Bijlage 1: Integraal Huisvestingsplan 2026-2041
Tekst van het document
20
Ambelt - Herfte
OOZ
7.229.000
Initiatieffase / visie fase
21
Ambelt - Herfte
OOZ
1.659.000
Defenitiefase
22
Ambelt - Herfte
OOZ
1.169.000
23
Ambelt - Herfte
OOZ
1.663.000
24
Ambelt - Herfte
OOZ
8.076.000
Ontwerpfase Realisatiefase Kapitaallasten / dekking in begroting
Afbeelding 8: uitvoeringsagenda 2026-2029
Inhoud
44
5. Opgave, prioritering en financiën
45
Te starten projecten IHP 2025 (geen dekking in begroting 2030-2041) Tijdvak 1 SCHOOL
BEVOEGD GEZAG
25
Ambelt - Herfte
OOZ
1.410.000
26
Ambelt - Herfte
OOZ
3.534.000
27
Ambelt - Herfte
OOZ
16.677.000
Florion
7.430.000
28
De Schatgraver (combi met De Marshof)
STICHTINGSKOSTEN
2026 2027
Tijdvak 2 2028
2029
2030
2031
Tijdvak 3 2032
2033
2034
2035
Tijdvak 4 2036
2037 2038
2039
2040
2041
29
De Brug
Vivente
11.060.000
30
SBO De Sluis
OOZ
10.080.000
31
De Campherbeek
OOZ
6.618.000
32
De Duyvencamp
Vivente
4.759.000
33
Ridder Joris
St. Vrije School
4.466.000
34
WestWijs
Catent
2.209.000
35
Florens Radewijnsschool
OOZ
5.092.000
36
Gymnasium Celeanum
OOZ
14.577.000
37
Thorbecke SG (A)
OOZ
28.086.000
38
Thorbecke SG (B)
OOZ
12.612.000
39
Greijdanus College
Greijdanus
76.810.000
40
Greijdanus College
Greijdanus
41
Greijdanus College
Greijdanus
42
Greijdanus College
Greijdanus
43
Thorbecke SG (VMBO)
OOZ
36.229.000
44
Thorbecke SG (PRO)
OOZ
2.245.000
45
Ambelt - Hengeveldcollege
OOZ
17.425.000
46
Twijn - Hengeveldcollege
OOZ
16.136.000
47
Ambelt - Oosterenk
OOZ
17.293.000
48
Thorbecke PRO
OOZ
6.116.000
49
De Wingerd
Catent
7.293.000
50
Marshof
OOZ
11.168.000
51
Talentum
Vivente
5.586.000
52
De IJsselhof
OOZ
11.827.000
Vastgoedontwikkelingsfasen
53
Oosterenk
OOZ
6.518.000
Initiatieffase / visie fase
54
De Ark
Vivente
8.634.000
Defenitiefase
55
De Octopus
OOZ
12.634.000
Ontwerpfase
56
De Phoenix
Catent
4.827.000
Realisatiefase
Totaal
571.000.000
Kapitaallasten / dekking in begroting
Inhoud
46
5. Opgave, prioritering en financiën
47
5.7 Financiële doorrekening stichtingskosten
De verwachte stichtingskosten zijn nu nog niet scherper te bepalen. In de initiatieffase staan eerst belangrijke bestuurlijke keuzes op de agenda, zoals: het clusteren/samenvoegen of verplaatsen van scholen en het toevoegen van functies aan het onderwijs, zoals beschreven in hoofdstuk 3 Onderwijs dat raakt en verbindt. Pas daarna ontstaat een concreet programma en is er een meer betrouwbaardere financiële doorrekening te maken. De huidige berekening schetst de richting en helpt bij het bepalen van de structurele dekking in de begroting. Voor de periode 2030-2041 is in de gemeente begroting nog geen structurele dekking opgeno men. Daardoor ontbreekt nu de basis om een uitvoeringsagenda direct te verbinden aan beschikbare middelen. Dit IHP dient als onderlegger om via de begrotingsbehandeling in 2026 voor jaarschijf 2030 en de P&C cyclus (PPN) in 2027 en de jaren die volgen structureel middelen beschikbaar te stellen.
De financiële doorrekening laat zien welke middelen nodig zijn voor de vernieuwingsopgave in de periode 2026-2041. De berekening is gebaseerd op het vernieuwen van de bestaande oppervlakte van de schoolgebouwen afgezet tegen de landelijke financiële kengetallen van Ruimte-OK (bijlage 6) en afgestemd op de uitgangspunten die zijn omschreven in paragraaf 4.2 wettelijke en landelijke uitgangspunten. De Zwolse ambitie “Ons Zwolle van Overmorgen” is buiten beschouwing gelaten omdat deze niet te berekenen is op basis van vastgestelde kaders. Voor toekomstige projecten is hier invulling aan te geven door een opslag percentage te hanteren tussen 15 en 25 procent van de stichtingskosten. Dit betekent dat de financiële opgave groter wordt dan is berekend in dit hoofdstuk. Voor het basisonderwijs is uitgegaan van het scenario PO-Klein, variant levensduurscenario Ruimte-OK. Dit scenario is ook toegepast op het gespecialiseerd basisonderwijs (gbo) en het gespecialiseerd onderwijs (go), omdat hiervoor geen afzonderlijk kengetal beschikbaar is. Voor het voortgezet onderwijs is gerekend met het levensduurscenario Ruimte-OK voor het VO. De stichtingskosten hebben alleen betrekking op de bouw of renovatie van schoolgebouwen.
In de doorrekening zijn sloopkosten, tijdelijke huisvesting, asbestsanering, aanpassingen in de openbare ruimte, planvoorbereiding, externe expertise en netcongestie buiten beschouwing gelaten. Deze kosten zijn op voorhand niet te berekenen.
Onderwijs
Bewegingsonderwijs
Totaal
37.238
6.050
43.288
8.327
2.200
10.527
23.349
6.050
29.399
Gespecialiseerd onderwijs
Onderwijs
Bewegingsonderwijs
Totaal
Basisonderwijs
€
149.547.808
€
24.296.800
€
174.000.000
Gespecialiseerd basisonderwijs
€
33.441.232
€
8.835.200
€
42.000.000
Gespecialiseerd onderwijs
€
93.769.584
€
24.296.800
€
118.000.000
Voortgezet onderwijs
€
204.922.735
€
32.204.700
€
237.000.000
Totaal inclusief btw*
€
482.000.000
€
89.000.000
€
571.000.000
*) Exclusief: sloopkosten, asbestsanering, tijdelijke huisvesting, aanpassingen openbare ruimte, planvoorbereidingskosten tijdens visie en initiatieffase en netcongestie.
Afbeelding 10: totale opgave m² bvo en stichtingskosten
Totale opgave m² bvo De totale opgave voor de nieuwe projecten in de periode 2026-2041 omvat 156.659 m² bvo, waarvan 131.909 m² bvo voor onderwijs en 24.200 m² bvo voor bewegingsonderwijs. Dit betreft de opgave gekoppeld aan het aantal m² bvo van scholen die in deze IHP periode 50 jaar zijn of worden (zie paragraaf 5.3). Onderstaande afbeelding is een verfijning van de opgave.
Basisonderwijs basisonderwijs
Soorten onderwijs
prijspeil januari 2025 en is niet geïndexeerd en is exclusief de Zwolse ambitie “Ons Zwolle van Overmorgen”. Het geeft dus weer wat de totale opgave kost als de vernieuwing in één keer in 2025 wordt uitgevoerd.
5.7.1 Totale opgave m² bvo en stichtingskosten
Soorten onderwijs Gespecialiseerd
Stichtingskosten De bijbehorende stichtingskosten bedragen in totaal € 571.000.000 miljoen (inclusief btw). Hiervan heeft € 482 miljoen betrekking op onderwijsruimten en € 90 miljoen op voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Dit bedrag is berekend op
Voortgezet onderwijs
62.995
9.900
72.895
Totaal m2 bvo
131.909
24.200
156.109
Afbeelding 9: totale opgave m² bvo en stichtingskosten
Inhoud
48
5. Opgave, prioritering en financiën
49
Stichtingskosten per school voor jaar 2026 uit tijdvak 1 De afbeelding hieronder geeft inzicht in de stichtingskosten voor de opgave die start met de initiatieffase in 2026 in tijdvak 1 (2026-2029) en waarvoor in het tweede en derde tijdvak (20302033/2034-2037) dekking nodig is in de begroting. In de bedragen is rekening gehouden met onderwijs en
bewegingsonderwijs. De kosten zijn gebaseerd op prijspeil januari 2025. Dit betekent dat de bedragen niet zijn geïndexeerd voor toekomstige jaren. Het overzicht laat daarmee zien wat het kost als alle projecten uit tijdvak 1 in 2025 in één keer worden uitgevoerd. Voor de helderheid. In 2027 starten eveneens nieuwe projecten in de initiatieffase. Zie de afbeelding in paragraaf 5.6.
Tijdvak 1 SCHOOL
BEVOEGD GEZAG
STICHTINGSKOSTEN
jaren 1
Springplank
OOZ
12.534.000
2
Toonladder
OOZ
11.156.000
3
Carillon Bachlaan
Vivente
5.851.000
4
Vrije School Michaël
St. Vrije School
7.960.000
5
Het Speelwerk
Florion
7.317.000
6
Het Facet & Buitenwijs
Catent & Stichting Onderwijs
13.819.000
Tijdvak 2
Tijdvak 3
Tijdvak 4
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Transformeert 7
Al Amana
Seioo
8.273.000
8
Wilgenburg
Catent
8.952.000
9
Aquarel
Vivente
7.096.000
10
Werkschuit
OOZ
10.466.000
11
Wieden
OOZ
5.916.000
Vastgoedontwikkelingsfasen
12
De Twijn (locatie Boterdiep)
OOZ
22.988.000
Initiatieffase / visie fase
13
Stroomdal
Vivente
4.642.000
14
Carolus Clusius College
Landstede
19.469.000
15
Carolus Clusius College
Landstede
7.934.000
16
Carolus Clusius College
Landstede
14.128.000
Realisatiefase
17
Carolus Clusius College
Landstede
5.530.000
Kapitaallasten / dekking in begroting
Totaal
Defenitiefase Ontwerpfase
174.000.000
afbeelding 11 stichtingskosten per school voor jaar 2026 tijdvak 1
Inhoud
50
5. Opgave, prioritering en financiën
51
5.7.2 Indicatie kapitaallasten Op basis van de totale stichtingskosten per periode tijdvak 1 (2030-2035) en tijdvak 2 (2036-2041) zijn de verwachte kapitaallasten berekend. Deze lasten zijn afgeleid van de projecten en gebouwen die in beide perioden binnen de uitvoeringsagenda vallen. De berekening gaat uit van een afschrijvingstermijn van 50 jaar en een rentepercentage van 2%.
De uitkomst geeft een indicatie van de structurele financiële gevolgen van de vernieuwingsopgave. Naarmate meer projecten worden opgeleverd, ontstaan er kapitaallasten en is er dekking nodig in de gemeentelijke begroting. Deze berekening helpt bij het bepalen van het langjarige financiële kader voor de uitvoering van het IHP.
Stichtingskosten Periode
m² bvo
totaal
per jaar
2030-2035
45.585
174.031.000
29.005.167
2036-2041
110.524
396.969.000
66.161.500
Totaal
156.109
571.000.000 2030-2035
2036-2041
Kalenderjaar
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Jaren
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
M2 bvo Per jaar
7.598
7.598
7.598
7.598
7.598
7.598
18.421
18.421
18.421
18.421
18.421
18.421
Cumulatief
7.598
15.195
22.793
30.390
37.988
45.585
64.006
82.426
100.847
119.268
137.688
156.109
Per jaar
29.005.167
29.005.167
29.005.167
29.005.167
29.005.167
29.005.167
66.161.500
66.161.500
66.161.500
66.161.500
66.161.500
66.161.500
Cumulatief
29.005.167
58.010.333
87.015.500
116.020.667
145.025.833
174.031.000
240.192.500
306.354.000
372.515.500
438.677.000
504.838.500
571.000.000
Per jaar
1.147.000
1.147.000
1.147.000
1.147.000
1.147.000
1.147.000
2.662.000
2.662.000
2.662.000
2.662.000
2.662.000
2.662.000
Cumulatief
1.147.000
2.294.000
3.441.000
4.588.000
5.735.000
6.882.000
9.544.000
12.206.000
14.868.000
17.530.000
20.192.000
22.854.000
Stichtingskosten
Kapitaallasten*
Afbeelding 12: indicatie kapitaallasten
Inhoud
52
5. Opgave, prioritering en financiën
53
6. Samen sturen op koers en prioritering De uitvoering van het IHP vraagt om een duidelijke en voorspelbare cyclus. Zwolle verbindt de planning- en control cyclus van de gemeente aan het jaarlijkse prioriteringsgesprek met de schoolbesturen. Zo blijven koers, financiële ruimte en vernieuwingsopgave met elkaar in balans. 6.1 Inleiding
PPN worden aangekondigd en pas later structureel middelen meekrijgen. Dit borgt zorgvuldigheid en geeft de raad tijd om strategische keuzes te wegen voordat financiële verplichtingen ontstaan.
De vernieuwingsopgave voor de Zwolse scholen vraagt niet alleen om visie en prioriteiten, maar ook om een stevige en voorspelbare uitvoering. Het Integraal Huisvestingsplan geeft richting, maar pas via de jaarlijkse planning- en control cyclus krijgt die koers financiële kracht. Daarbij vormt de Perspectiefnota het startpunt. Elk jaar leggen college en raad hierin de hoofdlijnen vast en ontstaat er ruimte voor investeringen. In samenhang met dit proces voeren gemeente en schoolbesturen een jaarlijks prioriteringsgesprek. Daar leggen zij de inhoud van het IHP naast de financiële realiteit van de stad en maken samen keuzes. Zo ontstaat een dynamische cyclus waarin strategie en uitvoering elkaar versterken. Nieuwe ontwikkelingen in de stad, veranderende leerlingenprognoses of gebiedsopgaven vinden hun weg naar het overzicht van projecten en de begroting. Het prioriteringsoverzicht van dit IHP vormt daarbij steeds het vertrekpunt. Door dit ritme vast te houden groeit de vernieuwingsopgave stap voor stap uit tot een uitvoeringsagenda die financieel geborgd én breed gedragen is.
Tegelijk verkent de gemeente hoe zij verder vooruit kan kijken dan een PPN-periode. Grote gebiedsontwikkelingen, waarin scholen feitelijk in de weg staan voor woningbouw, vragen soms al vijf tot zes jaar van tevoren om groen licht en financiële zekerheid. Daarom onderzoekt Zwolle hoe zij ook voor een langere termijn toezeggingen kan doen binnen het IHP. Alleen zo krijgt de noodzakelijke vernieuwingsopgave echt een langjarig fundament, financieel én organisatorisch. De opgave raakt namelijk het hele fysieke domein en vraagt blijvende inzet van expertise, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als bij de schoolbesturen. Die inzet moet structureel worden ingericht. De vernieuwingsopgave is in dat opzicht te vergelijken met een olietanker: langzaam op gang brengen, maar daarna koersvast doorduwen. Voldoende financiële middelen vormen de brandstof om deze beweging op gang te brengen én vol te houden. Daarom is het van groot belang dat er langjarige, bij voorkeur acht jaar, financiële stabiliteit is, zonder jaarlijkse grote schommelingen.
6.2. Financiële koers en stabiliteit voor de vernieuwingsopgave
De gemeente Zwolle werkt met een vaste planningen control cyclus die ieder jaar, met uitzondering van een verkiezingsjaar, wordt doorlopen. Onderdeel van deze cyclus is de Perspectiefnota (PPN), waarvan de voorbereiding start in het voorjaar en die vlak voor de zomervakantie door de gemeenteraad wordt vastgesteld. In de PPN kijkt de gemeente vooruit over een periode van vier jaar. Het college presenteert hierin de beleidsmatige koers en de financiële kaders die richting geven aan de begroting. Deze PPN legt het college ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. De financiële consequenties van besluiten komen in de regel in het vierde jaar van de PPN-periode in de begroting terecht. Zo ontstaat een doorlopend ritme waarin beleidskeuzes eerst via de
prognoses, gebiedsopgaven of andere actuele ontwikkelingen. Samen wegen gemeente en schoolbesturen deze voorstellen en bepalen ze of een aanpassing nodig is. Uit het gesprek blijkt welke vernieuwingsvraagstukken doorgaan naar jaarschijf 4 van de PPN. Daarmee wordt duidelijk welke aanvragen worden meegenomen in de PPNcyclus, zodat hiervoor uiteindelijk financiële dekking komt in de begroting. De uitkomsten van dit gesprek worden in het voorjaar verwerkt in de PPN, zodat de gemeenteraad ze kan meewegen bij het toewijzen van investeringsruimte. Zo ontstaat een heldere en effectieve cyclus. Daarmee ontstaat een heldere en effectieve cyclus:
■ ■ ■
Najaar: afstemmen en prioriteren (inhoudelijk) tussen gemeente en schoolbesturen; Voorjaar: verwerken uitkomst in de perspectiefnota; Zomer: gemeenteraad neemt besluit over perspectiefnota .
Deze werkwijze: ■ Richt zich op het vierde jaar van de PPN, het jaar dat erbij komt; ■ Maakt afstemming tussen inhoudelijke ambitie en financiële dekking mogelijk; ■ Verankert het IHP structureel in de jaarlijkse P&C-cyclus van Zwolle.
In onderstaande afbeelding is dit grafisch weergegeven.
Looptijd IHP in jaren
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
0
0
1
2
3
4
5
6
7
8
Tijdvakken IHP 2026-2041
Tijdvak 1
Begroting gemeente Zwolle
Uitvoeringsagenda
Perspectiefnota 2026-2029
1
Perspectiefnota 2027-2030
Tijdvak 2
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
4
1
2
3
Perspectiefnota 2028-2031 Perspectiefnota 2029-2032 Perspectiefnota 2030-2033 Wethouder-schoolbesturen College en raad
4
NOV/DEC Prioriteringsgesprek: gemeente en schoolbesturen uitvoeringsagenda voor jaarschijf 4 (input voor PPN).
FEB/JUL Voorbereidingsjaar voorafgaand aan de looptijd van de PPN-periode van vier jaar.
Jaarschijf waarvoor via de PPN dekking in de begroting wordt opgenomen. Afbeelding 13: planning en control cyclus PPN en IHP
6.3. P rioriteringsgesprek tussen gemeente en schoolbesturen
De planning- en control cyclus vormt de financiële kapstok voor de uitvoering van het IHP. De PPN schetst de koers en de ruimte voor investeringen en krijgt pas waarde wanneer deze keuzes elk jaar worden verbonden met de prioritering van de vernieuwingsopgave uit het IHP. Daarom organiseren gemeente en schoolbesturen ieder najaar een prioriteringsgesprek. Dat gesprek vindt plaats op basis van de vastgestelde prioritering en fasering in het IHP en vormt daarmee het vertrekpunt. Tegelijk biedt het ruimte om nieuwe voorstellen in te brengen, bijvoorbeeld door veranderende
Inhoud
54
6. Samen sturen op koers en prioritering
55
7. Conclusie en advies
7.1. Conclusie
Uitstel of versnippering van besluiten vergroot de risico’s: gebouwen verouderen verder, kinderen leren en spelen in gebouwen die niet meer aansluiten bij hun behoeften. En de kosten lopen nog verder op. Ook in de exploitatie van de schoolbesturen. Alleen met duidelijke prioritering, gezamenlijke afspraken en structurele financiering kan Zwolle de komende jaren bouwen aan toekomstbestendige scholen.
De analyse van het IHP laat zien dat Zwolle voor een uitzonderlijk grote opgave staat in de vernieuwing van de onderwijshuisvesting. Meer dan 60% van de gebouwen is in 2041 technisch en functioneel verouderd. Daar komt bij dat de stad groeit, de bouwkosten structureel stijgen en de Zwolse ambities nadrukkelijk boven het landelijke minimumniveau liggen.
6.4. Rolopvatting bouwheerschap
■
Bij het vernieuwen van schoolgebouwen draait alles om kwaliteit, continuïteit en verantwoordelijkheid. De wet geeft schoolbesturen het recht om zelf uitvoering te geven aan nieuwbouw of renovatie. Daarmee zijn zij in principe de bouwheer. De praktijk laat zien dat deze rol vraagt om professionele sturing en duidelijke afspraken. Zeker bij projecten waarin meer speelt dan alleen het gebouw. Denk aan gebiedsontwikkelingen, veranderende leerlingaantallen of ambities op duurzaamheid. Daarom kiezen gemeente en schoolbesturen in Zwolle voor een heldere werkwijze waarbij de rol van bouwheer per project samen wordt bepaald.
■ ■ ■
De ervaring en capaciteit van het schoolbestuur. Kansen om het project te koppelen aan wijk- of stadsontwikkeling. De behoefte aan bestuurlijke of technische continuïteit. Lessen uit eerdere projecten.
De gemaakte keuze wordt vastgelegd in een nota van uitgangspunten. Rolverdeling in de praktijk ■ Het schoolbestuur heeft het formele recht om bouwheer te zijn. ■ Gemeente en schoolbestuur bespreken samen wie de rol invult. ■ De bouwheer bewaakt het Programma van Eisen, de kosten, de planning en de uitvoering.
Uitgangspunten De gemeente Zwolle erkent het formele recht van uitvoering van schoolbesturen. Dat is het vertrekpunt. Tegelijkertijd vraagt elk project om een afweging: wie is in deze situatie het beste in staat om het bouwproces te begeleiden en de ambities waar te maken? Zwolle kiest voor een aanpak waarin inhoud en organisatie met elkaar in balans zijn.
Alle betrokken partijen stemmen de communicatie, besluitvorming en verantwoordelijkheden af in de nota van uitgangspunten. Voordelen van deze aanpak ■ Sluit aan bij ieders formele rol en expertise. ■ Geeft ruimte om te sturen op kwaliteit en continuïteit. ■ Voorkomt onduidelijkheid tijdens het proces. ■ Biedt flexibiliteit én duidelijkheid voor alle betrokkenen. ■ Legt de basis voor een goed functionerend gebouw – technisch én onderwijskundig.
Werkwijze In de definitiefase van ieder huisvestingsproject bepalen gemeente en schoolbestuur wie de rol van bouwheer op zich neemt. De afweging is gebaseerd op: ■ De inhoudelijke en ruimtelijke complexiteit van het project.
7.2. Advies
Tegelijk gaat het hier om méér dan gebouwen. Een school is de plek waar kinderen een groot deel van hun dag doorbrengen. Het is waar zij leren, spelen, elkaar ontmoeten en een belangrijke basis leggen voor de rest van hun leven. Een goed schoolgebouw draagt bij aan gezondheid, welzijn en gelijke kansen. Het is een ankerpunt in de wijk en geeft kinderen, ongeacht hun achtergrond, de ruimte om zich te ontwikkelen. Het IHP maakt duidelijk dat onderwijshuisvesting daarom niet losstaat van grotere maatschappelijke vraagstukken als kansengelijkheid, woningbouw, duurzaamheid en een sterke sociale basis in de wijken. Het gaat om plekken die de toekomst van onze kinderen en daarmee van de stad vormgeven.
Creëer structurele financiële zekerheid Reserveer structureel in de gemeentelijke begroting om de opgave van € 571 miljoen (prijspeil 2025) te kunnen dragen. Houd hierbij expliciet rekening met toekomstige indexatie, de meerkosten van de Zwolse ambitie én interne wijzigingen zoals de rekenrente. Door deze effecten actief te compenseren, ontstaat continuïteit en voorspelbaarheid in de financiering. Alleen zo ontstaat een robuust financieel kader dat verder reikt dan één collegeperiode en zekerheid biedt aan schoolbesturen. Wees expliciet over de impact van Ons Zwolle van Overmorgen Deze ambitie geeft richting en kwaliteit, maar vergroot de financiële druk aanzienlijk. College, raad en schoolbesturen moeten samen keuzes maken welke onderdelen van de ambitie haalbaar en betaalbaar zijn en welke gefaseerd of aangepast moeten worden. Maak zichtbaar wat de ambitie betekent in euro’s en waar de grenzen van haalbaarheid liggen. Ambitie is goed, maar de basis moet ook op orde.
Deze ambitie vraagt echter om meer dan alleen een visie. Als de gemeente kinderen de ruimte wil geven om zich goed te ontwikkelen in gezonde, veilige en inspirerende gebouwen, dan moet daar ook een stevig financieel fundament onder liggen. En juist daar wringt het. Een belangrijke kanttekening bij de doorrekening van dit IHP is dat deze financieeltechnisch beperkt is. Het IHP rekent met prijspeil 2025, zonder indexatie en zonder de effecten van de Zwolse ambitie Ons Zwolle van Overmorgen. Dat betekent dat de werkelijke kosten waarschijnlijk hoger gaan uitvallen. Zeker omdat de Zwolse ambitie Ons Zwolle van Overmorgen bewust verder gaat dan landelijke minimumnormen, legt dit extra druk op de begroting. Dit maakt de vernieuwingsopgave nog omvangrijker en vergroot het risico dat deze financieel onbetaalbaar wordt. Juist daarom zijn politieke en bestuurlijke keuzes onvermijdelijk. Keuzes die college, raad en schoolbesturen samen moeten maken.
Koppel onderwijshuisvesting aan gebiedsontwikkeling Leg bij woningbouwopgaven en wijkvernieuwing direct de verbinding met onderwijshuisvesting. Een integrale aanpak zorgt dat investeringen elkaar versterken en scholen als ankerpunten bijdragen aan vitale, leefbare wijken. Verduurzaming als noodzakelijke tussenstap Voor scholen die de komende tien jaar niet vernieuwd worden, is versnelde verduurzaming cruciaal. Daarmee wordt voorkomen dat leerlingen en leraren
Inhoud
56
7. Conclusie en advies
57
te lang in ongezonde of oncomfortabele gebouwen moeten werken en leren.
Losse projecten en tijdelijke samenwerking zijn daarvoor niet voldoende. Het is aan de gemeente en de schoolbesturen om samen een robuuste uitvoeringsorganisatie in te richten die continuïteit en slagvaardigheid garandeert. Binnen deze organisatie staat bouwheerschap centraal: wie wordt verantwoordelijk voor proces, kwaliteit, budget en planning. Op die manier worden vertragingen voorkomen, voorspelbaarheid vergroot en tempo gemaakt met het vernieuwen van de Zwolse schoolgebouwen.
Organiseer gezamenlijke sturing en continuïteit Maak het IHP een levend document door jaarlijks een gezamenlijk prioriteringsgesprek te voeren tussen gemeente en schoolbesturen. Veranker de afspraken in de PPN-cyclus en bewaak zo de samenhang tussen ambitie, middelen en planning. Bouw samen een sterke uitvoeringsorganisatie De opgave in Zwolle is groot en ingewikkeld.
Bijlagen
Inhoud
58
59
Bijlage 1
Zorgplicht en verordening
■
■ ■ ■
■
Zorgplicht De gemeente Zwolle en de schoolbesturen hebben elk hun eigen rol in het waarmaken van goed onderwijs. De gemeente stelt bekostiging beschikbaar voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De schoolbesturen dragen zorg voor beheer en exploitatie. Beide partijen ontvangen hier
middelen voor van het Rijk. De afbeelding hieronder laat visueel zien hoe dit is opgebouwd. Heldere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zijn essentieel. Zo zorgen we ervoor dat onderwijshuisvesting geen sluitpost is, maar een strategisch onderdeel van een goede leeromgeving.
Financiële bijdrage Rijksoverheid
■ ■ ■ ■ ■ ■
Schoolbesturen
Programma onderwijsvoorzieningen
Bekostiging Materiële Instandhouding ■ ■ ■ ■ ■ ■
Binnen/klein onderhoud; Buiten/groot onderhoud; Energie (gas, water, elektra); Schoonmaak; Tuin; Overige kosten.
* Levensduurverlengende renovatie is niet geregeld in de modelverordening, maar gemeente Zwolle ziet dat wel als een voorziening waarvoor bekostiging beschikbaar wordt gesteld.
Verordening De gemeente Zwolle heeft een permanente opdracht om te voorzien in adequate huisvesting voor onderwijs en bewegingsonderwijs zodat het onderwijs te allen tijde doorgang kan vinden. Deze wettelijke zorgplicht heeft de gemeente Zwolle sinds 1997 van de rijksoverheid overgedragen gekregen en staat beschreven in de Wet op het Primair onderwijs (WPO), de wet op de Expertisecentra (WEC)en de wet op het Voortgezet onderwijs(WVO). Op basis van deze wetgeving heeft de Vereniging van Nederlandse
■ ■
■
Gemeente Zwolle
(vervangende) nieuwbouw*; Capaciteitsuitbreiding; Eerste richting; Constructiefouten; Vandalisme; Calamiteit (brand).
■
Gemeenten (VNG) een modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs opgesteld. Deze verordening bevat een beoordelingskader voor bekostigingsvraagstukken waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft. Gemeente Zwolle heeft deze modelverordening als uitgangspunt genomen8 en vertaald naar een Zwolse verordening. Naast inhoudelijke toetsingskaders biedt de verordening ook procesmatige kaders. In de verordening staat onder andere het volgende beschreven:
Jaarlijkse cyclus ‘Programma voorzieningen Onderwijshuisvesting’ Gemeente Zwolle heeft de wettelijke taak om een jaarlijkse cyclus “Programma voorzieningen Onderwijshuisvesting” te organiseren. Via deze cyclus kunnen schoolbesturen bekostiging aanvragen ten behoeve van een tijdelijke of permanente voorziening. In de huisvestingsverordening van de gemeente Zwolle staan de type voorzieningen en de voorwaarden waaraan de aanvraag moet voldoen nader beschreven. De huisvestingsverordening vormt het toetsingskader voor het beoordelen van de ingediende aanvragen. Wanneer een aanvraag voldoet, wordt deze op het programma geplaatst. Voldoet een aanvraag niet, dan wordt deze op het overzicht geplaatst. Ten aanzien van beiden organiseert de gemeente Zwolle een “op overeenstemming gericht overleg” (OOGO). Tijdens dit overleg worden met alle schoolbesturen de aanvragen besproken die op het Programma of het overzicht worden geplaatst. Na besluitvorming in het OOGO vindt besluitvorming door het college en de gemeenteraad plaats. De essentie van de huisvestingsprogramma cyclus is tweeledig. Ten eerste zorgt het ervoor dat de gemeente handelt volgens de wet en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ten tweede biedt het programma de gemeente de mogelijkheid om de financiële consequenties van de bekostiging van voorzieningen tijdig te verwerken in haar begroting.
De financiële middelen worden beschikbaar gesteld in januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin een aanvraag is ingediend.
hoe een schoolbestuur een aanvraag voor bekostiging van een tijdelijke dan wel permanente voorziening kan indienen; aan welke eisen een aanvraag moet voldoen; hoe de gemeente Zwolle deze aanvraag in behandeling moet nemen; hoe het besluitvormingstraject moet worden doorlopen voor het al dan niet beschikbaar stellen van de bekostiging. Een schoolbestuur kan voor de huisvesting onder andere bekostiging bij de gemeente Zwolle aanvragen voor de volgende typen voorzieningen: Voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Herstel van constructiefouten. Herstel van vervanging in verband met schade aan een gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair in geval van bijzondere omstandigheden. Huur van een sportterrein, dat niet in het bezit is van een bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening.
Schoolbesturen kunnen volgens de uitgangspunten van de Zwolse verordening, via het jaarlijkse Programma onderwijsvoorzieningen, een aanvraag indienen voor bekostiging van onder andere uitbreidingsvraagstukken, (vervangende) nieuwbouw, levensduurverlengende renovatie, onderwijs leerpakket, meubilair, et cetera. De benodigde dekking voor het Programma onderwijsvoorzieningen wordt jaarlijks geregeld via de Perspectiefnota (PPN). Echter, in de Zwolse situatie vragen de schoolbesturen voor (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie geen bekostiging aan via het Programma onderwijsvoorzieningen. Aanleiding hiervan is dat deze vraagstukken zijn omschreven in het voormalig Masterplan onderwijshuisvesting en de notitie Toekomstgerichte Onderwijsvoorzieningen Zwolle. Hieraan hebben de schoolbesturen zich via het OOGO gecommitteerd waardoor voor deze vraagstukken draagvlak is onder de schoolbesturen. De gemeente Zwolle regelt dekking voor deze vraagstukken via de perspectiefnota. Uiteindelijk wordt in een later stadium via een separaat voorstel aan de gemeenteraad een investeringskrediet aangevraagd.
8
gemeenten doen dat om de couleur locale aan te brengen. In praktijk betekent dit dat gemeenten de modelverordening van VNG op onderdeel aanpassen. Ook gemeente Zwolle heeft dat gedaan. De verordening van de gemeente Zwolle heet: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Zwolle 2016.
Inhoud
60
Gemeenten zijn vrij om af te wijken van de modelverordening. Veel
Bijlage 1 Zorgplicht en verordening
61
Bijlage 2
Kernzaken uit de verordening
Verordening De gemeenteraad stelt bij verordening een regeling vast met betrekking tot de voorzieningen in de huisvesting zoals beschreven in de onderwijshuiswetten. De meest recente verordening onderwijshuisvesting van de gemeente Zwolle is voor het laatst vastgesteld op 5 maart 2016. De gemeente Zwolle heeft een structurele opdracht: zorgen voor adequate huisvesting voor onderwijs en bewegingsonderwijs. Onderwijs moet altijd doorgaan. Deze wettelijke zorgplicht is sinds 1997 belegd bij gemeenten en vastgelegd in de WPO (Wet op Primair Onderwijs), WEC (de Wet op de Expertisecentra) en WVO (de Wet op het Voortgezet Onderwijs). Op basis van deze wetten heeft de VNG een modelverordening opgesteld. Deze biedt het beoordelingskader voor huisvestingsvragen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Zwolle hanteert deze verordening als uitgangspunt. Inhoudelijk én procesmatig.
Grondslag en definitie bouwheerschap Een schoolbestuur is meestal de bouwheer bij onderwijshuisvesting. Dat staat zo in de WPO, WEC en WVO. De gemeente stelt het geld beschikbaar, en het schoolbestuur zorgt dat er een voorziening komt. Tenzij schoolbestuur en gemeente iets anders afspreken: dan kan de gemeente zelf bouwen. De bouwheer voert het project uit, van begin tot eind. Hij mag beslissingen nemen en contracten tekenen namens het project. Ook is hij formeel opdrachtgever. Zijn rol vraagt dus mandaat en rechtspersoonlijkheid. Zijn er meerdere partijen betrokken? Dan moet één partij het bouwheerschap op zich nemen, eventueel via een apart orgaan. De bouwheer moet zich houden aan alle wettelijke regels. Denk aan het Bouwbesluit, ruimtelijke procedures en de vergunningen voor bouwen en gebruik. Bij het vernieuwen van schoolgebouwen draait alles om kwaliteit, continuïteit en verantwoordelijkheid. De wet geeft schoolbesturen het recht om zelf uitvoering te geven aan nieuwbouw of renovatie. Daarmee zijn zij in principe de bouwheer. De praktijk laat zien dat deze rol vraagt om professionele sturing en duidelijke afspraken. Zeker bij projecten waarin meer speelt dan alleen het gebouw. Denk aan gebiedsontwikkelingen, veranderende leerlingaantallen of ambities op duurzaamheid.
Daarom kiezen gemeente en schoolbesturen in Zwolle voor een heldere werkwijze waarbij de rol van bouwheer per project samen wordt bepaald.
Positionering eigendom (juridisch) Op basis van wetgeving wordt het gebouw en terrein aan schoolbesturen in eigendom overgedragen, tenzij anders wordt besloten. Indien de beoogde huisvesting niet voldoet aan de eisen van het schoolbestuur voor de eigendomsoverdracht (juridisch eigendom), dan geeft het college deze aan het bevoegd gezag in gebruik. Deze situatie kan zich voordoen als verschillende functies/ organisaties onder één dak gehuisvest worden zoals bij multifunctionele accommodaties. Indien de gemeente (een deel van) het gebouw in gebruik geeft aan het bevoegd gezag, blijft de gemeente juridisch eigenaar van het gebouw. In dat geval maakt de gemeente met het bevoegd gezag afspraken over de uitvoering en bekostiging van de vastgoedtaken in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Door zaken voor onbepaalde tijd vast te leggen hebben gemeente en schoolbesturen zekerheid over het gebruik van het schoolgebouw en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en bekostiging van de instandhouding van het schoolgebouw.
De gemeente Zwolle erkent het formele recht van uitvoering van schoolbesturen. Dat is het vertrekpunt. Tegelijkertijd vraagt elk project om een afweging: wie is in deze situatie het beste in staat om het bouwproces te begeleiden en de ambities waar te maken? Zwolle kiest voor een aanpak waarin inhoud en organisatie met elkaar in balans zijn.
gebouw, door een onafhankelijk adviesbureau, onderwerpen aan een conditiemeting conform de richtlijnen uit de NEN 2767. Gemeente Zwolle bekijkt bij een verzoek van een bevoegd gezag voor teruggave van een schoolgebouw aan de gemeente of deze nog benodigd is voor onderwijs. Als dat niet het geval is wordt het schoolgebouw intern bij de gemeente bij een afdeling gepositioneerd.
In de definitiefase van ieder huisvestingsproject bepalen gemeente en schoolbestuur wie de rol van bouwheer op zich neemt. De afweging is gebaseerd op: ■ De inhoudelijke en ruimtelijke complexiteit van het project. ■ De ervaring en capaciteit van het schoolbestuur. ■ Kansen om het project te koppelen aan wijk- of stadsontwikkeling. ■ De behoefte aan bestuurlijke of technische continuïteit. ■ Lessen uit eerdere projecten.
Hoofdvestiging en nevenvestiging9 In het basisonderwijs kan een school op verschillende locaties gebouwen (vestigingen) hebben. Een school heeft altijd een hoofdvestiging. Deze heeft in de Basisregistratie Instellingen (BRIN) het vestigingsvolgnummer 00. Een school kan daarnaast nog andere vestigingen hebben waar onderwijs wordt gegeven. Dit zijn nevenvestigingen of dislocaties. Nevenvestigingen hebben in BRIN een vestigingsvolgnummer dat hoger is dan 00. Dislocaties hebben geen BRIN en dus ook geen vestigingsnummer.
De gemaakte keuze wordt vastgelegd in een nota van uitgangspunten. Rolverdeling in de praktijk ■ Het schoolbestuur heeft het formele recht om bouwheer te zijn. ■ Gemeente en schoolbestuur bespreken samen wie de rol invult. ■ De bouwheer bewaakt het Programma van Eisen, de kosten, de planning en de uitvoering.
Een nevenvestiging is in de wet gedefinieerd als een deel van een school dat op de plaats waar het onderwijs wordt gegeven, voordat het een deel van de school werd, als zelfstandige school functioneerde. Een bevoegd gezag krijgt alleen bekostiging voor een leerling als deze op een erkende hoofdvestiging of een erkende nevenvestiging is ingeschreven. Een erkende vestiging is goedgekeurd door de minister van OCW en staat geregistreerd bij DUO. Alleen erkende vestigingen hebben een BRIN-nummer.
Alle betrokken partijen stemmen de communicatie, besluitvorming en verantwoordelijkheden af in de nota van uitgangspunten. Voordelen van deze aanpak ■ Sluit aan bij ieders formele rol en expertise. ■ Geeft ruimte om te sturen op kwaliteit en continuïteit. ■ Voorkomt onduidelijkheid tijdens het proces. ■ Biedt flexibiliteit én duidelijkheid voor alle betrokkenen. ■ Legt de basis voor een goed functionerend gebouw – technisch én onderwijskundig.
Indien een bevoegd gezag voor een school voor regulier basisonderwijs een nevenvestiging wil aanvragen, dan moet de school voldoen aan een van de volgende voorwaarden: ■ De nevenvestiging heeft minimaal 23 leerlingen en binnen een straal van 2 km is geen andere basisschool. ■ De nevenvestiging heeft minimaal 50 leerlingen en binnen een straal van 3 km is geen andere basisschool van dezelfde richting. ■ De nevenvestiging heeft minimaal 23 leerlingen en binnen een straal van 5 km is geen andere basisschool van dezelfde richting. ■ Het gaat om een nevenvestiging van een openbare school en binnen een afstand van 10 km (over de weg gemeten) is geen andere openbare basisschool.
Einde gebruik onderwijsgebouwen en terreinen Een bevoegd gezag kan om verschillende redenen het college schriftelijke mededelen dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school. Door bijvoorbeeld vervangende nieuwbouw of door het beëindigen van het voortbestaan van een school stopt het onderwijsgebruik in een schoolgebouw. Op dat moment komt het gebouw terug naar de gemeente. Indien hiervan sprake is stelt het college, op basis van de uitgangspunten uit haar huisvestingsverordening, vast of er sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein en maakt gemeente Zwolle afspraken met het schoolbestuur over de teruggave van het gebouw. Voor het kunnen beoordelen of er sprake is van achterstallig onderhoud laat de gemeente het
9
Inhoud
62
Bron: website DUO
Bijlage 2 Kernzaken uit de verordening
63
Bijlage 3 ■
Het aantal nevenvestigingen van de school is niet hoger dan het aantal leerlingen gedeeld door 290 (afronden naar beneden).
uitstel het onderwijs zou schaden. Vanaf 1 januari 2024 hanteert Zwolle de VNG-modelverordening. Daarmee is de verordening altijd actueel en zijn recente wetswijzigingen verwerkt. De meest recente versie dateert van 3 november 2020 en bevat onder meer: ■ nieuwe profielen voor het vmbo; ■ aangepaste categorieën voor het gespecialiseerd onderwijs; ■ vervallen van de gewichtenregeling.
Dislocatie Een dislocatie is een deel van een school – in een ander gebouw en op een andere locatie dan het hoofdgebouw – waarmee feitelijk ruimtegebrek in het hoofdgebouw van de school wordt opgevangen (hierna: dislocatie). Overigens kunnen ook nevenvestigingen dislocaties hebben. Een dislocatie is dus een middel van de gemeente om te voldoen aan haar plicht zorg te dragen voor adequate huisvesting van scholen en is niet een wettelijke onderwijseenheid – zoals een nevenvestiging – die als zodanig voor (extra) bekostiging in aanmerking kan komen. Het komt voor dat scholen dislocaties hebben die vele honderden leerlingen tellen. Dit verschijnsel doet zich vooral voor bij dislocaties in nieuwbouwwijken. Klein begonnen, groeien die dislocaties mee met de wijk en bereiken dan een omvang die ver uit kan gaan boven de hoofdvestiging in de oude kern van een gemeente. Deze dislocaties bevinden zich vaak op relatief grote afstand van de hoofdvestiging van de school, maar moeten de basisfaciliteiten van de school – zoals de directieformatie – delen met de hoofdvestiging. Op grond van de huidige wetgeving is het zelden mogelijk die dislocatie om te zetten in een zelfstandige «afgesplitste» nieuwe school. De Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) werpt daarvoor op het moment een barrière op en wel ten aanzien van de eisen waaraan moet worden voldaan om een school te kunnen stichten.
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst32760-3.html
Daarnaast zijn formuleringen aangescherpt en de normbedragen geactualiseerd. De modelverordening is te raadplegen via de website van de VNG. Maximaal inzet op verhuur en medegebruik Bij langdurige leegstand wordt ingezet op medegebruik van ruimten voor culturele, maatschappelijke of recreatieve functies. Met toestemming van het college kan het schoolbestuur ook ruimte verhuren aan commerciële partijen, zoals kinderopvangorganisaties. Het college kan hieraan de voorwaarde verbinden dat een financiële vergoeding wordt betaald. De regels voor medegebruik en verhuur zijn vastgelegd in hoofdstuk 4 van de verordening. Gymnastieklokalen De verordening onderwijshuisvesting bevat minimumnormen voor gymnastieklokalen. Deze zijn uitgewerkt in het standaard handboek huisvesting bewegingsonderwijs van de KVLO, de landelijke beroepsvereniging voor vakdocenten. Zwolle hanteert dit handboek als richtlijn voor de bouw en inrichting van nieuwe gymzalen en sporthallen. Het wordt onderschreven door de afdeling Sport van de gemeente en de vakdocenten van SportService Zwolle.
College en gemeenteraad – besluitvorming Naast alle bovengenoemde rollen hebben het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad een besluitvormende rol bij: Het jaarlijkse Programma voorzieningen onderwijshuisvesting . Het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan. Het actualiseren van de financiële paragraaf in de begroting via de PPN. Het vaststellen van kredieten voor projecten.
Onderbouwing Prioritering
Toelichting prioritering vraagstukken Zwolle heeft te maken met een forse vernieuwingsopgave in de onderwijshuisvesting. De stad groeit, verandert en vraagt om schoolgebouwen die meegroeien. Met de kinderen, met de wijken, met de stad. Om daarin samen koers te houden is in dit IHP een prioritering van vraagstukken opgenomen. Deze is gebaseerd op de prioriteringstabel uit het IHP 2020 en aangevuld met actuele ontwikkelingen in de stad. Voor deze actualisatie van het IHP is gekozen voor een planningshorizon van zestien jaar. Die termijn is opgedeeld in vier tijdvakken van vier jaar. Gelijk aan een collegeperiode. Zo ontstaat een stevige bestuurlijke basis die ruimte biedt aan concrete uitvoering én strategische doorkijk. De eerste vier jaar richten zich op realisatie, de volgende 12 jaar verdeel in drie tijdvakken geven richting aan keuzes voor de lange termijn. Met deze horizon is de volle omvang van de vernieuwingsopgave zichtbaar. En daarmee ook de noodzaak om door te pakken. Want om daadwerkelijk stappen te zetten, vraagt het IHP niet alleen om visie en prioriteit. Maar ook om commitment. De gemeente Zwolle heeft de sleutel in handen om met harde financiële toezeggingen het verschil te maken. Alleen dan is te bouwen aan sterke scholen in sterke wijken. En aan een stad waar ieder kind de ruimte krijgt om te groeien.
nieuwbouw voor De Springplank te koppelen aan een bredere herschikking binnen het primair onderwijs. Aanleiding hiervoor zijn de plannen van OCW om de kleine scholentoeslag en de gemiddelde opheffingsnorm af te schaffen. De vernieuwing van De Springplank biedt dus niet alleen kansen voor de woningbouwopgave, maar ook voor het realiseren van toekomstbestendige scholen in omvang en spreiding. Holtenbroek – De Toonladder, Carillon, Vrije school, Het Speelwerk, Het Facet, Buitenwijs, Al Amana (Wijkgerichte aanpak) De basisscholen en scholen voor gespecialiseerd (basis)onderwijs in Holtenbroek kregen in het IHP van 2020 een hoge prioritering. Gezien de leeftijd van de wijk ligt dat voor de hand. Veel scholen dateren uit de tijd van de stadsuitbreiding in de jaren ’60. De komende jaren gaan gemeente en schoolbesturen hier concreet mee aan de slag. Zo is in 2025 een gezamenlijk visietraject gestart om het onderwijslandschap in Holtenbroek opnieuw te vullen. Centrale vraag: hoe organiseren we het onderwijs zó dat kinderen in Holtenbroek maximaal profiteren van passend en inclusief onderwijs? Daarbij gaat het om de samenwerking tussen traditionele basisscholen, conceptscholen en scholen voor gespecialiseerd (basis)onderwijs.
Tijdvak 1: 2026-2029 (start initiatieffase)
In het kader van dit IHP zijn gesprekken gevoerd met de schoolbesturen die nu gevestigd zijn in Holtenbroek. Doel van deze gesprekken was af te stemmen of de huidige scholen met een wijkoverstijgend voedingsgebied – de zogenoemde conceptscholen – in de toekomst nog in Holtenbroek gehuisvest blijven. Dat gesprek is relevant omdat Holtenbroek, vergeleken met andere Zwolse wijken, relatief veel conceptscholen telt. Niet al deze scholen behouden in de toekomst een plek in de wijk. Verplaatsing naar een andere wijk is dus niet uitgesloten.
De Springplank (Gebiedsontwikkeling) In Noorderkwartier speelt een concreet huisvestingsvraagstuk waarvoor her-prioritering noodzakelijk is ten opzichte van het IHP 2020. Het gaat om De Springplank (basisonderwijs). De school staat letterlijk in de weg voor geplande gebiedsontwikkeling voor woningbouw. Deze ontwikkeling komt stil te liggen als de school op de huidige plek blijft. Voor De Springplank betekent dit een her prioritering waardoor deze basisschool stevig naar voren schuift ten opzichte van het IHP uit 2020. Niet alleen vanwege de woningbouwontwikkeling, maar ook vanwege landelijke beleidsveranderingen. Het schoolbestuur onderzoekt de mogelijkheid om de vervangende
Hanteren van de model verordening van de VNG De verordening regelt de spelregels voor onderwijshuisvesting. Schoolbesturen in Zwolle kunnen jaarlijks aanvragen indienen voor nieuwbouw, uitbreiding en andere voorzieningen. Bij acute situaties is een spoedaanvraag mogelijk, als
Inhoud
64
Bijlage 3 Onderbouwing Prioritering
65
Het visietraject verkent welke combinaties, concentraties of samenwerkingen het beste aansluiten bij de kinderen, de wijk en de ambities van Zwolle. Deze aanpak legt de basis voor doordachte keuzes in huisvesting. Niet elke school hoeft apart vernieuwd. Soms biedt een gezamenlijke oplossing meer ruimte en meer toekomst. Holtenbroek verdient scholen die passen bij de kinderen van nu én straks. Stevig verankerd in een wijk die opnieuw in beweging komt.
huidige locatie biedt beperkte ontwikkelruimte, zeker als daar straks ook andere voorzieningen bij komen. Deze situatie onderstreept het belang van goede ruimtelijke afstemming én een integrale benadering van het voorzieningenaanbod in Aa-landen. Alleen zo lukt het om zowel het gespecialiseerd als regulier onderwijs toekomstbestendig te huisvesten en tegelijk de wijk als geheel te versterken. Veerallee – Carolus Clusius College (Gebouwgerichte aanpak) Het Carolus Clusius College (CCC) kreeg in het IHP van 2020 een hoge prioriteit. In dat plan zijn de verschillende gebouwdelen van het CCC echter los van elkaar beoordeeld en verspreid over meerdere jaren geprogrammeerd. Dat heeft geleid tot een gefragmenteerde benadering van een opgave die juist om integraliteit vraagt. In deze actualisatie van het IHP zijn de gebouwdelen samengevoegd tot één geheel. Zo ontstaat ruimte voor een complete en samenhangende vernieuwing van het gebouw. Het Carolus Clusius College is een groot en intensief gebruikt schoolgebouw dat in de afgelopen decennia meerdere keren is uitgebreid. Het resultaat is een lappendeken van bouwdelen met uiteenlopende technische staat en sterk wisselende functionele kwaliteit. Dit heeft directe gevolgen voor het binnenklimaat: sommige delen van het gebouw zijn structureel te warm in de zomer en te koud in de winter.
Leerlingen en medewerkers ervaren hierdoor minder comfort, wat ten koste gaat van het leeren werkklimaat. De huidige staat van het gebouw vraagt om een integrale vernieuwingsaanpak. Niet in stappen, maar als samenhangend geheel. Daarmee krijgt het Carolus Clusius College een gebouw dat aansluit op de kwaliteit van het onderwijs die de school nastreeft. Én op de ambities van Zwolle voor toekomstgerichte onderwijshuisvesting.
Aa-landen – De Wilgenburg, De Aquarel, De Werkschuit, De Wieden en De Twijn (Wijkgerichte aanpak) De scholen in Aa-landen kregen in het IHP van 2020 een hoge prioriteit. Die lijn blijft overeind. Net als in Holtenbroek ligt hier een kans om alle onderwijsvoorzieningen in samenhang te vernieuwen. Gemeente Zwolle ziet mogelijkheden om deze opgave niet alleen bouwkundig, maar ook sociaal-maatschappelijk te benutten. Schoolgebouwen worden dan meer dan klaslokalen. Het worden plekken die bijdragen aan kansengelijkheid, ondersteuning in de wijk en verbinding tussen mensen. De schoolbesturen in Aa-landen delen dit perspectief. In samenwerking met de gemeente hebben de schoolbesturen voor de zomervakantie van 2025 een gezamenlijke visie opgesteld en vastgesteld (Visie Onderwijs Aa-landen documentnummer 250603). In deze visie ligt de nadruk op sterke samenwerking tussen scholen onderling en met partners in de wijk. Er ontstaat ruimte om het onderwijs toekomstbestendig te organiseren, zowel kwalitatief als organisatorisch. De wijk verdient voorzieningen die aansluiten bij de kinderen én bij de mensen om hen heen. Niet versnipperd, maar verbonden. Niet tijdelijk, maar structureel. Deze visie vormt de onderlegger voor de initiatieffase die in 2026 van start gaat.
In deze initiatiefase wordt de visie verder uitgewerkt, in lijn met de uitgangspunten uit hoofdstuk 3 van dit IHP: onderwijs dat raakt en verbindt. Daarbij draait het niet om één gebouw, maar om een netwerk van voorzieningen die samen een stevig fundament leggen onder het onderwijs én de wijk.
Herfte – De Ambelt (Gebouwgerichte Aanpak) De prioritering van De Ambelt sluit aan bij de lijn uit het IHP 2020. Het gaat hier specifiek om de gebouwen van De Ambelt die gevestigd zijn op één locatie in Herfte. Deze locatie huisvest een onderwijsaanbod voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en vraagt om een toekomstbestendige en stabiele basis. De huidige situatie bestaat uit meerdere gebouwonderdelen met uiteenlopende leeftijd en kwaliteit. Een integrale aanpak is nodig om dit te doorbreken. Alleen door het geheel als één project te benaderen ontstaat een goed functionerende onderwijsomgeving waarin rust, structuur en maatwerk centraal staan. Vandaag en in de toekomst. De vernieuwing van De Ambelt
Voor De Twijn ligt een complexe ruimtelijke opgave. De ambitie is om het gespecialiseerd onderwijs op termijn onder te brengen op één locatie: een unilocatie voor alle leerlingen van De Twijn. Tegelijk ontstaat in de wijk het perspectief om het basisonderwijs meer te concentreren in elkaars nabijheid. Die combinatie maakt het vinden van een passende plek voor De Twijn extra uitdagend. De
biedt ruimte om het gespecialiseerd onderwijs in Zwolle duurzaam te verankeren. Door te investeren in één samenhangende locatie ontstaat perspectief op kwalitatief sterk onderwijs, toegankelijke ondersteuning en een veilige plek voor leerlingen die dat het hardst nodig hebben.
stopt niet bij de gemeentegrens. Daarom is een gemeente overstijgend antwoord nodig: één dat zicht biedt op het aantal GBO-scholen, hun omvang en hun spreiding in de regio. In het eerste tijdvak start een brede initiatieffase. Die brengt onderwijs, huisvesting en regionale spreiding samen in één doordachte aanpak. Zo ontstaat ruimte voor duurzame keuzes – voor gebouwen die passen bij de opdracht van het GBO én bij de behoeften van de kinderen die hier onderwijs volgen.
De Schatgraver (Beoordeling van gebouw IHP 2020) Basisschool De Schatgraver is op dit moment gehuisvest in twee verschillende gebouwen. De hoofdvestiging is gevestigd in Ittersum aan de Van Houtenlaan 1-A. De dislocatie in ZwolleZuid aan de Tichelmeesterlaan 45 (medegebruik bij OBS De Marshof). In het IHP van 2020 is De Schatgraver al in beeld gekomen voor vernieuwing. Sindsdien is de opgave breder geworden. Naast de noodzaak om het oudste gebouw te vervangen, ligt er ook een duidelijke wens om toe te werken naar één gezamenlijke locatie. Een unilocatie. Deze combinatie van vraagstukken vraagt om een zorgvuldige en integrale aanpak. Daarom start in het eerste tijdvak een brede verkenning. Doel is om helder te krijgen hoe De Schatgraver, verdeeld over twee gebouwen, in toekomstbestendig en op één plek te huisvesten is. De gemeente Zwolle ziet kansen om deze unilocatie te realiseren, zowel ruimtelijk als inhoudelijk. Tegelijkertijd vraagt dit om samenwerking met andere schoolbesturen in de wijk. Alleen door samen op te trekken ontstaat ruimte voor gedragen oplossing die werkt voor leerlingen, ouders, schoolteam én de wijk. De verkenning vormt een eerste stap richting een oplossing die voor de school meer rust, samenhang en kwaliteit biedt. In de huisvesting, organisatie én in het onderwijsaanbod.
De Campherbeek en De Duyvencamp (Wijkgerichte aanpak) De twee basisscholen in Berkum zijn in deze actualisatie iets naar voren gehaald ten opzichte van het IHP 2020. Die verschuiving is logisch gezien de leeftijd van de gebouwen, maar is ook strategisch. De wijk Berkum ligt tegen het plangebied aan van de toekomstige woningbouwontwikkeling Vechtpoort. De komst van duizenden woningen in dit gebied heeft effect op de bestaande scholen in Berkum. Gemeente Zwolle en de betrokken schoolbesturen staan voor een gezamenlijke opgave. Zij moeten keuzes maken over het aantal, omvang en de spreiding van onderwijsvoorzieningen in zowel Berkum als Vechtpoort. De vernieuwing van de scholen in Berkum is daarom niet te zien van de ontwikkeling van Vechtpoort. Het is nodig om één overkoepelende strategie te ontwikkelen. Een strategie die anticipeert op de toekomstige vraag uit Berkum én op de verwachte leerlingen in Vechtpoort. En die daarbij rekening houdt met het tempo van de gebiedsontwikkeling. De mate waarin het vraagstuk van Berkum de komende jaren beweegt, hangt dan ook direct samen met de ontwikkelsnelheid van Vechtpoort. Versnelling is mogelijk, maar vertraging ligt evenzeer op tafel. Wat vaststaat: Berkum en Vechtpoort vragen om regie, afstemming en een gezamenlijke blik op de lange termijn.
Alleen dan ontstaan voorzieningen die passen bij de groei van de stad én bij de kracht van de wijk.
De Brug en De Sluis (Beoordeling van gebouw IHP 2020) De Brug en De Sluis, twee scholen voor gespecialiseerd basisonderwijs, zijn beide toe aan vernieuwde huisvesting. De gebouwen dateren uit de jaren ’60 en zijn inmiddels 65 jaar oud. Niet verrassend dus dat ze in het IHP 2020 hoog geprioriteerd zijn. De staat van de huisvesting doet onvoldoende recht aan de doelgroep die hier onderwijs volgt. Maar het vraagstuk gaat verder dan alleen verouderde gebouwen. Binnen het kader van passend onderwijs en de visie van dit IHP vraagt het gespecialiseerd basisonderwijs om een herbezinning. De leerlingenaantallen lopen al enkele jaren terug. Dat roept de vraag op hoe Zwolle – en ook de regio – deze voorziening toekomstbestendig organiseert. Niet alleen het of, maar ook het hoeveel, hoe groot en waar ligt opnieuw op tafel. Deze opgave
Inhoud
66
Bijlage 3 Onderbouwing Prioritering
67
Bijlage 4 Parameters beoordeling kwaliteit onderwijsvoorzieningen Tijdvak 2: 2030-2033 (start initiatieffase)
Tijdvakken 3 en 4: 2034-2041
Ridder Joris en Westwijs (Wijkgerichte aanpak) De basisscholen in Westenholte bevinden zich in sterk verouderde gebouwen. Net als in Holtenbroek vraagt de vernieuwingsopgave hier om een integrale aanpak. De technische staat van de panden, de veranderende onderwijsbehoefte en de maatschappelijke rol van scholen in de wijk komen samen in één duidelijke opgave: vernieuwen met visie. In vergelijking met het IHP 2020 is Westenholte in deze actualisatie iets naar voren gehaald. De combinatie van urgentie en strategisch belang rechtvaardigt deze keuze.
Voor dit tijdvak zijn de vraagstukken niet nader geduid. Deze liggen te ver weg in de tijd. De huidige prioritering biedt richting en vraagt de komende jaren om nadere uitwerking. Nieuwe IHP-actualisaties bieden ruimte om de uitvoeringsvolgorde te verfijnen, afgestemd op huisvestingsmogelijkheden en de voortgang van parallelle projecten. Daarbij geldt nadrukkelijk dat deze vraagstukken niet buiten de scope van de zestienjarige planningshorizon vallen (2026-2041).
Florens Radewijnschool (Beoordeling van gebouw IHP 2020) In Windesheim staat één basisschool. Deze school vervult, samen met het dorpshuis, een centrale rol in het dorp en functioneert als ontmoetingsplek voor kinderen, ouders en bewoners. Bij de geplande vernieuwing wordt daarom nadrukkelijk de verbinding gezocht met het naastgelegen dorpshuis. Door onderwijs en gemeenschapsfunctie te combineren ontstaat een plek die meer is dan een school – een kloppend hart voor Windesheim. De vernieuwingsopgave biedt ruimte om voorzieningen slim te bundelen, en zo toekomst en draagvlak te versterken.
Prioritering IHP 2020 Leeftijd Score
Punten
Het gebouw is tussen de 0 en 39 jaar. Zowel de technische als functio nele levensduur zijn nog niet verstreken
3
Het gebouw is tussen de 40 en 59 jaar. De technische levensduur is nog niet verstreken maar de functionele
2
levensduur wel Het gebouw is 60 jaar of ouder. Zowel de technische als functionele levensduur is verstreken
1
Bouwkundig Score
Punten
Conform NEN 2767 - niveau 3
3
Conform NEN 2767 - niveau 4
2
Conform NEN 2767 - niveau 5/6
1
Functioneel Score
Punten
Passend bij hedendaags onderwijs
3
Met aanpassingen en enigszins behelpen is hedendaagsonderwijs mogelijk
2
Voldoet niet aan de eisen van het hedendaags onderwijs
1
Duurzaam Punten
Voortgezet onderwijs (Gebouw gerichte aanpak) De prioritering van de huisvestingsvraagstukken binnen het voortgezet onderwijs sluit grotendeels aan op het IHP 2020. De opgaven zijn bekend, de urgentie blijft overeind en de meeste scholen behouden hun plek in de tijdlijn. Tijdelijke huisvesting speelt een bepalende rol in de volgorde van uitvoering. Vooral wanneer scholen op hun huidige locatie terugkomen. In die situaties is tijdelijke uitplaatsing nodig om vernieuwing mogelijk te maken. De beschikbaarheid en geschiktheid van tijdelijke huisvesting bepaalt daarmee het tempo waarin projecten starten en afronden. Een strategische inzet van bestaande schoolgebouwen als tijdelijke locatie geeft ruimte om voortgang te organiseren binnen het totaal aan Zwolse VOopgaven. Dit IHP heeft de volgende scholen in het derde tijdvak geplaatst: ■ Gymnasium Celeanum ■ Thorbecke Scholengemeenschap (locatie Dr. Van Heesweg - Oosterenk) ■ Greijdanus College ■ Thorbecke Scholengemeenschap (locatie Russenweg - Voorst)
In het gebouw (installaties en bouwkundig) zijn aanzienlijke ingrepen gedaan ten behoeve van het verduurzamen
3
In het gebouw zijn beperkte ingrepen gedaan ten behoeve van het verduurzamen
2
In hetgebouw zijn geen ingrepen gedaan ten behoeve van het verduurzamen
1
Exploitatie Score
Punten
Is te exploiteren binnen het gangbare gemiddelde van het schoolbestuur
3
Overschrijdt > 10% van het gangbare gemiddelde
2
Overschrijdt > 30% van het gangbare gemiddelde
1
Inhoud
68
Bijlage 4 Prioritering IHP 2020
69
Bijlage 4 Prioriteringstabel IHP 2020 School
Adres
LEEFTIJD
BOUWKUNDIG
FUNCTIONEEL
DUURZAAMHEID
EXPLOITATIE
PUNTEN
PRIORITERING
Obadjaschool
Willem Barentszstraat 72
1
1
1
1
1
5
1
Carolus Clusius College
Kamperweg 1
1
2
1
1
1
6
2
Parkschool
Westerlaan 22
1
1
2
1
1
6
2
Toonladder
Bachlaan 158
2
1
1
1
1
6
2
Wilgenburg
Waallaan 7
2
1
1
1
1
6
2
Aquarel
Waallaan 6
2
1
1
1
1
6
2
Carillon Monteverdi
Monteverdielaan 202
2
1
1
1
1
6
2
Carolus Clusius College
Kamperweg 1
2
2
1
1
1
7
3
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 B (Veldhoek 2)
1
2
3
1
1
8
4
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 C (Veldhoek 4)
1
2
3
1
1
8
4
Carolus Clusius College
Kamperweg 1
3
2
1
1
2
9
5
Meander
Dobbe 37
2
2
3
1
1
9
5
Gymnasium Celeanum (dep.)
Westerlaan 40
1
2
2
2
2
9
5
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 H (Helmhorst)
2
2
3
1
1
9
5
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 J (Stenen school)
2
2
3
1
1
9
5
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 E (Vekdhoek 3)
3
2
3
1
1
10
6
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 K (Herfterhoek)
3
2
3
1
1
10
6
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 (centrum gebouw)
3
2
3
1
1
10
6
Ambelt - Herfte
Herftelaan39 A (Veldhoek 1)
3
2
3
1
1
10
6
Ambelt - Herfte
Herftelaan 39 F (Hathuis)
3
2
3
1
1
10
6
Carillon Bachlaan
Bachlaan 2
2
2
2
2
2
10
6
Werkschuit
Rijnlaan 200
2
2
2
2
2
10
6
Marshof Florens Radewijnsschool
Geert Grooteweg 23-25
2
2
2
2
2
10
6
CBS de Zuidster
Munterkamp 71
3
2
2
2
2
11
7
Wendakker, locatie Kopakker - disl
Dijkgraafhof 2
3
2
2
2
2
11
7
Ichthus (kleutergebouw)
Zwarteweg 74
1
1
3
3
3
11
7
De Brug
Ruiterlaan 14
2
1
3
2
3
11
7
Springplank
Beukenstraat 83
2
2
3
2
2
11
7
Stroomdal
Botlek 56
2
2
3
2
2
11
7
Thorbecke SG (A)
Dr. van Heesweg:1
3
2
2
2
3
12
8
Greijdanus College (C 1983 en 2004)
Campus 5
3
3
2
2
2
12
8
Greijdanus College (E 1983)
Campus 5
3
3
2
2
2
12
8
Greijdanus College (G1-G5 1983)
Campus 5
3
3
2
2
2
12
8
Thorbecke SG (VMBO)
Russenweg 3
3
3
1
2
3
12
8
Thorbecke SG (PRO)
Russenweg 3
3
3
1
2
3
12
8
Ambelt - Hengeveldcollege
Dr. Hengeveldweg 6
3
3
2
2
2
12
8
Twijn - Hengeveldcollege
Dr. Hengeveldweg 2
3
3
2
2
2
12
8
Greijdanus College (F-H 1995)
Campus 5
3
3
2
2
2
12
8
Thorbecke SG (B)
Dr. van Heesweg:1
3
2
2
2
3
12
8
Thorbecke SG (C)
Hengeveldcollege
3
2
2
2
3
12
8
De Vlieger, Ingelandenhof
Ingelandhof 1
3
2
1
3
3
12
8
Wendakker, locatie Vuurtorenstraat
Vuurtorenstraat 2
3
2
1
3
3
12
8
Ambelt - Oosterenk
Dr. Hengeveldweg 9
3
3
2
2
2
12
8
Wieden
Beulakerwiede 4
2
3
3
2
2
12
8
Eliezerschool
Hasselterdijk
2
2
3
2
3
12
8
Vrije School Michaël
Bachlaan 8
2
2
3
2
3
12
8
Praktijkschool (BOOG PRO)
Sleedoornstraat 1
1
3
3
3
2
12
8
Jenapleinschool
Enkstraat 69
1
3
3
3
3
13
9
Inhoud
70
Bijlage 4 Prioritering IHP 2020
71
Bijlage 4 Prioriteringstabel IHP 2020 (vervolg)_ School
Adres
LEEFTIJD
BOUWKUNDIG
FUNCTIONEEL
DUURZAAMHEID
EXPLOITATIE
PUNTEN
PRIORITERING
Ridder Joris
Korianderplein 45
3
3
2
2
3
13
9
Obadjaschool
tijdelijke huisv. W. Brszstr.
3
2
3
2
3
13
9
De Sluis
Zwarteweg 120
2
3
3
2
3
13
9
Campherbeek
Grotiuslaan 33
2
3
3
2
3
13
9
De Duyvencamp
Eikenlaan 23
2
3
3
2
3
13
9
Het Speelwerk
Bachlaan 152
2
3
3
2
3
13
9
De Vlieger, Papaverweg
Papaverweg 57
2
3
3
2
3
13
9
Het Facet
Palestrinalaan 915
2
3
3
2
3
13
9
Gymnasium Celeanum
Zoom 37
2
3
3
3
2
13
9
De Wingerd
Stokmeesterlaan 5
3
3
3
2
3
14
10
Marshof
Tichelmeesterlaan 45
3
3
3
2
3
14
10
Ambelt - Herfte
Herfterlaan 39
3
2
3
3
3
14
10
Zevensprong, Hoofdlocatie
Mannagras 30
3
3
3
2
3
14
10
Talentum
Ijsselcentraleweg 65
3
3
2
3
3
14
10
Smaragd
Esdoornstraat 10