CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen aangevulde ontwerp

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Zienswijzen & zienswijzenota aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie42.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De A28 is hoog gelegen en kan functioneren als vluchtroute bij calamiteiten als gevolg van wateroverlast/overstromingen. Bij ondertunneling vervalt die mogelijkheid; c. De huidige A28 vormt geen knelpunt in de bereikbaarheid van (de Regio) Zwolle. Het BO-Mirt onderzoek benoemt andere maatregelen om de bereikbaarheid op orde te houden/krijgen. Die zijn ruimtelijk vertaald in de nu voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie; 64/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad7.

Ad8.

d. De scenariostudie leidde tot een aantal basiswaarden (zie paragraaf 3.3 van de ontwerp-Omgevingsvisie) als kader voor de ruimtelijke keuzes van Zwolle. Eén daarvan is nabijheid van functies om het autogebruik zo veel mogelijk te voorkomen. Daarbij hoort ook de nabijheid van werk. We willen arbeidsintensieve werklocaties in de stad behouden en verder versterken. Woningbouw op de A28 kan een duurzame ontwikkeling van de bestaande nabijgelegen werklocatie Voorst in de weg staan als gevolg van aanpassing van milieuzones ten gunste van woningbouw. Dat vinden we vanuit de basiswaarden ongewenst. e. De indiener van de zienswijze benoemt dat Zwolle een woningbouwopgave heeft van 50.000 woningen. Dit is echter de regionale woningbouwopgave. Het aandeel van de gemeente Zwolle is 5.000 – 15.000 extra woningen ten opzichte van de in de huidige Omgevingsvisie al geplande woningen. Op basis van de al eerder genoemde basiswaarden hebben we in de ontwerp-Omgevingsvisie locaties aangewezen voor die extra woonopgave. Dan gaat het om woningbouw in de bestaande Zwolse woonwijken, de ceintuurbaanzone, Vechtpoort 1 en Zwolle-zuid/zuid. We zien daar ruimte om invulling te geven aan de Zwolse kwantitatieve én kwalitatieve woonbehoefte. f.

De aanwezigheid van de IJssel, het Zwarte Water en de Vecht maakt niet alleen de technische inpassing van een tunnel maar ook de fasering van de aanleg (en later ook beheer en onderhoud) een forse uitdaging en naar verwachting heel kostbaar. De indiener van de zienswijze heeft een reactie gekregen op de zienswijze op de Omgevingsvisie uit 2021. Daarna zijn nogmaals een e-mail en brief gestuurd naar de gemeente met een uiteenzetting over de noodzaak om de A28 te ondertunnelen. De afhandeling van die e-mail en brief is door de gemeente niet goed opgepakt. Hiervoor zijn excuses aangeboden. Inhoudelijk is aangegeven uw suggesties over ondertunneling mee te nemen bij het traject om te komen tot een aanvulling op de Zwolse Omgevingsvisie. Dat is gebeurd. Zie de beantwoording onder punt 6. Inspreker verwijst naar de passage in de omgevingsvisie over Luchtkwaliteit: ” Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit.” Het verbeteren van de luchtkwaliteit door maatregelen aan de A28 ligt niet binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente. De A28 is namelijk een Rijksweg. Het instellen van een zero-emissiezone in de binnenstad ligt wel binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente. Die maatregel is daarmee in lijn met het beleid zoals dat in de Omgevingsvisie is geformuleerd.

In 2026 gaan we in het kader van het Schone Luchtakkoord een onderzoek uitvoeren naar welke maatregelen Zwolle, binnen haar beïnvloedingssfeer, nog meer zou kunnen nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren en welke van deze maatregelen haalbaar en wenselijk zijn in relatie tot andere opgaves zoals die in de ontwerp-omgevingsvisie beschreven staan. 65/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☐ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☒ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): • •

2.2.30

De tabel met woningbouwaantallen in paragraaf 4.2.2. passen we aan, zodat de aantallen weer aansluiten bij de juiste woningbouwlocatie. In paragraaf 4.4.1 (visie op hoogbouw) staat dat we tussen de 16.250 en 21.500 woningen willen bouwen tot 2040 in de bestaande stad. Deze zin klopt niet, omdat de uitleglocaties (Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/zuid) onderdeel zijn van de genoemde woningbouwaantallen. De genoemde aantallen schrappen we en vervangen we door een ‘omvangrijk aantal’.

Zienswijze nummer A30 Samenvatting zienswijze: 1. De OER voorziet een forse toename van de verkeersintensiteit op zowel de N377/Wijheseweg als de Hollewandsweg. Met name op de kruising Wijheseweg – Hollewandsweg zal de geluidsbelasting voor omwonenden aanzienlijk stijgen. Ik verzoek de gemeente expliciet om in het Ruimtelijk Toekomstperspectief op te nemen dat een geluidswal (of andere doeltreffende geluidsreducerende maatregelen) wordt gerealiseerd langs de Wijheseweg ter hoogte van de kruising met de Hollewandsweg. Dit zodat te allen tijde voldaan wordt aan de vigerende geluidsnormen uit de omgevingswet. 2. In de huidige plannen wordt de groene long vanaf het Zandhove bos helaas onderbroken door de strook met hoogspanningsmasten en de Wijheseweg. Doordat deze masten op termijn verdwijnen is er ook ruimte om het Zandhove bos als groene verbinding door te trekken tot aan de Wijheseweg. Dit kan door de nu lege strook tot en met het vennetje bij de kruising onderdeel te maken van het Zandhove bos. Dit versterkt niet alleen de ecologische corridor, maar biedt ook een belangrijke recreatieve en klimaatadaptieve buffer richting de Wijheseweg (denk ook aan het (fiets) rondje Zwolle) Ik verzoek dit als serieuze optie op te nemen in het plan. 3.

Om de leefbaarheid en verkeersveiligheid te waarborgen verzoek ik de Hollewandsweg autoluw te maken, bijvoorbeeld door de kant van de Wijheseweg dood te laten lopen (vergelijkbaar met de situatie bij De Oude Mars). Hiermee wordt doorgaand verkeer ontmoedigd en blijft de weg primair beschikbaar voor langzaam verkeer en aanwonenden. Zienswijze heeft betrekking op: ☐ Ontwerp-omgevingsvisie

☒ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente:

66/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Alle drie de genoemde punten van de zienswijze hebben betrekking op de verdere planuitwerking van het gebied Zwolle-Zuid/zuid en zullen daarom daarin worden meegenomen. Paragraaf 4.3.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie benoemt generieke condities met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in Zwolle. Ook bij de in de visie aangekondigde gebiedsontwikkelingen staan specifieke condities die gelden bij de verdere planuitwerking. Die condities voor Zwolle-Zuid/zuid staan in paragraaf 4.3.7.3. Eén van de condities is het parkachtige karakter van de landgoederen Zandhove en Windesheim doortrekken en versterken in de nieuwe woonwijk Zwolle-Zuid/zuid. Ook het thema mobiliteit maakt onderdeel van de condities, waarbinnen de nieuwe woonwijk zich kan ontwikkelen. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.31

Zienswijze nummer A31 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener stelt dat van de gemeente mag worden verwacht dat zij, zeker bij ingrijpende beslissingen, voldoet aan het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en de participatieplicht (volgens de Omgevingswet en de Hanza!-methode). Volgens de indiener wijkt de praktijk hiervan af. 2. De indiener constateert dat uit het participatiejournaal blijkt dat ateliers primair met stakeholders en organisaties waren en niet met bewoners van het plangebied, en dat nergens staat dat bewoners van de Vechtrand/Vechtpoort 1 specifiek of actief zijn benaderd. De indiener merkt op dat de lijst met ‘meest kansrijke sleutelgebieden’ toont dat Vechtrand/Vechtpoort 1 niet als locatie werd aangemerkt, waardoor bewoners aantoonbaar geen reële invloed hebben kunnen uitoefenen op de selectie van dit gebied. 3. De indiener geeft aan dat de keuze voor het gebied Vechtpoort 1 (Vechtrand) inclusief stadspark al in het Ruimtelijk Toekomstperspectief van april 2025 is gemaakt en dat de participatie volgens de indiener pas daarna startte. Daardoor is er volgens de indiener sprake van communicatie na het besluit in plaats van participatie voorafgaand aan het besluit. De indiener verwijst naar de Omgevingswet die participatie in het voortraject verlangt, vóórdat richtinggevende keuzes worden gemaakt. 4.

De indiener stelt dat het proces daarmee onvoldoende en te laat is, en dus niet in lijn met de eigen Hanza!-principes en jurisprudentie over schijnparticipatie. 5. De indiener wijst erop dat Vechtpoort 1 in de Omgevingsvisie 2021 slechts marginaal werd genoemd en zeker niet als grootschalige ontwikkeling, waardoor bewoners niet konden weten dat er belangrijke keuzes in voorbereiding waren. 6. De indiener is van mening dat een drastische koerswijziging juist extra participatie vereist, ook omdat de Omgevingsvisie 2021 formeel nog steeds geldt totdat deze wordt vervangen. 67/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 7. De indiener stelt dat de gemeente schrijft dat Vechtpoort 1 de beste kansen biedt vanwege de basiswaarden, maar dat deze nergens feitelijk worden uitgewerkt, vergeleken met alternatieven of onderbouwd met locatie-specifieke data. 8. De indiener merkt op dat de OER niet gebiedsspecifiek is, maar een brede risico-inschatting op hoofdlijnen betreft, en dat nergens een afwegingsmatrix wordt gegeven waarin Vechtpoort 1 wordt afgezet tegen alternatieven zoals Mastenbroek, Stadshagen uitbreiding of binnenstedelijke verdichting, waardoor volgens de indiener motivering voor Vechtpoort 1 en Vechtrand onvolledig is. 9. De indiener is van mening dat in het Ruimtelijk Toekomstperspectief (RTP) wel stellingen staan, zoals dat uitbreiding de beste kansen biedt, maar dat nergens de criteria, de score van Vechtpoort 1 of de reden waarom 1.500–3.000 woningen haalbaar zouden zijn, worden onderbouwd. 10. De indiener stelt dat het gebied aantoonbaar hoge ecologische, landschappelijke en archeologische waarden kent, evenals meerdere harde fysieke beperkingen, en dat het niet zichtbaar meenemen hiervan strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel en de plicht tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 11.

De indiener wijst erop dat in de OER staat vermeld dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten en dat effecten op biodiversiteit negatief scoren. 12. De indiener concludeert dat de OER geen groen licht vormt voor ontwikkeling, maar volgens de indiener constateert dat cruciale kennis ontbreekt en dat er substantiële risico’s bestaan. 13. De indiener brengt naar voren dat het gebied archeologisch zeer waardevol is (deels 90–100% kans) met beleid ‘behoud in situ’, en dat deze informatie niet zichtbaar is meegewogen in de beleidskeuze om juist dit gebied te gebruiken voor woningbouw. 14. De indiener somt op dat er zware fysieke belemmeringen zijn, waaronder een hogedrukgasleiding, een hoogspanningsverbinding, het spoor Zwolle–Meppel en waardevolle lanenstructuren. De indiener stelt dat deze belemmeringen ertoe leiden dat de netto ontwikkelbare ruimte aanzienlijk kleiner is dan de bruto contour en beperkingen kent voor hoogte, typologie, dichtheid en infrastructuur en daarmee verdichting naar bestaande woningen afdwingt. 15. De indiener merkt op dat de Nieuwe Vecht in het RTP is aangemerkt als een robuuste blauwgroene verbinding en buffer, wat op gespannen voet staat met een woningbouwvolume van 1.500–3.000 woningen en de introductie van stedelijke dichtheden.

Het is volgens de indiener niet inzichtelijk hoe de rol van de Nieuwe Vecht als ecologische en landschappelijke buffer zich verhoudt tot grootschalige verstedelijking. 16. De indiener concludeert dat de aanwijzing van Vechtpoort 1 procedureel onvoldoende zorgvuldig is, onvoldoende transparant gemotiveerd, onvoldoende ecologisch en ruimtelijk onderzocht en meerdere harde ruimtelijke beperkingen negeert.

68/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 17. De indiener verzoekt de keuze voor Vechtpoort 1 in de Omgevingsvisie te heroverwegen, omdat deze niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid, motivering en participatie. 18. De indiener verzoekt een aparte, gebiedsgerichte participatieronde te organiseren voor Vechtpoort 1 / Vechtrand, waar direct omwonenden voorafgaand aan een kernbeslissing kunnen meedenken én invloed kunnen uitoefenen. 19. De indiener verzoekt de locatiekeuze pas vast te stellen nádat gebiedsspecifieke onderzoeken zijn uitgevoerd, waaronder ecologische inventarisatie, archeologisch bureauonderzoek en analyse van de benodigde infrastructurele voorzieningen. 20. De indiener verzoekt de omgevingsvisie pas vast te stellen nadat de afwijking van Omgevingsvisie 2021 expliciet is gemotiveerd. 21. De indiener verzoekt de bandbreedte van 1.500–3.000 woningen te schrappen of te herzien, omdat deze op dit moment volgens de indiener feitelijk onbewezen en ruimtelijk onrealistisch is. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Hier is de gemeente het mee eens. De gemeente staat voor transparante en goede besluitvorming. Dit conform geldende wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Wet Bestuursrecht. Verdere inhoudelijke toelichting is te vinden in onderstaande antwoorden. Ad2. Bij het traject om te komen tot een ontwerp-aangevulde Omgevingsvisie hoorde een uitgebreid participatieproces. Dit is uitgevoerd conform een door de gemeenteraad vastgesteld plan van aanpak. De lijst waarnaar de indiener verwijst bevat ook de sleutellocatie 10. Locaties uitvalswegen en uitbreiding langs stadsranden. Daar valt Vechtpoort met Vechtrand 1 ook onder. Overigens is dit een aspect dat onderdeel is van de uitgebreide scenariostudie die is uitgevoerd, waar ook stakeholders een bijdrage aan hebben geleverd. Ook zijn alle inwoners van Zwolle betrokken in het participatieproces rondom het Ruimtelijk Toekomstperspectief, met onder andere een social-media campagne, digitale nieuwsbrieven, een persgesprek met De Stentor, de “reizende woonkamer” die in Berkum is geweest, twee bijeenkomsten in de Weijenbelt en een kopij voor de wijkkrant. Daarmee is stevig ingezet op het betrekken van de inwoners. Ad3-4.

Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 2, en vullen daarop aan dat de ontwerp-Omgevingsvisie het vervolg is op het Ruimtelijk Toekomstperspectief (RTP) waarin de belangrijke keuzes voor na 2030 voor Zwolle staan beschreven. De ontwerp-omgevingsvisie bevat geen nieuwe inzichten ten opzichte daarvan. Maar voordat de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage is gelegd, hebben inwoners volop mogelijkheden gehad hun inbreng te leveren op 69/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage het concept van het RTP (zie vorige antwoord). Met de opbrengst van deze participatieperiode is het RTP verder aangescherpt en uiteindelijk in juni 2025 met de gemeenteraad gedeeld. Ad5. In paragraaf 1.3 van de huidige Omgevingsvisie staat de regio een Regionale verstedelijkingsstrategie gaat maken. De uitkomsten van de onderzoeken vormen vervolgens voor de gemeente Zwolle weer een bouwsteen om na te denken over de ruimtelijke ontwikkeling van Zwolle vanaf ongeveer 2030. Daarbij gaat het onder meer over een mogelijke nieuwe uitleglocatie voor woningbouw, in samenhang met bijvoorbeeld uitwerkingen van de energietransitie, klimaatadaptatie, economie en bereikbaarheid. Paragraaf 4.7.2. verwijst vervolgens naar Vechtpoort als mogelijke woningbouwlocatie voor na 2030. Er is een uitgebreid participatietraject, met betrokkenheid van inwoners, doorlopen om tot voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie te komen. Ad6. Zie reactie onder punt 5 Ad7. Op 7 juli 2026 stelde de gemeenteraad het Ruimtelijk Toekomstperspectief (RTP) vast. Deze is te raadplegen via: ruimtelijk-toekomstperspectief en bevat de aanvullende ruimtelijke keuzes voor de Zwolse Omgevingsvisie.

In paragraaf 4.3 van het RTP staat waarom we voor bepaalde woningbouwlocaties aansluitend op de bestaande stad hebben gekozen. En ook waarom andere locaties niet. Het RTP en de gemaakte keuzes hierin hebben we vertaald naar de voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie. Ad8. Hier is bij het opstellen van het Ruimtelijk Toekomstperspectief en ontwerpomgevingsvisie aandacht voor geweest. In de opgestelde OER zijn de minimale en maximale effecten van thema’s zoals woningbouw en infrastructuur sectoraal beschreven voor twee alternatieven, die gebaseerd zijn op de 4 scenario’s uit de opgestelde scenariostudie. Deze twee alternatieven bevatten de minimale en maximale ingrepen in de gemeente Zwolle ten behoeve van diverse thema’s. Deze resultaten zijn, samen met de basiswaarden, onderdeel geweest van de keuzes die zijn gemaakt en uiteindelijk in het Ruimtelijk Toekomstperspectief en daarna in de ontwerp-omgevingsvisie zijn beschreven. Ad9. Zie reactie onder punt 7. Paragraaf 4.3 geeft fundamentele argumenten waarom het ongewenst is om op bepaalde plekken aansluitend aan de bestaande stad een nieuwe woonwijk te ontwikkelen. De geformuleerde basiswaarden in hoofdstuk 3 van het RTP vormt daarvoor het belangrijkste kader. Een plussen- en minnenschema is niet nodig om die afweging expliciet te maken. Ad10.

In de ontwerp-omgevingsvisie is opgenomen dat we aandacht hebben voor bestaande structuren en huidig gebruik (paragrafen 5.2.5 en 5.2.6). Daarnaast is benoemd dat het beleid voor cultuur- en archeologie behoud 'in situ' is: wanneer sprake is van grondverstoring, als gevolg van het ontwikkelen van een nieuwe woonwijk, is archeologisch onderzoek nodig. Daarom is het uitvoeren van een cultuurhistorische en landschappelijke analyse onderdeel van de gebiedsuitwerkingen voor Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/zuid. Ad11. De conclusie dat er volgens de OER negatieve effecten zijn op Natura2000gebieden en op biodiversiteit is juist. In de ontwerp-omgevingsvisie wordt ruimte gereserveerd voor wonen, economie, water, mobiliteit en energie. De gemeente 70/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad12.

Ad13.

Ad14.

Ad15.

Ad16. Ad17.

Ad18.

Ad19.

heeft een opgave te realiseren en doet dit met inachtneming van geldende weten regelgeving waarin omgevingskwaliteit een belangrijk onderwerp is. De ontwerp-omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling en is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen op basis van onderzoeken, een scenariostudie en een Ruimtelijk Toekomstperspectief, inclusief uitgebreid participatietraject. Het Ruimtelijk Toekomstperspectief en de ontwerpomgevingsvisie zijn, als voorkeursrichting, opnieuw beoordeeld. Uit die beoordeling blijkt dat natuur een aandachtspunt blijft en in de verdere planuitwerking aandacht behoeft. De gemeenteraad heeft unaniem besloten het RTP vast te stellen, dat inzet op woningbouw in zowel de bestaande stad als in de stadsranden (Vechtrand en Zwolle-Zuid/zuid). Bij de planuitwerking voor Vechtrand is de gemeente gebonden aan geldende wet- en regelgeving. Ook de regelgeving met betrekking tot Natura200gebieden en ruimtelijke ontwikkelingen daarin en/of daarbuiten. Dit staat ook beschreven in de ontwerp-Omgevingsvisie in paragraaf 4.3.2: ‘de generieke en specifieke condities voor gebiedsontwikkeling’. De gemeente zet zich in voor het behoud en versterken van biodiversiteit. Dit maakt onderdeel uit van de planvorming voor Vechtrand.

Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 10, waarbij we toevoegen dat dit onderdeel is geweest van de integrale afweging die heeft plaatsgevonden ten tijde van de het opstellen van de scenariostudie en het RTP. We bedanken de indiener op het attenderen op de ‘fysieke belemmeringen’. We zijn ons bewust van de gebiedskenmerken, zowel voor Vechtrand/Vechtpoort 1 als Zwolle-Zuid/zuid en dat de bruto-contour vanwege bestaande functies of structuren uiteindelijk netto minder zal zijn. We nemen dit mee in de verdere uitwerking van de plangebieden. Wij nemen uw bedenkingen over de Nieuwe Vecht als robuuste groene zone in relatie tot woningbouw mee naar het komende gebiedsproces. Daar wordt, als onderdeel van het totale gebiedsproces, de Nieuwe Vecht en de rol daarvan verder uitgewerkt. De indiener trekt een conclusie aan de hand van voorgaande punten. Daarom verwijzen we naar de antwoorden die hierboven zijn gegeven. Zie ook de reactie op punt 7 en 9. Er heeft een zorgvuldig proces plaatsgevonden (zie hiervoor ook de antwoorden onder 2, 3-4 en 8), met de uiteindelijk voorliggende ontwerp-omgevingsvisie als resultaat. In 2026 starten de gebiedsprocessen om verdere invulling te geven aan de strategische ontwikkelzones. Het heroverwegen van Vechtpoort 1 als ontwikkellocatie is volgens ons daarom niet aan de orde.

Op basis van een nog op te stellen participatieplan voor de gebiedsprocessen wordt duidelijk op welke wijze iedereen, waaronder de direct omwonenden, betrokken wordt. Het proces om te komen tot vaststelling van de aangevulde Omgevingsvisie is in oktober 2025 aangepast. Er is gekozen om eerst te starten met het opstellen van gebiedsvisies voor Vechtrand (incl. Vechtpoort 1) en Zwolle-Zuid/zuid. Pas daarna volgt vaststelling van de aangevulde Omgevingsvisie. Daarmee voldoen we al aan het verzoek van de indiener. 71/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Ad20. Met het opstellen van het RTP en de ontwerp-omgevingsvisie hebben gemotiveerd een aanvulling gemaakt op de Omgevingsvisie uit 2021. Bij het informeren van de raad over de terinzagelegging is een ‘was-wordt-overzicht’ meegestuurd. Hierin staat beschreven welke aanvullingen er zijn gedaan op de omgevingsvisie uit 2021. Ad21. De genoemde bandbreedtes zijn gebaseerd op de ‘Regionale verstedelijkingsstrategie Zwolle’ en demografische ontwikkelingen (huishoudensprognoses). Het exact aantal te bouwen woningen bepalen we in het verdere planvormingsproces voor Vechtrand (incl. Vechtpoort 1). We zijn daarin ook wendbaar en adaptief. Wanneer het aantal huishoudens minder hard groeit dan verwacht bouwen we ook minder woningen. Een andere factor die het daadwerkelijk aantal en type te bouwen bepaald is de doorstroming op de woningmarkt. We monitoren de demografische groei van Zwolle en de mate van doorstroming op de woningmarkt. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.32

Zienswijze nummer A32 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener constateert dat de gebiedsaanwijzing ‘Raamwerk natuur – Verbinden stapstenen bos’ volledig over de bedrijfslocatie ligt, waarbij de betekenis van de weergegeven pijl en de reden voor de locatie onduidelijk zijn. De indiener stelt dat deze onduidelijkheid onzekerheid veroorzaakt over de planologische positie van het bedrijf en vreest dat dit mogelijk beperkingen oplegt voor toekomstige bedrijfsontwikkelingen. 2. Er wordt door de indiener opgemerkt dat de toelichting in subparagraaf ‘5.2.2 Natuur’ twaalf gebiedsaanwijzingen tegelijkertijd behandelt zonder onderscheid te maken, waardoor niet goed kan worden ingeschat welke consequenties de aanwijzing specifiek heeft voor de bedrijfsvoering. 3. De indiener vraagt of de gemeente in grote lijnen aan kan geven wat ze bij elk van de gebiedsaanwijzingen binnen het Raamwerk natuur in gedachten hebben aan Maatregelen, dan wel aan te leggen of te wijzigen natuur. De indiener is van mening dat het logischer is om de gebiedsaanwijzing ‘Raamwerk natuur – Verbinden stapstenen bos’ zuidwestelijker te positioneren, omdat dat deel van het buitengebied al meer natuur en bos bevat. 4. De indiener noemt het huidige tracé over een actief agrarisch bedrijf ongewenst, aangezien de kans groot is dat de praktische ontwikkelingsmogelijkheden van de onderneming hierdoor beperkt worden. 5.

De indiener vraagt om duidelijkheid over het benoemde ‘Parklandschap Herfte – Wijthmen’ en wat de gevolgen zijn voor de graslanden die in eigendom zijn van en gebruik zijn door de indieners. 72/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 6. De indiener geeft aan dat de voorwaarden uit het gebiedsprofiel ‘Gemengd Landelijk Gebied’ zorgen voor onduidelijkheid over welke uitbreidingen of functiewijzigingen daadwerkelijk zijn toegestaan en of deze regels niet enkel geschreven zijn voor het omzetten van erven in plaats van ontwikkeling van bestaande bedrijven. 7. Daarnaast is de indiener van mening dat de gevraagde compensatiemaatregelen binnen dit gebiedsprofiel zorgen voor extra kosten, waardoor ondernemers mogelijk terughoudend worden bij het ontwikkelen van de bedrijfslocatie. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1-5. De pijlen en aanduidingen in de ontwerp-Omgevingsvisie zijn indicatief. De pijl betreft het gehele gebied als het gaat om verbinding, dat zich kenmerkt door een kleinschaligheid. In het gebied zijn verschillende open ruimtes aanwezig (waaronder het gebied van indiener). Deze open ruimtes worden omzoomd met bos en houtopstanden. Deze houtopstanden willen we beter met elkaar verbinden en de afwisseling tussen open en gesloten versterken. Dat vraagt een nadere uitwerking, waarbij we ook belanghebbenden betrekken. Een Omgevingsvisie is een zelfbindend beleidsdocument van de gemeente en heeft nu geen directe gevolgen voor de bedrijfsvoering op het adres Erfgenamenweg 8. Het geldende Omgevingsplan is van toepassing met daarin de ruimtelijke kaders. Het landelijk gebied is geen bouwsteen voor de Aanvulling van de Omgevingsvisie geweest en was geen onderdeel van de bestuursopdracht. De komende periode gaan we daar vorm aan geven. Daarin maken we inzichtelijk hoe we uitvoering geven aan de ambities uit de Omgevingsvisie. Dan is ook duidelijker aan te geven wat de mogelijke consequenties zijn.

We gaan graag met de indiener in gesprek over hoe we de aanduiding ‘Raamwerk natuur – Verbinden stapstenen bos’ bij de eerstvolgende vaststelling van de omgevingsvisie kunnen verduidelijken. Ad6-7. De voorwaarden uit het gebiedsprofiel zijn van toepassing wanneer een gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet past binnen het geldende Omgevingsplan. Tegenover het bieden van extra planologische ontwikkelruimte vinden we het belangrijk dat een bijdrage gedaan wordt aan de ruimtelijke kwaliteit van een perceel of directe omgeving. Dis is ook vastgelegd in provinciale ‘KGO-beleid’ (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving). Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☐ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☒ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 73/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage •

2.2.33

We gaan met de indiener in gesprek over hoe we de aanduiding ‘Raamwerk natuur – Verbinden stapstenen bos’ bij de eerstvolgende vaststelling van de omgevingsvisie, na vaststelling van de gebiedsvisies voor Zwolle-Zuid/zuid en Vechtrand, kunnen verduidelijken.

Zienswijze nummer A33 Samenvatting zienswijze: De indiener van de zienswijze kan zich niet verenigen met de ter inzage liggende Ontwerp-Omgevingsvisie Zwolle-Zuid, paragraaf 4.3.7.3. Het besluit om een geheel nieuwe woonwijk te realiseren ten zuiden van Zwolle-zuid staat niet in verhouding tot de moeite die de indieners van de zienswijze hadden om enkele woningen te mogen in het buitengebied van de gemeente Zwolle. Daarvoor was zeer beperkt ruimte en moest voldoen aan het beleid ‘Kwaliteit Impuls Groene Omgeving’. Het beleid van de gemeente was behoud van het groene karakter van dit gebied. De indiener van de zienswijze vindt het zeer vreemd dat de gemeente nu wel de ruimte biedt voor de bouw van een nieuwe woonwijk. Dat gaat ten koste van de aanwezige flora en fauna in het gebied. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-Omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Een Omgevingsvisie bevat op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving met doelen en ambities. De Omgevingsvisie laat zien waar de gemeente ruimte ziet om maatschappelijke opgaven een plek te geven. Bijvoorbeeld het bieden van een (t)huis voor iedereen. Zwolle groeit de komen jaren, waardoor extra ruimte nodig is om woningen te kunnen bouwen. In de voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie is de afweging gemaakt om ten zuiden van Zwolle-Zuid die ruimte te bieden voor woningbouwbouw. Dit naast het bouwen van woningen in de bestaande stad en bij Vechtrand (incl. Vechtpoort 1). Ook zijn voorwaarden en uitgangspunten gesteld voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Die staan beschreven in paragraaf 4.3.2 (de generieke condities) en paragraaf 4.3.7.3 (de specifieke condities). Met die condities borgen we dat bij de verdere planuitwerking van Zwolle-Zuid/zuid ruimtelijke kwaliteiten (groen, landschap, natuur, cultuurhistorie) een plek krijgen in de nieuwe woonwijk. Ook moeten we ons als gemeente houden aan wetgeving op het gebied van flora en fauna. De woningbouw kan pas gerealiseerd worden na een verdere planuitwerking en wijziging van het Omgevingsplan. Om tot die verdere uitwerking te komen vindt een participatieproces plaats.

Wat betekent dit voor de Omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en) 74/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.34

Zienswijze nummer A34 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener stelt dat bewoners van de Kuyerhuislaan nooit rechtstreeks benaderd of actief meegenomen zijn in het participatieproces en dat signalen die zijn afgegeven onvoldoende zijn opgepakt. 2. Volgens de indiener voldoet de wijze van betrekken niet volledig aan de uitgangspunten van de Omgevingswet, omdat het proces vooral informatief en eenzijdig was en vooral diende ter kennisname met de belanghebbende van de Veldhoek. 3. De indiener constateert dat een groot deel van de bewoners in het sleutelgebied niet goed begrijpt wat de plannen werkelijk inhouden en merkt op dat vragen over voor wie er gebouwd wordt en of het karakter van de Veldhoek behouden blijft, onbeantwoord bleven. 4. Er is volgens de indiener verwarring ontstaan door onvolledige of onjuiste informatie. Specifieke vragen als “Voor wie wordt er gebouwd? Blijft het betaalbaar voor Zwollenaren? Blijft Berkum Berkum? Blijft het karakter van de Veldhoek behouden? en wat betekenen de legenda’s en gebiedsaanduidingen concreet?” bleven volgens de indiener onbeantwoord. 5. De indiener verwijst naar de uitspraak dat het vestigen van voorkeursrecht niet tot onteigening zou leiden, maar dat dit geen vertrouwen wekt gezien de recente Nota Grondbeleid 2025. 6.

De indiener geeft aan dat op de brief van 6 mei 2025, die persoonlijk is afgegeven op het stadhuis, tot op heden geen enkele reactie is ontvangen. 7. De indiener stelt dat de referenties, beelden en termen in het Ruimtelijk Toekomstperspectief (RTP) onduidelijk en enigszins tegenstrijdig zijn. In het RTP staat benoemd dat woningbouw “helpend aan de bestaande wijk Berkum” is met een “groenstedelijk karakter”. In de legenda’s wordt hetzelfde gebied vervolgens aangeduid als “stedelijk/groenstedelijk”. Deze inconsistentie zorgt voor onduidelijkheid. 8. Er ontbreekt volgens de indiener een maatvoering en toetsingskader dat aansluit op de huidige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit, waarbij de indiener een referentie in de richting van de Brinkhoek een betere aansluiting vindt dan de huidige referentiebeelden. 9. De indiener stelt dat de huidige plannen haaks staan op de Omgevingsvisie 2021, waarin wordt benadrukt dat het gebied aan de oostzijde van Zwolle in zijn agrarische, landschappelijke en recreatieve waarde moet worden behouden en versterkt. 10. Het Ruimtelijke Toekomstperspectief lijkt volgens de indiener overmatig gericht op de instroom van nieuwe inwoners van buiten Zwolle, waarbij de natuurlijke bevolkingsgroei geen woningbouwtoename van ruim 30% rechtvaardigt.

De indiener waarschuwt dat dit kan leiden tot verdringing van bestaande inwoners en druk op omliggende kernen, waardoor betaalbaarheid, beschikbaarheid en leefbaarheid voor Zwollenaren in het geding komen. 75/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 11. De indiener vreest voor verlies van cultuurhistorische en ecologische waarden. De cultuurhistorische waarde van de Veldhoek en de Kuyerhuislaan is volgens de indiener uniek en kernwaarden zoals het open en landelijke karakter, de bomenlaan en de rust moeten worden beschermd en zichtbaar blijven. 12. De indiener merkt op dat elke verwijzing naar het infrastructurele karakter van de Veldhoek en de Kuyerhuislaan ontbreekt en stelt dat extra verkeersdruk onwenselijk en ongepast is. 13. De indiener verzoekt het college om de participatie deels te herzien en belanghebbenden op transparante, directe en toegankelijke wijze te betrekken in lijn met de geest van de Omgevingswet. 14. Tevens verzoekt de indiener om de plannen inhoudelijk bij te stellen zodat deze beter recht doen aan het karakter van Zwolle en haar buitengebied. 15. De indiener vraagt om te heroverwegen op welke schaal en voor wie er gebouwd wordt, met prioriteit voor de behoefte van de huidige Zwolse bevolking. 16. De indiener vraagt om en om de menselijke maat werkelijk leidend te laten zijn en het ‘naoberschap’ te laten ervaren. 17.

Tot slot benadrukt de indiener niet tegen woningbouw voor de Zwollenaar te zijn, maar verrast en verbaasd te zijn over de manier en de maat zoals het nu is voorgespiegeld, wat volgens de indiener enkele grenzen te ver gaat. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Alle inwoners van Zwolle zijn betrokken in het participatieproces rondom het Ruimtelijk Toekomstperspectief. Alle uitleg hierover staat in het participatiejournaal dat te lezen is op www.zwolle.nl/omgevingsvisie. Met onder andere een social-media campagne, digitale nieuwsbrieven, een persgesprek met De Stentor, de “reizende woonkamers” die in twee winkelcentra in ZwolleZuid stond, twee bijeenkomsten in de wijk en kopij voor de wijkkrant is stevig ingezet op het betrekken van de inwoners. Onduidelijk is wat bedoeld wordt dat ‘signalen niet zijn opgepakt’. Het Ruimtelijk Toekomstperspectief is op een aantal punten naar aanleiding van de participatie over het ontwerp daarvan aangepast en verheldert. Ad2. Bovenstaande uitleg laat zien dat de participatie in de fase van het Ruimtelijk Toekomstperspectief uitgebreid op het niveau ‘meedenken’ heeft plaatsgevonden. Ad3. Er ligt op een grote en urgente woningbouwopgave. In de ontwerpOmgevingsvisie leggen we uit waarom daarvan sprake is en wat nodig is om aan de behoefte aan woningen te kunnen voldoen. In de ontwerpOmgevingsvisie Eén van de conclusie is dat we extra ruimte voor woningbouw nodig hebben aan de randen van de stad.

Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/zuid zijn vervolgens de locatie waarvoor een planologische reservering wordt gedaan 76/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage om in de toekomst daar te gaan bouwen. In het komend gebiedsproces wordt een cultuurhistorische- en landschappelijk analyse gedaan die mede de basis vormt voor de uiteindelijke plannen. Ad4. We gaan graag in gesprek om één en ander toe te lichten. Ad5. Het besluit om het voorkeursrecht toe te passen betekent niet dat de gemeente automatisch zal overgaan tot onteigening wanneer eigenaren niet vrijwillig verkopen. Tegelijkertijd kan niet worden uitgesloten dat onteigening in de toekomst noodzakelijk blijkt. De gemeente zal dit instrument uitsluitend inzetten als uiterste middel. Zie ook vraag 31 in de “Veelgestelde vragen” op www.zwolle.nl/veelgestelde-vragen-voorkeursrecht In de Nota Grondbeleid 2025 (geagendeerd voor de gemeenteraad op 19 januari 2026) is opgenomen dat het proces van onteigening parallel kan worden voorbereid naast het traject van minnelijke verwerving. Het doel hiervan is niet om vaker tot onteigening over te gaan, maar om de doorlooptijd van het lange onteigeningstraject waar mogelijk te beperken. Ad6. Helaas hebben we uw brief niet kunnen traceren. Onze excuses daarvoor. Ad7.

Helpend wil zeggen dat woningbouw in Vechtpoort 1 kan bijdragen aan de doorstroming in Berkum, mogelijkheden biedt om in de nabijheid van de eigen wijk een woning te kunnen vinden en leidt tot behoud en versterking van het voorzieningenniveau in Berkum, dan wel aanvullende voorzieningen in de nieuw te realiseren woonwijk. In het komende gebiedsproces is dit één van de gespreksonderwerpen in het participatieproces. Groenstedelijk bouwen geeft aan welk type woonomgeving we voor ogen hebben. Ad8-9. We hebben ons in eerste instantie te houden aan wet- en regelgeving. Vervolgens geven we nadrukkelijk aan dat blauwgroen een belangrijk vertrekpunt is bij de ontwikkeling van Vechtpoort 1. Tot slot is benoemd dat een cultuurhistorische- en landschappelijke analyse onderdeel uitmaakt van het komend gebiedsproces. Ad10. De behoefte aan woningen is grotendeels gebaseerd op de prognoses voor Zwolle. Aanvullend daarop zijn afspraken gemaakt met het Rijk in de Verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle over extra woningen. We geven aan wendbaar en adaptief te zijn en gaan uit van minimale- en maximale bandbreedtes bij het aantal woningen tussen 2030-2050. We zijn ervan overtuigt dat juist omdat we deze keuzes maken, kunnen bouwen voor onze inwoners en dat ook betaalbaar kunnen doen. Zwolle is gewild. Te weinig aanbod leidt tot hogere prijzen en daarmee is niemand gebaat. Ad11.

We verwijzen hiervoor naar ons antwoord onder 8/9. Ad12. Het wordt niet letterlijk genoemd, zoals indiener dat beschrijft. Dat klopt. Het enkele feit dat we aangegeven dat Vechtpoort 1 twee eigen ontsluitingsroutes krijgt, bereikbaar en veiligheid voor ons hoog in het vaandel staan, hebben we er alle vertrouwen in bij het komend gebiedsproces tot goede oplossingen te komen. Ad13. We verwijzen naar ons antwoord onder 1. Ad14. De ‘hoe’ vraag is onderdeel van het komend gebiedsproces. De ontwerpOmgevingsvisie bevat de koers voor na 2030. Wat is nodig om aan de behoefte aan woningen te kunnen voldoen. Dat wordt uitgelegd en daarvoor wordt een 77/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage planologische reservering gedaan. Hoeveel woningen er komen, op welke wijze we invulling geven aan blauwgroen en mobiliteit betreft de uitwerking daarvan. Ad15. We verwijzen wat we hierover onder 10 hebben opgemerkt. Ad16. We hebben hiervoor o.a. de vier basiswaarden geformuleerd. Deze vormen het vertrekpunt bij de komende gebiedsontwikkeling. Ad17. Wij delen deze mening, onder verwijzing ook naar onze eerdere opmerkingen hiervoor. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.35

Zienswijze nummer A35 Samenvatting zienswijze: 1. 4.3.7.1 – Stadsrand: In dit hoofdstuk ontbreekt aandacht voor de relatie met bestaande woningen. Verzocht wordt de privacy en woonkwaliteit van aanwonenden langs de Nieuwe Vecht in Berkum en in dat kader een in overleg vast te stellen / in te richten ruime groenstrook tussen bestaande en nieuw te bouwen woningen te realiseren. 2. 4.3.7.2 – Vechtrand (blauw/groene zone): De Nieuwe Vecht vormt volgens de visie een natuurlijke scheiding, maar dit is in onze ogen tot dusver onvoldoende uitgewerkt. Verzocht wordt een brede blauw/groene zone van 200 meter vanaf de oever van de Nieuwe Vecht aan te leggen. Dit verhoogt zowel de natuurwaarde als leef kwaliteit en het zorgt voor een logische, kwalitatieve overgang. Ook bereiken we hiermee de noodzakelijke waterberging als gewenst. 3. De gebruikte referentiebeelden in de Omgevingsvisie tonen een puur stedelijke omgeving en vrijwel uitsluitend hoogbouw. Dit past totaal niet bij de schaal en uitstraling van Berkum! De beelden zijn meer geschikt bij Oosterenk. Er wordt gepleit voor grondgebonden bebouwing aan de randen, bouwhoogtes die aansluiten bij de bebouwing in Berkum en behoud van zichtlijnen. 4. Drijvende woonvormen is niet passend op of aan de Nieuwe Vecht. Verzocht wordt dat: a.

er geen woonboten of drijvende woonvormen in de Nieuwe Vecht komen, zeker niet in de nabijheid van bestaande woningen worden; b. waterwonen, in diverse verschijningsvormen, beduidend geschikter en toepasbaar is met watergangen/meren in het binnengebied. 5. Het voornemen om ruimte te reserveren voor waterberging wordt gesteund en gevraagd wordt de integratie daarvan in de bredere oeverzone van de Nieuwe Vecht te realiseren en te koppelen aan natuurontwikkeling en klimaatbestendigheid. 6. Indieners vragen: a. Volwassen bomen, groenstructuren en landschapselementen leidend zijn in het ontwerp van Vechtpoort 1; b. Kap van oude bomen tot een absoluut minimum wordt beperkt en altijd gemotiveerd wordt; 78/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage c.

De waardevolle groenstructuur en landschapselementen zoveel mogelijk behouden blijven. 7. Indieners geven aan graag mee te denken en zich daarin constructief te willen opstellen. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Zowel in de tekst, als op kaart is de blauwgroene corridor van de Nieuwe Vecht aangegeven als een belangrijk en waardevolle structuur die behouden en versterkt moet worden. Hoe dit vormgegeven wordt, is onderdeel van het komende gebiedsproces Ad2. In aanvulling op ons antwoord onder 1 merken we op dat de breedte van de blauwgroene corridor en de betekenis daarvan voor Berkum en Vechtpoort 1 onderdeel is van het komend gebiedsproces. Ad3. De sfeerbeelden hebben meer betrekking op de Ceintuurbaanzone dan op Vechtpoort 1 en we begrijpen dat dit tot misverstanden kan leiden. De sfeerbeelden van Zwolle-Zuid/zuid zijn in die zin dan meer toepasbaar voor Vechtpoort 1. We zullen andere sfeerbeelden voor Vechtpoort 1 toevoegen. Ad4. We nemen de bedenkingen die geuit worden mee naar het komend gebiedsproces. Ad5. De gedachte om de blauwgroene corridor ook te benutten als opvang voor water nemen we mee naar het komend gebiedsproces. Ad6. In de ontwerp-Omgevingsvisie is te lezen dat een cultuurhistorische- en landschappelijke analyse gedaan wordt bij de start van het gebiedsproces. Daarbij worden bestaande, te behouden en te versterken waarden in beeld gebracht. Ad7. We zijn blij dat de indieners constructief willen meedenken in het komend gebiedsproces.

Daarvoor wordt een participatieplan opgesteld, dat onder andere ook zal ingaan op inwonersbetrokkenheid. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☐ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☒ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): •

We nemen andere sfeerbeelden op voor Vechtpoort 1

2.2.36

Zienswijze nummer A36 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.37

Zienswijze nummer A37 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35. 79/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

2.2.38

Zienswijze nummer A38 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.39

Zienswijze nummer A39 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.40

Zienswijze nummer A40 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.41

Zienswijze nummer A41 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.42

Zienswijze nummer A42 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.43

Zienswijze nummer A43 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.44

Zienswijze nummer A44 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.45

Zienswijze nummer A45 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.46

Zienswijze nummer A46 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.47

Zienswijze nummer A47 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.48

Zienswijze nummer A48 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

80/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

2.2.49

Zienswijze nummer A49 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.50

Zienswijze nummer A50 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.51

Zienswijze nummer A51 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.52

Zienswijze nummer A52 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.53

Zienswijze nummer A53 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.54

Zienswijze nummer A54 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.55

Zienswijze nummer A55 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.56

Zienswijze nummer A56 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.57

Zienswijze nummer A57 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.58

Zienswijze nummer A58 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.59

Zienswijze nummer A59 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

81/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

2.2.60

Zienswijze nummer A60 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.61

Zienswijze nummer A61 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.62

Zienswijze nummer A62 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.63

Zienswijze nummer A63 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.2.64

Zienswijze nummer A64 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze A35. Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen we daarom naar de beantwoording van zienswijze A35.

2.3

Beantwoording zienswijzen maatschappelijke partijen

2.3.1

Zienswijze nummer B01 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener van de zienswijze waardeert dat de ontwerp-Omgevingsvisie Zwolle inzet op brede welvaart, klimaatadaptatie en duurzame groei en onderschrijft het belang van een integrale aanpak en hechten eraan dat de randvoorwaarden voor (toekomstige) energie-infrastructuur hierin expliciet worden geborgd. 2. De indiener geeft aan dat in de ontwerp-omgevingsvisie een expliciete verwijzing naar bestaande hoogspanningsinfrastructuur binnen de gemeente Zwolle ontbreekt. De indiener verzoekt om de bestaande boven- en ondergrondse verbindingen en hoogspanningsstations in een paragraaf te benoemen zodat een zorgvuldige integrale belangenafweging kan worden gemaakt. De indiener gaat in op de bestaande assets en geeft inzicht in hun ruimtelijke belangen. 3. De indiener wijst op de Staalkaart NBNL ‘Elektriciteit en gas in het Omgevingsplan’ en deze te gebruiken bij het opstellen van een Omgevingsplan. 4. De indiener is positief over de passage in hoofdstuk 7.2.7 waarin wordt onderschreven dat het van belang is dat netwerkbeheerders in brede zin in samenwerking met de gemeente Zwolle aan de slag gaan met MIRT-ambities.

In het verlengde hiervan blijft de indiener graag in gesprek met de gemeente Zwolle over de wijze waarop de energie-infrastructuur s op een zorgvuldige en realistische manier in de ruimtelijke planvorming (blijvend) kan worden geborgd. 82/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Het doet gemeente Zwolle goed om te lezen dat de indiener dit waardeert en onderschrijft. Ad2. De bestaande boven- en ondergrondse voorzieningen van TenneT (110kV tracé ondergronds, 110-220 kV tracé bovengronds en bestaand 380 kV tracé), inclusief bestaande hoogspanningsstation zijn zichtbaar in ‘Regels Op De Kaart’. Tevens benoemen we dat we dat we de bestaande energieinfrastructuur willen versterken door onderstations uit te breiden, middenspanningsstations toe te voegen en nieuwe tracés willen realiseren. Ad3. De staalkaart is bekend en zal ter inspiratie worden gebruikt door de gemeente Zwolle bij de uitwerking van Omgevingsplannen. Ad4. De gemeente Zwolle ziet ook het belang van verdere intensivering van de samenwerking op de 3 netvlakken van TenneT. In 2025 is de samenwerking met TenneT en het HS deel van Enexis vast gespreksonderwerp bij een opgestart proces om tot werkafspraken (op de samenwerking) te komen vanuit het besef dat we gezamenlijke nog vele jaren nodig hebben om het netwerk te versterken en slimmer te maken. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.2

Zienswijze nummer B02 Samenvatting zienswijze: 1. Het Energie en Klimaat Collectief Marslanden (EKCM) stelt dat de koppeling tussen lokale energie en de uitbreiding van Marslanden in de huidige ontwerpOmgevingsvisie onvoldoende wordt gemaakt. 2. Het valt de indiener op dat concrete uitkomsten uit het project Sprint niet in de visie zijn opgenomen, zoals de mogelijke uitbreiding van het zonnepark op de Sekdoornse plas of de directe afname van energie door het bedrijventerrein. Daarnaast mist de indiener vermeldingen in de documenten over de levering van koude-energie uit de Sekdoornse plas, het gebruik van (rest)warmte en de realisatie van een laadplein op Marslanden. De indiener beschouwt het ontbreken van deze punten als een gemiste kans, omdat deze mogelijkheden reeds zijn onderzocht en extra relevant zijn gezien de geplande uitbreiding van Marslanden. 3. De indiener vindt het vreemd dat de koppeling tussen energie en gebiedsontwikkeling voor bedrijventerrein Hessenpoort wél is gelegd in de stukken, terwijl de kansen op Marslanden onbenoemd blijven. 83/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 4. Volgens de indiener zijn er tijdens sprintsessies kansrijke ideeën uitgewerkt, zoals het leveren van warmte door het datacenter aan nabijgelegen kantoren en het benutten van de Sekdoornse plas voor duurzame koeling. 5. De indiener verzoekt de gemeente om deze energiekansen alsnog op te nemen in de uiteindelijke omgevingsvisie, of om te motiveren waarom ervoor gekozen is dit niet te doen. 6. Tot slot vraagt de indiener of en op welke wijze er in de plannen rekening wordt gehouden met de reeds in kaart gebrachte net-topologie van Marslanden. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Op bedrijventerrein Marslanden willen we eerst aan de slag met intensivering van het bestaande bedrijventerrein, en verkennen we de mogelijkheden voor eventuele uitbreiding. Pas wanneer uitbreiding daadwerkelijk aan de orde is zal gekeken moeten worden naar de toekomstige energiebehoefte en hoe daarin te voorzien. We geven reeds in de ontwerp-omgevingsvisie aan dat we bij toekomstige ontwikkelingen van bedrijventerreinen een koppeling maken met de energie- en warmtevisie. Dit geldt ook voor Marslanden. Een (groot) deel van deze energiebehoefte kan mogelijk lokaal worden opgewekt. Hoe dit eruit zal gaan zien, moet bij verdere uitwerking vorm krijgen. We hebben daarbij oog voor netbewuste gebiedsontwikkeling en netbewuste nieuwbouw. Ad2. De indiener gaat in op een aantal concrete initiatieven. De genoemde initiatieven zijn van een dusdanig detailniveau dat deze niet terug te zien zijn in de omgevingsvisie omdat deze de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen beschrijft.. Het niet noemen van deze initiatieven in de ontwerp-omgevingsvisie hoeft de realisatie van de genoemde initiatieven niet in de weg te staan. Ad3.

Hiervoor verwijzen we naar de antwoorden onder 1 en 2, en vullen daarop aan dat de citaten waar de indiener naar verwijst vooral over heel gemeente Zwolle gaan, en niet enkel voor Hessenpoort van toepassing zijn. Ad4. Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 2 Ad5. Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 2, en vullen daarop aan dat verdere uitwerking plek krijgt in bijvoorbeeld een omgevings- of gebiedsprogramma voor de intensivering en/of uitbreiding van Marslanden Ad6. Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 5. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.3

Zienswijze nummer B03 84/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Samenvatting zienswijze 1. Gemeente Raalte heeft mondeling toegelicht de aangeleverde punten op het Ruimtelijk Toekomstperspectief opnieuw onder de aandacht te willen brengen bij gemeente Zwolle. Door de gemeente Raalte wordt de waardering uitgesproken dat de Verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle en de BO-Mirt afspraken verwerkt zijn. Wel wordt gevraagd of er een versnelling op de woningbouwopgave kan komen, gezien de druk op de woningmarkt en de overloopeffecten bij omliggende gemeenten. 2. Er wordt aandacht gevraagd voor de afstemming met de gemeente Raalte als het gaat om Zwolle-Zuid/zuid, Marslanden en de tijdelijke waterbergingslocaties. Ook wordt gewezen op lopende gebiedsontwikkelingen, zoals de koploperprojecten in het kader van de 3x3 aanpak van de provincie Overijssel. 3. De gemeente Raalte is verheugd met de inzet op het versterken van de Stadsring gezien de regionale functie daarvan. Hetzelfde geldt voor de doorfietsroute van Zwolle naar Nijverdal, waarbij aangegeven wordt dat deze op kaart duidelijker geduid zou kunnen worden. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente Ad1. Het is fijn te constateren dat de gemeente Raalte zich herkent in de afspraken die op regionaal gemaakt zijn. Ook onderschrijven we de druk op de woningmarkt. Ook ons is alles eraan gelegen de proceduretijd zo effectief en efficiënt mogelijk te benutten, inclusief de daarbij behorende participatie met inwoners, (maatschappelijke) organisaties, marktpartijen en medeoverheden. Ad2. De samenwerking en afstemming met o.a. medeoverheden en lopende gebiedsontwikkelingen maakt onderdeel uit van de komende gebiedsprocessen en lopende samenwerking vanuit NOVEX afspraken, waaronder de verdere uitwerking van de regionale Sponsstrategie voor Salland. Ad3. We nemen kennis van de positieve reactie van de gemeente Raalte. In de ontwerp-omgevingsvisie zijn de doorfietsroutes duidelijk op kaart gezet middels ‘regels op de kaart’. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.4

Zienswijze nummer B04 Samenvatting zienswijze: 1. Met belangstelling is kennisgenomen van de ontwerp-Omgevingsvisie Zwolle en waardeert de inzet van de gemeente om richting te geven aan de ruimtelijke 85/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

2.

3.

4.

5.

6.

en maatschappelijke opgaven van de komende jaren. De indiener van de zienswijze wil bijdragen aan een visie die natuur, klimaat en landschap versterkt. De ontwerp-Omgevingsvisie erkent het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Natura2000 en de Zwolse Ecologische Hoofdstructuur. De indiener van de zienswijze is verheugd dat het natuurbelang van de Vreugderijkerwaard voorop staat. De OER-signaleert negatieve effecten op natuur als gevolg van stedelijke ontwikkelingen (woningbouw Vechtrand en uitbreiding van Hessenpoort). Daarom verzoekt de indiener van de zienswijze om: a. Expliciete bescherming van natuurwaarden en mitigerende maatregelen in uw Omgevingsvisie en -plan; b. Ambitie op te nemen om gedurende de looptijd minstens één trede hoger te scoren voor basiskwaliteit natuur. De gemeente heeft een belangrijke rol in het behouden en realiseren van groenblauwe verbindingen ten goede van de gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. De indiener van de zienswijze werkt graag als partner van de gemeente hieraan mee. De ontwerp-Omgevingsvisie zet in op een robuust netwerk en het principe water bodemsturen, maar aan concrete uitvoering ontbreekt het nog. Er wordt concreet verzocht: a. Een uitvoeringsagenda voor herstel van groene en blauwe structuren; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=858c5cd4-fba1-4cb4-9abc-e33826074208