In Zwolle kan het - Eindrapportage versnelling uitstroom bescherm wonen, maatschappelijke opvang.pdf
Tekst van het document
ff
ti
ft
40
ti
ti
ti
fi
ti
ti
ft
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
fh
ti
ti
ti
fk
In Zwolle kan het
bijvoorbeeld. Voor wat betre de maatschappelijke opvang, hee De Herberg concrete voornemens voor een inhoudelijke doorontwikkeling en decentralisa e naar de regio. Een ander posi ef punt is dat er een projectleider komt per september 2020 om deze samenwerking met de regio verder aan te jagen. Hij kan baat hebben bij voorbeelden van elders waar regionale huisves ngsnetwerken opgezet zijn om deze thema’s met elkaar -vanuit zowel fysiek als sociaal domein- te agenderen. Goede voorbeelden zijn te vinden in de regio 's Hertogenbosch en Breda. Regionaal huisves ngsnetwerk draagt bij aan spreiding In de regio Meierij/Bommelerwaard rond centrumgemeente 's Hertogenbosch is een goed werkend regionaal huisves ngsnetwerk ontwikkeld. Hierin maken gemeenten, woningcorpora es, zorgaanbieders met advies van ervaringsdeskundigen afspraken over huisves ng voor mensen die uit beschermd wonen of maatschappelijke opvang doorstromen. Vanaf het najaar van 2016 is met betrokken professionals de behoe e aan afstemming en samenwerking vertaald in een vormgeving die zij zelf gekozen hebben. Bilaterale gesprekken met iedere individuele woningcorpora e, met de grotere zorgaanbieders en met iedere betrokken gemeente resulteerden in het regionaal huisves ngsnetwerk beschermd wonen.
In eerste instan e was de gedachte dat de gemeenten (vanuit wonen en vanuit sociaal domein), woningcorpora es en zorgaanbieders ieder drie vertegenwoordigers zouden afvaardigen naar het netwerk. Vanaf het begin echter, wilden alle par jen graag zelf deelnemen. Het gevolg is dat een groot aantal mensen elkaar vier keer per jaar tre in een bijeenkomst. Vanaf voorjaar 2017 is achtereenvolgend aandacht besteed aan de kwan ta eve opgave (onderbouwde aanname), voorwaarden voor succesvol wonen in de wijk, zachte landing in de wijk, Housing First, rela e met presta eafspraken, varia es in huurcontracten, zoektocht voorziening langdurig verblijf (Skaeve Huse), het programma Thuis in de Wijk en de Vijf Vuistregels en het uitvoeringsprogramma woon-zorgvoorzieningen. Inmiddels is in het voorjaar van 2019 de onderbouwde aanname geactualiseerd en voorzien van een kwalita eve route naar de regio. Daarin is beschreven hoe het proces verloopt van iemand die uit de maatschappelijke opvang in Den Bosch naar bijvoorbeeld Kerkdriel wil verhuizen. Een belangrijk e ect is dat er veel betere contacten bestaan tussen zorgaanbieders en woningcorpora es en gemeenten. Vooral de deelsessies met de partners uit de eigen subregio, blijken waardevol te zijn. Het begrip over en weer groeit. En dat vormt de basis voor afspraken over regionale spreiding van de huisves ngsopgave.
Omdat de mensen in de maatschappelijke opvang in 's Hertogenbosch voor 1/3e uit de regio a oms g zijn, bepaalt dit ook het regionale verdeelmodel. Van de opgave neemt de stad 2/3e voor zijn rekening en wordt het andere 1/3e deel naar rato van het inwoneraantal verdeeld over de regiogemeenten. Daarvan is afgesproken dat het een inspanningsinten e betre . Sommige gemeenten hebben nauwelijks sociale huurwoningen, zodat een klein aantal al een onevenredig beslag zou leggen op de vrijkomende woningen.
ft
ti
41
ti
ti
ti
ft
ft
ft
ti
ti
ti
ti
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
ft
ti
ti
ti
ti
ff
ti
ti
ti
ti
ti
ti
ti
fk
In Zwolle kan het
De uitwerking van het verdeelmodel wordt nauwle end gemonitord. Aanbevelingen Bouw aan een driezijdige netwerksamenwerking in de regio, om mensen in hun eigen omgeving te laten herstellen
Verdieping en verbreding Passende maatwerkwijze In concreto gaat het sociaal wijkteam met de inwoner kijken wat de vraag precies is en wie bij een oplossing betrokken dient te zijn. Als het om complexere vragen gaat, nodigt het sociaal wijkteam de andere betrokken professionals uit om bij de inwoner thuis (of een andere plek als hij dat wil) samen te zoeken naar een antwoord. Drie vragen zijn leidend: wat wil je, wat kun je, wat is daarvoor nodig. Als de inwoner samen met die professionals -in shared decision making- komt tot een gedragen oplossing, wordt dat plan uitgevoerd. Aarzelt de professional of het wel kan, dan beantwoordt hij dezelfde vragen: wat wil ik, wat kan ik, wat is daarvoor nodig? Lukt het toch niet de oplossing te realiseren, dan gaan dezelfde vragen door naar de leidinggevende. Komt die er niet uit, dan komen we met dezelfde vragen bij de bestuurders. Uiteindelijk moet dit leiden tot vertrouwen bij de inwoner dat er serieus naar hem geluisterd wordt, dat ie echt geholpen wordt, zoals hij denkt dat het goed is. Niet dat dit vrijblijvend is, of ‘u vraagt, wij draaien’. Mo va e van de inwoner betekent ook dat iemand zelf meewerkt aan zijn eigen traject. Zodoende kunnen professionals op de verschillende domeinen weer echt doen waar ze goed in zijn: samen oplossingen zoeken in individuele casuïs ek.
De professionals in de wijk kunnen mensen inspireren met hoe het wèl kan en mobiliseren om samen aan de slag te gaan voor concrete resultaten. Bij hun organisa es agenderen ze beleidsma ge vraagstukken. Wat dit vraagt van professionals, is onlangs onderzocht voor de jeugdhulpverlening.14 ‘Samenva end kun je zeggen dat de hulpverlening gebaat is bij professionals die menselijk en empathisch, eerlijk en realis sch zijn. Menselijk, teneinde een goede rela e met personen op te bouwen; empathisch, door ook betrokkenheid te tonen bij de niet-problema sche aspecten van iemands leven, en eerlijk over de mogelijkheden en begrenzingen van het systeem. Zij zijn echte hulpverleners: goed bereikbaar en aanspreekbaar en met voldoende lef om omwille van het belang van hun cliënten soms buiten de geëigende kaders te treden.’ Terug Housing First: bewezen e ec ef Uit interna onaal onderzoek blijkt dat Housing First e ec ef is: 80% of meer van de dakloze mensen blij , ook na langere jd, stabiel gehuisvest15. Daarbij gaat het om mensen met een 14 https://www.socialevraagstukken.nl/gevraagd-vakman-met-lef/?
utm_source=mailpoet&utm_medium=email&utm_campaign=gevraagd-vakman-met-lef_57. 15 https://housingfirstnederland.nl/housing-first-nederland/evaluatieonderzoek/
ti
ti
ti
42
ti
ti
ff
tt
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
ti
ti
ff
ft
ti
ti
tt
In Zwolle kan het
Flexibel op- en afschalen Soms kan iemand zich een jd lang prima redden met lichte ondersteuning, maar loopt de spanning ineens op en is direct toegang tot extra hulp noodzakelijk. Op dit moment is dan een traject nodig van verwijzing en is er waarschijnlijk een wachtlijst voordat ( jdelijk) behandeling gestart kan worden. Met het risico dat klachten verergeren en de (woon)situa e escaleert. Dat is voor niemand wenselijk. Terug Decentralisa es zijn bedoeld voor structurele verandering De decentralisa es van Wmo, Jeugdwet en Par cipa ewet zijn ook bedoeld om te werken aan nabijheid – integraal– leefwereld centraal – in gelijkwaardigheid – op menselijke maat. Uit een analyse16 in 100 casussen in de City Deal steden (waar wijkteams in staat worden gesteld maatwerk te gaan leveren), blijkt dat het huidige regelsysteem in complexe huishoudens extreem hoge kosten met zich meebrengt, terwijl e ecten achterblijven. Financiële besparingen en betere resultaten voor betrokkenen blijken mogelijk als de nanciële transparan e in het sociaal domein wordt vergroot en professionals de ruimte krijgen ‘regelarm’ te werken. Transformeren vergt drieslagleren Maar het lukt niet zomaar. We bevinden ons in een tussen jd tussen de oude en een nieuwe manier van werken. Dat brengt eerst chaos met zich mee. Een omslag als deze grijpt diep in in alle bestaande verhoudingen, zienswijzen en werkprocessen.
Het is niet voldoende om te veranderen binnen bestaande systemen (bv gas horizontaal ipv ver caal oppompen), ook is het onvoldoende om te veranderen van inzicht (fossiele brandsto en raken op), maar vereist wordt om te veranderen van basisprincipes (alleen herbruikbare energiebronnen inze en). In de zorg voor mensen met verward gedrag betre het dus fundamentele veranderingen, die collec eve leerprocessen vragen en impact hebben op alle betrokkenen.
16 Het kan beter voor de burger en goedkoper voor de gemeente in het sociaal domein, Weggeman en Petit in Sociaal
Bestek feb 2018
ti
ti
43
ti
ff
ti
ti
ti
ft
ti
ti
versie 15 maart 2021
tt
ti
ti
ti
ff
ti
ti
ti
In Zwolle kan het
tti
fi
langdurig verleden op straat, met vaak een combina e van psychische problema ek, verslavingsproblemen en soms een lichte verstandelijke beperking. Met Housing First krijgen mensen met dergelijke complexe problema ek direct een woning als ze de huur kunnen betalen, begeleiding accepteren en geen overlast veroorzaken. Een succesvolle methodiek, als die modelgetrouw wordt uitgevoerd. Op dit moment worden in Zwolle niet meer alle plekken vervuld. Waarom is niet duidelijk. Dat kan samenhangen met de 9 maanden wach jd. Terug
Van bureaucratie
Naar bezield vakmanschap
Administra e, controle, documenta e, registra e / command&control
Vakmanschap, verbinding, vertrouwen
Driekwart van je jd achter de PC
In gesprek met mensen
Doolhof van regelingen en loke en
Eenvoud
Toestemming in drievoud vooraf om missers te voorkomen
Rugdekking, bespreking en vergeving achteraf bij missers
Risico’s mijden en uitstellen
Risico’s bespreken en handelen
Kokers voor verschillende domeinen
Ontmoe ng, verbinding, samenwerking
Doen wat mag
Doen wat nodig is
Standaardisa e
Geïndividualiseerde varia e
Papier
Prak jk
Kwaliteit als voldoen aan de norm
Kwaliteit als doel van een handeling
Inhoudelijk zijn we het hier snel over eens. Niemand is erop tegen om passende begeleiding te bieden. En al decennia zeggen we dat de cliënt centraal staat, maar realiseren we het niet. Een werkelijke zorgvernieuwing vraagt ook om vernieuwing van organiseren. • Vertrouwen in en verantwoordelijkheid en handelingsruimte bij professionals; • Norma eve discipline en controle door permanente re ec e over collec eve ambi e; • Betekenisvolle vormen van plannen, leren, verbeteren, verantwoording; • Frontlinie stuurt backo ce aan; • Transparan e over kosten in het sociaal domein; • Vakmanschap betekent verantwoordelijkheid voor jouw deel én voor het geheel. Terug Mooie inspira evolle projecten De Steiger In 2018 is in Zwolle gestart met een ‘gemengd wonen’ project aan de Dr Ee inck Scha enkerkweg. In 40 semipermanente zelfstandige woningen op kantorenloca e Oosterenk wonen 7 jonge statushouders en 10 uitstromers. Zij komen vanuit ‘Beschermd Wonen’ en kiezen er samen met 22 andere (reguliere) huurders voor om gezamenlijk een community te vormen. Er is 1 woning ingericht als gemeenschappelijke ‘huiskamer’. De bewoners kunnen hier zelf ac viteiten organiseren, maar de woning wordt ook gebruikt als werkruimte voor de verschillende samenwerkende par jen.
Extra inzet door de woningcorpora e (deltaWonen) op beheer en de goede samenwerking met zorgpar jen (RIBW Overijssel en Limor) en de gemeente Zwolle toont hier zijn meerwaarde. Bewoners zoeken elkaar op en organiseren samen ac viteiten. In dit project dragen wij bij aan een vorm van inclusief samenleven. Talentenplein-Toren4 Sinds november 2020 wonen 10 jongeren met een psychische kwetsbaarheid samen met 5 (geselecteerde) studenten. Dit gebeurt op de 1e etage van de onlangs opgeleverde 4e studentenwoontoren op het Talentenplein in Zwolle. Elke bewoner hee zijn eigen zelfstandige studio. Ook is er een gemeenschappelijke woonkeuken waar zij elkaar kunnen
ti
ti
ti
ft
ti
44
ft
ti
ti
fl
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
tt
ti
ffi
ti
ti
ti
ti
ti
ti
ti
ti
ti
tt
ti
In Zwolle kan het
ontmoeten en van waaruit zij ac viteiten kunnen organiseren. De jongeren hebben professionele ambulante begeleiding en kunnen hier ca. 2 jaar wonen waarna zij de stap naar geheel zelfstandig wonen kunnen maken. De studenten hebben een rol als ‘buddy’ en kunnen de jongeren ondersteunen. Er is intensief samengewerkt met SSH, deltaWonen, RIBW Overijssel, gemeente Zwolle en Hart voor Zwolle om deze woonvorm te ontwikkelen. Terug
versie 15 maart 2021
ti
In Zwolle kan het
45
Bijlage 1
Onderzoeksopzet & Schriftelijke bronnen en interviews
Concept onderzoeksopzet Uitstroom beschermd wonen Versie: 3 Datum: 6 april 2020 Inleidin
Voor u ligt de concept onderzoeksopzet voor het vraagstuk uitstroom uit beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO). Dit vraagstuk is tweeledig urgent te noemen. In de eerste plaats zal het aantal plekken van beschermd wonen door Rijksbeleid fors moeten afnemen in een periode van 10 jaar, waardoor meer mensen (sneller) zelfstandig moeten wonen. Deze uitstroom is een regionale opgave, waarbij de uitstroom niet alleen in Zwolle hoeft plaats te vinden maar ook bij de regiogemeenten. Dit terwijl in de huidige situatie de uitstroom uit beschermd wonen naar zelfstandig wonen al onder druk staat. In de tweede plaats is er zorg over de leefbaarheid in de wijken door de instroom. Concentratie van kwetsbare bewoners maakt dat leefbaarheid in bepaalde complexen en wijken onder druk staat. Door de toekomstige afname van Beschermd wonen plekken en hierdoor sneller doorschuiven van cliënten vanuit de behandelcentra die minder ver in hun traject zitten, betekent dit dat zwaardere problematiek naar de wijken verschuift.
A. Betrokkene
Voordat er verder ingegaan wordt op het onderzoek is het van belang om te benoemen welke partijen/werkgroepen/gremia er betrokken zijn bij dit onderwerp: • • • • • • • •
Zwolse woningcorporaties (SWZ, deltaWonen en Openbaar Belang). Gemeente Zwolle Sociaal Wijkteam Werkgroep Wonen en Zorg vanuit het Concilium. Platform Wonen, Welzijn, Zorg (WWZ) Zorgpartijen Huurdersbelangenverenigingen van de Zwolse corporaties Zorgkantoren
Bovenstaande betrokken partijen kennen een sterke overlap met elkaar. Zo zijn de corporaties samen met de gemeente, provincies en marktpartijen betrokken in het Zwols Concilium. De corporaties en de gemeente zijn samen met de zorgpartijen betrokken in het Platform WWZ. De gemeente, de corporaties en de huurdersbelangenverenigingen zijn samen de betrokken partijen in de prestatieafspraken. B. Onderzoeksvraag in- en uitstroom
versie 15 maart 2021
n
g
In Zwolle kan het
46
Een heldere onderzoeksvraag is van belang om het gewenste resultaat te bereiken. Hierbij zijn een aantal overwegingen van belang: •
• •
• •
• •
Beschermd wonen kunnen we niet sec lokaal zien, maar we zullen de regionale context mee moeten nemen en dus daarin starten vanuit de huidige regionale situatie en dan in kaart proberen te brengen wat de toekomstige regionale en lokale opgave (kwantitatief in ieder geval en ook kwalitatief) wordt. Daarin moeten we aansluiten op/ rekening houden met de Toekomstvisie waarbij we 1) lichtere vormen opbouwen (begeleid wonen) en 2) dit aanbod lokaal opbouwen. De in- en uitstroom BW kent zowel een financiering vanuit de gemeente als een financiering vanuit de WLZ. De financiering van BW vanuit de WLZ is enerzijds minder relevant voor gemeenten omdat de financiering vanuit het Rijk plaatsvindt. Anderzijds wordt deze doelgroep wel gehuisvest in corporatiewoningen en woningen van zorginstellingen in de gemeente. Dit maakt het voor de gemeente relevant omdat dit mede bepalend is voor bijvoorbeeld de draagkracht in wijken en buurten. Beschermd Wonen kent een variant Begeleid Wonen. Hierbij is het de vraag of de forse afname zoals genoemd in het kader toeziet op deze variant. De uitstroom uit de Jeugdwet. Op het moment dat een cliënt 18 jaar wordt eindigt de indicatie vanuit de Jeugdwet. Vaak stromen deze cliënten door naar BW. Het is de vraag of dit terecht is. Het lijkt erop dat de huisvestingsvraag van deze groep urgenter is dan de (werkelijke) zorgvraag.
Ouderen: de groep ouderen die beschermd wonen wordt groter, dit levert mogelijk een ander soort vraag naar woningen op dan nu het geval is. Naast de twee hiervoor genoemde doelgroepen (Uitstromers vanuit de Jeugdwet en ouderen) zijn er qua relevante doelgroepen de verstandelijk beperkten, GGZ-cliënten en dak – en thuislozen.
We komen tot een volgende hoofdvraag die vervolgens in meerdere deelvragen wordt uitgesplitst: HOE ZIET DE HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE (GEWENSTE) SITUATIE ERUIT ROND DE IN- EN UITSTROOM IN/UIT BESCHERMD WONEN EN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG? Het onderzoek zal uit zowel een kwalitatief als een kwantitatief deel bestaan. Per deelvraag zal hieronder weergegeven worden hoe deze vragen beantwoord kunnen worden. 1. Wat is het wettelijke kader rond de in- en uitstroom in/uit BW en MO en de daarbij betrokken verschillende doelgroepen en welk aanbod is hieruit ontstaan? De beantwoording van deze vraag schetst de context van waaruit het probleem in- en uitstroom mogelijk ontstaat. Beschreven moet worden welke doelgroepen er zijn, welke indicaties zij krijgen en voor welke vormen van zorg deze ingezet kunnen worden. ➢ Dit is een kwalitatieve onderzoeksvraag die middels deskresearch en interviews met betrokken partijen verkregen kan worden.
2. Hoe ziet het proces eruit van (her)indicatiestelling voor BW en MO?
In Zwolle kan het
versie 15 maart 2021
47
Hierbij zal beschreven moeten worden wie, wat en wanneer doet. Zowel het moment van een nieuwe indicatie als een verlenging van een indicatie moet meegenomen worden. Deze vraag volgt min of meer uit de eerste deelvraag. ➢ Uit deze vraag volgt een beschrijvend antwoord. Dit antwoord kan gevonden worden middels deskresearch en interviews met betrokken partijen.
3. Welke vorm(en) van, en in- en uitstroom in/uit, BW en MO is gewenst? De beantwoording van deze vraag is meerledig en moet toezien op de vraag wat nu eigenlijk de gewenste vorm van BW en MO is en hoe de in- en uitstroom geregeld zou moeten zijn. Het betreft hier zowel het procesmatige traject als de vorm van inhoudelijke begeleiding. Leidend hierin moet de ondersteuningsvraag van de cliënt zijn. Wat heeft hij of zij nodig? Voor de uitstroom is het van belang meer inzage te krijgen aan welk type woningen/ woonvormen behoefte is en welk woningaanbod er is, dan wel ontbreekt. Het onderzoek moet zich niet laten begrenzen door de huidige (zwaarte van) indicaties en huidig beschikbaar aanbod in BW en MO (en de wijze van in- en uitstroom). De mogelijkheden en onmogelijkheden ten aanzien van het wettelijke kader moeten hierbij meegenomen worden. ➢ Dit is een kwalitatieve vraag die middels interviews met voornamelijk gemeente en zorgpartijen beantwoord moet worden. Mogelijk kunnen cliëntenorganisaties hierbij betrokken worden. De corporaties kunnen inzage geven in het beschikbare en geschikte woningaanbod. Deze vraag leent zich daarnaast goed voor het tonen van voorbeelden uit andere regio’s.
4. Wat is de huidige stand van zaken rond de instroom in BW en MO? In deze vraag wordt met de huidige stand van zaken bedoeld wat op dit moment de (exacte) vraag naar instroom is. Dus hoeveel mensen wachten op een plek binnen BW of MO? Voor welke zorgpartij(en) staan zij op de wachtlijst? Welke indicaties hebben deze mensen en hoeveel plek is er binnen BW en MO breed en zorgpartij specifiek? In deze vraag moet meegenomen worden hoe de huidige instroom vanuit de Jeugdwet eruitziet. Om welke aantallen gaat het en welk aandeel van de jongeren zou ook zelfstandig kunnen wonen met begeleiding, mits er beschikbare woonruimte is? ➢ Dit is een kwantitatieve onderzoeksvraag die bij de gemeente en het zorgkantoor beantwoord zou moeten kunnen worden. Zij geven immers de indicaties af voor BW en MO.
5. Wat is de huidige stand van zaken rond de uitstroom uit BW en MO? In deze vraag wordt met de huidige stand van zaken bedoeld wat op dit moment de (exacte) vraag naar uitstroom is. Dus hoeveel mensen wachten op een woning om uit te kunnen stromen? Bij welke zorgpartij zitten zij en welke indicatie hebben zij? En wat hebben zij nodig om succesvol uit te kunnen stromen? Ook is het van belang om te kijken of deze uitstromers bekend zijn bij de woningcorporaties. Door een vergelijking te maken tussen de lijst van uitstromers en de lijst van de bij de corporaties bekende uitstromers wordt inzichtelijk waar mogelijke stagnatie in de uitstroom ontstaat. Ook in deze deelvraag zal er aandacht zijn voor de uitstroom uit de Jeugdwet. Belangrijk hierbij is ook om inzage te krijgen in het proces omtrent woningverhuur. Hoe ziet het wettelijk kader eruit? Hoe vindt toekenning van sociale huurwoningen plaats? En wat zijn de resultaten van de pilot herijkt Quotumbeleid en wat betekent dit voor de doorstroom naar zelfstandig wonen? ➢ Dit is zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve vraag. De lijst met mensen die moeten uitstromen uit BW en MO zal bij de gemeente opgesteld moeten worden. De lijst van bij de
In Zwolle kan het
versie 15 maart 2021
48
corporaties bekende uitstromers zal bij de corporaties opgehaald moeten worden. De regelgeving omtrent AVG moet hierbij geregeld worden.
De uitkomst uit de vergelijking tussen deze twee lijsten levert een kwalitatieve vraag op: is er een mismatch tussen deze lijsten en hoe komt dat? Doormiddel van interviews met zorgpartijen en met de corporaties zal hier antwoord op gegeven moeten worden. 6. Wat zijn de eerste resultaten van de pilot herijking quotumbeleid en wat betekent dit voor de doorstroom naar zelfstandig wonen?
Dit nieuwe proces beoogt bij te dragen aan het bevorderen van de zelfstandigheid en het vergroten van de keuzevrijheid van de uitstromer. In grote lijnen houdt dit in dat een uitstromer zelf eerst reageert in De Woningzoeker. Deze pilot is in eerste instantie voor 1,5 jaar aangegaan en de vraag is wat de resultaten zijn. Hoe beweegt de uitstromer zich binnen de Woningzoeker? Is de begeleiding vanuit de zorginstantie afdoende? Of is er meer nodig? ➢ Dit is zowel een kwantitatief als een kwalitatief vraagstuk
7. Wat is de prognose voor de toekomst op het gebied van instroom en uitstroom in/uit BW en MO? Wordt er bijvoorbeeld een stijging van het aantal instromers en uitstromers verwacht? Welke zorgbehoefte/ondersteuningsvraag verwachten we, en welke indicaties worden hiervoor afgegeven? ➢ Dit is in de basis een kwantitatieve vraag die doormiddel van gebruikmaking van eerdere onderzoeken (aangenomen dat die er zijn) beantwoord kan worden. Daarnaast kan doormiddel van interviews met zorgpartijen en gemeente een meer kwalitatief onderdeel meegenomen worden: welke verwachtingen voor de toekomst hebben zij rond de in- en uitstroom en komt dit overeen met het beeld uit de eerder gedane onderzoeken? En welk zorgaanbod wordt verwacht nodig te zijn?
8. Hoe verhoudt de gewenste situatie zich tot de huidige situatie? In deze vraag gaat het erom of de gewenste situatie (zoals beschreven zal worden in deelvraag 3) overeenkomt met, of toe te passen is binnen, de huidige situatie. Duidelijk moet worden welk zorgaanbod (inclusief de bijbehorende in- en uitstroom) mogelijk ontbreekt en of huidig zorgaanbod nog voldoet. Dit geldt ook voor het woningaanbod. Waar is behoefte aan en kan hier in het bestaande bezit aan voldaan worden? Of vraagt dit om andere type woningen of woonvormen? ➢ Dit is een vergelijkende vraag tussen eerder beantwoorde deelvragen. Het antwoord zal kwalitatief van aard zijn en weergeven wat goed gaat en wat ontbreekt/anders moet.
9. Heeft de uitstroom impact op de leefbaarheid in de Zwolse wijken en buurten? In hoeverre wordt dit (positief) beïnvloed door de geleverde zorg? En wat voor impact zal de uitstroom hebben op de leefbaarheid als we kijken naar de toekomstige ontwikkelingen? Minder plekken en snellere uitstroom (zie tekst inleiding) Is er een aantoonbare impact en hoe ervaren de betrokken partijen dit? ➢ Dit is een kwalitatieve vraag die doormiddel van interviews met betrokken partijen beantwoord kan worden. Betrokken partijen in deze zijn de gemeente (wijkmanagers, wijkagenten), de corporaties (senior wijkconsulenten), de huurdersbelangenverenigingen en de zorgpartijen.
De provincie Overijssel heeft recent een zorgmonitor gepresenteerd die op gemeenteniveau inzicht geeft in de doelgroepen ouderen, verstandelijk gehandicapten, jeugd en de GGZIn Zwolle kan het
versie 15 maart 2021
49
doelgroep. Mogelijk kan een deel van de in deze onderzoeksopzet genoemde onderzoeksvragen beantwoord worden met de hulp van deze monitor. De voornoemde vraagstukken spelen bij zowel de werkgroep Wonen en Zorg vanuit het Concilium, bij de prestatieafspraken tussen corporaties en gemeente en bij het platform WWZ038. Opdrachtgever van dit onderzoek is de gemeente Zwolle. De betrokken partijen kunnen en zullen vervolgens meewerken aan de verdere analyse van de resultaten uit het onderzoek. C. Rapportag
De rapportage zal een beschrijving geven van zowel de (wettelijke) context rond BW en MO als de huidige situatie rond in- en uitstroom bevatten. Daarnaast zal de rapportage aanbevelingen/adviezen geven over wat cliënten nodig hebben, zowel qua woonvorm als qua ondersteuningsvraag en of zij hierin bediend kunnen worden door het huidige zorg- en woonaanbod of dat hiervoor nieuw aanbod gecreëerd moet worden. Ook de wijze van in- en uitstroom wordt hierin meegenomen. De rapportage zal zich hierbij niet laten leiden door de huidige werkwijze en het huidige aanbod. De kwantitatieve ontwikkeling van de vraag zal ook in kaart gebracht worden. Tot slot wordt er ingegaan op de vraag of het zorgaanbod in BW en MO met daarbij de bijbehorende in- en uitstroom, impact heeft op de leefbaarheid in de Zwolse wijken en buurten. In het laatste kwartaal van 2020 zullen de resultaten worden gerapporteerd in het Bestuurlijk Overleg.
Terug
Bijlage 1a Schriftelijke en mondelinge bronnen Uit Zwolle • KPMG-focusgroepen – Onderzoek door KPMG naar regionale knelpunten in beschermd wonen en maatschappelijke opvang i.o.v. VWS • Monitor Gezond Wonen - Provincie Overijssel, januari 2019 • Woningmarktonderzoek - HHM en Companen, september 2017 • Concept-afsprakenkader Uitstroom BW en MO regio IJssel-Vecht en Noord-Veluwe – DSP, mei 2017 • Herziening uitstroombeleid, feb 2019 • Presta eafspraken 2020 – 2023 en Jaarschijf 2020 • Strategische ambi e WWZ038, 2018 • Cijfers cliënten beschermd wonen vanuit Centrale Toegang, juni 2020 • Posi onpaper Concilium, mei 2019 • Doorontwikkeling Herberg, nov 2019 • WoOn 2018 - Quickscan woningmarkt, dec 2019 • Van Grote man tot netwerk – Verkenning nieuw publiek leiderschap – Trendbureau Overijssel, juli 2020
ti
e
ti
ti
In Zwolle kan het
versie 15 maart 2021
50
•
Flexwonen als opstap naar zelfstandig wonen – Pla orm 31, september 2020
Landelijk • Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang – Commissie Toekomst beschermd wonen, 2018 • Zicht op uitstroom – Stappenplan voor het in beeld brengen van de uitstroom uit het Beschermd wonen – HHM en Pla orm 31, juni 2017 • Woonvarianten voor senioren – Pla orm 31, 2020 • De magic mix als zachte landing in de wijk - Pla orm 31, jan 2018 • Stapelingsproblema ek in het Sociaal Domein – IPW, juli 2019 • Rapportage Micro-analyses – het maatschappelijk rendement van de Samenwerkwijze Proe uin Ruwaard Oss, sept 2018 • Het kan beter voor de burger en goedkoper voor de gemeente in het sociaal domein Weggeman en Pe t in Sociaal Bestek, feb 2018 Interviews Woningcorpora es: Beleid: Peter Schoth (SWZ), Petra Stuitje (deltaWonen), Helga van Assen (Openbaar Belang), Woonconsulenten: Brian Voet (SWZ), Katja Tamis (Openbaar Belang), Anita ter Huerne (deltaWonen) Huurdersvertegenwoordiging: Jan Besselink Gemeente: sociaal wijkteams: Henrie van den Brink, Roos Oosterho , Aysenur Ekici Beleid Sociaal Domein: Sophie Straatman, Thijs Jan van der Veen, Suzanne Bruns, Glenda Huisjes, Simone Westerman Beleid wonen: Henk Jan de Vries Wijkmanager: Hanneke Valkeman Zorgaanbieders: Anne-Marie Journee (RIBW), Annemiek de Wolf (Leger des Heils), Sanne Gebben-Mors (Kadera), Valerie Logen (Limor), Hugo Broekman en Mar ne van de Voorde (Frion), Antoine e van de Veer (Tactus)
Ervaringsdeskundige: Moniek Koerkamp Sociaal Werk: Harold van de Bergh en Daniëlle Rada (Travers) Terug
ti
ff
tf
tf
tf
versie 15 maart 2021
tf
ti
ti
ti
tt
ft
In Zwolle kan het
51
Bijlage 2
Casus complex gezin : Schulden, GGZ, Jeugdzorg
Meneer Karst is een half jaar geleden in zijn auto gaan wonen. Thuis ging het niet meer. Het lukt hem maar niet om af te kicken en dat zorgde voor allemaal spanningen tussen hem, z’n vrouw en zijn drie kinderen. Dit leek des jds een verstandige zet, maar nu blijkt dat de problemen er niet minder op worden. De kinderen zijn niet meer overstuur van de vele ruzies in het gezin, maar wel iedere keer nadat ze papa in zijn auto hebben bezocht. Mevrouw Karst loopt al jaren tegen de grenzen van haar kunnen aan. Ze hee een verslaafde man, kan niet goed met weinig geld omgaan en weet af en toe gewoon niet wat ze in hemelsnaam met haar kinderen aan moet. Zes jaar gelden is de familie Karst uit de WSNP gezet. Moeder wist op een bepaald moment niet meer hoe ze nog eten moest kopen en hee van de bijzondere bijstand gebruik gemaakt om eten voor haar kinderen te kopen. Maar deze bijzondere bijstand was bedoeld om een nieuwe wasmachine te kopen. Moeder had gefraudeerd en moest het geld terugbetalen. Dit kon zij niet waardoor er een nieuwe schuld ontstond en zij uit de WSNP is gezet. De oudste zoon van Familie Karst (16) hee erns ge gedragsproblemen. Moeder kan daar niet mee omgaan. Maar ook jeugdzorginstellingen en scholen hebben weinig vat op hem. De laatste jd loopt hij vaak weg bij de instelling waar zit. Dan komt hij weer even thuis wonen tot ze hem komen halen.
Zodra hij thuis is, maakt hij ruzie met z’n moeder en zijn jongere zus Bianca (14) en neemt hij zijn broertje Eddy (12) mee naar zijn vriendjes. Bianca krijgt ook steeds meer problemen. Ze concentreert zich moeilijk op school en is vorige maand een week geschorst. Hun jongste zoon Eddy is onlangs voor het eerst door de poli e thuisgebracht. Probleem Mensen die in een neerwaartse spiraal komen, hebben vaak te maken met de Entry-Exit paradox. Bepaald gedrag, een stoornis of ziekte gee ze toegang (entry) tot een bepaalde voorziening. Maar datzelfde gedrag of dezelfde ziekte zorgt er ook voor dat de noodzakelijke behandeling wordt stopgezet (exit). Bijvoorbeeld: jongeren met gedragsproblemen komen in een instelling voor jongeren met gedragsproblemen waar ze uit worden gezet omdat ze zich slecht gedragen en zich niet aan de regels houden. Verslaafden komen in een kliniek voor mensen met een verslaving, waar ze worden geschorst als ze zich niet kunnen beheersen en weer drugs gaan gebruiken. Mensen die niet met geld kunnen omgaan, maken schulden en komen uiteindelijk in een schuldsaneringstraject waar ze uit worden gezet op het moment dat ze weer nieuwe schulden maken. Sommige mensen blijven hun hele leven in deze entry-exit cirkels draaien. Zeker als er tegelijker jd meerdere problemen voorkomen. Een gezin waarin vader verslaafd is, moeder
ti
52
ft
ft
ti
ft
versie 15 maart 2021
ti
ti
ti
ft
In Zwolle kan het
niet met geld kan omgaan en een zoon of dochter gedragsproblemen hee , blij vaak jaar in jaar uit met onvoldoende resultaat behandeld en begeleid worden. Hoe uit dit probleem zich? Persoonlijk Vader Karst is twee keer behandeld voor zijn verslaving. Eén keer in de kliniek waar hij na drie weken geschorst werd omdat hij op zijn kamer zat te drinken. Eén keer is hij vanuit huis behandeld, maar deze behandeling stopte nadat hij in drie maanden twee keer was teruggevallen. Moeder kon al niet goed met geld omgaan, maar nadat ze uit de WSNP is gezet weet ze helemaal niet meer hoe ze ermee om moet gaan. Nadat ze haar bijzondere bijstand onrechtma g had besteed aan eten voor haar kinderen, mag ze 10 jaar lang niet meer in de WSNP. Maar ze hee wel betalingsachterstanden en die lopen steeds verder op. Deurwaarders blijven aankloppen, maar er valt niets te halen. Hulpverleners zeggen al jaren dat ze met geld moet leren omgaan, maar ze hee amper geld om mee te leren omgaan. Hun oudste zoon is meerdere malen van school gestuurd en geschorst in de instellingen waar hij verbleef. De twee jongste kinderen beginnen steeds meer problema sch gedrag te vertonen. Professioneel Professionals staan voor een driedubbel probleem. 1. Succes bij de behandeling en hulp aan vader, moeder en de oudste zoon is niet gegarandeerd.
Het is mensenwerk en hangt van veel details af of het professionals samen met de cliënt lukt om hun gedrag aan te passen en/of met hun ziekte om te leren gaan. 2. Professionals moeten ook overige gebruikers van de voorziening beschermen. Op een groep verslaafden of jongeren met gedragsproblemen kun je niet te veel mensen hebben die terugvallen of probleemgedrag blijven vertonen. In de schuldhulpverlening kiezen gemeenten ervoor om die mensen te helpen die een goede kans op succes hebben. Op die manier besteden ze de beperkte middelen het best. Maar dat betekent ook dat ze een deel van de mensen met grote problemen niet helpen. 3. De behandeling voor verslaving, gedragsproblema ek en schuldhulp zijn niet integraal. De verslavingszorg doet niets met de nanciële problemen en opvoedproblemen in de familie. De schuldhulpverlening helpt vader niet met zijn verslaving en leert moeder alleen met geld omgaan, niet met vader en haar kinderen. En de jeugdzorginstellingen kunnen niets met moeders geldprobleem en vaders verslaving. Hoe uit dit zich bij andere families?
ft
ft
53
ti
ti
ft
versie 15 maart 2021
fi
ft
ti
In Zwolle kan het
Ieder gezin met deze stapeling van problemen kent haar eigen dynamiek. De ene maand is het a icken, of de schuldhulp of de juiste opvoedondersteuning DE oplossing. De volgende maand ontstaat op één van de andere gebieden een probleem. De voorzieningen en regels die moeten helpen om hun gedrag aan te passen werken niet. Dat kan komen door de stapeling van problemen. Als op één probleem het gedrag goed is aangepast, zorgt een ander probleem weer voor zoveel onrust dat het goede gedrag weer vervliegt. Om hoeveel gezinnen gaat het in een gemeente? Hieronder drukken we in groen uit welke aantallen gemeenten kunnen weten. In oranje welke gegevens slechts ten dele een uitspraak kunnen doen over de groo e van de groep. Wat in rood staat valt niet te achterhalen uit bijgehouden data. Welke data mag en wil je aan elkaar koppelen? En welke data mag je bewaren en gebruiken? Is deze problema ek zwaar genoeg om data te koppelen die we normaal niet zouden koppelen? Die vragen staan rond deze gezinnen centraal. In principe kunnen we het GGZgebruik, jeugdzorggebruik en schuldhulpverlening achter een voordeur weten. Deze drie voorzieningen achter een voordeur zijn een goede voorspeller voor problemen waar mensen samen met hun professionals niet uitkomen.
Om echter de entry-exit paradox vast te stellen moeten we over data beschikken van niet succesvol afgesloten behandelingen of hulpverleningstrajecten. Hoe vaak zijn welke trajecten niet goed afgesloten? Die informa e is moeilijker uit systemen te halen, maar wel belangrijk om de problema ek in beeld te krijgen. Want meneer Karst hee op dit moment geen psychische zorg of verslavingszorg; hij hee enkel een urgen e-aanvraag voor een eigen woning ingediend. Mevrouw Karst krijgt en jaar lang geen toegang tot schuldhulp dus zal ook niet te vinden zijn onder die voorziening. Kortom, de gegevens over GGZ-gebruik, Schuldhulp en Jeugdhulp bestaan. ●
Volwassen GGZ
●
Jeugdzorg
●
Schuldhulpverleningstraject
Maar de combina es daarvan en de combina es van onsuccesvol afgesloten trajecten zijn niet voorhanden. De dynamiek van de entry-exit paradox maakt het moeilijk om het hebben van voorzieningen als basis te nemen. De hulpverleningsgeschiedenis van gezinnen staat geregistreerd, maar vraagt veel om te analyseren. In de data zien we niet terug dat vader nu in zijn auto woont zonder behandeld te worden. Ook is niet te zien dat moeder geen hulp krijgt met haar nanciële problemen, of dat het steeds slechter met hun jongste kinderen gaat. De aanwezigheid van GGZ, jeugdzorg en schulden samen is volgens ons een goede voorspeller van stapelingsproblema ek. Hoe deze problema ek zich precies achter de voordeur uit is echter niet in de data te zien. Het is niet te zien of het gezin vooral vastloopt
54
tt
ft
ti
ti
ti
ft
ti
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
ti
ti
fi
fk
In Zwolle kan het
op het niet vinden van de juiste GGZ zorg of jeugdzorg. Of dat de zorg die ze krijgen niet aanslaat omdat de stress over de schulden niet afneemt. Kortom de dynamiek achter de problemen is niet in de data te zien. ●
Volwassen GGZ
●
Jeugdzorg
●
Schulden
Handelingsperspec ef Wij zien drie mogelijkheden om de neerwaartse spiraal te doorbreken. In de eerste plaats kan dit door gedrag als “op te lossen probleem” centraal te stellen, in plaats van het als uitslui ngscriterium te gebruiken. Daarmee zeggen we niet dat je mensen koste wat het kost binnen de groep of voorziening moet houden. We zeggen wel dat het geen zin hee om deze mensen zorg te ontzeggen. Dat gebeurt nu con nu bij vader, moeder en hun oudste zoon. Een tweede verbeterpunt ligt in de (on)mogelijkheid om een echt integraal plan te maken. De familie Karst hee te maken met de Jeugdwet, de WMO, de Zorgverzekeringswet, de Par cipa ewet en de WSNP. Die we en hebben allemaal verschillende paradigma’s van waaruit ze problemen proberen op te lossen en de manier waarop ze mensen hun gedrag laten aanpassen. Werken vanuit verschillende paradigma’s en vanuit verschillende hulpverleners aan één en hetzelfde gezin, werkt niet goed. Voor gezinnen die zowel onder de Jeugdwet, de Par cipa ewet als de WMO/ZVW vallen kun je een nieuw paradigma ontwikkelen. Om de neerwaartse spiraal te doorbreken is één nieuw beleidsgeloof en één nieuwe hulpverlenings loso e nodig. Het leveren van maatwerk, en beter samenwerken onder één regisseur helpt niet zolang deze mensen op basis van hun gedrag uit worden gesloten van bepaalde voorzieningen.
Een derde mogelijkheid zit in het expliciet inze en op een doorbraak. Maatwerk alleen volstaat niet als het neerkomt op het zo goed mogelijk inze en van alle beschikbare voorzieningen. Soms zijn er voorzieningen nodig die nog niet bestaan, of uitzonderingen op toegangsregels. Voor de familie Karst ziet dat er als volgt uit: Vader ziet dat zijn leven steeds moeilijker wordt en wil nog een keer proberen om zich te laten behandelen, maar daarvoor moet er iets meer rust komen rond zijn vrouw en kinderen. Zijn vrouw denkt de jongste twee kinderen goed te kunnen opvoeden als de oudste niet meer thuiskomt en haar geldzorgen eindelijk eens verdwijnen. De gemeente koopt de vorderingen op de €8.000 betalingsachterstanden op voor €1.800 en scheldt dit bedrag kwijt. De €1.700 fraudeschuld van moeder boeken ze af door vast te stellen dat moeder te laag inkomen hee om de schuld af te lossen.
55
ft
tt
tt
ti
ft
versie 15 maart 2021
tt
fi
ti
fi
ti
ft
ti
ti
ti
ti
In Zwolle kan het
Vader gaat drie maanden in behandeling en huurt via an kraak twee jaar lang een woning, met als doel om na twee jaar weer clean thuis te kunnen wonen. Gedurende deze periode staat de gemeente het toe dat beide ouders een uitkering krijgen, ook als vader op termijn af en toe bij het gezin kan slapen. Voor de oudste zoon zoekt de gemeente een aanbieder die hem onvoorwaardelijk tot zijn ach ende helpt. Als dit op de groep lukt, lukt dit op de groep, als dit niet lukt moeten er individueel meer kosten gemaakt worden om hem passend te begeleiden. Legi miteit Bij de oplossing voor de familie Karst worden de randen van de wet opgezocht. Sommigen zullen zeggen dat deze oplossingen over de randen gaan. We elijk is de gemeente verplicht om de fraudeschuld te innen voor zover moeder en vader Karst die kunnen a etalen. Als vader en moeder beiden een uitkering krijgen moet er nog wel een beetje ruimte in het vrij te laten bedrag zi en om maandelijks af te lossen. Maar dit gezin lee al meer dan 10 jaar op en onder het vrij te laten bedrag. Eerst in de aanloop naar de WSNP, toen jdens de WSNP en sinds ze daaruit zijn gezet ligt er beslag op alles wat er binnenkomt. De gemeente zet in op iets meer nanciële ruimte zodat er rust kan ontstaan. Daarom wijken zij af van de standaard berekening van het vrij te laten bedrag. Dan is er nog de uitkering van vader.
Die mag niet verstrekt worden zolang zij getrouwd zijn. En als vader in de toekomst wil leren om bij moeder en de kinderen te gaan wonen hee dat direct consequen es voor zijn uitkering. Als hij te veel dagen bij moeder slaapt moet de handhaving constateren dat hij feitelijk bij moeder woont. En dan hee hij geen recht op een eigen uitkering. Rendement Gemiddeld kosten de duurste 100.000 probleem gezinnen in Nederland 104.000 euro per jaar. Jaar in jaar uit, zonder dat er een doorbraak komt. We besteden veel geld aan het in stand houden van het probleem, zouden we kunnen zeggen. Huidig scenario De familie Karst kost op dit moment € 101.000 per jaar. Dat is in hun geval rela ef weinig omdat € 82.000 daarvan besteed wordt aan de intramurale jeugdse ng van hun oudste zoon. De uitkering kost € 17.580. Daarnaast krijgen ze op dit moment niet veel zorg of ondersteuning. Een maatschappelijk werker komt twee keer per maand langs om even te kijken hoe het gaat. Maar verder krijgen ze geen hulp met hun schulden, en geen zorg op dit moment. Dreigend scenario
ft
ti
ti
56
fb
ft
ft
tti
tt
versie 15 maart 2021
ti
fi
ti
tt
ti
tti
In Zwolle kan het
We denken niet dat dit lang goed kan gaan. Vader kan niet al jd in zijn auto blijven wonen. En moeder redt het alleen niet veel langer om alle zorg voor de kinderen op zich te nemen. Zeker niet nu de twee jongste kinderen steeds meer problemen veroorzaken. In het ’beste’ dreigende scenario komt vader op een bepaald moment in de maatschappelijke opvang terecht (€ 36.500). Een crisisopname in de GGZ of een opname in een verslavingskliniek is ook niet ondenkbaar, maar we scha en het dreigend scenario hier licht in. Als er geen verbetering van de situa e komt scha en we in dat moeder het niet redt, de 2 kinderen onder toezicht worden gesteld (€ 17.800) en moeder psychische zorg nodig hee (ggz traject € 8.000). Dat scenario kost al direct € 163.000 en dan wordt er niets opgelost. De problemen worden alleen maar erger. Maatwerk scenario Dit scenario is iets duurder dan het huidige scenario.; € 119.000. In dit scenario krijgen beide ouders een aparte uitkering (€ 6.7564). De schuldhulp (€ 1.500) biedt de schuldeisers € 1.800 en vordert dit niet op moeder. Net als de gemeente de fraudevordering € 1.700 niet meer vordert. Dit kost in totaal €5.000. Betrokkenheid De familie Karst kost jaar in jaar uit meer dan € 100.000 per jaar, maar is daarmee niet duurzaam geholpen. Er is een grote kans dat de situa e verslechtert.
Niet alleen rondom het gebrek aan perspec ef in het geval van de schulden van moeder. Ook met de verslaving van vader. En we zien al een nega eve trend in het gedrag van de jongste twee kinderen.
Om erger kwaad te voorkomen en het gezin te stabiliseren zodat ze weer aan een posi eve toekomst kunnen werken, is het nodig dat er in lijn met het perspec ef van het gezin gewerkt wordt. En het gezin kan en wil een aantal dingen zelf. Vader is bereid om nog eens te proberen om af te kicken. Moeder wil en kan zelf voor haar kinderen zorgen als haar oudste zoon, die een slechte invloed hee op de jongere kinderen, wegblij . Ondanks het mantra “één gezin, één plan”, zien we in de prak jk dat er nauwelijks plannen worden opgeschreven en al helemaal niet één plan voor het hele gezin waar iedereen zich aan commi eert. Door één plan te maken met het gezin, in het verlengde van hun eigen perspec ef, wordt de slagingskans vergroot. In zo’n plan wordt duidelijk benoemd wie waarvoor verantwoordelijk is. Wie regelt wat, en wat doet het gezin zelf om weer stabiel te worden? Dit leidt tot een symbolisch contract dat door zowel het gezin als door de betrokken professionals ondertekend wordt, en waar het gezin vervolgens ook op aangesproken kan worden. Terug
ti
57
ft
ti
ft
ti
ti
ti
tt
tt
versie 15 maart 2021
ft
ti
ti
ti
tt
ti
In Zwolle kan het
Bijlage 3
Wettelijk kader beschermd wonen / maatschappelijke opvang
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een wet in het kader van hulp en ondersteuning. Het doel van de wet is om burgers te helpen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Gemeenten voeren de wet uit en hebben de plicht om mensen in kwetsbare situa es: • te compenseren voor hun beperkingen door het aanbieden van voorzieningen en ondersteuning, bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of aanpassing van de woning; • te steunen in hun deelname aan het maatschappelijke verkeer (par cipa e); • een passende ondersteuning te bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrich ngen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid). Gemeenten kunnen hiervoor algemene voorzieningen inze en zoals buurtwerk, een speeltuin, een ontmoe ngsplek; hier kan iedere inwoner gewoon gebruik van maken. Omdat dat voor sommige mensen niet voldoende ondersteuning biedt, is de gemeente ook verplicht ‘maatwerk’ te leveren. Daarvoor moet de inwoner eerst een indica e krijgen. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen, en vormt samen met de inzet van eigen kracht of inzet uit het eigen netwerk een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk.
Wetsvoorstel Wmo 2015, ar kel 1.1.1 Het begrip ‘maatschappelijke ondersteuning’ omvat: 1. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en lee aarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de par cipa e van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3. bieden van beschermd wonen
Voor de uitvoering van de Wmo hebben gemeenten een resultaatverplich ng. Het uitgangspunt is dat zelfredzaamheid en meedoen de verantwoordelijkheid zijn van mensen zelf. Maar gemeenten moeten beleid maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en par cipa e, of behoe e hebben aan beschermd wonen of opvang. Daarbij gaat het om een aantal taken en verantwoordelijkheden: ∪ Lee aarheid en sociale samenhang bevorderen ∪ Mantelzorgers en vrijwilligers ondersteunen ∪ Het bevorderen van mensen met een beperking of psychisch probleem om deel te nemen aan de samenleving ∪ Maatschappelijke opvang aanbieden ∪ Openbare geestelijke gezondheidszorg bevorderen ∪ Informa e, advies en cli ntondersteuning geven ∪ Verslavingsbeleid bevorderen ∪ Jeugdigen met problemen preven ef ondersteunen
58
ti
ft
tt
ti
ti
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
ë
ti
ti
ti
ti
ti
ti
fb
ti
ti
fb
In Zwolle kan het
Financiering staat onder druk Uitvoering van de Wmo wordt ge nancierd uit belas nggeld en eigen bijdragen. De overheid beheert dit geld en keert dit geld aan de gemeenten uit via een speciaal gemeentefonds. Bij de verdeling van het geld wordt vooral gekeken naar de samenstelling van de bevolking in een bepaalde gemeente. Ieder jaar wordt in de zogeheten Mei-circulaire de hoogte van de Rijksbijdrage vastgesteld. Een spannend moment voor de gemeenten. De laatste jaren kampen steeds meer gemeenten met tekorten in de Wmo. Ook Zwolle krijgt te weinig budget voor bijstandsuitkeringen, de voorzieningen in de Par cipa ewet en wordt benadeeld door de herverdeling van de gelden voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Alles bij elkaar is er een structureel tekort van 20 miljoen euro, waarvan nog steeds 5,5 miljoen gedekt moet worden.
Beschermd wonen Beschrijving stappen tot aan een indica e Als je ondersteuning wilt, meld je je bij de gemeente. Dan kun je online de Wmo-aanvraag doen. Na de aanmelding neemt er iemand van de gemeente contact met je op om een afspraak te maken voor een gesprek. Tijdens het gesprek op het gemeentehuis of bij je thuis wordt er door een consulent/deskundige van de gemeente met jou samen onderzocht waar de problemen in jouw situa e liggen en wat er nodig is om deze problemen op te lossen. De gemeente bekijkt ook in hoeverre je zelfstandig bent en wat familie en naasten in je omgeving voor je kunnen betekenen. Er wordt een verslag gemaakt van het gesprek. Het gespreksverslag is het uitgangspunt voor de verdere stappen. Uit het verslag blijkt bijvoorbeeld dat je onvoldoende zelfredzaam bent en je sociale netwerk niet voldoende is in staat om je te helpen. De gemeente is dan verplicht om je te helpen. In het verslag staat ook een voorstel voor een plan. Dat plan bestaat uit doelen die je wilt bereiken met het gebruik van de Wmo voorzieningen. Als je instemt met het verslag, is dat meteen het formele besluit en geldt het als de ni eve aanvraag voor hulp uit de Wmo. In Zwolle krijg je dan je indica e vanuit de Centrale Toegang van de GGD. Na de toewijzing, kies je zelf een zorgaanbieder die volgens het plan aan de slag gaat met de ondersteuning.
(Her)indica estelling beschermd wonen De groep mensen met een psychische kwetsbaarheid is zeer divers. Zoals psychiater Van Os het stelt, gaat het om psychische varia e. Gedurende het leven maakt 44% van de mensen een fase van psychische kwetsbaarheid door. Zodanig dat je er door ontwricht raakt. Iedereen kent dus wel iemand in zijn nabijheid. De meeste mensen komen er zelf weer uit, maar sommigen hebben professionele hulp nodig. Dat is zo’n 6%. Een klein aandeel daarvan hee te maken met een Erns ge Psychische Aandoening, waardoor ze aangewezen kunnen zijn op een vorm van begeleiding of beschermd wonen. Dan gaat het om: • iemand die een psychische aandoening hee (inclusief verslaving) die zorg noodzakelijk maakt; • iemand die erns ge beperkingen in het sociaal en/of maatschappelijk func oneren ervaart;
ti
fi
59
ti
ti
ti
ti
ti
ft
ti
ti
versie 15 maart 2021
fi
ti
ti
ti
ti
ft
In Zwolle kan het
Exper senetwerk beschermd wonen In de regio rondom 's Hertogenbosch is in de regiovisie een ambi euze opgave geformuleerd om af te schalen in beschermd wonen intramuraal en op te schalen in ambulante vormen van ondersteuning. De indica estelling speelt daarin een cruciale rol. De gewoonte -vaak op advies van een zorgaanbieder- om iemand een beschermd wonen -indica e te geven, is las g te doorbreken. Dat vraagt om gedegen inhoudelijke kennis. En een diepgeworteld besef dat mensen met psychische kwetsbaarheden het beste herstellen in hun eigen omgeving, niet in een groepsgerichte zorgse ng. Daarom gaat aan een indica e beschermd wonen al jd een inhoudelijke toets vooraf van de voorzi er van het Netwerk opvang en Wonen. Een inhoudelijk deskundige, die zowel met zorgaanbieders als met sociaal wijkteams veelvuldig spart over aanmeldingen. Hij toetst de aanvraag en gee een bindend advies over de indica e. Dat hee geleid tot een aanzienlijke daling van het aantal indica es. De betrokken wijkteammedewerker wordt in de overwegingen meegenomen, zodat zij dit een volgende keer ook zou kunnen doen. Het blijkt echter dat sommige wijkteams in de regio met een gering aantal aanmeldingen voor beschermd wonen per jaar te maken krijgen en daardoor onvoldoende kennis kunnen opbouwen. Bij andere wijkteams is de kennis versnipperd, omdat meerdere mensen zich met deze doelgroep bezig houden.
ti
ff
ti
ti
ti
60
ti
ti
ti
ft
ft
ti
fi
fh
tt
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
tti
ti
ft
ti
ft
tti
ti
ft
tti
ti
ti
ti
ö
In Zwolle kan het
ti
ti
waarbij • de beperking het gevolg is van een psychische aandoening, maar mogelijk ook de aandoening veroorzaakt; • de aandoening structureel of langdurig is (ten minste enkele jaren); • geco rdineerde zorg van professionele hulpverleners in zorgnetwerken nodig is. Omdat de problemen van mensen uit deze doelgroep veel aspecten van het leven betre en (psychische gezondheid, lichamelijke gezondheid, werk en inkomen, sociale rela es) is hulp van professionals vanuit verschillende sectoren nodig om goede ondersteuning te bieden. Alleen GGz-zorg is niet toereikend. Wensen en zorgbehoe en gaan vaak over universele thema’s zoals geaccepteerd en Over hoeveel mensen hebben we het in erkend worden als volwaardig persoon, goede persoonlijke beschermd wonen? rela es met familie, vrienden en kennissen, een jn dak Naar scha ng hee 1,7% van de totale boven je hoofd, ac ef zijn in vrije jdsbesteding en andere bevolking een EPA. In Zwolle dus rond sociale ac viteiten en het deelnemen aan werk of onderwijs. 2000 mensen. Huisje, boompje, beestje, zoals voor iedereen. Een deel doet een beroep op beschermd Daarvoor zijn geen standaarden te geven. Wat het beste wonen. Anno 2020 zijn dat in regio IJsselwerkt bij de gemiddelde mens is voor niemand de juiste zorg. Vecht 1200 mensen (en bijna 200 op de Het wijkteam van de gemeente maakt daarom met de wachtlijst).
Scha ng (van de Centrale betrokken Zwollenaar een eigen individueel plan, dat de Toegang) is dat zo’n 400 mensen basis vormt voor de indica e voor een vorm van beschermd doorstromen naar de WLZ, ongeveer 400 wonen. De daadwerkelijke indica e wordt afgegeven door de jdelijk beschermd wonen nodig hebben Centrale Toegang van de GGD. En omdat een psychische en de overige 400 zelfstandig kunnen aandoening zich heel dynamisch gedraagt, is er regelma g wonen met ambulante begeleiding. een herindica e. Om te kijken of het plan nog klopt, of dat er RIBW hee 200 plaatsen beschermd zorg bij- of af kan. Soms is dat al na een half jaar, meestal na wonen in Zwolle, Leger des Heils 80, een jaar, soms na twee jaar. Ook dat is a ankelijk van de Limor ?? individuele persoon en diens herstelproces.
Om de kennis van over de toets en afwegingsprocedure van het Netwerk opvang en Wonen met wijkteammedewerkers te delen, wordt een exper seteam onder leiding van de Voorzi er van het Netwerk Opvang en Wonen ingesteld. Wekelijks is er een bijeenkomst van (vaste) vertegenwoordigers per wijkteam en het Netwerk opvang en Wonen. Met de voorzi er, een gedragswetenschapper en circa 10-15 wijkteammedewerkers wordt de casuïs ek van die week besproken. In het exper seteam wordt gezamenlijk meegedacht over de plaatsing van de cliënt. Het team wordt voor 4 tot 6 uur ondersteund door een secretariaat voor de agenda, de centrale registra e en ac elijsten.
Bij de eerste evalua e blijken veel posi eve e ecten: • er ontstaat een lerende taakgroep/community, een hecht team en mul disciplinair overleg van mensen die gedreven zijn op deze inhoud; • er wordt gezamenlijk kennis opgebouwd door coaching on the job in leerling-gezelsamenwerking: wanneer ga je wie waar plaatsen; • de afwegingen worden gedeeld en er ontstaat een gezamenlijk waardenbasis; • door kennisopbouw zijn wijkteams beter toegerust voor hun taak; • ontlas ng van andere wijkteammedewerkers van vaak zware casussen; • kostenbesparing: deelnemers krijgen meer zicht op afschalingsmogelijkheden; • gezamenlijke plaats voor kennisoverdracht over wijzigingen in de beleidsregels / werkprocedures; • in één overleg is iedereen weer ‘bij’; • vast moment voor raadplege van de voorzi er; • meer ruimte/ jd voor de voorzi er om aan te sluiten bij ‘moeilijke gesprekken’, beoordelen op pgb-vaardigheid / advisering over vraagstukken rondom woon/zorg. Het voornemen is bij deze werkwijze in de toekomst ook ervaringsdeskundigen en aanbieders uit te nodigen, zeker bij speci eke cases.
Maatschappelijke opvang De algemene doelstelling van de maatschappelijke opvang is: • Tijdelijke opvang en begeleiding bieden in een accommoda e van een instelling • De zelfredzaamheid en par cipa e van cliënt bevorderen, zodat hij/zij zich weer op eigen kracht kan handhaven in de samenleving • Verwaarlozing of maatschappelijke overlast voorkomen • Gevaar voor betrokkene of anderen af te wenden De visie en doelstelling in Zwolle is dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Als inwoners wel een andere beschermde woonomgeving nodig hebben, wordt toegewerkt naar een zo snel mogelijke terugkeer naar zelfstandig wonen. De ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid op alle levensterreinen (o.a. nanciën, dagbesteding/werk, sociale rela es, lichamelijke- en geestelijke gezondheid) en meer meedoen in de samenleving. Daardoor ontstaat een betere kwaliteit van leven en nemen de maatschappelijke kosten af.
ti
ti
ti
61
ti
ti
ti
ti
ff
tt
fi
ti
ti
tt
ti
versie 15 maart 2021
tt
ti
ti
fi
ff
ti
ti
ti
ti
tt
ft
In Zwolle kan het
Over hoeveel mensen hebben we het in de maatschappelijke opvang ? In 2018 maakten 425 mensen gebruik van De Herberg. Zowel Zwollenaren als mensen uit regio, maar ook (ver) daarbuiten. Zwolle past de landelijke toela ng toe en hee rela ef veel plaats. Kosten: 79,- pp/pn. Kadera biedt op 17 plekken opvang voor slachto ers van huiselijk geweld.
In de maatschappelijke opvang komen mensen terecht die ontwricht zijn door psychische of sociaal-economische omstandigheden, soms kampen met langdurige psychische problema ek, mensen die te maken hebben met huiselijk geweld en die daardoor dak- en thuisloos zijn geworden. Het gaat om jongeren, volwassen mannen en vrouwen en ook om gezinnen met kinderen. De maatschappelijke opvang zet zich in voor het recht dat deze mensen hebben op een veilige en volwaardige posi e in onze samenleving, waaraan ze als mens naar eigen vermogen en met eigen keuzes betekenisvol kunnen bijdragen. In Zwolle zorgt De Herberg voor de opvang en s muleert de cliënten hun talenten in te ze en en zelf regie te nemen en bieden hen een perspec ef in de maatschappij. Het gaat om het vergroten van het herstellend vermogen, veiligheid, waardigheid, weerbaarheid, welbevinden en par cipa e. Voordat een persoon dakloos wordt, is er al een geruime periode sprake van problemen op verschillende leefgebieden. Deze personen (bankhoppers) maken eerst gebruik van hun sociale netwerk voor een jdelijke verblijfplaats. Desondanks komt toch een aantal bankhoppers terecht bij De Herberg, bijvoorbeeld doordat de situa e verergerde, er de mo va e was om de situa e te veranderen, ze niet meer terecht konden bij familie of er de noodzaak was van het verkrijgen van een inschrijfadres en het verkrijgen van onderdak.
Ook in de maatschappelijke opvang gaat het om ondersteuning op alle levensdomeinen, vertaald in 7 doelen: 1. De regio hee kleinschalige nachtopvang met goede zorg. 2. Er is een zinvolle dagbesteding en 24 uurs bereikbaarheid/opvang. 3. Er is voldoende passend woonaanbod. 4. Er wordt integraal gewerkt bij achterstandsbetalingen. 5. Iedere dakloze hee een ondersteuningsplan 6. Er is passende uitstroom op maat. 7. De woonvormen zijn zoveel mogelijk integraal (binnen de wijken etc.). De Herberg werkt aan een veranderopgave om meer te werken in de regio, nu is alleen nog een loca e in Zwolle. Niet alleen vanwege de voorgenomen doordecentralisa e. Maar ook omdat de problema ek van daklozen zeer divers is, en het aanbod van maatschappelijke opvang dit ook zou moeten zijn. Naar verwach ng blij een regionale voorziening als De Herberg ook de komende jaren nodig in regio IJssel-Vecht. Daarnaast wordt gedacht aan een combina e met decentrale vormen van opvang. De regiogemeenten gaan zich vanaf 2020 inze en op deze inhoudelijke doorontwikkeling. Wat belangrijk is voor de inhoudelijke doorontwikkeling, is in 2018 onderzocht door GGD IJsselland.
Zij hebben enkele aanbevelingen gedaan: • Vereenvoudigen van het verkrijgen van een inschrijfadres tbv aanvragen uitkering, zorgverzekering en andere hulp • Uitzonderingen kunnen maken voor mensen zonder binding met de centrumgemeente • Stap-voor-stap ondersteuning/begeleiding door één trajectbegeleider (niet alles tegelijk aanpakken) • Laagdrempelige respectvolle toegankelijkheid bij gemeente en hulpinstan es (trots en/of schaamte zi en in de weg).
ti
62
ti
ti
ti
ft
ti
ti
versie 15 maart 2021
ti
ti
ti
ti
ti
ti
ft
ft
tt
ti
ti
ti
ti
tt
ti
tt
In Zwolle kan het
Bekendheid en zichtbaarheid van mogelijke hulpinstan es vergroten Direct verwijzen naar de juiste hulpinstan es (vooral vanuit de gemeente) ‘Voorportaal’ van De Herberg opdelen in twee delen Maatwerk van de kostendelersnorm voor jdelijke opvang is wenselijk. Dat dit kan, blijkt jdens de Coronacrisis wanneer die jdelijk is opgeheven en ook kunnen mensen hun uitkering behouden zonder minimaal 4 nachten per week in de opvang te moeten verblijven. Crisis leidt tot meer crea viteit en soepeler handhaving van regels.
Bijlage 4
Kwantitatieve onderzoeken
In Zwolle zijn recentelijk onderzoeken gedaan naar de omvang van de huisves ngsvraag voor mensen met psychische kwetsbaarheden. In 2017 regionaal en lokaal, in 2019 nog eens door de provincie. Hieruit ontstaat een globaal beeld van de kwan ta eve omvang van de woningbehoe e. Provinciaal onderzoek In 2019 is onderzoek gedaan door Companen voor de provincie Overijssel. Daarin is een vergelijking gemaakt tussen het aanbod (940 beschermd wonen-plaatsen in regio IJsselvecht) en de vraag (1025 zorgvragers). Companen concludeert daarop dat er op dit moment een tekort is van 85 plaatsen. Dat is een momentopname. Er is ook gekeken naar toekoms ge ontwikkelingen. Companen ziet een overschot ontstaan in de toekomst. Dat is a ankelijk van de inzet van vrijkomend vastgoed en van spreiding binnen de regio. Van de 940 beschermd wonen-plaatsen zal naar verwach ng 20% naar de WLZ gaan en structureel een beroep doen op een vorm van groepswonen. De overige 750 mensen wonen deels in Zwolle en deels in de regiogemeenten. De verwach ng is dat zij na ong 1,5 jaar kunnen uitstromen naar zelfstandig wonen. Dat zijn dan ruim 500 mensen per jaar. Dat getal kan lager uitvallen, als de ‘overcapaciteit’ in Zwolle/IJssel-vecht gaat nivelleren met het provinciale (740 ipv 940) of landelijke (685 ipv 940) gemiddelde.