrische fietsen en steps) en lease fietsen inclusief onderhoud en verzekering. Specifiek voor elektrische fietsen is het belangrijk dat er oplaadstations komen op plekken als fietsenstallingen en fietsdeelplekken. De elektrische fiets is sterk in opkomst en kan ook voor langere afstanden de auto vervangen.
NS bus
P
8.4 Openbaar vervoer Het plangebied ligt pal naast de grootste OV-hub van noordoost Nederland, waardoor verbindingen op alle schaalniveaus eenvoudig te maken zijn met het openbaar vervoer. Het biedt grote kansen om in de Spoorzone de gewenste verandering in gang te zetten naar een groene en gezonde mobiliteit.
bussen en NS vervangend busvervoer
P
Voor de spoorwegen is Zwolle het tweede knooppunt in Nederland. De centrale ligging in noordoost Nederland en de directe verbinding met de Randstad zorgen voor een unieke positie. Zo ligt Amsterdam met de Hanzelijn op slechts een uur en vijf minuten reistijd van Zwolle. Station Zwolle is tevens een belangrijk knooppunt voor de stad- en streekbussen. In 2019 is aan de zuidzijde van het treinstation een nieuw busstation gerealiseerd, direct toegankelijk vanuit de stationstunnel. Hiermee is een comfortabele en efficiënte overstap tussen de trein en de bus ontstaan. Dagelijks ziet station Zwolle gemiddeld zo’n 72.500 trein- en busreizigers in- en uitstappen voor werk, opleiding of vrije tijdsbesteding. Naar verwachting zal dit aantal tot 2040 doorgroeien naar circa 100.000. Opmerkelijk is het grote aandeel scholieren en studenten. Met 46% van de in- en uitstappers is dit hoger dan in andere studentensteden.
P
Optimale stationsomgeving Een groot deel van de reizigers neemt de zuidelijke stationsentree. Al deze mensen zijn (potentiële) gebruikers en bezoekers van het gebied. Naast een optimaal station is dus ook een optimale stationsomgeving nodig waarbij vooral de voetganger volop de ruimte krijgt. Daarom wordt het voetgangersgebied rondom het station vergroot tot de gehele stationscarré. De stationscarré is het rechthoekige gebied dat wordt gevormd door de stationstunnel en de nieuwe Passerelle over het spoor. De ambities hiervoor zijn in 2017 vastgesteld in het Ontwikkelperspectief Stationsgebied Zwolle. Voor een optimale stationsomgeving is het voorts belangrijk dat wordt voldaan aan de criteria voor het omgevingsdomein, het ontvangstdomein en de route naar de ketenvoorzieningen. Het omgevingsdomein zorgt dat vertrekkende reizigers het station veilig kunnen vinden en arriverende reizigers gemakkelijk hun reis kunnen vervolgen. In het ontvangstdomein worden de reizigers in het station ontvangen en verwelkomd. Het hele stationsgebied krijgt een optimale verblijfskwaliteit waarbij voetgangers zoveel mogelijk de vrije ruimte hebben. Er wordt onderzocht of er een knip kan komen aan de Hanzelaan Oost of Hanzelaan West.
P
P P
wandelroutes 42
De kiss&ride en taxistandplaatsen zijn aan de oostzijde van het stationsplein gelegen en bereikbaar via het oostelijke deel van de Hanzelaan. Een aantal deelauto’s en kiss&ride plekken zijn voorzien op een kiss&ride eiland aan de binnenzijde van de autolus in de Oostelijke Hanzelaan. Aan de autolus zijn daarnaast vier taxi standplaatsen gepland. Iets oostelijker is in de groene berm van de Hanzelaan een groot aantal taxi bufferplekken voorzien.
8.6 Autoverkeer en parkeren Het mobiliteitsconcept van de Spoorzone gaat uit van een aanzienlijk lager autobezit en autogebruik dan gebruikelijk. Juist hier kan dit omdat er voldoende alternatieven zijn voor veel verplaatsingen. Niettemin blijft de privé auto voor een deel van de bewoners en andere gebruikers onmisbaar. Ook de bedrijven zullen deels gebruik blijven maken van autotransport.
Treinvervangend vervoer Bij calamiteiten en buitendienststellingen rijdt de NS met bussen in plaats van treinen. Voor treinvervangend vervoer is ruimte gereserveerd op een brede stoep in het oostelijk deel van de Hanzelaan. Bij de inzet van treinvervangend vervoer in het weekend is er op het busstation de mogelijkheid om een dynamisch busstation in te zetten volgens draaiboek, zodat er tijdelijk meer capaciteit ontstaat op het huidige busstation. Bij de incidentele inzet van vervangend vervoer op de Hanzelaan rijden deze via de oostelijke Hanzelaan naar de busplekken aldaar. Via het westelijk deel van de Hanzelaan verlaten de bussen het gebied.
In het plangebied worden alle auto’s aan de randen geparkeerd in een mobiliteitshub (parkeergarage met diverse voorzieningen), ook die van bewoners en werknemers. Hierdoor kan het volledige middengebied autoluw worden gemaakt. Door dit principe zijn auto’s grotendeels uit het zicht. Ten behoeve van de parkeerbehoefte in het plangebied worden drie of vier mobiliteitshubs gerealiseerd. Bij de situering van de hubs is rekening gehouden met een maximale loopafstand van 250 meter tot de eindbestemming. Daarnaast kunnen mobiliteitshubs in aangrenzende deelgebieden worden benut. Voor autotoegankelijkheid zijn twee uitzonderingen. Voor laden en lossen zijn alle gebouwen (woningen, bedrijven, voorzieningen) in het plangebied wel bereikbaar. Dat geldt ook voor de hulpdiensten en de toegankelijkheid voor invaliden.
8.5 Mobility as a Service Voor veel mensen is bij gelegenheid geen alternatief voor de auto. In met name hoogstedelijke gebieden is het delen van auto’s een serieuze trend en daarmee een serieus alternatief voor het terugdringen van autobezit. Mobility as a Service (MaaS) staat voor een transitie in mobiliteit waarbij de consument mobiliteit inkoopt in plaats van investeert in vervoermiddelen. Het vervoermiddel is dan geen eigendom meer van de gebruiker; er wordt alleen voor het gebruik ervan betaald. Doordat hierbij vervoermiddelen worden gedeeld kunnen meerdere personen gebruik maken van dezelfde auto, fiets of scooter. Met het reduceren van het eigen autobezit wordt dus per saldo het aantal auto’s verminderd. Maar met autodelen blijkt ook het gebruik af te nemen. Mensen worden bewuster wanneer ze betalen voor het gebruik.
In Lurelui komen twee mobiliteitshubs: één naast de Koggetunnel en één op de kop van het grote plein tussen Lurelui en de Werkplaatsen. Met name de hub naast de Koggetunnel geeft nog een ontwerpopgave waarbij de exacte positie en omvang nog moet worden bepaald in relatie tot Lurelui-West. Ook aan die zijde van de tunnel wordt een hub gerealiseerd. De ambitie is dat Lurelui als één doorlopend gebied wordt beleefd. Daartoe zullen de hubs aan weerszijden van de Koggetunnel qua maat en schaal op elkaar moeten worden afgestemd. In deze NvU wordt ervan uitgegaan dat de Koggetunnel toegankelijk wordt gemaakt voor autoverkeer. Via deze tunnel zijn de twee mobiliteitshubs direct bereikbaar van buiten de Spoorzone. Het laden en lossen van vrachtverkeer in Lurelui en De Werkplaatsen gaat niet via de Koggetunnel maar via de route over het stationsplein middels venstertijden. Als derde of vierde mobiliteitshub voor het plangebied en/of voor P&R en spoorgerelateerd parkeren worden mogelijk de parkeergarages Stationsplein aan de Westerlaan (eigendom van NS) of Pas de Deux aan de Hanzelaan ingezet. Deze zijn nu nog niet beschikbaar. Onderzocht wordt of en wanneer deze kunnen worden ingezet. De parkeergarage Stationsplein aan de Westerlaan ligt weliswaar aan de noordzijde van het spoor maar is voor voetgangers via de nieuwe Passerelle direct verbonden met het plangebied.
Het aantal autodelers groeit hard in Nederland. Uit onderzoek van het PBL blijkt dat autodelers 15 tot 20 procent minder kilometers rijden dan vóórdat zij een auto deelden. De CO2-uitstoot door autogebruik en -bezit is bij de autodelers met 8 tot 13 procent gedaald. Voor een deel komt dit doordat zij minder kilometers rijden; voor een deel doordat er minder nieuwe auto’s hoeven te worden geproduceerd. Het aantal aanbieders groeit snel. Voorbeelden van aanbieders zijn Greenwheels, SnappCar, MyWheels, ConnectCar, Sixt Share en Car2go.
Naast de beschreven mobiliteitshubs is het plangebied ook op loopafstand bereikbaar vanaf hubs in de aangrenzende deelgebieden. Ten oosten van ons plangebied is een nieuwe hub gesitueerd bij de Hanzebadlocatie, en vanaf de oostelijke Hanzelaan is de bestaande Pas de Deux parkeergarage bereikbaar. De bestaande Lübeckgarage heeft een functie voor Hanzehoven. De Lübeckgarage blijft in eerste instantie bereikbaar (auto te gast) voor auto’s via de route over de Hanzeallee en Hanzelaan. Het gebied blijft toegankelijk voor veiligheidsdiensten, treinvervangend vervoer en vrachtverkeer met bestemming in het plangebied. We onderzoeken hoe in de definitieve situatie het optimum wordt gevonden om de verkeersstromen vanuit het station en over het Engelenpad door het gebied goed te begeleiden.
Er zijn diverse concepten denkbaar bij autodelen. In principe kan onderscheid worden gemaakt naar autodelen op het niveau van het plangebied en op het niveau van wooncomplexen. In de Spoorzone wordt het parkeren voor bewoners en bezoekers volledig gesitueerd in een aantal mobiliteitshubs aan de randen van het gebied. In de hubs en op strategische plekken in de openbare ruimte staan deelauto’s. Het gaat daarbij om een aantal vaste parkeerplaatsen binnen de hubs. In de afweging van gebruikers om zelf geen auto meer te bezitten is het veelal gewenst dat er wel ‘elk moment’ een auto ter beschikking is. Het betekent dat het aantal beschikbare deelauto’s moet zijn afgestemd op de behoeften. Gemeente Zwolle en NS stellen hiervoor kaders op die vervolgens door marktpartijen bij de verdere ontwikkeling van het gebied worden ingevuld. Vanzelfsprekend wordt ingezet op elektrische deelauto’s.
In het plangebied wordt gewerkt met lage autoparkeernormen. Dit betekent dat per huishouden of per bedrijf minder (tot in het uiterste geval geen) parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Het beperkte aantal parkeerplaatsen is onderdeel van het groene en gezonde gebiedskarakter en dient duidelijk gecommuniceerd te worden naar potentiële kopers/huurders, zodat ook zij zich ervan bewust zijn wat voor mobiliteitsgedrag van hen wordt verwacht. Bij de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen in het plangebied is rekening gehouden met dubbelgebruik.
Mobility as a Service kan ook verder gaan dan alleen autodelen. Een totaalconcept combineert vervoersmogelijkheden. De NS Business Card bijvoorbeeld biedt gebruikers toegang tot al het openbaar vervoer en ‘deur-tot-deurdiensten’ zoals Greenwheels, taxi, parkeren met korting en OV-fiets. Mobility Mixx is een vergelijkbaar concept. Een dergelijke card ontzorgt door met name het voor- en natransport bij OVgebruik gemakkelijk te maken. Net als bij het autodelen passen dit soort slimme concepten goed bij de ambities van de Spoorzone. Het uiteindelijke initiatief daartoe wordt overgelaten aan de marktpartijen tijdens de ontwikkelplannen.
43
P+R P+R parkeervoorzieningen voor het station zijn deels gesitueerd in de parkeergarage Stationsplein aan de Westerlaan en in een gedeelte van de Lübeckgarage. De exacte verdeling over de twee garages of keuze voor één van de garages, al dan niet in combinatie met de Pas de Deux garage als alternatief, wordt nog onderzocht. Zero-emissie stadslogistiek In navolging van de ambitie van de gemeente om de Zwolse binnenstad in 2025 te benoemen tot emissievrije zone voor bestel- en vrachtverkeer wordt deze ambitie hier ook overgenomen. Het invoeren van een zeroemissiezone wordt door de gemeente gezien als een belangrijk onderdeel in de omslag naar slimme en schone stadslogistiek. In 2022 en 2024 wordt de haalbaarheid hiervan nader onderzocht. Het plangebied van deze NvU kan in navolging van het besluit voor de binnenstad hierin meegaan. Het zou betekenen dat vanaf 2025 logistieke voertuigen alleen welkom zijn als zij uitstootvrij zijn. De gemeente heeft in samenwerking met ondernemers, vervoerders en inwoners een routekaart opgesteld richting de duurzame bevoorrading.
+
stationsomgeving
Stationsplein
verticaal groen in toren groenstructuur zuivert luchtvervuiling groen dakterras met natuurwaarde
Spoorpark als ecologische verbinding draagt bij aan biodiversiteit
overkapping entree station met groen dakpark groenste station van NL!
hardlopen en urban sports in het Spoorpark
creëren van schaduw met gebiedseigen beplanting
natuurinclusief bouwen
groen en water in de Hanzelaan verbinden Spoorpark met Hanzesingel stedelijke wadi in verbinding met de Hanzesingel waterelement natuurlijke oevers
groene plek aan het water en in de zon
zicht op het water 46 46| BGSV
stedelijke wadi; koele plek en waterbuffer
9. DISTRICT Z In dit hoofdstuk wordt de beeldkwaliteit van District Z beschreven. In dit beeldkwaliteitplan wordt het toekomstperspectief van District Z nader uitgewerkt tot concrete kaders, richtlijnen en ruimtelijke randvoorwaarden. De verdere uitwerkingen voor de ontwikkeling van dit deelgebied zullen hieraan worden getoetst. Specifiek worden de ambities voor duurzaamheid, het programma, de buitenruimte en de bebouwing concreet gemaakt. Voor de buitenruimte en de bebouwing worden onder meer richtlijnen voor de beeldkwaliteit opgetekend en beschreven. De keuzes die zijn gemaakt voor de beeldkwaliteit komen vanzelfsprekend voort uit de ambities die eerder in deze NvU zijn beschreven.
District Z is ook de plek van een andere icoon van de Spoorzone: de rode hal. De rode hal wordt getransformeerd en krijgt met cultuur, onderwijs en/of horeca een nieuwe stedelijke bestemming. De rode hal staat via de Passerelle in directe relatie met de binnenstad. Samen met de ontwikkelingen aan de Westerlaan krijgt het gebied rondom de Passerelle daarmee een belangrijke nieuwe impuls. De rode hal opent zich richting de pleinen rondom de hal waar (culturele) evenementen georganiseerd kunnen worden. De pleinen rondom de rode hal zijn verbonden met de passerelle en onderdeel van het Engelenpad.
9.2 Duurzaamheidsambities In hoofdstuk 5 zijn de duurzaamheidsambities voor het gehele plangebied benoemd. In District Z wordt specifiek ingezet op natuurinclusiviteit en biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid.
9.1 District Z in het kort District Z bestaat aan deze zijde van het spoor uit een volledig nieuwe ontwikkeling van het open terrein tussen het station en de Hanzelaan, en uit de transformatie van het oostelijke deel van het hallencomplex. Dit is de plek waar het station zich opent naar de Spoorzone, en waar de verbinding met de binnenstad (het Engelenpad) via de Passerelle landt in de Spoorzone. Het wordt een levendige omgeving met een gemengd programma van voorzieningen, wonen en werken. District Z is ook de plek waar het groenste station van Nederland wordt gerealiseerd. De nieuwe stationsentree bestaat uit een groene overkapping met bomen op het dak (dakpark) en uit de naastgelegen groene toren (verticaal bos). Samen vormen ze een ware eyecatcher voor de Spoorzone. Met de nieuwe stationsentree krijgt het Spoorpark een spectaculaire beëindiging. Het groenste station van Nederland bestaat uit een autovrij stationsgebied dat optimaal is ingericht voor de voetganger.
In District Z wordt de groen- en waterstructuur gevormd door het Spoorpark en de Hanzelaan. In het Spoorpark wordt de biodiversiteit vergroot door het toevoegen van klimaatbestendige gebiedseigen beplanting met struweel (vegetatie van struiken van 1 tot 5 meter hoog). Onder andere klimop, vuurdoorn, liguster, meidoorn of sleedoorn dienen als schuilplaats voor bijvoorbeeld huismussen. In het Spoorpark is naast het groen ook ruimte voor waterberging en infiltratie van regenwater. Het Spoorpark wordt met zo min mogelijk verharding ingericht, alleen de wandelroutes zijn verhard of half verhard. Nieuwe klimaatbestendige pleinen vormen aangename verblijfsplekken met zowel zon als schaduwplekken. De pleinen worden klimaatbestendig ingericht met groen en waterelementen. Door het strategisch plaatsen van volwassen bomen op de pleinen wordt optimaal gebruik gemaakt van zon en schaduw.
klimaatadaptatie
UWV
nieuwbouw
gezondheid
binnentuin
Hanzelaan
Spoorpark
vrijwaringszone ca. 35m
natuurinclusief en biodiversiteit
47
ca. 15m
ca. 22m
Passerelle
profiel Hanzelaan - busstation
In de Hanzelaan maken de nieuwe groenzone en de stedelijke wadi onderdeel uit van de groen- en waterstructuur die het Spoorpark via het stationsplein verbindt met de Hanzesingel. De wadi houdt het regenwater langer vast en is verbonden met de Hanzesingel. Met de wadi wordt de stedelijke ruimte voorzien van koele plekken. Aan de Hanzesingel worden groene en natuurvriendelijke oevers toegevoegd die kansen bieden voor waterhoen, meerkoet, fuut en vissoorten.
hotel
onderwijs
Ook de bebouwing in District Z draagt bij aan de robuuste groenstructuur door natuurinclusief te bouwen. Ieder gebouw draagt hier op zijn eigen manier aan bij, door bijvoorbeeld een groen dak of dakterras, een weelderige binnentuin of groene gevel met natuurwaarde. In de bebouwing worden in elk geval natuurinclusieve inbouwvoorzieningen aangebracht voor doelsoorten als de huismus, gierzwaluw, zwarte roodstaart en vleermuissoorten. Zo wordt het leefgebied voor planten en dieren vergroot.
short stay werken
9.3
onderwijs kunst en cultuur
innovatieve horeca bedrijven
District Z bestaat uit de directe omgeving van Station Zwolle. Een deel van het gebied maakt onderdeel uit van het Stationscarré; het voetgangersgebied dat het omgevingsdomein vormt van de OV-hub. Het Stationscarré ligt tussen de stationstunnel en de Passerelle. De situering bepaalt ook de programmatische invulling van het gebied. In het stationsgebied past een uitnodigend gemengd stedelijk programma met een aantrekkelijk en groen verblijfsklimaat. Het gebied kent hoge dichtheden. De nieuwbouw bestaat uit gemengde ontwikkelingen met levendige plinten (invulling met retail, horeca en baliefuncties) en op de verdiepingen wonen, werken en een hotel. De oostelijke hallen maken onderdeel uit van District Z. De karakteristieke rode hal ligt prominent aan het Engelenpad en verdient een iconische functie (cultuur, onderwijs en/of horeca). De andere bestaande bedrijfsgebouwen krijgen een mix van werkfuncties (slimme maakindustrie en creatieve industrie), cultuur en horeca. Belangrijk hierbij is dat met de functies en de ondernemers die hier gaan landen een passende invulling wordt gegeven aan de bestaande gebouwen en het alternatieve industriële karakter. Het rauwe randje geeft kansen voor vernieuwende en experimentele concepten in werken, cultuur en horeca die in een meer gepolijste omgeving minder zouden passen.
Daarnaast is het belangrijk dat er met crossovers (samenwerkingen tussen functies) een levendige uitwisseling met het publiek ontstaat.
kunst en cultuur
Het woonprogramma biedt een variatie aan woonappartementen voor verschillende doelgroepen. Voor het totale plangebied geldt de Zwolse differentiatie naar 30% goedkope, 40% middeldure en 30% dure woningen, per deelgebied kunnen de verhoudingen verschillen. In principe kent elke woonontwikkeling een differentiatie naar doelgroepen maar er kunnen variaties bestaan tussen de gebouwen. Twee specifieke woonconcepten zijn hier voorzien; voor studenten en voor starters (zie H6 over het programma). Gelet op de ligging pal naast het station en de beperkte aanwezigheid van parkeerfaciliteiten worden hier doelgroepen bediend zonder autobezit.
publieke voorziening wonen werken voorzieningen
Het werkprogramma geeft invulling aan de ecosystemen rondom slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur. Het werkprogramma wordt zowel in de bestaande bouw als de nieuwbouw gerealiseerd en bestaat uit een variatie aan ruimtes: hallen, bedrijfsgebouwen, werkateliers en kantoren. In de nieuwbouw wordt ruimte geboden aan co-work en flex-office concepten. Via de Passerelle is er een directe relatie met de Westerlaan met onder meer kantoorachtige functies.
horeca publieke voorziening
Programma
In nieuwbouw en bestaande bouw is in totaal ruimte voor circa 400 a 500 woningen, circa 38.000 m2 werken en circa 18.000 m2 voorzieningen (zoals horeca, retail, cultuur, onderwijs en hotel).
Het voorzieningenprogramma draagt bij aan het gewenste levendige centrumstedelijke karakter. In de plinten komen retail, horeca en baliefuncties. De retail is gericht op dagelijks gebruik en OV-reizigers. De rode hal krijgt een bestemming in cultuur, onderwijs en horeca. Kleinschalige culturele functies passen ook in de oostelijke hallen, in combinatie met de werkfuncties. Ook de logistieke stationsvoorzieningen vinden hier een plek waarbij de P+R, het fietsparkeren en de deelfietsen in gebouwen of ondergronds worden opgelost. Via de Passerelle is er een directe relatie met de Westerlaan met onder meer het Perrontheater en het Zwols Brouwtheater (brouwerij Bohemean).
wonen werken voorzieningen
48
9.4 Buitenruimte De buitenruimte van District Z bestaat uit zes onderdelen: het stationsplein, het Engelenpad met de pleinen rondom de rode hal, het Spoorpark, de Hanzelaan, het binnenplein bij de hallen en de plek aan het water. Op verschillende wijzen komt het groene en klimaatbestendige karakter van District Z tot uiting. Door de toevoeging van nieuwbouw krijgt de buitenruimte een meer besloten karakter met een stelsel van kleinschalige ruimtes. Goed geprogrammeerde plinten zorgen voor levendigheid en verblijfskwaliteit op maaiveld. Ook het groen draagt bij aan de intieme sfeer door het gebruik van veel opgaand en weelderig groen.
Spoorpark
Stationsplein en omgevingsdomein Het stationsplein in District Z bestaat zoveel als mogelijk uit voetgangersgebied. Als onderdeel van het stationscarré is dit plein verbonden met de stationstunnel en de Passerelle. Het plein heeft voor het functioneren van het station een specifieke functie: het vormt het omgevingsdomein van het station. Reizigers en andere bezoekers oriënteren zich hier. De reiziger vindt hier informatie over de omgeving en de overstap op ketenvoorzieningen (trein, bus, taxi, fiets en auto). Het omgevingsdomein heeft een overzichtelijke ruimtelijke organisatie waarbij het primaat ligt bij de voetganger. De stationsentree wordt gevormd door een groene overkapping, waar de reiziger in een groene oase kan wachten op de trein. De aangrenzende groene toren vormt een wand aan het stationsplein. Aan de andere zijde vormt de nieuwbouw eveneens een wand aan het plein. Het stationsplein is groen ingericht en nodigt uit om te verblijven of aangenaam te kunnen wachten op de trein of de bus. De omliggende bebouwing en bomen op het plein zorgen voor een afwisseling van zon en schaduw. Aan de oostzijde van het stationsplein zijn de taxi’s en K&R gesitueerd. Vanaf het stationsplein is er door het tussenstraatje goed zicht op de rode hal. Het tussenstraatje is een smalle verbinding in het stationsgebied waar het groen van het Spoorpark zichtbaar en voelbaar aanwezig is.
binnenplein hallen
Plein rondom de hallen Aan het water
Hanzelaan
stationsplein
Engelenpad en pleinen rondom de rode hal Het Engelenpad is de belangrijkste verbinding met de binnenstad van Zwolle en valt in District Z samen met twee pleinruimtes rondom de rode hal; een plein voor de rode hal en een plein op de kop van de rode hal. De Passerelle landt aan in het Spoorpark op de rand van het plein voor de rode hal. De rode hal krijgt een levendige nieuwe bestemming met cultuur, onderwijs en/of horeca. Op het plein voor de rode hal moeten evenementen georganiseerd kunnen worden voor de cultuur en onderwijsfuncties in de hal. Een open plint in de rode hal zorgt voor levendigheid op het plein. Het plein wordt klimaatbestendig ingericht met een paar grote bomen zodat er ook nog voldoende ruimte overblijft voor evenementen. Een speels waterelement zorgt voor extra verblijfskwaliteit in de zomermaanden. Het Engelenpad krijgt een vervolg over het plein op de kop van de rode hal. Dit plein nodigt uit tot verblijven en is zo groen mogelijk ingericht. Dit plein heeft een terras in de zon op de kop van de rode hal. Vanaf dit plein krijgt het Engelenpad een vervolg richting de Hanzesingel met een ruim zicht over het water en op het
rode hal
overkapping stationsentree
Passerelle
ca. 32m
ca. 15m
49
ca. 56m
profiel rode hal - groene toren
plinten aan de Hanzelaan
groene zone Hanzelaan
groene en besloten openbare ruimte
overkapping stationsentree met bomen
besloten en kleinschalige openbare ruimte
groene luifels
stedelijke wadi
plein voor de rode hal
ontmoeting langs de plint
Hanzekwartier. Aan de Hanzesingel wordt op de kop van het hallenplein een groene en goed bezonde plek aan het water gerealiseerd. De schanierpunten in het Engelenpad worden gemarkeerd door kunst. Er wordt onderzocht of aan het gele gebouw van de energiecentrale (met behoud van functie) een kunstuiting kan worden toegevoegd. Op het schanierpunt aan het water markeert een kunstobject het Engelenpad. Spoorpark Het Spoorpark is gesitueerd langs het spoor en loopt vanaf Lurelui via de Werkplaatsen tot en met District Z. Deze parkzone heeft een ruige en natuurlijke uitstraling. Na de aanlandig van de Passerelle wordt het groen iets gecultiveerder ingericht, meer passend bij de stationsomgeving. Het Spoorpark is een gecultiveerde wildernis met een variatie aan kruidenruigte, (meerstammige) bomen, grassen, heesters en bloeiende planten. Smalle wandel- en struinpaden maken het Spoorpark toegankelijk. Er zijn diverse aanleidingen voor urban sports (zoals bijvoorbeeld skaten of bootcamp) en buiten spelen. Met name onder de busbrug is hier veel ruimte voor. Het Spoorpark loopt onder de Passerelle door richting het station. De ruimte van het Spoorpark tussen het busstation en de nieuwe bebouwing wordt zorgvuldig ingericht en heeft een sterkte relatie met de plinten van de nieuwbouw. Het Spoorpark dringt via openingen in de gebouwen het stationsgebied in.