CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Uitgangspunten District Z | Werkplaatsen | Lurelui

Raad Besluitvormingsronde 7 februari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Spoorzone - Nota van Uitgangspunten voor de drie deelgebieden District-Z, Werkplaatsen, Lurelui-Oost40.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Ontwikkelen van een levendig stationsgebied met volwaardige stationsentree en stadsentree; Hergebruiken van het erfgoed van de Werkplaatsen voor uiteenlopende gebruikers en functies; Behouden van het industriële karakter: rauw, stoer en ongepolijst; Creëren van een gevarieerde en inclusieve mix aan functies met een centrumstedelijk karakter; Opbouwen van het regionale innovatiedistrict; Tijd en ruimte geven aan startups, ondernemerschap, onderwijs en cultuur; Creëren van een stelsel van plekken voor ontmoetingen en interactie, zowel in de buitenruimte als in gebouwen en binnentuinen; 8. Bieden van een alternatieve bestemming ten opzichte van de binnenstad, met passende stadscultuur, horeca en publieksevenementen; 9. Creëren van een gezonde, groene, natuurinclusieve en duurzame leefomgeving en bijpassend mobiliteitsconcept; 10. Verbinden van het plangebied met de rest van de Spoorzone en de binnenstad.

4.1 Een nieuwe richting De opgave is om voor het plangebied een nieuw toekomstperspectief te creëren dat met respect voor het erfgoed en de directe omgeving voldoet aan de hoge stedelijke ambities. Het plangebied maakt prominent deel uit van de Spoorzone en ligt in het hart van Zwolle. Door de centrale ligging pal naast het station, de erfenis van de Werkplaatsen en de grote betrokkenheid in de stad vormt het gebied een fascinerende maar ook complexe gebiedsontwikkeling. De transformatie zal een langjarig traject met geleidelijke stappen gaan zijn. Bepaalde delen van het plangebied zullen in een planmatig ontwikkeltraject gerealiseerd kunnen worden, maar andere delen zullen naar de toekomst met meer flexibiliteit rekening moeten houden. Onvoorspelbaarheid en afhankelijkheid van onzekere gebeurtenissen is hierbij de praktijk. Het betekent dat er ruimte moet zijn voor adaptatie en nieuwe initiatieven. Een gefixeerd eindbeeld voldoet daarbij dus niet.

De nieuwe identiteit van het plangebied wordt hierna beschreven.

4.2 Thema’s en waarden van de nieuwe identiteit Om de essentie van het plangebied te vangen in woorden zijn thema’s en waarden benoemd. Thema’s gaan over de tastbare inhoud in het gebied: wat gaat het plangebied bieden? Waarden gaan over de niet-tastbare inhoud waarmee betekenis en gewicht wordt gegeven aan de thema’s: wat wil het plangebied vertellen?

Om goed richting te kunnen geven aan de ontwikkeling van het gebied is de Spoorzone gebaat bij een helder toekomstperspectief en een overtuigend geformuleerde en gedragen identiteit. De praktijk leert dat gebieden met een sterke identiteit in staat zijn betekenis te geven aan gebruikers, en mee kunnen bewegen met de toekomst. Een gemeenschappelijk gedragen gebiedsidentiteit werkt als een kompas voor de gewenste ontwikkelrichting. Met het vizier op dat kompas kunnen nieuwe ontwikkelingen de ruimte krijgen – zolang ze passen bij de gewenste identiteit en deze gaan versterken.

Met vijf gebiedsthema’s wordt richting gegeven aan de toekomstige invulling van het plangebied. 1. Stedelijke hotspot. Het gebied wordt een nieuwe ontmoetingsplek in Zwolle, met een mix aan functies en een stadscultuur die aanvullend is op de binnenstad. 2. Innoveren. Het gebied is onderdeel van het nieuwe innovatiedistrict en richt zich op maken. Daarbij biedt het plek aan maakindustrie, creatieve ondernemers, culturele voorzieningen en onderwijs. Belangrijk daarbij is het zelf-doen en het bieden van maatschappelijke impact. 3. Community. Het gebied biedt ruimte aan een aantal communities die zijn vormgegeven als een samenhangende leefwereld met een eigen identiteit. Onderlinge verbanden en kruisbestuiving komt tot uiting in samenwerking en delen. 4. Verwonderen. Het gebied wordt een publieksbestemming met een nieuwe, verrassende en onverwachte omgeving. Het publiek raakt hier verwonderd. 5. Gezonde leefomgeving. Het gebied krijgt over de volle breedte een groene inrichting waar alle ruimte is voor ontspanning, bewegen en sport, en waar voetgangers en fietsers voorrang hebben. Aandacht is er voor het klimaat en ecologie.

Een nieuwe identiteit is dus ‘kiezen voor een richting’, en gaat over de essentie van het gebied. Deze komt echter niet ‘zomaar’ uit de lucht vallen, en is ook niet ‘zomaar’ op de tekentafel bedacht. Een nieuwe gebiedsidentiteit bouwt in de eerste plaats voort op wat er al is – fysiek natuurlijk, maar ook in de beleving van betrokkenen. Vanzelfsprekend is op deze plek de industriële geschiedenis en het aanwezige erfgoed van groot belang. De iconische Werkplaatsen zijn een geschenk voor de stad en zullen altijd een bepalende identiteitsdrager van de nieuwe Spoorzone zijn. Net als uiteraard het station, dat ook een grote impact heeft op de essentie van deze plek. Daarnaast is het belangrijk wat in de directe omgeving gebeurt, en ook de beeldvorming in de stad heeft invloed. Diverse Zwolse organisaties (uit bedrijfsleven, bewoners, cultuur en onderwijs) zien de potentie van het plangebied als nieuwe hotspot en willen graag meedoen. Het enthousiasme draagt bij aan de verbeelding van de sfeer en het karakter. In de tweede plaats wordt de identiteit bepaald door keuzes over de toekomstrichting. Een deel van die keuzes is al gemaakt op stadsniveau, verwoord in het Ontwikkelkader Spoorzone. De principes en kaders die daarin zijn verwoord (zie ook H2) zijn richtinggevend. Denk hierbij aan de ambitie om de Spoorzone om te vormen tot levendig centrumstedelijk gebied en innovatiedistrict.

Ook thema’s als een groene en duurzame verstedelijking, een nieuw mobiliteitsconcept en een gevarieerd woonprogramma zijn bepalend. Andere keuzes komen voort uit het participatietraject met betrokken organisaties en bewonersgroepen. De gesprekken met hen gingen over passende gebiedsthema’s en kernwaarden, maar ook heel concreet over het toekomstige gebruik en de toekomstige ruimtelijke inrichting. Belangrijke keuzes die de basis vormen voor de identiteit van het plangebied zijn:

Deze thematiek krijgt verdere betekenis met de volgende vijf kernwaarden: 1. Industrieel. Het industriële karaker is een kernwaarde. De bestaande rauwe omgeving blijft en krijgt een nieuwe ambachtelijke en artistieke invulling. 2. Vernieuwend. In alle opzichten wordt het een innoverende omgeving. Qua invulling en uitstraling is het gebied experimenteel, eigenwijs en toekomstgericht. 3. Uitnodigend. Het wordt bij uitstek een uitnodigende omgeving waar iedereen zich welkom voelt. Het gebied is open en gemakkelijk doorwaadbaar. Tussen functies zijn er cross-overs waardoor het voor het publiek laagdrempelig is en ontmoetingen worden gestimuleerd. 4. Avontuurlijk. Het gebied krijgt een avontuurlijke invulling en inrichting. Verrassend, kleurrijk en levendig. 5. Groen. Overal in het gebied wordt het groen. Het groene en buitengewoon duurzame karakter zorgt voor een gezonde leefomgeving en draagt bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. 21

stedelijke hotspot

innoveren

community

verwonderen

gezonde leefomgeving

stedelijke mix toevoeging aan binnenstad alternatieve ontmoetingsplek stadscultuur hoge dichtheid

synergetische omgeving voor innovaties in de maakindustrie creatieve sector cultuur onderwijs zelf-doen maatschappelijke impact

samenhangende leefwereld eigen identiteit delen crossovers

nieuwe, verrassende en onverwachte wereld

groene inrichting ontspannen bewegen en sporten voetgangers en fietsers

industrieel ambachtelijk artistiek rauw

eigenwijs experimenteel toekomstgericht

vernieuwend

uitnodigend laagdrempelig doorwaadbaar open

22

publieksbestemming

vriendelijk voor klimaat en ecologie

kleurrijk levendig verrassend

avontuurlijk

groen klimaatadaptief duurzaam gezond

De invulling van de thema’s en de kernwaarden moeten natuurlijk groeien in de tijd. Waarden worden sterker wanneer ze door meer mensen worden gevoeld en gedeeld. District Z, de Werkplaatsen en Lurelui zullen ook meer relevantie krijgen wanneer meer mensen zich er mee gaan identificeren: bewoners en ondernemers die trots zijn op hun plek, en bezoekers die er ook graag deel van uitmaken. De gebruikers in het gebied zijn dus belangrijk bij het uitbouwen van de identiteit. Of ze nu dagelijks aanwezig zijn of sporadisch op bezoek komen. Zij zijn immers degenen die de waarden uitdragen en zorgen voor vertelkracht.

aantal woningen worden gerealiseerd. Daarmee wordt dit gebied ook een nieuwe Zwolse woonlocatie met een ander profiel dan de bestaande woonbuurt in Hanzeland met voornamelijk eengezinswoningen. Stedelijk wonen voegt echt iets toe aan de regio Zwolle. Maar daarbij is het wel belangrijk om oog te houden voor de balans tussen het wonen en de stedenbouwkundige schaalsprong met evenementen en grootstedelijke functies (met name wanneer geluidsoverlast wordt verwacht). De nadruk op een sterke vergroening van het plangebied waarbij volop wordt ingezet op een klimaatadaptieve en natuurinclusieve groenstructuur past goed bij de ambities voor de gehele Spoorzone. De nieuwe groen-blauwe structuur van het plangebied zal integraal onderdeel uitmaken van de nieuwe groenblauwe structuur van de Spoorzone, en legt dus ook de verbindingen met onder meer het Koggepark.

Binnen de overall-identiteit van het plangebied krijgen de deelgebieden District Z, de Werkplaatsen en Lurelui natuurlijk ook elk een eigen karakter en invulling. Alleen al de historische bebouwing van de Werkplaatsen geeft een heel andere beleving. Maar juist om de samenhang en de verbinding tussen de deelgebieden te benadrukken is ervoor gekozen om de overkoepelende thema’s en waarden uit te dragen. Daarbinnen krijgen de deelgebieden een eigen deelidentiteit.

Met de ontwikkeling van het plangebied en de Spoorzone als geheel krijgt Zwolle de kans om zich als stad te vernieuwen en te versterken. Met de gewenste identiteit van het plangebied (en de eigen deelidentiteiten van District Z, de Werkplaatsen en Lurelui) wordt een nieuwe hotspot met een nieuw type stedelijke cultuur toegevoegd aan de stad, waar straks hopelijk met trots over wordt gesproken. Dit verandert de kaart van de stad en daarmee zal het flink kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van Zwolle.

4.3 Positionering Bij de gebiedsidentiteit is het ook belangrijk hoe District Z, de Werkplaatsen en Lurelui zich positioneren en onderscheiden ten opzichte van andere gebieden. Het gaat daarbij om verschillende schaalniveaus. De ambitie is dat het gehele plangebied zich op de stedelijke en regionale schaal positioneert als een prominent onderdeel van de nieuwe Spoorzone: het nieuwe centrumgebied van Zwolle met de focus op innovatie. Het plangebied omvat straks een volwaardig stationsgebied, een nieuwe stedelijke hotspot en een nieuwe stedelijke woonbuurt. De aanwezigheid van de grootste OV-terminal van Noordoost Nederland zorgt natuurlijk voor een optimale bereikbaarheid, en vormt een belangrijke motor voor het bereiken van de gewenste schaalsprong van de Spoorzone. De Werkplaatsen zijn hierbij van de buitencategorie omdat de hallen en de bijbehorende sfeer volstrekt uniek zijn in de stad. Zwolle krijgt hier een bijzondere omgeving met vernieuwende functies en publieksactiviteiten. Deze plek vormt straks het iconische visitekaartje van het innovatiedistrict en zal nadrukkelijk het gezicht naar buiten richten. De ambitie is dat er een kleurrijk palet ontstaat met o.a. organisaties in maakindustrie, creatieve industrie, cultuur, onderwijs en horeca die zich met hun activiteiten gaan richten op een breed spectrum aan doelgroepen. Van Zwollenaren tot internationale bezoekers.

4.4 In de tussentijd Het ‘verhaal’ geeft een beeld van de identiteit van het plangebied in 2030. Dat is een stip op de horizon waar naartoe wordt gekoerst. Het koersen zélf gebeurt in de tussentijd. Die tussentijd is dus minstens zo belangrijk in het realiseren van de nieuwe identiteit als die stip op de horizon. Het plangebied is een ‘levend gebied’ waar al van alles gebeurt en in beweging is. Er zijn pioniers zoals Perron038 en het Kattegat, er zijn ondernemers en instellingen die zich hier graag willen vestigen, er zijn ideeën en plannen, er zijn tijdelijke en permanente ontwikkelingen in infrastructuur, en ga zo maar door. Met het oog op het ‘verhaal’ is het belangrijk na te denken over de tussentijd en hoe bestaande ‘spelers’ en nieuwe initiatiefnemers een rol krijgen in het verwezenlijken van de gewenste identiteit. Ook placemaking maakt hier onderdeel van uit. Met placemaking wordt gedoeld op tijdelijke publieksactiviteiten op locatie die het gebied op de kaart zetten en in de harten en hoofden van mensen doet nestelen. Wanneer de activiteiten passend zijn bij de (gewenste) identiteit kan het flink bijdragen aan het omarmen ervan. In de hoofdstukken over het programma en de ontwikkelstrategie wordt verder ingegaan op de invulling van de tussentijd.

Binnen het centrumstedelijke karakter positioneert de Spoorzone (en dus ook het plangebied) zich als innovatiedistrict. Dit geeft een eigen kleuring binnen de regio Zwolle op economische thema’s, met voor het plangebied het profiel van ‘hightech maakindustrie’ en ‘creatieve industrie & cultuur’. Maar ook onderstreept dit het belang van thema’s als vergroening, klimaatadaptatie, circulariteit, nieuwe mobiliteit en gezonde verstedelijking. Hiermee profileert de Spoorzone zich nadrukkelijk als pionier en gids naar een betere toekomst waarbij leven in de stad goed samen gaat met duurzaamheid en gezondheid.

4.5 Uitwerking van de identiteit In dit hoofdstuk is de nieuwe identiteit voor het plangebied beschreven. Deze identiteit vormt de stip op de horizon, een belofte die de stad maakt voor de toekomst op de lange termijn. Zo’n belofte heeft uiteraard vergaande consequenties voor de verdere invulling en inrichting van het gebied. Keuzes voor doelgroepen, programma, hergebruik van het erfgoed, ruimtelijke principes, openbare ruimte, verkeersstructuur, duurzaamheid en ontwikkelstrategie starten bij de nieuwe identiteit. In feite gaat het bij al deze onderwerpen om een uitwerking daarvan. Tezamen vormen ze de ‘pijlers’ die de identiteit gaan dragen.

De ligging van het plangebied is heel strategisch, pal naast het station en op loopafstand van de binnenstad. In de huidige situatie zijn hier nog weinig functies die te maken hebben met deze specifieke ligging. Sterker nog, de afgesloten zone doet op dit moment vrijwel niet mee in het stedelijke weefsel. Maar in de nieuwe situatie wordt dit volledig anders. Met nieuwe activiteiten moet het een betekenisvol onderdeel worden van het centrum van Zwolle. Het gebied zal dus binnen de stad een nieuwe positie innemen. Het is daarom essentieel om het gebied met het Engelenpad als ruggengraat goed te verbinden met andere brandpunten in Zwolle zoals de binnenstad, de IJsselhallen, Hogeschool Windesheim en het Spoolderbos / het Engelse Werk. Met name voor voetgangers en fietsers is het weefsel op stedelijke schaal belangrijk voor het functioneren van de stad van morgen.

Waar nodig gebeurt dit in de nakomende hoofdstukken al behoorlijk precies, zoals in het ruimtelijke raamwerk en de mobiliteitstructuur. Deze moeten nu al worden vastgelegd omdat veel andere uitwerkingen daarop gebaseerd zullen zijn. Daarnaast geldt het besef dat de transformatie vele jaren gaat duren. Bepaalde ontwikkelingen zullen op korte termijn al kunnen starten maar andere zullen nog jaren op zich laten wachten. Het vraagt dus ook om een bepaalde mate van flexibiliteit en aanpasbaarheid. Met name wanneer ontwikkelingen verder in de tijd liggen is het niet verstandig om ze nu al volledig te fixeren. In een tijdspanne van een aantal jaren kan er immers veel veranderen in de omgevingsfactoren, behoeften van de stad en marktomstandigheden. Het komt dus aan op een goed evenwicht – de Nota van Uitgangspunten biedt als richtinggevend kompas de essentiële principes, en daarbinnen is er vrijheid voor de verdere invulling. In de navolgende hoofdstukken wordt de identiteit per onderwerp verder uitgewerkt. In de navolgende hoofdstukken worden de principes van de identiteit per onderwerp uitgewerkt – waar nodig precies, en waar mogelijk globaal.

Naast deze nieuwe positie op stedelijke schaal is het tevens relevant oog te houden voor de situering in de bestaande context. Het is de planning dat de directe omgeving met het Lübeckplein en het kantorengebied Hanzekwartier eveneens op de schop gaat en wordt omgevormd tot een veel levendiger stedelijke mix. Goede aansluitingen zijn over en weer belangrijk. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de komst van veel nieuwe bewoners. In de Spoorzone en ook in ons plangebied zal een groot 23

duurzaamheidsambities

human impact

klimaatadaptatie

natuurinclusief & biodiversiteit

bewust leven een leven lang leren onderwijs toevoegen innovatie uitnodigen tot ontmoeten co-creatie

robuust watersysteem toevoegen waterelementen minimaliseren verharding waterbuffering door retentiedaken hergebruik grijs water groene daken koele plekken aan water(element) routes afwisselend in zon en schaduw

robuuste groenstructuur biodiversiteit vergroten gebiedseigen klimaatbestendige beplanting toevoegen bomen leefgebied voor planten en dieren vergroten groene gevels met natuurwaarde groene daken met natuurwaarde natuurinclusief bouwen bio sequestration

crossovers

circulariteit

gezond

programmamix programma stimuleert ontmoeting samenwerken kruisbestuivingen interactie publieke activiteiten experimenten

klimaatneutraal bouwen circulaire bouwsystemen energievraag verminderen benutten duurzame energiebronnen gebruik zonnepanelen benutten orientatie zon

inrichting daagt uit tot bewegen aangename verblijfsgebieden in de buitenlucht plekken in de zon en schaduw veilige routes voor langzaam verkeer beperken automobiliteit lage parkeernorm stimuleren fietsen en lopen

24

5. DUURZAAMHEID 5.2 Energie Het plangebied sluit aan bij de energiedoelstellingen voor de gehele Spoorzone. Het betekent dat het plangebied in 2030 volledig fossielvrij en in 2050 energieneutraal zal moeten zijn. Om dit te bereiken is op energiegebied een systeemsprong nodig met nieuwe energiesystemen voor warmte en elektriciteit op het schaalniveau van de gehele Spoorzone. Energieneutraal betekent een hoge mate van energiezuinigheid en een energievoorziening met 100% duurzaam opgewekte energie. Vanuit circulariteit bezien is het de ambitie van de gemeente om met een smart energy grid zoveel mogelijk een efficiënt gesloten energiesysteem op het gebiedsniveau van de Spoorzone te realiseren. De optimale invulling daarvan wordt momenteel uitgezocht, en zal de komende tijd in samenspraak met de stakeholders van de diverse deelgebieden worden onderzocht. Ons plangebied zal dus meegaan met de gehele Spoorzone. In deze Nota van Uitgangspunten wordt dit thema derhalve niet verder uitgewerkt. Aandachtspunt is dat het niet bekend is wanneer het duurzame energiesysteem er daadwerkelijk zal zijn. Een eventuele lange aanloopfase moet niet de ontwikkeling van het plangebied gaan vertragen. In dat geval zal wel een energiestrategie voor het plangebied worden opgesteld dat zo veel mogelijk rekening houdt met toekomstige integratie met de rest van de Spoorzone.

Belangrijk is te beseffen dat in het plangebied veel ruimte is voor nieuwbouw en hier dus voor Zwolle grote stappen kunnen worden gemaakt. Daarbij kan het gebied zich profileren als een proeftuin voor innovaties en het testen van energie(mix)systemen. Voor (markt)partijen biedt dit kansen tot participeren en experimenteren.

Als prominent onderdeel van het Zwolse innovatiedistrict wil het plangebied het paradepaardje van duurzaamheid zijn. Juist vanwege de grootschalige transformatie kan hier nog het verschil worden gemaakt. De lat wordt hoog gelegd op thema’s als energie, circulariteit, mobiliteit, groen, gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie.

5.1 Duurzame principes Voor het bereiken van een duurzame transitie is een integrale benadering vereist. Duurzaamheid heeft immers betrekking op een breed palet aan vraagstukken. Voor het plangebied wordt gestreefd naar een meetbaar duurzame leefomgeving gedurende het ontwikkelproces en het gebruik. Het betekent dat voor alle relevante aspecten van duurzaamheid op verschillende momenten wordt gekeken of vooraf vastgestelde doelen worden behaald. De precieze beoordelingsmethodiek voor de bouwontwikkelingen en de buitenruimte wordt gedurende de procesfasering in de tendervoorwaarden vastgesteld per deelgebied. Veel ambities zijn in deze NvU al uitgewerkt. Maar op andere vlakken zal nadere uitwerking in de tenders plaatsvinden. Marktpartijen worden hierop uitgedaagd. Het doel is om via de tenders de meest innovatieve oplossingen uit de markt te halen. De tendervoorwaarden vormen de basis voor toetsing en beoordeling van ingediende plannen van de marktpartijen. Nieuw beleid van de gemeente Zwolle zal ook aan de tenderprocedures worden toegevoegd. Zo kan ervoor worden gezorgd dat nu nog onbekende mogelijkheden straks toch terecht gaan komen in de Spoorzone. Voor de ontwikkelplannen en de buitenruimte worden (waarschijnlijk) de principes van Well Community Standard of een vergelijkbaar label gehanteerd. Well is een instrument om een gezonde en duurzame leefomgeving te realiseren.

Het geeft richtlijnen voor tien thema’s: lucht, water, voeding, licht, beweging, temperatuur comfort, geluid, materialen, mentale welzijn en community. Marktpartijen worden uitgedaagd om een zo hoog mogelijke score na te streven, waarbij met name de integrale sturing op welzijn relevant wordt geacht en niet bijvoorbeeld economische groei. Partijen zullen worden uitgedaagd aan te tonen hoe er wordt bijgedragen aan het algemeen welzijn op langere termijn. Dit geldt niet alleen voor de nieuwbouwplannen maar ook voor de partijen die zich hier gaan vestigen.

5.3 Circulair ontwikkelen Een duurzame transitie houdt in dat bij de gebiedsontwikkeling wordt uitgegaan van de principes van een circulaire economie. Het plangebied als onderdeel van het Zwolse Innovatiedistrict kan als experimenteergebied aanjager zijn van het circulaire gedachtegoed. Het gaat hierbij om gesloten kringlopen in het hele (economische) systeem zodat producten en materialen hun waarde behouden en er geen afval wordt gegenereerd. Bij een gebiedsontwikkeling betreft dit zowel de bouwcyclus als de gebruikscyclus.

Ontwerp en aanleg van de buitenruimte worden meegenomen in de ontwikkeling van de verschillende deelgebieden. Na oplevering wordt de openbare ruimte overgedragen aan de gemeente. De eisen ten aanzien van het beheer door de gemeente moeten dus ook worden verwerkt. Aanvullend op deze eisen is het gewenst dat het cultuurhistorische en rauwe karakter van het gebied wordt gewaarborgd en ondersteund, waardoor op bepaalde plekken een afwijkende inrichting de voorkeur heeft.

Bij circulair ontwikkelen gaat het om een visie op de gehele levenscyclus van gebouwen met aandacht voor reductie, levensduur, milieu-impact en herbruikbaarheid van materialen. De bijbehorende strategie moet al vanaf het eerste ontwerp worden toegepast. Die strategie moet zich richten op het voorkomen van afvalstromen, het reduceren van grondstoffen, het hergebruiken van bestaande materialen, het gebruiken van biobased materialen, en het zodanig toepassen dat gebouwen flexibel en materialen demontabel en remontabel zijn. De principes voor circulair ontwikkelen gelden voor zowel de nieuwbouw als de bestaande bouw.

Aandachtspunt bij de uitwerking is dat waar mogelijk passieve duurzaamheid wordt toegepast. Daarmee wordt gedoeld op de optimale mogelijkheden die vanuit het ontwerp te realiseren zijn en waarbij de natuurlijke omstandigheden worden benut. Voorbeelden zijn onder meer het voorkomen van energieverlies, het benutten van warmte en licht van de zon, het koelen door wind, schaduw, groen en water, het ventileren door buitenlucht en het benutten van hoogteverschil voor waterstromen. Investeren in passieve systemen is eenmalig. Pas daarna volgen toepassingen van actieve duurzaamheid met installatietechnische oplossingen. Investeren in actieve systemen is blijvend want ze vragen onderhoud en moeten na een bepaalde periode vervangen worden.

Het behouden van de bestaande gebouwen past bij het circulaire gedachtegoed. Alle gebouwen van de Werkplaatsen worden daarom hergebruikt met uitzondering van het aanbrengen van een aantal doorsteken die nodig zijn om verbindingen te maken in de ruimtelijke structuur. De bestaande gebouwen zullen worden aangepast aan nieuw gebruik. Waar mogelijk dienen materialen die vrijkomen bij de verbouw te worden hergebruikt. Voorts is het belangrijk om bij zowel nieuwbouw als verbouw rekening te houden met een lage milieu-impact en met een lage CO2 footprint (zoals biobased materialen) en met wat er gebeurt met bouwmaterialen na de eerste functionele levenscyclus. Naast een materiaalpaspoort kan gewerkt worden met slimme tools om

25

26

5.5 Mobiliteit In lijn met de gehele Spoorzone wordt het plangebied volledig ingericht op een duurzaam en gezond mobiliteitsconcept. Uitgangspunt is dat voorrang wordt gegeven aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. In het plangebied wordt autoverkeer ontmoedigd. Het verminderen van autobezit en autogebruik betekent voor veel mensen een gedragsverandering, en kan vaak alleen wanneer er goede alternatieven voorhanden zijn. En die zijn hier. Geen andere plek in Zwolle heeft zo’n gunstige uitgangssituatie voor veranderend mobiliteitsgebruik als de Spoorzone. In hoofdstuk 8 wordt het mobiliteitsconcept verder uitgewerkt.

het aanbod van materialen te matchen met de vraag. Daarnaast is het belangrijk om adaptieve gebouwen te ontwerpen. Daarmee wordt gedoeld op het bewust van tevoren bepalen welke delen van de gebouwen robuust (levensduur langer dan 50 jaar) en welke delen flexibel, demontabel en losmaakbaar moeten zijn. Materialen maar ook verdiepingshoogten, stramienmaten en ontsluitingsprincipes dienen daarop te worden afgestemd. Deze denkwijze geldt ook voor de publieke ruimte. De historische bedrijfsactiviteiten hebben tot verontreinigingen in bodem en grondwater geleid. Waar mogelijk wordt vervuilde grond niet afgevoerd maar via low tech gesaneerd met planten, schimmels en bacteriën.

5.6 Groene, gezonde en klimaatadaptieve leefomgeving Momenteel is de Spoorzone een gebied met veel verharding in bebouwing en openbare ruimte. Het uitgangspunt is dat de openbare ruimte zo veel mogelijk groen wordt aangelegd. Hierbij zal het principe gelden dat alles groen wordt tenzij het geen optie is. Het betekent concreet dat minimaal 30% van het totale grondoppervlak in het plangebied groen gaat worden. Door sterk te vergroenen kunnen grote stappen worden gezet in het verbeteren van de gezondheid, de biodiversiteit en klimaatadaptatie.

Tijdens de gebruikscyclus gaat het over energie, water, afval en lokale economie. Het mogelijk maken van circulaire systemen begint echter al bij het ontwerp van gebouwen en publieke ruimtes. Voor een circulair energiesysteem zal worden aangesloten bij de invulling voor de gehele Spoorzone (zie 5.2). Voor het bepalen van energieprestaties op gebouwniveau wordt gebruik gemaakt van BENG. BENG staat voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen en is als indicator voor energiezuinigheid sinds 1 januari 2021 de opvolger van de energieprestatiecoëfficiënt EPC. Individuele energietoepassingen zoals houtkachels worden hier niet toegestaan wanneer ze een negatieve milieu-impact hebben. Houtkachels veroorzaken veel fijnstof. Voor een circulair watersysteem is het momenteel nog niet mogelijk om op gebiedsniveau een volledig gesloten watersysteem te realiseren. Daarbij wordt drinkwater, regenwater en afvalwater vanuit één systeem benaderd. Het opvangen en reinigen van afvalwater op gebiedsniveau is wettelijk nog niet mogelijk. Voor het regenwater geldt echter de ambitie om op gebouwniveau zoveel mogelijk water op te vangen op groene daken en gevels, en voorts te bufferen in de openbare ruimte. Regenwater wordt dus gescheiden van afvalwater. Bij de afvalstromen gaat het in de eerste plaats om het stimuleren van gescheiden inzameling door het efficiënt en zichtbaar te maken.

Mogelijk kan organisch afval worden gecomposteerd binnen het gebied. Aan te bevelen is verder om één efficiënt ophaalsysteem te organiseren waarin transportbewegingen worden gereduceerd. Voorkeur wordt gegeven aan ondergrondse systemen waarbij bewoners én bedrijven zoveel mogelijk van hetzelfde systeem gebruik maken. Men kan dan 24/7 afval aanbieden en er hoeven geen aparte containerruimten in gebouwen of in de openbare ruimte gemaakt te worden. Ook het aantal voertuigbewegingen kan zo beperkt worden. Belangrijke aandachtpunten zijn het ruimtebeslag van de ondergrondse containers in de openbare ruimte en het beheer van de directe omgeving rond deze inzamelpunten. Tenslotte geldt de ambitie om de lokale (deel)economie te stimuleren. Dit kan o.a. door ruimte te reserveren voor reparatiecafés en kringloop- en deelwinkels, en voor moestuinen in combinatie met lokale restaurants en winkels

Een gezonde leefomgeving betekent gezond buiten leven. Een groene omgeving stimuleert lopen en fietsen (en ontmoedigt autogebruik), zet aan tot sporten, spelen en bewegen in de buitenlucht, zorgt voor ontspanning en bevordert sociale cohesie en ontmoetingen. Daarnaast wordt ingezet op een zo schoon mogelijke omgeving (bodem en oppervlakte), schone lucht, weinig geluidsbelasting, natuurlijke materialen en (sociale) veiligheid. Een groene parkachtige inrichting is eigenlijk voor al deze facetten het sleutelwoord. Bij de inrichting dient hier dus ook nadrukkelijk rekening mee te worden gehouden. Bij het vergroenen is het verder belangrijk dat de buitenruimte ook natuurinclusief wordt ingericht. Dit houdt in dat met de groene inrichting ook een ecologische meerwaarde wordt gecreëerd. Dit vraagt specifieke kennis over het bevorderen van de biodiversiteit, het aansluiten bij de lokale natuur, het leggen van ecologische verbindingen met andere groene gebieden, en het zorgen voor zoveel mogelijk gezonde bodem en waterkwaliteit. Bij de beplanting hebben planten die veel CO2 opnemen de voorkeur. Naast een groene buitenruimte spelen groene gebouwen (groene daken en gevels) hier ook een belangrijke rol in. Het bepalen van beplanting en doelsoorten dient te gebeuren in overleg met de stadsecoloog. Vergroenen staat tenslotte ook in het teken van klimaatbestendigheid.

De gemeente Zwolle heeft vastgesteld dat de Spoorzone met veel verharding in bebouwing en buitenruimte kwetsbaar is voor klimaatverandering. Er kunnen hier snel problemen als wateroverlast, overstromingen, droogte en hittestress ontstaan. Om zowel wateroverlast bij hoosbuiten als droogte tegen te gaan is het belangrijk om het overtollige regenwater langer vast te houden binnen het plangebied en 50% daarvan binnen het plangebied te infiltreren. De insteek daarbij is om sponswerking van de bodem te vergroten waarbij waterafvoer wordt vertraagd en binnen het gebied wordt geborgen. Naast vergroening en waterdoorlatende openbare ruimte wordt ingezet op verdichting en uitbreiding van het watersysteem in de Spoorzone (groenblauwe netwerk). Naast wateroverlast en droogte helpt vergroenen in combinatie met een verbeterd watersysteem voor verkoeling (tegengaan van hittestress). Zo zullen er binnen een straal van 300 a 500 meter loopafstand koelteplekken worden gerealiseerd door bijvoorbeeld aanplant van bomen in clusters, ophangen van schaduwdoeken en uitbreiding van het watersysteem. Hiermee zal zo snel mogelijk worden gestart. Het vastgehouden water kan daarbij ook toegankelijk worden gemaakt. Dit geeft kwaliteit in de openbare ruimte en kan letterlijk zorgen voor verkoeling op warme dagen. Ook voor wateropvang en verkoeling kunnen groene gebouwen (daken en gevels) een rol spelen.

In de Spoorzone geldt een taakstelling om een bui van T=100 (70 mm/uur) te kunnen bergen.

5.4 Ruimtelijke verdichting Met een hoge bebouwingsdichtheid en meervoudige functies wordt het plangebied bij uitstek een voorbeeld van duurzaam ruimtegebruik. De huidige extensieve bebouwing maakt plaats voor een intensieve stedelijke inbreiding. De bestaande waardevolle gebouwen in de Werkplaatsen worden hergebruikt, en veel van de bestaande structuren (wegen en leidingen) kunnen worden herbenut.

27

28 | BGSV

6. PROGRAMMA woonomgevingen. Het overall kenmerk is dat hier een stoere stedelijke en groene omgeving ontstaat waar het wonen gemengd is met andere functies. De hoge dichtheid, de mix van functies, de groene omgeving en het vooruitstrevende mobiliteitsconcept creëren een voor Zwolle uniek type woonomgeving. Gestreefd wordt naar een diverse mix van doelgroepen. Zie verder hiervoor 6.3.

Het gebied krijgt een stedelijke mix aan functies waarbij elk deelgebied weer anders kleurt. De ambitie is dat er in hoge dichtheden verrassende en onverwachte programma’s gaan ontstaan waarbij op de verschillende plekken in het gebied samenhang en kruisbestuiving worden gevormd. Zo kan er een bijzondere stadscultuur worden opgebouwd met innovatieve economische activiteiten, voorzieningen, publieksbestemmingen, ontmoetingsplekken en woonomgevingen. In gezamenlijkheid gaat het programma bijdragen aan de totstandkoming van de gewenste gebiedsidentiteit.

Economische impuls De Werkplaatsen vormen een belangrijke troef in de strategie om de innovatieketens van slimme maakindustrie en creatieve industrie en cultuur tot wasdom te laten komen. Idealiter gebeurt dit in een mix van werken, onderwijs, cultuur en horeca waarbij focus ligt op innovatie, ontmoetingen en kruisbestuivingen. Daarmee krijgt het hallencomplex nieuwe betekenissen. De groei van de innovatieketens vraagt om tijd, en dus om flexibiliteit in de gebouwen. Het betekent ook dat de Werkplaatsen qua programma niet statisch zullen zijn maar in de toekomst weer verder van kleur kunnen veranderen. Zie verder hiervoor 6.4.

6.1 Het programmatische concept Met ‘programma’ wordt hier gedoeld op al datgene wat hier een functie heeft voor de (toekomstige) gebruikers. Dat gaat dus over de functionele invulling van de bestaande gebouwen, nieuwe ontwikkelingen, tijdelijke functies en de gebruikersfuncties van de openbare ruimte. Het is essentieel dat alle ontwikkelingen conceptueel onderdeel uitmaken van het grotere geheel. Het programmatische concept is immers een belangrijke bouwsteen van de nieuwe gebiedsidentiteit.

Centrumstedelijke voorzieningen Het voorzieningenprogramma ligt in het verlengde van de ambitie om de Spoorzone te transformeren naar centrumgebied met een focus op innovatie en experimenten. Dit vraagt om een eigen mix van culturele, educatieve en commerciële voorzieningen. Passend bij de identiteit zijn voorzieningen met alternatieve formules en cross-over concepten op het vlak van cultuur, onderwijs, vernieuwende horeca concepten en urban sports. Daarmee kan het gebied zich onderscheiden. Om dit te bereiken heeft het gebied een aantal prominente trekkers nodig. Dit zijn partijen met een publieksaantrekkende functie die vanwege hun omvang en uitstraling het gebied op de kaart kunnen zetten. Voorbeelden zijn Museum de Fundatie, Cibap en ArtEZ. De aanwezigheid van dergelijke centrumstedelijke voorzieningen zal ook een magneetwerking hebben naar andere partijen om zich in dit gebied te gaan vestigen. Zie verder hiervoor 6.5.

Hoog ambitieniveau: het innovatieve hart van de regio Het programmatische concept heeft een hoog ambitieniveau. Hier wordt het innovatieve hart van de regio gerealiseerd met een focus op nieuwe economie, talenten, crossovers en ontmoeten. Als centrumgebied en innovatiedistrict ontstaat hier een unieke omgeving voor Zwolle: aantrekkelijk, uitdagend en prikkelend met een internationale allure. Het programma bestaat uit een stedelijke en samenhangende mix van wonen, werken, onderwijs, cultuur, horeca en andere voorzieningen. Hierbij is per deelgebied gezocht naar de juiste mix om te komen tot het gewenste karakter. Een beschrijving van de deelgebieden wordt in de hoofdstukken 9, 10 en 11 gedaan. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het overall concept, de aantallen en de ambities voor wonen, werken en voorzieningen. In lijn met het Ontwikkelkader zal de focus in de Werkplaatsen en District Z liggen op slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur. Door deze focus ontstaat magneetwerking voor andere organisaties en bedrijven om te participeren en ontstaat een integrale impact. Alle functies die zich hier gaan vestigen zullen getoetst worden aan hun bijdrage aan de vijf thema’s van de gebiedsidentiteit. Voor de programmatische invulling is het thema ‘innoveren’ cruciaal. Belangrijke notie daarbij is dat innovatie altijd dynamisch is, en dus continu in ontwikkeling.

Het gebied zal dan ook nooit echt af zijn. Kortom: er ontstaat hier een echt innovatiedistrict waarbij het rauwe karakter een blijvend onderdeel is van de identiteit (en het dus niet een aangeharkt geheel gaat worden).

Samenhangend stelsel van plekken Het programmatische concept is gekoppeld aan de ambitie om binnen het plangebied een samenhangend stelsel van plekken te realiseren. Deze plekken krijgen elk een eigen karakter en zullen variëren in omvang, ruimtelijke invulling, doelgroepen en programmatische samenstelling. De onderlinge verwevenheid en doorwaadbaarheid is belangrijk en richt zich bovenal op voetgangers. De variatie in plekken maakt het een verrassend gebied waar bezoekers zich kunnen verwonderen. De plekken zelf bestaan weer uit samenhangende ontwikkelingen in wisselwerking met openbare buitenruimten. De wisselwerking is er vooral met de begane grond van gebouwen (de plinten). De samenhang in het gebied wordt immers vooral ondervonden vanuit de beleving van de buitenruimte en de plinten van gebouwen (de stad op ooghoogte). Dit is niet alleen een kwestie van goed ontwerp maar ook van de juiste functie op de juiste plek. Het is dus belangrijk waar in het gebied het programma gaat landen. Een aantal van die plekken is in ruimtelijke zin al gevormd binnen de structuur van de Werkplaatsen of volgt logisch uit de ruimtelijke verwevenheid met de omgeving. Deze ruimtelijke situering heeft een sterke impact op de gewenste invulling met bepaalde functies: rondom de stationsentree is een ander programma gewenst dan op de noordwestelijke kop van de Werkplaatsen of binnen Lurelui.

Zie verder de hoofdstukken 9, 10 en 11 over de drie deelgebieden.

Hoge dichtheid Bepalend voor de ambities is onder meer de aanwezigheid van het station als mobiliteitsknooppunt. Dit geeft de ideale omstandigheid voor het realiseren van een hoge ruimtelijke dichtheid. Door te intensiveren in de Spoorzone kan relatief veel programma gerealiseerd worden op een beperkte hoeveelheid ruimte waardoor onder meer het autogebruik fors kan worden ingeperkt. Met het intensieve ontwikkelprogramma zal het gebied een complete gedaanteverwisseling ondergaan. Het betekent dat naast de bestaande bouw veel nieuwbouw wordt toegevoegd in verschillende deelontwikkelingen. Deze krijgen elk een eigen mix van functies, toegespitst op de specifieke locatie.

Ontwikkelen in de tijd De precieze programmatische invulling is ook een kwestie van vraag en aanbod. Bepaalde deelgebieden zullen al op korte termijn tot ontwikkeling kunnen komen waarbij de puzzel van de juiste functie op de juiste plek de huidige realiteit is. Andere deelgebieden zullen pas later in de tijd aan bod komen waardoor het lastig is om nu de exacte functies voor te gaan schrijven (al dan niet in de plinten). Wel is het daarbij belangrijk om de gewenste programmatische sfeer en mix te benoemen. Zie verder hoofdstuk 12 over de ontwikkelstrategie.

Stedelijk en groen wonen Het woonprogramma bestaat uit een diverse mix van woonappartementen die verspreid liggen over de drie deelgebieden. De deelgebieden hebben elk een eigen karakter en bieden daarmee dus ook andere

29

Crossovers Een belangrijk element van de gebiedsidentiteit is dat er op allerlei manieren interactie en ontmoetingen gaan plaatsvinden tussen de verschillende functies en gebruikers. Dit wordt maximaal gestimuleerd door gezamenlijke crossovers te maken in de verschillende ontwikkelingen. Met crossovers wordt hier gedoeld op specifieke functies of ruimtes binnen een (samenhangende) ontwikkeling die ingericht zijn op onderlinge interactie of uitwisselingen met publiek. Initiatiefnemers of bewoners kunnen zelf invulling geven aan de crossover. Voorbeelden zijn caféachtige settings voor ondernemers, een buurthuis voor bewoners, een pluktuin of moestuin, interactieruimtes tussen onderwijs en maakindustrie of een publiekelijke samenwerking tussen museum en kunstenaars. Ook tijdelijke publieksactiviteiten vanuit de diverse programma’s kunnen crossovers zijn. Het doel is dat er, naast een betere samenhang, onverwachte innovaties en interessante kruisbestuivingen gaan ontstaan. Daarbij is ook het figuurlijke ‘eigenaarschap’ essentieel. Om betrokkenheid, ontmoetingen en sociale veiligheid te verkrijgen binnen dat stelsel van plekken is het onmisbaar dat er door de bewoners en andere gebruikers een ‘gevoel van eigenaarschap’ ontstaat over de buitenruimte tussen de gebouwen.

Het betekent dat er een mix van woningen nodig is die varieert naar uiterlijk, inhoud, omvang en karakter. Deze mix past ook bij het gemeentelijke beleid om te streven naar een ongedeelde stad waarbij verschillende doelgroepen en leefstijlen met elkaar samenleven. In Zwolle geldt een differentiatie naar 30% goedkope, 40% middeldure en 30% dure woningen. Dit geldt dus ook voor het plangebied, conform het Ontwikkelkader. In het sociale segment wordt 20% in de huur gerealiseerd. Differentiatie vindt in principe plaats over alle ontwikkelingen heen zodat in alle deelgebieden gemengde woonmilieus ontstaan. Uitzondering op dit principe is wanneer er voor een bepaalde doelgroep een specifiek woonconcept wordt ontwikkeld in een eigen gebouw of deel van een gebouw met een eigen entree. In Zwolle bestaat een grote vraag naar betaalbare woningen voor jongeren. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en het beschikbare aanbod sluit vaak niet aan op hun wensen. In het plangebied zal daarom zoals hiervoor is aangegeven 30% van het totale aantal woningen als sociale woningbouw worden gerealiseerd. Passend bij de gebiedsidentiteit wordt hier vooral ingezet op kleine, goedkope huurwoningen voor eenpersoonshuishoudens (tot aan de eerste aftoppingsgrens). Dit zullen met name studenten en starterswoningen zijn met bijbehorende voorzieningen.

Voor studenten en starters zijn co-living concepten gericht op de behoeften van de community ideaal. Vooral District Z biedt hiervoor optimale omstandigheden.

6.2 Het programma in cijfers De samenstelling van het programma is na gedegen afweging tot stand gekomen. Bepalend hierbij zijn de richtlijnen uit het Ontwikkelkader Spoorzone en de gewenste identiteit zoals beschreven in hoofdstuk 4 van deze NvU. Gewenste en passende functies zijn daarin meegegeven in ook gewenste verhoudingen. Vervolgens is in wisselwerking met de mogelijkheden vanuit het ruimtelijke ontwerp, de feitelijke marktsituatie (behoefteramingen) en de specifieke vestigingswensen van verschillende (Zwolse) organisaties het programma aangescherpt.

Randvoorwaarde is dat de concepten moeten blijven voldoen aan de reguliere eisen voor sociale woningbouw. Dit betekent onder meer dat huurprijzen onder de wettelijk vastgestelde liberalisatiegrens moeten liggen. Het programma sociale huurwoningen bestaat voor maximaal 50% uit studentenwoningen. Studentenwoningen worden zoveel mogelijk als onzelfstandige studentenwoningen gerealiseerd. Voor de onzelfstandige studentenwoningen geldt een ondergrens van 18m² GBO incl. gemeenschappelijke ruimtes, en 12 m² GBO, excl. gemeenschappelijke ruimtes. In het geval van zelfstandige studentenwoningen bedraagt de ondergrens minimaal 20 m² GBO per woning. Om te borgen dat de onzelfstandig studentenwoningen betaalbaar zijn (en blijven) voor de doelgroep mag de huurprijs maximaal € 432,51 per maand (prijspeil 1-12020) bedragen. Voor de overige starterswoningen voor eenpersoonshuishoudens in dit segment bedraagt de ondergrens van het woonoppervlak gemiddeld 35 m² GBO.

Daarbij hoort wel de notie dat rekening wordt gehouden met een bepaalde mate van flexibiliteit in het ontwikkelprogramma onder meer vanwege de fluctuerende marktomstandigheden. Vooral bedrijfsfuncties en voorzieningen hebben daarmee te maken. Door in de deelontwikkelingen met bandbreedtes te werken kan hierop worden ingespeeld.

Daarnaast bestaat in Zwolle een grote vraag naar middenhuur en ‘betaalbare koopwoningen’ d.w.z. met een VON-prijs tot de NHG-grens. Bij de categorie ‘betaalbare koopwoning’ wordt een antispeculatiebeding en een zelfbewoningsplicht gebruikt. Het plangebied biedt een ideale stedelijke omgeving voor één en twee persoonshuishoudens (jongeren en ouderen) die graag willen wonen in een comfortabel appartement. Dit soort appartementen zullen verspreid over het plangebied ontwikkeld worden zodat in meerdere ontwikkelfasen betaalbare woningen worden aangeboden. Voor deze woningen geldt een ondergrens van het woonoppervlak van gemiddeld 45 m² GBO.

In onderstaande tabel staat indicatief het totaaloverzicht van het ontwikkelprogramma in het plangebied. In totaal gaat het om ruim 240.000 m2. Wonen Werken Voorzieningen District Z ca. 350 - 400 wo ca. 38.000m2 bvo ca. 18.000m2 bvo Werkplaatsen ca. 350 - 400 wo ca. 40.000m2 bvo ca. 28.000m2 bvo Lurelui ca. 500 - 600 wo ca. 4.500m2 bvo ca. 5.200 m2 bvo Totaal ca. 1.200 - 1.500 wo ca. 82.500m2 bvo ca. 51.200m2 bvo

Ook bestaat in Zwolle een grote vraag naar woonappartementen in de vrije sector. Het plangebied biedt een ideale woonomgeving voor doelgroepen die houden van het stedelijke leven zoals de jonge stedeling (25-35 jaar), de zelfstandige en creatieve werker (25-50 jaar) en de empty nester (55+). Ook deze woonappartementen zullen verspreid over het plangebied ontwikkeld worden.

6.3 Wonen District Z, de Werkplaatsen en Lurelui zijn voor uiteenlopende doelgroepen geweldige plekken om te wonen. In totaal worden hier circa 1.200 a 1.500 woningen (afhankelijk van de uiteindelijke verdeling en de grootte van de uiteindelijke woningen) toegevoegd. In de stedelijke en groene setting worden verschillende aantrekkelijke woonmilieus ontwikkeld. Stedelijk wonen is in trek waarbij de vraag komt vanuit verschillende doelgroepen en leefstijlen. Dit zijn vooral jongeren, starters en senioren. Het is dus belangrijk dat er variatie in woonmilieus aangeboden wordt. Het gebied is ook groot genoeg om verschillende samenhangende woonomgevingen en woontypen te maken. Daarbij is het creëren van deelgebieden met een eigen sfeer ook essentieel. Hierbij wordt gekoerst op het creëren van een stedelijke omgeving waar het wonen gemengd is met andere functies.

Een belangrijke doelgroep voor het wonen bestaat uit (jonge) mensen die hier ook (willen) werken. Het werkprogramma is hier heel specifiek, en richt zich op de ontwikkeling van de ecosystemen van de slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur (zie 6.4). Ook het onderwijs legt de relatie met die ecosystemen. Voor het uitbouwen van de ecosystemen en het binden van talent is het belangrijk dat de bijbehorende communities hier ook woonruimte kan vinden. Zo kan er een veel stevigere basis voor het innovatiedistrict gaan ontstaan.

30

Werkplaatsen In de Werkplaatsen krijgt het hallencomplex een nieuwe invulling met vooral werkfuncties, onderwijs en publieksvoorzieningen. Op beperkte schaal is er ruimte voor (tijdelijke) atelierwoningen (cascowoningen) voor kunstenaars en creatieve ondernemers die wonen en werken willen combineren. Tegenover het hallencomplex komen nieuwe relatief grote stedelijke gebouwen aan het water. Het zijn gemengde ontwikkelingen met een fors woonprogramma. Hier komt een diversiteit aan woningen gericht op doelgroepen die zich thuis voelen in een levendige stadswijk. Aan de zuidzijde liggen ze georiënteerd op het water en aan de noordzijde op het brede plein langs de Werkplaatsen. Op de begane grond met hoge gebouwplinten komen werkruimtes of publieksvoorzieningen.

Ruimte zal worden geboden aan wonen met een toenemende zorgvraag. Vanuit het principe van de ongedeelde samenleving wordt gestreefd naar een mix van uiteenlopende doelgroepen voor alle leeftijden. De ambitie is om gemengde communities te vormen van studenten, werkende jongeren, ouderen, maar ook statushouders en uitstroom uit beschermd-wonen en de maatschappelijke opvang. Het betekent verder dat er ruimte is voor levensloopbestendig wonen waarbij (vitale) ouderen lang zelfstandig kunnen blijven wonen, al dan niet in een community of tussenvorm met basiszorg. Ook rolstoeltoegankelijk wonen is belangrijk. Maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsfuncties in de directe omgeving zijn essentieel. Gelet op de specifieke behoeften in de regio zouden mogelijkerwijs de volgende woonvormen kunnen worden gerealiseerd: • Door bijvoorbeeld de toename van ouderen groeit ook de groep dementerenden. Hiervoor moeten locaties komen waarbinnen kleinschalige opvang gerealiseerd kan worden. Daarnaast is behoefte aan ‘beschutte’ woonvormen waarbij ouderen zelfstandig wonen maar wel met elkaar in contact zijn. • Gemengd wonen is een voorbeeld van een woonconcept als onderdeel van de sociale huur, waarbij dragende en vragende bewoners samenleven. Ze wonen ieder in een eigen kamer of studio. Ze delen een gezamenlijke ruimte, zoals een grote woonkeuken of een gezamenlijke binnentuin.

Van dragende bewoners wordt verwacht dat zij een trekkersrol op zich nemen om activiteiten te organiseren en daarmee een actieve woongemeenschap creëren. De vragende bewoners krijgen vaak hulp aan huis van het buurtteam of een ambulante begeleider van een zorginstelling. • Betaalbare huisvesting voor niet-studerende jongeren met een psychische kwetsbaarheid (studio’s) waarbij er ruimte is voor de bewoners om te werken in ateliers, werkplaatsen of een gezamenlijke moestuin.

Lurelui Lurelui tenslotte wordt ontwikkeld als een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving met appartementencomplexen in een groene openbare ruimte. Het wonen wordt in de gebouwen gecombineerd met werkruimtes en voorzieningen in de gebouwplinten. De hoge dichtheid gaat samen met veel groene buitenruimte. Binnen de verschillende ontwikkelingen is er veel variatie aan woontypen, afgestemd op huishoudensamenstelling, inkomens en leefstijl. Hier zullen de woningen dan ook levensloopbestendig worden gerealiseerd. Momenteel bewoont de woongemeenschap Kattegat het tijdelijke containerdorp aan de Oostzeelaan, een initiatief van onderop voor gemeenschappelijk wonen. Kattegat Wonen wil graag doorgroeien naar een permanente duurzame ontwikkeling in het plangebied vanuit een collectieve eigendomsvorm (coöperatie). De community richt zich op een gemengde doelgroep van jongeren en empty-nesters. In het zuidelijke deel van Lurelui is hier ruimte voor gereserveerd.

Verder zal in het plangebied (zuidelijke deel van Lurelui) ruimte worden vrijgemaakt voor nieuwe vormen van wonen, zoals wooncoöperaties en andere innovatieve woonvormen en ontwikkelwijzen. Nieuwe woonvormen kunnen helpen om betaalbare huisvesting mogelijk te maken voor bepaalde doelgroepen. Bij wooncoöperaties gaat het om een woonvorm waarbij bewoners huren van het collectieve eigendom. Ook andere alternatieve woonvormen zijn denkbaar zoals co-living concepten met woonstudio’s en gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen. Daarmee kunnen heel specifieke groepen bediend worden zoals afgestudeerde jongeren, senioren, kunstenaars en expats.

6.4 Werken Zwolle wil de Spoorzone omvormen tot innovatiedistrict: de innovatieve, culturele en kennis hotspot van Regio Zwolle. Het doel is om vanuit de kracht van de regio de Spoorzone te laten excelleren in slimme klimaatadaptatie, slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur. Met name voor ‘maken’ en ‘creativiteit’ zijn de Werkplaatsen een ideale werkomgeving. De hallen bieden volop ruimte en een perfecte sfeer voor verbeelding, interactie, clustervorming, experimenten, cross-overs en business groei. Juist hier kunnen deze ecosystemen zich ontwikkelen en daarmee van grote waarde zijn voor de Zwolse regio. Daarbij is zichtbaarheid erg belangrijk. De zichtbare aanwezigheid van werkruimtes voor MKB-ers in deze sectoren zal als een magneet werken voor de Spoorzone en de gehele Zwolse regio.

Een bijzonder kenmerk is dat vrijwel het gehele plangebied autovrij is. Het mobiliteitsconcept geeft alle ruimte aan voetgangers en fietsers terwijl autogebruik en autobezit wordt ontmoedigd. Auto’s van bewoners en bezoekers staan op afstand in mobiliteitshubs (collectieve parkeergarages met voorzieningen). Alleen voor hulpdiensten en het laden en lossen zijn woningen te bereiken.

In totaal is in het plangebied ruimte voor een werkprogramma van circa 82.500 m2 bvo. In het plangebied wordt ruimte gegeven aan een aantal innovatieve ecosystemen die naar verwachting een grote betekenis gaan hebben voor de regionale economie. Heel gericht zullen daartoe innovatiehubs worden opgestart rondom nog nader te bepalen technologische en creatieve thema’s met maatschappelijke impact. In een innovatiehub vormen verschillende organisaties een community waarin tezamen wordt gewerkt aan bepaalde vernieuwingen. Het doel is om een gehele innovatieketen met startups, scaleups, professionals, R&D afdelingen van grotere bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen te laten landen in het gebied. Belangrijk daarbij is het roltrap-model waarbij startende bedrijven met faciliteiten, services en support de ruimte krijgen om uit te groeien tot volwaardige bedrijven.

District Z District Z krijgt een hoogstedelijk binnenstadsmilieu. Woonappartementen maken onderdeel uit van gemengde ontwikkelingen van het stationsgebied, met voorzieningen en levendige publieksfuncties in de plinten en een duidelijke wisselwerking met de openbare ruimte. Hier komen stadsappartementen pal naast het station, voor doelgroepen zonder eigen autobezit. Onderdeel van het woonprogramma in District Z vormen twee specifieke woonconcepten. De eerste richt zich op studenten en bestaat uit betaalbare zelfstandige of onzelfstandige studentenkamers, en een georganiseerde community. De tweede richt zich op startende jongeren en is bedoeld als springplank in woon- en werkcarrière. Het concept biedt betaalbare woonunits en een community van gelijkgestemde jongeren met wie ze samen wonen. Het aanbod bestaat uit zelfstandige units met eigen keuken en sanitair, en/of een ‘friends-concept’ waarbij woonkamer en keuken worden gedeeld met een huisgenoot. De locatie vlakbij de Werkplaatsen biedt kansen voor jongeren met een directe relatie met het onderwijs (zoals Cibap en ArtEZ) en met de werkruimtes. De Werkplaatsen bieden voor startende ondernemers de ideale omgeving. Het full service concept biedt naast een community manager ook andere voorzieningen zoals een lounge om te relaxen of te werken, een wasserette en gemeenschappelijk dakterras en moestuin.

Een belangrijke rol is weggelegd voor het ECO-team. Het ECO-team is een team van ondernemers, overheden en onderwijs; investeerders, ambassadeurs, specialisten en kwartiermakers die er samen voor zorgen dat dit een top innovatiedistrict van Nederland wordt. Het ECO-team ontwikkelt en bewaakt het economisch, cultureel en onderwijsprofiel van het innovatiedistrict, en geeft uitvoering aan de ontwikkeling van economische en culturele clusters en samenwerkingsverbanden. Daarbij gaat het ECO-team proactief op zoek naar interessante initiatieven, geldstromen, bedrijven en instellingen die passen bij het profiel.

31

Programma De hallen en de bijgebouwen in de Werkplaatsen hebben veel ruimte. Het idee is dat hier plek is voor verschillende ecosystemen in slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur. Extra ruimte wordt gecreëerd door de hallen te verdichten door middel van het toevoegen van vloeren. Tevens krijgt de centrale hal een iconische opbouw. Het doel is dat hier een zinderende hotspot gaat ontstaan met ruimte voor flexibiliteit, experiment, kruisbestuivingen, netwerkvorming en bijbehorende events. Directe relaties met MBO-, HBO- en WOonderwijs en kennisinstellingen zijn hier zeer belangrijk. Bij de innovatieve maakbedrijven gaat het naar verwachting om enkele clusters die met name in de grote hallen terecht kunnen. Perron038 is natuurlijk het voorbeeld. In korte tijd is Perron038 uitgegroeid tot een succesvol innovatiecentrum waar hightech maakbedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen samen werken aan innovaties in robotics, vision en sensoring technologie. Met Perron038 als voorbeeld is de ambitie om meer ecosystemen hier te laten landen. Het opstarten en verder tot ontwikkeling brengen van dit soort ecosystemen gaat uit van een groeimodel met meerdere actoren (roltrap). Dit vraagt tijd en flexibiliteit. Het ECO-team heeft een belangrijke taak bij de business development, community building, acquisitie en conceptbewaking.

innovatieve maakbedrijven creatieve maakindustrie

wonen stedelijk wonen gemengd alle doelgroepen alternatieve woonvormen auto’s in parkeerhubs

autonome ondernemers broedplaatsen cross-overs uitnodigend publieksactiviteiten

hightech ecosysteem innovatieketen groeimodel innovatiehub

Bij de creatieve industrie gaat het ook om het inzetten van bestaande panden als vestigingsplek voor culturele voorzieningen, (kunst)onderwijs en een mix aan autonome ondernemers. Voorbeelden van bedrijven zijn kunstenaars, culturele makers, productiebedrijven van de creatieve en culturele sector, vormgevers, designers, productontwerpers, web- en ict-developers en media. Het gaat onder andere om beeldende kunst, ambachten, muziek, reclame, vormgeving en softwareontwikkeling. Het doel is dat er sterke onderlinge relaties liggen en er een actief programma komt voor horeca, culturele activiteiten, evenementen en cross-overs. Vanwege deze publieke interactie liggen de meest interessante omgevingen voor creatieve communities aan de westelijke en oostelijke randen van de Werkplaatsen. Zichtbaarheid van de creatieve ondernemers is erg belangrijk, de aanwezigheid werkt als een magneet op het plangebied.

yProduce call

rbyandLo Nea

d

kunst en cultuur

onderwijs

horeca

grootstedelijk Bottom-up eigenzinnig, alternatief experiment avontuur benutten publiek domein

in kunst en cultuur in innovatief maken kruisbestuiving onderzoek en ondernemerschap studentenleven

alternatieve hotspot authentiek en duurzaam divers en verspreid foodmarkt lokaal geproduceerd

voorzieningen

buitenruimte

urban sports kleinschalige retail bijzondere concepten buurtvoorzieningen hotel en boutique-hotel

placemaking en tijdelijkheid evenementen groene leefruimte sport, spel, bewegen kunst en cultuur

Om geen gesloten werelden te krijgen is het belangrijk dat de verschillende innovatiehubs zichtbaar en open toegankelijk zijn, passend bij de gewenste doorwaadbaarheid van het gebied. Transparantie, zichtbaarheid en dus een grote mate van openheid van de activiteiten is een belangrijk uitgangspunt. Zo kan er uitwisseling ontstaan tussen subculturen en met het publiek, waardoor ook beter begrip ontstaat voor wat er zich binnen afspeelt. Cross-overs en een uitwisseling met publieke functies draagt bij aan de gewenste stedelijke mix. Hier is geen ruimte voor gesloten single-tenant gebouwen en ook niet voor grootschalige productie. Voor de genoemde werkfuncties is veel ruimte gereserveerd. Zo kan het innovatiedistrict hier ook daadwerkelijk tot wasdom komen. Het werken zal gaan landen in zowel de bestaande bouw als de nieuwbouw. In het bestaande hallencomplex gaat het om een variatie aan ruimtes; hallen, industriële bijgebouwen en kantoren. Deze zullen ook een variatie aan werkfuncties gaan bieden. Bij de nieuwbouw (verdeeld over de drie deelgebieden) worden eveneens kantoren en werkruimtes gecreëerd in een deel van de plinten van de gemengde ontwikkelingen. Dit kan gaan om ateliers, flex-office concepten en baliekantoren. Bij die plintinvullingen is vooral ook weer de openheid en het publieke karakter van belang.

6.5 Voorzieningen Juist de voorzieningen zullen gaan zorgen voor de gewenste sfeer en beleving van het gebied. Zwolle wil de Spoorzone transformeren als het vernieuwende zusje van de binnenstad. Hier komt de focus te liggen op het innovatieve, het experimentele en het avontuurlijke karakter. Dit houdt in dat in het plangebied een eigen mix gaat komen van culturele, educatieve en commerciële voorzieningen die tezamen de nieuwe plek gaan maken. In totaal is er ruimte voor een voorzieningenprogramma van circa 51.200 m2 bvo. Passend bij de gewenste identiteit zijn voorzieningen met alternatieve formules en cross-over concepten op het vlak van cultuur, onderwijs, horeca en urban sports. Daarmee kan het gebied zich onderscheiden. Het gaat daarbij om een mengeling van kleinschalig ondernemerschap en grootstedelijke voorzieningen. 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=91684d1a-0d7e-48ed-bbac-f636a50496a1