Bijlage 1 . Onderzoeksrapport Werkwijze Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
Tekst van het document
Hierbij kan het gebruik van een tijdslijn belangrijk zijn, zodat duidelijk wordt hoe ouders het scheidingsproces doorlopen hebben en waar de stagnatie plaatsvind binnen de transitie • Het kernprobleem in de strijddynamiek tussen ‘slachtoffer en dader’ moet op tafel komen als belangrijk probleem dat tot stagnatie in het transitieproces leidt • Motivatie ligt binnen de communicatieruimte die ontstaat wanneer een ouder zich erkend voelt in een angst of pijn, want bij stress en strijd ontstaat een tunnelvisie van waaruit men minder goed informatie kan verwerken • Een gezamenlijke visie op waar ouders naar toe willen bewegen is de leidraad voor ouders en betrokken
Figuur 3.2 Genogram/Systemogram. Overgenomen uit Jesserun & Warring, 2018, pg. 276. Bewerkt door E. Bos-de Groot, 2022. Toelichting: Een genogram is een overzicht met 3 of 4 generaties en hun onderlinge relaties. Een systemogram is een overzicht van alle relaties die er toe doen, waarbij het gaat om het opsporen van diverse contexten die een kader bieden van waaruit het vraagstuk begrepen kan worden (Aptroot & Spaander, 2016). Dat betekent dat gesproken wordt over wat voor de cliënt belangrijk is, betekenisvol is. 23 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
•
•
professionals om overeenstemming te hebben over wat de gewenste richting is en waarvoor zij hun kwaliteiten kunnen inzetten en hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Het is hierbij zinvol om het bevragen van ouders op de visie en de bijdrage uit te tekenen, zodat voor ouders inzichtelijk wordt op welke wijze hun eigen gedachten en handelen wel of niet in de richting van het gewenste beeld gaan. Wanneer een gedeelde visie is bewerkstelligd en uitgesproken is samenwerking mogelijk en kunnen ook professionals vanuit hun eigen expertise een bijdrage leveren aan de vertaling van de visie naar de praktijk. Vertrouwen is de basis van duurzaam samenwerken, waarbij ouders vertrouwen hebben in elkaars- en in het eigen ouderschap. De professional is hierbij coachend aanwezig bij eerst het helpen herstellen van het vertrouwen in zichzelf en daarna in de andere ouder. Denken vanuit de geleverde bijdrage: Vragen “Wat kan bijdragen aan de oplossing van het probleem?” bewerkstelligt wat anders dan vragen “Wat hebben jullie nodig om het probleem op te lossen?”. Belangrijk is bewustwording dat iedereen een bijdrage levert, waarbij de vraag vooral is, “Waaraan wordt precies bijgedragen?”
In de Zwolse visie wordt uitgegaan van een systemische basisattitude (Aptroot & Spaander, 2016). Deze basisattitude, afgeleid van een systeemtheoretisch ontwikkelingsperspectief kent de volgende aspecten: • Participerend-observerend deel zijn van het (nieuwe) geheel • Erkennen op betrekkingsniveau • Met instemming zinvolle informatie toevoegen (reframing) • Bewerken van dilemma van verandering • Het organiseren van de behandelcontext is een voortdurend proces. In deze basisattitude worden de verschillende fasen in het hulpverleningsproces zichtbaar. Een start met casusconceptualisatie en verklarende analyse, samengaand met het aansluiten bij de ouders en kinderen, en het gepermitteerd worden om zinvolle informatie toe te mogen voegen ten behoeve van een veranderingsproces die nodig is om door de transitie van scheiding heen te gaan. Wanneer deze transitie geblokkeerd raakt, ontstaan problemen. Hulpverlening kan ouders en kinderen ondersteunen bij dit transitieproces. Hiermee kunnen blokkades en vastlopers Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 24
worden herkend en begeleid. Samenvattend: In een systemische benadering ligt de aandacht op het kunnen innemen van meerdere perspectieven wat tot uitdrukking komt in het kunnen stellen van meerdere hypothesen bij een systemogram, een heldere positionering ten aanzien van de strijd die wordt gevoerd, het gebruiken van welzijnstaal in plaats van strijdtaal, een aanpak die problemen in samenhang ziet (bijvoorbeeld kunnen financiële problemen of opvoedproblemen gevolgen hebben voor de relatie). Daarnaast is de systemische benadering gericht op veerkracht die nodig is om de transitie van scheiding goed te kunnen doorlopen. Van belang is dat kinderen met beide ouders een evenwichtige relatie onderhouden, waarbij beide ouders hun kinderen kunnen blijven sturen, steunen en stimuleren. Professionals zijn gericht op samenwerking en doelgerichte plannen, met een relatiegerichte houding als basis, in de vorm van een systemische basisattitude. Vanuit deze basisattitude worden ouders en kinderen begeleid in de transitie van scheiding om blokkades en vastlopers te voorkomen of in goede banen te leiden.
3.3 Begeleiden van het veranderingsproces In het rapport Scheiden van de waarheid (Scheiden zonder schade, 2022a) wordt betoogd dat elke scheiding, hoe complex ook, door een proces heengaat van een oude naar een nieuwe vorm, waarbij het oude vaak moet worden opgeschud om het nieuwe uit te kunnen vinden. De professional heeft hierbij een coachende en ondersteunende rol. Uitgangspunt bij het veranderingsproces is dat verandering ontstaat door toevoeging van iets nieuws, nadat eerst de condities om te mogen toevoegen zijn geoptimaliseerd, zoals ook in de basisattitude vanuit het systeemtheoretisch ontwikkelingsperspectief naar voren komt (Aptroot & Spaander, 2016). Het ‘nieuwe’ wordt in positieve zin gezien als het versterken van de uniciteit en van succesvolle of uitzonderlijke momenten op het gebied van gedrag, emoties en cognities waaraan betekenis wordt toegekend. Ook ontstaat verandering bij ouders en kinderen door het activeren en versterken van de competenties en het herhalen van kleine, succesvolle oplossingen, het uitbreiden van iets nieuws dat verschil maakt. Hierbij kan het niet alleen helpen om verandering te herkennen en te versterken, maar partners, ouders en kinderen ook helpen het eigen verhaal van het
(na-) huwelijk te herschrijven, of een alternatief verhaal naast het dominante verhaal van de huidige situatie te zetten. Het proces van verandering zal zich vooral af gaan spelen in een veilige, op samenwerking gerichte relatie met een professional, waarbinnen geoefend en geëxperimenteerd kan worden met een aantal gedragsmatige, emotionele en cognitieve ervaringen, in verschillende settingen: individueel, samen als partners, ouders of samen met de kinderen en of samen met het netwerk. Hieruit kunnen belangrijke betekenissen voor ouders en kinderen verder worden uitgewerkt, waarmee het gezin zijn leven kan herschrijven, zodat er een nieuw hoofdstuk van hun leven begonnen kan worden (Vermeire, 2019). Triage is een hulpmiddel om deze veilige, op samenwerking gerichte en passende relatie met een professional uit hulpverlening, bemiddeling, (juridisch) advies, coaching of therapie tot stand te laten brengen (In paragraaf 3.6 wordt hier nader op ingegaan). Het toevoegen van nieuwe informatie kan bij escalerende situaties alleen plaatsvinden wanneer ruimte wordt gemaakt voor een welzijnskader van waaruit alle handelingen besproken kunnen worden. In het welzijnskader positioneert de professional zich ten opzichte van de strijd door naast de strijd te werken, met het idee dat er niets gedaan wordt dat de strijd gaat versterken.
Hierbij is neutraliteit niet het uitgangspunt, maar een resolute partijdigheid aan de visie op de-escaleren (Janssen, 2019, Cottyn, 2021). In de verschillende genoemde methoden van begeleiding worden praktische handreikingen gegeven voor relatie – en scheidingshulp. Een aantal van de vele thema’s uit deze modellen en methoden zijn: • Differentiatie-processen (Michielsen & Lens, 2022). • Welzijnskader en positionering (Cottyn, 2021) • Je geweldloos verzetten tegen strijd (Maes, 2018) • Ouder- en kindtaken na scheiding uitvoeren (Van den Berg, 2018) • Verliescirkel en hechting (Rodenburg & Van der Maarel, 2016) • Netwerkbijeenkomst (Van Lawick & Visser, 2019) • Ouderschapsplan en praktische afspraken (HendrikseVoogt, 2016) • Dynamisch stressmodel bij scheiding en gezinstransformatie: focus van strijd naar stress (DSSG) (De Vries, 2019)
•
Andere richtlijnen voor interventies en mogelijkheden voor samenwerking (Richtlijnen Jeugdhulp bij scheiding (2023)
Samenvattend is relatie- en scheidingshulp gericht op veranderingsprocessen, waarbij de professional een coachende en ondersteunende rol heeft. Om het proces van verandering te begeleiden is een veilige samenwerkingsrelatie de basis. Daarnaast is het van belang gebruik te maken van een aantal in de literatuur beschreven methodische uitgangspunten en interventies. 3.4 Aspecten van transitie en vaardigheden In het proces van scheiden, maar ook bij fase-overgangen in gezinsrelaties wordt een transitie gemaakt naar een nieuwe levensfase. In het rapport Scheiden van de waarheid (Scheiden zonder schade, 2022) wordt gesteld dat er bij scheiding een complex herschikkings- en transformatieproces van de onderlinge verhoudingen tussen de diverse leden van het gezins- familiesysteem ontstaat (Scheiden zonder schade, 2022). Verschillende dimensies in de ontwikkeling en ecologie van een gezin, ouders en kinderen kunnen de aanpassing in het hier en nu belemmeren en versterken. Daarom worden verschillende analyseniveau’s (van individu tot netwerk en brede sociale factoren, zoals juridische, economische, financiële en culturele factoren) meegewogen bij de casusconceptualisatie (Teixeira de Melo en Alarcao, 2015).
Om de nieuwe verhoudingen inhoud te geven worden vaardigheden, competenties gevraagd op verschillende gebieden: mentale veerkracht bevorderen, niet-reactief leren zijn bij conflicten (differentiatie), opvoederschap door laten gaan met steun van het netwerk, het regelen van praktische voorzieningen en aandacht voor betekenisgeving in de sociaalculturele context. Met steun van het netwerk wordt een beweging gemaakt om een nieuw, onafhankelijk gezinsleven te leiden (Pasteels et al., 2018). De transitie-vaardigheden vormen tevens een onderbouwing voor de ontwikkeling van een Zwols triage-instrument (par 3.6 en H 6).
25 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
3.4.1 Mentale veerkracht bevorderen Een uitdaging voor ouders in scheiding is om ondanks oplopende conflicten en daarbij gepaard gaande stress vanuit het ex-partnerniveau, toch de bereidheid te vinden om met de andere ouder goede beslissingen proberen te nemen het ouderschap en opvoedingstaken. De Vries (2021) ontwikkelde hiervoor het ‘Dynamisch stressmodel’ bij scheiding en gezinstransformatie (DSSG). Uitgangspunt voor dit model is dat de subjectieve beleving van psychisch lijden en van stress van invloed is op het tempo waarin de stressfasen doorlopen worden. De Vries onderscheidt een alarmfase na ingrijpende gebeurtenissen, een weerstands-en adaptiefase (het aanpassen aan de nieuwe omstandigheden), een uitputtingsfase bij moeizame conflictscheidingen en een groeifase bij ouders die de onderlinge strijd overwonnen hebben (De Vries, 2021). Naar gelang de vraagstelling zal de professional de ouder en jeugdige steunen om te leren beter de stress te hanteren en te de-escaleren, mentaal reflexiever, creatiever en flexibeler te worden, gericht op het kunnen doormaken van een verandering (transitie) in hun leefsituatie. Dit kan helpen om hun interne gedragsmatige, cognitieve en emotionele functioneringspatronen bij te stellen.
Hierbij kunnen ouders en kinderen gesteund worden om hun narratieven (dominante verhalen over de situatie) die de strijd in stand houden te leren reconstrueren en zo een positief fundament voor een veerkrachtige ontwikkeling te leggen. Aandacht voor de mate van reflectie bij ouders is belang, omdat er in hoogconflictscheidingen vaak maar één perspectief mogelijk is met waarheidsclaim, die vervolgens opnieuw aanjager zijn van een zichzelf versterkend proces van waarheidsclaims (Aptroot& Spaander, 2020). De gerichtheid op het de-escaleren en een constructieve mentale veerkracht-ontwikkeling is een belangrijke uitdaging voor alle betrokken professionals bij relatie- en scheidingsproblemen. Het is niet makkelijk is om positieve ontwikkeling en aanpassing bij relatie- en scheidingsproblemen te helpen bevorderen: Gevoelens van gekwetst zijn, verdriet, boosheid, woede, onmacht, rouw, onthechting, vragen omtrent autonomie en positieve identiteit kunnen het zicht op de toekomst en het besef van het maken van een ‘Rite de passage’ ontnemen en ook gevoelens van onmacht bij de hulpverlener opwekken. Hierbij kan specifiek de aandacht worden gelegd op het verschil tussen een ‘statische mindset’ en een ‘groei-mindset’ (Scheiden zonder schade, 2022, De Vries, 2019). In het kader van de dader-slachtofferdynamiek bij hoogconflictscheidingen
Stress en (de-)escalatiemodel Alarmfase Dreigende of mededeling scheidin, alarmreac�e, stress.
Adap�efase Veerkracht, stressmanagementsysteem en transi�evaardigheden worden aangesproken
Systemische en psychologische interven�es - Reflecteren op rela�edynamiek en eigen reac�viteit - Aanwakkeren van de-escalerend en metaliserend vermogen - Onderzoek van gezamenlijk de-escaleren en persoonlijke groeimentaliteit en veekracht - Voorlich�ng geven - Aandacht voor familiesysteem en familiegeschiedenis - Transi�evaardigheden vergroten
Herstel stressmanagementsysteem Groeimindset, bijsturen van eigen reac�viteit in de-escalerend denken en doen. Vergro�ng transi�evaardigheden
Uitpu�ngsfase Conflictchroniciteit. Gezinstransforma�eproces stagneert.
Groei Harmoniescheiding Groei, gezinstransforma�e, proces loopt door.
The A-B-C-Model of Resilience Adversity Being in a challenging situa�on.
Beliefs Interpre�ng the situa�on.
Consqeunces What you do or feel as a result of the situa�on.
Based on the work of Albert Ellis | ©2015 SkillsYouneed.com
Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 26
Hoog conflict of blokkadescheiding Chronische stress, Gestagneerd gezinstransi�eproces, Escala�e dynamiek en fixed mindset
Figuur 3.3. Stress en (de-) escalatiemodel van de Vries . Gebaseerd op De Vries, 2019 . Met toestemming gebruikt en bewerkt door E. Bos- de Groot
wordt er door de ouder in scheiding vaak van uitgegaan dat feiten vaststaan, de ander onveranderbaar is en er weinig bereidheid is tot eigen inspanning. Hier tegenover stelt het Rapport Scheiden van de waarheid (Scheiden zonder schade, 2022a) de uitdager-actiedynamiek, waarbij ervan uitgegaan wordt dat een ieder een eigen beleving heeft van de feiten, dat er een mogelijkheid is voor verandering en een bereidheid tot inspanning (Scheiden zonder schade, 2022a). In dit rapport wordt in het kader van een andere gerichtheid,- meer vanuit de groeimindset en uitdager-actiedynamiek,- ook gerefereerd aan de positieve gezondheid en positieve psychologie. Hierbij staan het versterken van veerkracht, flexibiliteit en eigen verantwoordelijkheid centraal, om beter om te gaan met de uitdagingen van het leven. In begeleidingsvormen vanuit bijvoorbeeld Acceptance & Committment Therapy (ACT) krijgt dit specifiek aandacht. (Scheiden van de waarheid, 2022a; Atjak et al., 2015). Bij het ontwikkelen van mentale veerkracht bij relatie-en scheidingsproblemen speelt de vaardigheid om te kunnen mentaliseren een belangrijke rol. Mentaliseren wordt door De Vries (2019) omschreven als een vaardigheid om de aandacht met behulp van reflectie te richten op de eigen mentale toestand of die van de ander, met het doel gedrag te verklaren. (De Vries, 2019; Bateman en Fonagy, 2006).
3.4.2 Relatiedynamiek en differentiatie: niet-reactief leren zijn bij conflicten Relaties kenmerken zich door rustige periodes, afgewisseld met tijden vol pijn en verwarring. Als partners in de fase verkeren waar de druk hoog is opgelopen, kan men dit uitleggen als het failliet van de relatie en een scheiding overwegen. Deze druk kan ook gezien worden als noodzakelijk om te bewegen, als tekenen van verlangen naar verandering en zo nodig met relatiebegeleiding of therapie in goede banen worden geleid (Bos-de Groot, 2019; Aptroot & Emmelkamp, 2014; Schnarch, 1997). Er is volgens Kluwer (2017) geen geheim voor een duurzame relatie in de zin van een protocol of set van voorschriften of gedragsregels. Partnerrelaties zijn fundamentele en complexe sociale relaties die mensen in hun leven aangaan, waarbij er allerlei mechanismen zijn die zich tussen hen afspelen ten aanzien van hoe men elkaar waarneemt, hoe men zich gedraagt, en hoe men zich daarbij voelt. Voor het ontwikkelen
van een duurzame relatie is een van de bevorderende factoren het autonoom blijven in verbondenheid met de partner (Bosde Groot, 2019; Kluwer, 2014). Het autonoom blijven in verbondenheid met de partner wordt ook wel omschreven als een differentiatieproces. Differentiatie wordt met de definitie van McGoldrick & Carter (2001) als volgt omschreven: Differentiatie is het ontwikkelen van persoonlijke en authentieke, emotioneel betrokken relaties met elk gezinslid, waarin men in staat is om kalm en niet-reactief een persoonlijk standpunt over belangrijke emotionele kwesties in te nemen, ongeacht wie voor of tegen dat standpunt is (Michielsen & Lens, 2022; Carter & McGoldrick, 2001). Deze definitie van differentiatie is cruciaal voor het omgaan met conflicten in partnerrelaties, maar eveneens voor het omgaan met conflicten in scheidingsituaties. Aldus is differentiatie een belangrijk ontwikkelingsaspect van personen binnen relaties én na scheiding.
Door Michielsen & Lens worden (2022) een aantal aspecten genoemd die differentiatie in een relatie bevorderen: • Zelfzorg in de vorm van zelfregulatie, zelftroost en het beoefenen van zelfwaardering, mindfullness • Grenzen tussen het zelf en de ander en zelfregulatie in verbinding en als bescherming • Ontschuldiging van de eigen ouders van de partners en hen niet meer vanuit het kindperspectief te zien • Acceptatie van de ouder (en de belangrijke anderen om je heen) en het loslaten van onrealistische verwachtingen • Het cultiveren van bronnen van vertrouwen, dankbaarheid en generositeit (Michielsen & Lens, 2022). Onderwerpen en thema’s in een relatie waar conflicten over ontstaan zijn zoal: verschillen, seks, genieten, macht (ongelijkwaardigheid), financiën, ontrouw en jaloezie, ouderschap, kinderen, familie, vrienden, gezin van herkomst (en intergenerationele overdracht), geschiedenis, taak in de wereld, overtuigingen, loyaliteitsconflicten,- onder andere in samengestelde gezinnen (Michielsen & Lens, 2022; Dekoven Fishbane, 2021). 27 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
Lichamelijk geweld
Figuur 3.4. www.fpvi.nl. Scheidingsstatistieken. Waarom gaan mensen uit elkaar.
Verslavingsproblemen
Mannen (%)
Culturele verschillen
Vrouwen (%)
(Schoon)familie
Financiële problemen Gezondheid Verschillend toekomstbeeld Sleur Een ander Botsende karakters 01
Relaties staan om verschillende redenen onder druk, wat de kans op stress en escalatie doet toenemen. Hierbij gaat het om aspecten van de partnerrelatie (intimiteit, seksualiteit, aspecten van ouderschap en lid zijn van de (schoon)familie, financieel-economisch de zaken op orde hebben en taken verdelen. Ten aanzien van verschillende lagen waarop een probleem in de relatie zich kan voordoen, worden door Michielsen & Lens de volgende aanknopingspunten gegeven: • De-escalatie van het conflict door vertraging en minder reactief leren zijn • Bronnen van stress en steun tussen de partners en hun netwerk van relaties bezien, wat is er mogelijk om de stressoren van de wisselwerking in het grotere geheel (gezin, familie, buurt, werkomgeving, maatschappij) te verminderen en de steunende factoren te vergroten • Het doorwerken van de intrapsychische kwetsbaarheden en overlevingsstrategieën door deze te leren herkennen en te doorwerken en na te gaan wat helpt om alternatieve, positieve patronen in gang te zetten • De partners binnen een intergenerationele dynamiek hebben de kans om de vanzelfsprekendheden van de eigen familie te gaan beseffen en zo nodig te doorbreken, binnen een balans van loyaliteiten (Michielsen & Lens, 2022). Door tijdig hulp te vragen kan voorkomen worden dat het ervaren van een negatieve relatiedynamiek een negatief vastgeroest patroon wordt.
Bij de geboorte van een kind kan al ingegaan worden op de relatiedynamiek en de ondersteuning
Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 28
02
03
04
05
06
07
0
van het netwerk als het gaat over onderwerpen als meningsverschillen over opvoeden, druk van de schoonfamilie, de-escalatie bij conflicten en zelfregulatie bij emoties. Van belang hierbij is ook onder de verwijten de dieperliggende emoties als angst en falen bespreekbaar te krijgen (Kallos-Lilly & Fitgerald, 2015; Wagenaar, 2018). Het netwerk kan een positieve rol spelen in het de-escaleren bij conflicten, ook bij relatieproblemen, bijvoorbeeld dat een vriendin het mag zeggen dat je een beetje doorslaat. Het niet reactief leren zijn, maar kunnen mee-veren als een krachtige daad voor je kind kunnen zien, die staat boven het voeren van de strijd. De positie van het kind wordt hierbij steeds voorrang gegeven (Bos-de Groot, 2019, Van Lawick & Visser, 2019). Samenvattend is differentiatie een belangrijk proces in relaties, ook na scheiding om niet-reactief te leren zijn, waardoor deescalatie mogelijk is. 3.4.3 Opvoederschap door laten gaan met steun van het netwerk Zoals aangegeven in H3.1 zijn de kwaliteit van de opvoeding, de relatiekwaliteit van het kind met beide ouders, en de mate van ouderlijke conflicten cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen na scheiding (Van der Valk et al., 2020). In de transitie is het dan ook van belang dat er een evenwichtige balans in aandacht en beschikbaarheid voor de kinderen wordt hersteld, met respect voor hun loyaliteit naar beide ouders.
Van belang is dat ouders steeds voorrang geven aan de kind-positie, dat het kind de weg vrij heeft naar beide ouders en in staat is om met beide ouders een zinvol contact te onderhouden (Van den Berg, 2019).
Door de stressfactoren van de scheiding kan de beschikbaarheid van de ouder als opvoeder voor de kinderen verminderen. Het sturen, steunen en stimuleren als opvoeders kan op de achtergrond komen te staan (Maes, 2022). Ouders vergeten door de conflicten en stress als het ware om op te voeden, of komen in de verleiding om het kind te compenseren voor de vermeende eigen tekortkomingen of die van de andere partner met permissief of extra restrictief (rigide) opvoedgedrag. Uit een onderzoek van Van Dijk et al. (2020) worden de volgende conclusies getrokken over opvoeden, ouderlijk conflict en het welzijn van kinderen in gescheiden gezinnen: •
•
•
Ouderlijke conflicten na scheiding werken ook door in opvoeding van ouders, wat vervolgens samenhangt met het welzijn van kinderen. Negatieve opvoeding heeft een grotere impact dan een gebrek aan positieve opvoeding na scheiding: ‘bad is stronger than good’. Kinderen en jongeren met gescheiden ouders zijn gebaat met het werken van ouders aan het voorkomen en verminderen van ouderlijke conflicten in combinatie met de verbetering van hun opvoedingsvaardigheden
De professional kan naast de hulpverlening aan de ouders en kinderen, proberen verschillende contacten met familie en vrienden uit het netwerk te leggen en te verkennen of er effectieve relaties tot stand te brengen zijn die ondersteunend zijn aan het opvoederschap. Wanneer kinderen kunnen leren dat je conflicten met elkaar kunt oplossen, bijvoorbeeld doordat zij dit van hun ouders leren of vanuit het netwerk, ontwikkelen kinderen vaardigheden, zoals vergeving, omgaan met schuldgevoelens en rouw, die belangrijk zijn in de transitie van de scheiding (aanpassing) en op het gebied van welzijn en veerkracht in het algemeen in het leven (Van der Wal et al., 2019). Belangrijk hierbij is ook het vormen van een coherent verhaal over de redenen waarom ouders uit elkaar zijn gegaan en wat de bijdrage was van beide ouders. Als het verhaal over het hoe en waarom niet duidelijk is, creëert dit bij kinderen een innerlijke onrust (Van Lawick & Visser, 2019).
In de begeleiding en triage dient rekening gehouden te worden met de obstakels die ouders en kinderen ervaren en hen te helpen op een andere manier controle over hun eigen leven te krijgen en vaardigheden te ontwikkelen om de uitdagingen van de nieuwe situatie het hoofd te bieden. De gerichtheid op de toekomst kan worden versterkt door wensbeelden na te streven die gericht zijn op het nieuw op te bouwen gezinsleven, in een plan van aanpak met de voor ouders en kinderen gewenste toekomst (Madsen, 2011; Walsh 2018). Hierbij is van belang om te begrijpen waar ouders en kinderen zich bevinden in het transitieproces en waar ze naar toe willen. Ouders kunnen dit zelf aangeven, welke zaken voor het kind en ook voor de andere ouder helpend kunnen zijn om aan te werken. 3.4.4 Het regelen van praktische voorzieningen De professional zal ouders en kinderen helpen bij actuele, praktische behoeften ten aanzien van informatievoorziening, bemiddeling, ouderschapsplan, sociaal-economische omstandigheden. Van belang is dat ouders beschikken over heldere informatie over alle aspecten van het scheidingsproces en duidelijke afspraken met elkaar kunnen maken (HendrikseVoogt, 2016). 3.4.5 Betekenisgeving in de sociaal-culturele context Bij de gewenste toekomst in het plan van aanpak spelen sociaal-culturele normen een grote rol.
Het bevorderen van het welzijn van kind en ouders kan makkelijker bereikt worden wanneer wordt aangesloten bij de levensvisie en doelen van ouders, gezin, netwerk, sociaal-culturele en religieuze overtuigingen en deze bespreekbaar zijn. Vaak voelen ouders en kinderen zich meegezogen in ‘de maalstroom van het conflict’, zonder dat zij het idee hebben invloed te kunnen hebben, hetgeen versterkt kan worden door reacties uit het netwerk. Het probleem kan worden vergroot door weinig flexibele condities, ontbreken van mogelijkheden van reflectie, aanwezigheid van psychopathologie, het ontkennen van rouw, ervaren van grote mate van stress, ongevoeligheid voor eigen en andermans lijden door een survivalmodus en het (daardoor) ontbreken van creativiteit. Tijdens het proces van afscheid nemen, rouwen, betekenisgeven en opnieuw verbinden worden de partners geconfronteerd met verschillende emoties. In de verliescirkel gekoppeld aan scheiding laten Rodenburg & Van Maarel (2016) zien dat beide 29 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
partners (en kinderen) zich in verschillende fasen van de cirkel kunnen bevinden: het proces hoeft niet-synchroon te verlopen of er kunnen fasen worden overgeslagen. De bovengenoemde factoren van stress en een survivalmodus beperken het vermogen van ouders en kinderen om goede beslissingen te nemen en verantwoord om te gaan met de gevolgen van hun keuzes. De uitdaging is om deze ouders en kinderen te bewegen om zinvolle informatie over hun leven te genereren, alternatieven te bedenken en welbewuste, constructieve keuzes te maken. Een scheiding is hiermee als een transitieproces te zien, waarbij ouders en kinderen samen een nieuw hoofdstuk schrijven in hun levensverhaal. Er worden nieuwe mogelijkheden verkend voor het leven van een naar twee gezinnen en alle aanpassingen en vragen die daarbij horen. Het transitieproces is een proces van openstaan voor verandering en nieuwe aanknopingspunten vinden om het leven vorm te kunnen geven. Samenvattend worden in de transitie vaardigheden gevraagd op verschillende gebieden: mentale veerkracht bevorderen, niet-reactief leren zijn bij conflicten (differentiatie), opvoederschap door laten gaan met steun van het netwerk, het regelen van praktische voorzieningen en aandacht voor betekenisgeving in de sociaal-culturele context. Deze transitievaardigheden vormen tevens een onderbouwing voor de ontwikkeling van een Zwols triage-instrument. 3.5.
Interprofessioneel team Volgens het rapport van het programma Scheiden zonder schade (2022a) is een vaak gedefinieerd probleem binnen het scheidingsdomein dat de grote hoeveelheid betrokken disciplines/professionals niet goed samenwerken: “Deze disciplines uit het juridisch kader, zoals advocaten, mediators, rechters en bijzonder curatoren en disciplines uit de zorg of het sociaal domein, zoals psychologen, orthopedagogen, gezins- en relatietherapeuten, jeugdbeschermers, maatschappelijk werkers etc., richten zich allemaal op een stukje van de problematiek, maar werken niet aanvullend op elkaar. Daardoor hebben ze vaak geen zicht op de totale dynamiek en wordt het probleem bekeken vanuit de hulpvraag die aan hen gesteld is” (Scheiden zonder Schade, 2022a, p.8). Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 30
In het rapport wordt aangegeven dat het risico bestaat dat professionals tegen elkaar in gaan werken, omdat hen het aan kennis ontbreekt over de gehele dynamiek en zienswijze van de andere professionals. Situaties van ouders en kinderen in langdurige conflicten vragen om verbreding van de rol van de professional. Hij of zij moet samenwerken met andere hulpverleners en in een interprofessioneel team werken, zodat de verschillende in te zetten interventies en hulpverlening aangevuld kunnen worden met andere vormen van hulp en specialisaties. Deze verschillende vormen van hulp en ondersteuning (specialisaties) kunnen elkaar inspireren om hun werkzaamheid te vergroten. Ook is de support van een interprofessioneel team van belang, omdat de professional makkelijk kan worden meegezogen in de maalstroom van de aanhoudende en escalerende conflicten en daardoor het spoor bijster raken (Cottyn, 2021). In de rapportage ‘Scheiden van de waarheid’ (Scheiden zonder schade, 2022a) gaat men ervan uit dat het richten van deskundigheidsbevordering op het leren werken vanuit een gezamenlijke visie en vertrouwen als basis voor een duurzame samenwerking met en tussen ouders en de overige betrokkenen, bij alle disciplines (zorg en recht) binnen het scheidingsdomein, zinvol is.
In deze rapportage wordt gezien dat er veel deskundigheid aanwezig is ten aanzien van mogelijke in te zetten interventies, maar dat het teveel ingezet wordt in een domein dat gericht is op het onder controle krijgen en beheersbaar maken van de veiligheid voor kinderen, wat een dader-slachtofferdynamiek in de hand werkt. De afstemming van de werkelijk gevoelde hulpvraag op de interventie is belangrijk en niet altijd voldoende aanwezig (Scheiden zonder schade, 2022a). Het belang van het inrichten van een interprofessioneel team vanuit een gezamenlijk gedragen visie wordt hiermee duidelijk gemaakt. In ‘Gezonde relaties, beter voor Zwolle’ (Bos-de Groot, 2019), wordt een leergemeenschap voorgesteld als voertuig voor een interprofessionele uitwisseling en het vergroten van de ‘betrekkingsdeskundigheid’. In de leergemeenschap kan bewustwording van eigen optreden en het handelen van andere professionals worden gestimuleerd in verbinding met actuele kennis. In het startdocument (Bos-de Groot, 2020) van de leergemeenschap ‘Gezonde relaties, beter voor Zwolle’ is
Verschillende vormen van interprofessioneel samenwerken in teams
Lage mate
Hoge mate
transdisciplinair
Hoge mate interdisciplinair
Mate van gemeenschappelijke taken, verantwoordelijkheden en doelen.
mul�disciplinair
Lage mate unidisciplinair
Lage mate
Figuur 3.5. Verschillende vormen van interprofessioneel werken in teams. Overgenomen uit: De Waal, 2018, pg 51.
onder andere de volgende doelstelling geformuleerd: De professionals in de keten kennen elkaar, maken gebruik van elkaars toegevoegde waarde en zijn bereid om over grenzen van de eigen professie heen samen te werken. Dat wat in de casuïstiek en/of samenwerking niet werkt, is bespreekbaar en leidt tot aanpassingen in de eigen werkwijze (Bos-de Groot, 2020). In een leergemeenschap en interprofessionele teams partijdig leren zijn aan het model van ouderschapsreorganisatie, waarbij je ervan bewust bent dat ouders en professionals met elkaar in conflict kunnen komen. Hierover durven delen en willen leren (Bos-de Groot, 2019). Het interprofessioneel werken bestaat uit verschillende mogelijke vormen van samenwerking tussen teamleden met verschillende expertisegebieden. Het verschil tussen unidisciplinaire en multidisciplinaire samenwerking zit in de mate van het hebben van gemeenschappelijke taken, verantwoordelijkheden en doelen, de mate waarin de leden van het team elkaars taken kunnen overnemen en de mate waarin door samenwerking daadwerkelijk nieuwe manieren van werken en nieuwe
Hoge mate
Mate waarin door samenwerking daadwerkelijk nieuwe manieren van zorgverlening en zelfs disciplines ontstaan.
functies ontstaan. Als het gaat om het multidisciplinair werken hebben teamleden nog duidelijk onderscheiden taken en verantwoordelijkheden, waarbij er geen duidelijk gemeenschappelijk doel is. Bij het interdisciplinair werken zijn er leden met verschillende disciplinaire achtergronden die gemeenschappelijke taken, verantwoordelijkheden en doelstellingen hebben, waarbij de bijdragen vanuit de betrokken vakgebieden elkaar versterken. Bij een transdisciplinair team gaat het om verschillende disciplines die samenwerken aan verschillende taken en daarbij zich ook op elkaars werkterrein begeven en elkaars taken kunnen uitvoeren (De Waal, 2018). Functionele diversiteit kan er voorzorgen dat interdisciplinaire teams flexibeler kunnen inspringen op lastige vraagstukken waarmee ze worden geconfronteerd, waarbij de veelheid aan kennis en ervaring ervoor zorgt dat het werk vanuit verschillende invalshoeken wordt bekeken wat een positief effect heeft op creativiteit en probleemoplossend vermogen (De Waal, 2018). Samenvattend is zicht op de totale dynamiek van de relatieen scheidingsproblematiek van belang door de verschillende betrokken professionals. De verschillende disciplines en 31 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
specialisaties kunnen elkaar inspireren in het de-escaleren en daarmee hun werkzaamheid vergroten. Het beter afstemmen op de werkelijk gevoelde hulpvraag kan hiermee vergroot worden en professionals kunnen in interprofessionele teams en leergemeenschappen leren van elkaars expertise. 3.6.Triage en casusconceptualisatie op basis gedegen onderzoek en verklarende analyse Door het gedegen uitzoeken van wat er speelt, wat zich aandient en wat mogelijk achterliggende problematiek is kan er door professionals in de samenwerking met ouders adequater worden afgestemd op wat er nodig is: “Als je het ziet, kun je het bewerken” (Aptroot, 2022). Het kunnen zien wat er speelt is een belangrijke doelstelling voor het ontwikkelen en gebruiken van een triage-instrument waarbij casusconceptualisatie en een verklarende analyse onderdeel zijn (Tempel et al, 2022). Van belang is om in het proces tot een plan van aanpak te komen en inzichtelijk te maken en tot een verantwoording te komen van de gekozen interventies, methoden, instellingen van hulp -en dienstverlening (KPMG, 2020). Met behulp van triage wordt bereikt dat een ouder en kind bij relatie- en scheidingsproblematiek op het juiste moment de juiste zorg krijgt én bij de juiste hulpverlener/dienstverlener.
Vanuit deze theoretische verkenning wordt vooral ingegaan op een verklarende analyse en casusconceptualisatie vanuit systemisch perspectief, voortbouwend ook op de systemische basisvisie in de Leergemeenschap Gezonde Relaties, beter voor Zwolle (Bos-de Groot, 2019). 3.6.1 Naar een plan van aanpak samen met ouders en jeugdigen Professionals proberen te begrijpen welke problemen en blokkades ouders en kinderen ervaren en welke taal zij hieraan geven welke verhalen hen bezighouden door dit uit te vragen. Met ouders en kinderen wordt over mogelijke alternatieve taal, oplossingen en verhalen in dialoog gegaan aan de hand van reflectieve vragen en circulaire vragen, informatie, reframing en feedback, die dan verder worden besproken en herzien of door en met partners, ouders en kinderen worden uitgewerkt. In zo’n zich herhalende dialoog, kan nieuwe, bruikbaardere informatie naar voren komen voor Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 32
diagnostiek en interventie om verandering te ondersteunen. De hypothesen worden zoveel mogelijk samen met ouders en jeugdigen geconstrueerd en uitgewerkt, zodat men kan komen tot een plan van aanpak. Dit plan van aanpak kan er bijvoorbeeld uitzien als het schema van Madsen (2011) en het systemisch kompas van Hennik et al. (2021), waarbij het gaat over de geprefereerde toekomst, de obstakels en de steunbronnen . In het Rapport Scheiden van de waarheid (Scheiden zonder schade, 2022a) wordt aangegeven dat ouders bevraagd kunnen worden op hun wensen voor de kinderen in de toekomst, om een goed werkbare definitie te hebben van het gezamenlijk belang van ouders door dit uit te vragen: “…wat willen ouders de kinderen meegeven, wat wensen zij voor de kinderen en op welke wijze denken zij vanuit de eigen normen en waarden hun visie op dit ouderschap in de praktijk te brengen?”(Scheiden zonder schade, 2022a, pg 15). Het triage-instrument kan aansluiten bij elke fase van de ‘cliëntreis’, zowel bij het vroegsignaleren, als bij de eerste screening, de verdiepende screening/analyse en in het zorgtraject. De toeleiding kan volgen bij het gezin zelf, de professionals en het netwerk (KPMG, 2020). De fasen van de triage zijn onder te verdelen in: 1. aanmelding en diagnostiek, 2. steun voor verandering, 3. verwijzing, follow-up en afsluiting.
Deze worden in de volgende drie paragrafen beschreven. 3.6.2 Aanmelding- en diagnosefase In de aanmeldings- en diagnosefase wordt informatie verzameld met ouders en kinderen om een beeld te krijgen van de ernst van de problematiek en de mogelijke en best passende interventie of hulp en dienstverlening te matchen en de eigen rol van de professional te verduidelijken. Goede diagnostiek en triage is kijken naar de ontwikkeling van het kind en de ouders, naar de context waarin zij functioneren en naar mogelijke betekenissen die aan de escalerende conflicten gegeven kunnen worden. Goede diagnostiek en triage omvat het kijken naar sterke kanten en copingvaardigheden van ouders en kind, is doelgericht en
handelingsgericht. Het uitgebreid bevragen van het probleem en de (sociaal-culturele) context waarin de problemen en conflicten zich voordoen, wordt gebruikt om te zoeken naar oplossingen en een gemeenschappelijk ‘platform’ te vinden met constructieve doelen van waaruit ouders kunnen starten met de hulp. Dit sluit aan bij handelingsgerichte en efficiënte diagnostiek. Daarbij wordt ook gekeken naar situaties waarin het probleem zich minder voordeed of anders voordeed of situaties waarin de betrokkenen (ouder, kind, gezin, school) er minder last van hadden (de unieke uitzonderingen). Dit biedt aandacht voor sterke kanten en veranderingsmogelijkheden en benadrukt de positie van de ouders en kinderen als actieve en gelijkwaardige partner in het hulpverleningsproces. (Van Lawick & Visser, 2019; Den Oudsten, 2009). In de aanmeldings- en diagnosefase worden voorlopige werkhypothesen opgesteld en omschreven vanuit welk kader gewerkt kan worden en wie uit het team het beste kan worden ingezet. Zo nodig wordt contact opgenomen met een verwijzer.
In deze aanmeldings- en diagnostiekfase wordt een samenwerkingsrelatie aangegaan met (ouder(s en kind en eventueel netwerk), waarbij de hulpvraag wordt gedefinieerd, overeenkomstig de wensen van ouder(s en kind), de verwijzer en de voorwaarden voor de relatie van het team en met andere betrokken hupverleners/organisaties (Teixeira de Melo & Alarcao, 2015). De belangrijkste doelen van de diagnostische fase zijn: • hypothesen opstellen over de ervaringen van ouder(s en kind) en hun opvattingen over hun geprefereerde toekomst - levensdoelen en voornemens zo mogelijk samen met hen beschrijven en reframen • hypothesen opstellen over de factoren die ouderlijke betrokkenheid kunnen belemmeren (obstakels) of versterken (steunbronnen) en deze zo mogelijk samen met hen beschrijven en uitwerken, bijvoorbeeld over de onderlinge relatiedynamiek waarin wantrouwen ten aanzien van elkaars en eigen ouderschap wordt versterkt, of waarbij sociaal-culturele overtuigingen een rol spelen • de sterke en kwetsbare punten van ouder(s en kind) en netwerk bespreken ten opzichte van mogelijke langdurige, destructieve conflicten en de mate hiervan, overmatige stress en mogelijke verwaarlozing • het vermogen tot veranderen van ouder(s en kind) inventariseren en bespreken
•
•
prognoses opstellen, adviseren over de geschiktheid van een bepaalde ondersteuning door hulpverlening, dienstverlening of therapie met passende doelen (plan van aanpak) en rapportage in het triage-instrument strategieën voor verandering op korte termijn, - uit te voeren door het begeleidingsteam met ouders en jeugdigen, bespreken in het team en vermelden in het triage-instrument, zo mogelijk samen met hen beschrijven (plan van aanpak).
In de rapportage van Scheiden van de waarheid (Scheiden zonder schade, 2022a) is met behulp van dossieranalyse onder andere gekeken naar conflictdynamiek. Op basis hiervan wordt voorgesteld om casuïstiek, waarbij contactbehoud en herstel het primaire doel is, te bekijken vanuit het perspectief van vertrouwen in de eigen kracht van ouders en vanuit de dynamiek tussen de verschillende gezinsleden. Hierbij kan het scheidingsverhaal bekeken worden vanuit de aan- of afwezigheid van vertrouwen ten aanzien van het eigen ouderschap, in het ouderschap van de andere ouder en op het gezamenlijk ouderschap. Dit onderwerp speelt dus een rol in de diagnosefase, waarop de professional kan helpen om de brug te slaan in het herstel van dat vertrouwen.
3.6.3 Fase van steun voor verandering De doelstellingen in de fase van steun voor verandering zijn: • het gezin meer bewust maken dat zij leven volgens bepaalde levensvisies en levensdoelen die hun voorkeur hebben en dat zij deze kunnen bijstellen waar nodig, • het gezin beter in staat stellen de transitie te maken van de overgang naar een nieuwe levensfase, • de veerkracht van ouders en kinderen vergroten en hen beter in staat stellen om met (belangen)conflicten en problemen in de relatiedynamiek om te gaan, • de kwaliteit van de sociale leefomstandigheden van een gezin vergroten en of de gezinsleden beter in staat stellen die te verbeteren, • de ouders beter in staat stellen om te voorzien in de behoefte van hun kinderen aan basiszorg, emotionele zekerheid en rust, leiding en grenzen stellen, fysieke veiligheid en stimuleren van een positieve ontwikkeling in het contact met beide ouders • de problemen in de concrete aanpak van juridische en sociaal-economische problemen verminderen die ouders en kinderen ervaren. 33 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
In deze veranderfase overleggen professionals met ouders en kinderen en waar nodig met andere instellingen over veranderdoelen en wordt een ondersteuningsplan voor deze fase uitgewerkt, hoewel veranderingen ook vaak in de diagnostische fase in gang worden gezet. Bij de ondersteuning moet rekening worden gehouden met processen en factoren die volgens de hypothesen de gewenste doelen en aanpassing van het gezin zouden kunnen belemmeren. Die factoren kunnen aspecten van het gezamenlijk ouderschap zijn, het kunnen hanteren van conflicten, omgaan met problemen in de opvoeding en het gezinsfunctioneren en meer structurele en organisatorische dimensies, sociale en omgevingsaspecten en relaties met andere instellingen. In de veranderingsfase is sprake van de inzet van verschillende interventies door de professional, waarvan enkele kort worden genoemd in paragraaf 3.3. en 3.4. 3.6.4 Verwijzing, follow-up en afsluitingsfase De doelen voor afsluiting en follow-up zijn het bestendigen van de veranderingen en het evalueren van hun relevantie en werkzaamheid voor het bereiken van de gewenste doelen. De afsluitende sessies kunnen ouders en kinderen de gelegenheid bieden om verandering te versterken, te bevestigen en ‘te vieren’.
Er wordt een eindverslag opgesteld waarin de activiteiten en resultaten met ouders en kinderen worden beschreven, met aanbevelingen voor het vervolg of het vasthouden van de resultaten. Samenvattend heeft een systemische aanpak en triage bij relatie- en scheidingsproblematiek de volgende fasen: het maken van een plan van aanpak met ouders en jeugdigen, aanmelding- en diagnosefase, fase van steun voor verandering, verwijzing, follow-up en afsluitingsfase. 3.7 Samenvatting In voorgaande hoofdstukken is aandacht besteed aan het uitwerken van een paradigmashift in de visie op hulp bij relatie- en scheidingsproblemen, waarbij de focus ligt op de interactie, de relatiedynamiek tussen de betrokkenen in plaats van gerichtheid op de persoon als probleem. De blik van de professional is niet alleen op de biologischpsychologische componenten van het individu gericht, maar ook op de wisselwerking met de andere ouder, het kind, alle gezinsleden, het hele netwerk en de school- en werkomgeving, Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 34
alsmede de sociaal-culturele factoren, zingevingsvragen en betekenisgeving. Een benadering die deze aspecten in samenhang benadert, vormt een paradigmashift in de relatieen scheidingshulpverlening, zoals die lange tijd geldend was. Vanuit de verschillende paragrafen van de theoretische verkenning worden samenvattend de volgende uitgangspunten gedestilleerd voor de aanpak in de praktijk: 1. Hanteren van een brede visie en een integraal bps-model helpen om de verschuiving te maken van een individuele beleving naar de relatiedynamiek en andere factoren die van invloed zijn (verbreding). Voor een positieve ontwikkeling van kinderen na scheiding, is het cruciaal dat er in de scheidingshulp aandacht is voor: de kwaliteit van de opvoeding, de relatiekwaliteit van het kind met beide ouders en de mate van ouderlijke conflicten. Hierbij is het dus van belang om niet alleen te kijken naar de individuele beleving van de ex-partners, maar vooral ook naar de relatiedynamiek die zich tussen de ouders in scheiding en met hun kinderen en alle betrokkenen uit het netwerk voordoet.
Hierbij is het helpend om gebruik te maken van een biopsychosociaal model dat helpt om zowel in te zoomen op bijvoorbeeld individuele problematiek of sociaal maatschappelijke omstandigheden als uit te zoomen op de wisselwerking tussen de individuele problematiek en de sociaal maatschappelijke omstandigheden en alle andere niveau’s binnen het bio-psychosociaal model. De verschillende niveau’s van het biopsychosociaal model vertegenwoordigen verschillende kennisgebieden die met een interprofessionele aanpak ingezet kunnen worden. 2. Een systemische visie is ondersteunend bij een verklarende analyse doordat deze theoretische en praktische aanknopingspunten biedt voor het kunnen innemen van meerdere perspectieven bij ouders, jeugdigen en professionals. Hierbij gaat het om een niet-veroordelende houding en oog voor de stresserende omstandigheden. De systemische basisattitude is gericht op het aangaan van betekenisvolle relaties met alle betrokkenen. Het kunnen innemen van meerdere perspectieven, komt tot uitdrukking in het kunnen stellen van meerdere hypothesen bij een systemogram en, gebruikmaking van een model dat
problemen in samenhang ziet (bijvoorbeeld kunnen financiële problemen of opvoedproblemen gevolgen hebben voor de relatie). Hierbij hoort bij een complexe scheiding ook een heldere positionering van de professional vanuit een welzijnskader, met het gebruiken van welzijnstaal in plaats van strijdtaal. Daarnaast is een systemische benadering gericht op veerkracht om de transitie van scheiding goed te kunnen doorlopen. De taken voor kinderen na een scheiding zijn onder andere dat zij met beide ouders een evenwichtige relatie onderhouden. Taken voor ouders zijn onder andere dat zij beschikbaar blijven als ouder en blijven opvoeden, waarbij ze hun kinderen sturen, steunen en stimuleren. Professionals zijn ook naar elkaar gericht op samenwerking en doelgerichte plannen, met een relatiegerichte houding (basisattitude) als basis. 3. Begeleiden van het veranderingsproces vraagt om een goede werkrelatie en het inzetten van passende interventies. Na een goede analyse kan de professional verschillende ondersteuningsvormen inzetten. Relatie- en scheidingshulp is gericht op veranderingsprocessen, waarbij de professional een coachende en ondersteunende rol heeft. Om het proces van verandering te begeleiden is een veilige samenwerkingsrelatie de basis.
Daarnaast is het van belang gebruik te maken van een aantal in de literatuur beschreven methodische uitgangspunten en interventies, met thema’s zoals: • Differentiatie-processen • Welzijnskader en positionering • Je geweldloos verzetten tegen strijd • Ouder- en kindtaken na scheiding uitvoeren • Verliescirkel en hechting • Netwerkbijeenkomst • Ouderschapsplan en praktische afspraken • Benutten van dynamisch stressmodel bij scheiding en gezinstransformatie • Benutten van de nieuwe richtlijnen voor interventies en mogelijkheden voor samenwerking bij scheiding (Richtlijnen Jeugdhulp bij scheiding (2023) 4. Transitie -vaardigheden zijn nodig om de nieuwe verhoudingen bij relatie- en scheidingsproblematiek vorm te kunnen gaan geven. Transitie en reorganisatievaardigheden van ouders en ex-partners ondersteunen.
Om de nieuwe verhoudingen door transitie inhoud te geven worden vaardigheden gevraagd op verschillende gebieden: mentale veerkracht bevorderen, niet-reactief leren zijn bij conflicten (differentiatie), opvoederschap door laten gaan met steun van het netwerk, het regelen van praktische voorzieningen en aandacht voor betekenisgeving in de sociaalculturele context. In het bijzonder is de vaardigheid om het opvoederschap steeds doorgang te laten vinden van belang, omdat dit cruciaal is voor de ontwikkeling van het kind na scheiding. Het gaat hierbij om de kwaliteit van de opvoeding, de relatiekwaliteit van het kind met beide ouders en de mate van ouderlijke conflicten. De transitie-vaardigheden vormen tevens een onderbouwing voor de ontwikkeling van een Zwols triage-instrument. 5.In een interprofessioneel team wordt elkaars expertise herkend en benut en ingezet om van elkaar te leren in het de-escaleren. Verschillende rollen en posities kunnen worden benut om het scheidingsproces in goede banen te leiden. De scheidingshulpverlening en triage kan waar nodig op een interprofessionele manier vorm worden gegeven, vanwege de verschillende posities en kennisgebieden van waaruit gesproken kan worden bij scheiding. Een advocaat neemt bijvoorbeeld een andere positie in dan een sociaal werker.
Beiden kunnen elkaar aanvullen in hun expertise, zowel in overleg als in gesprekken met ouders en jeugdigen en van elkaar leren. 6. Triage en casusconceptualisatie op basis van gedegen onderzoek (verklarende analyse) dragen bij aan zorgvuldige en afgestemde hulpverlening met aandacht voor de verschillende fasen van hulp In de triage en casusconceptualisatie gekeken naar vragen als wat is de hulpvraag, de aard van de langdurige strijdproblematiek, welke factoren zijn er die samenhangen met het voortbestaan van de langdurige strijdproblematiek en welke beschermende factoren (veerkracht) zijn er aanwezig? Hoe kunnen ouders en kinderen gemotiveerd worden voor meer opbouwend en de-escalerend gedrag? Daarnaast vanuit systemisch oogpunt aandacht voor de samenhang van problematiek, zoals de invloed van culturele overtuigingen op 35 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
de individuele (psychische) beleving van de scheiding. Een systemische aanpak en triage bij relatie- en scheidingsproblematiek heeft de volgende fasen: het maken van een plan van aanpak met ouders en jeugdigen, aanmelding- en diagnosefase, fase van steun voor verandering, verwijzing, follow-up en afsluitingsfase. Bij deze fasen kan gebruik gemaakt worden van instrumenten om de inhoud die passend is bij de transitie van relatie- en scheidingsmoeilijkheden te checken en de voortgang te meten.
Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 36
Hoofdstuk 4 Operationalisering onderzoek en ontwikkeling Triage-instrument
37 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle
4.1 Gebruikte onderzoeksmethodieken Doel van het onderzoek is middels kwalitatief en kwantitatief onderzoek de bijdrage van het relatie-en scheidingsteam te identificeren, begrijpen en zo nodig aanzetten tot verbetering. Met dit onderzoek is informatie verzameld over de pilot Relatie- en Scheidingsteam vanuit de perspectieven van de ouders en jeugdige en de professionals van het Relatie- en Scheidingsteam. Hiermee worden uitkomsten in het onderzoek gegenereerd die bruikbaar zijn voor de beschreven processen en deze te verhelderen voor degenen die beslissingen moeten nemen over de pilot en om zienswijzen en beoordelingen te kunnen geven over het programma, de effectiviteit te kunnen verbeteren en beslissingen te kunnen nemen over toekomstige programmering. Gekozen is voor de volgende onderzoeksmethodieken: 1. kwantitatief onderzoek met behulp van gegevensverzameling en effectmeting met behulp van de Escalatieladder van Glasl 2. kwalitatief onderzoek waarbij het verhaal van de pilot wordt verteld, door het verzamelen en communiceren van de verhalen van de deelnemers ten aanzien van wat wanneer gebeurde en met welke consequenties in de volgende vormen: a. Ontwikkelonderzoek en participerende observatie ten behoeve van de ontwikkeling van een Systemische Zwolse vragenlijst (triage-instrument) b.
Deskresearch naar andere initiatieven op het gebied van relatie- en scheidingshulpverlening c. Diepte-interviews met ouders, jeugdige, professionals en een focusgroep met professionals d. Vanuit interviews met ouders en een jeugdige zijn 3. casusbeschrijvingen opgesteld, die weergeven wat de meerwaarde is van de hulp vanuit het Relatie- en Scheidingsteam Zwolle. In de volgende paragrafen worden deze onderzoeksmethodieken verder uitgewerkt. 4.2 Kwantitatieve data en analyse Tijdens de pilot van het RSTZ zijn door de medewerkers een aantal data bijgehouden en verzameld in een Exel-bestand. Het gaat om de volgende gegevens: gezinsgegevens, toeleiding, soorten hulpvragen, mate van (de-)escalatie naar aanleiding van de escalatieladder van Glasl, verwijzing en advies. In Relatie- en Scheidingsteam Zwolle| 38
hoofdstuk 5.1. worden hiervan de resultaten op een rij gezet. De data zijn tevens geanalyseerd in Excel. 4.3. Ontwikkelonderzoek en participerende observatie Vanaf november 2021 heeft de onderzoeker maandelijks geparticipeerd in een bijeenkomst van het relatie-en scheidingsteam waarin met name een systemische aanpak van relatie-en scheidingsproblematiek uitgewerkt werd. Van deze bijeenkomsten werden opnamen gemaakt om observaties in audio vast te leggenen de ontwikkeling te kunnen volgen. In de bijeenkomsten is de deskundigheid bevorderd van de medewerkers van het relatie-en scheidingsteam, door onder andere training van specialisten op het gebied van het systemisch werken. Hierdoor kon het team stap voor stap kwalitatieve invulling geven aan het specialistische karakter van het team. Tijdens de bijeenkomsten werd gewerkt aan het ontwikkelen van een triage-instrument. Dit triage-instrument heeft de naam gekregen: Systemische Zwolse vragenlijst. Het triage-instrument geeft inzage in de belangrijke aspecten van relatie-en scheidingsproblemen en de vaardigheden die nodig zijn om door de transitie van scheiding heen te komen. Tevens zijn de onderwerpen van de Systemische Zwolse vragenlijst ook (deels) geschikt voor het bespreken van relatieproblemen. Een eerste voorstel voor dit triage-instrument is gedaan op basis van literatuuronderzoek en een inventarisatie bij specialisten.
Dit voorstel is vanaf januari 2022 voorgelegd aan de medewerkers van het relatie-en scheidingsteam. Het instrument is gaandeweg steeds besproken en bijgesteld tot een voorlopig werkinstrument. Hiermee is geoefend naar aanleiding van een casus. Er is echter nog te weinig ervaring opgedaan met het instrument om al een evaluatie-onderzoek te kunnen doen. In hoofdstuk 6 zal aandacht besteed worden aan de opzet van het triage-instrument. De resultaten van het ontwikkelonderzoek en participerende observatie worden niet afzonderlijk gepresenteerd, maar hebben bijgedragen aan de interpretaties van de interviewdata. 4.4. Deskresearch Er is beperkt deskresearch gedaan om een beknopte vergelijking te kunnen maken met andere initiatieven op het gebied van relatie- en scheidingshulpverlening in Nederland. De resultaten hiervan worden op verschillende manieren in
het onderzoek naast de uitkomsten vanuit Zwolle gelegd. In hoofdstuk 5.6. wordt een korte samenvatting van de resultaten van het deskresearch gegeven. 4.5 Kwalitatief onderzoek 4.5.1 Dataverzameling met diepte-interviews en focusgroep Vanaf april 2022 heeft de onderzoeker verschillende interviews afgenomen. Een diepte-interview is een dialoog tussen een bedreven interviewer en een geïnterviewde, met als doel rijk en gedetailleerd materiaal op te halen dat gebruikt kan worden voor analyses (Frechtling & Sharp, 1997). Om de uitkomsten van het onderzoek op basis van de interviews te valideren, is gebruik gemaakt van een focusgroep. De focusgroepbijeenkomst heeft plaatsgevonden op 3 november 2022. De interviews vonden face tot face en live plaats op plekken die comfortabel zijn voor de deelnemers, bijvoorbeeld bij hen thuis(ouders en jeugdige) of in de werksituatie (professionals). De interviews duurden gemiddeld een uur. In een diepteinterview volgt de interviewer geen vaste vorm, maar moedigt vrije en open responses aan, met een beperkte set van vragen. Respondenten worden aangemoedigd om percepties op basis van eigen ervaringen in eigen woorden weer te geven, wat de evaluator toestaat om de betekenisvolheid te presenteren van de ervaringen vanuit het perspectief van de respondent (Kummar, 2014).
Gestart is met een brede, open vraag over welke veranderingen men ziet tussen de situatie voor de inzet van het Relatie- en Scheidingsteam en hoe de situatie nu beleefd wordt. 4.5.2 Setting en deelnemers van de interviews De setting van het onderzoek is de pilot relatie-en scheidingsteam Zwolle. De gemeente Zwolle zet het Relatie- en Scheidingsteam in om escalatie in problemen in relaties en rond scheiding te voorkomen. Onderzoekseenheid: de beleving, ervaringen van hulpvragende ouders en jeugdigen met professionals van het relatieen scheidingsteam. Daarnaast zijn de professionals in het Relatie- en Scheidingsteam middels interviews zelf comparatief bevraagd op hun ervaringen in het systemisch en interprofessioneel werken vanuit het Relatie- en
Scheidingsteam in een vergelijking tussen het werken in de oude en nieuwe situatie. De benadering en werving van deelnemers is gedaan in overleg met professionals van het Relatie- en Scheidingsteam, onder leiding van Geraline IJzerman en Karin Wierenga (opdrachtgevers van het onderzoek namens de gemeente Zwolle). De potentiële deelnemers zijn geïnformeerd over het onderzoek. Een informed consent is voorafgaand aan het onderzoek aan het relatie-en scheidingsteam gestuurd en mondelinge toelichting. De selectie voor de diepte-interviews is in eerste instantie gedaan op basis van bereidheid om mee te werken ten behoeve van het onderzoek. Er zijn drie ouders, één jeugdige, vier sociaal werkers, twee professionals uit een andere discipline (mediation en advocatuur) en twee professionals (gespecialiseerde scheidingshulp en gedragswetenschapper jeugdbescherming) benaderd en bereid gevonden om deel te nemen aan het de diepte-interviews. Voor de focusgroep (kwalitatieve onderzoeksvorm waaraan meerdere respondenten tegelijkertijd deelnemen) is het gehele Relatie- en Scheidingsteam (17 personen), de twee opdrachtgevers en een Business controller sociaal domein (in totaal 20 personen) bereid gevonden om de onderzoeksresultaten te bespreken en van feedback te voorzien.
Hoewel de ouders, sociaal werkers en andere professionals, opdrachtgevers andere accenten legden in hun eigen specifieke verhaal, was er opvallend veel overeenstemming over de meerwaarde van het relatie-en scheidingsteam en zijn er geen visies zichtbaar geworden die elkaar tegenspreken. 4.5.3. Data-analyse van het kwalitatief onderzoek De interviews zijn opgenomen op band en letterlijk getranscribeerd. De eerste uitkomsten zijn besproken in een focusgroep met professionals en opdrachtgevers en ambtenaar van de gemeente Zwolle. Met behulp van een thematische analyse zijn thema’s en subthema’s geïdentificeerd (Fereday & Muir-Cochrane, 2006, Patton, 2015, Baart, 2016). De manier waarop tot de thema’s gekomen wordt heeft met prevalentie te maken, met de uitgangspunten op basis van literatuurstudie en met het komen tot antwoorden op de vraagstelling van het onderzoek. Met behulp van close39 | Relatie- en Scheidingsteam Zwolle