CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen aangevulde ontwerp

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Zienswijzen & zienswijzenota aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie42.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Zo voorzien we een ‘blauwgroene’ buffer tussen Berkum en de nieuwe woonwijk Vechtpoort 1 en verloopt de ontsluiting per auto ervan via de Ceintuurbaan en de Hessenweg/N340. Dit overeenkomstig de generieke en specifieke condities voor de verdere planuitwerking van Vechtrand. Ad4. Voor de verdere planuitwerking voeren we eerste een aantal analyses uit naar de bestaande kwaliteiten in het gebied, waaronder de cultuurhistorische. Het 43/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad5.

Ad6.

Ad7.

resultaat van die analyse gebruiken we om een gebiedsvisie te maken. Dan vindt ook de afweging plaats welke kwaliteiten behouden kunnen blijven en welke eventueel niet. Alle inwoners van Zwolle zijn betrokken in het participatieproces rondom het Ruimtelijk Toekomstperspectief. Alle uitleg hierover staat in het participatiejournaal dat te lezen is op www.zwolle.nl/omgevingsvisie. Met onder andere een social-media campagne, digitale nieuwsbrieven, een persgesprek met De Stentor, de “reizende woonkamers” die in twee winkelcentra in ZwolleZuid stond, twee bijeenkomsten in de wijk en kopij voor de wijkkrant is stevig ingezet op het betrekken van de inwoners. Op basis van een nog op te stellen participatieplan voor de gebiedsprocessen wordt duidelijk op welke wijze iedereen betrokken wordt. De ingediende zienswijze vraagt om een aanpassing in het omgevingsplan. Echter ligt nu de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage. Daarom is deze zienswijze nu niet van toepassing. In Zwolle volgen we voor de route naar aardgasvrij het rijksbeleid. Dit houdt in dat we op buurt of wijkniveau aan de slag gaan met een warmteplan waarin de voorkeurs-aardgasvrijtechniek en route hiernaartoe wordt opgenomen.

Pas zodra we zo’n warmteplan hebben vastgesteld en de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze aardgasvrijtechniek hebben kunnen aantonen mag de gemeente de techniek en aardgasvrijdatum vastleggen in het omgevingsplan. Voor Berkum, Brinkhoek en Veldhoek kunnen wij op dit moment nog niet aantonen dat er een haalbare en betaalbare techniek is. Daarnaast is de wetgeving die wij als gemeente nodig hebben om dit in het omgevingsplan vast te mogen leggen uitgesteld en kunnen wij dit juridisch op dit moment ook niet borgen. Daarom nemen wij nu niet in het omgevingsplan op dat Berkum, Brinkhoek en Veldhoek in 2040 aardgasvrij moeten zijn. Termen als energieneutraal of zelfvoorzienend kunnen wij vanuit de wetgeving niet in een omgevingsplan opnemen. Daarnaast willen we inwoners en ondernemers hier niet toe verplichten op dit moment. Dat neemt niet weg dat we samen met Stichting duurzaam Berkum en de woningcorporaties werken aan deze ambities in de wijken. Binnen de gestelde kaders van de wet kan de indiener van de zienswijze verzoeken om financiële schade als gevolg van de planontwikkeling te laten vergoeden.

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.19

Zienswijze nummer A19 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener van de zienwijze onderkent het belang van woningbouw, maar is van mening dat de omvang en uitwerking van Vechtpoort 1 onvoldoende recht doen aan de belangen van de directe omgeving en de toekomstbestendigheid van het gebied. 44/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 2. De groenstrook grenzend aan 3 kanten van de woning van de indiener van de zienswijze vormt een essentieel onderdeel van de leefkwaliteit. Deze groenstructuur draagt niet alleen bij aan het woongenot, maar ook aan de identiteit van de wijk. De indiener van de zienswijze wil in een persoonlijk gesprek wensen kenbaar maken. En op basis daarvan afspraken maken hoe die vorm te geven. 3. Het doel moet zijn om woningen te bouwen voor Zwollenaren en er niet op gericht is om nieuwe inwoners van buiten de stad aan te trekken; 4. Gezien het veranderende klimaat is het essentieel dat bij nieuwe ontwikkelingen extra aandacht wordt besteed aan waterbeheer, flora en fauna en biodiversiteit. Ook sluit dit aan bij het natura 2000 gebied wat een grote maatschappelijke waarde heeft. De huidige plannen lijken onvoldoende garanties te bieden voor het behoud en de versterking van deze waarden. 5. De indiener van de zienswijze verwacht een toename van wandel-, fiets- en recreatieverkeer. Dat vraagt om een zorgvuldige inrichting van de infrastructuur. Daarnaast zijn er zorgen over de locatie van de huidige toegangsweg naar de geplande wijk. De Kuyerhuislaan is niet berekend op een dergelijke toename in mobiliteit.

Daarnaast moet niet vergeten worden dat in de dichte nabijheid Oosterenk/ Ceintuurbaanzone 2500-5000 woningen zijn beoogd. Dit zal ook leiden tot een enorme verplaatsing van traffic (gemotoriseerd maar ook wandel/fiets verkeer). Dat leidt tot zorgen over de verkeersveiligheid en leefbaarheid. De indiener van de zienswijze verzoekt om een nadere onderbouwing, zodat samen gezocht kan worden naar oplossing voor deze knelpunten. 6. Participatie mag geen ‘afvinklijst’ zijn. Er moet daadwerkelijk geluisterd worden naar de inwoners die in het gebied wonen. De indiener van de zienswijze wil in een constructieve dialoog treden om tot passende plannen te komen. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We nemen dit deel van de zienswijze voor kennisgeving aan. Daarbij merken we op dat in de ontwerp-Omgevingsvisie generieke en specifieke condities staan als voorwaarden/uitgangspunten voor de verdere gebiedsontwikkeling van Vechtrand. Die gaan o.a. over waterveiligheid, bestaande waarden in het gebied (biodiversiteit, cultuurhistorie) en ontsluiting voor auto, fiets en voetganger. Ad2. We onderkennen de waarde van de groenstrook nabij de woning van de indiener van de zienswijze. In de ontwerp-Omgevingsvisie is de betreffende groenstrook aangewezen als ‘hoofdgroenstructuur’. We gaan graag in gesprek met de indiener van de zienswijze over het inpassen daarvan in de planuitwerking van Vechtpoort 1. Bij de verdere planvorming van Vechtpoort 1 45/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad3. Ad4.

Ad5.

Ad6.

vindt een afweging plaats hoe verschillende waarden en kwaliteiten van het gebied daar een plek in krijgen. Het bepalen van doelgroepen voor de woningbouwontwikkeling Vechtrand (incl. Vechtpoort 1 vindt plaats bij de nadere planuitwerking. Paragraaf 4.3.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie benoemt generieke condities met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in Zwolle. Ook bij de in de visie aangekondigde gebiedsontwikkelingen staan specifieke condities die gelden bij de verdere planuitwerking. Die condities gaan onder andere over het op een goede wijze inspelen op een veranderend klimaat en het risico op wateroverlast bij extreem weer. De nieuwe woonwijk Vechtpoort 1 wordt klimaatadaptief ontworpen dient rekening te houden met dat veranderende klimaat. Ook is de gemeenten gebonden aan wet- en regelgeving die hoort bij Natura 2000 gebieden. Ook de gemeente vindt een zorgvuldige inpassing van het thema mobiliteit bi de gebiedsontwikkeling Vechtrand (incl. Vechtpoort 1) belangrijk. In paragraaf 4.3.7.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie staan specifieke condities als voorwaarden/uitgangspunten voor de planuitwerking van Vechtrand. Daar staat ook het thema mobiliteit genoemd (zie bij het 2e, 3e, 4e, en 5e bolletje). Nader onderzoek is nodig om te bepalen hoe dit vorm gaat krijgen bij de gebiedsontwikkeling Vechtrand.

De gemeente heeft het beleid hoe de Zwolse samenleving te betrekken bij ruimtelijke plannen vastgelegd in Hanza!. Dat is het kader om bij de planuitwerking van Vechtrand een participatieplan te maken waarin staat hoe een ieder betrokken kan zijn bij verdere het planvormingsproces.

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.20

Zienswijze nummer A20 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener van de zienwijze vraagt aandacht voor zijn zorgen over woningbouw in Vechtpoort 1. Het is een prachtig gebied waar veel recreanten gebruik van maken, getuige ondergetekende. Woningbouw is belangrijk, vooral nu. Evenals een goede leefomgeving. Er is altijd sprake geweest van "groene schillen" of stroken rondom een wijk. 2. De verkeerssituatie en een evt. ontsluiting is een punt waarover wij graag over mee willen praten. Het gebied is waterrijk en laaggelegen; niet zo geschikt voor woningbouw. Zienswijze heeft betrekking op: ☐ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid 46/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Reactie van de gemeente: Ad1. Wij herkennen de zorgen van de indiener van de zienswijze. In de ontwerpOmgevingsvisie staan generieke en specifieke condities benoemd met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in Zwolle. Zie paragraaf 4.3 en verder. Die condities gaan over thema’s die de indiener van de zienswijze beschrijft: waterveiligheid, landschap, natuur en verkeer. Ad2. De gemeente heeft het beleid hoe de Zwolse samenleving te betrekken bij ruimtelijke plannen vastgelegd in Hanza!. Dat is het kader om bij de planuitwerking van Vechtrand een participatieplan te maken waarin staat hoe een ieder betrokken kan zijn bij het verdere planvormingsproces. We gaan graag het gesprek aan met de indiener van de zienswijze over zijn zorgen over de verdere planuitwerking. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.21

Zienswijze nummer A21 Samenvatting zienswijze: De indiener van de zienwijze vraagt aandacht voor een aantal thema’s: • Veiligheid Kuyerhuislaan, vanwege de vele sporters, wandelaars en fietsers. • Ontsluiting en bereikbaarheid. Zienswijze heeft betrekking op: ☐ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Wij herkennen aandachtspunten van de indiener van de zienswijze. In de ontwerpOmgevingsvisie staan generieke en specifieke condities benoemd met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in Zwolle. Zie paragraaf 4.3 en verder en gaan onder andere over verkeer en verkeersveiligheid. De onderwerpen waar de indiener van de zienswijze aandacht voor vraagt. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.22

Zienswijze nummer A22 Samenvatting zienswijze: 47/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 1. Wij hebben een biologisch melkveebedrijf, en voor dit bedrijf gebruiken wij zo’n 57 hectare grond (zowel eigendom, als korte en langjarige pacht) in Vechtpoort 1. Deze plannen betekenen het eind voor ons bedrijf. 2. Dit is een prachtig gebied, en biedt juist voor de hele omgeving (Berkum en Wipstrik) een mooi rustpunt en uitloopgebied in de drukke stad. 3. Voor een woonwijk is dit gebied minder goed geschikt, de afgelopen jaren heeft Vechtpoort 1 (of delen van het gebied) meerdere keren onder water gestaan. 4. Wij hebben het idee dat er geen goede belangenafweging heeft plaatsgevonden tussen de andere mogelijke delen van de stad die ook bebouwd kunnen worden. Zo heeft de gemeente Zwolle in het gebied Dijklanden al jaren veel grond zelf in eigendom, en hoeft er dus veel minder grond onteigend te worden. Ook dat gebied kent, net als Vechtpoort, mooie en minder mooie plekken. Vooral omdat de gemeente zelf al veel grond in eigendom heeft en er daar een goede ontsluiting is, is het minder bezwaarlijk om een woonwijk in Dijklanden te bouwen. Dit heeft daarom onze voorkeur boven Vechtpoort 1. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We hebben begrip voor de geuite zorgen. We onderzoeken of de bestaande (recreatieve) functies onderdeel kunnen zijn van de beoogde ontwikkeling van het gebied met woningbouw. In het gebiedsproces wordt dit verder opgepakt en gaan we daarover ook het gesprek aan. In verschillende eerdere gesprekken is al eens gesproken of er mogelijkheden liggen voor een doorontwikkeling naar stadslandbouw en in hoeverre het bedrijf daarin een rol kan gaan vervullen (korte voedselketen). Graag zetten we dit gesprek voort. Ad2-3. We beseffen dat het gebied gebruikt wordt voor rust en ontspanning. Er ligt echter een forse woningbouwopgave waarvoor planologisch ruimte nodig is. In de ontwerp-Omgevingsvisie leggen we dit uit en wijzen we gebieden daarvoor aan. Tegelijk noemen we blauwgroen als één van de belangrijkste ontwerpprincipes en realiseren we een stadspark. Ook wij vinden rust en ontspanning belangrijk en de uitdaging is een woonwijk te realiseren die hierop aansluit. Ad3-4. Het klopt dat Vechtrand een laag gelegen gebied is en vatbaar is voor wateroverlast. We noemen dat ook expliciet in de aangevulde ontwerpOmgevingsvisie. We zien mogelijkheden om in het gebied een klimaatadaptieve ontwikkeling te ontwikkelen, waar wonen en water samengaan.

Door het landschap, waarin hogere delen en lagere delen elkaar afwisselen, heeft het gebied veel potentie om vernieuwende vormen van wonen vorm te geven. Daarbij gaan waterberging en woonwijk in elkaar op en geleiden fietspaden, wegen en spoorlijnen het water of ze bieden een extra bescherming bij extreem veel water. Vechtpoort 1 maakt onderdeel uit van het gebied Vechtrand. In dit 48/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage gebied komen meerdere opgaven samen die complementair aan elkaar zijn, passend ook in de Verstedelijkingsstrategie voor de regio Zwolle. Voor ZwolleZuid geldt hetzelfde waarbij we vooral koppelkansen zien in de mobiliteitsopgave, mede ook in relatie tot een extra treinstation. De optie Dijklanden die indiener noemt, ligt in die zin minder voor de hand. Daarnaast betreft het de uiterwaarden van de Vecht in een landschappelijk- en cultuurhistorisch waardvol gebied dat als uitloopgebied fungeert voor de wijk Aa-landen, Holtenbroek en ook Stadshagen. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.23

Zienswijze nummer A23 Samenvatting zienswijze: 1. Bij mogelijke bebouwing dient er rekening gehouden te worden met cultuurhistorische-, landschappelijke- en natuurwaarden in het gebied. Geen doorsnijding van eeuwenoude verbindingsroutes, geen kap van waardevolle bomen, behoud van het karakteristieke landschap et cetera. Hoe wilt u die waarden in het gebied behouden? 2. De rapportage van Witteveen + Bos d.d. 15 september 2025 oordeelt negatief over het omgevingseffect van het voorgenomen beleid. Ook de samenvatting op pagina 19 GBP stemt voor de omgevingseffecten niet erg gunstig. In de OER wordt aangegeven dat er nog veel onzekerheden zijn en zelfs dat er kennisleemte is. Hoe wilt u beleid maken terwijl er nog onvoldoende kennis en feitenmateriaal beschikbaar is? 3. Bij een groot aantal punten staat dat plannen op plan- of projectniveau beoordeeld dienen te worden omdat significante gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. U schuift daarmee de problemen voor zich uit. Bent u met mij van mening dat bewoners in en rond het gebied nu al recht hebben op informatie over de gevolgen van de plannen voor woningbouw in het gebied en niet in onzekerheid gelaten dienen te worden? En wat als op plan- en projectniveau blijkt dat de plannen niet uitvoerbaar zijn. Hebben economische gevolgen dan voorrang? 4.

Voor de Kuyerhuislaan wordt aangegeven dat er een sterke toename van het verkeer zal plaatsvinden. De Kuyerhuislaan kent nu al een grote diversiteit aan gebruikers met sterk verschillende snelheden: hardlopers, paardrijders, wandelaars, fietsers, auto’s, landbouwverkeer, vrachtverkeer et cetera. Deze weg is een sluiproute voor verkeer vanuit Berkum naar de Ceintuurbaan (de kruising nabij restaurant Loetje). Een voet- of fietspad ontbreekt. Welke maatregelen bent u voornemens te nemen om de verkeersveiligheid te vergroten: a) in de toekomst, samenhangend met bebouwing Vechtpoort en b) mogelijk nu al, zoals het verlagen van de maximumsnelheid, het plaatsen van pollers, instelling éénrichtingsverkeer en meer snelheidscontroles (60 km per uur is echt te hard op deze weg met enkele onoverzichtelijke bochten). 49/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 5. De bouw in Vechtpoort en het extra verkeer zal leiden tot extra stikstofdepositie boven de normen. Welke mitigerende maatregelen bent u voornemens te nemen? Wat is het effect daarvan? 6. Afsluitend geeft de indiener aan het wonderlijk te vinden dat de termijn voor het indienen van een zienswijze op een zondag afloopt. De indiener vraagt om de toezegging om in de toekomst voor een andere dag te kiezen. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. In de ontwerp-Omgevingsvisie is te lezen dat een cultuurhistorische- en landschappelijke analyse gedaan wordt bij de start van het gebiedsproces. Daarbij worden bestaande, te behouden en de te versterken waarden in beeld gebracht. Ad2. De conclusie die wordt getrokken is niet vreemd, omdat in de ontwerpOmgevingsvisie ruimte wordt gereserveerd voor wonen, economie, water, mobiliteit en energie. We hebben een opgave te realiseren met elkaar. Dit doen we met in achtneming van geldende wet- en regelgeving, waarin omgevingskwaliteit één van de onderwerpen is. In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt de strategische koers uitgezet. De uitwerking daarvan vindt plaats in de komende gebiedsprocessen. Daarbij horen ook de benodigde onderzoeken. Daarmee gaan we de komende tijd aan de slag. We hebben deze ook juridisch nodig om straks het Omgevingsplan te kunnen vaststellen. Ad3. We kunnen pas inzicht bieden als bekend is wat het stedenbouwkundig- en landschappelijk plan wordt voor het gebied. Dit valt niet binnen de reikwijdte van de Omgevingsvisie. Daar wordt de strategische koers uitgezet. De inkleuring van het gebied met uiteindelijk ook het antwoord op de vraag welke functie waar landt, is onderdeel van het komend gebiedsproces.

Daarin worden ook de financiën meegenomen en ook daarin hebben we rekening te houden met de uitgangspunten zoals we deze in de ontwerp-Omgevingsvisie hebben opgenomen (o.a. in de algemene- en specifieke condities) Ad4. Ook dit betreft een onderdeel van het komend gebiedsproces. We nemen daarin uw zorgen mee en u wordt van harte uitgenodigd met ons mee te denken. Ad5. We hebben ons hier te houden aan de wet- en regelgeving rondom Natura 2000 gebieden. Ook daarvoor zullen de vereiste onderzoeken worden opgestart. Ad6. We nemen kennis van de opmerking dat de laatste dag van de termijn op een zondag viel. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en):

50/154

Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

2.2.24

Zienswijze nummer A24

Datum

Samenvatting zienswijze: 1. Volgens de indiener van de zienswijze is de onderbouwing voor Vechtpoort 1 als woningbouwlocatie onvoldoende. Er is geen ‘evenwichtige toedeling van functies en locaties. 2. Woningbouw moet met name plaatsvinden in het bestaande bebouwde gebeid 3. Gelet op de grote woningbouwopgave noemt de indiener van de zienswijze het begrijpelijk dat ook naar Vechtpoort 1 als woningbouwlocatie wordt gekeken. Dit is een complexe opgave en moet zorgvuldig aangepakt worden. De indiener noemt specifiek een aantal thema’s, namelijk: a. De bestaande karakteristieken van het gebied; b. De cultuurhistorische landschappelijke en ecologische kwaliteiten; c. Verkeer; d. een natuurzone tussen de Kuyerhuislaan en het nieuwe woongebied om ruimte te bieden geluids- en lichthinder; e. De waterveiligheid. Het is gebeid is laag gelegen en gevoelig voor wateroverlast; f. Geen hoogbouw; g. Behoud van leefbaarheid h. De recreatieve functie van het gebied 4. Er is ten onrechte voorkeursrecht gevestigd op een deel van de aangegeven percelen. 5. Het gebied tussen het Thorbecke scholengemeenschap en het Isala ziekenhuis en de Kuyerhuislaan moet blijven zoals het nu is. Een invulling met woningbouw gaat ten koste van de openheid, de agrarische- en natuurwaarden. 6. Wij vragen u om ons en de andere bewoners van de Kuyerhuislaan op de hoogte te houden van vervolgstappen.

Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Een Omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In dit geval de hele gemeente Zwolle. Op basis van onderzoeken, een scenariostudie en een participatietraject is op een zorgvuldige wijze gekomen tot de voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie. Ad2. In de ontwerp-Omgevingsvisie staat dat we kiezen voor woningbouw in de bestaande stad en aansluitend daaraan. Paragraaf 4.2.2. gaat hier nader op in en bevat ook een tabel waar de toekomstige woongebieden in Zwolle zijn. Ad3. Paragraaf 4.3.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie benoemt generieke condities met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in Zwolle. Ook bij de in de visie aangekondigde gebiedsontwikkelingen staan specifieke condities die gelden bij de verdere 51/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage planuitwerking. Die condities voor Vechtrand (inclusief. Vechtpoort 1 staan in paragraaf 4.3.7.2 en gaan in op de door de indiener van de zienswijze genoemde thema’s; Er is volgens u ten onrechte voorkeursrecht gevestigd op een deel van de aangegeven percelen. Het is nu niet meer mogelijk om een bezwaarschrift tegen het gevestigde voorkeursrecht Vechtpoort 1 in te dienen. De gemeenteraad heeft op 24 november jl. een besluit genomen over de bezwaren die hiertegen waren ingediend. De stukken met betrekking tot dit besluit staan op de website van de gemeente (link, punt 12). Het gevolg van het raadsbesluit is dat het voorkeursrecht in het gebied Vechtpoort 1 in stand is gebleven. De bezwaarmakers zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de rechtbank. Het gebied tussen Oosterenk en de Kuyerhuislaan maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Vechtrand en is als deelgebied aangewezen als ‘Stadspark Vechtrand’. Dit staat tekstueel in paragraaf 4.2, onderdeel groen en paragraaf 4.3.7.2. Het stadspark staat niet op de kaart. Dat is wel de bedoeling en passen we aan. In het verlengde hiervan geldt dat ook voor ‘stadspark Stadsbroek’.

De gemeente heeft het beleid hoe de Zwolse samenleving te betrekken bij ruimtelijke plannen vastgelegd in Hanza!. Dat is het kader om bij de planuitwerking van Vechtrand een participatieplan te maken waarin staat hoe een ieder betrokken kan zijn/geïnformeerd wordt bij het verdere planvormingsproces.

Ad4.

Ad5.

Ad6.

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☐ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☒ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): •

2.2.25

De stadsparken ‘Stadsbroek’ en ‘Vechtrand’ tekenen we in op de digitale plankaart.

Zienswijze nummer A25 Samenvatting zienswijze: De indiener van de zienswijze vraagt bij de planuitwerking van de Vechtrand rekening te houden met bijzondere karakter van het gebied en de rust die hier is. Ook een goede en veilige ontsluiting van de nieuwbouw met woningen is belangrijk. Zienswijze heeft betrekking op: ☐ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Paragraaf 4.3.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie benoemt generieke condities met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in 52/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Zwolle. Ook bij de in de visie aangekondigde gebiedsontwikkelingen staan specifieke condities die gelden bij de verdere planuitwerking. Die condities voor Vechtrand (inclusief. Vechtpoort 1) staan in paragraaf 4.3.7.2 en gaan in op de door de indiener van de zienswijze genoemde thema’s. Dat wil onder andere zeggen dat we de kwaliteiten van het gebied (onder andere biodiversiteit, landschapskwaliteiten, cultuurhistorie) betrekken bij de verdere planvorming. Ook verkeersveiligheid en een goede ontsluiting van het gebied vinden we als gemeente belangrijk. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.26

Zienswijze nummer A26 Samenvatting zienswijze: 1. De indiener brengt onder de aandacht dat uit de OER naar voren komt dat het omgevingseffect van het voorgenomen beleid zonder meer als negatief beoordeeld wordt. 2. De indiener vraagt zich af waarom er, tegen de achtergrond van nabijgelegen Natura 2000- en NNN-gebieden, niet (althans, volgens indiener niet voldoende kenbaar) op zorgvuldige wijze naar alternatieven is gezocht, zoals het intensiveren in reeds bebouwd gebied. 3. De indiener is van mening dat de problematiek vooruit lijkt te worden geschoven doordat de Globale Passende Beoordeling geen juridische status heeft en stelt dat er op dit cruciale onderdeel sprake is van een onvoldragen visie en van een onzorgvuldige voorbereiding. 4. De indiener leest dat de OER negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden constateert. Ook leest de indiener in de globale passende beoordeling dat er een ‘blinde vlek’ is voor de gevolgen voor de natuur, en dat nadere effectbeoordelingen op plan- of projectniveau noodzakelijk zijn. De indiener vraagt daarom om, voorafgaand aan een verdere uitwerking, een volledige passende beoordeling uit te voeren en te reflecteren op maatregelen. Dit ontbreekt nu in de ontwerp-omgevingsvisie. 5. De indiener stelt dat de Kuyerhuislaan en de Helmhorstweg nu al drukke, relatief krappe wegen zijn met veel sluipverkeer en ongevallen.

De plannen voor extra woningen in Vechtpoort en Berkum zullen volgens de indiener deze problemen verder vergroten. 6. De indiener merkt op dat de ingrepen die in de OER worden aangegeven zeer generiek zijn en ingaan op de stadsring, terwijl de Ceintuurbaan nu al ‘oververzadigd’ is. 7. De indiener voorziet dat door de verwachte toename van intensiteiten op de Ceintuurbaan de problemen zich verplaatsen en juist sluiproutes zoals de Kuyerhuislaan en het Kiekeboslaantje, en dat deze wegen gevaarlijke en hinderlijke knelpunten worden.

53/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 8. De indiener concludeert dat de infrastructuur de plannen niet aan kan en noemt het onbegrijpelijk dat de uiteindelijke verkeerssituatie, na ontwikkeling van de nieuwe wijken, in het geheel niet is meegenomen. 9. De indiener verzoekt om verkeersdruk en verkeersveiligheid beter in kaart te brengen en te monitoren en daarvoor een transparant en concreet plan op te stellen voor het invullen van kennisleemtes, inclusief periodieke rapportages en betrokkenheid van belanghebbenden. 10. De indiener vraagt of er een verkeerscirculatieplan komt dat wegen als de Kuyerhuislaan ontlast en of er een maximumsnelheid van 30 km/u komt inclusief bijpassende fysieke inrichting en handhaving. 11. De indiener wijst erop dat de toename van verkeersintensiteit ook leidt tot hogere concentraties stikstofdioxide en fijnstof en vindt dat de luchtkwaliteit moet worden opgenomen in het monitoringsprogramma. 12. De indiener verzoekt de gemeente om bovengenoemde punten mee te nemen bij de verdere uitwerking zodat negatieve effecten op natuur, luchtkwaliteit en verkeersveiligheid worden voorkomen of geminimaliseerd. 13.

De indiener stelt dat er sprake is van een voor Zwolle uniek landschap met belangrijke cultuurhistorische waarden en vindt het niet evenredig wanneer dat wordt opgeofferd voor een woningbouwopgave die ook – en beter – elders zou kunnen worden gerealiseerd. 14. De indiener begrijpt niet waarom het ‘Parapluplan cultuurhistorie’ niet lijkt te zijn geïntegreerd in de ontwerp-omgevingsvisie. Het beschermen van waardevolle, voor Zwolle unieke landschappelijke structuren, worden volgens de indiener niet beschreven in de ontwerp-omgevingsvisie. 15. De indiener is van mening dat de ontwerp-omgevingsvisie moet worden aangevuld met concrete beleidsuitgangspunten voor behoud en versterking van cultuurhistorische waarden. 16. De indiener sluit af met dat de voorgenomen schaal van woningbouw in Vechtpoort haaks staat op het dorpse karakter van Berkum, Veldhoek en Herfte. De woningbouw zou beperkt moeten worden tot een schaal die past bij het gebied. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. De conclusie dat er negatieve effecten zijn is juist. In de ontwerpomgevingsvisie wordt ruimte gereserveerd voor wonen, economie, water, mobiliteit en energie. De gemeente heeft een opgave te realiseren en doet dit met inachtneming van geldende wet- en regelgeving waarin omgevingskwaliteit een belangrijk onderwerp is. Ad2. De ontwerp-omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling en is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen op basis van onderzoeken, een scenariostudie en een Ruimtelijk Toekomstperspectief, inclusief uitgebreid 54/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage participatietraject. De gemeenteraad heeft unaniem besloten voor woningbouw in zowel de bestaande stad als in de stadsranden (Vechtrand en ZwolleZuid/zuid). De alternatieven zijn uitgewerkt in de scenariostudie en zijn tevens beoordeeld in de Omgevingseffectrapportage (OER). De OER heeft gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage gelegen. Ad3-4. We kunnen pas inzicht bieden als bekend is wat het stedenbouwkundig- en landschappelijk plan wordt voor het gebied. Dit valt niet binnen de reikwijdte van de Omgevingsvisie, daarin wordt de strategische koers uitgezet. De inkleuring van het gebied met welke functie waar landt, is onderdeel van het komend gebiedsproces. Daarin hebben we rekening te houden met de uitgangspunten zoals we deze in de ontwerp-Omgevingsvisie hebben opgenomen (o.a. in de algemene- en specifieke condities). Ook dan zal nadere effectbeoordelingen op plan- of projectniveau, zoals in de OER wordt aangegeven, mogelijk zijn. Ad5. De verkeerssituatie op de Kuyerhuislaan is onderdeel van het komende gebiedsproces. De gemeente neemt de zorgen hierover mee in dat proces en nodigt u uit om mee te denken. Ad6. De Ceintuurbaan is onderdeel van de strategische ontwikkelzone Stadsring.

De opmerkingen in de OER over de stadsring gaan dus ook over de Ceintuurbaan. Ad7-10 De ontsluiting van Vechtpoort 1 is onderdeel van het komende gebiedsproces en wordt daarin bepaald, als onderdeel van de totale integrale opgave. De opzet van de wijk en het aantal woningen is mede van invloed op de wijze van ontsluiting, de ligging daarvan en de benodigde capaciteit van (bestaande) wegen. Hierbij gaat het niet alleen om de nieuw aan te leggen wegen, maar ook om de capaciteit van het bestaande wegennet waarop deze nieuwe ontsluitingswegen aangesloten worden. De tekst in de ontwerp-omgevingsvisie in samenhang met de kaart “Raamwerk mobiliteit - Nieuwe gebiedswijkontsluiting” laat zien dat de auto-ontsluiting van de nieuwe woonwijk niet volledig via Berkum loopt, maar richting de Ceintuurbaanzone en de Nieuwe Hessenweg/N340. Bij een grootschalige woningbouwontwikkeling zoals Vechtpoort is altijd nieuwe auto-infrastructuur nodig, in dit geval richting de Ceintuurbaan. De invulling daarvan is geen onderdeel van de ontwerpomgevingsvisie en vindt plaats in het gebiedsproces dat in 2026 start. Er zal dan nader onderzoek worden gedaan naar de ontsluiting van het gebied, waarbij ook wordt gekeken wat bestaande wegen aankunnen en hoe deze ingericht zijn. Mogelijkheden om bestaande wegen anders in te richten is onderdeel van het gebiedsproces.

Overigens is in 2025 een globale verkenning gedaan naar de bestaande en toekomstig benodigde infrastructuur, onder andere de ontsluiting van Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/zuid. De resultaten uit deze ‘netwerkaanpak’ zijn gebruikt ten behoeve van de OER. Ad11-12 Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 7-10, en voegen daaraan toe dat luchtkwaliteit één van aspecten is die verplicht moet worden meegenomen bij gebiedsontwikkelingen, ook die van Vechtrand met Vechtpoort 1, evenals geluid en andere milieunormeringen. Omgevingskwaliteit is een belangrijk thema voor gemeente Zwolle.

55/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Ad13. Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 1 en 2. Daar voegen we aan toe dat de kaders voor het aanvullen van de Zwolse Omgevingsvisie de ‘Regionale Verstedelijkingsstrategie Zwolle’ en een ’Gebiedsgericht MIRTonderzoek bereikbaarheid Zwolle en omgeving’ waren. De keuzes in de Zwolse ontwerp-Omgevingsvisie komen mede voort uit deze regionale beleidsdocumenten. De verstedelijkingsstrategie en het BO-MIRT onderzoek kwamen tot stand in afstemming met rijk, provincie, waterschappen en gemeenten in de Regio Zwolle. De colleges in de Regio Zwolle hebben hiermee ingestemd en de gemeenteraden daarover geïnformeerd. Ad14-15. In de ontwerp-omgevingsvisie is wel degelijk opgenomen dat we aandacht hebben voor bestaande structuren en huidig gebruik (paragrafen 5.2.5 en 5.2.6). Daarnaast is benoemd dat het beleid voor cultuur- en archeologie behoud 'in situ' is: wanneer sprake is van grondverstoring, als gevolg van het ontwikkelen van een nieuwe woonwijk, is archeologisch onderzoek nodig. Daarom is het uitvoeren van een cultuurhistorische en landschappelijke analyse onderdeel van de gebiedsuitwerkingen voor Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/zuid. Overigens kan het ‘Parapluplan cultuurhistorie’ gezien worden als een nadere uitwerking van een omgevingsvisie.

Deze gaat over specifieke locaties en bijbehorende bestemmingen die worden geduid in het Omgevingsplan. De omgevingsvisie is geen logische plek voor deze concrete thematische uitwerking. Ad16. Hiervoor verwijzen we naar het antwoord onder 1, en 3-4. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.27

Zienswijze nummer A27 Samenvatting zienswijze: 1. Camping ’t Hofje is al 25 jaar gevestigd ten zuiden van de woonwijk Zwollezuid. De indiener van de zienswijze hecht veel waarde aan de locatie van de camping, die is gelegen in het prachtige Zwolse buitengebied nabij de bruisende binnen stad van Zwolle. Met ontwikkeling van de woonwijk Zwollezuid/zuid komende kernwaarden van de camping onder druk te staan: rust, ruimte en natuur. Hoewel de woningnood voor de gemeente Zwolle wordt erkent, vindt de indiener van de zienswijze het van groot belang dat er rekening gehouden wordt met de huidige bedrijfsvoering van onze camping. 2. De camping ligt in de hoofdgroenstructuur, zoals door de gemeente is vastgelegd in de huidige en nu voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie. De natuur rondom Zwolle en de camping heeft grote aantrekkingskracht op bezoekers. Het is de wens van de indieners van de zienswijze dat het landgoed Zandhove, via de camping, een verbinding krijgt met het bos bij Zandhove. Die verbinding kan tevens dienen als ecologische corridor en bijdrage aan behoud en versterking van flora en fauna in het gebied.

56/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 3. De gemeente heeft baat bij een goed lopend recreatief bedrijf in het buitengebied van Zwolle, vanwege: a. de uitgaven van bezoekers bij andere bedrijven in en rondom Zwolle. En; b. de afdracht van de camping aan de gemeente in de vorm van toeristenbelasting; 4. Camping ’t Hofje zet in op een duurzame bedrijfsvoering: van overkappingen tot schuttingen, van straten tot toiletgebouwen. Alle gebouwen zijn gemaakt van hergebruikt hout, en het hergebruiken van dakpannen of ‘oude’ spoorbielzen. Op deze manier beperken de camping de ecologische voetafdruk. Alles wordt in een stijl gebouwd die past bij de historie van de omgeving van materialen uit de omgeving. Tevens wordt stroom ook duurzaam opgewekt doordat er meer dan 60 zonnepanelen aanwezig zijn, wat voor een groot deel van de energiebehoefte voorziet. 5. De indiener herkent zich in veel ambities die de gemeente ook heeft: a. Behouden kwaliteit van het huidige buitengebied; b. Groen groeit mee; c. Uitbreiden groen om de stad met dagrecreatief bos; d. Stimuleren van wandelen en fietsen; e. Behouden en versterken van biodiversiteit; f. Toepassen van een sterk bomenbeleid 6. Het verzoek van de indiener van de zienswijze is om de groene corridor op en rondom het bedrijf door te trekken.

Zodanig dat het bedrijf bedrijfseconomisch goed kan blijven functioneren. Met het bouwen van woningen direct om de camping verliest het bedrijf haar unieke waarden: rust, ruimte en cultuur. Zienswijze heeft betrekking op: ☐ Ontwerp-Omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We nemen kennis van dit deel van de zienwijze. Ad2. Paragraaf 4.3.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie benoemt generieke condities met uitgangspunten/voorwaarden voor de planuitwerking van gebiedsontwikkelingen in Zwolle. Ook bij de in de visie aangekondigde gebiedsontwikkelingen staan specifieke condities die gelden bij de verdere planuitwerking. Die condities voor Zwolle-Zuid/zuid staan in paragraaf 4.3.7.3. Eén van de condities is het parkachtige karakter van de landgoederen Zandhove en Windesheim doortrekken en versterken in de nieuwe woonwijk Zwolle-Zuid/zuid. De uitwerking daarvan vindt plaats bij de verdere planuitwerking van Zwolle-Zuid/zuid. Ad3. We nemen kennis van dit deel van de zienwijze en onderschrijven het economische belang van de camping voor de gemeente Zwolle; Ad4. We nemen kennis van dit deel van de zienswijze. We waarderen de inzet van de camping in de duurzame bedrijfsvoering die zij nastreven. 57/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Ad5. Ad6.

We nemen kennis van dit van de zienswijze. Zie de reactie van de gemeente onder ‘2’. Aanvullend daarop. Eén van de condities voor de planuitwerking van Zwolle-Zuid/zuid is te onderzoeken hoe bestaande functies, zoals de camping, onderdeel kunnen zijn van de planuitwerking Zwolle-Zuid/zuid.

Wat betekent dit voor de Omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.28

Zienswijze nummer A28 Samenvatting zienswijze: - De indiener dient deze zienswijze in namens 75 huishoudens van de Schermerhornstraat, Van Schaikstraat en andere wijkbewoners van Ittersumerbroek ten aanzien van de ontwerp-Omgevingsvisie Zwolle. De indiener heeft meerdere bijlagen meegestuurd die de zienswijze inhoudelijk ondersteunen. - De indiener constateert dat in de huidige planvorming voor het ontwikkelgebied Zwolle-Zuid/zuid onvoldoende concrete waarborgen zijn opgenomen voor bescherming van de bestaande woonwijk Ittersumerbroek tegen toekomstige wateroverlast. Er wordt door de indiener verzocht om de ontwikkeling en realisatie van een samenhangende ecologische blauw/groene corridor aansluitend aan de huidige begrenzing aan de zuidzijde van de Schermerhornstraat en Van Schaikstraat op te nemen in de ontwerpOmgevingsvisie. De indiener heeft een inhoudelijke onderbouwing aangedragen voor dit verzoek. - De indiener verzoekt de gemeente om, overwegende benoemde argumenten in de inhoudelijke onderbouwing, om in de ontwerp-omgevingsvisie expliciet en concreet vast te leggen: a. Dat de ecologische blauw/groene corridor achter de Schermerhornstraat en Van Schaikstraat wordt aangewezen als prioritaire ecologische zone en waterbergingsgebied, met een minimale breedte van 75 meter tot aan aansluiting camping 't Hofje van Zuthem; b.

Volgens de indiener moet scenario 1 uit de indiener zijn onderbouwing, welke ingaat op de waterkoppeling IJssel-Weteringen, als uitgangspunt worden genomen. Bij onhaalbaarheid moet scenario 2 uit de indiener zijn onderbouwing worden gerealiseerd. c. Dat er een groennorm van minimaal 300 m² per inwoner als randvoorwaarde dient te gelden voor de uitbreidingslocaties ZwolleZuid/zuid en Vechtrand; d. Dat behoud van bestaande, oudere bomen voorrang moet krijgen boven compensatie door nieuwe aanplant. - De indiener wil dat als randvoorwaarde wordt gesteld dat deze corridor in de planvorming, inrichting en uitvoering van Zwolle-Zuid/zuid zo wordt vormgegeven: 58/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

-

-

-

a. Dat de waterveiligheid voor Ittersumerbroek wordt gegarandeerd; b. Dat de gemeente zorgt dat het risico van de overbelasting van het watersysteem en sponswerking als beheersmaatregel, niet verplaatst wordt naar de bestaande wijk waarbij de bewoners van de Schermerhornstraat / Van Schaikstraat als eerste met de consequenties geconfronteerd worden; c. Dat de watergang tussen Zandwetering en IJssel met verbinding via gemaal nabij Materiaalhaven Harculo wordt gerealiseerd en dat het gemaal wordt aangepast zodat deze ook kan lozen in plaats van enkel inlaten van water. Via deze verbinding hebben volgens de indiener de beheerders van het watersysteem de mogelijk tot sturen van de waterstroom; d. Dat de verzekerbaarheid van woningen tegen klimaatschade is gewaarborgd; e. Zodat biodiversiteit optimaal wordt versterkt; f. De ecologische verbinding tussen Veluwe en Salland wordt hersteld; g. Het gebied niet publiek toegankelijk is om verstoring te voorkomen, met expliciete aanwijzing van alternatieve recreatiegebieden; h. De aansluiting op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt geborgd en bijdraagt aan de provinciale natuurdoelen; i. Het voldoen aan stikstofnormen wordt ondersteund door de luchtzuiverende werking van vegetatie; j. Het bestaande leefgebied van ijsvogel, vleermuizen, uilen en andere beschermde soorten wordt beschermd en versterkt; k.

En de genetische uitwisseling tussen het Zandhovebos en de Veluwe wordt gefaciliteerd. De indiener wil dat in de startnotitie voor de gebiedsuitwerking wordt opgenomen: a. Een concrete ambitie of juridisch bindende norm voor het waterbergingsvolume in het corridorgebied en aangrenzende buitengebiedsdelen; b. Een verdiepende verkenning naar het huidige en potentiële waterbergingsvolume in deze gebiedsdelen (inclusief de uitbreidingslocaties); c. Onderzoek naar de benodigde inrichting om water dat niet via watergangen afgevoerd kan worden tijdelijk (dagen, weken) op land en/of in te verbreden watergangen te bergen; d. Een impactanalyse van dergelijke waterbergingen op bestaande bebouwing, nutsvoorzieningen en bestaand grondgebruik (landbouw, bos/natuur), inclusief mitigerende maatregelen. De indiener verzoekt dat in de gebiedsuitwerking samenwerking wordt gezocht met Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, WDOD en verzekeraars voor optimale ecologische inrichting en risicobeperking. De indiener geeft aan graag bereid te zijn om samen met de gemeente en andere partners invulling te geven aan deze ambitie. De bewonersgroep staat open voor deelname aan het participatietraject en kan rekenen op brede steun 59/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage in de wijk, zoals blijkt uit het grote aantal ondertekenaars. De indiener verwijst daarbij naar de bijlage met 75 adressen die deze zienswijze hebben ondertekend. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We danken de indieners voor de zienwijze en de bijlagen daarbij. We hebben beide met interesse gelezen en brengen zowel de zienswijze, als de bijlagen in bij het komend gebiedsproces. Ad2. We zijn het niet eens met deze conclusie. De wijze waarop omgegaan wordt met water, zowel in de nieuwe te realiseren wijk, als in relatie tot de aangrenzende gebieden, is onderdeel van het komend gebiedsproces. Water is daarin onderdeel van de integrale opgave en mede richtinggevend voor de uitwerking. In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt de koers uitgezet. De wijze waarop aan deze koers uitvoering wordt gegeven, betreft de uitwerking daarvan. Bij de uitwerking zijn we gehouden aan de condities daarvoor zoals deze in de ontwerp-Omgevingsvisie staan genoemd. Eén daarvan is klimaat. We zijn ons bewust van onze bijzondere ligging en welke verantwoordelijkheden dit met zich meebrengt. Dat start in paragraaf 1.3 (Het verhaal van Zwolle: leven met water). Vervolgens wordt deze lijn doorgetrokken in paragraaf 3.3 over de basiswaarden en in dit specifieke geval paragraaf 3.3.5 (Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroennetwerk). Daar staat: “Zwolle koestert zijn ligging in de IJssel-Vechtdelta. Deze ligging heeft voorspoed en welvaart gebracht en biedt ons een prachtig landschap.

Onze ligging in de delta heeft altijd richting gegeven aan de (ruimtelijke) ontwikkeling van Zwolle en het gebied eromheen. Maar de ligging in een delta maakt ook kwetsbaar, gelet op de grotere weersextremen als gevolg van klimaatverandering. We moeten onze inwoners, bedrijven en leefomgeving daarom blijven beschermen. Dat doen we door slim om te gaan met water, en te blijven werken aan een robuust blauwgroen netwerk. Dat is in het belang van onze veiligheid, gezondheid en kwaliteit van leven”. Verder doorlezend in de ontwerp-Omgevingsvisie nemen we in paragraaf 3.5 de 6 ruimtelijke principes, waarbij we in antwoord op de zienswijze vooral het principe ‘Nieuw helpt bestaand’ hier naar voren halen. Hier is het volgende te lezen: “We versterken de identiteit van Zwolle, waarbij het leven met water centraal staat, met de landschappelijke structuren als een stevig fundament. Investeringen dragen onder andere bij aan het versterken van het natuurlijk water- en bodemsysteem op lokaal, regionaal, en landelijk niveau”. Hoofdstuk 4 start met de paragraaf over blauwgroen met daarin ook een fors aantal condities. We kiezen voor een klimaatadaptieve groei. In paragraaf 4.3.2 komen vervolgens de generieke- en specifieke condities die in acht moeten worden genomen, waaronder ook voor Zwolle-Zuid/zuid in paragraaf 4.3.7.3. 60/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad3.

Ad4.

Ad5. Ad6.

Ad7.

We onderkennen de zorgen van de indieners van de zienswijze. Deze worden in de ontwerp-Omgevingsvisie ook geadresseerd. De wijze waarop de klimaatadaptieve ontwikkeling van Zwolle-Zuid/zuid vormgeven wordt, valt echter buiten de reikwijdte van de ontwerp-Omgevingsvisie. De uitvoering daarvan vindt plaats in het komend gebiedsproces. Graag maken we daarbij gebruik van alle informatie die in de zienswijze staat benoemd, en in de bijlagen te lezen is. We onderschrijven het belang en de noodzaak van een blauwgroene ecologische corridor. Deze staat ook expliciet benoemd bij de specifieke condities. Daarover verschillen we niet van mening met de indieners van de zienswijze. We kunnen deze corridor echter nu niet al op kaart vastleggen, zoals de indieners beogen. De wens is deze corridor namelijk achter hun huizen te leggen met een maatvaste en precieze locatieaanduiding daarvan. Onder verwijzing naar 2 en 4 kunnen we niet meegaan in dit verzoek. We staan voor een integrale aanpak, waarbij alle feiten, kennis en belangen op tafel moeten liggen. Pas dan is een weloverwogen goede keuze te maken over de locatie(s) van de woningen, de ontsluiting daarvan, het station, bestaande functies in het gebied, de landschappelijke structuren, de ecologische blauwgroene corridor e.v. Het betreft een samenhangend geheel dat dan ook in samenhang in het komend gebiedsproces zijn beslag moet krijgen.

We lezen dat er enerzijds oproepen worden gedaan waarmee rekening moet wordt gehouden en anderzijds ook concrete voorstellen genoemd worden die in acht moeten worden genomen. We gaan op het niveau van de Omgevingsvisie geen ge-, dan wel verboden opnemen. In het komend gebiedsproces zijn verder natuur en landschap, cultuurhistorie, biodiversiteit en de waterhuishouding belangrijke thema’s. Deze staan dan ook opgesomd bij de generieke condities in paragraaf 4.3.2. Deze worden geanalyseerd en in kaart gebracht. Vervolgens wordt de uitkomst daarvan, naast onder andere ook de opgave voor wonen en mobiliteit gelegd (zie ook onder 3). Wat betreft groen verwijzen we naar het groen- en recreatiebeleid van de gemeente Zwolle zoals dit medio 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld (paragraaf 4 van het beleid). De startnotitie ten behoeve van het gebiedsproces wordt in Q1 van 2026 opgesteld. Daarin is klimaat een belangrijk thema (zie ook hiervoor). In het gebiedsproces worden meerdere stakeholders betroken, waaronder ook landschap- en natuurorganisaties, alsmede ook het waterschap en de provincie Overijssel. Hun adviezen nemen wij zeker mee. Uiteindelijk is de gemeenteraad degene die beslist over de vormgeving en de inrichting van de nieuwe wijk. De startnotitie bevat ook een plan van aanpak voor participatie, waarin wordt beschreven hoe de omgeving wordt betrokken bij het proces.

Het opzetten van werk- of begeleidingsgroepen vormt daarbij een belangrijk onderdeel. We nemen de wens van indiener om deel te nemen in het gebiedsproces mee naar de volgende fase voor gesprek.

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en) 61/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.2.29

Zienswijze nummer A29 Samenvatting zienswijze: 1. Voor de totstandkoming van de ontwerp-Omgevingsvisie is een participatietraject gevoerd. De uiteindelijke ontwerp-Omgevingsvisie en bijbehorende onderzoeken en bijlagen zijn zeer uitgebreid en complex. Door het ontbreken van samenvatting geeft het gemeentebestuur onvoldoende blijk van het belang van een goede toegankelijkheid van de gemeentelijke voornemens. Een toegankelijkheid die passend is voor een goede burgerparticipatie. Zowel voor belangenverenigingen, als voor individuele burgers. 2. Woningbouw aantallen fluctueren soms, waarbij de indiener van de zienswijze de vraag heeft of er overlap zit in de woningbouwplannen voor Vechtrand en de Ceintuurbaanzone. 3. Het is belangrijk bij het ontwikkelen van visie en plannen een goed inzicht te hebben in de woningbehoefte. Met name als je dit wilt voorleggen aan belangenorganisaties inwoners. Een overzicht in de woningbouwbehoefte en de woningbouwplannen wordt gemist vanuit de gemeente. 4. Hou verhoudt de hoeveel te bouwen woningen tot 2040 (met een doorkijk naar 2050) zich tot het beleidsvoornemen 1000 woningen per jaar te bouwen. 5. In paragraaf 4.4.1 (visie op hoogbouw) staat dat we tussen de 16.250 en 21.500 woningen willen bouwen tot 2040 in de bestaande stad. Dit lijkt niet overeen te komen met de geplande woningbouwaantallen in paragraaf 4.2.1 (Voor iedereen een (t)huis).

Zie de afsluitende tabel in die paragraaf. Daarin staat het zelfde aantal woningen, waarbij de uitbreidingslocaties in zijn meegenomen. 6. De A28 door Zwolle is een belangrijke autoweg met daaraan verbonden grote negatieve milieu- en gezondheidsaspecten. Ondertunneling daarvan gaat die negatieve effecten tegen en biedt kansen voor de stedelijke ontwikkeling van Zwolle. Onder andere op het gebied van woningbouw en het versterken van de stedelijke groenstructuren. De indiener van de zienswijze vraagt welke verkenning hiervoor is uitgevoerd om vervolgens de ruimtelijke keuzes voor Zwolle te bepalen in de voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie. 7. In 2021 heeft de indiener van de zienswijze een vergelijkbare zienswijze ingediend op de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie. Daarbij hoorde een uitgebreide toelichting over de nut en noodzaak van ondertunneling. Hierop is door de gemeente een heel minimale reactie gegeven. Er is niets gedaan met de inbreng, waardoor de indiener van de zienswijze geen vertrouwen heeft in participatie. 8. De gemeente Zwolle is toegetreden tot het Schone Lucht Akkoord. Het bevreemdt de indiener van de zienswijze dat de A28 in relatie tot dit akkoord niet staat genoemd.

Aan de ene kant spant Zwolle zich in voor de komst van een zero emissiezone en een verbod op vliegreclame, terwijl aan de andere kant per dag tienduizenden vervuilende voertuigen over de A28 dwars door de 62/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage stad Zwolle rijden. Maatregelen met betrekking tot de A28 zijn het grootst om de luchtkwaliteit in Zwolle te verbeteren. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☐ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Een Omgevingsvisie beschrijft de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De totstandkoming ervan vraagt zorgvuldig onderzoek naar de ruimtelijke impact van een aanzienlijke hoeveelheid thema’s op de fysieke leefomgeving. Wij kunnen ons voorstellen dat dit door omvang ervan complex is om allemaal te doorgronden. Ons streven is: a. Beleidsdocumenten leesbaar en begrijpelijk op te stellen. En; b. Beleidsdocumenten op te stellen die (juridische) voldoende houvast bieden bij de uitwerking en beoordeling van ruimtelijke plannen Daarnaast zijn we volgens de wet verplicht een Omgevingsvisie ter inzage te leggen via het ‘Digitaal Stelsel Omgevingswet’ (DSO). Verwijzing naar een publieksgerichte samenvatting is daarbij niet mogelijk. Het DSO biedt een ieder de mogelijkheid het relevante omgevingsbeleid op een bepaalde locatie inzichtelijk te krijgen door te klikken op een geografische plaatsbepaling. Ad2. In paragraaf 4.2.2. is een tabel opgenomen met de beoogde woningbouw in Zwolle. Het klopt dat de tabel niet overzichtelijk is. De woningbouwplannen zijn een regel naar beneden gesprongen ten opzichte van de hier aan gekoppelde woningbouwaantallen. Dit passen we aan. Vechtrand bestaat uit twee te ontwikkelen gebieden. Ceintuurbaanzone en Vechtpoort 1.

In de Ceintuurbaanzone zien we ruimte voor de bouw van circa 2500-5000 woningen en in Vechtpoort 1 1500-3000 woningen. Ad3. Wij hebben als gemeente inzicht in de Zwolse woningbouwplannen. Dat is in te zien via Wooninzicht. Daarnaast hebben bij het ontwikkelen van de ontwerpOmgevingsvisie een onderzoek gedaan naar de woonbehoefte in Zwolle. Dit onderzoek kunt u teruglezen via: Document Zwolle - 17. WONEN - B3 Eindproduct-KwalitatiefToekomstbeeldWonenZwolle - iBabs Publieksportaal Ad4. Het bouwen van 1000 woningen per jaar tot 2030 is een beleidsvoornemen die staat in de door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie. Dit voornemen staat niet in de voorliggende aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie. Reden hiervoor is: a. De planhorizon is verschoven naar 2040 met een doorkijk naar 2050; b. De ontwerp-Omgevingsvisie beschrijft waar we in Zwolle ruimte zien voor woningbouw. De verdere planuitwerking gaat plaatsvinden via zogenaamde ‘Omgevingsprogramma’s’. Daarin staat hoe de gemeente uitvoering wil geven aan in de Omgevingsvisie gestelde doelen en ambities. Het is de bedoeling in 2026 een Volkshuisvestingsprogramma te maken. Daarin staat onder andere de planning/prioritering van de 63/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad5.

Ad6.

Zwolse woningbouwopgave: wanneer komen waar welke woningen in Zwolle. De indiener van de zienswijze heeft gelijk dat hier geen juiste woningbouwaantallen staan. Het totaal van in deze paragraaf genoemde woningen is inclusief de woningbouwlocaties Vechtpoort 1 en Zwolle-Zuid/zuid buiten de stad. We passen deze zinsnede aan door de genoemde woningbouwaantallen te schrappen bij de eerstvolgende vaststelling van de Omgevingsvisie. Dit vervangen we door een ‘omvangrijk aantal’. Uitgangspunt voor het aanvullen van de Zwolse Omgevingsvisie waren de ‘Regionale Verstedelijkingsstrategie Zwolle’ en een ’Gebiedsgericht MIRTonderzoek bereikbaarheid Zwolle en omgeving’. Deze documenten zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met rijk, provincie, waterschappen en gemeenten in de Regio Zwolle. Dit leidde tot een set aan maatregelen om bereikbaarheid en mobiliteit in en om Zwolle voor de langere termijn te behouden. De opgaven, maatregelen en onderzoeksopgaven die hierin zijn geformuleerd zijn via de verstedelijkingsstrategie in de voorliggende ontwerpOmgevingsvisie terecht gekomen. De regionale onderzoeken gaan onder andere over het meer inzetten op duurzame mobiliteit, meer en beter hoogwaardig openbaar vervoer en het (binnenstedelijk) verlagen van de maximumsnelheid van 50 km/u naar 30 km/u.

Een ondertunneling van de A28 is hierin niet als maatregel uit naar voren gekomen als oplossing voor (toekomstige) bereikbaarheidsknelpunten in de Regio. Om te komen tot de voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie hebben we ook een scenariostudie gedaan (zie: Document Zwolle - Bijlage 1 - Scenariostudie Ons Zwolle van Overmorgen - iBabs Publieksportaal). De ondertunneling / overkluizing / verdiept aanleggen van de A28 is in meerdere scenario’s verkend. Op basis van de scenariostudie is een integrale afweging gemaakt om te komen tot ruimtelijke keuzes. Die ruimtelijkere keuzes zijn op 7 juli 2025 vastgesteld door de gemeenteraad en daarna vertaald in de nu voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie. Daarin is niet gekozen voor een ondertunneling van de A28. Het ontbreekt aan een fundamentele aanleiding om over te gaan op deze maatregel, zoals dat bij andere voorbeelden in Nederland veel meer het geval was. Dit ook in het licht van de verwachte enorme kosten die hierbij komen kijken. Inhoudelijke argumenten om niet te kiezen voor een ondertunneling van de A28 zijn: a. Vanuit luchtkwaliteit is er wettelijk geen directe aanleiding. Het is overigens maar de vraag of de luchtkwaliteit overal verbetert en niet voornamelijk lokaal is. Bij de tunnelmonden kan verslechtering optreden. b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=858c5cd4-fba1-4cb4-9abc-e33826074208