Hessenpoort 3 toelichting Bijlage 9 Ecologische beoordeling stikstofdepositie Hessenpoort 3.pdf
Tekst van het document
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 28/92
4.5 Beoordeling Broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 3 stikstofgevoelige broedvogels als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige broedvogelsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 4-8: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
KDW2
A021
Roerdomp
H3150
A122
Kwartelkoning
A197
Zwarte Stern
H6410, H6510A, Lg11, Lg10, H6510B, Lg08 Lg10, H3150
Maximaal effect4
2143
Maximale achtergrond depositie3 1343
0,01
Maximaal relevant effect5 -
1071
2135
0,09
0,08
1429
1695
0,05
0,05
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens van Dobben et al. (2012) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Het leefgebied van de soort A021 ondervindt op het moment geen (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie op hexagonen met een toename aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jaar). Dit blijft zo, inclusief de berekende stikstofbijdrage ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significante gevolgen door een toename aan stikstofdepositie op deze leefgebieden zijn daarom uitgesloten. Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige broedvogels die gebruik maken van de leefgebieden met een relevante toename aan stikstofdepositie (zie bovenstaande tabel), wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. De informatie uit deze tabel is verkregen uit het ecologisch onderzoek beschreven in de PAS gebiedsanalyse, het Natura 2000-beheerplan en de resultaten uit de AERIUS-berekening inclusief overige uit de AERIUS Calculator verkregen data.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 29/92
Tabel 4-9: Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
A122
Kwartelkoning
A197
Zwarte Stern
Maximaal relevant effect2
Areaal met relevant effect (ha)3
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4
H6410, H6510A, Lg11, Lg10, H6510B, Lg08
0,08
1,7
0,8%
Lg10, H3150
0,05
0,46
2,4%
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende stikstofdepositie. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie. 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.
In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere broedvogelsoort uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie Bijlage 3 voor een algemene omschrijving per soort. A122 - Kwartelkoning Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de kwartelkoning in Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 5 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De kwartelkoning komt met een langjarig seizoensgemiddelde van 1,8 broedparen voor in de Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen is onzeker (Sovon). Omschrijving leefgebied De kwartelkoning komt in Nederland vooral voor in extensief onderhouden kruiden- en bloemrijke hooilanden. Het broedhabitat kenmerkt zich door een meer dan 20 cm hoge kruidenrijke vegetatie (Natura 2000-profielendocument; A122). De kwartelkoning is voor geschikt foerageer- en broedgebied afhankelijk van de leefgebieden Lg08, Lg10 en Lg11 en de habitattypen H6410, H6510A en H6510B. De huidige kwaliteit van het leefgebied van de kwartelkoning is goed (Gebiedsanalyse-36, 2017).
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 72,1% (161,51 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Kwartelkoning vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 1,1% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 0,8% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,08 mol N/ha/jaar (Figuur 4.6).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 30/92
Figuur 4.6: De locatie in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Kwartelkoning (A122).
Knelpunten De kwartelkoning in de Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is voornamelijk gevoelig voor het te vroeg maaien van de hooilanden (Gebiedsanalyse-36, 2017). Hierdoor verdwijnen namelijk geschikte broedlocaties of gaan broedsels verloren. Momenteel is het beheer hierop aangepast. Wel kan stikstofdepositie een invloed hebben op de vegetatiestructuur echter is dit in de voor de kwartelkoning geschikte habitattypen geen knelpunt. Bovendien, wanneer gekeken wordt naar de landelijke trend van de kwartelkoning, kan worden vastgesteld dat dit voornamelijk samenhangt met de verschuiving van broedpopulaties tussen West- en Oost-Europa (Gebiedsanalyse-36, 2017). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de kwartelkoning is goed. Wel is het langjarige seizoensgemiddelde van de kwartelkoning lager dan de instandhoudingsdoelstelling en de populatietrend onzeker. Echter liggen de knelpunten vooral in het te vroeg maaien van de hooilanden en slechts zeer beperkt bij stikstofdepositie. Op enkel 2% van het volledige areaal aan stikstofgevoelig leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De voorgenomen ontwikkeling zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de kwartelkoning binnen het Natura 2000-gebied.
A197 - Zwarte Stern Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de zwarte stern in Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is uitbreiding van omvang en verbetering van kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 60 broedparen. Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 31/92
Huidig voorkomen en trend in populatie De zwarte stern komt met een langjarig seizoensgemiddelde van 54 broedparen voor in de Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen is onzeker (Sovon). Omschrijving leefgebied De broedbiotoop van de zwarte stern bestaat vooral uit zoetwatermoerassen, vennen, uiterwaarden, plassen en sloten en oevers van meren en langzaam stromende rivieren. De zwarte stern broedt vooral op nesten of aangelegde nestvlotjes op het water (Natura 2000-profielendocument, A197). De zwarte stern heeft in de Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht geschikt leefgebied in het stikstofgevoelige leefgebiedtype Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied (Lg10). De soort foerageert beperkt in Lg10, waarmee het belang van Lg10 voor de zwarte stern klein is (Natura 2000-herstelstrategie, Lg10). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Gebiedsanalyse-36, 2017). Berekende toename aan stikstofdepositie Op 49,2% (9,38 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Zwarte Stern vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats.
Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 4,9% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 2,4% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,05 mol N/ha/jaar (Figuur 4.7).
Figuur 4.7: De locatie in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Zwarte Stern (A197).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 32/92
Knelpunten Volgens Gebiedsanalyse-36 (2017) vormt stikstofdepositie, ondanks overschrijding van de KDW geen knelpunt voor kamgrasweide en bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied (Lg10) in Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Wel is de zwarte stern gevoelig voor verstoring vanwege de grote dichtheid op slechts enkele slaapplaatsen en nestvlotjes (Natura 2000-profieldocument, A137. Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de zwarte stern is goed. Wel is het langjarige seizoensgemiddelde van zwarte stern lager dan de instandhoudingsdoelstelling en de populatietrend onzeker. Op slechts 9% van het totale areaal aan stikstofgevoelig leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De knelpunten liggen vooral in het optreden van verstoring bij slaapplaatsen en nestvlotjes, stikstofdepositie vormt geen knelpunt. De voorgenomen ontwikkelingen zullen geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de zwarte stern binnen het Natura 2000-gebied.
Conclusie Er zijn in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht geen zodanige omstandigheden dat een relevante toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol N/ha/jaar kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakteverlies van het leefgebied van de in het gebied aangewezen broedvogels. De stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling staat niet in de weg aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige broedvogels. Significante gevolgen voor broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
4.6 Beoordeling Niet-broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 1 stikstofgevoelige niet-broedvogel als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige niet-broedvogels, zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 4-10: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
KDW2
A156
Grutto
H6410, Lg07, H6510A, Lg08, H6510B
1071
Maximale achtergrond depositie3 2135
Maximaal effect4 0,09
Maximaal relevant effect5 0,08
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 33/92
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens van Dobben et al. (2012) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot meetbare relevante toenames van >0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van kwalificerende niet-broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (zie bovenstaande tabel). Significante gevolgen door een toename aan stikstofdepositie zijn hierom uitgesloten. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot toename aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jaar) op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen niet-broedvogels in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Significante gevolgen voor kwalificerende nietbroedvogels binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
4.7 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,15 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Voor de habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten waarvoor geldt dat de KDW wordt overschreden, is onderzocht of de berekende toename aan stikstofdepositie kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakte verlies van het stikstofgevoelige areaal. Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd dat de berekende toenames aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling geen negatief ecologisch effect hebben.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 34/92
5. Olde Maten & Veerslootslanden 5.1 Inleiding De Olde Maten & Veerslootslanden omvatten thans een van de laatst bewaard gebleven restanten van onbemeste blauwgraslanden in het Nederlandse laagveengebied. Het is gelegen in de gemeente Staphorst (Figuur 5.1). De bodemkundige en hydrologische situatie zijn gunstig voor herstel waar de kwaliteit achteruit gegaan is. Het uitgebreide slotenpatroon in het gebied is een van de belangrijkste leefgebieden van de grote modderkruiper in ons land. (Olde Maten & Veerslootslanden, Natura2000.nl)
Figuur 5.1: Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Olde Maten & Veerslootslanden.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 35/92
5.2 Doelstellingen Hieronder volgt een overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5-1: Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen voor het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden. Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervla kte1
Kwalite
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
definitief (in ontwerp verwijder d)
=
=
H6230
Heischrale graslanden
ontwerp
=
=
H6410
Blauwgraslanden
definitief
>
>
H6430A
Ruigten en zomen (moerasspirea)
ontwerp
=
=
H7140A
Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
definitief
=
=
H7140B
Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
definitief
>
>
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<).
Tabel 5-2: Instandhoudingsdoelstellingen habitatrichtlijnsoorten voor het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden. Soortc ode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied 1
H1134
Bittervoorn
definitief
=
=
=
H1145
Grote modderkruiper
definitief
=
=
=
H1149
Kleine modderkruiper
definitief
=
=
=
H4056
Platte schijfhoren
definitief
=
=
=
H1016
Zegge-korfslak
definitief
=
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<).
5.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden sprake is van een toename aan stikstofdepositie op 3 stikstofgevoelige habitattypen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 36/92
De overige habitats zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5-3: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Habitatcode
Habitattype
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Maximaal effect3
Maximaal relevant effect4
H6410
Blauwgraslanden
1071
1472
0,01
0,01
H7140A
Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
1214
1126
0,01
-
H7140B
Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
714
1404
0,01
0,01
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. De maximale toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. 4. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Het habitattype H7140A ondervindt op het moment geen (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie op hexagonen met een toename aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jaar). Dit blijft zo, inclusief de berekende stikstofbijdrage ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significante gevolgen door een toename aan stikstofdepositie zijn daarom uitgesloten. Voor de effectbeoordeling op de habitattypen met een relevante toename aan stikstofdepositie uit de bovenstaande tabel wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. De informatie uit deze tabel is verkregen uit het ecologisch onderzoek beschreven in de PAS gebiedsanalyse, het Natura 2000-beheerplan en de resultaten uit de AERIUS-berekening inclusief overige uit de AERIUS Calculator verkregen data. Tabel 5-4: Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden. Habitatcode
Maximaal relevant effect1
Areaal met relevant effect (ha)2
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)3
Kwaliteit4
H6410
0,01
6,37
97,3%
Matig tot goed
H7140B
0,01
0,78
27%
Matig tot goed
1. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende stikstofdepositie. 2. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie. 3. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied. 4. De kwaliteit volgens de PAS-gebiedsanalyse of het Natura 2000beheerplan.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 37/92
In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op ieder habitattype uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie Bijlage 3 voor een algemene omschrijving, een overzicht van de abiotische randvoorwaarden en een algemene effectbeschrijving stikstofdepositie per habitattype. H6410 - Blauwgraslanden Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H6410 heeft in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype varieert van overwegend matig tot lokaal goed. De kwaliteit neemt echter af als gevolg van het slecht functioneren van het bevloeiingssysteem met oppervlaktewater, waarvan het habitattype afhankelijk is voor de zuurbuffering. Wel hebben zich in een proefstrook op kleine schaal vegetaties ontwikkeld kwalificerend als blauwgrasland, echter is het twijfelachtig of deze stand houden. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 97,3% (6,37 ha) van het aanwezig areaal met H6410 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie.
Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (Figuur 5.2).
Figuur 5.2: De locatie in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Blauwgraslanden (H6410).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 38/92
Knelpunten In Gebiedsanalyse-37 (2017) en Beheerplan-37 (2016) worden afname in de aanvoer van grondwater, wegvallen van inundaties en grondwaterstandsverlaging door verlaging van de oppervlaktepeilen genoemd als knelpunten voor het habitattype. In de Veerslootlanden resulteert daling in het oppervlaktewater tot een daling van de grondwaterstanden en een te lage stijghoogte in de zandondergrond. Dit resulteert in negatieve effecten voor blauwgraslanden, welke in de winter en het voorjaar afhankelijk zijn van een plas-dras omgeving. De stijghoogte toont al geruime tijd (30 jaar) een dalende trend en hierdoor vindt momenteel geen buffering van de wortelzone met basenrijk grondwater plaats wat resulteert in verzuring. Deze verzuring zal alleen maar toenemen indien grondwateraanvoer of inundatie met basenrijk water uitblijft. Dit effect wordt versterkt door overschrijding van de KDW. De achterliggende oorzaken achter dit proces vragen echter om meer onderzoek (Gebiedsanalyse-37, 2017). Als proef zijn enkele percelen afgegraven resulterend in een kleine hoeveelheid blauwgrasland, echter is de stabiliteit van deze percelen onbekend. Beoordeling toename aan stikstofdepositie Habitattype H6410 kent voornamelijk een matige met lokaal goede kwaliteit en een negatieve trend in kwaliteit.
Verder wordt de gevoeligheid voor stikstofdepositie vergroot middels het ontbreken van de juiste hydrologische condities. Bovendien is er op het volledige areaal van het habitattype binnen het Natura 2000-gebied een relevante projectgebonden bijdrage. Op proefpercelen is met succes een vegetatie kwalificerend tot blauwgrasland ontstaan, de toekomstbestendigheid van deze percelen is onbekend. Vanwege de geringe toename van slechts 0,01 mol N/ha/jaar, lokaal goede kwaliteit en vooralsnog geslaagde proefpercelen, zal het voorgenomen project in dit geval geen significante negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dit habitattype. H7140B - Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7140B heeft in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is overwegend matig en lokaal goed. De trend in kwaliteit en areaal zijn onbekend. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 27% (0,78 ha) van het aanwezig areaal met H7140B vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats.
Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (Figuur 5.3).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 39/92
Figuur 5.3: De locatie in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) (H7140B).
Knelpunten In dit habitattype wordt de te hoge stikstofdepositie niet gezien als ergste knelpunt maar meer als bijkomend knelpunt. De extreme grondwaterdynamiek met hoge waterstanden in de winter en diep wegzakkende standen in de zomer (waarbij de dempende invloed van vaste oppervlaktewaterpeilen in de verlande boksloten wegvalt) wordt gezien als knelpunt (Beheerplan-37, 2016). Deze sterke dynamiek in combinatie met het kleine oppervlak dat dit habitattype beslaat zorgen voor een lage verwachting in soortenrijke veenmosrietlanden (Gebiedsanalyse-37, 2017). Aanvullend zorgt de aanvoer van voedselrijk oppervlaktewater en uit- en afspoeling van nutriënten mogelijk voor een verhoogde voedselrijkheid, de precieze mate hiervan is echter onbekend. Beoordeling toename aan stikstofdepositie Habitattype H7140B kent voornamelijk een matige en lokaal goede kwaliteit met een onbekende trend in kwaliteit. Op het volledige areaal van het habitattype binnen het Natura 2000-gebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Wegens het ontbreken van adequate hydrologische omstandigheden wordt de gevoeligheid voor stikstofdepositie vergroot. Echter wordt de te hoge stikstofdepositie niet gezien als het voornaamste knelpunt voor dit habitattype.
Gezien de geringe toename van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar, lokaal goede kwaliteit en het feit dat stikstofdepositie een bijkomend knelpunt is zal het voorgenomen project geen significant negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 40/92
Conclusie De zeer beperkte toename van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootlanden zal geen significant negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dit habitattypen, ecologische effecten zijn uitgesloten.
5.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 3 stikstofgevoelige habitatsoorten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitatrichtlijnsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5-5: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
KDW2
H1016
Zeggekorfslak
Lg05
H1134
Bittervoorn
H4056
Platte schijfhoren
Maximaal effect4
1714
Maximale achtergrond depositie3 1392
0,01
Maximaal relevant effect5 -
Lg02
2143
1423
0,01
-
Lg02
2143
1423
0,01
-
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens van Dobben et al. (2012) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Uit de AERIUS berekening blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot meetbare relevante toenames van >0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van kwalificerende habitatrichtlijnsoorten binnen het Natura 2000gebied Olde Maten & Veerslootslanden (zie bovenstaande tabel). Significante gevolgen door een toename aan stikstofdepositie zijn hierom uitgesloten. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot toename aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jaar) op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 41/92
Significante gevolgen voor habitatrichtlijnsoorten binnen het Natura 2000gebied Olde Maten & Veerslootslanden door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
5.5 Beoordeling Broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden geen broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie Significante effecten door toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn uitgesloten.
5.6 Beoordeling Niet-broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden geen nietbroedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie Significante effecten door toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn uitgesloten.
5.7 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden. Voor de habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten waarvoor geldt dat de KDW wordt overschreden, is onderzocht of de berekende toename aan stikstofdepositie kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakte verlies van het stikstofgevoelige areaal. Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd dat de berekende toenames aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling niet zullen leiden tot een negatief ecologisch effect.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 42/92
6. Rijntakken 6.1 Inleiding Het Natura 2000-gebied Rijntakken is een uitgestrekt gebied dat 4 deelgebieden omvat; het systeem van de rivier de IJssel inclusief oeverwallen en uiterwaarden (Uiterwaarden IJssel), de uiterwaarden van de Neder-Rijn tussen Heteren en Wijk bij Duurstede (Uiterwaarden Neder-Rijn), het begin van de Rijndelta (Gelderse Poort) en het winterbed van de Waal en daarmee alle uiterwaardgebieden van de Waal van Nijmegen tot aan Zaltbommel (Uiterwaarden Waal; Figuur 6.1). Het gebied beslaat een gevarieerd rivierenlandschap. De oude nevengeulen langs de rivieren herbergen moerasvogels en kamsalamanders, op de natuurlijke oeverwallen is een bloemrijk grasland te vinden en de bevers en reigers herinneren aan het vroegere moerasbos. In het Uiterwaarden IJssel landschap zijn grote verschillen in het buitendijks gebied te zien; verschillen in hoogteligging, afwisseling van brede en smalle delen en tussen dichte kleinschalige en grote open delen. Zandige kalkrijke oeverwallen en rivierduinen worden afgewisseld met kleiige vlakke stroomdalen. De Uiterwaarden Neder-Rijn vormt een dynamisch systeem van natuurlijke processen en menselijk ingrijpen. De uiterwaarden zijn eveneens gevarieerd in breedte en hoogteligging en bestaan voornamelijk uit graslanden, afgewisseld met akkers, meidoornhagen, moerasgebiedjes, ontgrondingsgaten en oude geïsoleerde riviertakken.
Gelderse Poort vormt met de IJssel een ecologische verbinding tussen natuurgebieden in Duitsland en Nederland. De rivier vormt een dynamisch systeem van wederom natuurlijke processen en menselijke ingrepen. Het winterbed van de rivier is hoogdynamisch, terwijl binnendijks laagdynamische, moerasachtige strangen te vinden zijn. Uiterwaarden Waal is eveneens een dynamisch systeem met natuurlijke en menselijke invloeden. Het is de meest dynamische riviertak van het Rijnsysteem en in perioden met hoog water vindt erosie en sedimentatie plaats waardoor de rivier het landschap vormgeeft. De uiterwaarden bestaan voornamelijk uit graslanden, afgewisseld met akkertjes, bosjes, bomenrijen, moerasgebiedjes en ook geïsoleerde oude riviertakken. Veel uiterwaarden zijn hier vergraven voor zand en/of kleiwinning. (Rijntakken, Natura2000.nl)
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 43/92
Figuur 6.1: Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Rijntakken.
6.2 Doelstellingen Hieronder volgt een overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Rijntakken op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 6-1: Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen voor het Natura 2000-gebied Rijntakken. Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervla kte1
Kwalite
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
definitief
>
>
H3260B
Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden)
definitief
>
=
H3270
Slikkige rivieroevers
definitief
>
>
H6120
Stroomdalgraslanden
definitief
>
>
H6430A
Ruigten en zomen (moerasspirea)
definitief
=
=
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
ontwerp
=
=
H6430C
Ruigten en zomen (droge bosranden)
definitief
>
>
H6510A
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
definitief
>
>
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 44/92
Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervla kte1
Kwalite
H6510B
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
definitief
>
>
H9120
Beuken-eikenbossen met hulst
ontwerp
>
>
H91E0A
Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)
definitief
=
>
H91E0B
Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
definitief
>
>
H91E0C
Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
ontwerp
=
=
H91F0
Droge hardhoutooibossen
definitief
>
>
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 6-2: Instandhoudingsdoelstellingen habitatrichtlijnsoorten voor het Natura 2000-gebied Rijntakken. Soortc ode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied 1
H1337
Bever
definitief
>
=
>
H1134
Bittervoorn
definitief
=
=
=
H1102
Elft
definitief
>
=
=
H1145
Grote modderkruiper
definitief
>
>
>
H1166
Kamsalamander
definitief
>
>
>
H1149
Kleine modderkruiper
definitief
=
=
=
H1318
Meervleermuis
definitief
=
=
=
H1163
Rivierdonderpad
definitief
=
=
=
H1099
Rivierprik
definitief
>
>
>
H1106
Zalm
definitief
>
=
=
H1095
Zeeprik
definitief
>
>
>
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 45/92
Tabel 6-3: Instandhoudingsdoelstellingen broedvogels voor het Natura 2000-gebied Rijntakken. Aantal broedpar en
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
definitief
660
=
=
Blauwborst
definitief
95
=
=
A004
Dodaars
definitief
45
=
=
A298
Grote karekiet
definitief
70
>
>
A229
IJsvogel
definitief
25
=
=
A122
Kwartelkoning
definitief
160
>
>
A249
Oeverzwaluw
definitief
680
=
=
A119
Porseleinhoen
definitief
40
>
>
A021
Roerdomp
definitief
20
>
>
A153
Watersnip
definitief
17
=
=
A022
Woudaap
definitief
20
>
>
A197
Zwarte stern
definitief
240
=
=
Soortc ode
Soort
Status doel
A017
Aalscholver
A272
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<). Tabel 6-4: Instandhoudingsdoelstellingen niet-broedvogels voor het Natura 2000-gebied Rijntakken. Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
A017
Aalscholver
definitief
1300
A048
Bergeend
definitief
A045
Brandgans
A045
Instandhoudingsdoelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
120
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
definitief
5200
Slaap- en rustplaats
=
=
Brandgans
definitief
920
Foerageergebied
=
=
A005
Fuut
definitief
570
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A140
Goudplevier
definitief
140
Foerageergebied
=
=
A043
Grauwe gans
definitief
21500
Slaap- en rustplaats
=
=
A043
Grauwe gans
definitief
8300
Foerageergebied
=
=
A156
Grutto
definitief
690
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A151
Kemphaan
definitief
1000
Foerageergebied
=
=
A142
Kievit
definitief
8100
Foerageergebied
=
=
A037
Kleine zwaan
definitief
100
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 46/92
Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Instandhoudingsdoelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
A041
Kolgans
definitief
35400
Foerageergebied
=
=
A041
Kolgans
definitief
180100
Slaap- en rustplaats
=
=
A051
Krakeend
definitief
340
Foerageergebied
=
=
A061
Kuifeend
definitief
2300
Foerageergebied
=
=
A125
Meerkoet
definitief
8100
Foerageergebied
=
=
A068
Nonnetje
definitief
40
Foerageergebied
=
=
A054
Pijlstaart
definitief
130
Foerageergebied
=
=
A130
Scholekster
definitief
340
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A056
Slobeend
definitief
400
Foerageergebied
=
=
A050
Smient
definitief
17900
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A059
Tafeleend
definitief
990
Foerageergebied
=
=
A702
Toendrarietgans
definitief
125
Foerageergebied
=
=
A702
Toendrarietgans
definitief
2800
Slaap- en rustplaats
=
=
A162
Tureluur
definitief
65
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A053
Wilde eend
definitief
6100
Foerageergebied
=
=
A038
Wilde zwaan
definitief
30
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A052
Wintertaling
definitief
1100
Foerageergebied
=
=
A160
Wulp
definitief
850
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander leefgebied toegestaan: = (<).
6.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken sprake is van een toename aan stikstofdepositie op 6 stikstofgevoelige habitattypen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel). De overige habitats zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 6-5: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 47/92
Habitatcode
Habitattype
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Maximaal effect3
Maximaal relevant effect4
H6120
Stroomdalgraslanden
1286
1652
0,01
0,01
H6510A
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
1429
1705
0,01
-
H6510B
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
1571
1288
0,00
-
H91E0B
Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)
2000
2002
0,01
0,01
H91F0
Droge hardhoutooibossen
2071
2074
0,01
-
H9999
Habitattypen mogelijk aanwezig
1286
1387
0,00
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. De maximale toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. 4. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De habitattypen H6510A, H9999, H6510B en H91F0 ondervinden op het moment geen (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie op hexagonen met een toename aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jaar). Dit blijft zo, inclusief de berekende stikstofbijdrage ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significante gevolgen door een toename aan stikstofdepositie zijn daarom uitgesloten. Voor de effectbeoordeling op de habitattypen met een relevante toename aan stikstofdepositie uit de bovenstaande tabel wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. De informatie uit deze tabel is verkregen uit het ecologisch onderzoek beschreven in de PAS gebiedsanalyse, het Natura 2000-beheerplan en de resultaten uit de AERIUS-berekening inclusief overige uit de AERIUS Calculator verkregen data. Tabel 6-6: Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken. Habitatcode
Maximaal relevant effect1
Areaal met relevant effect (ha)2
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)3
Kwaliteit4
H6120
0,01
2,08
7,1%
Goed tot matig
H91E0B
0,01
1,78
11,8%
Matig tot slecht
1. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende stikstofdepositie. 2. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie. 3. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied. 4. De kwaliteit volgens de PAS-gebiedsanalyse of het Natura 2000beheerplan.
In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op ieder habitattype uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie Bijlage 3 voor een algemene omschrijving, een overzicht van de abiotische randvoorwaarden en een algemene effectbeschrijving stikstofdepositie per habitattype.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 48/92
H6120 - Stroomdalgraslanden Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H6120 heeft in het Natura 2000-gebied Rijntakken een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Het betreft een prioritair habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype varieert van goed tot matig ontwikkeld, met lokaal relatief grote oppervlakten, zowel in pioniersstadium als in soortenrijk grasland. Ondanks de overschrijding van de KDW, vindt er een positieve ontwikkeling van H6120 plaats, zowel in kwaliteit als oppervlakte. Dit is onder meer te danken aan begrazing en maaibeheer. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 20% (5,83 ha) van het aanwezig areaal met H6120 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 35,6% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 7,1% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (Figuur 6.2).
Figuur 6.2: De locatie in het Natura 2000-gebied Rijntakken met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Stroomdalgraslanden (H6120).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 49/92
Knelpunten De problematiek omtrent de stroomdalgraslanden komt voort uit stikstofdepositie (en resulterende verzuring en vermesting), alteratie van de dynamiek van de rivier, successie (voornamelijk vergrassing) en effecten ten gevolge van intensieve betreding, agrarisch gebruik en ontoereikend beheer (Gebiedsanalyse-38, 2017). Belangrijke vormende factoren binnen stroomdalgraslanden zijn zandafzetting, erosie door wind en water grote dynamiek in waterstand en toereikend beheer. Hierin is het belangrijk de buffercapaciteit en pH in stand te houden. Deze zijn gevoelig voor verminderde rivierdynamiek en mineralisatie van organisch materiaal na bijvoorbeeld zware regenval. Echter wanneer de basenverzadiging op orde is kan middels juist beheer in de vorm van begrazing en extensief maaibeheer de kwaliteit behouden blijven. Beoordeling toename aan stikstofdepositie Habitattype H6120 kent een goede tot matige kwaliteit met een positieve trend in kwaliteit. Stikstofdepositie vormt één van de knelpunten voor het habitattype. Op 47% van het totale areaal van het habitattype binnen het Natura 2000gebied is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie.
Echter, gezien de goede tot matige kwaliteit, de positieve trend en de geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar zal het voorgenomen project geen significante negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen. H91E0B - Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91E0B heeft in het Natura 2000-gebied Rijntakken een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Het betreft een prioritair habitattype. Huidige situatie en trend Goed ontwikkeld essen-iepenbos met een min of meer natuurlijke boomlaag komt in Rijntakken niet voor in verband met (voormalige) houtproductie. In de uiterwaarden is dit bos momenteel alleen nog in gedegradeerde vorm aanwezig, als populierenaanplant. De trend in kwaliteit van het habitattype in Rijntakken is niet bekend, maar aangenomen wordt dat deze conform de landelijke trend negatief is (Gebiedsanalyse-38, 2017). Wel staat er binnen het Habitatrichtlijn gebied van de Rijntakken ontwikkeling van essen-iepenbos gepland op daarvoor geschikte locaties waarmee het totaal op circa 170-180 ha komt (Beheerplan-38, 2018). Berekende toename aan stikstofdepositie Op 30,4% (4,62 ha) van het aanwezig areaal met H91E0B vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats.
Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 38,6% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 11,8% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (Figuur 6.3).
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 50/92
Figuur 6.3: De locatie in het Natura 2000-gebied Rijntakken met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) (H91E0B).
Knelpunten Voor vochtige alluviale essen-iepenbossen wordt verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie erkend maar genoemd als knelpunt voor de lange termijn. De verzurende effecten kunnen enkel optreden in combinatie met verdroging en vermesting lijkt beperkte invloed te hebben door de natuurlijke relatief hoge voedselrijkdom (Gebiedsanalyse-38, 2017). Effecten op korte- tot middellange termijn zijn onaannemelijk vanwege de ruime basenvoorraad in de bodem. Knelpunten die op kortere termijn om aanpak vragen zijn het kleine oppervlak en beperkingen door inrichting en beheer. Voorheen het gebied voornamelijk bedoeld voor de productie van hout. Hiervoor is het gebied tot op zeker niveau ontwaterd en zijn niet-typische soorten aangeplant. Dit heeft weer geresulteerd in beperkt en verspreid voorkomen van de essen-iepenbossen wat deze gevoelig maakt voor externe factoren (Beheerplan-38, 2018). De voornaamste stappen zijn ontwikkeling en herstel van de standplaatsen voor dit habitattype, echter zijn de mogelijkheden beperkt in verband met de hoogwaterveiligheid. Beoordeling toename aan stikstofdepositie Habitattype H91E0B kent een matige tot slechte kwaliteit met een negatieve trend in kwaliteit. Een goede kwaliteit van essen-iepenbos wordt gekenmerkt door onder andere een omvang van tenminste 15 ha.
Voor het verbeteren van de kwaliteit wordt omvang dan ook als eerste genoemd (Beheerplan-38, 2018). De geplande uitbreiding zal dus hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met een meer positieve trend in kwaliteit. Op 21% van het totale areaal van het habitattype binnen het Natura 2000-gebied sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 51/92
Stikstofdepositie vormt één van de knelpunten voor het habitattype, echter wordt deze niet gezien als de meest dringende maar voor de lange termijn. Het habitattype heeft een hoge voedselrijkdam en ruime buffering tegen verzuring. Bovendien is de toename dermate gering (maximaal 0,01 mol N/ha/jaar) dat dit geen meetbare ecologische gevolgen zal hebben. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van dit habitattype. Conclusie Er zijn in het Natura 2000-gebied Rijntakken geen zodanige omstandigheden dat een relevante toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakteverlies van de aangewezen habitattypen. De stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling staat niet in de weg aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen. Significante gevolgen voor habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
6.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 2 stikstofgevoelige habitatsoorten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitatrichtlijnsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 6-7: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
KDW2
H1134
Bittervoorn
Lg02, ZGLg02
H1166
Kamsalamander
Lg02, ZGLg02
Maximaal effect4
2143
Maximale achtergrond depositie3 1989
0,01
Maximaal relevant effect5 -
2143
1989
0,01
-
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens van Dobben et al. (2012) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 52/92
Uit de AERIUS berekening blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot meetbare relevante toenames van >0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van kwalificerende habitatrichtlijnsoorten binnen het Natura 2000gebied Rijntakken (zie bovenstaande tabel). Significante gevolgen door een toename aan stikstofdepositie zijn hierom uitgesloten. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot toename aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jaar) op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Significante gevolgen voor habitatrichtlijnsoorten binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
6.5 Beoordeling Broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 2 stikstofgevoelige broedvogels als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige broedvogelsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 6-8: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
KDW2
A122
Kwartelkoning
A153
Watersnip
Lg11, ZGLg11, H6510B, ZGLg08, Lg08 ZGLg07, Lg07, ZGLg08, Lg08
Maximaal effect4
1429
Maximale achtergrond depositie3 2184
0,01
Maximaal relevant effect5 0,01
1429
1977
0,01
0,01
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens van Dobben et al. (2012) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige broedvogels die gebruik maken van de leefgebieden met een relevante toename aan stikstofdepositie (zie bovenstaande tabel), wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle Projectnummer: 51008996 Datum: 25-05-2022 Versie: C1.0 53/92
De informatie uit deze tabel is verkregen uit het ecologisch onderzoek beschreven in de PAS gebiedsanalyse, het Natura 2000-beheerplan en de resultaten uit de AERIUS-berekening inclusief overige uit de AERIUS Calculator verkregen data. Tabel 6-9: Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied1
A122
Kwartelkoning
A153
Watersnip
Maximaal relevant effect2
Areaal met relevant effect (ha)3
Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4
Lg11, ZGLg11, H6510B, ZGLg08, Lg08
0,01
8,64
0,3%
ZGLg07, Lg07, ZGLg08, Lg08
0,01
4,09
0,5%
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12, 2020) 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende stikstofdepositie. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie. 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.
In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere broedvogelsoort uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie Bijlage 3 voor een algemene omschrijving per soort. A122 - Kwartelkoning Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de kwartelkoning in Natura 2000-gebied Rijntakken is uitbreiding van omvang en verbetering van kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 160 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De aantallen kwartelkoningen langs de Rijntakken wisselen van jaar tot jaar sterk. De oorzaken hiervan zijn nog niet goed bekend, maar zijn conform het beeld van voorkomen voor heel Nederland (Gebiedsanalyse-38, 2017). Kwartelkoning komt met een langjarig seizoensgemiddelde van 6,4 broedparen voor in Rijntakken, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is sterk negatief (Sovon). Omschrijving leefgebied De kwartelkoning komt in Nederland vooral voor in extensief onderhouden kruiden- en bloemrijke hooilanden. Het broedhabitat kenmerkt zich door een meer dan 20 cm hoge kruidenrijke vegetatie (Natura 2000-profielendocument; A122).