Bijlage 3a: De Omgevingseffectrapportage (OER)
Tekst van het document
Tabel 6.8 Aantallen reizigers op Zwolse treintrajecten (met tussen haakjes de groei ten opzichte van de referentiesituatie) Trajectnummer
Trajectnaam
Referentiesituatie (2040)
Alternatief 1
Alternatief 2
1
Kampen - Stadshagen
4.300
4.300 (±0 %)
4.300 (±0 %)
2
Stadshagen - Hoofdstation Zwolle
7.400
7.500 (+1 %)
7.900 (+7 %)
3
Hattem - Hoofdstation Zwolle
46.200
46.700 (+1 %)
46.700 (+1 %)
4
Hoofdstation Zwolle Hortensiastraat
62.400
66.900 (+7 %)
70.700 (+13 %)
5
Hortensiastraat - Zuid
12.400
17.100 (+38 %)
18.700 (+51 %)
6
Zuid - Wijhe
12.400
13.900 (+12 %)
14.400 (+16 %)
7
Hortensiastraat - Heino
8.200
8.100 (-1 %)
8.300 (+1 %)
8
Hortensiastraat - Herfte
41.800
41.800 (±0 %)
43.700 (+5 %)
9
Herfte - Vechtpoort
33.000
32.900 (±0 %)
34.900 (+6 %)
10
Vechtpoort -Meppel
33.000
32.900 (±0 %)
33.600 (+2 %)
11
Herfte - Dalfsen
8.800
8.800 (±0 %)
8.800 (±0 %)
69 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Afbeelding 6.3 Treintrajecten Zwolle
Toelichting score doelbereik bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema bereikbaarheid en mobiliteit is uitgegaan van: de bereikbaarheid van Zwolle is binnen de stad versterkt, gericht op vormen van duurzame mobiliteit als STOMP en de verkeersveiligheid is verbeterd. Daarnaast is de bereikbaarheid over het nationale en internationale weg en- spoornetwerk versterkt. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik met redelijk beoordeeld. In alternatief 1 is er beperkte potentie voor het doelbereik. De bereikbaarheid voor het openbaar vervoer wordt enigszins verbeterd door de toevoeging van station Zwolle-Zuid. Echter verbetert de bereikbaarheid over heel Zwolle gezien nauwelijks ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik voor dit alternatief gezien als beperkt. In alternatief 2 is er beperkte potentie voor het doelbereik. De bereikbaarheid voor het openbaar vervoer verbetert door de toevoeging van stations Zwolle-Zuid en Zwolle Vechtpoort. Hiertegenover staat het onderliggende OV-netwerk wat niet meegroeit met de nieuwe ontwikkelingen. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik voor dit alternatief gezien als beperkt.
Maatregelen bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - zorg dat het onderliggende OV-netwerk meegroeit met de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. Anders worden deze nieuwe ontwikkelingen onbereikbaar per openbaar vervoer. Bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer In alternatief 1 treedt er gelijkmatige groei in het aantal fietsverplaatsingen op over het hele netwerk. Hierdoor worden er, ten opzichte van de referentiesituatie, geen nieuwe knelpunten verwacht in het fietsnetwerk. Door stedelijke inbreiding en verdichting zal de relatieve nabijheid van voorzieningen toenemen. Hierdoor zal de gemiddelde benodigde af te leggen afstand tot voorzieningen licht afnemen.
70 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Dit zal een licht positief effect hebben op de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het langzaam verkeer, omdat deze aantrekkelijker zijn op korte afstanden. In alternatief 2 treedt er een sterke groei van het aantal fietsverplaatsingen op van en naar de nieuwe ontwikkelingen naar bestaande wijkcentra en de nieuwe werklocaties. Ook fietsroutes vanuit de nieuwe ontwikkelingen richting het centrum worden stevig drukker. Hierdoor kunnen knelpunten ontstaan als het netwerk hier niet op aangepast wordt. Toelichting score doelbereik bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema bereikbaarheid en mobiliteit is uitgegaan van: de bereikbaarheid van Zwolle is binnen de stad versterkt, gericht op vormen van duurzame mobiliteit als STOMP en de verkeersveiligheid is verbeterd. Daarnaast is de bereikbaarheid over het nationale en internationale weg en- spoornetwerk versterkt. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik met redelijk beoordeeld. In alternatief 1 is er beperkte potentie voor het doelbereik van een stad waarin de bereikbaarheid is verbeterd voor vormen van duurzame mobiliteit.
In de huidige situatie is de bereikbaarheid voor het langzaam verkeer reeds goed, en in alternatief 1 worden geen ingrepen gedaan die de bereikbaarheid voor het langzaam verkeer verder kunnen versterken. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik van dit alternatief gezien als beperkt. In alternatief 2 is er beperkte potentie voor het doelbereik. Ook hier worden ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe ingrepen gedaan ten behoeve van de bereikbaarheid voor het langzaam verkeer. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik van dit alternatief gezien als beperkt. Maatregelen bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - op basis van de beschikbare data en modelresultaten is het lastig om een goed beeld te krijgen van de situatie voor voetgangers in de referentiesituatie en de twee alternatieven. Hierdoor kunnen potentiële toekomstige knelpunten op dit moment niet geïdentificeerd worden; - zorg dat fietsinfrastructuur meegroeit met nieuwe ontwikkelingen in uitleglocaties. Hierdoor blijven deze gebieden vanaf het begin bereikbaar voor alle modaliteiten. Verkeersveiligheid In alternatief 1 worden de bestaande knelpunten nog drukker. Dit zijn met name de drukke routes zoals de Ceintuurbaan en de Middelweg. Op deze wegen zijn nu al (kruis)punten waar veel ongelukken gebeuren, zoals op de Middelweg, te zien in tabel 6.9.
Ten opzichte van de referentiesituatie worden deze plekken nog drukker. De toename van de hoeveelheid verkeer, echter, is beperkt. In alternatief 2 doet de rondweg de druk op openbare ruimte in de stad die nu door meerdere modaliteiten gebruikt worden afnemen, wat een positief effect heeft op de verkeersveiligheid in Zwolle. Als de rondweg zonder conflicten wordt gerealiseerd, zal daarmee een deel van de knelpunten op plekken waar meerdere modaliteiten samenkomen weggenomen worden. Ook de afschaling van de Ceintuurbaan, een drukke route in Zwolle, heeft een positief effect op de verkeersveiligheid. Daar tegenover staat dat er in alternatief 2 ook veranderingen optreden die een negatief effect hebben op de verkeersveiligheid in Zwolle. De hoeveelheid autoverplaatsingen in de regio neemt stevig toe door de toegenomen wegcapaciteit en bereikbaarheid. Een groei van het aantal autoverplaatsingen heeft een negatief effect op de verkeersveiligheid. Hiermee blijft het totale effect op de verkeersveiligheid in Zwolle neutraal.
71 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Tabel 6.9 Locaties in Zwolle waar de meeste ongevallen zijn geregistreerd Locatie (op basis van periode 1-1-2014 5-102023)
Ongevallen
Uitsluitend materiële schade
Gewonden
Doden
1 Hanzelaan-IJsselallee-Reysigerweg
35
32
3
0
2 Bachlaan-Eempad-Middelweg
32
30
2
0
3 Blaloweg-Burgemeester RoelenwegZwartewaterallee
32
30
2
0
4 Burgemeester Roelenweg-Govert FlinckstraatPannekoekedijk-Schuttevaerkade
30
21
8
1
5 Fietspad-Katerdijk-PannekoekendijkRodetorenpad
26
20
6
0
6 Blaloweg-Buitengasthuisstraat-Gasthuisdijk
26
22
3
1
7 A28-Burgemeester RoelenwegNijverheidsstraat
25
18
7
0
8 Burgemeester Drijbersingel-DijkstraatRembrandtlaan-Schuttevaerkade
24
18
6
0
9 Frankhuizeallee-HasselterwegWestenholterallee-Westenholterbrug
24
17
7
0
10 Binnengasthuisstraat-Borneostraat-Rhijnvis Feithlaan- Vechtstraat
23
19
3
1
Toelichting score doelbereik verkeersveiligheid Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema bereikbaarheid en mobiliteit is uitgegaan van: de bereikbaarheid van Zwolle is binnen de stad versterkt, gericht op vormen van duurzame mobiliteit als STOMP en de verkeersveiligheid is verbeterd. Daarnaast is de bereikbaarheid over het nationale en internationale weg en- spoornetwerk versterkt. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik met redelijk beoordeeld. In alternatief 1 is er beperkte potentie voor het doelbereik. Er worden geen aanvullende maatregelen genomen om het aantal verkeersongevallen te doen afnemen en de bestaande knelpunten worden drukker. In alternatief 2 is er beperkte potentie voor het doelbereik. De rondweg zal een veiliger alternatief vormen voor de huidige drukke routes en verkeer wegtrekken van de routes die meer door bewoond gebied gaan, maar een groot deel van die vrijgekomen capaciteit zal ook opgevuld worden door nieuw verkeer, wat de positieve effecten vermindert. Maatregelen verkeersveiligheid Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: · zorg dat als de rondweg wordt gerealiseerd, dit zoveel mogelijk conflictvrij (zonder kruisende verkeersstromen) gebeurt. Dit doet de kans op ongevallen afnemen.
6.2
Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen
72 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
6.2.1
Gezond en sociaal
Beoordeling De beoordelingen op omgevingseffecten en doelbereik van het thema gezond en sociaal zijn weergegeven in onderstaande tabel 6.10. Tabel 6.10 Beoordeling van effecten op gezondheid en sociaal Aspect
Referentie situatie
gezondheidsbescher ming
slecht
veiligheid omgeving
redelijk
sociaaleconomische positie
redelijk
sociale cohesie
redelijk
gezonde leefstijl
redelijk
Beoordeling doelbereik
Beoordeling doelbereik
Spreiding omgevingseffecte n ten opzichte van referentiesituatie
Spreiding omgevingseffecten ten opzichte van referentiesituatie
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 1
Alternatief 2
0/+
-/0
-
0
-
+
0
0
++
+
Gezondheidsbescherming Geluidhinder In alternatief 1 blijft de verhouding tussen mobiliteitswijzen gelijk. In het alternatief wordt de A28 ondergronds gebracht, wat leidt tot een (aanzienlijke) afname van de geluidshinder (+). De andere grote verkeersaders, zoals de Ceintuurbaan (N35) en de IJsselallee (N337), blijven naar verwachting in gelijke mate gebruikt worden, ondanks de voorziene woningbouwontwikkelingen. Hoewel het geluid van deze wegen nagenoeg gelijk blijft aan de referentiesituatie (0), neemt het aantal gehinderden mogelijk wel toe doordat extra woningen langs de wegen worden gerealiseerd (-). Deze woningbouwontwikkelingen zorgen ook stadsbreed voor een lichte toename van verkeersintensiteiten stadsbreed, met name in de binnenstad/het centrum. Ook hier gaat het om een ordegrootte van 3-7% verkeersgroei, wat een geluidemissie toename van enkele tienden van een dB betekent. Een met het menselijk oor niet waarneembaar verschil (0). Verder kan dit zorgen voor congestie in de hele stad. De groei van het aantal huishoudens zorgt mogelijk wel voor een (kleine) toename van het aantal gehinderden. Dit is afhankelijk van de concrete invulling van de bouwplannen (-). Verder zal er naar verwachting een toename zijn van reizigersbewegingen met de trein vanuit station Zwolle- Zuid, maar dit heeft geen impact op de hoeveelheid treinbewegingen (0).
Doordat er rond station Zwolle-Zuid verdichting plaatsvindt, met een samenhangende toename van kwetsbare groepen, kan hierdoor het aantal gehinderden toenemen. Vanuit bedrijvigheid is er geen sprake van een toename van het industriegeluid nabij woningen (0). De beoordeling is daarom gelijk ten opzichte van de referentiesituatie (0).
73 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
In alternatief 2 neemt het autoverkeer toe, en neemt de rol van de fiets licht af. Door de genomen netwerkingrepen waaronder het afsluiten afrit A28-centrum neemt de verkeersdrukte toe op de ontsluitingswegen richting het centrum zoals de Nieuwe Veerallee, Blaloweg en Middelweg met congestie als gevolg. In het centrum zijn stijgingen in verkeersintensiteiten te zien van 10 tot 20 %, wat een geluidstoename van 0,5 tot 1 dB betekent (-). Ook hier neemt dus het aantal gehinderden toe (-). Een uitschieter hierbij is de Nieuwe Veerallee, waar de ontwikkelingen zorgen voor een verkeerstoename van ongeveer 80 %. Een geluidstoename van zo’n 2 dB. In de binnenstad zal hierom het aantal gehinderden toenemen (-). Door de aanleg van de nieuwe rondweg wordt wel een deel van de verkeersdrukte voor doorgaand verkeer buiten de stad gehaald, wat een positief effect heeft. Dit effect is vooral te zien op de Ceintuurbaan/N35, met verkeersafnames van 15-30 % (ofwel ongeveer 0,5 tot ruim 1 dB) te zien zijn (+). De gedeeltelijke verdieping van de A28 zorgt niet voor een verandering in het gebruik van de weg, maar geeft mogelijk wel een (beperkte) mate van afscherming, wat een positief effect heeft op het aantal gehinderden (+).
Vanuit mobiliteit zal er naar verwachting een toename zijn van reizigersbewegingen met de trein vanuit station Zwolle-Zuid en station Vechtpoort, maar dit heeft geen impact op de hoeveelheid treinbewegingen. Doordat er rond deze stations verdichting plaatsvindt, met een samenhangende toename van kwetsbare groepen, kan hierdoor het aantal gehinderden toenemen (-). Ook wordt er in dit scenario een railterminal bij Hessenpoort aangelegd waar goederenoverslag van trein naar wegverkeer zal plaatsvinden. Dit zal naar verwachting leiden tot een toename in het aantal treinbewegingen, en zorgt voor extra zware vervoersbewegingen. Hierdoor zal het aantal gehinderden toenemen (-). Bedrijventerreinen worden geïntensiveerd wat naar verwachting zal leiden tot een toename van industriegeluid, al zal dit leiden tot een beperkt aantal gehinderden (-). De beoordeling is negatief ten opzichte van de referentiesituatie (-). Luchtkwaliteit In de staat van Zwolle is de grootste vervuiler van de luchtkwaliteit uitstoot door autoverkeer. In alternatief 1 blijft de verhouding tussen mobiliteitswijzen gelijk. Ook wordt in dit alternatief 1 de A28 ondergronds gebracht. Doordat de A28 ondergronds gebracht wordt kan dit tot lokale knelpunten leiden bij de tunnelmonden door een toename van het gehinderden zoals bij de centrumafslag van de A28 (link).
Ook kan er een nieuw knelpunt ontstaan bij de Ceintuurbaan welke drukker zal worden. Hetzelfde geldt voor de N337. Door een toename van verkeersintensiteiten stadsbreed kan dit zorgen voor congestie in de hele stad (-). Daardoor kan er meerdere plekken een toename van de vervuiling van wegverkeer zijn waardoor meer mensen gehinderd worden afhankelijk de toename van emissieloze voertuigen door elektrificatie. De beoordeling blijft daarom gelijk aan de referentiesituatie (0). In alternatief 2 neemt het autoverkeer iets toe, en neemt de rol van de fiets licht af. Door de genomen netwerkingrepen waaronder het afsluiten afrit A28-centrum neemt de verkeersdrukte toe op de ontsluitingswegen richting het centrum zoals de Nieuwe Veerallee, Blaloweg en Middelweg met congestie als gevolg wat kan leiden tot een lokale knelpunten (-). Door de aanleg van de nieuwe rondweg wordt een deel van de verkeersdrukte voor doorgaand verkeer buiten de stad gehaald. (+) Afhankelijk van de versnelling van de elektrificatie zal de vervuiling van luchtkwaliteit door wegverkeer afnemen. Wel kan de uitstoot mogelijk toenemen door zwaar verkeer vanwege de intensivering van bedrijventerreinen en de railterminal Hessenpoort waar goederenoverslag plaats vindt van trein naar wegverkeer (-).
Echter, in deze sectoren vindt ook elektrificatie van zware voertuigen plaats, maar er wordt geen significant verschil verwacht ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom blijft de beoordeling gelijk aan de referentiesituatie (0).
74 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Geur In de referentiesituatie is, naast houtstook, autoverkeer de grootste bron van geuroverlast. Deze komt het vaakst voor in buurten Holtenbroek, Dieze-Oost en Spoolde. Deze buurten liggen bij of rond de grotere wegen als de A28 en de N337. Autonoom neemt elektrificatie van autoverkeer toe, waardoor de geuruitstoot afneemt in de komende jaren. In alternatief 1 neemt de hoeveelheid verkeer licht toe ten opzichte van de referentiesituatie. Geurhinder komt in de buurten Holtenbroek, Dieze-Oost en Spoolde het vaakst voor net als in de referentiesituatie. Geurhinder door verkeer is gelijk aan de referentiesituatie door de beperkte toename van verkeer en elektrificatie van het autoverkeer (0). Houtstook is een andere bron van geurhinder. In dit alternatief zijn geen maatregelen voorgesteld voor houtstook, waardoor de geurhinder als gevolg van houtstook niet zal afnemen (0). In alternatief 2 neemt het autoverkeer in het algemeen toe ten opzichte van de referentiesituatie door een toename van 19.700 woningen. De nieuwe rondweg heeft een verkeersaantrekkende werking waardoor de geurhinder door verkeer rondom de rondweg toeneemt. Door het afschalen van de Ceintuurbaan en de afsluiting van de afrit Zwolle Centrum op de A28 neemt het autoverkeer af in het centrum van Zwolle en rond de Ceintuurbaanzone en daarmee ook de geurhinder (+).
De geurhinder neemt mogelijk ook toe door zwaar verkeer vanwege de intensivering van bedrijventerreinen en de railterminal Hessenpoort waar goederenoverslag plaatsvindt van trein naar wegverkeer (-). De beoordeling is negatief ten opzichte van de referentiesituatie (-). In dit alternatief zijn geen maatregelen voorgesteld voor houtstook, waardoor de geurhinder als gevolg van houtstook niet zal afnemen (0). Milieugezondheidsrisico MGR Het milieugezondheidsrisico (MGR) geeft in procenten aan welk deel van de totale ziektelast wordt veroorzaakt door omgevingsgeluid en luchtvervuiling. Gemiddeld is zo’n 5-6 % van alle ziekte en sterfte in Nederland toe te schrijven aan milieufactoren zoals luchtvervuiling, geluid, chemische stoffen en straling (bron: Atlas Leefomgeving). Op basis van bovenstaande kan geredeneerd worden dat in alternatief 1 het MGR gelijk blijft aan de referentiesituatie of wel verbeterd, en dat die in alternatief 2 gelijk zal blijven aan de referentiesituatie. Toelichting score doelbereik gezondheidsbescherming Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema gezond en sociaal is uitgegaan van: de leefkwaliteit in Zwolle is verbeterd door een gezonde en veilige leefomgeving met meer sociale binding tussen inwoners. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld op slecht.
Beide alternatieven hebben een beperkte potentie om het doelbereik te behalen. In alternatief 1 blijven de omgevingseffecten naar verwachting gelijk of worden dan wel positief ten opzichte van de referentiesituatie (0 / +). In alternatief 2 blijven deze gelijk of nemen lokaal licht toe ten opzichte van de referentiesituatie (- / 0). Maatregelen gezondheidsbescherming Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - bij herinrichting van wegen (snelheidsverlaging, vergroening), rekening houden met luchtkwaliteit (cumulatie van luchtverontreinigende stoffen door bomen, verhoudingsgewijs hogere emissies door rijgedrag) (luchtkwaliteit); - aanleggen van geluidsreducerende maatregelen op plekken met geluidsoverlast door weg- of treinverkeer. Voorbeelden van zulke maatregelen zijn stil(ler) asfalt op drukke wegen in of langs woonwijken, bosschages langs wegen, geluidswallen (zoals langs de snelweg).
75 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Veiligheid omgeving Omgevingsveiligheid In beide alternatieven worden mogelijk kwetsbare gebouwen en/of locaties voorzien, evenals nieuwe risicobronnen door de energietransitie, zoals geothermie en opslag van elektriciteit. De Omgevingswet biedt de gemeente afwegingsruimte bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een aandachtsgebied. Voor het inpassen van een kwetsbaar gebouw of locatie binnen een aandachtsgebied moet de gemeente voldoende rekening houden met omgevingsveiligheidsrisico’s, waarbij het plaatsgebonden risico altijd in ogenschouw moet worden genomen. In alternatief 1 wordt een hoger woningbouwprogramma voorgesteld dan in de referentiesituatie, te bereiken door middel van inbreiding van het bestaand stedelijk gebied. Een belangrijke ontwikkeling is de ondertunneling van de A28, onderdeel van het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen, met de aanleg van een park hierboven. Deze veranderingen kunnen leiden tot een verhoogde personendichtheid, wat risico’s met zich meebrengt. De ondertunneling van de A28 kan specifieke risico’s omvatten zoals hoogwaterveiligheid, omdat de tunnel kan vollopen en daarmee de vluchtroute onbruikbaar maakt. Ontwikkelingen rond het spoor bij station Zwolle-Zuid dienen ook zorgvuldig beoordeeld te worden vanwege de plaatsing op het basisnet en de verhoogde risico’s van calamiteiten, met mogelijke aanzienlijke gevolgen.
Indien de afstand tussen woningbouwplannen en risicobronnen conform de omgevingsveiligheidseisen is, zijn er beperkte risico’s. De beoordeling van alternatief 1 is daarom negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 2 stelt een hoger woningbouwprogramma voor dan de referentiesituatie en zelfs hoger dan alternatief 1, met inbreiding voornamelijk in het centrum en de toevoeging van een nieuwe groen-stedelijke wijk bij de Ceintuurbaan-zone. Deze veranderingen kunnen de personendichtheid verhogen en daarmee de veiligheidsrisico’s. Specifieke risico’s vanuit omgevingsveiligheid zijn aanwezig door de nabijheid van buisleidingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over het basisnetspoor. Ontwikkelingen rond het spoor bij station Zwolle-Zuid en station Vechtpoort moeten ook zorgvuldig beoordeeld worden, vanwege de verhoogde risico’s door hun plaatsing op het basisnet. Bovendien kan de railterminal bij Hessenpoort extra transport van gevaarlijke stoffen aantrekken, zowel over de weg als het spoor, wat potentiële risico’s met zich meebrengt. Hoewel de kans op een calamiteit relatief klein is, kunnen de mogelijke gevolgen aanzienlijk zijn. Indien de afstand tussen woningbouwplannen en risicobronnen conform de omgevingsveiligheidseisen is gewaarborgd, zijn er beperkte risico’s.
Tot slot is de verwachting dat de nieuwe oostelijke ringweg geen onderdeel gaat uitmaken van het Basisnet en daarmee niet zorg voor een verhoogd veiligheidsrisico. De beoordeling van alternatief 2 is gelijk aan die van de referentiesituatie. Sociale veiligheid Knelpunten in de referentiesituatie voor sociale veiligheid zitten in het stedelijk gebied, Dieze-West, en Holtenbroek. Met name Holtenbroek II, de meest noordwestelijke buurt binnen de woonwijk Holtenbroek, is een groot knelpunt. In alternatief 1 wordt de woningbouw voornamelijk gerealiseerd door verdichting binnen het bestaande stedelijke gebied. Dit kan de bestaande knelpunten vergroten. De ontwikkelingen zijn natuurinclusief, wat inhoudt dat er aandacht is voor groen en natuur in de stedelijke planning. In de centrumstedelijke gebieden worden voornamelijk appartementen gebouwd. Dit type woonmilieu kan leiden tot een hogere bevolkingsdichtheid en meer interactie tussen bewoners, wat positief kan zijn voor de sociale veiligheid. Echter, het gebrek aan privaat (en publieke) buitenruimte kan ook negatief uitpakken voor het ervaren gevoel van veiligheid. In de groen-stedelijke gebieden wordt een mix van appartementen en grondgebonden woningen gecreëerd. Deze variatie kan verschillende bevolkingsgroepen aantrekken, wat de sociale integratie bevordert.
Toch kan het toevoegen van kleinschalig stedelijk groen, bedoeld voor ontmoetingen, in het donker juist plekken creëren die bijdragen aan gevoelens van onveiligheid, wat een belangrijke overweging is bij het ontwerp van openbare ruimtes.
76 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Alternatief 2 richt zich, naast nieuwbouwlocaties, op verdichting binnen het bestaande stedelijk gebied, met een focus op betaalbare woningen voor starters. In de centrumstedelijke gebieden worden voornamelijk gestapelde woningen gebouwd. Dit woonmilieu stimuleert een hoger interactieniveau tussen bewoners en kan bijdragen aan de sociale veiligheid. In de groen-stedelijke wijken worden, waar mogelijk, grondgebonden woningen toegevoegd die beter aansluiten bij het bestaande karakter van de wijken. Deze variatie helpt bij het creëren van inclusieve woonmilieus waar verschillende bevolkingsgroepen zich thuis voelen. Ook ontstaat een nieuwe uitbreidingswijk met een mix van meergezinswoningen, groen en nabijgelegen voorzieningen. Deze nieuwe woonkern kan de sociale veiligheid versterken door gecentreerde en opgeschaalde voorzieningen, waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Echter, ook hier moet rekening worden gehouden met veiligheidsgevoelens in donkere, groene gebieden. In beide alternatieven zijn dus zowel positieve als negatieve effecten op de sociale veiligheid te verwachten. Het is cruciaal dat bij beide plannen aandacht wordt geschonken aan het ontwerp van openbare ruimtes, verlichting en toegankelijkheid om het gevoel van veiligheid te waarborgen.
De verschillende types woonmilieus in de centrumstedelijke en groen-stedelijke gebieden hebben wisselende effecten op de sociale interactie en veiligheid, waarbij de juiste balans en ontwerpprincipes belangrijk zijn om de veiligheid te optimaliseren. Toelichting score doelbereik veiligheid omgeving Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema gezond en sociaal is uitgegaan van: de leefkwaliteit in Zwolle is verbeterd door een gezonde en veilige leefomgeving met meer sociale binding tussen inwoners. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld op redelijk. Wat betreft sociale veiligheid blijven bestaande knelpunten bestaan. Hier zijn beide alternatieven niet onderscheidend in. In beide alternatieven worden extra woningen in risico-zones toegevoegd wat kan leiden tot risico’s vanuit omgevingsveiligheid. In alternatief 1 wordt door de ondertunneling van de A28, een groot knelpunt vanuit omgevingsveiligheid toegevoegd. Deze is hier onderscheidend in, wat een negatief effect is ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 2 blijft gelijk aan de referentiesituatie. Alternatief 1 heeft daarom een lage potentie voor het behalen van het doelbereik. Alternatief 2 heeft een beperkte potentie om het doelbereik te behalen.
Maatregelen veiligheid omgeving Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - onderzoek het nemen van maatregelen om risico's te verminderen, zowel bij de bron als bij de ontvanger, aangezien het scheiden van risicobronnen en risicogevoelige ontvangers binnen stedelijke ontwikkeling en functiemenging een complexe uitdaging vormt; - plaats gebouwen of locaties met de hoogste bevolkingsdichtheid en de langste verblijfsduur zo ver mogelijk van de risicobron; - overweeg bouwkundige maatregelen die de weerstand van (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen tegen brand en/of explosie verbeteren; - houd bij verdere uitwerking rekening met omgevingsveiligheid bij het overkappen van en bouwen op wegen waar gevaarlijke stoffen zoals LPG en propaan worden getransporteerd; - Bij de ontwikkeling van woongebieden blijft het essentieel om bijzondere aandacht te besteden aan de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid in geval van een calamiteit. Dit geldt vooral voor bebouwing waar minder zelfredzame groepen zoals ouderen, gehandicapten en kleine kinderen verblijven. Hoewel Zwolle momenteel al beleid heeft om risicogebieden te vermijden voor deze kwetsbare groepen, is voortdurende evaluatie en verbetering hiervan noodzakelijk om optimale veiligheid te blijven waarborgen; - pas een plintenstrategie toe om de sociale veiligheid te bevorderen.
Dit is een strategie waarbij de plint de eerste bouwlaag van een gebouw dat grenst aan de openbare ruimte - wordt geactiveerd door goede verlichting en ramen aan de straatzijde toe te voegen. Daarnaast kunnen deze bouwlagen worden gebruikt voor levendige functies, zoals buurtwinkels of ontmoetingsruimten.
77 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Sociaaleconomische positie Gemiddeld besteedbaar inkomen Voor de referentiesituatie wordt ervan uitgegaan dat het gemiddeld besteedbaar inkomen van Zwolle vlak boven dat van Nederland ligt, al zijn er verschillen tussen wijken in Zwolle. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is met name afhankelijk van de werkgelegenheid die aanwezig is. Andere factoren die invloed hebben op het gemiddeld besteedbaar inkomen zijn de woningvoorraad, huishoudenssamenstelling en inflatie. Zoals beoordeeld in paragraaf 5.1.2 is er in alternatief 1 een beperkte potentie om de werkgelegenheid te vergroten. Er is weinig ruimte beschikbaar voor bedrijven die veel ruimte vragen, wat met name gevolgen heeft voor middelbaar- en praktisch geschoolde werknemers. Voor deze groep blijft het risico op werkloosheid daardoor relatief hoog. In combinatie met een beperkt woningbouwprogramma leidt dit tot een beperkte toename van het gemiddeld besteedbaar inkomen. Daarbij zorgt het achterblijvende woningaanbod voor een opwaartse druk op koopprijzen, wat kan leiden tot een verminderde betaalbaarheid van de woningmarkt voor lage- en middeninkomens. Het gebrek aan (sociale) huurwoningen draagt hier verder aan bij. Ook inflatie (een autonome ontwikkeling) zorgt voor een vermindering van het gemiddeld besteedbaar inkomen.
Een tweede autonome ontwikkeling, die wél een positief effect op het gemiddeld besteedbaar inkomen kan hebben, is de veranderende huishoudenssamenstelling. Huishoudens worden kleiner, waardoor het gemiddeld aantal inkomensontvangers per huishouden toeneemt ten opzichte van het aantal personen dat van dat inkomen afhankelijk is. Dit alternatief is beoordeeld als negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Zoals beoordeeld in paragraaf 5.1.2 is er in alternatief 2 een hoge potentie om de werkgelegenheid te vergroten. Er is ruimte voor diverse typen bedrijven, waardoor de kans dat er een baan beschikbaar is voor alle typen werknemers (hoog, middelbaar en laagopgeleid) groot is. Het gemiddeld besteedbaar inkomen zal daarom stijgen. Daarnaast wordt in dit alternatief ingezet op een gevarieerd woningbouwprogramma, zowel qua type als prijsklasse. Hierdoor wordt beter aangesloten op de woningbehoefte van verschillende inkomensgroepen, waaronder lage- en middeninkomens. Door het grotere aanbod neemt de druk op de woningmarkt af, wat bijdraagt aan de betaalbaarheid van wonen. De WOZ-waarde zal maar licht stijgen, doordat het totale woningaanbod toeneemt en beter aansluit op de vraag. Inflatie zorgt ook in dit alternatief voor een verlaging van het gemiddeld besteedbaar inkomen. De veranderende huishoudenssamenstelling zorgt voor een verhoging van het gemiddeld besteedbaar inkomen.
Al met al is dit alternatief als positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Toelichting score doelbereik sociaaleconomische positie Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema gezond en sociaal is uitgegaan van: de leefkwaliteit in Zwolle is verbeterd door een gezonde en veilige leefomgeving met meer sociale binding tussen inwoners. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld op redelijk. In alternatief 1 is er beperkte stijging van het gemiddeld besteedbaar inkomen. Daarnaast is er een risico dat de stad exclusiever wordt doordat er een beperkt woningaanbod wordt gecreëerd. De potentie voor het doelbereik is daarom laag. In alternatief 2 is er een hoge potentie om het doelbereik te behalen door een toename van de werkgelegenheid. Ook worden er in dit alternatief meer woningen, in verschillende prijsklassen, toegevoegd, waardoor de druk op de woningmarkt afneemt en er een beperkte stijging van de WOZ-waarde is. Maatregelen sociaaleconomische positie Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - houdt rekening met een passende arbeidsmarkt in relatie tot de beroepsbevolking; - zorg voor voldoende diversiteit in woningbouwaanbod zodat wonen betaalbaar blijft, maar ook dat verschillende bevolkingsgroepen met elkaar in aanraking komen.
78 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Sociale cohesie Voor de referentiesituatie wordt uitgegaan van een afname van de sociale cohesie door individualisering en een verdere toename van alleenstaanden. Daardoor neemt de eenzaamheid toe. Knelpunten zijn de wijken Dieze-West, Holtenbroek en Stadshagen-Oost en Assendorp. In alternatief 1 vindt verdichting alleen plaats binnen bebouwd gebied. Daarbij wordt er ingezet op een hoge bijdrage een vergroening en natuurinclusiviteit. De nieuwe woningen worden voornamelijk gerealiseerd op binnenstedelijke locaties zoals het stationsgebied, gebieden rondom en op de A28, en de Ceintuurbaanzone. Door het in te zetten op vormen van duurzame mobiliteit, zoals lopen, komen inwoners elkaar vaker tegen op straat waardoor ze meer met elkaar in contact komen. Daarnaast kan het aanbrengen van kleinschalig stedelijk groen nieuwe ontmoetingsplekken creëren. Ook kan de bottom-up energie aanpak ervoor zorgen dat mensen met elkaar in contact komen. In alternatief 2 worden er 19.700 extra woningen toegevoegd ten opzichte van de referentiesituatie met een mix van woningtypen voor een divers woningaanbod voor verschillende doelgroepen. In de binnenstad vindt verdere verdichting plaats met appartementen voor starters, in de buitenwijken worden met name grondgebonden woningen toegevoegd, daarnaast wordt een nieuwe uitbreidingswijk aangelegd met een mix van voornamelijk meergezinswoningen.
Voorzieningen worden opgeschaald en geclusterd rond grotere knooppunten. Uitgangspunt is dat stedelijke woonmilieus groen en gemengd zijn en voldoende leefruimte bieden. Het aanleggen van nieuwe wijken en kernen biedt kansen om deze zo in te richten dat bewoners elkaar ontmoeten. Daarnaast biedt het clusteren van voorzieningen potentie voor het creëren van ontmoetingsplekken. Toelichting score doelbereik sociale cohesie Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema gezond en sociaal is uitgegaan van: de leefkwaliteit in Zwolle is verbeterd door een gezonde en veilige leefomgeving met meer sociale binding tussen inwoners. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld op redelijk. In beide alternatieven is een beperkte potentie om het te behalen. Dit is naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende om bestaande knelpunten en de toenemende individualisering en vergrijzing tegen te gaan. Daarom worden beide alternatieven neutraal beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Maatregelen sociale cohesie Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - creëer ontmoetingsruimtes waar inwoners kunnen samen komen, rekening houdend met de behoeften van de diverse doelgroepen; - heb in de alternatieven oog voor fysieke, verstandelijke en/of zintuigelijke beperkingen. Dat kan exclusie voorkomen dan wel verminderen.
Gezonde leefstijl Gezond gedrag Voor geen van de alternatieven zijn specifieke uitgangspunten opgenomen voor wat betreft gezond gedrag. Daarom is deze indicator buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het aspect. Beweegvriendelijkheid In alternatief 1 wordt er ingezet op STOMP. Het aandachtspunt voor mobiliteit ligt bij fietsen en wandelen. Daarnaast wordt er kleinschalig stedelijk groen aangebracht waar inwoners kunnen recreëren. In alternatief 2 neemt de rol van de fiets af binnen de vervoersbewegingen. Wel wordt het autogebruik ontmoedigd, waardoor er gebruik gemaakt wordt van andere vormen van mobiliteit. Daarnaast wordt ingezet op groene en gemengde woonmilieus met voldoende leefruimte.
79 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Toelichting score doelbereik gezonde leefstijl Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema gezond en sociaal is uitgegaan van: de leefkwaliteit in Zwolle is verbeterd door een gezonde en veilige leefomgeving met meer sociale binding tussen inwoners. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld op redelijk. In alternatief 1 is er een hoge potentie om het doelbereik te behalen. Doordat in het voorgenomen beleid ingezet wordt op vormen van duurzame mobiliteit neemt de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving toe. Daarnaast wordt er kleinschalig stedelijk groen aangebracht wat een positieve bijdrage levert aan de beweegvriendelijkheid. Het alternatief wordt daarom als zeer positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 2 is er een beperkte potentie om het doelbereik te behalen. Doordat de rol van de fiets binnen mobiliteit afneemt heeft dit een licht negatief effect op de beweegvriendelijkheid, al wordt er ingezet op maatregelen om het autogebruik te verminderen. Ook wordt er ingezet op groene woonmilieus met voldoende ruimte wat daarentegen weer een positief effect kan hebben. Het alternatief wordt daarom positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.
Maatregelen gezonde leefstijl Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: · leg groen aan dat toegankelijk is voor iedere inwoner; · houdt rekening met de hoeveelheid sport en speelvoorzieningen · stimuleer een gevarieerd en inclusief sportaanbod (zowel binnen als buiten) dat voor iedereen met een gezond vervoersmiddel bereikbaar is.
6.2.2
Natuur
De beoordelingen op omgevingseffecten en doelbereik van het thema natuur zijn weergegeven in onderstaande tabel 6.11.
Tabel 6.11 Beoordeling van effecten op natuur Aspect
Referenti esituatie
beschermde natuurgebied en
slecht
soortenbesch erming en biodiversiteit
redelijk
Beoordeling doelbereik
Beoordeling doelbereik
Beoordeling omgevingseffecten
Beoordeling omgevingseffecten
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 1
Alternatief 2
-
--
-
-
Beschermde natuurgebieden Natura 2000 Voor de effecten op Natura 2000-gebieden zijn drie factoren van belang, namelijk 1) ontwikkelingen die direct van invloed zijn op de Natura 2000-gebieden in (de omgeving van) Zwolle; 2) de mate van toename van het inwonersaantal gepaard met het bouwprogramma; en 3) de hoogte van de toename van stikstofdepositie.
80 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Het bouwprogramma en daarmee het inwonersaantal neemt in alternatief 1 toe (+ 5.000 woningen) ten opzichte van de referentiesituatie. Ten grondslag aan het toenemende inwonersaantal ligt een toename van woningen. Daarnaast vindt er ook uitbreiding van het bedrijventerrein Marslanden plaats (+ 50 ha). Met een toename van het aantal woningen en werkgelegenheid neemt ook het gebruik van het openbaar vervoer en auto’s toe, wat leidt tot een toename van stikstofemissie en een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase maar ook in de aanlegfase (--). Hierbij wordt een worst-case benadering gehanteerd waarbij er niet volledig sprake is van zero emissie mobiliteit (elektrische auto’s). In alternatief 1 vinden op grote schaal geen verschuivingen plaats in de intensiteit van het gebruik van het wegennetwerk in gemeente Zwolle. Er zijn enkel op kleine schaal veranderingen in de intensiteit van het wegennetwerk door gemotoriseerd verkeer. In alternatief 1 wordt de A28 ondertunneld. Bij de tunnelmonden is een stikstofdepositietoename. De tunnelmonden liggen nabij Natura 2000-gebieden (binnen 25 kilometer afstand). Dit is negatief voor deze gebieden (-). Het bevorderen van het gebruik van het openbaar vervoer reduceert de hoogte van stikstofdepositie.
In alternatief 1 is sprake van het stimuleren van het openbaar vervoer door het aanleggen van drie stadsrandhubs en de aanleg van een extra station. Ondanks de mobiliteitstransitie is er sprake van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (0). Het bouwprogramma en daarmee het inwonersaantal neemt in alternatief 2 toe (+19.700 woningen) ten opzichte van de referentiesituatie. Met een toename in het aantal woningen neemt ook het gebruik van openbaar vervoer en auto’s toe, wat leidt tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden (--). In vergelijking met alternatief 1 nemen het inwonersaantal en de werkgelegenheid in alternatief 2 sterker toe. De mogelijke effecten zijn in alternatief 2 daarom ook aanzienlijk groter dan in alternatief 1. In alternatief 2 vindt er een uitbreiding van het bedrijventerrein plaats met 135 ha. Wanneer er ook bedrijven uit een hogere milieucategorie worden toegelaten, neemt de stikstofdepositie relatief veel toe ten opzichte van de referentiesituatie (--). Bovendien leidt meer werkgelegenheid in het buitengebied tot een toename van het gebruik van auto's en openbaar vervoer, wat eveneens resulteert in een hogere stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (--). In alternatief 2 wordt het gebruik van het openbaar gestimuleerd.
Er wordt een grootschalig hub netwerk aangelegd (inclusief drie extra stadsrandhubs) en er worden twee extra stations aangelegd. Ondanks de mobiliteitstransitie kiezen in alternatief 2 meer mensen voor de auto (modal split) (-). De keuze voor het openbaar vervoer blijft gelijk ten opzichte van de referentiesituatie. Het gaat ten koste van de keuze voor de fiets. In alternatief 2 is ook de aanleg van een nieuwe ringweg A28-A50 opgenomen. De nieuwe ringweg loopt ten zuidoosten om Zwolle heen. Daarbij doorkruist het drie Natura 2000-gebieden. Dit leidt tot meer verkeersbewegingen en daarmee tot een stikstofdepositietoename op omliggende Natura 2000-gebieden (--). Naast stikstofdepositie leidt het ook tot oppervlakteverlies, versnippering en verstoring van Natura 2000-gebieden Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht, Rijntakken en Veluwe (--). Dit heeft een negatieve invloed op de Natura 2000-gebieden. In alternatief 2 vindt door de aanleg van de nieuwe stadsring een verschuiving plaats in het gebruik van het wegennetwerk binnen de gemeente Zwolle ten opzichte van de referentiesituatie. Het verkeer op de stadsring neemt toe, gezien deze er in de huidige situatie nog niet is. Het verkeer op de aansluitende wegen van de nieuwe stadsring neemt ook toe. Op de A50 ter hoogte van Natura 2000-gebied Veluwe neemt het verkeer ook toe ten opzichte van de referentiesituatie.
Op dit Natura 2000-gebied is een toename van stikstofdepositie te verwachten (--). Het verkeer op de A28 vanaf de A50 tot de N340 neemt daarentegen juist af (+). Vanaf Hessenpoort neemt het verkeer op de A28 weer toe ten opzichte van de referentiesituatie. Er vindt in alternatief 2 een verschuiving van verkeersbewegingen plaats naar de zuidelijke delen van de gemeente. De stikstofdepositie neemt daarom naar verwachting voornamelijk toe in de zuidelijker gelegen delen van de omliggende Natura 2000-gebieden.
81 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
De toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden wordt voor alternatief 1 en 2 als sterk negatief beoordeeld. In de Update stikstof in relatie tot Zwolse plannen en projecten (juli 2024) staat beschreven dat het vooralsnog onzeker blijft wanneer en in welke mate sprake gaat zijn van de benodigde stikstofdaling. Zolang de onzekerheid voortduurt en de stikstofdaling uitblijft, is de verwachting dat het stikstofdossier instabiel zal blijven. Het is daarom niet uitgesloten dat stikstof de komende jaren beperkingen oplevert voor Zwolse plannen en projecten met een grote omvang en/of dichtbij Natura 2000. Naast stikstofdepositie leidt een toename van het inwonersaantal ook tot verstoring. Inwoners van Zwolle recreëren in de Natura 2000-gebieden, de recreatiedruk en bijbehorende verstoring zal in alternatief 1 en 2 toenemen ten opzichte van de referentiesituatie (-). Dit heeft een negatieve invloed op de Natura 2000gebieden. Tot slot, in alternatief 1 en 2 wordt een windmolenpark bij Haerst voorgesteld. Dit kan leiden tot aanvaringsslachtoffers en daarmee negatieve effecten hebben op soorten met instandhoudingsdoelstellingen in omliggende Natura 2000-gebieden (--). Voor nadere beoordeling, zie paragraaf 4.4.1 in Verkennende natuurtoets windenergie Overijssel (provincie Overijssel, 2022).
Natuurnetwerk Nederland Een groot deel van de gebieden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren, zijn ook Natura 2000-gebied. Hoewel de beleidsregels van het NNN verschillen van de Natura 2000-wetgeving, geldt wat onder Natura 2000-gebieden is beschreven in principe ook voor de kwaliteit van de NNN-gebieden. Gezien de negatieve beoordeling van alternatief 1 en 2, worden de alternatieven ook negatief beoordeeld voor NNN-gebieden. Daarbij is de toename van het inwonersaantal en recreatiedruk bepalend. De negatieve effecten zijn daarom bij alternatief 2 groter dan bij alternatief 1. Daarnaast leidt in beide alternatieven de nieuwe windmolenlocatie bij Haerst ook tot negatieve effecten op NNN-gebieden. Weidevogel leefgebieden In alternatief 1 en 2 vindt een toename van het aantal woningen plaats ten opzichte van de referentiesituatie. Condities die voor weidevogel leefgebieden van belang zijn bestaan onder andere uit openheid en rust. Door de toename van het inwonersaantal neemt de verstoring mogelijk toe in weidevogel leefgebieden, bijvoorbeeld door een toename in recreatie (-). De kwaliteit van het weidevogel leefgebied neemt hierdoor mogelijk af. Dit effect is groter bij alternatief 2 dan bij alternatief 1 omdat in alternatief 2 het inwonersaantal meer toeneemt. Daarnaast wordt in alternatief 1 en 2 een nieuwe windmolenlocatie bij Haerst voorgesteld.
Deze bevindt zich in weidevogelleefgebied. Dit leidt tot oppervlakteverlies en verstoring van deze gebieden, waardoor de openheid en rust in deze gebieden afneemt (--). Dit wordt sterk negatief beoordeeld omdat in artikel 4.66 lid 3 van de Omgevingsvisie Overijssel is aangegeven dat ontwikkelingen binnen leefgebieden voor weidevogels worden toegelaten mits de omvang van een leefgebied voor weidevogels niet wordt verkleind en er per saldo sprake is van een versterking van de kwaliteit van het leefgebied voor weidevogels. Voor nadere beoordeling voor de ontwikkeling van het windpark op weidevogel leefgebieden, zie verkennende natuurtoets windenergie Overijssel (provincie Overijssel, 2022). Voor nadere beoordeling, zie hoofdstuk 6 in Verkennende natuurtoets windenergie Overijssel (provincie Overijssel, 2022). Daarnaast is een uitbreiding van bedrijventerrein (+135 ha, 20.000 arbeidsplaatsen) opgenomen in alternatief 2. Dit vindt plaats in weidevogel leefgebied. Hierdoor vindt oppervlakteverlies plaats en ook verstoring door het gebruik van het bedrijventerrein neemt toe (--). Dit wordt sterk negatief beoordeeld omdat zowel de omvang als kwaliteit van leefgebied van weidevogels hierdoor afneemt.
Toelichting score doelbereik beschermde natuurgebieden Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema natuur is uitgegaan van: in 2050 is de biodiversiteit in Zwolle toegenomen. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld op slecht.
82 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Alternatief 1 krijgt een negatieve beoordeling (-) voor beschermde natuurgebieden. Het alternatief leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarnaast neemt de verstoring in de beschermde gebieden toe ten opzichte van de referentiesituatie. Het voornemen voor het windpark leidt tot oppervlakte- en kwaliteitsverlies van weidevogel leefgebied. De potentie voor het doelbereik is daarom laag. Alternatief 2 krijgt een sterk negatieve beoordeling (--) voor beschermde natuurgebieden. De stikstofdepositie en verstoring neemt sterk toe ten opzichte van de referentiesituatie. Het grootste knelpunt ligt bij het voornemen voor de ringweg A28-A50. Dit doorkruist Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden wat tot sterk negatieve effecten leidt. Daarnaast leidt het windmolenpark en de uitbreiding van het bedrijventerrein tot oppervlakte- en kwaliteitsverlies van weidevogel leefgebied. De potentie voor het doelbereik is daarom laag.
Maatregelen beschermde natuurgebieden Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - beperk de recreatiedruk in beschermde natuurgebieden door zonering en geleiding; - Zwaardere industrie niet toestaan; - Kleinere maatregelen: stimuleren van ov/lopen/fietsen - laadpalen – isolatie (minder stoken) verkeersplan (goede doorstroming); - maak concreet hoe de toename van stikstofemissie in de stad zoveel mogelijk beperkt kan worden; hierbij kan gedacht worden aan: · stimuleer het openbaar vervoer, lopen en fietsen om de stikstofemissies door de toenemende verkeersbewegingen te beperken; · stimuleer elektrisch verkeer worden door laadpalen te realiseren; · zorg voor een goede doorstroming van verkeer in het wegennetwerk om stilstaand verkeer te verminderen; · weer industrie met een hogere milieucategorie; - wanneer de toename van stikstofemissie niet voorkomen kan worden kunnen maatregelen zoals internen extern salderen worden ingezet: · in geval van intern salderen wordt de stikstofemissie van een reeds bestaande activiteit dusdanig verlaagd dat de nieuw te veroorzaken depositie binnen hetzelfde project of van dezelfde locatie daartegen gesaldeerd (‘weggestreept’) wordt; · met extern salderen wordt de stikstofemissie van een bestaande activiteit buiten de begrenzing van het project en/of de locatie gesaldeerd (‘weggestreept’) tegenover de depositie die optreedt in de beoogde
situatie; - neem de effecten en gevolgen van het aanleggen van ringweg A28-A50 onder de loep; - voorkom of reduceer verstoring en versnippering op weidevogel leefgebied, bijvoorbeeld: · realiseer windturbines in rijen parallel met de hoofdvliegrichting van vogels, hierdoor vermindert de aanvaringskans van een vogel met een turbine; · realiseer windturbines met stilstand voorziening, hierdoor vermindert eveneens de aanvaringskans; - voorkom oppervlakteverlies op weidevogel leefgebied, waar dit niet mogelijk is moet compensatie plaatsvinden door elders weidevogel leefgebied te realiseren. Soortenbescherming en biodiversiteit In alternatief 1 neemt het aantal woningen toe ten opzichte van de referentiesituatie. Verdichting en transformatie van de stad vinden alleen binnen bebouwd gebied plaats. Dit betekent dat er elders in de gemeente relatief veel ruimte overblijft voor groen en hierdoor ontstaan kansen voor een toename in biodiversiteit (0). Verdichting brengt ook risico’s met zich mee, omdat het kan leiden tot het verlies van rommelhoekjes die voor soorten zoals egels belangrijk zijn (-). Daarnaast vindt er uitbreiding van bedrijventerrein Marslanden plaats van 50 hectare. Deze uitbreiding vindt plaats in gebied wat momenteel groene delen bevat, er gaat daarom leefgebied van soorten verloren (-).
Daarnaast komt er in alternatief 1 een nieuwe locatie voor windmolens bij Haerst en worden er kleinschalige zonneparken landschappelijk ingepast in het buitengebied. De buitengebieden vormen leefgebied voor soorten waar relatief weinig verstoring is ten opzichte van de stad. Windmolens kunnen leiden tot oppervlakteverlies, versnippering en verstoring van leefgebied van beschermde soorten (--). Windmolens leiden bijvoorbeeld tot verstoring door geluiden optische verstoring door onder andere slagschaduw. Daarnaast kunnen windmolens leiden tot aanvaringsslachtoffers bij vogels en vleermuizen.
83 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Voor nadere beoordeling, zie verkennende natuurtoets windenergie Overijssel (provincie Overijssel, 2022). Kleinschalige zonneparken in het buitengebied leiden mogelijk ook tot oppervlakteverlies en versnippering van het leefgebied van beschermde soorten (-). De A28 die door Zwolle heen loopt wordt verdiept, hier bovenop wordt een groen landschap gecreëerd dat verbindingen tussen de stad en het noordelijke deel van de gemeente mogelijk maakt. Hierdoor ontstaat er meer leefgebied voor soorten (++). Bovendien neemt de verbinding tussen groene delen van de stad toe (++). Het bestaande blauwgroene netwerk wordt opgewaardeerd en verbonden aan recreatieve functies zoals wandelpaden en zitgelegenheden. Deze opwaardering leidt tot meer verbondenheid (+). Een toename aan recreatie in deze gebieden leidt tot te veel verstoring, waardoor de waarde voor soorten lager wordt (-). In alternatief 1 wordt kleinschalig stedelijk groen multifunctioneel ingezet als bijvoorbeeld pluktuinen, stadslandbouw, speelboerderijen en educatieve voedselbossen. Hierdoor is de toegevoegde waarde van deze kleinschalige stedelijke groene gebieden beperkt (0). In alternatief 2 neemt het aantal woningen met 19.700 toe. Deze woningen worden gerealiseerd in huidig bebouwd gebied en in nieuwe kernen rondom de stad. Hierbij gaan groene delen van de stad verloren en neemt de biodiversiteit af (-).
Door de groei van inwonersaantal neemt ook de verstoring toe, onder andere door recreatie (-). Dit heeft negatieve invloed op de biodiversiteit. In alternatief 2 zijn deze effecten groter dan in alternatief 1 omdat er meer woningen worden gerealiseerd. Bedrijventerrein Hessenpoort breidt uit met 135 hectare en biedt ruimte voor maximaal 20.000 arbeidsplaatsen. Het gebied ten noorden van Hessenpoort waar de uitbreiding plaatsvindt biedt leefgebied voor onder andere weidevogels. Er gaat dus waardevol leefgebied voor soorten verloren (--). Alternatief 2 bevat het voornemen om de ringweg A28-A50 te realiseren. Deze ringweg doorkruist Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en andere gebieden die van belang zijn voor biodiversiteit in de gemeente Zwolle. De ringweg leidt tot oppervlakteverlies van belangrijk leefgebied voor soorten (--). Daarnaast vindt er versnippering plaats (--). De ringweg vormt een barrière voor soorten waardoor de verbondenheid van het gebied afneemt. Tot slot neemt ook de verstoring door de ringweg toe (--). Verkeer op de weg leidt tot verstoring op omliggende gebieden waardoor deze gebieden minder geschikt worden als leefgebied voor soorten. Tot slot leidt de ringweg mogelijk ook tot meer aanrijdingen van dieren, wat de biodiversiteit negatief beïnvloedt (--). Net als in alternatief 1 wordt een nieuwe locatie van windmolens bij Haerst gerealiseerd.
Zoals bij alternatief 1 beschreven leidt dit tot oppervlakteverlies, versnippering, verstoring en kans op aanvaringsslachtoffers (--). Voor nadere beoordeling, zie paragraaf 6.4 in Verkennende natuurtoets windenergie Overijssel (provincie Overijssel, 2022). De stad wordt in alternatief 2 dooraderd met blauwgroene netwerken. Dit wordt gedaan door meer groene corridors te realiseren, bijvoorbeeld rondom singels. Dit draagt bij aan de biodiversiteit, versnippering van leefgebieden neemt hierdoor af (+). De robuustheid van het groen neemt toe (+). Daarnaast wordt het groen/blauwe netwerk sterk verbonden aan klimaatadaptieve ontwikkelingen, zoals het vasthouden van regenwater in een recreatief sponsbos (+). Alternatief 2 stelt ook voor om slimme energieoplossingen te verweven met groene en blauwe infrastructuren (0). Het combineren hiervan is positief, maar netto gaat het groen en blauw erop achteruit qua oppervlakte en functionaliteit. Zo kunnen zonnepanelen op waterlichamen nadelig zijn voor vogels en vleermuizen die vliegend drinken, of voor de planten in het water (-). De open ruimte in 'Mastenbroek' aan de noordzijde van Zwolle wordt benut als economisch productielandschap voor bijvoorbeeld natte teelt. Dit gebied vormt mogelijk leefgebied voor soorten. In de huidige situatie lijkt dit gebied niet van groot belang voor soorten (0).
Er zijn niet veel waarnemingen bekend in dit gebied. Wanneer het gebied wordt ingezet voor natte teelt kan er ook leefgebied ontstaan voor moerassoorten zoals libellen, vogels of orchideeën. Echter, er kunnen ook negatieve effecten optreden door de toepassing van natte teelt. Maaiwerkzaamheden kunnen bijvoorbeeld negatief uitpakken voor soorten die gevoelig zijn voor verstoring. Afhankelijk van hoe natte teelt wordt toegepast kan het effect op soorten positief, neutraal of negatief zijn.
84 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Toelichting score doelbereik soortenbescherming en biodiversiteit Als doelbereik voor de ambitie vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen voor het thema natuur is uitgegaan van: in 2050 is de biodiversiteit in Zwolle toegenomen. In de referentiesituatie is het doelbereik beoordeeld redelijk. Alternatief 1 krijgt een negatieve beoordeling (-) voor soortenbescherming en biodiversiteit. Groene stukken in de stad nemen af door de uitbreiding en verdichting van het bebouwd gebied. De positieve effecten van alternatief 1 zijn gering. Bestaande groene ruimtes worden opgewaardeerd, maar deze worden functioneel gemaakt voor menselijke activiteiten, zoals recreatie of pluktuinen. Hierdoor kan de toegevoegde waarde voor biodiversiteit beperkt zijn. De potentie voor het doelbereik is daarom laag. Alternatief 2 krijgt een negatieve boordeling (-) voor soortenbescherming en biodiversiteit. De toename van stadskernen en de aanleg van de nieuwe weg zorgen voor oppervlakteverlies, versnippering en verstoring van het leefgebied van soorten. Daarentegen bevat dit alternatief ook plannen om het groen uit te breiden en beter te verbinden wat positief is voor de biodiversiteit. De potentie voor het doelbereik is daarom laag.
Maatregelen soortenbescherming en biodiversiteit Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - beperk de recreatiedruk in natuurgebieden door extra uitloopgebieden aan te wijzen binnen de gemeente Zwolle waar inwoners kunnen recreëren; - beperk de recreatiedruk in gebieden die toegankelijk zijn voor inwoners van Zwolle door zonering en geleiding toe te passen; - zorg voor gedegen monitoring van de biodiversiteit, beschermde soorten en natuurgebieden. De Natuurwaardenkaart geeft goed inzicht in de grootschalige patronen en biedt mogelijkheden voor (bij)sturing; - voorkom of reduceer verstoring en versnippering op weidevogel leefgebied, bijvoorbeeld: · realiseer windturbines in rijen parallel met de hoofdvliegrichting van vogels, hierdoor vermindert de aanvaringskans van een vogel met een turbine; · realiseer windturbines met stilstand voorziening, hierdoor vermindert eveneens de aanvaringskans; - voorkom oppervlakteverlies op weidevogel leefgebied, waar dit niet mogelijk is moet compensatie plaatsvinden door elders weidevogel leefgebied te realiseren; - neem de effecten en gevolgen van het aanleggen van ringweg A28-A50 onder de loep; - onderzoek hoe het toevoegen van groen zoveel mogelijk kan worden aangemoedigd en zorg dat toegevoegd groen ook effectief een bijdrage levert aan leefgebied voor beschermde soorten en biodiversiteit in algemene zin.
6.2.3
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
De beoordelingen op omgevingseffecten en doelbereik van het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie zijn weergegeven in tabel 6.12.
85 |171
Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief
Tabel 6.12 Beoordeling van effecten op landschap, cultuurhistorie en archeologie Aspect
Referentie situatie
landschap en cultuurhistorie en erfgoed archeologie
Beoordeling doelbereik
Beoordeling doelbereik
Beoordeling omgevingseffec ten
Beoordeling omgevingseffec ten
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 1
Alternatief 2
0
-
-
-
goed
goed
Landschap, cultuurhistorie en erfgoed Gebouwd erfgoed (beschermde gezichten) Uit de staat blijkt dat de binnenstad van Zwolle een beschermd dorpsgezicht is. In zowel alternatief 1 als alternatief 2 is daar inbreiding van de woningvoorraad voorzien, waarbij in beide alternatieven 1.800 woningen worden toegevoegd aan het stedelijk gebied. Daarom zijn de effecten van beide alternatieven hetzelfde, en dus niet onderscheidend (0). Cultuurhistorie en landschap De binnenstad van Zwolle heeft een grote cultuurhistorische waarde, zoals blijkt uit de recente staat. Verder hebben de wijken Zwolle-Zuid, Westenholte en Langenholte waardevolle groenstructuren. Het gebied rond Oldeneel vormt een belangrijk historisch geheel. In het buitengebied zijn er bovendien verschillende (landschappelijke) wegstructuren die van grote betekenis zijn voor de landschappelijke- en cultuurhistorische waarden van de stad. Bij alternatief 1 vindt de bouw plaats binnen het reeds bebouwde gebied. Alternatief 2 daarentegen voorziet ook uitbreiding buiten het bestaande bebouwde gebied. Deze uitbreiding omvat onder andere het gebied bij Vechtpoort rond Herfte en Wijthmen, waar de (landschappelijke) wegstructuren een rol spelen.
Daarnaast worden in Zwolle-Zuid uitbreidingen voorzien die landschappelijke waarden zullen beïnvloeden, zoals het historische ensemble bij Harculo en waardevolle wegstructuren bij Windesheim (-). Ondanks deze uitbreidingen is de huidige bescherming van landschappelijke waarden voldoende om toekomstige ontwikkelingen op te vangen. Deze bescherming is verankerd in het Zwols Programma Erfgoed en de Erfgoedverordening, die zich inzetten om waardevolle groenstructuren en historische landschapskenmerken te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarnaast ondersteunt het beleid van de provincie de bescherming van deze waarden via de cultuurhistorische waardenkaart. In beide alternatieven worden landschappelijke en cultuurhistorische waarden geraakt, met een grotere impact in alternatief 2 vanwege de omvangrijke uitbreidingen (-). In het stedelijk gebied zullen ingrepen plaatsvinden, een gebied met grote historische waarde, waarvoor de impact nog onduidelijk is. Om deze reden zijn de effecten in alternatief 1 beoordeeld als neutraal (0), en de effecten in alternatief 2 als negatief (-). Bij beide alternatieven is er een beperkte potentie om het doel van vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen te realiseren door de inbreiding (en in alternatief 2 ook uitbreiding) van de woonvoorraad.