CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 – Concept Omgevingsprogramma Bedrijventerreinen

Raad Besluitvormingsronde 19 januari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Omgevingsprogramma Bedrijventerreinen24.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29 Buck Consultants International

30 Buck Consultants International

4.4

Werklocatiepalet in Zwolle

In de ligging van werklocaties in Zwolle is de ontwikkeling van de stad terug te zien. De binnenstad van Zwolle vervult een centrale plaats tussen de verschillende terreinen en gebieden van Zwolle. Langs de belangrijkste verkeersassen (A28, Ceintuurbaan en IJsselallee) zijn in de loop der jaren gebieden met bedrijven ontstaan. Langs deze assen liggen nu de kantoor- en kennislocaties (onderwijs en ziekenhuis). De grotere bedrijventerreinen bevinden zich aan de uithoeken van de stad, het verst weg van het centrum. Door aanleg en uitbreiding van woonwijken zijn de bedrijventerreinen Voorst en Marslanden inmiddels (deels) omringd door het stedelijk weefsel. De verschillende bedrijventerreinen, kantooromgevingen en innovatiecampussen in Zwolle zijn ingedeeld naar de zes type werklocaties in figuur 4.3 (pagina 25). De indeling is gemaakt met het oog op de functionaliteit van de toekomst. Alle type werklocaties zijn terug te vinden in Zwolle, zowel nu als in de toekomst. •

Allereerst zijn de functionele bedrijfsomgevingen de locaties bij uitstek waar de stuwende bedrijvigheid zich vestigt. Dit zijn innovatieve bedrijven in de sterke sectoren van de stad, die zorgen dat de stad een economisch profiel heeft en zich onderscheidt van andere gemeentes in de regio en daarbuiten. Met Voorst en Hessenpoort heeft Zwolle twee terreinen waar deze bedrijven goed passen. Op deze terreinen zijn bedrijven in de krachtige Zwolse sectoren slimme (maak)industrie en e-commerce gevestigd. Goede bereikbaarheid, multimodale ontsluiting, voldoende fysieke ruimte en ruime milieucontouren zijn redenen voor bedrijven om zich hier te vestigen.

•

Naast stuwende bedrijvigheid heeft een stad ook behoefte aan ruimte voor verzorgende bedrijvigheid. Deze is vooral te vinden op de gemengde bedrijvenparken. Op deze terreinen zijn de vitale functies in de directe nabijheid van de stad gevestigd. Elke stad heeft ruimte nodig waar bouwmarkten, meubelwinkels, aannemersbedrijven en reparateurs kunnen landen. Bedrijven op deze terreinen hebben vaak de stad en de regio als verzorgingsgebied. In Zwolle zijn Marslanden, Voorsterpoort, De Vrolijkheid en Berkum gemengde bedrijventerreinen. Deze terreinen houden qua omvang per bedrijf, ruimtegebruik en hinder voor de omgeving het midden tussen de functionele bedrijfsomgevingen en de zakelijke kantooromgevingen.

•

Zakelijke kantooromgevingen liggen verspreid door Zwolle, elk met hun eigen doelgroep en uitstraling. In de Spoorzone (Hanzeland) staat verbinding centraal: bereikbaarheid over spoor en weg, in directe connectie met de HBO-campus Windesheim en met de innovatieve labs en bedrijven in het Innovatiedistrict Spoorzone. De kantoren langs de A28 (in de zuidwesthoek van Voorsterpoort en aan de Zwartewaterallee) staan bekend om hun hoogwaardige uitstraling en goede autobereikbaarheid. Hier staan de grootschalige kantoorpanden. In de stedelijke locaties aan de Burgemeester Roelenweg, bij het Provinciehuis en de rechtbank is de levendige omgeving in het stedelijke weefsel de kernkwaliteit. Deze locaties liggen dichtbij het centrum en woonwijken, waardoor de nadruk hier meer ligt op reuring in een groene omgeving.

31 Buck Consultants International

•

De woon-werklocaties in Zwolle zijn nog volop in ontwikkeling. Scholtensteeg, de kleinste van de twee, ligt aan de westzijde van Zwolle-Stadshagen. De Scholtensteeg wordt momenteel ontwikkeld tot woon-werkstraat waar ondernemers aan huis zelf hun ruimte kunnen ontwerpen en inrichten. Daarnaast wordt er de komende jaren ingezet op de transformatie van kantorenlocatie Oosterenk naar een levendige woon-werkwijk. Waar Oosterenk momenteel nog een zakelijke kantooromgeving is verandert dit met het toevoegen van woningen aan de oostzijde. Ten zuiden van het Isala ziekenhuis, dat ook deel uitmaakt van het terrein, verbindt de Oosterenk boulevard Zwolle met de nieuwe woningen ten oosten van de stad.

•

Het centrum van Zwolle, bestaande uit de Binnenstad en het Noordereiland, is een levendige mix van wonen, werken en voorzieningen. Het gebied vormt het hart van de stad en is met een variëteit aan horeca- en retailbedrijven een echte publiekstrekker. De binnenstad heeft een hoge aantrekkingskracht en zorgt ervoor dat starters zich in Zwolle willen (blijven) vestigen. Dit heeft een positieve uitwerking voor bedrijven in en rondom de stad die op zoek zijn naar talent.

•

Tot slot kent Zwolle drie innovatieomgevingen op strategische locaties in de stad. Deze terreinen fungeren als onderdeel van een andere werklocatie en zijn hier sterk mee verbonden. o Het voormalig Vishayterrein in het westelijk deel van De Vrolijkheid is omgevormd tot een creatieve hotspot voor techniek en transities en is omgedoopt tot ‘Makersfabriek’. Het terrein is een duurzame transitielocatie met focus op innovatie, ondernemerschap en vakmanschap. Het biedt ruimte aan (start-up) in de (chemische) maakindustrie en ICT om te starten en door te groeien. Daarnaast is het de locatie voor bedrijven om te werken aan transities, bijvoorbeeld met duurzame energie, hergebruik van materialen of klimaatadaptatie. o Op het Health Innovation Park, direct ten noorden van het Isala ziekenhuis op de Oosterenk, wordt ingezet op de health-sector. Het Isala-ziekenhuis heeft een sterke (boven)regionale functie en geldt als vliegwiel voor de speerpuntsector health. Door startende health-bedrijvigheid te clusteren en te combineren met volwassen bedrijven wordt hier kruisbestuiving bevorderd en vindt kennisaccumulatie plaats. o Het Innovatiedistrict Spoorzone Zwolle (noordzijde Spoorzone) richt zich op innovatie in de maak- en creatieve industrie.

Door de ligging direct naast het station kan de kennis en kunde van technici, studenten, onderzoekers en ondernemers uit de hele provincie aan elkaar worden gekoppeld. Innovatie op het gebied van high-tech maakindustrie, duurzaam bouwen en in de ICT wordt vervolgens toegepast op verschillende Zwolse bedrijventerreinen.

De functionele bedrijfsomgevingen (groen op de kaart) en de gemengde bedrijvenparken (rood) vormen samen de formele bedrijventerreinen (locaties die zijn opgenomen als bedrijventerrein in systemen, o.a. IBIS). Op deze locaties ligt in dit document de focus. Hier moeten de komende jaren stappen gezet worden om de terreinen toekomstbestendig te maken. Het zijn bij uitstek de plekken waar wordt gewerkt aan de transities en waar innovatie wordt toegepast. Een sterke samenhang met locaties waar deze innovatie ontwikkeld wordt (op innovatie-, kennis- en kantooromgevingen) is daarom erg belangrijk en vormt een onderdeel van de uitwerking van de terreinen in hoofdstuk 5.

32 Buck Consultants International

Toekomstige profilering van de Zwolse werklocaties

Figuur 4.3 – Werklocaties in Zwolle met indeling naar profilering

33 Buck Consultants International

Hoofdstuk 5 Ontwikkelvisie per bedrijventerrein

5.1

Kansen en uitdagingen voor bedrijventerreinen

Werklocaties, en in het bijzonder bedrijventerreinen, zijn belangrijke locaties voor de Zwolse economie. Alle werklocaties samen hebben ongeveer 65.000 banen, wat 61% is van het totaal in Zwolle (BIRO, 2022). Zowel voor Zwollenaren als voor mensen uit de (wijde) regio biedt de stad werkplekken. Direct en indirect dragen de terreinen hiermee bij aan brede welvaart in Zwolle en de regio. Werkplekken zorgen voor inkomen en sociale inclusie, wat doorwerkt in de woonwijken. Daarnaast leveren werklocaties een bijdrage op thema’s als duurzame energieopwekking en de transitie naar een circulaire economie. Daarnaast komt inzet op verduurzaming, ecologie en biodiversiteit op de werklocaties de stad en omgeving ten goede komen. Bedrijventerreinen vormen een belangrijke categorie binnen de werklocaties. Zwolle kent vier bedrijventerreinclusters verspreid over de stad: • Voorst en Voorsterpoort • Hessenpoort • Marslanden • OVB (Oosterenk, Vrolijkheid en Berkum)* Deze vier bedrijventerreinclusters in Zwolle zijn samen goed voor 33.000 banen2. Dit is bijna een derde van het Zwolse totaal en ruim de helft van het aantal banen op werklocaties. Deze terreinen zijn vestigingslocaties voor bedrijven met behoefte aan relatief veel fysieke (milieu)ruimte. De transitie naar een circulaire economie zorgt hier voor een belangrijke ruimtelijke opgave.

Bestaande bedrijven hebben namelijk extra ruimte nodig om in te kunnen spelen op de circulaire economie, denk bijvoorbeeld aan extra opslagruimte voor retourgoederen. Bovendien zal ruimte binnen het omgevingsplan nodig zijn, aangezien de overgang een wijziging met zich mee kan brengen in bedrijfsfunctie die in het huidige beleid niet is voorzien. Er zullen nieuwe bedrijven nodig zijn die ontbrekende schakels in de keten opvullen. Dit terwijl de ruimte in de stad schaars is en de arbeidsmarkt krap. Zowel bestaande als potentiële nieuwe terreinen hebben te maken met andere ruimtevragers zoals natuur, wonen, waterberging en energie. Het is daarom belangrijk om de bestaande ruimte voor economie te behouden voor specifieke bedrijventerreinfuncties en andere (cultuur-, sport-, detailhandel- en B2C-)functies zo veel mogelijk buiten bedrijventerreinen te laten landen. Tegelijkertijd spelen opgaven als veroudering, inefficiënt ruimtegebruik, netcongestie, wateroverlast en hittestress een rol. *In bedrijventerreincluster OVB wordt gericht op het noordelijk deelgebied met bedrijventerreinen De Vrolijkheid en Berkum. Het zuidelijk deelgebied, rondom het Isala-ziekenhuis en kantorenpark Oosterenk, kent een

2

Voor OVB zijn hier alleen bedrijventerreinen De Vrolijkheid en Berkum in meegenomen. De banen op Oosterenk vallen hier dus buiten.

34

kantorenmilieu en wordt vanwege dit afwijkende profiel buiten beschouwing gelaten, evenals de foodcourt in het noorden. Dit wordt in bijlage 1, onderdeel IV (OVB) nader geduid.

Figuur 5.1 – Vier bedrijventerreinclusters in Zwolle

Naast de (vooral ruimtelijk-economische) thema’s die op de bedrijventerreinen zelf een rol spelen zijn er ook opgaves en transities in de stad die een wisselwerking hebben met bedrijventerreinen. Vier transities en opgaven spelen hierbij een belangrijke rol: •

De energietransitie zorgt niet alleen bij bedrijven, maar ook bij woningen voor een verschuiving van de energievraag. Een groot deel schuift naar elektriciteit, maar ook waterstof en groen (bio) gas zijn opties om de energievoorziening te vergroenen. Bedrijven(terreinen) kunnen een rol spelen in de energietransitie op het terrein zelf (denk aan Smart Energy Hubs), maar ook in gebieden rondom de bedrijventerreinen. Het verminderen van energieverbruik (op piekmomenten) en het slim opslaan en uitwisselen van energie en warmte biedt mogelijkheden voor een win-win-situatie voor bedrijventerreinen en de rest van de stad. Wel vraagt inpassing hiervan om planning en vroegtijdig anticiperen om mogelijke interferentie tussen (ondergrondse) systemen te voorkomen. De coördinatie hiervan ligt bij de gemeente.

•

De mobiliteitstransitie richt zich op het verminderen van de impact van vervoersstromen in de stad. Dit ondanks de groeiambities die de stad heeft, wat zal leiden tot meer (auto)verkeer. Door preventief in te spelen op de mobiliteitsgroei blijft de stad bereikbaar en leefbaar. Voor Zwolle betekent dit dat actief wordt ingezet op langzaam verkeer (wandelen, fietsen) en het openbaar vervoer. Doordat de meeste terreinen dicht tegen het stedelijk weefsel aan liggen, 35

•

•

en soms zelfs er middenin, is de potentie voor wandelen en fietsen hoog. Wel moet er dan aandacht zijn voor voldoende en kwalitatief goede (fiets)infrastructuur en OV-verbindingen. Zwolle kent een stevige blauwgroene opgave. Door de ligging aan meerdere waterwegen moet er slim worden omgegaan met het water in de stad en op bedrijventerreinen. Veel regenval of hoog water in het IJsselmeer kan zorgen voor (te) hoge waterstanden en water op straat. Door op bedrijventerreinen slim om te gaan met waterafvang, -berging en -afvoer kan de kans op waterschade verminder worden. Zowel op de terreinen zelf als elders in de stad. Door adaptief te (her)ontwikkelen wordt de waterschade op terreinen, kavels en gebouwen bij een mogelijke overstroming of klimaatbui beperkt. Klimaatverandering zorgt daarnaast ook voor een vergroeningsopgave. Bedrijventerreinen kenmerken zich door verstening, hittestress en lage biodiversiteit. De aanpak hiervan vraagt zowel publieke als private ruimte. Afstemming met andere opgaven en omliggende gebieden is belangrijk om voor een coherent geheel te zorgen. De arbeidsmarktopgave zorgt ervoor voor dat het voor bedrijven moeilijk is en zal zijn om aan voldoende talent te komen. Vergrijzing en ontgroening zullen de komende jaren hun stempel gaan drukken op de omvang van de beroepsbevolking.

Een mogelijkheid is om talent van elders aan te trekken, maar door de krappe woningmarkt is ook dat niet gemakkelijk. Bedrijven(terreinen) kunnen hier een rol in spelen door ruimte voor huisvesting te bieden aan (buitenlandse) medewerkers. Voordeel hiervan is dat de medewerkers dichtbij hun werk kunnen wonen, wat scheelt in de druk op het mobiliteitsnetwerk. Tegelijkertijd is dit een extra ruimteclaim op de bedrijventerreingrond en wringt dit met de economische functie van het terrein (o.a. met milieucontouren). Uitgangspunt is daarom dat alleen short-stay huisvesting voor eigen medewerkers en op de eigen bedrijfskavel mogelijk is. Bovendien is dit niet op alle terreinen en alle locaties binnen terreinen passend en zal dit voor elk individueel geval goed moeten worden afgewogen.

Voor bedrijven(terreinen) in Zwolle wordt de kernopgave richting 2040 om de schaarsten zo goed mogelijk in te zetten. Schaarste in ruimte, maar ook in (ruimte voor) energie, mobiliteit, groen, water(berging) en talent. Tegelijkertijd zullen bedrijventerreinen de nodige ruimte moeten bieden aan de economische functies in de stad. Een groeiende stad, transitie richting circulair en een sterke regionale functie zorgen voor extra ruimtebehoefte voor bedrijven(terreinen). Dit vraagt om het maken van keuzes en slim ruimtegebruik op bestaande én (mogelijk) nieuwe terreinen.

36

5.2

Afweegkader bedrijventerreinen

De vier bedrijventerreinenclusters hebben zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot de terreinen die ze nu zijn. De huidige situatie van de terreinen zorgt voor een vertrekpunt voor verdere ontwikkeling en laat zien dat er opgaven zijn als veroudering, verstening en verrommeling. Stappen op het gebied van circulaire economie, de energietransitie, water(berging) en vergroening zijn nodig voor de terreinen toekomstbestendig te maken. Om een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de opgaves en transities zijn keuzes nodig. Deze hebben gevolgen voor de terreinen zelf en voor de omgeving. Door schaarste is niet alles mogelijk en moet er zo optimaal mogelijk met de ruimte en mogelijkheden worden omgegaan. Er wordt daarom ingezet op het beter benutten van bedrijventerreinen, met gerichte inzet op specifieke doelgroepen en in samenhang met de omgeving. Deze drie aspecten komen terug in het afweegkader. Dit wordt gebruikt om de vier bedrijventerreinclusters aan te toetsen en een profiel te schetsen. Met profielen kan per terrein worden ingezet op de functies die daar de meeste waarde hebben. Bovendien borgt dit dat er voor elke (economische) functie voldoende vestigingsruimte is in de stad en kunnen clustervoordelen ontstaan. Op elk bedrijventerreincluster liggen andere opgaves en kansen, afhankelijk van de ruimtelijke en economische kaders van elk terrein.

Op basis van het afweegkader is bepaald welke opgaves relevant zijn en waar de komende jaren op wordt ingezet. Het bepalen wat er op welke (deel)terreinen moet worden aangepakt wordt bepaald op basis van het afweegkader, bestaande uit drie pijlers:

Figuur 5.1 - Drie pijlers in het afweegkader voor bedrijventerreinen

37

•

In het licht van de schaarse ruimte in de stad is het zaak om in te zetten op een integrale aanpak voor het beter benutten van bestaande terreinen. Door intensivering en verdichting kan beter gebruik worden gemaakt van de beschikbare (bedrijventerrein)ruimte. Zo kan de economie toch groeien en een belangrijke meerwaarde bieden aan Zwolle en de regio, zonder dat daar direct meer ruimte voor nodig is. Door middel van herontwikkeling worden verouderde delen aangepakt en opgewaardeerd. Terreinen krijgen hierdoor een hoogwaardigere uitstraling en de ruimte kan efficiënter worden gebruikt. Door het creëren van nieuwe ruimte op bestaande terreinen ontstaat schuifruimte waardoor bedrijven kunnen doorgroeien. Ook kan er ruimte beschikbaar worden gemaakt voor bedrijven die bijdragen aan de circulaire economie. Bij het aanpakken van de terreinen via herontwikkeling wordt stevig ingezet op verduurzaming. Op meerdere terreinen zal een kwaliteitsslag nodig zijn om te voldoen aan de eisen van vandaag én morgen. Duurzaamheidsmaatregelen richten zich op vergroening en klimaatadaptatie, zowel in de openbare ruimte als op de kavels van de bedrijven. Hierdoor verbetert de uitstaling van het terrein en kan beter worden omgegaan met wateroverschotten en hittestress.

Door samen te werken aan energie-opslag en -uitwisseling wordt energieschaarste van uitdaging omgezet in kans om Zwolle duurzaam te kunnen profileren. Tot slot zorgen verbeterde blauwgroenstructuren voor meer natuur en een afname van verstening en hittestress op bedrijventerreinen. Natuur en groen wordt geïntegreerd met groenstructuren in woonwijken en het buitengebied, waardoor een natuurlijke zone van de stad naar het buitengebied gevormd wordt. Bedrijventerreinen vormen dan geen barrière, maar een belangrijke schakel tussen gebieden.

•

Voor een toekomstbestendige ontwikkeling van de economie is het belangrijk om in te zetten op specifieke doelgroepen zodat de Zwolse bedrijventerreinen en economie zich in de breedte kunnen versterken. Inzet is gericht op het aantrekken en laten (door)ontwikkelen van sectoren en werkomgevingen waar Zwolle in de toekomst de vruchten van plukt, zoals de maakindustrie. Zo sluit de economie aan bij de beoogde groei van de stad en kunnen waar mogelijk transities worden versneld. Bedrijventerreinen moeten de ruimte bieden aan innovatieve en circulaire bedrijven om deze schaalsprong te kunnen maken. Een groeiende stad zorgt voor een toenemende vraag naar economische ruimte, zowel voor verzorgende als stuwende bedrijvigheid. Zwolle krijgt een nog belangrijkere rol in de regionale economie en in de transities naar een circulaire economie en hernieuwbare grondstoffen. Dit zorgt naast ruimtebehoefte ook voor nieuwe type bedrijvigheid die wil groeien in de stad. Met het ondersteunen van innovatieve start-ups en circulaire bedrijven kan Zwolle een rol pakken in het versnellen van transities. Vestigings- en doorgroeiruimte is voor deze bedrijven erg belangrijk. Vooral in de beginfase is het bieden van (betaalbare) ruimte aan deze bedrijven vaak nodig om ze te laten landen en de mogelijkheid te geven om te groeien.

Levendige innovatieomgevingen (zoals het Innovatiedistrict Spoorzone en de Makersfabriek) met meerdere startups zijn hier belangrijke locaties voor. Op termijn groeien juist deze bedrijven uit tot belangrijke katalysatoren van de Zwolse economie. Met name innovatieve start-ups in de maakindustrie en high-tech sector bieden kansen om voor te sorteren op de Zwolse economie van de toekomst. Vervolgens moet er ook ruimte zijn in de stad waar bedrijven verder kunnen groeien, zowel op kleinschalige als op grootschalige kavels. Bedrijventerreinen kunnen deze ruimte voor bedrijven in verschillende fases in de transitie bieden. Om voldoende ruimte te hebben voor economische activiteiten geldt voor functies die niet uitsluitend op bedrijventerreinen 38

•

gevestigd hoeven te zijn (detailhandel, B2C-activiteiten, cultuur, sport, leisure) daarom een ‘nee, tenzij’-benadering. Voor optimaal gebruik van de bedrijventerreinruimte is het belangrijk om de samenhang met de omgeving optimaal te benutten. Het gaat hierbij om het inzetten van de unieke locatiekwaliteiten als belangrijke drijver om economische doelen en transities op andere thema’s te verwezenlijken. Op ruimtelijk-economisch gebied gaat het hierbij in essentie om ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’. Het gebruik van kades en watergebonden kavels is iets wat kan bijdragen om stappen te zetten in de grondstoffentransitie. Multimodaliteit helpt om grote stromen (o.a. retourstromen) op een duurzame manier te kunnen verwerken. De beschikbaarheid van voldoende grootschalige kavels met ruime milieucontouren zorgt er daarnaast voor dat zware industriële partijen hun bijdrage kunnen leveren aan de transitie naar een circulaire economie. Voor bedrijventerreinen die dicht tegen of middenin het stedelijk weefsel liggen is het zaak om de levendige omgeving door te trekken naar het terrein zelf en een integraal onderdeel te worden van de stad. Gemengde omgevingen zijn de gewenste vestigingslocaties voor jonge en innovatieve bedrijven. Bovendien zorgen korte afstanden naar woonwijken voor opties voor forenzen om met de fiets of het openbaar vervoer naar het werk te gaan.

Op die manier dragen bedrijventerreinen ook bij aan de mobiliteitstransitie en hebben ze een positieve uitwerking op de rest van de stad. Dit geldt ook voor stappen op het gebied van energie en de blauwgroen-structuren. De omgeving kan profiteren van locaties waar slim wordt omgegaan met opslag en berging van energie. Inzet op biodiversiteit zorgt voor verbetering van de leefbaarheid voor mens, dier en plant. Tot slot kan het inpassen van woningen voor personeel op de eigen bedrijfskavel ervoor zorgen dat het benodigde personeel. Dit alles dient te gebeuren op een schaal die de terreinen overstijgt en breder gaat dan alleen de gemeente Zwolle. Afstemming met buurgemeentes is daarom van belang.

39

5.3

Ontwikkelrichting per terrein

De ruimtelijk-economische uitgangspunten per terrein zijn uitgewerkt in bijlage 1. Hierin wordt via de huidige situatie en de belangrijkste opgaves toegewerkt naar de belangrijkste uitgangspunten per terrein. Dit vormt de leidraad voor de ontwikkeling in de komende jaren. Per terrein zijn dit:

Voorst en Voorsterpoort •

De (bestaande) duurzame proces- en maakindustrie vormt de centrale spil op Voorst. Van belang is deze industrie en aanverwante distributiebedrijven op Voorst optimaal te faciliteren in hun streven om duurzamer te functioneren op een toekomstbestendig bedrijventerrein. Het versterken van de havenfunctie biedt kansen om het terrein duurzaam en circulair te ontwikkelen. Als kansen zich voordoen wordt ingezet op het vergroten van kade- en watergebonden activiteiten. Tegelijkertijd wordt er met de aanpak van netcongestie en opgaven ten aanzien van de energietransitie gericht op de huidige bedrijvigheid. Het opstellen van een gezamenlijke energiestrategie voor zowel de korte als lange termijn geeft vorm aan verdere verduurzaming en versterkt de toekomstbestendigheid van individuele bedrijven en het terrein in de breedte.

•

Passend bij de proces- en maakindustrie behoudt en versterkt het terrein het grootschalige profiel. Het terrein heeft veel bedrijven die veel milieuruimte nodig hebben en deze ruimte ook voor de toekomst nodig blijven houden (bijvoorbeeld t.a.v. geluid). Bedrijfsverzamelpanden sluiten hier niet bij aan en zijn niet (meer) passend. Op het terrein wordt ingezet op het behoud van grote kavels en het samenvoegen van kleinere kavels, met name in het kerngebied van Voorst. Grotere kavels bieden de optie voor bedrijven uit Voorst of elders uit Zwolle om door te groeien in de stad. Door slim aan te sluiten bij veranderingen op het terrein (bijvoorbeeld bij nieuwe vestigers of uitbreiding van een bedrijf naar de naastgelegen kavel) ontstaat momentum om (herontwikkeling op) het terrein in gezamenlijkheid met ondernemers aan te pakken. Op het terrein blijft de milieuzonering daarom behouden en wordt bovendien een minimale milieucategorie ingesteld op grootschalige(re) kavels op het centrale deel van het terrein.

•

Kleinschaligere bedrijven en bedrijven met een lagere milieucategorie zorgen voor een overgangszone aan de randen van het bedrijventerrein. Dit zijn de gebieden waar hoge milieucategorieën niet zijn toegestaan. Gezien het profiel van Voorst zijn dit locaties waar kleinere MKB-bedrijven in de keten van de grote(re) bedrijven zich kunnen vestigen, met name gericht op maakindustrie en handel. Culturele activiteiten en B2C-bedrijvigheid (denk aan leisure, sport, cultuurhubs en ateliers) zijn niet passend op het hele terrein. Detailhandel past daarom ook niet in het profiel van het terrein, met uitzondering van perifere detailhandel op Voorsterpoort. Hier kan de stadsverzorgende functie een overgang vormen tussen het centrale gedeelte van het terrein en de woonwijken eromheen. Het terrein ligt namelijk middenin het stedelijk weefsel. Door actieve sturing op samenhang en positieve interactie tussen functies, bijvoorbeeld bij herontwikkeling, ontstaat een coherent geheel. Aandacht voor fietsroutes en OV-verbindingen zorgen ervoor dat het gebied ook aansluit bij de wijken er omheen. Hierdoor ontstaat er een natuurlijke overgang van het extensieve en grootschalige kerngebied aan het water naar de intensief bebouwde woonwijken rondom Voorst en Voorsterpoort. Tegelijkertijd 40

is de verkeersafwikkeling van en naar de A28 belangrijk om het terrein en het omliggende gebied ook in de toekomst goed bereikbaar te houden.

Hessenpoort •

Om Hessenpoort te kunnen transformeren naar een werklandschap van de toekomst is inzet op verduurzaming belangrijk. Dit werkt door op drie aspecten: duurzame economie, duurzame inrichting en collectieve verduurzaming. o Ten eerste wordt er voor de nog uit te geven kavels gekeken naar bedrijven die de regionale economische structuur versterken en een bijdrage leveren aan de transitie naar duurzaam materiaalgebruik en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. In het bijzonder zijn dit innovatieve technologische bedrijven, die passen in een duurzame en kwalitatief hoogwaardige omgeving. Waar de meeste bedrijvigheid op dit moment logistiek en groothandel is, zal dat in de toekomst meer schuiven richting industriële bedrijvigheid. De hogere diversiteit aan functies op het terrein beidt meer mogelijkheden voor het invullen van vacatures in de krappe arbeidsmarkt en koppelkansen om te werken aan transities. o Ten tweede is een duurzame inrichting belangrijk in de openbare ruimte en op de bedrijfskavels op Hessenpoort. Op bestaande delen van het terrein worden samen met bedrijven waterberging en vergroening opgepakt en wordt aangesloten op de ecologische hoofdstructuur. Nieuwe vestigers moeten bovendien zorgen dat panden klimaatneutraal, klimaatadaptief en circulair worden gerealiseerd.

o Ten derde kunnen door het collectief oppakken van de verduurzaming stappen worden gezet die individueel niet mogelijk zijn. Het aan elkaar koppelen en uitwisselen van stroom zorgt voor extra mogelijkheden zonder dat er meer transportcapaciteit op het net nodig is. Dat scheelt met de huidige netcongestieproblematiek. Het onderling uitwisselen van reststromen zorgt er bovendien voor dat de materiaalstromen verduurzaamd (kunnen) worden.

•

Het is belangrijk om ook in de verdere toekomst (na 2030) voldoende schuif- en groeiruimte te hebben voor grote en middelgrote bedrijven in Zwolle. Er wordt daarom gewerkt aan een verkenning voor Hessenpoort IV. Op korte termijn zijn er nog kavels uitgeefbaar op met name Hessenpoort III, maar op langere termijn geldt dit niet meer. Gezien de ligging van Hessenpoort buiten de stad zijn B2C-, cultuur- of leisure-activiteiten, detailhandel en bedrijfsverzamelpanden niet passend. Bovendien is er behoefte aan kavels voor circulair georiënteerde (maak-)bedrijven. Hier wordt bij de uitgifte van Hessenpoort IV op ingespeeld door kavels met ruime milieucontouren (≥milieucategorie 4) uit te geven. Uitbreiding van Hessenpoort werkt vervolgens door op de andere terreinen, omdat de groeiers een verplaatsingsoptie hebben en er ruimte ontstaat voor herontwikkeling en revitalisatie op de oudere terreinen.

•

Tot slot is het nodig om zo goed mogelijk gebruik te maken van de locatiekwaliteiten die Hessenpoort heeft, zowel op het huidige terrein als bij mogelijke uitbreiding. Hessenpoort is een terrein met een met mooie zichtlocaties en een gunstige ligging aan de A28. Voor logistieke partijen is deze bereikbaarheid erg belangrijk. Ook richting de toekomst vraagt dit inzet op het intact houden van de bereikbaarheid van het terrein, evenals het creëren van mogelijkheden voor laden en truckparkeren. Het terrein heeft uitstekende mogelijkheden om middels een 41

Smart Energy Hub energie uit te wisselen. Juist de combinatie van grootschalige logistiek (veel dakoppervlak en veel opwek, maar relatief laag verbruik) met industrie (hoog verbruik) biedt kansen op het terrein. Door de aard van de bedrijven zijn deze erg geschikt voor de inzet van arbeidsmigranten. Migrantenhuisvesting op het eigen terrein biedt daar een mogelijke oplossing voor (nader te onderzoeken).

42

Marslanden •

De komende jaren wordt op Marslanden ingezet op een integrale aanpak voor beter benutten. Marslanden is het belangrijkste bedrijventerrein voor MKB-bedrijven in de stad. Met de groei van Zwolle zal ook de behoefte aan (verzorgende en lokale) bedrijvigheid toenemen. Efficiënt ruimtegebruik en inzet van de juiste bedrijven op de juiste plek is daarom de komende jaren een belangrijk thema op Marslanden. Ruimte op het terrein wordt ingezet voor B2Bbedrijven waarvoor een vestiging op een bedrijventerrein noodzakelijk is. Cultuur-, sport-, B2Cen detailhandelsactiviteiten (m.u.v. perifere detailhandel) passen daarmee niet op Marslanden. Door in te zetten op intensivering en verdichting, bijvoorbeeld door meerlaags bouwen, kunnen bedrijven terecht op korte afstand van de stad. Door actieve herontwikkeling ontstaat schuifruimte waarmee de intensivering van de grond komen en blijft er dynamiek op het terrein voor nieuwe en groeiende bedrijven. Bovendien kan er zo worden in gezet op het vestigen van toekomstbestendige circulaire bedrijvigheid die bijdragen aan de economie van morgen. Marslanden is een tussenstap in het groeipad van bedrijven, van een kleiner bedrijf uit een van de innovatie-omgevingen naar de grootschalige industrie en logistiek op Voorst en Hessenpoort. Bij het vertrek van grote bedrijven wordt daarom ingezet op lokaal en regionaal gericht MKB.

In de herontwikkelingsplannen worden de private eigenaren actief meegenomen. Een belangrijk onderdeel hierin is de verduurzaming. Dit gaat zowel over vergroening van het terrein (natuur en biodiversiteit) als van de energievoorziening van bedrijven (elektrificatie). Marslanden kampt met verstening, wat leidt tot hittestress, wateroverlast en een lage biodiversiteit.

•

Marslanden kent een stevige blauwgroene opgave. De Weteringen die van zuid naar noord door het gebied lopen krijgen door klimaatverandering en een versteende omgeving meer (pieken) water te verwerken. Het versterken van de groenstructuur op kavels en publieke gronden helpt bij het verbeteren van de sponswerking, wat positief is voor de hoeveelheid water die het gebied kan hebben. De Weteringen zorgen zo ook voor kansen voor vergroening en een terrein dat leefbaarder en meer verbonden is met de omgeving. Verstening, hittestress en lage biodiversiteit zijn zaken die op Marslanden spelen. Het oppakken van de blauwgroene opgave zal in gezamenlijkheid met ondernemers moeten gebeuren. Een deel van de opgave ligt namelijk op private gronden, al zullen er ook in de openbare ruimte stappen gezet moeten worden. Specifiek voor het thema water is een overkoepelend plan nodig voor het gehele terrein.

•

De groei van de bedrijvigheid op het terrein zal in goede banen moeten worden geleid. De ligging van het terrein, wat verder van de snelweg dan de andere terreinen, zorgt nu al voor een hoge verkeersdruk. Door intensivering zal dit nog verder toenemen. De ligging van Marslanden middenin het stedelijk weefsel biedt kansen om in te zetten op fietsverkeer en openbaar vervoer voor de medewerkers. Toekomstige bedrijvigheid op Marslanden moet bovendien weinig extra vervoersbewegingen opleveren. Bedrijfsverzamelpanden, die naast verkeersbewegingen en parkeerdruk ook zorgen voor een hogere kans op verrommeling en ondermijning, worden daarom niet (meer) toegestaan. Naast verkeer is ook het energieverbruik een belangrijk thema dat gereguleerd zal moeten worden. Onderling slim afstemmen kan ervoor zorgen dat de hogere stroomvraag mogelijk is. Daarnaast biedt de Sekdoornse plas mogelijkheden voor het uitbreiden van het zonneveld en voor koeling van installaties en 43

gebouwen. Mogelijke uitbreiding van Marslanden aan de zuidkant maakt bovenstaande punten extra urgent. Het nieuwe terrein zal qua profiel in lijn liggen met het huidige terrein en zich richten op middelgrote bedrijvigheid.

44

Oosterenk, De Vrolijkheid en Berkum (OVB) •

Een open en verbonden omgeving op De Vrolijkheid zorgt in zowel het westelijk als oostelijk deelgebied voor een levendige omgeving. Snelle, veilige en comfortabele verbindingen met omliggende gebieden, waaronder het zuidelijk deel van OVB (stadion, ziekenhuis, Oosterenk) zorgen ervoor dat het gebied een levendige sfeer kent. Onder de koepel Het Blauwe Hart richt het brede terrein (OVB) zich op de centrale thema’s gezondheid, onderwijs, sport en leisure, die terugkomen in zowel bedrijven als (onderwijs-)instellingen. Bedrijfsverzamelpanden waarin deze thema’s samenkomen zijn op De Vrolijkheid daarom juist wel passend. Door goede verbindingen (zowel fysiek als sociaal) is het delen van voorzieningen laagdrempelig en gemakkelijk. Denk bijvoorbeeld aan les- of lab-ruimtes die kunnen worden ingezet voor o.a. Techlab Zwolle, de Breman Academy (beide west) en MBO Landstede (oost). Met extra open verbindingen tussen de woonwijken ten westen van het terrein, de Makersfabriek en het oostelijk deel van de Vrolijkheid ontstaat een aaneengesloten gebied. Inzet op mobiliteit is erg belangrijk om het gebied te ontsluiten en onderling te verbinden. De Ceintuurbaan scheidt het terrein nu nog in tweeën, maar met extra wandel- en fietsverbindingen wordt dit meer één geheel. De bereikbaarheid wordt beter voor langzaam verkeer, wat meer mensen beweegt gebruik te maken van de fiets en het OV.

Dit komt de verkeersdruk op de Ceintuurbaan ten goede.

•

Op het terrein staat innovatie centraal. Door een verscheidenheid aan (kleinere) bedrijven met gedeelde faciliteiten ontstaat een innovatieve en creatieve broedplaats. Talentontwikkeling met een focus op maakindustrie en techniek vindt plaats op de Makersfabriek, maar ook elders op het terrein. De nabijheid tussen onderwijsinstellingen en bedrijvigheid zorgt hier voor de benodigde synergie. Hieruit kunnen start-ups opbloeien en bedrijven doorgroeien die van belang zijn voor de toekomstige economie van Zwolle. De Vrolijkheid en Berkum bieden ruimte aan kleinschalige en middelgrote bedrijvigheid, met een focus op het lokale en regionale afzetgebied. Het gaat hierbij niet om de zware industrie (die is passender op Voorst), maar om de MKB-maakindustrie en bedrijvigheid in sport en leisure. Dit is gezien de milieuruimte en fysieke omgeving passend. Ook (perifere) detailhandel sluit niet aan bij het profiel van OVB.

•

Het gebied staat in het teken van toekomstbestendige ontwikkeling door de ruimtelijke kwaliteit en de blauwgroenstructuur op orde te krijgen. Bij de herontwikkeling op De Vrolijkheid staat efficiënt ruimtegebruik centraal. Meerlaagse panden, onder andere in de vorm van bedrijfsverzamelpanden, zijn passend in de stedelijke uitstraling van het terrein. Initiatieven die op verdichting inzetten worden gestimuleerd op De Vrolijkheid. Duurzaamheid en energie zijn hierbij belangrijke thema’s. Daarnaast wordt ingezet op vergroening en het aanpakken van de wateropgave vanuit blauwgroen zodat het terrein ook op dit gebied toekomstbestendig wordt. In het westen (De Makersfabriek) is het behoud van industriële elementen van belang bij herontwikkeling. In het oostelijk deel wordt met intensivering en vergroening een impuls gegeven in de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. In het noorden van De Vrolijkheid zorgt de autoboulevard voor een eigen sfeer en extensiever gebruikte ruimte. Verder is extensief ruimtegebruik, met bedrijven met veel buitenruimte en panden met één bouwlaag, niet meer passend op De Vrolijkheid. Bedrijventerrein Berkum behoudt zijn kleinschalige en rustige

45

karakter. Nadruk ligt hier op kantoorgebruik. Dit kan zowel in zelfstandige kantoorpanden als in onzelfstandige panden (gecombineerd met een bedrijfshal).

5.4

Toekomstbeelden per terrein

De belangrijkste opgaven uit het afweegkader leiden tot toekomstbeelden voor de vier bedrijventerreinenclusters in Zwolle. Voldoende inzet op de ruimtelijke en economische kwaliteit van elk terrein zorgt ervoor dat de terreinen zich toekomstbestendig kunnen ontwikkelen. Door een zorgvuldige afweging op de belangrijkste thema’s in de stad komen economie en andere functies niet met elkaar in de knel. In de komende jaren wordt zo toegewerkt naar toekomstbestendige en passende profielen per terrein. Voorst en Voorsterpoort is in 2040 een duurzaam en efficiënt bedrijventerrein gericht op functionele proces- en maakindustrie. Het terrein, met de haven als belangrijk onderdeel, vormt een belangrijke schakel in de circulaire transitie van bedrijven op het terrein zelf en daarbuiten. Het terrein heeft niet alleen een lokale functie voor Zwolle, maar ook voor de ruimere regio. Voorst is een onderscheidende functionele vestigingsplaats voor de maakindustrie en logistiek in de hogere milieucategorieën. De mix van hoge milieucontouren en een ligging midden in het stedelijk weefsel zorgt voor een unieke koppeling tussen zware bedrijvigheid, hoogwaardige bereikbaarheid (over weg en water) en veel arbeidspotentieel in de directe omgeving. Op het terrein is daarom alleen nog ruimte voor intensieve bedrijfsactiviteiten.

Door flink in te zetten op de energietransitie op het terrein hebben veel bedrijven een verduurzamingsslag kunnen maken. Gedeelde faciliteiten, waaronder een trucklaadpunt, zorgen ervoor dat ook kleinere bedrijven mee kunnen in de verduurzaming. De overgangszones aan de randen van het terrein (o.a. Voorsterpoort) zorgen voor een natuurlijke overgang van woonwijken naar zware industrie en zorgen ervoor dat bedrijven op het terrein zelf kunnen doorgroeien. Deze randen kennen met hoogwaardige kantoren, meerlaagse bedrijfspanden (geen bedrijfsverzamelpanden) en kleinschaligere bedrijvigheid een andere uitstraling en meer reuring. Enkel op Voorsterpoort is ook nog ruimte voor perifere detailhandel. Hessenpoort is dan een duurzaam en ruim opgezet bedrijventerrein. De nadruk qua bedrijvigheid ligt op grote, slimme en duurzame bedrijven met minimaal milieucategorie 3. Bedrijven richten zich op slimme maakindustrie, energie-infrastructuur, duurzame bouw en logistiek, vertical farming en het upcyclen van grote materiaalstromen. Het terrein biedt doorgroeiruimte voor bedrijven van andere bedrijventerreinen in Zwolle en de mogelijkheid voor nieuwe innovatieve spelers om zich in Zwolle te kunnen vestigen. De uitgifte van Hessenpoort IV heeft voor de benodigde schakel gezorgd in het creëren van schuifruimte.

Bedrijven die willen groeien of niet meer passend zijn op de andere terreinen in Zwolle hebben hier de ruimte om zich nog verder te kunnen ontwikkelen. De aanleg van de railterminal op Hessenpoort heeft gezorgd voor een sterke verduurzaming en diversificatie van logistieke stromen. Nieuwe bedrijven zijn sterk verbonden met de terminal doordat vestiging van logistiek op Hessenpoort IV alleen maar mogelijk was als een aanzienlijk deel van de stromen per spoor vervoerd werd. Door een combinatie van grootschalige energie-opwek op het terrein zelf en in de directe omgeving ontwikkelt Hessenpoort zich als een belangrijk energieknooppunt. Dit betekent onder andere nieuwe onderstations, een aantakking op de waterstofbackbone en een uitbreiding van de opwekcapaciteit door windturbines en zon op daken. Door dit slim te koppelen aan het verbruik van bestaande en nieuwe bedrijven is een duurzaam energiegrid ontwikkeld. Op het terrein gaat economie 46

hand in hand met energie, duurzaamheid en blauwgroen door strenge uitgiftecriteria. Meerlaags bouwen bij productiebedrijven en het mengen van verschillende functies (geen bedrijfsverzamelpanden) zorgt ervoor dat de gevraagde kavels toch konden worden ontwikkeld. Groen wordt geïntegreerd in de ecologische structuur, met een wandel- en fietsnetwerk dat zorgt voor een aantrekkelijke werklocatie. Marslanden is in de toekomst een divers, intensief en groen MKB-terrein. De nadruk ligt op kleinschalige(re) bedrijvigheid met een mix van verzorgende bedrijvigheid en innovatieve scale-ups. Marslanden kent daarmee zowel bouw- en installatiebedrijven, perifere detailhandel en transporteurs gericht op de lokale en regionale afzetmarkt als innovatieve scale-ups en technische maakbedrijven. Bij het vertrek van (grote) bedrijven op het terrein zijn de vrijgekomen locaties in gezamenlijkheid met de omgeving ontwikkeld voor MKB-bedrijvigheid (geen bedrijfsverzamelpanden). Essentiële bedrijfsfuncties zijn op de eerste verdieping verplaatst, zodat hoogwater hier geen risico voor vormt. Dit sluit aan bij de omgeving, waar vanwege efficiënt ruimtegebruik gebouwen toch al met meerdere verdiepingen gebouwd zijn. Parkeren gebeurt gestapeld, boven of onder het pand. Veel van de werkenden op dit terrein zijn afkomstig uit Zwolle of de regio.

De bus-, fiets- en wandelconnecties met de directe omgeving zijn goed, met onder andere een hoogwaardige fietsverbinding tussen Ittersum en de Marsweteringlanden ten oosten van het terrein. De aanleg van een transferium (P+R) aan de rand van Marslanden heeft ervoor gezorgd dat de druk op de mobiliteit in Marslanden is afgenomen. Inpassing van blauwgroen geeft het terrein een natuurlijk karakter en verlaagt hittestress op hete dagen. Deze noord-zuid-structuur wordt volop benut voor het langzaam verkeer op het terrein en om een groen ommetje op het terrein mogelijk te maken. De structuur is in nauwe samenwerking tussen ondernemers en de gemeente ontwikkeld en zorgt ervoor dat het hele terrein de waterberging en afvoer goed op orde is. Met de ontwikkeling van Marslanden-Zuid is de benodigde doorgroeiruimte geboden aan het lokale MKB. Door strenge vestigingseisen op het gebied van circulariteit, energiegebruik en efficiënt ruimtegebruik hebben de koplopers op het gebied van slimme maakindustrie hun stempel kunnen drukken op de Zwolse economie. Bovendien zorgt de opgewekte energie op de bedrijfsdaken ervoor dat het naastgelegen Zwolle-Zuid van stroom kan worden voorzien. Bedrijventerreincluster OVB (vertegenwoordigd door ondernemersvereniging Het Blauwe Hart) is in 2040 een levendig bedrijventerrein met een mix van creatieve en innovatieve bedrijven.

Inzet op creatieve en innovatieve bedrijven, gedeelde faciliteiten en een sterke samenwerking met (onderwijs)instellingen heeft gezorgd dat het gebied de nummer 1 vestigingslocatie is voor jonge, moderne bedrijven in de stad en regio. Het gebied bruist en kent veel snel groeiende bedrijven. Het gebied is sterk met elkaar, de rest van de Ceintuurbaanzone én met de woonwijken die er direct omheen liggen verbonden. Het terrein heeft hierdoor een open uitstraling en veel reuring, onder andere door de vesting van onderwijs- en kennisinstellingen. Het gebied kent een sterke identiteit gericht op gezondheid, onderwijs, sport en leisure. De bedrijven en andere functies in het gebied vormen hierdoor een logisch geheel met Oosterenk, het stadion en het Isala ziekenhuis. De Makersfabriek heeft een centrale rol als bloeiende innovatie-omgeving waar technische bedrijven in de (maak)industrie clusteren en zich ontplooien. Door de doorontwikkeling naar het oostelijk deel van OVB zijn bedrijven en instellingen aan beide kanten van de Ceintuurbaan sterk met elkaar verbonden. Het grootste deel van het gebied kent panden met meerdere gebruikers, verspreid over meerdere verdiepingen. Gedeelde voorzieningen zorgen voor kruisbestuiving tussen deze bedrijven. Met veilige verbindingen tussen de deelgebieden rond de Ceintuurbaan wordt gezorgd dat langzaam verkeer geen last heeft van 47

(de groeiende hoeveelheid) autoverkeer aan de oostzijde van Zwolle. Aan de noordzijde van het terrein wordt naast autodealers door hoogwaardige panden optimaal gebruik gemaakt van de zichtlocaties bij de stadsentree vanaf de A28.

48

Hoofdstuk 6 Ontwikkeling naar toekomstbestendige bedrijventerreinen

6.1

Overzicht opgaves per terrein

Met het afweegkader is aan de hand van drie invalshoeken gekeken naar de terreinen. Door dit afweegkader over de toekomstbeelden per terrein te leggen komen de belangrijkste opgaven per terrein naar voren. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Voorst en Hessenpoort Marslanden Voorsterpoort

Opgaven

Integrale aanpak voor beter benutten

Gerichte inzet op specifieke doelgroepen

In samenhang met de omgeving

Intensivering en verdichting Herontwikkeling en revitalisering Vergroening en klimaatadaptatie Collectieve energieopslag en uitwisseling Aandacht voor innovatie-omgevingen Focus op maakindustrie Ruimte voor circulaire activiteiten

++

++

++

++

+

++

++

+

+

++

++ ++

Doorgroeiruimte

+

+

Veel (milieu)ruimte

++

++

Integrale opgaves in de stad

+ ++

++

Kades en watergebonden kavels Levendige stedelijke omgevingen

OVB

+

+

+

++ +

Energie

+

Mobiliteit

+

++ ++

Water

+

Arbeid

+

49

+ ++

++

++

+

6.2

Actielijnen

De overzichtstabel (6.1) laat zien dat de opgaven verspreid zijn over de terreinen in Zwolle. Elk terrein kent zijn eigen accent met belangrijkste opgaven. Toch is er ook veel samenhang tussen de terreinen en zijn er opgaves die op meerdere terreinen spelen. Bovendien werken stadsbrede thema’s (energie, mobiliteit, blauwgroen en arbeid) integraal door in de stad. Daarom zijn er gemeentebreed zes actielijnen (A t/m F) opgesteld. Dit zijn de belangrijkste activiteiten die de komende jaren op bedrijventerreinengebied opgepakt zullen moeten worden om op korte termijn de opgaven op te pakken en de terreinen te laten bewegen richting hun toekomstbeeld. Binnen de actielijnen is per terrein bepaald op welk (deel)gebied de prioriteit ligt op de korte termijn, variërend van 1 (lage) tot 3 (hoge prioriteit) sterren. Onderstaand schema geeft schematisch de samenhang tussen het afweegkader en de zes actielijnen weer. Opgaven

Actielijnen

Intensivering en verdichting Integrale aanpak voor beter benutten

Ruimte bieden aan innovatieve en circulaire bedrijven

Herontwikkeling en revitalisering

A. Ga in deelgebieden aan de slag met herontwikkeling

Vergroening en klimaatadaptatie Collectieve energieopslag en -uitwisseling

B. Bundel initiatieven in een collectief verduurzamingsplan

Aandacht voor innovatie-omgevingen

C. Creeër ruimte voor start-ups op

Focus op maakindustrie

innovatie-omgevingen

Ruimte voor circulaire activiteiten Doorgroeiruimte Veel (milieu)ruimte

In samenhang met de omgeving

D. Stuur op de vestiging van gewenste bedrijven

E. Verken mogelijke zoekgebieden en uitgiftecriteria voor Hessenpoort IV en Marslanden Zuid

Watergebonden kavels Levendige stedelijke omgevingen F. Neem stadsbrede opgaves mee in aanpak bedrijventerreinen

Integrale opgaven

50

A. In deelgebieden aan de slag met herontwikkeling. Op verschillende bedrijventerreinen spelen veroudering en verrommeling een rol. Dit werkt vervolgens door in een lage ruimtelijke kwaliteit en slechte uitstraling, maar dikwijls ook in inefficiënt ruimtegebruik en een lage score op duurzaamheid. Hoewel deze opgaves spelen op Voorst(erpoort), Marslanden én OVB betekent dit niet dat alle drie deze terreinen in zijn geheel slecht scoren. Vaak zijn het deelgebieden, een paar blokken of zelfs één specifieke straat die beduidend zwakker is dan omliggende locaties. Aanpak van herontwikkeling werkt daarom vaak het best in deelzones, zodat de impact gemaakt kan worden in die gebieden waar de urgentie het hoogst is. Bovendien werkt een terreinbreed plan vaak niet door een veelvoud aan (diverse) bedrijvigheid en verschillende problematieken. Een mogelijkheid is daarom om aan de slag te gaan met kansenzones. Dit richt zich specifiek op een of enkele delen op het terrein waar de grootste winst te behalen is. Enerzijds betekent dit inzet op de gebieden met de meeste veroudering, maar tegelijkertijd ook op gebieden waar interventie relatief makkelijk is. Bijvoorbeeld doordat er een pand leeg komt of doordat er enkele ondernemers zijn in dezelfde straat die graag stappen willen zetten.

Door op dit soort kansen aan te haken als gemeente kan ook de wijdere omgeving rondom deze locatie worden aangepakt. Investeringen werken hier als een hefboom: de publieke investering wordt gekoppeld aan private investeringen, waardoor de relatief kleine gemeentelijke investeringen een grotere investering teweegbrengen. In een herontwikkelingsplan, opgesteld in samenspraak met de ondernemers, wordt daarom zowel de openbare ruimte als de private kavels van ondernemers meegenomen. Aandachtspunten als verdichting, klimaatadaptatie en vergroening zijn onderdeel van dit plan. De gemeente heeft het initiatief in het bij elkaar brengen van ondernemers, maar herontwikkeling komt vaak alleen echt goed van de grond als de ondernemers ook actief deelnemen bij het opstellen van een herontwikkelingsplan. Er zijn ook locaties waar kansen zich niet (snel genoeg) voordoen of waar de ondernemers zelf weinig willen of middelen hebben om te investeren. Er kan hier door de gemeente worden gekozen om toch te investeren. Een mogelijkheid is dan om over te gaan op actief grondbeleid en met het investeren in de publieke ruimte ook een naastgelegen kavel aan te kopen. Dit heeft met name zin als dit wordt gekoppeld aan het inpassen van bedrijven met een passend(er) profiel, uitgewerkt onder punt D.

51

B. Bundelen van initiatieven in een collectief verduurzamingsplan. Netcongestie zorgt voor een uitdaging in grote delen van Nederland, en zo ook in Zwolle. Met name voor nieuwe vestigers en groeiers vormt het netcongestie een barrière. Daarnaast kan netcongestie een drempel zijn voor de duurzaamheidsambities van bedrijven. Vaak blijkt dat er door het slim combineren van aansluitingen en verbruikspatronen van verschillende ondernemers vrij veel mogelijk is. Het collectief uitwisselen en opslaan van duurzaam opgewekte energie biedt de optie om toch (meer) stroom te kunnen gaan gebruiken. Met name voor zwaardere bedrijvigheid kan dit een uitkomst bieden. De gemeente kan bedrijven bijstaan in (het initiëren van) de coördinatie tussen de bedrijven en is vaak nodig om regulering vorm te geven of goed te keuren. Op Hessenpoort liggen veel kansen om de duurzaam opgewekte energie van de daken onderling uit te wisselen. Hier wordt al op ingezet door de energiecoöperatie CEURZ, die de Smart Energy Hub (SEH) Hessenpoort ontwikkelt. Verder is op Voorst de werkgroep Energie Voorst opgezet met de vijf grootste energieverbruikers en wordt ook hier toegewerkt naar een Smart Energy Hub (zie verdere toelichting in kader onder). De lessen die hieruit getrokken worden kunnen worden meegenomen in een bredere implementatie op Voorst en de andere terreinen in Zwolle.

Indien gebruik gemaakt wordt van collectieve opslag moet er rekening gehouden worden met extra benodigde ruimte op het terrein. Door slimme combinaties te maken, bijvoorbeeld door opslag te combineren met parkeervoorzieningen of een laadplein, kan deze impact beperkt worden.

Op Voorst is de werkgroep Energie Voorst opgezet. Deze bestaat uit de vijf grootste energieverbruikers (Abbott, For Farmers, Scania, Sensus en WDO Delta) en de gemeente Zwolle. De parkmanager is voorzitter van deze werkgroep en ook Enexis neemt deel aan de bijeenkomsten. Het delen van energiegegevens is ook juridisch geborgd. Daarmee is een start gemaakt voor de ontwikkeling van een Smart Energy Hub op Voorst. Op basis van een analyse van het gebied, gecombineerd met klimaatdata zoals hittestress, wateroverlast en afstand tot koelte/schaduw, is een voorstel gemaakt waarin de kansen en aandachtspunten in Voorst worden benoemd. Met 13 individuele bedrijven zijn vervolgens afspraken gemaakt over investeringen op het gebied van vergroening op de eigen kavel, met een

52

investeringswaarde van € 250.000. De gemeente draagt vervolgens bij met investeringen in de openbare ruimte. Er ligt op dit moment een collectieve subsidieaanvraag klaar bij de provincie. C. Ruimte creëren voor start-ups op innovatie-omgevingen. Innovatieve bedrijvigheid in speerpuntsectoren (slimme (maak)industrie, ICT en e-commerce, creatieve industrie en health) is nodig om de Zwolse economie van de toekomst vorm te geven. Deze bedrijven hebben levendige stedelijke omgevingen nodig waar innovatie en kruisbestuiving gestimuleerd worden. Het Innovatiedistrict Spoorzone en het westen van De Vrolijkheid (De Makersfabriek) zijn locaties waar deze bedrijven terecht kunnen. Het is van belang dat deze locaties blijven bestaan en worden uitgebreid. Slimme combinaties met onderwijs zorgen voor de benodigde kennis en levendigheid in het gebied (zie bijvoorbeeld de Breman Academy op De Vrolijkheid in samenwerking met het Deltion College). Innovatie-omgevingen zijn bij uitstek locaties die baat hebben bij levendigheid en reuring, maar kunnen dat vervolgens ook bieden aan de omgeving als de verbinding daarmee goed gelegd wordt. Vanuit de gemeente vergt het ontwikkelen van bloeiende innovatie-omgevingen inzet op het samenbrengen van partijen, het bestemmen en behouden van creatieve broedplaatsen en het actief werken aan interne en externe fysieke verbindingen op het gebied.

Met name voor creatieve start-ups (in de maakindustrie) is de Makersfabriek hier de aangewezen locatie voor.

D. Sturen op de vestiging van gewenste bedrijven. Per terrein is een ontwikkelbeeld voor 2040 opgesteld, met eerste kaders voor een profiel per (deel)terrein. Een aanzienlijk deel van de huidige invulling van de terreinen sluit al vrij goed aan op deze toekomstige profielen. Toch zijn er locaties waar de huidige invulling wringt met de gewenste richting. Daarnaast blijkt in de praktijk dat vrijkomende locaties soms worden ingevuld op een manier die niet aansluit bij het terrein – zowel nu als in de toekomst. Door het profiel op deelterreinniveau verder uit te werken wordt allereerst een helder beeld geschetst over de type vestigers die passend zijn, en welke niet (meer). Dit wordt in nauwe samenspraak met de ondernemers(koepels) gedaan. Aan de hand hiervan kan worden gestuurd op gewenste en passende bedrijvigheid, bijvoorbeeld door planologische kaders vast te leggen of door met actief grondbeleid als gemeente zelf (of met partners) kavels aan te kopen. Op die manier is het mogelijk om bepaalde bedrijven aan te trekken en daarmee bijvoorbeeld de kadefunctie van een kavel optimaal in te zetten. 53

Daarnaast kan ruimte worden geboden aan circulaire bedrijven of bedrijven in de (high-tech) maakindustrie. Met actief grondbeleid wordt er aangestuurd op het aankopen en opknappen van specifieke plekken met lage kwaliteit en/of ongewenste bedrijvigheid (‘prio 1-locaties’) op terreinen. Dit middel kan eventueel worden toegepast in een kansenzone-aanpak (actie A), waarmee een eerste aanzet kan worden gegeven tot herontwikkeling. Hier liggen onder andere kansen op Voorst in de zone tussen de Blaloweg en de A28. Met het opkopen van een of enkele (braakliggende) kavels kan hier herontwikkeling van de grond komen. Daarnaast biedt Marslanden op kleinere schaal kansen.

E. Verkennen van mogelijke zoekgebieden en uitgiftecriteria voor Hessenpoort IV en Marslanden Zuid. Inzet op beter benutten op bestaande terreinen kan ruimtewinst opleveren, maar gezien de schaalsprong die Zwolle wil maken lijkt dit niet genoeg om de groeiende ruimtevraag van bedrijven te kunnen huisvesten. Zeker voor de lange(re) termijn is het daarom verstandig om te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor een of meerdere nieuwe terreinen. Over het ontwikkelen van een bedrijventerrein gaat vaak veel tijd, waardoor er tijdig mee begonnen dient te worden. Door op voorhand goed na te denken over de uitgiftecriteria kan er worden gericht op de gewenste bedrijvigheid. Met uitgifte via erfpacht kan er ook in de jaren daarna nog op gestuurd worden. In de toekomst zullen bedrijven in de (high-tech) maakindustrie en circulaire economie Zwolle vormen, maar zij hebben wel ruimte nodig om te kunnen landen en door te kunnen groeien vanuit andere locaties in de stad. Daarnaast blijft logistiek een belangrijke sector in de stad. Het lijkt daarom logisch om op Hessenpoort op deze doelgroepen te richten. Zeker voor de circulaire economie en logistiek zijn relatief grote kavels nodig. Door op Hessenpoort IV een combinatie te maken van grootschalige en middelgrote kavels kunnen bedrijven in deze 54

sectoren hier terecht. Het terrein houdt qua profiel dan het midden tussen Hessenpoort I en II enerzijds, en Hessenpoort III anderzijds. De volgende uitgangspunten zouden voor Hessenpoort IV aangehouden kunnen worden: o Mix van grootschalige (> 5 ha) en middelgrote kavels (ca. 2 ha) o Gericht op (high-tech) maakindustrie en logistiek, passend in milieucategorie 3 en 4 o Hoge duurzaamheidseisen voor de inrichting van het pand/kavel o Circulaire bedrijfsactiviteit of ondersteunend aan circulaire ketens o Aansluiting op collectief energienetwerk voor gezamenlijke opslag en uitwisseling Naast stuwende bedrijvigheid zal er ook ruimte nodig zijn voor verzorgende bedrijvigheid. Door een terrein te ontwikkelen op korte afstand van de stad kunnen de vervoersbewegingen van het personeel beperkt worden. Inpassing van goede fiets- en OV-verbindingen zijn hierbij essentieel. Marslanden-Zuid past qua locatie in dit profiel. Een groen en hoogwaardig bedrijventerrein, gericht op lokale bedrijven met een sterke binding met de stad. Gezien de ligging zal er stevig moeten worden ingezet op slimme waterberging en liggen er opgaves voor energie(uitwisseling). Dit geldt zowel voor de openbare ruimte als de bedrijfskavels. De volgende uitgangspunten zouden passen bij Marslanden-Zuid: o Mix van kleinschalige (ca. 0,5 ha) en middelgrote kavels (1 tot max.

2 ha) o Gericht op verzorgende bedrijvigheid, met een mix van bouw/installatie, kleinschalige logistiek, industrie en dienstverlening o Hoge eisen aan (meervoudig) ruimtegebruik, met hoge bebouwingsdichtheid o Rekening houden met hoog water door waterberging in te passen op eigen terrein en belangrijke functies ruim boven maaiveld in te passen o Slimme afstemming in energieverbruik, met maximaal vermogen tijdens piekuren

55

F. Stadsbrede opgaves meenemen in de aanpak van bedrijventerreinen. In alle bovenstaande punten dienen de stadsbrede opgaves meegenomen te worden. Bij sommige punten, zoals de ontwikkeling van Marslanden-Zuid, is het meenemen van de wateropgave vrij evident. Maar ook bij de andere terreinen, thema’s en acties moet altijd oog zijn voor de opgaves op het gebied van energie, mobiliteit, blauwgroen en arbeid. Het meenemen van deze opgaves zorgt niet alleen voor extra uitdagingen, maar ook juist voor kansen. Het meenemen van de blauwgroene opgave zorgt voor een sterke verbinding met de natuur, het goed inpassen van wonen op de eigen kavels zorgt voor een hoger arbeidspotentieel en met slimme afstemming op het gebied van energie en mobiliteit kan de rest van de stad ontlast worden. Wel moet er gezorgd worden dat de juiste inzet op het juiste terrein landt. Hiervoor kan het afweegkader gebruikt worden. Voor actie F geldt dat deze geïntegreerd moet worden in alle andere acties (A t/m E). Er is daarom een direct deelgebied specifiek aan deze actielijn te hangen.

56

Hoofdstuk 7 Organisatie

In hoofdstuk 6 zijn de belangrijkste actielijnen opgetekend. Deze gaat in op het ‘wat’ en ‘waar’ in de toekomstige bedrijventerreinontwikkeling. In dit hoofdstuk ligt het accent op de ‘hoe’-vraag. Hoe moeten de opgaves en acties per terrein worden opgepakt, en hoe hangen deze ontwikkelingen samen met elkaar en de integrale ontwikkelopgaven in de stad? In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatie van deze ontwikkelingen. Om de gestelde acties goed op te kunnen pakken is een actievere rol vanuit de gemeente nodig. In paragraaf 7.1 wordt eerst ingegaan op de achterliggende reden waarom deze actievere rol belangrijk is. De paragrafen daarna hebben een praktischere insteek en gaan in op de prioritaire acties per terrein en het instrumentarium dat ingezet kan worden voor deze acties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=29c2fb50-db66-4b8b-a539-481f47a189c9