Halfjaarrapportage HVA SD 1e helft 2021
Tekst van het document
mvoortgang
gvoortgang
Zwolle
Halfjaarrapportage Sociaal Domein Hervormingsagenda 1e helft 2021 1
mvoortgang
Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Spoor 1 Sterke Sociale Basis 3 Spoor 2 Wmo: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis 4 Spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven 5 Spoor 4 Participatie: Het potentieel verzilveren 6 Spoor 5 Wonen als sleutelfactor 7 Spoor 6 Eén gezin, één plan 8 Communicatie 9 Monitoring 10 Financiën 11 Risicoprofielen
3 4 7 15 27 31 37 39 40 42 44
2
mvoortgang
1
Inleiding
In Zwolle is inmiddels 70-80% van de volwassenen volledig gevaccineerd. We hebben weer kunnen genieten van het terras, natuurlijk op voldoende afstand, en de mogelijkheid om de meeste plekken zonder mondkapje te betreden. Velen hebben dan toch eindelijk het felbegeerde buitenland bereikt voor een vakantie. Steeds meer berichten van een tekort aan arbeidskrachten geven een ander beeld dan de eerder gevreesde werkloosheid. Met het toegenomen aantal gevaccineerden begint een nieuwe fase van Corona, krijgen we meer bewegingsruimte en kunnen we experimenteren met een nieuwe hybride manier van (thuis)werken. We hopen ondertussen dat gevaarlijke mutaties van het virus uitblijven. Tegelijkertijd weten we dat de meeste mensen op wie onze hervormingen invloed hebben, helemaal niet op vakantie konden, omdat ze daar onvoldoende geld voor hadden of omdat hun gezondheid het niet toeliet. Horen we dat Zwolse
inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond nog steeds nauwelijks verschijnen op de plekken waar zij eerder daginvulling vonden, omdat er nog veel angst is over Corona. En krijgt één op de drie Corona patiënten geestelijke of neurologische klachten. Reden genoeg om ons ook onder deze omstandigheden volop te blijven inzetten voor de beoogde hervormingen. We zijn inmiddels ruim anderhalf jaar op weg met het programma van de Hervormingsagenda, dat eind 2023 eindigt en een grote invloed van Corona heeft gekend. Dat neemt niet weg dat u in aansluiting op het najaarsmoment de vierde Halfjaarrapportage voor u heeft liggen die rapporteert over de eerste helft van 2021.
Beschermd Thuis en Jeugd: Herstel in het gewone leven. De reden daarvoor is dat in deze sporen veel (landelijke) ontwikkelingen, nieuwe inzichten en besluiten zijn, waardoor de beoogde besparingen bijgesteld moeten worden. Deze actualisatie vindt u in de betreffende sporen. De financiële gevolgen worden beschreven in de financiële paragraaf. De opbouw van deze rapportage zal u bekend voorkomen. Per spoor geven we een update van de voortgang in de eerste helft van 2021. Daarnaast hebben we de risicoprofielen bijgewerkt, geven we een update en een vooruitblik over de communicatie met partners en inwoners en vertellen we welke vooruitgang we met monitoring hebben geboekt. We wensen u veel leesplezier.
In de vorige rapportage beloofden we in dit najaarsmoment een actualisatie van de sporen Van Beschermd Wonen naar
3
mvoortgang
Spoor 1 Sterke sociale basis 4
mvoortgang
volgend spoor
Spoor 1 Samenvatting Context Voor wie De sociale basis is toegankelijk voor alle inwoners van Zwolle. In de praktijk zullen vooral de mensen die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben daar gebruik van maken.
Beïnvloedbaar Activiteiten van gesubsidieerde partijen Integraliteit en samenwerking in het aanbod en initiatieven
Hervorming Financieel Budget programma 1: € 37 mln (saldo baten en lasten begroting 2020) Geen financiële opgaven in de hervormingsagenda.
Niet/ gedeeltelijk beïnvloedbaar Effecten coronacrisis Burgerinitiatieven, vrijwilligers Onderwijs, zorgverzekeraars, werkgevers
Stakeholders • Inwoners • Sport-, cultuur- en welzijnspartijen • Adviesraden • Vrijwilligersorganisaties • Afdelingen gemeente • Zorgaanbieders • GGD • Scholen
Raakvlak andere sporen 2: Beschermd wonen (faciliteren activatie en contacten) 3: Jeugd (preventie) 4: Participatie (dagbesteding, maatschappelijke participatie) 5: Wonen (passend wonen)
Probleem: Onvoldoende integrale blik, visie en sturing op initiatieven en preventie in de sociale basis. Te weinig oog voor en leren van resultaten en wat wel/niet werkt. Hervormingen: • Meer samenhang aanbrengen in aanbod, initiatieven en dienstverlening met focus op preventie • Meer regie door de gemeente om sociale basis toe te rusten op sociale opgaven • Sturing meer baseren op beschikbare data en feedback partners en inwoners • Meer versterken bestaande initiatieven voor verhoogde inclusiviteit • Meer ruimte voor initiatieven uit samenleving en sociaal ondernemerschap
Gewenste resultaten: • Inwoners vinden (dicht bij huis) benodigde ondersteuning • Signalen inwoners worden eerder opgepikt en opgepakt, erger voorkomen • Afname specialistische/ zwaardere zorg • Langer/eerder zelfredzaam zijn en zelfstandig thuis wonen • Inclusieve(re) activiteiten, netwerken en wijken Uitdagingen/risico’s: • Veel stakeholders betrokken, communicatie aandachtspunt • Loopt door verschillende portefeuilles van wethouders • Voldoende oog houden voor wat er al is
Gerealiseerd eerste halfjaar 2021 • Gesprekstafels lopen zowel op uitvoerend als bestuurlijk niveau. • Raad is via raadsinformatienota in mei over voortgang en trendrapportage geïnformeerd.
• Afstemming tussen sociaal, fysiek en veiligheid is doorlopend onderwerp van gesprek geworden. • Naast meer inzicht in indicatoren starten we ook het gesprek over effectiviteit van interventies.
5
mvoortgang
2 Spoor 1 Sterke Sociale Basis Ontwikkelingen Het afgelopen half jaar kenmerkt zich door een lock-down en het lange wachten op versoepelingen na de strenge coronamaatregelen. Nog langer thuiswerken, alleen buiten sporten in groepjes van twee, geen bijeenkomsten, feesten en partijen, onzekerheid over inkomsten en werk, zorgen over vaccins en gezondheid, het was een bijzondere periode. Onze partners bleven veel werk verzetten om contacten te houden met inwoners, toch zoveel mogelijk te ontmoeten en sport en ontspanning te bieden.
Update voortgang Gesprekstafels In januari 2021 zijn per ambitie weer gesprekstafels geweest met partners over trends en ontwikkelingen in de sociale basis. Dit betreft de ambities: • Inwoners hebben betekenisvolle sociale contacten en daginvulling • Inwoners zijn vitaal en gezond • Inwoners hebben gelijke kansen op een zelfredzaam leven. Op 6 juli was er een gezamenlijke, wederom digitale gesprekstafel sociale basis. Dit keer verdiepend, over nut en noodzaak van onderzoek naar effectiviteit van interventies in de sociale basis. We bespraken de uitkomsten van het onderzoek naar de samenwerking aan de tafels en hoe we de aanbevelingen kunnen vormgeven.
Vaststellen opgaves sociale basis met de ambities Bespreking van de trends en ontwikkelingen in het college heeft geleid tot het benoemen van vijf opgaves in de sociale basis om de ambities te realiseren. 1. De sociale basis is klaar voor de schaalsprong. 2. De sociale basis is klaar voor langer en eerder thuis wonen. 3. De sociale basis beperkt lange termijn negatieve effecten van corona. 4. Voorkom grotere mate van ongelijkheid en polarisatie, de sociale basis bevordert inclusie 5. Stel vraag inwoner centraal Verder is de eerste trendrapportage sociale basis vastgesteld door de raad in juni van dit jaar. Aanbesteding Goede dagen & perspectief De doorontwikkeling goede dagen en perspectief heeft verder invulling gekregen. Dit sluit aan op de eerste ambitie, inwoners hebben sociale contacten en daginvulling. Dit heeft geleid tot drie nieuwe ondersteuningsvormen voor zinvolle daginvulling, waarvan twee in de sociale basis landen. Sociale activatie en herstel biedt begeleiding en activiteiten voor inwoners met psychische klachten of inwoners in een fase van herstel die net iets meer ondersteuning nodig hebben dan tot nu toe in de sociale basis aanwezig was. Ten aanzien van Sociale activatie en herstel wordt een raadsbesluit in het najaar van 2021 voorbereid.
Daarnaast heeft de contractering plaatsgevonden van zowel de Daginvulling ouderen (Goede dagen), ook onderdeel van de sociale basis als Dagbesteding arbeidsmatige
leeftijd (Perspectief), een maatwerkvoorziening. Met deze contractering realiseren wij een gevarieerd aanbod dat aansluit bij de vragen van onze inwoners. In september is de Raad geïnformeerd over de uitkomsten van deze beide aanbestedingen.
Korte vooruitblik najaar • Nieuwe ronde gesprektafels om opgaves te concretiseren met interventies en om relevante beleidsstukken te bespreken om de uitvoering daarvan te verbeteren. • Bestuurlijk overleg sociale basis staat gepland. Samen met bestuurders van grote partijen op gebied van zorg, welzijn, onderwijs en wonen wordt verkend wat een ieder kan bijdragen aan de gestelde opgaves en ambities in de sociale basis, vanuit ieders taak. • We starten de verkenning hoe wijkopgaves in de Sociale basis vorm krijgen. • Het beleid voor Sociale activatie en herstel wordt ter vaststelling aan de Raad voorgelegd. Hiermee wordt de Sociale basis versterkt met ondersteuning voor kwetsbare inwoners, zodat ze langer en of eerder thuis kunnen wonen, hulp dicht bij krijgen en mee kunnen (blijven) doen.
6
mvoortgang
Spoor 2 Wmo: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis 7
mvoortgang
vorig spoor
volgend spoor
Spoor 2 Samenvatting Context Voor wie Inwoners met psychiatrische danwel psychosociale problematiek die toezicht en/of begeleiding nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving • Totaal aantal cliënten op 1 juli 2021 in de regio IJssel-Vecht: 689 (ZIN : 401 en pgb: 288) waarvan (nog steeds) 141 wachtenden • Richting Wlz op 28 juni 2021: 531 (40 aanvragers uit 2021 + 491 aanvragers uit 2020).
Hervorming Financieel Budget Regio-IJsselvecht: 42,1 mln Gerealiseerde besparing in 2019 t/m 2022: 1,4 mln Meer informatie over de besparingen is in dit hoofdstuk te vinden onder de Actualisatie van de valuecase.
Beïnvloedbaar Ontwikkelen woonvarianten Ontwikkelen Sterke Sociale Basis Versterken samenwerking
Niet/ gedeeltelijk beïnvloedbaar Effecten coronacrisis Nieuwe verdeelmodel vanaf 2023 Beschikbaarheid passende woningen
Stakeholders • Cliënten(vertegenwoordigers) • Centrale Toegang • Zorgaanbieders Wmo • Regiogemeenten • Lokale toegang/ wijkteams • Zorgverzekeraars/ zorgkantoor • Verwijzers instroom cliënten (Jeugd, GGZ, DJI) • Toezichthouders
Raakvlak andere sporen 1: Sterke sociale basis (activatie, contacten) 3: Jeugd (overgang jeugdzorg) 4: Participatie (dagbesteding, inkomen en werk) 5: Wonen (beschikbare passende woningen)
Probleem: Nog te veel te zware en dure zorg te ver weg van thuis, terwijl lichtere vormen voor dezelfde resultaten kunnen zorgen. Hervormingen: • Inwoners kunnen langer thuis wonen of eerder weer zelfstandig wonen met passende hulp • Inrichten lichtere vormen ondersteuning in aansluiting op thuisondersteuning • Inclusieve wijken en voldoende geschikte woningen • Werken vanuit totaaloplossing, dus afstemmen op dagbesteding, inkomen en sociale contacten. • Verleggen financiële verantwoordelijkheid van centrumgemeente naar alle gemeenten uit de regio • Toewijzing cliënten naar passende zorg
Gewenste resultaten: • Passende zorg voor de doelgroep • Match zorgvraag en woonplek • Geen gedwongen verhuizing • Inclusieve wijk, goede balans tussen draagkracht en draaglast • Beheersbare uitgaven Uitdagingen/risico’s: • Voldoende passende woningen, vooral in de regio • Stut en steun in de wijk, op peil houden, of versterken van draagkracht
Gerealiseerd eerste half jaar 2021 • Wachttijd Beschermd Wonen van 326 naar 98 dagen. Voor Begeleid Wonen van 208 naar 113 dagen • Voorbereiding nieuwe manier van financiering beschermd wonen • Regionale besluitvorming voor stimuleren omzetten pgb naar ZIN • Voorbereiding Norm van Opdrachtgeverschap (NvO) in regionale projectgroepen • Verschillende bijeenkomsten met vertegenwoordigers van participatieraden en platform betrokkenen over invulling NvO • Uitwerking Lokaal uitvoeringsplan met betrokkenen (naar raad eind 2021)
8
mvoortgang
3 Spoor 2 Wmo: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis Ontwikkelingen Eind 2020 is bekend geworden dat de implementatie van het nieuwe verdeelmodel Beschermd Wonen wordt uitgesteld naar 1 januari 2023. Inhoudelijk wordt met volle kracht doorgegaan op de ingeslagen weg om per 1 januari 2022 te starten met de (inhoudelijke) doordecentralisatie van beschermd wonen. Ter voorbereiding hierop zijn binnen de samenwerkingsregio IJssel-Vecht inhoudelijke werkgroepen samengesteld die op de onderdelen toegang, inkoop, governance, financiën, visie en proces de verplichtingen uit de Norm van Opdrachtgeverschap (NvO) verkennen en verder uitwerken. Daarbij zijn de ketenpartners en de participatieraad betrokken. We nemen de opbrengsten op in een regionale visie die dit najaar aan de Raad ter vaststelling wordt aangeboden. De beweging Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis sluit aan bij de landelijke inhoudelijke doordecentralisatie. De landelijke afspraken, regionale samenwerkingsafspraken en de inhoudelijke regionale doorontwikkeling, die we samen met de regio IJssel-Vecht doen, zijn daarbij van belang en vormen het kader van de lokale beweging.
Update voortgang Afbouw van de wachtlijst beschermd wonen Uit de analyse van de regionale wachtlijst in januari 2021 blijkt dat 141 cliënten met een indicatie beschermd wonen actief wachten (oftewel: direct plaatsbaar zijn) op een plek beschermd wonen bij een zorgaanbieder. Het is inhoudelijk wenselijk dat cliënten eerder passende ondersteuning ontvangen, ook om verergering van problematiek te
voorkomen en daarmee nog langere en/of intensievere ondersteuning vanuit beschermd wonen. Uit de rapportage over het eerste half jaar van 2021 blijkt dat er nog steeds 141 actief wachtenden zijn voor beschermd wonen. Het aantal is dus het afgelopen half jaar gelijk gebleven. Hoewel er wel degelijk sprake is geweest van doorstroom, blijft het aantal actief wachtenden tot dusver ongewijzigd vanwege nieuwe indicaties. De gemiddelde wachttijd is echter wel fors gedaald; van 326 dagen naar 98 dagen voor beschermd wonen en van 208 dagen naar 113 dagen voor begeleid wonen. Van de totale wachtenden (dus zowel direct als niet direct plaatsbaar) staat 51% op 1 juli 2021 ingeschreven in Zwolle. Deze verhouding is hetzelfde als in januari 2021. Van de direct plaatsbare wachtenden is op 1 juli 64% (90 wachtenden) tussen 18 en 26 jaar oud. In het regionale bestuurlijk overleg BW/MO van maart dit jaar is besloten de wachtlijst te verkleinen tot 50 actief wachtenden eind 2022. Hiervoor wordt nu ingezet op vier actielijnen; een combinatie van lokale en regionale interventies: • intensievere ambulante ondersteuning thuis • tussenvormen • pilot voor o.a. (tijdelijk) uitbreiden van het aantal plekken • meer passende beschikbare woningen Naast de aanpak van de wachtlijst onderzoeken we hoe beschermd wonen vanaf 2023 het beste kan worden gecontracteerd.
We willen met een andere wijze van financiering en toegang zorgen dat iedereen die tijdelijk
intramuraal beschermd wonen nodig heeft, dit kan ontvangen. Omzetting pgb-plekken naar ZIN-plekken De druk op plekken begeleid en beschermd wonen is in de regio IJssel-Vecht al jaren hoog en de regio kent een forse wachtlijst met cliënten die wachten op een (beter) passende plek. Een manier om dan op korte termijn ondersteuning te ontvangen, is het aanvragen van een pgb. Hierdoor maken cliënten geen bewuste keuze voor een pgb maar voelen zich ‘gedwongen’ tot een pgb omdat dat de enige manier is om sneller ondersteuning te krijgen. Dit is een onwenselijke situatie omdat deze kwetsbare doelgroep vaak niet zelf in staat is om een pgb te beheren en om hun eigen ondersteuning in te kopen en aan te sturen. Landelijk geven meerdere regio’s aan dat pgb niet geschikt is voor beschermd wonen en zij zijn zeer terughoudend in het verstrekken van pgb voor deze doelgroep. Daarnaast heeft de centrumgemeente minder grip en sturing op pgb-aanbieders dan op ZIN-aanbieders, want bij ZIN is de centrumgemeente opdrachtgever en bij pgb is de budgethouder formeel opdrachtgever. Soms zijn bij pgb vraagtekens over de kwaliteit van de zorg. Vaker dan bij ZIN-aanbieders wordt door de toezichthouders een onderzoek gevoerd naar kwaliteit. De wens is om het aandeel inwoners dat de ondersteuning met een pgb financiert (aanzienlijk) kleiner te maken en zoveel mogelijk om te zetten naar ZIN.
Een eerste stap is cliënten en aanbieders in 2022 de mogelijkheid te bieden om pgb-plekken om te zetten naar ZIN-plekken. In de eerste helft van 2021 heeft hiervoor regionale bestuurlijke
9
mvoortgang
besluitvorming plaatsgevonden. Bij omzetting van pgb naar ZIN is geen sprake van extra plekken. Het is een verschuiving binnen beschermd wonen / begeleid wonen van pgb naar ZIN. Deze omzetting wordt voornamelijk gedaan zodat we cliënten en aanbieders niet ongewild opzadelen met een pgb, beter zicht en bewaking op kwaliteit en rechtmatigheid van de aanbieders krijgen en om de aanzuigende werking van pgb-aanbieders in onze regio terug te dringen. Regiovisie BW en MO De bestaande toekomstvisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang wordt aangevuld met de vereisten uit de Norm van Opdrachtgeverschap (NvO) en uitgewerkt in een Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2032 voor de Regio IJssel-Vecht. In regionale projectgroepen zijn thema’s (toegang, inkoop, governance, visie en proces) uit de NvO voorbereid. Ook zijn bijeenkomsten gehouden met vertegenwoordigers van de participatieraden en met een platform waarin zorgpartijen, woningbouwvereniging en een ervaringsdeskundige vertegenwoordigd zijn. De regionale projectleider die in september 2020 gestart is, geeft samen met de lokale gemeenten de lokale plannen vorm.
Contractering Beschermd wonen vanaf 2023 Van apart naar gewoon; we gebruiken ‘ambulant, tenzij’ als uitgangspunt; we streven ernaar om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen, instroom in beschermd wonen (of maatschappelijke opvang) vindt alleen tijdelijk plaats indien 24/7 uurs directe aanwezigheid van zorgprofessionals nodig is, omdat de zorgbehoefte niet uitgesteld kan worden. Om te kijken naar hoe we de intramurale beschermd wonen-zorg vanaf 2023 willen organiseren en financieren hebben we een tijdelijke adviseur aangetrokken. In de Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2032 zal dit advies op hoofdlijnen worden opgenomen.
Tussenvormen wonen en zorg Daarnaast verbreden we het spectrum van wonen en zorg door meer tussenvormen tussen ambulante zorg en intramuraal wonen mogelijk te maken. De aanname hierbij is dat tijdelijk verblijf in een van de (te ontwikkelen) tussenvormen instroom in beschermd wonen/ maatschappelijke opvang voorkomt, of doorstroom vanuit beschermd wonen bevordert. Concreet zijn afgelopen periode verschillende tussenvormen gestart in Zwolle (zie spoor 5 voor een overzicht). Lokaal uitvoeringsplan In de eerste helft van 2021 is gestart met het uitwerken van de regionaal vastgestelde visie beschermd wonen voor Zwolle in de vorm van het lokale uitvoeringsplan voor Zwolle. Dit uitvoeringsplan gaat uit van onze ambitie om psychisch kwetsbare inwoners een zo gewoon mogelijk leven te laten leiden, in de eigen woon- en leefomgeving, zodat maatschappelijke participatie optimaal en voor de hand liggend is. Het gaat dan concreet om de vertaling van de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis, naar concrete uitvoering. Het lokaal uitvoeringsplan is niet zozeer een nieuw beleidsdocument, maar legt verbindingen tussen bestaande (beleids)kaders met de focus op het lokaal organiseren en/ of versterken van de juiste voorwaarden die nodig zijn om onze Zwolse inwoners zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen.
In de uitwerking leggen we waar nodig een verbinding met de regionale visie voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Voor het opstellen van het lokaal uitvoeringsplan hebben drie gesprekken plaatsgevonden met cliënten van beschermd wonen, ervaringsdeskundigen, vertegenwoordigers van zorgaanbieders, woningcorporaties, Centrale Toegang, SWT en wijkmanagers. We hebben hen gevraagd mee te denken over hoe we de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis zo goed mogelijk kunnen realiseren.
Wat is nodig, wat zijn randvoorwaarden? Welke kansen, maar ook risico’s zien onze partners? Er is gekeken naar landelijke ontwikkelingen en de relevantie daarvan voor Zwolle, de betekenis van de beweging voor Zwolle, maar ook; wat betekent beschermd thuis voor inwoners zelf? In de laatste sessie zijn de opbrengsten van de eerdere sessies breed gedeeld en is een prioritering aangebracht in de aanbevelingen, wensen en overige relevante opmerkingen. De belangrijkste aanbevelingen worden opgenomen in het lokaal uitvoeringsplan dat eind 2021 aan de Raad ter besluitvorming wordt voorgelegd. Om de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis in Zwolle mogelijk te maken hebben we voor de begroting voor 2022 voorgesteld om het Zwols deel van het overschot op de regionale middelen voor beschermd wonen (ca.€ 0,5 mln.) hiertoe in te zetten.
Financiën In de septembercirculaire zal de budgetuitname in verband met de uitname-Wlz naar verwachting worden opgenomen. Deze zal meer duidelijkheid geven over het beschikbare budget beschermd wonen. In de actualisatie van de valuecase verderop wordt ingegaan op de verschuiving en besparingen binnen spoor 2.
Korte vooruitblik Eind 2021 wordt zowel de visie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2032 van de regio IJsselVecht als het lokaal uitvoeringsplan van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis ter advisering aangeboden aan de participatieraad en ter besluitvorming aan de Raad. We starten dan met de uitvoering van het lokaal uitvoeringsplan.
10
mvoortgang
Actualisatie value case van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis Inleiding Onze ambitie is om onze psychisch kwetsbare inwoners een zo gewoon mogelijk leven te laten leiden, in de eigen woon- en leefomgeving. Daartoe organiseren we passende zorg en ondersteuning op de plek waar die het meest tot recht komt. Dat betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van lokale ondersteuning, in de wijken van onze gemeente. Daar waar dat voor de ondersteuning en/of voor de inwoner zelf noodzakelijk is, is uiteraard een beschermende woonomgeving mogelijk, maar dan wel zo kort als mogelijk, maar ook zo lang als nodig. Dit betekent dat we in de komende periode de lokale ondersteuningsstructuur zo inrichten dat onze kwetsbare inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en kunnen blijven participeren in de samenleving. Alleen wanneer iemand 24/7 beschikbaarheid (continue aanwezig) van ondersteuning en toezicht nodig heeft, dan is (een vorm van) zelfstandig wonen niet mogelijk. Hiervoor kan beschermd wonen de juiste ondersteuningsvorm zijn; een tijdelijk verblijf in een accommodatie van een instelling met 24/7 beschikbaarheid (continu aanwezig) van ondersteuning en toezicht. Deze ondersteuning gaan we regionaal organiseren. Voor kwetsbare inwoners die deze ondersteuning permanent, dat wil zeggen levenslang, nodig hebben, is vanaf 2021 de Wlz (Wet langdurige zorg) beschikbaar.
Deze visie betekent dat beschermd wonen zich de komende jaren zal beperken tot de doelgroep die een tijdelijk verblijf in een accommodatie van een instelling met 24/7 beschikbaarheid (continu aanwezig) van ondersteuning nodig heeft.
Onze ambitie is dat inwoners zo min mogelijk hoeven te verhuizen en dat wordt aangesloten bij de woonwensen en wooncarrière van onze inwoners. Met voldoende passende en betaalbare woningen, een diversiteit aan woonzorginitiatieven, passende ambulante ondersteuning en een sterke sociale basis in de wijken, willen we de uitstroom uit beschermd wonen stimuleren en voorkomen dat inwoners moeten verhuizen naar een beschermd wonen plek. Op deze manier wordt het regionale aanbod beschermd wonen beperkter in omvang en ondersteunen we meer inwoners vanuit het lokale aanbod. Deze beweging levert een bijdrage aan de beweging van zware ondersteuning naar lichtere ondersteuning en aan het zo gewoon mogelijk kunnen meedoen aan de samenleving. In onderstaande actualisatie van de valuecase hebben we op basis van de huidige inzichten en cijfers gekeken naar de besparingen die de afbouw van regionale beschermd wonen plekken kan opleveren (minder beschermd wonen) en de kosten wanneer deze inwoners vanuit de lokale Wmo worden ondersteund (meer beschermd thuis). N.B. Nog niet alle cijfers waarmee zijn gerekend zijn definitief, waardoor berekeningen straks met de definitieve cijfers kunnen afwijken. Uitgangspunten van de geactualiseerde valuecase 1. Het totaal aan indicaties voor Zwolle, Indicatie (A, B, C, D), pgb of ZIN en Begeleid wonen (peildatum 14-06-2021) bedraagt 436.
De kosten hiervan zijn € 19.897.102. 2. In de value case is voor een plek beschermd thuis gerekend met een gemiddelde kostprijs van € 35.513 per plek (exclusief dagbesteding). Er zijn nog geen producten beschermd thuis gedefinieerd voor Zwolle. De kostprijs van het product
beschermd thuis kan daarom nog niet worden berekend. Voor de definitieve prijsbepaling zal uiteindelijk het product ook nog moeten worden aanbesteed. Voor de actualisatie blijven we dus voor nu uitgaan van € 35.513 per plek (exclusief dagbesteding). 3. De gemiddelde kostprijs voor een pgb plek (€ 33.703) en een begeleid wonen plek (€ 35.030) wijken nauwelijks af van een de gemiddelde kostprijs van een beschermd thuis plek dus over de omzetting van deze plekken naar een beschermd thuis plek wordt in deze valuecase geen voordeel gehaald en is daarom verder niet in de berekening meegenomen. 4. In de value case is voor een plek beschermd wonen ZIN gerekend met een gemiddelde kostprijs van € 53.748 per plek (exclusief dagbesteding). Voor de actualisatie wordt door een kleine stijging van de kostprijs uitgegaan van een gemiddelde kostprijs van € 53.964 (exclusief dagbesteding) per plek . 5. Voor de value case is gerekend met een budgettair kader voor beschermd wonen van € 11,9 mln. Volgens de laatste actualisatie van de landelijke cijfers in juli 2021 komt Zwolle in 2032 uit op een budget van € 14,4 mln. bij een Wlz uitname van 25%. Het werkelijke macropercentage van de uitname is nog niet bekend maar zal hoger komen te liggen. In de value case wordt nog gerekend met het budget van € 14,4 mln. 6. Uitgangspunt in de value case was 120 plekken beschermd wonen.
In de geactualiseerde valuecase gaat het om 280 plekken beschermd wonen waarbij wij er van uitgaan dat voor 50% een plek beschermd thuis een volwaardig alternatief is. Om deze aanname te toetsen moet nog beoordeeld
11
mvoortgang
worden voor welke cliënten een beschermd thuis plek een geschikt alternatief kan zijn. Deze beoordeling moet nog plaatsvinden. Doordat het aantal plekken hoger lijkt te liggen dan waar oorspronkelijk van is uitgegaan, neemt het besparingspotentieel ook toe naar € 1,8 mln. Gevolg van het feit dat het aantal plekken dat kan worden omgezet naar beschermd thuis hoger ligt, is dat er lokaal ook meer geschikte huisvesting beschikbaar moet zijn om deze beweging te kunnen realiseren. De druk op de beschikbaarheid van geschikte vormen van wonen (met zorg) neemt hiermee toe en is een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van deze opgave.
van meer dan 20%. Op basis van het actueel overzicht komen 436 cliënten van het huidige totaal van 692 cliënten regionaal onder de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Zwolle. De kosten, van de cliënten waar Zwolle financieel verantwoordelijk voor wordt, bedragen € 19,9 mln. terwijl het budget € 14,4 mln. bedraagt. Er dreigt dus een tekort van € 5,5 mln. op het lokale budget. De potentiële besparing die wordt gerealiseerd met de value case beschermd wonen naar beschermd thuis van € 2,6 mln. leidt daardoor niet tot een besparing op de begroting van de gemeente Zwolle, maar vergroot de mogelijkheden om binnen het voor Zwolle objectief bepaalde budget te blijven.
7. In 2023 wordt het woonplaatsbeginsel en het nieuwe lokaal objectief verdeelmodel ingevoerd. Het nieuwe objectief verdeelmodel heeft regionaal een negatief herverdeeleffect
Conclusie Het nieuwe verdeelmodel en daarmee de overgang van regionaal historisch budget naar lokaal objectief budget betekent voor Zwolle een fikse korting van 27% op het budget.
De besparing uit de value case bedraag 9% van het budget (€ 1,8 mln). Dit is een substantieel bedrag maar nog altijd ontoereikend om de korting op het budget volledig op te vangen. Daardoor is het niet meer mogelijk de beoogde besparing van 1,25 mln te behalen met de beweging naar beschermd thuis.
12
mvoortgang
Spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven 13
mvoortgang
vorig spoor
volgend spoor
Spoor 3 Samenvatting Context Voor wie Focus op kwetsbare gezinnen en jongeren. Jaarlijks krijgen ca. 3400 jeugdigen een vorm van jeugdzorg, waarvan 480 met verblijf.
Beïnvloedbaar Inrichten preventie Samenwerking SWT- contractmanagement-beleid-zorgaanbieders Lokale budgetten
Stakeholders • Cliënten • Sociale Wijkteams • Huisartsen • Welzijnsorganisaties • Scholen • Kinderopvang • Jeugdhulpaanbieders • Jeugdbescherming en -reclassering • Regiogemeenten • Regionaal Serviceteam Jeugd • Rijk
Hervorming Financieel Budget lokaal 2020: € ca. 37 mln Oorspronkelijke besparing: € 4,7 mln Gerealiseerd: € 1,15 mln Nog realiseren (2020-2024): € 0,35 mln
Niet/ gedeeltelijk beïnvloedbaar Effecten coronacrisis Verwijzing door GI’s, scholen en huisartsen Inkoopmodel RSJ Budget en maatregelen Rijk
Raakvlak andere sporen 1: Sterke sociale basis (activatie, contacten) 2: Beschermd wonen (overgang jeugdzorg) 4: Participatie (dagbesteding, opleiding en werk) 5: Wonen (beschikbare passende woningen)
Probleem: Gezinnen vinden (eenvoudige) ondersteuning nog te laat. Via huisartsen en scholen nog te vaak/ makkelijk verwijzing naar zwaardere jeugdhulp. Aanbod nog te weinig vraag- en resultaatgericht en vanuit dezelfde visie. Hervormingen: • Normaliseren opvoedingsuitdagingen • Meer focus op preventie en eenvoudige hulp dichtbij • Doorgaande ontwikkelingslijn, aangesloten bij dagelijks leven • Hulp meer in samenhang aanbieden • Van aanbod- en productgericht naar vraag- en resultaatgericht aanbod
Gewenste resultaten: • Minder schooluitval en meer participatie • Verhoogde veiligheid leefomgeving • Eerder passende hulp beschikbaar, mede door passende verwijzing • Afname zware zorg waar mogelijk • Duurzamere effecten van de hulp door betere aansluiting bij dagelijks leven Uitdagingen/risico’s: • Beperkte invloed op regio • Beperkte invloed op verwijzers, terwijl gemeente wel verplicht de rekening van de toegewezen zorg betaalt • Belang preventie is niet makkelijk aan te tonen
Gerealiseerd eerste half jaar 2021 • Concrete samenwerkingsafspraken en procesbeschrijvingen gemaakt en omarmd door de gemeente en netwerkpartners gedwongen kader en vastgelegd in interactieve pdf. • Ontwerp ‘scheidingsplatform’ en pilot uitgewerkt • Pilot Ambelt positief geëvalueerd • De inzet van het Integrale spoedhulpteam heeft in de jeugdregio IJsselland in iets meer dan een half jaar 23 keer een uithuisplaatsing voorkomen
• Per 1 september 2021 zijn er drie plekken voor beginnende jeugdprofessionals in een nieuw traineeship gedwongen kader • Rapport met aanbevelingen over verbetering sturingsinformatie en op te leveren sturingsmodel • Aanpak onderwijs en jeugdzorg heeft eerste inschatting kosten en opbrengsten Samen voor een stevige Basis opgeleverd • Ondersteuningsteams op school 14 geëvalueerd
mvoortgang
4 Spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven Ontwikkelingen In Zwolle werden we onaangenaam verrast door fors gestegen uitgaven voor jeugdzorg in 2020. Behalve enkele incidentele kosten en extra jeugdhulp als gevolg van de coronapandemie, bleek ook dat sprake is van een landelijke trend, die aan Zwolle niet voorbij gaat. Het aantal cliënten én de omvang van de hulpverleningstrajecten is in heel Nederland fors gestegen. In december 2020 verscheen de publicatie Stelsel in Groei, een onderzoek van AEF in opdracht van het Rijk naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Het rapport berekende dat gemeenten ruim 1,7 miljard euro extra nodig hebben voor het inzetten en transformeren van de jeugdzorg. Het kabinet kwam vervolgens minimaal over de brug, waarna het VNG een arbitragezaak aanspande. Deze commissie bepaalde dat gemeenten tot en met 2028 extra financiële ondersteuning nodig hebben. Daarnaast moet er een ontwikkelplan voor deze periode worden opgesteld. Ook dient het volgende kabinet de reikwijdte van de Jeugdwet en de rol van gemeenten in de uitvoering van de Jeugdwet opnieuw te definiëren. De aanbevelingen van de commissie lijken bijna uitwerkingen van de doelstellingen van de Hervormingsagenda. “Zo stelt de commissie dat gemeenten scherper moeten letten op de grenzen van de jeugdhulpplicht en in moeten zetten op normaliseren.
“Kinderen komen dan niet meer in de jeugdhulp terecht voor problemen die bij het gewone opvoeden en opgroeien horen”, aldus het rapport van de arbitragecommissie.
Het rapport en uitspraken van de arbitragecommissie maakten duidelijk dat wat wij in Zwolle zagen een landelijke trend is. We zagen enerzijds de inhoudelijke en financiële effecten van onze hervormingen, en tegelijkertijd viel het totaal van de beoogde besparingen tegen. De constatering van het AEF rapport dat preventie pas op langere termijn en mogelijk op andere beleidsterreinen tot besparing leidt en dat er jaarlijks rekening gehouden dient te worden met transformatiekosten wierp nieuw licht op onze besparingsdoelstellingen. Het rapport nam de gevolgen van de coronamaatregelen niet mee, omdat het zich baseerde op cijfers tot en met 2019. We merkten in de praktijk dat de pandemie en de maatregelen invloed hebben op de jeugd en de gezinnen. Bestaande casuïstiek werd complexer vaak door het wegvallen van onderwijs, het beperkte sociaal contact en het wegvallen van vrije tijdsinvulling. Daarnaast was er een toename in hulpvragen van jongeren (12 tot 21 jaar) die zich normaal gesproken prima zouden redden (ook met een psychische kwetsbaarheid), maar die door de lockdown en het verlengen ervan problemen ervaarden.
Update voortgang Preventie (hulp en steun dichtbij) In de sociale basis onderscheiden we meerdere vindplaatsen van hulp en steun; van zelfzorg, netwerkzorg, informele zorg tot en met formeel georganiseerde zorg. In 2021 hebben we in
de sociale basis via diverse programma’s en interventies aan de hervorming van het Sociaal Domein gewerkt.
Samen voor een stevige basis Met het Programma Samen voor een stevige basis beogen we dat alle kinderen in Zwolle veilig en gezond opgroeien en zich positief ontwikkelen, vanuit een stevige sociale basis. Kinderen en jongeren en hun ouders werken zoveel mogelijk in een gewone setting (met name gezin en school) aan ontwikkeling, meedoen en welbevinden. Zo werken we aan de beweging van apart naar gewoon. Een ononderbroken schoolloopbaan is hierin van groot belang. Als dit om welke reden dan ook (tijdelijk) niet lukt, organiseren we passende ondersteuning (vanuit passend onderwijs en/ of het sociaal domein). Dat doen we zodanig dat de eigen kracht en veerkracht van het kind, gezin, de klas of school versterkt worden, zodat het zelfoplossend vermogen en het opvoedklimaat versterkt worden. Zo werken we aan de beweging van zorgen voor naar zorgen dat. We hebben nu een schooljaar op deze manier opgetrokken met 5 scholen. De plannen die we in het kader van het programma met de scholen maken zijn geïntegreerd met de ontwikkeling van de plannen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs. Het programma levert per school een value case op, van waaruit de benodigde investeringen voor het versterken van de sociale basis en samenwerking met de jeugdhulp zichtbaar worden. Op basis van de eerste Value Case hebben we een investeringsaanvraag voor de
15
mvoortgang
ontwikkelingen voor tranche 1 (deze eerste vijf scholen) onder het Sociaal herstelplan ingediend. De investeringen zijn voor de inzet van professionals en aangepaste programma’s. Zo ontwikkelt een van de scholen thematische lessen. In thematische lessen komen onderwerpen aan bod die voor ouders en breder in de wijk relevant zijn. Denk aan omgaan met conflicten of gezonde voeding. Ouders en andere betrokkenen worden uitgenodigd op school om hierin mee te leren, en er worden partners betrokken met expertise op zowel inhoudelijk als contextueel gebied. Binnen het programma hebben we de Ondersteuningsteams op de scholen (die zijn ingesteld om hulp en steun zo dichtbij mogelijk te kunnen organiseren) geëvalueerd. Terugkoppeling hiervan inclusief een ontwikkelplan naar aanleiding van de evaluatie volgt in de tweede helft van 2021. In september starten we met vijf nieuwe scholen, waaronder reguliere scholen uit primair en voortgezet onderwijs en uit het speciaal basisonderwijs.
Sterk ouderschap, scheiden zonder schade Dit voorjaar is de raad geïnformeerd over de uitvoering van onze ambitie met een Zwolse aanpak preventief complexe echtscheidingen tegen te gaan en daarmee de instroom in de jeugdhulp te beperken. Samengevat werken we aan de volgende punten: • We bieden integrale ondersteuning op een centrale plek met kennis en ervaring over relaties, scheiden en ouderschap • We kiezen voor de inzet van steunfiguren voor kinderen en jongeren • We investeren tijdig in gezonde relaties en de voorbereiding op het ouderschap
• We zetten in op professionalisering door middel van leergemeenschappen voor professionals • We breiden laagdrempelig collectief aanbod voor kinderen van gescheiden ouders uit • We willen passende hulp organiseren bij zeer complexe scheidingssituaties Het eerste half jaar is gewerkt aan het ontwerp voor een centrale plek waar kennis en ervaring over relaties, scheiden en ouderschap samenkomen (punt 1). Zowel fysiek als digitaal. Dit heeft als voorlopige werktitel het ’scheidingsplatform’. Dit najaar starten we met de uitvoering van een pilot in twee wijken (Stadshagen en Aa-landen). In de pilot wordt multidisciplinair samengewerkt met jeugd- en gezinswerkers, maatschappelijk werkers, advocaten en mediators om integrale ondersteuning te kunnen bieden. Voor financiële vraagstukken die bij een scheiding komen kijken, hebben we een nauwe verbinding met de sociaal raadslieden. Vanuit het scheidingsplatform is nadrukkelijk aandacht voor de inzet van steunfiguren (punt 2). Voor het investeren in relaties in voorbereiding op het ouderschap (punt 3) zoeken we aansluiting met de pilot Centering Parenting. Deze pilot start in het najaar, op dit moment worden de betrokken professionals van de GGD getraind. Tijdens de leergemeenschappen (punt 4) maken professionals zich de werkwijze eigen. Het collectieve aanbod voor kinderen van gescheiden ouders is uitgebreid (punt 5).
In het basisonderwijs kunnen kinderen deelnemen aan KIES trajecten en in het voortgezet onderwijs kunnen jongeren de trainingen !JES, jongeren en hun ouders volgen. We zijn dit voorjaar actief in gesprek geweest met partijen die passende hulp zouden kunnen bieden in zeer complexe scheidingssituaties waar al meerder vormen van hulp zijn ingezet zonder het gewenste effect (punt 6). Deze gesprekken zijn nog niet afgerond, dus worden dit najaar voortgezet met als doel te komen tot concrete samenwerkingsafspraken.
16
mvoortgang
Positief opvoedklimaat We onderzoeken hoe alle preventiepartners in de sociale basis gezamenlijk bijdragen aan een gezond en veilig opvoedklimaat. In 2021 zijn daartoe een aantal gesprekken gevoerd via het preventienetwerk jeugd. In het najaar worden deze gesprekken voortgezet via de gesprekstafels sociale basis zoals opgezet in Spoor 1. De wens om een preventieakkoord jeugd te sluiten leeft nog steeds, via deze gesprekken verkennen we de kaders, urgente thema’s en hiaten.
Toegang Vanaf de start van de Hervormingsagenda hebben we een aantal onderwerpen geselecteerd waarin we specialistische expertise laagdrempeliger verbinden aan of flexibeler beschikbaar maken in de sociale basis. In deze paragraaf lichten we een aantal toe. We onderzoeken of en hoe de medicatiecontrole jeugd-ggz door huisartsen uitgevoerd kan worden in plaats van door de jeugd-ggz. Om de pilot op te starten is inspiratie opgedaan bij Deventer en er zijn gesprekken gevoerd met geïnteresseerde partijen. De rol van huisartsen is hierin essentieel, daarom is de voorzitter van het ggz platform huisartsen jeugd betrokken. De gesprekken verlopen positief en in de praktijk is op casusniveau geoefend. De werkwijze wordt in het najaar verder ontwikkeld. In het verlengde hiervan is een verkenning gestart naar het organiseren van een consultatiefunctie vanuit de specialistische jeugd-GGZ, ter ondersteuning van de jeugden gezinswerker bij de huisartsen. Dit versterkt de positie van de jeugd- en gezinswerker en bevordert het vertrouwen van de huisartsen in deze vorm van samenwerking. De eerste verkennende gesprekken zijn gevoerd. In de praktijk is op casus niveau een en ander uitgeprobeerd om te ontdekken hoe dit vorm te geven. Tegelijkertijd is met de
regio overeengekomen deze consultatiefunctie in het nieuwe inkoopmodel structureel te financieren.
onderwijssettingen verkend. (Onderdeel van het programma Samen voor een stevige basis.)
Ook in het onderwijsveld maken we deze ‘verschuiving naar de voorkant’ mogelijk. De werkwijze BSO+ is na de pilot doorgezet, en dit eerste half jaar maken 16 kinderen er gebruik van. Uitgangspunt van deze werkwijze is dat kinderen met een ondersteuningsvraag zoveel als mogelijk naar een reguliere BSO-voorziening gaan. Dit past ook bij de beweging van apart naar gewoon en bij het uitgangspunt om zoveel mogelijk te werken aan herstel in het gewone leven.
Passende jeugdhulp
Dyslexiezorg proberen we dichterbij het onderwijs te brengen. In mei heeft de raad ingestemd met het advies van de werkgroep dyslexie. Concreet betekent dit dat er een proeftuin gestart wordt om inzicht te krijgen in de effecten van extra preventieve ondersteuning in en door het onderwijs. Uitbreiding naar andere scholen vindt plaats na evaluatie van de opbrengsten van de proeftuin. Daarbij wordt aanvullende expertise ingezet (‘poortwachter’) voor pre-screening van dossiers in toeleiding naar dyslexiezorg bij EED en voor ondersteuning en versterking van de aanpak van dyslexie in onderwijs. Met De Ambelt werkt de gemeente samen om kinderen die dreigen uit te vallen nieuw perspectief te bieden binnen het onderwijs. De pilot met een praktijkklas op De Ambelt is positief geëvalueerd. Leerlingen zijn aantoonbaar meer op school, hoeven daardoor niet of minder gebruik te maken van dagopvang (jeugdhulp) en omdat leerlingen rustiger thuiskomen kan op termijn ook daar met minder of lichtere ondersteuning worden volstaan. Inmiddels wordt ook op De Twijn ervaring opgedaan met deze werkwijze. De geleerde lessen worden nu vertaald naar structurele afspraken over plaatsing van leerlingen in de praktijkklas en de financiering daarvan. Ook wordt uitbreiding naar andere
Lokaal In IJsselland gaan we uit van een netwerksamenwerking en werken we met diverse partijen (Raad voor de Kinderbescherming, Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en gemeenten) intensief samen aan de veiligheid van onze inwoners. Eerder geschetste contouren zijn dit voorjaar verder uitgewerkt in concrete samenwerkingsafspraken en procesbeschrijvingen en omarmd door de gemeente en de genoemde samenwerkingspartners. De nieuwe werkwijze is weergegeven in een interactieve PDF voor professionals . Door deze nieuwe werkwijze bieden we meer transparantie voor ouders en jeugdigen, halen we specifieke expertise meer naar voren, bevorderen we de onderlinge samenwerking, gaan we voor inhoudelijk betere ondersteuning en hopen we hiermee ook een kostenbesparing te realiseren. Dit najaar starten we met de implementatie van de gemaakte samenwerkingsafspraken. De wijze van evaluatie van de afspraken wordt ook verder uitgewerkt, waaronder het effect op het aantal ondertoezichtstellingen en de duur hiervan. Kwantitatieve informatie hierover is nog niet beschikbaar. In het zo lokaal mogelijk bieden van passende hulp en ondersteuning aan onze inwoners die te maken hebben met onveilige thuissituaties is het van belang dat het Sociaal Wijkteam en Veilig Thuis nauw met elkaar samenwerken.
In een pilot met twee Zwolse Sociaal Wijkteams worden de samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis IJsselland en de gemeente Zwolle uitgewerkt om zo met en van elkaar te leren en toe te werken naar een eenduidige werkprocesbeschrijving, inzicht te verkrijgen in de vormgeving van de samenwerking en inzicht te
17
mvoortgang
verkrijgen in de betekenis van de nieuwe werkwijze voor de randvoorwaarden: benodigde kennis en deskundigheid van SWT en Veilig Thuis, samenwerkingsattitude van medewerkers, organisatie en capaciteit. De eerste bevindingen van de pilot zijn positief, zowel van de zijde van het SWT als van Veilig Thuis. Tijdens een tussenevaluatie merkte één van de betrokken professionals op: ‘Door deze warme manier van overdracht leer ik veel en voel ik me zekerder in de contacten met de gezinnen’. Er is sprake van groeiende deskundigheid en vertrouwen aan beide zijden. Regionaal In april is de regionale aanbesteding gestart voor het nieuwe inkoopmodel jeugdhulp. Door recente ontwikkelingen is besloten de aanbestedingsprocedure op pauze te zetten en op een later moment te vervolgen. Meerdere, met name grote aanbieders hebben overwegende bezwaren geuit tegen de voorwaarden en met name de bekostiging. Daarbij vragen recente jurisprudentie en uitspraken van de VNG over tariefdifferentiatie om een nadere analyse van de impact daarvan op het tariefonderzoek dat ten grondslag ligt aan het nieuwe inkoopmodel. Het krachtenveld tussen de gemeenten en de jeugdhulpaanbieders staat onder spanning. Om het inkooptraject tot een goed einde te brengen, is een pauze in de procedure nodig voor een extra dialoogfase met de jeugdhulpaanbieders.
Vanwege de benodigde zorgvuldigheid in dit belangrijke proces én landelijke afspraken over te hanteren termijnen, leidt dit ertoe dat het nieuwe inkoopmodel pas per 1 januari 2023 in kan gaan. Deels remt dit enkele transformatieprocessen waardoor ook de beoogde (financiële) effecten vertragen. Dit wordt nader toegelicht in de actualisatie. De raad wordt in een separate nota nader geïnformeerd over de vertraging van de inkoop. Er is in de regio een onderzoek gestart naar gezinsgerichte kleinschalige initiatieven, waarvan de uitkomsten worden meegenomen in het inkoopmodel. Deze uitkomsten
zijn namelijk een belangrijk onderdeel van één van de transformatieopdrachten bij de inkoop, waarin samen met de aanbieders wordt ingezet op het ontwikkelen van ontbrekend woonaanbod voor jongeren, waaronder kleinschalige, gezinsgerichte woonvoorzieningen. Zodra het nieuwe inkoopmodel van kracht is, wordt er verder actie genomen op deze inventarisatie. Ondertussen gaat de regionale transformatie verder. Voor achtergrondinformatie over de regionale transformatieagenda: www.rsj-ijsselland.nl/transformatie. Hieronder een aantal resultaten. • De inzet van het Integrale spoedhulpteam heeft in de jeugdregio IJsselland in iets meer dan een half jaar 23 keer een uithuisplaatsing voorkomen. Verzocht is om dit te gaan monitoren per gemeente. • Steeds vaker wordt Intensive Home Treatment (IHT) ingezet als ambulant maatwerk alternatief voor residentiële hulp. Over de specifieke bekostiging is in juni 2021 een besluit genomen. Doorontwikkeling wordt meegenomen in het nieuwe inkoopmodel. • Met Trias, Accare en de lokale toegangen is kritisch gekeken naar de hulpvorm TriASScare (intensieve ambulante hulp met een verblijfsbed) en richting het nieuwe inkoopmodel wordt ingezet op een doorontwikkeling die beter aansluit bij de hulpvraag en beter met de toegang wordt afgestemd. • Per 1 september 2021 zijn er drie plekken voor beginnende jeugdprofessionals in een nieuw traineeship gedwongen kader.
In twee jaar leren en werken zij bij de raad voor de kinderbescherming, Veilig Thuis en Jeugdbescherming Overijssel.
De Alliantie Burgervoogdij helpt ons in de regio om meer gebruik te maken van burgervoogdij. Bovenregionaal In het Expertisenetwerk Overijssel bundelen we onze krachten met de regio Twente. Vanuit dat netwerk werken we met andere regio’s aan het terugdringen van gesloten jeugdhulp. Op basis van een specifieke uitkering wordt een beroep gedaan op Rijksmiddelen voor de gevolgen voor het vastgoed van aanbieders van gesloten jeugdhulp en het realiseren van kleinere groepen. In het project Gezinsinterventies worden 30 cases (waaronder ook Zwolse) aan de hand van de ‘doorbraakmethode’
We gaan regionaal aan de slag met het gedachtengoed over positieve gezondheid en gaan daarbij uit van de beweging van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag (‘van ZZ naar GG’).
18
mvoortgang
doorgelicht en voorzien van een nieuw, concreet plan. De inhoudelijke opbrengsten van het project Gezinsinterventies worden verder uitgewerkt in het Netwerk Samen leren en ontwikkelen en leveren ook input voor het verbeteren van de integrale aanpak zoals ontwikkeld via Spoor 6.
2. Het opzetten van ontwikkelcycli met aanbieders en partners waarin aan de hand van sturingsinformatie verkend wordt hoe we samen transformeren, wat dit voor de inwoner betekent en welke vorderingen we daarin met elkaar kunnen maken.
Samenhang met rapport Beke De urgentie van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Sociaal Domein wordt nog eens versterkt door aanbevelingen uit het rapport van Bureau Beke “Jeugdproblematiek in Zwolle. Een onderzoek naar de aard, omvang en aanpak”. De aanbevelingen raken ons beleid op verschillende niveaus en vragen een brede, integrale benadering waar we samen met de betrokken partijen in de stad mee aan de slag moeten. Zwolle heeft een breed aanbod van jeugdbeleid en zorgpartijen, dat kan worden verbeterd op het gebied van integraliteit, regie en outreachend werken, de stedelijke en wijkgerichte samenwerking en het aansluiten bij specifieke kwetsbare groepen. De opvolging van de aanbevelingen in het rapport Beke pakken we nadrukkelijk op in samenhang met de hervormingsmaatregelen Jeugd.
Deze strategieën bouwen voort op wat we al binnen de HVA deden in spoor 3: herstel binnen het gewone leven. Om deze ontwikkelcycli inhoudelijk goed vorm te geven werken we met sturingsinformatie. Tot nu toe beschikten we niet over de benodigde sturingsinformatie om een onderbouwde kwantitatieve inschatting te maken van bestaande en nieuwe maatregelen. Daarom hebben we in 2021 een project Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg gestart. In dat project is vanuit verschillende disciplines geanalyseerd hoe de sturingsinformatie jeugdzorg in Zwolle verbeterd kan en moet worden. Dit heeft geresulteerd in een reeks aanbevelingen over die verbeteringen en over een sturingsmodel om de bedrijfsvoering ‘in control’ te brengen. De maatregelen en samenwerkingsvormen die we sinds het begin van de Hervormingsagenda gestart zijn blijven we doorontwikkelen. Het zijn dragers voor de nieuwe focus: het organiseren van hulp dichtbij kind en gezin door het consulteren en “invliegen” van jeugdhulp vanuit kernteams in de wijk.
Vooruitblik We hebben onze ambitie voor de Hervormingsagenda jeugd als volgt verwoord: inwoners vinden steeds vaker oplossingen bij opgroei- en opvoeduitdagingen dichtbij: thuis, in de wijk of op school. Hierdoor hebben inwoners minder specialistische jeugdhulp nodig. De afgelopen jaren hebben we al veel ingezet wat bijdraagt aan deze ambitie, zoals bovenstaande terugblik ook laat zien. Daar gaan we mee verder. Daar overheen zetten we twee strategieën om steviger te sturen op deze ambitie: 1. Het inrichten van een werkwijze waarin vanuit de wijk een beroep gedaan kan worden op een flexibele schil van specialistische jeugdhulp, voor consultatie of expertise.
Uitgelicht Simone (niet haar echte naam) zat niet lekker in haar vel. In gesprek met de medewerker van het SWT vertelde ze dat ze ‘last’ had van een van haar ouders. Haar ouders waren gescheiden, al langer, en het contact ging niet altijd even makkelijk. Mediationtrajecten hadden niets opgeleverd. Het SWT plande gesprekken in met Simone apart en met beide ouders. De spanningen liepen op. Ouders spraken over hulp die Simone nodig zou hebben. Ze hadden al wel een idee welke vorm van jeugdhulp zou kunnen helpen. Tegelijk merkten ouders dat de gezamenlijke gesprekken ook iets opleverden, door het uiten van verdriet en frustratie. Er ontstond oog voor gedeelde zorg over de kinderen en eigenlijk elkaar het beste gunnen. Er werd besloten geen hulp er bij te zoeken, maar een gezamenlijk traject aan te gaan met de jeugd- en gezinswerker die inmiddels met alle betrokkenen vertrouwd was. Er volgden meer gesprekken, met Simone, de andere kinderen, met de ouders samen en met de ouders apart. Door het stellen van kleine doelen en vieren van kleine successen ontstond hoop. De wijkteammedewerker was de vaste persoon in alle gesprekken, en kreeg ruimte om zowel op proces als op inhoud zaken te spiegelen of aan te reiken. Door flexibel af te stemmen en bijvoorbeeld ook in de avonduren elkaar online te spreken konden ze gezamenlijk de vaart er in houden.
Er ontstond een mooie samenwerking tussen de ouders, en met Simone ging het steeds beter. In plaats van te kiezen voor een aanpak gericht op een deel van het probleem (het meisje zat niet lekker in haar vel), is gezamenlijk gekozen voor een aanpak gericht op de hele context. Er hoefde geen extra expertise bijgehaald worden, de hulp werd dichtbij de dagelijkse leefwereld gevonden.
19
mvoortgang
Actualisatie value case Jeugd: Herstel in het gewone leven Van wenselijke besparingen naar realistische besparingen Inleiding In de rapportage die verscheen in het voorjaar van 2020 zat de value case van Jeugd: Herstel in het gewone leven, waarin we aannames rondom de beoogde interventies en besparingen hebben uitgewerkt en onderbouwd.3 Het doel was mede om de narekenbaarheid van de hervormingsmaatregelen te vergroten. Daarbij gaven we aan dat het ondanks de inhoudelijke onderbouwing lastig is financiële voorspellingen te doen over de effecten van de maatregelen op de uitgaven. Het causale verband tussen specifieke interventies en gevolgen voor de hulpvraag is vaak niet hard te maken. Om toch enig zicht te bieden op de toekomst is toen gekozen om te rekenen met wat we wisten en wat we beoogden te besparen. We zijn daarbij uitgegaan van een besparing van ca. 10% op de totale jeugdzorgkosten, wat neerkwam op 3,75 mln.
Het Rijk heeft op basis van een arbitragecommissie inmiddels erkend dat gemeenten meer geld nodig hebben voor de uitvoering van de Jeugdwet én met de VNG afspraken gemaakt over een Landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028. Zie ook de nota die wij hierover 17 juni 2021 aan de raad stuurden. Door bovenstaande inzichten en ontwikkelingen, is een actualisatie nodig van de beleidsaannames, de beoogde interventies en de daarmee samenhangende besparingen.
Overzicht beoogde besparingen voorjaar 2020 uit value case
Dat geeft tot op heden een totaal aan besparingen van € 1,15 mln. N.B. de totale opgave vóór de herijking van de besparingen in de rapportage van het voorjaar van 2020 was 4,7 miljoen. Daarvan zijn de besparingen in 2019 (0,95 mln) afgetrokken, waarmee we op de eerder genoemde 3,75 miljoen kwamen begin 2020. Daarvan is in 2020 nog 0,2 mln gerealiseerd, waardoor nog 3,55 mln besparing over blijft vanaf 2021.
Toegang Toegang dyslexiezorg & herschikking BSO+ Inzet JGW bij huisartsen / scholen Passende jeugdhulp Lagere inzet pgb Ambulante jeugdhulp Splitsing jeugdhulp en verblijf Totaal
2020 0,15 0,20
2021 0,15 0,20
2022 0,15 0,20
2023 0,15 0,20
2024 0,15 0,20
0,20 0,30
0,20 0,75
0,85
1,30
0,20 1,25 0,80 2,60
0,20 1,50 1,10 3,15
0,20 1,60 1,60 3,75
Achterhaalde beleidsaannames Tegelijk met de invoering van de Jeugdwet werd vanuit het Rijk de ingecalculeerde korting op het budget al doorgevoerd. Maar de aanname achter de Jeugdwet dat gemeenten door te investeren in vroegsignalering, preventie en beter integraal en vraaggericht werken al vrij snel besparingen op zwaardere vormen van jeugdhulp zouden behalen, is onterecht gebleken.4 Dit leidde in heel Nederland tot financiële problemen inzake de jeugdzorgkosten bij gemeenten. Zwolle is hierin geen uitzondering. We constateren dat we met de juiste ambities aan de slag zijn gegaan, maar dat de beoogde besparingen niet, niet zo snel of niet in de verwachte mate behaald zijn. 3 Zie bijlage 7 bij de halfjaarrapportage Hervormingsagenda sociaal domein mei 2020 4 Dit blijkt ook expliciet uit de landelijke rapporten over de haalbaarheid van besparingen in het jeugddomein.
Gerealiseerde besparingen tot nu toe Interventie Toegang dyslexiezorg / BSO+ / Pilot Ambelt Inzet JGW bij huisartsen / scholen
2019 0,15 0,80
2020 0,35 0,80
Kansrijke maatregelen volgens AEF Het AEF-rapport concludeerde dat structureel te weinig jeugdgelden verstrekt zijn aan de gemeenten. Tegelijkertijd onderscheiden zij 5 interventies met een positief, duurzaam inhoudelijk effect die alsnog tot besparingen binnen de Jeugdwet kunnen leiden. Hieronder een overzicht van die maatregelen met de naar Zwolle omgerekende potentiële besparingen. Interventie Een POH-jeugd bij huisartsenpraktijken (heet bij ons JGW bij huisartsen/ scholen) Versnellen doorstroom naar Wet langdurige zorg (Wlz) Lokale teams zelf direct jeugdzorg laten verlenen (vraagt wel investering in lokale teams) Verschuiven specialistische groepshulp naar extra ondersteuning bij reguliere kinderopvang en BSO Verhelderen afbakening tussen Jeugdwet en onderwijs Totaalbesparingspotentie volgens AEF
Besparingspotentie 600.000 600.000 70.000 565.000 12.000 € 1.847.000
20
mvoortgang
Vergelijking kansrijke maatregelen AEF met interventies Zwolle POH-jeugd bij huisartsenpraktijken (besparingspotentieel volgens AEF € 600.000) In ons overzicht spreken we niet over een praktijkondersteuner Huisarts (POH) maar over de Jeugd- en gezinswerker (JGW) bij huisartsen/scholen. Onze inzet is onverminderd gericht op het versterken van de huidige samenwerking én waar mogelijk uitbreiding. Door onder meer personeelswisselingen bij huisartsen vraagt dit voortdurend onze aandacht. Ten aanzien van de resterende huisartsen waar we geen jeugd- en gezinswerker in de praktijk hebben, zien we dat een aantal huisartsen zich beroept op de zelfstandige wettelijk bevoegdheid om rechtstreeks te verwijzen naar jeugdhulp en daarom geen belangstelling heeft voor samenwerking. We blijven dit punt – en de gevolgen daarvan voor het leveren van integrale hulp én de jeugdzorgkosten – onder de aandacht brengen in gesprekken met het Rijk en de VNG. Omdat we al meer dan anderhalf jaar geen toename meer zien van het aantal huisartsen dat wil samenwerken en onze inzet vooral zorgt voor het continueren van bestaande samenwerkingen, verwachten we geen verdere besparingen. Al in 2019 hebben we hier een besparing gerealiseerd van 800.000, wat ruim boven de inschatting van AEF ligt.
Versnellen doorstroom naar Wet langdurige zorg (Wlz) (besparingspotentieel volgens AEF € 600.000) Al sinds het begin van de decentralisatie heeft het SWT in Zwolle ingezet op de ontwikkeling van expertise binnen de teams om beter te bepalen wanneer inwoners in aanmerking komen voor de Wlz. Omdat we een wat grotere gemeente zijn, werd al snel duidelijk dat het gelet op de aantallen, belangrijk was om ook inzake de Wlz in te zetten op voldoende expertise. Of dit tot besparingen heeft geleid is met terugwerkende kracht niet meer vast te stellen. In ieder geval is het geen interventie die we nog kunnen inzetten, omdat die al uitgevoerd is. Lokale teams zelf direct jeugdzorg laten verlenen (besparingspotentieel volgens AEF € 70.000) Aan de eigen inzet van jeugdhulp door het Sociaal Wijkteam in plaats van hulp door een jeugdhulpaanbieder, hadden we voorheen geen besparingsbedrag gekoppeld. Naar aanleiding van het AEF rapport hebben we voorzichtig in beeld gebracht hoe vaak het SWT zelf hulp verleent en daarom geen jeugdhulpaanbieder inschakelt. In 2020 was dat ca. 100 keer, oplopend naar 125 in 2021. Dit is een schatting op basis van de registratie van de eigen inzet door het SWT. Deze registratie is nog onvoldoende betrouwbaar. Een werkgroep van het
SWT werkt aan vereenvoudiging van de registratie, waarmee ook de betrouwbaarheid wordt vergroot. De vraag hoeveel geld bespaard wordt voor elke jeugdige aan wie het SWT zelf hulp verleent in plaats van een jeugdhulpaanbieder, laat zich niet beantwoorden op basis van registraties. Het is wel reëel dát er geld bespaard wordt, namelijk doordat het administratief werk scheelt voor het opstellen van een beschikking, de hulp sneller en daarmee effectiever wordt geleverd en de professional van het SWT doorgaans minder kost per uur. Om hier een bedrag aan te kunnen koppelen, gaan we uit van een inschatting van een gemiddelde besparing van € 400 per jeugdige als gevolg van eigen inzet door het SWT. Op basis van de te verbeteren sturingsinformatie jeugdzorg zullen we dit bedrag in de toekomst indien nodig bijstellen. We denken t/m 2023 nog 50 extra jeugdigen met alleen de inzet van het SWT te kunnen helpen, daarmee zien we nog een besparingspotentieel van € (400 x 50 =) € 20.000 bovenop de € 50.000 die we eerder bespaard hebben in 2020 en 2021 volgens deze berekening. Daarmee komt de totale besparing op dit onderdeel (met terugwerkende kracht) op € 70.000,-.