CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen aangevulde ontwerp

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Zienswijzen & zienswijzenota aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie42.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Toepassing van water en bodemsturen bij alle gebiedsontwikkelingen; c. Nieuw te ontwikkelen groen strategisch in te zetten voor het versterken van natuur en verminderen van recreatiedruk in bestaande natuurgebieden. Mens en dier hebben steeds meer last van lichtvervuiling. In de ontwerpOmgevingsvisie staat stilte genoemd als ruimtelijke kwaliteit. Over de waarde donkerte is in de ontwerp-Omgevingsvisie niets opgenomen. Zwolle kan hierin een voortrekkersrol nemen door beleid en samenwerking met initiatieven, zoals het nieuwe project vanaf 2026 Licht uit Nacht aan (Luna). De indiener van de zienswijze verzoekt de gemeente om beleidsregels op te nemen om: a. Beleidsregels op te nemen om lichtvervuiling en geluidsoverlast te beperken; b. Reductie van verlichting bij sportvelden en bedrijven te stimuleren. De indiener van de zienswijze verwijst naar een artikel over veiligheid in relatie tot verlichting Het is niet duidelijk hoe de gemeente kringlooplandbouw en stadslandbouw ondersteunt. De ambities om dit te faciliteren staat in de ontwerpOmgevingsvisie. Hoe daar invulling aan te geven niet. De indiener van de zienswijze verzoekt de gemeente om: a. Korte ketens en natuurinclusieve landbouw actief te stimuleren; b. Een rol te nemen in het belonen van ecosysteemdiensten (water, landschap en biodiversiteit) c.

Lokaal en biologisch in te kopen, en ecologische meerwaarde mee te nemen in aanbestedingen en gunningstrajecten. 86/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 7. De gemeente wordt gecomplimenteerd met het toetreden tot het Schone Lucht Akkoord. Verder benoemt de indiener van de zienswijze dat de gemeente een sleutelrol heeft in het beschermen van haar inwoners met een gezonde en groene leefomgeving. Dat leidt tot het volgende verzoek a. Strenger om te gaat met vergunningen en handhaving van vervuilende industrie; b. Bestrijdingsmiddelen actief te reguleren (zie handreiking Natuur en Milieu) c. Als gemeente bloembollen en andere groen alleen nog biologisch in te kopen; d. Voorloper te worden op het gebied van Basiskwaliteit Natuur. 8. De indiener van de zienswijze staat achter de gemeentelijke ambitie dat groen meegroeit met verstedelijking. Het verzoek is een stap verder te gaan door een groennorm op te nemen in de Omgevingsvisie. Een tweede wens is om natuur inclusieve gebiedsontwikkeling als uitgangspunt te nemen. 9. Het ontbreekt in de Omgevingsvisie aan een afwegingskader hoe een balans te vinden in de recreatieve druk op natuurgebieden ten opzichte van behoud van de natuurwaarden ervan. De indiener van de zienswijze maakt zich zorgen over de impact van de woningbouwplannen in Herxen op de IJsseluiterwaarden.

Het verzoek is om in de Omgevingsvisie op te nemen dat bij nieuwe ontwikkelingen de recreatiedruk niet afgewenteld wordt op bestaande natuurgebieden. 10. Vanuit het oogpunt van circulariteit verzoekt de indiener van de zienswijze de gemeente om actief te zoeken naar alternatieve locaties (anders dan een milieubrengstation) voor grote opslag (voor gedemonteerde materialen). 11. De indiener van de zienswijze ondersteunt de opwekking van duurzame energie en verzoekt de gemeente: a. Locatiekeuze en landschappelijke inpassing te doen conform de Wegwijzer Energie in het Overijsselse Landschap. b. Voorkom negatieve effecten op natuur als gevolg van de plaatsing van windmolens bij Haerst en zonnevelden bij Hessenpoort. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-Omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We nemen kennis van de zienswijze. Ook de gemeente wil een bijdrage leveren aan opgaven op het gebied van natuur, landschap en klimaat. Ad2. We nemen kennis van dit deel van de zienswijze; Ad3. Zoals onder punt 1 al genoemd zet de gemeente zich in om een bijdrage te leveren aan opgaven op het gebied van natuur, landschap en water. Concreet door onder andere: a. Het aanwijzen van de ‘Stadsrivier’ als blauwgroen strategische ontwikkelzone; 87/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad4.

Ad5.

Ad6.

b. Het aanwijzen van twee locaties voor een stadspark: Stadsbroek en Vechtrand: c. Paragraaf 5.2 beschrijft op visieniveau de bescherming van het fysiek kapitaal in de gemeente Zwolle. Het betreft de thema’s natuur, landschap en cultuurhistorie; De Omgevingsvisie is de basis voor het opstellen van het Zwolse Omgevingsplan. Het omgevingsplan ligt nu niet ter inzage en kent zijn eigen inspraak- en besluitvormingsproces. De gemeente Zwolle sluit aan bij de landelijke lijn ‘Basiskwaliteit Natuur’. We hebben niet uitgesproken hier een voorlopende rol in te nemen. De ambities uit het Zwolse Groen- en recreatiebeleid zijn opgenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Met een uitvoeringsagenda geven we hier uitvoering aan. De Omgevingsvisie bevat de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving met doelen en ambities. Op basis van ons participatiebeleid werken we met partners aan de uitvoering van de Omgevingsvisie. a. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen kaders voor de ontwikkelingen in Zwolle. In de nog op te stellen omgevingsprogramma’s wordt hier concreet invulling aan gegeven. In nadere uitwerking van ons groen en recreatiebeleid is een uitvoeringsprogramma opgesteld. Eén van de opgaven hierin is het concretiseren van een nadere uitwerking van de groenblauwe dooradering binnen gemeente Zwolle. b.

Zwolle is zich bewust van de ligging in de IJssel-Vechtdelta en de opgaven die hierbij horen. Niets voor niets is ‘Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroen netwerk’ één van de basiswaarden. Eén van de principes die daarbij hoort is dat we gebiedsontwikkelingen benutten om blauwgroene structuren te verbeteren of toe te voegen en om klimaatadaptieve maatregelen in te passen. Zie paragraaf 3.3.5. De ruimtelijke vertaling ervan doen we in paragraaf 4.2.1. Daar staat dat het Zwolle van Overmorgen een klimaatbestendige woon- en werkomgeving is waarin water en bodem de ordening en inrichting van stad en buitengebied richtinggevend zijn. c. Bij de verdere planuitwerking van gebieden zoeken we naar een juiste balans in behoud van leefbaarheid, natuurwaarden en de recreatieve druk die gebieden aankunnen. Hierbij gaan we uit van meervoudig ruimtegebruik, maar ook van sturing middels inrichting en omvang om beschermde en waardevolle natuur te ontzien, zonder af te sluiten. We nemen dit deel van de zienswijze voor kennisgeving aan. Het opstellen van beleidsregels en reductie van verlichting bij sportvelden en bedrijventerreinen zijn mogelijk maatregelen die betrekking hebben op de uitvoering van de ambities en doelen uit de Omgevingsvisie. We zullen de wensen van de indiener van de zienswijze betrekken bij het op te stellen beleid daarvoor (via Omgevingsprogramma’s).

In het verlengde van het onder punt 5. De bij punt 6 genoemde wensen hebben betrekking op de uitvoering van de Omgevingsvisie. We zullen de wensen van de indiener van de zienswijze betrekken bij het op te stellen beleid gericht op de uitvoering (via Omgevingsprogramma’s). Aanvullend daarop. Het landelijk 88/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage

Ad7.

Ad8.

Ad9.

Ad10.

Ad11.

gebied is geen bouwsteen en ook geen onderdeel van de bestuursopdracht om tot een aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie te komen. In de ontwerpOmgevingsvisie wordt daarom het bestaande beleid op het landelijk gebied, zoals dat in de huidige Omgevingsvisie is verwoord, gecontinueerd. De oproep die de indiener van de zienswijze doet om actiever beleid te voeren op landbouw nemen we ter harte en gaan we de komende tijd nader onderzoeken. Dit is onderdeel van beleidsontwikkeling van het buitengebied van de gemeente Zwolle. De bij punt 7 genoemde wensen hebben betrekking op de uitvoering van de Omgevingsvisie. We zullen de wensen van de indiener van de zienswijze betrekken bij het op te stellen beleid gericht op de uitvoering (via Omgevingsprogramma’s). De gemeente Zwolle sluit aan bij de landelijke lijn ‘Basiskwaliteit Natuur’. We hebben niet uitgesproken hier een voorlopende rol in te nemen. De ambities uit het Zwolse Groen- en recreatiebeleid zijn opgenomen in de ontwerp-Omgevingsvisie. Met een uitvoeringsagenda geven we hier uitvoering aan. De bij punt 8 genoemde wensen hebben betrekking op de uitvoering van de Omgevingsvisie. We zullen de wensen van de indiener van de zienswijze betrekken bij het op te stellen beleid gericht op de uitvoering (via Omgevingsprogramma’s). Het opstellen van een groennorm vinden we (waar nodig) meer thuishoren in uitvoerend beleid.

In de Omgevingsvisie stellen we kaders in de vorm van ambities. Het specifiek opnemen van het uitgangspunt van ‘natuurinclusieve gebiedsontwikkeling’ in de Omgevingsvisie vinden wij overbodig. Vanuit de al gestelde kaders in de Omgevingsvisie vindt altijd een zorgvuldige afweging plaats met betrekking tot natuur en alle andere opgaven die in een gebiedsontwikkeling een plek moeten krijgen. De bij punt 9 genoemde wensen hebben betrekking op de uitvoering van de Omgevingsvisie. We zullen de wens van de indiener van de zienswijze om een afwegingskader op te stellen om de recreatieve druk in natuurgebieden te reguleren betrekken bij het op te stellen beleid gericht op de uitvoering (via Omgevingsprogramma’s). In de ontwerp-Omgevingsvisie is voor de gebiedsontwikkeling van Zwolle-zuid in paragraaf 4.3.7.3 een uitgangspunt opgenomen over de recreatieve druk op de natuurwaarden in het gebied en de aangrenzende uiterwaarden van de IJssel. Bij de planuitwerking werken we dit uitgangspunt nader uit. De bij punt 10 genoemde wens heeft betrekking op de uitvoering van de Omgevingsvisie. We zullen de wens van de indiener van de zienswijze betrekken bij het op te stellen beleid gericht op de uitvoering (via Omgevingsprogramma’s). En nemen dit nu voor kennisgeving aan. We nemen kennis van de ‘Wegwijzer Energie in het Overijsselse Landschap’.

We onderschrijven het belang van een goede landschappelijke inpassing van initiatieven op het gebied van de opwek van duurzame energie. De ontwerpOmgevingsvisie bevat kaders waarbinnen dit soort initiatieven vorm kunnen krijgen. Daarbij is de gemeente gebonden aan wet- en regelgeving op dit gebied. Bijvoorbeeld als het gaat om de effecten ervan op natuur.

89/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.5

Zienswijze nummer B05 Samenvatting zienswijze: 1. Voetbalvereniging Berkum benadrukt de belangrijke rol die de voetbalvereniging vervult voor jong en oud binnen de stad en wijst op een aanzienlijke ledengroei in de afgelopen jaren tot meer dan 1200 leden. 2. De voetbalvereniging geeft aan dat de huidige faciliteiten op Sportpark De Vegtlust niet voldoen aan de KNVB-normen voor het huidige ledenaantal; er zijn feitelijk twee extra velden nodig. 3. De voorkeur wordt uitgesproken om op de huidige locatie gehuisvest te blijven, maar de voetbalvereniging ziet wel mogelijkheden om zich in de nabijheid verder te ontwikkelen. 4. De voetbalvereniging wil graag nauw betrokken worden bij de verdere planvorming en ruimtelijke inrichting, en verzoekt om actief deel te nemen aan overleg in plaats van enkel te reageren op plannen. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. Ook wij als gemeente onderschrijven het belang voetbal en sport. Ad2. De gemeente heeft onderzoek naar sportfaciliteiten laten doen. Hieruit blijkt een tekort aan (kunstgras)velden verdeeld over de stad. Er zijn ook in de nabijheid beschikbare velden. Gezien de schaarse ruimte heeft het vervangen van gras voor kunstgras i.v.m. belastbaarheid bij VV Berkum geen hoogste prioriteit. Er zijn clubs waar de nood hoger is (zie openbare bijlage, meegezonden met de begrotingsaanvraag). Uit dit onderzoek blijkt, op basis van de KNVB-norm, dat vv Berkum een half wedstrijdveld en een half trainingsveld tekort komt. Hierbij moet worden aangemerkt dat de KNVB-norm uitgaat van de laatste wedstrijd op zaterdag om 16.00 uur. Het is ons bekend dat er verenigingen zijn die later dan dit tijdstip spelen. Daarnaast blijkt dat vaak kunstgrasvelden op de zondag niet worden gebruikt. Het is de gemeente ook bekend dat de huidige verhuursystematiek niet helpend is in de beschikbaarheid en verdeling van de gemeentelijke velden per vereniging. Vanuit de afdeling Sport is het verzoek bij de Zwolse voetbalverenigingen neergelegd om als gemeente te worden uitgenodigd bij het eerst volgend voorzittersoverleg.

Het onderwerp dat we als gemeente met de voorzitters willen bespreken is veldcapaciteit en verhuursystematiek.

90/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Ad3.

Ad4.

In het verdere planvormingsproces zullen we aandacht besteden aan de huisvesting van sportverenigingen in Vechtrand en daar onderzoek naar doen. We gaan daarover graag met u in gesprek De voetbalvereniging wordt als een van de lokale verenigingen - en dus belanghebbende partij - betrokken bij de verdere planvorming in het gebied.

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.6

Zienswijze nummer B06 Samenvatting zienswijzer 1. De gemeente Dalfsen spreekt haar waardering uit voor de samenwerking in het fysieke domein en zet deze graag voort en spreekt daarbij uit deze samenwerking te versterken als het om de uitwerking van de Omgevingsvisie gaat. 2. De gemeente Dalfsen doet de oproep het voorkomen van afwenteling niet alleen toe te passen op toekomstige generaties, maar ook op andere gemeenten. Daarin wordt ook de koppeling met de zorgplicht voor waterberging gemist en de eigen opgave van Zwolle hierin. Ook herkent men de regionale sponstrategie niet terug in de ontwerp-Omgevingsvisie. Tot slot wordt het voorkomen van afwenteling ook op het bereikbaarheidsvraagstuk toegepast in relatie op het effect daarvan voor de gemeente Dalfsen. 3. De oproep wordt gedaan blijvend samen te werken in het gebied ten Noorden van de Vecht. De gebiedsvisie daarvoor is goed verwerkt in de ontwerpOmgevingsvisie en vraagt om een integrale aanpak om de ruimtelijke puzzel in het gebied te kunnen leggen. 4. Door de gemeente Dalfsen wordt de oproep gedaan een actuele visie op het platteland te maken, omdat deze nodig is voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Er wordt dan ook geadviseerd daarvoor een beleidskader op te stellen. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie gemeente Ad1. We danken de gemeente Dalfsen voor de complimenten. Ook wij zetten de samenwerking graag voort en deze zal bij de uitwerking van Vechtrand geïntensiveerd worden. In het komende gebiedsproces zullen naast de gemeente Dalfsen ook andere omliggende gemeenten, de waterschappen, de provincie en het rijk uitgenodigd worden (naast alle andere stakeholders).

91/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Ad2.

Ad3. Ad4.

Het is niet onze intentie welke vorm van afwentelen dan ook, zowel op klimaat, als bij het bereikbaarheidsvraagstuk, toe te passen. Onze basiswaarden, de zes ruimtelijke principes (hoofdstuk 3) en het gestelde in paragraaf 4.3.7.2 over de strategische ontwikkelzone Vechtrand zijn er juist op gericht om afwentelen in welke vorm dan ook te voorkomen. Nieuw helpt bestaand is daarbij een belangrijk uitgangspunt en dit beperkt zich niet tot het grondgebied van de gemeente Zwolle. We hebben dan ook de regionale sponsstrategie van de regio Zwolle in onze ontwerpOmgevingsvisie verwerkt. Wij verwijzen hiervoor onder andere naar paragrafen en 3.4.6, 4.2.1 en 4.3.7.2 van de ontwerp-Omgevingsvisie. Ook geven we onder andere in de paragrafen 4.3.7.2 en 5.3.2 van de ontwerpOmgevingsvisie aan wat begrepen moet worden onder de begrippen ‘rekening houden met water’ en ‘zoekgebied waterberging’. Ook wij gaan graag met u hierover verder in gesprek en willen graag samen met de indiener van de zienswijze invulling geven aan de vervolguitwerking van de Regionale Sponsstrategie Salland. We onderschrijven deze oproep en momenteel wordt deze samenwerking ook verder vormgegeven. Het landelijk gebied is geen bouwsteen voor de Aanvulling van de Omgevingsvisie geweest en was geen onderdeel van de bestuursopdracht.

In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt daarom het bestaande beleid, zoals dat in de huidige Omgevingsvisie is verwoord, gecontinueerd. De oproep die de gemeente Dalfsen doet voor een actuele visie voor het landelijk gebied nemen we ter harte en gaan we de komende tijd nader onderzoeken.

Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.7

Zienswijze nummer B07 Samenvatting zienswijze: 1. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) spreekt haar waardering uit over de wijze waarop het beleidsmatige principe van Water en Bodem sturend in de ontwerp- Omgevingsvisie is verwerkt, alsmede de duiding van de stad als onderdeel van het groter systeem, de lange termijn blik en het principe ‘Nieuw helpt bestaand’. Ook wordt de waardering uitgesproken dat Zwolle haar verantwoordelijkheid neemt in het watersysteem van de Sallandse Weteringen en met waterberging wil bijdragen aan een weerbaar Salland. 2. Zwolle ligt in een waterbergend gebied. Het WDOD spreekt daarover haar bezorgdheid uit. Water is een centrale opgave en onderdeel van de integrale gebiedsontwikkelingen waar alle belangen samenkomen. Water kan dus geen sectorale opgave zijn en dit is naar de mening van WDOD wel wat de ontwerpOmgevingsvisie uitstraalt bij de beschrijving van de sectorale opgaven.

92/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 3. Het WDOD spreekt uit de bestaande samenwerking constructief te willen voorzetten en nauw betrokken te willen zijn bij de komende gebiedsprocessen. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We spreken onze dank uit voor de geuite waardering en zien dit ook als een resultaat van de intensivering van de samenwerking, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Ad2. We staan voor een integrale opgave van alle gebiedsontwikkelingen in onze gemeente en de daarin te maken afweging van belangen vanuit alle sectorale onderwerpen die in een gebied spelen. Onze basiswaarden, de zes ruimtelijke principes (hoofdstuk 3), paragraaf 4.2.1 (blauw Zwolle) en het gestelde in paragraaf 4.3. over de strategische ontwikkelzones beschrijven dat expliciet. Daarbij wordt ook veelvuldig ingegaan op het (urgente) belang van water, waterberging in extreme situaties en klimaat in de context van de ligging van Zwolle. Om onze opgaven integraal te kunnen duiden, daarover uitspraken te kunnen doen en aan te kunnen geven welke planologische ruimte daarvoor vereist is, is het nodig te weten wat onze opgaven op wonen, economie, mobiliteit, en energie zijn. Ook daarover gaat deze ontwerp-Omgevingsvisie als het gaat om bijvoorbeeld het aantal woningen waaraan behoefte is, dat nieuw gerealiseerd moet worden. Vervolgens worden deze opgavenopgave kwalitatief vertaald en integraal samengevoegd (samenhang), zoals dat in de verschillende paragrafen is beschreven (o.a.

de paragrafen 1.2, 3.2, 3.3, 3.5, 4.2, 4.3 en hoofdstuk 5). Ad3. Ook wij zien uit naar een vruchtbare samenwerking. Het WDOD is voor ons bij de komende gebiedsprocessen dan ook een belangrijke samenwerkingspartner. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.8

Zienswijze nummer B08 Samenvatting zienswijze: 1. De provincie Overijssel geeft haar complimenten voor het feit dat in de ontwerpOmgevingsvisie de grote thema’s voor de fysieke leefomgeving goed zijn opgenomen. 2. Ook vindt de provincie Overijssel het positief dat water en klimaat sterk is verankerd in de aangevulde ontwerp-Omgevingsvisie (deltaspons, blauwgroene structuren, waterberging) en de regionale sponsstrategie is geborgd. 93/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 3. De provincie Overijssel wijst erop dat Vechtpoort 1laag gelegen is en alleen in combinatie met Vechtpoort 2 (groene/blauwe maatregelen) ontwikkeld kan worden. Ook doet zij de oproep hier nauw samen te werken als drie overheden. 4. De woningbouwopgave wordt door de provincie Overijssel ondersteund, evenals de noodzaak voor de twee uitleglocaties. 5. Ook de opgaven op economie en de vrije tijdseconomie zijn in lijn met het beleid van de provincie Overijssel. 6. Onder Paragraaf 1.3 staat “Mobiliteit is een cruciaal en sturend onderdeel voor Zwolle”. Cruciaal misschien wel, maar sturend hoeft zeker niet. Spreek dan liever over bereikbaarheid in plaats van mobiliteit. 7. Binnen paragraaf 2.9 wordt bij punt 2.9.1 gesproken over “Mobiliteitgroei” zonder de oorzaak daarvan te benoemen; investeringen in mobiliteit en de daaruit voortvloeiende schaalvergroting en toenemende afstand tot voorzieningen hebben geleid tot mobiliteitsgroei 8. Bij 3.4.1. (Overzicht van opgaven, Mobiliteit) wordt aangegeven om “de opgave op groei aantal auto’s te faciliteren”. Dit klinkt erg behoeftevolgend, terwijl het Zwolse beleid (ook met STOMP) best wel sturend is.

Wat ons betreft is de opgave om de groei van het aantal auto's te beperken en vooral in te zetten op goede bereikbaarheid. Door meer op deelmobiliteit in te zetten, kan het de groei van het aantal auto’s misschien wel gekeerd worden (ondanks een toenemend aantal inwoners). En daarmee hoeft maar een beperkte groei van het aantal auto’s te worden gefaciliteerd. 9. Onder 4.2.3. geeft u aan in te willen zetten op realisatie van station Zwolle-Zuid. Graag zouden wij meer duiding ontvangen op deze ambitie en uitleg hoe deze ambitie zich verhoudt in het totale OV-systeem. 10. We zetten vraagtekens bij de uitspraak: “De buitenring wordt in de toekomst de nieuwe binnenring.” Dit suggereert dat er een nieuwe buitenring moet komen. Wij zouden liever zien dat de binnenring en buitenring worden samengevoegd tot een ‘Stadsring’ 11. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt (op bladzijde 70) beschreven, maar niet zo uitgebreid als de N2000- gebieden. U zou nog toevoegingen kunnen doen op basis van de Wezenlijke Kenmerken en Waarden van de NNN-gebieden (via website provincie). 12. Goed dat Basiskwaliteit Natuur (BKN) genoemd wordt. Dit sluit ook goed aan bij de groenblauwe structuur uit H1.3 en het sterke landschap (H1.5). Hier wordt naar BKN verwezen als een ‘project’. Het is landelijk beleid, maar ook provinciaal beleid om aan onze natuurdoelen te werken.

Zie ontwerp-Omgevingsvisie Overijssel. Liefst daarom ook verwijzen naar het provinciale beleid, maar niet als ‘project’. 13. Fijn dat onder 4.3.7.4 (bladzijde 63) wordt aangegeven dat rekening wordt gehouden met aanwezigheid van weidevogels. Wij vragen daarnaast ook aandacht voor de toetsing of voorgestelde (locaties voor) ontwikkelingen straks een plek kunnen krijgen in het omgevingsplan als de instructieregels uit artikelen 4.65, lid 3 en 4.66, lid 3 uit de omgevingsverordening van Overijssel gelden. Wij verzoeken u om de tekst in paragraaf 5.2.2 Natuur van de Omgevingsvisie dienaangaande aan te vullen. De provincie Overijssel doet vervolgens daar een tekstvoorstel voor.

94/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☐ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1-2. We danken de provincie voor de waardering die zij uitspreekt over de ontwerpOmgevingsvisie. Ad 3 De ontwikkeling van Vechtpoort 1 kan niet los gezien worden van de (regionale) blauwgroene opgave in Vechtpoort 2. In de ontwerp-Omgevingsvisie hebben we dat ook zo aangegeven. We zien daarin de uitwerking c.q. gebiedsprocessen dan ook een nauwe samenwerking met provincie en waterschap voor ogen. In NOVEX-verband zien we ook graag het Rijk aan tafel bij de ontwikkeling van Vechtrand. Vandaar dat wij in onze reactie op de ontwerp-Nota Ruimte uitdrukkelijk Vechtrand hebben gepositioneerd als nieuw project en pilot voor een klimaatadaptieve ontwikkeling van onze stad en de regio Zwolle. Ad4-5. We nemen kennis van de positieve reactie voor wonen en economie. Ad6. We begrijpen de nuance die de provincie hier voorstelt. Het organiseren van mobiliteit is inderdaad geen doel op zich, goede bereikbaarheid wel. Wat we met deze zin willen benadrukken is dat mobiliteit niet alleen een beperking is, maar juist ook een belangrijk onderdeel van de oplossing van de (ruimtelijke) puzzel kan zijn, Bij de herinrichting van de Singel zorgt de minder prominente positie van de auto bijvoorbeeld voor meer ruimte voor lopen en fietsen, maar ook voor klimaatadaptatie.

Met de realisatie van de centrumhubs kunnen we de binnenstad aantrekkelijker maken, maar deze hubs zijn zowel ruimtelijk als financieel ook belangrijke sturende principes in de gebiedsontwikkelingen. Ad7. De oorzaken voor de mobiliteitsgroei zijn divers. We herkennen ons in de voorbeelden die de provincie noemt, maar ook de bevolkingsgroei (in Zwolle, maar ook landelijk), het nog altijd groeiende autobezit, demografische ontwikkelingen en het feit dat forenzen (mede door hybride werken) ook steeds vaker grotere reistafstanden accepteren dragen hier (mogelijk) aan bij. Ad8. Onze inzet ten aanzien van de mobiliteitstransitie (STOMP) is uiteraard een belangrijk leidend principe. Tegelijkertijd sluiten we onze ogen niet voor de verwachte landelijke trend dat het autobezit en -gebruik tot 2040 nog blijft toenemen. We hebben eerder als eens aangegeven dat in de afgelopen 60 jaar het aantal inwoners in Zwolle is verdubbeld, terwijl tegelijkertijd het aantal auto’s met een factor 20 is toegenomen. Uiteraard streven we ernaar om de groei van het aantal auto’s te keren, maar gelet op de regionale functie die Zwolle heeft vraagt dat niet alleen iets van ons als gemeente, maar ook van het Rijk, de Regio en de provincie om de alternatieven goed op orde te hebben. In die brede context moet deze opmerking ook gezien worden.

Bij het realiseren van extra woningen (zelfs met een lage parkeernorm) moeten we nog altijd deze extra auto’s faciliteren. Ook het ruimtelijk opwaarderen van onze Singel vraagt om goede en betrouwbare alternatieven op onze Ringstructuur en de inprikkers richting de Centrumhubs. Het gaat dus niet om het ongebreideld 95/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage faciliteren van de groei van auto’s, maar vooral om de auto te faciliteren daar waar nodig vanuit de bereikbaarheidsgedachte. Ad9. De realisatie van een station Zwolle-Zuid is een wens die al langer binnen Zwolle bestaat. Er is in het verleden ook al een ruimtelijke reservering gedaan voor de inpassing van een station nabij het winkelcentrum Zwolle-Zuid. Daarbij wonen in Zwolle-Zuid op dit moment circa 30.000 mensen in een kleine 13.000 woningen. In het Ruimtelijk Toekomstperspectief (RTP) is de ambitie opgenomen dat er tot 2040 ongeveer 4.000 extra woningen in Zwolle-Zuid worden gerealiseerd, waarvan het merendeel in het Sleutelgebied ZwolleZuid/Zuid (ca 3.000), maar ook in Nieuw Harculo (500) en verdichting rondom het winkelcentrum (ca 500). Daarmee kan het inwoneraantal in Zwolle-Zuid groeien richting de 38.000 inwoners. Een station draagt in onze optiek niet alleen bij aan de verdere ontwikkeling van het stadsdeel, maar het zorgt ook voor een volwaardig alternatief voor de auto voor de nieuw toe te voegen woningen. Een station is daarin cruciaal om het mobiliteitsprofiel te veranderen. Niet alleen voor de bewoners van Zwolle-Zuid, maar ook voor de bereikbaarheid van bedrijventerrein Marslanden met het openbaar vervoer.

In het rapport ‘Contouren Toekomstbeeld OV 2040’ geldt voor het traject Zwolle Deventer (- Arnhem) het principe van ‘vaak & snel’, waarbij wordt ingezet op een intensief aanbod van het openbaar vervoer. We zijn uiteraard bekend met de forse opgaven die voor ons liggen ten aanzien van de landelijke en lokale ambities, maar in ons beeld past de realisatie van een station Zwolle-Zuid binnen deze contouren. De exacte uitwerking in relatie tot het totale OVsysteem moet uiteraard nog plaatsvinden. Ad10. Wij herkennen ons niet in de veronderstelling dat de uitspraak: “De buitenring wordt in de toekomst de nieuwe binnenring” suggereert dat er een nieuwe buitenring moet komen. In de alinea voor deze uitspraak wordt immers beschreven welke wegen wij rekenen tot de (buiten)ring van Zwolle, namelijk de IJsselallee, Oldeneelallee, Ceintuurbaan, Zwartewaterallee en de Blaloweg. Daarmee zijn wij van mening dat duidelijk is dat er geen sprake is van een nieuwe buitenring, maar dat het gaat om bestaande infrastructuur met een bepaalde (nieuwe) functie. Daarbij blijkt uit deze uitspraak in onze optiek ook juist de transitie die we willen realiseren, namelijk dat de ringfunctie van de (vroegere) binnenring voor het doorgaand verkeer komt te vervallen. We gaan eigenlijk terug van 2 ringen naar 1 ring. De term binnen- en buitenring wordt hier nog gebruikt om de transitie te duiden.

In volgende stukken zal vooral over de Ring van Zwolle gesproken worden. We spreken ook al bijna niet meer over de binnenring, waar steeds vaker over het project Singel van Zwolle, waarbij de ruimtelijke kwaliteit voorop staat en niet het mobiliteitssysteem (voor gemotoriseerd verkeer). Ad11. Provinciaal omgevingsbeleid en wat daarover in de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd is een vaststaand gegeven dat bij elke gebiedsontwikkeling in acht moet worden genomen. Het is daarom niet nodig dit in onze ontwerp-Omgevingsvisie op te nemen. Die beschrijft de strategische koers voor de fysieke leefomgeving van Zwolle. Daarbij hebben we rekening te houden met wet- en regelgeving van andere overheden. 96/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage Ad12. Het klopt dat de Basiskwaliteit Natuur geen project is. In die zin is het wenselijk dat woord straks uit de definitieve tekst van de Omgevingsvisie te verwijderen en een koppeling te maken met landelijk beleid. Inhoudelijk doet het aan het gestelde in de ontwerp-Omgevingsvisie niets af, zodat de inhoud en strekking daarvan overeind blijft staan. Ad13. We verwijzen hiervoor naar wat we onder 11 hebben opgemerkt. Wat betekent dit voor de omgevingsvisie en/of omgevingseffectrapportage? ☒ Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing(en)

☐ Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing(en): 2.3.9

Zienswijze nummer B09 Samenvatting zienswijze: 1. In de omgevingsvisie komt duidelijk naar voren dat Zwolle zijn ligging in de IJssel-Vechtdelta koestert. Maar de ligging in een delta maakt Zwolle ook kwetsbaar voor weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Het werken aan robuust groenblauw netwerk is hiermee noodzaak voor Zwolle. In hoofdstuk 3 zijn een aantal principes uitgewerkt die wij van harte onderschrijven. Het gaat hierbij onder andere om: a. Groen groeit mee met de stad; b. Gebiedsontwikkeling als blauwgroene klimaatmachine; c. Meervoudige oplossingen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De indiener van de zienswijze verzoekt de gemeente deze principes vroegtijdig kwantitatief en kaderstellend uit te werken, zodat ze effectief kunnen worden toegepast bij de ambities voor de staduitbreiding voor Zwolle. Dit is nodig om te voorkomen dat negatieve effecten (zoals recreatiedruk) worden afgewenteld op bestaande waarden. 2. Er wordt verzocht de Omgevingsvisie op de in de OER genoemde punten aan te vullen en te versterken, zodat de ontwikkeling van Zwolle hand in hand kan gaan met behoud en herstel van natuur en landschappelijke kwaliteit. 3. De OER benoemt zelf diverse kennisleemten en onzekerheden, onder meer voor natuur, waterkwaliteit, hittestress en energietransitie. Zonder harde monitoring is niet te garanderen dat het beleid de gewenste effecten heeft.

Wij verzoeken daarom: a. Een monitoringssysteem met drempelwaarden op te nemen dat verplicht bijsturen voorschrijft wanneer natuur- of landschapsdoelen niet worden gehaald. Hiervoor kan onder andere gebruikt gemaakt worden van bestaande analyses van aanwezige hoeveelheid “groenblauwe dooradering” en data van bezoekerscijfers. b. De monitoring te koppelen aan uitvoeringsprogramma’s, zodat data direct invloed heeft op beleid. c. De voortgang jaarlijks openbaar te maken in een leefomgevingsrapportage.

97/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage 4. Voor nieuwe gebiedsontwikkelingen verzoeken wij u om te werken met een verplicht ‘blauwgroen toetsingskader’, waarin minimaal benodigde ruimte voor infiltratie, koelte, schaduw en retentie wordt vastgelegd. 5. De OER geeft aan dat de recreatiedruk op kwetsbare natuur toeneemt door bevolkingsgroei. Ook de globale passende beoordeling geeft aan dat een toename van de woondruk leidt tot een toename van de verstoring in Natura 2000-gebieden. De visie noemt als mitigerende maatregel de realisatie van nieuwe uitloopgebieden om de verstoring in Natura 2000-gebieden minder hard te laten toenemen. Echter in de visie is er geen aandacht voor de locaties, omvang of verbindingen. De indiener van de zienswijze verzoekt de gemeente: a. Een zonering voor recreatie op te nemen waarin kwetsbare natuur wordt ontzien en alternatieve plekken voor intensieve recreatie worden aangeboden; b. De nieuwe uitloopgebieden ruimtelijk te concretiseren, inclusief ecologische verbindingen en recreatieve routes, zodat zij daadwerkelijk bijdragen aan ontlasting van Natura 2000; c. Groene buffers, landschappelijke overgangen en ecologisch hoogwaardige randen verplicht te maken bij nieuwe ontwikkelprojecten. 6.

De effectbeoordeling voor soortenbescherming en biodiversiteit in de OER, varieert van sterk negatief tot positief, wat duidt op grote onzekerheid en een gebrek aan borging. Het verzoek is om: a. Het opstellen en aan de visie koppelen van een biodiversiteitsprogramma met meetbare doelen, minimaal te realiseren maatregelen en prioritaire soorten en habitats. b. De hoofdgroenstructuur verder te uitwerken op kaart, inclusief minimale breedtes, ontbrekende schakels en prioritaire ecologische verbindingen. c. Te zorgen voor formele borging van groene maatregelen in het omgevingsplan, zodat ze niet vrijblijvend blijven. 7. Stadsbroek: de indiener van de zienswijze adviseert om terughoudend te zijn met woningbouw. En indien er woningbouw komt, te kiezen voor gestapelde woningen. Daarnaast bestaan er zorgen om de Stadskolk, want daar zijn de natuurwaarden hoog. Onder andere vanwege de broedende roerdomp, snor en grote karekiet. Deze soorten zitten daar mede als gevolg van de relatieve rust in het gebied. Als de gebiedsontwikkeling te dicht bij deze kolk komt, gaan deze waarden verloren. Dat zou heel jammer zijn. Door aanleg van een groenblauwe bufferzone rondom de Stadskolk, kunnen de natuurwaarden beschermd en zelfs versterkt worden. Ook pleiten wij voor een honden-losloop-terrein elders in het te ontwikkelen stadspark. 8.

De ontwerp-Omgevingsvisie beschrijft in paragraaf 6.11 de volgende opgaven: a. Het ontwikkelen van natuurwaarden en recreatieve routes. Onder andere in de uiterwaarden van de Vecht bij Berkum-Bruggenhoek; b. Introduceren van een fietsveer over het Zwarte Water ter hoogte van de samenvloeiing met de Vecht. De indiener van de Zienswijze merkt op dat recreatieve routes niet ten kosten mogen gaan van Natura200-doelen. En een fietsveer over het Zwarte Water is 98/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage zeer onwenselijk. De verwachting is dat te veel verstoring plaatsvindt van de natura2000-doelen. 9. Vechtpoort 1: Het is volgens de indiener wenselijk een groene buffer te realiseren tussen het Natura200-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en de nieuw te bouwen woningen bij Vechtpoort 1. 10. Vechtpoort 2: de indiener van de zienswijze steunt de keuze om gebiedsontwikkeling Vechtpoort 2 als zoekgebied voor waterberging aan te wijzen. Naast kansen voor waterberging zijn er ook kansen voor vergroten van biodiversiteit. Wij denken daar graag over mee in de uitwerking van de plannen. 11. Stadspark Vechtrand: de indiener van de zienswijze onderschrijft het idee van een stadspark in het Vechtrand gebied. Het ziet een ontwerp van het park voor zich, waarbij de verkaveling en de karakteristieken van het oude cultuurlandschap gekoesterd worden. Waarbij landschapselementen hersteld worden en wandelpaden en poelen worden aangelegd. In dit gebied is terughoudendheid met nieuwe voorzieningen gewenst, om het authentieke karakter van het landschap te behouden. 12. Landschappelijk gezien, begrijpt de indiener van de zienswijze de keuze voor woningbouw in het gebied Zwolle-Zuid/zuid.

De aangevulde ontwerpOmgevingsvisie benoemt dat de parkachtige structuur van landgoederen wordt doorgetrokken van Noord naar Zuid. Het verzoek is om een ecologische verbindingszone op kaart op te nemen. Des te meer omdat dit gebied al gekenmerkt wordt door vele barrières van spoor, wegen en kanalen. De verbindingszone zou ter hoogte van het bestaande hoogspanningstracé aangelegd kunnen worden. Vervolgens vraagt de indiener van de zienswijze bij de planuitwerking rekening te houden met verschillende soorten flora en fauna. De grootste zorg zijn de mogelijk negatieve effecten op de natuurwaarden in het natura2000-gebied ‘Rijntakken deelgebied uiterwaarden IJssel’ als gevolg van extra recreatieve druk door woningbouw. Deze uiterwaarden zijn belangrijke rustplekken voor overwinterende ganzen (Vogelrichtlijn) en belangrijke broedplekken voor kwalificerende soorten als roerdomp, dodaars, ijsvogel, blauwborst en grote karekiet. Op het moment dat de rust in de uiterwaarden wordt verstoord (door betreding) kunnen significant negatieve effecten niet worden uitgesloten. Dit is strijdig met de natuurwetgeving. Het verzoek is om robuuste, geborgde en juridisch houdbare maatregelen die de negatieve effecten tegengaan. Alleen handhaving is absoluut onvoldoende. Wij zien oplossingen in de vorm van de aanleg van een watergang of hek om de toegang te beperken.

En de aanleg van een wijkpark met een honden-losloopterrein in de wijk. 13. ‘Zuinig en zorgvuldig’ ruimtegebruik bij de zoektocht naar ruimte voor bedrijvigheid in Marslanden wordt onderschreven. De verwachting is dat de gemeente rekening houdt met de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ van Lierder- en Molenbroek. In dit gebied worden de volgende potenties gezien: a. Het huidige weidevogelgebied binnen het NNN is relatief klein en daarmee kwetsbaar om als zelfstandig weidevogelgebied te functioneren. Het weidevogelgebied kan versterkt worden door in het omliggende agrarisch gebied natuurinclusieve landbouw te 99/154

Datum Titel

15 januari 2026 Nota van zienswijzen, reacties en wijzigingen aangevulde ontwerpOmgevingsvisie & ontwerp-Omgevingseffectrapportage ontwikkelen. Verminderen van de ontwatering en randenbeheer zijn daarbij essentieel. Dit geldt zowel voor Molenpolder en Liederbroek als voor Sekdoorn. b. Er ligt potentie voor versterking van de ruimtelijke samenhang tussen het deelgebied Landgoed Windesheim en het riviersysteem van de IJssel voor bijvoorbeeld vogels, door verdere ontwikkeling van het kleinschalige cultuur- en rivierlandschap met vochtig bos, opgaande landschapselementen en waterrijke delen in de vorm van een groene dooradering van het agrarisch gebied. 14. De indiener van de zienswijze heeft als tip om bij de planuitwerkingen van Vechtrand en Zwolle-Zuid/zuid en stadsparken de methodiek van landschapsbiotopen en het onderzoek ‘Kastelenlandschap Zwolle’ te gebruiken. Deze onderzoeken geven historische aanknopingspunten om cultuurhistorische waarden te behouden of om verdwenen elementen beleefbaar te maken. 15. Specifiek ten aanzien van landgoederen geeft de indiener van de zienswijze het volgende mee. Behouden en versterken van de landgoederen die in de uitbreiding van de stadszone liggen is een goed streven. De landgoederen moeten vanwege cultuurhistorische en ecologische kwaliteiten echter niet het uitloopgebied van de (nieuwe) stad zijn.

Zorg ervoor dat bij stadsuitbreiding rekening wordt gehouden met een buffer van groenblauwe dooradering tussen de landgoederen en de stad blijft liggen. Daarmee gaat de basiskwaliteit natuur omhoog en blijven de landgoederen hun cultuurhistorische waarde en eigen entiteit behouden. 16. Behouden en versterken van de landgoederen rondom Zwolle betekent ook dat het levende groene erfgoed aan vervanging onderhevig is, zoals het vervangen van lanen en parkaanleg. Daarmee behouden de landgoederen op lange termijn hun karakter en vitaliteit in de standsrand. De (nieuwe) kapverordening van de gemeente Zwolle staat dat momenteel niet meer toe, waardoor het groene erfgoed van landgoederen in plaats van kenmerkend en vitaal meer richting een uitsterfconstructie van individuele bomen gaat. Wij verzoeken u om via het omgevingsbeleid een vervangingscyclus van het groene erfgoed op landgoederen toe te staan. Zienswijze heeft betrekking op: ☒ Ontwerp-omgevingsvisie

☒ Ontwerp-omgevingseffectrapportage ☒ Gebiedsprocessen Vechtrand en/of Zwolle-Zuid/zuid Reactie van de gemeente: Ad1. We zijn ons bewust van de kwetsbare ligging van Zwolle in de IJssel-Vechtdelta gelet op grotere weersextremen als gevolg van klimaatverandering. We hebben op verschillende plekken in de ontwerp-Omgevingsvisie aangegeven hoe we hier (ruimtelijk) mee omgaan. Belangrijke paragraaf is 1.3: ‘Het verhaal van Zwolle: leven met water’. Vervolgens wordt deze lijn doorgetrokken in paragraaf 3.3 over de basiswaarden en in dit specifieke geval paragraaf 3.3.5 (Zwolle deltaspons door een robuust blauwgroennetwerk). Hoofdstuk 4 start met de 100/154

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=858c5cd4-fba1-4cb4-9abc-e33826074208