CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – Motivering BOPA Zonnepark Van der Valk

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bij BOPA Zonnepark hotel Van der Valk27.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

40/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Gemeente Omgevingsvisie Vaak door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten is op verschillende plekken in Zwolle de bodem verontreinigd geraakt. Daarom hebben we de afgelopen jaren veel van deze verontreinigingen aangepakt door ze te saneren en/ of gebiedsgericht te beheren. Hierdoor zijn eventuele risico's voor mens en dier weggenomen. Nieuwe bodemverontreiniging willen we voorkomen, en als dit toch gebeurt dan moet deze verontreiniging zoveel mogelijk worden beperkt dan wel ongedaan worden gemaakt door de vervuiler. Daarnaast stimuleren we het hergebruik van grond die vrijkomt binnen de stad en geschikt is om elders toe te passen. Bodembeleid Op 9 december 2008 heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassen indeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, landbouw/natuur, buitendijksgebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen. Het Bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering.

Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de Bodemkwaliteitskaart (2021) als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. 8.3.2 Beoordeling Met de ontwikkeling wordt geen bodemgevoelig gebouw of functie mogelijk gemaakt. Het opwekken van duurzame energie door middel van zonnepanelen leidt niet tot bodemverontreiniging. De batterijopslag kan mogelijk wel leiden tot bodemverontreiniging als er sprake is van een lekkage. Initiatiefnemer dient aan te tonen hoe er wordt voldaan aan de PGS 37-1 richtlijn en hoe de zorgplicht wordt ingevuld tijdens de exploitatie (beheer, onderhoud en monitoring). Dit zal aan de orde zijn als technische gedeelte voor activiteit bouwen wordt aangevraagd. De bodemfunctieklasse verandert niet als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Vanuit het oogpunt van bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 8.3.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor bodemkwaliteit. 8.3.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp bodemkwaliteit aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

Het betreft een voorschrift met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem bij mogelijke lekkage, voor het aanleggen van een bodembeschermende voorziening onder de batterijopslag.

8.4

Ondergrond

8.4.1

Kaders

Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij ondergrond gaat het over winlocaties grondstoffen. Paragraaf 4.12.1 van de verordening geeft instructieregels over winlocaties grondstoffen, gericht op het duurzaam benutten van de ondergrond als bron van grondstoffen waaronder oppervlaktedelfstoffen.

41/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)

Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft aan dat Zwolle In de komende jaren in de (ondiepe) ondergrond te maken krijgt met een aantal grote ontwikkelingen en opgaven, zoals de klimaatopgave, de energietransitie en de verstedelijkingsopgave. Met de ondergrond willen we de verdere duurzame ontwikkeling van Zwolle mogelijk maken en de opgaves ondersteunen. De bijdrage van de ondergrond aan duurzame ontwikkeling richt zich op: een gezonde leefomgeving, de energietransitie, klimaatadaptatie en de netwerklaag. De netwerklaag is de ondiepe ondergrond met de kabels en leidingen.

Beleid ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: • Werken met ondergrondse bestemmingen/ functies • Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer • Bodemsanering gebiedsgericht benaderen • Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied • Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het Bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de vijf basisprincipes door: • Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering • De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond • De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koudewarmte opslag, peilbeheer, grondwaterwinning. 8.4.2 Beoordeling Het project voorziet niet in functies in de ondergrond zoals warmte-/koudeopslag.

Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan, zodat tijdig wordt geconstateerd of er kabels en leidingen aanwezig zijn die niet in het omgevingsplan zijn opgenomen. 8.4.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor ondergrond. 8.4.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp ondergrond geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

42/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.5

Milieuzonering

8.5.1

Kaders

Gemeente Omgevingsvisie Zwolle beschouwt in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). 8.5.2 Beoordeling Een zonnepark is niet in de VNG-publicatie opgenomen. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten. Dat geldt mogelijk wel voor de bijbehorende transformatoren en opslagsystemen, die overdag (enig) geluid produceren. Voor deze onderdelen kan een vergelijking worden gemaakt met de in de VNG-publicatie vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van < 10 MVA’.

Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. De omgeving van het projectgebied kenmerkt zich als een industrieterrein en ligt tegen de snelweg. Met de ontwikkeling kunnen de omvormers en het batterijopslagsysteem zorgen voor een geluidsbelasting op de omgeving. De omvormers en batterij zijn in het zuiden van het projectgebied gesitueerd. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw is een bedrijfswoning en deze woning ligt op meer dan 300 meter afstand. Gezien de grote afstand tussen de omvormers en de bedrijfswoning kan geluidshinder worden uitgesloten. 8.5.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor milieuzonering. 8.5.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp milieuzonering geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.6

Geluid

8.6.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij geluid gaat het om instructieregels over geluid door: • activiteiten op geluidgevoelige gebouwen

43/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) • wegen, spoorwegen en industrieterreinen, gericht op de bescherming van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.2 Bkl geeft instructieregels bij het met een bopa toelaten van: • bepaalde activiteiten op een locatie, anders dan het wonen, die geluid veroorzaakt op een wel toegelaten geluidgevoelig gebouw, en • een geluidgevoelig gebouw waarop geluid wordt veroorzaakt door bepaalde wel toegelaten activiteiten, anders dan het wonen. Geacht wordt bij een bopa rekening te houden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Een bopa voorziet erin dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door bij de bopa toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden op een geluidgevoelig gebouw en grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen. Een bopa kan, gelet op de aard of locatie van de activiteit of cumulatie, andere waarden bevatten dan de standaardwaarden. Dit mag niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden. Een bopa bepaalt dat in het Bkl benoemde activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken niet worden verricht.

Een bopa bepaalt verder dat de waarden die het bevat voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten niet van toepassing zijn op onder andere onversterkt menselijk stemgeluid. Het Bkl bevat een aantal mogelijkheden tot flexibiliteit, waarmee onder bepaalde omstandigheden en criteria met een bopa afgeweken kan worden van de standaardwaarde. Paragraaf 5.1.4.2a Bkl betreft geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Deze is van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan en dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van: a. wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds; b. lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; en c. verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. Er zijn meerdere subparagrafen: • Geluid door industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: Bij omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgesteld. Bij omgevingsplan worden in ieder geval als omgevingswaarden geluidproductieplafonds vastgesteld rondom industrieterreinen waar in het Bkl bepaalde activiteiten kunnen worden verricht die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken.

De begrenzing van een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, wordt vastgelegd in het omgevingsplan. En een omgevingsplan bevat regels over activiteiten gericht op het voldoen aan de geluidproductieplafonds. • Geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: Bij een bopa wordt rekening gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op bestaande en toegelaten geluidsgevoelige gebouwen. Daarbij wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld. Een bopa moet erin voorzien dat het geluid door de (spoor)weg op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Een bopa dat de aanleg of wijziging (zoals gedefinieerd in art. 5.78 j Bkl) van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de respectievelijke standaardwaarden. Als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen kan een bopa meer geluid dan de grenswaarden toelaten. • Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen.

Hierbij dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld te worden. Een bopa dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat voorziet erin dat het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Hieraan wordt voldaan door toepassing te geven aan de standaardwaarden. Een

44/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)

•

•

bopa voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde. Een bopa dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, kan onder voorwaarden erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, mits niet hoger dan de bepaalde grenswaarde. In bepaalde omstandigheden kan een bopa erin voorzien dat de grenswaarde wordt overschreden (o.a. bij vervangende nieuwbouw, functiewijziging, zwaarwegende belangen). Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer Een bopa dat een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op een (spoor)weg voorziet erin dat het geluid door die (spoor)weg op geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 1,5 dB toeneemt als gevolg van die toename van de verkeersintensiteit. Onder voorwaarden kan zo’n bopa erin voorzien dat het geluid met meer dan 1,5 dB toeneemt, mits niet hoger dan de bepaalde grenswaarde. Zwaarwegende economische of maatschappelijke belangen kunnen aanleiding zijn meer geluid dan de grenswaarde toe te laten.

Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht In een bopa, dat een wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg en industrieterrein toelaat welke gevolgen heeft voor die geluidoverdracht, wordt voor geluidgevoelige gebouwen die als gevolg van die wijziging een significante toename van geluid ondervinden bepaald of geluidbeperkende of -werende maatregelen worden getroffen.

Gemeente Omgevingsvisie Er zijn functies die geluidshinder veroorzaken, zoals bedrijvigheid en verkeer, en functies die gevoelig zijn voor geluid, zoals wonen, onderwijs en zorg. De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen stelt dat de voortdurende balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidshinder veroorzakende functies enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid in gebieden met geluidsgevoelige functies anderzijds in de toekomst een belangrijke afweging blijft om bij plan- en beleidsvorming mee te nemen. Rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle liggen geluidzones. Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. Deze geluidzones behouden we en worden gerespecteerd bij ruimtelijke ontwikkelingen omdat ze van belang zijn voor de economische ontwikkeling en een gezond leefklimaat. Geluid speelt een belangrijke rol rondom de infrastructuur, waarbij met name de A28 een belangrijke rol speelt. Ook het verkeer op de ring van Zwolle is een belangrijk aandachtspunt voor de leefgebieden rondom deze infrastructuur. In het invloedgebied van de belangrijkste infrastructuur zal bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden worden met geluid om de leefbaarheid in de gebieden en de gezondheid van bewoners te waarborgen.

Beleid Geluid In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden per gebiedstype genoemd. 8.6.2 Beoordeling Het beoogde zonnepark betreft geen geluidgevoelig terrein waardoor nadere toetsing op dit onderwerp achterwege kan blijven. Het geluidseffect van het zonnepark op de omgeving wordt in paragraaf 8.5 Milieuzonering bedrijven meegenomen. Het plan zit de evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg.

45/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.6.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor geluid. 8.6.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp geluid geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.7

Luchtkwaliteit

8.7.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij luchtkwaliteit gaat het om instructieregels gericht op de kwaliteit van de buitenlucht. Paragraaf 5.1.4 Bkl geeft onder andere aandachtsgebieden aan waarbinnen omgevingswaarden over stikstofdioxide en fijnstof in acht moeten worden genomen. Onder meer bij het toelaten van activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl. Dit is in ieder geval zo bij het toelaten van onder andere gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°.

twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. Naast de externe werking van nieuwe initiatieven op de luchtkwaliteit in de omgeving is ook de interne werking van de luchtkwaliteit in de omgeving op nieuwe initiatieven van belang. Relevant bij deze interne werking zijn de in paragraaf 2.2.1 Bkl opgenomen omgevingswaarden. Gemeente Omgevingsvisie Zwolle wil aldus de Omgevingsvisie, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. 8.7.2 Beoordeling Onderhavig project maakt een ontwikkeling mogelijk die niet valt onder één van bovenstaande categorieën en het is ook geen project in een door de Omgevingswet aangewezen aandachtsgebied. In de gebruiksfase heeft het project geen relevante emissie heeft en draagt daardoor niets bij aan de concentraties van schadelijke stoffen in de lucht.

46/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.7.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor luchtkwaliteit. 8.7.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp luchtkwaliteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 8.8

Trillingen

8.8.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij trillingen gaat het om instructieregels gericht op het beschermen tegen negatieve effecten door trillingen. Paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl is op hoofdlijnen van toepassing op het toelaten op een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan. En op het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit, anders dan het wonen, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Onder andere binnen gebouwen toegelaten woonruimten zijn trillinggevoelig. Geacht wordt bij een bopa rekening te houden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Een bopa voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.

Aan die aanvaardbaarheid wordt voldaan door bij de bopa toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten en herhaald voorkomende trillingen in trillinggevoelige ruimten. Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden kan de bopa een hogere grenswaarde bevatten, mits de grenswaarden niet worden overschreden. Lagere waarden zijn ook mogelijk. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan ook meer trilling worden toegestaan dan de grenswaarden. Gemeente Omgevingsvisie Trillingen treden op als gevolg van met name spoorvervoer. Deze kunnen in sommige gevallen leiden tot hinder of schade aan gebouwen. Om trillinghinder en –schade te voorkomen houden we rekening met dit aspect bij ontwikkelingen binnen 200 meter van het spoor. 8.8.2 Beoordeling Met voorliggende ontwikkeling wordt een zonnepark met bijbehorende bouwwerken en een batterijopslag mogelijk gemaakt. Dit zijn geen trillinggevoelige gebouwen en ruimtes. Daarom is trillinghinder uitgesloten. Bovendien wordt met de ontwikkeling geen nieuwe trillingsbronnen mogelijk gemaakt, waardoor de omgeving geen trilhinder ondervindt. In de directe omgeving van het projectgebied vindt ook geen spoorvervoer plaats waarmee rekening gehouden moet worden.

47/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.8.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor trillingen. 8.8.4 Uitgangspunten omgevingsvergunningen Er is vanuit het onderwerp trillingen geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.9

Geur

8.9.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij geur gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden dient te worden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen, zoals gebouwen met een woonfunctie. Een bopa voorziet erin dat geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Aan die aanvaardbaarheid wordt voldaan door bij de bopa toepassing te geven aan de in deze paragraaf opgenomen standaardwaarden op een geurgevoelig gebouw. Onder bepaalde omstandigheden kan een hogere of lagere grenswaarde aanvaardbaar zijn. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan een hogere waarde worden toegestaan dan de grenswaarden. Activiteiten waarvoor deze regels gelden zijn onder andere het exploiteren van zuiveringtechnische werken, het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf en andere agrarische activiteiten.

Een bopa dat regels bevat op grond van subparagraaf 5.1.4.6.2, 5.1.4.6.3 of 5.1.4.6.4 van het Bkl wijst een of meer bebouwingscontouren geur aan1. Zo’n bopa wijst een bebouwingscontour geur aan rond stedelijk gebied2. Stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied of lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen kan binnen de bebouwingscontour worden opgenomen. Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen geeft aan dat het thema geur met name in het landelijk gebied speelt en een aandachtspunt is bij de verdere functiemenging van dit gebied en de verweving tussen stad en land. We zoeken naar de juiste balans tussen bedrijven met geurhinder en bescherming van geurgevoelige functies anderzijds.

1 Artikel 12.27b en 12.14 Bkl geeft een overgangsregeling. 2 Definitie stedelijk gebied (bijlage Bkl): op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse

omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen.

48/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)

8.9.2 Beoordeling Het project ziet toe op een zonnepark gelegen in het stedelijk gebied. Het onderdeel geur is dan ook niet relevant voor dit project. 8.9.3

Conclusie

Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor geur. 8.9.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp geur geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.10

Externe veiligheid

8.10.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij externe veiligheid gaat het om instructieregels gericht op het waarborgen van de veiligheid. Artikel 5.2 Bkl geeft aan dat bij een bopa voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden dient te worden met: het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. Paragraaf 5.1.2 Bkl geeft instructieregels als met een bopa beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden toegestaan.

Dit in verband met externe veiligheidsrisico van toegelaten activiteiten in de omgeving, zoals: • Opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen De regels hierover zijn ook van toepassing bij op het op een locatie toelaten van bepaalde milieubelastende activiteiten in verband met het externe veiligheidsrisico voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties die zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan. Bij een bopa wordt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar (bij zeer kwetsbaar en kwetsbaar) danwel moet er rekening mee gehouden worden (bij beperkt kwetsbaar). Daar wordt in ieder geval aan voldaan door inachtneming van de afstanden voor de activiteiten zoals opgenomen in de bijlagen van het Bkl. In bepaalde omstandigheden kan bij een bopa hiervan worden afgeweken. Brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriftengebieden zijn de locaties die bij een bopa kunnen worden aangewezen als op die locaties een brandaandachtsgebied, respectievelijk een explosieaandachtsgebied is toegelaten. Bij een bopa worden brandaandachtsgebieden en explosieaandachtsgebieden aangewezen als brandvoorschriftengebied en explosievoorschriftengebied3. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgezien.

Bij een bopa wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar

3 Artikel 12.27c Bkl geeft een overgangsregeling

49/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)

•

•

•

als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Als een bopa binnen een aandachtsgebied in het Bkl bepaalde regels opneemt wordt daar in ieder geval aan voldaan. Een risicogebied externe veiligheid is de locatie die bij een bopa kan worden aangewezen, als binnen het gebied bepaalde activiteiten als bedoeld in bijlage VII van het Bkl worden toegelaten. Bij een bopa wordt op de begrenzing van een risicogebied externe veiligheid een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000. Daar wordt in ieder geval aan voldaan door inachtneming van de afstanden voor de activiteiten zoals opgenomen in de bijlagen van het Bkl. Voor zover een bopa van toepassing is op een risicogebied externe veiligheid worden alleen onder voorwaarden beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen toegelaten. Zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan. Buisleidingen voor gevaarlijke stoffen Voor zover een bopa van toepassing is op een belemmeringengebied buisleiding laat een bopa geen (zeer) kwetsbare gebouwen toe en moet worden gewaarborgd dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad bij het toelaten van bepaalde andere bouwwerken en activiteiten. Opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk Bij een bopa worden voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties bepaalde afstanden in acht genomen.

Een bopa laat binnen een explosieaandachtsgebied vuurwerk geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties toe. Onder voorwaarden kan een bopa dit alsnog toestaan. Bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten. Bij een bopa worden voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties bepaalde afstanden in acht genomen. Een bopa laat binnen een civiel explosieaandachtsgebied bepaalde gebouwen, locaties en activiteiten niet toe, tenzij de aangegeven uitzonderingen zich voordoen of de genoemde criteria in acht worden genomen. Voor militaire explosieaandachtsgebieden zijn soortgelijke regels van toepassing.

Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Paragraaf 4.10.4 van de verordening geeft instructieregels voor bopa’s die ontwikkelingen mogelijk maken, over externe veiligheid. Gericht op het beperken van negatieve effecten op de woon-, werk- en leefomgeving bij calamiteiten bij transport over wegen van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. En gericht op het kunnen blijven functioneren van essentiële functies en gebouwen in het geval van een crisis, ramp of andere calamiteit.

Gemeente Omgevingsvisie Externe veiligheid betreft de risico's als gevolg van het vervoer, de opslag en het werken met gevaarlijke stoffen. In Zwolle zijn met name de hoofdtransportassen door de stad van belang. Het gaat om de A28 en het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn. Bij de ontwikkeling rondom de genoemde assen, bedrijven en activiteiten houden we rekening met de risico's door de functies die daar worden toegestaan door middel van onder andere de afstand en de mogelijkheden voor ontvluchting en bestrijding. De gemeente Zwolle garandeert daarbij de basis-veiligheid voor haar inwoners. Onder basisveiligheid in het kader van externe veiligheid wordt verstaan: • Er wordt altijd voldaan aan normen voor plaatsgebonden risico; • Er wordt gebiedsgericht invulling geven aan groepsrisicobeleid welke worden opgenomen in het omgevingsplan; • Veiligheidsdoelstellingen passen bij de typering van het gebied;

50/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) • Er wordt zoveel mogelijk geanticipeerd op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle. Het doel is het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Beleid externe veiligheid Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones, de gebieden binnen de invloedzones van routes gevaarlijke stoffen, is binnen het beleidskader een specifieke afwegingsmethodiek geformuleerd.

8.10.2 Beoordeling Aan de hand van de veiligheidskaarten van de Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op deze kaarten staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Dit komt tot uiting in een plaatsgebonden risico voor het energieopslagsysteem en aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken. In onderstaande afbeelding is de veiligheidskaart weergegeven met contouren zoals Atlas voor de Leefomgeving deze geeft.

Uitsnede kaart Aandachtsgebieden (Bron: Onderzoek externe veiligheid AVIV)

51/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is op basis van het type en capaciteit van het opslagsysteem bepaald op 15 meter. Binnen deze contour bevinden zich geen gebouwen. De dichtstbijzijnde kwetsbare gebouwen zoals beschreven in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) betreffen het naastgelegen Van der Valk hotel op circa 50 meter afstand en het tuincentrum en de Ikea gelegen op ongeveer 100 meter afstand. Deze liggen op voldoende afstand. Het zonnepark zelf kent geen plaatsgebonden risico. Aandachtsgebieden Uit het uitgevoerde onderzoek externe veiligheid blijkt dat gifwolken geen belemmering vormen gezien het beperkte aandachtsgebied rond het opslagsysteem. Het zonnepark en het opslagsysteem liggen buiten het brandaandachtsgebied. Dit aandachtsgebied wordt gevormd door transport van brandbare stoffen over de A28 en de aardgasleiding nabij het plangebied. Binnen het aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met de gevolgen van een explosie of fakkelbrand. Geconcludeerd kan worden dat de effecten van het energieopslagsysteem bij bezwijking door brand in het niet vallen bij de effecten van de aardgasleiding of explosie zelf. Aanvullende maatregelen De externe veiligheidsrisico's van het EOS met het zonnepark zijn beperkt.

De veiligheidsregio concludeert dit ook, maar vraagt in het kader van PGS 37-1 en vanuit zorgplicht door de initiatiefnemer een nadere onderbouwing op het technisch functioneren van het opslagsysteem zelf. Deze bestaat uit: Technische vereisten vanuit PGS 37-1: • Certificaat en testrapport conform UL 9540A (cel-, module- en packniveau). • Overzicht van de maatregelen per PGS 37-1-doel, inclusief wijze van borging en verantwoordelijke partij. • Omschrijving van detectie, blusstrategie en opvolging van alarmen. • Situatietekening met bereikbaarheid voor hulpdiensten, opstelruimte en bluswatervoorziening. Over bereikbaarheid en repressie zegt PGS 37-1: • Het EOS altijd bereikbaar moet zijn voor hulpverlenende diensten in overeenstemming met hoofdstuk 4 van de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid; • De hulpdiensten te allen tijde toegang moeten kunnen krijgen tot het terrein en het EOS; voldoende opstelruimte (minimaal 4,5 m breed) aanwezig moet zijn. De keuze voor leverancier van het opslagsysteem en de exacte opstelling wordt in een later stadium gemaakt. Bovenstaande aanvullende maatregelen zijn uitvoerbaar en worden daarom als randvoorwaarde beschouwd bij de verdere uitwerking van het plan.

Bij aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouw- en aanlegactiviteiten zal initiatiefnemer de betreffende onderbouwing aan de omgevingsdienst voorleggen en zal hieraan worden getoetst. 8.10.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor externe veiligheid. 8.10.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp externe veiligheid aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Het betreft de verplichting om de aanvullende maatregelen te treffen volgens de technische vereisten in het kader van PGS 37-1 richtlijn bij de inrichting en exploitatie van het zonnepark en bijbehorende opslagsysteem.

52/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.11

Infrastructuur

8.11.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij infrastructuur gaat het om instructieregels gericht op behoud van ruimte voor toekomstige functies en het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen voor nadelige gevolgen. Paragraaf 5.1.6 van het Bkl geeft reserveringsgebieden aan voor respectievelijk (de uitbreiding of aanleg van) autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen en (de aanleg van) buisleidingen van nationaal belang. Voor zover een bopa van toepassing is op een reserveringsgebied voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg, mag de bopa daar in principe geen bouwactiviteiten toestaan. Voor van toepassing zijnde reserveringsgebieden buisleidingen geldt dat de bopa geen activiteiten toelaat die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Onder andere bouwactiviteiten en de aanleg van een verharde weg worden als belemmeringen aangemerkt.

Paragraaf 5.1.7 van het Bkl geeft regels gericht op het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten. Voor zover een bopa van toepassing is op onder andere: • militaire terreinen en terreinen met een militair object • een onveilig gebied bij een militaire schietbaan • een gebied waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren • een gebied waar zich een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt, • gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren • een vrijwaringsgebied rijksvaarwegen • gebieden waar bouwwerken communicatie-, navigatie- en radarapparatuur buiten Schiphol of overige burgerluchthavens van nationale en regionale betekenis kunnen verstoren, dienen er bepaalde beperkingen aan activiteiten te worden gesteld bij de bopa. Dit om belemmeringen voor de staat en werking te voorkomen. Als een bopa van toepassing is op een locatie voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV, bevat de bopa het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat de bopa het gebruik als hoogspanningsverbinding en de bijbehorende voorzieningen toe.

Afdeling 5.2 van het Bkl geeft instructies voor een bopa over: • het voorkomen van belemmeringen van het gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen, • beperkingengebieden bij lokale spoorwegen • het lozen industrieel van afvalwater in openbaar vuilwaterriool • het aanwijzen van een bebouwingscontour jacht • het aanwijzen van een bebouwingscontour houtkap. 8.11.2 Beoordeling Het projectgebied is gelegen naast de hoofdinfrastructuur, de snelweg A28. Voor het voorkomen van belemmeringen van het gebruik hiervan is een reflectiehinderonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten zijn gedeeld met de Rijkswaterstaat als beheerder van de snelweg. Rijkswaterstaat verwacht dat het aanleggen van het zonnepark op de locatie langs A28 geen ernstige refllectiehinder op de snelweg zal hebben.

53/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Verder ligt het plangebied in de militaire laagvliegroute. Omdat het aanleg van zonnepark met een batterijopslag betreft is hier geen belemmeringen voor de militaire laagvliegroute. 8.11.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor infrastructuur. 8.11.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp infrastructuur geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.12

Inrichting buitenruimte

8.12.1 Kaders Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij de inrichting van de buitenruimte gaat het om instructieregels over de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Paragraaf 5.1.8 stelt dat, als een bopa voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, bij de bopa rekening gehouden wordt met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Gemeente Omgevingsvisie De buitenruimte van Zwolle maakt deel uit van het in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen opgenomen raamwerk. De buitenruimte heeft meerdere functies: we verblijven in de buitenruimte, we bewegen en sporten in de buitenruimte en bovenal is de buitenruimte de plek om elkaar te ontmoeten. We vinden het heel belangrijk dat de buitenruimte voor eenieder toegankelijk is. De toegankelijkheid past bij het gebruik van het gebied. Toegankelijkheid nemen we als randvoorwaarde mee bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving. Zo krijgt een inclusief Zwolle echt vorm.

Door het verder verstedelijken gaat de buitenruimte intensiever gebruikt worden. Verstedelijken doen we in Zwolle op een zorgvuldige manier. Daarom stellen we bij de ontwikkeling van transformatiegebieden en herinrichtingsprojecten standaard een aantal vragen om invulling te geven aan een goed ontwerp van de buitenruimte. Dit op basis van drie elementen die bepalend zijn voor een goed functioneren van die buitenruimte: bescherming, comfort en plezier. Het bieden van bescherming is een randvoorwaarde. Het gaat dan bijvoorbeeld om verkeersveiligheid, sociale veiligheid en bescherming tegen luchtverontreiniging. Zonder deze bescherming ga je niet naar buiten, tenzij het niet anders kan. Daarna is het bieden van comfort belangrijk. Comfort nodigt uit naar buiten te gaan; er is goede bestrating, ook voor rolstoel of wandelwagen. Het fiets- en voetpad is comfortabel en je hoeft niet steeds te stoppen bij verkeerslichten. En er is een bankje om te zitten, kijken, luisteren of gesprekken te voeren. De laatste is dat de buitenruimte kwaliteiten heeft die plezier en buitengeluk geven. Tijdens het fietsen kom je langs plekken en gebouwen waar je van geniet, met een menselijke maat, met veel groen en een fijn klimaat (temperatuur/ zon/ schaduw / luwte).

54/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.12.2 Beoordeling De inrichting van het projectgebied vindt plaats op basis van het inrichtingsplan zoals die bij de stukken is aangeleverd. Er is geen sprake van openbaar terrein en het zonnepark wordt landschappelijk ingepast. 8.12.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor inrichting buitenruimte. 8.12.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp inrichting buitenruimte geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.13

Mer-beoordeling

8.13.1 Kaders Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Ob is de lijst met project-mer-plichtige en project-mer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. In bijlage V is een tabel opgenomen met vier kolommen: • In kolom 1 staan de projecten opgesomd; • In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; • In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; • Kolom 4 bevat tot slot de besluiten die betrekking hebben op de projecten waarvoor de project-mer(beoordelings)plicht geldt. In kolom 2 van bijlage V is aangegeven of er voor het betreffende project een directe project-mer-plicht kan bestaan en, zo ja, in welke gevallen dat is. Bij de meeste gevallen gelden drempelwaarden. Soms is aangegeven dat iedere oprichting van een bepaalde in kolom 1 vermelde installatie project-mer-plichtig is. Bij veel categorieën projecten wordt in kolom 2 vermeld ‘Niet van toepassing’. Dat betekent dat voor die projecten geen directe project-mer-plicht geldt. In hoofdzaak betreffen dit projecten die (alleen) genoemd zijn in bijlage II bij de mer-richtlijn, zoals het ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Voor die projecten volstaat in eerste instantie een project-mer-beoordeling.

Inhoud project-mer-beoordeling Uit een project-mer-beoordeling moet duidelijk worden of een project aanzienlijke milieueffecten heeft. Daarbij moeten de relevante criteria uit bijlage III van de mer-richtlijn worden betrokken en – indien beschikbaar – de resultaten van eerder uitgevoerde controles of beoordeling van milieueffecten (artikel 16.43 van de Ow). De hoofdcriteria uit de mer-richtlijn zijn: • kenmerken van de projecten; • plaats van de projecten; en • kenmerken van het potentiële effect. Deze hoofdcriteria zijn in de mer-richtlijn verder uitgewerkt. Procedurele voorschriften project-mer-beoordeling In de Ow en het Ob is er sprake van één (uniforme) project-mer-beoordelingsprocedure. Alleen bij de project-mer-beoordeling (dus niet bij de mer-plicht) is nog een mededeling nodig van het voornemen van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 van de Ow). Het gaat dan om de aanmeldnotitie. Het bevoegd gezag moet binnen zes weken na ontvangst van de aanmeldnotitie beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en een mer nodig is.

55/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Is geen mer nodig en de initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend voorafgaand aan de aanvraag dan beslist het bevoegd gezag over de mer-beoordeling en stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. Het bevoegd gezag neemt de bijbehorende motivering later op in het (ontwerp)besluit. Is geen mer nodig, dan kan – wanneer de aanmeldnotitie tegelijk met een aanvraag is ingediend – de aanvraag worden behandeld. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de project-mer-beoordeling met de motivering op in het (ontwerp)besluit op de aanvraag. 8.13.2 Beoordeling Met deze omgevingsvergunning wordt het project zonnepark Van der Valk hotel Zwolle mogelijk gemaakt. De gronden in het projectgebied zijn bestemd als horeca gronden en een klein deel groenvoorzieningen. Het project maakt een tijdelijke functie als een zonnepark mogelijk. Voor dit project bestaat geen projectmer-(beoordelings)plicht, aangezien het project niet valt onder één van de projecten in kolom 2, 3 of 4 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Dit blijkt onder andere uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) (uitspraak 2770). Uit deze motivering blijkt dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten en er geen project-mer(-beoordeling) nodig is.

8.13.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Voor dit project bestaat geen project-mer-plicht. Uit de mer-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten en er geen project-mer nodig is. 8.13.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp mer-beoordeling geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

56/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 9

VERDIEPING: NATUUR

9.1

Natuur inclusief en biodiversiteit

9.1.1

Kaders

Gemeente Omgevingsvisie Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van de aanwezige cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Biodiversiteit maakt deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle. Biodiversiteit heeft raakvlakken met diverse thema’s uit de gebiedsvisie. Zo draagt het behouden en versterken van biodiversiteit bij aan vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen en een goed ontwikkelde groen- en waterstructuur. Groen- en Recreatiebeleid Groen- en Recreatiebeleidsplan '(Be)leefbaar voor iedereen' geeft de visie en de koers op het groen in Zwolle. Dit beleid geeft als leidraad richting in de integrale afweging in gebiedsontwikkelingen. Voor het buitengebied wordt gezocht naar een goede verbinding tussen stad en land. We zoeken naar mogelijkheden om door het hele buitengebied landschapselementen en natuurlijke elementen aan te leggen. 9.1.2 Beoordeling Voor het zonnepark is het aspect biodiversiteit en natuurinclusiviteit van de Maatlat relevant. Met het project wordt geïnvesteerd in de gebiedseigen biodiversiteit. Het zonnepark sluit aan bij de Zwolse visie over het versterken van de biodiversiteit. Dit gebeurt door het toevoegen van streekeigen beplanting langs de randen van het zonnepark.

Daarnaast zullen de gronden onder de panelen extensief worden beheerd, waardoor hier ruimte ontstaat voor een kruidenrijk mengsel. 9.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor natuur inclusief en biodiversiteit. 9.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp natuur inclusief en biodiversiteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

9.2

Natuurwaarden en ecologie

9.2.1 Rijk

Kaders

Gebiedsbescherming Afdeling 11.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving geeft regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden. Dit met het oog op de natuurbescherming. Degene die een activiteit verricht die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kan hebben en weet of

57/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang van de natuurbescherming is gelet op artikel 11.6 Bal verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van activiteiten onderzoek wordt uitgevoerd op grond van artikel 11.6 lid 2 Bal. Artikel 16.53c Omgevingswet bepaalt dat voor een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van Natura-2000 gebied, maar significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, een passende beoordeling wordt gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Die beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet zal aantasten. In dat geval kan vergunningverlening voor de Natura 2000-activiteit plaatsvinden (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving).

Geeft die beoordeling deze zekerheid niet, dan kan vergunningverlening alleen plaatsvinden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan: • er zijn geen reële alternatieven voor de activiteit • er is sprake van een dwingende reden van groot openbaar belang • er vindt natuurcompensatie plaats. Soortenbescherming Afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving geeft regels over activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild. Dit met het oog op onder andere de natuurbescherming. Degene die activiteiten aangaande flora en fauna verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbescherming is gelet op artikel 11.27 Bal verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat voorafgaand aan het verrichten van activiteiten onderzoek wordt uitgevoerd op grond van artikel 11.27 lid 2 Bal. Voor een flora- en fauna-activiteit kan een omgevingsvergunning nodig zijn.

De beoordelingsregels voor het verlenen van zo’n vergunning staan in paragraaf 8.6.2 Besluit kwaliteit leefomgeving. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij ecologie gaat het om instructieregels over Nationale Landschappen, het Natuurnetwerk Nederland en daarbuiten gelegen bos-en natuurgebieden. Afdeling 4.7 van de verordening geeft instructieregels gericht op behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. En gericht op duurzaam ontwikkelen en in stand houden van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Overijssel -het Natuurnetwerk Nederland- met bestaande en potentiële natuurwaarden die van (inter)nationaal belang zijn en het daarmee veiligstellen van ecosystemen en de flora- en faunasoorten die daarvan onderdeel uitmaken. Paragraaf 4.7.3 van de verordening geeft instructieregels voor bos en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland. Bopa’s die betrekking hebben op deze gebieden moeten blijven voorzien in regels die gericht zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden, waarbij

58/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) in ieder geval het kappen van houtopstanden niet is toegestaan. Alleen onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van natuur, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarde. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit natuurwaarden zijn dat: • de Natura 2000-gebieden in Zwolle zijn beschermd via Europese wetgeving en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; • de NNN-gebieden zijn beschermd via provinciale regelgeving, namelijk via de provinciale Omgevingsverordening en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; De omgevingsvisie bevat een natuurwaardenkaart, welke onder andere de (zeer) waardevolle gebieden aanwijst. Beleid natuurwaarden en ecologie De Bomenverordening 2021 geeft regels over het vellen van bomen.

Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven hoofdgroenstructuur is in aangegeven gevallen een (kap)omgevingsvergunning nodig (o.a. met een stamomtrek groter dan 30 cm). De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. Bijzondere houtopstand heeft de hoogste waardering, bomen in de hoofdgroenstructuur hebben een hoge waardering, nevengroenstructuur kent een basiswaardering. Het beschermen van de natuur, het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering, het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, de beeldbepalende waarde van houtopstand, de cultuurhistorische waarde van houtopstand en het houden van een kwalitatief goed bomenbestand wordt bij de afweging betrokken. Bij de vergunning wordt in beginsel een verplantingsplicht, een herbeplantingsplicht en/of een financiële compensatie opgelegd. Beleid natuur inclusief en biodiversiteit Het Groen- en Recreatiebeleidsplan ''(Be)leefbaar Zwolle voor iedereen'' geeft kaders voor het natuurinclusief bouwen. Hiervoor is een Natuurwaardenkaart opgesteld en een puntensysteem ontwikkeld voor het richten van Natuurinclusief bouwen.

Voldoende ruimte voor groen is een ambitie uit het coalitieakkoord en de omgevingsvisie 'Ons Zwolle voor morgen 2030'. Zwolle groeit in economie, aantal woningen en aantal inwoners. Het uitgangspunt daarbij is dat Zwolle een leefbare en vitale stad blijft. Groen en recreatie hebben daarin een belangrijke functie, onder andere voor gezondheid van inwoners, ruimte voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Bij groei van de stad neemt de druk op de groene functies toe. Het groen in en om de stad moet daarom meegroeien. Het op 10 februari 2025 vastgestelde groen- en recreatiebeleid bevat tien ambities, die de mogelijkheid geven om de identiteit als groene stad te behouden en te versterken. In de tien ambities zijn concrete richtlijnen benoemd. Ambities zijn: 1. Bestaande groenstructuren handhaven 2. Het groenareaal groeit mee met de groei van de stad 3. Het groen is voor iedereen dichtbij, toegankelijk en goed bereikbaar (inclusieve samenleving) 4. De bestaande groenstructuren versterken en herstellen we waar deze onvolledig zijn 5. We wijzen extra uitloopgebieden en dagrecreatiegebieden aan rond de stad 6. We verbeteren de groen-blauwe structuur 7. We stimuleren het wandelen en fietsen en spelen 8. We vergroten de aanwezige biodiversiteit 9. We investeren in een gezond en toekomstbestendig bomenbestand 10. We monitoren onze groen- en natuurarealen en het recreatieve medegebruik

59/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) De ambities geven onder andere als streven het ontwerpprincipe 2-22-200 waar mogelijk toe te passen. Dat betekent 2 toekomstbomen per straat, die uit kunnen groeien tot volwassen bomen die een mensenleven meegaan en schaduw en beschutting bieden, 22% bladoppervlak voor schaduw verdeeld over de hele stad en op maximaal 200 meter van elke woning een parkje of plantsoen met bomen en/of struiken. Beleidsvoornemen is groen mee te laten groeien met de stad, concreet gemaakt in de stadsbrede ambitie om voor elke nieuwe woning 75m2 groen toe te voegen in en om de stad. Eén van de geformuleerde topambities uit de Zwolse omgevingsvisie is het behoud en beschermen van biodiversiteit binnen de stad. Om meer duiding te geven aan de natuurwaarden binnen Zwolle is in samenspraak met natuurorganisaties een natuurwaardenkaart uitgewerkt, deze is online kan raadplegen. De natuurwaardenkaart deelt de gemeente Zwolle op in 33 deelgebieden. Per deelgebied is een factsheet opgesteld met een beschrijving van kenmerkende soorten en specifieke natuurkwaliteiten. Daarnaast zijn kansen beschreven om de natuurwaarden in een deelgebied te vergroten. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken wordt voor ruimtelijke projecten natuurinclusief bouwen en ontwerpen verplicht gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6051295e-b27c-4d4d-baac-8a0a1ea64ea0