CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – Motivering BOPA Zonnepark Van der Valk

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bij BOPA Zonnepark hotel Van der Valk27.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

21/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Zwolse Energiegids Om te zorgen dat initiatieven en plannen goed passen in de omgeving, is in de Zwolse Energiegids aangegeven waar in Zwolle ruimte is voor zonneparken. Hierin geldt het gebied als nader te onderzoeken. In aanvulling op het provinciale beleid wil de gemeente Zwolle ook dat er bij de afweging van een initiatief moet worden gekeken naar de specifieke context van het gebied. Die context wordt bepaald door de impact van het initiatief op de directe omgeving en de bijdragen van het initiatief aan andere sociaaleconomische doelen. Bij de impact op de omgeving dient er te worden gekeken naar: •

Meekoppeling: hierbij heeft het benutten van kansen voor meervoudig gebruik de voorkeur.

•

Landschappelijke en stedelijke inpassing: voor het landelijk gebied gaat de gemeente daarbij uit van de negen landschapstypen in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP), en de daaraan gekoppelde specifieke kenmerken. Deze kenmerken zijn bepalend voor de inpassing in zijn algemeenheid, maar bijvoorbeeld ook de wijze van opstelling van zonnevelden.

Bij de impact op sociaaleconomische doelen wordt er gekeken naar: •

Financiële participatie.

•

Bijdrage aan stad, buurt en omgeving.

•

Bijdrage aan de lokale economie.

•

Bijdrage aan circulair materiaalgebruik.

Toetsing aan de Zwolse Energiegids De ontwikkeling van het zonnepark sluit ook aan bij de Energiegids. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast volgens de kenmerken van het gebied (openheid). Daarbij moet worden opgemerkt dat de ambities van de energiegids grotendeels ingehaald zijn door de regionale ambities zoals beschreven in de RES West-Overijssel en nieuwe principes zoals het optimaliseren van vraag en aanbod om netcongestie te vermijden. Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Met deze omgevingsvergunning wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in het generieke gemeentelijk beleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. Deze motivering geeft de onderbouwing hiervan. Door te investeren in de landschappelijke inpassing voldoet het project aan het gemeentelijke beleid.

22/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 6

VERDIEPING: FUNCTIES

In hoofdstuk 3 van deze motivering is de buitenplanse omgevingsvergunning op hoofdlijnen, integraal onderbouwd. Vervolgens is in hoofdstuk 4 beschreven hoe rekening is gehouden met wat bij de participatie naar voren is gebracht. En is in hoofdstuk 5 onderbouwd dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met de relevante generieke beleidskaders over de fysieke leefomgeving. In vervolg hierop geven de hoofdstukken 6 tot en met 9 een verdieping op de bij deze omgevingsvergunning relevante specifieke onderwerpen binnen de fysieke leefomgeving. Voor veel van die onderdelen bestaan eigen, specifieke wettelijke instructies, normen en beleidskaders. Dit vraagt een nadere onderbouwing van de vergunning op die specifieke instructies, normen en kaders, waar nodig met onderzoek. Hierbij is, voor zover aan de orde, onderzocht wat de effecten zijn van het project op de omgeving. Per onderwerp staat aangegeven of er aanleiding is geweest een voorschrift te verbinden aan de omgevingsvergunning en zo ka, wat het voorschrift inhoudt. Hoofdstuk 6 richt zich op de functies.

6.1

Verkeer/ openbare ruimte

6.1.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij verkeer/ openbare ruimte gaat het om instructieregels over langzaam verkeerroutes. Paragraaf 5.1.7 van het Bkl geeft aan dat, voor zover een bopa voorziet in nieuwe ontwikkelingen die aangewezen landelijke fiets- en wandelroutes, kunnen doorsnijden, het belang van de instandhouding van deze routes bij de bopa worden betrokken. In het projectgebied zijn geen fiets of wandelroutes aanwezig. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij verkeer/ openbare ruimte gaat het om instructieregels over mobiliteit. Paragraaf 4.10.1 van de verordening geeft voor bopa’s die ontwikkelingen mogelijk maken instructieregels over mobiliteit. Gericht op de bundeling van verkeersstromen op de hoofdinfrastructuur waar het belang van een goede en veilige doorstroming voorop wordt gezet.

En het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving in de overige gebieden, waaraan het mobiliteitsbelang ondergeschikt geacht wordt.

Gemeente Omgevingsvisie Door de verdere groei van de Zwolle is het een opgave om op een zorgvuldige wijze om te gaan met de beschikbare buitenruimte. Mobiliteit en bereikbaarheid is een belangrijke drager voor leefbaarheid. "Mens en natuur centraal stellen, voldoende woningen, ruimte om te spelen, bewegen en ontmoeten.”. Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken. Daarnaast zetten we in op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid 23/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) met minder ruimtebeslag. We gaan meer aandacht besteden aan de fietser en de voetganger en minder voorrang geven aan de automobilist. De STOP-methode is in Zwolle leidend bij al onze ontwerpopgaven voor infrastructuur bij de inrichting van de buitenruimte. En we hanteren bij alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving de ladder duurzame mobiliteit als uitgangspunt om de juiste keuzes op het gebied van mobiliteit te maken. We beginnen daarbij altijd met de ruimtelijke ordening als middel om ervoor te zorgen dat er bij een nieuw woningbouwproject of andere fysieke ontwikkeling gestreefd wordt naar zo weinig mogelijke groei van het autobezit en gebruik. De komende decennia verschuift de wijze waarop we ons verplaatsen naar allerlei nieuwe vormen. Daarbij maken we slim gebruik van huidige en nieuwe technologie, data en nieuwe verbondenheid tussen allerlei aanbieders van vervoer. Daarmee geven we nieuwe impuls aan de leefbaarheid in onze stad. Dit betekent dat we dergelijke plekken willen creëren, samen met ondernemers en vervoerders, in de vorm van mobiliteit Hubs. We gaan onderzoeken of we dergelijke mobiliteit Hubs kunnen creëren, onder andere op het knooppunt van de Rembrandtlaan en de Zwartewaterallee.

Om te waarborgen dat beide leidende principes ook daadwerkelijk worden toegepast leggen we bij alle toekomstige fysieke gebiedsontwikkelingen in de stad altijd verplicht een Mobiliteits Programma van Eisen (MPvE) op. Hiermee wordt gewaarborgd dat duurzame mobiliteit integraal bij de gebiedsontwikkeling wordt meegenomen. Het STOMP-principe en de Ladder vormen daarbij het uitgangspunt. Mobiliteitsbeleid Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks - en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden.

Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. De STOP-methode is in Zwolle leidend bij al onze ontwerpopgaven voor infrastructuur bij de inrichting van de buitenruimte. We gaan eerst uit van Stappen (wandelaars), en vervolgens kijken we naar Trappen (fietsers) dan het OV en tot slot de Personenauto’s. De Regeling Parkeernormen (versie 2025) is het toetsingskader voor parkeren in het geval van vastgoedontwikkelingen, omgevingsplannen en aanvragen van een omgevingsvergunning in de gemeente Zwolle. Het beleid van de Gemeente Zwolle is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers CROW.

De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit de Regeling Parkeernormen over maatvoering en bruikbaarheid.

24/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 6.1.2

Beoordeling

Verkeersregeneratie Het plan voorziet in de realisatie van een zonnepark van ongeveer 3 hectare op het perceel aangrenzend aan het perceel van het hotel Van der Valk Zwolle. De duurzame energieopwekking vanuit het park wordt rechtstreeks gebruikt ten behoeve van de bedrijfsprocessen. De benodigde omvormer en trafostation zal gesitueerd worden op het zuiden van het projectgebied. De beoogde ontwikkeling zal in de gebruikersfase dan ook (nagenoeg) niet bijdragen aan een toename in verkeersstromen. Tweemaal per jaar zal een reguliere controle plaatsvinden en daarnaast als er storingen zijn. Hiervoor wordt ook rekening gehouden met tweemaal op jaarbasis. In totaal zal sprake zijn van vier verkeersbewegingen op jaarbasis. Naast controle zal regulier onderhoud aan het groen worden uitgevoerd, op vergelijkbare schaal zoals dit in de huidige situatie plaatsvindt met het maaien van het grasveld. Het extra aantal verkeersbewegingen is laag en daardoor zal verkeersveiligheid en doorstroming niet in het gedrang komen. Gedurende de aanlegfase zal naar verwachten de verkeersbewegingen toenemen met 100 verkeersbewegingen per jaar. Gelet op het aantal verwachte verkeersbewegingen als gevolg van het planvoornemen zal het niet leiden tot een significante wijziging ten opzichte van de huidige situatie. Ontsluiting Het plangebied wordt via de Nieuwleusenerdijk ontsloten.

Via de zuidelijke route kan het verkeer Nieuwe Hessenweg bereiken. Via deze weg kan het verkeer zich richting de oprit bewegen van de A28. Hulpdiensten kunnen het plangebied ook via deze manier bereiken. Parkeren Het parkeren van de werkbusjes ten behoeve van het onderhoud van de panelen gebeurt op het bestaande parkeerterrein van het hotel. Op dit parkeerterrein zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Het plan leidt niet tot parkeerdruk.

6.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor verkeer/openbare buitenruimte. 6.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp verkeer/openbare ruimte geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

25/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 7

VERDIEPING: OMGEVINGSKWALITEIT

Hoofdstuk 7 geeft een verdieping op de onderwerpen stedenbouw en beeldkwaliteit, landschap, cultuurhistorie en archeologie. 7.1

Landschap, stedenbouw en beeldkwaliteit

Deze paragraaf richt zich op het inpassen en versterken van de ruimtelijke, landschaps- en natuurwaarden en stedenbouw en beeldkwaliteit. Eerst wordt het kader vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente beschreven. Dan volgt een analyse van het landschap ter plaatse van het project. Vervolgens komen de wensen en uitgangspunten vanuit de analyse, het beleid en de omgeving aan de orde. Dit heeft geleid tot de landschappelijke inpassing. Tot slot wordt de landschappelijke inpassing getoetst aan de kaders.

7.1.1

Kaders

Rijk De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in een bopa regels op te nemen over het uiterlijk van bouwwerken. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij stedenbouw en beeldkwaliteit gaat het om instructieregels over ruimtelijke kwaliteit. Afdeling 4.3 van de verordening geeft instructieregels over het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel. Bopa’s dienen een onderbouwing te geven vanuit die benadering, waaruit blijkt dat de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is in de omgevingsverordening artikel 4.106 (kwaliteitsimpuls zonnevelden) en de daarbij behorende Handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden relevant voor dit project. Hierin zijn de ontwerpprincipes voor zonnevelden opgenomen. Bopa’s dienen de onderbouwing te geven waaruit blijkt dat de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen.

De visie wijst onder andere natuurgebieden en landschappen aan als waardevol en zeer waardevol. Kenmerkend voor de stad Zwolle is ook de aanwezigheid van een hoofdgroenstructuur, waar bijvoorbeeld de 'groene longen' van Zwolle onderdeel van uitmaken. Die hoofdgroenstructuur is voor Zwolle zeer waardevol. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. Het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur– en identiteit bepalend, het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes, het begeleidt recreatieve routes, het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur en het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur.

26/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarde. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit landschap en natuurwaarden zijn dat: •

•

ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. De natuurwaardenkaart is een belangrijk kader om die afweging te kunnen maken; een goede landschappelijke en stedelijke inpassing, passend bij de kenmerken van het landschap is een vereiste bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Volgens de omgevingsvisie van Zwolle ligt ten zuiden van het plangebied zeer waardevol landschap Vechtdal, ten westen ligt waardevol open landschap. Langs de Hermelenweg ligt een hoofdgroenstructuur. Direct ten noorden van het plangebied is een gewenste robuuste blauwe structuur aangegeven. Daarnaast heeft de gemeente Zwolle samen met de gemeenten Zwartewaterland en Kampen een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld aansluitend op het ontwikkelingsperspectief. In het LOP ligt het projectgebied op de grens van veld- en hoogveenontginningen en laagveenontginningen. Beide type gebieden zijn grootschalige open gebieden waar een rationeel blokverkaveling overheerst. Zichtlijnen zijn daardoor belangrijk. Om de ruimtelijke kwaliteiten te borgen, is voor voorliggende ontwikkeling een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie bijlage 1. Hierin is ingegaan op de kenmerken van het huidige landschap en zijn maatregelen beschreven om de openheid van het gebied te accentueren en tegelijk nieuwe of verdwenen landschapselementen toe te voegen. Beleid stedenbouw en beeldkwaliteit Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen. Hierbij kan gedacht worden aan de vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: 1.

repressief welstand (art. 22.7), oftewel de excessenregeling; 2. beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29). Op 13 februari 2024 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota 2023, versie november 2023 vastgesteld. Doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. De nota geeft gebieds- en objectgerichte welstandscriteria. De welstandsnota beperkt zich daarbij niet tot alleen gebouwen en andere bouwwerken, maar is ook een toetsingskader voor onder andere reclame-uitingen en woonschepen. Voor de gemeente biedt de nota een toetsingskader voor ingediende bouwinitiatieven, voor de burger biedt de welstandsnota vooraf het kader en de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe bouwinitiatieven. Met de welstandsnota en de beleidskeuzen die daarin zijn opgenomen, is er een belangrijk instrument voor het gemeentebestuur om te sturen op aspecten van welstand voor de stad, het breedst uit te drukken in het begrip ruimtelijke kwaliteit. Voor de burger biedt de nota vooraf inzicht in de criteria die worden gehanteerd bij de toetsing op welstand.

Op grond van het omgevingsplan van rechtswege (onderdeel bruidsschat) wordt een omgevingsvergunningaanvraag die betrekking heeft op een bouwactiviteit alleen verleend als deze niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de Welstandsnota 2023, versie november 2023. Welstandskader Hessenpoort Het projectgebied is gelegen binnen het gebied waar de 'Welstandskader Hessenpoort' van toepassing is. In dit welstandskader is beleid opgenomen met betrekking tot zonnepanelen. Zonnepanelen kunnen een bron van visuele hinder zijn. Mede daarom zijn alle aan de erfafscheidingen gestelde eisen, die opgenomen zijn in het Welstandskader en tevens hieronder zijn beschrijven, ook

27/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) geldend voor zonneparken. Voor zonneparken geldt aanvullend dat een strook van tenminste 3 meter diepte achter de voorgevelrooilijn vrij van zonnepanelen moet blijven en groen ingericht worden. Aanééngesloten zonnevelden groter dan 7,5 hectare niet zijn toegestaan. Deze moeten altijd gecompartimenteerd worden, middels stroken groen en/of water van tenminste 4 meter breedte. Bij het zonnepark behorende gebouwen of bouwwerken dienen te voldoen aan de regels ten aanzien van de footprint, zie kopje 'footprint' in deze onderbouwing. Op kavels aan de zuidzijde van de Nieuwleusenerdijk en langs de Hermelenweg zijn zonneparken stedenbouwkundig niet gewenst. Erfafscheidingen De voorerfgrenzen dienen te worden voorzien van een ‘(veld) esdoornhaag’ van circa 1,0 meter hoog en 0,8 meter breed, die doorgezet moet worden langs de zij-erfgrens tot aan de voorgevelrooilijn. Direct achter en evenwijdig aan al deze voorerf-grenzen is een zwart spijlen hekwerk van maximaal 2 meter hoogte toegestaan, type Heras-Atlas of gelijkwaardig. Alle erfafscheidingen, aan zowel de voor-, zij- als achterzijde van de kavel, moeten tenminste elke 100 meter voor egels passeerbaar zijn. Footprint Op elke kavel geldt een rechte voorgevelrooilijn, zo evenwijdig mogelijk aan de voorerfgrens.

De voorgevelrooilijn dient minimaal 5 meter achter de voorerfgrens te liggen. In sommige straten of straatdelen is dit aangescherpt tot respectievelijk minimaal 10, minimaal 12 of minimaal 15 meter achter de voorerfgrens. De zij- en achtergevelrooilijnen dienen in heel Hessenpoort op minimaal 3 meter vanaf de zij- en achtererfgrenzen te liggen. Landschapsbeleid Beleid voor behoud en ontwikkeling van het landschap is vastgelegd in het door de raad vastgestelde Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Zwolle, Zwartewaterland en Kampen (2010, deel 1 Visie). Dit beleid is alleen werkzaam voor het buitengebied en het biedt een ontwikkelingskader en inspiratiebron bij het adviseren over ruimtelijke initiatieven in het buitengebied van de gemeente.

7.1.2

Landschappelijke en historische analyse

Analyse landschap Het plangebied ligt in een van oorsprong zeer open landschap, in een veenontginningslandschap. Het veen is geheel afgegraven. Historisch gezien heeft het gebied een grote transformatie doorgemaakt; rond 1900 kwamen hier allerlei wegen samen en was er een kanaal met dijken. Destijds was ook al grasland aanwezig. De verkavelingsstructuur was vooral zuidwest-noordoost gericht. Daar waar nu de oksel van de Nieuwleusenerdijk en de Hermelenweg is, stond bebouwing. De sloot ten oosten van het plangebied volgt de contour van het kanaal. De bodem van het plangebied bestaat uit beekeerd grond met lemig fijn zand (pZg23). Deze grond heeft een minerale eerdlaag van 15 tot 30 cm dik. Ten zuiden liggen vlakvaaggronden (zandgrond zonder minerale eerdlaag). Geomorfologisch gezien ligt het plangebied (nog net) op een dekzandrug, door de wind in het Weichselien gevormd. Ten noorden ligt een ‘vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss‘. Op de hoogtekaarten van de AHN-viewer (www.AHN.nl) is te zien dat het plangebied lager ligt dan de omgeving (40 - 90 cm +NAP. Het hotel is 32 meter hoog. Rondom het plangebied ligt een sloot, ten zuiden een (pijlvormige) lagergelegen waterplas. Het plangebied ligt in de veld- en hoogveenontginningen, op de grens met Laagveenontginningen bij Kamperveen, Haesterbroek, Gennenger- en Holtenerbroek.

Het gebied ligt in / sluit aan op het gebied Veldontginning en De Ruiten Dambord met natuurwaarden. Dit is een grootschalig landbouwgebied met blokverkaveling en natuurwaarden. • grootschaligheid behouden en versterken; • erfbeplantingen stimuleren; • landbouw heeft primaat; • nieuwe vormen landbouwkundig gebruik toegestaan, met inachtneming van de waardevolle openheid van het gebied;

28/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) • • • •

inpassing stedelijke ontwikkeling in landschap; weidevogelgebied; natuurontwikkeling in De Ruiten; behoud van zandwegen, schrale bermen en slootranden

Het plangebied grenst tevens aan het landschapstype Laagveenontginningen bij Kamperveen, Haesterbroek, Gennenger- en Holtenerbroek. Het sluit aan op het gebied Broekgebieden - Broeden en weiden. Dit gebied kenmerkt zich door open landbouwgebied met karakteristieke gestrektheid in verkaveling. • versterking openheid en behoud gestrektheid verkaveling; • bebouwing langs de ontginningsas; • behoud eendenkooien; • zichtlijnen vanaf ontginningslijnen behouden; • landbouw heeft primaat; • erfbeplantingsplannen; • ontginningslijnen versterken met beplanting; • weidevogelgebied; • natuurontwikkeling langs de wetering Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het dekzandruggenlandschap Zwartewater en Vecht. In het plangebied kan de grootschalige blokverkaveling, inpassing van stedelijke ontwikkeling in het landschap, natuurontwikkeling en behoud van schrale bermen en slootranden meegenomen worden. 7.1.3 Beoordeling Provincie Vanuit de provinciale instructieregels is het project getoetst aan de OF, WAAR- en HOE-benadering. Het project past binnen de generieke beleidskeuzes van toekomstbestendigheid, omdat het zonnepark bijdraagt aan de energiebehoefte van nu en de toekomst. Voor of/hoe/waar wordt verwezen naar hoofdstuk 5 Provinciaal beleid.

Vanuit de provincie is aangegeven dat het in onderhavig project gaat om een project die buiten Groene Omgeving valt en dat er verder geen raakvlakken zijn met de andere gebiedsspecifieke beleidskeuzes. Gemeente Binnen de gemeentelijke kaders valt het gebied buiten de aangewezen natuurwaarden of stedelijke groenstructuur van de gemeente Zwolle. Vanuit het Landschapsontwikkelingsplan wordt met name aangesloten bij het uitgangspunten om het project goed in te passen in het karakter van de omgeving. Het perceel en het directe gebied eromheen dient te fungeren als functionele stadsentree. Aangezien het gebied in relatie tot bedrijventerrein Hessenpoort gekenmerkt wordt door een open karakter is landschappelijke inpassing van het projectgebied hieraan geschikt gemaakt. Door de aanplant van nieuwe vegetatie en nieuwe watergangen wordt er geïnvesteerd in de biodiversiteit. Daarnaast blijft de openheid behouden en wordt er streekeigen beplanting aangelegd. Het project is vanuit het oogpunt van welstand akkoord bevonden. In het landschappelijk inpassingplan, zie bijlage 1, zijn bovenstaande uitgangspunten toegepast. Hierdoor voldoet het plan aan het Welstandskader Hessenpoort. Het plan is daarmee in lijn met het gemeentelijk beleid voor zonnepanelen en welstand. 7.1.4 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt.

Het besluit voldoet aan de kaders voor landschap, stedenbouw en beeldkwaliteit. 7.1.5 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp stedenbouw en beeldkwaliteit aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Het betreft verplichting tot uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan van september 2025, opgesteld door Rho Adviseurs zoals opgenomen in de bijlage 1.

29/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 7.2

Cultuurhistorie

7.2.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een bopa in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. Tevens moet rekening gehouden worden met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed. Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn.

Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar waardevolle gebouwen, structuren, landschappen en archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar historisch waardevolle objecten, complexen, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit cultuurhistorie zijn dat: • gemeentelijke- en rijksmonumenten zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit beschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; • benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Dit geldt ook voor niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen; • aansluitend op vorige spelregel; cultuurhistorische waarden, ook niet beschermde, vormen een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; • het hergebruik van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen heeft de voorkeur boven nieuwbouw. Beleid cultuurhistorie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch

30/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Om op een goede wijze rekening te houden met het cultureel erfgoed zijn de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente geïnventariseerd, beschreven en gekwalificeerd. Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen voor cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Deze maken dus deel uit van het omgevingsplan. 7.2.2 Beoordeling Het plangebied en de omgeving beschikt volgend de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel over een ruilvervaling van 'gemiddeld' en bevat een historische infrastructuur.

Afbeelding uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Overijssel

De historische infrastructuur (blauwe lijn) betreft een karrespoor. Op basis van luchtfoto's is het karrespoor en archeologische niet meer zichtbaar/aanwezig. Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen geen cultuurhistorische waarden aantast. 7.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor cultuurhistorie. 7.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp cultuurhistorie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

7.3

Archeologie

7.3.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En

31/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij archeologie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat bij en bopa rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een bopa in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in bij een bopa ook regels worden gesteld over onder andere de eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden. Uitgangspunt is dat, als regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, het omgevingsplan bepaalt dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s.

Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij archeologie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed. Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn, waaronder archeologische vindplaatsen.

Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit archeologie is dat: • gemeentelijke- en rijksmonumenten en archeologie zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet-/regelgeving. Dit beschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Beleid archeologie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op 18 augustus 2008 heeft de raad archeologiebeleid vastgesteld.

Centraal thema is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's).

32/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen. Deze maakt dus deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. De beschermende regels richten zich op activiteiten in gebieden met een archeologische waarde van 50%, 90% en 100%, welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m². Belangrijke uitzondering is de historische binnenstad van Zwolle die onder het beschermd stadsgezicht binnen de veste valt. Hier geldt een oppervlaktegrens van 30 m2 en dieptegrens van 0.5 meter beneden het maaiveld. Bij ontgravingen in de binnenstad Zwolle geldt voor elke ontgraving een meldingsplicht. 7.3.2 Beoordeling Op basis van de Archeologische Waardenkaart van de gemeente Zwolle heeft het projectgebied overwegend een verwachtingswaarde van 10%. Een klein deel van de gronden heeft een verwachtingswaarde van 50%. Gebieden met een vondstkans van 50% of hoger worden in het omgevingsplan tot archeologisch waardevol gebied bestempeld. Bij een verwachting van 50% moet er in ieder geval inventariserend veldonderzoek uitgevoerd worden. Het geldende bestemmingsplan/provinciaal inpassingplan beschikt echter niet over een archeologische dubbelbestemming ter hoogte van de gronden die een verwachtingswaarde hebben van 50%.

In 2010 is ten zuiden en deels in het projectgebied een archeologisch bureauonderzoek verricht met aanvullend een proefsleuvenonderzoek. Tijdens het onderzoek, zie bijlage 6, is aangetoond dat het gebied over een voormalige karrespoor beschikt. Op basis van de archeologische waardenkaart kan worden geconcludeerd dat ter hoogte van de verwachtingswaarde van 50% het karrespoor is gelegen. Met het proefsleuvenonderzoek zijn geen archeologische resten gevonden. Op voorhand wordt verwacht dat in het projectgebied geen archeologische resten meer aanwezig zijn. Mocht tijden het uitvoeren van de werkzaamheden sprake zijn van een toevalvondst, dan wordt dit gemeld bij de gemeentelijk archeoloog. In het gebied zijn verder geen monumenten of beschermde stads-/dorpsgezichten aanwezig. 7.3.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor archeologie. Er is een archeologische verwachtingswaarde aanwezig, maar deze zal naar grote waarschijnlijkheid niet tot nauwelijks worden verstoord. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het project. Wanneer er tijdens de werkzaamheden toch archeologische vondsten worden gedaan, zal initiatiefnemer hier melding van maken. Vanuit het oogpunt van archeologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.3.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp archeologie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

33/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 8

VERDIEPING: GEZONDHEID EN VEILIGHEID

De fysieke leefomgeving heeft alles in zich om een positieve bijdrage te leveren aan gezondheid. Om dat te bewerkstellingen is in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen gekozen voor een brede benadering die uitgaat van beschermen, bevorderen en faciliteren van een betere gezondheid van bewoners en bezoekers van Zwolle. Er zijn meerdere aspecten die de gezondheid van mensen bepalen. In Zwolle vinden we het belangrijk dat die aspecten van betekenis zijn voor de ontwikkeling van Zwolle: 'Zwolle gezond’.

Gezondheid heeft raakvlakken met meerdere thema's, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en milieu. We stellen 'Zwolle gezond' centraal als leidend principe voor een toekomstbestendig Zwolle. Hiervandaan zoeken we continu naar win-win situaties. We zetten Zwolle gezond in als handvat voor afwegingen in de fysieke leefomgeving. Daarbij beschouwt Zwolle milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieu is een thema dat van oudsher centraal geregeld is en waarbij in de laatste decennia ook de Europese Unie een grotere rol is gaan spelen. Naast het werken binnen de nationale en Europese kaders op het gebied van milieu krijgen gemeenten ook meer eigen afwegingsruimte om te handelen. Elk gebied is anders, maatwerk en flexibiliteit is daarom nodig. Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Zwolle onder andere de volgende uitgangspunten: • De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Zwolle. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren wij voornamelijk het 'ja, mits' uitgangspunt. We willen graag ontwikkelingen binnen de gemeente mogelijk maken; • De milieukwaliteit wordt per saldo behouden.

Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd; • Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken naar synergie met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden; • Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied;

34/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) •

Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen.

8.1

Klimaat, energie en circulariteit

8.1.1

Kaders

Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij klimaat, energie en circulariteit gaat het om regels over energie en afval. Afdeling 4.11 van de verordening geeft instructieregels over energie en afval. Het betreft regels gericht op een kwaliteitsimpuls bij zonnevelden, uitsluitingsgebieden voor windturbines, installaties voor onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas) en opslag van radioactief afval. Gemeente Omgevingsvisie Klimaatadaptie Kernopgave uit de omgevingsvisie is dat Zwolle in 2050 klimaatbestendig is ingericht en daarmee veilig voor overstromingen en aangepast aan extreem weer. Door het veranderende klimaat is dat een ambitie die impact heeft op de fysieke leefomgeving om ook in de toekomst veilig en beschermt tegen het water te kunnen wonen, ondernemen en recreëren in Zwolle. We benutten en versterken de samenhang in het watersysteem dat bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste het hoofdwatersysteem met de hoofdwater-keringen en het regionale watersysteem. Ten tweede de groen- blauwe structuur in de bestaande stad met daarin ruimte voor sponswerking en het tegengaan van hittestress.

Onderling zijn de verschillende onderdelen met elkaar verbonden en vormen ze een fysieke onderlegger voor de omgevingsvisie om te komen tot een klimaatbestendig en adaptief Zwolle. De klimaatadaptatie maatregelen die onderdeel zijn van het streefbeeld groenblauwe structuur hebben als doel om schade te reduceren en meerwaarde te leveren aan een aantrekkelijk en robuust Zwolle nu en in de toekomst. Met klimaatadaptatie maken we voor de uitvoer van maatregelen koppelingen met andere opgaven waar Zwolle voor staat, zoals het vergroten van biodiversiteit, versterken van de omgevingskwaliteit en het verbeteren van de gezondheid van Zwolse inwoners. Energieneutraal Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar volledig groene energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. De ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening. Deze ontwikkeling kent twee sporen. Het eerste is het verminderen van het energieverbruik. Het tweede de opwekking van duurzame energie (wind, zon, aardwarmte, waterkracht). Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze minimaal energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter' op gebiedsniveau. Het landelijke klimaatakkoord is de komende jaren de leidraad voor de energietransitie.

Hierin wordt richting gegeven hoe klimaatdoelen te gaan realiseren. Dit vanuit 5 verschillende invalshoeken: Industrie, Landbouw, Elektriciteit, Gebouwde omgeving en Mobiliteit. De energietransitie en de wens van de gemeente Zwolle om in 2040 energieneutraal (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026) te zijn heeft impact op Zwolle als geheel en de omliggende regio. De voornaamste raakvlakken richten zich op de duurzame

35/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) opwek van elektriciteit en warmte, de gebouwde omgeving en mobiliteit. De omgevingsvisie wijst onder andere kansrijke gebieden aan voor zonneparken en windmolens. Circulariteit Circulariteit betreft de circulaire economie, welke een essentieel onderdeel vormt van de duurzame ontwikkeling van de stad Zwolle. De circulaire economie is een economie waarin de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden blijft. Ook is het niet vanzelfsprekend meer dat producten worden aangeschaft en afgedankt, maar bijvoorbeeld worden gedeeld, gehuurd of geleased. Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn; een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. We maken de transitie van onze huidige take-make-waste, lineaire economie naar een circulaire. Voor onze eigen bedrijfsvoering en projecten waar we als opdrachtgever betrokken zijn, geldt dat we een voorbeeldfunctie willen vervullen. We willen de stad en de regio inspireren hoe de transitie naar een circulaire economie te maken. De ambities op het gebied van circulaire gebiedsontwikkeling worden in de omgevingsvisie al deels vertaald naar de ambities op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, water, natuur inclusief bouwen en nieuwe stedelijkheid.

Algemeen uitgangspunt voor een circulaire gebiedsontwikkeling zijn vier principes: • Reductie (verminderen van de vraag naar grondstoffen); • Synergie (het lokaal uitwisselen van stromen); • Productie en inkoop (de resterende vraag duurzaam en circulair produceren en inkopen); • Management (het monitoren van de stromen, om inzicht te krijgen in waar en wanneer er kans is voor verbetering). Circulair bouwen gaat om beschermen van grondstoffen, het beschermen van het milieu en het behouden van functionaliteit. Daarvoor zetten we de eerste stappen naar een Zwolse aanpak. Zwolle stelt een Zwolse standaard op voor het circulair bouwen van nieuwbouw, renovatie en de aanleg en beheer van de buitenruimte. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke keurmerken en regelgeving. KEC toets De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen geeft aan dat bij nieuwe initiatieven altijd een KEC-toets wordt opgesteld. KEC staat voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. We vinden het belangrijk dat bij elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving deze drie thema's integraal afgewogen worden. 8.1.2 Beoordeling Provincie Het project voldoet aan de instructieregel voor de kwaliteitsimpuls zonnevelden. Het verlies van ecologische of landschappelijke waarden wordt in voldoende mate gecompenseerd door investeringen in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Dit is in paragraaf 7.1 verder omschreven. Bovendien door het aanleggen van eigen energievoorziening ingespeeld op de huidige netcongestie en wordt bijgedragen aan de energietransitie. Gemeente Het zonnepark sluit aan bij het tweede spoor van de ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening en de wens van de gemeente Zwolle om in 2040 energieneutraal (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026) te zijn.

36/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het Zonnepark Van der Valk Hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor klimaat, energie en circulariteit. 8.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp klimaat, energie en circulariteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 8.2

Water

8.2.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij water gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de waterbelangen. Paragraaf 5.1.3, artikel 5.37 Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Deze paragraaf geeft verder specifieke instructieregels over onderdelen van watersystemen bij een bopa, waaronder primaire waterkeringen, grote rivieren en het IJsselmeergebied, waarbij onder andere het rivierbed en reserveringsgebieden worden aangewezen. Voor zover een bopa van toepassing is op het rivierbed van de grote rivieren, moeten bij het toelaten van activiteiten een aantal waarborgen worden opgenomen, gericht op het beschermen van de waterbelangen. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen.

Bij water gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem, grondwaterbeschermingsgebieden en watergebiedsreserveringen. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat bij bopa’s alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Afdeling 4.8 van de verordening geeft instructieregels voor bopa’s, waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan, in ter bescherming van het grondwater aangewezen gebieden, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie. Het kan gaan om waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones, intrekgebieden en boringsvrije zones. Afdeling 4.9 van de verordening geeft instructieregels over aangewezen watergebiedsreserveringen waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan. Gericht op het beperken van negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast in gebieden die een verhoogd risico lopen om onder water te lopen.

Het kan gaan om primaire watergebieden, waterbergingsgebeden, overstromingsrisicogebieden, en overstroombaar gebied.

37/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Waterschap Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Kadernotitie Stedelijk Water, beleid inrichting beheer en onderhoud op maat en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21.In 2021 is de Kadernotitie Stedelijk Water vastgesteld. Deze notitie beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen en keringen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. In de waterschapsverordening zijn regels gesteld wat wel en niet mag bij o.a. watergangen, waterkeringen, kernzones en bijvoorbeeld lozingen.

Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft als aandachtspunt het belang van het in stand houden van in de omgeving aanwezige waterstaatkundige functies. Paragraaf 8.1 van deze motivering geeft het kader voor water vanuit het perspectief van klimaat. Beleid water Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Riolerings Programma 2022-2026. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. De door de raad vastgestelde Hemelwaterverordening 2024 geeft, met het oog op het beperken van wateroverlast en het verminderen van droogteschade, regels over het afvoeren en opvangen van hemelwater bij het bouwen van een bouwwerk en bij het aanleggen of vervangen van verhard oppervlak. Deze verordening maakt deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. 8.2.2 Beoordeling Het voorliggende plan is kenbaar gemaakt bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het plan geldt dat de normale procedure van toepassing is. In bijlage 8 is de uitgangspuntennotitie bijgevoegd die voor dit plan door het waterschap is samengesteld. De uitgangspunten worden in deze paragraaf behandeld. Voor het plan geldt dat de normale procedure van toepassing is verklaard. Deze procedure is aangevraagd.

Hierbij is aangegeven dat het waterbelang voldoende wordt gewaarborgd met het project, aangezien de bodem niet wordt verhard. Het project heeft daardoor ook geen raakvlakken met rijks- en provinciale instructieregels met betrekking tot water- en bodemsysteem, grondwaterbeschermingsgebieden en watergebiedsreserveringen. Ook heeft het zonnepark geen invloed op de aanwezige waterstaatkundige functies binnen en rondom het projectgebied. Tot slot is er geen invloed op afvalwater, grondwater en hemelwater. Waterveiligheid Het plangebied ligt in een dijkringgebied; dit zijn gebieden die overstroombaar zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen waar mensen kunnen verblijven dient een overstromingsparagraaf opgenomen te worden. In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Binnen het zonnepark en bij de batterijopslag zijn normaliter geen personen aanwezig. Hierdoor is het niet noodzakelijk om in te gaan op een vluchtplan. Het betreft hier een kleinschalige ontwikkeling waarbinnen de zonnepanelen zelf verhoogd liggen omdat deze op constructies zijn aangebracht. In geval van hoogwater kan water hier ongehinderd onderdoor stromen.

De technische installaties (omvormers,

38/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) batterijopslag) worden ofwel op een onderconstructie geplaatst of er wordt met aanvullende grond een lichte verhoging aangebracht, waardoor deze niet direct getroffen worden in geval van een overstroming. Dit wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten nader toegelicht. De al aanwezige waterhuishoudkundige werken worden met het plan niet aangepast. Waterveiligheid is door dit plan niet in het geding. Watersysteem Het plangebied ligt in de invloedszone van een A-watergang; een watergang waarvoor het waterschap verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud. De ontwikkeling mag niet het onderhoud belemmeren van deze watergangen en doorstroming niet beinvloeden. In de waterschapsverordening zijn hierover regels opgenomen, met name voor de afrastering. Voor de ontwikkeling is artikel 2.4. lid 3 van de waterschapsverordening relevant. Degene die de activiteit verricht evenwijdig aan een oppervlaktewaterlichaam dat volgens de legger in onderhoud is bij het waterschap, zorgt ervoor dat de afrastering: a. niet hoger is dan 1,0 m; b. op 0,30 m uit de insteek van het oppervlaktewaterlichaam staat, tenzij sprake is van een situatie als genoemd onder c of d; c. op 2,0 m uit de insteek staat als het oppervlaktewaterlichaam wordt onderhouden met een smalspoormachine; d.

op 5,0 m uit de insteek staat als er langs het oppervlaktewaterlichaam een onderhoudspad voor breedspoormachines is.

Onderhoud door het waterschap aan de watergang is bij dit plan noodzakelijk. Tussen de afrastering van het zonnepark en het oppervlaktewaterlichaam blijft een zone van minimaal 5 meter gehandhaafd voor breedspoormachines voor onderhoud. Het zonnepark en batterijopslag zelf staan op ruime afstand van de watergang. Er worden geen wijzigingen in het watersysteem aangebracht. Het watersysteem is niet in gevaar door het plan. Overbelasting watersysteem Het overbelasten van het watersysteem dient voorkomen te worden. Hiervoor hanteert het waterschap de voorkeursreeks vasthouden - bergen - afvoeren. Het plan leidt niet tot overbelasting van het watersysteem zelf. Hemelwater kan de grond bereiken doordat er ruimte is gelaten tussen de rijen panelen, waardoor water net als in de huidige situatie binnen het plangebied zelf wordt opgevangen. De toename van verharding met de plaatsing van omvormers en batterijopslag zelf is zeer gering en er is voldoende ruimte binnen het plangebied om dit effect op te vangen. In het inrichtingsplan zijn een aantal wadi's opgenomen die een rol spelen in het vasthouden van hemelwater. Er wordt op basis van de ligging van het plangebied op voorhand geen wateroverlast verwacht bij extreme neerslag. Grondwater- en peilbeheer Er zijn geen voornemens om met dit plan het grondwaterpeil aan te passen.

Waterkwaliteit In het plan worden geen uitlogende materialen toegepast en in het beheer zijn geen chemische bestrijdingsmiddelen of schoonmaakmiddelen voorzien. Waterkwaliteit zal met dit plan niet in het geding zijn. Riolering Er is geen sprake van vuilwaterafvoer. Energiewinning Het plan voldoet aan de uitgangspunten voor zonneparken op land. Dit betekent dat er rekening is gehouden met onderhoudstroken rondom het plangebied, er rekening wordt gehouden met wateroverlast, hemelwaterafvoer plaatsvindt binnen het plangebied en voorkomen wordt dat de bodem zich bij aanleg en exploitatie verdicht of vervuild raakt.

39/65

12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk hotel Zwolle mogelijk gemaakt. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het treffen van aanvullende maatregelen en/of het opstellen van voorschriften is niet noodzakelijk. Het plan is bovendien niet in strijd met de instructieregels van het rijk of de provincie. Tussen de panelen en tussen de rijen wordt ruimte opengelaten zodat hemelwater de bodem kan bereiken. Het besluit voldoet aan de kaders voor water. 8.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp water geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.3

Bodemkwaliteit

8.3.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl geeft aan dat een bopa waarden bevat voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Bij het vaststellen van die waarden wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Een bopa kan per gebied of per gebruiksfunctie verschillende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties bevatten. Een bopa kan ook hogere waarden bevatten dan de waarden, bedoeld in bijlage IIA. Een bopa bepaalt tevens dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een waarde alleen is toegelaten als de in de bopa voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s.

Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem en bodembescherming. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat bij een bopa alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Paragraaf 4.12.2 van de verordening geeft instructieregels over bodembescherming. Gericht op een zorgvuldige aanpak van bodemverontreinigingen die risico’s opleveren voor de mens en leefomgeving; en van bodemverontreiniging in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Het geeft onder andere instructieregels voor gemeenten over activiteiten met mogelijke risico’s voor de kwaliteit van het grondwater en in het bijzonder voor de kwaliteit van het grondwater in of nabij waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6051295e-b27c-4d4d-baac-8a0a1ea64ea0