CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a: De Omgevingseffectrapportage (OER)

Raad Besluitvormingsronde 19 januari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie40.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Aanvulling Omgevingsvisie Zwolle Omgevingseffect Rapport

Gemeente Zwolle 11 september 2025

Project Opdrachtgever

Aanvulling Omgevingsvisie Zwolle Gemeente Zwolle

Referentie

Omgevingseffect Rapport Definitief 11 september 2025 142392/25-014.281

Projectcode

142392

Document Status Datum

Dit document is geautoriseerd en intern aantoonbaar vrijgegeven conform het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos.

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001.

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

7

0.1

Hoe is het OER tot stand gekomen?

7

0.2

Wat is de kern van het voorgenomen beleid

7

0.3

Wat zijn de belangrijkste effecten van het voorgenomen beleid?

8

0.4

Wat zijn aanbevelingen en inzichten voor verdere besluitvorming?

14

1

INLEIDING

13

1.1

Reden voor de aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle

13

1.2

Toelichting omgevingseffectrapportage (oer)

14

1.3

Procedure omgevingsvisie en OER

16

1.4

Leeswijzer

17

2

STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT ZWOLLE NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE ZWOLLE AF?

18

2.1

Samenvatting Staat van de leefomgeving

18

2.2

Beleidsinventarisatie

19

2.3

Externe ontwikkelingen

23

3

DOELEN EN OPGAVEN EN SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE ZWOLLE NAARTOE?

25

3.1

Van ambities naar opgaven en doelen

25

3.2

Scenariostudie

31

3.2.1 3.2.2

31 31

Totstandkoming scenario’s Beschrijving Zwolse scenario’s

3.3

Van Zwolse scenario’s naar twee alternatieven voor het OER

32

3.4

Overeenkomsten tussen de alternatieven

32

3.5

Verschillen tussen de alternatieven

33

3.5.1 3.5.2 3.5.3

33 35 39

Alternatief 1 Alternatief 2 Samenvatting alternatieven

4

ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT?

41

4.1

Aanpak van het OER

41

4.2

Plan- en studiegebied

43

4.3

Situaties in het onderzoek

43

4.4

Beoordelingskader

44

4.5

Wijze van beoordelen

46

4.6

Detailniveau van het onderzoek

48

4.7

Monitoring en bijsturing

48

5

BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE

49

5.1

Ambitie versterken stedelijkheid en economie

49

5.1.1 5.1.2 5.1.3

49 50 50

5.2

5.3

Beoordeling wonen Beoordeling economie Beoordeling mobiliteit en bereikbaarheid

Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

51

5.2.1 5.2.2 5.2.3

51 51 52

Beoordeling gezond en sociaal Beoordeling natuur Beoordeling landschap, cultuurhistorie en archeologie

Ambitie klimaatbesteding en energieneutraal

52

5.3.1 5.3.2

52 53

Beoordeling energie Beoordeling bodem, water en klimaat(adaptatie)

6

OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN

55

6.1

Versterken stedelijkheid en economie

55

6.1.1 6.1.2 6.1.3

Wonen Economie Mobiliteit en bereikbaarheid

55 59 62

Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

72

6.2.1 6.2.2 6.2.3

73 80 85

6.2

6.3

6.4

Gezond en sociaal Natuur Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal

88

6.3.1 6.3.2

Energie Bodem, water en klimaat(adaptatie)

88 90

Samenvatting effectbeoordeling alternatieven

98

6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5

98 100 102 103 105

Effectbeoordeling ambitie versterken stedelijkheid en economie Effectbeoordeling solidaire gezonde duurzame stadsdelen Effectbeoordeling klimaatbestendig en energieneutraal Essentiële aandachtspunten Aanbevelingen

7

HET VOORGENOMEN BELEID: DE ONTWERP-OMGEVINGSVISIE

107

7.1

Totstandkoming voorgenomen beleid

107

7.2

Kenmerken van voorgenomen beleid: de ontwerp-omgevingsvisie

109

7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.2.5 7.2.6 7.2.7

111 111 114 117 117 119 120

Ruimte voor een leefbare stad We ontwikkelen blauwgroen voor een klimaatadaptieve groei van Zwolle Voor iedereen in Zwolle een (t)huis Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Energie Strategische ontwikkelzones

7.3

Beoordeling voorgenomen beleid

121

7.4

Versterken stedelijkheid en economie

121

7.4.1 7.4.2 7.4.3

Wonen Economie Mobiliteit en bereikbaarheid

121 127 130

Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

138

7.5.1 7.5.2 7.5.3

139 144 149

7.5

7.6

7.7

Gezond en sociaal Natuur Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal

151

7.6.1 7.6.2

151 154

Energie Bodem, water en klimaat(adaptatie)

Samenvatting effectbeoordeling het voorgenomen beleid

158

7.7.1 7.7.2 7.7.3

Effectbeoordeling ambitie versterken stedelijkheid en economie Effectbeoordeling solidaire gezonde duurzame stadsdelen Effectbeoordeling klimaatbestendig en energieneutraal

158 160 162

8

AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING

164

8.1

Aanbevelingen

164

8.1.1 8.1.2 8.1.3

164 165 166

8.2

Onzekerheden in het algemeen Onzekerheden per ambitie Aandachtspunten na vaststelling omgevingsvisie

Monitoring Laatste pagina

167 171

Bijlage(n) I

Scenariostudie ruimtelijk ontwikkelperspectief Zwolle

72

II

115

III

Staat van de leefomgeving (referentie 142392/25-003.608 d.d. 7 maart 2025) Onderzoek van Goudappel

IV

Geschiktheidskaart bebouwing met geplande woningen

V

Globale passende beoordeling

44 1 36

SAMENVATTING De aanvulling op de Omgevingsvisie Zwolle – ‘Ons Zwolle van overmorgen’ schetst hoe Zwolle zich de komende decennia verder ontwikkelt. Deze aanvulling bouwt voort op de eerder vastgestelde omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van morgen’ (2017) en scherpt de koers aan met het oog op de grote opgaven die op de stad afkomen. Daarmee vormt de aanvulling een actualisatie én een verdieping, waarin aanvullende keuzes worden gemaakt voor de periode richting 2040, met een doorkijk naar 2050. Zwolle staat voor forse uitdagingen: de bouw van woningen, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het inspelen op klimaatverandering en het behoud van leefbaarheid en natuur. Tegelijk wil Zwolle haar sterke kwaliteiten behouden: de menselijke maat, de verbondenheid met water en groen, en de vitaliteit van de samenleving. Om de effecten van de aanvulling op de leefomgeving te beoordelen is een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER maakt zichtbaar wat de aanvulling betekent voor onder andere wonen, economie, gezondheid, mobiliteit, natuur, bodem, energie en circulariteit. Daarmee wordt geborgd dat het milieubelang en de leefomgevingskwaliteit volwaardig worden meegewogen in de besluitvorming.

0.1

Hoe is het OER tot stand gekomen?

De totstandkoming van het OER voor de aanvulling op de omgevingsvisie verliep in opeenvolgende stappen. Eerst zijn thematische bouwstenen opgesteld, onder andere rondom water & klimaat, economie, wonen, mobiliteit en energie. Op basis hiervan is de Staat van de Leefomgeving (SvL) opgesteld, waarin Zwolle’s huidige kwaliteit in kaart is gebracht. Uit deze analyse bleek dat Zwolle sterke punten heeft, zoals een aantrekkelijke leefomgeving en een vitale economie, maar ook serieuze uitdagingen kent, zoals woningtekorten, de energietransitie en druk op natuurgebieden. Vervolgens zijn vier scenario’s uitgewerkt door Posadmaxwan voor de aanvulling op de omgevingsvisie, geïnspireerd op de scenario’s van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Elk scenario schetste een ander toekomstbeeld, van sterke economische groei tot een stad waarin duurzaamheid en natuur centraal staan. Op basis daarvan zijn twee onderscheidende alternatieven vanuit effecten op leefomgeving samengesteld voor het MER waarin uitersten van verschillende thema’s zijn beschreven. Deze alternatieven zijn voorzien van een effectbeoordeling in het OER. De uitkomsten laten zien dat beide richting kansen én risico’s met zich meebrengen. De gemeente Zwolle heeft gekozen voor een koers die elementen van beide alternatieven combineert.

Deze is beschreven in het voorgenomen beleid welke aansluit bij de drie kernambities van de bestaande visie, sterke stedelijkheid en economie, vitale en solidaire stadsdelen, en een klimaatbestendige en energieneutrale stad, maar deze verder aanscherpt. Nieuw is dat Zwolle vier basiswaarden formuleert: ondernemende groeiregio, naoberschap, nabijheid en deltaspons. Het voorgenomen beleid is voorzien van een effectbeoordeling in het OER, waarmee richting en toetsingskader voor toekomstige ontwikkeling zijn vastgesteld. In afbeelding 1.1 is de wisselwerking tussen de totstandkoming van de aanvulling van de omgevingsvisie en het OER weergegeven.

0.2

Wat is de kern van het voorgenomen beleid

De kern van de aanvulling wordt gevormd door de drie bestaande ambities uit het Huis van Zwolle: Versterken stedelijkheid en economie Zwolle groeit de komende decennia met circa 18.250 tot 23.500 nieuwe woningen. Dit gebeurt deels door verdichting, onder meer in de Spoorzone, en deels door uitbreidingen aan de stadsranden, zoals Zwolle Zuid en de Vechtrand. Daarbij ligt de nadruk op betaalbare woningen, jongeren- en zorgwoningen, en aantrekkelijke, gemengde woonmilieus.

7 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tegelijkertijd wordt de economie versterkt door uitbreiding en modernisering van bedrijventerreinen zoals Hessenpoort en Marslanden, en door te investeren in onderwijs, kennisontwikkeling en creatieve maakindustrie. Mobiliteit speelt hierbij een sleutelrol: Zwolle zet in op een goed functionerend OV-netwerk (waaronder station Zwolle-Zuid), vlotte fietsroutes en een betere doorstroming op de stadsring. Vitale, solidaire en gezonde stadsdelen De aanvulling legt sterk de nadruk op brede welvaart en een gezonde leefomgeving. Zwolle ontwikkelt wijken met sterke wijkharten, goede voorzieningen en groene openbare ruimte, waar ontmoeten en bewegen vanzelfsprekend zijn. Er is aandacht voor betaalbare woningen voor jongeren en gezinnen, levensloopbestendige woonvormen voor ouderen en inclusieve woon-zorgoplossingen. Sociale cohesie wordt gestimuleerd via ontmoetingsplekken, cultuur en sport. De stad investeert daarnaast in een aantrekkelijke binnenstad die ruimte biedt voor winkelen, cultuur en horeca, en die haar karakter als historische Hanzestad versterkt. Klimaatbestendig en energieneutraal De aanvulling kiest nadrukkelijk voor water en bodem sturend als ordenend principe. Zwolle ontwikkelt een robuust blauwgroen netwerk met ruimte voor waterberging, verkoeling en natuur. Dat gebeurt bijvoorbeeld met retentiegebieden aan de stadsranden en klimaatadaptieve herinrichting van wijken.

Zwolle wil bovendien in 2050 energieneutraal zijn. Daarom zet de stad in op verduurzaming van de bestaande voorraad, de aanleg van warmtenetten en energiehubs. Bij nieuwe ontwikkelingen is energieneutrale bouw de norm. Vier Zwolse basiswaarden De drie ambities worden verder ondersteund door vier Zwolse basiswaarden die als fundament dienen voor de aanvulling: - Zwolle ondernemende groeiregio: inzetten op kennisintensieve economie en ondernemerschap, met behoud van de Hanzementaliteit; - Zwols naoberschap: versterken van sociale netwerken en collectieve initiatieven; - Zwolle nabij: inzetten op duurzame mobiliteit en voorzieningen dichtbij huis; - Zwolle deltaspons: ontwikkelen van een robuust blauwgroen netwerk dat klimaatverandering opvangt en de leefomgeving versterkt. Samen schetsen deze ambities en basiswaarden een toekomst waarin Zwolle groeit én leefbaar blijft: een stad waar ruimte is voor mensen, natuur, economie en klimaat, en waar brede welvaart centraal staat.

0.3

Wat zijn de belangrijkste effecten van het voorgenomen beleid?

De aanvulling bevat keuzes en ambities die de ontwikkeling van Zwolle tot 2050 richting geven. Om de effecten daarvan goed in beeld te brengen is in het OER een brede beoordeling uitgevoerd. Daarbij zijn de gevolgen bekeken voor uiteenlopende thema’s van de leefomgeving: wonen, economie, samenleving en gezondheid, mobiliteit, natuur, landschap, bodem, klimaatadaptatie, energie en circulariteit. Voor elk thema zijn de effecten beoordeeld in vijf klassen: zeer negatief (--), negatief (-), neutraal (0), positief (+) en zeer positief (++). Zo ontstaat een beeld van de kansen en risico’s die de aanvulling met zich meebrengt. In algemene zin blijkt dat de aanvulling veel positieve effecten heeft, vooral op het gebied van woningbouw, leefbaarheid, gezondheid en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd zijn er ook risico’s en onzekerheden, bijvoorbeeld voor natuur, landbouw en de energietransitie. Hieronder worden de effecten per thema kort toegelicht.

8 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Versterken stedelijkheid en economie De effectbeoordeling van de ambitie versterken stedelijkheid en economie is in de onderstaande Tabel 0.1 weergegeven. Deze ambitie bestaat uit de thema’s: wonen, economie en mobiliteit en bereikbaarheid. Onder de tabel is per thema een toelichting van de effectbeoordeling opgenomen. Tabel 0.1 Samenvatting effectbeoordeling ambitie versterken stedelijkheid en economie

Thema

Aspect

Referentiesituatie

wonen

woningaanbod

redelijk

+

wonen

voorzieningenaanbod

redelijk

+

wonen

openbare ruimte

goed

0

economie

werkgelegenheid

goed

0

economie

landbouw

slecht

-

mobiliteit en bereikbaarheid

vervoerskeuze

redelijk

0

redelijk

0

redelijk

+

goed

+

redelijk

+

mobiliteit en bereikbaarheid mobiliteit en bereikbaarheid mobiliteit en bereikbaarheid mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer verkeersveiligheid

Beoordeling omgevingseffecten voorgenomen beleid

Beoordeling doelbereik voorgenomen beleid

Toelichting effectbeoordeling wonen Ten opzichte van de referentiesituatie wordt in het voorgenomen beleid meer woningbouw mogelijk gemaakt, beter afgestemd op doelgroepen en woonmilieus. Daarmee zijn de effecten positief, al is het onzeker of de tekorten aan betaalbare woningen zijn weggenomen. Er worden fors meer woningen gebouwd. Dit zijn woningen voor de juiste doelgroepen, en in passende woningtypen en -milieus. Het voorkeursrecht Vechtpoort 1 en (ten zuiden van) Zwolle Zuid kan woningbouw versnellen. De huidige tekorten aan betaalbare woningen blijven bestaan. Het voorzieningenaanbod groeit, net als in de referentiesituatie, mee met het inwonertal en sluit in het voorgenomen beleid beter aan op de behoeften van de toekomstige inwoners van Zwolle. Verdichting vormt een risico voor de kwaliteit en beweegvriendelijkheid van de openbare ruimte. Toelichting effectbeoordeling economie In vergelijking met de referentiesituatie biedt het voorgenomen beleid meer mogelijkheden voor specialisatie van bedrijventerreinen en duurzame kantoorruimtes. Daar staat tegenover dat de druk op agrarisch gebied groter is dan in de referentiesituatie. Uitbreidingsmogelijkheden voor Marslanden en Hessenpoort worden verkend. Het voorgenomen beleid bevat geen mogelijke locatie voor de benodigde 30.000 m2 voor leisure.

Het aantal banen neemt toe, zowel voor praktisch- als theoretisch opgeleiden, maar het is onduidelijk om hoeveel extra banen het in totaal gaat en hoeveel banen er per sector gerealiseerd worden. Er is gelegenheid voor specialisatie van bedrijventerreinen, wat het vestigingsklimaat ten goede komt.

9 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Het voorgenomen beleid speelt beter in op de behoefte aan (duurzame) kantoorruimtes dan in de referentiesituatie. Er is druk op het beschikbare agrarisch areaal door woningbouw, natuur en economische ontwikkelingen. Toelichting effectbeoordeling mobiliteit en bereikbaarheid Ten opzichte van de referentiesituatie leidt het voorgenomen beleid tot een betere doorstroming en extra investeringen in OV en fiets, maar ook tot iets meer autoverkeer. Het effect op mobiliteit varieert van neutraal tot positief. De bereikbaarheid van het OV en langzaam verkeer, en de verkeersveiligheid, zijn positiever dan in de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt een aantal ingrepen gedaan op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. Er wordt ingezet op de ontwikkeling van de stadsring als belangrijkste drager van het Zwolse verkeerssysteem. Hiervoor wordt de doorstroming op deze weg verbeterd door middel van maatregelen als ongelijkvloerse kruisingen, mogelijke ondertunneling, verkeersregelinstallaties met een hogere capaciteit en fietstunnels. Dit zal Zwolle bereikbaarder maken voor gemotoriseerd verkeer, maar ook meer verkeer aantrekken dan in de referentiesituatie. De toename van autoverkeer zorgt niet voor een groot verschil in de modal split. In het voorgenomen beleid is sprake van een beperkte modal shift: ongeveer 1 % van de verplaatsingen verschuift van de fiets naar de auto.

Dit betekent dat het aandeel fietsritten iets afneemt, terwijl het aandeel autoritten licht toeneemt. Dit is een zeer beperkte verandering. Tegelijkertijd wordt in het centrum ingezet op een afname van autoverkeer binnen het centrum, o.a. door een aantal knips in te voeren. Hiermee komt meer ruimte voor langzaam verkeer in het centrum. Ook wordt Station Zwolle-Zuid gerealiseerd, een belangrijke ingreep voor de bereikbaarheid met het OV van het zuidelijk deel van de stad. Fietsroutes worden verbeterd en verkeersveiligheid neemt toe door ongelijkvloerse kruisingen met de stadsring. Vitale, solidaire en gezonde stadsdelen De effectbeoordeling van de ambitie solidaire gezonde duurzame stadsdelen is in tabel 0.2 weergegeven. Deze ambitie bestaat uit de thema’s: gezond en sociaal, natuur en landschap, cultuurhistorie en archeologie. Onder de tabel is per thema een toelichting van de effectbeoordeling opgenomen.

10 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 0.2 Samenvatting effectbeoordeling ambitie vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen Thema

Aspect

Referentiesituatie

Beoordeling omgevingseffecten voorgenomen beleid

gezond en sociaal

gezondheidsbescherming

slecht

0

gezond en sociaal

veiligheid omgeving

redelijk

0

gezond en sociaal

sociaaleconomische positie

redelijk

+

gezond en sociaal

sociale cohesie

redelijk

+

gezond en sociaal

gezonde leefstijl

redelijk

+

natuur

beschermde natuurgebieden

slecht

--

natuur

soortenbescherming en biodiversiteit

redelijk

-- en +

landschap, cultuurhistorie en archeologie

landschap, cultuurhistorie en erfgoed

goed

landschap, cultuurhistorie en archeologie

archeologie

goed

Beoordeling doelbereik voorgenomen beleid

0

0

Effectbeoordeling gezond en sociaal In vergelijking met de referentiesituatie zijn de kansen voor gezondheid, sociale cohesie en veiligheid groter en is het effect positief. De knelpunten rond geluidhinder en betaalbaarheid van woningen blijven in het voorgenomen beleid echter grotendeels gelijk aan de referentiesituatie. Het voorgenomen beleid zorgt voor zowel positieve als negatieve effecten. De nadruk op autoluwe zones, nabijheid van voorzieningen en een robuust blauwgroen netwerk draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en een afname van geluidhinder in de binnenstad. Geluidhinder kan toenemen door uitbreiding van verkeersstromen en nieuwe infrastructuur in gebieden zoals de Ceintuurbaanzone. Milieugezondheidsrisico’s in de referentiesituatie blijven bestaan doordat de verkeersdruk op de stadsring toeneemt en uitbreiding en intensivering van bedrijventerrein Hessenpoort en de Marslanden in combinatie met toename van woningen en arbeidsplaatsen. Het voorgenomen beleid heeft een neutraal effect op omgevingsveiligheid, doordat uitbreidingen van woningbouw en bedrijvigheid, zoals in Vechtrand en Zwolle-Zuid/zuid, geen risicovolle activiteiten toevoegen. De nabijheid van transportcorridors en industriële zones vraagt om monitoring van veiligheidsvoorzieningen.

Positief is de versterking van sociale veiligheid door gemeenschapsvorming, ontmoetingsplekken en mobiliteitshubs, die sociale cohesie bevorderen en toezicht in wijken vergroten, wat bijdraagt aan een veilige leefomgeving. De toename van de werkgelegenheid voor zowel praktisch- als theoretisch geschoolden heeft een positief effect op het gemiddeld besteedbaar inkomen. Aandachtspunten zijn dat het totale aantal nieuwe banen niet duidelijk wordt uit het voorgenomen beleid, en dat de verdeling tussen het aantal nieuwe praktisch- en theoretisch geschoolde banen niet is opgenomen in het voorgenomen beleid. De beperkte sturing op het aantal banen en verdeling maakt het onzeker of onderliggende sociaaleconomische verschillen blijven bestaan.

11 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Het beleid richt zich op het versterken van sociale netwerken door het creëren van wijkvoorzieningen en ontmoetingsplekken. Nieuwe woongebieden bevorderen sociale interactie, wat de cohesie in wijken kan verbeteren. Door aandacht te besteden aan vitale stadsdelen met gemeenschapsvorming, vermindert het risico op eenzaamheid en wordt sociale cohesie aanzienlijk versterkt. Het ontwikkelen van een stadsring heeft een positief effect op de beweegvriendelijkheid. Daarnaast bevat het voorgenomen beleid nog twee ingrepen die gezond gedrag bevorderen: het versterken van de hoofdgroenstructuur en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het is onzeker of er in de toekomst voldoende sport- en speelplekken gerealiseerd kunnen worden door een toenemende druk op de ruimte. Effectbeoordeling natuur Ten opzichte van de referentiesituatie is de druk op natuur en biodiversiteit in het voorgenomen beleid groter, maar worden ook meer maatregelen getroffen om natuurwaarden te versterken. Het voorgenomen beleid leidt naar verwachten tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Door de toename in inwonersaantal en werkgelegenheid neemt stikstofdepositie en verstoring toe in beschermde gebieden. Daarnaast leidt het realiseren van het windpark mogelijk tot oppervlakte- en kwaliteitsverlies van beschermde gebieden. Dit leidt tot een negatieve effectbeoordeling voor beschermde gebieden.

Significante gevolgen op Natura 2000-gebieden zijn niet op voorhand uit te sluiten, waardoor een globale passende beoordeling is opgesteld (bijlage V). Het voorgenomen beleid leidt naar verwachting voor soortenbescherming en biodiversiteit zowel tot positieve als negatieve effecten. In het voorgenomen beleid wordt ingezet op het realiseren van nieuwe waterstructuren en groenelementen, vergroenen van de stedelijke omgeving en het realiseren van uitloopgebieden. Door het versterken en uitbreiden van de hoofdgroenstructuur, wordt de bestaande biodiversiteit behouden en lokaal versterkt. Het voorgenomen beleid leidt ook tot negatieve effecten door onder andere het uitbreiden van het bedrijventerrein Hessenpoort en het realiseren van het windpark in Haerst en Hessenpoort. Dit leidt tot een sterk negatieve tot positieve effectbeoordeling voor soortenbescherming en biodiversiteit. Effectbeoordeling landschap, cultuurhistorie en archeologie In vergelijking met de referentiesituatie is er in het voorgenomen beleid meer aandacht voor behoud en beleving van erfgoed en landschappen, maar ook meer druk vanuit verstedelijking en energieopwekking. Het voorgenomen beleid zet sterk in op het behoud en de versterking van landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, maar de effecten zijn gemengd.

Positief is dat historische structuren en landschappelijke kenmerken worden geïntegreerd in nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waarbij beschermde stadsgezichten en blauwgroene structuren richtinggevend zijn. Dit vergroot de beleefbaarheid van erfgoed en draagt bij aan de continuïteit van waardevolle landschappen. Tegelijkertijd leiden verstedelijking en energie-infrastructuur tot druk op landschappelijke kwaliteit en visuele verstoring, waardoor negatieve effecten ontstaan. De opgaven in de referentiesituatie blijven bestaan in het voorgenomen beleid, wat leidt tot een neutrale beoordeling. Voor archeologie wordt het behoud gewaarborgd via verplicht onderzoek bij bodemverstorende activiteiten, wat bijdraagt aan kennisontwikkeling en behoud waar mogelijk, maar fysieke archeologische waarden kunnen ondanks dit beleid alsnog verloren gaan. Daarmee biedt het voorgenomen beleid duidelijke aanknopingspunten voor integratie en versterking van erfgoed en landschap, maar zijn concrete borging en mitigerende maatregelen nodig om aantasting door woningbouw en energietransitie te voorkomen. Klimaatbestendig en energieneutraal De effectbeoordeling van de ambitie klimaatbesteding en energieneutraal is in Tabel 0.3 weergegeven. Deze ambitie bestaat uit de thema’s: energie, bodem, water en klimaat(adaptatie). Onder de tabel is per thema een toelichting van de effectbeoordeling opgenomen.

12 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 0.3 Samenvatting effectbeoordeling ambitie klimaatbesteding en energieneutraal Thema

Aspect

referentiesituatie

beoordeling omgevingseffecten voorgenomen beleid

energie

emissie broeikasgassen

redelijk

-

energie

energieverbruik en duurzame opwek

redelijk

+

bodem, water en klimaat(adaptatie)

bodem

redelijk

+

bodem, water en klimaat(adaptatie)

waterveiligheid en risico op wateroverlast

redelijk

+

bodem, water en klimaat(adaptatie)

waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

slecht

-

bodem, water en klimaat(adaptatie)

hittestress

redelijk

+

beoordeling doelbereik voorgenomen beleid

Effectbeoordeling energie Het voorgenomen beleid is ambitieuzer en concreter dan de referentiesituatie, maar ook de groei van energiegebruik en emissies is groter. Het voorgenomen beleid bevat meer ambities om de emissie van broeikasgassen terug te dringen dan de referentiesituatie, maar de ambities zijn onvoldoende uitgewerkt om te beoordelen. Tegelijkertijd neemt de emissie van broeikasgassen toe door de aanleg van 18.250 - 23.500 woningen en de uitbreiding en intensivering van bedrijventerreinen. De maatregelen om energieverbruik te verminderen zijn concreter uitgewerkt dan in de referentiesituatie, zoals WKO, zonne-energie op daken en de productie van biogas. Een aandachtspunt is het ontbreken van een tijdspad voor de implementatie van de ambities, waardoor koppelkansen mogelijk worden misgelopen. De aanpak wat betreft zonne- en windenergie zal onvoldoende duurzaam opgewekte energie opleveren om te voorzien in de toekomstige vraag hiernaar. Effectbeoordeling bodem, water en klimaat(adaptatie) Ten opzichte van de referentiesituatie zijn de effecten in het voorgenomen beleid positiever door de sturende rol van water en bodem, maar de onzekerheid door het ontbreken van concrete maatregelen blijft bestaan.

Het voorgenomen beleid geeft het water- en bodemsysteem een sturende rol bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee een duidelijke positieve stap wordt gezet ten opzichte van de referentiesituatie. Er is veel aandacht voor bodemkwaliteit, waterveiligheid en klimaatadaptatie, maar de concrete invulling van maatregelen op korte termijn en zeer lange termijn blijft beperkt en leidt tot onzekerheid of de visie voldoende is om klimaatverandering te beheersen. Positief is dat bij gebiedsontwikkelingen bodemherstel en sponswerking als randvoorwaarde zijn benoemd, maar zonder uitgewerkt kader bestaat het risico dat dit in de praktijk onvoldoende effect sorteert. Voor waterveiligheid wordt ingezet op meerlaagse veiligheid, waterberging en een robuust blauwgroen netwerk, wat sterke aanknopingspunten biedt om risico’s van overstroming en wateroverlast te beperken. De benodigde ruimteclaim vormt daarbij wel een aandachtspunt. Voor waterkwaliteit en drinkwatervoorziening ontbreken nieuwe ambities of maatregelen, waardoor de druk op het grond- en oppervlaktewatersysteem toeneemt en de kans op doelbereik beperkt is. Het beleid biedt daarentegen wel kansen om ecologische waarden te versterken via natuurvriendelijke oevers en stadsrivierprojecten.

Op het vlak van hittestress wordt vergroening gekoppeld aan het blauwgroene netwerk en nieuwe koelteplekken, maar voor de bestaande stad ontbreekt een robuuste strategie. Daarmee is het beleid richtinggevend en ambitieus, maar is verdere concretisering nodig om de onzekerheden weg te nemen om de ambities voor bodem, water en klimaatadaptatie daadwerkelijk te realiseren.

13 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

0.4

Wat zijn aanbevelingen en inzichten voor verdere besluitvorming?

De aanvulling Ons Zwolle van overmorgen zet een duidelijke koers uit, maar veel uitwerkingen volgen pas in vervolgbesluiten. Dat betekent dat er onzekerheden bestaan over hoe groot de uiteindelijke effecten zullen zijn. Het OER benoemt de belangrijkste aandachtspunten en doet aanbevelingen om kansen te benutten en risico’s te beperken. Onzekerheden en kennisleemten Veel onderdelen van de omgevingsvisie zijn nog niet volledig uitgewerkt. Zo is de invulling van de mobiliteitstransitie nog onduidelijk: de Netwerkaanpak biedt richting, maar concrete maatregelen en financiering zijn nog niet vastgelegd. Ook bij de thema’s natuur en milieu (bijvoorbeeld gezondheidsbescherming tegen geluid en luchtkwaliteit) zijn de beoogde maatregelen vaak slechts als ambitie omschreven. Hierdoor is onzeker of de beoogde positieve effecten daadwerkelijk optreden. Voor de warmtetransitie geldt dat de warmteprogramma 2026-2036 in het najaar van 2025 worden vastgesteld en naar verwachting invulling geven aan de tot op heden ontbrekende uitwerking. Belangrijkste aandachtspunten Na vaststelling van de aangevulde omgevingsvisie blijven er enkele belangrijke aandachtspunten: 1 nadere uitwerking: veel ambities moeten nog worden geconcretiseerd in programma’s en uitvoeringsplannen (mobiliteit, energienetwerk, natuurherstel).

2 ruimteclaims en keuzes: hoewel de aangevulde omgevingsvisie de concurrentie tussen woningbouw, bedrijventerreinen, landbouw, natuur en energieopwek afweegt, blijft de uitwerking een aandachtspunt; 3 monitoring en adaptiviteit: door de vele onzekerheden is een adaptieve benadering noodzakelijk. Monitoring moet niet alleen de voortgang volgen, maar ook signalen geven voor tijdige bijsturing. 4 afstemming met andere bestuurslagen: veel van de onzekerheden hangen samen met beleid op rijks-, provinciaal en regionaal niveau. Actieve samenwerking is cruciaal. 5 kennisontwikkeling: aanvullend onderzoek is nodig naar de effecten van stikstof, circulaire economie, netcongestie, gezondheid en hittestress, zodat beleid kan worden versterkt en beter kan inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Monitoring en bijsturing Omdat de aanvulling vooruitkijkt tot 2050, is het belangrijk om tussentijds te toetsen of de doelen daadwerkelijk worden gehaald. Monitoring helpt om effecten zichtbaar te maken, doelen te volgen en waar nodig tijdig bij te sturen. Daarbij is het vooral van belang om te volgen of de woningbouwproductie aansluit bij de vraag, of biodiversiteit en waterveiligheid op peil blijven, en of de energietransitie voldoende voortgang boekt.

Zwolle sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij bestaande monitors en regionale afspraken, zodat kennis gedeeld kan worden en dubbel werk wordt voorkomen.

14 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

1 INLEIDING Voor u ligt het omgevingseffectrapport (OER) voor de aanvulling ‘Ons Zwolle van Overmorgen’ op de omgevingsvisie Zwolle ‘Ons Zwolle van morgen’. Dit OER maakt deel uit van de milieueffectrapportage (mer): een procedure die verplicht is bij het opstellen van de omgevingsvisie. De mer-procedure leidt tot een omgevingseffectrapport (OER) bij de omgevingsvisie.

1.1

Reden voor de aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle

Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2040 met een doorkijk naar 2050). De omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, wonen, water, klimaat, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, gezondheid, economie, energie, infrastructuur en cultureel erfgoed. Inhoudelijk bevat de omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen zoals genoemd in de Omgevingswet: de omgevingsvisie bevat een beschrijving van hoe de gemeente ervoor staat op basis van de eerdergenoemde thema’s, op hoofdlijnen welke ontwikkelingen gewenst zijn, wat juist behouden moet blijven en het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen; de omgevingsvisie houdt rekening met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; ook gaat de omgevingsvisie in op de sturingsfilosofie van de gemeente en de eigen rol in relatie tot anderen bij het realiseren van de doelstellingen uit de visie; de omgevingsvisie duidt de gemeentelijke belangen en voorziet ze van een motivatie. De omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf.

Daar waar de doelen en ambities van de omgevingsvisie doorwerken naar derden (bijvoorbeeld waterschappen, bedrijven, burgers) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Aanleiding aanvulling omgevingsvisie gemeente Zwolle De gemeente Zwolle heeft een unieke ligging: oude Hanzestad in de IJsseldelta, liggend tussen de natuur van de Veluwe en het Vechtdal en goed ontsloten via zowel de weg (A28) als spoor. Met de omgevingsvisie uit 2021 heeft de gemeente de afgelopen jaren sturing gegeven aan de (ruimtelijke) opgaven op haar grondgebied tot 2030. De gemeente heeft besloten om de omgevingsvisie uit 2021 aan te vullen, tot na 2030, naar aanleiding van: 1 nieuwe opgaven, trends en ontwikkelingen die op Zwolle afkomen na 2030 (zie paragraaf 2.1 en 2.3); 2 nieuw vastgesteld bovenlokaal en lokaal beleid en nieuwe (regionale) afspraken met kaderstellende uitspraken over Zwolle na de vaststelling van de omgevingsvisie in 2021. Bij de aanvulling van de omgevingsvisie wordt de mer-procedure gevolgd om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming te betrekken, met als resultaat dit Omgevingseffectrapport (OER). De huidige omgevingsvisie als basis voor de aanvulling De gemeente Zwolle werkt aan een aanvulling van de omgevingsvisie met keuzes voor na het jaar 2030 tot 2040 met een doorkijk naar 2050.

13 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

De huidige omgevingsvisie voor Zwolle is op 13 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Destijds is een doorkijk gegeven tot 2030. De daarin opgenomen drie leidende ambities uit het Huis van Zwolle (‘Versterken stedelijkheid en economie’, ’Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen’ en ’Klimaatbesteding en energieneutraal’) blijven staan. Daar hoeft niets aan te worden veranderd. De opgaven om de ambities te realiseren worden aangevuld (en waar nodig geactualiseerd). De huidige omgevingsvisie uit 2021 heeft gemeentelijke ambities vastgelegd voor veel beleidsthema’s. Het biedt een basis om te werken aan de ontwikkeling van Zwolle vanuit het oogpunt van Brede Welvaart, gezondheid, energie en klimaatbestendige leefbaarheid. In de huidige omgevingsvisie zijn strategische (ruimtelijke) keuzes voor de leefomgeving tot en met het jaar 2030 gemaakt. Dit biedt een basis voor de ontwikkeling van Zwolle door het creëren van meer leefbaarheid, inpassing van de energieopgave, aandacht voor natuur, biodiversiteit en gezondheid. Maar ook met aandacht voor bereikbaarheid en (duurzame) mobiliteit en het aanwijzen van gebieden waar woningbouw mogelijk wordt gemaakt.

Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuwe keuzes op lange termijn Een belangrijke aanleiding voor de aanvulling op de omgevingsvisie is de grote behoefte aan woningen en de lange voorbereidingstijd (circa vijf tot acht jaar) die hiermee samengaat. Dit betekent dat er uiterlijk in 2025 aanvullende keuzes gemaakt moeten worden die verankerd zijn in de omgevingsvisie om woningbouw na 2030 mogelijk te maken. Daarnaast wordt met de aanvulling op de omgevingsvisie invulling gegeven aan een motie van de gemeenteraad waarin is opgenomen dat er een stadscan voor Zwolle moet worden uitgevoerd. In de stadsscan is gekeken hoe Zwolle kwalitatief kan verdichten binnen de stadsgrenzen. De Ceintuurbaanzone kreeg hier specifieke aandacht in. Een andere belangrijke aanleiding voor de aanvulling op de Omgevingsvisie is de Verstedelijkingsstrategie voor de regio Zwolle. In deze strategische verkenning is samen met Rijk en regiopartners gekeken naar een ontwikkelkoers voor de regio waarin de stad Zwolle zich ontwikkelt tot Warme Hart van de regio. In de Verstedelijkingsstrategie is benoemd dat gemeenten in de regio Zwolle ontwikkelingen in gang zetten waarmee 50.000 nieuwe woningen worden toegevoegd en minimaal 20.000 arbeidsplaatsen gecreëerd. Zwolle heeft een (fors) aandeel in deze ontwikkelopgave.

In de Verstedelijkingsstrategie zijn ook de uitkomsten van het MIRT onderzoek bereikbaarheid Zwolle en omgeving meegenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke vraagstukken vanuit het Rijk en provincie waar Zwolse inbreng op wordt gevraagd, zoals bij het Nota Ruimte en de Kamerbrief water en bodem sturend waarin sturende keuzes worden gemaakt. Met een aanvulling op de omgevingsvisie kan beter worden geanticipeerd op de nieuwe Rijks- en provinciale kaders om daarbinnen tot een eigen verhaal te komen. Tot slot heeft de gemeente, naar aanleiding van een veranderende koers op hoger beleidsniveau, bepaald dat Brede Welvaart centraal gesteld moet worden. Dit betekent dat er wordt gestuurd op inclusief welzijn en welbevinden van mensen en ruimtelijke keuzes meer worden geprioriteerd op gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, duurzaamheid, sociale cohesie en veiligheid. Er wordt meer gestuurd op een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid, en minder op uitsluitend economische groei.

1.2

Toelichting omgevingseffectrapportage (oer)

Keuze voor een omgevingseffectrapport (OER) De gemeente Zwolle wil met de nieuwe omgevingsvisie de ‘Brede Welvaart’ vooropzetten in de keuzes die ze maakt in en over haar omgeving. Brede Welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie en veiligheid. De gemeente streeft daarom naar een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een milieueffectrapport (MER) vanwege het integrale karakter van de omgevingsvisie en de nadruk op de maatschappelijke opgaven.

14 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Om aan te sluiten bij de inzet op Brede Welvaart, is dit OER verbreed ingestoken. Naast de milieu- en leefomgevingsaspecten die standaard onderdeel zijn van een OER (bijvoorbeeld geluid en natuur), beoordeeld dit OER ook op sociaaleconomische thema’s. Paragraaf 4.4 legt uit hoe het beoordelingskader eruitziet. Wat is een omgevingseffectrapport (OER)? Een omgevingseffectrapport geeft milieu en leefomgeving een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces (hier: besluitvorming over de omgevingsvisie gemeente Zwolle). Dit doet een OER door de effecten op de leefomgeving ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan op hoofdlijnen te beschrijven. Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem, zoals woningbouw, wordt onderzocht. Het OER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail. Het OER is een onderzoeksrapport dat behoort bij het moederbesluit, zijnde de aanvulling op de omgevingsvisie. Het bevoegd gezag neemt uiteindelijk het besluit met kennisgeving van de gevolgen van het voornemen op de leefomgeving. mer-plicht (wettelijke grondslag) Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met (mogelijk) aanzienlijke milieueffecten een mer-procedure wordt doorlopen.

Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese mer-richtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow) (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (Ob) (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (plan-mer, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. De aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle is een wettelijk voorgeschreven plan in de zin van artikel 16.34 van de Omgevingswet. De omgevingsvisie stelt bovendien kaders aan besluiten voor projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben (artikel 16.36 lid 1 en 4). Onder meer aan het omgevingsplan voor bijvoorbeeld stedelijk ontwikkelingsprojecten zoals bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder project nr. J11. Naar verwachting brengt de aanvulling op de omgevingsvisie niet alleen kleine wijzigingen op een lokaal niveau aan, maar hebben keuzes betrekking op grotere opgaven op de schaal van de gehele gemeente. Er is daarom geen sprake van een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3). Ook is naar verwachting een passende beoordeling nodig (artikel 16.36 lid 2).

Voor de omgevingsvisie geldt daarmee direct een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport (OER in het geval van Zwolle) en het doorlopen van de mer-procedure. De milieueffectrapportage (mer) is de procedure om tot het OER te komen. De mer-procedure is nader toegelicht in paragraaf 1.3. De wisselwerking tussen de omgevingsvisie en het OER Om ervoor te zorgen dat er een goede wisselwerking is tussen de omgevingsvisie en het OER, zijn er verschillende interacties tussen de twee sporen. Hierbij worden de keuzes vanuit het omgevingsvisie-spoor constant getoetst in het OER-spoor, waarna de bevindingen hiervan weer worden verwerkt in het omgevingsvisie-spoor. In afbeelding 1.1 is deze wisselwerking versimpeld weergegeven. De volledige uitwerking is te vinden in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4.

15 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Afbeelding 1.1 Schematische weergave van de wisselwerking tussen het omgevingsvisie-spoor en het OER-spoor

Initiatiefnemer en bevoegd gezag In de mer-procedure voor de omgevingsvisie is de gemeente Zwolle zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de omgevingsvisie en het OER. Zij treden op als initiatiefnemer. Het college heeft de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld. De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse bestuursorganen en instanties die adviseren over de inhoud van het OER zoals de onafhankelijke Commissie mer.

1.3

Procedure omgevingsvisie en OER

Een OER volgt de stappen in de mer-procedure. De formele procedure start met een kennisgeving van het voornemen tot het opstellen van een OER voor de aanvulling op de omgevingsvisie. Op basis van de gepubliceerde NRD heeft iedereen de gelegenheid gekregen te reageren. De reacties en adviezen zijn voorgelegd aan het college, waarna de reikwijdte en het detailniveau van het OER definitief is vastgesteld. De vastgestelde NRD vormt daarna het vertrekpunt voor dit OER. Het OER bij de ontwerp-omgevingsvisie wordt uiteindelijk één van de achtergronddocumenten bij het ontwerp-omgevingsvisie en doorloopt daarmee de wettelijke procedure die daarbij hoort. Daarbij is ook weer gelegenheid voor iedereen om zienswijzen in te dienen voordat de aanvulling op de omgevingsvisie (inclusief definitief OER) vastgesteld wordt. Tabel 1.1 geeft de formele stappen van de mer-procedure en de aanvulling van de omgevingsvisie weer.

16 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Tabel 1.1 Formele stappen in de procedure (cursief: onderdeel van procedure moederbesluit) Stap

Uitleg

openbare kennisgeving

het voornemen om een aanvulling op de omgevingsvisie te gaan opstellen en een plan-mer-procedure te doorlopen wordt openbaar aangekondigd door de gemeente Zwolle met de bekendmaking van de voorliggende NRD

ter inzage leggen NRD

de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt 6 weken ter inzage gelegd. De zienswijzen worden beantwoord.

vaststelling advies reikwijdte en detailniveau

het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast

opstellen OER

het OER wordt opgesteld volgens de voorgestelde reikwijdte en het detailniveau en de inhoudsvereisten uit de Omgevingswet (artikel 11.3 Ob). Naar aanleiding van de eventuele zienswijzen en adviezen wordt de onderzoeksopzet uit de NRD aangepast in het OER.

opstellen plan, inclusief motivering mer en participatie

de aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle wordt opgesteld met motivering van mer en participatie.

ter inzage leggen OER als bijlage van het ontwerp omgevingsvisie

het OER wordt, gelijktijdig met het ontwerp projectbesluit voor 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder kan een zienswijze indienen (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht)

toetsingsadvies Commissie mer

de Commissie mer wordt om advies gevraagd over het OER (artikel 16.39 Ow en 11.2 Ob)

vaststellen omgevingsvisie

de Raad stelt de omgevingsvisie vast. In de omgevingsvisie wordt aangegeven hoe met de resultaten van het OER, participatie, de zienswijzen en het advies van de Commissie mer is omgegaan (artikel 11.4 Ob)

evaluatie van de effecten na realisatie

het is verplicht om (na realisatie) de daadwerkelijk optredende milieugevolgen van de uitvoering van het plan te monitoren en te evalueren (artikel 11.5 Ob)

1.4

Leeswijzer

De onderstaande tabel 1.2 geeft een overzicht van de opbouw van dit OER.

Tabel 1.2 Leeswijzer OER Zwolle Hoofdstuk

Geeft antwoord op de vraag:

0. samenvatting

samenvatting van het OER

1. inleiding

waarom een nieuwe omgevingsvisie gemeente Zwolle en een OER?

2. staat van de leefomgeving

waar staat Zwolle nu en wat komt er op de gemeente af?

3. doelen en opgaven en scenario’s

waar wil de gemeente naartoe?

4. onderzoeksaanpak

hoe worden de alternatieven onderzocht?

5. beschrijving referentiesituatie

met welke situatie worden de alternatieven vergeleken?

6. omgevingseffecten van de alternatieven

wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende alternatieven?

7. het voorgenomen beleid

voor welk beleid kiest de gemeente en welke omgevingseffecten horen daarbij?

8. aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring

welke inzichten voor verdere besluitvorming kunnen er worden meegegeven?

17 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

2 STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT ZWOLLE NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE ZWOLLE AF? 2.1

Samenvatting Staat van de leefomgeving

Deze paragraaf geeft een samenvatting van de beoordeling van de staat van de leefomgeving voor Zwolle. De beschrijving over de huidige situatie staat in het rapport Staat van de leefomgeving. De Staat van Zwolle geeft aan de hand van verschillende thema’s een beeld van de kwaliteit van de leefomgeving van Zwolle in de huidige situatie en de referentiesituatie (autonome ontwikkeling zonder de aanvulling van de omgevingsvisie). Per indicator is de waardering van de huidige situatie voor de bijbehorende thema’s met een korte toelichting opgenomen. Een beschrijving van de referentiesituatie is opgenomen in Hoofdstuk 5. De volledige Staat van de leefomgeving kan gevonden worden in bijlage II.

Tabel 2.1 Samenvatting huidige staat van Zwolle Huis van Zwolle

Thema

Aspecten

Beoordeling

versterken stedelijkheid en economie

wonen

woningaanbod

slecht

wonen

openbare ruimte

goed

wonen

voorzieningenaanbod

redelijk

economie

werkgelegenheid

goed

economie

landbouw

redelijk

mobiliteit en bereikbaarheid

vervoerskeuze

redelijk

mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid gemotoriseerd verkeer

redelijk

mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer

mobiliteit en bereikbaarheid

bereikbaarheid en toegankelijkheid langzaam verkeer

mobiliteit en bereikbaarheid

verkeersveiligheid

gezond en sociaal

gezondheidsbescherming

slecht

gezond en sociaal

veiligheid omgeving

redelijk

gezond en sociaal

sociaaleconomische positie

redelijk

gezond en sociaal

sociale cohesie

redelijk

gezond en sociaal

gezonde leefstijl

redelijk

natuur

Beschermde natuurgebieden

slecht

natuur

soortenbescherming en biodiversiteit

redelijk

landschap,

landschap, cultuurhistorie en erfgoed

goed

vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen

18 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

redelijk goed redelijk

Huis van Zwolle

Thema

Aspecten

Beoordeling

landschap, cultuurhistorie en archeologie

archeologie

goed

energie

emissie broeikasgassen

redelijk

energie

energie

slecht

bodem, water en klimaat(adaptatie)

bodem

bodem, water en klimaat(adaptatie)

waterveiligheid en risico op wateroverlast

bodem, water en klimaat(adaptatie)

hittestress

bodem, water en klimaat(adaptatie)

waterkwaliteit en duurzame watervoorziening

cultuurhistorie en archeologie

Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal

2.2

redelijk redelijk redelijk slecht

Beleidsinventarisatie

In deze paragraaf worden de meest relevante beleidsstukken (op lokaal en bovenlokaal niveau) beschreven. Daarnaast wordt ook kaderstellende beleid voor de aanvulling op de omgevingsvisie beschreven. Deze kaders geven context aan de opgave van gemeente Zwolle, en fungeren niet als referentiesituatie of toetsingsmechanismen voor het OER. Bovenlokaal beleid In tabel 2.2 zijn de belangrijkste bovenlokale beleidsstukken te vinden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het niveau van het beleid, de beleidsstukken, en de kaderstellende ambities van deze beleidsstukken.

Tabel 2.2 Bovenlokaal beleid met kaderstellende ambities uitgelicht. Niveau

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Nationaal

Nationale omgevingsvisie (NOVI) (2020), vastgesteld

centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond (omgevingsinclusief beleid) Dit zijn de vier NOVI-prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2 duurzaam economisch groeipotentieel 3 sterke en gezonde steden en regio’s 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied In de NOVI worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd: 5 combineren boven enkelvoudig 6 kenmerken en identiteit van een gebied centraal 7 afwentelen voorkomen

Nationaal

Programma NOVEX (2022), vastgesteld

Met het programma NOVEX wordt de traditie van ruimtelijke ordening op nationaal niveau hersteld. In het programma staan drie doelen centraal: 1 versnellen van de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie 2 versterken van de ruimtelijke regierol van het Rijk 3 vernieuwing van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies en in gebieden de regio Zwolle is onderdeel van één van de zestien NOVEX-gebieden. Hiervoor heeft de regio Zwolle een Verstedelijkingsstrategie opgesteld om dit lokaal te vertalen naar een omgevingsvisie

19 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

Niveau

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Nationaal

Nota Ruimte (2024), voorontwerp

de Nota Ruimte gaat in op een lange termijnvisie van de ruimtelijke inrichting van Nederland, met de hoofdpunten: 1 beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland 2 beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving 3 beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland

Provinciaal

Omgevingsvisie provincie Overijssel (POVI) (2017) vastgesteld. De POVI momenteel geactualiseerd.

de provincie streeft vanuit de POVI naar negen ambities: klimaatadaptatie en waterbeheer: ontwikkeling van veilige en robuuste watersystemen energietransitie: verminderen van broeikasgasemissies en opschaling van duurzame energie duurzame landbouw: balans tussen landbouw en natuur, bevorderen van biodiversiteit natuurbehoud: versterken van natuurkwaliteit en realiseren van groene verbindingen verstedelijking en mobiliteit: slim ruimtegebruik, betere bereikbaarheid en gezonde mobiliteit cultureel erfgoed: behouden en versterken van regionale identiteit en erfgoed gezonde leefomgeving: vergroenen van steden en verbeteren van luchtkwaliteit sociaal welzijn: creëren van inclusieve en veilige gemeenschappen economische ontwikkeling: duurzame economische groei en betere mobiliteit

Provinciaal

Landbouwvisie Overijssel 2040 (2024), concept

met de landbouwvisie schetst Provincie Overijssel een visie over hoe het wil dat de landbouw in de komende 15-20 jaar zich moet ontwikkelen. Daarbij wordt de landbouw beschouwd vanuit meerdere perspectieven: 1 als cultuurdrager 2 als economische sector 3 als voedselproducent 4 als drager van biodiversiteit, water en klimaatbestendigheid 5 als ruimtegebruiker deze perspectieven zijn ogenschijnlijke tegenstellingen. Om deze te overbruggen ziet de provincie de noodzaak voor een nieuwe balans tussen voedselproductie en leefomgeving. Dat is het uitgangspunt van de visie. om dit te bereiken worden vijf opgaven benoemd waarbinnen ruimte is voor vakmanschap en ondernemerschap van de boer 1 natuur 2 biodiversiteit 3 bodem 4 water 5 klimaat deze aspecten worden in een gebiedsgerichte aanpak binnen programma’s verder uitgewerkt.

Regionaal

Regionale Energiestrategie (RES 2.0) West-Overijsel (2023), vastgesteld

20 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

de RES 2.0 West-Overijssel heeft de volgende doelstellingen: opwek van duurzame energie: realiseren van 1,8 TWh duurzame energieopwekking door zon en wind in 2030 met een verhouding van 60 % wind en 40 % zon leefomgeving: . vaststellen van zoekgebieden voor windenergie . integreren van de RES-doelstellingen in provinciaal en lokaal beleid . optimaliseren ruimtelijke kwaliteit netwerk: afstemmen van energieprojecten met het elektriciteitsnetwerk regionaal en lokaal om transport schaarste te voorkomen en systeemefficiëntie te verbeteren warmte: . verkennen van regionale warmtetechnologieën zoals geothermie en groengas . het ondersteunen van lokale warmteprojecten

Niveau

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities -

participatie: minimaal 50 % van de duurzame energieprojecten in lokaal eigendom om maatschappelijke acceptatie te verhogen en opbrengsten lokaal te houden

de RES-opgave is op provinciale schaal verder uitgewerkt in het programma Nieuwe Energie Overijssel 2024 - 2027. In dit beleidsstuk worden geen specifieke locaties aangewezen voor duurzame elektriciteitsopwekking, warmtenetten of energie-infrastructuur. Momenteel worden op provinciale schaal nadere afspraken gemaakt over windbeleid Regionaal

Verstedelijkingstrategie regio Zwolle (2023), vastgesteld

de Verstedelijkingsstrategie regio Zwolle komt voort uit de NOVEX. de kern van de Verstedelijkingsstrategie betreft de strategie Warme Harten: de nadruk ligt op het versterken van bestaande steden en dorpen door binnenstedelijke verdichting klimaat-robuuste oplossingen staan centraal integrale oplossingen voor klimaat en water, mobiliteit, economie en wonen, om synergiën te benutten er zijn zeven ontwikkelingsprincipes opgesteld om invulling te geven aan de bouw van 50.000 woningen in de regio: zuinig omgaan met ruimte: ontwikkelingen zo veel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied klimaataanpak bij de bron: nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan klimaatbestendigheid nieuw helpt bestaand met transitie opgaven: nieuwe woningen moeten bestaande voorraad versterken passend woonaanbod voor iedereen: differentiatie van woonmilieus om een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod te creëren voorrang aan voetganger, fietser en OV: door stimuleren mobiliteitstransitie en door ruimtelijke keuzes die nabijheid woonwerk-voorzieningen gelegenheid ondersteunen vergroten van regionaal economisch elan: versterken van de economische samenhang in de regio door verschillende vormen van werk en door het stimuleren van triple-helixverbanden lokale identiteit behouden: ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behouden en versterken van de lokale identiteit en karakteristieken van de regio om deze

opgaven aan te pakken zijn er diverse ontwikkelprogramma’s: regionale mobiliteitsstrategie regionale sponsstrategie stedelijk Zwolle karakteristieke stationsomgevingen vitale kernen en gezonde buurten ruimtelijk-economische bouwsteen

Regionaal

MIRT-onderzoek bereikbaarheid Zwolle (2023), definitief

21 |171

Witteveen+Bos | 142392/25-014.281 | Definitief

het gebiedsgerichte MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Zwolle richt zich op het opstellen van een maatregelpakket dat aansluit bij de mobiliteitsopgave van de regio Zwolle, gekoppeld aan de verstedelijkingsopgave: ruimtelijk-economisch functioneren: bereikbaarheid van gebieden en doorstroming van de A28 op peil houden duurzame Mobiliteit: . minder reizen door nabijheid . alternatieve reisopties stimuleren (tijd en vervoermiddel); ruimtelijke kwaliteit: . verminderen ruimtegebruik mobiliteitssysteem; . groene, veilige stad creëren actieve mobiliteit: . lopen en fietsen bevorderen . OV-bereikbaarheid verbeteren vergroten van nabijheid: nabijheid centraal stellen in verstedelijkingsstrategieën versterken ruimtelijke kwaliteit: flankerend parkeerbeleid en cultuurverandering in reisgedrag

Niveau

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities resulterend in een integraal maatregelpakket voor 2030 en 2040 dat de mobiliteitstransitie en verstedelijkingsopgaven van Zwolle faciliteert: parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding verbetering ontsluiting spoorzone hub-strategie snelfietsroutes gericht op verbinden hubs verbetering fiets- en voetgangersbereikbaarheid van stations herroutering autoverkeer via buitenring

Lokaal beleid Tabel 2.3 biedt een overzicht van de gemeentelijke beleidsstukken met de meeste relevantie voor de omgevingsvisie. Dit zijn tevens de gemeentelijke beleidsstukken die zijn geanalyseerd ten behoeve van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de tabel wordt per beleidsstuk uitgelicht wat de kaderstellende ambities zijn.

Tabel 2.3 Algemeen gemeentelijk beleid met kaderstellende ambities uitgelicht. Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Omgevingsvisie Zwolle 2030 (2021), vastgesteld

het toekomstbeeld van de visie is: een toekomstbestendige stad waarin duurzaamheid, kwaliteit van leven en samenwerking met de gemeenschap centraal staan. Elke ontwikkeling moet bijdragen aan een gezonde, inclusieve en aantrekkelijke leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties hiervoor gelden de drie leidende ambities uit het Huis van Zwolle: versterken van stedelijkheid en economie Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen de omgevingsvisie kent zes integrale opgaven waaraan wordt gewerkt: leefgemeente een klimaatbestendige gemeente duurzame gemeente werkgemeente gemeente waar we ons verplaatsen onderdeel van Nederland en de regio

De Zwolse Participatieaanpak (2023), vastgesteld

spelregels om ervoor te zorgen dat samenwerkingen goed tot stand komen, voor iedereen prettig verlopen en het gewenste resultaat opleveren: de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor zorgvuldige participatie de initiatiefnemer zorgt ervoor dat alle Zwollenaren kunnen meedoen er wordt gebruik gemaakt van de kennis en contacten die er in Zwolle al zijn streven dat iedereen zich aan het einde van het proces serieus genomen voelt

Visie Zwolle Circulair (2024), vastgesteld

met de Visie Zwolle Circulair geeft gemeente Zwolle invulling aan hoe het een circulaire economie kan realiseren. Het doel hierbij is om in 2050 een volledig circulaire stad te hebben. Om dit bereiken wordt er aandacht besteed aan vier terreinen in een integrale aanpak: bouw economie afval en grondstoffen bedrijfsvoering

Cultureel Perspectief Zwolle 2040 (2021), vastgesteld

het Cultureel Perspectief Zwolle 2040 omvat op hoofdlijnen de strategische onderbouwing van het cultuurbeleid. In 2040 wil Zwolle de experimentele Hanzestad zijn, en het kloppend culturele hart van de regio. Kunst en cultuur dragen daarbij aan de hoge kwaliteit van leven van iedere bewoner of bezoeker.

om deze culturele ontwikkeling te bereiken wordt er ingezet op drie infrastructurele pijlers: de cirkels: deze staan symbool voor de culturele keten die binnen Zwolle aanwezig is zoals cultuuronderwijs op scholen de spots: deze staan symbool voor de culturele plekken binnen Zwolle waar cultuur als grootstedelijke voorziening een sterke regionale of nationale aantrekkingskracht heeft zoals Hedon of Museum de Fundatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ad9e5229-8927-4356-aa7a-b7fed6d41405