CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Samen leren: Eindevaluatie Proeftuin Samenspel in de wijk

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Eindvaluatie Proeftuin Jeugd 'Samenspel in de wijk24.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op 11 juli 2023 hebben we met huisartsen, als belangrijke verwijzer naar specialistische jeugdhulp, en met praktijkondersteuners en praktijkmanagers gesproken. Het thema van de bijeenkomst was ‘Hoe gaan we ervoor zorgen dat we écht gaan samenwerken in de wijk’. We hebben ook over thema’s gesproken die zowel het Sociaal wijkteam als de huisartsen tegenkomen. De ‘de 18-/18+ grens’, drugsgerelateerde activiteiten van jongeren en de wens en beschikbaarheid van een wijkpsychiater. Nog niet alle huisartsen zijn bekend met de werkwijze Samenspel in de wijk. Samen hebben we afspraken gemaakt hoe we de lijnen tussen de Sociaal wijkteams en de huisartsen kort houden en het samenspel verder gaan vormgeven. De belangrijkste afspraak is dat de medewerkers van het Sociaal wijkteam die al aan de huisarts verbonden zijn, een sleutelrol spelen in die verbinding. De nieuwe werkwijze van het Sociaal wijkteam heeft impact op de samenwerking met partners in de wijk (onderwijs, sociale basis, huisartsen etc.) en buiten de wijk (jeugdhulpaanbieders, GI en GGZ-aanbieders). We hebben de afgelopen twee jaar ervaren dat onze partners meenemen in een grote verandering als Samenspel in de wijk, niet altijd vanzelf gaat. Er moet bewust tijd voor worden gemaakt en aandacht voor zijn. Partners gaan ook niet veranderen door alleen het ontvangen van informatie.

Het ervaren van de impact van de werkwijze is een belangrijke trigger om ook daadwerkelijk anders te werken. Daarom hebben we de afgelopen twee jaar bewust flink geïnvesteerd in het samen met onze partners leren van casuïstiek en ontwikkelen van het samenspel in de wijk. Met als resultaat dat meer dan 115 partners in mindere of meerdere mate meedoen en een kleiner aantal ook mee wil leren en zichzelf wil laten scholen in het anders kijken, denken en doen.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

28

mthuis

Resultaten in het samenspel met ouders en jeugdigen

We willen een context creëren waarin jeugdigen en hun gezinnen actievere deelnemers in het veranderen van hun leven worden. Zodat we de regie en verantwoordelijkheden niet meer van hen overnemen, maar samen dragen. We willen samenwerken met ouders en jeugdigen en eerst beter begrijpen wat maakt dat het gaat zoals het gaat en de patronen van het gezin snappen.

“Als je problemen kan oplossen, doe het dan. Maar luister vooral eerst naar de verhalen van de families over hun lijden en pogingen om samen gelukkig te zijn” Peter Rober, Relatie- en gezinstherapeut en hoogleraar (KU Leuven)

Ouders komen nog vaak met de verwachting dat ze door het Sociaal wijkteam worden doorverwezen naar specialistische jeugdhulpaanbieders. Ook komen ouders soms met een ‘voorgesorteerde vraag voor diagnostiek’ voor hun kind en staan er dan niet altijd voor open om eerst – met een genogram of systemogram - breder naar de ondersteuningsvraag te kijken. Het lukt SWT-professionals dan niet om de casus te draaien of goed aan te sluiten bij ouders. En ouders proberen dan, soms langs een andere route, toch het door hen gevraagde antwoord te krijgen.

Voor ouders blijkt het niet altijd makkelijk om erop te vertrouwen dat het Sociaal wijkteam echt iets voor hen kan betekenen. Ook het vragen van hulp kan op zichzelf al een drempel zijn. Een ouder zegt hierover: “Je ziet het als ouder als een zwaktebod om aan de bel te trekken.” Eenmaal in contact met het wijkteam, wordt het gewaardeerd dat de SWT-professional naast hen gaat staan en niet de regie van de ouders overneemt. Ook geven ouders aan dat het breder kijken naar hun ondersteuningsvraag helpend is en hen vertrouwen geeft.

“Wat hielp is dat de SWT’er tijdlijnen maakte van mij, mijn man en de kinderen. Het gaf ons het vertrouwen dat zij wist wat nodig was om helder te krijgen wat de situatie is. We konden ook trots zijn op wat we doen, want er werd ook op papier gezet wat er goed gaat. Niet alleen wat er lastig is. Dat gaf ons ook vertrouwen.” Een moeder

“Ik dacht gewoon: testje er tegenaan en dan zien we het wel. Dan komt het goed. Achteraf ben ik blij dat we als gezin van alle kanten zijn bekeken. Het is best helder wat de patronen zijn. Wij moesten ook met de billen bloot. Maar daardoor werd het verhaal ook helder, ook wat er góed gaat!” Een vader

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

29

mthuis

In focusgroepen met ouders, georganiseerd door onderzoeker en SWTprofessional Alet Lummen hebben we verschillende thema’s met ouders besproken. Dit leverde mooie inzichten op over hoe ouders de werkwijze van Samenspel in de wijk ervaren. Het belang van gelijkwaardigheid kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren. Zo vertelde een ouder: “X zat gewoon naast me, vond ik gewoon superfijn... het moet gewoon een ronde tafel zijn...je bent gewoon onderdeel van het gesprek, zo voelde dat”. En over het aanwezig zijn bij de Proeftuinsessie zei een andere ouder: “ik vond erbij zijn echt veel beter dan er niet bij zijn”. Ouders zien de meerwaarde van het breder kijken naar hun vragen. Zo zegt een ouder “fijn er met verschillende partijen naar te kijken.” Een andere ouder geeft aan dat het prettig is dat een specialist aansluit en met je meekijkt, zonder direct verwezen te worden. We merken dat ouders en jeugdigen moeten wennen aan de nieuwe werkwijze van Samenspel in de wijk. Tegelijk ervaren zij – als zij de werkwijze eenmaal hebben ervaren – ook de voordelen ervan. Sommige ouders kunnen na een eerste brede vraagverheldering weer zelf verder. Vraagverheldering is daarmee een interventie van het Sociaal wijkteam geworden. Verwachtingsmanagement was soms lastig door de Proeftuinfase.

Een gezin in Noord kon voor hun kind nog een directe doorverwijzing krijgen, terwijl ouders in West of Zuid met het wijkteam contextgericht aan de slag gingen. Dat was soms moeilijk uit te leggen.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

30

mthuis

Blik vooruit: borgen en uitbreiden van Samenspel in de wijk Stevig fundament

We zijn klein begonnen in twee wijken, maar wel met de intentie om te leren op alle onderdelen van het jeugdstelsel. En om bij positief resultaat uit te breiden naar alle wijken van Zwolle. We denken te kunnen concluderen dat de resultaten van de Proeftuin Samenspel in de wijk positief zijn. In deze eindevaluatie hebben we beschreven hoe het samenspel in de wijk van experiment is uitgegroeid tot de reguliere werkwijze van de wijkteams in West en Zuid. We hebben laten zien dat er een stevig fundament ligt onder de nieuwe werkwijze. In het samenspel met partners hebben we in de afgelopen twee jaar een ontwikkeling doorgemaakt van ‘doorverwijzen’ naar ‘erbij halen’ en ‘samen leren met partners die er zelf ook graag bij willen zijn’. In de andere wijkteams zien we al voorlopers onder medewerkers die hun inspiratie opdoen in de Proeftuinwijken. We hebben een gezamenlijke taal ontwikkeld binnen de twee wijkteams en ook met de meeste betrokken partners. De wijkteams in West en Zuid zijn stevig gepositioneerd in de wijken. Er is gewerkt aan het ontwikkelen van een brede blik, meer vakmanschap en professionaliteit. We zien meer eigen inzet van het Sociaal wijkteam en minder eerste verwijzingen voor diagnostiek en behandeling. We hebben aangetoond dat we daarmee signi­fi­cante bedragen besparen op zware jeugdhulp met behoud van kwalitatieve ondersteuning.

Ons belangrijkste advies: De wereld van jeugdhulp is volop in beweging en zal dat in de komende jaren blijven. We denken met de werkwijze van de Proeftuin gestaag de goede kant op te bewegen. Pak nú door om het momentum te behouden. Borg de werkwijze in West en Zuid en start nog in 2024 met het verspreiden van de werkwijze in de wijken Noord, Oost en Midden.

We beschrijven hieronder wat nodig is om het nieuwe samenspel in West en Zuid te borgen. Ook adviseren we hoe de overige wijken goed gefaciliteerd kunnen worden in hun leerproces. In dit hoofdstuk geven we borgings- en implementatieadviezen en inzicht in de versnellers en versterkers die randvoorwaardelijk zijn.

Borgen West en Zuid

In de wijken West en Zuid speelden in de laatste fase van de Proeftuin vragen als: wat hebben de SWT-professionals, teammanagers en partners nodig om de werkwijze voort te zetten? Hoe houden we de cultuur van samen leren en ontwikkelen samen met onze partners vast?

Ons belangrijkste advies voor borging: Het samen leren van casuïstiek is een werkzaam element. Blijf dat samen leren met partners in de wijken stimuleren en maak het faciliteren daarvan nog meer onderdeel van de organisatiecultuur van het Sociaal wijkteam en die van de partners in de wijk. Maak gebruik van een vast leerritme en vaste leermomenten.

Wat dat vraagt • Faciliteren van ruimte en tijd voor medewerkers om daadwerkelijk meer eigen inzet te blijven plegen. • Faciliteren van ruimte en tijd voor medewerkers om te blijven leren en ontwikkelen. Dit sluit ook goed aan bij de organisatieontwikkeling van het Sociaal wijkteam. • Faciliteren van tijd en ruimte voor teamleiders om in de andere wijkteams te ondersteunen bij de implementatie. • Aandacht houden voor leerproces met partners. Belangrijk om dit te blijven faciliteren in de werkwijze.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

31

mthuis

Uitbreiding naar Noord, Oost en Midden

De drie wijkteams in Noord, Oost en Midden willen gefaseerd starten met het Samenspel in de wijk. Zij worden gesteund door de kennis, ervaring en geleerde lessen uit West en Zuid. Hieronder de basisstappen die alle teams zullen doorlopen. Daarbij houden we rekening met de verschillen tussen de teams en medewerkers. Elk wijkteam zal weer een eigen leerproces doormaken.

Stap 1 Startfoto We maken een startfoto van de wijk. We kijken per wijk wat nodig is, waar we staan en wat werkt in de wijk. Zo doen we recht aan de karakteristieken van elke wijk en de ervaringen van de SWT-professionals en partners. Stap 2 Basisopleiding De vierdaagse systemische maatwerk-opleiding (Swolsche School) is een versneller om SWT-professionals systemisch- en contextgericht te leren kijken en analyseren. Het is van meerwaarde als de opleiding met het hele wijkteam wordt gevolgd. De collega’s die psychosociale hulpverlening bieden, kunnen belangrijke helpers zijn in het anders kijken en werken met jeugd- en gezinsvragen. Het is effectief gebleken om de GZ-psychologen die aan de teams verbonden zijn, mee te laten leren. Datzelfde geldt voor de aan de wijk verbonden professionals van Leerplicht doorstroompunt. De opleiding (en bekostiging daarvan) voor de drie nieuwe wijkteams is geborgd binnen bestaande middelen. De systeem therapeutisch werkers (STW) in de wijkteams vervullen in de opleiding de rol van co-trainer. Deze rol in het ondersteunen en coachen van collega’s blijft belangrijk, ook in het leren van casuïstiek. Dat is de reden dat ook budget beschikbaar is om per wijkteam een aantal extra STW-ers op te leiden (zeven jeugd- en gezinswerkers in totaal). Ook voor West en Zuid. Zij kunnen de rol van collegiale coach vervullen in de toekomst.

Bij ingewikkelde casuïstiek kunnen zij in het samenspel met de partners de veranderbeweging faciliteren.

Stap 3 Toepassen en verdiepen Om de kennis uit de opleiding toe te passen en hierin te verdiepen is een blok van ongeveer 16-20 weken per wijkteam nodig. Daarin passen we de opgedane kennis uit de opleiding toe in de praktijk. Als team en als individu. We spreken een ritme af voor de leersessies (casuïstiekbespreking van 1,5 uur). Na het oefenen met de nieuwe manier van anders kijken, denken en doen als team, schuiven ook de partners aan. De timing is afhankelijk van hoe snel het voor de medewerkers comfortabel voelt om samen met externe partners te leren van casuïstiek. Stap 4 Faciliteren in het leren Leren van casuïstiek is de kern van de werkwijze. We gaan de drie wijkteams, hun teammanagers en partners faciliteren in het leren. We zetten voor elke wijk de hulpmiddelen in die ook in West en Zuid hun effect hebben bewezen. De beschikbaarheid van de hulpmiddelen voor 2024 is financieel geborgd voor de drie wijken. Voor het faciliteren van het leren kunnen de bestaande en nieuw op te leiden STW’ers worden ingezet ter ondersteuning en als cultuurdragers.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

32

mthuis

Voor het leren en ontwikkelen van het samenspel in de wijk is het benutten van de ervaring en expertise van ouders en jeugdigen van grote waarde.

Ons advies voor alle wijken: Vanuit het perspectief van ouders en jeugdigen is de gelijkwaardige benadering en het vertrouwen in hun deskundigheid en ervaring heel waardevol. Het imago en de ervaringen met (jeugd)hulp kan druk geven en drempels opwerpen om advies te vragen. We herkennen en begrijpen deze klempositie van ouders en jeugdigen. Het is cruciaal om professionals een eerlijke spiegel voor te houden over hoe ouders en jeugdigen de ondersteuning ervaren. Faciliteer deze reflectie op de ondersteuning en het samenspel met partners in de wijk in leersessies met ouders en jeugdigen.

Beschikbare hulpmiddelen • Projectleider om de implementatie te ondersteunen in 2024. • De reflexieve monitoring. Een actieonderzoeker is beschikbaar om ook in de andere wijken de reflexieve monitoring uit te voeren. Knelpunten, dilemma’s en verhalen worden opgehaald en vertaald naar leer- en ontwikkelvragen om het veranderproces te monitoren. • Die leer- en ontwikkelvragen krijgen een plek in de dynamische leeragenda. De actieonderzoeker houdt voor het systematisch monitoren en categoriseren van de leervragen een leeragenda bij. Zo kan iedereen de leerontwikkelingen volgen. • Casusmonitoring. Monitoring helpt ons om te volgen in hoeverre het lukt de gewenste beweging te maken in het anders kijken, denken en doen. Door deze monitoring kunnen we ook op de langere termijn monitoren of de werkwijze effect heeft. • Facilitering wekelijkse leersessies in de drie wijken. SWT-professionals en

partners brengen casuïstiek in om daar op de ‘Proeftuinmanier’ naar te kijken. Het helpt om bij het opstarten de STW-collega’s die al ervaring hebben opgedaan in de Proeftuin in te zetten bij het begeleiden. • Driemaandelijkse partnerbijeenkomsten. Nieuwe wijken betekenen ook nieuwe vraagstukken van gezinnen en jeugdigen, dus mogelijk ook een aantal nieuwe partners (zowel de gecontracteerde aanbieders als partners in de sociale basis). De gezamenlijke partnerbijeenkomsten zijn financieel gedekt voor de nieuwe wijken. Eén bij de start van de opleiding en één als we iets verder zijn met het leren van casuïstiek met partners. Advies fasering De implementatie van de werkwijze kost tijd en energie. En het Sociaal wijkteam zit in een bredere organisatieontwikkeling. Tegelijkertijd is er nu momentum dat je niet voorbij wilt laten gaan. Daarom stellen wij een gefaseerde implementatie voor: • Start direct met de voorgestelde borging in West en Zuid. • Start met het opleiden van twee andere teams in 2024. Eén team in het tweede kwartaal van 2024 en één na de zomer. • Begin 2025 start het derde en laatste team. • Zet vanaf de start van de leersessies de reflexieve monitoring en de dynamische leeragenda in. Dit verstevigt het samen leren en maakt inzichtelijk wat nodig is voor de doorontwikkeling van de werkwijze.

• Maak daarnaast gebruik van de rest van de beschikbare hulpmiddelen zoals casusmonitoring en partnerbijeenkomsten om het samen leren te versterken. Financiën De projectleider, de opleiding van de teams, het opleiden van de STW’ers, de inzet van de actie-onderzoeker en het organiseren van partnerbijeenkomsten zijn voor 2024 gedekt vanuit bestaande middelen. De extra inzet die nodig is van medewerkers en teamleiders om te kunnen leren en meer eigen inzet te plegen, is niet gedekt. Hiervoor is een aanvraag gedaan in de Berap 2024.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

33

mthuis

Systeemvraagstukken breder dan de Proeftuin De doelen die we hebben bereikt

Voordat we verder ingaan op de systeemvraagstukken breder dan de Proeftuin, blikken we terug. Hoe hebben we de doelen bereikt en welke systeemvraagstukken vragen nog verdere aandacht. We hadden de volgende doelen: • We vormen nieuwe samenwerkingsbanden/coalities tussen sociale basis, Sociaal wijkteam en jeugdhulpaanbieders om beter passend aanbod te creëren op ondersteuningsvragen. • We bekijken of differentiatie in aanpak nodig is van enkelvoudige, meervoudige en complexe ondersteuningsvragen van jeugdigen en gezinnen. • We verkennen wat nodig is om het Sociaal wijkteam meer de regierol te laten vervullen en meer zelf te laten ondersteunen (eigen inzet). • We bekijken wat nodig is om de administratieve lasten voor alle betrokkenen te verminderen. • We identificeren welke systeemprikkels nu wel/niet helpen om de gewenste beweging te bewerkstelligen. • We beïnvloeden de beeldvorming bij Gecertificeerde Instellingen, huisartsen, onderwijs en gesubsidieerde instellingen door hen mee te laten denken in alternatieve oplossingen.

In de Proeftuinwijken zijn we gestart met het identificeren van systeemprikkels en hebben die waar mogelijk weggenomen. Tot slot hebben we met de partnerbijeenkomsten en intensieve samenwerkingen op casusniveau de beeldvorming beïnvloed. Met name op de laatste twee punten is wel meer nodig dan wij in de Proeftuin konden bieden. Daarom schetsen we hieronder de bredere vraagstukken en aandachtspunten die verder reiken dan de context van de Proeftuin.

Bredere systeemvraagstukken

In de tussenevaluatie zagen we al de eerste contouren van systeemvraagstukken breder dan de Proeftuin. Hieronder beschrijven deze vraagstukken en de denkrichtingen om daar mee om te gaan. Het oppakken van deze bredere vraagstukken is randvoorwaardelijk danwel versnellend voor een succesvolle verspreiding van de werkwijze.

We denken met deze eindevaluatie aangetoond te hebben dat we de doelen van de Proeftuin in grote mate behaald hebben. Nieuwe coalities in de wijken zijn gevormd. De begeleiding van systeem therapeutische werkers ondersteunt bij complexe casuïstiek en bij veel vragen naar aanbod van specialistische jeugdhulp, komen we tot andere oplossingen. Met een toename van eigen inzet van het SWT en coaching door de teamleiders komt het Sociaal wijkteam steeds meer in regie. Met de ontwikkeling van de flexibele schil, waarmee we flexibele inzet van expertise uit de specialistische jeugdhulp mogelijk maken, voorkomen we onnodige administratie.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

34

mthuis

Het Sociaal wijkteam In het derde kwartaal van 2023 is de aangescherpte opdracht van het Sociaal wijkteam vastgesteld door de gemeenteraad, waaronder de opdracht van het SWT rondom Jeugd. De werkwijze van de Proeftuin is hier al in meegenomen. In de verdere uitwerking daarvan zien we nog een aantal aandachtspunten en kansen. • De vraagverheldering die hoort bij de werkwijze van de Proeftuin kan breder toegepast worden dan voor jeugd. Jeugdvragen worden al steeds vaker opgepakt als gezinsvragen. We zien in de Proeftuin ook geregeld dat oplossingen breder dan jeugd worden gevonden. Daarom is het belangrijk om te bekijken wat nodig is om Jeugd, Wmo en Participatie beter op elkaar aan te laten sluiten. De lessen uit de Proeftuin zijn daarbij helpend. • Voor de komende periode (in ieder geval in 2024) zijn extra gelden aangevraagd en of beschikbaar om het leren en ontwikkelen te faciliteren. Het is aan te bevelen tijd voor leren en ontwikkelen structureel in te bouwen. Dit past mogelijk in het thema leren en ontwikkelen en de kwaliteitsontwikkeling van het Sociaal wijkteam (organisatieontwikkeling SWT). • In de Proeftuin is op casusniveau gemonitord. Daarin werd duidelijk dat eenduidig rapporteren nog niet bij alle SWT-professionals vanzelfsprekend is.

Het versterken van de monitoring en de kwaliteit van de invoer helpt om inzicht te behouden in de voortgang van de gewenste bewegingen op de lange termijn. Ook het beter afspreken van definities (wanneer is iets eigen inzet?) kan helpen om de monitoring te verbeteren. Daarnaast is het aan te raden breed te kijken welke effecten de nieuwe werkwijze heeft en om waterbedeffecten breed te monitoren (zien we een toename van uitgaven bij andere wetten?). Op dit moment wordt vraagverheldering niet gemonitord of gezien als eigen inzet, terwijl we hebben gezien dat dit in de werkwijze een interventie op zich is geworden. Wellicht kan dit ook als eigen inzet gemonitord worden of apart als vraagverheldering. • Bij veel nieuwe ondersteuningsvragen zien we dat in het verleden al hulpverlening in beeld is geweest. In veel gevallen is de hulpvraag toen onvoldoende afgehecht door jeugdhulpaanbieders en medewerkers van het Sociaal wijkteam. Dat komt omdat vaak nog te veel de regie werd overgenomen

door jeugdhulpaanbieders. Daarmee was onvoldoende oog voor wat er nodig was voor gezinnen om het daarna weer zelf te doen. Dit is breder een aandachtspunt voor professionals in de specialistische jeugdhulp en medewerkers van het Sociaal wijkteam. • De coachende rol van managers is een belangrijke vaardigheid die nodig is om de medewerkers en de teamleiders zelf door de verandering te helpen en om de gewenste beweging vast te houden. • Met de uitrol van de werkwijze in andere Zwolse wijken ontstaat op jeugd een uniforme werkwijze in Zwolle. Dat maakt het makkelijker om aan ouders en jeugdigen helderheid te geven over wat zij van het Sociaal wijkteam kunnen verwachten. Daarnaast biedt het kansen voor het goed positioneren van het Sociaal wijkteam (gewenste imago). Uniformiteit past ook bij de kwaliteitsslag die het Sociaal wijkteam wil maken in haar organisatieontwikkeling. • We hebben aangetoond dat eigen inzet van het Sociaal wijkteam de jeugdhulp vervangt. Daarom valt te overwegen om gelden vanuit jeugdhulp te verschuiven naar het Sociaal wijkteam in plaats van het opplussen van fte vanuit capaciteitsbudget van de gemeente. Strategie en succes bepalen Binnen de kaders van de Proeftuin hadden we duidelijke doelen en indicatoren.

Wanneer de werkwijze regulier wordt, is het belangrijk om een gezamenlijke strategie uit te stippelen voor de komende jaren met een onderliggende beleidstheorie. Zeker omdat we zien dat we door de brede blik raken aan andere thema’s zoals participatie, ondersteuning vanuit de Wmo en veiligheid. Waar verschillende werkwijzen en waar mogelijk ook visies elkaar in de uitvoering raken, is het belangrijk tijdig te wegen hoe daarmee moet worden omgegaan. Dat vraagt keuzes en duidelijkheid. We hebben nu zelf een aantal indicatoren benoemd om het succes van de werkwijze te meten. Goed om gezamenlijk te bepalen of die indicatoren blijven staan of een aanpassing vragen door bijvoorbeeld breder te monitoren dan alleen op Jeugd. Vooraf helder hebben hoe succes eruitziet, kan misverstanden onderweg voorkomen.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

35

mthuis

Door bewegen naar de sociale basis In de Proeftuin hebben we een mooie beweging gemaakt van specialistische jeugdhulp naar meer eigen inzet van het Sociaal wijkteam. We maken ook steeds vaker gebruik van de sociale basis. Maar dat kunnen we in de komende jaren nog meer en beter doen. Vanuit het Sociaal wijkteam kan meer tijd genomen worden om te verkennen wat in de sociale basis nog meer mogelijk is met een beetje ondersteuning. Daarnaast zou het helpend zijn als vanuit de sociale basis zelf een meer wijkgericht aanbod in samenhang beschikbaar is in plaats van een aanbod per organisatie. Passende financiering We vinden steeds meer andersoortige oplossingen. Zo hebben we bijvoorbeeld een ruimte gehuurd voor een jongere die anders in een gesloten setting geplaatst zou worden. Deze oplossing was vele malen goedkoper dan de gesloten setting, maar zat niet in ons reguliere aanbod. Het intern regelen van financiering kostte heel veel tijd (kastje en muur). Als we de komende jaren de flexibiliteit willen houden om dit soort oplossingen in te zetten, is flexibel budget nodig om in te zetten. Hiervoor kunnen we de recente begrotingswijziging benutten. Zodra we beter weten welke andere oplossingen nodig zijn, kunnen we een structurele oplossing voor deze financiering vinden.

Flexibele inzet aanbieders met expertise is een meer specifiek voorbeeld van wat er nodig is aan passende financiering. In de laatste periode hebben we geëxperi­ menteerd met een flexibele schil van specialisten. We hebben ze ingezet om: • kort mee te denken vanuit hun expertise; • bij een gesprek met ouders te zijn; • te helpen met de analyse van de vraag en context. Zij konden kort en zonder beschikking ingezet worden ter ondersteuning van het Sociaal wijkteam. Deze manier van inzetten van expertise zorgt ervoor dat SWTprofessionals snel tot oplossingen komen en het vermindert de administratieve druk. Het past alleen niet binnen het bestaande Regionale Inkoopmodel. Daar is alleen de mogelijkheid voor ‘consultatie zonder toewijzing’. De inzet daarvan geeft alsnog veel administratie en is relatief duur. Daarom adviseren we in

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

36

mthuis

2024 verder te onderzoeken hoe de flexibele schil gefinancierd kan worden zonder te veel administratieve druk en met voldoende beschikbaarheid van professionals die daaraan deelnemen. Hier ligt ook een verbinding met het project sturingsinformatie Jeugd, waar in 2024 het relatiemanagement verder wordt uitgewerkt. Andere verwijzers met een ander paradigma We zien in de cijfers van het dashboard Jeugd nog steeds dat, ook als het SWT betrokken is, jeugdhulp indicaties worden afgegeven door huisartsen. Ook wordt nog veel zwaardere jeugdzorg en een stapeling van verschillend jeugdhulpaanbod geïndiceerd door de Gecertificeerde Instellingen. In de Proeftuin hebben we deze partijen waar mogelijk betrokken om ook met hen naar andersoortige oplossingen te kijken. Dat gaat met vallen en opstaan. Het advies is om in 2024 actiever in te zetten op het meenemen van deze verwijzers in een andere manier van kijken en werken, omdat hier nog grote winst te behalen valt. Structurele momenten van samen leren kunnen daarbij helpend zijn.

De oplossing blijft meer van hetzelfde en inzet van zwaardere jeugdhulp. Het gaat buiten de invloed van de Proeftuin om, om hier op korte termijn verandering in te brengen. We stimuleren de Proeftuinwerkwijze, maar het kost te veel tijd om echte verandering te brengen. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid bij de jeugdhulporganisaties zelf. Vanuit het project sturingsinformatie Jeugd wordt in 2024 het relatiemanagement verder uitgewerkt. Hiermee kan, in samenwerking met contractmanagement van het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ), nadrukkelijker gestuurd worden op de gewenste beweging en wat dit in praktijk betekent.

We zijn hier bij een aantal casussen al mee begonnen. Instituut voor Publieke Waarden (IPW) kijkt in een aantal zwaardere casussen mee in het kader van de ontwikkeling van Toekomstscenario Kind en Gezin. Zij hebben meer oog voor bestaanszekerheid en denken mee hoe zware inzet ook voorkomen kan worden in spannende casussen waarin veiligheid een rol speelt. Dit soort leertrajecten faciliteert het anders denken en doen. In de komende jaren is het aan te bevelen dit leren en ontwikkelen te blijven faciliteren in samenwerking met partners. Ook bevelen we aan de lessen die hieruit komen op te volgen. Sturing op partners Het Regionale Inkoopmodel is gebaseerd op raamovereenkomsten, waardoor we als gemeente in veel gevallen kunnen kiezen voor partners die in lijn met onze werkwijze werken. Van sommige expertises kunnen we echter maar enkele aanbieders inzetten/ consulteren, waardoor het extra belangrijk is dat zij meegaan in de veranderbeweging. Vooral in de complexe vastgelopen casussen zien we dat een verschil van zienswijze en werkwijze de vooruitgang belemmert.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

37

mthuis

Rol onderwijs We zien school als dé daginvulling voor iedere jeugdige onder de 18 jaar. In het kader van normaliseren is het dus belangrijk dat als zich problemen voordoen in de schoolcontext, in eerste instantie altijd wordt ingezet op oplossingen in de schoolomgeving. Eventueel ondersteund door expertise van het Sociaal wijkteam of jeugdhulpaanbieders. Dat vraagt duidelijkheid over de verantwoordelijkheden van het onderwijs, maar ook over de ondersteuning die wij als gemeente inzetten. Te vaak zien we dat jeugdigen eerst in een andere context problemen moeten oplossen, voor ze weer naar school mogen. We zien in de casussen geregeld patronen van uitsluiting ontstaan. Dan wordt naar jeugdhulp gekeken voor oplossingen. Oplossen binnen de context van school vraagt iets van de (verantwoordelijkheid van) scholen en van de vaardigheden van docenten die soms handelingsverlegenheid ervaren. Hier ligt ook een opgave van het onderwijs. Op visieniveau zijn we het daarover eens, maar de vertaling naar de praktijk vraagt meer afstemming op alle niveaus (van bestuur tot uitvoering). In de uitwerking van de Ontwikkelagenda Passend Onderwijs - Jeugdhulp moet dit meegenomen worden. Lef en leiderschap Veranderen gaat niet vanzelf. Naast een goede samenwerking vraagt het ook om keuzes maken, schuren, moeilijke gesprekken en rechte ruggen.

Dat valt in de context van het complexe speelveld rondom jeugd niet altijd mee. Daarom is een belangrijk aandachtspunt lef en leiderschap. In de uitvoering worden de verschillen in visies zichtbaar, maar dat is niet de plek om daarin keuzes te maken. Het samenspel door de hele organisatie van bestuurders tot leidinggevenden tot uitvoering is essentieel. Met opschaling als dat nodig is en ruggensteun als het spannend wordt. Ook het wegnemen van remmende factoren onderweg is een belangrijke factor om de voortgang van de verandering te behouden. Het gaat om ons gedrag in de praktijk. Daar moeten we elkaar onderweg scherp op houden en ons steeds afvragen wat nodig is om dat door alle lagen heen te faciliteren.

De kunst is dus juist om de verandering niet te institutionaliseren via de gestaalde kaders en gebaande paden, maar om vrije ruimte te creëren voor friskijkers en dwarsdenkers, mensen met lef en moed die wél echt willen en kunnen veranderen. (...) Doe het organisch, zo natuurlijk mogelijk. Niet vanuit een breed draagvlak, maar vanuit een smal en diep draagvlak, en ontwikkel dat draagvlak dan stap voor stap. Neem daarvoor de tijd en ruimte, want het kost meer tijd dan je zelf op voorhand denkt. (...) Desondanks ben je al gauw 5 à 10 jaar bezig met een echt verandertraject, want een cultuuromslag kun je nu eenmaal niet afdwingen. Wie het sneller probeert loopt grote kans te struikelen over de weerstand en ‘meestribbelaars’ en dan komt de hele verandertrein na een kickstart tot stilstand. Jan Rotmans, Hoogleraar en wetenschapper op gebied van systeemtransities (Erasmus Universiteit)

Ouders en jeugdigen

In de nieuwe werkwijze wordt steeds meer context- en dus ook gezinsgericht gewerkt in plaats van kindgericht. Ouders komen nu nog vaak met de verwachting dat het SWT doorverwijst naar een aanbieder voor het oplossen van vaak kindgerelateerde problematiek. Ook merken we dat het voor ouders soms moeilijk is om breder te kijken dan hun eigen ondersteuningsvragen. De verspreiding van één uniforme werkwijze naar de andere wijken biedt kansen voor zowel het SWT als de betrokken partners om ouders en jeugdigen goed uit te leggen wat zij kunnen verwachten van de nieuwe werkwijze. Idealiter communiceren alle partners en de wijkteams op éénzelfde wijze over de manier waarop het SWT de vraagverheldering en beantwoording van ondersteuningsvragen van jeugdigen en gezinnen oppakt én hoe het SWT daarin samen optrekt met partners in de wijken.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

38

mthuis

Risico’s voor borging en verspreiding

De Proeftuinfase is voorbij. De fase van implementatie en borging is aangebroken. Voor deze fase zien wij naast heel veel mogelijkheden ook de volgende risico’s: • Platslaan van de werkwijze. De werkwijze is ontwikkeld door voortdurend te leren en nieuwe perspectieven te blijven toevoegen. Het risico is dat de huidige uitkomst van de Proeftuin wordt gezien als eindproduct dat simpelweg geïmplementeerd moet worden. Het kan niet zomaar geknipt en geplakt worden. De verspreiding van de werkwijze vraagt van de wijkteams om opnieuw door het leerproces te gaan, want elke wijk en elk wijkteam is weer anders. Als deze overgang en uitrol onvoldoende gefaciliteerd worden, bestaat het risico dat de werkwijze afvlakt en minder resultaten boekt. • Onvoldoende leiderschap en back-up in schurende situaties is een tweede risico. Schuring ontstaat vaak in de uitvoering door een verschil in visie of een verschil in vertaling van de visie. Als daar op de werkvloer niet uitgekomen wordt, is opschaling en een uitspraak op managementniveau nodig. Ook bij gesprekken met veel weerstand is ruggensteun nodig vanuit management en bestuur. Als deze ruggensteun ontbreekt, zullen medewerkers in de uitvoering schurende situaties vermijden en zal de verandering stoppen of verminderen.

Ook is dan het risico dat de beweging op enkele mensen blijft hangen in plaats van dat de verantwoordelijkheid voor de verandering breed gedeeld en gedragen wordt. • Onvoldoende werken in samenhang. Hoewel we anders willen, wordt nog veel in kokers gewerkt in het sociaal domein. Een onverwachte oplossing voor een jeugdige wordt misschien gevonden in de Wmo. Over wetten heen kijken is daarom noodzakelijk om tot andere oplossingen te komen. Als iedereen te veel aan zijn eigen eiland vasthoudt, worden andere oplossingen belemmerd. • Onvoldoende gremia en overleggen voor brede weging. Breed kijken vraagt facilitering. We zien dat vragen en oplossingen breder gaan dan de Jeugdwet. Dilemma’s die we daar tegenkomen zullen ook breed besproken moeten worden. Bestaande tafels en overleggen zijn nog vooral op jeugd gericht. Daarvan is het risico dat we zelf ook te smal blijven kijken en sturen.

Sociaal Domein 2024

• Incongruente interventies in de uitvoering. Aansluitend op het vorige punt is het risico dat werkwijzen van aanpalende beleidsterreinen tegenstrijdig zijn aan de werkwijze in de Proeftuin. Dat kan ook verwarring bij partners veroorzaken die twee verschillende boodschappen vanuit de gemeentelijke organisatie krijgen. Bij twijfel over verschillende werkwijzen is het van belang samen de dilemma’s in de uitvoering te onderzoeken. Reflexieve monitoring kan in die gevallen ingezet worden om de dilemma’s en leervragen te verzamelen, de effecten te meten en die mee te wegen in de te maken keuzes. • Beleid onvoldoende faciliterend. De doelen van de verandering zijn uitgezet door beleid. De praktijk is ontwikkeld door de uitvoering. Die praktijk vraagt vervolgens weer om facilitering van beleid om verandering mogelijk te maken. Indien dit onvoldoende ondersteund wordt, ontstaat een remmende factor in de verandering.

We hebben stappen gezet, lessen geleerd en belangrijke resultaten behaald. We zijn er nog niet! Maar we geloven wel in de weg die we zijn ingeslagen met Samenspel in de wijk en we kijken er naar uit om met elkaar verder te leren. Met als doel: steeds beter passende oplossingen voor inwoners van Zwolle.

39

Bijlagen

mthuis

Bijlage 1: Geleerde lessen over gewenste werkwijze Les 1: Begrijpen De nieuwe praktijk

Eerst begrijpen (en dan oplossen). Hierdoor komt er ruimte voor nieuwe verhalen en andere, duurzame oplossingen. Dit vraagt een niet-wetende houding en tijd om uit te zoomen ondanks de druk vanuit de omgeving om met een oplossing te komen.

Het oude verhaal

Direct starten met de gevraagde oplossing; vaak was dat het afgeven van een indicatie voor individuele hulp (diagnostiek en behandeling voor het kind).

“We kunnen elkaar versterken. Als we eerst vertragen en samen kijken wat er aan de hand kan zijn, dan komen we tot de goede oplossingen.”

Praktijkvoorbeeld

Najaar 2022 melden ouders hun zoon aan bij het SWT. Ouders willen graag een verwijzing naar een zorgaanbieder gespecialiseerd in hoogbegaafdheid. De professional van het SWT organiseert een gesprek met ouders en school om de perspectieven en vragen bij elkaar te brengen. Ook wordt de tijd genomen om met ouders thuis door te praten over de rollen en patronen die ontstaan. Samen met de ouders is een systemogram getekend. Moeder werd erg enthousiast en begon zelf mee te tekenen. Het inzichtelijk maken van relaties en patronen binnen het gezin en het netwerk om het gezin heen, geeft vaak al veel duidelijkheid en antwoord op vragen. Na dit gesprek gaf moeder aan: ‘Ik heb veel nieuwe inzichten gekregen over ons gezin en ik denk dat ik niet meer ondersteuning nodig heb’. Ze kon verder met de handvatten die ze in het gesprek heeft gekregen, zonder de verwijzing.‘

Jeugdhulpverlener

Les 1: Begrijpen

Les 2: Leren (niet weten)

Les 3: Gezinnen aan tafel

Les 4: Regie

Les 5: Verandering

Les 6: Klein

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

Les 7: Verantwoordelijk

Les 8: Oplossingen

Les 9: Samenwerken

41

mthuis

Les 2: Leren (niet weten) De nieuwe praktijk

Kwetsbaar zijn en mogen leren. Daar waar nodig erkennen we richting gezinnen en elkaar wanneer we iets niet goed gedaan hebben. We mogen leren.

Het oude verhaal

Het antwoord of de oplossing al hebben vanuit expertise.

“De Proeftuin helpt om anders te kijken en dat is soms best ongemakkelijk. Door hier samen in te leren wordt de verbinding tussen Sociaal wijkteam en partners versterkt. Professionals van het Sociaal wijkteam en partners werken als echte collega’s aan de casussen. De Proeftuin is een veilige context. Daardoor zijn er kansen om veel van elkaar te leren.”

Praktijkvoorbeeld

In de Proeftuin wordt een casus besproken van een gezin met twee ouders, een jongere en zijn broertje. Bij ouders zijn grote zorgen rondom de veiligheid van hun zoon. De casus wordt met toestemming van de ouders besproken in de Proeftuin. Meerdere professionals zijn betrokken rondom dit gezin. In de Proeftuin wordt eerst een systemogram getekend. Door het maken van deze analyse wordt met nieuwsgierigheid vanuit meerdere perspectieven naar de patronen en dynamieken in het systeem gekeken. Gezamenlijke zorgen en twijfels worden gedeeld. Een belangrijke vraag hierbij is: ‘Wie zijn belangrijk voor dit gezin en kunnen bijdragen aan rust en veiligheid?’. Samen met de betrokken professionals wordt gekozen om niet op te schalen of nieuwe oplossingen in te voegen. Ouders zijn opgelucht, er wordt niet overgedragen aan een nieuwe hulpverlener. In de gesprekken met ouders ontstaan nieuwe inzichten en de ondersteuner die dichtbij het gezin staat kan daarmee aan de slag. Het commitment van de professionals op de achtergrond blijft, als er vragen zijn willen en kunnen ze meedenken, de lijnen zijn kort, er wordt niet verwezen.

Partner uit de Jeugd-GGZ

Les 1: Begrijpen

Les 2: Leren (niet weten)

Les 3: Gezinnen aan tafel

Les 4: Regie

Les 5: Verandering

Les 6: Klein

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

Les 7: Verantwoordelijk

Les 8: Oplossingen

Les 9: Samenwerken

42

mthuis

Les 3: Gezinnen aan tafel De nieuwe praktijk

We praten niet over, maar met het hele systeem. We werken samen met tenminste beide ouders en waar kan het hele gezin.

Het oude verhaal

Hulp toekennen zonder dat we ouders en kind in hun context hebben gezien.

“Het was echt een eyeopener. Dat je de situatie op een andere manier kan bekijken door ook naar achterliggende vragen te kijken. Ik voel me gezien en gehoord en ik ga opgelucht naar huis; het komt goed.” Oma (in een andere casus dan hiernaast beschreven)

Les 1: Begrijpen

Les 2: Leren (niet weten)

Les 3: Gezinnen aan tafel

Praktijkvoorbeeld

Een meisje uit de bovenbouw van de basisschool woont met haar moeder, stiefvader en zijn kinderen. Moeder is bij het SWT gekomen, omdat zij zich zorgen maakt om haar dochter. Het meisje liegt veel en voelt zich niet op haar plek op school. Op school gedraagt het meisje zich erg opstandig en loopt soms weg uit de les. De SWT-professional heeft een aantal gesprekken met het meisje gevoerd. Hierna bespreekt de SWT-professional de casus in de Proeftuin. Ze geeft aan dat ze normaal gesproken dit meisje zou doorverwijzen door de complexiteit van de casus. Bij de bespreking in de Proeftuin wordt het systemogram uitgetekend en blijken er veel vragen over de relaties in het gezin en met ex-partners nog niet helder. De SWT-professional heeft wel gesprekken gehad met het meisje maar niet met het gehele systeem. In plaats van doorverwijzen is de volgende stap om met de biologische ouders én het meisje samen in gesprek te gaan om de dynamiek en patronen beter te begrijpen en te zorgen dat de vragen en zorgen die er zijn in een gezamenlijk gesprek verkend kunnen worden en ze elkaars perspectieven horen.

Les 4: Regie

Les 5: Verandering

Les 6: Klein

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

Les 7: Verantwoordelijk

Les 8: Oplossingen

Les 9: Samenwerken

43

mthuis

Les 4: Regie De nieuwe praktijk

Ouders en jeugdigen aan het roer, zij zijn expert van de vraag en de duurzame oplossing(en).

Het oude verhaal

Regie van het gezinssysteem overpakken.

“Als het spannend is gaat iedereen rennen en vliegen, er moet snel een oplossing komen. In dat proces worden ouders nog te vaak vergeten. Dat moeten we niet meer doen.” Jeugdhulpverlener

Les 1: Begrijpen

Les 2: Leren (niet weten)

Les 3: Gezinnen aan tafel

Praktijkvoorbeeld

Een huisarts uit de wijk verwijst een meisje naar het sociaal wijkteam. Volgens haar moeder is sprake van vermoeidheidsklachten. Ook geeft moeder aan dat ze bang is om naar school te gaan. Er is al veel verzuim op school. In deze casus zijn al veel professionals betrokken. Nu ligt er een nieuwe vraag. In de oude situatie zou direct doorverwezen zijn naar een jeugdhulpaanbieder. Nu wordt de casus in de Proeftuin besproken. Het SWT gaat met het meisje in gesprek en de steunfiguren worden in kaart gebracht. Het meisje heeft zelf de regie. In het gesprek geeft zij aan: ‘Ik heb nu pas door hoeveel mensen het goed met mij voor hebben.’ Hierna zijn er gesprekken met school en ouders. Ouders beseffen na deze gesprekken dat hun kind wat anders van hen nodig heeft. Ouders maken afspraken om hun kind veiligheid te bieden en pakken hun regierol weer terug. Waar ouders voorheen vooral naar hulpverleners keken, bieden zij nu zelf een steunend netwerk. Ook is met school ruimte gezocht om het meisje meer uren op haar stage aan te bieden. Ze zit erg op haar plek en geeft aan: ‘Ik hoor nu ergens bij en ze snappen mij.’

Les 4: Regie

Les 5: Verandering

Les 6: Klein

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

Les 7: Verantwoordelijk

Les 8: Oplossingen

Les 9: Samenwerken

44

mthuis

Les 5: Verandering De nieuwe praktijk

Bij casuïstiek die vastloopt of bij de vraag om herindicaties, stoppen we met herhalen.

Het oude verhaal

We gaan door zonder echt te begrijpen wat werkt. Daarmee versterken we patronen en doen we meer van hetzelfde.

“Het loslaten van het denken in een oplossing alleen gericht op het kind, vraagt een omslag in het denken en werken van alle betrokkenen. Voor hulpvrager, SWT-professionals, jeugdhulpaanbieders en school. Dat is een intensief veranderproces.” Projectleider Proeftuin samenspel in de wijk

Les 1: Begrijpen

Les 2: Leren (niet weten)

Les 3: Gezinnen aan tafel

Praktijkvoorbeeld

Een meisje met een lange hulpverleningsgeschiedenis, ambulante hulp en diverse crisisplaatsingen zit op een 24-uurs behandelgroep. Ze gaat niet meer naar school en het gaat niet goed in de behandelsetting waar ze zit. Ook thuis is al veel hulp betrokken. Het werkt niet, de jeugdhulpaanbieder wil dat ze wordt overgeplaatst. Tijdens het multidisciplinair overleg worden oplossingen bedacht; een andere plek, een gedwongen kader. De SWT-professional wil graag iets anders proberen. Wat wil dit meisje eigenlijk zelf het liefst? Ze wil terug naar huis. We besluiten de stap te maken en ondersteunen het gezin zelf, als zij dat vragen. De school helpt mee en maakt een nieuw begin mogelijk. Een paar maanden later gaat het goed. Zo heeft ze zelf een stageplek gevonden en ze gaat verder met de opleiding. Ook vond ze zelf een bijbaantje. De SWT-professional werkt niet aan allerlei doelen maar wordt wel meegevraagd, bijvoorbeeld naar de nieuwe school of gewoon om een rondje te fietsen. SWT-professional over deze casus: ‘Ik wilde zeggen, ik ben zo trots op je, maar ik bedacht dat dit niet over mij gaat en vroeg of ze trots op zichzelf was. Ze zei: Ja, ik heb er hard voor gewerkt en het gaat goed.’

Les 4: Regie

Les 5: Verandering

Les 6: Klein

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

Les 7: Verantwoordelijk

Les 8: Oplossingen

Les 9: Samenwerken

45

mthuis

Les 6: Klein De nieuwe praktijk

Het einde van multidisciplinaire overleggen (MDO’s) met veel mensen. Een goed gesprek en samenwerking met diegenen die de beste ingang hebben.

Het oude verhaal

Multidisciplinaire overleggen met veel professionals, inclusief het gezin en de jeugdige.

“Waarom zitten we hier met zoveel mensen, terwijl de jongere zelf is weggelopen en om de hoek zit? Wie heeft hier nou eigenlijk de regie? Hoe moet dit dan voor ouders en de jongere zelf voelen?” SWT-professional

Les 1: Begrijpen

Les 2: Leren (niet weten)

Les 3: Gezinnen aan tafel

Praktijkvoorbeeld

Een jongere is in het verleden gediagnosticeerd. Hij herkent zich niet in de diagnose en is boos op zijn ouders die sturen op hulp. In het verleden en ook nu, zijn veel hulpverleners bij het gezin betrokken. Met name ouders maken zich zorgen en willen samen met de hulpverleners afspraken maken. Tijdens een MDO over de gemaakte afspraken zijn acht hulpverleners, ouders en de jongen aanwezig. De jongen zelf wil geen nieuw hulpverleningstraject. Hij vraagt zich hardop af waarom ze deze problemen niet gewoon als gezin kunnen oplossen en besluit om uit het gesprek weg te lopen. Na dit gesprek wordt de casus in de Proeftuin besproken. In de bespreking worden meerdere hypothesen opgesteld. We staan stil bij de vraag of we als hulpverleners bijgedragen hebben aan een patroon waarin deze jongen zich niet gezien en gehoord voelt. De betrokken SWTprofessional en jeugdhulpaanbieder hebben met de andere bij het MDO aanwezige partners een nieuw gesprek gevoerd en gekozen om met commitment met een kleinere groep aan de slag te gaan en in te zetten op het herstellen van vertrouwen.

Les 4: Regie

Les 5: Verandering

Les 6: Klein

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

Les 7: Verantwoordelijk

Les 8: Oplossingen

Les 9: Samenwerken

46

mthuis

Bijlage 2: Ontwikkeling van de leervragen in de 5 leercycli In de Proeftuin hebben we geleerd en ontwikkeld in leercycli van ongeveer 3-4 maanden. In deze leercycli werden leer- en ontwikkelvragen verzameld, waarna samen met partners werd gezocht naar antwoorden die in de praktijk werden getoetst. Door het bijhouden en het categoriseren van de leer- en ontwikkelvragen in de dynamische leeragenda, kunnen we laten zien hoe de leer- en ontwikkelvragen in de Proeftuinperiode zijn verschoven. In deze bijlage wordt de ontwikkeling van de leervragen getoond aan de hand van figuren, waarbij de bolletjes aangeven hoe vaak leervragen in de betreffende categorie voorkomen. Daarnaast geven we een beschrijving van de thema’s. per leercyclus.

Leercyclus 1 september-december 2022

De 1e leercyclus is begonnen in september 2022. In de sessies van beide stadsdelen kwamen inhoudelijke vragen over systeemgericht werken naar voren zoals: ‘Wat houdt het creëren van een brede blik in?’ en ‘Hoe kom ik uit de groef van (kindgerichte) oplossingen?’ Dit was een fase van bewustwording bij de professional en voor velen een eerste kennismaking met systeemgericht werken. Naarmate de leercyclus verder ging, kwam het besef dat hierin ‘de grondverf’ miste. Enkele professionals van het SWT hebben de opleiding voor Systeem Therapeutisch Werker gevolgd, maar een groot deel van de professionals heeft niet deze achtergrond. Daarom hebben we besloten om een maatwerk opleiding voor het SWT in de twee stadsdelen te ontwikkelen. Deze opleiding is vervolgens gestart in leercyclus 2.

In de 1e leercyclus hebben 7 partners in West mee geleerd en 0 partners in Zuid. Een vraag die hierbij naar voren kwam in stadsdeel Zuid was: ‘Zijn we al klaar om met partners samen te werken?’ In West liep deze beweging al iets sneller en werden met name vragen gesteld als: ‘Hoe bied ik samen met een partner hulp aan een gezin vanuit een gedeelde visie?’ Het spreken van eenzelfde taal blijkt niet voor elke partner even makkelijk te zijn. Dit zien we in de eerste leercyclus vooral ook terugkomen bij de scholen/onderwijs als partner. Scholen zijn vaak een impliciete verwijzer van kinderen naar het SWT met een vraag gericht op diagnostiek/ behandeling. Wat hiermee samenhangt is de rol van het SWT. SWT-professionals gaven aan dat zij het soms lastig vinden te weten wat hun rol is in een gezin waar meerdere hulpverleners bij betrokken zijn. Het programmateam vraagt zich hierin af: ‘Wat heeft het SWT nodig om zelf de regie te pakken en zelf met het netwerk van een gezin in gesprek te gaan?’ Ook op het gebied van eigen inzet kwamen er verschillende vragen naar voren; ‘Wat is precies eigen inzet van het SWT?’ en ‘Hoe ga ik om met de werkdruk én eigen inzet?’.

Dit geldt eveneens voor het begrip ‘normaliseren’; ‘Wat is normaal? Hoe normaliseren we?’ In leercyclus 1 zien we verder dat de ‘schreeuw van ouders om hulp’ en de ‘ouders met een gerichte vraag om diagnostiek/behandeling’ een grote plek krijgen in de dynamische leeragenda. Vragen die hierbij aan bod zijn gekomen zijn: ‘Hoe ga je met ouders om als zij enkel de vraag om diagnostiek/behandeling hebben?’ En ‘Hoe kun je vertragen/verdragen als ouders er bovenop zitten en ‘druk’ voelen?’

In de eerste leercyclus waren nog veel praktische vraagstukken; ‘Hoe moeten we casussen inbrengen in de Proeftuin?’ en ‘Welke werkwijze houden we aan?’. Daarnaast vroeg het programmateam zich af: ‘Hoe laten we SWT-professionals Bepaalde hulpvragen komen meerdere keren naar voren. Zo valt het in stadsdeel voelen dat ze mogen leren en fouten mogen maken?’ Met name in Zuid speelde Zuid op dat er veel vragen binnenkomen van moeders met gezinsleden met deze vraag. Om deze reden is vanaf leercyclus 2 een systeemtherapeut van buiten autisme. Er wordt geïnventariseerd bij Zwolle Doet of er collectieve hulp het SWT aangesloten om de sessies in Zuid te begeleiden volgens de systeemgerichte aanpak. Sociaal Domein 2024 | Samen leren

47

mthuis

aangeboden kan worden voor deze groep en is vervolgens in samenwerking gerealiseerd in leercyclus 2. Met name in de casussen zelf vielen bepaalde inhoudelijke patronen op; ‘Hoe leren we de dynamiek in het grotere systeem en gezinssysteem op tijd te herkennen?’

In leercyclus 1 wordt een begin gemaakt met de dynamische leeragenda en monitoring van de Proeftuin en wordt er al voorzichtig nagedacht over de borging van de Proeftuin. Vragen die hierbij spelen zijn: ‘Hoe leggen we ervaringen vast en documenteren we dit?’ En ‘Hoe zorgen we dat de Proeftuin meer van het SWT zelf gaat worden?’

Leercyclus 1 ‘Handelingsverlegen’ school ‘Schreeuw’ van overbelaste ouders

Normaliseren

Durven vertragen/ creëren brede blik

Gerichte vraag om diagnostiek/ behandeling

Eigen inzet SWT

Rol van SWT Dynamiek gezinssysteem en hulpverlenings­ systeem

Monitoring

Interne samenwerking SWT Samenwerking met andere partners

Toekomst/ borging

Collectieve hulp voor hulpvragen

Figuur 1: Categorieën dynamische leeragenda leercyclus 1

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

48

mthuis

Leercyclus 2 januari-maart 2023

In leercyclus 2 zien we een verschuiving van vragen over wat een systemische benadering is naar het denken, oefenen en voorzichtig dóen. Door de maatwerktraining hebben SWT-professionals meer handvatten gekregen om op een systemische manier naar casussen te kijken. We zien verder een verschuiving van de ‘schreeuw’ van ouders om hulp, naar de durven vertragen/creëren van een brede blik. Toch blijft met name in Zuid nog wel de vraag heersen: ‘Kan ik dit wel van ouders vragen? Wat als ouders een hele andere hulpvraag hebben?’ Dit roept daaropvolgend vragen op in het programmateam als: ‘Hoe bied je voldoende stevigheid/comfort aan hulpverleners om uit te zoomen en (oude) oplossingen los te durven laten?’ En in het bijzonder voor stadsdeel Zuid: ‘Hoe zorgen we dat de (kindgerichte) oplossingen minder op de voorgrond blijven staan?’ Ook de gerichte vraag om diagnostiek/behandeling weten SWT-professionals om te buigen.

Waar in leercyclus 1 met name de vraag bestond ‘hoe hiermee om te gaan?’, wordt dit in leercyclus 2 specifieker en vraagt men zich af: ‘Hoe kun je een ondersteuningsvraag begrijpen en herformuleren naar een gezins- of contextgerichte vraag?’ Gedurende leercyclus 2 verschuift de verkenning van het begrip normaliseren vanuit een theoretisch perspectief zich meer naar de praktische toepassing: ‘Hoe verminderen we de afhankelijkheid van gezinnen van hulpverlening?’ en ‘Hoe ga je om met vragen die horen bij normale ontwikkelingsfasen, zoals puberende kinderen?’ Waar in leercyclus 1 al duidelijk werd dat school een belangrijke samenwerkingspartner is, wordt dit in leercyclus 2 concreter door plannen te bedenken hoe scholen meer betrokken kunnen worden in de Proeftuin. De samenwerking met andere partners in de wijk krijgt in leercyclus 2 een grotere plek. De nadruk ligt meer op vragen over specifieke problemen en uitdagingen in de samenwerking in de Proeftuin: ‘Hoe komen we af van ieder

zijn eigen eilandje?’ In de Proeftuinbijeenkomsten komt met name naar voren dat er nog niet altijd ‘dezelfde taal’ gesproken wordt en het samenwerken met meerdere partijen in één casus lastig blijft. Daarnaast blijft het met name voor SWT Zuid lastig om partners uit te nodigen voor het bespreken van casussen in de Proeftuinbijeenkomsten. Deze samenwerking tussen partners is ook terug te zien in de dynamiek van het gezinssysteem en het grotere (hulpverlenings)systeem. Er wordt inhoudelijk in de casusbesprekingen opgemerkt dat in de praktijk de oude werkwijze van MDO’s met veel hulpverleners nog best veel gebeurt. In die situaties worden dan toch nog vaak snelle oplossingen bedacht en wordt dat patroon nog (vaak) pas achteraf herkend. Er wordt in leercyclus 2 steeds meer stilgestaan bij wat precies de rol van een SWT-professional is in de wijk. SWT-professionals zijn zoekende in hoe zij de regie over de hulpverlening in een gezin (en níet de regie over het gezin zelf!) kunnen nemen én blijven behouden. In West worden er gesprekken gevoerd over het aanbieden van een alternatief voor jongeren op de wachtlijst voor de GGZ. Er wordt bekeken of er in samenwerking met SportService Zwolle en/of Travers samengewerkt kan worden om jongeren die op de wachtlijst staan voor de GGZ te ondersteunen om in beweging te krijgen. In leercyclus 1 werden weinig ‘veiligheidscasussen’ ingebracht.

In leercyclus 2 worden voorzichtig meer van deze casussen in de Proeftuin ingebracht. Over het algemeen vindt men het lastig om in moeilijke (veiligheids)casussen uit te zoomen en niet te veel te sturen/ mee te gaan in de quick-fix. Er wordt in deze casussen voorzichtig geleerd om ook te normaliseren, vertragen en uit te zoomen om zo tot een duurzame oplossing te komen. Voor de borging van de Proeftuin wordt in leercyclus 2 steeds meer duidelijk dat het gaat om het creëren van een verandercultuur en het faciliteren van

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

49

mthuis

gedragsverandering. Een belangrijk inzicht is dat leidinggevenden inhoudelijk leiderschap en de coachende rol die de verandering vraagt moeten kunnen (leren) vormgeven.

In leercyclus 1 lopen de leer- en ontwikkelvragen voor Zuid en West steeds verder uiteen. Er worden daarom aparte leervragen voor leercyclus 3 opgesteld. Het leerproces voor beide wijken is verschillend. Het werken in de Proeftuin is maatwerk en daarom moet elk stadsdeel haar eigen leerproces door kunnen maken.

Leercyclus 2

Veiligheid ‘Handelingsverlegen’ school

‘Schreeuw’ van overbelaste ouders Gerichte vraag om diagnostiek/ behandeling

Durven vertragen/ creëren brede blik

Normaliseren

Eigen inzet SWT Rol van SWT

Dynamiek gezinssysteem en hulp­ verlenings­ systeem

Toekomst/ borging

Interne samenwerking SWT Samenwerking met andere partners

Monitoring Collectieve hulp voor hulpvragen

Figuur 2: Categorieën dynamische leeragenda leercyclus 2

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

50

mthuis

Leercyclus 3 april-juni

De grootste categorie leer- en ontwikkelvragen in leercyclus 3 gaat over de samenwerking met andere partners. Wat hierbij opvalt is dat deze vragen alleen vanuit West, het programmateam en de partnerbijeenkomst komen. Vanuit het programmateam wordt dan ook de vraag gesteld: ‘Hoe zorgen we dat SWT-professionals Zuid meer partners betrekken bij de Proeftuin?’. Het programmateam vraagt zich verder af hoe we zorgen dat er partners aangehaakt blijven en hoe er ook scholen en huisartsen betrokken raken bij de Proeftuin. Het ‘knelpunt’ tussen scholen en hulpverlening/SWT wordt steeds meer zichtbaar. School lijkt een ‘eilandje’ te zijn. Als het op school niet lukt moet de hulpverlening een oplossing realiseren (bijvoorbeeld een zorgboerderij). Daarnaast eisen vele scholen dat hulpverlening gestart moet zijn als voorwaarde voor de schoolgang. ‘Hoe kunnen we stoppen met het verschil tussen school en thuis, maar afstemmen en samen rondom een kind/het gezin staan? Het onderwijs en hulpverlening lijken niet dezelfde taal te spreken; Hoe kunnen we de interesse en betrokkenheid van scholen vergroten om zo elkaar beter te begrijpen?’ Daarnaast speelt vooral in West de vraag hoe we als partners in de wijk écht samen kunnen werken en de hulpverlening (ook juist als hulpverleners uit verschillende organisaties komen) als één team rondom een gezin komt te staan.

Er wordt hierbij gesproken over een commitment op de ‘yes’ van partners rondom een gezin. Een commitment waarbij ook de professionals voor zichzelf leerdoelen opstellen. Het programmateam houdt zich in deze periode vooral ook bezig met: ‘Hoe gaan we aan de slag met relatiemanagement bij partners?’ en ‘Waar en bij wie (partners) moeten we de beweging nog (verder) op gang brengen?’

In leercyclus 4 zal dit geoefend worden. Het programmateam vraagt zich hierbij nog wel af hoe de koplopers en de mensen waar energie zit goed meegenomen kunnen worden in de Proeftuin, zodat de Proeftuin verder versterkt wordt. Er is nog altijd te merken dat verschillende partners een verschillend ritme/tempo hebben om mee te leren. SWT West durft in leercyclus 3 op het gebied van het durven vertragen en het creëren van een brede blik steeds meer tijd te nemen. Er wordt volop geoefend tijdens de maatwerktraining systemisch werken en in de praktijk. In het bespreken van de casussen komen met name inhoudelijke vragen naar voren. In SWT Zuid worden niet veel vragen gesteld over het durven vertragen en het creëren van een brede blik. De vraag die wel naar voren komt is: ‘Hoe voorkomen we dat het patroon zich continu blijft herhalen (en er dus steeds meer van hetzelfde wordt gedaan)?’. Ook worden er praktische vragen gesteld over de eigen inzet in Zuid; ‘Wat is nog mijn rol en wanneer moet ik iemand anders inschakelen?’ In het programmateam worden wel veel leervragen gesteld over dit onderwerp in SWT Zuid. Het SWT Zuid lijkt hierin nog wat meer sturing nodig te hebben in het onbevooroordeeld naar casuïstiek kijken, vanuit een houding om te willen begrijpen in plaats van te medicaliseren/classificeren.

Dit is ook terug te zien in de dynamiek van het gezinssysteem en het grotere hulpverleningssysteem. In leercyclus 3 worden in stadsdeel West meerdere vragen gesteld over het ‘redderssyndroom’ van hulpverleners; ‘Hoe komen we als hulpverleners (en partners in de wijk) uit het redderssyndroom, om zo patronen in een gezin te doorbreken?’. In stadsdeel West worden hierin vragen gesteld in samenwerking met partners.

Er worden in leercyclus 3 gesprekken gevoerd met een jeugdhulporganisatie als koploper om met het SWT samen te werken in een consultatie functie. Hierdoor hoeft het SWT geen doorverwijzing te maken, maar kan er kortdurend expertise ingevlogen worden in een casus, mocht dat nodig zijn.

Sociaal Domein 2024 | Samen leren

51

mthuis

De categorie van ‘ouders met een gerichte vraag om diagnostiek/behandeling’ komt niet voor in leercyclus 3. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat er al betere antwoorden op deze vragen van ouders zijn. SWT-professionals weten na de training beter hoe zij hierop moeten reageren. Dit geldt eveneens voor de ‘schreeuw van ouders om hulp’. Met name in team Zuid komen meerdere vragen naar voren over de interne samenwerking/ draagvlak van de Proeftuin. Deze vragen uit het SWT zelf gaan over hoe er meerdere casussen per keer besproken kunnen worden. Ook komt werkdruk naar voren: ‘Hoe gaan we om met dezelfde caseload, maar wel alle nieuwe casussen op een ‘Proeftuin manier’ op moeten pakken?’ Het programmateam vraagt zich op haar beurt af hoe ervoor gezorgd kan worden dat SWT-professionals ook echt partners meenemen naar de Proeftuinsessies en hoe er meer cultuurdragers in het team kunnen komen om mooie voorbeelden, alternatieven en gedachten te kunnen delen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=7a2f3477-2598-43de-bf0b-7b36246fe2f1