CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Halfjaarrapportage HVA SD 1e helft 2021

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 12 november 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Halfjaarrapportage Sociaal Domein: Hervormingsagenda 1e helft 202120.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verschuiven specialistische groepshulp naar extra ondersteuning bij reguliere kinderopvang en BSO (besparingspotentieel volgens AEF € 565.000) Voor Zwolle vallen hier drie interventies onder: Toegang dyslexiezorg, BSO+ en Pilot Ambelt. Tot nu toe hebben we op deze onderdelen tezamen € 0,35 mln bespaard. Daarnaast zien we nog de volgende mogelijkheden: • Toegang dyslexiezorg: We merken dat de verschuiving van een deel van de dyslexiezorg de interactie met de huidige aanbieders bemoeilijkt. Dit werkt belemmerend in deze hervorming, maar op basis van het raadsbesluit van dit voorjaar gaan we hier wel mee verder, via de proeftuin en het inzetten van een poortwachter. Vooralsnog verwachten we dat we vanaf 2023 nog een besparing van € 100.000 te kunnen halen. • BSO+: Door uitbreiding van de pilotlocaties naar andere locaties in de stad, zien we nog een besparingsmogelijkheid van € 50.000,-. • Pilot Ambelt: Door verdere uitbreiding van klassen verwachten we nog 30.000,- extra te besparen. Verhelderen afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs (besparingspotentieel volgens AEF € 12.000) In het AEF rapport wordt de afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs als afzonderlijke maatregel beschreven.

In Zwolle zien we dat dit feitelijk samenvalt met onze inzet van de jeugd- en gezinswerkers in de ondersteuningsteams op de scholen, het Deltion Jongerenteam, de ontwikkelingen rond dyslexiezorg en de praktijkklassen (Pilot Ambelt) Met een

21

mvoortgang

besparingspotentieel van € 12.000 achten wij het daarom niet zinvol hier afzonderlijk inzet op te plegen. Het is reeds een nadrukkelijk aandachtspunt in onze samenwerking met het onderwijs. Totaal aan verwachte besparingen t/m eind 2023: Interventie Lokale teams zelf direct jeugdzorg laten verlenen Toegang dyslexiezorg BSO+ Pilot Ambelt

2022 50.000 0 25.000 0

Totaal extra besparingen eind 2023 Reeds behaalde besparingen t/m 2021 Totaal aan besparingen eind 2023 Interventies in relatie tot passende jeugdhulp buiten AEF Passende jeugdhulp 2020 Lagere inzet pgb 0,20 Ambulante jeugdhulp 0,30 Splitsing jeugdhulp en verblijf Totaal 0,85

2023 70.000 200.000 50.000 30.000 € 350.000 € 1.150.000 € 1.500.000

2021 0,20 0,75 1,30

2022 0,20 1,25 0,80 2,60

2023 0,20 1,50 1,10 3,15

2024 0,20 1,60 1,60 3,75

Schema uit oorspronkelijke value case jeugd

Begin 2020 gaven we in de value case aan dat we op bovenstaande onderdelen besparingen verwachtten. We veronderstelden dat lagere inzet van Persoonsgebonden budgetten, meer ambulante jeugdhulp en splitsing van jeugd en verblijf tot besparingen zouden leiden in combinatie met interventies op het gebied van preventie. Verder achtten we het inkoopmodel een belangrijk sturingsmiddel op de inzet van meer resultaatgerichte en goedkopere hulp. Onderstaand de nieuwste inzichten hierover. Lagere inzet pgb Het aantal verstrekte Persoonsgebonden budgetten (pgb) voor jeugdhulp is in Zwolle sinds 2015 gedaald van ongeveer 345 naar 150 per jaar. Deels is sprake van gedaalde inzet van hulp op basis van pgb’s omdat het ging om hulp die niet nodig was en deels om hulp die in natura voldoende op maat kon worden geleverd waardoor geen pgb werd gewenst. De dalende trend is gestabiliseerd, conform het landelijke beeld. Verdere daling is niet de verwachting en zeker ook geen doel aangezien de inzet van hulp op basis van een pgb een zeer goede manier kan zijn om

maatwerk en eigen regie te borgen. De veronderstelde besparing op dit onderdeel zal daarom niet gerealiseerd worden. Ambulante jeugdhulp Ambulante jeugdhulp is minder ingrijpend voor een jeugdige en zijn gezin en ook minder duur dan jeugdhulp met verblijf. De ambitie om vaker ambulant hulp te verlenen en minder vaak jeugdhulp met verblijf in te zetten, is in potentie dan ook een win-win situatie: beter voor de jeugdige en het gezin en lagere kosten. In de praktijk blijkt dit op individueel niveau in de huidige inzet van jeugdhulp een terechte conclusie. Maar de redenering gaat alleen op indien de ambulante jeugdhulp daadwerkelijk de passende oplossing is. Uit onder meer de gesprekken met aanbieders over het nieuwe inkoopmodel en over de transformatie, blijkt echter dat ambulante inzet van jeugdhulp voor jeugdigen voor wie nu nog jeugdhulp met verblijf wordt ingezet, doorgaans niet goedkoper zal zijn. Het vraagt namelijk om behoorlijk intensieve, alternatieve vormen van ambulante jeugdhulp, die deels nog in ontwikkeling zijn. We zien dat met name een aantal grote jeugdhulpaanbieders hier goede stappen in maken. Dit betekent wel dat de inhoudelijk gewenste verschuiving naar meer ambulante jeugdhulp in de praktijk weliswaar zal leiden tot beter passende, effectievere en minder ontwrichtende hulp, maar dat het niet zomaar zal leiden tot lagere jeugdzorgkosten.

Op de langere termijn mag wel verwacht worden dat de ambulante hulp leidt tot een hogere kwaliteit van leven en meer kansen voor jongvolwassenen, waardoor netto minder beroep op voorzieningen in andere domeinen (of na een verhuizing: in andere gemeenten) wordt gedaan. Splitsing jeugdhulp en verblijf In het nieuwe inkoopmodel wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen (ambulante) hulpvragen en woonvragen. Daarmee beogen we meer maatwerk en minder verhuizingen als gevolg van een veranderde hulpvraag. De impact hiervan kan pas merkbaar worden nadat het nieuwe inkoopmodel is ingevoerd. Dit is dus vanaf 2023. Op basis van de te verbeteren sturingsinformatie jeugdzorg zullen we dit in de toekomst gaan monitoren. Maar op dit moment is hier geen concrete besparing aan te verbinden. Doorontwikkeling inkoopmodel jeugdhulp Als gevolg van met name de coronacrisis en enkele landelijke ontwikkelingen is de invoering van het nieuwe inkoopmodel jeugdhulp eerst uitgesteld tot 1 januari 2022 en onlangs tot 1 januari 2023.5 Met name omdat de tarieven voor jeugdhulp een van de knelpunten zijn, zal het RSJ IJsselland een analyse maken van de financiële impact van de vertraging die we nu oplopen met de invoering van het nieuwe inkoopmodel. 5 Hierover informeren we de raad nader in een separate nota.

22

mvoortgang

Een aantal belangrijke hervormingen hebben we in de regio opgepakt in het kader van de Regionale Transformatieagenda. Voor de concrete uitwerking is de invoering van het nieuwe inkoopmodel jeugdhulp voorwaardelijk. Het betreft hervormingen die we inhoudelijk zeer belangrijk vinden omdat ze de jeugdhulp effectiever en minder ingrijpend voor gezinnen maken, en die we alleen al daarom blijven doorzetten. Daarnaast zijn het hervormingen waarvan we verwachten dat ze op de langere termijn een besparing op de jeugdzorgkosten opleveren. Op dit moment is dat echter niet te kwantificeren. Het gaat om de volgende onderwerpen: • Ontwikkeling van intensieve ambulante alternatieven Zie ook hierboven. Dit vraagt een verandering van met name de grote aanbieders, die regionaal en vaak ook bovenregionaal werken. In samenspraak met de gemeenten en het RSJ ontwikkelen zij ambulante alternatieven. Voor die alternatieven dient passende bekostiging gerealiseerd te worden. En daarnaast heeft de verschuiving effect op hun organisatie en met name hun vastgoed. • Ontwikkeling van kleinschalige woonvoorzieningen Ook voor het ontwikkelen van kleinschalige woonvoorzieningen geldt dat ze inhoudelijk een belangrijke bijdrage leveren aan de bewegingen van de Hervormingsagenda, maar dat we er geen besparing op de jeugdzorgkosten voor incalculeren.

Vergeleken met grote leefgroepen op de accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, is een kleine, gezinsgerichte voorziening vaak beter voor jeugdigen, maar ook vaak duurder per cliënt. Onder meer doordat kleinere groepen vragen om gemiddeld meer hulpverleners per jeugdige. • Verbeterde samenwerking jeugdbeschermingsketen Deze ontwikkeling wordt beperkt beïnvloed door het inkoopmodel, maar wordt hier toch genoemd vanwege het regionale aspect èn het feit dat dit gaat om fundamentele veranderingen met een duurzaam effect. We blijven regionaal inzetten op verbeteringen en maken daar al goede stappen. Daarnaast volgen we actief de landelijke inzet om de jeugdbeschermingsketen fundamenteel te vereenvoudigen, waarbij ook wetswijziging een optie is.

Komend jaar bekijken we of we het toch alvast kunnen vormgeven, maar het risico bestaat dat invoering van het nieuwe inkoopmodel (per 2023, zie verderop) voorwaardelijk is voor de implementatie van deze maatregel. De maatregel heeft een zelfstandig besparend effect, doordat het de inzet van jeugd-ggz via de huisartsen in duur en omvang vermindert. De inschatting is dat we op termijn jaarlijks 50 jeugd-ggz trajecten van gemiddeld € 4.400 kunnen voorkomen. De consultatie van een ggz specialist zal in elk traject geld kosten. Vooralsnog houden we rekening met gemiddeld € 400 per traject. Netto levert dit dan een jaarlijkse besparing op van € 200.000. Op basis van de te verbeteren sturingsinformatie jeugdzorg zullen we dit in de toekomst indien nodig bijstellen. Daarnaast is deze maatregel ondersteunend aan de samenwerking van het Sociaal Wijkteam met de huisartsen in algemene zin. Huisartsen hebben soms twijfels over de deskundigheid van het Sociaal Wijkteam en dat weerhoudt hen soms om afstemming te zoeken. Door expliciet jeugd-ggz deskundigheid beschikbaar te hebben, kunnen we het vertrouwen van huisartsen in het Sociaal Wijkteam vergroten. Aangezien het inkoopmodel pas in 2023 wordt ingevoerd en we in het eerste jaar na invoering nog geen directe resultaten verwachten, zal een besparing waarschijnlijk pas zichtbaar worden vanaf 2024.

Overige besparingen met potentieel

Relatiemanager jeugdhulpaanbieders We zien dat investeren in de relatie met aanbieders noodzakelijk en helpend is bij diverse hervormingsmaatregelen. De manier waarop we het relatiemanagement jeugdhulpaanbieders vormgeven evalueren we en daarbij kijken we ook hoe we dat in de toekomst in relatie met het nieuwe inkoopmodel, de verbeterde sturingsinformatie jeugdzorg en onze voorstel voor een proeftuin ‘Samenspel in de wijk’ (zie hierna) optimaal kunnen vormgeven.

Consultatiefunctie jeugd-ggz Met deze maatregel willen we expertise van de jeugd-ggz op consultatiebasis beschikbaar maken voor huisartsen, SWT en ondersteuningsteams op de scholen. Deze maatregel is al enige tijd in voorbereiding, maar komt nog moeizaam van de grond. De inzet was om hier in een pilot alvast mee te beginnen, maar vanwege de bekostiging van de specifieke inzet van jeugd-ggz op consultatiebasis, hangt dit samen met het nieuwe inkoopmodel jeugdhulp.

Medicatiecontrole jeugd-ggz bij de huisarts We zijn in gesprek met huisartsen en een aantal jeugdhulpaanbieders over het uitvoeren van de medicatiecontrole jeugd-ggz door de huisartsen in plaats van door de jeugd-ggz. In de praktijk gebeurt dit al af en toe. Een van de belemmeringen waar we hierbij op stuiten is dat huisartsen zich bewust zijn van de noodzaak van voldoende ggz-deskundigheid voor de beoordeling omtrent de medicatie. Daarom bezien we deze maatregel in samenhang met (en mogelijk in tijd ook volgend op) de maatregel inzake de consultatiefunctie jeugd-ggz, die we hierboven beschreven. We zien dat dit op individueel niveau geld kan besparen, maar op basis van de huidige beschikbare informatie en het feit dat we hiervoor eerst inzetten op de consultatiefunctie jeugd-ggz, kunnen we hier nog geen aantallen en bedragen aan verbinden.

23

mvoortgang

Conclusie besparingen We zien dat we met een aantal maatregelen zowel inhoudelijk als financieel resultaten behalen. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot een besparing van € 1,15 mln. We zien daarbij ook nadrukkelijk dat we ten behoeve van het zicht, inzicht en grip op de kosten, de sturingsinformatie inzake jeugdzorg moeten verbeteren. Gelet op de potentie van de ingezette hervormingsmaatregelen achten we een structurele besparing van € 1,5 mln reëel binnen het tijdsbestek van de Hervormingsagenda (eind 2023). Dat is € 3,2 mln minder dan het oorspronkelijke bedrag van € 4,7 mln dat aanvankelijk was beoogd als totale besparing op Jeugd in de Hervormingsagenda6. We benadrukken dat deze conclusie gebaseerd is op de beschikbare gegevens. We sluiten hiermee toekomstige besparingen niet uit, maar kunnen die op dit moment niet kwantificeren. In aanvulling op de voor deze actualisatie gebruikte gegevens volgt nog de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (jan 2022) en zijn besparingsmaatregelen voorgesteld vanuit de Commissie van Wijzen. Voor een gedeelte van deze voorstellen zijn eerst landelijke wijzigingen op wet- en regelgeving nodig. Deze nieuwe informatie zal nog vertaald worden naar de Zwolse situatie. Daaruit kunnen nieuwe besparingsmaatregelen volgen.

Wat doen we met de geleerde lessen? De hervormingsmaatregelen die we hierboven in het overzicht hebben genoemd blijven we gewoon doorzetten. De interventies zullen richting eind 2023 regulier beleid worden. Brede systeemverandering is noodzakelijk Met name op het onderdeel passende jeugdhulp, merken we dat een verzameling van losse interventies onvoldoende is om tot een brede systeemverandering te komen. ‘Het systeem’ faciliteert onvoldoende de hervormingen. De werkwijze, de contracten en de werkafspraken lokken uit dat het beschikbare aanbod leidend en sturend blijft bij de inzet van jeugdhulp. Vooral naarmate de hulpvraag complexer is en er sprake is van meervoudige problematiek, wordt een jeugdige ‘overgedragen’ aan een aanbieder en wordt vanaf dat moment de brede blik van het Sociaal Wijkteam onvoldoende benut en werkt de betreffende specialistische jeugdhulpaanbieder hoofdzakelijk vanuit zijn eigen discipline. Dit speelt nog sterker bij verwijzingen van huisartsen, met name indien zij bewust niet samenwerken of afstemmen met het Sociaal Wijkteam. De individuele hulpvraag en het aanbod van de aanbieder zijn dan leidend en de context waarin het probleem is ontstaan krijgt te weinig aandacht.

Doordat ‘het systeem’ op deze manier te veel aanbodgericht werken uitlokt, is de hulp aan jeugdigen en ouders minder passend en minder effectief en is het aanpakken van te hoge wachttijden weerbarstig. Dit ‘systeem’ zorgt er voor een belangrijk deel voor dat hervormingen op weerstand stuiten en zich niet als een olievlek vanzelf uitbreiden. In de afgelopen periode hebben we samen met het Sociaal Wijkteam concreet uitgewerkt hoe dit anders kan. De inzet en beschikbaarheid van ondersteuning, hulp en zorg voor jeugdigen en gezinnen, willen we afstemmen op de verschillende behoeftes van de vijf wijken, in lijn met gebiedsgericht werken. Dat vraagt om een investering aan de voorkant, maar het gaat na verloop van tijd de werkwijze fundamenteel veranderen en zorgt ervoor dat we meer kunnen sturen op de gewenste bewegingen. En vervolgens dat we zo ook minder vaak specialistische jeugdhulp inzetten. Hiervoor willen we een flexibele schil van specialisten (professionals en jeugdhulpaanbieders) organiseren om de Sociale Wijkteams heen en in de wijken. Samen met hen organiseren we oplossingen voor jeugdproblemen dichtbij, in de gezinnen, op school en in de wijk. We willen daarbij ook verkennen hoe we kunnen stoppen met het doorverwijzen van jeugdigen. Juist als het complexer wordt, is dat te vaak een vertragend, administratief belastend proces.

In plaats daarvan haalt de hulpverlener van het Sociaal Wijkteam de benodigde specialisten erbij. En vervolgens blijft het Sociaal Wijkteam nadrukkelijk betrokken in een regierol, ook wanneer een specialistisch intensief hulpverleningstraject wordt ingezet. Dit leidt tot hulp dichterbij, die sneller start, altijd op maat is en betere resultaten oplevert voor de gezinnen. Zodra het kan verminderen we de inzet van professionele hulp, maar als blijkt dat meer hulp nodig is, dan zet het Sociaal Wijkteam dat net zo snel weer in. Zo wordt maatwerk de standaard. Om dit te bereiken komen we met een voorstel voor een proeftuin ‘Samenspel in de wijk’, dat we binnenkort naar de gemeenteraad zullen sturen. Hoe dat samenspel in de wijk er uiteindelijk precies uit komt te zien, staat nu nog niet vast, maar de doelstelling is glashelder: we moeten komen tot een fundamenteel andere werkwijze in het jeugddomein waarbij jeugdigen en ouders steeds vaker de hulp die nodig is vinden in duurzame oplossingen dichtbij: thuis, op school en in de wijk. Hierdoor zal het minder vaak nodig zijn specialistische jeugdhulp in te zetten. Binnen deze nieuwe werkwijze worden specifieke hervormingsmaatregelen, zoals de samenwerking met de huisartsen, de scholen en consultatiefunctie van de jeugd-ggz ineens ook veel meer vanzelfsprekend.

6 Oplopend van 2,6 in 2022, 3,15 in 2023 en 3,75 in 2024.

24

mvoortgang

Monitoring van de hervormingsmaatregelen We willen beter kunnen beoordelen of en in welke mate onze hervormingsmaatregelen de beoogde effecten hebben, zowel inhoudelijk als financieel. Zoals gezegd is dat niet eenvoudig. Deels vanwege inhoudelijke redenen, maar deels ook vanwege gebrek aan goede sturingsinformatie. Dit bleek nog eens extra sterk toen we te laat geconfronteerd werden met de forse overschrijding van de begrote jeugdzorgkosten voor 2020.7 Dit heeft de urgentie vergroot om het inzicht in de inzet van jeugdzorg en de grip op de kosten te verbeteren. Het is noodzakelijk dat we beter én eerder zicht krijgen op de uitgaven jeugdzorg. Ook om gerichter te kunnen sturen op specifieke aanbieders of specifieke vormen van jeugdhulp. Hiervoor hebben we momenteel nog niet de sturingsinformatie die nodig is om een onderbouwde kwantitatieve inschatting te maken van de effecten van bestaande en nieuwe maatregelen. Daarom hebben we het project Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg gestart. In dat project is zeer grondig en vanuit verschillende disciplines geanalyseerd hoe de sturingsinformatie jeugdzorg in Zwolle verbeterd kan en moet worden. Dit heeft geresulteerd in een reeks aanbevelingen en een sturingsmodel om de bedrijfsvoering ‘in control’ te brengen.

De verbetering van de sturingsinformatie jeugdzorg is ook expliciet gericht op het cijfermatig in beeld brengen van de effecten van ons jeugdbeleid. We zijn daarmee aan de slag. Over de eindrapportage van het project Sturingsinformatie Jeugdzorg wordt de gemeenteraad samen met het voorstel voor een proeftuin ‘Samenspel in de wijk’ nader geïnformeerd.

7 Zie de raadsnota van 18 maart 2021 over de jeugdzorgkosten 2020

25

mvoortgang

Spoor 4 Participatie: Het potentieel verzilveren 26

mvoortgang

vorig spoor

volgend spoor

Spoor 4 Samenvatting Context Voor wie Kwetsbare inwoners voor wie extra inspanning nodig is om op de arbeidsmarkt te komen.

Beïnvloedbaar Uitvoering: IO, Tiem, SWT, Rmc en RBZ Aansturing betaalde partners Versterken samenwerking

Stakeholders • Tiem • Werkgevers, onderwijs en andere publiek-private partners • Inkomensondersteuning • Sociaal wijkteam • Partijen Sterke sociale basis

Hervorming Financieel Financiële opbrengsten of besparingen vallen niet binnen het kader van de hervormingsagenda.

Niet/ gedeeltelijk beïnvloedbaar Effecten coronacrisis Werkgevers en opleiders Ontwikkelingen economie en arbeidsmarkt

Raakvlak andere sporen 1: Sterke sociale basis (activatie, netwerk) 2: Beschermd wonen (randvoorwaarde Beschermd thuis) 3: Jeugd (daginvulling, opleiding, werk)

Probleem: Het potentieel van inwoners die langs de kant staan zonder werk wordt nog onvoldoende gezien en verzilverd.

Hervormingen: • Meer regie voor de inwoner • Integrale toegang (niet per se fysiek): vanuit zelfde visie ondersteunen en verwijzen • Bieden divers aanbod laagdrempelige werkplekken • Meer denken vanuit de totaaloplossing (creatief denken en soms afwijken van de regels)

Gewenste resultaten: • Soepele overgang tussen school en werk • Stappen zetten met helderheid over financiële impact, stapje terug ook mogelijk. • Werkplekken die passen bij behoefte inwoner Uitdagingen/risico’s: • Grote invloed Corona op werkgelegenheid • Werken vanuit dezelfde visie • Zorgen dat inwoner geen last heeft van de achterliggende verschillende wetten en regelingen • Verwevenheid HCA en arbeidsmarktbeleid • Geschotte budgetten

Gerealiseerd eerste half jaar 2021 • Uitwerking aanpak uitvoeringsmodel doelgroepen Participatiewet, inclusief commitment • Gemeentelijk kader sociale coöperatie en realisatie startbudget • Uitvoering ‘Uitkering inzetten als loon’: de Startbaan (www.werkenzondersolliciteren.nl) 27

mvoortgang

5 Spoor 4 Participatie: Het potentieel verzilveren Ontwikkelingen Zoals ook in de voortgangsrapportages over 2020 is benoemd, heeft de coronapandemie aanzienlijke impact op de arbeidsmarkt. Gebleken is inmiddels dat het effect moeilijk te voorspellen is. Waar we rekening hielden met een enorme instroom hebben we nu te maken met flinke krapte op de arbeidsmarkt. Dit zien we terug in de ontwikkeling van het bijstandsvolume: Stand 1 januari 1 juli 1 december 1 juli 2020 2020 2020 2021 Aantal dossiers 3614 3.771 3.840 3.727 Dossierstijging van: 157 69 -113 In 2019 daalde het bijstandsvolume. Sinds de beperkende maatregelen na de uitbraak van het coronavirus zagen we een stijging. Maar in het eerste half jaar van 2021 zien we een daling. Dat is ook overeenkomstig berichten over de enorme krapte op de arbeidsmarkt aan arbeidskrachten. Het aantal mensen dat gebruik maakt van de WW is 5.525. In het afgelopen jaar betekent dat een daling van 20,6%. Landelijk is die daling zelfs nog groter. Aantal mensen met WW

Juli 2021

Regio Zwolle Nederland

5.525 224.227

Daling tov december 2020 20,6% (6.955) 21,5% (285.659)

Bron: Regionale maandcijfers arbeidsmarktinformatie

Update voortgang In dit spoor van de Hervormingsagenda Sociaal Domein blijven wij ons focussen op het stimuleren van de uitstroom van mensen die al langer in de bijstand zitten. Door de krapte

op de arbeidsmarkt hebben zij meer kans om uit te stromen. Dit is een wezenlijk andere situatie dan in 2020. In de afgelopen periode is enerzijds gewerkt aan het uitwerken van een bestedingsvoorstel voor Lokale Koolmeesgelden 2021. Anderzijds op de onderdelen uit dit spoor, die vorig jaar vertraagd zijn dan wel uitgesteld waren. Hieronder een update daarop. Laagdrempelige werkplekken Binnen dit cluster wordt in de praktijk getoetst of met het bieden van laagdrempelige werkplekken de overgang naar betaalde arbeid wordt versoepeld voor Zwollenaren die al twee jaar of langer afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. De plekken zijn laagdrempelig, omdat er minder eisen aan deelnemers worden gesteld dan bij het huidige aanbod en het gaat om passend werk. Zo streven we ernaar dat deze groep vaker naar betaald werk uitstroomt. We hebben momenteel twee initiatieven omtrent laagdrempelige werkplekken in voorbereiding: 1. Uitkering inzetten als loon. Dit noemen we de Startbaan. In de eerste helft van 2021 zijn diverse werkgroepen actief geweest om deze vernieuwde uitvoeringspraktijk in samenwerking met Werk coöperatie de Middencirkel voor te bereiden. Onderwerpen zijn: monitoring (variant Werk coöperatie de Middencirkel en Tiem), werkgeversbenadering, werving kandidaten, coaching en ontwikkeling, financiën en arbeidscontract deelnemers, communicatie en processen.

Een kleine 3.000 inwoners, die langer dan 2 jaar een bijstandsuitkering van de gemeente Zwolle ontvangen, hebben een flyer ontvangen. Daarop staat informatie

over de Startbaan en een verwijzing naar de website: www.werkenzondersolliciteren.nl. Ruim 10% van hen heeft gereageerd. Twee kandidaten hebben inmiddels een arbeidsovereenkomst getekend, 17 kandidaten zijn actief op een oriëntatieplek en er zijn een aantal kandidaten die na lancering van deze mogelijkheid via andere constructen aan het werk zijn. Omdat het aantal kandidaten achterbleef op onze verwachting, loopt nu een uitvraag onder de adviseurs Werk en Ontwikkeling van Tiem en bij de klankbordgroep Werk en Inkomen (van de Participatieraad) naar redenen hiervoor. De bereidheid van werkgevers om banen via dit construct beschikbaar te stellen is groot. 2. Sociale coöperatie. Dit is een collectief van bijstandsgerechtigden die langdurig (meer dan 2 jaar) langs de kant staan en via een sociale coöperatie rust en ruimte krijgen om ondernemerschap uit te proberen. Het kan als voortraject dienen voor het traject Parttime Ondernemen (Regionaal Bureau Zelfstandigen). In de eerste helft van 2021 hebben we een gemeentelijk kader opgesteld waarbinnen de initiatiefnemers kleinschalig kunnen starten met zo’n 10 deelnemers.

Vervolgens zijn de initiatiefnemers in samenspraak met gemeente druk met het vormen van een bestuur, de rolverdeling tussen initiatiefnemers, de coördinator en de casusregisseur vanuit het sociaal wijkteam (één casushouder vanuit het sociaal wijkteam voor alle deelnemers) en realisatie van de stichting (zoals vaststelling van statuten door notaris, inschrijving Kamer van Koophandel en openen van bankrekening). In de volgende voortgangsrapportage verwachten wij u te kunnen informeren over de werving en selectie van kandidaten.

28

mvoortgang

Uitvoeringsmodel In het eerste half jaar van 2020 zijn de voorbereidingen getroffen om in het najaar een ontwikkelproces te starten voor het uitvoeringsmodel voor doelgroepen Participatiewet. Er is een extern bureau geselecteerd die het proces van training tot innovatielab verzorgt en uw raad heeft begin juli besloten de kosten voor dit ontwikkelproces te dekken uit de lokale Koolmeesgelden. In de afgelopen jaren (vanaf 2013) zijn er keuzes gemaakt die hebben geleid tot de uitvoeringsketen zoals die nu functioneert. Deze keten bestaat uit de afdeling Inkomensondersteuning, Sociaal Wijkteam, RMC, Tiem en Regionaal Bureau Zelfstandigen. Keuzes hebben elkaar opgevolgd, bijvoorbeeld bij de voorbereiding op de decentralisaties (taakverdeling schakels van de bijstandsketen), invoering van de participatiewet met bijhorend gedachtegoed (werk voor inkomen) en de oprichting van Tiem. In de praktijk lopen we tegen een reeks knelpunten aan, die in de uitvoering tot uiting komen en de uitvoering belemmeren. De verschillende uitvoeringsorganisaties zien kansen om de ketensamenwerking te verbeteren en de bereidheid zich hiervoor in te zetten wordt op alle niveaus (van uitvoering tot management/directie) gevoeld. Bij het verbeteren danwel herontwerpen van een uitvoeringsmodel voor de doelgroepen van de participatiewet werken we vanuit het perspectief van de eindgebruiker, de inwoner.

Onder begeleiding van deskundigen ontwikkelen we een prototype en toetsen dat in de praktijk. We veronderstellen eind van 2022 een getoetst en doorontwikkeld prototype voor de brede doelgroep van de participatiewet te hebben. Tevens hebben we dan inzichtelijk wat er voor nodig is om een sluitende samenwerking in de keten, waarmee de lange termijn effecten corona gedempt kunnen worden, structureel te implementeren. We zullen het ontwikkelproces inrichten en doorlopen vanuit perspectief van de

eindgebruiker en komen tot een prototype, dat we toetsen in praktijk. Zo gaan we werken vanuit de zelfde visie, denken we vanuit de totaaloplossing en zullen we doorbraken realiseren. Verbinding andere sporen Daarnaast blijven wij continu alert op ideeën vanuit uitvoering en stad voor nieuwe kansen, met name om het aantal mogelijkheden voor laagdrempelige werkplekken uit te breiden. Daarnaast zoeken wij vanuit dit spoor sterk de verbinding met de Sociale Basis (spoor 1): bij de verdere uitwerking van de sociale basis zien wij kansen om het perspectief op werk daarin een plek te geven. Als het gaat om bijvoorbeeld daginvulling waaronder vrijwilligerswerk, willen wij dat hierbij kansen op de arbeidsmarkt waar mogelijk benut worden.

Parallel aan dit spoor lopen de volgende ontwikkelingen: • Verkennen mogelijkheden om ‘arbeidsmatige dagbesteding’ en participatie meer te verbinden; • Opvolging geven aan uitkomsten evaluatie en opdracht scenario’s Tiem; • Uitvoering geven aan maatregelen ten laste van Koolmeesgelden als impuls voor re-integratie. In 2022 volgt wederom een rijksbijdrage.

De beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis en de beweging om ook dak- en thuislozen meer lokaal op te vangen, maakt dat er meer vraag zal komen naar daginvulling. Zo ontstaan meer mogelijkheden voor arbeidsontwikkeling en begeleiding naar werk, afhankelijk van het potentieel binnen deze doelgroep.

Korte vooruitblik In het komende halfjaar verwachten we dat alle 30 beschikbare plekken binnen Uitkering inzetten als loon (de Startbaan) gevuld zijn. Daarnaast verwachten we dat er gestart is met de werving van kandidaten die deelnemen in de sociale coöperatie. Vanaf 2022 starten we met het innovatielab, waarin we met deskundigen uit de verschillende gemeentelijke uitvoeringsorganisaties gaan werken aan een prototype voor het uitvoeringsmodel voor doelgroepen van de Participatiewet. De voorbereidingen voor deze ontwikkelfase worden in tweede helft 2021 getroffen.

29

mvoortgang

Spoor 5 Wonen als sleutelfactor 30

mvoortgang

vorig spoor

Spoor 5 Samenvatting Context Voor wie • Ouderen die ondersteuning nodig hebben bij langer zelfstandig/ passend wonen • Inwoners die vanwege een beperking een aangepaste woning nodig hebben • Jongeren die ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te wonen • Inwoners die vanuit Beschermd Wonen kunnen doorstromen naar een vorm van zelfstandig wonen • Inwoners die passende ondersteuning nodig hebben in betaalbare woningen

Beïnvloedbaar Prestatie-afspraken woningcorporaties en huurdersraden Systeem toewijzen (zorg)woningen (beperkter in vrije sector)

Hervorming Financieel Budget: € 100.000 beschikbaar. Door de extra verkregen middelen van VWS en BZK was een aanspraak op deze middelen nog niet noodzakelijk. Voor 2021 zijn er projecten op het oog om te ontwikkelen met deze beschikbare middelen.

Probleem: Door een tekort aan betaalbare, geschikte woningen en/of woon(zorg)vormen worden duurdere zorgvormen ingezet (waarin wonen en zorg zijn gecombineerd) of zijn duurdere woningaanpassingen noodzakelijk. Hervormingen: • Integreren wonen, zorg en welzijn • Beweging richting inclusieve wijken • Meer aandacht voor toekomstbestendige woningen en woonvormen • Diversiteit aan woonvarianten • Integrale gebiedsaanpak • Toegankelijke fysieke omgeving • Vitaal en waardig ouder worden • Meer maatwerk

Niet/ gedeeltelijk beïnvloedbaar Effecten coronacrisis op woningmarkt Economische ontwikkelingen Krapte op woningmarkt

Gewenste resultaten: • Inwoners kunnen in alle fasen van hun leven zo veel mogelijk zelfstandig/passend wonen • Meer levensloopbestendige woningen • Meer inclusieve en toegankelijke wijken • Balans zorgvraag en zorgaanbod in de regio. Evenwichtiger spreiding. Uitdagingen/risico’s: • Impact ambulantisering voor de buurt • Invloed corona op bouw woningen/ tekort betaalbare woningen • Invloed regie op commerciële partijen

Gerealiseerd eerste half jaar 2021 Stakeholders • Cliënten(vertegenwoordigers) • Woningcorporaties • Regiogemeenten • Zorgkantoor • Zorgverzekeraar • Zorg- en welzijnsaanbieders • Projectontwikkelaars

Raakvlak andere sporen 1: Sterke sociale basis (Inclusieve wijken en betaalbare woningen) 2: Beschermd Wonen (beweging Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis) 3: Jeugd (betaalbare huisvesting voor niet-studerende jongeren)

• Programma Wonen en Zorg is gereed voor besluitvorming raad • In WWZ038 verband zijn prioriteiten bepaald n.a.v. het onderzoek naar uitstroom beschermd wonen/ maatschappelijke opvang. Deze worden vertaald in concrete afspraken in de jaarschijf 2022. • Onderzoek naar Seniorenhuisvestingsopgave is gestart. • Alle 10 woningen in de pilot wooncoach zijn in gebruik.

31

mvoortgang

6 Spoor 5 Wonen als sleutelfactor Ontwikkelingen Het programma Wonen en zorg hebben we in de eerste helft van 2021 aangeboden aan de participatieraad voor een advies aanvraag. Het advies van de Participatieraad heeft geleid tot twee aanpassingen in het programma. Dit najaar wordt het aangepaste programma Wonen en zorg, samen met het advies van de Participatieraad en de reactie daarop van het college ter vaststelling aan de Raad aangeboden. Het aanjaagteam, bestaande uit interne en externe partners die het programma wonen en zorg omarmen en actief uitdragen in de stad, heeft de volgende prioriteiten bepaald: 1. Kijken naar gebiedsgerichte kansen, mogelijkheden faciliteren waar nodig en geconstateerde knelpunten agenderen en adresseren. 2. Denktank voor het toevoegen van vernieuwende woonzorgconcepten en specifieke gebiedsontwikkellocaties. 3. Leden van het aanjaagteam zijn ambassadeur van het programma wonen en zorg. In het netwerk waarin zij opereren zorgen zij voor het in verbinding brengen van mensen en mogelijkheden om de woonzorgopgave in het programma te kunnen realiseren.

Update voortgang Voldoende geschikte woningen Uitstroom beschermd wonen en maatschappelijke opvang Naar aanleiding van het onderzoek naar de uitstroom Beschermd Wonen en Maatschappelijke Ontwikkeling en het rapport In Zwolle kan het, zijn er tien aanbevelingen c.q. actiepunten benoemd. Hiervan zijn er door in WWZ038 drie als meest urgent aangewezen.

Dit zijn: 1. Kies voor de bepaling van de huisvestingsopgave voor een onderbouwde aanname. 2. Thuis in de Wijk: Maak verbinding tussen wonen-zorg-daginvullinginkomen-leefomgeving. Succesvol zelfstandig wonen gaat over meer domeinen dan alleen een dak boven je hoofd. Formuleer als verantwoordelijke partijen samen het programma: gemeente – woningcorporaties – zorgaanbieders – sociaal werk. Met oog voor de leefbaarheid van de wijk. Maak een keuze welke projecten hieraan bijdragen en geef programmatisch invulling aan de uitwerking. 3. Kies concrete projecten en experimenteer met andere financiering voor wijkgerichte samenwerking. In de jaarschijf 2022 van de prestatieafspraken tussen woningcorporaties, huurdersverenigingen en gemeente wordt een vertaling gemaakt naar concrete afspraken. Toegankelijke aangepaste woningen voor ouderen In juni 2021 is het onderzoek naar de toekomstige huisvestingsopgave voor senioren met en zonder zorgvraag gestart. De verwachting is dat de eerste resultaten in november 2021 worden opgeleverd. N.a.v. dit onderzoek zal een concrete vertaling naar de opgave voor Zwolle worden gemaakt. Een deel van deze opgave zal in de vorm van een addendum worden gekoppeld aan de jaarschijf 2022 van de prestatieafspraken tussen woningcorporaties, huurdersverenigingen en gemeente van 2022.

De ouderenindex is nagenoeg klaar voor ingebruikname. De verwachting is dat de eerste resultaten in het voorjaar van 2022 worden opgeleverd. WMO-woningen Het WMO-convenant, waarin de gemeente en woningcorporaties afspraken maken over beschikbaarheid en toegankelijkheid van woningen voor de Wmo doelgroep, heeft meer tijd in beslag genomen dan vooraf verwacht. Wij verwachten dit in het 3e kwartaal van 2021 te kunnen vaststellen. Huisvesting voor niet studerende jongeren Betaalbare huisvesting voor niet-studerende jongeren is als speerpunt voor 2021 gekozen door het aanjaagteam. In gezamenlijkheid met corporaties, zorg- en welzijnsaanbieders, SWT, vastgoed en programmaleiders Wonen en Zorg wordt dit vraagstuk zowel financieel als zorginhoudelijk op alle mogelijkheden verkend. Speciaal voor dit vraagstuk is het zorgkantoor aangehaakt. Het toevoegen van betaalbare woningen voor jongeren werkt preventief in het voorkomen van instroom in beschermd wonen maar werkt ook preventief ten aanzien het voorkomen van misbruik van zorgbudget door zogenaamde ‘zorgcowboys’. Een nieuwe optie in deze verkenning is het transformeren van garageboxen naar betaalbare woningen voor o.a. jongeren. Deze verkenning vindt plaats met Openbaar belang en DeltaWonen. Powerhouses uit Deventer zijn daarbij een inspirerend voorbeeld. Deze betaalbare woningen kunnen al dan niet in flexvorm worden ontwikkeld.

Eventueel is het

32

mvoortgang

mogelijk om naast betaalbare huisvesting voor jongeren, maatschappelijke voorzieningen, zoals een fietsenbank, toe te voegen via deze transformatie.

Wat is flexwonen? Met flexwonen wordt gedoeld op verschillende soorten tijdelijke woonoplossingen. Kenmerkend is het tijdelijk karakter van tenminste één van de volgende aspecten: 1) gebouw (de woning zelf) 2) gebruik (de bewoning) 3) grond (de locatie)

In de pilot Wooncoach van Openbaar Belang en MEE worden 10 woningen beschikbaar gesteld voor cliënten die willen uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of die bankhoppen. Voorwaarde is dat zij ondersteuning bij de woonvaardigheden van een wooncoach accepteren. Alle tien de woningen zijn vergeven in de eerste helft van 2021. Er zijn veel jongeren die deelnemen aan de pilot en uit een eerste evaluatie blijkt dat vrijwel alle deelnemers onvoldoende zijn voorbereid op het zelfstandig wonen, wat betreft woonvaardigheden en financiële inzicht. DeltaWonen en SWZ hebben ook interesse in dit product. Verkennende

gesprekken over uitbreiding en verbreding van de pilot vinden plaats in de tweede helft van dit jaar. In het eerste half jaar 2021 is er een housing first team samengesteld voor Housing first jongeren, bestaande uit de huidige housing first partners aangevuld met Creating Balance. Zij zullen gezamenlijk dit project uitvoeren. In de tweede helft van 2021 kunnen de vijf toegekende woningen worden vrijgegeven. Tevens zijn afspraken gemaakt over aanvullende woningen in de jaarschijf 2022.

Flexwonen is niet de oplossing maar mogelijk een middel. In samenwerking met het team wonen kijken we naar de mogelijkheden. Het is bedoeld als tijdelijke huisvesting of tijdelijk verblijf in een permanent gebouw. Er is een onderzoek gedaan door het Rijksatelier en begin oktober is een congres in Zwolle over flexwonen. Met de uitkomsten van dit onderzoek en na dit congres brengen we meer focus aan in wat we met flexwonen kunnen bereiken. Community 4.2. aan het Talentenplein. In deze community wonen studenten samen met jongeren met een psychische kwetsbaarheid. Deze woonvorm is in de eerste helft van 2021 geëvalueerd en kent positieve uitkomsten. Jongeren zijn tevreden met het wonen in de community. Er is gezamenlijk de wens uitgesproken om dit woonzorgconcept uit te breiden op een andere locatie. Er is echter op dit moment nog geen concrete locatie beschikbaar.

33

mvoortgang

Passende zorg & ondersteuning Aan de Geert Groote straat zijn begin maart 2021 65 appartementen opgeleverd voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben bijvoorbeeld ten behoeve van uitstroom MO of BW. In het complex is er ook ruimte voor 12 magic mix woningen, waarin mensen zonder hulpvraag wonen. In het kader van de brede aanpak dak- en thuisloosheid zijn extra middelen toegekend aan de gemeente Zwolle; Voor de regio Zwolle is in 2021 3,6 miljoen beschikbaar voor de realisatie van tal van regionale projecten op het gebied van opvang en wonen. Ook is gewerkt aan een gezamenlijk plan voor de transformatie van de Herberg naar één persoonskamers en 24 uurs opvang. Besluitvorming rondom de transformatie van de Herberg wordt in het najaar van 2021 verwacht. Voor de friendswoning (mannenhuis) is een locatie gevonden. Hier kunnen mannen die nu al jarenlang in de nachtopvang verblijven en waarvan uitstroom naar zelfstandig wonen in het verleden niet goed is gegaan, nu samenwonen met gelijkgestemden. De verwachting is dat de deelnemers vanuit de Herberg in de tweede helft van 2021 kunnen verhuizen naar deze woning. Verder is Onder de Pannen verkend als optie in de vorm van een franchise constructie met de Regenbooggroep in Amsterdam. ‘Onder de Pannen’ is een project waarmee mensen die een slaapkamer ‘over’ hebben, deze legaal

Uitgelicht: Geert Groote: Samen zelfstandig Aan de Geert Grootestraat staat sinds maart het gelijknamige pand met 65 zelfstandige studio’s. Van de bewoners zijn er 53 met een zorg- of begeleidingsvraag. De overige bewoners vormen met elkaar de sociale ruggengraat van het project en vier van hen zijn gangoudste: zij houden een sociaal oogje in het zeil in samenwerking met de betrokken zorgorganisaties Perspektiev, Humanitas DMG, het Leger des Heils en Philadelphia. Professionele begeleiders zijn regelmatig op werkdagen aanwezig. Bewoners helpen elkaar en organiseren samen activiteiten in de twee gemeenschappelijke ruimtes of op het dakterras en ze verbinden zich actief met de buurt. Er is nu voldoende nabijheid voor de bewoners om hun leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven. Dat betekent dat mensen hier een stap kunnen maken naar volledige zelfstandigheid of kunnen leren om vertrouwen te hebben in hun eigen toekomst. “Ik heb tijden gekend waarin ik helemaal niks had: geen huis, geen inkomen en ik kon niet eens zorgen voor mijn eigen kind. Ik heb allerlei trajecten doorlopen, kon gaan leren en heb nu een baan. Ik woon hier zelfstandig, kan zorgen voor mijn kind en ik heb rust en voel me sterker. Dit is voor mij een goede stap naar zelfstandigheid” volgens een bewoner.

Maar nu kennen we elkaar beter en durven elkaar aan te spreken als iemand zijn rommel niet opruimt.” zegt één van de bewoners, “en we zoeken elkaar op als we vragen hebben waar we zelf niet uitkomen.” De zorgpartijen en de verhuurder respecteren zoveel mogelijk die eigen sfeer en faciliteren de bewoners. Ook naar de buurt zijn de eerste handreikingen gedaan. Zo ontstaat een sfeer waar mensen met een zorgvraag leren meer zelfstandig te zijn en met minder formele begeleiding toe te kunnen. Ze worden zo letterlijk samen zelfstandig, zoals het motto van het project is.

De eerste resultaten zijn hoopgevend. Bewoners gaan met elkaar in gesprek over sfeer en cultuur in het project en de eerste activiteiten worden door de bewoners georganiseerd. “In het begin was het wennen. We kenden elkaar nog niet en het was af en toe een grote troep bij de afvalbakken.

34

mvoortgang

kunnen verhuren aan een stadsgenoot die dringend op zoek is naar woonruimte. In de tweede helft van dit jaar zal besluitvorming hierover plaatsvinden. De verkenning van de kavel van de Paradijsvogelwoningen (hierna genoemd woonunits naast de Herberg) heeft plaatsgevonden en naar verwachting zal na de zomer een collegebesluit worden voorgelegd om groen licht te geven aan de verdere ontwikkeling van deze optie aldaar. In de prestatieafspraken met SSH 2021 is de verkenning van het realiseren van Goede Buur Zwolle opgenomen. Partijen zijn benaderd en positief. Na de zomer zal een projectgroep starten om een projectplan te maken. Uitgangspunt is om 8 studentenkamers of studio’s beschikbaar te stellen voor jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg, pleegzorg of maatschappelijke opvang. Naast de kamer en ambulante ondersteuning wordt de jongere gekoppeld aan een Goede Buur, een buddy die eerste aanspreekpunt voor de jongere kan zijn. Wij vinden het heel belangrijk om de verschillende vernieuwende woonzorgconcepten goed te kunnen monitoren en evalueren. Voor deze monitoring en evaluatie wordt een online tool ontwikkeld die bestaat uit vragenlijsten voor deelnemers, begeleiders en organisatie. Doel is om de werkzame bestanddelen van een vernieuwend woonzorg concept te definiëren, te leren van ervaringen en op basis van deze

monitoring keuzes te kunnen maken over het al dan niet toevoegen van deze vernieuwende woonzorg concepten aan het bestaande reguliere aanbod. Voor 2021 is het een speerpunt Wonen en zorg ingebed te laten zijn in gebiedsontwikkelingen. Inmiddels maakt Wonen en zorg steeds vaker aan de voorkant onderdeel uit van gebiedsontwikkelingen. Voor vrijwel alle gebiedsontwikkellocaties zijn de mogelijkheden en wensen voor het programma Wonen en zorg in kaart gebracht. In samenwerking met spoor 3 jeugd wordt het realiseren van een parentshouse verkend in 2022. Door het bieden van tijdelijke woonruimte waarbij beide ouders in de buurt van hun kinderen kunnen wonen wordt zo bijgedragen aan het welzijn van kinderen in een scheidingsperiode. Binnen spoor 5 wordt op meerdere fronten gewerkt aan het in gang zetten van de monitoring. Denk daarbij aan het ontwikkelen van de ouderenindex en het opzetten van de monitoring voor de nieuwe woon-zorgconcepten. Ook maakt spoor 5 gebruik van data van spoor 2. Denk daarbij aan het aantal wachtenden die belang hebben bij een plek in een van de nieuwe woonzorgconcepten (zie data bij spoor 2). Voor data die relevant is voor de landing in de wijk verwijzen we voorlopig door naar de bestaande indexen, het Buurt-voorBuurt Onderzoek en het dashboard van Wijkzaken.

35

mvoortgang

Spoor 6 Eén gezin, één plan 36

mvoortgang

7 Spoor 6 Eén gezin, één plan Ontwikkelingen Uit het afstudeeronderzoek naar integraal werken, waar we in de vorige rapportage over schreven, komt naar voren dat het Sociaal Wijkteam in veel gevallen de spin in het web is van integrale samenwerking. Ze doen een brede uitvraag op meerdere levensdomeinen, voeren regie en hebben goede contacten met andere relevante ondersteuners als scholen en huisartsen. Ook in beleid en contracten worden afstemming en samenwerking inmiddels opgenomen als criteria om tot goede resultaten te komen voor onze inwoners. Toch zien wij nog steeds ruimte voor verbetering. Ten behoeve van het verbeteren van de integrale werkwijze voor Zwolse gezinnen met multiproblematiek, hebben wij in de afgelopen periode samen met het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) een aanpak ontworpen vanuit de praktijk. Daarnaast wordt binnen spoor 3, op bovenregionaal niveau, het project Gezinsinterventies uitgevoerd waarin ook een aantal cases worden doorgelicht aan de hand van de ‘doorbraakmethode’. De inhoudelijke opbrengsten van het project Gezinsinterventies worden verder uitgewerkt in het Netwerk Samen leren en ontwikkelen en leveren ook input voor het verbeteren van de integrale aanpak.

Update voortgang Wij willen in Zwolle de aanpak om te komen tot een “integrale gezinsaanpak” op een gestructureerde wijze aanpakken vanuit de praktijk: één gezin, één plan. Hoe logisch dat principe ook is, zo moeizaam is dat in de praktijk vorm te geven. Ja, professionals hebben de ruimte om dingen anders te doen en ook gezinnen hebben eigen ideeën over wat wel en niet voor hen werkt. Iedereen wil de schouders eronder

zetten. Maar uit de ervaringen van professionals weten we ook dat in die huishoudens sommige zaken structureel onhandig zijn georganiseerd. Het IPW heeft de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met mensen die veel samenhangende problemen tegelijkertijd hebben. Op basis van die ervaring heeft het IPW een werkwijze ontwikkeld; de Doorbraakmethode. Deze methode gaat ervan uit dat daar waar sprake is van een samenloop van bestaansonzekerheid, door bijvoorbeeld woon- en geldproblemen, met psychische- en opvoedproblemen, er ook een probleem van heel andere orde om de hoek komt kijken; een bureaucratisch of organisatorisch probleem waardoor mensen kampen met een stapeling van problemen, die elkaar in een noodlottige omhelzing houden. In Zwolle starten we met vijftien huishoudens die hun eigen meest logische maatwerkplan maken. Waarmee zij zelf denken het beste geholpen te zijn. De ervaring van het IPW laat zien dat deze maatwerkplannen over de hele linie zowel beter als goedkoper zijn. Beter in de zin dat de beleefde kwaliteit van leven van de huishoudens toeneemt. En goedkoper in termen van totale maatschappelijke kosten en baten. Deze ‘Doorbraakplannen’ gaan vaak gepaard met een bureaucratische of organisatorische uitzondering (doorbraken).

Medewerkers van het Instituut voor Publieke Waarde trekken samen op met wijkteamleden en andere lokale professionals, om deze aanpak voor deze 15 huishoudens te realiseren. Naast het verbeteren van de integrale ondersteuning aan deze 15 huishoudens, willen we ook dat de ervaringen die we hiermee opdoen een structurele bijdrage leveren aan onze manier van werken.

Daarom bespreken we casuïstiek en reflecteren daarop met beleidsmakers en uitvoeringsmanagers. Het maken van maatwerk heeft te maken met techniek op casus-niveau, maar ook met beleid, inkoopsystematiek, verordeningen, gemeenschappelijke regelingen, kortom: met de manier waarop we zaken georganiseerd hebben. Het bespreken van casuïstiek is een goede manier om samen te verkennen wat er in Zwolle nodig is om maatwerk structureel mogelijk te maken in een integrale gezinsbenadering. Tot slot willen we aan het einde van het traject samen met de professionals, beleidsmakers, uitvoeringsmanagers en bestuurders van de gemeente, reflecteren op wat de casus betekent voor het sociale domein in Zwolle met het oog op ‘één gezin, één plan’ en hoe Zwolle de komende jaren kan doorontwikkelen in het sociale domein.

Korte vooruitblik Er wordt gestart met 15 gezinnen om te komen tot een maatwerkplan op basis van de Doorbraakmethode. Afhankelijk van de doorlooptijd wordt dit onderzoek eind van het jaar afgerond. In de verdere ontwikkeling van dit spoor, nemen we ook de bevindingen van het bovenregionale project Gezinsinterventies uit Spoor 3 Jeugd mee.

37

mvoortgang

8

Communicatie

Communicatie is een belangrijk onderdeel in de Hervormingsagenda. Daarmee vertellen we wat de inhoudelijke bewegingen van de Hervormingsagenda betekenen voor onze inwoners. Hiermee willen we het draagvlak voor de uiteindelijke keuzes vergroten. Maar we willen ook reacties ophalen om zo ons beleid aan te scherpen en te toetsen. Ook in het eerste halfjaar van 2021 maakt Corona nog altijd een groot deel uit van het dagelijkse leven. Het is van invloed op de wijze waarop we met onze inwoners en partners in de gemeente willen en kunnen communiceren. De meeste bijeenkomsten en gesprekken waren nog steeds digitaal. In de sporen zijn er verschillende gesprekken met de stad geweest. In spoor 1 zijn er drie gesprekstafels geweest met partners in de stad. Spoor 2 en 5 hebben gezamenlijk met partners in de stad gesproken over de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. En ook in spoor 3 hebben gesprekken plaatsgevonden met partners ten aanzien van het versterken van de preventie rondom jeugd in de sociale basis. Voor een verdere inhoudelijke toelichting op deze gesprekstafels verwijzen wij u naar de afzonderlijke rapportage van de sporen. De gesprekstafels zijn bedoeld om de samenwerking tussen maatschappelijke partners te versterken en het ophalen van informatie om de gemeentelijke kaders te kunnen stellen.

Binnen het Sociaal Domein was vorig jaar een bijeenkomst gepland met partijen in de zorg over het verminderen van de regeldruk door het (helpen met) schrappen van regels. Vanwege de Coronamaatregelen kon deze bijeenkomst niet doorgaan. Naast het feit dat wij in onze reguliere contacten

met aanbieders aandacht hebben voor dit onderwerp, hebben wij een ‘meldpunt overbodige regels’ ingericht. We hebben in de Peperbus een aantal keren aandacht besteed aan dit meldpunt. Er is één melding binnen gekomen maar vanwege niet kloppende adresgegeven hebben wij geen contact kunnen leggen met de melder. Wij zullen de komende periode het meldpunt verder onder de aandacht blijven brengen. In de Peperbuspagina van maart was aandacht voor het onderwerp Werken zonder solliciteren. Tiem, Werkcoöperatie de Middelcirkel en gemeente Zwolle hebben dit concept ontwikkeld voor mensen in de bijstand. Ook was er aandacht voor de Wooncoach. Deze Wooncoach begeleidt mensen die er aan toe zijn om zelfstandig te gaan wonen en bijvoorbeeld uit een situatie van beschermd wonen komen. In de Peperbuspagina van juni hebben we een vervolg gegeven aan de Wooncoach, waarbij een deelnemer over zijn ervaringen met de Wooncoach vertelde. De nieuwe woonvoorziening aan de Geert Grootestraat hebben we in beeld gebracht met een aantal foto’s. Daarnaast hebben we ook aandacht besteed aan de TONKregeling, het meldpunt Minder Regels en Think op school. De Peperbuspagina zetten we in om onderwerpen die in de Hervormingsagenda spelen, zichtbaar te maken door ‘het verhaal’ te vertellen. In de komende periode brengen we ook met andere communicatiemiddelen de opbrengsten meer voor het voetlicht.

Bijvoorbeeld via facebook en/of met filmpjes en infographics. Dat is nodig, want er zijn tal van ontwikkelingen die de moeite waard zijn om te delen.

38

mvoortgang

9

Monitoring

In april hebben we tijdens de bijpraatsessie aandacht gevraagd voor monitoring en vroegen wij wat u als Raad nodig heeft om te kunnen sturen. Tijdens dit bijpraatmoment hebben we ook stilgestaan bij een aantal uitdagingen rondom monitoring. Bij het feit dat de Hervormingsagenda en de verschillende sporen zich vaak nog in een inrichtingsperiode begeven. Dit betekent dat er soms nog keuzes gemaakt moeten worden, we te maken hebben met keuzes vanuit het Rijk die af en toe wijzigen of uitgesteld worden en invloed van buiten af, denk bijvoorbeeld aan Corona waardoor prioriteiten verschoven. Daarnaast kost de inrichting en het in gang zetten van een beweging tijd. Naast het creëren van een beweging kost ook het maken van afspraken voor de beweging en het aansluiten op de beleidscyclus tijd. Beschikbare data over 2020 en 2021 zeggen daarmee dus niet per definitie iets over de inzet vanuit de Hervormingsagenda. In dit hoofdstuk gaan we daarom opnieuw in op de drie ingezette lijnen m.b.t. monitoring van de Hervormingsagenda en nemen we u mee in de ingezette processen en manieren waarop we de sporen inrichten zodat we op het moment dat een beweging op gang komt deze kunnen volgen. Dit gebeurt dus niet alleen d.m.v. cijfermatige data, maar veelal ook door gesprekscycli waarin informatie met partners en inwoners gedeeld en opgehaald wordt.

Lijn 1: Ontwikkeling monitoring sociaal domein gericht op bedrijfsvoering We gaven eerder aan dat intern een aantal (technische) ontwikkelingen nodig is voor een goede ontsluiting van

onze data. In het eerste halfjaar van 2021 is daarom het project Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg Gemeente Zwolle gestart. Hiervoor is onderzocht aan welke informatie en technische ontwikkelingen behoefte is. Met die input realiseren we een doorontwikkeling van de monitoring op het gebied van bedrijfsvoering voor Jeugdzorg in Zwolle. Deze doorontwikkeling heeft vanwege de urgentie voorrang gekregen op het in kaart brengen van interne behoeftes op het gebied van monitoring. Het oppakken van de bredere inventarisatie is daarom uitgesteld tot de vervolgstappen naar aanleiding van het project Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg Gemeente Zwolle helder zijn. Lijn 2: Beter gebruik en verdere ontwikkeling bestaande monitoren en indexen Binnen Gemeente Zwolle groeit de interesse voor wijkgericht werken. Hiermee komen er ook steeds vaker vragen over de uitkomsten van het Buurt-voor-Buurt Onderzoek, de bestaande indexen en gegevens van bv de GGD (IJssellandscan.nl) aan de orde. We zien daarbij dat de bestaande monitoren en indexen ingebed worden in beleidsterreinen en dat er bij nieuwe projecten en beleidsstukken aan de voorkant gekeken wordt hoe het nu gaat en wat er nodig is om veranderingen te monitoren (zowel tellend als vertellend). In het eerste halfjaar van 2021 zien we dat terug in de trendrapportage van Spoor 1.

Op basis van de uitkomsten van de gesprekstafels van de Sociale Basis hebben we onderzocht of het om landelijke of lokale trends ging of juist om incidenten. Verder hebben we de beschreven

aandachtspunten voor zover mogelijk onderbouwd met aantallen en onderzoeken. Daarnaast zijn vanuit Spoor 2: Van Beschermd Wonen naar Beschermd thuis gesprekken gestart met de Centrale Toegang en de andere regiogemeenten om de monitor die ontwikkeld wordt door de Centrale Toegang en de monitor die ontwikkeld wordt door de afdeling Informatievoorziening van de gemeente Zwolle in opdracht van de regio samen te brengen. Voor spoor 3: Jeugd: Herstel in het gewone leven is het afgelopen halfjaar dus gefocust op het project Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg Gemeente Zwolle. Daarnaast zijn een aantal maatschappelijke resultaten en ambities aangescherpt. Nu het project m.b.t. sturingsinformatie afgerond is en er een herijking gedaan is m.b.t. de ambities binnen spoor 3 ontstaat er weer meer ruimte voor monitoring, denk hierbij ook aan de ontwikkelingen rondom een jongerenen kinderindex die verderop beschreven staan. Binnen spoor 4; Potentieel verzilveren is voor het initiatief Startbaan in de ontwikkelfase een werkgroep gestart onder de titel ‘Meten is weten’. Gekeken is wat er gerapporteerd moet worden om het project te monitoren en wat daar voor nodig is met betrekking tot registratie. Hierdoor kunnen we achteraf zien welke elementen succesvol zijn binnen dit project.

Voor spoor 5 lopen meerdere onderzoeken, zoals voor de toekomstige huisvestingsopgave voor senioren met en zonder zorgvraag.

39

mvoortgang

Ook wordt een onderzoek ontwikkeld voor de vernieuwende woon-zorgconcepten. Dit onderzoek kan voor alle nieuwe woon-zorg concepten ingezet worden en richt zich op ervaringen van bewoners, begeleiders en de partners om zo te achterhalen welke elementen bijdragen aan succes. Zo kan na afloop van een pilotfase gekeken worden wat gewerkt heeft en kunnen ervaringen meegenomen worden in de ontwikkeling van de toekomstige woon-zorgconcepten. Ook kan vanuit spoor 5 binnenkort gebruik gemaakt worden van de ouderenindex en de bijbehorende contextcijfers en kan naast het Buurt-voor-Buurt Onderzoek en de indexen (Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2020) ook het dashboard van wijkzaken gebruikt worden om een beeld te krijgen van de wijken en buurten in Zwolle (Dashboard wijkdata). Indexen In het eerste halfjaar van 2021 hebben we de ouderenindex verder ontwikkeld. De ouderenindex wordt uitgegeven voor zowel het jaar 2016 als 2020 waardoor een eerste vergelijking al mogelijk is. De index wordt begin 2022 gepubliceerd. Verder zouden we in deze rapportage aangeven of we nog invulling willen geven aan de kinderindex en jongerenindex. Het oorspronkelijke plan was om een kinderindex te ontwikkelen die doorontwikkeld kon worden op landelijk niveau. Inmiddels heeft het ministerie van OCW een regionaal dashboard ontwikkeld waar gemeenten en scholen gebruik van kunnen maken.

Daarnaast heeft het verzamelen van data van landelijke organisaties als Duo en CBS veel voeten in de aarde omdat het proces en de benodigde afspraken om tot de vulling van een kinderindex te komen veel capaciteit kost. Deze ruimte was de afgelopen periode niet beschikbaar binnen jeugd omdat urgentere vraagstukken (rondom Corona, stuurinformatie, etc.) binnen jeugd voorrang kregen. De behoefte om lokaal op basis van goede data ons lokale jeugdbeleid en de uitvoering te verbeteren en bij te sturen,

blijft onverminderd. Maar we zien een index in de huidige vorm niet meer als de meest passende vorm daarvoor. Daarom brengen we nu grondig de al beschikbare data over kinderen en jongeren in Zwolle in beeld. Hierbij verbinden we ook met het dit jaar opgestarte project Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg Gemeente Zwolle, waarin de focus ligt op informatie over jeugdzorgtrajecten en willen we ons meer richten op lokale partners. De uiteindelijke vorm bepalen we zodra de beschikbare data in beeld zijn. Ook voor de jongerenindex was het de vraag of we deze nogmaals konden en wilden vullen. De jongerenindex is inmiddels twee keer gevuld, maar daar vallen databronnen weg, waardoor we geen goede vergelijking over de jaren heen kunnen maken. Daarom kiezen we ook bij de jongeren voor het op een passende manier in kaart brengen van de beschikbare data en onderliggende behoefte en niet enkel op het in stand houden van een instrument. Vanzelfsprekend blijven we wel gebruik maken van de kennis die is opgedaan voor het ontwikkelen van de indexen en van de databronnen die niet weggevallen zijn. Lijn 3: Ontwikkeling kwalitatieve en reflexieve monitoring Waar het bij lijn 2 veelal gaat over monitoren, indexen en onderzoeken gaat het bij een deel van het volgen van de beweging van de Hervormingsagenda om het goede gesprek met partners en inwoners.

Voor spoor 1 is daarvoor een reeks gesprekstafels opgestart. In de eerste helft van 2021 is er een afstudeeronderzoek uitgevoerd door een student van de Universiteit Utrecht. Na de eerste twee gespreksrondes is zij in gesprek gegaan met betrokken ambtenaren van de gemeente Zwolle, maar ook met een grote groep deelnemende partners. De resultaten van dit onderzoek zijn tijdens de gesprekstafel in het voorjaar gepresenteerd. Hiermee is dus binnen spoor 1 gewerkt aan een evaluatie van het proces en volgen wij zelf ook de

reflexieve cyclus waarbij geleerd wordt van resultaten en ervaringen. Ook is binnen spoor 1 een klankbordgroep met partners gestart. Zij vervullen een actieve rol in de invulling van en advisering over de gesprekstafels. Hiermee zijn dus extra terugkoppel momenten vanuit het veld toegevoegd aan de gesprekscyclus. Daarnaast hebben we tijdens de gesprekstafel stil gestaan bij wat een interventie succesvol maakt. Dit hebben we onder andere gedaan door stil te staan bij de methode van Realistisch Evalueren (Pawson & Tilley), waarbij bij het succes van een interventie bepaald wordt door een combinatie van werkende mechanismen en de context (bv een specifieke wijk of periode). In spoor 2 en 5 zijn een aantal bijeenkomsten georganiseerd om in kaart te brengen wat er nodig is voor de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Tijdens deze bijeenkomsten is informatie opgehaald bij inwoners, ervaringsdeskundigen en partners. Daarnaast zijn tijdens deze bijeenkomsten beleidsstukken (in concept) aan de deelnemers voorgelegd en is gevraagd om feedback. Hierbij is dus ook binnen deze twee sporen gewerkt op een manier die aansluit bij reflexief monitoren. Ook binnen spoor 3 en 4 zien we dat er voor projecten gericht samenwerking gezocht wordt waarbij het project ontwikkeld wordt in samenspraak met partners (zowel TIEM en SWT als aanbieders).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=89dc92a9-70fd-4e3b-96db-6e2316a8700f