Bijlage 1: Integraal Huisvestingsplan 2026-2041
Tekst van het document
Inhoud
26
3. Onderwijs dat raakt en verbindt!
27
ondersteuning nodig dat het basis- en voortgezet onderwijs nu nog niet biedt.
vroegtijdige signalering en dragen bij aan het versterken van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en het bevorderen van een gezond leven. Maar ook aan het ondersteunen van gezinnen, het verbinden van netwerken en het bouwen aan een leefbare wijk.
Zwolle kiest voor een mix van vernieuwing en realisme. In nieuwbouwprojecten of renovatievraagstukken groeit ruimte voor samenwerking. Gedeelde entrees, multifunctionele ruimten, verzorgingsvoorzieningen en gezamenlijke leerpleinen maken integratie mogelijk. Waar dat past. Die voorzieningen ontstaan bijvoorbeeld binnen inclusieve IKC’s of rond nieuw te ontwikkelen expertisecentra verspreid over de stad. Deze centra bundelen kennis, ondersteunen collega-scholen en sluiten aan op de diversiteit aan ondersteuningsvragen. De uitwerking van inclusiever onderwijs blijft ook de komende tien jaar een structurele opgave. De ontwikkeling van expertisecentra, de samenwerking tussen scholen en onderwijssoorten en de fysieke vertaling naar onderwijsvoorzieningen vragen om blijvende aandacht, tijd en samenspel. Geen tijdelijk project, maar een doorlopende opdracht om het onderwijs te laten aansluiten op de behoefte van de kinderen van vandaag én morgen.
3.3.1 Bestaanszekerheid: Toegankelijke schoolgebouwen als fundament Voor veel gezinnen is de school of opvang het eerste aanspreekpunt. Hier worden spanningen in de thuissituatie zichtbaar. Gebrek aan middelen. Stress over werk, wonen of zorg. Kinderen die zich terugtrekken of juist opvallen in gedrag. Leerkrachten en pedagogisch medewerkers staan dichtbij. Ze kennen het gezin en herkennen signalen vroeg. Zonder over te nemen, kunnen zij de brug slaan naar passende ondersteuning. Samen met collega’s, wijkteams, jeugdgezondheidszorg of vrijwilligersinitiatieven. Door gericht te informeren over voorzieningen en hulp. Maar ook door overzicht en vertrouwen te bieden in een complexe situatie. Kinderopvang en scholen helpen zo mee om problemen vroeg te keren. Een schoolgebouw dat bijdraagt aan bestaanszekerheid is zichtbaar, benaderbaar en toegankelijk. Niet alleen voor kinderen, maar ook voor ouders en partners.
3.2.3 V oortgezet onderwijs als regionale ruggengraat Zwolle vervult al een sterke regionale rol in het voortgezet onderwijs en wil die positie behouden. Met een breed scala aan scholen en onderwijsrichtingen biedt Zwolle leerlingen uit de stad en de regio een solide basis voor hun toekomst. De stad zet in op een onderwijsstructuur die flexibel en toekomstgericht is. Scholen werken samen met het mbo, hbo en het bedrijfsleven om leerlingen optimaal voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Initiatieven zoals de Onderwijsregio Zwolle en de Strategische Onderwijsagenda 20222026 benadrukken het belang van samenwerking en doorlopende leerlijnen. Huisvesting speelt een sleutelrol in deze visie. Moderne, duurzame en toegankelijke schoolgebouwen faciliteren niet alleen het leren, maar ook de samenwerking tussen verschillende onderwijsinstellingen en met externe partners.
Ontwikkelprincipes: 1. Een gebouw dat midden in de wijk staat: De school is zichtbaar, bereikbaar en laagdrempelig gepositioneerd. Geen afgesloten wereld aan de rand van de wijk, maar een vanzelfsprekende voorziening in het hart van de wijk. De ligging draagt bij aan ontmoeting, toegankelijkheid en vertrouwde relaties. 2. Fysieke plek voor samenwerking met het sociaal domein: Het gebouw biedt concrete ruimte voor ondersteuning dichtbij huis. Denk aan spreekkamers voor het wijkteam, flexplekken voor jeugdgezondheidszorg. En overlegplekken voor gezamenlijke casuïstiek. Die nabijheid maakt samenwerking eenvoudiger, zichtbaarder en effectiever. 3. Flexibiliteit in gebruik en inrichting: Het gebouw beweegt mee met wat nodig is in de wijk. Ruimtes zijn multifunctioneel inzetbaar, bijvoorbeeld voor ouderbijeenkomsten, ondersteuning, preventieve zorg of informatieavonden. Zo beweegt het gebouw mee met de vraag uit de buurt.
3.3. Gebouwen die meedoen, meebewegen en meehelpen
Onderwijs en kinderopvang vormen samen een stevige basis voor de ontwikkeling van kinderen. Niet alleen als plek om te leren, maar ook als vertrouwde omgeving waar kinderen groeien, zich vormen en deel uitmaken van een gemeenschap. Juist die nabijheid maakt onderwijs en kinderopvang onmisbaar in de wijk. Ze bieden rust, structuur,
3.3.2 Kansengelijkheid: een gebouw met ruimte voor maatwerk Kansengelijkheid vraagt om bewuste keuzes. Dat begint met professionals die oog hebben voor verschillen. Die ruimte geven aan culturele diversiteit, die ouderbetrokkenheid versterken en die kinderen begeleiden in hun brede ontwikkeling. Maar het vraagt ook om goede randvoorwaarden. Denk aan extra ondersteuning in de groep, taalontwikkeling in een rijke leeromgeving, of begeleiding bij sociale vaardigheden en zelfvertrouwen. Die inzet reikt verder dan de schooldag. Een verrijkte schooldag met sport, cultuur, huiswerkbegeleiding en gezonde voeding vergroot de ontwikkelkansen van kinderen. Door school, kinderopvang en naschoolse activiteiten op elkaar af te stemmen, ontstaat één sterk aanbod rondom het kind. Ouders spelen daarin een sleutelrol. Door ouders van jonge kinderen al vroeg te betrekken bij de school en bij voorzieningen in de wijk, ontstaat contact dat verder reikt dan het schoolplein. Dat opent de deur naar ondersteuning, participatie en partnerschap.
3.3.3 Passend onderwijs: op naar een inclusieve basisstructuur De gemeente Zwolle en de Zwolse schoolbesturen delen de ambitie om passend onderwijs verder te versterken. Steeds meer kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte blijven binnen het reguliere basisonderwijs, of stromen van of naar het gespecialiseerd (basis)onderwijs. Deze ontwikkeling vraagt om een ander samenspel. Tussen scholen, besturen én de gemeente. Zwolle kiest daarom bewust voor een benadering waarin samenwerking, flexibiliteit en nabijheid centraal staan. Om deze beweging vorm te geven, zetten gemeente en schoolbesturen in op het versterken van de samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd basisonderwijs. Zowel in het basis- als voorgezet onderwijs. Door samenwerking tussen scholen te stimuleren en deze samenwerking ook fysiek mogelijk te maken, ontstaat ruimte voor warme overdrachten, gedeelde expertise en begeleiding op maat. Waar dat mogelijk is, wordt toegewerkt naar voorzieningen waar het basis-, voortgezet en het (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs samen optrekken. Niet om alles samen te voegen, maar om beter samen te werken. Deze samenwerking zorgt voor meer maatwerk, minder wisselingen voor het kind, en betere ondersteuning op schoolniveau. De overgang tussen onderwijssoorten is nu vaak groot, terwijl de ondersteuningsbehoeften van kinderen meer en meer vragen om continuïteit.
Denk aan warme overdrachten, gedeeld eigenaarschap, of het beter benutten van gezamenlijke voorzieningen en expertise.
Ontwikkelprincipes: 1. De schooldag stopt niet om drie uur: Het gebouw faciliteert een verrijkte schooldag. Er is ruimte voor sport, cultuur, huiswerkbegeleiding en gezonde voeding. Denk aan een creatief lokaal, een beweegruimte of een keukenhoek. Alles draagt bij aan brede ontwikkeling. 2. Ruimte voor samenwerking rond het kind: Kansengelijkheid ontstaat als professionals om het kind heen kunnen werken. De school biedt plek voor overleg, casusbesprekingen en gedeelde verantwoordelijkheid. Denk aan gedeelde teamruimtes en overlegplekken voor samenwerking met zorg, opvang, welzijn en ouders. 3. Gerichte versterking waar het nodig is: Niet elke school heeft dezelfde opdracht. Gebouwen in wijken met hoge ondersteuningsbehoefte krijgen extra ruimte. Denk aan een handvaardigheidslokaal, een time-outplek of een stille ruimte voor éénop-één ondersteuning. Dat vraagt om ongelijk investeren, gericht op gelijke kansen.
Ontwikkelprincipes: 1. Eén kind, één benadering ook in ruimte: Overgangen tussen schoolsoorten worden fysiek ondersteund. Gebouwen bieden continuïteit in sfeer, inrichting en gebruik. Denk aan gedeelde entrees, gezamenlijke leerpleinen en herkenbare leeromgevingen. Het kind stapt niet in een nieuwe wereld, maar zet zijn ontwikkeling voort. 2. Samen waar het kan, gescheiden waar het moet met ruimte voor beide: Gebouwen maken samenwerking tussen verschillende onderwijssoorten letterlijk mogelijk. Denk aan gedeelde instructieruimten, spreekkamers of groepsruimten. Tegelijkertijd is er ruimte om kinderen tijdelijk apart te begeleiden als dat nodig is, met rustplekken of time-outzones.
Inhoud
28
3. Onderwijs dat raakt en verbindt!
29
3. Flexibele plattegronden voor maatwerk: Een inclusieve structuur vraagt om aanpasbaarheid. Ruimten zijn flexibel inzetbaar voor groepswerk, individuele ondersteuning of samenwerking met externe partners. Wanden zijn verplaatsbaar, meubilair mobiel, functies meervoudig. 4. Eén gebouw, meerdere teams met één doel: Het gebouw biedt ruimte aan samenwerking tussen teams uit verschillende schoolsoorten. Denk aan gedeelde overlegplekken, teamkamers en centrale ontmoetingsruimten waar afstemming vanzelfsprekend wordt. 5. Huisvesting als gedeelde opdracht: Nieuwbouw en renovatie worden ontwikkeld met gezamenlijke ambities en gedeelde functies. Bij de planvorming wordt ruimte gemaakt voor samenwerking over de grenzen van onderwijssoorten heen. Huisvesting wordt daarmee geen randvoorwaarde, maar een actieve drager van inclusief onderwijs.
Ontwikkelprincipes: 1. Gezond leren begint bij een gezonde omgeving: Kinderen brengen een groot deel van hun dag door op school of in de opvang. De leeromgeving ondersteunt hun fysieke, mentale en sociale gezondheid. Licht, lucht, akoestiek en temperatuur zijn op orde. Net als rust, structuur en veiligheid. 2. Bewegingsonderwijs als basis voor ontwikkeling: Bewegingsonderwijs is een essentieel onderdeel van de schooldag en daarna. Het vraagt om binnensportaccommodaties in de nabijheid of geïntegreerd in het schoolgebouw. Deze ruimten bieden plek voor gymlessen, maar ook voor kleinschalige sport, buitenschoolse opvang, dans of ontspanningsactiviteiten en activiteiten vanuit de wijk die bijdragen aan de brede ontwikkeling van kinderen. Bij de ontwikkeling van nieuwe binnensportaccommodaties wordt nadrukkelijk afstemming gezocht tussen bewegingsonderwijs en de behoefte vanuit het beleidsveld sport. 3. Buiten is óók een leerplek: Het schoolplein is meer dan een pauzeplaats. Het nodigt uit tot bewegen, ontdekken, ontspannen en ontmoeten. De buitenruimte wordt actief ingezet voor leren, gezondheid en verbinding met de natuur en de wijk. 4. Gezondheid zit in gedrag én in de ruimte: Een gezonde school stimuleert gezond gedrag: voeding, beweging, sociale interactie en zelfzorg. Het gebouw maakt dat mogelijk met plekken voor sport, yoga, tuinieren of gewoon even ontladen.
Binnen én buiten schooltijd.
3.3.4 Gezond leven: een uitnodigende leefomgeving
Fysieke en mentale gezondheid, sociaal welbevinden en veiligheid zijn net zo belangrijk. Juist omdat kinderen veel tijd doorbrengen op school of bij de kinderopvang, zijn deze plekken een belangrijke omgeving voor gezondheidsbevordering. Denk aan gezonde voeding en voldoende beweging. Bewegingsonderwijs speelt hierin een cruciale rol. Het draagt niet alleen bij aan de fysieke ontwikkeling en motoriek van kinderen, maar ook aan hun sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en concentratievermogen. Daarom is het van belang dat gymvoorzieningen in de nabijheid van de school of als integraal onderdeel van het schoolgebouw worden gerealiseerd. Zo wordt sport en beweging vanzelfsprekend onderdeel van de schooldag. Gezondheid gaat verder dan het fysieke. Het vraagt ook aandacht voor emoties, groepsdynamiek en veerkracht. Een veilige school- of opvangomgeving biedt ruimte om jezelf te zijn, fouten te maken en te leren omgaan met druk. En het gebouw helpt mee: als het openstaat voor ontmoeting, sport of cultuur in de avonduren, draagt het bij aan een gezonde, verbonden gemeenschap.
3.3.5 Doorgaande lijn: één lijn van baby tot
brugklas
Kinderen ontwikkelen zich in een doorgaande lijn. Bij elke overgang telt oplettendheid en afstemming. Van kinderopvang naar onderwijs. Van basisschool naar voortgezet onderwijs. Maar ook bij overstappen van gespecialiseerd basisonderwijs naar praktijkonderwijs of voortgezet gespecialiseerd onderwijs , of van regulier naar gespecialiseerd onderwijs . Juist daar maakt samenwerking het verschil. Door kinderopvang en onderwijs fysiek én inhoudelijk te verbinden ontstaat rust, herkenning en continuïteit. Leerkrachten en pedagogisch medewerkers kennen de thuissituatie, bouwen relaties op met ouders en zien wat kinderen
nodig hebben. Gezamenlijke observaties, warme overdrachten en gedeelde oudergesprekken zorgen ervoor dat kinderen niet steeds opnieuw hoeven te beginnen. En professionals weten wat er van hunzelf gevraagd wordt. Een sterke ontwikkellijn vraagt om goede afstemming. Tussen kinderopvang en basisonderwijs. Tussen onderwijs onderling. Overgangen moeten helder zijn, goed ingeregeld en afgestemd op het kind. Voorbeelden als integrale kindcentra en 10-14 onderwijs laten zien hoe scholen die verbinding concreet maken. Een doorlopende ontwikkellijn vraagt om een gebouw dat niet meeverhuist met iedere levensfase van het kind, maar meegroeit. Denk aan integrale kindcentra (IKC) waarin opvang en onderwijs fysiek en inhoudelijk zijn verbonden. Een doorgaande lijn vraagt ook om continuïteit in sfeer: het kind komt niet telkens in een nieuwe wereld, maar blijft in een herkenbare en veilige omgeving. Dat vraagt om samenhang in inrichting, pedagogiek en fysieke vormgeving.
5. Duidelijke, ingeregelde overgangen in ruimte én ritme: Het gebouw ondersteunt zorgvuldige overgangen. Denk aan overdrachtsplekken, overgangspleinen of plekken voor gezamenlijk onderwijs (zoals bij 10-14 onderwijs). De overgang tussen onderwijssoorten is letterlijk ingebed in de structuur. 6. Eén route voor het kind, zichtbaar in het ontwerp: Een doorgaande ontwikkellijn wordt niet alleen georganiseerd, maar ook voelbaar en zichtbaar gemaakt. Door logische looplijnen, gedeelde ingangen, herkenbare kleuren of materialen per ontwikkelfase ontstaat één vloeiende route. Van eerste stap tot laatste schooldag.
3.3.6 Veerkrachtig: Het verschil maken met voldoende schaal
De rijksoverheid bereidt een wijziging voor van het stelsel voor instandhouding en opheffing van scholen in het primair onderwijs. Hoewel nog niet definitief, ligt het voor de hand dat de normen voor het instandhouden van scholen worden aangescherpt. Dat raakt vooral kleine scholen in stedelijke gebieden, zo ook in Zwolle. Door deze wijzigingen staat de financiële houdbaarheid van kleine scholen onder druk. Een gezonde bedrijfsvoering wordt moeilijker bij een beperkt leerlingaantal. Ook de ruimte om invulling te geven aan bredere functies, zoals ontmoeting, ondersteuning en een rijk naschools aanbod, komt in het gedrang wanneer de omvang te beperkt is. Voldoende schaal is dus niet alleen nodig voor goed onderwijs, maar ook om scholen daadwerkelijk te laten bijdragen aan de sociaal-maatschappelijke opgave in de wijk.
Ontwikkelprincipes: 1. Het gebouw verbindt: Een schoolgebouw ondersteunt de doorgaande ontwikkellijn van kindcentra tot voortgezet onderwijs. Overgangen tussen kinderopvang, basisschool en vervolgonderwijs worden fysiek én pedagogisch verbonden. Geen losse eilanden, maar één verbonden route door het gebouw en de wijk. 2. Eén herkenbare omgeving van 0 tot 12 jaar: Kinderen groeien op in een omgeving die vertrouwd aanvoelt. De sfeer, inrichting en structuur sluiten op elkaar aan. Van baby tot puber. Elke fase heeft een eigen plek, maar voelt onderdeel van het grotere geheel. Overgangen zijn klein, herkenbaar en overzichtelijk. 3. Ruimte voor samenwerking tussen leeftijden en teams: Het gebouw maakt het mogelijk dat pedagogisch medewerkers, leerkrachten en andere professionals elkaar ontmoeten, samenwerken en kennis delen. Gedeelde teamruimtes, overlegplekken en centrale ontmoetingsruimten ondersteunen een gedeelde pedagogische lijn. 4. Fysiek meebewegen met ontwikkeling: De indeling van het gebouw groeit mee met het kind. Ruimtes zijn schaalbaar, verschuifbaar of flexibel in gebruik. Denk aan lokalen die kunnen veranderen van speellokaal naar leerplein, of groepsruimtes die met de leeftijdsgroep meebewegen.
Grotere scholen betekenen per definitie niet dat kleinschaligheid verdwijnt. Binnen een groter geheel kunnen kleinschalige leeromgevingen, zoals units of onderwijsteams, juist goed worden georganiseerd. Bovendien biedt een grotere schaal voordelen voor de lange termijn: het maakt het mogelijk om het onderwijs organisatorisch en qua expertise stabiel te houden. Het biedt ruimte voor specialisten, duurzame teams en maatwerk. Daarnaast helpt schaalvergroting om beter te anticiperen op het naderende lerarentekort, dat zich nu vooral al aftekent in het westen van Nederland en ook Zwolle zal raken.
Inhoud
30
3. Onderwijs dat raakt en verbindt!
31
4. Scholen verstandig vernieuwd Gemeente Zwolle en de schoolbesturen vernieuwen samen de onderwijshuisvesting, met landelijke uitgangspunten als basis en een Zwolse ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De stad legt daarbij de nadruk op klimaatadaptatie, een circulaire stad, de energietransitie en een natuurinclusieve stad. Verduurzaming geldt als tijdelijk middel om verouderde gebouwen te overbruggen tot nieuwbouw of renovatie volgt. Dit hoofdstuk beschrijft hoe kwaliteitskaders, verduurzaming en gezamenlijke procesafspraken leiden tot sterke scholen in sterke wijken. 4.1 Inleiding
Ontwikkelprincipes: 1. Investeren waar schaal, kwaliteit en functie samenkomen: Schaalvergroting is geen doel op zich, maar een middel om onderwijskwaliteit, gezonde bedrijfsvoering en maatschappelijke meerwaarde te verbinden. Schaalvergroting gaat hand in hand met inhoudelijke versterking. 2. Bouwen aan scholen die meebewegen met de stad: Demografische groei, wijkontwikkeling en veranderende ondersteuningsvragen vragen om scholen die kunnen meebewegen. Grotere scholen zijn beter in staat om die flexibiliteit te bieden, voor vandaag én morgen.
Deze ontwikkelingen vragen om een toekomst gerichte aanpak. Gemeente en schoolbesturen zetten daarom in op schaalvergroting voor het basisonderwijs. Zij werken toe naar scholen en gebouwen met een minimale omvang van 250 leerlingen en waar mogelijk naar scholen met 450 leerlingen of meer. Dat biedt ruimte voor stabiele teams, specialistisch aanbod en samenwerking met opvang, jeugdhulp en maatschappelijke partners. Grotere scholen kunnen beter meebewegen met demografische veranderingen en vormen een stevig fundament voor onderwijs en wijkontwikkeling.
daglichttoetreding en energieprestaties. Maar ook bij renovaties gelden deze normen. Zodra een gebouw ingrijpend wordt aangepakt, toetst Zwolle het ontwerp aan het Bbl. Alleen wanneer aanpassing technisch of economisch niet haalbaar is, volgt een aangepaste benadering die alsnog zo dicht mogelijk bij de norm komt.
Dit hoofdstuk laat zien hoe gemeente Zwolle en de schoolbesturen samen de vernieuwing van de onderwijshuisvesting aanpakken. Zij sluiten aan op wettelijke en landelijke uitgangspunten voor nieuwbouw en renovatie, zoals vastgelegd in geldende wet en regelgeving en kwaliteitskaders en programma’s van eisen. Zwolle voegt hier een eigen ambitie aan toe: de stad wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Daarom legt Zwolle extra nadruk op gezond binnenklimaat, circulair bouwen en maatschappelijke meerwaarde. De inzet richt zich daarbij op vier pijlers: klimaatadaptatie, een circulaire stad, de energietransitie en een natuurinclusieve stad. In dit hoofdstuk is in paragraaf 4.3 het Ruimtelijk Toekomstperspectief “Ons Zwolle van Overmorgen” vertaald naar de vernieuwingsopgave. Waarbij ook nadrukkelijk de link is gelegd met de “Visie Zwolle Circulair Een brug naar de toekomst” en “Zwolle Groen en recreatiebeleidsplan feb 2025”.
Het verschil tussen nieuwbouw en renovatie is duidelijk. Nieuwbouw start vanaf een blanco situatie en voldoet aan de volledige set van eisen uit het Bbl. Bij renovatie is er sprake van voortbouwen op een bestaande situatie. Hier vraagt Zwolle om maatwerk. In sommige gevallen speelt de cultuurhistorische waarde van een gebouw mee. In andere gevallen zijn er bouwtechnische beperkingen die een rol spelen. De gemeente zoekt in die gevallen altijd de grens op van wat haalbaar is, zonder in te leveren op gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Het Bbl vormt in Zwolle niet alleen het technisch fundament onder schoolgebouwen. Het biedt ook de basis voor inclusieve huisvesting. Schoolgebouwen voldoen aan de regels en eisen uit het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dat betekent: toegankelijk voor iedereen, met extra aandacht voor gelijkwaardige participatie van kinderen en volwassenen met een beperking. De gebouwen zijn fysiek toegankelijk, begrijpelijk ingericht en veilig bruikbaar voor álle gebruikers.
4.2. Wettelijke en landelijke uitgangspunten 4.2.1. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) De gemeente Zwolle hanteert het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als wettelijk kader voor de kwaliteit van schoolgebouwen. Het Bbl vervangt sinds 2024 het oude Bouwbesluit en stelt eisen aan veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Deze eisen gelden voor alle schoolgebouwen in Zwolle, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie.
4.2.2. Zero Emisson Buildings (ZEB) De Zero Emission Buildings (ZEB)-norm is in 2023/2024 vastgelegd in de herziening van de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Vanaf 2028 zijn alle nieuwe publieke gebouwen in gebruik volledig emissievrij. Deze eisen leggen de lat hoger dan de huidige Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG)-norm, die sinds 2021 geldt.
Het Bbl sluit aan bij de ambities die de gemeente samen met de schoolbesturen formuleert: gezonde leeromgevingen, toekomstbestendige gebouwen en een hoge basiskwaliteit. Bij nieuwbouwprojecten voldoen scholen standaard aan de actuele normen, bijvoorbeeld op het gebied van ventilatie,
Inhoud
32
4. Scholen verstandig vernieuwd
33
Een ZEB-gebouw: ■ vraagt om een zeer lage energiebehoefte, ■ draait zonder fossiele brandstoffen, ■ en voorziet in de resterende vraag met hernieuwbare energie.
voor het realiseren van gezonde, energiezuinige en comfortabele schoolgebouwen. Het PvE richt zich op vijf thema’s: energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Voor elk thema zijn drie ambitieniveaus geformuleerd: klasse C (voldoende), B (goed) en A (uitmuntend). Dit maakt het mogelijk om per project keuzes te maken die passen bij de situatie, het type onderwijs en het beschikbare budget.
Nederland verwerkt de norm in nationale regels via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en in de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed. De Europese Commissie stelde de norm op, samen met het Europees Parlement en de Raad van de EU. Lidstaten zijn verplicht dit kader te vertalen naar hun eigen wetgeving. Voor Nederland voert het Ministerie van BZK de regie. De technische invulling gebeurt met steun van: ■ CEN, de Europese normalisatieorganisatie, ■ NEN, het Nederlands Normalisatie-instituut, ■ RVO, dat het Programma van Eisen Frisse Scholen beheert en Europese eisen vertaalt naar de praktijk.
Zwolle gebruikt dit programma als richtlijn in de vernieuwing van schoolgebouwen. Het zorgt voor duidelijkheid, voorkomt discussie en helpt om ambities concreet te maken. Bij nieuwbouw en renovatie geldt in principe klasse B als norm. Alleen als een schoolbestuur zelf kiest voor klasse A, betaalt het de meerkosten. Deze aanpak sluit aan op de Zwolse ambitie: gezonde, duurzame gebouwen die bijdragen aan leerprestaties, het welzijn van leerlingen en een klimaatneutrale stad. Het PvE biedt daarbij de juiste structuur en inhoud om die ambities om te zetten in concrete, haalbare resultaten.
De Zero Emission Buildings (ZEB)-norm grijpt direct in op het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Concreet betekent dit: ■ Het Bbl neemt de Europese ZEB-verplichting op en scherpt daarmee de huidige BENGeisen aan. Waar BENG vooral stuurt op bijnaenergieneutrale gebouwen, schrijft ZEB voor dat nieuwe publieke gebouwen vanaf 2028 volledig emissievrij in gebruik zijn. ■ Voor het Bbl leidt dit tot strengere prestatieeisen: gebouwen moeten een zeer lage energiebehoefte hebben, fossielvrij functioneren en hun resterende energieverbruik volledig dekken met hernieuwbare bronnen. ■ Gemeenten en schoolbesturen die plannen indienen voor nieuwbouw of grootschalige renovatie, krijgen dus te maken met hogere minimumeisen in vergunningverlening en toetsing. Het Bbl wordt hiermee een instrument om de ZEB-doelen wettelijk te borgen.
4.2.4. Kwaliteitskader Ruimte-OK voor onderwijs
en bewegingsonderwijs
Het Kwaliteitskader Huisvesting is een praktisch hulpmiddel voor schoolbesturen en gemeenten. Het biedt duidelijke kwaliteitscriteria voor schoolgebouwen in het funderend onderwijs. Niet als norm, maar als richting. Zodat iedereen weet wat onder een goed schoolgebouw verstaan wordt. En hoe die kwaliteit bereikt kan worden, bij nieuwbouw én renovatie. Het kader is opgesteld door RuimteOK, een landelijk kenniscentrum dat gemeenten en schoolbesturen ondersteunt bij vraagstukken over onderwijshuisvesting. Ruimte-OK werkt in opdracht van de PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het doel: partijen helpen om samen betere, gezondere en duurzamere schoolgebouwen te realiseren.
Kort gezegd: het ZEB-kader tilt de duurzaamheidslat in het Bbl omhoog. Waar voorheen gebouwen na 50 jaar vaak technisch en functioneel ‘op’ waren, geldt straks dat ze óók juridisch moeten voldoen aan de eis van emissievrije exploitatie.
Het kwaliteitskader is opgebouwd rond drie pijlers: beleving, gebruik en techniek. Het gaat dus niet alleen om stenen en installaties, maar ook om sfeer, indeling en comfort. Denk aan voldoende daglicht, goede ventilatie, een prettige akoestiek, slimme looplijnen en aantrekkelijke plekken voor leren, spelen en ontmoeten. Ook energiezuinigheid, onderhoud en digitale infrastructuur zijn meegenomen.
4.2.3. Programma van Eisen – Frisse Scholen 2021 Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 is opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het biedt scholen en gemeenten een helder kader
Gemeente en schoolbesturen gebruiken het kwaliteitskader als gezamenlijk referentiepunt bij
nieuwe plannen. Zo ontstaat er een gedeeld beeld van wat een schoolgebouw minimaal moet bieden om goed onderwijs mogelijk te maken. En worden ambities, budget en ontwerp vroegtijdig op elkaar afgestemd. Zwolle hanteert het kwaliteitskader voor álle schoolgebouwen. Of het nu om vervangende nieuwbouw gaat of om levensduur verlengende renovatie. Het kader helpt om keuzes te maken die verder gaan dan de wettelijke minimumeisen. Keuzes die zorgen voor gezonde, toekomstbestendige scholen. Gebouwen die passen bij het onderwijs van vandaag en voorbereid zijn op morgen.
gemaakt naar de context van onderwijshuisvesting. Samen vormen ze de visie op hoe Zwolle haar scholen vernieuwt: duurzaam, toekomstgericht en gedragen. Deze visie geeft richting aan ontwerp, uitvoering en samenwerking. En dient als toetsingskader bij elke stap in het proces: van initiatief tot realisatie. Zo draagt het IHP niet alleen bij aan betere schoolgebouwen, maar ook aan een betere stad. Voor kinderen. Voor wijken. En voor de toekomst.
4.3 Zwolse ambitie: Werken aan de stad van morgen begint bij de scholen van vandaag3
Zwolle kiest voor een stad die weerbaar is tegen de gevolgen van klimaatverandering. De opgaven zijn helder: hitte, droogte, piekbuien en wateroverlast vragen om een andere manier van denken én bouwen. De stad ontwikkelt zich tot een toekomstbestendige deltaspons: een stedelijk systeem dat regenwater opvangt, vasthoudt, infiltreert, vertraagd afvoert en benut. Onderwijshuisvesting speelt hierin een actieve rol. Elk vernieuwingsproject draagt bij aan een klimaatbestendige leefomgeving. Niet door losse maatregelen, maar door vanaf het begin slimme keuzes te maken in ontwerp, materiaalgebruik en inrichting van de buitenruimte. Denk aan groene schoolpleinen, schaduwrijke verblijfsplekken, waterberging op het dak of in de ondergrond, en het tegengaan van verharding. De buitenruimte rondom de school wordt zoveel mogelijk ingericht als blauwgroene zone die bijdraagt aan gezondheid, biodiversiteit en verkoeling. Zwolle legt klimaatadaptatie vast als uitgangspunt bij nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie van schoolgebouwen. Projecten worden getoetst op hun bijdrage aan hittestressvermindering, waterbeheer en natuurlijke buffering. Zo vormt elke schoolomgeving een schakeltje in het grotere systeem van de klimaatbestendige stad. Met deze aanpak groeit Zwolle toe naar een stad die leert omgaan met het klimaat van morgen. Een stad die veerkrachtig is, ook voor haar jongste inwoners.
Concreet betekent dat scholen beschikken over: ■ Verkoelende buitenruimte: elk schoolgebouw krijgt een buitenruimte met voldoende schaduwplekken, bomen of overkappingen om hittestress tegen te gaan. ■ Groene schoolpleinen: schoolpleinen zijn ingericht met gras, planten, bomen en natuurlijke speelelementen. Verharding wordt zoveel mogelijk voorkomen.
4.3.1 Bouwen aan een toekomstbestendige deltaspons
Zwolle groeit. En Zwolle verandert. De stad staat voor grote opgaven: klimaatverandering, woningbouw, energietransitie, verlies aan biodiversiteit en toenemende druk op de leefomgeving. In het Ruimtelijk Toekomstperspectief “Ons Zwolle van Overmorgen” zijn deze opgaven scherp in beeld gebracht. De ambities zijn helder: Zwolle richt zich op 2040 als klimaatneutrale, klimaatbestendige en natuurinclusieve stad, met een doorkijk naar 2050. De gebouwde omgeving veroorzaakt een groot deel van de CO² uitstoot. Daarom grijpt Zwolle ieder vernieuwingstraject aan om schoolgebouwen slimmer, duurzamer en toekomstgerichter te maken. Nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie leveren zo direct een bijdrage aan de energietransitie en klimaatopgave. De lat ligt hoog. Gebouwen gebruiken zo min mogelijk energie, draaien op hernieuwbare bronnen en bestaan uit circulaire of biobased materialen. Ook het binnenklimaat krijgt aandacht: goede ventilatie, daglicht, akoestiek en temperatuur dragen bij aan gezondheid en leerprestaties. Zwolle koppelt zo ruimtelijk beleid aan onderwijshuisvestingsbeleid. Iedere school die in de komende jaren op de schop gaat, helpt mee aan een klimaatneutrale stad. Niet in woorden, maar in keuzes. In ontwerp. In uitvoering.
Daarom zijn vanuit het ruimtelijk toekomstperspectief vier sleutelthema’s gefilterd die richting geven aan deze opgave en bijdragen aan een sterke, duurzame stad. Deze thema’s zijn: ■ Bouwen aan een toekomstbestendige deltaspons. ■ Schoolgebouwen die bijdragen aan een circulaire stad. ■ Schoolgebouwen als schakel in de energietransitie. ■ Groene scholen als bouwstenen voor een natuurinclusieve stad. Voor elk thema is in dit IHP een heldere vertaling
3
2025
Inhoud
34
Ruimtelijk Toekomstperspectief “Ons Zwolle van Overmorgen”,
4. Scholen verstandig vernieuwd
35
■
■
■
Blauwgroene zones: De buitenruimte rondom de school is ingericht als klimaatbuffer: met ruimte voor wateropvang, infiltratie en afvoer, én ruimte voor natuur. Waterberging op het gebouw: Daken worden benut voor waterberging (bijv. retentiedaken of groendaken), waarmee piekbuien vertraagd worden afgevoerd. Slimme inzet van natuurlijke ventilatie: de scholen maken gebruik van natuurlijke koeling, zoals nachtventilatie en zomernachtspoeling waardoor er minder via installaties gekoeld hoeft te worden.
wat functioneert, waar knelpunten zitten en welke kwaliteiten kansen bieden voor behoud of transformatie. Zo ontstaat inzicht in hoe een gebouw met gerichte ingrepen een tweede leven krijgt: eigentijds, functioneel én herkenbaar. Renovatie verlengt de levensduur, verbetert het binnenklimaat en verlaagt het energieverbruik. Het voorkomt sloop, beperkt afval en reduceert uitstoot. Maar renovatie doet meer. Het behoudt de ziel van een plek. Het schoolplein, het trappenhuis, het kunstwerk in de hal, dit zijn elementen met betekenis. Door zorgvuldig om te gaan met deze gebouwen, blijft het geheugen van de wijk zichtbaar. De lijnen in het straatbeeld blijven herkenbaar voor oud-leerlingen, ouders en omwonenden. Zwolle kiest niet automatisch voor nieuwbouw. Gemeente en schoolbesturen bouwen verder aan wat goed is, versterken waar het kan en vernieuwen waar het nodig is. Ze koppelen projecten aan subsidieregelingen zoals DUMAVA, zodat circulaire keuzes haalbaar én betaalbaar blijven. Voor elk project maken ze afspraken over circulaire ambities, materiaalgebruik en monitoring van prestaties. Deze aanpak versterkt het onderwijs én de stad. Circulaire scholen worden meer dan gebouwen. Ze laten zien hoe Zwolle duurzaam vooruitgaat. Met deze koers draagt Zwolle direct bij aan de nationale klimaatdoelen én aan de eigen ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn.
Circulair bouwen is geen bijzaak. Het is de standaard.
4.3.2 Schoolgebouwen die bijdragen aan een circulaire stad
In 2030 moet het gebruik van primaire grondstoffen al gehalveerd zijn. De bouwsector speelt hierin een sleutelrol. Die is verantwoordelijk voor ongeveer 40% van het grondstoffengebruik en de afvalstromen4. Daarom gebruikt Zwolle de vernieuwingsopgave van de scholen om de circulaire economie zichtbaar te maken. Circulariteit is geen optie maar noodzaak. Het gaat om brede welvaart: gezonde gebouwen, een prettige leefomgeving en minder druk op grondstoffen. Zwolle benut de vernieuwingsopgave in de onderwijshuisvesting als motor voor de circulaire economie. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. Zwolle kiest daarom voor schoolgebouwen die gezond zijn, toekomstbestendig én circulair. Elk project maakt de koppeling met de vier circulaire domeinen van Zwolle: bouw, economie, materialen en energie. Schoolgebouwen worden ontworpen voor hergebruik, stimuleren innovatie in de bouwsector, verminderen verspilling en maken maximaal gebruik van duurzame energie5. Circulair bouwen begint bij slim ontwerpen. Nieuwe gebouwen krijgen een materialenpaspoort, zijn losmaakbaar en modulair opgezet. Onderdelen kunnen in de toekomst opnieuw gebruikt worden. Zwolle past waar mogelijk biobased materialen toe, zoals hout of bamboe. Tegelijk kijkt de gemeente verder dan nieuwbouw. Ook renovatie vormt een volwaardig onderdeel van de circulaire aanpak.
Door wat goed is te behouden en gericht te verbeteren, ontstaat ruimte voor hergebruik, lagere milieulasten én behoud van karakter.
4.3.3 S choolgebouwen als schakel in de energietransitie
Zwolle kiest voor schoolgebouwen die actief bijdragen aan de energietransitie. Niet alleen door minder energie te gebruiken, maar ook door zelf duurzame energie op te wekken en slim in te zetten. Elke nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie benutten we om energiegebruik te minimaliseren, systemen te elektrificeren en slimme koppelingen te maken met duurzame bronnen. Concreet betekent dat: ■ Zeer energiezuinige gebouwen met hoogwaardige isolatie, slimme installaties en energiezuinige systemen. ■ Aardgasvrije schoolgebouwen die zijn voorbereid op aansluiting op een warmtenet of gebruikmaken van een eigen duurzame warmtebron. ■ Zon op het dak als standaardmaatregel voor eigen opwek. Waar mogelijk gekoppeld aan opslag of uitwisseling met de buurt.
Bij elk project maken gemeente en schoolbesturen samen een zorgvuldige afweging. Past renovatie, vervangende nieuwbouw of een combinatie daarvan het best bij het gebouw, de omgeving en de ambities? Die afweging begint bij wat er al staat. Externe specialisten brengen in kaart
Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030.
4
Visie Zwolle Circulair “Een brug naar de toekomst” V5, maart 2024
5
Ruimte voor energie-infra, bijvoorbeeld inpandige technische ruimtes voor middenspanning of warmteoverdracht. Zwolle betrekt schoolbesturen bij het formuleren van deze ambities en het realiseren ervan. Per project worden afspraken gemaakt over energieprestatie, monitoring en eventuele koppelingen met wijkgerichte energiesystemen. Zo ontstaan schoolgebouwen die méér doen dan onderdak bieden. Ze dragen bij aan een toekomstbestendige, betaalbare en robuuste energievoorziening voor Zwolle. Een energieneutrale stad begint in het klaslokaal.
aan ecologische structuren in de wijk. Iedere schoolomgeving draagt zo bij aan het blauwgroene netwerk van de stad6. Schoolgebouwen worden een plek voor leren én leven. Ze bieden ruimte aan vlinders, vogels en schaduw. Aan spel, rust en ontmoeting. En aan bewustwording: kinderen groeien op met natuur als vanzelfsprekend onderdeel van hun leefomgeving. Zwolle maakt natuurinclusief bouwen tot uitgangspunt bij (vervangende) nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie. Gemeente en schoolbesturen leggen per project vast hoe die ambitie vorm krijgt. Zo ontstaan scholen die niet alleen bijdragen aan onderwijs, maar ook aan gezondheid, biodiversiteit en het karakter van de stad. Groene scholen als ankerpunten in een stad die leeft, ademt en groeit met de natuur.
■
4.3.4 Groene scholen als bouwstenen voor een natuurinclusieve stad Bij nieuwbouw en renovatie maakt Zwolle ruimte voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en groene beleving. Dat gebeurt niet achteraf, maar vanaf het eerste ontwerp. Denk aan nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen, groene daken en gevels, schaduwrijke speelplekken en natuurlijke overgangen tussen gebouw en buitenruimte. De inrichting van het schoolplein maakt hier standaard onderdeel van uit. Buiten wordt binnen, en andersom. De gemeente koppelt projecten
Het IHP Zwolle sluit aan bij de landelijke beweging om biodiversiteit en klimaatadaptatie structureel te verankeren in de gebouwde omgeving. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Rijksnatuurvisie onderstrepen dat gemeenten een sleutelrol 6
Inhoud
36
Zwolle Groen en recreatiebeleidsplan, februari 2025.
4. Scholen verstandig vernieuwd
37
vervullen in het versterken van natuur en gezondheid in stedelijk gebied. Daarnaast verplicht de Wet natuurbescherming dat beschermde soorten bij nieuwbouw en renovatie behouden blijven.
verduurzamingsopgave in maatregelen, besparing en benodigde financiële middelen. Per gebouw worden de staat en prestaties in kaart gebracht: energielabel, ventilatiekwaliteit en onderhoud. Op basis daarvan worden pakketten maatregelen samengesteld die waar nodig het binnenklimaat verbeteren en het energieverbruik terugdringen. De aanpak richt zich alleen op installaties en verduurzamingsoptimalisaties: ventilatie en luchtkwaliteit verbeteren, verwarmings-, koel- en lichtinstallaties vervangen of optimaliseren, beperkte isolatie-ingrepen en energiezuinige technieken toepassen waar dat kan. Een volledige bouwkundige vernieuwing blijft buiten beeld. De ingrepen verlengen de levensduur van het gebouw niet, maar overbruggen de periode tot vernieuwing. Leerlingen en docenten krijgen in de tussentijd wel een gezondere plek om te leren en te werken.
4.3.5 Bewegingsonderwijs: van minimumnorm naar kwaliteitsnorm
In Zwolle voldoen de gymnastieklokalen vaak aan de wettelijke minimumnorm, zoals vastgelegd in de verordening onderwijshuisvesting. Die norm voorziet in zalen van 9 bij 18 meter en vijf meter hoogte, ingericht met basisvoorzieningen. Dat is voldoende voor basislessen, maar te beperkt voor volwaardig bewegingsonderwijs en multifunctioneel gebruik. De KVLO gaat uit van grotere en hogere zalen (minimaal 5,5 meter) met meer uitrusting en voorzieningen. Daarmee ontstaat ruimte voor verschillende sporten, lessen aan grotere groepen en gebruik door verenigingen. Ook sluit dit aan bij actuele ontwikkelingen zoals twee uur bewegingsonderwijs per week en de Rijke Schooldag. Zwolle kiest er nadrukkelijk voor om deze KVLO-uitgangspunten te volgen. Het verschil tussen de minimumnorm en de KVLO-lijn7 laat zien dat de stad voor gezonde en toekomstbestendige onderwijshuisvesting verder kijkt dan de wettelijke ondergrens.
De verduurzamingsaanpak loopt van 2025 tot 2035. Gemeente en schoolbesturen bepalen samen per gebouw of maatregelen worden genomen en zo ja welke. Deze afweging wordt gekoppeld aan de vernieuwingsplanning van het IHP en de onderhoudsplannen van de schoolbesturen. Zij stemmen de uitvoering af op subsidieregelingen zoals DUMAVA, zodat de ingrepen haalbaar en betaalbaar blijven. Zwolle reserveert in 2025–2028 jaarlijks 3 miljoen euro voor verduurzaming tot een totaalbedrag van 12 miljoen euro. Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt echter dat dit bedrag te laag is om verduurzaming serieus uit te voeren. Daarom blijft ook na 2028 verduurzaming in beeld en is het aannemelijk dat via de PPN 2028-2031 een aanvullende financiële bijdrage wordt gevraagd.
4.4 Verduurzaming als overbrugging naar vernieuwing
Zwolle gaat voor een klimaatneutrale stad in 2040, met een doorkijk naar 2050. Schoolgebouwen spelen hierin een sleutelrol. Juist daarom wringt de ambitie met de huidige werkelijkheid: een groot deel van de Zwolse schoolgebouwen is slecht gerealiseerd, sterk verouderd en had eigenlijk al vervangen moeten zijn. Veel gebouwen hebben geen mechanische ventilatie, zijn slecht geïsoleerd, beschikken nog over enkel glas en draaien op gasgestookte verwarmingsketels. Ze veroorzaken hoge energielasten, stoten veel CO₂ uit en bieden een ongezond binnenklimaat. In welke zin dan ook sluiten deze gebouwen niet aan bij de ambitie van Zwolle om klimaatneutraal te worden. Dit vraagt om actie: vernieuwing waar mogelijk, en tijdelijke verduurzaming waar vernieuwing nog jaren op zich laat wachten. Alleen zo voorkomen we dat leerlingen en docenten nog te lang in ongezonde en inefficiënte gebouwen les krijgen.
Vernieuwing en verduurzaming zijn communicerende vaten: versnelt de vernieuwingsopgave, dan neemt de druk op verduurzaming af. Blijft vernieuwing achter, dan groeit de verduurzamingsdruk. Na vaststelling van dit IHP ontstaat een beter beeld van de richting welke gebouwen in de komende zestien jaar vernieuwd worden en in welk tempo dat gebeurt. Op basis daarvan wordt ook duidelijk welke gebouwen in aanmerking komen voor verduurzaming. Uitgangspunt is dat alle gebouwen die in de eerste tien jaar niet vernieuwd worden, in aanmerking komen voor verduurzaming. In 2026 werken gemeente en schoolbesturen de aanpak verder uit. Via het PPN-proces volgt in 2027 de vertaling naar de begroting 2028–2031.
In 2024 is gestart met een onderzoek naar het verduurzamen en verbeteren van het binnenklimaat van schoolgebouwen. Hiervoor hebben gemeente en schoolbesturen 31 schoolgebouwen geselecteerd die tot 2035 mogelijk niet vernieuwd worden via renovatie of nieuwbouw. Begin 2026 wordt het onderzoek afgerond en is er een totaalbeeld van de
7
Het meest recente ‘handboek’ in traditionele zin is het Handboek
5. Opgave, prioritering en financiën Dit hoofdstuk brengt in beeld wat de vernieuwingsopgave is, welke scholen prioriteit hebben, hoe die prioritering tot stand kwam en welke financiële vertaling daarbij hoort. Zo ontstaat richting voor keuzes die de komende jaren nog gemaakt gaan worden! 5.1 Inleiding
Capaciteitsvraagstukken Stadshagen 1. A anpassing TrioMundo i.v.m. inwoning van basisschool De Vlieger 3. 2. U itbreiding Het Festival.
Dit hoofdstuk brengt de volledige opgave voor de komende zestien jaar in beeld: zowel in aantal gebouwen, prioritering, benodigde vierkante meters bruto vloeroppervlak (bvo) als in financiële omvang. De horizon sluit aan op de nieuwe wettelijke verplichting: een IHP beslaat vanaf 2026 een periode van zestien jaar. In dit geval 2026 tot en met 2041.
5.3 Middellange termijn zonder dekking in de begroting 2030-2041
Voor dit IHP is een analyse gemaakt van de leeftijd van alle Zwolse schoolgebouwen, afgezet tegen een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Die termijn geldt als richtlijn voor het einde van de levensduur. Zodra een gebouw deze grens nadert of overschrijdt, ontstaat de noodzaak tot vernieuwing. In bijlage 5 is per gebouw zichtbaar gemaakt wanneer deze grens wordt bereikt. De gebouwen die in of vóór 2041 vijftig jaar of ouder zijn, vormen daarmee de kern van de vernieuwingsopgave voor deze IHP-periode.
De eerste vier jaar betreft tijdvak 1. Dit tijdvak bevat projecten die daadwerkelijk op de uitvoeringsagenda staan. En waarvoor dekking in de begroting is. De twaalf jaar daarna, dus vanaf 2030, geven richting aan de middellange termijn tot en met 2041. Zo ontstaat een helder planningskader waarmee schoolbesturen hun investeringen kunnen afstemmen en de gemeente tijdig financiële ruimte kan reserveren in begroting vanaf 2030. ■ Korte termijn met dekking in de begroting: 2026-2029 ■ Middellange termijn zonderdekking in de begroting: 2030-2041
5.3.1 De opgave op hoofdlijnen
Afbeelding 5 is een samenvatting van bijlage 5 en laat zien hoe de vernieuwingsopgave zich verhoudt tot de totale schoolvoorraad van Zwolle. Uit deze afbeelding wordt duidelijk dat: ■ 8% (17.188 m²) van de totale oppervlakte gebouwen zijn waarvoor de vernieuwing al is gestart. Dit zijn 8 vernieuwingsvraagstukken uit paragraaf 5.2 waarvoor ook dekking in de PPN 2026-2029 is opgenomen. ■ 63% (131.909 m²) valt binnen de scope van dit IHP (2026-2041) en vraagt om besluitvorming, financiering en uitvoering in de periode 20302041. Voor deze gebouwen is geen dekking in de begroting. ■ 28% (59.428 m²) bestaat uit gebouwen die vanaf 2042 en verder aan de beurt zijn.
5.2 Korte termijn met dekking in de begroting 2026-2029 De lopende projecten die volgens planning uitgevoerd worden liggen vast. Deze projecten zijn gestart in de periode 2018 tot 2024 en hebben dekking in de Perspectiefnota 2026-2029. Deze staan dus niet meer ter discussie. Het gaat om de volgende schoolgebouwen: Vernieuwingsvraagstukken 1. D e Aquamarijn (onderdeel van MFA Turfmarkt) 2. K oningin Emmaschool 3. G eert Groteschool 4. E liëzerschool (samen met Obadjaschool) 5. O badjaschool (samen met Eliëzerschool) 6. P arkschool (hoofdgebouw) 7. P arkschool (dislocatie Marnixgebouw) 8. M eander College
De omvang van de onderwijsportefeuille bedraagt 208.049 m² bruto vloeroppervlak. Van deze oppervlakte bereikt 131.909 m² bvo in deze IHPperiode (2026-2041) de leeftijd van 50 jaar of ouder. Dit is de opgave waarop de gemeente Zwolle en de schoolbesturen gezamenlijk sturen.
huisvesting speellokaal (2021), met jaarlijkse herziening in het vooruitzicht.
Inhoud
38
5. Opgave, prioritering en financiën
39
2026-2041 m² bvo
percentage
Vernieuwing via lopende projecten (8 gebouwen)
17.188
8,2%
Noodzakelijke vernieuwing binnen de scope van dit IHP 2026-2041
131.909
63,3%
Vernieuwing voor volgende IHP’s na 2041
59.428
28,5%
Totaal
208.525
100%
Afbeelding 5: De opgave op hoofdlijnen
5.3.2 Verdeling van de vernieuwingsopgave per onderwijssoort
De vernieuwingsopgave binnen dit IHP (2026-2041) bestaat uit 53 schoolgebouwen die in 2041 vijftig jaar of ouder zijn en is weergeven in afbeelding 6. Deze gebouwen zijn toe aan vervanging en vormen de kern van de huisvestingsopgave. Het gaat in totaal om 131.909 m² bvo, inclusief het nieuwe gebouw voor Al Amana. Naast klaslokalen vraagt ook het bewegingsonderwijs om vernieuwing. In totaal vallen 44 zaaldelen (gymzalen) met een totale oppervlakte van 24.200 vierkante meter. De grootste oppervlakte zit in het voortgezet onderwijs, terwijl het basisonderwijs en gespecialiseerd onderwijs zich kenmerken door een grotere spreiding over de stad. Samen vormt deze verdeling de basis voor de prioritering en fasering van het IHP. Het overzicht maakt zichtbaar waar de fysieke opgave ligt én waar keuzes nodig zijn om de vernieuwing op gang te brengen.
Soorten onderwijs
Onderwijs
aantal gebouwen
Bewegingsonderwijs
aantal zaaldelen
Totaal
Basisonderwijs
37.238
23
6.050
11
43.311
Gespecialiseerd basisonderwijs
8.327
4
2.200
4
10.531
Gespecialiseerd onderwijs
23.349
14
6.050
11
29.413
Voortgezet onderwijs
62.995
12
9.900
18
72.907
Totaal m2 bvo
131.909
53
24.200
44
156.162
Afbeelding 6: Verdeling van de vernieuwingsopgave per onderwijssoort
5.4 P rioriteringscriteria: Strategisch en samenhangend
1. Beoordeling van gebouwen IHP 2020 (BVG). 2. Gebiedsontwikkeling (GO). 3. Wijk- of gebouwgerichte benadering (WGB).
Om de vernieuwingsopgave de komende zestien jaar daadwerkelijk op gang te brengen, vraagt het IHP om meer dan alleen een financiële onderlegger. Het gaat ook om strategisch en organisatorisch slimme keuzes. Daarom is in dit IHP een prioriteringsoverzicht opgenomen dat rust op drie inhoudelijke criteria. Deze zorgen ervoor dat gemeente en schoolbesturen samen de ruimte krijgen om integrale afwegingen te maken en samenhangende keuzes te realiseren die verder reiken dan het individuele gebouw. De prioritering berust op drie criteria:
1. Beoordeling van gebouwen: technische en functionele urgentie In het IHP 2020 zijn alle schoolgebouwen beoordeeld aan de hand van duidelijke parameters zoals leeftijd, bouwkundige staat, functionele geschiktheid, duurzaamheid en exploitatiekosten. Die beoordeling resulteerde in een rangorde van de huisvestingsopgave (zie bijlage 4). Deze vormt het vertrekpunt voor het nieuwe prioriteringsoverzicht en de uitvoeringsagenda voor 2026-2041, verdeeld
over vier collegeperiodes. Deze horizon toont de volle omvang van de opgave, sluit aan bij de nieuwe wettelijke eisen voor IHP’s en onderstreept de urgentie. Vernieuwing vraagt om langdurige inzet, gezamenlijke keuzes en stevige investeringen.
De school met nummer 80 is het minst urgent. Dit overzicht helpt om tempo te maken waar de druk het hoogst is en ruimte te houden waar dat kan. Zo bouwen gemeente en schoolbesturen samen aan een toekomstbestendige onderwijsomgeving, gestuurd door meer dan leeftijd alleen. Het aantal schoolgebouwen komt uit op 56. De oppervlakte van dit aantal gebouwen, circa 131.503 m² bvo, komt overeen met de oppervlakte van de gebouwen die in deze IHP-periode de leeftijd van 50 jaar bereiken. Met andere woorden: de opgave van dit IHP gaat uit van 56 gebouwen en niet de 53 gebouwen op basis van leeftijd. Zie paragraaf 5.3
2. Gebiedsontwikkeling: scholen als sleutel in ruimtelijke transities Zwolle groeit, en met die groei schuift de woningbouwopgave steeds vaker op richting bestaande schoollocaties. In wijken als Aa-landen en Noorderkwartier staan scholen letterlijk in de weg van gebiedsontwikkeling. Denk aan het Meander College en basisschool De Springplank. Zonder vernieuwing of verplaatsing stokt de bouw. Dit IHP stemt de prioritering hierop af. Deze benadering kan in sommige gevallen spanning geven tussen gemeente en schoolbesturen. Niet elke school die onderdeel uitmaakt van een gebiedsontwikkeling is ook inhoudelijk als eerste toe aan vernieuwing. Dat betekent dat een ouder schoolgebouw soms langer moet wachten, tenzij de gemeenteraad extra middelen beschikbaar stelt om beide opgaven tegelijk op te pakken.
(Zie afbeelding 7, pagina 42)
5.6 Uitvoeringsagenda 2026-2029
Op basis van 56 gebouwen en een planningshorizon van zestien jaar is de opgave verdeeld over vier tijdvakken. Gemiddeld gaat het om 3,5 gebouw per jaar, of veertien gebouwen per tijdvak. In het eerste tijdvak starten 13 gebouwen in 2026 met de initiatieffase. Voor deze projecten is nog geen financiële dekking, maar een tijdige voorbereiding is nodig om tussen 2030 en 2034 vernieuwde gebouwen op te leveren en in gebruik te nemen. Door deze vraagstukken de komende jaren zorgvuldig uit te werken, ontstaat een compleet financieel beeld. Hiermee kan de gemeente tijdig anticiperen met haar begroting op de financiële opgave die eraan komt. Vanuit deze gedachte start ook het Carolus Clusius College in 2026 met de initiatieffase. Deze opgave is complex en vraagt om serieuze voorbereidingstijd. Dekking is nodig in het tweede tijdvak.
3.Wijk- en gebouwgerichte aanpak: clustering voor toekomstwaarde In wijken als Holtenbroek en Aa-landen zijn meerdere scholen fysiek en inhoudelijk met elkaar verbonden. Hier bundelen gemeente en schoolbesturen de huisvestingsvragen tot één samenhangende opgave. Door clustering ontstaat ruimte voor een integrale aanpak die meerwaarde biedt voor zowel onderwijs als wijkontwikkeling. Ook bij het Carolus Clusius College en De Ambelt is gekozen voor een bundeling van gebouwdelen tot één integrale vernieuwing. Deze clustering maakt het mogelijk om efficiënter te plannen én inhoudelijk samenhang te creëren die in losse projecten onhaalbaar blijft.
)Zie afbeelding 8, pagina 44) Toelichting op de uitvoeringsagenda De afbeelding laat de uitvoeringsagenda zien voor de periode 2026-2041. De rode cellen markeren het moment waarop financiële dekking in de begroting nodig is om een project te kunnen uitvoeren. Ze geven dus uitsluitend het tijdstip aan waarop investeringsruimte moet worden vrijgemaakt. De uitvoeringsagenda zegt niets over de inhoudelijke oplossingsrichting of over de manier waarop projecten worden gecombineerd. Wanneer twee rode cellen onder elkaar staan, betekent dat niet dat de bijbehorende gebouwen of scholen samen één project vormen. Het overzicht geeft daarmee uitsluitend inzicht in de volgorde, planning en financiële fasering van de opgave. Niet in de ruimtelijke of organisatorische samenhang van de projecten.
Deze driedelige aanpak: technisch onderbouwd, ruimtelijk afgestemd en inhoudelijk verbonden vormt de kern van de actualisatie. Dit IHP kijkt verder dan de papieren prioritering en legt een stevige, uitvoerbare basis voor zestien jaar onderwijshuisvesting die werkt in de praktijk. 5.5 Prioriteringsoverzicht IHP 2025 Deze prioritering is opgesteld aan de hand van de drie prioriteringscriteria uit paragraaf 5.4. Sommige gebouwen zijn op basis deze criteria in positie naar boven gezet, ook al zijn ze nog geen vijftig jaar oud. Die verschuiving is bewust. Dit overzicht maakt zichtbaar waar vernieuwing écht nodig is. De school bovenaan de lijst met nummer 1 is het meest urgent.
Inhoud
40
5. Opgave, prioritering en financiën
41
NR.
SCHOOL
BEVOEGD GEZAG
ADRES
M² BVO
M² BVO
Per
Cumulatief
Prioritering Leef-
gebouw
NR.
SCHOOL
BEVOEGD GEZAG
ADRES
M² BVO
M² BVO
Per
Cumulatief
Prioritering Leef-
gebouw
tijd in
tijd in 2041
2041 1
Springplank
OOZ
Beukenstraat 83
2.571
2.571
GO
76
46
Twijn - Hengeveldcollege
OOZ
Dr. Hengeveldweg 2
2.918
111.920
WGB
52
2
Toonladder
OOZ
Bachlaan 158
2.228
4.799
WGB
74
47
Ambelt - Oosterenk
OOZ
Dr. Hengeveldweg 9
Thorbecke PRO
OOZ
Sleedoornstraat 1
3.206
115126
WGB
52
1.523
116.649
BVG
91
3
Carillon Bachlaan
Vivente
Bachlaan 2
1.457
6.256
WGB
72
48
4
Vrije School Michaël
St. Vrije School
Bachlaan 8
1.432
7.688
WGB
80
49
De Wingerd
Catent
Stokmeesterlaan 5
1.266
117.915
WGB
61
5
Het Speelwerk
Florion
Bachlaan 152
1.272
8.960
WGB
74
50
Marshof
OOZ
Tichelmeesterlaan 45
2.231
120.146
WGB
59
6
Het Facet & Buitenwijs
Catent & Stichting
Palestrinalaan 915
2.891
11.851
WGB
68
51
Talentum
Vivente
IJsselcentraleweg 65
1.391
121.537
WGB
33
Onderwijs
52
De IJsselhof
OOZ
Staatssecretarislaan 10
2.395
123.932
WGB
48
Transformeert
53
Oosterenk
OOZ
Herfterweg 1
1.073
125.005
BVG
43
7
Al Amana
Seioo
Dijkgraafhof 2
2.060
13.911
WGB
cap
54
De Ark
Vivente
Gedeputeerdenlaan 47
2.150
127.155
WGB
54
8
Wilgenburg
Catent
Waallaan 7
1.679
15.590
WGB
70
55
De Octopus
OOZ
Provincieroute 143
3.146
130.301
WGB
52
9
Aquarel
Vivente
Waallaan 6
1.217
16.807
WGB
65
56
De Phoenix
Catent
Zalmkolk 2
1.202
131.503
WGB
50
10
Werkschuit
OOZ
Rijnlaan 200
2.056
18.863
WGB
67
57
Montessorischool
OOZ
Energieweg 9
1.734
WGB
36
11
Wieden
OOZ
Beulakerwiede 4
1.473
20.336
WGB
65
58
Ichthus (gerenoveerd in 2016)
Vivente
Zwarteweg 74
2.442
WGB
25
12
De Twijn (locatie Boterdiep)
OOZ
Boterdiep 5 (incl. Waallaan)
3.576
23.912
WGB
61
59
Markesteen
OOZ
Gedeputeerdenlaan 45
1.298
WGB
29
13
Stroomdal
Vivente
Botlek 56
1.156
25.068
WGB
72
60
Smaragd
Florion
Esdoornstraat 10
1.408
BVG
80
14
Carolus Clusius College
Landstede
Kamperweg 1
4.335
29.403
WGB
116
61
Enkschool
Kentalis
Jan Buschstraat 6
3.324
BVG
41
15
Carolus Clusius College
Landstede
Kamperweg 1
2.439
31.842
WGB
80
62
De Kubus
Catent
Erfgenamenweg 14A
867
BVG
34
16
Carolus Clusius College
Landstede
Kamperweg 1
4.343
36.185
WGB
56
63
Talentstad
Landstede
Blaloweg 1
8.693
BVG
69
17
Carolus Clusius College
Landstede
Kamperweg 1
1.700
37.885
WGB
23
64
Jenapleinschool
St. Jenapleinsch.
Enkstraat 69
1.950
BVG
34
18
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 B (Veldhoek 2)
513
38.398
WGB
109
65
De Twijn
OOZ
Violierenstraat 42
1.300
BVG
37
19
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 C (Veldhoek 4)
413
38.811
WGB
109
66
De Zevensprong
Vivente
Mannagras 30
1.600
WGB
41
20
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 H (Helmhorst)
1.800
40.611
WGB
67
67
Triomundo (+ inhuizing De
OOZ
Muurmeesterstraat 27
2.211
WGB
43
21
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 J (Stenen school)
413
41.024
WGB
67
22
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 E (Vekdhoek 3)
291
41.315
WGB
62
68
De Kasteelhoeve
Catent
Buckhorstlaan 50
2.141
WGB
38
23
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 K (Herfterhoek)
414
41.729
WGB
54
69
Wendakker, locatie Vuurto-
Vivente
Vuurtorenstraat 2
2.600
BVG
36
24
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 (centrum gebouw)
2.011
43.740
WGB
54
25
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan39 A (Veldhoek 1)
351
44.091
WGB
52
70
De Sprankel
Florion
Klokkengieterlaan 3
2.025
WGB
32
26
Ambelt - Herfte
OOZ
Herftelaan 39 F (Hathuis)
880
44.971
WGB
52
71
De Schatkamer
OOZ
Wildwalstraat 38
2.851
WGB
31
27
Ambelt - Herfte
OOZ
Herfterlaan 39
5.126
50.097
WGB
43
72
Het Festival
OOZ
Sportlaan 6
2.660
WGB
28
80
73
De Boxem
Catent
Oude Wetering 82 A
1.767
WGB
25
74
De Paperclip
Vivente
Oude Wetering 82
2.460
WGB
25
28
De Schatgraver (combi met
Florion
van Houtenlaan 1-A
1.300
51.397
BVG
De Marshof)
Vlieger zsm)
renstraat
29
De Brug
Vivente
Ruiterlaan 14
2.204
53.601
BVG
81
75
Het Saffier
Florion
Overtoom 65a
1.000
WGB
22
30
SBO De Sluis
OOZ
Zwarteweg 120
1.960
55.561
BVG
81
76
Lassus Campus
OOZ
Lassuslaan 230
10.000
BVG
18
31
De Campherbeek
OOZ
Grotiuslaan 33
1.098
56.659
WGB
76
77
Het Mozaïek
Vivente
Hortensiastraat 31
1.600
BVG
17
32
De Duyvencamp
Vivente
Eikenlaan 23
1.185
57.844
WGB
76
78
Het Atelier
Catent
Assendorperdijk 51
1.360
BVG
16
33
Ridder Joris
St. Vrije School
Korianderplein 45
1.112
58.956
WGB
62
79
CBS de Zuidster (school
Vivente
Munterkamp 71
1.154
BVG
61
Vivente
Korianderplein 4-6
1.389
BVG
65
stopt)
34
WestWijs
Catent
Papaverweg 57
550
59.506
WGB
73
35
Florens Radewijnsschool
OOZ
Geert Grooteweg 23-25
718
60.224
BVG
66
36
Gymnasium Celeanum
OOZ
Zoom 37
3.931
64.155
BVG
65
Totaal te vernieuwen
191.337 131.909
80
De Morgenster
37
Thorbecke SG (A)
OOZ
Dr. van Heesweg:1
6.984
71.139
WGB
61
Vernieuwingsopgave o.b.v.
38
Thorbecke SG (B)
OOZ
Dr. van Heesweg:1
3.877
75.016
WGB
45
leeftijd IHP 2026-2041
39
Greijdanus College
Greijdanus
Campus 5
20.570
95.586
WGB
58
Voorstel o.b.v.
40
Greijdanus College
Greijdanus
Campus 5
0
95.586
WGB
58
41
Greijdanus College
Greijdanus
Campus 5
0
95.586
WGB
58
42
Greijdanus College
Greijdanus
Campus 5
0
95.586
WGB
46
43
Thorbecke SG (VMBO)
OOZ
Russenweg 3
9.487
105.073
WGB
55
44
Thorbecke SG (PRO)
OOZ
Russenweg 3
690
105.763
WGB
55
45
Ambelt - Hengeveldcollege
OOZ
Dr. Hengeveldweg 6
3.239
109.002
WGB
52
131.503
herprioritering
Is input voor fasering IHP periode 2026-2041
Afbeelding 7: prioriteringsoverzicht IHP 2025 Inhoud
42
5. Opgave, prioritering en financiën
43
Tijdvak 1 SCHOOL
BEVOEGD GEZAG
STICHTINGSKOSTEN
jaren
Tijdvak 2
Tijdvak 3
Tijdvak 4
2026 2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037 2038
2039
2040
2041
1
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
14
15
16
2040
2041
2
13
Lopende projecten (dekking in begroting 2026-2029) 1
Het Atelier
Catent
2
Aquamarijn
Florion
3
Koningin Emma
Vivente
4
Geert Grote
Catent
5
Obadjaschool
St. SO op Ger. Grondsl.
6
Eliezer
St. SO op Ger. Grondsl.
7
Parkschool (Hoofdgebouw)
OOZ
Parkschool (Marnix gebouw)
OOZ
Meander College
Landstede
8
Te starten projecten IHP 2025 (geen dekking in begroting 2030-2041) Tijdvak 1 SCHOOL
BEVOEGD GEZAG
STICHTINGSKOSTEN
2026 2027
Tijdvak 2 2028
2029
2030
2031
Tijdvak 3 2032
2033
2034
2035
Tijdvak 4 2036
2037 2038
2039
jaren 1
Springplank
OOZ
12.534.000
2
Toonladder
OOZ
11.156.000
3
Carillon Bachlaan
Vivente
5.851.000
4
Vrije School Michaël
St. Vrije School
7.960.000
5
Het Speelwerk
Florion
7.317.000
6
Het Facet & Buitenwijs
Catent & Stichting Onderwijs Transformeert
13.819.000
7
Al Amana
Seioo
8.273.000
8
Wilgenburg
Catent
8.952.000
9
Aquarel
Vivente
7.096.000
10
Werkschuit
OOZ
10.466.000
11
Wieden
OOZ
5.916.000
12
De Twijn (locatie Boterdiep)
OOZ
22.988.000
13
Stroomdal
Vivente
4.642.000
14
Carolus Clusius College
Landstede
19.469.000
15
Carolus Clusius College
Landstede
7.934.000
16
Carolus Clusius College
Landstede
14.128.000
17
Carolus Clusius College
Landstede
5.530.000
18
Ambelt - Herfte
OOZ
6.478.000
19
Ambelt - Herfte
OOZ
1.659.000
Vastgoedontwikkelingsfasen