Halfjaarrapportage HVA SD 1e helft 2021
Tekst van het document
Hierdoor is het ook mogelijk om op termijn de reflectie samen op te pakken en bij te sturen.
40
mvoortgang
10 Financiën Totaalopgave hervormingsagenda financieel 2021 - 2024 2021 2 Value Case Beschermd Wonen - Beschermd thuis 0,25 10 Beslag behoedzaamheidsmarge 0,10 t.b.v. Wmo-voorzieningen 3 & 7 Toegang jeugd 0,15 8 & 9 Passende jeugdhulp/topsegment 0,95 Besparing 1,45 Behoedzaamheidsmarge 1,25
2022 0,50 0,70
2023 1,00 0,70
2024 1,25 0,70
0,15 2,25 3,60 0,80
0,15 2,80 4,65 1,05
0,15 3,40 5,50 0,80
Spoor 2: WMO/ Beschermd wonen Spoor 3: Jeugd Dit is het huidige financiële overzicht dat wij in deze rapportage gaan actualiseren.
2 Value Case Beschermd Wonen - Beschermd Thuis In de halfjaarrapportage die verscheen in het voorjaar van 2020 stond in bijlage 6 de Value case Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. In de halfjaarrapportage die verscheen in het voorjaarsmoment 2021 zijn actuele ontwikkelingen geschetst die van invloed zijn op deze value case en de besparingsmogelijkheden. De daarbij aangekondigde actualisatie in deze rapportage heeft u kunnen lezen in Spoor 2 van onder het kopje Actualisatie value case. De conclusie is dat de overgang van beschermd wonen naar beschermd thuis op zichzelf nog altijd een fiks besparingspotentieel biedt. Maar door een korting van meer dan 20% op het budget beschermd wonen als gevolg van het negatieve herverdeeleffect van het objectief verdeelmodel vanaf 2023, levert dit onder aan de streep geen besparing op beschermd wonen op in de begroting van de gemeente Zwolle. Op basis van de huidige cijfers is voor beschermd thuis in 2030 lokaal een budget benodigd van € 19,9 mln, terwijl we maar € 14,4 mln ontvangen. Het tekort van 27% komt zoals gezegd door het negatieve herverdeeleffect en door het feit dat ons relatief aandeel cliënten beschermd wonen in de regio hoger is dan ons budgetaandeel in de nieuwe verdeelsystematiek.
Volgens de valuecase beschermd thuis kunnen de uitgaven voor beschermd wonen met 9% (€ 1,8 mln) worden verminderd. Maar ook dan resteert nog altijd tekort op het budget. Dit tekort doet zich nog niet direct voor in 2023 want er is met het Rijk een overgangsperiode naar het objectief verdeelmodel van 7 jaar (2023 – 2030), waarbij de regionale middelen geleidelijk overgaan in de lokale middelen. In de deze actualisatie van de hervormingsagenda is dus geen besparing meer opgenomen uit de value case beschermd wonen maar het besparingspotentieel wordt onderdeel van de maatregelen om deze taak binnen het budget uit te voeren. Daarnaast heeft u dit jaar een dilemmanotitie ontvangen omtrent de reeds gerealiseerde € 1,4 mln besparing op beschermd wonen, die na 2022 waarschijnlijk niet meer ingeboekt kan worden. Op dit moment hebben wij nog niet de definitieve cijfers van de consequenties van de Wlz-uitname en het herverdeelmodel. Zodra die bekend zijn, zullen wij bekijken wat de (on)mogelijkheden zijn omtrent het tijdelijk verlengen van deze besparing. Wij komen hier ruim voor de begroting van 2023 op terug. Structureel is de besparing door de gewijzigde omstandigheden niet meer realistisch. 10 Beslag behoedzaamheidsmarge t.b.v. Wmo-voorzieningen In 2020 is op dat moment afgezien van een besparing van € 0,7 mln op Wmo-voorzieningen.
Vanuit de bredere blik was besparen op hulpmiddelen niet logisch aangezien we juist willen dat inwoners zo lang mogelijke zelfstandig kunnen wonen. Inmiddels blijkt echter dat we deze besparing alsnog kunnen realiseren op de Wmovoorzieningen, omdat daar een structureel overschot is ontstaan. Deze besparing is gedeeltelijk veroorzaakt door de overgang van hulpmiddelen van de Wmo naar de Wlz. Deze inwoners krijgen dus nog steeds de benodigde ondersteuning, maar nu vanuit de Wlz. Daarmee vervalt het beslag van 0,7 mln op de behoedzaamheidsmarge en is deze besparing gerealiseerd. 3 & 7 Toegang jeugd en 8 & 9 Passende jeugdhulp/topsegment In de halfjaarrapportage die verscheen in het voorjaar van 2021 is aangegeven dat wij het niet realistisch achten dat de besparingsopgave 2020 én de besparingsopgave van 2021 op jeugdzorg in totaliteit gerealiseerd gaan worden. De beperkte besparingsmogelijkheden op jeugdzorg en de stijgende lijn van het jeugdzorggebruik zijn eind 2020 bevestigd door het
41
mvoortgang
landelijke AEF-rapport waarin ook wordt aangegeven dat het niet realistisch is binnen de huidige budgetten uit te komen met de kosten voor jeugd, laat staan dat daar nog verder op bespaard kan worden. Deze nieuwe ontwikkelingen vragen om een actualisatie van de beoogde besparingen op jeugdzorg in hoogte en tijd. Deze actualisatie vindt u in Spoor 3 onder het kopje Actualisatie Besparingen jeugd. In mei 2021 is de gemeenteraad nader geïnformeerd over het AEF-rapport3. Op basis van het AEF rapport is een nieuwe analyse gemaakt ten aanzien van het realiteitsgehalte van de besparingen zoals die zijn opgenomen in de Hervormingsagenda. Onze inschatting is dat met de ingezette maatregelen de komende jaren een totale besparing van € 1,5 mln reëel is (waarvan € 1,15 mln reeds is gerealiseerd) in plaats van de totale besparingsopgave op Jeugd van totaal € 4,7 mln. Het besparingsdoel van de al in gezette maatregelen bedraagt dus nog € 0,35 mln. Daarmee wordt 3,2 mln van de totale besparingsopgave niet gerealiseerd (voor verdere toelichting zie Actualisatie value case Jeugd).
Behoedzaamheidsmarge Na de actualisatie van het financieel overzicht 2021 - 2024 concluderen wij dat de behoedzaamheidsmarge niet meer toereikend is. De gevolgen zijn in samenhang met de extra gelden voor Jeugd opgenomen in de begroting 2022.
Zoals we ook al aangeven in de Actualisatie van de value case Jeugd, ligt onze zoektocht naar besparingsmogelijkheden niet stil. Het advies van de Commissie van Wijzen en de landelijke Hervormingsagenda Jeugd die volgt in januari 2022 geven een nieuw perspectief, dat wij door kunnen vertalen naar de Zwolse situatie en dat verder gaat dan onze eigen Hervormingsagenda.
Flexibel schuiven voor de hervorming In de komende periode werken we een aantal potentiële scenario’s uit om de systematiek van financiën de gewenste hervormingen binnen het sociaal domein beter te laten ondersteunen. Deze scenario’s geven we mee aan de nieuwe coalitie en zullen afgestemd zijn op de bredere behoefte om over de domeinen heen de bestaande programma-indeling te evalueren. Uiteraard nemen we de raad hier ook in mee.
Het financieel overzicht uit de informatienota is overgenomen in onderstaand geactualiseerd financieel overzicht 2021 – 2024. Geactualiseerd Financieel overzicht 2021 – 2024 Totaalopgave hervormingsagenda financieel 2021 - 2024
2021 0
2022 0,05
2023 0,07
2024 0,07
Toegang dyslexiezorg
0
0
0,20
0,20
1c
BSO+
0
0,03
0,05
0,05
1d
Pilot Ambelt
0
0
0,03
0,03
Totaal nog te realiseren besparing
0
0,08
0,35
0,35
-1,35 1,25
-2,83 1,50
-3,60 1,50
-4,45 1,50
1a
Lokale teams verlenen jeugdzorg
1b
Deel aan besparingen dat niet meer gerealiseerd wordt Behoedzaamheidsmarge
Interventies versus besparingen We merken in de praktijk dat het succes van inhoudelijke interventies zich niet altijd laat vertalen in besparingen in de begroting. Neem Talentplein, waar jongeren ondersteuning kunnen ontvangen als ze dat nodig hebben en gemixt wonen met studenten. Jongeren blij, studenten blij, een goedkopere vorm van ondersteuning dan Beschermd Wonen en minder mensen op de wachtlijst. Op het niveau van de interventie een succes, maar niet zichtbaar als besparing op het niveau van de begroting omdat het budget is verlaagd door een landelijk besluit en er een wachtlijst bestaat. In dit voorbeeld worden wel hogere kosten voorkomen.
Benodigde investeringen Najaarsmoment 2021 In de investeringsaanvragen voor de begroting zijn ook de benodigde investeringen voor de Hervormingsagenda opgenomen.
3 Informatienota ‘Zwolse hervormingen Jeugd in het licht van het AEF rapport' 42
mvoortgang
11 Risicoprofielen Het risicomanagement van de Hervormingsagenda vindt plaats in de context van het risicomanagement van het sociaal domein als geheel. Het risicomanagement is met name gericht op financiële risico’s, de methoden en instrumenten om deze te beheersen en op het onderhouden van een risicoregister in de vorm van een risicomatrix die 2 keer per jaar wordt geactualiseerd.
risico voor het realiseren van de besparingen binnen de Hervormingsagenda.
De scores leiden tot een kwalitatieve weging van het risico naar hoog, midden en laag. Het risicoprofiel van de Hervormingsagenda is uitgesplitst naar de 5 sporen. Dit is een verbijzondering van het bestaande risicomanagement in het sociaal domein.
Risicoprofiel spoor 2 Wmo: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis Beschermd wonen is een gesubsidieerde activiteit met een subsidieplafond. De toegang tot beschermd wonen (aantal beschikbare plekken) wordt gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Het besparingspotentieel voor beschermd wonen bedraagt € 1,8 mln. en is minimaal noodzakelijk om de taak vanaf 2023, als het nieuwe objectieve verdeelmodel wordt ingevoerd, binnen het rijksbudget uit te kunnen blijven voeren. Daarmee is nog niet het volledige verwachte tekort gedekt. Aanvullende maatregelen zullen daarvoor nodig zijn. Het risico voor dit spoor blijft ‘hoog’. Voldoende beschikbaarheid van passende woonruimten, financiering voor nieuwe woonzorg vormen en de beperkingen die het rijksbeleid ons oplegt, zijn extra uitdagingen en risico’s om voldoende plekken voor Beschermd Thuis te realiseren.
Risicoprofiel spoor 1: Sterke sociale basis Bij dit spoor gaat het vrijwel altijd om gesubsidieerde activiteiten. De toegang tot deze activiteiten wordt met behulp van subsidieplafonds gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld en het financieel risico voor dit spoor is ‘laag’. De vorderingen binnen dit spoor zijn wel randvoorwaardelijk om de besparingen in de andere sporen te kunnen realiseren. Het feit dat de sociale basis deels middels incidentele subsidies wordt gefinancierd die eind van dit jaar aflopen, leidt op de korte termijn tot een risico voor de continuïteit van (een deel van) de sociale basis en daarmee tot een
Risicoprofiel spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven De activiteiten die de gemeente uitvoert in het kader van de Jeugdwet worden voor een groot deel beïnvloed door het open einde karakter van de Jeugdwet, waarbij de toegang voor een belangrijk deel ligt bij de door de Jeugdwet aangewezen verwijzers (huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen GGD, gecertificeerde instellingen en rechters). Voor dit spoor was een besparingsdoel gesteld oplopend naar € 3,75 mln. in 2024. In deze halfjaarrapportage is het besparingsdoel voor jeugdzorg voorlopig bijgesteld van € 3,55 mln. (periode 2021 – 2024) naar € 0,35 (periode 2022 – 2024). Verschillende nieuwe zoekrichtingen voor besparingen worden verkend, maar het is
De risico’s in het sociaal domein worden in de risicomatrix gescoord naar 4 onderdelen: • toegang / open einderegelingen • verantwoording door derden • (onvoorspelbare) ontwikkeling van de rijksbudgetten • overige, waaronder de risico’s als gevolg van de coronacrisis
ook wachten op aanpassingen in het landelijke beleid en het structureel toekennen van extra middelen voor jeugdzorg. De kans dat met nieuwe maatregelen alsnog het besparingsdoel wordt gerealiseerd is klein en daarmee blijft het financieel risico van dit spoor hoog. Risicoprofiel spoor 4 Participatie: Potentie verzilveren Het participatiebudget bestaat uit een budget voor bijstandsuitgaven en een budget voor participatie en reintegratie activiteiten. Het budget voor bijstandsuitgaven wordt door het Rijk gefinancierd vanuit een specifieke uitkering, de BUIG. Het budget voor participatie en reintegratie activiteiten is onderdeel van de algemene uitkering. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor randvoorwaardelijk voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Risicoprofiel Spoor 5: Wonen als sleutelfactor Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld. Het doel is om woonvragen en zorgvragen zoveel als mogelijk met elkaar in balans te brengen zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor essentieel voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Voldoende beschikbaarheid van woningen is een randvoorwaarde voor dit spoor, waar op dit moment nog onvoldoende aan kan worden voldaan.
43