Buitengebied, Berkummerbroekweg 24_26_vastgesteld_1
Tekst van het document
Blad 5 van 8
Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.
De NOx- en NH3-emissies van de mobiele werktuigen zijn handmatig berekend en ingevoerd in AERIUS in de ‘eigen specificatie’ optie binnen de bronsector ‘Mobiele werktuigen’. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren en lastfactoren van het TNO Excelbestand2. De emissies bij belasting en stationair draaien worden berekend met behulp van de volgende formules3: EMW = V * Be * G * EFW / 1.000 EMW V Be
= = =
G EFW
= =
Emissie bij belasting [kg/jaar] Volle vermogen van het mobiele werktuig [kW] Fractie van het volle vermogen van het mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt tijdens belasting Aantal uren dat het mobiele werktuig wordt gebruikt [uren/jaar] Emissiefactor tijdens belast draaien [gram/kWh]
ES = TS * EFS_Cl * Cl / 1.000 ES TS EFS_Cl Cl
= = = =
Emissie als gevolg van stationair draaien [kg/jaar] Tijdsduur dat het mobiele werktuig stationair draait [uren/jaar] Emissiefactor tijdens stationair draaien per cilinderinhoud [g/liter cilinderinhoud/uur] Cilinderinhoud van het mobiele werktuig (vermogen / 204) [liter]
Voor de verdeling van de uren van het werktuig over belast en stationair draaien wordt respectievelijk 70% en 30% aangehouden4, met uitzondering van de vrachtwagens waar één emissiefactor wordt aangehouden voor laden en lossen (1 g/kWh). In de navolgende tabel is de emissie per mobiel werktuig gegeven. Een uitwerking van de berekening van de emissie is weergegeven in bijlage 1. Tabel 3.2: Emissie NOx en NH3 van mobiele werktuigen Werktuig
Emissie NOx
Emissie NH3
[kg/jaar]
[kg/jaar]
Hijskraan
14,73
0,03
Graafmachine
2,15
0,01
Graafmachine
2,15
0,01
Graafmachine
25,82
0,06
Betonpomp
12,19
0,03
Heistelling
23,04
0,01
Bulldozer
4,21
0,00
Vrachtwagen (laden en lossen)
6,24
0,02
Totaal
90,53
0,16
2
https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klasse-categorie%C3%ABn/15-10-2020
3
https://www.aerius.nl/nl/factsheets/emissieberekening-mobiele-werktuigen/15-10-2020
4
Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020
Blad 6 van 8
Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.
De emissie is in AERIUS gemodelleerd met behulp van de sector mobiele werktuigen, subsector bouw en industrie, waarbij de standaardbronkenmerken zoals uitstoothoogte en warmte-inhoud zijn aangehouden. De emissie is gemodelleerd middels een vlakbron op de locatie van de werkzaamheden.
Blad 7 van 8
Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.
4
Resultaten Op basis van de in het voorgaande hoofdstuk besproken uitgangspunten zijn met AERIUS Calculator (versie 2020) berekeningen uitgevoerd. Met deze berekening is de stikstofdepositie als gevolg van het plan bepaald. Deze berekeningen zijn uitgevoerd voor het jaar 2021. De berekening voor dit project is in een PDF bij deze rapportage meegeleverd.
4.1
Resultaten Met behulp van AERIUS-Calculator is de mogelijke stikstofdepositie bepaald. Uit de berekening blijkt dat de werkzaamheden leiden tot een stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar. Deze depositie vindt plaats op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Bijbehorend dit rapport hoort een AERIUS bestand met het volgende kenmerk: Rikzgke2TZao
4.2
Conclusie Uit de berekening van het project blijkt dat het extra verkeer dat van en naar de projectlocatie gaat rijden en de gebruikte werktuigen leidt tot een stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. Ten aanzien van projecten met een kleine, tijdelijke depositie heeft BIJ12 haar site recentelijk geüpdatet (Bron: www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/veelgestelde-vragen/, Vergunningen, 10 Is een project met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase vergunningplichtig?). Voor tijdelijke projecten met een geringe toename van de stikstofdepositie kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar over een periode van twee jaar in de aanlegfase (of een equivalent daarvan), kan er tegenwoordig, vanuit onder andere de spreiding van mobiele werktuigen, beredeneerd worden dat negatieve gevolgen op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. De bovenstaande redeneerlijn heeft betrekking op mobiele werktuigen en ander materieel, die tijdelijk stikstofemissies veroorzaken. Dit materieel wordt, verspreid over Nederland, telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. De emissies van dit materieel vormen daardoor bestaande emissiebronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie.
Dit materieel veroorzaakt, ten opzichte van de totale achtergronddepositie, een minieme deken die, voor wat betreft de ruimtelijke verdeling, vrijwel constant is. De emissie veroorzaakt door dit materieel is bovendien in de loop van de tijd steeds lager geworden door het schoner worden van motoren en het toepassen van emissie reducerende technieken. Het bevoegde gezag voor de Wet Natuurbescherming, Provincie Overijssel, heeft aan TenneT aangegeven bovenstaande door BIJ12 voorgestelde redeneerlijn te volgen en dat het aanvragen van een vergunning derhalve niet noodzakelijk is. Antea Group Heerenveen februari 2021
Blad 8 van 8
Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.
Bijlage
Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.
Bijlage 1: Uitwerking stikstofdepositie berekeningen
Emissies mobiele werktuigen Brandstof
Werktuig
Stage-klassse
diesel diesel diesel diesel diesel diesel diesel diesel Totaal
hijskraan graafmachine graafmachine graafmachine betonpomp heistelling bulldozer vrachtwagen (laden en lossen)
STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IIIa STAGE IIIa STAGE IV
Lastfactor
Emissiefactor NOx (belast)
Emissiefactor NH3 (belast)
Emissiefactor NOx (onbelast)
Emissiefactor NH3 (onbelast)
Emissie NOx
Emissie NH3
[uur]
[-]
[g/kWu]
[g/kWu]
[g/l/uur]
[g/l/uur]
[kg/jaar]
[kg/jaar]
69,6 12,0 12,0 144,0 28,8 12,0 12,0 0,0
0,69 0,69 0,69 0,69 0,69 0,69 0,55 0,69
1,00 0,80 0,80 0,80 1,00 5,50 4,00 1,00
0,0029 0,0025 0,0025 0,0025 0,0028 0,0028 0,0030 0,0028
10,00 10,00 10,00 10,00 10,00 14,20 14,20 10,00
0,0031 0,0031 0,0031 0,0031 0,0031 0,0033 0,0033 0,0031
14,73 2,15 2,15 25,82 12,19 23,04 4,21 6,24 90,54
0,03 0,01 0,01 0,06 0,03 0,01 0,00 0,02 0,16
Draaiuren belast
Draaiuren onbelast
[kW]
[uur]
100 100 100 100 200 200 60 300
162,4 28,0 28,0 336,0 67,2 28,0 28,0 30,0
Vermogen
Blad 1 van 1
Onderzoek stikstofdepositie opslagloods aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle projectnummer 459543 22 februari 2021 revisie 03 TenneT TSO B.V.
Bijlage 2: AERIUS Berekening Kenmerk: Rikzgke2TZao
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 1/8
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
-
-, - -
Omschrijving
AERIUS kenmerk
-
Rikzgke2TZao
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
16 februari 2021, 12:05
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
93,17 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht
0,01
stikstofdepositie onderzoek
Situatie 1
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 2/8
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
90,53 kg/j
Wegverkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
2,64 kg/j
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 3/8
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht
0,01
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 4/8
Resultaten
Resultaten per habitattype
Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Habitattype
Hoogste bijdrage
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
-
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,01
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 5/8
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Mobiele werktuigen 209545, 505140 90,53 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Hijskraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
14,73 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
25,82 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonpomp
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
12,19 kg/j < 1 kg/j
AFW
Heistelling
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
23,04 kg/j < 1 kg/j
AFW
Bulldozer
4,0
4,0
0,0 NOx
4,21 kg/j
AFW
Laden/lossen
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
6,24 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,15 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,15 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 6/8
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Wegverkeer 209837, 505819 2,64 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
540,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
216,0 / jaar NOx NH3
1,16 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
144,0 / jaar NOx NH3
1,18 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 7/8
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rikzgke2TZao (16 februari 2021) pagina 8/8
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN E. jeroen.kruse@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26
Bijlage 2 Ecologisch onderzoek
77/359
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 Toetsing Wet natuurbescherming en NNN
projectnummer 459543 definitief revisie 01 2 april 2020
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
5 6 6
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
7
2.1 2.2 2.3
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming
7 7 8
3
Methodiek
10
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
10 10 11 11
4
Resultaten
12
4.1 4.2 4.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Beschermde gebieden
12 13 17
5
Toetsing
19
5.1 5.2
Effectbepaling plan Effecten op beschermde gebieden
19 20
6
Bronnen
21
Bijlage 1: Wettelijk kader
2
Blad 1 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Conclusies en advies In opdracht van TenneT is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd voor de bouw van een loods op een stuk grasland nabij het 380kV-station aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle in de provincie Overijsel. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat de ingrepen niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.
Conclusies: Beschermde gebieden De plangebieden zijn niet gelegen in een NNN-gebied of Natura 2000-gebied. Wel zijn in de omgeving van het plangebied beschermde gebieden aanwezig. Natura 2000 Uit de bureaustudie blijkt dat Natura-2000 gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, gelegen is op circa 1 km ten zuidwesten van het werkterrein. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. De Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is een stikstofgevoelig gebied. Effecten ten gevolge van vermesting en verzuring door stikstofdepositie via de lucht op N2000-gebieden kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, aangezien deze over grote afstand plaats kunnen vinden. Daarom is het uitvoeren van een AERIUS-berekening noodzakelijk. NNN Het plangebied is niet gelegen in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt 900 meter ten zuiden van het plangebied. Dit gebied is gemarkeerd als bestaande natuur en het bestaat uit de rivier de Vecht en oeverzones met enkele bosschages. Er worden geen negatieve effecten op dit NNN-gebied verwacht vanwege de kleinschaligheid van de ingreep. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja.
Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
AERIUS-berekening benodigd van stikstofdepositie. Geen overige effecten. Ja. Nog nader te bepalen na AERIUS-berekening
Blad 2 van 21
NNN Nee Nee Nee. Ja.
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen aanwezig); Algemene soorten amfibieën en vissen (in de watergangen). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Algemene broedvogels
Essentieel leefgebied in plangebied?
Ja, nestgelegenheid aanwezig graslanden, bosschages en oevers.
Is er sprake van een overtreding?
Nee, indien er mitigerende maatregelen worden toegepast. Alternatief: voorafgaand aan werkzaamheden controleren op broedvogels en/óf werken buiten broedseizoen. Zie paragraaf 5.1.1 voor werkwijze
Is een ontheffing noodzakelijk
Nee
Is het plan uitvoerbaar?
Ja, indien het de plangebieden voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden voor broedvogels. Indien het ongeschikt maken niet mogelijk is dient een ecologische vrijgave plaats te vinden waarbij mogelijk locatie-specifieke maatregelen getroffen kunnen worden om de werkzaamheden doorgang te laten vinden. Een tweede alternatief is de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. Zie paragraaf 5.1.1 voor werkwijze
Blad 3 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Algemene amfibieën en vissen
Mogelijk in de watergangen binnen het plangebied.
Nee
Nee
Ja, aangezien er geen werkzaamheden in de watergangen worden uitgevoerd.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Blad 4 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en planvoornemen In opdracht van TenneT is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd voor de bouw van een loods op een stuk grasland nabij het 380kV-station aan de Berkummerbroekweg 26 te Zwolle in de provincie Overijsel. In figuur 1.1 geeft de globale ligging van het werkterrein (rood omkaderd) aan. Werkzaamheden vinden plaats in grasland. Voor transport wordt er gebruikt gemaakt van bestaande wegen. Ten behoeve van de werkzaamheden zullen geen bomen gekapt worden of gebouwen worden gesloopt.
Figuur 1.1. Globale ligging het werkterrein (rood). (bron ESRI).
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven op de vraag of het plan uitvoerbaar is.
Blad 5 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
1.2
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoervaar is. De vraag of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.3
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 6 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.
Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
Blad 7 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.
Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.
2.3
Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland
1
https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden
Blad 8 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd. Aangezien er ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden geen houtopstanden worden gekapt wordt in onderhavige natuurtoets niet getoetst aan bovenstaand beleid.
Blad 9 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2015-2020 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (Verspreidingsatlas z.d.). Deze atlas maakt gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
Blad 10 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 11 februari 2020 is vanaf 9:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door Emily Kroezen, een deskundig ecoloog, bij regenachtig, zwaarbewolkt weer, windkracht 6 Bft en een temperatuur van circa 7 °C.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is en of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 11 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt in agrarisch gebied ten oosten van het industrieterrein Hessenpoort. De bouwlocatie voor de loods ligt ten noorden van het 380kV-staion aan de weg De Hooislagen. Ten westen van dit station ligt de spoorlijn tussen Zwolle en Leeuwarden. Langs de noordoosthoek bevinden zich twee bosschages welke grotendeels bestaan uit zomereik en zwarte hels. De bomen binnen deze bosschages zijn relatief jong. Er bevindt zich een lichte ondergroei van braam. Binnen het plangebied lopen drie watergangen met lichte oeverbegroeiing in de vorm van gras en pitrus. Tevens loopt er een weg door het plangebied richting het station. Het gebied zelf bestaat grotendeels uit grasland.
Figuur 4.1. Plangebied, grasland met bosschages.
Figuur 4.2. Bosschages.
Figuur 4.3. Watergang in het midden.
Figuur 4.4. Oostelijke watergang.
Blad 12 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Figuur 4.5. Westelijke watergang.
4.2
Figuur 4.6. Weg richting het station.
Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in de afgelopen 5 jaar diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV-onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 2,5km) die in de NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2015-2020).
Soortgroep
Vogels
Zoogdieren
Vissen Insecten Overige soortgroepen
Soort
JRB
X Boomvalk X Buizerd X Grote gele kwikstaart X Havik X Huismus X Roek X Slechtvalk X Sperwer Das Egel Otter Steenmarter Vleermuizen** Wolf Grote modderkruiper Beekrombout Geen waarnemingen
HR
A/B
X X X X X X X X
*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone grootoorvleermuis en laatvlieger.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie
Blad 13 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet. Tevens worden soorten die niet bekend aanwezig, maar mogelijk wel verwacht aanwezig, zijn toegevoegd.
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied.
Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) De bosschages rondom het plangebied zijn gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten van soorten als buizerd, ransuil, roek, etc. Deze bleken niet aanwezig te zijn. Gebouwen met geschikte daken voor soorten als huismus en gierzwaluw ontbreken binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Er zijn categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Er zijn geen gebouwen, stallen, nestkasten of bomen met holtes aanwezig in of nabij het plangebied welke kunnen duiden op broedgevallen van categorie 5 soorten. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) In de bosschages rondom het plangebied, de weides/graslanden en langs de watergangen kunnen algemene soorten als meerkoet, wilde eend kieviet, en merel tot broeden komen. Mogelijke consequenties van de ingreep op algemene broedvogels worden behandeld in hoofdstuk 5.
Vleermuizen Verblijf- en rustplaatsen Binnen en nabij het plangebied zijn geen gebouwen of bomen met holtes aanwezig welke geschikt zijn als vleermuisverblijfplaats. Er zijn tevens geen geschikte vliegroute elementen welke vleermuizen naar het gebied zouden kunnen leiden. Foerageer- en vliegroutes De bosschages langs het plangebied zijn niet verbonden met lijnvormige elementen en zijn daardoor ongeschikt als vleermuis-vliegrouteondersteuning. De watergangen binnen het plangebied zijn tevens ongeschikt hiervoor. Essentiele vliegroutes worden hierom niet verwacht. Het plangebied kan wel in gebruik zijn als foerageergebied, aangezien echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is in de nabije omgeving, wordt dit beoordeeld als niet essentieel.
Blad 14 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Zoogdieren Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2,5 kilometer tot het tracé diverse beschermde zoogdieren zijn waargenomen. Het gaat om das egel, otter, steenmarter en wolf. Das Dassenburchten zijn gelegen in bosranden, houtwallen, brede heggen, in hoog liggend terrein of op hellingen en altijd in de buurt van gras- en akkerland en water. De das geeft de voorkeur aan kleinschalige landschappen met akkers en weiden, afgewisseld met kleinschalige elementen die voldoende dekking bieden (Zoogdiervereniging, z.d.). De omgeving van het tracé heeft een zeer open karakter met slechts weinig bosschages van zeer kleine omvang. Het gebied is daarom ongeschikt voor een verblijfplaats van de das. De das wordt niet binnen het plangebied verwacht. Egel De egel komt in heel Nederland voor en is alleen niet vrijgesteld in de provincie Overijssel. Deze dieren leven in tuinen, bossen, en struwelen met voorkeur voor plekken met ondergroei (Zoogdiervereniging, z.d.). Egels komen mogelijk voor in de bosschages. Deze worden niet aangetast tijdens de werkzaamheden. De egel wordt niet binnen het plangebied verwacht.. Otter De otter leeft in oevers van allerlei zoete wateren, zolang er maar voldoende dekking van dichte vegetatie aanwezig is.
De verblijfplaatsen bevinden zich op de oever in dierlijke en kunstmatige holtes en tussen dichte oevervegetatie en bosschages. (Zoogdiervereniging, z.d.). De watergangen zijn te klein en bevatten onvoldoende oeverbegroeiing. De aanwezigheid van de otter in deze watergangen wordt daarom niet verwacht. De otter wordt niet binnen het plangebied verwacht. Steenmarter De steenmarter heeft een veel breder leefgebied dan de boommarter. De soort is, in tegenstelling tot de boommarter, een vrij typische cultuurvolger. Binnen het territorium heeft de soort soms wel tientallen rustplaatsen. Rustplaatsen kunnen zich op veel plaatsen bevinden, zowel in bebouwd gebied alsook in het buitengebied. Verblijfplaatsen of nesten bevinden zich bijvoorbeeld in holten of in openeningen tussen platen en stenen (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn geen sporen gevonden welke duiden op een steenmarter territorium binnen het plangebied. De steenmarter wordt niet binnen het plangebied verwacht. Overige kleine marterachtige Naast steenmarter kunnen in de omgeving van het plangebied ook andere kleine marterachtige aanwezig zijn zoals wezel, bunzing en hermelijn. In het plangebied zelf kunnen deze soorten foeragerend voorkomen echter als leefgebied hebben ze habitat nodig met veel beschutting zoals bosschages. Binnen het plangebied ontbreekt dit habitat type. Deze soorten worden niet verwacht.
Wolf De wolf is nabij het plangebied een keer waargenomen. Wolven vestigen zich nooit in agrarisch gebied. De bekende waarneming zal om een trekkend dier gaan. De wolf wordt niet binnen het plangebied verwacht.
Blad 15 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Amfibieën Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten amfibieën in of nabij het plangebied. Op basis van de bekende verspreiding en de aanwezige habitats worden deze ook niet verwacht. Wel kunnen er algemene soorten amfibieën aanwezig in de watergangen binnen het plangebied. Hiervoor geldt de zorgplicht.
Vissen In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van grote modderkruiper bekend. Deze soort leeft in ondiepe watergangen met een dikke modderlaag en rijk aan waterplanten (RAVON). De watergangen binnen het plangebied bevatten weinig tot geen waterplanten. Negatieve effecten op de grote modderkruiper worden dan ook niet verwacht. Wel kunnen er algemene soorten vis aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht.
Overige fauna en flora. Nabij het plangebied zijn waarnemingen van beekrombout bekend. Deze soort plant zicht voort in stomende watergangen met een zand of sliblaag (Vlinderstichting). De stilstaande watergangen binnen het plangebied zijn ongeschikt voor deze soort. Negatieve effecten op de beekrombout worden niet verwacht. Overige soorten beschermde insecten, reptielen, en flora kunnen door middel van de recente waarnemingen, bekende verspreiding en de aanwezige habitats worden uitgesloten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Beschermings Aanwezigheid Soort regime
Toelichting
Algemene broedvogels
Artikel 3.1
Waarschijnlijk
In de directe omgeving van de werkzaamheden is geschikt broedbiotoop voor weidevogels aanwezig.
Algemene amfibieën en vissen
Zorgplicht
Waarschijnlijk
In de watergangen.
Blad 16 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
4.3
Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied, Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, is gelegen op circa 1 km ten zuidwesten van het plangebied. Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is bevat meerdere stikstofgevoelige habitats namelijk: meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, stroomdalgraslanden, blauwgraslanden, ruigtes en zomen, glanshaver- en vossenstaarthooilanden, vochtige alluviale bossen en droge hardhoutooibossen. Negatieve effecten van de werkzaamheden op dit Natura 2000-gebied zijn niet uit te sluiten. Dit dient nader onderzocht te worden door middel van een AERIUSberekening.
UZWV Figuur 4.7 Ligging Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (UZWV) ten opzichte van het plangebied. (Esri)
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die behoren tot de NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van de NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het plangebied is niet gelegen in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt 900 meter ten zuiden van het plangebied. Dit gebied is gemarkeerd als bestaande natuur en het bestaat uit de rivier de Vecht en oeverzones met enkele bosschages. Er worden geen negatieve effecten op dit NNN-gebied verwacht vanwege de kleinschaligheid van de ingreep.
Blad 17 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Figuur 4.8 Ligging NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied Zeearend. (Esri)
Blad 18 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: Er zal machinaal worden gegraven in grasland, akkerland, wegbermen en schouwpaden langs sloten. Ten behoeve van de werkzaamheden worden geen bomen en/of bosschages gekapt en/of gebouwen gesloopt. Er komt een loods geplaatst op het bestaande grasperceel. Rondom wordt verharding aanlegd.
Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in de algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. De omgeving van het plangebied en het plangebied zelf blijkt geschikt voor algemene broedvogels in de watergangen en in het grasland. Het plangebied dient voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor (broed)vogels, indien men (deels) gedurende het broedseizoen wil gaan werken. Daarmee kunnen broedgevallen in bepaalde situaties voorkomen worden. Mocht het ongeschikt maken van het plangebied onmogelijk zijn dan dient het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, dan worden locatie-specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Om verstoring van algemene broedvogels me zekerheid te voorkomen kan gekozen worden om te werken buiten het broedseizoen.
Algemene soorten amfibieen en vissen In de watergangen binnen het plangebied zitten mogelijk algemene soorten amfibieën en vissen welke beschermd zijn onder de zorgplicht. Aangezien niet wordt gewerkt in de watergangen, is er geen negatief effect te verwachten op deze soorten.
Blad 19 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
5.2
Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat Natura-2000 gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, gelegen is op circa 1 km ten zuidwesten van het werkterrein. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. De Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is een stikstofgevoelig gebied. Er zal dus een AERIUSberekening uitgevoerd moeten worden om uit te sluiten dat de werkzaamheden een significante verhoging van de stikstofdepositie in het Natura-2000 gebied teweegbrengen.
Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Voor een NNN-gebied geldt dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet mogen worden aangetast. Als ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van een NNN-gebied gelden de omvang, de verbindende functie en de kwaliteit in de vorm van de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Omdat het werkterrein buiten NNN-gebieden ligt, is geen sprake van een effect op de omvang, de verbindende functie of de kwaliteit van NNN-gebieden.
Blad 20 van 21
Ecologisch onderzoek (Natuurtoets) Aanleg nieuwbouw opslagloods Zwolle, Berkummerbroekweg, nabij nummer 26 projectnummer 459543 2 april 2020 revisie 01 TenneT TSO B.V.
6
Bronnen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). Informatiepagina N-2000 gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Geraadpleegd van synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=5&id=n2k36 RAVON. Informatiepagina grote modderkuiper. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/grote-modderkruiper Vlinderstichting. Informatiepagina beekrombout. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen/overzicht-libellen/details-libel/beekrombout Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina steenmarter. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina egel. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/egel Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina das. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/das Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina otter. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/otter Overig: NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna)
Blad 21 van 21