CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a: De Omgevingseffectrapportage (OER)

Raad Besluitvormingsronde 19 januari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie40.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Indien er meer negatieve effecten optreden dan positieve effecten optreden en de impact van de positieve effecten beperkt is dan is de eindscore negatief. Ook hier geldt dat de effecten van eventuele trends worden meegewogen in de beoordeling. Indien de positieve effecten en negatieve effecten en trends in balans zijn dan worden beide beoordelingen weergeven om de nuances van de beleidsinzet duidelijk weer te geven. Tabel 4.3 Beoordelingsschaal omgevingseffecten voorgenomen beleid Score

Toelichting

++

zeer positief effect: sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect: verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal: geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect: verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

zeer negatief effect: sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, risico op niet voldoen aan beleid en wetgeving

46 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Doelbereik Naast de beoordeling van effecten op de thema’s uit het beoordelingskader wordt in het OER ook inzichtelijk gemaakt in welke mate de alternatieven bij kunnen dragen aan het behalen van de ambities van de gemeente Zwolle. De mate waarin de alternatieven bij kunnen dragen aan het behalen van de ambities wordt getoetst op aspectniveau. De aspecten kunnen een hoge, beperkte of lage potentie scoren (zie tabel 4.4). Het doelbereik van de alternatieven wordt beoordeeld aan de hand van de referentiesituatie (huidige staat en kwaliteit fysieke leefomgeving + autonome ontwikkelingen).

Tabel 4.4 Toetsing doelbereik Beoordeling

Toelichting hoge potentie voor behalen doel beperkte potentie voor behalen doel

lage potentie voor behalen doel

Per thema uit het beoordelingskader is in onderstaande tabel 4.5 het doelbereik nader gespecifieerd op basis van de ambities uit het Huis van Zwolle op basis van de huidige omgevingsvisie.

Tabel 4.5 Doelbereik per thema tot 2030 Huis van Zwolle (ambities)

Thema

Doelbereik

versterken stedelijkheid en economie

wonen

in Zwolle is een passend woningaanbod met bijbehorende voorzieningen en een kwalitatieve openbare ruimte door het jaarlijks toevoegen van 1.000 woningen

economie

de economische positie van Zwolle is versterkt op het gebied van gezondheidszorg, ICT en de creatieve industrie. De circulaire economie wordt gezien als toekomst. Een passend aantal arbeidsplaatsen in relatie tot de beroepsbevolking staat daarbij centraal

mobiliteit en bereikbaarheid

de bereikbaarheid van Zwolle is binnen de stad versterkt, gericht op vormen van duurzame mobiliteit als STOMP en de verkeersveiligheid is verbeterd. Daarnaast is de bereikbaarheid over het nationale en internationale weg en- spoornetwerk versterkt

gezond en sociaal

de leef kwaliteit in Zwolle is verbeterd door een gezonde en veilige leefomgeving met meer sociale binding tussen inwoners

natuur

in 2050 is de biodiversiteit in Zwolle toegenomen

landschap, cultuurhistorie en archeologie

landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden worden behouden en verder versterkt

energie

Zwolle is in 2050 energieneutraal

bodem, water en klimaat(adaptatie)

klimaatadaptatie is cruciaal voor Zwolle vanwege toenemende weersextremen. De stad neemt maatregelen om weerbaar te worden tegen wateroverlast en droogte, de unieke delta van de IJssel en Vecht te behouden, en zorgt voor een duurzame leefomgeving

vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal

47 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

4.6

Detailniveau van het onderzoek

Het OER voor de nieuwe omgevingsvisie sluit aan bij het abstractieniveau van de beleidsopties (alternatieven) die worden voorgesteld. Dit betekent dat een globale effectbeoordeling wordt uitgevoerd op aspectniveau, waarbij de effecten vaak kwalitatief of op basis van expert judgement worden beschreven en beoordeeld. Waar mogelijk vindt kwantitatieve beoordeling plaats. Daarbij wordt gebruik gemaakt van open data en al uitgevoerde (beleids-)analyses. Deze bronnen worden voornamelijk gebruikt voor het bepalen van de huidige staat en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De autonome ontwikkelingen en de alternatieven worden veelal kwalitatief of op basis van expert judgement beoordeeld. Het gaat om een beschrijving van de verwachte effecten en de onzekerheden per alternatief of overkoepelend voor alle alternatieven (afhankelijk van aspect en beschikbare informatie). Voor geluid is er een semi-kwantitatieve analyse gedaan op basis van de verkeersintensiteiten. Om de toename tussen het VKA en de referentiesituatie te bepalen is de volgende vuistregel gebruikt: 10 * log ([intensiteit situatie A]/[intensiteit situatie B]).

Voorbeeld: 25% toename in verkeer leidt dan ongeveer tot een toename van 1 dB, want 10*log10(1.25)=0.96 In deze analyse is geen geluidsmodel opgesteld en zijn de volgende onderdelen niet meegenomen: - de invloed van de samenstelling van het verkeer; - aanpassingen aan infrastructuur zoals een wegdektype of snelheden; - de etmaalperiode waarin het verkeer rijdt. Een beoogde meerwaarde van het OER is om ook op wijkniveau de staat van de leefomgeving en de effecten te beschrijven (daar waar mogelijk en relevant). Op deze manier wordt in kaart gebracht wat de verschillen zijn tussen wijken wat de effecten zijn van beleidsopties op verschillende plekken.

4.7

Monitoring en bijsturing

Op basis van de visie en het toegepaste beoordelingskader wordt in het OER een voorzet gedaan voor een monitoringssystematiek, waarmee essentiële effecten gevolgd kunnen worden en, indien nodig, kan worden bijgestuurd.

48 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

5 BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE Dit hoofdstuk beschrijft de referentiesituatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van autonome ontwikkelingen in Zwolle. In bijlage II, de Staat van de leefomgeving, zijn autonome ontwikkelingen beschreven. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de aanvulling op de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen algemene ontwikkelingen die op Zwolle afkomen en ontwikkelingen die door de gemeente in gang worden gezet door beleid. Algemene ontwikkelingen die op Zwolle afkomen betreffen demografische, economische, sociaal-culturele, technologische, ecologische en politiek-institutionele trends en ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen die de gemeente stimuleert gaan bijvoorbeeld over voortzetting van het huidige beleid en projecten waar al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. Vanaf paragraaf 5.1 wordt de referentiesituatie beschreven per beoordelingsthema en aspect. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie met de autonome ontwikkelingen.

5.1

Ambitie versterken stedelijkheid en economie

5.1.1

Beoordeling wonen

In tabel 5.1 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema wonen en woonomgeving.

Tabel 5.1 Beoordeling referentiesituatie wonen en woonomgeving Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

woningaanbod

slecht

redelijk

door in te zetten op het bouwen van betaalbare woningen voor diverse doelgroepen wordt het woningaanbod binnen Zwolle vergroot. Desalniettemin moeten woningbouwplannen wel gerealiseerd worden. De ambitie van 10.000 woningen is nog niet gehaald met alleen de harde plannen. Daarom wordt de referentiesituatie met redelijk beoordeeld

voorzieningenaanbod

redelijk

redelijk

voorzieningen moeten meegroeien met de bevolkingsopbouw. Het is onduidelijk hoe dit zich ontwikkelt en of bestaande stadsdelen met beperkte voorzieningen een boost krijgen. Daarom blijft de referentiesituatie redelijk. Maatschappelijke voorzieningen zijn hierbij een sterk aandachtspunt

openbare ruimte

goed

goed

door het toevoegen van meer groen conform het groen- en recreatiebeleidsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de kwaliteit van de openbare ruimte vergroot door koppelingen te maken met groen/blauwe structuren en biodiversiteit

49 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

5.1.2

Beoordeling economie

In tabel 5.2 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema economie.

Tabel 5.2 Beoordeling van het thema economie in de referentiesituatie Huidige staat (2024)

Referentiesituatie

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

werkgelegenheid

goed

goed

door in te zetten op ruimte voor bedrijven en een innovatief ondernemersklimaat stijgt de werkgelegenheid. Wel kan er een mogelijk risico zijn dat de arbeidsmarkt niet aansluit bij de beroepsbevolking welke daalt ondanks een groeiend aantal inwoners. Doordat er in de huidige situatie sprake is van druk op de kantorenmarkt moet er een beperkte groei van kantoorpanden zijn op plekken waar werkgevers daar behoefte aan hebben

landbouw

redelijk

slecht

op basis van historische trend en toekomstige (nationale) verwachtingen neemt het belang van de landbouw in de economie en werkgelegenheid verder af. Het behouden van voldoende areaal in verband met andere ruimteclaims voor bijvoorbeeld woningbouw en natuur, duurzame energievoorziening en bodemdaling in combinatie met waterhuishouding vormen opgaven om landbouwareaal te behouden

5.1.3

Beoordeling mobiliteit en bereikbaarheid

In tabel 5.3 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema mobiliteit en bereikbaarheid.

Tabel 5.3 Beoordeling van het thema mobiliteit en bereikbaarheid Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

vervoerskeuze

redelijk

redelijk

er treedt een verschuiving op naar meer gebruik van duurzame modaliteiten maar in het buitengebied blijft autogebruik dominant

bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer

redelijk

redelijk

toegankelijkheid van autogebruik neemt af in de binnenstad door hubs en nieuwe milieuzones en er blijven in de spitsuren enkele knelpunten op het hoofdwegennet

bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer

redelijk

redelijk

bestaande knelpunten omtrent OV blijven bestaan

bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer

goed

goed

De focus op het actieve beleid gebaseerd op het STOMPprincipe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobilityas-a-service, Privéauto) resulteert in een verschuiving naar meer langzaam verkeer. Zwolle blijft een fietsstad door het actieplan Zwolle wereldfietsstad

verkeersveiligheid

redelijk

redelijk

de groei van de bevolking en daarmee de toenemende vraag naar mobiliteit, de schaarste van beschikbare ruimte en de diversificatie van voertuigen in termen van

50 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Aspect

Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting afmetingen, gewicht en snelheid, resulteren in aanhoudende verkeersveiligheidsrisico's die nog niet afdoende zijn opgelost

5.2

Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

5.2.1

Beoordeling gezond en sociaal

In tabel 5.4 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema gezond en sociaal.

Tabel 5.4 Beoordeling van het thema gezond en sociaal Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

gezondheidsbescherming

slecht

slecht

knelpunten op het gebied van geluid blijven bestaan. De standaardwaarden voor geluid afkomstig van wegverkeer worden nog steeds overschreden. Ook worden grenswaarden overschreden zoals voor lucht

veiligheid omgeving

redelijk

redelijk

geen toevoeging van extra risicobronnen of aandachtsgebieden ten opzichte van de huidige situatie. Onduidelijk hoe sociale veiligheidsknelpunten zich hebben ontwikkeld

sociaaleconomische positie

redelijk

redelijk

het gemiddeld inkomen van Zwolle ligt nog steeds vlak boven dat van Nederland en er blijven verschillen tussen wijken in Zwolle

sociale cohesie

redelijk

redelijk

in de referentie is er een verdere toename van individualisering en alleenstaanden waardoor de sociale cohesie verder afneemt. De uitwerking van Koers Sociaal Domein hierop is onduidelijk. De referentiesituatie blijft daarom gelijk

gezonde leefstijl

redelijk

redelijk

door een toename van vergrijzing neemt de mate van gezonde leefstijl af. De uitwerking van Koers Sociaal Domein hierop is onduidelijk. Ook is onduidelijk hoe dit doorwerkt op een beweegvriendelijke leefomgeving. Wel wordt gezond gedrag bevorderd door maatregelen voor voetgangers en fietsers (STOMP). De referentiesituatie blijft daarom redelijk

5.2.2

Beoordeling natuur

In tabel 5.5 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema natuur.

51 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 5.5 Beoordeling van het thema natuur Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

beschermde natuurgebieden

slecht

slecht

autonoom wordt verwacht dat de doelstellingen voor beschermde natuurgebieden rond Zwolle over het algemeen niet worden behaald.

soortenbescherming en biodiversiteit

redelijk

redelijk

het groen- en recreatieplan bevat ambities die bijdragen aan biodiversiteit. De kansenkaarten bieden perspectief maar het is nog onzeker of deze kansen daadwerkelijk worden gerealiseerd, zeker door de verdere druk van de woningbouw

5.2.3

Beoordeling landschap, cultuurhistorie en archeologie

In tabel 5.6 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie.

Tabel 5.6 Beoordeling thema landschap, cultuurhistorie en archeologie Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

landschap en cultuurhistorie en erfgoed

goed

goed

gemeente Zwolle wil de landschappelijke waarden beschermen en behouden. Ze is nu bezig met de uitwerking van het Zwols programma erfgoed. Dit brengt het beleid in lijn met de Omgevingswet en Erfgoedverordening en kan voorkomen dat woningbouw en andere ruimtelijke plannen de landschappelijke waarden aanpassen

archeologie

goed

goed

in de referentiesituatie komen er geen ontwikkelingen voor die de archeologische waardevolle gebieden aantasten. Er geldt een meldplicht voor archeologische vondsten vanuit wetgeving

5.3

Ambitie klimaatbesteding en energieneutraal

5.3.1

Beoordeling energie

In tabel 5.7 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema energie.

52 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 5.7 Beoordeling energie referentiesituatie Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

emissie broeikasgassen

redelijk

redelijk

Zwolle is bezig met het uitwerken van maatregelen om de emissie van broeikasgassen tegen te gaan. De referentiesituatie wordt daarom op redelijk beoordeeld doordat de precieze uitwerking hiervan nog onduidelijk is

energieverbruik en duurzame opwek

slecht

redelijk

Zwolle is bezig met het uitwerken van maatregelen om het energieverbruik te verminderen en duurzame opwek te vergroten (o.a. warmteprogramma). De referentiesituatie wordt daarom op redelijk beoordeeld doordat de precieze uitwerking hiervan nog onduidelijk is

5.3.2

Beoordeling bodem, water en klimaat(adaptatie)

In tabel 5.8 is een beoordeling gegeven voor de referentiesituatie voor het thema bodem, water en klimaat(adaptatie).

53 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 5.8 Beoordeling bodem en klimaat(adaptatie) Huidige staat (2024)

Referentiesituatie (2050)

Aspect

Beoordeling

Beoordeling

Toelichting

bodem

redelijk

redelijk

bodemverontreinigingen worden verder beheerst, voorkomen, en/of gesaneerd bij ruimtelijke ontwikkelingen. De uitwerking van het beleidskader water en bodem sturend naar concrete acties is onzeker. Er worden in Zwolle en omgeving wel grotere mate van bodemdaling verwacht, dit moet worden meegenomen in ruimtelijke besluiten

waterveiligheid en risico op wateroverlast

redelijk

redelijk

naast de HWBP-dijkversterkingen (hoogwaterbeschermingsprogramma), wordt het gestuurd op gevolgbeperking van overstromingen vanuit de Sallandse Weteringen door het aanleggen van waterbergingen, blauwgroene structuren en het implementeren van meerlaagse veiligheid. Omdat de kans op overstroming aanwezig blijft en omdat door klimaatverandering er risico’s voor wateroverlast blijven, wordt de referentiesituatie beoordeelt als redelijk

hittestress

redelijk

redelijk

de gemeente investeert in preventie van hittestress door het toevoegen van groen in openbare ruimten. Echter, door klimaatverandering (langere periodes van hitte) in combinatie met vergrijzing (meer kwetsbare personen) nemen de risico’s van hittestress toe

waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

slecht

slecht

er is landelijk beleid om de kwaliteit van (grond)water te verbeteren en het duurzaam gebruik van drinkwater te vergroten (kaderrichtlijn water ook wel KRW). De effecten van dit beleid zijn echter nog onvoldoende zeker

54 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

6 OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN In dit hoofdstuk worden de omgevingseffecten van de alternatieven beschreven. Het hoofdstuk is verdeeld in drie paragrafen. Deze paragrafen komen overeen met de drie ambities uit het Huis van Zwolle (zie Paragraaf 3.1). In elk van de paragrafen worden de omgevingseffecten van de alternatieven beschreven voor de aspecten die tot die ambitie behoren. De aspecten (zie paragraaf 3.4) bestaan uit meerdere indicatoren die gezamenlijk tot een beoordeling van een aspect leiden. Het OER biedt daarmee beslisinformatie op indicatorniveau, maar geeft een overzichtelijke en beknopte beoordeling op aspectniveau. De beoordeling heeft betrekking op twee alternatieven die in hoofdstuk 3 zijn toegelicht: alternatief 1, waarin sterk wordt ingezet op binnenstedelijke verdichting en transformatie, en alternatief 2, waarin daarnaast ook uitbreidingen aan de stadsranden een belangrijkere rol spelen. Door deze alternatieven naast elkaar te beoordelen ontstaat inzicht in de verschillende ontwikkelrichtingen en hun effecten op de leefomgeving.

6.1

Versterken stedelijkheid en economie

6.1.1

Wonen

Beoordeling De beoordelingen op omgevingseffecten en doelbereik van het thema wonen zijn weergegeven in tabel 6.1.

Tabel 6.1 Beoordeling van effecten op wonen Aspect

Referentiesituat ie

Beoordeling doelbereik

Beoordeling doelbereik

Beoordeling omgevingseffec ten

Beoordeling omgevingseffec ten

Alternatief 1

Alternatief 2

Alternatief 1

Alternatief 2

woningaanbod

redelijk

0

+

voorzieningenaa nbod

redelijk

-

0

openbare ruimte

goed

++

+

55 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Woningaanbod In alternatief 1 worden er 5.000 extra woningen en bijbehorende voorzieningen toegevoegd in Zwolle ten opzichte van de referentiesituatie, met een focus op verdichting en transformatie binnen het bestaande stedelijke gebied. Dit gebeurt altijd met een hoge mate van vergroening en natuurinclusiviteit. De nieuwe woningen worden voornamelijk gerealiseerd op binnenstedelijke locaties zoals het stationsgebied, gebieden rondom en op de A28, en de Ceintuurbaanzone. De concrete invulling van dit plan is gebaseerd op de Stadsscan en een verkenning van de Ceintuurbaanzone en gaat uit van de volgende segmentering: - stedelijk gebied: maximaal ongeveer 1.800 woningen, 100 % appartementen; - groen stedelijk gebied: maximaal ongeveer 2.000 woningen, 70 % appartementen en 30 % grondgebonden woningen; - buitenwijken: maximaal ongeveer 1.200 woningen, 80 % appartementen en 20 % grondgebonden woningen. Deze woningen worden in een ruime opzet gebouwd, met binnentuinen en parkachtige omgevingen, met veel oog voor ruimtelijke kwaliteit. Deze aanpak sluit niet aan bij de gemeentelijke doelen, zorgt niet voor een (grootschalige) verbetering van het woningaanbod, en heeft meer segmentering tot gevolg (-).

Er worden niet voldoende woningen gebouwd om aan de grote vraag naar woningen te voldoen, en er is een mismatch tussen de nieuw gebouwde appartementen en de vraag naar grondgebonden (gezins-)woningen (-). Hoewel er mogelijk enige doorstroming van ouderen naar appartementen plaatsvindt, is dit effect minimaal gezien het grote tekort (0). De betaalbaarheid van woningen staat onder druk. Hierdoor wordt de stad onbetaalbaar voor inwoners van Zwolle die willen starten op de woningmarkt en doorstromen naar een ander type woning. In alternatief 2 worden er 19.700 extra woningen en bijbehorende voorzieningen toegevoegd in Zwolle ten opzichte van de referentiesituatie, waarbij de gemeentelijke identiteit en kernwaarden behouden blijven. De binnenstad krijgt betaalbare appartementen voor starters en nieuw talent. Nieuwe kernen rondom de stad zorgen voor een balans tussen stedelijke ontwikkeling en natuur, en een nieuwe uitbreidingswijk rondom de Ceintuurbaanzone met een station biedt een mix van meergezinswoningen, groen en voorzieningen. Het plan, gebaseerd op de Stadsscan en een verkenning van de Ceintuurbaanzone, voorziet in 5.000 woningen via verdichting.

- stedelijk gebied: maximaal 1.800 woningen, 100 % appartementen; - groen stedelijk gebied: maximaal 2.000 woningen, 70 % appartementen, 30 % grondgebonden woningen; - buitenwijken: maximaal 1.200 woningen, 80 % appartementen, 20 % grondgebonden woningen. Daarnaast worden in de Ceintuurbaanzone 8.000 tot 10.000 woningen gerealiseerd. Dit omvat onder andere 400 woningen in de Nieuwe Vecht, 900 woningen bij het stadion, 450 woningen aan het Dokterspad, 450 woningen bij het ziekenhuis, en 350 woningen in de Oosterenk. Verder komen er 1.500 woningen naast de Ceintuurbaan, 2.250 woningen in een suburbaan gebied, 1.850 woningen rondom een nieuw station, 400 woningen in kleinschalige clusters aan de stadsranden. Tot slot worden er 3.000 woningen gebouwd in Stadsbroek. Door inbreiding en uitbreiding, inclusief locaties rondom de Ceintuurbaanzone en in Stadsbroek, ontstaat een gevarieerd woningaanbod voor verschillende prijssegmenten (+). Het toevoegen van extra woningen helpt om het tekort van ongeveer 11.000 woningen in de regio Zwolle1 op te lossen (+). Zo wordt ruimte gecreëerd voor regionale economische groei. De toevoeging van woningen voorziet in de behoeften van starters en ouderen, wat een positief effect heeft op de woningvoorraad ten opzichte van de referentiesituatie (+).

Een aandachtspunt blijft voldoende beschikbaarheid van de grondgebonden (gezins)woningen, omdat er naar verwachting een toename van inwoners boven de 30 jaar (gezinsfase) is in Zwolle na 2030 (zie Tabel 3.2).

1

Zie de Staat van Zwolle.

56 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Toelichting score doelbereik woningaanbod Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema wonen is uitgegaan van: in Zwolle is een passend woningaanbod met bijbehorende voorzieningen en een kwalitatieve openbare ruimte door het jaarlijks toevoegen van 1000 woningen. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik voor woningaanbod als redelijk beoordeeld. In alternatief 1 is er een beperkte potentie om het woningaanbod te vergroten, maar het is onvoldoende om te voorzien in de grote vraag naar woningen. Daarom wordt dit alternatief neutraal beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Daarmee heeft dit alternatief een lage potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen. In alternatief 2 is er een hoge potentie om het woningaanbod te vergroten. Daarom wordt dit alternatief positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Daarmee heeft dit alternatief een hoge potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen.

Maatregelen woningaanbod Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - het toevoegen van voldoende woningen: zorg ervoor dat er voor alle doelgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn om te voldoen aan de (kwantitatieve) woonbehoefte; - diversificatie van het woningaanbod: overweeg een mix van woningtypen en bouwvormen om aan de (kwalitatieve) behoeften van diverse bevolkingsgroepen te voldoen; - ruimtebeheer: zorg voor een evenwichtige verdeling tussen inbreiding en uitbreiding om de ruimte efficiënt te benutten zonder afbreuk te doen aan groene gebieden. Voorzieningenaanbod In alternatief 1 blijft het huidige voorzieningenaanbod behouden en groeien de voorzieningen mee met de woningvoorraad. Uit de Staat van de Leefomgeving blijkt dat het voorzieningenaanbod in Zwolle redelijk is, maar dat vooral maatschappelijke voorzieningen aandacht nodig hebben. Het is onduidelijk hoe deze zich in dit alternatief ontwikkelen en of in stadsdelen met weinig voorzieningen een verbetering wordt gerealiseerd. In de Staat van Zwolle zijn de stadsdelen met weinig voorzieningen geïdentificeerd als de buitengebieden en Stadshagen-Noord. In deze stadsdelen vindt in alternatief 1 geen groei van de woningvoorraad plaats die afwijkt van de referentiesituatie, waardoor er geen verdere groei in voorzieningen plaatsvindt.

Hierdoor vindt in alternatief 1 geen verbetering plaats ten opzichte van de referentiesituatie (0). Stadsdelen met weinig voorzieningen kunnen wel profiteren van nieuwe voorzieningen, winkels en scholen in andere stadsdelen, maar dan zal er sprake zijn van extra druk op deze voorzieningen. Het is onduidelijk of de uitbreiding van voorzieningen in stadsdelen waar woningen worden toegevoegd voldoende is om te voldoen om aan de vraag naar voorzieningen in stadsdelen waar geen woningen worden toegevoegd. Dit geldt met name voor maatschappelijke voorzieningen (-). Voor de bereikbaarheid van voorzieningen wordt ingezet op versterking van het huidige verkeerssysteem met de STOMP-aanpak, met focus op fiets- en voetgangersverbeteringen. Er zijn geen concrete mobiliteitsmaatregelen genoemd ten aanzien van specifieke voorzieningen. In alternatief 2 blijft het huidige voorzieningenaanbod behouden en groeien de voorzieningen mee met de woningvoorraad. Voorzieningen schalen op en centreren zich rondom grotere knooppunten of de stadsstraten. Maatschappelijke- en zorgfuncties clusteren in grotere complexen. Het is onduidelijk hoe deze zich in dit alternatief ontwikkelen en of in stadsdelen met weinig voorzieningen een verbetering wordt gerealiseerd. In de Staat van Zwolle zijn deze geïdentificeerd als de buitengebieden en Stadshagen-Noord.

In alternatief 2 vindt groei van de woningvoorraad plaats in Stadsbroek die afwijkt van de referentiesituatie, waardoor er verdere groei in voorzieningen plaatsvindt. Zo kan het knelpunt in Stadshagen-Noord mogelijk verminderd worden (+). Voor het buitengebied is dit onduidelijk, al kunnen stadsdelen met weinig voorzieningen profiteren van nieuwe voorzieningen, winkels en scholen in andere stadsdelen, maar dat zal wel leiden tot extra druk op deze (-). Het is onduidelijk of dit voldoende is voor het voorzieningenaanbod, en dan specifiek voor maatschappelijke voorzieningen. Voor de bereikbaarheid van voorzieningen wordt ingezet op grootschalige infrastructurele maatregelen zoals een nieuwe rondweg, treinstations en het toevoegen van hubs. Deze dragen bij aan de bereikbaarheid van (boven)regionale voorzieningen, maar dragen beperkt bij aan lokale voorzieningen in de wijken.

57 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Toelichting score doelbereik voorzieningenaanbod Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema wonen is uitgegaan van: in Zwolle is een passend woningaanbod met bijbehorende voorzieningen en een kwalitatieve openbare ruimte door het jaarlijks toevoegen van 1000 woningen. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik voor voorzieningenaanbod als redelijk beoordeeld. Bestaande knelpunten blijven in alternatief 1 bestaan omdat er geen nieuwe woningen worden toegevoegd in de stadsdelen waar momenteel weinig voorzieningen zijn. Omdat de voorzieningen alleen meegroeien als het aantal woningen toeneemt, groeien de voorzieningen in dit alternatief niet in de stadsdelen waar weinig voorzieningen zijn. Ook kunnen de knelpunten mogelijk toenemen doordat het onduidelijk is hoe maatschappelijke voorzieningen meegroeien. In dit alternatief is er een lage potentie om het voorzieningenaanbod te vergroten. In alternatief 2 is er een beperkte potentie om het voorzieningenaanbod te vergroten. Er worden woningen gebouw in Stadshagen, waardoor het voorzieningenaanbod daar toeneemt, maar het is onduidelijk of er voldoende voorzieningen zijn voor het buitengebied en of er voldoende maatschappelijke voorzieningen zullen zijn. Daarom wordt dit alternatief gelijk beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Daarmee heeft dit alternatief een redelijke potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen. Maatregelen voorzieningenaanbod Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - flexibiliteit en aanpassing: blijf flexibel in de aanpassing van voorzieningen naarmate de demografische samenstelling en behoeften van de bevolking veranderen. - Toegankelijkheid en bereikbaarheid: zorg dat het centraal zorgcentrum goed bereikbaar blijft voor alle inwoners, vooral voor kwetsbare groepen; - balans in voorzieningen: overweeg aanvullende maatregelen om het voorzieningenaanbod in de wijken te ondersteunen en versnippering te voorkomen. Openbare ruimte In alternatief 1 worden natuurlijke systemen gezien als leidend. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden plaats met een focus op vergroening, biodiversiteit en natuurinclusiviteit (+). Ook wordt regenwater zoveel mogelijk opgeslagen (+). Het bestaande blauwgroene netwerk in de stad wordt opgewaardeerd en verbonden aan recreatieve- en mobiliteitsfuncties als wandelpaden, fietspaden en zitgelegenheid (+). Ook wordt kleinschalig stedelijk groen multifunctioneel gemaakt door hier bijvoorbeeld pluktuinen, stadslandbouw, speelboerderijen en educatieve voedselbossen te plaatsen (+). De functie van het groen kan daarbij wisselen over de tijd.

Daarnaast wordt de A28 ondertunnelt, waarboven een groen landschap wordt gecreëerd om ecologische verbindingen tussen de stad en het noordelijk deel van de gemeente mogelijk te maken(++). Doordat het aandachtspunt voor mobiliteit ligt bij fietsen en wandelen leidt dit tot een toename van de beweegvriendelijkheid van de woonomgeving (+). In alternatief 1 kan een verbetering plaatsvinden ten opzichte van de referentiesituatie (+). Een aandachtspunt is de daadwerkelijke inpassing van het groen: uit de huidige ontwikkelingen blijkt dat het groen niet meegroeit conform groenbeleid (-). In alternatief 2 worden er 19.700 extra woningen toegevoegd ten opzichte van de referentiesituatie. Stedelijke woonmilieus zijn daarbij groen, gemengd en bieden voldoende leefruimte (+). In een nieuwe uitbreidingswijk wordt een gemengd woonmilieu aangelegd waarbij groen nabij is (+). Deze ontwikkelingen zijn positief ten opzichte van de referentiesituatie. Naast uitbreiding van de stad door woningbouw wordt er ook ingezet op uitbreiding voor economische en industriële activiteiten. Door de toevoeging van extra verharding neemt het totale oppervlak stedelijk groen en water naar verwachting af (-). Wel wordt er ingezet op de het versterken van de groene- en blauwe kwaliteiten van de stad, waarbij er sprake is van een dooradering met blauwgroene netwerken langs wegen(+).

De fiets wordt in dit alternatief relatief voor minder verplaatsingen gebruikt. In het buitengebied wordt nog ‘lege’ ruimte ingevuld als productielandschap, bijvoorbeeld voor natte teelten. Al met al kan in alternatief 2 een geringe verbetering plaatsvinden ten opzichte van de referentiesituatie. Een aandachtspunt is de daadwerkelijke inpassing van het groen: uit de huidige ontwikkelingen blijkt dat het groen niet meegroeit conform groenbeleid (-).

58 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Toelichting score doelbereik openbare ruimte Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema wonen is uitgegaan van: in Zwolle is een passend woningaanbod met bijbehorende voorzieningen en een kwalitatieve openbare ruimte door het jaarlijks toevoegen van 1.000 woningen. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik voor openbare ruimte met goed beoordeeld. In alternatief 1 is er een hoge potentie om de kwaliteit van de openbare ruimte te vergroten. Daarom wordt dit alternatief als zeer positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Daarmee heeft dit alternatief een hoge potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen. In alternatief 2 is er een hoge potentie om de kwaliteit van de openbare ruimte te vergroten. Wel is dit alternatief minder scherp in vergelijking met alternatief 1 als het gaat om de aandacht voor biodiversiteit en vergroening. Daarnaast neemt het totale oppervlak stedelijk groen en blauw naar verwachting af. Daarom wordt dit alternatief positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, al is er een risico voor het buitengebied op plekken waar ontwikkelingen plaatsvinden ten behoeve van woningbouw, economie en industrie plaats. Daarmee heeft dit alternatief een hoge potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen.

Maatregelen openbare ruimte Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - oppervlak stedelijk groen en water: overweeg om normen te stellen voor de hoeveelheid groen per ontwikkellocatie (bijvoorbeeld groene daken en gevels) om te borgen dat ruimtelijke ontwikkelingen daadwerkelijk tot vergroening leiden; - oppervlak stedelijk groen en water: vervang waar mogelijk verharde oppervlakken door waterdoorlatende varianten; - beweegvriendelijkheid: concretiseer de uitvoering van aanvullende normen voor de bereikbaarheid van het openbaar groen, bijvoorbeeld in een uitvoeringsprogramma). Zo’n norm kan zijn: op X minuten lopen is voor iedere inwoner passend openbaar groen aanwezig; - ruimte voor recreatie: zorg dat er in de openbare ruimte voldoende recreatief groen en blauw is wat los is gekoppeld van infrastructuur.

6.1.2

Economie

Beoordeling De beoordelingen op omgevingseffecten en doelbereik van het thema economie zijn weergegeven in onderstaande tabel 6.2.

Tabel 6.2 Beoordeling van effecten op economie Aspect

Referentiesitu atie

Beoordeling doelbereik

Beoordeling doelbereik

Beoordeling omgevings effecten

Beoordeling omgevings effecten

Alternatief 1

Alternatief 2

Alternatief 1

Alternatief 2

werkgelegenheid

goed

0

++

landbouw

slecht

0

-

59 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Werkgelegenheid (beroepsbevolking en werkloosheid & banen naar sector) In alternatief 1 wordt ingezet op sterker maken wat sterk is. Er vindt geen grootschalige uitbreiding van nieuwe werklocaties plaats. In plaats daarvan wordt kleinschalig uitgebreid op bestaande werklocaties. Netto wordt 50 extra hectare aan werklocaties toegevoegd ten opzichte van de referentiesituatie (+). Dit leidt tot intensiever gebruik van bestaande locaties (zoals Marslanden). Er wordt meer ruimte gecreëerd voor de circulaire economie, vooral op Hessenpoort, waar ruimte is voor bedrijven in een hoge milieucategorie. De toevoeging van het extra aantal hectares voor nieuwe werklocaties is positief (+), maar het is onduidelijk of dit genoeg is om te voldoen aan de grote vraag naar werklocaties. Zo worden er geen grootschalige nieuwe uitleglocaties mogelijk gemaakt. Hierdoor is er mogelijk onvoldoende ruimte voor bedrijven met een grote ruimteclaim. De inzet op multifunctioneel ruimtegebruik en functiemening biedt kansen voor het combineren van wonen en werken (+). Hierdoor wordt de flexibiliteit van de werklocaties versterkt, wat een zorgt voor een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie (+).

Als er wordt gekeken naar werkgelegenheid dan zorgt de uitbreiding van ongeveer 2.500 extra arbeidsplaatsen binnen de gemeente voor een gelijkblijvende ratio tussen arbeidsplaatsen en beroepsbevolking (0). Momenteel zijn er in veel sectoren echter tekorten aan medewerkers. Het gelijk blijven van de verhouding tussen arbeidsplaatsen en beroepsbevolking kan daarom onvoldoende zijn om te voorzien in de vraag naar personeel (-). Er zal voornamelijk een verschuiving plaatsvinden naar meer banen in de dienstensector. Dit wordt veroorzaakt door de hoeveelheid ruimte die bepaalde typen bedrijven vragen. Banen in de dienstensector vragen weinig ruimte, in tegenstelling tot grote ruimtevragers zoals de industrie, logistiek en circulaire bedrijven. In alternatief 2 wordt ingezet op grootschalige economische ontwikkelingen, met ruimte voor extra werklocaties en de circulaire economie. Er vindt een grootschalige uitbreiding van nieuwe werklocaties plaats. Netto wordt er 150 extra ha werklocaties toegevoegd ten opzichte van de referentiesituatie (++). De uitbreiding in Zwolle zal deels plaatsvinden door bestaande bedrijventerreinen intensiever en slimmer te benutten. Daarnaast worden nieuwe locaties, zoals de uitbreiding van bedrijventerrein Hessenpoort, ontwikkeld, met een focus op duurzaamheid en hergebruik van materialen in de circulaire transitie (+).

Ook wordt er een railterminal ontwikkeld om de stad als logistiek knooppunt te versterken (+). De toevoeging van het extra aantal hectares voor nieuwe werklocaties is positief en biedt veel ruimte aan de vraag naar werklocaties in alle sectoren, passend bij de groei van Zwolle (++). Er wordt veel ruimte geboden aan alle type bedrijfssectoren, zowel door slimmer ruimtegebruik op bestaande werklocaties, als nieuwe werklocaties waarop veel ruimte is voor bedrijven met een grote ruimteclaim zoals die in de maakindustrie en de circulaire economie. Daarnaast biedt de inzet op multifunctioneel ruimtegebruik en functiemening kansen voor het combineren van wonen en werken. Hierdoor wordt flexibiliteit van werklocaties versterkt, wat zorgt voor een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie (+). Als er wordt gekeken naar werkgelegenheid dan zorgt de toevoeging van ongeveer 20.000 extra arbeidsplaatsen op 135 hectare ervoor dat er veel kansen zijn voor het vergroten van het aanbod en diversifiëring in sectoren (++). De focus ligt op economische specialisatie in de dienstensector en de hoogtechnologische maakindustrie. Er zijn voldoende banenkansen voor zowel hooggeschoolde werknemers op voornamelijk kantorenlocaties, maar ook voor middelbaar- en praktisch geschoolden bij grote ruimtevragers zoals de industrie, logistiek en circulaire economie.

De kans op werkloosheid is in alle groepen werknemers (laag, middelbaar en hooggeschoold) laag en de lage werkloosheid heeft een sterk positief effect op het vestigingsklimaat (++). Toelichting score doelbereik werkgelegenheid Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor thema economie is uitgegaan van: de economische positie van Zwolle is versterkt op het gebied van gezondheidszorg, ICT en de creatieve industrie. De circulaire economie wordt gezien als toekomst. Een passend aantal arbeidsplaatsen in relatie tot de beroepsbevolking staat daarbij centraal. In de referentiesituatie is de potentie van het doelbereik met goed beoordeeld.

60 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

In alternatief 1 is er een beperkte potentie om de werkgelegenheid te vergroten. Er komen extra hectares werklocaties, maar het is onduidelijk of deze extra hectares genoeg zijn om te voldoen aan de grote vraag naar werklocaties. Ook is onduidelijk of het extra aantal arbeidsplaatsen voldoende is voor de grote vraag naar personeel. Daarnaast is er beperkte ruimte voor bedrijven die veel ruimte vragen. Hierdoor is er een grotere kans op werkloosheid onder middelbare- en praktisch geschoolde werknemers. Dit alternatief wordt neutraal beoordeeld. Het alternatief heeft een lage potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen. In alternatief 2 is er een hoge potentie om de werkgelegenheid te vergroten. Er vindt grootschalige uitbreiding van werklocaties plaats. Dit biedt ruimte aan bedrijven in alle sectoren. Hierdoor worden veel nieuwe banen gecreëerd en is de kans op werkloosheid in alle groepen werknemers laag. Daarom wordt dit alternatief sterk positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Daarmee heeft dit alternatief een hoge potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen. Maatregelen werkgelegenheid Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - beroepsbevolking en werkloosheid, banen naar sector: bied voldoende ruimte aan grote ruimtevragers zoals de industrie, logistiek en circulaire economie.

Dit zijn sectoren waarin praktisch geschoolden vaak werkzaam zijn; - banen naar sector: geef werklocaties flexibele bestemmingen om te kunnen inspelen op veranderende vragen vanuit de markt en ruimteclaims van nieuwe bedrijfsvormen; - beroepsbevolking en werkloosheid: bied passende opleidingen en trainingen voor omscholing, in sectoren met perspectief (bijv. ICT, circulair bouwen, energietransitie), om de mismatch op de arbeidsmarkt te verkleinen; - beroepsbevolking en werkloosheid, banen naar sector: zorg voor een goede infrastructuur (zoals een nieuwe randweg en railterminal) en daarbij behorende faciliteiten om het vestigingsklimaat te versterken, zodat deze aantrekkelijk en duurzaam zijn voor inwoners en bedrijven. Landbouw (agrarisch grondgebruik) In alternatief 1 vindt er beperkte uitbreiding van de stad plaats door woningbouw of economische activiteit, wat ruimte over laat voor agrarisch grondgebruik. Bedrijvigheid wordt natuurpositief ontwikkeld. Het is hierbij onduidelijk of dit ook geldt voor de landbouw. Wel wordt er economisch ingezet op sterker maken wat sterk is, wat een voortzetting van beleid uit de referentiesituatie lijkt te zijn. Daarnaast wordt er ingezet op groene recreatie, onder meer door een sponsbos in het zuiden van de gemeente. Dit kan beperkingen toevoegen voor agrarisch grondgebruik in het buitengebied.

Stadslandbouw wordt wel mogelijk gemaakt, maar de schaal hiervan is naar verwachting zeer beperkt. Door in te zetten op natte teelten worden natuurlijke systemen leidend gemaakt. In alternatief 2 wordt potentieel agrarisch grondgebruik beperkt in vergelijking met de referentiesituatie door het toevoegen van extra verharding door woningbouw en industrie, en in mindere mate het toevoegen van de ringweg A28-A50. Om klimaatopgaven op te vangen wordt er maximaal ingezet op de natuurlijke systemen. De al bestaande agrarische gronden blijven bestaan en worden waar mogelijk efficiënter gemaakt. Ruimte die overblijft in bijvoorbeeld de polder Mastenbroek wordt ingezet als economisch productielandschap, en staat daarmee in dienst van de landbouw zoals natte teelt. Toelichting score doelbereik landbouw Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor thema economie is uitgegaan van: de economische positie van Zwolle is versterkt op het gebied van gezondheidszorg, ICT en de creatieve industrie. De circulaire economie wordt gezien als toekomst. Een passend aantal arbeidsplaatsen in relatie tot de beroepsbevolking staat daarbij centraal. In de referentiesituatie is de potentie van het doelbereik met slecht beoordeeld.

61 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

In alternatief 1 is er een lage potentie om het doelbereik te behalen. Er lijkt met name sprake te zijn van een voortzetting van het oppervlak agrarisch grondgebruik uit de referentiesituatie. Wel wordt overgeschakeld op natte teelten. De impact hiervan is onduidelijk. Het is onduidelijk of dit toereikend is om te voldoen aan externe ontwikkelingen met betrekking tot stikstof en klimaatverandering. Daarom wordt dit alternatief gelijk beoordeeld aan de referentiesituatie. Daarmee heeft dit alternatief een lage potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen vanwege de beperkte economische rol van de landbouw binnen gemeente Zwolle. In alternatief 2 is er een lage potentie om het doelbereik te behalen. Er lijkt met name sprake te zijn van een voortzetting van het oppervlak agrarisch grondgebruik uit de referentiesituatie, al worden ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst ingeperkt door andere ontwikkelingen. Wel wordt ingezet op verdere efficiëntie. Het is onduidelijk of dit toereikend is om te voldoen aan externe ontwikkelingen met betrekking tot stikstof en klimaatverandering. Daarnaast bestaat het risico dat het invullen van ‘open ruimte’ als productielandschap ten koste kan gaan van de belevings- en recreatiewaarde van het buitengebied.

Door de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden en het feit dat onduidelijk is of de ingrepen toereikend zijn om te voldoen aan externe ontwikkelingen, wordt dit alternatief als negatief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Daarmee heeft dit alternatief een lage potentie om de doelen voor versterken stedelijkheid en economie te halen vanwege de beperkte economische rol van de landbouw binnen gemeente Zwolle. Maatregelen landbouw Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - ontwikkel een visie met betrekking tot de landbouw in het landelijk gebied, niet alleen vanuit een economisch perspectief maar ook vanuit bijvoorbeeld biodiversiteit en natuuronderhoud om koppelkansen te benutten. Deze blijven nu onderbelicht. - rol van recreatie in en beleving van het buitengebied: door ‘open ruimte’ in het buitengebied in te vullen als productielandschap kan dit ten koste gaan van de belevings- en recreatieve waarde van het buitengebied.

6.1.3

Mobiliteit en bereikbaarheid

Beoordeling De beoordelingen op omgevingseffecten en doelbereik van het thema mobiliteit en bereikbaarheid zijn weergegeven in tabel 6.3.

62 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 6.3 Beoordeling van effecten op mobiliteit en bereikbaarheid Aspect

Referentiesitua tie

vervoerskeuze

Beoordeling doelbereik

Beoordeling doelbereik

Beoordeling omgevingseffec ten

Alternatief 1

Alternatief 2

Alternatief 1

Alternatief 2

0

-

0

+

0

+

0

0

0

0

redelijk

bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer

redelijk

bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer

redelijk

bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer

goed

verkeersveiligheid

redelijk

Beoordeling omgevingseffec ten

Vervoerskeuze In alternatief 1 worden er ten opzichte van de referentiesituatie geen extra ingrepen gedaan in het mobiliteitssysteem van Zwolle om een modal shift te bewerkstelligen van gemotoriseerd verkeer naar langzaam verkeer en OV. De stad ontwikkelt zich wel verder ten opzichte van de referentiesituatie, met onder andere extra woningen en arbeidsplaatsen, welke ook verplaatsingen met zich meebrengen. Uit de modelberekeningen van alternatief 1, te zien in Tabel 6.4, blijkt dat het totaal aantal verplaatsingen van, naar en binnen Zwolle enigszins toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Voor verplaatsingen binnen Zwolle is dit 5 %, en voor alle verplaatsingen met een start- of eindpunt in Zwolle is dit 4 %. De modal split blijft echter hetzelfde ten opzichte van de referentiesituatie: hetzelfde percentage mensen kiest bij een verplaatsing voor de auto, OV of fiets als in de referentiesituatie. In alternatief 2 worden er ten opzichte van de referentiesituatie extra ingrepen gedaan in het mobiliteitsnetwerk van Zwolle. Tegelijkertijd vindt er een sterkere groei plaats van het aantal woningen en arbeidsplaatsen in Zwolle. Deze factoren hebben invloed op de vervoerskeuzes van mensen die binnen, van en naar Zwolle reizen. Het totaal aantal verplaatsingen van, naar en binnen Zwolle neemt sterker toe ten opzichte van de referentiesituatie en Alternatief 1.

Dit is te zien in tabel 6.4. Het aantal verplaatsingen, zowel binnen Zwolle als verplaatsingen van, naar en binnen Zwolle, neemt met 12 % toe. De gekozen vervoerskeuze voor deze verplaatsingen verandert ook: - er kiezen meer mensen de auto. Verplaatsingen met de auto nemen zowel binnen Zwolle als bij verplaatsingen van en naar Zwolle met drie procentpunt toe; - de keuze voor het openbaar vervoer blijft gelijk; - dit gaat ten koste van de keuze voor de fiets. De keuze hiervoor neemt met twee (binnen Zwolle), respectievelijk drie (van/naar Zwolle) procentpunt af.

63 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 6.4 Modal split en totaal aantal verplaatsingen (tussen haakjes verschil ten opzichte van referentiesituatie) Referentiesituatie 2040

Referentiesituatie 2040

intern

intern + in/uit

intern

intern + in/uit

intern

intern + in/uit

auto

35 %

46 %

35 % (±0 %)

46 % (±0 %)

38 % (+3 %)

49 % (+2 %)

OV

2%

7%

2% (±0 %)

7% (±0 %)

7% (±0 %)

7% (±0 %)

fiets

63 %

47 %

63 % (±0 %)

47 % (±0 %)

60 % (-3 %)

45 % (-2 %)

totaal

100 %

100 %

100 %

100 %

100 %

100 %

601.791 (= 100 %)

849.159 (= 100 %)

631.797 (= 105 %)

884.419 (= 104 %)

676.713 (= 112 %)

951.205 (=112 %)

totaal aantal verplaatsingen

Alternatief 1 (minimaal)

Alternatief 1 (minimaal)

Alternatief 2 (maximaal)

Alternatief 2 (maximaal)

Toelichting score doelbereik vervoerskeuze Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema bereikbaarheid en mobiliteit is uitgegaan van: de bereikbaarheid van Zwolle is binnen de stad versterkt, gericht op vormen van duurzame mobiliteit als STOMP en de verkeersveiligheid is verbeterd. Daarnaast is de bereikbaarheid over het nationale en internationale weg en- spoornetwerk versterkt. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik met redelijk beoordeeld. In alternatief 1 is er een beperkte potentie om het doelbereik te behalen. De modal split blijft in dit alternatief hetzelfde als in de referentiesituatie: het aandeel verplaatsingen per modaliteit verandert niet. De duurzame modaliteiten gaan er relatief niet op vooruit conform STOMP. Daarom wordt dit alternatief gelijk beoordeeld aan de referentiesituatie, met een beperkte potentie voor doelbereik. In alternatief 2 is er is een lage potentie om het doelbereik te behalen. In alternatief 2 treedt er een verandering op in de modal split in Zwolle, maar in de verkeerde richting voor het halen van het doel van een modal shift. In alternatief 2 zullen relatief meer reizigers kiezen voor de auto en minder voor de fiets. Daarom is er in dit alternatief een lage potentie om het doel van een stad gericht op vormen van duurzame mobiliteit te halen.

Maatregelen vervoerskeuze Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: - er kan gedacht worden aan het nog intensiever inzetten op een mobiliteitstransitie door middel van beleid. Onderzoek van Goudappel (zie bijlage III) laat echter zien dat de impact daarvan op de totale modal split beperkt is. Wel zou dat verplaatsingen binnen de stad, vooral in de binnenstad, doen verschuiven naar duurzame vervoersmethoden. Bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer In alternatief 1 worden er geen nieuwe netwerkingrepen gedaan ten opzichte van de referentiesituatie. Hierdoor verandert er in de bereikbaarheid voor het gemotoriseerd verkeer weinig. De hoeveelheid verkeer neemt ten opzichte van de referentiesituatie licht toe, te zien in tabel 6.5, waardoor bestaande knelpunten voor het gemotoriseerd verkeer kunnen toenemen. In tabel 6.5 zijn de intensiteiten per wegvak te zien. De locaties van deze wegvakken zijn te zien in Afbeelding 6.1. Met name de Ceintuurbaan blijft een knelpunt. Doordat de Ceintuurbaan druk blijft gaat het gemotoriseerd verkeer nadrukkelijker op zoek naar alternatieven, zoals de Middelweg, die ook nog drukker wordt. Door de toegenomen intensiteiten op de wegen in Zwolle kan congestie en reistijdverlies optreden. Dit heeft een negatief effect op de bereikbaarheid van Zwolle voor gemotoriseerd verkeer.

64 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

In alternatief 2 worden er meerdere netwerkingrepen gedaan in Zwolle die van invloed zijn op de bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer. Zo worden er maatregelen ingezet die de toegankelijkheid van Zwolle, en met name het centrum, voor gemotoriseerd verkeer verminderen, zoals het afschalen van de Ceintuurbaan en de afsluiting van de afrit Zwolle Centrum op de A28. Hierdoor wordt het drukker op de ontsluitingswegen richting het Centrum, wat in dat stadsdeel voor een verminderde bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer zorgt. Hier tegenover staan maatregelen die de bereikbaarheid van Zwolle als geheel voor gemotoriseerd verkeer sterk verbeteren, zoals de aanleg van een rondweg. Deze uitbreiding van het wegennet zorgt voor verlichting op een aantal knelpunten uit de referentiesituatie, zoals de Ceintuurbaan. De rondweg zorgt er voor het verkeer zich op een andere manier door en langs Zwolle verplaatst. Deze verbeterde bereikbaarheid vertaalt zich ook in meer reizigers die kiezen voor de auto, te zien in de modal split data. De totale hoeveelheid verkeer neemt in alternatief 2 nog sterker toe. Dit leidt er op sommige kruispunten, ondanks de genomen maatregelen, toe dat ze nog drukker worden. Dit is te zien in tabel 6.7. Voor de locaties van deze kruispunten, zie afbeelding 6.1.

In de tabel is te zien dat een aantal bestaande knelpunten, zoals kruispunten op de Ceintuurbaan, sterk in drukte afnemen. In het geval van de Ceintuurbaan komt dat doordat deze route minder aantrekkelijk wordt door de snelheidsverlaging. Andere bestaande knelpunten, zoals de drukke Zwartewaterallee, nemen juist in drukte toe.

Tabel 6.5 Etmaalintensiteiten op wegvakken in Zwolle. (tussen haakjes de groei ten opzichte van de referentiesituatie) Wegvaknummer

Naam wegvak

Referentiesituatie (2040)

Alternatief 1

Alternatief 2

1

Burg. Drijbersingel

6.320

6.610 (+5 %)

8.520 (+35 %)

2

Hanekamp

8.280

8.790 (+6 %)

10.560 (+28 %)

3

Van Roijensingel

11.420

11.840 (+4 %)

12.730 (+11 %)

4

Eekwal

3.680

3.830 (+4 %)

3.720 (+1 %)

5

Pannenkoekendijk

13.070

13.310 (+2%)

10.590 (-19 %)

6

Middelweg

15.660

16.820 (+7 %)

19.230 (+23 %)

7

Weth. Alferinkweg

8.140

8.540(+5 %)

9.240 (+14 %)

8

Marsweg

14.640

15.950 (+9 %)

9.330 (-36 %)

9

Van Karnebeektunnel

11.310

11.560 (+2 %)

11.810 (+4 %)

10

Westerlaan

4.860

5.000 (+3 %)

5.420 (+12 %)

11

Nieuwe Veerallee

9.940

9.970 (±0 %)

17.550 (+77 %)

12

Rieteweg

11.490

11.110 (-3 %)

11.670 (+2 %)

13

Holterbroekerbrug

36.540

37.500 (+3 %)

28.410 (-22 %)

14

Zwartewaterallee

20.380

20.620 (+1 %)

36.510 (+79 %)

15

Ceintuurbaan

61.130

61.550 (+1 %)

52.490 (-14 %)

16

Ceintuurbaan

38.440

39.830 (+4 %)

25.180 (-34 %)

17

Oldeneelallee

43.090

45.000 (+4 %)

41.290 (-4 %)

18

IJsselallee

51.590

53.100 (+3 %)

48.560 (-6 %)

19

Hasselterweg

42.980

43.480 (+1 %)

41.840 (-3 %)

20

Mastenbroekerallee

21.840

21.900 (±0 %)

29.950 (+37 %)

21

Kranenburgweg

23.690

24.560 (+4 %)

26.290 (+11 %)

22

N35

39.870

40.150 (+1 %)

31.570 (-21 %)

23

Wijheseweg

21.240

21.430 (+1 %)

22.500 (+6 %)

24

Spoolderbergweg

21.910

24.100 (+10 %)

25.610 (+17 %)

65 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Wegvaknummer

Naam wegvak

Referentiesituatie (2040)

Alternatief 1

Alternatief 2

25

Zwolseweg

23.130

23.530 (+2 %)

23.550 (+2 %)

26

Hasselterweg

14.690

14.780 (+1 %)

14.300 (-3 %)

Afbeelding 6.1 Locaties van de wegvakken uit Tabel 6.5

Tabel 6.6 Legenda gebruikte tabelkleuren Goed

50-70 %

Voldoende

70-85 %

Aandacht

85-90 %

Verzadigd

90-110 %

Oververzadigd

>110 %

66 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 6.7 Verzadigingsniveau kruispunten Zwolle tijdens de avondspits. Voor de locaties van de kruispunten, zie afbeelding 6.2 Kruispuntnummer

Kruispunt

Referentiesituatie

Alternatief 1

Alternatief 2

1

Middelweg - Van Wevelinkhovenstraat

76 %

77 %

83 %

2

Willemskade - Emmawijk

81 %

81 %

83 %

3

Pannenkoekendijk Kamperpoortenbrug

83 %

83 %

83 %

Pannenkoekendijk Katerdijk

83 %

83 %

79 %

5

Blaloweg - Katerdijk

87 %

89 %

87 %

6

Ceintuurbaan - A28

100 %

101 %

103 %

7

Ceintuurbaan - Oude Mepperlerweg

130 %

137 %

124 %

Ceintuurbaan - Leo Majoorlaan

99 %

99 %

91 %

Ceintuurbaan Oldeneelallee

113 %

117 %

87 %

10

Oldeneelallee - IJsselallee

165 %

169 %

157 %

11

IJsselallee - Hanzeallee

103 %

105 %

100 %

12

IJsselallee Spoolderbergweg

108 %

111 %

113 %

13

IJsselallee - A28

87 %

89 %

93 %

14

Westerholterallee - Blaloweg

98 %

99 %

115 %

15

Westerholterallee Hasselterweg

109 %

83 %

83 %

16

Hasselterweg - Zwolseweg

106 %

106 %

103 %

17

Nieuwleusenerdijk Hermelenweg

97 %

97 %

95 %

Mastenbroekerallee Werkerlaan

83 %

84 %

104 %

19

Zwartewaterallee - Rijnlaan

83 %

86 %

91 %

20

Vechtstraat - Thomas a Kempisstraat

85 %

86 %

94 %

Nieuwe Veerallee - Prinses Julianalaan

62 %

61 %

92 %

4

8 9

18

21 22

Rondweg - Wijheseweg

niet van toepassing

niet van toepassing

206 %

23

Rondweg - Heinoseweg

niet van toepassing

niet van toepassing

92 %

67 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Afbeelding 6.2 Locaties van de kruispunten uit Tabel 6.7

Toelichting score doelbereik bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer Als doelbereik voor de ambitie versterken stedelijkheid en economie voor het thema bereikbaarheid en mobiliteit is uitgegaan van: de bereikbaarheid van Zwolle is binnen de stad versterkt, gericht op vormen van duurzame mobiliteit als STOMP en de verkeersveiligheid is verbeterd. Daarnaast is de bereikbaarheid over het nationale en internationale weg en- spoornetwerk versterkt. In de referentiesituatie is de potentie voor het doelbereik met redelijk beoordeeld. In alternatief 1 is er een beperkte potentie voor het behalen van het doelbereik. Binnen de stad zal het autoverkeer dezelfde rol blijven spelen als in de referentiesituatie. Er verandert weinig in de bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer over het nationale en internationale wegnetwerk ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik in dit alternatief als beperkt beoordeeld. In alternatief 2 is er een hoge potentie voor het behalen van het doel van een versterking van de bereikbaarheid van Zwolle voor gemotoriseerd verkeer over het nationale wegnetwerk. Er worden meerdere ingrepen gedaan in het wegennetwerk van Zwolle, waarvan de realisatie van een rondweg de grootste is.

Deze ingrepen verbeteren de bereikbaarheid van Zwolle voor gemotoriseerd verkeer significant, wat gereflecteerd wordt in het grotere aandeel reizigers die voor gemotoriseerd verkeer kiest bij verplaatsingen binnen, van of naar Zwolle.

68 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Het centrum van Zwolle voor in dit alternatief minder bereikbaar door verschillende ingrepen, waaronder het afsluiten van de afrit A28 Zwolle Centrum en de verlaging van de maximumsnelheid op de Ceintuurbaan. Deze verminderde bereikbaarheid van het centrum voor gemotoriseerd verkeer is gewenst en leidt daarom niet tot een negatieve beoordeling. Maatregelen bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer Mitigerende maatregelen voor dit aspect zijn: bedenk of een uitbreiding van de capaciteit van het wegennet een gewenste ingreep is. Dit draagt weliswaar bij aan de verbetering van de bereikbaarheid van Zwolle voor het gemotoriseerd verkeer, maar een deel van de vrijgekomen capaciteit wordt opgevuld door nieuw verkeer, wat in de referentiesituatie of alternatief 1 zou kiezen voor een ander vervoersmiddel of die verplaatsing niet zou maken. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het feit dat relatief een groter aandeel van de verplaatsingen met de auto gedaan zal worden en routes als de Oldeneenallee en bijbehorende kruisingen met de Ceintuurbaan en IJsselallee flink (te) druk blijven (zie tabel 6.5 en tabel 6.7). Het uitbreiden van de capaciteit van het wegennet heeft zo mogelijk een aantrekkende werking op het verkeer. Bovendien druist het in tegen de doelstelling om een modal shift te bewerkstelligen van gemotoriseerd verkeer naar langzaam verkeer en openbaar vervoer.

Bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer In alternatief 1 worden er maatregelen ingezet die de bereikbaarheid van Zwolle voor het openbaar vervoer verbeteren, zoals het aanleggen van treinstation Zwolle-Zuid. Naar verwachting zullen dagelijks zo’n 4.700 reizigers gebruikmaken van station Zwolle-Zuid. Hierdoor zal een toename optreden van het aantal reizigers op de binnenstedelijke trajecten van Zwolle, te zien in Tabel 6.8. Het aandeel verplaatsingen met het openbaar vervoer van het totaal neemt niet toe. In alternatief 2 worden er maatregelen ingezet die de bereikbaarheid van Zwolle voor het openbaar vervoer verbeteren, zoals het aanleggen van treinstation Zwolle-Zuid en station Zwolle Vechtpoort. Naar verwachting zullen dagelijks zo’n 6.300 reizigers gebruikmaken van station Zwolle-Zuid en 1.900 van station Zwolle Vechtpoort. Hierdoor vindt een stevige groei plaats op binnenstedelijke treintrajecten in Zwolle, te zien in tabel 6.8. Met name tussen Zwolle en Wijhe zal reizigersgroei optreden. De bereikbaarheid per openbaar vervoer neemt hiermee toe. Echter zal het onderliggende OV-netwerk moeten meegroeien om de nieuwe ontwikkelingen buiten de bestaande bebouwde kom bereikbaar te maken met het openbaar vervoer. Deze wijken moeten worden aangesloten op het bestaande busnetwerk van Zwolle. Dit is op dit moment niet voorzien in alternatief 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ad9e5229-8927-4356-aa7a-b7fed6d41405