CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, Berkummerbroekweg 24_26_vastgesteld_1

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 4 oktober 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/2625.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

3.2

Archeologie

3.2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in een zone met een archeologische waardering van 10%. De Archeologische Waarderingskaart deelt de gebieden op in 0%, 10%, 50% 90% en 100%. De waarden zijn toegedeeld op basis van verschillende bronnen, zoals informatie van waarnemingen, amateur archeologen, de geomorfologische kaart, oudste kadastrale minuut, Centraal Archeologisch Archief (CAA) en waarnemingen uit veldwerk. Een gebied dat is aangeduid met 0% wordt gezien als een archeologisch leeg of verstoord gebied. Het kan gebaseerd zijn op archeologisch onderzoek dat er al is verricht of door andere secundaire analyses. In een 0% gebied zijn er geen consequenties verbonden aan eventuele grond verstorende werkzaamheden. De archeologische waarden zijn onbekend indien een gebied is aangeduid met 10%. Er wordt in dit geval wel een lage verwachting geschat op basis van geomorfologische kenmerken, maar er is wel mogelijkheid op archeologische sporen. Vaak wordt er in dit geval een inventariserend proefonderzoek aanbevolen. Omdat 10% in principe geldt als archeologievrij, worden de kosten bij dergelijk onderzoek niet aan de veroorzaker toegerekend. Een gebied dat is aangeduid met 50% is archeologisch waardevol en heeft een hoge verwachting. Vaak liggen deze gebieden op dekzandruggen of rivierduinen, waardoor de kans op prehistorie, middeleeuwen of archeologische sporen 1:2 is.

Een gebied met een 90% waardering is erg waardevol en de kans op vondsten is bijna 100%. Vaak is dit gebaseerd op kennis van een site in de nabije omgeving of door een bureaustudie. Het is noodzakelijk om het terrein op te graven. Dit laatste is ook het geval voor de gebieden met een 100% waardering. Dit zijn de archeologische toplocaties waarbij met 100% zekerheid te stellen is dat er archeologische resten liggen. 3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het gebied kan worden vrijgegeven van archeologisch onderzoek, met de nadrukkelijke voorwaarde (op grond van artikel 5.10 uit de Erfgoedwet) dat archeologische toevalsvondsten worden gemeld bij Team Erfgoed van de Gemeente Zwolle.

3.3

Verkeer

3.3.1

Huidige situatie

Het plangebied wordt ontsloten via de Berkummerbroekweg. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Gelet op het zeer geringe aantal verkeersbewegingen (circa 10 vervoersbewegingen met bestelbusje per jaar en gemiddeld circa 5 overige transporten per jaar) heeft dit geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling op de Berkummerbroekweg.

30/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

3.4

Natuur

3.4.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Berkummerbroekweg nabij nummer 26 te Zwolle (bedrijventerrein Hessenpoort. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1,5 ha en is momenteel in gebruik als weiland. De werkzaamheden ten behoeve van de bouw van de nieuwe voorraadloods vinden plaats in grasland. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is een natuurtoets soortenbescherming uitgevoerd. Deze is als Bijlage 2 bijgevoegd (Kroezen E. (2020). Ecologisch onderzoek (Natuurtoets). Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26. Projectnummer 459543 (Anteagroep). 3.4.2.1 Natuurbescherming Natura 2000 Het Natura-2000 gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is gelegen op circa 1 km ten zuidwesten van het werkterrein. Gezien deze afstand tot het plangebied kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Natuurnetwek Nederland De planlocatie ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de ruime afstand en tussenliggende barrières zijn negatieve effecten op het NNN en natuur buiten het NNN (weidevogel- en ganzenrustgebieden) uitgesloten. Vervolgstappen in het kader van het NNN zijn niet aan de orde.

3.4.2.2 Soortenbescherming Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Deze zijn er niet in het plangebied. Ook zijn er geen essentiële vliegroutes voor vleermuizen door het plangebied. Het plangebied kan wel in gebruik zijn als foerageergebied voor vleermuizen. Doordat er voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is in de nabije omgeving, wordt dit beoordeeld als niet essentieel.

Vogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd en wanneer concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. De omgeving van het plangebied en het plangebied zelf blijkt geschikt voor algemene broedvogels in de watergangen en in het grasland. Overige soorten In het plangebied zijn geen beschermde planten, amfibieën, overige zoogdieren, reptielen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten. Conclusie

31/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Het plangebied dient voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden voor (broed)vogels, indien men (deels) gedurende het broedseizoen wil gaan werken. Daarmee kunnen broedgevallen in bepaalde situaties voorkomen worden. Mocht het ongeschikt maken van het plangebied onmogelijk zijn, dan dient het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, dan worden locatie-specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Om verstoring van algemene broedvogels met zekerheid te voorkomen kan gekozen worden om te werken buiten het broedseizoen.

3.5

Water

3.5.1

Huidige situatie

3.5.1.1 Waterstructuur Het plangebied ligt in het afwateringsgebied (polder) van gemaal Streukelerzijl in Hasselt. Dit gemaal loost op het Zwarte Water. Rond het plangebied liggen diverse watergangen van het waterschap Drents Overijsselse Delta (zie onderstaande figuur).

3.5.1.2 Riolering Het plangebied ligt geen vuilwaterriolering

32/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

3.5.1.3 Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.5.2.1 Waterstructuur Onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. 3.5.2.2 Riolering De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Binnen het plangebied wordt daartoe minimaal een statische berging gecreëerd van 20 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. 3.5.2.3 Ontwateringsdiepte Onveranderd en opzichte van de huidige situatie. 3.5.2.4 Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). 3.5.2.5 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door Vecht, Zwarte Water en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden.

Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. 3.5.2.6 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten zuiden van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Water wet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van de Klimaateffectatlas wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,5 tot 2,0 meter (zie eerste afbeelding). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als diep.

33/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

3.5.2.7 Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl 3.5.2.8 Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is reactie gekomen dat belangen van het waterschap worden geraakt en de uitgebreide procedure doorlopen moet worden. Het waterschap heeft daarom een uitgangspunten notitie opgesteld, deze notitie is in Bijlage 3 (rapport van Nebest d.d.2 maart 2021) van de toelichting opgenomen.

3.6

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod.

34/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

3.6.1

Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Situatie plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een bedrijfsmatige bestemming (voorraadloods). Er is geen sprake van de realisatie van geluidsgevoelige objecten. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelig object is gelegen op een afstand van meer dan 200 meter aan de Hooislagen 5 te Dalfsen. Er is voldoende afstand tussen het plangebied en omliggende geluidgevoelige objecten, dit is nader gemotiveerd onder het kopje 'milieuzonering'.

De voorraadloods heeft een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking, naar schatting circa 10 vervoersbewegingen met een bestelbusje per jaar en gemiddeld circa 5 overige transporten per jaar. Geconcludeerd wordt derhalve dat geen sprake is van geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van toename van verkeer. Het plangebied is gelegen binnen twee geluidzones met betrekking tot industrielawaai. Het betreft de geluidzones vanwege bedrijventerrein Hessenpoort en het verdeel- en schakelstation Hessenpoort. Omdat geen sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object is toetsing aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk, de geluidzones vormen geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. 3.6.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van milieubelastende functies, zoals bedrijven, in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook dient er rekening te worden gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de in de omgeving aanwezige milieubelastende functies. Om dit in beeld te brengen wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Wanneer er voldoende ruimtelijke scheiding is, dan is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Situatie plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een bedrijfsmatige bestemming (voorraadloods). De voorraadloods is bedoeld om storingsvoorraad op te slaan. Deze voorraad bestaat uit reserve-onderdelen en (bouw)materialen zoals bouwhekken, verlichting, elektriciteitskabels, onderdelen van hoogspanningsmasten, noodstroomaggregaten en mobiele kranen die 24/7 in heel Nederland kunnen worden ingezet bij calamiteiten. Middels de VNG notitie Bedrijven en Milieuzonering kan de richtafstand c.q. benodigde ruimtelijke scheiding worden bepaald tussen bedrijven en milieugevoelige functies waarbij sprake is van een goede ruimtelijke 35/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

ordening. De voorraadloods is niet direct te herleiden naar een categorie die voorkomt in de VNG richtafstandenlijst, maar gelet op de aard van het gebruik en de voorraad is het aannemelijk dat het tenminste om een categorie 2 bedrijf gaat en ten hoogste om een categorie 3.1 bedrijf. De bijbehorende richtafstand in een rustig gebied bedraagt dus hooguit 50 meter. Het dichtstbijzijnde milieugevoelige object is gelegen op een afstand groter dan 200 meter. Er is dus sprake van voldoende ruimtelijke scheiding tussen de voorraadloods en nabij gelegen milieugevoelige objecten.

De naastgelegen nutsvoorzieningen en de voorraadloods kunnen vanuit het perspectief van bedrijven en milieuzonering naast elkaar plaatsvinden, omdat in beide gevallen alleen sprake is van bedrijven met een milieugevoelig gebruik.

Conclusie Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.6.3

Luchtkwaliteit

De belangrijkste wet- en regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. In deze paragraaf, ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit, is de basis gelegd voor een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL. Situatie plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een bedrijfsmatige bestemming (voorraadloods), er worden geen gevoelige objecten gerealiseerd. Toetsing aan de grenswaarden die zijn opgenomen in de Wet luchtkwaliteit is derhalve niet benodigd. Wel dient aangetoond te worden in hoeverre het plan bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Gelet op het besluit 'niet in betekende mate' (nibm) is in veel situaties niet snel sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit. Ter illustratie: projecten waar sprake is van minder dan 1.500 woningen of minder dan 100.000 m² brutovloeroppervlakte kantoorruimte zijn dragen per definitie niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Gezien de beperkte verkeersgeneratie die het plan met zich meebrengt (schatting circa 10 vervoersbewegingen met een bestelbusje per jaar en gemiddeld circa 5 overige transporten per jaar) kan derhalve aangenomen worden dat ook dit plan niet in betekende mate bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.6.4

Stikstofdepositie

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) op 29 mei 2019 is gebleken dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet mag dienen als toetsingskader voor het geven van toestemming voor activiteiten. In het voormalige PAS werd als “drempelwaarde” een bijdrage van 0,05 mol N/ha/jr gehanteerd. Als gevolg van de Raad van State uitspraak is deze drempelwaarde niet meer geldig. Wanneer de stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol N/ha/jr is op voorhand te stellen dat er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten en is geen natuurvergunning nodig. Situatie plangebied t.a.v. stikstofdepositie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek gedaan naar de te verwachten effecten van

36/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (Onderzoek stikstofdepositie, Antea Group, 459543, d.d. 22 februari 2021, zie bijlage Onderzoek stikstofdepositie ) Uit de AERIUS-berekening blijkt dat het extra verkeer dat van en naar de projectlocatie gaat rijden en de gebruikte werktuigen leidt tot een stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. Ten aanzien van projecten met een kleine, tijdelijke depositie is recent het volgende duidelijk geworden (bron: BIJ12): voor tijdelijke projecten met een geringe toename van de stikstofdepositie kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar over een periode van twee jaar in de aanlegfase (of een equivalent daarvan), kan er tegenwoordig, vanuit onder andere de spreiding van mobiele werktuigen, beredeneerd worden dat negatieve gevolgen op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. De gevolgde redeneerlijn (zie de tekst bij conclusies in de bijlage) heeft betrekking op mobiele werktuigen en ander materieel, die tijdelijk stikstofemissies veroorzaken. Het bevoegde gezag voor de Wet Natuurbescherming, Provincie Overijssel, heeft aan TenneT aangegeven bovenstaande door BIJ12 voorgestelde redeneerlijn te volgen en dat het aanvragen van een vergunning derhalve niet noodzakelijk is. De relatie met stikstofdepositie is hiermee voldoende uitgezocht.

Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie als gevolg van het project geen significant nadelig effect heeft op de natuur.

Conclusie Stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

3.6.5

Geur

Het plangebied is gelegen in agrarisch gebied. Er zijn agrarische bedrijven aanwezig in de directe omgeving. Aangezien het plangebied niet voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Het plan zelf voorziet ook niet in de realisatie van activiteiten die geurhinder veroorzaken op de omgeving. Voor een aanvullende toelichting zie het kopje 'bedrijven en milieuzonering'. 3.6.6

Bodemkwaliteit

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Situatie plangebied Door Antea Group is een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied (Milieukundig onderzoek, Antea Group, 459543, d.d. 2 april 2020, Milieukundig bodemonderzoek).

Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: 6. Tijdens het veldwerk zijn op zintuiglijke wijze geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging geconstateerd. De voormalige sloten op de locatie blijken te zijn gedempt met gebiedseigen grond. 7. In de bovengrond en de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. 8. Het grondwater bevat een licht verhoogde bariumconcentratie waarvoor een natuurlijke herkomst wordt verondersteld.

37/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

De hypothese dat de locatie niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging is door de onderzoeksresultaten bevestigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot verder onderzoek. Er is op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geen reden om de aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie te veronderstellen. Het uitgevoerde onderzoek en de conclusies zijn beoordeeld en akkoord bevonden door Gemeente Zwolle, zoals vastgelegd in een notitie met zaaknummer Z2020-00006707, d.d. 9 juni 2020. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.6.7

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en het Basisnet. Plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een bedrijfsmatige bestemming (voorraadloods). Dit is geen (beperkt) kwetsbaar object volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De loods zal gebruikt worden voor opslagdoeleinden. De opgeslagen goederen zijn niet van invloed op de veiligheid in de omgeving. Er zullen daarnaast niet of nauwelijks mensen aanwezig zijn. Op basis van de risicokaart blijkt dat in de omgeving wel risicobronnen aanwezig zijn. (Dit ter aanvulling op de informatie uit de aanmeldingsnotitie m.e.r. beoordeling van Antea d.d. 24 feb. 2021 ) Het spoor is gelegen op een afstand van ongeveer 360 meter afstand.

Omdat geen sprake is van de realisatie van een (beperkt) kwetsbaar object vormen deze risicobronnen geen belemmering. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.6.8

Kabels, leidingen en straalpaden

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

Binnen het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. Het plangebied is gelegen buiten straalpaden. Het plangebied ligt wel direct naast een hoogspanningsverdeelstation en is omgeven door hoogspanningsmasten en –kabels. Binnen het plangebied wordt echter geen gevoelige bestemming gerealiseerd. De aanwezigheid van de hoogspanningsverbindingen vormt derhalve geen belemmering voor het beoogde plan.

38/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

3.6.9

Niet gesprongen explosieven

In het kader van de ontwikkeling is een historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) verricht voor het plangebied (Vooronderzoek explosieven, Antea Group, kenmerk: 459543, d.d. 2 maart 2020, revisie 00 Bijlage 5) De conclusies van het onderzoek is dat de werklocatie niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. 3.6.10 Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Plangebied Onderhavig plan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. In de D-lijst bij het Besluit m.e.r. is bijvoorbeeld o.a. de volgende activiteit beschreven: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het realiseren van het opslaggebouw wordt gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Conclusie Door de initiatiefnemer is een aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aangeleverd (Aanmeldingsnotitie m.e.r. beoordeling, Nieuwbouw voorraadloods Berkummerbroekweg nabij nummer 26 te Zwolle, Project "Zeearend", Antea Group, 0459543.100, d.d. 24 februari 2021, Aanmeldnotitie merbeoordeling). De conclusie van de aanmeldnotitie is dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en dat het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan niet nodig is.

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 31 maart 2021 besloten dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan voor de realisatie van de bouw van een voorraadloods in het bovengenoemde plangebied vanwege ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.

3.7

Klimaat, energie en circulariteit (K.E.C.)

Klimaatadaptatie: Voor dit onderdeel wordt verwezen naar 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan Water .

39/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Energietransitie: De ontwikkeling wordt getoetst aan de ambitie van Zwolle om uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn, met als vertrekpunt de landelijke wet- en regelgeving voor de energieprestatie van gebouwen. Deze is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Hieruit voortvloeiend zijn er BENG-eisen waaraan moet worden voldaan (die weer opgenomen zijn in het Bouwbesluit). Andere regelgeving die voortkomt uit de EPBD, staat onder andere in het Besluit energieprestatie gebouwen (BEG) en de Regeling energieprestatie gebouwen (REG). Met de BENG (afkorting van Bijna Energieneutraal Gebouw) wordt de energieprestatie van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen bepaald. Bijna EnergieNeutraal Gebouw is een gebouw dat op jaarbasis gemiddeld even veel energie opwekt als wordt gebruikt voor `het gebouw` (verwarming, warm water, ventilatie, koeling en verlichting), maar niet meegerekend het energieverbruik van elektrische apparaten e.d. De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr). Daarmee wordt een goed bouwkundig ontwerp gewaardeerd. 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr).

Daarmee wordt de toepassing energiezuinige technieken, de installatietechnische maatregelen gewaardeerd. Dit gaat om ventilatie, warm tapwater en verwarming+koeling. Toepassing van zonnepanelen of andere hernieuwbare energiebronnen die aanwezig zijn, mag de opgewekte energie van het primair energiegebruik worden afgetrokken. 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). Te bepalen door de hoeveelheid hernieuwbare energie te delen door het totaal van hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik. De 3 BENG-eisen dienen allemaal te voldoen aan de grenswaarde. Zie hiervoor https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-501.html Vanwege de functie zal de energiebehoefte laag zijn. TenneT heeft zelf als doelstelling ten aanzien van energie het volgend vastgelegd: “We dragen niet alleen bij aan een verlaging van de algehele CO2-voetafdruk van Nederland en Duitsland door de energietransitie mogelijk te maken, maar we nemen ook maatregelen ter beperking of compensatie van de effecten van onze eigen activiteiten.” Wettelijk gezien kan TenneT door het maximaal benutten van zonnepanelen op dak en eigen terrein een bijdrage leveren om de eigen doelstelling te halen, waarmee ook de Zwolse doelstelling wordt gedient. De huidige wetgeving is op dit moment nog een beperking, omdat de netbeheerder zelf niet duurzaam opgewekte energie mag leveren aan het net.

Er wordt gewerkt aan verandering van de energiewet. De gemeente Zwolle en TenneT hebben de wens uitgesproken om mogelijkheden te creëren waarbij netbeheerders zoals TenneT op hun eigen assets (vastgoed, terrein inrichting) wel energie op te wekken en het deel wat niet ter plekke wordt benut op het net te leveren. TenneT gaat bij de bouw rekening houden dat het dak en terrein kunnen worden benut voor plaatsing van zonnepanelen.

Circulariteit: Cradle to Cradle Bij de materiaalkeuze is de geschiktheid voor hergebruik leidend (C2C). Onderdelen moeten zo worden samengesteld dat deze bij sloop door demontage kunnen worden gescheiden voor hergebruik. Bij de 40/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

materiaalkeuze moet indien voorhanden de voorkeur worden gegeven aan een materiaal met een C2C certificaat. De opdrachtnemer moet ook van alle toegepaste bouwkundig/civiele materialen een 'Raw material passport' opleveren. Registratie van materialen conform het TenneT raw material passport (CSR TenneT).

41/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Inrichtingsplan; Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels;

42/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Voor de meeste functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'overige bouwwerken'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. overige bouwwerken'dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven.. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn.

Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Algemene procedureregels. 4.

Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.

43/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.

Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen).

Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. Het betreft in dit plan: Artikel 7 Leiding - Hoogspanningsverbinding; Dubbelbestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel; Artikel 9 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1; Artikel 10 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 2; Artikel 11 Algemene afwijkingsregels; Artikel 12 Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

44/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: 1. Inrichtingsplan

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Uitgangspunten: De gebouwen dienen in het bouwvlak te worden gerealiseerd. Het bebouwingspercentage en de bouwhoogte zijn op de verbeelding aangeven. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mogen maximaal 2,50 meter bedragen in afwijking van de standaard hoogte van 2 meter. De te realiseren betonnen wand mag een een bouwhoogte van 5,50 hebben. Deze locatie is door middel van de aanduiding tuinmuur opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding voorwaardelijke verplichting is bepaald dat binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning van de voorraadloods de gronden landschappelijk worden ingericht en ingericht blijven overeenkomstig het inrichtingsplan dat als Bijlage 1 aan de regels is opgenomen. Nutsgebouwtjes met een oppervlakte van minder dan 15 m² en een hoogte van minder dan 3 meter zijn vergunningvrije bouwwerken. In de regels werd er daarom tot nu toe al geen rekening mee gehouden. In het kader van de deregulering worden openbare nutsvoorzieningen tot een oppervlakte van 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter in de groen en verkeersbestemmingen toegestaan. Nutsgebouwen met een oppervlakte van meer dan 50 m² worden specifiek op de plankaart aangegeven.

Deze bestemming wordt ook op de plankaart aangegeven op plaatsen waar bestaande kleinere nutsgebouwtjes tot meer dan 50 m² moeten kunnen worden uitgebreid. Artikel 5 Groen Uitgangspunten: Het structuurgroen langs het plangebied is bestemd tot 'Groen'. In de bestemming Groen zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van kan worden afgeweken. Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.

45/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Artikel 6 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de ontsluitingen van het terrein op de Berkummerbroekweg. Binnen deze bestemming mogen ook gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.

Artikel 7 Leiding - Hoogspanningsverbinding De mede tot 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn bedoeld voor de instandhouding en het beheer van de aanwezige bovengrondse hoogspanningsleiding in het plangebied. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 65 meter

4.4

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1 Het bedrijventerrein Hessenpoortis een gezoneerd bedrijventerrein, omdat op dit industrieterrein geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn toegestaan. In dit artikel is deze geluidzone opgenomen. Dit artikel regelt behalve de daar voorkomende bestemmingen, ook het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen vanwege het industrieterrein Hessenpoort

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 2 Aan de oostzijde van de spoorweg Zwolle-Meppel is een trafostation gelegen. Deze heeft eveneens een geluidzone.

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

46/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Artikel 12 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.

4.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 15 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6

Bijlagen

Bijlage 1 Inrichtingsplan.

4.7

Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

47/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, (hierna “een aangewezen bouwplan”), in combinatie met een bestemmingsplan, wijzigingsplan, projectuitvoeringsbesluit of omgevingsvergunning is de afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatiewet) van toepassing. Dit houdt in dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst de kosten in de grondexploitatie anderszins verzekerd zijn en, indien noodzakelijk, er afspraken zijn gemaakt over een tijdvak, fasering en locatie-eisen. In het onderhavige bestemmingsplan is voorzien in een aangewezen bouwplan op de bij derden in eigendom zijnde percelen kadastraal bekend gemeente Zwolle, sectie X nummers 162 (ged.) en 373 (ged.). Ten aanzien van de voornoemde percelen is een anterieure overeenkomst gesloten. Middels deze anterieure overeenkomst zijn de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd. De overeenkomst is overeenkomstig artikel 6.24 Wro en artikel 6.2.12 Bro gepubliceerd en ter inzage gelegd. Bij vaststelling van het bestemmingsplan is de gemeenteraad, op grond van de anterieure overeenkomst, geadviseerd geen exploitatieplan vast te stellen.

Op basis van het bovenstaand wordt het bestemmingsplan geacht economisch uitvoerbaar te zijn.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Overleg met de buurt

Door Tennet is een communicatieplan opgesteld. Deze is als bijlage 8 toegevoegd. Hierin is een communicatiekalender opgenomen. In juli 2020 zijn de omwonenden, eigenaren, pachters en overige stakeholders ( waaronder ondernemers verenigingen, gemeente Dalfsen) door middel van een brief geïnformeerd over de plannen met de mogelijkheid om vragen te stellen. Op deze brief zijn geen reacties gekomen. In maart 2021 is een webpagina gemaakt om een ieder te informeren oer de nut en noodzaak van de voorraadloods. Als het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage wordt gelegd, zullen de omwonenden, eigenaren, pachters en overige stakeholders hierover per brief worden geïnformeerd. 5.2.2

Uitkomsten overleg

Conform artikel 3.1.1. Bro is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de hieronder opgenomen overlegpartners: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Provincie; Waterschap Drents Overijsselse Delta; Veiligheidsregio Gemeente Dalfsen Ondernemersvereniging Hessenpoort Wijkvereniging De Marsen

Onderstaand zijn de ontvangen reacties weergegeven en daar waar nodig voorzien van een reactie.

48/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Provincie Overijssel Het bestemmingsplan past in hun ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook geen ruimtelijke belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Reactie gemeente Van de reactie dat het bestemmingsplan past in het ruimtelijk beleid wordt met instemming kennis genomen.

Waterschap Drents Overijsselse Delta Het bestemmingsplan is inhoudelijk akkoord. Reactie gemeente Van deze reactie wordt met instemming kennis genomen.

Veiligheidsregio IJsselland Er wordt geadviseerd om: 1. de te bouwen loods te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Bij een incident op het spoor waarbij een giftige wolk ontstaat kunnen eventuele aanwezigen veilig binnen schuilen; 2. de te bouwen loods te laten voorzien van een toegang/vluchtroute die van het spoor af gericht is. Zo kunnen eventuele aanwezigen bij een (dreigend) incident op het spoor veilig vluchten; Reactie gemeente Aan Tennet is verzocht dit mee te nemen in de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de loods. De adviezen zullen worden ovegenomen. 3. de toekomstige gebruikers van de loods voor te lichten over de risico die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen. Reactie gemeente Aan Tennet is verzocht de gebruikers hierover in te lichten. Verder wordt verzocht een aantal tekstuele aanpassingen in het bestemmingsplan op te nemen. Reactie gemeente Deze opmerkingen zullen worden verwerkt in het bestemmingsplan.

Ondernemersvereniging Hessenpoort Er bestaan geen bezwaar tegen de bouw van de voorraadsloods. Reactie gemeente Van deze reactie wordt met instemming kennis genomen.

49/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

50/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

51/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Bijlage 1 Onderzoek stikstofdepositie

52/359

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle

projectnummer 459543 definitief 22 februari 2021

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle

projectnummer 459543 documentnummer 459543-ND-001 definitief revisie 03 22 februari 2021

Auteur J.S. Hullegie I.R. Sedee

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

datum vrijgave 22-2-2021

beschrijving revisie 03 definitief

goedkeuring J.A. Kruse

vrijgave R.S. Raap

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2

Aanleiding Leeswijzer

1 2

2

Wettelijk Kader

3

2.1 2.2

PAS vernietigd Nieuwe beleidsregels, nog veel onduidelijk

3 3

3

Uitgangspunten berekening

5

3.1 3.2

Verkeer van en naar locatie Mobiele werktuigen

5 5

4

Resultaten

8

4.1 4.2

Resultaten Conclusie

8 8

Bijlage 1: Uitwerking stikstofdepositie berekeningen Bijlage 2: AERIUS Berekening

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van TenneT is door Antea Group een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd voor de bouw van een loods op een stuk grasland nabij het 380kV-station aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle in de provincie Overijsel. Uit de natuurtoets is naar voren gekomen dat significante gevolgen op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie, op voorhand, niet kunnen worden uitgesloten.1 Zodoende is inzicht in de mogelijke effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden noodzakelijk. In Figuur 1 is de ligging van de projectlocatie weergegeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Uiterwaarden, Zwarte Water en Vecht is gelegen op 1,2 km afstand.

Locatie

Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Figuur 1: Ligging van de projectlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator).

Ten behoeve van de werkzaamheden zullen tijdelijk mobiele werktuigen, vrachtwagens en personenvoertuigen worden ingezet. Deze activiteiten leiden tot een emissie van stikstofoxiden (NOx) en/of ammoniak (NH3). In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het project leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2020). In dit rapport zijn de gehanteerde uitgangspunten voor en de resultaten van deze berekeningen beschreven.

1

Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26, documentnummer 459543-NT-001, revisie 01, d.d. 2 april 2020, Antea Group.

Blad 1 van 8

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.

1.2

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de voorgenomen activiteiten en bijbehorende stikstofemissies. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten en de conclusies.

Blad 2 van 8

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk Kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming. Per gebied zijn voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied.

2.1

PAS vernietigd Op 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) met bijbehorende wetgeving vastgesteld en in werking getreden. Hierdoor werd de vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het aspect stikstof vereenvoudigd. In het PAS werkten overheden en maatschappelijke partners samen om de stikstofuitstoot te verminderen en daarmee ook economische ontwikkelingen mogelijk te maken. Door middel van brongerichte maatregelen werd een (extra) daling van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden beoogd. Een deel van de daling van de stikstofdepositie kwam beschikbaar als depositieruimte voor economische ontwikkelingen. Het overige deel kwam ten goede aan de natuur waardoor gewaarborgd werd dat de Natura 2000-doelen worden gehaald. Op 29 mei 2019 ontstond als gevolg van een uitspraak van de Raad van State jurisprudentie rond de systematiek van passend beoordelen in het kader van het PAS. Kortheidshalve is het PAS, door de uitspraak van de RvS, vernietigd. Hiermee is het beoordelingsregime zoals van toepassing ten tijde van het PAS niet meer van toepassing.

2.2

Nieuwe beleidsregels, nog veel onduidelijk Dien ten gevolge dient vanaf 29 mei 2019 voor ieder plan of project te worden beoordeeld of het plan en project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. In de situatie dat dit op voorhand niet kan worden uitgesloten is er sprake van een vergunningplicht. Vervolgens kan voor het plan of project enkel toestemming worden verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat als gevolg van de voorgenomen activiteiten, geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied en of de betreffende instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden gebracht. Om vergunningverlening weer mogelijk te maken voor projecten waarbij er mogelijk sprake is van verslechterende of significante verstorende effecten op Natura 2000-gebieden hebben de provincies op 26 juni 2020 nieuwe beleidsregels vastgesteld. Deze beleidsregels geven samengevat aan dat een toename van stikstofdepositie, onder voorwaarden, kan worden gesaldeerd met afnamen van stikstofdepositie binnen of buiten het project (het zogenaamde intern en extern salderen). Op deze wijze kan voor het onderdeel stikstofdepositie een situatie worden bereikt waarbij uit de passende beoordeling volgt dat er geen sprake is van aantasting

Blad 3 van 8

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.

van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000- gebied en of de betreffende instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden gebracht. Voor wat betreft extern salderen wordt opgemerkt dat rekening gehouden dient te worden met afromen (70% van de over te nemen stikstofdepositie mag worden gebruikt). Voor extern salderen volgen op een later tijdstip specifieke regels.

Blad 4 van 8

Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.

3

Uitgangspunten berekening Met dit onderzoek wordt onderzocht of de tijdelijke werkzaamheden een stikstofdepositie kennen in omringende Natura 2000-gebieden zodat significante gevolgen eventueel kunnen worden uitgesloten. Om dit te bepalen wordt de emissie van de werkzaamheden gemodelleerd in AERIUS Calculator (versie 2020). Gerekend is met het jaar 2021, het eerst mogelijke jaar van uitvoering. Voor het project is de realisatiefase maatgevend. In de gebruiksfase zijn slechts zeer beperkte voertuigbewegingen te verwachten (gemiddeld ca. 10 vervoersbewegingen met een bestelbus en gemiddeld ca. 5 overige transporten per jaar). Er is derhalve alleen voor de maatgevende aanlegfase een berekening uitgevoerd. In de onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten voor de berekeningen toegelicht.

3.1

Verkeer van en naar locatie Van en naar de inrichting zullen transportbewegingen plaatsvinden, voor personeel en materiaal/materieel. De voertuigbewegingen (voor het gehele project) zijn aangeleverd door de opdrachtgever en in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 3.1: Uitgangspunten vervoersbewegingen van en naar de locatie Categorie Aantal voertuigenbewegingen [-]

[per jaar]

Licht verkeer

540

Middelzwaar vrachtverkeer

216

Zwaar vrachtverkeer

144

Deze bewegingen zijn in het model meegenomen als lijnbronnen tot opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Als uitgangspunt is aangenomen dat het verkeer via De Bese richting de N758 rijdt, en vanaf de laatstgenoemde weg is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

3.2

Mobiele werktuigen Ten behoeve van de werkzaamheden zullen werktuigen ingezet worden. Bij de werkzaamheden worden de volgende werktuigen ingezet:  Hijskraan  Graafmachine  Betonpomp  Heistelling  Bulldozer  Vrachtwagen (laden en lossen) In AERIUS worden verschillende NOx- en NH3-emissiefactoren voor verschillende mobiele werktuigen gegeven. De emissiefactoren zijn in gram/kWh en gelden voor belast draaien van de motor. Voor stationair draaien (onbelast) gelden andere NOx-en NH3-emissiefactoren. Deze zijn niet uitgesplitst per mobiel werktuigen, maar gelden voor een bepaalde vermogen categorie en STAGE-klasse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5ece8004-9733-4bf8-b92e-2aa74a5daad0