CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, Berkummerbroekweg 24_26_vastgesteld_1

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 4 oktober 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/2625.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26 vastgesteld

nr. NL.IMRO.0193.BP20012-0004

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever ZWPP Opdrachtnemer ZWRP Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP20012-0004 Datum:

13 september 2021

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan

6 6 6 6

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.5 Groenbeleid 2.6 Waterbeleid 2.7 Milieubeleid

8 8 8 8 10 15 23 23 24 24 26

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Archeologie 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.3 Verkeer 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Natuur 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Water 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Milieu 3.6.1 Geluid 3.6.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.6.3 Luchtkwaliteit 3.6.4 Stikstofdepositie 3.6.5 Geur 3.6.6 Bodemkwaliteit 3.6.7 Externe veiligheid 3.6.8 Kabels, leidingen en straalpaden 3.6.9 Niet gesprongen explosieven 3.6.10 Besluit milieueffectrapportage 3.7 Klimaat, energie en circulariteit (K.E.C.)

29 29 29 29 30 30 30 30 30 30 31 31 31 32 32 33 34 35 35 36 36 37 37 38 38 39 39 39

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding

42 42

2/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Bijlagen Handboek

45 45 46 47 47 47

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten overleg

48 48 48 48 48

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

51

Bijlage 1

Onderzoek stikstofdepositie

52

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

77

Bijlage 3

Watertoets

114

Bijlage 4

Milieukundig bodemonderzoek

135

Bijlage 5

Onderzoek Niet Gesprongen Explosieven

229

Bijlage 6

Aanmeldnotitie merbeoordeling

291

Bijlage 7

Landschapsinpassingsplan

315

Bijlage 8

Communicatieplan

323

REGELS

329

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

330 330 335

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsvoorziening Bos Groen Verkeer Leiding - Hoogspanningsverbinding

337 337 339 341 343 345

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 2 Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

347 347 348 349 350 352 353

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

354 354 356

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

357

3/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Bijlage 1

Inrichtingsplan

358

4/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

TOELICHTING

5/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Er is door TenneT een verzoek ingediend voor de bouw van een voorraadloods. Ondanks al hun inspanningen om calamiteiten en stroomstoringen zoveel mogelijk te voorkomen kan dit nooit volledig worden uitgesloten. Om goed voorbereid te zijn op dit soort calamiteiten is het nodig dat TenneT over een storingsvoorraad beschikt. Deze voorraad bestaat uit reserve onderdelen en (bouw)materialen zoals bouwhekken, verlichting, elektriciteitskabels, onderdelen van hoogspanningsmasten, noodstroomaggregaten en mobiele kranen die 24/7 in heel Nederland kunnen worden ingezet bij calamiteiten. Het doel van deze voorraad is om de maatschappelijke impact van een grootschalige en langdurige stroomstoring zoveel mogelijk te beperken. De voorraad wordt in een hal geplaatst zodat de onderdelen bij een calamiteit snel inzetbaar zijn. Er is voor een locatie in Zwolle gekozen vanwege de ligging ten opzichte van bestaande hoogspanningsstations en - lijnen. De bouw van de loods is in strijd met het geldende bestemmingsplan Buitengebied, Haerst, Tolhuislanden Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen moet een bestemmingsplanherziening plaatsvinden.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Berkummerbroekweg 24 en 26 te Zwolle en omvat naast het bosperceel dat door middel van de pijl is aangegeven tevens de kavels ten zuiden en westen van het plangebied die in gebruik zijn als trafostation.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Bestemmingsplan Buitengebied, Haerst, Tolhuislanden Vastgesteld door de raad op 17 december 2012. De gewenste ontwikkeling is in strijd met dit bestemmingsplan, omdat een deel van de locatie de bestemming 'bos' heeft. Op deze gronden mag niet worden gebouwd.

6/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

7/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Inleiding

2.2

Ruimtelijk beleid

2.2.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Inleiding Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI.

8/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

2.2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt.

Daarnaast is de ladder van duurzaamheid er blijkens de nota van toelichting er gericht ongewenste leegstand te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. In het onderhavige bestemmingsplan wordt de bouw van een voorraadloods mogelijk gemaakt met een oppervlakte van circa 4.500 m² en is bedoeld om storingsvoorraad op te slaan. Deze voorraad bestaat uit reserve-onderdelen en (bouw)materialen zoals bouwhekken, verlichting, elektriciteitskabels, onderdelen van hoogspanningsmasten, noodstroomaggregaten en mobiele kranen die 24/7 (24 uur per dag en 7 dagen per week) in heel Nederland kunnen worden ingezet bij calamiteiten. Het doel van deze voorraad is om de maatschappelijke impact van een grootschalige en langdurige stroomstoring zoveel mogelijk te beperken. Er is voor een locatie in Zwolle gekozen vanwege de ligging ten opzichte van bestaande hoogspanningsstations en –lijnen. Gelet op de nota van toelichting en de strekking van de regeling die gericht is op het tegengaan van leegstand is, is de voorraadloods die in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Zie ook de uitspraken van de Afdeling Rechtspraak( hoogspanningsverbinding (uitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465 (Inpassingsplan DW380 oetinchem-Voorst)), een windturbinepark (uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:709 (Windpark Krammer)),en een transformatorstation (uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon). Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Er dient te worden getoetst of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening . Behoefte Zoals hiervoor is aangeven is het doel van de voorraadloods om de maatschappelijke impact van een grootschalige en langdurige stroomstoring zoveel mogelijk te beperken. De loods voorziet hiermee in een behoefte. Ruimtelijke inpassing De ontwikkeling kan, gelet op gestelde randvoorwaarden als aard en omvang, veiligheidseisen en bereikbaarheid zwaar materieel, niet worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is de locatie van de loods bewust in de nabijheid van het bestaande hoogspanningsstation geprojecteerd. De locatie is daarnaast gelegen aansluitend aan het bestaande transformatiestation.

Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.2 Provinciaal beleid.

In het bestemmingsplan wordt in de regels ( artikel 3.2.3) een voorwaardelijke verplichting opgenomen om

9/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

de bebouwing zorgvuldig in het landschap in te passen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Echter kan zondermeer gesteld worden dat voorzien wordt in een behoefte en dat het plangebied de geschikte locatie is om te voorzien in deze behoefte. 2.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Deze is op 3 maart 2021 geactualiseerd ( Actualisatie 2019/2020). Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.

Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.

Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en

10/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.

In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

11/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Uit voeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie/ Omgevingsverordening Overijssel 2017 ( laatst geactualiseerd op 3 maart 2021 Actualisatie Omgevingsverordeing 2019/2020) Indien het initiatief, wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generiek e beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes.

Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt het volgende opgemerkt. Er is sprake van een buitenstedelijke ontwikkeling De provinciale keuzes hierin zijn vertaald naar de omgevingsverordening. In dat verband zijn de volgende onderdelen uit de verordening van belang: Titel 2.1 Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit. Hier zijn artikelen opgenomen die in het algemeen van toepassing zijn op elke ontwikkeling zoals principe van concentratie, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door

12/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving lid 1 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing aan artikelen 2.1.3 en 2.1.6 Omgevingsverordening Conform het basisprincipe dat het toevoegen van nieuwe bebouwing de kwaliteit van het gebied aantast is gekeken of het verlies aan ruimtelijke kwaliteit gecompenseerd kan worden en deze ontwikkelruimte kan worden toegekend. Het betreft hier een (beperkte, geen grootschalige) uitbreiding van een gebiedsneutrale functie, die valt binnen de ruimtelijke contouren van de huidige installatie. Het gaat daarbij om een bijzondere voorziening van groot maatschappelijk nut. De ontwikkeling kan niet worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Volgens het KGO beleid (KwaliteitsImpuls Groene Omgeving ) vraagt dit een (basis)inpassing; een goede ruimtelijke inpassing en goede beeldkwaliteit van de uitbreiding. Hieraan is invulling gegeven met een landschappelijke inpassingsplan. (zie de bijlage Landschapsinpassingsplan) Daarin is zorgvuldig omgegaan met het spanningsveld tussen veiligheid van de locatie, versus de uitstraling van het geheel. In het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de voorgestelde inrichtingsmaatregelen op een goede manier te borgen. Er wordt zuinig omgegaan met de aanwezige ruimte en voor een groot deel wordt het terrein van de bestaande nutsvoorziening benut voor de nieuwbouw.

Er is (beperkt) sprake van meervoudig ruimtegebruik door het dak mede geschikt te maken voor de opwek van zonne-energie. De uitbreiding valt voor een beperkt gedeelte binnen de geldende bestemming Bos. Deze gronden zijn nu niet in gebruik als bos, maar zijn ingericht als grasland. Daarnaast is er wel bos aanwezig, maar die ligt deels binnen de bestemming Groen. Dit bestemmingsplan corrigeert de bestemmingsgrenzen t.a.v. het daadwerkelijk aanwezige bos.

13/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Ontwikkelingsperspectief Op de kaart ontwikkelingsperspectief wordt het perceel Berkummerbroekweg 26 T1 aangeduid als Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).

De geprojecteerde bebouwing sluit aan bij het bestaande transformatiestation en levert geen beperking op voor de landbouw. Bovendien wordt de toekomstige bebouwing ontsloten via de bestaande weginfrastructuur. Gebiedsk enmerken Op de Gebiedskenmerkenkaarten blijkt voor perceel dat de natuurlijke laag van het plangebied aangemerkt dient te worden als 'Beekdalen en natte laagtes'.

Norm • Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Richting Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water en indien het bestaande (agrarisch) gebruik dat toelaat natuurlijke dynamiek. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Het agrarische cultuurlandschap wordt aangeduid als 'maten en flierenlandschap'

Richting Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden. De laag van de beleving is aangemerkt als Donkerte . Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden

14/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op-en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Sturing Richting In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht. Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Inspiratie Behoud van het rustige en onthaaste karakter van de 'donkere' gebieden.

De stedelijke laag is niet aangeduid.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 2.2.3

Gemeentelijk beleid

2.2.3.1 Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020. Op de kaart van het structuurplan is de ontwikkeling aangemerkt als agrarisch landschap. Agrarisch landschap wordt gekenmerkt door groene gebieden met overwegend agrarische functies. De gebieden hebben een ondersteunende functie voor natuurgebieden. In het agrarische landschap ligt het accent op ontwikkeling van de landbouw. Andere functies zijn toegestaan voor zover niet hinderlijk voor de functie landbouw. Het agrarisch landschap is overwegend open en het is van belang om deze openheid te handhaven. Bij de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen is dit een belangrijk uitgangspunt.

Daarmee wordt rekening houden met de aanwezigheid van de verschillende weidevogels en houden de landbouwbedrijven ruimte om te groeien. Het toevoegen van nieuwe bebouwing verstoort de kwaliteit van het gebied. Uitbreiden van bestaande bebouwing kan alleen binnen bepaalde kaders. Hierbij zal gekeken worden naar de ruimtelijke kwaliteit van de uitbreidingen. Ruimtelijke inpassing Gelet op de functie van de loods, is het niet mogelijk deze binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. Daarnaast is de locatie van de loods bewust in de nabijheid van het bestaande hoogspanningsstation

15/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

geprojecteerd. De locatie is daarnaast gelegen aansluitend aan het bestaande transformatiestation. In het bestemmingsplan wordt in de regels ( 3.2.3) een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de bebouwing zorgvuldig in het landschap in te passen. Daarmee kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling passend is in het structuurplan. 2.2.3.2 (Ontwerp) Omgevingsvisie (Ontwerp)Omgevingsvisie Naast het vigerende structuurplan Zwolle 2020 werkt de gemeente aan het opstellen van een omgevingsvisie ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet.

In november 2017 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie "Mijn Zwolle van morgen deel 1" vastgesteld.

Deel 1 is een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities op integrale wijze worden samengebracht. Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de toekomst, maar dient in een opvolgend document, omgevingsvisie deel 2, nader gebiedsgericht te worden uitgewerkt. De status van het Structuurplan 2020 vervalt pas, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) is vastgesteld.

Op 30 juni 2020 heeft het college de Ontwerp Omgevingsvisie vastgesteld en vrij gegeven voor ter inzage legging. Naar verwachting zal de gemeenteraad eind 2020 de omgevingsvisie vaststellen. De Omgevingsvisie vervangt, nadat het definitief is vastgesteld, het structuurplan Zwolle 2020 uit 2008, Omgevingsvisie deel 1, de structuurvisie Vechtcorridor Noord uit 2013, de Visie buitengebied uit 2009 en mogelijk delen uit sectoraal beleid.

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle, met name gericht op de bestaande stad.

Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand “fundament” om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten.

De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de andere kernopgaven: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding: 16/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Versterken stedelijkheid en economie: Het toevoegen van 10.000 woningen in 10 jaar tijd (tot 2030) en dat grotendeels in de bestaande stad is de opgave waar Zwolle voor staat. Dit vraagt om een schaalsprong (compacter, intensiever) en systeemsprongen op het gebied van energie, mobiliteit en klimaat. We kiezen voor 40% suburbaan wonen, 30% groenstedelijk wonen en 30% centrumstedelijk wonen. De verdere verstedelijking vindt plaats aan de hand van ontwikkelgebieden: StadsKrans (tegen de oude binnenstad aan); StadsRuit (op afstand van de oude binnenstad, gekoppeld aan de belangrijkste OV- en autoverbindingen van de stad); StadsRand, Groene Gordel (koppeling met het Zwartewater); Stedelijke ontwikkelzones die onderling verbonden zijn via (langzaam verkeer)-routes, OV-knooppunten maar met elk een eigen identiteit, opgave, dynamiek, dichtheid en betekenis. Om de verstedelijking verder gestalte te geven kan hoogbouw een oplossing zijn. De maat en schaal van de hoogbouw is afgestemd op zijn omgeving. Aan de verdere verstedelijking liggen voorwaarden ten grondslag die te herleiden zijn naar een aantal mobiliteitsprincipes en een focus op (centrum)stedelijk wonen. De ambitie is om de (regionale) economie te versterken door in te zetten op versterking van de stedelijke economie.

Specifieke aandacht is hierbij voor het cluster rond health, maar daarnaast ook ict/e-commerce en de creatieve industrie als drager van een aantrekkelijke stad. We stimuleren innovatie en nieuwe bedrijvigheid en kijken daarbij ook naar de koppeling met maatschappelijke thema's. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werken we aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit doen we door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle. We noemen dat raamwerken, het geraamte van Zwolle. De ontwikkeling van Zwolle, met onder andere woningbouw, gaat hand in hand met het behouden en versterken

17/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle. Het fysiek kapitaal van Zwolle bestaat uit cultuurhistorie, landschap en natuur. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. De waarden van het fysiek kapitaal moeten op een zorgvuldige wijze worden meegewogen bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Daarom zijn er een aantal spelregels opgesteld. Binnen de raamwerken zijn verder de volgende thema's aangewezen: Klimaatadaptatie; De groen/blauwe structuur in de stad Zwolle; Een gezonde Zwolse leefomgeving (inclusief milieu); Mobiliteit: Zwolle bereikbaar en gastvrij; Zwolle als krachtige schakel in het nationale OV toekomstbeeld 2040; Verstedelijking en mobiliteit; Zwolle energieneutraal; Zwolle circulair; De ondergrond: fundament voor de ontwikkeling van Zwolle; Van openbare ruimte naar buitengeluk! Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. Het is een uitnodiging aan ondernemers, bewoners en andere partners om samen te werken aan een toekomstbestendig Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden.

Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden, met aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de openbare ruimte. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra en ontmoetingsplekken); Suburbaan gebied; (Kleine) kernen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen. Realisatiestrategie: In het realiseren van onze opgaven staan we niet alleen. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces om opgaven aan te pakken en bij initiatief. De omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. De gebiedsopgaven en de opgaven in onze raamwerken zijn daarbij leidend.

De initiatieven sluiten daarop aan en leveren een kwaliteitsbijdrage aan private én publieke ruimte. Toetsing ontwikkeling aan de ontwerp Omgevingsvisie Versterken stedelijkheid en economie:

18/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Het plangebied ligt voorbij de stadsrand en is een zoekrichting voor de uitbreiding van bedrijventerrein Hessenpoort.

19/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Gebiedsprofiel Het plangebied is aangemerkt als 'Agrarisch landschap'

20/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

21/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

22/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

2.2.3.3 Conclusie Gelet ook op hetgeen is opgemerkt in de paragraaf ten aanzien van de behoefte-onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking, kan de conclusie worden getrokken dat het plan in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

2.3

Archeologisch beleid

Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch beleid.

2.4

Verkeersbeleid

Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.

Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

23/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

2.5

Groenbeleid

Groenbeleidsplan en Structuurplan 2020 Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Buurtgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben.

Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid.

2.6

Waterbeleid

Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een

24/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden).

Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. Deze zaken worden opgepakt door het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Stadsdijken Zwolle. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris, waarvan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de coördinerende bewindspersoon is. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.

Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en

25/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.

2.7

Milieubeleid

Algemeen beleid De gemeenteraad heeft in 2005 de milieuvisie 'Milieu op scherp' vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit, enzovoort) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment (anno 2020) is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval, luchtkwaliteit en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieukwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied. Voor het plangebied worden de verschillende relevante milieuthema's hierna kort beschreven.

Geluid In de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven. Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied en ook de geluidbelasting binnen het gebied is gerelateerd aan de functie van het gebied. Dit is vastgelegd in de 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle'. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling. In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Het plangebied behoort tot het gebiedstype 'Agrarisch landschap'. Voor dit gebiedstype zijn in het

26/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

gemeentelijk beleid grenswaarden gesteld voor geluid afkomstig van wegverkeer (48 dB), railverkeer (55 dB) en industrielawaai (50 dB(A)).

Luchtkwaliteit Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: 3. Voldoen aan wet- en regelgeving; 4. Anticiperen op de toekomst: knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; 5. Beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. In de visie wordt ernaar gestreefd om voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid, zodat onder meer overal wordt voldaan aan de normen voor plaatsgebonden risico (PR). Op 20 januari 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders als nadere uitwerking van de doelstelling uit de beleidsvisie het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid.

Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Onderhavig bestemmingsplan is gelegen binnen het gebiedstype 'Agrarisch landschap'. Dit zijn de groene gebieden met overwegend agrarische functies. Wonen (los van agrarische bedrijven) in deze gebieden is beperkt toegestaan. Vanwege de lage personendichtheid is er binnen het gebiedstype Agrarisch landschap in principe veel risicoruimte beschikbaar. Het bestemmingsplan is ook deels gelegen binnen de Stroomzone. Het gebiedstype stroomzone omvat de hoofdinfrastructuur (weg en spoor) en de directe omgeving hiervan. Binnen dit gebiedstype staat de stroomfunctie van de aanwezige infrastructuur centraal. De functie van de directe omgeving van de infrastructuur binnen de stroomzone wordt bepaald door het aangrenzende gebiedstype.

Bedrijven en milieuzonering Voor het toetsen en plannen van ruimtelijke ontwikkelingen wordt gewerkt met de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009. Met een goede ruimtelijke ordening kan hinder worden voorkomen. Dit kan door voldoende afstand te behouden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de handreiking zijn lijsten opgenomen met richtafstanden. Als niet aan deze richtafstanden kan worden voldaan, zal maatwerk moeten worden geleverd. Dit houdt in dat een nadere beoordeling van de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot haar omgeving noodzakelijk is.

Bodem In januari 2010 heeft de gemeente een nieuw bodembeleidsplan vastgesteld. Dit bodembeleidsplan kent in 27/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond (de laag tot ca. 0,5 meter onder maaiveld) en de ondergrond (dieper dan 0,5 meter onder maaiveld). Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle op 9 december 2008 een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen. Onderhavig plangebied heeft na de planrealisatie de functie 'industrie'. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Op 24 augustus 2015 heeft de gemeente de bodemkwaliteitskaart vastgesteld gebaseerd op de kwaliteitsklassen van het Besluit bodemkwaliteit. Het plangebied ligt binnen volgens de bodemkwaliteitskaart binnen deelgebied 'buitengebied'. De ontgravingskwaliteit van de bovengrond (bovenste 50 cm onder maaiveld) en de ondergrond (van 0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld) betreft 'Landbouw/Natuur'.

Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan (van kracht per 11 januari 2010) mag de bodemkwaliteitsklassenkaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het herontwikkeling van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitsklassenkaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de locatie niet verdacht wordt van bodemverontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. Normaliter worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Dit houdt in dat een locatie geschikt wordt gemaakt voor de functie. De terugsaneerwaarde is afhankelijk van de functie van de locatie en gericht op het voorkomen van eventuele risico's. Bij een functiegerichte sanering wordt daarom vaak een leeflaag aangebracht, die contact met de verontreinigde grond moet voorkomen.

Duurzaamheid/energie

Conclusie Het plan is in beginsel in overeenstemming met het milieubeleid. Voor bepaalde milieuaspecten zal dit echter wel aanvullend onderbouwd moeten worden met behulp van onderzoek. Deze beoordeling is opgenomen in de milieuparagraaf in hoofdstuk 3.

28/359

13 september 2021 bestemmingsplan Buitengebied, Berkummerbroekweg 24/26

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen tussen de Berkummerbroekweg aan de noordkant en de N340 aan de zuidkant. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe N340. Deze nieuwe weg komt meer in noordelijke richting, dichter op de kavels aan de Berkummerbroekweg 24 en 26 te liggen. De bestaande N340 wordt te zijner tijd afgewaardeerd. De Berkummerbroekweg ligt in oost-west richting en liep in het verleden door richting bedrijventerrein Hessenpoort. De spoorwegkruising is afgesloten, waardoor het plangebied tegenwoordig alleen vanuit oostelijke richting vanaf de Hooislagen bereikbaar is. Aan de oostzijde ligt een privéweg, niet bedoeld voor doorgaand auto- of fietsverkeer. De kavels in zuiden en het westen zijn in gebruik als trafostation met hoogspanningsleidingen naar vijf richtingen. Aan de noord- en oostzijde ligt een bosje welke het trafostation enigszins afschermt voor de boerderijen in de directe omgeving. Tussen de Berkummerbroekweg en het plangebied ligt een watergang die door het waterschap Drents Overijsselse Delta wordt beheerd. Het plangebied bestaat uit een grasland met aan de noordzijde een klein bosje. Ook het terrein en het achterliggende trafostation die door dezelfde toegangsweg worden ontsloten zijn in het plangebied gelegen. 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

In de nieuwe situatie wordt een voorraadloods gevestigd op het noordoostelijke gedeelte van het plangebied. Voor dit gedeelte van het terrein is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt . Landschappelijke inpassing Rondom het terrein wordt een hekwerk geplaatst. Direct achter het hekwerk wordt een haag aangeplant waardoor het terrein een landschappelijke inpassing krijgt en aan het zicht wordt onttrokken. De opgeslagen attributen zullen door vrachtwagens naar de loods worden gebracht en opgehaald. Hierdoor is het nodig dat het terrein deels verhard wordt aangelegd. Daar waar geen verharding noodzakelijk is wordt een bloemenweide aangelegd. De haag en de bloemenweide dragen bij aan de biodiversiteit op deze plek. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de inrichting van het terrein. Deze moet overeenkomstig het Inrichtingsplan worden aangelegd en in gebruik worden gehouden. In Bijlage 7 van de toelichting is de landschappelijke inpassing van het terrein opgenomen. De voorraadloods wordt een gebouw van één bouwlaag. Het dak is niet volledig vlak, maar er zit een lichte helling in. Het grote dakvlak zal zodanig worden aangelegd dat het in de toekomst kan worden ingezet voor de opwekking van zonne-energie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5ece8004-9733-4bf8-b92e-2aa74a5daad0