Bijlage 2 – Motivering BOPA Zonnepark Van der Valk
Tekst van het document
Bijlage behorende bij Bijlage 3 onderdeel Afwijken van regels in het omgevingsplan van: Omgevingsvergunning (Zonnepark Van der Valk Zwolle, 0193ESUITE2306922024)
Publicatieversie: Datum:
concept 9 februari 2026
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)
Inhoud Hoofdstuk 1
INLEIDING ......................................................................................................................4
1.1
Aanvraag omgevingsvergunning.......................................................................................4
1.2
Leeswijzer..................................................................................................................................4
Hoofdstuk 2
BESTAANDE SITUATIE ...............................................................................................5
Hoofdstuk 3
PLANOPZET ................................................................................................................10
Hoofdstuk 4
PARTICIPATIE.............................................................................................................12
Hoofdstuk 5
BELEIDSDOELEN.......................................................................................................13
5.1
Rijksbeleid...............................................................................................................................13
5.2
Provinciaal beleid .................................................................................................................15
5.3
Gemeentelijk beleid ..............................................................................................................20
Hoofdstuk 6 6.1
VERDIEPING: FUNCTIES .........................................................................................23
Verkeer/ openbare ruimte ...................................................................................................23
Hoofdstuk 7
VERDIEPING: OMGEVINGSKWALITEIT ................................................................26
7.1
Landschap, stedenbouw en beeldkwaliteit...................................................................26
7.2
Cultuurhistorie .......................................................................................................................30
7.3
Archeologie.............................................................................................................................31
Hoofdstuk 8
VERDIEPING: GEZONDHEID EN VEILIGHEID.....................................................34
8.1
Klimaat, energie en circulariteit .......................................................................................35
8.2
Water .........................................................................................................................................37
8.3
Bodemkwaliteit ......................................................................................................................40
8.4
Ondergrond.............................................................................................................................41
8.5
Milieuzonering........................................................................................................................43
8.6
Geluid .......................................................................................................................................43
8.7
Luchtkwaliteit .........................................................................................................................46
8.8
Trillingen ..................................................................................................................................47
8.9
Geur...........................................................................................................................................48
8.10
Externe veiligheid .................................................................................................................49
2/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)
8.11
Infrastructuur .........................................................................................................................53
8.12
Inrichting buitenruimte........................................................................................................54
8.13
Mer-beoordeling ....................................................................................................................55
Hoofdstuk 9
VERDIEPING: NATUUR ............................................................................................57
9.1
Natuur inclusief en biodiversiteit .....................................................................................57
9.2
Natuurwaarden en ecologie ...............................................................................................57
Hoofdstuk 10 10.1
UITVOERBAARHEID ..................................................................................................62
Financieel-economische uitvoerbaarheid .....................................................................62
10.2 2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................63 10.3 Overige regels fysieke leefomgeving ................................................................................63 Hoofdstuk 11
JURIDISCHE ASPECTEN .........................................................................................64
11.1
De omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ........................64
11.2
Van omgevingsvergunning naar omgevingsplan .......................................................64
BIJLAGEN
65
3/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 1
1.1
INLEIDING
Aanvraag omgevingsvergunning
Er is op 21 november 2024 een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit ingediend. De aanvraag betreft de realisatie van een grondgebonden zonnepark van 3 hectare voor de duur van 25 jaar op het perceel naast het hotel Van der Valk aan de Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle. Deze gronden zijn in eigendom van Hotel Café Restaurant ‘’Zwolle’’ B.V., bekend onder de handelsnaam Van der Valk Hotel Zwolle. De opgewekte elektriciteit zal voornamelijk worden gebruikt voor de bedrijfsvoering van het Hotel Van der Valk. Het Omgevingsplan gemeente Zwolle biedt geen mogelijkheid het aangevraagde project te realiseren. Voor het projectgebied is op grond van Provinciaal Inpassingsplan N340, dat deel uitmaakt van het omgevingsplan, de bestemming ‘’Horeca’’ en dubbelbestemmingen ‘’Groenvoorzieningen’’, ‘’Ondergrondse gasleiding’’ en ‘’militaire laagvliegroute’’ van toepassing. Het projectgebied is daarbij ook deels gelegen in de geluidzone van het industrieterrein Hessenpoort. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn voornamelijk bestemd als buitenruimte voor horecabedrijf met inbegrip van de exploitatie van zaalaccommodatie, beurzen en exposities, recreatie-inrichtingen, detailhandel en dienstverlening.
De gronden met de dubbelbestemming 'Militaire laagvliegroute' zijn bestemd voor defensiedoeleinden in de vorm van een militaire laagvliegroute, waar in afwijking van de algemene minimum vlieghoogte van 300 meter door militaire vliegtuigen mag worden gevlogen op een hoogte van minimaal 75 meter boven obstakels met een navigatietolerantie van 1853 meter aan weerszijden van de as van de route. Wanneer de bouwhoogte hoger dan 30 meter bedraagt, dan dient dit gemeld te worden bij de Minister van Defensie. Om dit project mogelijk te maken wordt van het omgevingsplan afgeweken met een omgevingsvergunning voor een zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Zo’n omgevingsvergunning kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze bijlage van omgevingsvergunning Zonnepark Van der Valk geeft de motivering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Het onderbouwt dat het aangevraagde project voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er is met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanleiding voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning. Deze voorschriften zijn opgenomen in Bijlage 1 van de omgevingsvergunning.
1.2
Leeswijzer
Deze motivering bestaat uit drie delen. Het eerste deel betreft de hoofdstukken 2 tot en met 5. De focus ligt in die hoofdstukken op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het beschrijft en onderbouwt op hoofdlijnen de essentie van de aanvraag en de daarover gemaakte integrale afweging. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie. Ingegaan wordt op de feitelijke situatie en de bestaande planologische rechten. Hoofdstuk 3 geeft het beoogde eindbeeld van het project. Een integrale onderbouwing op hoofdlijnen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid en inpassing in de bestaande omgeving. Hoofdstuk 4 geeft aan hoe die nieuwe inrichting zich verhoudt tot de gevoerde participatie. Hoofdstuk 5 geeft aan hoe de nieuwe inrichting zich verhoudt tot het relevante generieke omgevingsbeleid van rijk, provincie en de gemeente. De hoofdstukken 6 tot en met 9 vormen het tweede deel van de motivering. Deze hoofdstukken geven een verdieping op specifieke inhoudelijke onderwerpen binnen de fysieke leefomgeving die bij het project een rol spelen bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het derde deel wordt gevormd door de hoofdstukken 10 en 11. Deze hoofstukken gaan in op de uitvoerbaarheid en enkele juridische aspecten van de omgevingsvergunning.
4/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 2
BESTAANDE SITUATIE
Om tot een goede beoordeling en motivering te kunnen komen, is inzicht nodig in de staat van de fysieke leefomgeving ter plaatse van de locatie van het project en, voor zover nodig, de omgeving. Naast de feitelijke situatie betreft dit ook de aanwezige (planologische) rechten. Dit hoofdstuk beschrijft die bestaande situatie en rechten. Voor zover van belang wordt ingegaan op, onder andere, de ruimtelijke karakteristiek en identiteit, de waarden binnen het gebied en de aanwezige functies. 2.1. Ligging en begrenzing Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Zwolle, aan de westzijde van het bedrijventerrein Hessenpoort en parallel aan de rijksweg A28. Kadastraal betreft het de percelen Zwollekerspel, sectie W, nummers 571 en (gedeeltelijk) 525 en 691. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het Van der Valk Hotel, gesitueerd nabij het knooppunt van de A28 met de Kranenburgweg, Hessenweg (N340) en Nieuwleusenerdijk. De Nieuwleusenerdijk vormt een belangrijke ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein Hessenpoort. Het plangebied is bereikbaar via de Hermelenweg en beschikt over een eigen uitweg. Het gebied fungeert als bufferzone tussen de snelweginfrastructuur en de Nieuwleusenerdijk. De percelen zijn volledig in eigendom van Van der Valk Hotel. De initiatiefnemer is voornemens het plangebied tijdelijk in te richten als zonnepark.
Afbeelding: ligging van het projectgebied Op de naastgelegen percelen bevinden zich onder andere detailhandel, logistiek en overige bedrijvigheid. De bebouwing karakteriseert zich als industrieel en grootschalig. Er is geen woonfunctie aanwezig in de directe nabijheid van het projectgebied. Enkel aan de overkant van de snelweg is een woning aanwezig met verder voornamelijk agrarische gronden. 2.2. Bestaande situatie De percelen zijn in de huidige situatie een intensief beheerd grasland. Er is geen bebouwing aanwezig en de gronden worden niet benut ten dienste van horecabestemming.
5/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Aan de noordkant van het perceel, net buiten het projectgebied, is een klein bosschage aanwezig. Verder staat er een bomenrij langs de randen van het projectgebied. Het plangebied is omringd door kleine watergangen en ten zuiden ligt een waterpartij. Dit water valt echter buiten het projectgebied. Vanaf de snelweg en de Hermelenweg is direct zicht op het projectgebied (zie afbeelding hieronder). Vanaf de omliggende bedrijven is ook direct zicht op het projectgebied.
Afbeelding huidige situatie
Afbeelding Zicht op de locatie vanuit toegangsweg op het perceel via de Hermelenweg 2.3. Omgevingsplan Zwolle De planologische rechten voor de locatie zijn vastgelegd in het op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingsplan gemeente Zwolle. Dat omgevingsplan bestaat uit de 'bruidsschat' (meerdere vanuit landelijke wetgeving overgegane regels, vooral over bouwen en milieu), enkele lokale verordeningen en alle geldende bestemmingsplannen.
6/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)
Provinciaal Inpassingsplan N340/N48 Zo valt het plangebied grotendeels in het Provinciaal Inpassingsplan N340, dat deel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan met daarbinnen bestemming ‘’Horeca’’. Het inpassingsplan is vastgesteld op 12 juli 2017 en deels herziend op 11 april 2018. Het plangebied heeft daarbij een gebiedsaanduiding ‘’Geluidzone – Industrie’’. Deze gronden zijn bestemd als buitenruimte voor horecabedrijf met inbegrip van de exploitatie van zaalaccommodatie, beurzen en exposities, recreatie-inrichtingen, detailhandel en dienstverlening. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwzijde, worden gebouwd ten behoeve van de bestemming. Het bouwen van bouwwerken - die niet dienen ten behoeve van de bestemming - is niet toegestaan volgens de bouwregels.
Afbeelding: Uitsnede Omgevingsplan gemeente Zwolle
Bestemmingsplan Hotel Van der Valk Op een klein deel van het projectgebied is ook het bestemmingsplan ‘’Hotel Van der Valk’’ van kracht, vastgesteld op 5 november 2010. Hierop gelden ook de bestemming ‘’Horeca’’ en zijn dubbelbestemmingen ‘’Groenvoorzieningen’’, ‘’Ondergrondse gasleiding’’ en ‘’militaire laagvliegroute’’ van toepassing. Daarnaast is er een aanduiding ‘geen bebouwing begane grond’ opgenomen. Het projectgebied is tevens gelegen in de geluidzone van het industrieterrein Hessenpoort. Het realiseren van gebouwen is ter plaatse niet toegestaan. Bouwwerken zijn in beperkte mate mogelijk. Binnen de aanduiding 'Geen bebouwing begane grond' mag tot minimaal 6 meter vanaf het peil niet op de begane grond worden gebouwd, met uitzondering van bouwconstructieve delen en ontsluitingspunten. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn voornamelijk bestemd als buitenruimte voor horecabedrijf met inbegrip van de exploitatie van zaalaccommodatie, beurzen en exposities, recreatie-inrichtingen, detailhandel en dienstverlening. De bestemming ‘Groenvoorzieningen’ zijn groenvoorzieningen, voetpaden, water en daaraan ondergeschikte voorzieningen voor beeldende kunst, geluidwerende voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, infrastructurele en waterhuishoudkundige voorzieningen.
De gronden met de dubbelbestemming 'Militaire laagvliegroute' zijn bestemd voor defensiedoeleinden in de vorm van een militaire laagvliegroute, waar in afwijking van de algemene minimum vlieghoogte van 300 meter door militaire vliegtuigen mag worden gevlogen op een hoogte van minimaal 75 meter boven obstakels met een navigatietolerantie van 1853 meter aan weerszijden van de as van de route. Wanneer de bouwhoogte hoger dan 30 meter bedraagt, dan dient dit gemeld te worden bij de Minister van Defensie.
7/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)
Afbeelding: Uitsnede Omgevingsplan gemeente Zwolle
Parapluplan “Zwolle, parapluplan Hessenpoort, geluidszone’’ Het parapluplan 'Zwolle, parapluplan Hessenpoort, geluidszone' verbreedt de geluidszone in verband met de uitbreiding van het bedrijventerrein. Een deel van de gronden van het projectgebied ligt in binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone - Hotel Van der Valk' en 'geluidzone - industrie'.
Bruidsschat Op grond van artikel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in artikel 22.2 Omgevingswet ook onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde Bruidsschat. Daarbij gaat het om een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase hebben gemeenten de tijd om deze regels op te nemen in het Omgevingsplan. Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ongeregeld zijn, zijn deze regels onderdeel van de Bruidsschat en dus onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voor dit project is er geen sprake van een strijdigheid met regels uit de Bruidsschat. Om die reden worden die regels verder buiten beschouwing gelaten. Erfgoedverordening Regels uit de erfgoed- of monumentenverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in 2031 opgenomen zijn in het Omgevingsplan. Voor onroerend cultureel erfgoed mag de erfgoedverordening dan alleen nog andere regels omvatten. Bijvoorbeeld een subsidieregeling. Op grond van de Erfgoedwet blijft de erfgoedverordening wel gelden voor de bescherming van roerend cultureel erfgoed (cultuurgoederen) en immaterieel cultureel erfgoed. De gemeente Zwolle kent de erfgoedverordening 'Erfgoedverordening Zwolle 2024'.
Voor dit project is er geen sprake van een specifieke strijdigheid met de Erfgoedverordening Zwolle 2024, zoals beschreven is in paragraaf 5.14 van de voorliggende onderbouwing.
De regels over archeologie Een beperkt deel van de erfgoedverordening blijft op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet deel uit van het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Het gaat om de regels over archeologie. In paragraaf 22.2.6 van het omgevingsplan gemeente Zwolle wordt in artikel 22.22, lid 1 aangegeven dat als in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (in casu de bestemmingsplannen) regels
8/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, deze regels niet van toepassing zijn als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2 . Als in het bestemmingsplan een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt (lid 2), dan geldt die afwijkende andere oppervlakte. Hier gaat paragraaf 7.3 nader op in.
Geurverordening De geurverordening maakt deel uit van het omgevingsplan (paragraaf 22.3.6). In de onderbouwing wordt hier in paragraaf 8.9 nader op ingegaan. Bodemkwaliteitskaart Op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan maakt de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Zwolle hier deel van uit. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de bodemfuncties aangegeven. Voor het projectgebied is de bodemfunctieklasse 'industrie' van toepassing. Omdat dit project voorziet in de realisatie van een zonneveld en batterijopslag en er hoeft niet te worden afgeweken van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Zwolle. In paragraaf 8.3 wordt hier nader op het aspect ingegaan.
9/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 3
PLANOPZET
Met de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de realisatie van het zonneveld met een oppervlakte van 3 hectare mogelijk gemaakt voor een periode van 25 jaar. Afwijken van het omgevingsplan is mogelijk met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als resultaat wordt zo’n evenwichtige toedeling verwacht, gericht op het in samenhang bereiken van de gestelde doelen in en vanuit de Omgevingswet. Rekening moet worden gehouden met de samenhang van de relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. Met aandacht voor de noodzaak van de functie, de geschiktheid van de plek en de (nadelige) gevolgen van de toedeling voor belanghebbenden (waaronder bestaande rechten). Een zorgvuldig afgewogen balans tussen beschermen en ontwikkelen. Gericht op het bereiken van ruimtelijke kwaliteit, met een afgewogen verhouding tussen de gebruikswaarde (het functioneren), de belevingswaarde (de uiterlijke verschijning) en toekomstwaarde (de houdbaarheid in de tijd). Dit hoofdstuk beschrijft het resultaat van de integrale afweging die is gemaakt en onderbouwt deze. Het geeft in essentie weer dat met het beoogde eindbeeld een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt. 3.1 Projectbeschrijving Het planvoornemen gaat uit van het aanleggen van een zonnepark.
De opgewekte elektriciteit wordt achter de meter gebruikt en primair ingezet als laadstroom voor de geparkeerde auto's bij het Van der Valk Hotel. Het aantal elektrische voertuigen dat opgeladen wordt bij dit hotel neemt sterk toe. Van der Valk faciliteert in deze behoefte door het aanbieden van lokaal opgewekte groene elektriciteit. Het park beslaat netto ongeveer 3 hectare en bestaat primair uit zonnepanelen die op constructies worden geplaatst en op het zuiden zijn gericht. De verwachte hoogte van de opstelling is circa 1,65 meter boven maaiveld. Het totaal opgesteld vermogen is ongeveer 2,4 MWp. Onderdeel van het voornemen is de plaatsing van de benodigde installaties voor omvormers, trafo's en batterijopslag. Deze zullen in de zuidelijke punt van het plangebied worden gerealiseerd. Deze locatie is gekozen vanwege de korte aansluitafstand tot aan het hotel en omdat hier de installaties gezamenlijk landschappelijk kunnen worden ingepast. Ter illustratie is in bijlage 2 een principetekening opgenomen van de beoogde opstelling. De definitieve uitwerking van de bouwkundige- en installatietechnische voorzieningen van het zonnepark zal in de omgevingsvergunningaanvraag voor de technische activiteit (bouwen) nader worden uitgewerkt. Deze zullen aansluiten bij de principes van het landschappelijk Inpassingsplan, welke is opgenomen als bijlage 1.
Landschappelijke inpassing Het zonnepark met de benodigde installaties zal landschappelijk worden ingepast met aandacht voor biodiversiteit. Hiervoor wordt het plangebied opgedeeld in drie blokken, waarin een verwijzing is te vinden naar de van oorsprong aanwezige blokverkaveling. Met het opknippen wordt het park visueel onderbroken en ontstaat ruimte voor wadi's en bloemrijk grasland en de aanleg van een aantal bosschages. Hierin is een verwijzing te vinden naar de openheid en de oorspronkelijke erfbeplanting van Veld- en Hoogveenontginningen. Zie voor de beoogde inrichting van het plangebied onderstaande afbeelding.
10/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)
Afbeelding landschappelijke inpassing Zonnepark Hotel van der Valk Tussen elke rij panelen wordt een afstand van ongeveer 3,5 meter aangehouden. Hiermee ontstaat er voldoende ruimte tussen de panelen voor licht en water om door te dringen tot de bodem. Deze strook is ook voldoende breed voor onderhoudswerkzaamheden. Rondom het zonnepark komt een landschappelijk ingerichte zone. Aan de noordwestzijde, langs de A28, bestaat deze zone uit een struweelheg en bloemrijk grasland, met voldoende hoogte om eventuele lichthinder in te perken. Aan de oostzijde bestaat de zone uit een brede sloot met dijkje en riet. Aan de zuid en zuidwestzijde bestaat deze uit water met riet, en een flauw talud met bloemrijk grasland. De landschappelijke zone beperkt de ruimtelijke impact van het zonnepark en reduceert de kans op hinderlijke reflectie. Daarnaast bevordert de ingerichte zone de ecologische waarden, waardoor een aantrekkelijk habitat kan ontstaan voor diverse kleinere diersoorten. Het hekwerk dat rondom het park wordt geplaatst zal worden ingebed in de beplanting of achter de rietkraag. De technische installaties in de zuidelijke punt van het plangebied worden afgeschermd met bosschages. Het gehele landschappelijk inpassingsplan is opgenomen als bijlage 1.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. De realisatie van het zonnepark ziet toe op een duurzame energieopwekking die rechtstreeks ten behoeve van het Hotel Van der Valk wordt ingezet. Hiermee wordt nagenoeg volledig voorzien in de elektriciteitsopwekking wat benodigd is voor de bedrijfsprocessen. In de directe omgeving zijn diverse functies aanwezig zoals bedrijvigheid en infrastructuur. Op basis van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG worden er geen richtafstanden overschreden. Het project borgt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de richtafstanden zijn voldoende om de planologische mogelijke milieuruimte van omliggende instellingen niet te hinderen.
11/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Wat betreft de landschappelijke inpassing is een inpassingsplan opgesteld (bijlage 1) die als voorschrift bij de omgevingsvergunning wordt opgenomen. Eindconclusie is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de hoofdstukken 6 t/m 9 wordt op alle relevante aspecten nader ingegaan. Hoofdstuk 4
PARTICIPATIE
Participatie geeft in een vroegtijdig stadium, vooruitlopend op de formele procedure, meer inzicht in de belangen en wensen van betrokken partijen en meer gelegenheid om deze in dat traject mee te wegen. Door de aanvrager is participatie gevoerd en een participatiejournaal ingediend, welke als bijlage deel uitmaakt van de omgevingsvergunning. Dit hoofdstuk beschrijft de inhoudelijke punten die bij de participatie naar voren zijn gebracht en legt uit wat met deze punten is gedaan. Omgeving In het kader van participatie heeft de initiatiefnemer overleg gevoerd met de directe omgeving. Zo is de vertegenwoordiging van de Ondernemersvereniging van Hessenpoort uitgenodigd voor gesprek. In dit gesprek is het planvoornemen beschreven. Hieruit is gebleken dat er geen belemmeringen voor het plan worden gezien. Meegegeven is dat het plan goed ingericht dient te worden en geen hinder veroorzaakt voor omliggende bedrijven. Als kans wordt het betrekken van het zonnepark in het Energieproject Hessenpoort ingebracht, waarmee een energyhub kan ontstaan. De Ondernemersvereniging wordt op de hoogte gehouden van de verdere ontwikkeling. Het verslag van het gesprek is bijgevoegd bij het participatiejournaal. Daarnaast zijn de eigenaren van het perceel met direct zicht op het plangebied schriftelijk op de hoogte gesteld over het planvoornemen.
Ook zij hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de ontwikkeling. Het mailverkeer tussen initiatiefnemer en belanghebbenden is ook bijgevoegd bij het participatiejournaal. Provincie In het kader van vooroverleg is de provincie om advies gevraagd in verband met de regels rondom zonnevelden. De provincie heeft te kennen gegeven dat het projectgebied aan te merken valt als bestaand bebouwd gebied. De nieuwe instructieregel voor zonnevelden is alleen van toepassing op de Groene Omgeving. Daarmee vervalt ook de noodzaak tot formele instemming. Rijkswaterstaat heeft schriftelijk te kennen gegeven geen bezwaren tegen het plan te hebben en verwacht geen ernstige reflectiehinder van het zonnepark. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta Na inhoudelijke reactie van het waterschap over de watertoets en motivering waterparagraaf zijn deze aangevuld in overeenstemming met het advies. De Veiligheidsregio IJsselland heeft in zijn advies het volgende meegegeven: “Op basis van de huidige rapportage kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheidsrisico’s van EOS naar verwachting beperkt zijn, mits het systeem aantoonbaar voldoet aan PGS-37-1 en de opgegeven veiligheidsniveaus. Advies: 1. Vraag aanvullende onderbouwing van de PGS 37-1-conformiteit (testcertificaten, maatregelenoverzicht/ GAP-analyse). 2.
Laat de initiatiefnemer aantonen hoe de zorgplicht wordt ingevuld en geborgd tijdens de exploitatie (beheer, onderhoud en monitoring). Met het aanleveren van bovenstaande aanvullingen kan het bevoegd gezag beoordelen of het EOS op een veilige en verantwoorde wijze binnen de omgeving van het Van der Valk-complex kan worden geëxploiteerd. Gevraagd is om conformiteit PGS 37-1 aan te tonen en bereikbaarheid en repressie bij te voegen. Reactie gemeente: initiatiefnemer heeft het rapport aangevuld in overeenstemming met het advies.
12/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 5
BELEIDSDOELEN
De motivering voor het afwijken van het omgevingsplan is vormgegeven aan de hand van de gestelde beleidsdoelen in en vanuit de Omgevingswet. Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van het relevante generieke omgevingsbeleid van rijk, provincie en gemeente en een toetsing van de aanvraag aan die kaders. Een verdieping van relevant sectoraal beleid en regelgeving komt aan de orde in hoofdstuk 6 tot en met 9. 5.1
Rijksbeleid
Omgevingswet (regel) De Omgevingswet geeft de maatschappelijke doelen van de wet. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Besluit kwaliteit leefomgeving (regel) Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor het omgevingsplan, voortkomend uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo’n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. De op specifieke onderwerpen gerichte instructieregels komen in hoofdstuk 6 tot en met 9 van deze motivering aan bod. De instructieregels uit hoofdstuk 5 Bkl richten zich op omgevingsplannen.
Op grond van paragraaf 8.1.1.2 van het Bkl zijn deze instructieregels ook van toepassing bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (bopa). Om deze reden zijn de instructieregels toegepast en als zodanig benoemd bij deze omgevingsvergunning. Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk tot 2050 op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Verschillende ministeries werken aan de uitwerking van diverse beleidsthema’s in de vorm van Nationale Programma’s. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:
13/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Het doel is het versnellen van besluitvorming omtrent samenhangende ruimtelijke keuzes en de uitvoering van maatregelen, zodat plannen toekomstbestendig, met ruimtelijke kwaliteit, en in samenhang gerealiseerd kunnen worden. Regio Zwolle is aangewezen als NOVI-gebied. Belangrijk vraagstuk voor de regio is hoe de opgave voor wonen en werken te combineren met de klimaatopgave en het watersysteem in deze regio. Tot 2040 moeten er 49.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen in de regio Zwolle worden gerealiseerd. De grootste uitdaging voor de regio zit in het “klimaatadaptief verstedelijken”. Door haar ligging in de delta van de IJssel én Vecht is de regio extra kwetsbaar voor klimaatverandering en waterveiligheid. Er is een actualisatie van de NOVI in voorbereiding.
Met de programma’s Mooi Nederland en NOVEX wordt ingezet op aanscherping en versnelling van de NOVI. Het streven is de aangescherpte NOVI als nieuwe Nota Ruimte vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid. Klimaatakkoord (2019) Het klimaatakkoord is het Nederlandse akkoord om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit te behalen zijn in een groot aantal verschillende sectoren afspraken gemaakt. Ten aanzien van de elektriciteitssector wordt er ten aanzien van energieproductie ingezet op de opwekking van grootschalige energieproductie op land (installaties > 15 kW) van ten minste 35 TWh in 2030. Deze afspraken voor energie worden in RES-regio's verder uitgewerkt en vervolgens in provinciaal of gemeentelijk beleid bestendigd. Zonnebrief In de zonnebrief van 6 juli 2023 aan de Tweede Kamer is een aangescherpte voorkeursvolgorde voor zonnevelden geïntroduceerd. De provincies verankeren deze in hun verordeningen.
Hierbij wordt eerst gekeken naar de mogelijkheid van zonnepanelen op daken en gevels (trede 1) en op gronden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied (trede 2 en 3) en, als deze drie treden onvoldoende mogelijkheden bieden, naar zonnepanelen op landbouw- en natuurgronden (trede 4). Toetsing en conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Zwolle mogelijk gemaakt. Met deze vergunning wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in rijksbeleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. Deze motivering geeft de onderbouwing hiervan. Met de realisatie van zonnepark van 3 hectare wordt aangesloten bij de beleidsdoelen van het Rijk om ruimte te bieden aan de energietransitie. Er is bij de aanvraag niet direct sprake van combinatie van functies. Wel zijn de kenmerken en identiteit van het gebied leidend geweest voor de landschappelijk inpassing, welke wordt beschreven in paragraaf 7.1. Uit een toetsing aan de omgevingsaspecten in hoofdstukken 6, 7, 8 en 9 blijkt ook dat er door het project geen significante negatieve effecten (afwenteling) op de omgeving plaatsvinden. De toenemende verstedelijking van Zwolle als NOVI-gebied zorgt ook voor een toename van behoefte in de opwek van zonne-energie voor eigen gebruik.
Het zonnepark levert een bijdrage aan het klimaatneutraal uitvoeren van deze maatschappelijke functie en de klimaatopgave in het NOVI-gebied. 14/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Bij het voorliggende project is er sprake van een vergevorderd initiatief. Daarnaast wordt er een bijdrage geleverd aan de vermindering van netcongestie, omdat de elektriciteitsopwekking van het zonnepark direct zal worden gebruikt voor de elektriciteitsbehoefte van het hotel. In het plangebied is er geen mogelijkheid tot het plaatsen van zonnepanelen op daken en gevels of op restgronden. Het project past tevens binnen de provinciale verordening, waarin ruimte wordt geboden voor zonnevelden langs infrastructuur, mits de ontwikkeling past in een samenhangend ontwerp voor het gehele tracé in afstemming met de wegbeheerder. Dit wordt verder beargumenteerd in paragraaf 5.2. Het project draagt bij aan de verduurzaming van een maatschappelijke voorziening en wordt niet in strijd geacht met de (aangescherpte) zonneladder. Een nadere toetsing aan de ladder voor Duurzame verstedelijking is niet aan de orde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) komt namelijk in verschillende uitspraken (ECLI:NL:RVS:2015:448 en RVS:2019:3591) tot het oordeel dat een zonnepark geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro.
Naar verwachting is ook onder de Omgevingswet en het Bkl de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op dit project.
5.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel. Onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur komen aan bod. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en sindsdien een aantal keer geactualiseerd. De visie bestaat uit drie delen. Deel 1 geeft de opgaven en kansen waar de provincie voor staat. Deze zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s, waaronder woonomgeving, mobiliteit, natuur en veiligheid en gezondheid. Deel 3 bevat een nadere uitwerking van de centrale beleidsambities. De centrale beleidsambities voor de negen beleidsthema’s worden benaderd vanuit de overkoepelende ‘rode draden’ duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit, waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Dit zijn de leidende principes bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
15/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer)
De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten Daarmee wordt een weloverwogen locatiekeuze en vormgeving en inrichting van initiatieven bevorderd, passend bij de identiteit van de plek. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van ‘noaberschap’ de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal, en het verbinden van lokale kennis met de uitvoering van ruimtelijke opgaven. Deel 2 van de Omgevingsvisie geeft het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel.
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de omgevingsvisie geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Deze beleidskeuzes geven invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Andere generieke beleidskeuzes betreffen onder andere de reserveringen voor waterveiligheid en begrenzing van Nationale Landschappen en Natura 2000-gebieden. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.
Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
16/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Toetsing aan de Omgevingsvisie Overijssel Generieke beleidskeuze Duurzaamheid is een van de beleidskeuzes verankerd in de Omgevingsvisie. Het project waarin voorzien wordt in het opwekken van zonne-energie voor eigen gebruik draagt direct bij aan de energietransitie en vermindert afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Dit sluit aan bij de duurzame ontwikkelingsdoelen van de provincie. Ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied valt binnen het ontwikkelingsperspectieven 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' en 'Steden binnen de stedelijke netwerken met voorkeurslocaties voor logistieke bedrijven met een (boven)regionaal profiel'. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief van het provinciaal beleid. De ontwikkeling vindt namelijk ook deels plaats binnen de aanwezige horeca bestemming. Het beoogde zonnepark draagt bij aan duurzame energieopwekking wat rechtstreeks ten behoeve van de bedrijfsprocessen van de naastgelegen horecabedrijfsvoering gebruikt zal worden. Daarnaast gaat de ontwikkeling gepaard met een adequate landschappelijke inpassing, zoals verder beargumenteerd in paragraaf 5.4.4. De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de activiteiten in het buitengebied.
Gebiedskenmerken Natuurlijke laag: beekdalen en natte laagtes Het projectgebied ligt in een beekdal te midden van dekzandvlakten met dekzandruggen en -welvingen. Er is daardoor normaliter sprake van hoogteverschillen. Deze zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. Door de wind, maar ook door de schaalvergroting in de landbouw. Hoogteverschillen in het projectgebied zijn niet meer herkenbaar volgens het actueel hoogte bestand. De ontwikkeling heeft daarom geen invloed op deze laag. Bovendien wordt met de ontwikkeling de grond niet geëgaliseerd. De laag van het agrarisch cultuurlandschap: laagveenontginningen Deze gebieden worden gekenmerkt door een smalle, opstrekkende percelering. De perceelsgrenzen bestaan vaak uit greppels of sloten, met aan een of twee zijden elzensingels. Door schaalvergroting in de landbouw en de wens om de gronden efficiënter te benutten zijn veel elzensingels echter weggehaald. Bovendien zijn door ruilverkavelingen veel gronden samengevoegd. Met de ontwikkeling wordt geen elzensingels verwijderd en blijft de verkaveling ongewijzigd. Het plan heeft geen negatieve invloed op deze laag.
De stedelijke laag: informele trage netwerk Het kenmerk 'informele trage netwerk' heeft betrekking op het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Binnen het projectgebied zijn geen paden of vaarroutes gelegen. De ontwikkeling heeft daarom geen negatieve impact op het informele trage netwerk. Laag van de beleving: IJssellinie inundatieveld (ERAF) Het gebiedskenmerk ‘IJssellinie inundatieveld’ betreft één van de bakens in de tijd, waar een cultuurhistorische ambitie geldt. Het creëren van verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen is een onderdeel van die ambitie. Ook is het mogelijk bakens van deze tijd toe te voegen. De functie van het gebied als inundatieveld is niet meer waarneembaar. Energievisie Overijssel 2050 De Energievisie Overijssel 2050, vastgesteld op 26 februari 2025, schetst de plannen van de provincie om de energieproductie te verduurzamen en betaalbaar te houden. De belangrijkste doelen zijn om in 2030 55% CO2-vrij te zijn en in 2050 volledig CO2-neutraal. Deze visie benadrukt de noodzaak van 17/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) samenwerking tussen overheid, bedrijven en burgers om deze ambitieuze doelen te bereiken. Deze visie is een nadere thematische uitwerking van de omgevingsvisie, waarin ontwikkelingen en ambities verder worden geduid. De Energievisie bevat verschillende belangrijke maatregelen om de provincie klimaatneutraal te maken: 1. Diversificatie van energiebronnen: Overijssel wil inzetten op een mix van zonne- en windenergie, aardwarmte, groen gas en onderzoekt de mogelijkheden voor kernenergie. 2. Zelfvoorzienendheid: De provincie streeft ernaar om zoveel mogelijk energie lokaal op te wekken en in te zetten op energiebesparing 3. Gebruik van biogas en waterstof: Overijssel wil zelfvoorzienend zijn in biogas en warmte, en de beschikbaarheid van waterstof lokaal opbouwen 4. Clustering van energieopwekking: Dit houdt in dat vraag en aanbod van energie, zoals waterstof en elektriciteit, bij elkaar worden gebracht om de ruimtelijke kwaliteit te bewaken Deze maatregelen zijn bedoeld om een robuust en duurzaam energiesysteem te creëren dat betaalbaar blijft en ruimte biedt voor groei en ondernemerschap. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.
Omgevingsverordening Overijssel (regel) Het beleid uit de Omgevingsvisie heeft doorwerking gekregen in de Omgevingsverordening Overijssel 2024 (vastgesteld 8 november 2023). De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De nieuwe Omgevingsverordening 2024 voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Bij het stellen van regels die zich richten op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is volgens de geest van de Omgevingswet in principe afgezien van rechtstreeks werkende regels. In hoofdstuk 4 van de verordening zijn de instructies voor omgevingsplannen opgenomen. Deze op specifieke onderwerpen gerichte instructieregels komen in hoofdstuk 6 tot en met 9 van deze motivering aan bod. De instructieregels uit de omgevingsverordening richten zich op omgevingsplannen. Op grond van paragraaf 8.1.1.2 van het Bkl en artikel 4.1 van de Omgevingsverordening Overijssel zijn deze instructieregels ook van toepassing bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (bopa). Om deze reden zijn de instructieregels toegepast en als zodanig benoemd bij deze omgevingsvergunning.
Aangescherpte instructieregel Zonnevelden Op 16 januari 2024 hebben Gedeputeerde Staten het ontwerp van de ‘Aanpassing omgevingsverordening Overijssel – instructieregel zonnevelden en windenergie 2024’ vastgesteld. Vanaf 1 november 2024 is deze in werking getreden. Daarin wordt de aangescherpte zonneladder van het Rijk verankerd. Met deze aanscherping is het in principe niet langer mogelijk om zonnevelden te realiseren op landbouw- en natuurgronden (de Groene Omgeving). In de instructieregel staan de uitzonderingen wanneer nog wel zonnevelden mogen worden gerealiseerd. Daarvoor gelden dan wel bepaalde voorwaarden. Reden voor de aanpassing van de instructieregel zonnevelden is het nieuwe rijksbeleid (de Zonnebrief) voor de opwekking van zonne-energie. Hierin is opgenomen dat omgevingsplannen (waaronder een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) alleen voorzien in de zelfstandige opstelling van zonnepanelen in de Groene Omgeving: •
op onbebouwde gedeelten van bouwpercelen van (agrarische) bedrijven, voor zover deze gronden niet nodig zijn voor de (agrarische) bedrijfsvoering, tot een maximumoppervlak van 2 ha aan zonnepanelen en mits goed ingepast in het landschap;
•
op gronden in stads- en dorpsranden, tot een maximumoppervlak van 2 ha aan zonnepanelen en mits goed ingepast in het landschap;
•
langs hoofdinfrastructuur, mits de ontwikkeling past in een samenhangend ontwerp voor het gehele tracé en in afstemming met de wegbeheerder;
•
op het water van zandwinplassen, mits dit verenigbaar is met de natuur en recreatiedoelen van 18/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) deze plassen; •
op geluidswallen en boven bestaande verhardingen, zoals parkeerterreinen, mits goed ingepast in het landschap;
•
in de vorm van kleinschalige installaties op erven van woningen, mits goed ingepast in het landschap.
Toetsing aan de verordening De reden van de aanscherping van de provinciale verordening is het vermijden van grootschalige nieuwe ontwikkelingen van zonneparken in de 'groene omgeving' geweest, waarbij met name het gebruik van landbouwgronden wordt bedoeld. De provinciale (en Rijks) voorkeur ligt op de toepassing van zonneenergie op of rondom bestaand bebouwd gebied (trede 1-3 van de zonneladder). Gebruik van landbouwgrond (trede 4) wordt als minst wenselijk gezien. Voor de beoogde ontwikkeling is gekeken naar de regels die van toepassing zijn in het plangebied en de aard van de ontwikkeling zelf. Het plan beslaat een oppervlak van ongeveer 3 hectare aan de stadsrand van Zwolle en is direct gelegen naast hoofdinfrastructuur. Het plangebied maakt ruimtelijk onderdeel uit van het bedrijventerrein Hessenpoort. Het ligt op gronden die bestemd zijn voor horeca-activiteiten vanuit het Provinciaal Inpassingsplan, maar hiervoor op het moment niet worden gebruikt. De ontwikkeling is op een goede manier ingepast, aansluitend bij het landschap, met oog voor historische elementen, en voegt nieuwe ecologische waarden toe. De opgewekte energie is bedoeld om te kunnen voorzien in de toenemende behoefte van hotelbezoekers om elektrische voertuigen op te laden.
De ontwikkeling sluit aan bij de principes van de provincie, namelijk het plaatsen van opwek nabij locaties waar deze energie wordt gebruikt en nabij gronden die al in gebruik zijn als stedelijk gebied (dynamische gebieden). Het ligt zowel aan de stadsrand van Zwolle, maar met een groter oppervlak dan in de verordening, als aan grootschalige infrastructuur. Daarmee valt dit planvoornemen onder principe 2 en 3 uit de instructieregels voor zonnevelden. Er heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie over het project. De projectlocatie voor het zonnepark is gezien de ligging tussen de snelweg A28, de industrieterrein en het hotel volgens de Omgevingsvisie Overijssel geprojecteerd in bestaand bebouwd gebied van Zwolle. De provincie merkt het zonnepark aan als trede 3 op de zonneladder en daarmee valt dit initiatief niet onder het voorbereidingsbesluit zonneparken. Ook past het project in het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van de provincie zoals het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik: het park sluit aan bij bestaand stedelijk gebied. Ook voldoet het zonnepark aan de Kwaliteitsimpuls zonnevelden en de Handreiking zonnevelden, omdat er voldoende compensatie plaatsvindt door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. In paragraaf 5.1 wordt verder ingegaan op deze investering in de ruimtelijke kwaliteit.
Handreiking zonnevelden De regels uit de Omgevingsverordening zijn juridisch bindend. Deze regels worden begeleid met een handreiking zonnevelden. De handreiking ondersteunt de toepassing van maatwerk bij de plaatsing van zonnevelden. In hoofdstuk 7 wordt aangetoond dat het project aansluit bij de ontwerpprincipes van de Handreiking zonnevelden, door middel van aansluiten op karakteristieken, een logische opstelling, aansluiten op de omgeving en het creëren van randen met kwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat in lijn van de provinciale verordening wordt ontwikkeld. De ontwikkeling voldoet aan de handreiking zonnevelden, omdat sprake is van een combinatie van functies binnen een overwogen inpassing. Naast zonne-energie wordt binnen het plangebied zelf en in de inpassingszone rondom het plan zorgvuldig aandacht besteed aan het toenemen van ecologische waarden. Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Van der Valk Zwolle mogelijk gemaakt. Met
19/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) deze vergunning wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in provinciaal beleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. Deze motivering geeft de onderbouwing hiervan.
5.3
Gemeentelijk beleid
De gemeente Zwolle zet in op een ontwikkeling van stad en buitengebied waarin leefbaarheid, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen beschrijft de koers voor de leefomgeving van de gemeente. Het geeft, samen met de gebiedsvisies, de opgaven en ambities voor de toekomst. Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen De op 13 september 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle. De "drager" van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal hierbij staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand "fundament" om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten.
De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de andere kernopgaven: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.
De opgaven voor Zwolle zijn groot, omvangrijk, veelzijdig. We gaan in dit decennium aan de slag met onze stad, met ons buitengebied. We voegen woningen toe en parken. We verbeteren de leefbaarheid en bereikbaarheid voor de Zwollenaar en alle bezoekers van onze gemeente. Ons buitengebied is voor ons van grote waarde, voor landbouw, landschap, natuur en recreatie.
20/65
12 januari 2026 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Het werken aan onze stad en ons buitengebied kan niet zonder spelregels. De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen 4. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. We onderscheiden bij het werken aan onze stad zones. Karakteristieke 'schillen', of ook wel strategische ontwikkelzones, met daarbinnen gebieden die onze stad (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad, we noemen dit de StadsKrans 2. De zone verbonden aan onze stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen.
We noemen dit de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden, zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad. Dit is de StadsRand. Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. Wat betekent dit. De gebiedsdoelen en ambities en de opgaven in thematische raamwerken zijn leidend. De initiatieven dragen bij aan het bereiken van doelen en lossen opgaven op. De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden. Met raamwerken zijn de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle vastgelegd. Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werken we aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten.
De ontwikkeling van Zwolle gaat hand in het met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle. Toetsing aan de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen Het projectgebied valt binnen de Visiekaart van de Omgevingsvisie in het werkgebied, concreet binnen het gebiedsprofiel werklocatie Hessenpoort. Hessenpoort is een grootschalig bovenregionaal bedrijventerrein gelegen aan de A28. Hessenpoort is primair gericht op logistiek en groothandel. Hier wordt ruimte geboden aan nieuwe maakindustrie. Daarnaast valt het projectgebied binnen het buitengebied van Zwolle, waarbij het gebied ten noorden van de Vecht en Hessenpoort een belangrijke rol heeft om de ambities te realiseren voor duurzame energie. Grootschalige opwekking van elektriciteit vanuit zon is hier mogelijk. Daarmee past de ontwikkeling in de uitgezette lijn van de Omgevingsvisie. Het projectgebied valt ook binnen de volgende raamwerken: - Raamwerk Ondergrond – Boringsvrije zone gemeente Zwolle tot max 90m, - Raamwerk Gezondheid – Geluidscontour bedrijventerrein - Raamwerk Gezondheid Geluidscontour A28 - Raamwerk energie – maatwerk. Bij de ontwikkeling van het zonneveld wordt niet geboord in de grond en geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. Daarmee zijn deze raamwerken niet van toepassing. Voor wat betreft maatwerk energie, gaat in dit raamwerk om warmtevraag en warmtenet.
Het onderhavig project valt buiten het zoekgebied voor aardgasvrije warmteoplossingen.