CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrappport Leren van Stimuleren - tussentijdse evaluatie HCA-scholingsregelingen_17 juli 2023

Raadsplein info/debat Raadzaal 20 november 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Raadsdebat: Rekenkameronderzoek ‘Leren van stimuleren’23.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

CBS-data over zelfstandigen zijn op het moment van het onderzoek nog niet beschikbaar over 2022. Dit betekent dat voor het gros van deze deelnemers wel bekend is of zij vanuit een positie als zelfstandige de scholing zijn gaan volgen, maar niet of zij na de scholing aan de slag zijn gegaan als zelfstandige.

31

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

aandeel deelnemers dat gebruikmaakt van de inwonersregeling en dat binnen anderhalf jaar na afronding van de opleiding werk vindt in enig perspectief te kunnen plaatsen is gezocht naar de kans dat werklozen die een baan zoeken deze ook vinden. Onderzoek van CBS laat zien dat personen die 0-2 jaar werkloos zijn in 81% van de gevallen binnen twee jaar een baan vinden.31 Ondanks dat niet bekend is wat de kenmerken van deze personen precies is en welk deel van hen ook een arbeidsmarktgerichte opleiding hebben gevolgd of andere ondersteuning hebben gehad, ligt het percentage op hetzelfde niveau als bij de inwonersregeling. De vraag is dus in hoeverre de inwonersregeling daadwerkelijk heeft bijgedragen; een groot deel had waarschijnlijk zonder de inwonersregeling ook binnen twee jaar werk gevonden. Kortom, de brutoeffectiviteit van de inwonersregeling op de kans op werk vanuit werkloosheid is groot; de netto effectiviteit lijkt een minder groot. Nader onderzoek naar de netto-effectiviteit is gewenst. Daarbij dient goed nagedacht te worden over de samenstelling van de controlegroep en zijn gegevens van meer deelnemers dan alleen de Zwolse gewenst; het betreft nu slechts 52 Zwolse deelnemers. Van de werkende groep vindt 75% een baan bij een andere werkgever en 67% in een andere sector In totaal hadden 145 Zwolse deelnemers bij aanvang van hun scholingstraject inkomen uit loondienst.

Voor hen die een baan in loondienst hadden bij aanvang van de scholing is bekeken of deze deelnemers bij een andere werkgever zijn gaan werken na afronding van de opleiding. Zie tabel 4.2 voor de resultaten. Een kwart van hen had voor het einde van de scholing al een nieuwe werkgever gevonden en over de gehele beschouwde periode vindt 75% (109 personen) van hen een baan bij een andere werkgever. Het betreft voor 67% van de werkende personen die scholing hebben gevolgd een baan in een andere sector. Ook hier betreft het de bruto-effectiviteit van de inwonersregeling en is het lastig om zonder zuivere controlegroep te beoordelen of dit veel of weinig is. Wat daarbij ook een rol speelt is dat in tijden van arbeidsmarktkrapte werkenden vaker van werk wisselen dan in laagconjunctuur. Om toch een indicatie te krijgen kijken we naar een ander onderzoek waarin aan boventallig verklaard personeel diverse soorten vanwerk-naar-werk activiteiten zijn aangeboden.32 Daaruit blijkt dat van de personen die aangeven opnieuw naar betaald werk te zoeken, 78% daarin ook slaagt. Een deel daarvan heeft overigens geen gebruik gemaakt van dergelijke van-werk-naar-werk activiteiten, en ook blijkt het aantal gebruikte activiteiten niet uit te maken voor de kans op nieuw werk.

De periode van onderzoek wijkt echter af en de kenmerken van de gevolgde personen kunnen ook afwijken van die van de Zwolse deelnemers. Meer onderzoek naar de nettoeffectiviteit van de inwonersregeling wordt aanbevolen. Tabel 4.2

Aandeel werkende Zwolse deelnemers dat een andere baan vindt na afloop van de scholing

Peilmoment

Aandeel met een andere baan

Maand waarin scholing start Maand waarin scholing eindigt 3 maand na afloop scholing 6 maanden na afloop scholing 9 maanden na afloop scholing 12, 15 of 18 maanden na afloop scholing a

0% 25% 38% 42% 43% 54%

Aantal personen dat we het betreffende aantal maanden kunnen volgen 145 142 134 102 81 53

Aandeel dat een andere baan vindt Aandeel dat naar een andere sector gaat b

75% 67%

145 145

31

32

Het CBS schat de gemiddelde duur die het iemand kost om een baan te vinden na werkloosheid. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van de respondenten uit de Enquête Beroepsbevolking die aangeven werkloos te zijn en zich nog niet hebben teruggetrokken van de arbeidsmarkt. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/05/baanvindduur-van-werklozen-2016 Dit volgt uit een enquête onder boventallig verklaard personeel, zie I. Borghouts-van der Pas, e.a. (2019), Overstappen op de Arbeidsmarkt: Een onderzoek naar van werk naar werk-beleid en -trajecten, Celsus Juridische Uitgeverij.

32

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Bron: SEOR, 2023, op basis van Deelnemersbestanden HCA Zwolle en CBS Microdata. a) Op de peilmomenten 12, 15 en 18 maanden zijn er te weinig observaties. Daarom is een gemiddeld aandeel berekend. b) Er is gekeken of iemand een baan heeft gevonden in een andere sector dan waar hij of zij werkzaam was bij aanvang van de scholing. Er is gebruik gemaakt van het letterniveau van de SBI-2008 indeling. Bron: Standaard-bedrijfsindeling-2008.

De groep met weinig tot geen recent arbeidsverleden is na de scholing vaker aan het werk terwijl de groepen met veel of een volledig arbeidsverleden terugkeren naar het oude niveau Er is voor de Zwolse deelnemers aan de inwonersregeling ook gekeken naar hoe het aandeel personen met werk, de gemiddelde deeltijdfactor van het werk, en het gemiddelde loon zich hebben ontwikkeld. Er is daarbij onderscheid gemaakt naar een drietal type deelnemers: • • •

een groep met weinig tot geen recent arbeidsverleden: minder dan 2,5 jaar in de afgelopen 5 jaar een groep met veel recent arbeidsverleden: 2,5 tot 5 jaar in de afgelopen 5 jaar een groep met een volledig arbeidsleden: 5 volledige arbeidsjaren in de afgelopen 5 jaar.

De ontwikkeling van het aandeel met werk is weergeven in figuur 4.1. Van de groep met weinig tot geen recent arbeidsverleden (links) is een groter gedeelte aan het werk na de scholing dan voor de scholing. Deze groep heeft logischerwijs een lager aandeel met een baan voor de scholing dan de andere groepen. Van de groep die minstens 2,5 jaar heeft gewerkt in de 5 jaren voorafgaand aan de scholing (midden) blijkt dat een klein deel werkloos is geraakt en toen gebruik heeft gemaakt van de inwonersregeling. Na de scholing keert het aandeel met werk weer terug naar het niveau van 4-5 jaar voor de scholing. Van de groep die 5 volledige jaren aan het werk was voor de scholing (rechts) stopt een deel tijdelijk met werken vanaf dat de scholing aanvangt. Na anderhalf jaar werkt bijna iedereen weer. Figuur 4.1

Ontwikkeling aandeel met werk voor Zwolse deelnemers met weinig (links), veel (midden) en volledig (rechts) arbeidsverleden

Bron: SEOR, 2023, op basis van Deelnemersbestanden HCA Zwolle en CBS Microdata.

33

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Opmerking: Voor de leesbaarheid van de grafiek is gekozen om een voortschrijdend gemiddelde te presenteren. Dit houdt in dat het aandeel met werk voor iedere maand het gemiddelde betreft van de 3 voorgaande en 3 komende maanden. Op deze manier wordt gecorrigeerd voor maand-op-maand fluctuaties zonder dat het daarbij de interpretatie van de figuur verandert.

Er is een kleine afname in het aantal gewerkte uren tijdens de scholing, na de scholing neemt voor de groep met een volledig arbeidsverleden het loon toe De ontwikkeling van de deeltijdfactor van werk en het loon is te zien in tabel 4.3. Daarbij is het gemiddelde voor de drie groepen Zwolse deelnemers berekend over de periode voor, tijdens en na de scholing. Een aantal zaken springen in het oog. Allereerst dat er voor alle drie de groepen een kleine afname zichtbaar is in de deeltijdfactor tijdens de scholingsperiode. Deze deeltijdfactor is berekend voor de mensen die bij aanvang van de opleiding werkzaam waren, hetgeen betekent dat de drie groepen een (tijdelijke) stap terug doen in het aantal uren dat zij werken. Hoogstwaarschijnlijk om wat meer tijd te hebben voor de opleiding. Na de scholingsperiode zien we geen grote toename in het aantal gewerkte uren dat deze groepen gemiddeld werken. Deels zijn dit mensen die hun oude urenaantal weer oppakken en deels mensen die een (andere) baan vinden waarin zij meer uren kunnen werken. De verschillen zijn echter klein. Het bruto loon kent gemiddeld ook een kleine afname tijdens de scholingsperiode voor de mensen met 2,5-5 jaar arbeidsverleden. Er is een relatief grote toename zichtbaar van het gemiddelde loon van de groep die voor de scholing constant werkzaam was.

Deze toename bedraagt, gecorrigeerd voor de gemiddelde caoloonontwikkeling, €270 euro. Dit is een significante toename die bijna 10% bedraagt van het loon voor de scholingsperiode. Tabel 4.3

De gemiddelde deeltijdfactor van werk, en gemiddeld bruto loon, voor, tijdens en na de scholingsperiode van de Zwolse deelnemers

Uitkomstmaat <2,5 jaar arbeidsverleden Deeltijdfactor Basisloon

Voor scholingsperiode

Tijdens scholingsperiode

Na scholingsperiode

54% €1.628

50% €1.654

55% €1.657

2,5-5 jaar arbeidsverleden Deeltijdfactor Basisloon

76% €2.543

70%*** €2.386

78%** €2.521

5 jaar arbeidsverleden Deeltijdfactor Basisloon

78% €2.800

74%*** €2.685

77% €3.070***

Bron: SEOR, 2023, op basis van Deelnemersbestanden HCA Zwolle en CBS Microdata. Opmerking: Voor het bruto loon is gebruik gemaakt van het basisloon. Dit is een benadering van het contractloon en wordt door het CBS gebruikt om een zo constant mogelijk loonbegrip te hanteren. Het wordt benaderd door uit te gaan van het fiscaal loon en daar diverse componenten, zoals bijzondere beloningen, vanaf te halen. Het loon is gecorrigeerd voor de algemene CAO-loonontwikkeling op basis van de CBS-index. De deeltijdfactor is het aantal gewerkte uren in een maand gedeeld door het aantal uren dat hoort bij een voltijdbaan in de sector of in het bedrijf waar iemand werkzaam is. (**) en (***) is de aanduiding voor een significant verschil (op resp. 5% en 1%) ten opzichte van de periode vóór de scholingsperiode.

34

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

5

VERHOUDING TOT EN LEERPUNTEN UIT ANDERE REGELINGEN

In vergelijking met andere soortgelijke regelingen is de inwonersregeling een ruime regeling zowel wat betreft het maximale subsidiebedrag als de eisen die aan de opleiding gesteld worden. Verder kan gedurende het hele jaar een aanvraag ingediend worden en kan gebruik gemaakt worden van een loopbaancoach. Op de leerpunten uit beschikbare evaluaties van vergelijkbare regelingen scoort de inwonersregeling goed. Er wordt breed en gericht ingezet op communicatie om de regeling bekend te maken, en door de inzet van loopbaanadviseurs wordt voorzien in de motivatie, begeleiding en nazorg van deelnemers. De criteria voor gebruik van de regeling zijn duidelijk en kunnen door de inzet van adviseurs aan de voorkant nog nader toegelicht en getoetst worden. De regeling wordt door geïnterviewde Zwolse deelnemers als toegankelijk met een soepel proces beoordeeld. Op additionaliteit wordt niet getoetst omdat de regeling niet alleen gericht is op diegenen die het niet kunnen betalen en om de regeling zo toegankelijk mogelijk te houden. Vergeleken met soortgelijke regelingen kent de individuele werkgeversregeling zowel ruimere als minder ruime mogelijkheden. Per werknemer is het maximale subsidiebedrag relatief hoog, per werkgever relatief laag. De vereiste cofinanciering van 50% is relatief hoog.

De kosten hoeven door de werkgever echter niet voorgefinancierd te worden, de opleidingen mogen betrekking hebben op zowel bij-, her- als omscholing, en de aanvraag kan gedurende het hele jaar ingediend worden. Op de leerpunten uit evaluaties van vergelijkbare regelingen wordt reeds goed ingespeeld. Bij Upgrade Jezelf is de administratieve en bewijslast relatief laag, de werkgever wordt aan de voorkant bij de aanvraag bijgestaan door specifieke adviseurs en er wordt verder gewerkt aan verduidelijking van de criteria door de inzet van bedrijfscoaches. De lage aanvraagrisico’s (geen loterij) en de financiële bevoorschotting sluiten goed aan bij het mkb.

5.1 5.1.1

VERGELIJKING MET SOORTGELIJKE REGELINGEN Inwonersregeling Groei Vooruit

Op nationaal niveau – afgezien van specifieke sectorregelingen - beperken de alternatieven voor Groei Vooruit zich met name tot STAP, Nederland leert door (NLLD) en het UWV scholingsbudget voor kansrijke beroepen. Op regionaal niveau zijn er een aantal vergelijkbare scholingsvoucher-programma’s, zoals Regio Foodvalley Human Capital, het Leerwerkloket Stedenvierkant, Scholingsfonds Rotterdam en het Twents fonds Vakmanschap. Deze regionale programma’s vormen uiteraard geen alternatief voor potentiële deelnemers aan Groei Vooruit omdat zij gelden in andere regio’s. Voor de uitzendbranche is er het scholingsvoucher-programma van Doorzaam. Bij al deze programma’s worden alleen opleidingen toegestaan die aan (branche)keurmerken voldoen net zoals bij Groei Vooruit. Tabel 5.1 geeft een samenvattend overzicht met enkele kenmerken van de diverse scholingsregelingen. Groei Vooruit biedt ruime mogelijkheden aan deelnemers ten opzichte van andere regelingen Het maximum bedrag van de Groei Vooruit regeling voor subsidiëring van een opleiding is hoog vergeleken met andere regelingen, alleen het UWV scholingsbudget is vergelijkbaar, maar de doelgroep daarvan is beperkt tot mensen met een WW of WIA uitkering en moet specifiek opleiden voor een kansrijk beroep (of er moet sprake zijn van een baangarantie).

Ook bij het Twents fonds Vakmanschap kan in het totaal jaarlijks €5.000,- aan subsidie worden aangevraagd, de deelnemer moet bij die regeling echter zelf ook 50% van de scholing financieren. Daarnaast zijn de criteria voor het niveau van de opleiding via de regeling Groei Vooruit ruim; bij een paar regelingen wordt het niveau beperkt tot maximaal MBO niveau 4.

35

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Tabel 5.1

Sector

Regionaal

Nationaal

Niveau

Inwonersregeling Groei Vooruit - Overzicht selectie van soortgelijke scholingsregelingen Regeling

Budget

STAP-Budget

Max. Bijdrage per aanvraag €1.000,-

Alleen kansrijk (beroepen/ sectoren) Nee

Loopbaancoaching mogelijk

Actief in 2023

NLLD

€1.500,-

Ja

UWV scholingsbudget

€5.000,-

Ja

Groei Vooruit

€5.000,-

Regio foodvalley HC

€1.500,-

Leerwerkloket Stedenvierkant

€2.500,-

Scholingsfonds Rotterdam Twents fonds Vakmanschap Doorzaam33

€2.500,-

€30 miljoen per tijdvak €28 miljoen (2020) €1,2 miljoen (2023) €300.000,(2021-2022) €1,5 miljoen (gedeeld met werkgevers regeling) €5 miljoen

Nee (6 tijdvakken) Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Ja

Ja

Nee

t/m mrt 2023 Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Ja (maar budget was snel op)

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

€2.500,-

Onbekend

Nee

Ja

Nee

Nee

Ja

€500,-

Onbekend

Nee

Ja

Nee

Nee

Ja

€200 miljoen

Boven MBO niveau 4 toegestaan Ja

Doorlopend aan te vragen

Bron: SEOR, 2023, informatie verzameld uit de betreffende subsidieverordeningen.

Bij Groei Vooruit mag ook scholing gevolgd worden in richtingen die niet strikt worden aangemerkt als opleiding richting een kansrijk beroep (of richting een baan met werkgarantie) of richting een kraptesector. Dit is wel het geval bij zoals eerder gezegd het UWV Scholingsbudget, en het Leerwerkloket Stedenvierkant en het Scholingsfonds Rotterdam. Vergeleken met enkele andere regelingen heeft Groei Vooruit meerwaarde doordat er gebruik gemaakt wordt van begeleiding door loopbaancoaches. Bij NLLD kunnen overigens wel ontwikkeladviezen aangevraagd worden, maar is geen sprake van begeleiding tijdens en na de opleiding. Verder is Groei Vooruit evenals andere regelingen, behalve de STAP-regeling, gedurende het hele jaar aan te vragen. Al met al kan gesteld worden dat er bij de Groei Vooruit regeling sprake is van ruime mogelijkheden voor scholing vergeleken met andere regelingen; de maximale bijdrage is hoog, de eisen aan deelnemers en de te volgen opleiding zijn beperkt en er is sprake van begeleiding door een loopbaancoach. Ook is de subsidie gedurende het hele jaar aan te vragen en niet beperkt tot specifieke termijnen.

5.1.2

Individuele werkgeversregeling Upgrade Jezelf

Voor individuele werkgevers in de regio Zwolle zijn er naast Upgrade Jezelf in beperkte mate alternatieve regelingen beschikbaar op het gebied van scholing van werknemers. Landelijk gezien was er de ‘Omscholing ICT & Techniek’ regeling; deze was echter beperkt tot twee sectoren en is vanaf december 2022 niet meer

33

Bij Doorzaam is sprake van een individuele regeling, maar de voorfinanciering moet worden gedaan door het uitzendbureau waarvoor de uitzendkracht werkt.

36

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

actief. Voor werkgevers die hun personeel trainingen willen geven op het gebied van taal en rekenvaardigheid bestaat er de ‘Tel mee voor taal’ regeling. Voor onze analyse beperken we ons tot regelingen die sectorbreed zijn: Sectorplanplus, Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuizen (KiPZ) en het Werktuig PPO fonds. De enige andere regionale werkgeversregeling die we hebben kunnen vinden was die van het Leerwerkloket Stedenvierkant (Cleantech regio). In tabel 5.2 staat een overzicht van kenmerken van soortgelijke regelingen als Upgrade Jezelf. Upgrade Jezelf biedt werkgevers zowel ruimere als minder ruime mogelijkheden dan andere regelingen Als we de maximaal toegestane bijdragen per werknemer vergelijken dan bevindt die van Upgrade Jezelf zich in de hogere regionen. Per werkgever is sprake van een grote range van maximaal toe te kennen bedragen; Upgrade Jezelf ligt met 20.000 euro onderaan deze range. De minimaal vereiste cofinanciering ligt tussen de 0-50% bij andere regelingen. Bij Sectorplanplus is dit afgestemd op de grootte van een bedrijf, waarbij grotere bedrijven meer cofinanciering moeten leveren. Upgrade Jezelf zit qua cofinanciering eis met 50% dus aan de hoge kant. Enkele andere regelingen kennen specifieke tijdvakken waarop de aanvraag ingediend moet worden; op Upgrade Jezelf kan gedurende het hele jaar een beroep gedaan worden.

Ook is er bij Upgrade Jezelf sprake van een 100% voorschot op de scholingskosten waardoor er geen sprake is van voorfinanciering door werkgevers. De mate waarin er voorfinanciering vereist is bij andere regelingen varieert van 0-100%. In Upgrade Jezelf kan, evenals in de regeling van Stedenvierkant, zowel om-, bij- als herscholing gesubsidieerd worden. Individuele werkgeversregeling Upgrade Jezelf - Overzicht selectie van soortgelijke individuele werkgeversregelingen

Regeling

Max. bijdrage per aanvraag

Budget

Minimale cofinanciering

Doorlopend aan te vragen

Voorfinanciering werkgever

Subsidiabele activiteiten

Omscholing ICT & Techniek Tel mee voor taal

€3.750,- (WN)

€10 miljoen €3,35 miljoen

50%

Ja

100%

Omscholing

33%

Ja

100%

(Bij)scholing Nederlandse taal & rekenvaardigheid

Ja

Upgrade Jezelf

€2.500,- (MW) €20.000,- (WG)

€1,2 miljoen

50%

Ja

0%

Omscholing Bijscholing Herscholing

Ja

Leerwerkloket Stedenvierkant

€2.500,- (MW) €25.000,- (WG)

€1,5 miljoen

50%

Ja

0%

Omscholing Bijscholing Herscholing

Ja

Afhankelijk van grootte ziekenhuis €2 miljoen (WG) €2.000,- (WN) €50.000,- (WG)

€216,5 miljoen

Geen

Nee (1 tijdvak)

0%

Bijscholing

Ja

€100 miljoen Onbeke nd

30-50%

Nee (1 tijdvak) Ja

100%

Bijscholing

Ja

50%

Bijscholing

Ja

Regionaal

Niveau

Nationaal

Tabel 5.2

€1.500,- (WN) €125.000,(WG)

34

Sector

KiPZ

Sectorplanplus Werktuig PPO

33%

Actief in 2023 Nee

Bron: SEOR, 2023, informatie verzameld uit de betreffende subsidieverordeningen. WN= per werknemer, WG=per werkgever

34

Gedeeld budget met individuele regeling van het Leerwerkloket.

37

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

5.2

LESSEN UIT EVALUATIES VAN SOORTGELIJKE REGELINGEN

Naast de vergelijking met soortgelijke regelingen in de vorige paragraaf, bekijken we hieronder welke leerpunten er zijn uit evaluaties van soortgelijke regelingen voor zowel de inwoners als de individuele werkgeversroute. Ook bespreken we in hoeverre met de lessen van deze evaluaties reeds rekening wordt gehouden in de regelingen van de HCA Regio Zwolle. Het blijkt dat zowel Groei Vooruit als Upgrade Jezelf al rekening houden met de meeste van de leerpunten uit evaluaties van soortgelijke scholingsregelingen.

5.2.1

Individuele scholingsregelingen

Om leerpunten voor enigszins vergelijkbare scholingsregelingen in kaart te brengen gebruiken we drie recente evaluaties van scholingssubsidies: Nederland leert door,35 Doorzaam36 en Arbeidsgericht scholen van het UWV.37 Ook wordt gebruik gemaakt van voorlopige leerpunten van het STAP-budget.38 In hoofdlijnen onderscheiden we een aantal veel voorkomende leerpunten: 1) de bekendheid van de regeling, 2) de rol van adviseurs, het motiveren van deelnemers, begeleiding en nazorg, 3) de complexiteit van de criteria/aanvraag, en 4) de beperkte additionaliteit. Deze komen hieronder kort aan bod, waarna we concluderen of Groei Vooruit met deze leerpunten rekening houdt. Bekendheid De bekendheid van de doelgroep met het bestaan van de regeling wordt bij zowel NLLD als bij de UWV regeling gezien als een knelpunt. In het geval van de UWV regeling komt dat omdat een adviseur op het bestaan van de regeling moet wijzen. De media die gebruikt worden bij het delen van het bestaan van de regeling zijn ook relevant; als verbeterpunt voor NLLD werd genoemd dat communicatie via radio of TV zou helpen om ook mensen te bereiken die minder vaardig zijn met digitale middelen.

De rol van adviseurs, het motiveren van deelnemers, begeleiding en nazorg Bij subsidies waar een adviseur/loopbaancoach nodig is voor de toekenning van een budget wordt als aandachtspunt genoemd dat de criteria van toekenning duidelijk moeten zijn bij de adviseurs. Daardoor wordt toekenning minder afhankelijk van welke adviseur iemand spreekt. Bij de UWV regeling kwam naar voren dat adviseurs vaak een gebrek aan zelfredzaamheid en ‘doenvermogen’ verwarren met een gebrek aan motivatie, waardoor een opleiding niet altijd wordt toegekend. Het motiveren van aanvragers om de opleiding ook daadwerkelijk te voltooien blijkt een uitdaging bij alle drie de geëvalueerde subsidies. Dit is met name het geval wanneer een opleiding volledig wordt gefinancierd door de subsidie zoals bij NLLD. Extra voorwaarden zoals het zelf voorfinancieren van een deel van de opleiding en pas betaling na afronding kunnen dit probleem mogelijk beperken, maar gaan waarschijnlijk ten koste van het bereiken van doelgroepen met beperkte financiële middelen. Bij het UWV en Doorzaam komt naar voren dat er ook behoefte is aan ‘nazorg’ bij ontvangers, waarbij er ook begeleiding is tijdens en/of na de opleiding. Het verstrekken van begeleiding aan deelnemers kan de kans dat opleidingen worden afgerond vergroten. De

35

Zie het rapport van Justus van Kesteren, Tobias Vervliet, Arjan Heyma, Aram Klijn, Michael Brandt en Arnold Kooiker (2022), Evaluatie Nederland leert door; eerste tussenrapportage, SEO, Amsterdam.

36

Zie het rapport van Peter Donker van Heel, Jorrit van Mierlo, en Jildou Talman (2019), Scholingsvouchers Doorzaam januari 2018 – augustus 2019. De ervaring van uitzendkrachten, De Beleidsonderzoekers, Leiden.

37

Zie het rapport van Marloes Lammers en Marloes de Graaf-Zijl (2022), Arbeidsmarktgericht scholen. Evaluatie van het scholingsbudget WW 2018-2021, UWV, Amsterdam.

38

Zie de kamerbrief: C.E.G. van Gennip en A.D. Wiersma (2022), Kamerbrief STAP-Budget, Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid, Den Haag.

38

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

nazorg na het afronden kan vervolgens bijdragen aan de kans dat een deelnemer ook daadwerkelijk stappen op de arbeidsmarkt zet. Complexiteit criteria en aanvraag Wanneer een individu zelf de subsidie of scholingsvoucher moet aanvragen dan is de begrijpelijkheid van de criteria een mogelijk knelpunt, dat zien we met name terug in de evaluatie van Doorzaam. In die evaluatie komt ook naar voren dat het aanvragers niet makkelijk duidelijk werd wat voor soort organisatie Doorzaam is en wat het doel van de betreffende scholingsvouchers was. Ook het controleren van het voldoen van de betreffende opleiding aan de criteria kan een uitdaging zijn omdat keurmerken als de NRTO de opleider keuren en niet de opleidingen zelf. Bij STAP is dat ook een leerpunt gebleken; in de kamerbrief over het STAP-budget werd gemeld dat dit wel op korte termijn zou gaan veranderen. De aanvraag van een scholingssubsidie kan ook lastiger worden doordat de aanvraagperiode beperkt is, zoals bij vorige rondes van het STAP-budget het geval was. Additionaliteit De additionaliteit van het subsidiëren van scholing krijgt in enkele evaluaties ook specifieke aandacht. In hoeverre hadden de deelnemers de scholing ook gevolgd als er geen of minder subsidie beschikbaar was? In de evaluatie van NLLD wordt geschat dat 19-27% van de ontvangers ook de scholing hadden gevolgd zonder subsidie.

Doorzaam meldt dat ongeveer een derde van de ontvangers de scholing ook had gevolgd zonder subsidie. Het UWV meldt niets over de additionaliteit van hun regeling, maar mogelijk kan aangenomen worden dat gezien de doelgroep de additionaliteit hier hoger ligt. Groei vooruit houdt reeds rekening met veel leerpunten van andere regelingen Aan de hand van de eerder genoemde leerpunten bekijken we in hoeverre deze al meegenomen worden in de Groei Vooruit regeling: zie tabel 5.3. De bekendheid van een regeling kan worden vergroot door de wijze en mate waarin publiciteit wordt gegenereerd. De scholingsregeling in de HCA Regio Zwolle zet op dit vlak flink in; er wordt zowel online als offline campagne gevoerd en soms wordt gemeente- of doelgroepgerichte communicatie ingezet, waarmee ook groepen worden bereikt die minder digitale vaardigheden hebben. Ook het UWV verwijst door naar de Groei Vooruit regeling omdat deze bredere opleidingsmogelijkheden biedt dan het UWV scholingsfonds en daarnaast ook loopbaancoaching. Opvallend is dat een groot deel van de door ons geïnterviewde Zwolse deelnemers niet zelf van de regeling had gehoord, maar daaruit blijkt wel dat de mond-op-mond reclame groot is. Tabel 5.3

Inwonersregeling: met welke leerpunten uit soortgelijke regelingen houdt Groei Vooruit rekening?

Leerpunt Bekendheid van de regeling De rol van adviseurs, het motiveren van deelnemers, begeleiding en nazorg Complexiteit van de criteria Additionaliteit

Situatie Groei Vooruit V V V X

Bron: SEOR, 2023.

In het adviesgesprek wordt niet alleen ingegaan op de aanleiding en doel van de gewenste opleiding maar worden potentiële deelnemers er ook op gewezen wat het volgen van een opleiding van hen vraagt (tijd, inzet en mogelijk een eigen bijdrage). Tegenwoordig is in de inwonersregeling ook altijd sprake van de inzet van een loopbaancoach, en omdat uit een eerdere evaluatie van Groei Vooruit door Windesheim bleek dat

39

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

er behoefte was aan meer tussentijdse begeleiding en nazorg voor deelnemers,39 zijn de loopbaancoaches nu ook te raadplegen tijdens de opleiding en voor begeleiding bij het nemen van loopbaanstappen na het afronden van de opleiding. Er is tussentijds sowieso altijd even contact om na te gaan of alles naar wens verloopt. De criteria voor mogelijke deelname zijn vrij breed, en daarmee ook relatief makkelijk te begrijpen. De regeling staat open voor alle inwoners en voor alle vakinhoudelijke, functiegerichte of op transitie gerichte opleidingen (mits gecertificeerd en binnen duidelijke termijnen aanvangt en afgerond wordt) en tot een maximum van 5.000 euro (daarboven dient men zelf bij te dragen). Het arbeidsmarktperspectief wordt getoetst door een adviseur. Uit de eerdere evaluatie van Windesheim bleek dat de adviseurs ook goed meedachten met de deelnemers en hen goed van informatie voorzagen. Daarbij komt ook dat de adviseurs voor de geïnteresseerde nagaat in hoeverre deze voldoet aan de criteria van de subsidie en hen van advies voorziet. Daarmee wordt een proces dat door deelnemers in andere regelingen vaak als lastig wordt ervaren uit handen genomen van de deelnemers. Uit onze interviews met Zwolse deelnemers kwam ook duidelijk naar voren dat men het een toegankelijke regeling vindt waarin het proces soepel (en in de regel snel) doorlopen wordt.

Naar de additionaliteit van Groei Vooruit is nog geen onderzoek gedaan. Er wordt bij de aanvraag echter niet gevraagd of getoetst of men de opleiding zelf zou kunnen bekostigen; wel of de werkgever het niet wil betalen. Een dergelijke toets zou een extra drempel opwerpen waardoor de regeling minder toegankelijk wordt. Het zou ook ten koste gaan van de snelheid want er moet dan de nodige financiële bewijslast op worden gevraagd. Doel van de regeling is het stimuleren van scholing voor iedere inwoner gericht op de arbeidsmarkt en het doel is níet mensen opleiden die het zelf niet kunnen betalen. De uitvoering van de regeling zou er ook een stuk complexer van worden. Uit de 16 interviews met Zwolse deelnemers in dit onderzoek bleek dat een kwart van hen (4 deelnemers) de opleiding wel had gevolgd als zij deze niet hadden kunnen financieren vanuit Groei Vooruit, en een ander kwart (4 deelnemers) twijfelde daarover. Hier zou nader onderzoek naar gedaan moeten worden. Uit evaluaties van andere regelingen blijkt overigens ook dat er sprake is van een deel van de gebruikers die de opleiding ook hadden gevolgd zonder de verkregen financiering.

5.2.2

Werkgeversregelingen

Leerpunten uit vier evaluaties van scholingssubsidies gericht op individuele werkgevers zijn gebruikt om leerpunten in kaart te brengen. Het gaat om de volgende subsidieregelingen: SectorplanPlus,40 de SLIMsubsidie,41 Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg,42 en de Omscholing naar kansrijke beroepen ICT.43 We zien in deze evaluaties een aantal knelpunten vaker terugkomen: 1) de administratieve- en bewijslast, 2) onduidelijke criteria voor gebruik, en 3) financiële risico’s in het mkb.

39

Eva Hamhuis, Sandra Hendricks, Vibeke Oenema en Menno Vos (2022), Groei Vooruit in regio Zwolle. Evaluatie Ontwikkelfonds, Hogeschool Windesheim.

40

BureauBartels (2022), Voortgang SectorplanPlus.

41

Bert-Jan Buiskool, Elisa de Vleesschouwer en Kees Zandvliet (2021), Evaluatie aanvraag- en beoordelingsproces SLIM-Regeling 2020, SEOR, Rotterdam.

42

Saraï Sapulete, Francel Vos, Tim van Dijke en Frederiek Bosman (2022), Subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg, Berenschot.

43

Bas ter Weel, Demi Beernink en Astrid Lensink (2022), Evaluatie eerste openstelling van de regeling omscholen naar kansrijke beroepen in de ICT en techniek, SEO, Amsterdam.

40

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Administratieve- en bewijslast Werkgevers geven in alle vier de beschouwde evaluaties aan dat de administratieve last als een knelpunt wordt gezien bij de aanvraag van scholingssubsidies. Dat wordt nog verder versterkt door de bewijslast die daarop volgt. De mate waarin dit een rol speelt lijkt ook afhankelijk van de grootte van het bedrijf; binnen het mkb ontbreekt vaak de benodigde kennis voor de aanvraag of voldoet de kostenadministratie minder vaak aan de eisen voor de subsidie (Omscholing ICT). De (telefonische) bereikbaarheid van de subsidieverstrekker voor vragen omtrent de subsidieaanvraag (SLIM) en de beschikbaarheid van een handleiding (Sectorplan) worden in de evaluatiestudies genoemd als een knelpunt. Een genoemde oplossing is het toestaan dat brancheverenigingen/sectorfondsen deze aanvragen doen voor de bedrijven. Onduidelijke criteria voor gebruik De communicatie omtrent de doelen en de criteria van de subsidie, en de duidelijkheid daarvan wordt ook vaker genoemd als verbeterpunt. Aansluiting bij financiële risico’s in het mkb Verder wordt duidelijk dat, met name voor het mkb, de administratieve last nog sterker afschrikt wanneer er een risico is dat de subsidie niet wordt toegekend (bijv. in het geval van een loting zoals bij NLLD).

Een genoemde oplossing hiervoor is een aanvraag in twee rondes; een voorbereidende ronde op basis waarvan wordt geloot en een tweede ronde waarin geselecteerde werkgevers meer informatie moeten aanleveren. De snelheid van uitbetaling na de toekenning is ook belangrijk; bij Sectorplan wordt gemeld dat uitbetaling van de subsidie soms jaren op zich kan laten wachten. Daardoor zijn werkgevers minder bereid om ook in de toekomst subsidie aan te vragen. Bevoorschotting is een goede oplossing voor de financiële risico’s in het mkb. Bij Upgrade Jezelf is administratieve en bewijslast relatief laag, wordt verder gewerkt aan verduidelijking van de criteria, en bevoorschotting sluit goed aan bij de financiële risico’s van het mkb Tabel 5.4 laat zien met welke leerpunten in de individuele werkgeversregeling reeds rekening gehouden wordt. Uit de evaluatie uitgevoerd door Windesheim komt naar voren dat de begeleiding bij de aanvraag van de subsidie door werkgevers als positief werd ervaren.44 De bereikbaarheid voor vragen van Upgrade Jezelf werd ook goed beoordeeld. Bij de individuele werkgeversregeling is dan ook bewust ingezet op twee adviseurs die specifiek hiervoor worden ingezet. Zij helpen de werkgevers aan de voorkant bij het opstellen van de aanvraag. De administratieve last bij het doen van een aanvraag is dus relatief laag.

En net zoals bij de inwonersregeling volstaat als bewijslast achteraf een bewijs van deelname of een diploma. Wat betreft de criteria bestond er volgens het onderzoek van Windesheim bij een kleine groep werkgevers onduidelijkheid op aspecten zoals aantal aanvragen per deelnemer, aantal deelnemende werknemers en eisen omtrent (het niveau van) de scholing.45 Er werd daarom aanbevolen om duidelijker te zijn over de criteria ‘aan de voorkant’. Op basis van dit onderzoek zal er in de toekomst een werkgeverscoach aan het programma worden toegevoegd. Het is daarmee aannemelijk dat de duidelijkheid over de doelen en criteria van de subsidie zal toenemen.

44

Eva Hamhuis, Chiel van Dijk, Vibeke Oenema en Menno Vos (2023), Evaluatie individuele werkgeversroute ontwikkelfonds, Hogeschool Windesheim.

45

Eva Hamhuis, Chiel van Dijk, Vibeke Oenema en Menno Vos (2023), werkgeversroute ontwikkelfonds’’, Hogeschool Windesheim.

Management Samenvatting ‘Evaluatie individuele

41

Tussentijdse evaluatie Groei Vooruit en Upgrade Jezelf

Tabel 5.4

Individuele werkgeversregeling: met welke leerpunten uit soortgelijke regelingen houdt Upgrade Jezelf rekening?

Leerpunt Administratieve- en bewijslast Duidelijkheid criteria Aansluiting bij financiële risico’s in het mkb Bron: SEOR, 2023.

Situatie Upgrade Jezelf V V V

Tot nu toe zijn de beschikbare budgetten toereikend geweest voor de aanvragen. En werkgevers kunnen het hele jaar door een aanvraag indienen, en er is geen sprake van een loterij. Ook worden zij aan de voorkant bij de aanvraag bijgestaan door adviseurs. Het is daarom aannemelijk dat werkgevers niet worden afgeschrikt door het risico op afwijzing van de subsidieaanvraag. En bij een goedgekeurde aanvraag voor de Upgrade Jezelf regeling wordt het aangevraagde bedrag volledig bevoorschot.46 Dat maakt dat bedrijven geen onzekerheid hebben over de snelheid van de betaling. Verder is het ook mogelijk voor werkgevers om de cofinanciering in natura te leveren of te regelen via O&O fondsen; ook dat maakt dat de regeling goed aansluit bij het mkb waar cofinanciering vanuit de eigen middelen lastig kan zijn door beperkte budgetten.47

46

Zie Artikel 0.12 in de Algemene Subsidieverordening Zwolle: Gemeenteblad 2022, 580131 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

47

Zie de vraag “Wat mag ik laten meetellen als cofinanciering” op de site van Upgrade Jezelf: Upgrade Jezelf – Meest gestelde vragen

42

Dit rapport doet verslag van onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Rekenkamercommissie Zwolle.

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij SEOR BV. Het gebruik van het materiaal in dit rapport is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldiging en/of openbaarmaking in welke vorm dan ook is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van SEOR BV.

Het onderzoek is uitgevoerd door SEOR BV.

Dit rapport is een uitgave van SEOR BV, Marconistraat 16, 3029 AK Rotterdam.

www.seor.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5b02aec4-d356-4758-8785-b21c50ed47f5