CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrappport Leren van Stimuleren - tussentijdse evaluatie HCA-scholingsregelingen_17 juli 2023

Raadsplein info/debat Raadzaal 20 november 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Raadsdebat: Rekenkameronderzoek ‘Leren van stimuleren’23.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Via het Loopbaanstation waarin UWV, RMT (Regionaal Mobiliteits Team) en Groei Vooruit zitting hebben wordt nagegaan hoe de scholing het best gefinancierd kan worden.

In het Loopbaanstation vindt de ‘financial engineering’ plaats waardoor goed gekeken wordt of de opleiding uit andere regelingen betaald kan worden. Hierdoor neemt het financiële beslag op de inwonersregeling af. Voordeel voor de deelnemer is dat er sprake is van één loket.

Bron: SEOR, 2023, op basis van de bronnen genoemd in paragraaf 2.2 en interviews met de programmadirecteur en twee programmamanagers Tabel 2.2 Kenmerken van de individuele werkgeversregeling Upgrade Jezelf, en waar de keuzes op gebaseerd zijn Kenmerk Doelgroep

Beschrijving Alle eigenaren van een rechtsvorm die volgens een geldige KvK-inschrijving fysiek gevestigd is in een van de gemeenten die behoren tot de Regio Zwolle en deelnemen aan het Ontwikkelfonds HCA.

Sectoren Opleiding Subsidiebedrag

Zie hierboven. Zie hierboven. De werkgever kan maximaal € 2.500,- per werknemer en/of per eigenaar van een rechtsvorm subsidie worden verstrekt gedurende de looptijd van deze regeling.

Wijze van aanvraag en beoordeling

Waarop keuze gebaseerd De regeling kent zijn oorsprong in het stimuleren van de leercultuur in het bedrijfsleven, waarbij ze geen bedrijven uit willen sluiten. Men wilde het grootbedrijf ook niet uitsluiten, maar om er voor te zorgen dat het eventuele beslag door het grootbedrijf te groot zou zijn, is de subsidie bewust begrenst door de regel dat een werkgever maximaal 20.000 euro per jaar kan ontvangen. Zie hierboven. Zie hierboven. Het maximale subsidiebedrag voor de werkgeversregeling is tot stand gekomen door een analyse van het HCA-team naar toentertijd de gemiddelde bedragen voor een opleiding; dat gemiddelde lag destijds op ongeveer € 2.650-2.750. Vandaar dat het € 2.500 is geworden.

Aan de aanvrager wordt per kalenderjaar in totaal maximaal € 20.000,- subsidie verstrekt. De subsidieaanvraag mag bestaan uit meerdere scholingstrajecten.

De 20.000 euro per werkgever is zodanig gekozen dat het beschikbare budget niet te snel op zou zijn en dat ze het budget over zoveel mogelijk bedrijven kunnen verdelen.

De subsidieverstrekking bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en maximaal de voornoemde bedragen. Er zijn twee specifieke subsidieadviseurs voor de werkgevers. Die regelen aan de voorkant samen met en voor de werkgever het gehele aanvraagproces. Daarbij wordt de doelmatigheidstoets gedaan.

Bij de 50% cofinanciering is uitgegaan van de filosofie van ‘meekoppelkansen’ en het uitlokken van cofinanciering: een investering vanuit de overheid leidt tot een even grote investering vanuit werkgevers. Gekozen is voor adviseurs specifiek gericht op werkgevers. Deze werken de aanvraag helemaal gebruiksklaar op. Dit om de werkgevers die heel vaak tot het mkb behoren zoveel mogelijk bureaucratie uit handen nemen.

Daarna toetst het subsidieloket – een andere persoon - de aanvraag op rechtmatigheid.

Bewust wordt door een ander getoetst op rechtmatigheid.

Bron: SEOR, 2023, op basis van de bronnen genoemd in paragraaf 2.2 en interviews met de programmadirecteur en twee programmamanagers

13

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

3

BEREIK EN GEBRUIK VAN DE REGELINGEN

Met de inwonersregeling worden in vergelijking met de potentiële beroepsbevolking in de gemeente Zwolle relatief veel vrouwen, 32-51 jarigen en hoger opgeleiden bereikt. Daarnaast worden relatief veel mensen bereikt die enige tijd zonder werk hebben gezeten en in de WW zitten, en relatief weinig mensen met weinig tot geen recent arbeidsverleden. Voorts is het bereik relatief groot onder personen met een flexibel contract, met name een tijdelijk contract. In vergelijking met de landelijke STAP-regeling worden relatief minder jongeren (<31 jaar) en meer medewerkers met een flexibel contract bereikt, terwijl ook de STAP-regeling een relatief groot bereik onder hoger opgeleiden heeft. In totaal hebben 333 inwoners uit de gemeente Zwolle gebruikgemaakt van de inwonersregeling voor het financieren van een scholing. In totaal gaat het om 359 toekenningen; circa 6% volgde meer dan één opleiding. Veruit de meeste opleidingen zijn gericht op omscholing (61%), gevolgd door bijscholing (23%). Herscholing gericht op het vinden van een baan betreft 13% van de opleidingen. De gevolgde scholing lag met name op HBO niveau (55%) en MBO 3-4 niveau (35%). In totaal is vanuit de inwonersregeling aan inwoners van de gemeente Zwolle bijna 1,2 miljoen euro voor opleidingen toegekend. Het gemiddelde ontvangen subsidiebedrag was bijna 3.500 euro.

Circa 75% van de deelnemers volgt een opleiding (ruim) onder het maximum bedrag van 5.000 euro. Deelnemers zonder inkomsten vragen gemiddeld een hoger subsidiebedrag aan dan deelnemers met een vast dienstverband. De gemiddelde cofinanciering lag op circa 450 euro; dit betreft opleidingen die duurder waren dan 5.000 euro of mensen met gemeentelijke bijstand die deels gebruikmaken van een voorliggende voorziening vanuit de gemeente. Bij laag opgeleiden en deelnemers met een uitkering vanuit de gemeente is sprake van een relatief hoog cofinancieringsbedrag. Op de individuele werkgeversregeling is in totaal door 151 werkgevers (waaronder 40% aan zzp’ers) die gevestigd zijn in de gemeente Zwolle een beroep gedaan. Het betrof in totaal 230 toekenningen voor opleidingen. Er is veel verschil te zien in het aantal deelnemers tussen sectoren. Veruit de meeste deelnemende werkgevers en toekenningen bevinden zich in de sector Zorg en welzijn, gevolgd door de sector Administratief, financieel en juridisch en de sector Techniek en energietransitie. Volgens verwachting komt bij de individuele werkgeversregeling bijscholing (84%) van werknemers het meest voor. Veel scholing binnen de Zwolse bedrijven ligt op HBO niveau (61%) gevolgd door MBO 3-4 niveau (19%).

Dat hangt ook samen met het hoogst behaalde diploma van werknemers; meer dan de helft van de deelnemende werknemers heeft ooit een HBO diploma of hoger afgerond. In totaal is vanuit de regeling voor werkgevers gevestigd in de gemeente Zwolle een kleine zes ton aan scholingen gefinancierd. Gemiddeld was het ontvangen subsidiebedrag per werkgever bijna 4.000 euro en co financierde de werkgever ruim 4.500 euro; hier is uiteraard sprake van een groot verschil tussen de werkgevers met personeel en de zzp’ers. Gemiddeld bedroeg het aantal betrokken werknemers bij de werkgevers (exclusief de zzp’ers) bijna zes. De gegevens hierboven en in dit hoofdstuk betreffen alleen de Zwolse deelnemers en kunnen niet van toepassing verklaard worden op het gehele programma van Regio Zwolle.

3.1 3.1.1

DOELGROEPBEREIK Inwonersregeling

Voor beantwoording van de vraag “in welke mate worden alle doelgroepen bereikt in vergelijking tot een vergelijkbare controlegroep” zijn de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling gekoppeld aan 14

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

administratieve data van het CBS (CBS Microdata).13 Van deze deelnemers heeft een deel de scholing al afgerond, een deel is nog bezig en een ander deel is nog niet begonnen maar heeft wel een subsidie toegekend gekregen. Ingediende aanvragen voor de inwonersregeling worden niet meegenomen in de analyse (het gaat om slechts 6 personen). Vervolgens is een vergelijkingsgroep samengesteld bestaande uit alle inwoners van de gemeente Zwolle in de leeftijdscategorie 18-65 jaar. Personen die staan ingeschreven aan een publiek bekostigde onderwijsinstelling en wiens inkomen, verminderd met de studietoelage, niet boven een inkomen op bijstandsniveau inkomen uitkomt worden aangemerkt als studenten én niet meegenomen in de vergelijkingsgroep. Er is gekozen voor de potentiële beroepsbevolking (minus studenten) als vergelijkingsgroep omdat de doelgroep van de inwonersroute bestaat uit zowel werknemers als werkzoekenden. De volgende kenmerken zijn inzichtelijk gemaakt voor zowel de Zwolse deelnemers als de vergelijkingsgroep: -

Gender. Leeftijd. Het hoogst behaalde opleidingsniveau. Besteedbaar huishoudinkomen.14 Vast of flexibel arbeidscontract. Sociaaleconomische positie. Arbeidsverleden15

Voor de inwoners van de gemeente Zwolle is peildatum 1 januari 2019 gehanteerd voor de leeftijd, het hoogst behaalde opleidingsniveau en de sociaaleconomische positie. Voor het jaarinkomen is het jaar 2019 gebruikt. Voor de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling is gekozen voor de maand voorafgaand aan de start van de scholingsactiviteit voor leeftijd, het opleidingsniveau en de sociaaleconomische positie. Voor het jaarinkomen is het jaar voorafgaand aan de scholing genomen. De inwonersregeling heeft een bereik van 0,4% van de potentiële beroepsbevolking in Zwolle Op 1 januari 2019 bestond de potentiële beroepsbevolking in Zwolle uit 74.200 personen. Van alle Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling zijn er 313 unieke personen die binnen de CBS Microdata omgeving kunnen worden geïdentificeerd. Dit aantal ligt iets lager dan het daadwerkelijk aantal Zwolse deelnemers aan de regeling (zie ook voetnoot 11). Zetten we het aantal Zwolse deelnemers af tegen de Zwolse populatie dan blijkt dat 0,4% van de inwoners van Zwolle gebruik maakt van de regeling. Zie tabel 3.1 voor de diverse kenmerken van de potentiële beroepsbevolking en de deelnemers aan de inwonersregeling in de gemeente Zwolle.

13

Vanuit de HCA Regio Zwolle is een bestand beschikbaar gesteld met daarin alle deelnemers aan de inwonersregeling woonachtig in de gemeente Zwolle. Dit bestand wordt gebruikt voor de subsidieverstrekking en kent een drietal categorieën: ingediend, vastgesteld en toegekend. Het gaat dus om zowel deelnemers die nog aan een scholingstraject moeten beginnen, reeds zijn begonnen als personen die de scholing al hebben afgerond. Nagenoeg al deze personen zijn gekoppeld aan de CBS Microdata (97%), een deel van hen kon niet worden geïdentificeerd om onbekende redenen. Deelnemers aan de individuele werkgeversregeling worden ook niet meegenomen omdat van de deelnemende werknemers geen gegevens beschikbaar zijn gesteld zodat geen koppeling met de CBS Microdata gemaakt kon worden.

14

In het kader van de doelmatigheid is voor het besteedbaar huishoudinkomen gekozen omdat dit inkomen relevanter wordt geacht voor een eventuele eigen bekostiging van een scholingsactiviteit. Het gestandaardiseerde inkomen corrigeert voor de huishoudsamenstelling en is zo beter vergelijkbaar tussen huishoudens.

15

Het aantal maanden in de afgelopen 5 jaar waarin iemand arbeid heeft verricht als werknemer, dga of als zelfstandige.

15

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Er is een relatief groot bereik onder vrouwen en 32 tot 51 jarigen Het bereik van de regeling is groot onder vrouwen. Zo is 71% van de Zwolse deelnemers vrouwelijk terwijl dit percentage in de vergelijkingsgroep 50% bedraagt. Verder heeft meer dan de helft (61%) van de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling een leeftijd tussen de 32 en 51 jaar. Afgezet tegen het percentage 32 tot 51 jarigen in de potentiële Zwolse beroepsbevolking (43%) blijkt er dus een sterke oververtegenwoordiging te zijn binnen deze leeftijdscategorie. Van de Zwolse deelnemers is 20% jonger dan 31 jaar (minder dan 10% is jonger dan 26 jaar). Dit percentage is lager dan in de Zwolse bevolking, zelfs – zoals we gedaan hebben - wanneer studenten niet worden meegenomen in de vergelijkingsgroep. Wanneer het bereik van de Zwolse regeling wordt afgezet tegen de landelijke STAP-regeling blijkt dat in grote mate dezelfde leeftijdscategorieën worden bereikt. Het bereik van de STAP-regeling is echter iets groter onder de jongste groep (<31 jaar).16 Onder Zwolse deelnemers zijn relatief veel personen met een diploma van het hoger onderwijs Van de 313 Zwolse deelnemers heeft ongeveer de helft (52%) een diploma behaald op het hoger onderwijs (hbo of wo).

Dit percentage is aanzienlijk hoger dan in de Zwolse bevolking waar 36% een diploma heeft behaald op het hoger onderwijs Er is daarmee sprake van een relatief groot bereik onder hoger opgeleiden. Dit is een bekend fenomeen bij scholingsregelingen. Zo heeft de STAP-regeling bijvoorbeeld ook een relatief groot bereik onder hoger opgeleiden (ongeveer 47%).17 Van de potentiële beroepsbevolking in Zwolle heeft 32% een mbo 2-4 of havo/vwo diploma. Dit is vergelijkbaar aan het percentage binnen de groep Zwolse deelnemers. Het percentage dat gebruikmaakt van de inwonersregeling ligt relatief laag voor de mensen met basisonderwijs, vmbo, havo- en vwo-onderbouw, mbo1 of wiens opleidingsniveau onbekend is (deze laatste groep bestaat grotendeels uit ouderen en mensen met een migratieachtergrond omdat bij deze groepen de registratie minder goed is). Deze groepen blijken hiermee dus ook (verder) ondervertegenwoordigd onder de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling. Geen over- of ondervertegenwoordiging naar besteedbaar huishoudinkomen Er is ook gekeken naar de inkomensgroepen die worden bereikt met de inwonersregeling. Voor de additionaliteit van regelingen is in het algemeen een belangrijk gegeven of het bereik groot is onder personen van huishoudens met een relatief laag inkomen.

Als inkomensmaat is gekozen voor het besteedbaar huishoudinkomen18 omdat dit het beste beeld geeft van de mogelijkheid tot eigen financiering. Vervolgens is een drietal inkomensklassen samengesteld op basis van het percentiel op de inkomensverdeling van alle Nederlandse huishoudens. De klassen die worden gebruikt identificeren huishoudens met een laag, midden of hoog inkomen. In tabel 3.1 is te zien dat het bereik het grootst is in de groep middeninkomens (59%) met een besteedbaar huishoudinkomen tussen de €18.200 en €39.400. In zowel de Nederlandse als Zwolse populatie ligt dit percentage op of rond de 60%. Daarna is het bereik het grootst onder de groep hoge inkomens (25%). Dit is vergelijkbaar met de Zwolse populatie. Ondanks dat van oververtegenwoordiging geen sprake is betekent dit wel dat het bereik hoger ligt onder hoge dan lage inkomens (met een bereik van 16%).

16

Kerncijfers STAP-budget 2022 (2023), UWV.

17

Kerncijfers STAP-budget 2022 (2023), UWV.

18

Dit is het bruto inkomen verminderd met de betaalde premies en belastingen, gecorrigeerd voor de huishoudsamenstelling. Zie ook https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/25/ gestandaardiseerd-besteedbaar-inkomen.

16

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Tabel 3.1

Inwonersregeling - Kenmerken van de beroepsbevolking in de gemeente Zwolle en van de unieke Zwolse deelnemers met een ingediende, toegekende of vastgestelde subsidie a,b

Kenmerken

Beroepsbevolking Zwolle

Zwolse deelnemers inwonersregeling

Aantal personen

74.200

313 (0,4%)

Gender Vrouw Man Totaal

50% 50% 100%

71% 29% 100%

Leeftijd <= 31 jaar 32-41 jaar 42-51 jaar > 51 jaar Totaal

25% 23% 24% 29% 100%

20% 31% 30% 19% 100%

Opleidingsniveau Basisonderwijs, vmbo, havo- en vwo-onderbouw, mbo1 Havo, vwo, mbo2-4 Hoger onderwijs Onbekend Totaal

12% 28% 38% 22% 100%

6% 32% 52% 10% 100%

Gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen 19 Laag (1ste tot 20ste percentiel) Midden (21ste tot 80ste percentiel) Hoog (81ste tot 100ste percentiel) Totaal

14% 59% 26% 100%

16% 59% 25% 100%

Arbeidsverleden (afgelopen 5 jaar) 0 maanden met werk 1-30 maanden met werk 31-59 maanden met werk 60 maanden werk Totaal

13% 14% 24% 49% 100%

8% 14% 55% 23% 100%

Sociaaleconomische positie b Loondienst Eigen onderneming WW Bijstand Overige uitkeringen Geen inkomen Totaal

71% 8% 2% 5% 9% 5% 100%

63% 5% 14% 9% 5% 5% 100%

Contractsoort werknemersbaan Werkend met vast contract Werken met flexibel contract Totaal (mensen in loondienst)

69% 31% 100%

58% 42% 100%

a) b)

Voor de populatie van Zwolle zijn de kenmerken gemeten over het jaar 2019 of de maand januari van 2019. Voor de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling zijn de kenmerken gemeten in de maand of het jaar voorafgaand aan de scholing. De sociaaleconomische positie van de deelnemers is gebaseerd op de administratie van de gemeente Zwolle. Voor de Zwolse populatie is zo goed als mogelijk aangesloten bij de categorieën die worden gebruikt door de gemeente Zwolle.

Bron: SEOR, 2023, op basis van Deelnemersbestanden HCA Zwolle en CBS Microdata.

19

Afgerond op honderden euro’s bedraagt het 20ste percentiel €18.200 en het 80ste percentiel bedraagt €39.400.

17

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Het bereik van de regeling is relatief groot onder mensen die enige tijd zonder werk hebben gezeten Voor zowel de potentiële beroepsbevolking van Zwolle als de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling is voor de vijf jaren voor 2019 respectievelijk voor de aanvang van de scholing inzichtelijk gemaakt hoeveel maanden men inkomen uit werk als primaire inkomstenbron genoot. Het kan daarbij gaan om inkomen uit loondienst of inkomen als zelfstandige. Vervolgens zijn de individuen onderverdeeld in 4 categorieën: mensen zonder inkomen uit werk, mensen met maximaal 30 maanden werk, mensen met maximaal 59 maanden werk en mensen met enkel inkomen uit werk. De Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling wijken qua arbeidsverleden in grote mate af van de Zwolse populatie. Zo is het bereik relatief laag onder mensen met weinig tot geen arbeidsverleden: waar 27% van de Zwolse populatie minder dan 30 maanden inkomen uit werk genoot is dit percentage 22% onder de Zwolse deelnemers. Dit verschil wordt met name verklaard door de groep zonder enig recent arbeidsverleden (13% om 8%). De groep zonder recent arbeidsverleden bestaat uit relatief veel niet-werkende vrouwen, uitkeringsgerechtigden (met name bijstand en ziekte/arbeidsongeschiktheid) en ouderen (>51). Het bereik van de regeling is daarentegen vooral groot onder de groep met ten minste 30 maanden inkomen uit werk.

Van de Zwolse deelnemers behoort 78% tot deze groep en dit is relatief veel ten opzichte van de Zwolse populatie (73%). Deze oververtegenwoordiging is grotendeels toe te schrijven aan de groep mensen die enige tijd zonder werk hebben gezeten (30-59 maanden met inkomen uit werk). Het bereik van de regeling is relatief groot onder WW’ers Ook is de sociaaleconomische positie van de Zwolse deelnemers vergeleken met de populatie in Zwolle. Voor de deelnemers zijn hiervoor gegevens gebruikt uit de eigen administratie van de gemeente Zwolle waarin deelnemers wordt gevraagd naar hun inkomstensituatie. De categorieën die daaruit zijn af te leiden zijn inkomsten uit loondienst, eigen onderneming, WW-uitkering, een gemeente-uitkering of geen inkomsten. Vanuit de CBS Microdata is vervolgens de sociaaleconomische positie gebruikt van de Zwolse populatie per januari 2019. Voor hen worden de volgende inkomenscategorieën gebruikt: loondienst, eigen onderneming, WW, bijstand, overige uitkeringen (bijvoorbeeld voor ziekte) of geen inkomen. Ondanks dat er geen één op één aansluiting is tussen beide bronnen (zo is het bijvoorbeeld onduidelijk of en waar andere uitkeringsvormen aan worden toegeschreven bij de Zwolse deelnemers) kan een redelijk betrouwbaar vergelijk worden gemaakt.

Wat uit tabel 3.1 opvalt is dat het percentage Zwolse deelnemers dat een aanvraag deed ten tijde van een WW-uitkering aanzienlijk hoger ligt dan in de Zwolse populatie (14% om 2%). Ook mensen met een bijstandsuitkering lijken wat oververtegenwoordigd onder Zwolse deelnemers maar het is met name het grote bereik onder de groep WW-uitkeringsgerechtigden dat sterk afwijkt. Voor de hand liggende verklaringen zijn dat mensen die werkloos raken scholing inzetten om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken en dat de regionale UWV bekend is met de regeling en een belangrijke doorverwijsfunctie heeft. Het bereik is relatief groot onder personen met een flexibel contract (met name een tijdelijk contract) Als laatste is de contractsoort bekeken van de Zwolse deelnemers in loondienst en van de Zwolse populatie die per januari 2019 in loondienst werkzaam was. Daaruit blijkt dat het bereik onder mensen met een flexibel contract (dit zijn alle contractvormen behalve het vaste contract) relatief hoog ligt als dit wordt afgezet tegen de Zwolse populatie die in loondienst werkzaam is (42% versus 31%). Het gaat hier grotendeels om mensen werkzaam op een tijdelijk contract; oproepkrachten en uitzendkrachten komen in veel mindere mate voor onder de Zwolse deelnemers.

Ook bij de STAP-regeling ligt het percentage met een flexibel contract lager dan bij de inwonersregeling: bij de STAP-regeling op 33% en bij de inwonersregeling op 42%.

18

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Bereik van de inwonersregeling wijkt dus op een aantal kenmerken af van de potentiële beroepsbevolking Als we het bereik in de gemeente Zwolle afzetten tegen de potentiële beroepsbevolking in Zwolle blijkt uit bovenstaande dat: • • • • • •

Het bereik relatief groot is onder vrouwen. Het bereik relatief groot is onder 32-51 jarigen, en relatief laag onder de jongere en oudere leeftijdsgroepen. Het bereik relatief hoog is onder hoger opgeleiden (hbo en wo), en relatief laag is onder lager opgeleiden (ten hoogste mbo1) en waarvan de opleiding onbekend is (waaronder relatief veel ouderen en mensen met een migratieachtergrond). Het bereik geen over- of ondervertegenwoordiging kent naar besteedbaar huishoudinkomen. Het bereik relatief groot is onder mensen die enige tijd zonder werk hebben gezeten en in de WW zitten, en relatief laag onder mensen met weinig tot geen recent arbeidsverleden. Het bereik relatief groot is onder personen met een flexibel contract (met name een tijdelijk contract).

Enkele kenmerken kunnen met die van de aanvragers van de landelijke STAP-regeling vergeleken worden, om een en ander in perspectief te kunnen plaatsen. De leeftijdsverdeling is ongeveer hetzelfde behalve dat de STAP-regeling procentueel wat meer jongeren (<31 jaar) bereikt, en net zoals bij de STAP-regeling kent de inwonersregeling een relatief groot bereik onder hoger opgeleiden. Bij de inwonersregeling worden relatief meer medewerkers met een flexibel contract dan bij de STAP-regeling bereikt. Hierbij dient bedacht te worden dat het doelgroepbereik van de inwonersregeling ook beïnvloed wordt door het gegeven dat bij potentiële deelnemers eerst bekeken wordt of zij gebruik kunnen maken van voorliggende voorzieningen (bijstand, UWV Scholingsfonds) die wettelijk eerst aangewend dienen te worden. Zwolse inwoners met een WW- of bijstandsuitkering maken t.o.v. de potentiële beroepsbevolking al relatief veel gebruik van de inwonersregeling; dus zonder deze voorliggende voorzieningen zou het bereik van deze groepen waarschijnlijk nog groter zijn.

3.1.2

Individuele werkgeversregeling

Een doelgroepanalyse zoals hierboven van de bereikte werknemers in de individuele bedrijvenregeling is niet mogelijk omdat van de deelnemende werknemers geen gegevens beschikbaar zijn gesteld20 die benodigd zijn om een koppeling met de CBS Microdata mogelijk te maken. Van de werkgevers die gebruikmaken van de individuele werkgeversregeling is bekend in welke sector zij actief zijn. Tabel 3.2 geeft hiervan een overzicht. In hoeverre de procentuele verdeling overeenkomt met die van het aantal bedrijven in de gemeente Zwolle per onderscheiden sector kunnen wij in het kader van dit onderzoek niet aangeven. De gebruikte sectorindeling is namelijk vrij specifiek en niet in openbare bronnen aangetroffen. Grote verschillen tussen sectoren in aantal Zwolse deelnemers, toegekende subsidie en cofinanciering In totaal is er door 151 werkgevers die gevestigd zijn in de gemeente Zwolle een beroep gedaan op de individuele werkgeversregeling. Het betreft in totaal 230 toekenningen van aangevraagde opleidingen; een deel van de werkgevers ontvangt dus vaker dan één keer subsidie voor opleidingen. Er is veel verschil te zien in het aantal Zwolse deelnemers tussen sectoren. Veruit de meeste deelnemende werkgevers en aantal toekenningen zijn te vinden in de sector Zorg en Welzijn, gevolgd door de sector

20

Dit omdat het onderzoek betrekking heeft op de gemeente Zwolle en werknemers die bij Zwolse werkgevers werken ook in andere gemeenten (kunnen) wonen.

19

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Administratief, financieel en juridisch en de sector Techniek en energietransitie. Met name bij de Zorg en Techniek – twee sectoren die nu en in de toekomst te maken hebben met relatief grote arbeidsmarktkrapte - gaat het in totaal ook om scholing van relatief veel werknemers: 199 werknemers van de in totaal 581 werknemers waarvoor scholing in het kader van deze regeling is toegekend. De gemiddelde bedragen aan cofinanciering en toegekende subsidie variëren ook sterk per sector, hetgeen te maken zal hebben met de gekozen opleidingen en de groepsgroottes. Het totaal aan toegekende subsidie varieert ook sterk, dat hangt deels samen met het aantal werknemers waarvoor werkgevers in die sector subsidie ontvangen. Tabel 3.2

Individuele werkgeversregeling - Aantal werkgevers, toekenningen en betrokken werknemers, gemiddelde cofinanciering en toegekende subsidie naar sector

Sector (n= aantal werkgevers) Administratief, financieel en juridisch (n=23) Agri en Food (n=5) Bouw (n=8) Creatieve industrie (n=20) E-commerce en ICT (n=6) Onderwijs (n=7) Techniek en Energietransitie (n=11) Transport en Logistiek (n=3) Vrijetijdseconomie (n=12) Zorg en Welzijn (n=43) Overig (n=6) Onbekend (n=7) Eindtotaal (n=151)

Aantal toekenningen

Aantal betrokken werknemers 65

Gemiddelde cofinanciering per werkgever € 6,405.91

Gemiddelde toegekende subsidie per werkgever € 4,630.34

Totaal toegekende subsidie € 106.497,85

38 6 8 25

11 15 39

€ 1,439.66 € 5,586.33 € 1,608.57

€ 1,439.72 € 3,334.45 € 1,588.53

€ 7.198,59 € 26.675,63 € 31.770,66

11 7 31

16 7 116

€ 8,104.82 € 2,624.36 € 12,160.07

€ 4,566.82 € 1,546.64 € 10,294.24

€ 27.400,94 € 10.826,50 € 113.236,64

4

15

€ 6,235.50

€ 6,082.50

€ 18.247,50

18

72

€ 3,466.28

€ 3,342.93

€ 40.115,12

68 7 7 230

199 17 9 581

€ 4,284.16 € 2,592.10 € 1,709.43 € 4,663.55

€ 4,041.08 € 3,340.64 € 2,423.71 € 3,925.47

€ 173.766,31 € 20.043,82 € 16.966,00 € 592.745,56

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle, werkgeversroute (tabblad WG-aanvragen en Werkgevers)

3.2

TYPE SCHOLINGSACTIVITEITEN

In deze paragraaf wordt voor beide regelingen aangegeven wat is doel is van de gevolgde opleidingen (om-, her- of bijscholing) en wat het niveau is van de gevolgde opleidingen.21

3.2.1

Inwonersregeling

Scholing met name gericht op omscholing naar een andere baan bij andere werkgever of in andere sector De scholingsactiviteiten die de deelnemers aan Groei Vooruit volgen kunnen opgedeeld worden in drie categorieën: om-, her-, en bijscholing. Die categorieën worden niet specifiek genoemd in de registratie van de deelnemers; aan de hand van het doel van de scholing zijn de opleidingen ingedeeld op basis van de

21

Er was in de deelnemersbestanden geen kolom aanwezig over de sector waarin men met de opleiding wil werken.

20

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

definities die de regeling vermeldt.22 Zie tabel 3.3 voor het resultaat van de Zwolse deelnemers. Veruit de meeste opleidingen zijn gericht op omscholing (61%), gevolgd door bijscholing (23%). Omscholing heeft vrijwel even vaak als doel het vinden van een andere baan bij een andere werkgever of een andere baan in een andere sector. Bijscholing is op meerdere doelen gericht zoals het verkrijgen van een betere positie bij de huidige werkgever, vakkennis up-to-date houden en meer opdrachten krijgen als zzp’er. Herscholing heeft als doel om een baan te vinden, hetgeen bij 13% het geval is. Tabel 3.3

Inwonersregeling – Doel van scholing

Doel van scholing Een andere baan bij een andere werkgever Een andere baan in een andere sector Een baan vinden Een betere positie bij mijn huidige werkgever Meer opdrachten te krijgen als ZZP Vakkennis up-to-date houden Niet bekend Eindtotaal

Aantal 111

Percentage 31%

Bijbehorende categorie scholing Omscholing

107

30%

Omscholing

45 44

13% 12%

Herscholing Bijscholing

17 20 15 359

5% 6% 4% 100%

Bijscholing Bijscholing

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle, inwonersroute

Gevolgde scholing inwonersregeling met name op HBO en MBO 3-4 niveau De gevolgde scholing via de inwonersregeling vond met name plaats op HBO (55%) en MBO 3-4 (35%) niveau. Het merendeel van de scholing vond plaats op het niveau waarop een aanvrager al eerder een diploma had behaald (55%), verder volgde 23% van de aanvragers een opleiding met een hoger niveau. Tabel 3.4 geeft een overzicht van het huidige opleidingsniveau van de Zwolse deelnemers en het niveau van de gevolgde opleiding. Tabel 3.4 Inwonersregeling – Huidige opleidingsniveau en niveau van de gevolgde opleiding Huidige opleidingsniveau Buitenlandse scholing Praktijkonderwijs / VSO VMBO B - LTS / LHNO VMBO K - TL / MAVO HAVO / VWO / Gymnasium MBO 1-2 MBO 3-4 HBO WO Eindtotaal

MBO 1-2 1 3 2 2 1 4 6 2 21 (6%)

Niveau gevolgde opleiding MBO 3-4 HBO WO 3 1 2 1 7 4 5 5 10 5 60 34 27 127 9 9 22 7 124 (35%) 198 (55%) 16 (4%)

Eindtotaal 5 5 3 13 11 19 100 165 38 359 (100%)

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle, inwoners route

22

Dit is ontleend aan het formulier van Upgrade Jezelf waarin werkgevers de subsidie aanvragen, onder doel scholing: Link

21

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

3.2.2

Individuele werkgeversregeling

Volgens verwachting komt bij de individuele werkgeversregeling bijscholing van werknemers het meest voor In tegenstelling tot de inwonersregeling zien we bij de individuele werkgeversregeling met name bijscholing (84%) als doel terugkomen. Dit ligt bij de werkgeversregeling ook in de lijn der verwachting. Omscholing (8%) komt relatief weinig voor en van herscholing is vrijwel geen sprake binnen de individuele werkgeversregeling. Verder wordt bij de individuele werkgeversregeling ook melding gemaakt van de doelstelling van de scholing: beschikbaarheid, wendbaarheid en inclusiviteit. Beschikbaarheid en wendbaarheid worden ongeveer even vaak genoemd, inclusiviteit wordt relatief weinig genoemd als doelstelling van de scholing. Tabel 3.5

Individuele werkgeversregeling – Doel van scholing van de werknemers

Doelstelling Beschikbaarheid Beschikbaarheid; Wendbaarheid Inclusiviteit Inclusiviteit; Beschikbaarheid Wendbaarheid Wendbaarheid; Beschikbaarheid; Inclusiviteit Onbekend Eindtotaal

Bijscholing 237 14 26 2 206 1

Herscholing

1

Omscholing 16 1 1

2

26

486 (84%)

3 (0%)

44 (8%)

Onbekend

Eindtotaal 253 6 28 2 234 1

48 48 (8%)

48 581 (100%)

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle, werkgeversroute (gebaseerd op tabblad werknemers)

Veel scholing binnen de bedrijven ligt op HBO niveau gevolgd door MBO 3-4 niveau Met gebruikmaking van de individuele werkgeversregeling wordt in Zwolle met name scholing op HBO niveau gevolgd (61%). Dat hangt ook samen met het hoogst behaalde diploma van werknemers; meer dan de helft van de deelnemende werknemers heeft ooit een HBO diploma of hoger afgerond. Zie tabel 3.6. Voor werknemers die ooit een MBO 3-4 diploma haalden zien we ook dat er relatief veel HBO scholing wordt gevolgd. Voor andere hoogst behaalde diploma-categorieën zien we dat werknemers vooral op hetzelfde niveau van het eerder behaalde diploma scholing volgen. Tabel 3.6

Individuele werkgeversregeling - Aantal werknemers dat vanuit hoogst genoten opleiding, scholing op welk niveau volgt Niveau opleiding gevolgd met Upgrade Jezelf

Hoogst behaalde diploma Praktijkonderwijs / VSO VMBO B - LTS / LHNO VMBO K - TL / MAVO MBO 1-2 MBO 3-4 Buitenlandse scholing HAVO / VWO / Gymnasium HBO WO Onbekend - C Eindtotaal

Praktijk- onderwijs 1

MBO 1-2

MBO 3-4

7 6 31 12

4

2

4 4

3 46 6

220 21

12 12

12 (2%)

64 (12%)

103 (19%)

327 (61%)

24 (5%)

1 3 5

HBO

WO

Onbekend

1 12 32

84 1

1

50 51 (1%)

Eindtotaal 1 11 7 44 132 6 7 284 39 52 581 (100%)

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle, werkgeversroute (gebaseerd op tabblad werknemers)

22

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Opleidingen op MBO 3-4 niveau worden ook relatief vaak gevolgd (19%). Daarbij gaat het met name om zowel mensen die een hogere opleiding volgen dan hun hoogst behaalde diploma, mensen die zich op hetzelfde niveau scholen, als om mensen die met een HBO diploma op zak een MBO 3-4 niveau opleiding volgen.

3.3 3.3.1

FINANCIËLE BENUTTING Inwonersregeling

Circa 75% van de Zwolse deelnemers volgt een opleiding (ruim) onder maximum bedrag, relatief grote verschillen in cofinanciering tussen subgroepen In tabel 3.7 is een overzicht opgenomen met informatie aan de hand van hoogte-categorieën van de scholingskosten (inclusief cofinanciering) per persoon. De bedragen van de scholingskosten bestrijken een breed spectrum variërend van €215 tot €11.500. Ongeveer 75% van de Zwolse deelnemers kiest voor scholing met totaalkosten onder de €5.000; circa een kwart moet dus zelf het deel dat daar bovenuit komt co financieren. Voor veel opleidingen is het maximum bedrag dus toereikend; bij een deel moet geld bijgelegd worden. HCA Regio Zwolle geeft aan dat het niet zo is dat opleidingen gericht op specifieke sectoren veelal duurder zijn dan het maximum bedrag; wel zijn met name opleidingen gericht op het behalen van een groot rijbewijs relatief duur. Gemiddeld ontvangen de Zwolse deelnemers €3.518,47 aan subsidie, en gemiddeld werd €453,24 als cofinanciering door deze deelnemers bijgedragen. In totaal hebben 333 inwoners van de gemeente Zwolle gebruikgemaakt van de inwonersregeling. Veruit de meeste ontvangers (93%) maakten eenmalig gebruik van de regeling. Een beperkt aantal Zwolse deelnemers (21) volgde nog aanvullende opleidingen, waarvan slechts vier personen meer dan twee keer gebruikmaakten van de regeling.

Er zijn ook zes aanvragen waarbij de scholing nooit is gestart. Deze zijn in de subsidiebedragen buiten beschouwing gelaten. Tabel 3.7

Inwonersregeling - Aantal personen en toekenningen, gemiddelde ontvangen subsidie en cofinanciering per categorie scholingskosten

Totale scholingskosten per persoon € 200-1000 € 1001-2000 € 2001-3000 € 3001-4000 € 4001-5000 € 5001-6000 € 6001-7000 € 7001-8000 > € 8000 Eindtotaal

Aantal personen 8 56 47 47 84 40 31 14 6 333

Aantal toekenningen (incl. 6 nooit gestart*) 8 58 51 49 93 43 32 17 8 359

Gem. ontvangen subsidie (excl. nooit gestart) € 776,25 € 1.514,02 € 2.453,94 € 3.236,20 € 4.370,13 € 4.880,08 € 4.919,35 € 4.972,37 € 4.801,93 € 3.518,47

Gem. cofinanciering

€€ 66,25 € 89,12 € 216,13 € 57,70 € 468,42 € 1.578,98 € 2.401,67 € 4.452,75 € 453,24

Totaal subsidie bedrag (excl. Nooit gestart) € 6.209,97 € 84.785,03 € 115.335,26 € 152.101,61 € 367.090,86 € 195.203,06 € 152.500,00 € 69.613,14 € 28.811,60 € 1.171.650,53

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle *) Deze 6 zijn in de subsidiebedragen buiten beschouwing gelaten.

In de gemiddelde hoogte van de ontvangen subsidie zitten wat verschillen tussen subgroepen. Hoog opgeleiden ontvangen gemiddeld het hoogste bedrag aan subsidie, maar de verschillen met andere opleidingsniveaus zijn beperkt. De gemiddelde hoogte van de ontvangen subsidie neemt enigszins af met leeftijd. Bij de gemiddelde ontvangen subsidie per inkomstenbron zien we relatief grote verschillen tussen de 23

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

groepen; deelnemers zonder inkomsten vragen gemiddeld een hoger subsidiebedrag aan dan deelnemers met een vast dienstverband. Wat betreft cofinanciering zien we relatief grote verschillen tussen groepen.23 Tussen leeftijdsgroepen zien we verschillen in cofinanciering, maar hier lijkt geen duidelijk patroon in te zitten. De cofinanciering bij laag opgeleiden is relatief hoog vergeleken met de andere opleidingsniveaus. Dit komt omdat een deel daarvan een bijstandsuitkering ontvangt en daarbij als landelijk principe geldt dat meer cofinanciering vanuit andere regelingen beschikbaar komt. Als we kijken naar de verschillende groepen naar inkomstenbron zien we namelijk dat bij deelnemers met een uitkering vanuit de gemeente Zwolle er gemiddeld van een relatief hoog cofinancieringsbedrag sprake is. De gemeente (Werk en inkomen) kan de scholing (deels) vergoeden indien deze scholing noodzakelijk wordt geacht, het re-integratie naar betaald werk niet in de weg staat en er geen andere financiering is. Dit is dan een voorliggende voorziening op het Ontwikkelfonds. Tabel 3.8

Inwonersregeling - Gemiddelde ontvangen subsidie en cofinanciering naar subgroepen

Hoogst genoten opleiding Leeftijd

Inkomstenbron

Subgroep Hoog opgeleid (n=186) Middelbaar opgeleid (n=124) Laag opgeleid (n=18) Niet duidelijk (n=5) T/m 21 jaar (n=7) 22 - 26 jaar (n=18) 27 - 31 jaar (n=42) 32 - 41 jaar (n=104) 42 - 51 jaar (n=95) 52 - 61 jaar (n=64) 62 jaar of ouder (n=3) Zelfstandig ondernemer (n=11) Geen inkomen (n=24) Loondienst (n=179) Loondienst - tijdelijk dienstverband (n=6) Loondienst - vast dienstverband (n=25) Uitkering via gemeente (n=32) Uitkering WW (n=56)

Gem. ontvangen subsidie € 3.676,80 € 3.305,74 € 3.481,68 € 3.036,82 € 4.110,90 € 3.599,01 € 3.696,72 € 3.661,31 € 3.492,83 € 3.191,97 € 1.982,98 € 3.706,83 € 4.005,09 € 3.554,94 € 4.013,39 € 2.997,92 € 3.153,11 € 3.544,49

Gem. cofinanciering € 495,67 € 343,61 € 749,39 € 527,60 € 574,36 € 575,12 € 328,04 € 608,71 € 398,72 € 282,72 € 1.166,67 € 279,54 € 389,90 € 426,42 € 400,83 € 513,20 € 783,19 € 390,54

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle

3.3.2

Individuele werkgeversregeling

In totaal is aan 151 Zwolse bedrijven een bedrag van bijna zes ton toegekend In totaal hebben 151 werkgevers die gevestigd zijn in de gemeente Zwolle gebruikgemaakt van de individuele werkgeversregeling Upgrade Jezelf. De meeste Zwolse deelnemers zijn werkgevers met personeel in dienst, maar ook een aanzienlijk deel (40%) betreft zzp’ers. Zie tabel 3.9. Omdat werkgevers over het algemeen voor meerdere werknemers subsidie aanvragen zijn de gemiddelde bedragen aan cofinanciering en subsidie uitgesplitst naar het soort aanvraag. Gemiddeld ontvangen bij de werkgevers bijna

23

Co financiering treedt in een aantal gevallen ook op bij ontvangers die scholing volgen waarvan de totale kosten nog binnen het maximum van de subsidie vallen. Dit betreft deels werknemers en deels zzp'ers die via de werkgeversregeling in de inwonersregeling terecht zijn gekomen, waarbij toentertijd nog een maximum van 2.500 euro werd gehanteerd (dit maximum is ondertussen vervallen).

24

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

6 werknemers subsidie voor een opleiding. In totaliteit is het toegekende bedrag bijna zes ton waarvan bijna 5 ton aan werkgevers is toegekend en circa een ton aan zelfstandigen zonder personeel. Gemiddeld bedraagt de toegekende subsidie aan werkgevers bijna 5.500 euro, en die aan zelfstandigen zonder personeel bijna 1.700 euro. Voor beide groepen aanvragers ligt de cofinanciering wat hoger dan de toegekende subsidie. Tabel 3.9

Individuele werkgeversregeling - Aantal toekenningen, gemiddeld aantal betrokken werknemers, gemiddelde cofinanciering en toegekende subsidie, naar werkgevers en zzp’ers

Soort bedrijf werkgever (n=90) zzp (n=61) Eindtotaal (n=151)

Aantal toekenningen 160 70 230

Gem. aantal werknemers 5.68 1.15*) 3.85

Gem. cofinanciering Werkgevers € 6,625.16 € 1,769.37 € 4,663.55

Gem. toegekende subsidie € 5,461.44 € 1,659.28 € 3,925.47

Totaal toegekend € 491.529,69 € 101.215,87 € 592.745,56

Bron: SEOR, 2023, o.b.v. Deelnemersbestanden HCA Zwolle, werkgeversroute (tabblad WG-aanvragen) *) zzp’ers maken gemiddeld dus meer dan 1 keer gebruik van de individuele werkgeversregeling

25

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

4

EFFECTIVITEIT

Een belangrijke vraag is in hoeverre de regelingen bijdragen aan een verbeterde arbeidsmarktpositie van de deelnemers. Eerder onderzoek naar de inwonersregeling liet al zien dat deelnemers stappen zetten in hun eigen regie; ze krijgen motivatie en zelfvertrouwen om loopbaanstappen te zetten. Daaruit bleek ook dat circa 70% al een nieuwe baan of zicht daarop had. In dit onderzoek zijn 16 interviews gevoerd met Zwolse deelnemers die reeds voor september 2022 hun opleiding hadden afgerond. Hieruit komen soortgelijke beelden naar voren. Er treden diverse tussentijdse effecten op. Het meest genoemd zijn beter zicht op de eigen kwaliteiten en mogelijkheden, en meer zelfvertrouwen, gevolgd door meer zicht op arbeidsmarktkansen en beter gemotiveerd om loopbaanstappen te zetten. Bij meer dan de helft heeft de (om)scholing geleid tot een (andere, tijdelijke of reeds vaste) baan. Zzp’ers zijn een nieuw bedrijf gestart of hebben een betere positie in de markt gekregen. Van de 313 Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling hebben er 197 hun scholing afgerond voor 1 december 2022. Hun arbeidsmarktstappen zijn m.b.v. CBS Microdata geanalyseerd. Van de 52 werkloze, Zwolse deelnemers vindt 35% direct na de scholing een baan en 81% binnen anderhalf jaar. De brutoeffectiviteit van de inwonersregeling is dus groot.

De netto-effectiviteit lijkt minder groot omdat het relatief veel personen met (veel) recent arbeidsverleden betreft. Deze personen vinden volgens openbare CBS-data in gelijke mate binnen twee jaar werk. Van de 145 werkende, Zwolse deelnemers vindt 75% na de opleiding een baan bij een andere werkgever en 67% in een andere sector. Ook deze bruto-effectiviteit is groot. Nader onderzoek naar de netto-effectiviteit van de inwonersregeling is nodig om hierover onderbouwde uitspraken te kunnen doen. Tijdens de opleiding is sprake van een tijdelijke, kleine afname van het aantal gewerkte uren. Wat loon betreft gaan de Zwolse deelnemers die vijf jaar arbeidsverleden in de afgelopen vijf jaar hebben, er een behoorlijke stap op vooruit. De gegevens over de inwonersregeling hierboven en in dit hoofdstuk betreffen alleen de Zwolse deelnemers en kunnen niet van toepassing verklaard worden op het gehele programma van Regio Zwolle. De effectiviteit van de individuele werkgeversregeling kan alleen ontleend worden aan recent onderzoek door Windesheim Hogeschool onder werkgevers en zzp’ers omdat – behalve de namen – de benodigde contactgegevens van de betrokken werknemers niet beschikbaar zijn.

Deze evaluatie liet zien dat volgens de ondervraagde werkgevers de betrokken werknemers na de scholing breder inzetbaar zijn en beter benut worden, en dat er een positieve bijdrage aan de leercultuur van de bedrijven is. De zzp’ers geven aan dat ze door de regeling ruimte voelden om aan de slag te gaan met nieuwe kennis, en de scholing droeg bij aan verbreding van hun netwerk en bleek een impuls te zijn voor verdere scholing.

4.1 4.1.1

(TUSSENTIJDSE) EFFECTEN UIT EERDER ONDERZOEK Inwonersregeling

Tussentijdse evaluatie van de pilot inwonersroute laat zien dat deelnemers stappen zetten in eigen regie, en een deel reeds een nieuwe baan of zicht daarop heeft Het lectoraat Leven Lang Ontwikkelen van Windesheim Hogeschool heeft van eind 2020 tot eind 2021 de eerste 100 scholingstrajecten van de pilot van de individuele inwonersroute geëvalueerd. Naast een

26

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

effectevaluatie is ook het proces tot dan toe geëvalueerd.24 In de effectanalyse is door middel van een vragenlijst een nulmeting (103 deelnemers) en een eindmeting (27 deelnemers) verricht. Daarnaast zijn verdiepende interviews afgenomen onder 24 deelnemers, zowel aan het begin als na afronding van het scholingstraject. In de effectevaluatie zijn tussentijdse effecten van de scholing in kaart gebracht aan de hand van een zogenoemd eigen regie model op loopbaanontwikkeling waarin de volgende vijf factoren worden onderscheiden: • • • • •

bewust zijn van eigen kwaliteiten/talenten/competenties in relatie tot ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (weten); intrinsieke motivatie om loopbaanstappen te zetten (willen); zelfregulerende vaardigheden bezitten om sturing te geven aan het eigen ontwikkelproces (kunnen); zelfvertrouwen hebben om loopbaanstappen te zetten (durven); regelruimte ervaren om loopbaanstappen in gang te zetten (mogen).

Het onderzoek constateert dat er door deelnemers stappen in de eigen regie doorlopen worden25: “Ook in dit onderzoek vinden we dat de mate waarin deelnemers eigen regie ervaren bepalend is voor het zetten van loopbaanstappen. We zien dit met name wanneer deelnemers zicht hebben op wat er speelt op de arbeidsmarkt en hoe dit zich verhoudt tot de eigen skills (weten) en dat ze de intrinsieke motivatie hebben om stappen te zetten (willen). Dit versterkt vervolgens de intentie om loopbaanstappen te zetten en uiteindelijk ook om daadwerkelijk gedrag uit te voeren in termen van netwerkgesprekken voeren, zoeken naar vacatures, solliciteren naar een nieuwe baan, zicht hebben op een nieuwe baan en tot slot, een nieuwe baan vinden. Met andere woorden, hoe meer deelnemers eigen regie ervaarden hoe groter de kans was dat zij daadwerkelijk ook loopbaanstappen zetten.” Kijken we naar de resultaten van het scholingstraject dan concludeert het onderzoek dat inwoners die gebruik hebben gemaakt van het scholingsbudget in beweging zijn gekomen en loopbaanstappen hebben gezet: • • • •

4.1.2

82% van de deelnemers tevreden is met het gevolgde scholingstraject. 85% van de deelnemers zijn/haar persoonlijke doelen heeft behaald met het scholingstraject. 44% inmiddels een nieuwe baan gevonden heeft. 27% zicht/toezegging heeft op een nieuwe baan in de nabije toekomst.

Individuele werkgeversregeling

Een evaluatie van de individuele werkgeversroute laat zien dat werknemers na de scholing breder inzetbaar zijn en beter benut worden, en dat er een positieve bijdrage aan de leercultuur van de bedrijven is Het lectoraat Leven Lang Ontwikkelen van Windesheim Hogeschool heeft ook een evaluatie van de individuele werkgeversroute verricht, met de vraag wat de uitkomsten van de regeling zijn en in hoeverre het proces bevorderend of belemmerend heeft gewerkt.26 Hiertoe is kwantitatief en kwalitatief onderzoek

24

Eva Hamhuis, Sandra Hendricks, Vibeke Oenema en Menno Vos (2022), Groei Vooruit in regio Zwolle. Evaluatie Ontwikkelfonds, Hogeschool Windesheim.

25

Zie de managementsamenvatting in het rapport: Eva Hamhuis, Sandra Hendricks, Vibeke Oenema en Menno Vos (2022), Groei Vooruit in regio Zwolle. Evaluatie Ontwikkelfonds, Hogeschool Windesheim.

26

Zie Hogeschool Windesheim (2023), Management Samenvatting. Evaluatie individuele werkgeversroute ontwikkelfonds.

27

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

uitgevoerd in de periode juni 2022-januari 2023: 92 bedrijven en 52 zzp’ers hebben een vragenlijst ingevuld, en van beide groepen zijn er vijf nader geïnterviewd. De ondervraagde bedrijven blijken de scholingsregeling met name te gebruiken om hun werknemers bij te scholen voor doorgroeimogelijkheden binnen de functie en de organisatie. De bedrijven geven de volgende ontwikkelingen aan als gevolg van afronding van de scholing: • • •

Een betere basis voor werknemers om door te groeien. Een bredere inzetbaarheid van werknemers. Betere benutting van talenten binnen de organisatie.

Daarnaast werd een positieve bijdrage aan de leercultuur binnen de bedrijven geconstateerd: • • • •

Werknemers nemen de opgedane kennis mee naar de werkvloer/informeel leren door collega’s. Werknemers zijn meer bereid verantwoordelijkheden te nemen. Meer positieve houding t.a.v. veranderingen in de functie, en werknemers gaan meer zelf op zoek naar nieuwe kennis en ervaringen. Leidinggevenden stimuleren meer dat werknemers zich blijven ontwikkelen.

Het initiatief voor de scholing van werknemers lag vaak bij de directie en leidinggevenden. En men zag geen toename in de autonomie van werknemers door de gevolgde scholing. De zzp’ers geven aan dat ze door de regeling ruimte voelden om aan de slag te gaan met nieuwe kennis. De scholing droeg ook bij aan verbreding van hun netwerk, en bleek een impuls te zijn voor verdere scholing (een effect op leven lang ontwikkelen).

4.2

KWALITATIEVE INZICHTEN UIT INTERVIEWS MET ZWOLSE DEELNEMERS

In totaal 16 Zwolse deelnemers geïnterviewd die hun opleiding voor 1 september 2022 hadden afgerond Om meer zicht te krijgen op de aanleiding van deelname aan de regeling, de ervaringen, en met name de tussentijdse effecten en de arbeidsmarkteffecten, hebben we 16 Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling geïnterviewd.27 Omdat we zo goed mogelijk zicht willen krijgen op de opgetreden effecten van het gebruik van de inwonersregeling, hebben we deelnemers geselecteerd die hun opleiding voor 1 september 2022 afgerond hebben. De respons op onze uitnodiging om mee te doen aan een kort telefonisch interview lag op 43%28. Het is niet uitgesloten dat de respons een positieve bias kent: deelnemers die goede ervaringen hebben, zijn wellicht eerder bereid om over de regeling met onderzoekers te praten dan diegenen die minder goede ervaringen hebben. In totaal hebben we 16 Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling (waaronder enkele zzp’ers) telefonisch geïnterviewd. De deelnemers kenden een spreiding naar geslacht, leeftijd, doel en niveau van de opleidingen. Naast de tussentijdse en arbeidsmarkteffecten bespreken we hieronder ook enkele andere bevindingen.

27

Van de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling zijn contactgegevens beschikbaar. Van de werknemers die via hun individuele Zwolse werkgever scholing volgen zijn deze helaas niet beschikbaar. Voor een deel van de zzp’ers zijn ook contactgegevens aanwezig voor zover zij onder de inwonersregeling vielen.

28

We hebben in totaal 40 Zwolse deelnemers voor een telefonisch interview benaderd. Daarvan wilden er 7 om diverse redenen niet meedoen. Van 16 deelnemers kregen we geen reactie. In totaal gaven 17 deelnemers aan mee te willen doen aan een interview, waarvan we er – conform het beoogde aantal - 16 hebben afgenomen.

28

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

De geïnterviewde Zwolse deelnemers hebben veelal van de regeling vernomen via andere personen Over de inwonersregeling Groei Vooruit wordt door de HCA Regio Zwolle via verschillende kanalen gecommuniceerd zoals via websites, social media, huis-aan-huis bladen, digitale abri’s langs de weg en bij het stadion van PEC Zwolle, en gerichte campagnes in gemeenten waar het aantal aanvragen achterblijft. Ook wordt de regeling onder de aandacht gebracht via fysieke aanwezigheid op allerlei arbeidsmarktbeurzen waar naast werkgevers ook werkzoekenden zijn. Soms worden ook nog evenementen bezocht specifiek gericht op bepaalde doelgroepen zoals bijvoorbeeld jongeren. Daarnaast wordt de inwonersregeling meegenomen in het pakket ‘leren & werken’ dat bij alle bibliotheken ondergebracht is (het leerwerkloket). Ook is bekend dat er veel mond-op-mond reclame plaatsvindt. Onder de 16 Zwolse deelnemers die wij in dit onderzoek gesproken hebben, valt op dat men met name van de regeling heeft gehoord via het informele circuit: via een buurvrouw, collega, vriendin, moeder, zus, andere cursist, van iemand op een borrel. Een klein deel daarvan had zelf ook een beroep op de inwonersregeling gedaan. Twee personen zijn via internet en social media bij de regeling terecht gekomen, en een persoon had de mogelijkheid in de krant gelezen.

Daarnaast zijn twee personen er door hun eigen ingeschakelde coach of door een UWV-coach op gewezen. ‘Vroege’ deelnemers: een deel heeft alleen advies- en toetsingsgesprek en geen loopbaancoaching gehad Omdat de 16 Zwolse deelnemers een ‘vroege’ groep gebruikers betreft die grotendeels al in 2021 aan hun opleiding zijn begonnen, heeft een deel van deze deelnemers – volgens hun herinnering – waarschijnlijk alleen een advies- en toetsingsgesprek gehad en geen loopbaancoaching doorlopen. Dat kan kloppen omdat de inzet van een loopbaanadviseur later (sinds het voorjaar van 2022) aan de uitvoering is toegevoegd (met financiering uit een ander, landelijk budget). Een deel van de Zwolse deelnemers wist heel goed welke opleiding ze precies met welk doel wilden volgen, en hoefden naar eigen zeggen na een gesprek alleen een goed plan in te dienen, dat vervolgens werd getoetst. Een ander deel heeft daarnaast ook nog de nodige vragen gesteld gekregen over de arbeidsmarktstap die ze met de opleiding wilden maken, of de werkgever de opleiding niet wilde betalen, en er is soms gewezen op alternatieven, en men heeft tips gekregen (bijvoorbeeld ga eerst eens zoeken naar of er voldoende vacatures voor de beoogde baan zijn). Een derde groep heeft daarbij ook meer uitgebreide adviezen gekregen en gesprekken gevoerd, en heeft soms tussentijds of na afloop contact met een loopbaancoach gehad.

Alle drie de groepen waren onder de 16 gesproken Zwolse deelnemers ongeveer even groot. Helft van de geïnterviewde Zwolse deelnemers zou de opleiding zonder de subsidie niet gevolgd hebben, een kwart wel Vrijwel alle 16 geïnterviewde Zwolse deelnemers kenden geen andere regelingen of zijn ook niet op andere mogelijke regelingen gewezen. In het gesprek noemt een klein deel de STAP-regeling maar die was er toen nog niet, en bovenal geeft men daarbij aan dat de 1.000 euro van de STAP-regeling dan onvoldoende zou zijn geweest. Een kwart van de ondervraagde Zwolse deelnemers geeft aan dat zij de opleiding ook zonder de subsidie hadden gevolgd. Een ander kwart twijfelt daarover, misschien wel, maar dat weet men niet zeker. De helft zou de opleiding zonder de inwonersregeling niet gevolgd hebben. Tussentijds hebben de geïnterviewde Zwolse deelnemers met name beter zicht op eigen kwaliteiten en mogelijkheden en meer zelfvertrouwen gekregen Afgezien van één respondent, geven 15 respondenten aan dat er door gebruikmaking van de regeling met name door de opleiding (en soms ook door de loopbaancoach) tussentijdse effecten zijn opgetreden. In aflopende volgorde betreft het de volgende effecten: • •

Beter inzicht in mijn eigen kwaliteiten en mogelijkheden gekregen (12x) Meer zelfvertrouwen gekregen (11x) 29

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

• • • • •

Meer zicht op arbeidsmarktkansen gekregen (8x) Beter gemotiveerd geraakt om loopbaanstappen te zetten (8x) Meer netwerkgesprekken gevoerd (7x) Meer naar vacatures gezocht (6x) Meer sollicitatiegesprekken gevoerd (3x).

Ook worden door vijf deelnemers andere tussentijdse effecten aangegeven zoals meer werkgeluk/meer plezier in het werk (2x), meer sollicitatiebrieven gestuurd (1x) en stage geregeld en gelopen (2x). Arbeidsmarkteffecten: bij meer dan de helft van de geïnterviewde Zwolse deelnemers heeft de (om)scholing geleid tot een (andere, tijdelijke of zelfs al vaste) baan In totaal hebben negen gesproken Zwolse deelnemers door de scholing een baan gevonden. Deels betreft het een tijdelijke baan maar via een tijdelijke baan heeft een deel ondertussen ook al een vaste baan gekregen. Bij vijf Zwolse deelnemers betreft het een (tijdelijk of vaste) nieuwe baan in een andere sector, waarbij de omscholing dus succesvol is verlopen. Bij twee Zwolse deelnemers is nog geen arbeidsmarkteffect opgetreden; bij de een heeft de opleiding geholpen in haar huidige baan, de ander wil van werk naar werk in een andere sector maar loopt vast door gebrek aan werkervaring en het lastig kunnen combineren van stagelopen met haar huidige baan. Twee Zwolse deelnemers hebben door de opleiding een ander takenpakket binnen hun huidige baan gekregen waarvan er eentje mogelijk binnen afzienbare termijn zicht heeft op een andere functie bij de huidige werkgever.

Een deelnemer heeft een meer urencontract gekregen, en ook een deelnemer ontvangt nu een hoger loon (overigens heeft ook iemand loon ingeleverd voor meer werkgeluk in een andere sector). Tot slot geven vier personen ook andere arbeidsmarkteffecten aan zoals een veelzijdigere baan (1x), het starten van een nieuw of eigen bedrijf (2x), en als zzp’er een betere positie in de markt gekregen met zicht op voldoende inkomsten (1x).

4.3

GEMAAKTE ARBEIDSMARKTSTAPPEN: ANALYSE MET CBS MICRODATA

Aanvullend op de beschrijvende resultaten uit de voorgaande paragrafen, is ook kwantitatief bekeken in hoeveel gevallen Zwolse deelnemers daadwerkelijk een transitie hebben doorgemaakt op de arbeidsmarkt. De rekenkamercommissie van de gemeente Zwolle is in dit onderzoek met name geïnteresseerd in transities van werkloosheid naar werk en van-werk-naar-werk. De situatie voor aanvang en na afronding van de scholing wordt vergeleken. We beantwoorden daarmee de vraag of Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling een (andere) baan hebben gevonden. In welke mate dit is toe te schrijven aan de opleiding is kwalitatief onderzocht (paragraaf 4.2).29 Op basis van CBS Microdata is voor iedere Zwolse deelnemer aan de inwonersregeling de arbeidsmarktstatus in kaart gebracht voor de periode 2019-2022. De volgende variabelen dienen als uitkomstmaten in de analyses:

29

Om de causaliteitsvraag te beantwoorden is een controlegroep nodig die niet heeft deelgenomen aan de inwonersregeling en/of andere vormen van scholing. We hebben echter te maken met een selectiviteitsprobleem omdat de deelnemers substantieel verschillen van de niet-deelnemers in hun motivatie en ambitie om een carrièrestap te maken. Hier kan echter niet voor worden gecontroleerd, hetgeen betekent dat niet-deelnemers geen goede vergelijkingsgroep zijn voor deelnemers.

30

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

-

Het vinden van een baan in loondienst30 Het vinden van een baan bij een andere werkgever, en in een andere sector Het type baan (loon en deeltijdfactor)

Van de 313 Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling hebben er 197 hun scholing afgerond voor 1 december 2022. Deze personen kunnen we dus ten tijde van dit onderzoek één of meerdere maanden volgen. We hebben deze 197 deelnemers ingedeeld in 2 groepen: een groep van 52 personen die werkloos is bij aanvang van de scholing en een groep van 145 werkenden. Werklozen worden bekeken op het vinden van een baan en werkenden op het vinden van een baan bij een andere werkgever (in een andere sector). Van de werkloze groep heeft 35% direct na de scholing een baan en vindt 81% binnen 1,5 jaar een baan Voor de 52 Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling die werkloos waren bij aanvang van het scholingstraject is bekeken in hoeverre het hen gelukt is om een baan te vinden in de maanden na afronding van de scholing. Binnen de tijd dat we hen kunnen volgen (in de beschikbare data van eind december 2022 kunnen we de verschillende Zwolse deelnemers minimaal 1 maand tot 18 maanden na de afronding van de scholing volgen) vindt 81% een baan. Tabel 4.1 laat zien dat 35% van de werkloze deelnemers aan de inwonersregeling in de maand dat zij hun scholing afronden al een (deeltijd)baan hadden gevonden. Tabel 4.1

Aandeel werkloze deelnemers dat een baan vindt na afloop van de scholing

Peilmoment

Aandeel met een baan

Maand waarin scholing start Maand waarin scholing eindigt 3 maanden na afloop scholing 6 maanden na afloop scholing 9 maanden na afloop scholing 12, 15 of 18 maanden na afloop scholing a

0% 35% 39% 56% 60% 76%

Aantal personen dat we het betreffende aantal maanden kunnen volgen 52 52 49 34 30 20

Aandeel dat een baan vindt 81% 52 Bron: SEOR, 2023, op basis van Deelnemersbestanden HCA Zwolle en CBS Microdata. Opmerking: Omdat we een deel van de deelnemers 3 maanden na afloop van hun scholing kunnen volgen en anderen meerdere maanden is de groep waarover het aandeel met een baan wordt berekend voor iedere regel anders samengesteld. De aantallen deelnemers staan per rij aangegeven. Zo kunnen we 49 mensen 3 maanden volgen en kunnen we 34 mensen 6 maanden volgen. Indien de deelnemers die we 15 maanden kunnen volgen sterk verschillen qua achtergrondkenmerken kan dit een verklaring zijn voor de toename van het aandeel met een baan. Er is echter geen verband tussen het aantal maanden dat we iemand kunnen volgen en de achtergrondkenmerken van de deelnemers. Hetgeen betekent dat de toename in het aandeel met baan voornamelijk wordt bepaald door de tijd die is verstreken na het afronden van de opleiding. a) Op de peilmomenten 12, 15 en 18 maanden zijn er te weinig observaties. Daarom is een gemiddeld aandeel berekend.

Dit betreft de zogenoemde bruto-effectiviteit van de inwonersregeling. Het is de vraag welk deel van deze werkloze, Zwolse deelnemers ook een baan had gevonden zonder gebruikmaking van het scholingstraject. Het verschil is dan de netto-effectiviteit van de inwonersregeling; omdat een goede controlegroep ontbreekt kunnen we deze in dit onderzoek niet berekenen. Deelnemers aan de inwonersregeling hebben bijvoorbeeld relatief vaak (veel) recent arbeidsverleden (zie tabel 3.1) en het is bekend dat personen met een kortstondige periode van werkloosheid in veel gevallen weer snel op de arbeidsmarkt terugkeren. Om het 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5b02aec4-d356-4758-8785-b21c50ed47f5