Hessenpoort 3_TOELICHTING
Tekst van het document
Binnen het bestaande bedrijventerrein Hessenpoort is milieuzonering toegepast. Bedrijven die in zone 1, 2, 3 en 4 gevestigd zijn, hebben een richtafstand van respectievelijk maximaal 100, 200, 300 en 700 meter. De richtafstand van zone 2 (200 meter) overlapt niet met het plangebied van Hessenpoort 3 en vormt dus geen belemmering. De richtafstanden van zone 1, 3 en 4 overlappen met het plangebied van Hessenpoort 3. Daar kan dus mogelijk onderling hinder ontstaan tussen gevoelige functies op Hessenpoort 3 en (bestaande en toekomstige) milieubelastende activiteiten op Hessenpoort. Hier is in de huidige situatie echter nog geen sprake van. Voor de aspecten 'geur' en 'externe veiligheid' is dit verderop in de toelichting separaat onderbouwd. Van bedrijven met een aanzienlijk richtafstand voor 'stof' is op Hessenpoort (nog) geen sprake. Ten aanzien van geluid is in de vorige paragraaf reeds een uitgebreide onderbouwing opgenomen. In totaliteit kan daarmee geconcludeerd worden dat de realisatie van Hessenpoort 3 toelaatbaar is in de omgeving. In de regels van het bestemmingsplan is een bedrijvenlijst opgenomen, zie Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen. Deze lijst, gebaseerd op de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering", geeft aan welke bedrijven toelaatbaar zijn en welke niet.
Per categorie van bedrijven zijn in de lijst indicatieve afstanden aangegeven, die gelden voor afstanden van verschillende milieu-invloeden tot een rustige woonomgeving. Bij de beoordeling van wel of niet toelaatbaar is eveneens gekeken naar het doel van het bedrijventerrein. Dat houdt in dat bijvoorbeeld agrarische bedrijven, detailhandel, of bedrijven in de recreatiebranche als niet toelaatbaar zijn aangemerkt. Bedrijfsactiviteiten, die niet in de lijst voorkomen of die wat betreft milieubelasting gelijk te stellen zijn aan activiteiten, die in de lijst wel als toelaatbaar zijn aangemerkt, kunnen alsnog via een omgevingsvergunning worden toegelaten. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling.
52/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
3.8.3
Stikstof
Het uitvoeren van het bestemmingsplan kan mogelijk gepaard gaan met effecten op beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. Middels een AERIUS-berekening dient de stikstofemissie en -depositie te worden bepaald.
Situatie plangebied Onderhavig plangebied is gelegen nabij Natura 2000-gebieden, met in het bijzonder het gebied 'Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht' op circa 500 meter ten zuiden van het plangebied. Vanaf 1 juli 2021 is de wet- en regelgeving omtrent stikstofdepositie in Natura 2000- gebieden gewijzigd. Een van de onderdelen van de wetswijziging is de introductie van een partiële vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector in artikel 2.9a Wet natuurbescherming. De partiële vrijstelling geldt voor de volgende activiteiten: 1. het bouwen en slopen van een bouwwerk; 2. het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Door SWECO is, gelet op het bovenstaande, een AERIUS-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase. De uitgangspunten, de resultaten en de conclusie van de AERIUS-berekening zijn te vinden in de rapportage AERIUS-berekening Hessenpoort 3, SWECO, 08-03-2022,'. Deze berekening is als bijlage opgenomen in Ecologische beoordeling stikstofdepositie Voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle (Sweco, 25 mei 2022, NL 22-648800269-24850) Het integrale rapport is als Bijlage 8 opgenomen in het bestemmingsplan. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat het voorgenomen plan in de gebruiksfase leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebied 'Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht', 'Olde Mater en Veerslootslanden' , 'Rijntakken'en de 'Veluwe' .
Op basis van deze resultaten is een ecologische beoordeling uitgevoerd, waarin beoordeeld is of het voorgenomen plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en/of leefgebieden in genoemde Natura 2000-gebieden. De uitgangspunten, de resultaten en de conclusie van de AERIUS-berekening zijn te vinden in het rapport " Ecologische beoordeling stikstofdepositie Voorgenomen ontwikkeling van Hessenpoort 3 in Zwolle (Sweco, 25 mei 2022, NL 22-648800269-24850". Uit dit onderzoek blijkt dat de berekende toenames aan stikstofdepositie ten gevolge van de realisatie en ingebruikname van Hessenpoort 3, op basis van gebiedsspecifieke analyse met zekerheid niet zal leiden tot aantoonbare effecten op de kwaliteit van de aanwezige kwalificerende soorten en habitattypen en hiermee het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg staat. Conclusie Er treedt als gevolg van stikstofemissie geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen van omliggende Natura 2000 gebieden op. Het beoogde plan kan doorgang vinden zonder vergunningaanvraag Wet natuurbescherming (of verklaring van geen bedenkingen bij een Omgevingsvergunning) voor het aspect stikstof. Er zijn vanuit de Wet natuurbescherming, voor het aspect stikstof, geen belemmeringen voor de bestemmingsplanherziening.
53/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
3.8.4
Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet Luchtkwaliteit. De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden en vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005'. De wet is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wet voorziet ondermeer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL bevat enerzijds alle maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en anderzijds alle ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit verslechteren. De positieve effecten (maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren) overtreffen de negatieve effecten (ruimtelijke projecten die de luchtkwaliteit verslechteren). Het doel van het NSL is te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2).
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe wet geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m² kantoorruimte met één ontsluitingsweg); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. Bij ieder ruimtelijke ontwikkeling moet beoordeling van luchtkwaliteit plaatsvinden, met andere woorden het moet duidelijk zijn welke gevolgen het project heeft voor de luchtkwaliteit. Uitgangspunt is dat de luchtkwaliteit niet verslechtert c.q. dat het project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging en/of dat geen grenswaarden uit de Wet milieubeheer worden overschreden. Situatie plangebied Als gevolg van ontwikkeling van Hessenpoort 3 zullen onder meer emissies van stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) vrijkomen. Industrie en wegverkeer zijn de belangrijkste bronnen van deze emissies. De emissies dragen bij aan de lokale concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 op leefniveau.
Voor de overige stoffen uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer worden op voorhand geen grenswaardenoverschrijdingen verwacht. Door de Omgevingsdienst IJsselland zijn berekeningen uitgevoerd naar de bijdrage van het plan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De berekeningen zijn uitgewerkt in een adviesmemo, 'Advies lucht en geur verkenning uitbreiding bedrijventerrein Hessenpoort 3, Omgevingsdienst IJsselland, 30 april 2019, Z2019-00003520-001'. De adviesmemo is opgenomen in het bestemmingsplan als Bijlage 10. Uit de berekeningen, waarbij uit is gegaan van een worst-case situatie, blijkt dat de ontwikkeling leidt tot een bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Er wordt echter nog altijd ruimschoots voldaan aan de grenswaarden uit de bijlage 2 van de Wet Milieubeheer. Hiermee wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen van artikel 5.2 van de Wet Milieubeheer Conclusie Geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van Hessenpoort 3.
54/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
3.8.5
Geur
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is inzicht nodig in de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen voor het aspect geur. Enerzijds kunnen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen nieuwe geurbronnen worden toegevoegd en anderzijds kunnen door de ontwikkelingen nieuwe geurgevoelige objecten worden toegevoegd die kunnen worden belast door bestaande of nieuwe geurbronnen. De Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv) vormt het kader voor geurhinder vanuit veehouderijen. Verder is de Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018 relevant, waaraan geurrelevante bedrijven worden getoetst en welke als doel heeft om bij geurgevoelige objecten te voldoen aan een aanvaardbaar geurhinderniveau. Deze beleidsregel onderscheidt vier categorieën geurgevoelige objecten waarvoor afzonderlijke toetsingswaarden gelden: Categorie A: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie wonen of buitengebied; Categorie B: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie werken of bedrijfswoningen; Categorie C: verblijfsobjecten, niet zijnde woningen of vergelijkbare objecten, gelegen in gebiedscategorie wonen, werken of buitengebied; Categorie D: verblijfsobjecten gelegen op een industrieterrein op de gronden die zijn bestemd voor bedrijven in categorie 4 of hoger conform de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering.
Situatie plangebied Binnen bedrijventerrein Hessenpoort 3 worden bedrijven toegestaan met een milieucategorie van maximaal 3.1. Dergelijke bedrijven veroorzaken doorgaans geen of maar een beperkte mate van geurhinder. Binnen de geldende richtafstand van 50 meter vanaf het plangebied zijn geen geurgevoelige objecten uit categorie A of B aanwezig. Geurgevoelige objecten uit de categorie C komen mogelijk voor op Hessenpoort-Zuid en Hessenpoort 3, het gaat dan bijvoorbeeld om kantoren. Geurgevoelige objecten uit categorie C kennen een lager beschermingsniveau dan geurgevoelige objecten uit categorie A. Gelet op de aard van bedrijfsactiviteiten (maximaal categorie 3.1) die toelaatbaar is Hessenpoort 3 is de verwachting dat geen sprake zal zijn van onaanvaardbare geurhinder in de omgeving van het plangebied. Ten noorden van het plangebied, op het bedrijventerrein Hessenpoort, bevinden zich een aantal geurrelevante bedrijven, waaronder: ROVA Milieubrengstation, afvalverwerkingsbedrijf Hoogeboom, afvalverwerkingsbedrijf Remondis, PreZero en de rioolwaterzuiveringsinstallatie Hessenpoort. Deze bedrijven betreffen hooguit categorie 4.2 bedrijven met een richtafstand van 300 meter. De afstand tussen het plangebied en deze bedrijven bedraagt minimaal 200 meter.
Deze afstand geldt echter tot een woning in een rustig woongebied, waar hier feitelijk sprake is van bedrijven op een bedrijventerrein. Geurgevoelige objecten uit categorie C kennen een lager beschermingsniveau dan geurgevoelige objecten uit categorie A. Gelet op de aard van de activiteiten, het beschermingsniveau en de onderlinge afstand is onaanvaardbare geurhinder als gevolg van onderlinge geuremissies niet te verwachten. Nog te realiseren bedrijven in zone 1, 3 en 4 kunnen beperkend zijn voor de realisatie van geurgevoelige objecten (uit categorie C) op Hessenpoort 3 en vise versa. In zone 4 zijn bedrijven tot maximaal categorie 5.1 toelaatbaar, met een richtafstand van 500 meter. Deze richtafstand geldt echter alleen voor het aspect 'gevaar' en niet voor geurhinder. Bovendien zijn tussen deze bedrijfslocaties en het plangebied Hessenpoort 3 ook al bedrijfslocaties/bedrijven gesitueerd waarop geurgevoelige objecten uit categorie C (kunnen) voorkomen. Gelet hierop is onaanvaardbare geurhinder als gevolg van onderlinge geuremissies niet te verwachten. Bij vestiging van nieuwe geurrelevante bedrijven zal worden getoetst aan de Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018, met als doel om bij geurgevoelige objecten te voldoen aan een aanvaardbaar geurhinderniveau.
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling.
55/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
3.8.6
Bodemkwaliteit
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf. Situatie plangebied In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van hoofdzakelijk agrarisch gebruik. Conform de Bodemkwaliteitskaart van Zwolle (Tauw, 2021) kent het plangebied in de huidige situatie de bodemfunctie 'Landbouw/Natuur'. Volgens de ontgravingskaart voldoen de boven- en ondergrond eveneens aan de klasse 'Landbouw/Natuur'. Het plan voorziet in een gevoeliger gebruik, zoals het mogelijk oprichten van gebouwen voor verblijf van personen. Uit het bodeminformatiesysteem van de Gemeente Zwolle blijkt dat op een deel van het plangebied bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Deze bodemonderzoeken zijn uitgevoerd conform de gangbare onderzoeksrichtlijnen (NVN- en NEN-5740).
Noemenswaardige bodemverontreiniging is bij deze onderzoeken niet aangetroffen. Wel zijn plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan metalen in de grond en het grondwater gemeten, welke veelal bij aanvullend onderzoek niet meer in dezelfde mate werden teruggevonden. Uitzondering hierop is arseen in het grondwater. Echter hiervan is bekend dat het in Zwolle vaker plaatselijk voorkomt in sterk verhoogde gehalten en is vermoedelijk van natuurlijke herkomst. De niet onderzochte locaties betreffen voornamelijk agrarische percelen waarvoor geen verdenking bestaat van bodemverontreiniging. Conclusie Er is voldoende inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging. Op basis van de bekende informatie is het niet te verwachten dat er noemenswaardige knelpunten zijn op het gebied van bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit is in principe geschikt voor het beoogd gebruik en staat de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan niet in de weg. 3.8.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij productie, gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd: het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen.
Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 10-6-contour van het PR rond inrichtingen waarin opslag en productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 56/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
Situatie plangebied Binnen Hessenpoort 3 zijn risicovolle inrichtingen volgens het Besluit en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi) niet toegestaan. Het plangebied zelf brengt dan ook geen externe veiligheid risico's met zich mee voor gevoelige functies in de omgeving. De bedrijven die worden toegestaan op Hessenpoort 3 hebben een milieucategorie van maximaal 3.1. Dergelijke bedrijven hebben een richtafstand voor externe veiligheid van ten hoogste 50 meter. Daarbij kan op kleinschalig niveau sprake zijn van handelingen met en/of opslag van gevaarlijke stoffen. Deze activiteiten hebben echter geen significante invloed op de externe veiligheid in het gebied.
Binnen Hessenpoort 3 kunnen beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Te denken valt dan aan gebouwen waarin minder grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven, zoals kantoren ondergeschikt aan de bedrijfsvoering van een bedrijf. Deze objecten zijn dus beperkt kwetsbaar voor risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Uit een inventarisatie (Landelijke Signaleringskaart) van risicobronnen in de omgeving van het plangebied blijkt dat er diverse risicobronnen aanwezig zijn: Transport van aardgas door een buisleiding, ten westen en noorden van het plangebied, op een afstand van minimaal 400 meter tot het plangebied; Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A28, ten westen van het plangebied, op een afstand van minimaal 650 meter tot het plangebied; Transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Zwolle – Meppel, direct grenzend aan de oostzijde van het plangebied; Transport van gevaarlijke stoffen over de Provinciale weg N340, direct grenzend aan de zuidzijde van het plangebied; Inrichtingen waar opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, ten noorden van het plangebied op bedrijventerrein Hessenpoort, op een afstand van minimaal 200 meter tot het plangebied.
De afstand tussen het plangebied en de buisleiding voor aardgas (>400m), de rijksweg A28 (>600m) en de inrichtingen op Hessenpoort (>200m) is voldoende groot waardoor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico geen belemmering vormt.
De afstand tussen de bedrijfskavels op het plangebied en de spoorlijn Zwolle – Meppel bedraagt circa 160 meter. Daarmee is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied. Conform het basisnet spoor is op dit spoortraject (Route 40AX, Herfte aansl. Haren) sprake van een PR10-6 (plaatsgebonden risicocontour) van 1 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Ten aanzien van het groepsrisico is sprake van een PR10-7 contour van 15 meter en PR10-8 contour van 142 meter. Het plangebied is dus gelegen buiten de plaatsgebonden risicocontour (PR10-6) en het plasbrandaandachtsgebied. Het plan zal verder nauwelijks van invloed zijn op de hoogte van het groepsrisico omdat deze ook gelegen is buiten de PR10-8 contour. De afstand tussen de bedrijfskavels op het plangebied en het nieuwe tracé van de N340 bedraagt circa 50 meter. Daarmee is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied. In het kader van het Provinciaal Inpassingsplan (2012 en 2018) voor het nieuwe tracé van de N340 zijn door de Provincie Overijssel risicoberekeningen uitgevoerd naar externe veiligheid. Uit de risicoberekeningen komt naar voren dat er over het gehele traject van de N340 geen sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6). Verder blijkt dat op het tracédeel langs het plangebied Hessenpoort 3 sprake is van een lichte stijging van het groepsrisico.
Het groepsrisico is hier berekend op 0,001 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico blijft hiermee ruim onder de oriëntatiewaarde. De realisatie van onderhavig plan zal mogelijk leiden tot een toename van het groepsrisico, maar het groepsrisico zal de oriëntatiewaarde niet overschrijden. Het uitvoeren van een groepsrisicoberekening vanwege de ligging nabij de spoorlijn Zwolle-Meppel en de 57/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
N340 wordt niet noodzakelijk geacht. Conform het gemeentelijk beleid voor externe veiligheid is in het gebiedstype 'Bedrijfsterrein zwaar' en 'Bedrijfsterrein licht' een beperkte toename van het groepsrisico en een overschrijding van de oriëntatiewaarde toegestaan mits dit vanuit de kenmerken van de locatie en maatregelen te verantwoorden is. Deze verantwoording betreft, conform het Besluit externe veiligheid transportroutes, in elk geval: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Ten behoeve van de verantwoording is onderhavig plan in de voorfase (Omgevingstafel d.d. 14 oktober 2021 ) besproken met de Veiligheidsregio IJsselland. De VR heeft hierop geadviseerd, het advies zal worden verwerkt. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling. 3.8.8
Aanmeldnotitie MER
Bij de beoordeling van een project dient te worden gekeken naar het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. zijn activiteiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (de zgn. C-Lijst), evenals activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of deze belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (de zgn. D-lijst). Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor het beoordelen van de vraag of een activiteit m.e.r.- (beoordeling)plichtig is kan niet enkel worden volstaan met een toets aan deze drempelwaarden, zoals deze in kolom 2 van bijlage C respectievelijk D behorende bij het Besluit m.e.r. zijn opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling maakt de uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk. Dat betekent, dat het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.3 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aangezien deze drempelwaarden niet worden overschreden geeft het Besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit milieueffectrapportage moet het voornemen worden getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese m.e.r. richtlijn: 5. de kenmerken van het project; 6. de plaats van het project; 7. de kenmerken van de potentiële effecten. Om te beoordelen of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is er door Aveco de Bondt een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld: 'Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling, Aveco de Bondt, 14 juni 2022, 212944_R_JOA_1224'. Het integrale rapport is als Bijlage 11 opgenomen in het bestemmingsplan. De conclusie hieruit is dat er geen sprake is van belangrijke negatieve milieueffecten en dat derhalve een m.e.r.-procedure niet benodigd is. Conclusie Uit de beoordeling van mogelijke milieueffecten is gebleken dat met de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn. Het uitvoeren van een formele m.e.r.-beoordeling is derhalve niet benodigd. De Gemeente Zwolle heeft besloten dat voor de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Hessenpoort 3' geen milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld.
58/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
3.8.9
Kabels, leidingen en straalpaden
Aan de oostzijde van het plangebied loopt een bovengrondse hoogspanningsleiding door het plangebied. Deze hoogspanningsleiding is in Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding van de regels opgenomen. De dubbelbestemming van deze hoogspanningsleiding overlapt alleen openbare bestemmingen (groen/water/verkeer) en niet met bedrijfskavels. De hoogspanningsleiding vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan. Het plangebied gebied is gelegen in een militaire laagvliegroute. Deze is in Artikel 18 luchtvaartverkeerzone door middel van een dubbelbestemming opgenomen. Er is geen sprake van straalpaden.
3.9
Duurzaamheid
Klimaatadaptatie en Energietransitie zijn belangrijke pijlers in het coalitieakkoord en in de Zwolse omgevingsvisie. Het college heeft klimaatadaptatie en energietransitie benoemd als speerpunten voor de toekomstige stad Zwolle waarin het prettige wonen, werken en recreëren is. Zwolle wil koploper zijn in het praktisch maken van het energieakkoord en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en ziet klimaatadaptatie en energietransitie als kans om te innoveren en als verdienmodel. Klimaatadaptatie (aanpassing) gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering (zowel fysiek als mentaal = acceptatie) en het profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Belangrijk is om schade door (weers)extremen te voorkomen en de woon-werkomgeving zodanig in te richten dat mensen zo min mogelijk last hebben van extreme weersomstandigheden. Kenmerken van een veranderd klimaat zijn bijvoorbeeld extreme regenbuien, overstromingskansen en langdurige droogte en hitte. Voorbeelden van uitwerking zijn een groene inrichting/gevel, waterdoorlatende verharding, beperkte zoninval in de zomer, maar ook een regenafvoer met een noodoverlaat zodat er bij een hoosbui geen regenwater het gebouw instroomt of het gebouw zodanig inrichten dat water in het gebouw niet tot schade leidt. Rekening houden met een veranderd klimaat levert tevens wooncomfort op.
Denk bijvoorbeeld aan slapen of werken in (te) warme ruimten wat onprettig is en bij langdurig aanhoudende hitte zelfs negatieve effecten heeft op de gezondheid. Door bij het ontwerp hier rekening mee te houden kunnen gebouwen en openbare ruimte robuust, gezond en comfortabel worden ingericht én voorbereid zijn op extremen. Ten aanzien van water en klimaatadaptatieis het beleid verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.7 Water en Klimaatadaptatie.
3.10
Energie
Zwolle wil in 2050 een volledig energieneutrale stad zijn. Dat betekent dat alle energie die in Zwolle wordt gebruikt ook lokaal en duurzaam wordt opgewekt. Daarbij wordt naast de bebouwde omgeving ook rekening gehouden met mobiliteit. Energieneutraal is een enorme energietransitie-opgave. Uitgangspunt daarom voor nieuwe gebieden is dat deze vanaf het begin zoveel mogelijk gasloos en energieneutraal worden gerealiseerd. Dat geldt ook voor Hessenpoort 3. In de omgevingsvisie " Ons Zwolle van morgen 2030” is het volgende opgenomen: “Zwolle ontwikkelt zich door. Diverse woningbouwplannen staan op stapel. Het is onwenselijk dat die plannen de te behalen duurzaamheidsdoelen verzwaren. Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze minimaal energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter' op gebiedsniveau”. Het doel van de gemeente Zwolle is energieneutraal in 2050 en daarmee het uitgangspunt dat nieuwbouw de ambitie niet mag verzwaren". Voorbeelden van uitwerking zijn een groene inrichting/gevel, waterdoorlatende verharding, beperkte zoninval in de zomer, maar ook een regenafvoer met een noodoverlaat zodat er bij een hoosbui geen regenwater het gebouw instroomt of het gebouw zodanig inrichten dat water in het gebouw niet tot schade leidt.
59/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
Ten aanzien van utiliteitsgebouwen zijn 3 soorten regelgevingeisen voor een deel van de gebouwen op bedrijventerreinen: 1. BENG Vanaf 1 januari 2021 geldt voor alle nieuwbouw (Bouwbesluit), zowel woningbouw als utiliteitsbouw, dat de vergunningsaanvragen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De BENG komt in de plaats van de vertrouwde Energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Voor bedrijventerreinen is het goed te weten dat deze BENG eisen niet gelden voor een industriefunctie van een bedrijfsgebouw maar wel voor kantoor en bijeenkomstfuncties van een bedrijfsgebouw. 2. Het Activiteitenbesluit milieubeheer Het Activiteitenbesluit Milieubeheer verplicht een deel van bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren (Wet milieubeheer-inrichtingen). Dit is de energiebesparingsplicht. Deze geldt voor bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken. Bij energiebesparing gaat het om het voorkomen of verminderen van energieverbruik. Bijvoorbeeld energiebesparende technieken, zoals isoleren van uw gebouw of het toepassen van ledverlichting. Het gaat om maatregelen die het verbruik van kWh elektriciteit en/of m3 aardgas (equivalenten) verminderen. 3.
Label C
Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw dat groter is dan 100 m2 minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar. Om dit te realiseren kunnen bedrijven ervoor kiezen hun gebouw energiezuiniger uit te voeren (zoals betere isolatie en energiezuiniger installaties), te verwarmen en koelen met warmtepompen (lucht en/of bodem) en energie lokaal op te wekken (bijvoorbeeld met zonnepanelen op daken en eigen terrein via zonnecarports etc.). Voor gebouwen dient dan de dakconstructie het gewicht van zonnepanelen te kunnen dragen. Aardgasvrij De gemeente Zwolle wil in 2050 een aardgasvrije stad zijn. Aan deze afspraak hebben het college en de gemeenteraad zich verbonden. Dit betekent dat alle woningen en bedrijven in Zwolle in de komende dertig jaar stap voor stap afscheid nemen van aardgas. We doen dat omdat we geen fossiele brandstoffen meer willen verbranden (geen CO2 meer willen uitstoten), omdat de gaskraan in Groningen dichtgaat en omdat we werken aan goede duurzame alternatieven. De Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Zwolle beschrijft op welke wijze de gemeente de warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier wil gaan invullen. Hessenpoort is in de Transitievisie Warmte ingekleurd als 'Maatwerk'. Er is voor dit bedrijventerrein niet één pasklare warmteoplossing gekozen.
Hessenpoort 3 wordt een bedrijventerrein met veel diversiteit aan gebouwen, die vragen om verschillende oplossingen. Bedrijven zijn in principe vrij om de oplossing binnen de energie-eisen zelf te kiezen. Met het oog op het realiseren van een energie neutrale stad wordt voor wat betreft de gemeente geen collectieve gasinfrastructuur in Hessenpoort 3 aangelegd. De gemeente zet voor de warmte- en koudevoorziening op het bedrijventerrein Hessenpoort in op duurzaamheid en wil de toepassing van duurzame bodemenergie bevorderen. Dit kunnen zowel open (Warmte-Koude Opslag, WKO) als gesloten systemen zijn.
60/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 23. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Hessenpoort 3 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Hessenpoort 3.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlage: Bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen;
Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. Bestemmingsomschrijving; 2. Bouwregels; 3. Nadere eisen; 4. Afwijken van de bouwregels; 5. Specifieke gebruiksregels; 6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
61/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'overige bouwwerken'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'overige bouwwerken'.
De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen.
De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 18 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter 62/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde.
De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. Het betreft in dit plan: mingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen.
De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.
Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 12 Anti-dubbeltelregel; Artikel 13 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1; Artikel 14 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 2 Artikel 15 Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerzone; Artikel 16 Algemene afwijkingsregels;
63/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
Artikel 17 Algemene wijzigingsregels; Artikel 18 Algemene procedureregels.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.
BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: 1. een Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen met toegelaten en niet toegelaten bedrijfsactiviteiten in de bestemming Bedrijventerrein met een bijbehorende algemene verklaring van de opzet van deze staat en een lijst met de verklaring van de gebruikte afkortingen. 2. De regels voor de bestemming . Deze bijlage is opgenomen in verband met de opgenomen wijzigingsbevoegdheid. In deze bevoegdheid is bepaald dat de bestemming Groen kan worden gewijzigd in de bestemming Verkeer-Railverkeer. Aangezien deze bestemming niet in het bestemmingsplan Hessenpoort is opgenomen, is het noodzakelijk deze regels op te nemen.
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.
4.3
Bestemmingsregels
Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Bedrijventerrein Deze bestemming is een zogenaamde 'globale eindbestemming', omdat naast bedrijfskavels ook wegen zijn toegestaan zonder dat tracé's zijn vastgelegd en zonder dat de bestemming eerst uitgewerkt moet worden door burgemeester en wethouders. Het gaat om wegen met een inrichting hoofdzakelijk gericht op gemengd verkeer in een 50 kilometer gebied, waarbij kruisingen en T-aansluitingen van wegen niet minder dan 50 meter uit elkaar mogen liggen in verband met de verkeersveiligheid. Deze bestemming betreft het grootste gedeelte van het plangebied. In de bestemmingsomschrijving wordt aangegeven welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Opslagen en installaties staan aan het eind van de staat apart aangegeven. De staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen is een algemene staat die toegepast wordt bij bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle. De staat is gebaseerd op het VNG-rapport “Bedrijven en milieuzonering” van maart 2009. De staat maakt als bijlage 1 onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven.
Bedrijven die niet in de bedrijvenlijst zijn genoemd of in een hogere categorie vallen dan toegestaan, kunnen door middel van een afwijking alsnog worden toegestaan als deze bedrijven wat betreft milieuhinder gelijk gesteld kunnen worden met de bedrijven die daar rechtens zijn toegestaan.
64/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
In bijlage 1 is voorafgaand aan de staat een algemene verklaring van de opzet van de staat en de betekenis van de gebruikte afkortingen opgenomen. Activiteiten die op grond van rijks-, provinciaal en/of gemeentelijke beleid of wetgeving niet op een bedrijventerrein thuishoren zijn uitgesloten, zoals zelfstandige kantoren, bedrijfswoningen en detailhandelsbedrijven. Ondergeschikte kantoren zijn toegestaan tot 500 m² van het brutovloeroppervlak per bedrijf. In de regels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om per bedrijf een groter maximum aan ondergeschikte kantoren toe te staan, mits kan worden aangetoond dat dit bedrijfseconomisch noodzakelijk is
Artikel 4 Groen Uitgangspunten: Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming '' Bedrijventerrein" gevoegd. In de bestemming Groen zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van kan worden afgeweken. Bermen en groenstroken langs wegen, die geen structuur- of buurtgroen zijn, zijn opgenomen in de verkeersbestemmingen. Binnen deze laatste bestemmingen is een uitwisseling van groen, verkeer en parkeren overal toegestaan. Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd. Artikel 5 Natuur Het leefgebied van de egel heeft de bestemming Natuur. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar hoofdstuk 3.5.2.
Artikel 6 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de wegen, welke gericht zijn op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Artikel 7 Water Deze bestemming omvat al het water dat van belang is voor de waterhuishouding van het gebied. Water dat voor de waterhuishouding niet van belang is, is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van andere bestemmingen. Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd. Deze bestemming is opgenomen voor de hoogspanningsverbindingen binnen het plangebied. Artikel 10 Leiding - Water Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd. Deze dubbelbestemming omvat het in het plangebied gelegen ondergrondse net van hoofdtransportleidingen voor de drinkwatervoorziening. Deze leidingen transporteren drinkwater van de productielocatie naar centrale punten in de verderop gelegen voorzieningsgebieden. In een brief van 27 februari 2004 heeft waterleidingbedrijf Vitens de gemeente verzocht de voor het bedrijf cruciale hoofdtransportleidingen in de bestemmingsplannen op te nemen. Het bedrijf beriep zich daarbij op de 'Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen' van de provincie Overijssel.
Voor de invoer van de juiste gegevens heeft Vitens de gemeente later een digitaal bestand met de bedoelde hoofdtransportleidingen toegezonden. De leidingen zijn conform dit bestand opgenomen.
65/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, nadat advies van de leidingbeheerder is ingewonnen. Ter bescherming van de leidingen is voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel van toepassing. Artikel 11 Waterstaat - Waterberging Deze dubbelbestemming omvat, voor zover gelegen binnen het plangebied, de stedelijke hoofdwatergangen. Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming '' samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder. Naast deze dubbelbestemming blijft de keur van het waterschap Groot Salland onverkort van kracht. Op grond van de keur is voor een aantal werken en werkzaamheden ontheffing van het waterschap nodig. Ter voorkoming van dubbele regelgeving en bevoegdheidsconflicten en ter voorkoming van een onnodig star en bij een wijziging van de keur snel verouderend bestemmingsplan zijn de voorschriften van de keur niet in het bestemmingsplan opgenomen.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van een andere (dubbel)bestemming dienen niet alleen de belangen van deze bestemmingen te worden afgewogen, maar ook de waterstaatsbelangen.
4.4
Algemene regels
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1 Het bedrijventerrein is een gezoneerd bedrijventerrein, omdat op dit industrieterrein geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn toegestaan. In dit artikel is deze geluidzone opgenomen. Dit artikel regelt behalve de daar voorkomende bestemmingen, ook het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen vanwege het industrieterrein Hessenpoort.
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 2 Aan de oostzijde van de spoorweg Zwolle-Meppel is een trafostation gelegen. Deze heeft eveneens een geluidzone.
Artikel 15 Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerzone Door het plangebied loopt een laagvliegroute van defensie. Indien de bouwhoogte van de bouwwerken 30 meter of meer bedraagt, zal het college van burgmeester en wthouders dit moeten melden aan het ministerie van Defensie zodat in het belang van de vliegveiligheid zorg kan worden gedragen voor het vermelden ervan in de vluchtplannen van de Koninklijke Luchtmacht.
Artikel 16 Algemene afwijkingsregels
66/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 17 Algemene wijzigingsregels Deze regel maakt het mogelijk de bestemmingen "Bedrijventerrein", "Verkeer", "Groen" en "Water" in elkaar te wijzigen dan wel de bestemming 'Bedrijventerrein" te wijzigen in die zin dat de situering en de vorm van de in het plan aangegeven bestemmingsvlakken en bouwvlakken worden gewijzigd dan wel nieuwe bestemmingsvlakken en bouwvlakken in het plan worden aangegeven. Het bestemmingsplan wordt hierdoor flexibeler.
Van flexibiliteit is sprake als kan worden afgeweken van in het plan opgenomen regelingen, zonder dat een formele planherziening nodig is. Hoe meer afwijkingsmogelijkheden en hoe lichter de hiervoor geldende procedure, hoe flexibeler een plan is. Zo kunnen processen op een gestructureerde manier worden begeleid en beschikt het gemeentebestuur tegelijkertijd over de gewenste sturingsinstrumenten. Artikel 18 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 19 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen. Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 20 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 21 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
4.6
Bijlagen
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen: De staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen is een algemene staat die toegepast wordt bij
67/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle. De staat is gebaseerd op het VNG-rapport 'Bedrijven en milieuzonering' van maart 2009. De staat behoort bij de bestemming ..Bedrijventerrein. De staat maakt als Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven. Een zodanig bedrijf kan in een concreet geval qua aard en invloed op de omgeving toch wel aanvaardbaar zijn. Daarom is voorzien in een afwijking voor gelijkwaardige bedrijven. De formulering is afgestemd op de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt. In Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen is voorafgaand aan de staat een algemene verklaring van de opzet van de staat en de betekenis van de gebruikte afkortingen opgenomen.
4.7
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 23.
68/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding Indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, (hierna “een aangewezen bouwplan”), in combinatie met een bestemmingsplan, wijzigingsplan, projectuitvoeringsbesluit of omgevingsvergunning is de afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatiewet) van toepassing. Dit houdt in dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst de kosten in de grondexploitatie anderszins verzekerd zijn en, indien noodzakelijk, er afspraken zijn gemaakt over een tijdvak, fasering en locatie-eisen. Voor zover er in het onderhavige bestemmingsplan is voorzien in een aangewezen bouwplan is deze gesitueerd op percelen welke in eigendom zijn bij de gemeente en derhalve is het kostenverhaal anderszins verzekerd middels opname in de grondprijs. Afsluiting Ten aanzien van de dekking van reeds gemaakte en nog te maken kosten kan gesteld worden dat op 7 maart 2022 de gemeenteraad een kostendekkende grondexploitatie heeft vastgesteld. Jaarlijks wordt de grondexploitatie geactualiseerd en worden opgenomen in de Meerjaren Prognose Vastgoed. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt het bestemmingsplan geacht economisch uitvoerbaar te zijn.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Overleg met de buurt
Op 6 juli 2021 is een inloopbijeenkomst geweest over Hessenpoort 3 bij Bus Industrial Tools Bohemenstraat 17- Zwolle met Ondernemers en vertegenwoordigers streekvereniging, vertegenwoordigers gemeente Zwolle. Er waren acht vertegenwoordigers van bedrijven op Hessenpoort aanwezig, twee van de streekvereniging de Marsen en drie medewerkers van de gemeente Zwolle. Het volgende kwam ter sprake 1. De aanwezigen waren te spreken over de opzet van Hessenpoort 3, over de wandelpaden langs het water, de aanwezigheid van veel groen en het parkje in het midden aan het water. Ook de ovatonde werd positief ontvangen. 2. De drukte in de avondspits met name op de weg langs de Ikea (de Mindenstraat). Vooral toen er werkzaamheden waren onder het nieuw gecreëerde viaduct naar de A28, was het erg lastig om het bedrijventerrein te verlaten. 3. Sluipverkeer werd genoemd over het viaduct A28 vanaf de Hermelerweg richting Hasselt van verkeer dat eigenlijk richting Zwolle wil. 4. Het fietsverkeer vanaf de (nu voor auto's afgesloten) Bentheimstraat moet ter hoogte van Van der Valk oversteken naar de noordzijde van de Nieuwleusenerdijk. Dit wordt als knelpunt ervaren. Men opperde een mogelijkheid om fietsers te leiden langs een nieuw te creëren fietsbrug over de Vecht, naast de spoorbrug om zo naar Zwolle te kunnen. 5.
De plek van de enige Post NL brievenbus in het bedrijventerrein wordt als onhandig en onveilig gezien. Hij staat nu op de ronding van de weg Bentheimstraat - Bohemenstraat - Holsteinstraat. Geen plek om veilig te stoppen en decentraal gelegen. Geopperd wordt om hiervoor bijvoorbeeld op het parkeerterrein van het Van der Valk een plek te vinden of bij een bushalte-inham.
69/77
11 oktober 2022 bestemmingsplan Hessenpoort 3
6. Een aantal aanwezigen was verder benieuwd naar het wegtracé wat zichtbaar was op een luchtbeeld tussen de oude en de nieuwe N340, ten westen en oosten van de spoorweg. Vanuit de Ondernemersvereniging Hessenpoort is na afloop van de bijeenkomst het volgende nog aangekaart. 1. Bij een te grote verkeersdrukte is de wens dat er gekeken wordt naar een extra aanrijroute vanaf de nieuwe N340 aan de noordkant van Hessenpoort Zuid. Dit moet goed worden gemonitord door de gemeente zodat tijdig kan worden ingegrepen. Nu moet alle verkeer voor grote delen van Hessenpoort, en ook voor Hessenpoort-Zuid via de Nieuwleusenerdijk. Reactie gemeente De wens is begrijpelijk. Er is geen sprake van een rechtstreekse ontsluiting tussen Hessenpoort en de (nieuwe) N340. De Nieuwleusenerdijk is en blijft de backbone van Hessenpoort. Met een aantal aanpassingen kan die de groei aan. 2. Het hout dat afkomstig gaat zijn van de bomen die gekapt moeten worden ten behoeve van de komst van Hessenpoort 3 willen wij als ondernemers graag gebruiken voor het realiseren van buitenmeubilair op diverse locaties op Hessenpoort 1, 2 en 3. 3. In het kader van de biodiversiteit is het wenselijk dat de bomenrijen die gepland staan langs de diverse nieuwe en bestaande wegen een mix worden van diverse soort bomen. Geen monotoon geheel. 4.
De tekeningen worden gedeeld met ons zodat we de tekeningen onder de leden kunnen verspreiden. 5. Het is wenselijk dat de gemeente kijkt naar de verkeersdruk op de Mindenstraat die door de komst van Hessenpoort 3 en de ovatonde zal verhogen. Zijn er aanpassingen aan de Mindenstraat nodig? Reactie gemeente De Mindenstraat krijgt inderdaad meer verkeer te verwerken, maar kan dit verwerken. Uiteraard houden we de vinger aan de pols, maar op dit moment zijn, behalve de ovatonde, geen concrete aanpassingen in beeld. 5.2.2