CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a: De Omgevingseffectrapportage (OER)

Raad Besluitvormingsronde 19 januari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie40.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

22 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities -

de sterren: deze staan symbool voor de motor achter de talentontwikkeling, bijvoorbeeld door koppeling tussen het veelvoud aan creatieve opleidingen en de culturele instellingen

naast breedte investeringen in deze drie pijlers, worden er drie specifieke aandachtspunten genoemd: ruimte voor kunstenaars om te creëren en te presenteren structurele budgetten voor makers in de podiumkunsten investering in talentontwikkeling Koers Sociaal domein 2024-2030 (2024, vastgesteld)

met deze koers schetst gemeente Zwolle de beoogde verandering in het sociaal domein. In de koers worden de inwoner en de leefwereld centraal gesteld. Om dit bereiken wil wordt er ingezet op twee pijlers, met daaronder diverse acties om dat te na te streven: naar een vitale en krachtige samenleving: aansluiten bij de samenleving initiatieven mogelijk maken sociale basis versterken bestaanszekerheid versterken kansengelijkheid vergroten gezond leven mogelijk maken aansluiten bij de leefwereld van inwoners: uitgaan van vertrouwen de brede context beschouwen de eigen regie versterken het gewone leven versterken de menselijke maat hanteren

Bevindingen beleidsanalyse De verschillende beleidsplannen voor Zwolle laten een integrale samenhang en overloop zien. Door het gebruik van de huidige omgevingsvisie ontstaat er een strategie die effectief kan inspelen op de huidige en toekomstige ruimtelijke uitdagingen. Deze integratie zorgt ervoor dat Zwolle zich steeds beter voorbereid op het halen van haar ambities op het gebied van brede welvaart, gezondheid en duurzaamheid. De belangen van alle betrokkenen worden op een evenwichtige manier afgewogen. Na de vaststelling van de omgevingsvisie is de landelijke sturing op Zwolle groter geworden, met name voor het woningaanbod, maar ook op thema’s als mobiliteit, klimaatadaptatie en energietransitie. Dit zorgt voor aanvullende uitdagingen. Hoewel de beleidsvisies voor Zwolle ambitieus en duidelijk zijn, zijn er enkele uitdagingen die de effectiviteit beperken. Verschillende ruimteclaims, zoals woningbouw, bedrijventerreinen en klimaatadaptatie, energietransitie beconcurreren elkaar om beperkte beschikbare ruimte. Het ontbreekt in deze ruimteclaims veelal in een prioritering. Ook ontbreekt het soms aan duidelijke beleidskeuzes, wat kan leiden tot inefficiëntie. Beleidshiaten moeten worden ingevuld om het beleid aan te passen aan actuele opgaven.

Tot slot moet het beleidskader flexibeler worden om snel op veranderende (inter)nationale, regionale en lokale omstandigheden te kunnen reageren.

2.3

Externe ontwikkelingen

Generiek planoverstijgende ontwikkelingen Daarnaast zijn er generieke ontwikkelingen die het gebiedsniveau overstijgen. Op het gebied van milieu is dit bijvoorbeeld de trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit door (inter-)nationale afspraken of de klimaatverandering die op basis van verschillende klimaatscenario´s te verwachten is. Ook zijn er technologische, demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau die in meer of mindere mate invloed hebben op de autonome ontwikkeling van het plangebied. Zo bepaalt het migratieoverschot en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in sterke mate de aard en de hoogte van de woningbouwopgave.

23 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Ook technologische innovaties, zoals zelfgestuurd of emissieloos rijden, zijn zeker vanaf 2030 van grote invloed op de verplaatsingspatronen en milieucondities in en rondom het plangebied. Deze generieke planoverstijgende ontwikkelingen worden in het OER betrokken.

24 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

3 DOELEN EN OPGAVEN EN SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE ZWOLLE NAARTOE? De ambities voor Zwolle zijn geformuleerd in de huidige omgevingsvisie - Ons Zwolle van morgen 2030. Paragraaf 3.1 bevat een toelichting op de drie ambities die voortkomen uit het Huis van Zwolle. Deze drie ambities vormen de kern voor de aanvulling op de omgevingsvisie, wel worden de opgaven die aan de ambities gekoppeld zijn, geactualiseerd. Paragraaf 3.2 beschrijft de scenariostudie die is uitgevoerd als onderdeel van de aanvulling omgevingsvisie. De uitkomsten van de scenariostudie zijn voor het OER vertaald naar twee Zwolse onderzoeksalternatieven, dit wordt in paragraaf 3.3 beschreven. Paragraaf 3.4 beschrijft de onderzochte verschillen tussen de Zwolse alternatieven.

3.1

Van ambities naar opgaven en doelen

Ambities uit het Huis van Zwolle In de omgevingsvisie van 2017 heeft de gemeente Zwolle drie ambities beschreven (afbeelding 3.1).

Afbeelding 3.1 Het Huis van Zwolle: overzicht visie, ambities en opgaven

25 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Opgaven in samenhang In de omgevingsvisie van 2017 heeft de gemeente Zwolle 6 opgaven gedefinieerd die de 3 ambities onderbouwen (afbeelding 3.1). Deze zijn hieronder beschreven. Zwolle als leefgemeente: een leven lang Zwolle Zwolle streeft naar een hoge kwaliteit van leven voor iedereen, met jaarlijks 1.000 nieuwe woningen om aan de vraag van jongeren en gezinnen te voldoen. Functiemenging stimuleert nabijheid van woon-, werk- en recreatiegebieden. De Ouderenagenda bevordert levensloopbestendige woningen met nabijgelegen voorzieningen, en de stad werkt aan een inclusieve, gezonde leefomgeving die beweging en ontmoeting stimuleert. Zwolle als klimaatbestendige gemeente Klimaatadaptatie is cruciaal voor Zwolle vanwege toenemende weersextremen. De stad neemt maatregelen om weerbaar te worden tegen wateroverlast en droogte en de unieke delta van de IJssel en Vecht te behouden. Daarnaast zorgt zij voor een duurzame leefomgeving. Zwolle als duurzame gemeente Zwolle streeft naar energieneutraliteit in 2050 door te investeren in duurzame energiebronnen zoals wind, zon en geothermie. De stad bevordert de circulaire economie, het hergebruik van materialen, en duurzame logistieke oplossingen. Voorbeelden van duurzame logistieke oplossingen zijn milieuvriendelijke transportmiddelen zoals fietskoeriers.

Zwolle als werkgemeente Met een diverse economie en 100.000 banen richt Zwolle zich op sectoren als gezondheid, zakelijke dienstverlening, ICT en e-commerce. Innovatie wordt gestimuleerd door samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. De stad past zich aan door grote kantoren om te bouwen naar kleinschalige werkruimtes en gemengde woon-werkgebieden. Zwolle als gemeente waar we ons verplaatsen Zwolle verbetert haar mobiliteit door slimme koppelingen te maken tussen vervoer en stadsontwikkeling. De stad investeert in OV-knooppunten en fietsinfrastructuur, en stimuleert het gebruik van deelauto’s en deelfietsen. De rol van Zwolle als knooppunt in regionale en nationale netwerken bevordert economische aantrekkelijkheid en leefkwaliteit. Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio Zwolle speelt een centrale rol in de economische groei van Noord-, Oost- en West-Nederland, en werkt samen met omliggende gemeenten en provincies aan economie, werkgelegenheid, woningtekort, bereikbaarheid, klimaat en energie. Dankzij goede verbindingen en de historische delta blijft Zwolle een aantrekkelijke plek om te wonen en te ondernemen. Opgaven uit de bouwstenen De drie ambities uit het Huis van Zwolle blijven van toepassing voor de aanvulling op de omgevingsvisie. Om de opgaven uit de omgevingsvisie te bepalen zijn verschillende thematische bouwstenen opgesteld.

De bouwstenen geven inzicht hoe de (stedelijke) opgaven voor Zwolle voor langere termijn op te lossen zijn. Dit zorgt ervoor dat de thematische opgaven een vertaling krijgen op gebiedsniveau. Hiervoor zijn thematische bouwstenen en gebiedsverkenningen ontwikkeld die als basis dienen voor de scenario-ontwikkelingen. De bouwstenen en gebiedsverkenningen zijn weergegeven in abel 3.1.

26 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

abel 3.1 Overzichten bouwstenen en gebiedsverkenning aanvulling omgevingsvisie Zwolle Product(en)

Thematische uitwerking

bouwsteen wonen

deze bouwsteen beschrijft het kwalitatieve woonbeeld en de woningbehoefte voor Zwolle in de periode 2030 tot 2040. Hierbij is uitgegaan van bevolkings- en huishoudensprognoses en de verwachte kwalitatieve woonbehoefte (soorten woningen en woonmilieus). Vanuit de verscheidenheid aan doelgroepen is verkend welke woonmilieus, woonvormen en woningtypen noodzakelijk zijn om toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad van Zwolle

Bouwsteen mobiliteit

deze bouwsteen beschrijft op welke wijze de mobiliteitstransitie na 2030 vorm krijgt. Dit is gedaan in samenhang met afspraken uit het MIRT-onderzoek bereikbaarheid Zwolle. Er werd onder andere gekeken naar de verbetering van de OV-bereikbaarheid (o.a. stations) van de oost- en zuidzijde van Zwolle in samenhang met ontwikkeling in het regionale OVen autonetwerk

bouwsteen werken en economie

in deze bouwsteen is onderzocht in hoeverre er behoefte is aan verdere groei van werklocaties, gegeven de verwachting dat het aantal banen/arbeidsplaatsen in Zwolle meegroeit met het groeiende aantal inwoners. Hierbij is specifiek gekeken naar het economische profiel dat past bij de gemeente. Een onderdeel van deze verdieping was ook de vrijetijdseconomie

bouwsteen water en klimaat

in deze bouwsteen is onderzocht in welke mate en met welke urgentie ruimtelijke reserveringen zich vertalen naar opgaven en uitgangspunten voor water en klimaat. Dit is gedaan vanuit het functioneren van het landelijke, regionale en lokale watersysteem. Daarnaast is er gekeken naar de omgang met hitte en droogte en de beschikbaarheid van drinkwater

bouwsteen energie

in deze bouwsteen is onderzocht welke (extra) ruimteclaims er zijn voor de opwekking van duurzame energie. Specifiek is er gezocht naar aanvullende locaties voor windenergie. Uit de studie blijkt dat er extra ruimteclaims nodig zijn, ook op de bestaande stad

stadsscan

in de Stadsscan is inzichtelijk gemaakt welke ruimte er is in bestaande Zwolse woonwijken voor kwalitatieve verdichting

gebiedsverkenningen

in deze verkenningen wordt onderzocht op welke (grootschalige) locaties woningen aan Zwolle kunnen worden toegevoegd. Het betreft de volgende verkenningen: -

ontwikkeling Ceintuurbaanzone in het kader van de NOVEX

-

mogelijke uitleglocaties aan de oost- en zuidzijde van de bestaande stadsranden

beide gebiedsverkenningen worden meegenomen in de scenariostudie

Opgaven uitgedrukt in ruimteclaims Op basis van de thematische bouwstenen (zie tabel 3.1), de stadsscan, gebiedsverkenningen, de Verstedelijkingsstrategie en MIRT Regio Zwolle zijn in tabel 3.2 ruimteclaims geformuleerd voor de aanvulling op de Omgevingsvisie. Per dimensie is gekeken of er netto een toenemende, een afnemende of een onveranderde ruimteclaim verwacht kan worden, rekening houdend met de huidige opgaven. Wat opvalt uit deze analyse, is dat nagenoeg alle opgaven netto gezien om een toenemende ruimteclaims vragen. Wanneer de dimensies in samenhang worden bekeken, komt dit uit op een netto ruimteclaim die naar verwachting om meer ruimte vraagt dan de huidige situatie. Daarnaast zijn er diverse opgaven waarvan de ruimteclaim nog nader te bepalen is. Dit heeft gevolgen voor het gebruik en de inrichting van de ruimte in Zwolle. De mogelijke inrichtingen kunnen in het ontwerpend onderzoek worden verkend en worden in het OER verder uitgewerkt.

27 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 3.2 Opgaven uitgedrukt in ruimteclaims op basis van de thematische bouwstenen, stadsscan, gebiedsverkenningen, Verstedelijkingsstrategie en MIRT Regio Zwolle Opgaven die voortkomen uit

Toelichting ruimteclaim(s)

bouwsteen wonen

de onderzochte demografische opgaven voor Zwolle brengen naar verwachting een toenemende ruimteclaim met zich mee: dit komt omdat de prognose is dat er in regio Zwolle - in lijn met de nationale prognose sprake is van bevolkingsgroei. Dit uit zich in de gewilde realisatie van 50.000 nieuwe woningen en 20.000 arbeidsplaatsen. De groei zit vooral in inwoners boven de 30 jaar (gezinsfase) en bij ouderen. Voor jongeren onder de 30 jaar geldt dat deze vaker vertrekken de toename in het aantal inwoners gaat gepaard met toenemende ruimteclaims voor woningen en maatschappelijke voorzieningen als onderwijs en sport. Demografische trends hebben ook impact op de behoefte aan (type) voorzieningen, woonwensen en economische ontwikkelingen. Dit komt mede door de vergrijzing en de verwachte toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. De behoefte aan wonen en zorg neemt daardoor toe, wat kan vragen om nieuwe woonvormen

bouwsteen mobiliteit

op het gebied van mobiliteit is er sprake van een mobiliteitstransitie met als doel om de ruimtelijke claim van mobiliteit te verminderen door: het promoten van thuiswerken en functiemenging wat naar verwachting leidt tot een lagere ruimteclaim overstappen van auto naar lopen, fietsen, openbaar vervoer of deelmobiliteit door alternatieven te verbeteren heeft een kleinere ruimteclaim tot gevolg het verlagen van de maximumsnelheid van 50 naar 30 km/uur heeft geen effect op de ruimteclaim het bundelen van autoparkeren, mobiliteitshubs en parkeerregulering, zal een verminderend effect hebben op de ruimteclaim binnen de stad verbetering van de kwaliteit van inpandige fietsenstallingen meer ruimte voor fietsers en voetgangers en optimalisatie voor OV en autoverkeer op de buitenring daarnaast ligt er focus op woon en werk nabijheid, het verminderen van vervoersarmoede, een rechtvaardige verdeling van openbare ruimte en de aanpak van verkeersveiligheid ondanks deze opgaven op het gebied van mobiliteit wordt er een toenemende ruimteclaim voor dit thema verwacht: door een toename in het aantal inwoners wordt er een autonome toename van 10.000 auto’s verwacht richting 2040. Dit zal leiden tot een toenemende ruimteclaim het verduurzamen van mobiliteit door elektrificatie zal leiden tot een geringe stijging in de ruimteclaim

werken en economie

de ruimteclaim als gevolg van economische opgaven neemt naar verwachting toe door: een sterke toename in vraag naar werklocaties (bedrijventerreinen). Dit vertaalt zich naar 50-135 hectare (netto) ruimtevraag voor bestaande bedrijventerreinen, herontwikkeling van bedrijventerreinen, en nieuwe bedrijventerreinen de veranderende economie leidt tot een extra- en andere ruimtevraag. Er onder andere veel ruimte nodig voor de transitie naar de circulaire economie en het behoud van banen in de maakindustrie de krapte op de kantorenmarkt met veranderde vestigingsvoorkeuren nieuwe beperkende factoren, zoals beschikbaarheid van energie en steeds hogere duurzaamheidseisen de toename van het aantal voorzieningen en het bieden van voldoende ruimte aan de vrijetijdssector

water en klimaat

de ruimteclaim als gevolg van opgaven op het gebied van water en klimaat neemt naar verwachting toe door: een toename van duurzame projecten en grote private investeringen die rekening houden met water en bodem de aanleg van blauwgroene netwerken voor wateropvang en klimaatadaptatie het behouden en herontwikkelen van bestaande werklocaties. Ook bij het aanleggen van nieuwe bedrijventerreinen moet expliciet rekening gehouden worden met duurzaamheid en waterbeheer. Dit vergt naar verwachting meer ruimte dan bedrijventerreinen waar geen rekening wordt gehouden met duurzaamheid en waterbeheer

28 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Opgaven die voortkomen uit

Toelichting ruimteclaim(s)

-

-

meerlaagsveiligheid. Dit bestaat uit 1. het inzetten op preventie (sterke dijken), 2. het nemen van maatregelen in de ruimtelijke ordening (het beschermen van kritieke infrastructuur, het aanleggen van evacuatieroutes en vluchtplaatsen en het bouwen van waterrobuuste voorzieningen en woningen), en 3. het implementeren van maatregelen die de rampenbeheersing rond een overstroming verbeteren (opstellen evacuatieplanningen). De maatregelen in de ruimtelijke ordening kunnen een extra ruimteclaim met zich meebrengen het ontwikkelen van een klimaat-robuust watersysteem en ruimtelijke reserveringen voor waterveiligheid nieuwe oplossingen voor hitte, droogte en drinkwaterbeschikbaarheid.

energie

voor de energietransitie wordt een aanzienlijke toename in ondergrondse en bovengrondse ruimtelijke claims verwacht door: locaties voor grootschalige duurzame energieopwekking binnen en buiten de stad, zoals Tolhuislanden en Haerst voor windenergie en de bijbehorende afstandscontouren het ontwikkelen van een toekomstbestendige infrastructuur om netcongestie te voorkomen en balans tussen energievraag en -aanbod te waarborgen de overgang naar alternatieve warmtesystemen per wijk, zoals warmtenetten, allelectric oplossingen, waterstof, of duurzaam gas

stadsscan Zwolle

de stadsscan kijkt naar twaalf wijken voor verdichtingsmogelijkheden. Deze wijken zijn opgedeeld in drie verschillende woonmilieus (zie onderstaande afbeelding). Deze drie woonmilieus zijn: stedelijke woonmilieus: · Wipstrik, Pierik, Dieze, Assendorp en Veerallee groenstedelijke woonmilieus: · Holtenbroek, Aa-landen, Zwolle-Zuid en Ittersum buitenwijken: · Westenholte, Berkum en Brinkhoek de stadsscan wijst uit dat tussen de 0 en 2000 woningen toegevoegd kunnen worden in bestaande wijken, passend binnen de huidige kaders van de Omgevingsvisie. Dat wil zeggen: passend binnen de stedelijke hoofdgroenstructuur passend binnen het groen/blauwe raamwerk (klimaatadaptatie) passend binnen de in de Omgevingsvisie opgenomen hoogbouwvisie de stadsscan heeft ook in beeld gebracht wat de potentie is om kwalitatief te verdichten in bestaande Zwolse wijken wanneer in mindere mate rekening gehouden hoeft te worden met de bestaande ruimtelijke beleidskaders. Dat geeft een potentie van circa 3000 extra woningen bovenop de al genoemde 2000, wat het dus mogelijk maakt om tot 5000 woningen toe te voegen

29 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Opgaven die voortkomen uit

Toelichting ruimteclaim(s)

verstedelijkingsstrategie regio Zwolle 2040

in de Verstedelijkingsstrategie worden de volgende ruimteclaims verwacht door: ontwikkelingen zo veel mogelijk binnen bestaand gebouwd gebied te houden het incorporeren van klimaatbestendigheid bij nieuwe ontwikkelingen differentiatie van woonmilieus om een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod te creëren het stimuleren van de mobiliteitstransitie, en door ruimtelijke keuzes die de nabijheid van woon-werk-voorzieningen ondersteunen het creëren van verschillende vormen van werk, en door het stimuleren van triplehelixverbanden

MIRT regio Zwolle (Oost-Nederland)

het integrale maatregelpakket voor 2030 tot 2040 dat de mobiliteitstransitie en verstedelijkingsopgaven van Zwolle faciliteert, leidt tot de volgende ruimteclaims: parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding verbetering ontsluiting spoorzone hub-strategie snelfietsroutes gericht op verbinden hubs verbetering fiets- en voetgangersbereikbaarheid van stations herroutering autoverkeer via buitenring

30 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

3.2

Scenariostudie

Op basis van de thematische bouwstenen is een scenariostudie uitgevoerd. In deze scenariostudie zijn vier Zwolse scenario’s ontwikkeld. De scenario’s omvatten verschillende ruimtelijke ontwikkelrichtingen voor Zwolle voor het aanpakken van de opgaven uit de bouwstenen. Doordat de scenario’s verschillende ontwikkelrichtingen omvatten, kunnen verschillende oplossingsrichtingen voor de opgaven uit de bouwstenen onderzocht worden. Als uitgangspunt voor de scenariostudie zijn de extreme scenario’s uit de Ruimtelijke Verkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (gepubliceerd in 2023) genomen. Op basis van deze verkenning hebben het Planbureau voor de Leefomgeving en PosadMaxwan, in opdracht van gemeente Zwolle, gezamenlijk ateliers georganiseerd waarin de nationale scenario’s van de Ruimtelijke Verkenningen zijn vertaald naar de Zwolse context. De scenariostudie kan gevonden worden in bijlage I. Deze paragraaf gaat in op de totstandkoming van de scenario’s en beschrijft deze.

3.2.1

Totstandkoming scenario’s

De basis van de Zwolse scenario’s zijn de ruimtelijke verkenningen van het PBL. Deze zijn: - Mondiaal Ondernemend: een toekomstscenario waarin grote bedrijven de leiding nemen; - Snelle Wereld: de toegenomen digitalisering maakt afstanden irrelevant; - Groen Land: veel ruimte voor de natuur; - Regionaal Geworteld: burgers nemen initiatief in hun eigen leefomgeving. De PBL-scenario's zijn extreme toekomstvisies waarin uiterste mogelijkheden worden onderzocht. Daarom geven ze geen realistisch beeld weer, maar kunnen ze wel inzicht geven in de oplossingsrichtingen voor de Zwolse scenario’s. In twee werkateliers met vertegenwoordigers uit de samenleving en experts zijn vier Zwolse scenario’s ontwikkeld op basis van de bouwstenen. In tabel 3.3 wordt toegelicht hoe dit proces verliep.

Tabel 3.3 Toelichting werkateliers totstandkoming scenario’s Werkatelier

Doel

Opbrengst

toekomstige situaties verkennen

het doel van dit atelier was om de nationale scenario’s van het PBL naar de context van Zwolle te vertalen en zo enkele alternatieve toekomstige situaties van de Zwolse leefomgeving te onderzoeken. Tijdens het atelier werd een eerste antwoord geformuleerd op de vraag ‘Welke stad willen we zijn?’

vier Zwolse scenario’s, beschreven in slagzinnen per scenario, en een schetsmatige kaart die de eerste ruimtelijke vertaling toont

aanscherpen Zwolse scenario’s

dit atelier richtte zich op het concretiseren van de Zwolse scenario’s door middel van de thematische bouwstenen en het definiëren van belangrijke ruimtelijke ingrepen en de bijbehorende locaties

vier Zwolse scenario’s, beschreven in slagzinnen per scenario, en een schetsmatige kaart die de eerste ruimtelijke vertaling toont

Tussen de werkateliers heeft participatie plaatsgevonden in de vorm van een online vragenlijst over de wenselijkheid van kenmerken van de nationale scenario’s.

3.2.2

Beschrijving Zwolse scenario’s

Hieronder zijn de vier Zwolse scenario’s kort toegelicht.

31 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Natuurlijk Zwolle - natuurlijke systemen zijn leidend, regenwater wordt opgeslagen door meer ruimte te geven aan rivieren, kreken en innovatieve oplossingen zoals natte teelten; - de stad verdicht en transformeert met een focus op vergroening en biodiversiteit; - ook bedrijvigheid wordt natuurpositief ontwikkeld. Poort naar het Stedelijk Netwerk Nederland - Zwolle groeit en wordt een internationaal knooppunt; - stedelijke woonmilieus zijn groen, gemengd en bieden voldoende leefruimte; - de stad zet in op groene en blauwe kwaliteiten, zoals dooradering rondom waterlopen en een groene gordel; - grootschalige uitbreiding vindt plaats, geïntegreerd en ontsloten via snelfietsroutes en nieuwe stations. High Tech Zwolle - Zwolle maakt deel uit van een groter digitaal netwerk, waardoor fysieke voorzieningen minimaal zijn en digitale ontmoetingen de norm; - fysieke verplaatsingen nemen af en bezorgdiensten nemen toe; - doordat thuiswerken de norm is neemt de woondruk toe en is er vraag naar zowel binnenstedelijke als landelijke innovatieve woonlocaties. De stad zet volop in op high tech.

Zwolle voor Elkaar - de inwoners voelen zich verbonden met hun lokale gemeenschap; - elke wijk heeft een buurtcentrum dat fungeert als centraal punt waar ontmoetingen centraal staan, met lokale faciliteiten zoals lokale voedselproductie, een buurtpark, lokale energieopslag/opwek en een mobiliteitshub; - collectieve woonvormen, zoals hofjes, bijvoorbeeld in combinatie met zorgdiensten aan huis.

3.3

Van Zwolse scenario’s naar twee alternatieven voor het OER

Op basis van de vier Zwolse scenario’s zijn twee alternatieven voor het OER ontwikkeld: alternatief 1 en alternatief 2. Deze alternatieven geven binnen een bandbreedte de uiterste toekomstbeelden weer voor de ontwikkeling van Zwolle. Deze bandbreedte is gebaseerd op het aantal extra woningen en arbeidsplaatsen. De alternatieven zijn verder samengesteld op basis van verschillende componenten uit de Zwolse scenario’s om onderscheidende alternatieven te creëren, waarbij gebruik is gemaakt van de People, Planet en Profitbenadering. In het onderstaand kader zijn de alternatieven voor het OER toegelicht. Alternatief 1 In dit alternatief zijn de scenario’s van PBL ‘Natuurlijk Groen’ en ‘Regionaal Geworteld’ gecombineerd. Dit alternatief richt zich op een gezond Zwolle waarbij de natuurlijke systemen leidend en bepalend zijn voor de verdere groei van Zwolle na 2030. Duurzaamheid en ecologische gezondheid (planet) worden nagestreefd door middel van gemeenschappelijke inspanningen en regionale samenwerking (people). Alternatief 2 In dit alternatief zijn de scenario’s van PBL ‘Mondiaal Ondernemend’ en ‘Snelle Wereld’ gecombineerd. Dit alternatief richt zich op een welvarend Zwolle waarbij naar maximale economische groei wordt gestreefd voor de verdere groei van Zwolle na 2030.

Economische groei en efficiëntie (profit) worden nagestreefd door middel van individuele vrijheid en marktgedreven oplossingen (people).

3.4

Overeenkomsten tussen de alternatieven

32 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

3.5

Verschillen tussen de alternatieven

In onderstaande paragrafen wordt een beschrijving van de twee alternatieven gegeven, en wordt aangegeven welke aspecten van elk van de Zwolse scenario’s in het alternatief zijn opgenomen.

3.5.1

Alternatief 1

Onderstaande afbeelding 3.2 bevat een visualisatie van alternatief 1 met daarop de belangrijkste ruimtelijke ingrepen.

Afbeelding 3.2 Ruimtelijke ingrepen alternatief 1

33 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Wonen Dit alternatief neemt belangrijke uitgangspunten over uit het scenario ‘Natuurlijk Zwolle’: - natuurlijke systemen zijn leidend, regenwater wordt opgeslagen door meer ruimte te geven aan rivieren, kreken en innovatieve oplossingen zoals natte teelten; - de stad verdicht en transformeert met een focus op vergroening en biodiversiteit; - ook bedrijvigheid wordt natuurpositief ontwikkeld. In dit alternatief vindt de realisatie van 5.000 woningen en bijbehorende voorzieningen plaats. - verdichting en transformatie van de stad vinden plaats alléén binnen bebouwd gebied en altijd met een hoge mate van bijdrage aan de vergroening en natuurinclusiviteit; - op binnenstedelijke locaties (stadsscan-locaties, bouwen rondom A28 en minimale verdichting op de Ceintuurbaanzone) worden voornamelijk meergezinswoningen (appartementen, terraswoningen, woontorens, seniorenappartementen) toegevoegd in een ruimte opzet (binnentuinen, in parkachtige omgeving). De concrete invulling van de woningbouw is gebaseerd op de Stadsscan en de Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone. Uit de Stadsscan komt een verdichtingspotentieel van circa 5.000 woningen naar voren. Voor het stedelijk gebied is een maximum van ongeveer 1.800 woningen gevonden, die volledig uit appartementen bestaat.

In het groenstedelijk gebied is er potentieel voor maximaal circa 2.000 woningen, waarvan 70 % appartementen en 30 % grondgebonden woningen. In de buitenwijken is er ruimte voor maximaal circa 1.200 woningen, met een verdeling van 80 % appartementen en 20 % grondgebonden woningen. In de Ceintuurbaanzone vindt in dit alternatief geen extra uitbreiding plaats op basis van model ‘Raamwerkstad’. Economie Dit alternatief neemt het economische perspectief over uit het scenario Natuurlijk Zwolle. Uitgangspunt daarbij is: sterker maken wat sterk is. Er wordt uitgegaan van 50 ha netto oppervlak voor bedrijven door uitbreiding van Marslanden, met 2.500 arbeidsplaatsen. Deze 50 ha is voor extra werklocaties en voor ruimte voor de circulaire transitie. Marslanden wordt daarbij een arbeidsintensief bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat de verhouding tussen arbeidsplaatsen en beroepsbevolking gelijk blijft. Daarnaast wordt de nabijheid van banen op aantrekkelijke en goed ontsloten locaties verbeterd, wat ook helpt om de transformatievraag op te vangen op deze goed ontsloten locaties. Hoewel er weinig economische groei wordt verwacht, is er wel een verschuiving zichtbaar naar de circulaire economie.

Bedrijventerreinen worden intensiever gebruikt voor economische functies en tegelijkertijd ontwikkeld op basis van nature-based solutions en klimaatadaptatie, wat leidt tot natuurpositieve bedrijventerreinen. Voorst blijft een werklocatie, wat geen veranderingen in mobiliteit met zich meebrengt. Verder wil Zwolle koploper zijn in landschappelijke en groene recreatie, wat bijdraagt aan de groene recreatiemogelijkheden in de stad. Mobiliteit Mobiliteit komt in dit alternatief voort uit de scenario’s Natuurlijk Zwolle en Zwolle voor Elkaar. Duurzaam vervoer wordt bevorderd door grote hubs langs de ring van de stad, die zorgen voor een goede bereikbaarheid. Deze hubs combineren parkeren voor fietsen en auto's met busdiensten en deelmobiliteit. Naast de stadsrandhubs die al in de huidige omgevingsvisie staan, worden er nieuwe stadsrandhubs toegevoegd: Knooppunt Verkeersplein Zwolle (nabij de A28), Zwolle Noord (N340), en Zwolle Oost (hub N35). Daarnaast wordt er een station Zwolle-Zuid toegevoegd. Het busnetwerk blijft ongewijzigd. Er wordt ingezet op het weren van auto's in de stad, onder andere door de A28 te ondertunnelen. Boven op de A28 komt een park dat ruimte biedt voor wandelen en fietsen, wat de barrièrewerking van de snelweg vermindert. De centrumstedelijke wijken rondom het centrum worden autoluw gemaakt.

Binnen de stad ligt de nadruk op voetgangers- en fietsverkeer, met de belangrijkste routes door de groene dragers van de stad. Dit draagt bij aan een schonere en gezondere leefomgeving.

34 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Energie Energie komt in dit alternatief voort uit het scenario Zwolle voor Elkaar, al worden de uitgangspunten van de Energievisie Overijssel in de basis gevolgd. Zwolle streeft ernaar maximaal zelfvoorzienend te zijn en oplossingen binnen de eigen gemeentegrenzen te realiseren. Dit wordt bereikt door een bottom-up aanpak waarbij inwoners en lokale coöperaties energieoplossingen ontwikkelen. Een belangrijke pijler van deze aanpak is de verduurzaming van de huidige woningvoorraad. Daarnaast worden kleinschalige warmtenetten geïntroduceerd, die gebruik maken van restwarmte en bodemenergie. Ook wordt lokale energieopwekking en opslag gestimuleerd door middel van zonnepanelen op daken, en buurtbatterijen. Kleinschalige zonneparken worden landschappelijk ingepast in het buitengebied. Daarnaast wordt de locatie voor windmolens die in de RES1.0 voor Haerst was aangewezen, gerealiseerd. Netcongestie heeft een grote ruimtelijke impact. Daarbij worden de volgende ontwikkelingen voorzien: er zijn 650 nieuwe laagspanningslocaties nodig in de bestaande stad, elk met een oppervlakte van 30 m². Deze trafohuisjes zullen zoveel mogelijk via een vast afwegingskader worden ingepast, waarbij in hoogstedelijke gebieden met veel hoogbouw inpandige realisatie de voorkeur heeft.

Daarnaast zijn ten minste 10 middenstations nodig, elk met een ruimtebeslag van 300 tot 1.600 m², vooral vanwege de ondergrondse infrastructuur. Op middellange termijn is er in het zuiden van Zwolle een nieuw TenneT hoogspanning/middenspanningstation nodig, wat een apart proces vereist. Er kan onteigening noodzakelijk zijn om dit ruimtelijk in te passen, met een ruimtebeslag van 5 tot 7 ha. Water en klimaat Water en klimaat komt in dit alternatief voort uit ‘Natuurlijk Zwolle’. In Zwolle wordt maximaal ingezet op natuurlijke systemen om diverse stedelijke uitdagingen op te lossen. Waterveiligheid wordt bevorderd door maximale waterberging en het creëren van een extra watercasco ten opzichte van de huidige Omgevingsvisie (OGV). Zwolle wordt gepositioneerd als een 'Sponsstad', waar natuurlijke systemen leidend zijn en de waterstructuur een ordenende rol speelt. Kleinschalig stedelijk groen wordt multifunctioneel ingezet, met pluktuinen, stadslandbouw, speelboerderijen en educatieve voedselbossen. De functie van het groen kan over de tijd heen wisselen, afhankelijk van de behoeften van de gemeenschap. Bovendien wordt het bestaande blauwgroene netwerk in de stad opgewaardeerd en verbonden aan recreatieve functies zoals wandelpaden en zitgelegenheid, waardoor het toegankelijker en aantrekkelijker wordt voor bewoners en bezoekers.

Boven op de A28 wordt een groen landschap gemaakt dat ecologische verbindingen tussen de stad en het noordelijke deel van de gemeente mogelijk maakt.

3.5.2

Alternatief 2

Onderstaande afbeelding 3.3 bevat een visualisatie van alternatief 2 met daarop de belangrijkste ruimtelijke ingrepen.

35 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Afbeelding 3.3 Ruimtelijke ingrepen alternatief 2

Wonen Dit alternatief neemt belangrijke uitgangspunten over uit het scenario ‘Poort naar Stedelijk Netwerk Nederland’: - Zwolle groeit en wordt een internationaal knooppunt; - stedelijke woonmilieus zijn groen, gemengd en bieden voldoende leefruimte; - de stad zet in op groene en blauwe kwaliteiten, zoals dooradering rondom waterlopen en een groene gordel; - grootschalige uitbreiding vindt plaats, geïntegreerd en ontsloten via snelfietsroutes en nieuwe stations.

36 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

In dit alternatief vindt de realisatie plaats van 19.700 extra woningen en bijbehorende voorzieningen. Zwolle groeit als een ringstad met behoud van haar identiteit en kernwaarden, waarbij de mogelijkheid bestaat dat nieuwe kernen rondom de stad ontstaan. In deze ontwikkeling wordt de balans tussen stedelijke ontwikkeling en natuurlijke omgevingen behouden. De binnenstad wordt verdicht met voornamelijk gestapelde woningen, waarbij de focus ligt op typologieën en betaalbaarheid voor starters en nieuw talent. In de groene stedelijke wijken worden waar mogelijk grondgebonden woningen toegevoegd, passend bij het bestaande karakter van deze wijken. In een nieuwe uitbreidingswijk, die ook een nieuw station krijgt, wordt een stedelijke mix van voornamelijk meergezinswoningen ontwikkeld, met groen en voorzieningen in de nabijheid. Voorzieningen schalen op en centreren zich rondom grotere knooppunten of de stadsstraten, terwijl maatschappelijke- en zorgfuncties clusteren in grotere complexen. De concrete invulling van de woningbouw is gebaseerd op de Stadsscan en de Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone. Uit de Stadsscan komt een verdichtingspotentieel van circa 5.000 woningen naar voren. Voor het stedelijk gebied is een maximum van ongeveer 1.800 woningen gevonden, dat volledig uit appartementen bestaat.

In het groenstedelijk gebied is er potentieel voor maximaal circa 2.000 woningen, waarvan 70 % appartementen en 30 % grondgebonden woningen. In de buitenwijken is er ruimte voor maximaal circa 1.200 woningen, met een verdeling van 80 % appartementen en 20 % grondgebonden woningen. Uit de Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone wordt het model ‘Ringstad’ gevolgd. Daarbij is er ruimte voor 8.000-10.000 woningen. De Vrolijkheid blijft daarin grotendeels een werkgebied. Aan de Nieuwe Vecht, die wordt doorgetrokken over de Ceintuurbaan, komt een hoogstedelijk gebied met circa 400 woningen, waarbij de Floor Space Index (FSI) toeneemt van 0,44 naar 0,74. Het stadion wordt uitgebreid en de omliggende sportvelden worden ontwikkeld tot een stedelijk woonmilieu met circa 900 woningen. Het Dokterspad wordt grotendeels een stedelijk woongebied met 600 woningen, waarbij beperkt ruimte is voor werken. De bestaande scholen blijven behouden. Het ziekenhuisgebied ontwikkelt zich verder met de toevoeging van een hub en een stedelijk woongebied aan de rand, goed voor circa 450 woningen. De FSI in dit gebied intensiveert tot 1,55. Oosterenk kan zich geleidelijk blijven ontwikkelen met intensiveringen en beperkt wonen, waarbij circa 350 woningen worden toegevoegd en de FSI toeneemt tot 0,8. Er komt een stedelijk milieu aansluitend aan de Ceintuurbaan met 1.500 woningen en een FSI van 1,0.

In de overgangszone van hoge droge gronden naar laag waterrijk gebied wordt een suburbane dichtheid gerealiseerd met 2.250 woningen en een FSI van 0,5. Rond de stationsknoop wordt een stedelijke dichtheid nagestreefd met 1.850 woningen, inclusief voorzieningen en werkruimtes, en een FSI van 1,25. Daarnaast worden kleinschalige clusters in het landschap toegevoegd, goed voor 400 woningen en een FSI van 0,3. Extra vierkante meters voor werken en voorzieningen komen bij het nieuwe station Regiopoort. Het huidige aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak (bvo) voor werken in de Ceintuurbaanzone blijft behouden. Er wordt gestreefd naar diversiteit in werkgelegenheid aan de ring, met werken bij het nieuwe station en een verdichting of focus op circulaire economie in Marslanden, wat meer schuifruimte biedt op Hessenpoort. Een deel van de huidige werkgelegenheid in de Vrolijkheid en Oosterenk blijft behouden. Daarnaast wordt het potentieel van Stadsbroek doorgerekend voor de toevoeging van 3.000 woningen. Er worden winkels toegevoegd in de Ceintuurbaanzone en Vechtpoort, evenals kantoren en bedrijven in Vechtpoort. Basisonderwijs wordt toegevoegd in Stadsbroek, Nieuw Zuid, Vechtpoort en de Ceintuurbaanzone. Economie Dit alternatief neemt het economische perspectief over uit het scenario Poort naar Stedelijk Netwerk Nederland.

Zwolle voegt maximaal 135 ha netto bedrijventerrein toe voor extra werklocaties, wat ruimte biedt aan maximaal 20.000 arbeidsplaatsen, en de circulaire transitie ondersteunt. De stad richt zich op grootschalige economische gebieden en economische specialisatie in de dienstverlening en hoogtechnologische maakindustrie, om een belangrijke speler op EU-niveau te worden.

37 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Nieuwe economische gebieden worden ontwikkeld, waar diensten, educatie en wonen samenkomen, om zo innovatie in de samenleving te stimuleren. Er wordt ingezet op intensivering van bedrijventerreinen door meer en slimmer ruimte te bieden aan de economie, bijvoorbeeld door het toepassen van meerlaagse logistiek. Hoogfrequent openbaar vervoer is een voorwaarde voor deze ontwikkelingen. Daarnaast wordt er een railterminal ontwikkeld, waarmee Zwolle haar rol als logistiek knooppunt versterkt. Hoewel Zwolle grotendeels haar (landbouw)producten importeert, blijft het bestaande agrarische landschap in de gemeente behouden en wordt het waar mogelijk efficiënter gemaakt. Het productielandschap van Mastenbroek wordt geoptimaliseerd en nog ‘lege’ ruimte wordt benut als economisch productielandschap, bijvoorbeeld voor natte teelt. Mobiliteit Mobiliteit komt in dit alternatief voort uit het scenario Poort naar Stedelijk Netwerk Nederland. Zwolle wil daarbij haar positie als internationaal knooppunt versterken dankzij de centrale ligging tussen de Randstad en Duitsland, met goede verbindingen via de A28 en de mogelijke HSL-verbinding. De stad zet hier volop op in en lost regionale knelpunten op door een ringweg tussen de A28 en A50 te realiseren. Deze ringweg sluit aan op de N35, N337 en A50, inclusief een afslag bij Vechtpoort en een hub.

De Ceintuurbaan wordt afgewaardeerd door een snelheidsverlaging. Er worden hubs toegevoegd aan de nieuwe ringweg. Dit alternatief omvat een grootschalig hubnetwerk op verschillende schaalniveaus, variërend van buurt- tot regionaal niveau. Naast de bestaande stadsrandhubs in de huidige omgevingsvisie, worden nieuwe stadsrandhubs toegevoegd: het knooppunt verkeersplein Zwolle (nabij de A28), Zwolle Noord (N340) en Zwolle Oost (hub N35). Hessenpoort wordt uitgebreid met een nieuwe aansluiting op de A28 (indicatief, tussen N340 en Lichtmis). Wel wordt de afrit naar het centrum op de A28 afgesloten. De A28 wordt deels verdiept met een groene inrichting van de overgangen. Daarnaast wordt er een station Zwolle-Zuid toegevoegd. Ook wordt station Zwolle Regiopoort (Vechtpoort) uitgebreid met een cluster van wijkvoorzieningen nabij het station, passend bij de woningontwikkeling in de omgeving. Zowel station Zuid als station Vechtpoort worden tweemaal per uur bediend door een trein. Energie Energie komt in dit alternatief voort uit het scenario High tech Zwolle, al worden de uitgangspunten van de Energievisie Overijssel in de basis gevolgd. Om de toename in energiegebruik op te lossen, wordt duurzame energieopwekking ook buiten de gemeentegrenzen gezocht. In Zwolle worden slimme wijken en bedrijfsclusters ontwikkeld die lokaal duurzame energie opwekken via zonne- en windenergie.

Er wordt sterk ingezet op allelectric oplossingen en energieneutrale nieuwbouw. Slimme energieoplossingen worden verweven met groene en blauwe infrastructuren, bijvoorbeeld door waterlichamen te voorzien van drijvende zonnepanelen of door gebruik te maken van warmte-koudeopslag in waterlichamen rond Zwolle. Daarnaast wordt de locatie voor windmolens die in de RES1.0 voor Haerst was aangewezen, gerealiseerd. Netcongestie heeft een grote ruimtelijke impact en we voorzien de volgende ontwikkelingen: er zijn 650 nieuwe laagspanningslocaties nodig in de bestaande stad, elk met een oppervlakte van 30 m². Deze trafohuisjes zullen zoveel mogelijk via een vast afwegingskader worden ingepast, waarbij in hoogstedelijke gebieden met veel hoogbouw inpandige realisatie de voorkeur heeft. Daarnaast zijn ten minste 10 middenstations nodig, elk met een ruimtebeslag van 300 tot 1.600 m², vooral vanwege de ondergrondse infrastructuur. Op middellange termijn is er in het zuiden van Zwolle een nieuw TenneT hoogspanning/middenspanningstation nodig. Dit vraagt om een apart proces, waarbij onteigening mogelijk noodzakelijk is om dit ruimtelijk in te passen, met een ruimtebeslag van 5 tot 7 ha. Water en klimaat Water en klimaat komt in dit alternatief voort uit High tech Zwolle. Technologische oplossingen spelen een cruciale rol in het aanpakken van diverse stedelijke uitdagingen.

Wat betreft waterveiligheid wordt er maximaal ingezet op het verhogen van de dijken, zonder extra watercasco ten opzichte van de huidige Omgevingsvisie (OGV).

38 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Water en bodem worden actief gestuurd met maakbare en technologische oplossingen om water- en klimaatproblematiek te verminderen. Dit omvat slimme pompsystemen, opgewaardeerde dijken en waar nodig actieve koeling. Er wordt een sterke verbinding gelegd tussen het groen/blauwe netwerk en klimaatadaptieve ontwikkelingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door regenwater vast te houden, wat bijdraagt aan waterberging en recreatie. De groen/blauwe netwerken zorgen tevens voor verkoeling van de stad en creëren koele plekken in de directe omgeving van woon- en werkgebieden. De continuïteit van groene en blauwe netwerken wordt versterkt door de stad te dooraderen met meer groene corridors, bijvoorbeeld rondom de singels. Dit draagt bij aan biodiversiteit, een aangename leefomgeving en het reduceren van wateroverlast tijdens extreem natte perioden. Daarnaast wordt het water de stad in getrokken door een robuuste grote waterdrager door de stad heen te creëren, die zorgt voor stedelijke waterafvang en een vermindering van het hitte-eilandeffect.

3.5.3

Samenvatting alternatieven

In tabel 3.4 zijn per alternatief de belangrijkste maatregelen samengevat.

Tabel 3.4 Samenvatting hoofdmaatregelen per alternatief Alternatief 1

Alternatief 2

1. Ondertunneling A28 boven op de A28 komt een park met groene inrichting dat ecologische verbindingen tussen de stad en het noordelijke deel van de gemeente mogelijk maakt

1. Verdiept aanleggen A28 op bepaalde plekken worden groene verbindingen boven de A28 aangelegd

2. A28 Aansluiting Zwolle-Centrum aansluiting Zwolle-Centrum op A28 blijft behouden

2. Verwijderen A28 Aansluiting Zwolle-Centrum aansluiting Zwolle-Centrum op A28 verdwijnt

3. Geen nieuwe ringweg A28-A50 verkeer moet door de stad Zwolle. De ring (o.a. Ceintuurbaan en IJsselallee) blijven belangrijke verkeersaders voor verkeer dat uit het oosten komt en naar A28 toe wil

3. Nieuwe ringweg A28-A50 nieuwe ring om Zwolle heen van en naar A28, N35, N337 en A50, inclusief afslag Vechtpoort + hub

4. Hubs langs de ring (stadsrandhubs) knooppunt verkeersplein Zwolle (nabij A28); Zwolle Noord (N340); Zwolle Oost: hub N35

4. Grootschalig hubnetwerk naast stadsrandhubs ook hubs op wijk- en buurtniveau

5. Station Zuid een nieuw station in Zwolle-Zuid met intercity van Zwolle naar Roosendaal (2x per uur)

5. Station Zuid een nieuw station in Zwolle-Zuid met intercity van Zwolle naar Roosendaal (2x per uur)

6. Geen station Vechtpoort geen nieuw station in Vechtpoort

6. Station Vechtpoort een nieuw station in Vechtpoort met een extra tussenstop voor de sprinter van Zwolle naar Groningen (2x per uur)

7. Geen Railterminal Hessenpoort geen verandering

7. Railterminal Hessenpoort een nieuw logistiek knooppunt/overslagpunt van weg naar rail

8. Binnenstedelijk +5000 woningen stedelijk: maximaal ongeveer 1.800 woningen type: 100 % appartementen groenstedelijk: maximaal ongeveer 2.000 woningen type: 70 % appartementen, 30 % grondgebonden woningen buitenwijken (o.a. Westenholte, Berkum en Brinkhoek): maximaal ongeveer 1.200 woningen type: 80 % appartementen, 20 % grondgebonden woningen;

8. Binnenstedelijk en groen stedelijke wijken +19.700 woningen binnenstedelijk idem aan alternatief 1. Aanvullend stedelijke wijken met 14.700 woningen in: +3.000 woningen in Nieuw Zuid +4.500 woningen in Vechtpoort +4.200 woningen in Ceintuurbaanzone +3.000 woningen in Stadsbroek

39 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Alternatief 1

Alternatief 2

9. Bedrijventerrein intensiveren en uitbreiden Marslanden +50 ha sterker maken wat al sterk is door arbeidsintensief bedrijventerrein Marslanden met een groei van 2.500 nieuwe arbeidsplaatsen. Natuurpositieve bedrijventerrein met ruimte voor circulaire transitie

9. Bedrijventerrein intensiveren en uitbreiden Hessenpoort +135 hectare Zwolle richt zich op economische specialisatie in de dienstverlening en de hoogtechnologische maakindustrie om een belangrijke speler te worden op EU-niveau. Uitbreiding van bedrijventerrein Hessenpoort met 135 hectare ofwel 20.000 arbeidsplaatsen

10. Uitbreiden groene-blauwe netwerken met extra waterberging in het buitengebied continuïteit groene en blauwe netwerken: de stad wordt dooraderd met blauwgroene netwerken met meer groene corridors, bijvoorbeeld rondom de singels. Dit draagt bij aan biodiversiteit, een aangename leefomgeving en het reduceren van wateroverlast in extreem natte perioden. Het water trekt de stad in: er wordt een robuuste grote waterdrager door de stad heen getrokken die zorgt voor stedelijke waterafvang en een vermindering van het hitte-eilandeffect

10. Opwaarderen bestaande groene-blauwe netwerken met extra waterberging in het buitengebied en binnenstedelijk het bestaande blauwgroene netwerk in de stad wordt opgewaardeerd en verbonden aan recreatieve functies (wandelpaden, zitgelegenheid)

11. Nature-based solutions sponsstad Zwolle. Natuurlijke systemen zijn leidend, waterstructuur is ordenend. Sterke verbinding tussen het groen/blauwe netwerk en de klimaatadaptieve ontwikkelingen, bijvoorbeeld door maximaal in te zetten op het vasthouden van regenwater in een recreatief sponsbos

11. Technologische oplossingen water en bodem wordt gestuurd. Maakbare en technologische oplossingen om o.a. waterproblematiek te verminderen (slimme pompsystemen, opgewaardeerde dijken)

12. Zelfvoorzienend energiesysteem Zwolle maximaal zelfvoorzienend, oplossingen binnen eigen gemeentegrenzen. Kleinschalige netten maken gebruik van restwarmte en bodemenergie. Verduurzaming huidige woningvoorraad

12. Regionale samenwerking voor energie opwek oplossen door (ook) buiten de gemeentegrenzen duurzame energieopwek te plaatsen. Slimme wijken en bedrijfsclusters in Zwolle wekken lokaal duurzame energie op via zonne- en windenergie. Inzet op zoveel mogelijk allelectric en energieneutrale nieuwbouw

40 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT? 4.1

Aanpak van het OER

Het OER (inclusief NRD) is als onderzoeksmiddel ingezet tijdens de ontwikkeling van de aanvulling op de omgevingsvisie. Het OER brengt in het proces in beeld waar vanuit het oogpunt van milieu, de leefomgeving, en brede welvaart er opgaven zijn en wat de bandbreedte van effecten is van mogelijke keuzes in de visie hierop. De wisselwerking tussen het visiespoor en het OER-spoor is gefaciliteerd middels ‘ontwerploops’ (afbeelding 4.1). Een ontwerpend OER geeft tijdig inzicht in met welke keuzes negatieve effecten te beperken zijn en met welke keuzes juist kansen ontstaan. Zo toetst het OER dus niet enkel achteraf op haalbaarheid, maar faciliteert, met tussenproducten, de ontwikkeling van de visie. Op afbeelding 4.1 is het proces schematisch verbeeld, waarbij de relaties en verbindingen tussen de producten uit alle sporen zichtbaar zijn. Met inzichten vanuit het OER kunnen de keuzes in de aanvulling van de omgevingsvisie na 2030 onderbouwen en in beeld brengen wat daarna, onder welke voorwaarden, mogelijk is. Het gekozen ontwikkelperspectief (waarschijnlijk een combinatie van elementen uit verschillende alternatieven) wordt tevens beoordeeld in het OER. Ook worden randvoorwaarden, aandachtspunten en onzekerheden vastgelegd in het OER, zodat daar in de beleidsuitwerking en monitoring aandacht aan besteed kan worden.

41 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Afbeelding 4.1 Schematische weergave van de wisselwerking tussen het omgevingsvisie-spoor en het OER-spoor

Hoofdvragen voor het OER Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: 1 wat is de huidige staat van de Zwolse leefomgeving; 2 hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder aanvulling op de omgevingsvisie); 3 welke ontwikkelrichtingen volgen uit de alternatievenstudie en welke beleidsuitspraken passen daarbij1; 4 wat zijn de effecten van ontwikkelrichtingen die volgen uit de alternatievenstudie; 5 welk afgewogen ruimtelijk ontwikkelperspectief volgt er uit de alternatievenstudie en wat zijn de hierbij horende effecten; 6 wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie.

1

De beleidsopties worden ontwikkeld door het omgevingsvisieteam, niet door het OER-team. Wel levert het OER-team een bijdrage aan het ontwikkelproces.

42 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Onderzoeksaanpak voor het OER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit 5 stappen: a het beschrijven van de Zwolse leefomgeving; b het uitwerken van de beschrijving van de leefomgeving tot een referentiesituatie voor het OER; c het leveren van een bijdrage aan de beleidskeuzes voor de omgevingsvisie (uitgewerkt in alternatieven) op basis van de concretisering van de ambities en eventuele aanvullende aandachtspunten; d het beschrijven en beoordelen van de effecten op de leefomgeving en brede welvaart van de alternatieven en deze vastleggen in een rapport, het OER. Via expert judgement worden op hoofdlijnen de effecten van twee alternatieven in beeld gebracht; zodoende geeft het OER-spoor ontwerpprincipes mee; e het uitwerken van een ruimtelijk ontwikkelperspectief welke de koers de aanvulling op de omgevingsvisie bevat en het in beeld brengen van de effecten op de leefomgeving van dit ontwikkelperspectief; f het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing op de beoogde effecten op Brede Welvaart. Bij het beschrijven en beoordelen van de referentiesituatie en de effecten van de alternatieven en het toekomstbeeld (voorkeursalternatief) wordt een beoordelingskader gehanteerd. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en criteria waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden.

Paragraaf 4.4 licht het beoordelingskader toe.

4.2

Plan- en studiegebied

Het beleidskader richt zich op de gehele gemeente Zwolle. De effecten van het beleidskader kunnen echter ook buiten de grenzen van de gemeente optreden (studiegebied).

4.3

Situaties in het onderzoek

In het OER worden op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie paragraaf 4.4 beoordelingskader) informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: - huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2024 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021, 2022 of 2023; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2040 met een doorkijk naar 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de aanvulling op de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen: . generieke autonome ontwikkelingen afkomstig van buitenaf: algemene trends en ontwikkelingen zoals klimaatverandering of vergrijzing die Zwolle als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft; . autonoom omgevingsbeleid: voortzetting van het huidige (sectorale) beleid en autonome ontwikkelingen. In de autonome ontwikkeling worden in het OER alleen projecten meegenomen die al concreet zijn, zoals vastgestelde of ontwerp projectbesluiten, omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. . alternatieven: De alternatieven schetsen twee extreme ontwikkelrichtingen voor Zwolle in 2040 met een doorkijk 2050; .

ruimtelijk ontwikkelperspectief (voorkeursalternatief): Het ruimtelijk ontwikkelperspectief bevat de keuzes van de aanvulling op de omgevingsvisie. In dit OER vervult het ruimtelijk ontwikkelperspectief de rol van het ‘voorkeursalternatief’. Voor het jaar 2040 met doorkijk naar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen. In het OER wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt voor het schetsen van de referentiesituatie en of bijvoorbeeld prognoses tot 2040 zijn geëxtrapoleerd naar 2050. In onderstaand kader wordt een toelichting over de referentiesituatie gegeven.

43 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Toelichting referentiesituatie Het voorgenomen beleid is de aanvulling van de omgevingsvisie waardoor de plannen uit de huidige omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van morgen’ onderdeel uit van de referentiesituatie. De aanvulling op de omgevingsvisie bevat aanvullende kaderstellende uitspraken over de toekomst van Zwolle na 2030. Nieuw vastgesteld bovenlokaal en lokaal beleid en nieuwe (regionale) afspraken met kaderstellende uitspraken over Zwolle na de vaststelling van de omgevingsvisie in 2021 dienen integraal overwogen te worden in het voorgenomen beleid. Daarom maken deze vastgestelde beleidsstukken geen onderdeel van de referentiesituatie. Hier vallen de volgende beleidsstukken onder: - verstedelijkingsstrategieregio Zwolle (2023); - energievisie provincie Overijssel (concept, 2024); - dynamische mobiliteitsagenda (eind 2024 naar de raad).

4.4

Beoordelingskader

Het beoordelingskader is het centrale onderdeel van het OER. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en indicatoren waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. De indicatoren zijn in de staat van de leefomgeving concreet gemaakt. Dit beoordelingskader is vormgegeven aan de hand van het Huis van Zwolle. De indicatoren zijn overgenomen vanuit het OER behorende bij de omgevingsvisie uit 2021 en waar nodig aangevuld op basis van recente ontwikkelingen. De nieuwe indicatoren zijn schuingedrukt aangegeven in tabel 4.1. De beoordelingsthema’s zijn: - wonen; - economie; - mobiliteit en bereikbaarheid; - gezond en sociaal; - natuur; - landschap, cultuurhistorie en archeologie; - energie; - bodem, water en klimaat(adaptatie). De thema’s zijn verder uitgewerkt in ambities, aspecten en indicatoren. Indicatoren zijn en maken het doel meetbaar, worden gebruikt om effecten te beschrijven. De indicatoren kunnen in het vervolg gebruikt worden om de ambities uit de aanvulling op de omgevingsvisie te monitoren. Cursief gedrukt staan de indicatoren die nieuw zijn ten opzichte van het OER uit 2021.

Tabel 4.1 Beoordelingskader voor het OER Huis van Zwolle (ambities) versterken stedelijkheid en economie

44 |171

Thema

Aspecten

Indicator

wonen

woningaanbod

omvang woningvoorraad naar prijssegment en type

wonen

voorzieningenaanbod

omvang voorzieningenaanbod naar behoeften bereikbaarheid voorzieningen

wonen

openbare ruimte

oppervlakte stedelijk groen en water beweegvriendelijkheid kwaliteit woonomgeving ruimte voor recreatie

economie

werkgelegenheid

beroepsbevolking en werkloosheid banen naar sector

economie

landbouw

agrarisch grondgebruik

mobiliteit en bereikbaarheid

vervoerskeuze

modal shift (verschuiving) naar lopen, fiets en gebruik OV

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Huis van Zwolle (ambities)

vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal

1

Thema

Aspecten

Indicator

mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer

doorstroming/verliestijd gemotoriseerd verkeer bereikbaarheid van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen

mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer

capaciteit en serviceniveau openbaar vervoer bereikbaarheid van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen

mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer

beloopbaarheid en befietsbaarheid (dichtheid en kwaliteiten) bereikbaarheid van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen

mobiliteit en bereikbaarheid

verkeersveiligheid

verkeersveiligheidsrisico’s voor alle typen weggebruikers

gezond en sociaal

gezondheidsbescherming

milieugezondheidsrisico1 MGR (link) geluidhinder luchtkwaliteit geur

gezond en sociaal

veiligheid omgeving

omgevingsveiligheid sociale veiligheid

gezond en sociaal

sociaaleconomische positie

gemiddeld besteedbaar inkomen

gezond en sociaal

sociale cohesie

mate van eenzaamheid

gezond en sociaal

gezonde leefstijl

gezond gedrag (beweegrichtlijnen, rookgedrag, overgewicht en alcoholgebruik) beweegvriendelijkheid

natuur

beschermde natuurgebieden

Natura 2000 NNN weidevogelleefgebieden

natuur

soortenbescherming en biodiversiteit

beschermde soorten niet-beschermde soorten

landschap, cultuurhistorie en archeologie

landschap, cultuurhistorie en erfgoed

gebouwd erfgoed (beschermde gezichten) cultuurhistorie en landschap

landschap, cultuurhistorie en archeologie

archeologie

archeologische waarden

energie

emissie broeikasgassen

CO2-uitstoot

energie

energie

energieverbruik en duurzame energieopwek

bodem, water en klimaat(adaptatie)

bodem

bodemkwaliteit bodemdaling (droogte)

bodem, water en klimaat(adaptatie)

waterveiligheid en risico op wateroverlast

waterbergend vermogen waterveiligheid

bodem, water en klimaat(adaptatie)

hittestress

hittestress

bodem, water en klimaat(adaptatie)

waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

drinkwatervoorziening grondwaterkwaliteit oppervlaktewater (fysisch en ecologisch)

Het risico op de ziektelast door omgevingsfactoren als percentage van de totale te verwachten ziektelast (RIVM).

45 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

4.5

Wijze van beoordelen

Beoordeling huidige staat en referentiesituatie De staat van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingsschaal uit tabel 4.2.

Tabel 4.2 Beoordeling van huidige staat en referentiesituatie Beoordeling

Beoordeling huidige staat

goed

de staat is goed, er zijn weinig tot geen knelpunten

redelijk

de staat is redelijk, er zijn enkele knelpunten

slecht

de staat is slecht, er zijn redelijk veel tot veel knelpunten

Beoordeling alternatieven en voorgenomen beleid Om de omgevingseffecten van de alternatieven en het voorgenomen beleid te beoordelen, worden de effecten per aspect bepaald. Dit gebeurt aan de hand van de thema’s uit het beoordelingskader (zie paragraaf 4.4). Vervolgens worden deze effecten beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De beoordeling vindt plaats op basis van een inschatting van meerdere deskundigen uit verschillende vakgebieden (expert judgement). De omgevingseffecten worden beschreven per indicator wat gezamenlijk leidt tot een beoordeling van een aspect. De beoordeling van de omgevingseffecten wordt gedaan ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in Tabel 4.3. Een ambitie van de gemeente kan leiden tot zowel positieve effecten als negatieve effecten. In dat geval wordt er door de experts bepaald waar de zwaarte ligt voor een eindscore en wat de algehele trend is. Per aspect wordt de ingreep-effectrelaties in detail beschreven met daarbij een duiding over een effect dat optreedt conform tabel 4.3. Hierbij wordt de omvang en ernst van een effect beschreven, evenals bijkomende kansen en bedreigingen. Indien er meer positieve effecten optreden dan negatieve effecten en de ernst en omvang van negatieve effecten beperkt is dan is de eindscore positief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ad9e5229-8927-4356-aa7a-b7fed6d41405