CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe toelichting en regels

Raad Besluitvormingsronde 25 mei 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe36.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Het station is goed bereikbaar voor langzaam verkeer via De Tippepaden. Het station ligt voor heel de wijk op fietsafstand. Zeker voor de zuidpunt van het plangebied is het station ook te voet goed bereikbaar. Auto In het ontwerp van de wegenstructuur is de bereikbaarheid van de bouwvelden voor de auto gegarandeerd. Tegelijk is de auto niet altijd leidend gemaakt: de routes zijn niet altijd recht-toe-recht-aan. Wel wordt autoverkeer via een heldere structuur naar de plek van bestemming geleid. Door de ringstructuren ontstaan binnen in de buurtringen verkeersluwe plekken waar volop ruimte is voor recreatie en ontmoeting in een groene omgeving.

De ontwikkeling van de woonwijk heeft effect op het omliggende wegennetwerk. Via de twee wijkontsluitingswegen zal autoverkeer het bestaande wegennet extra belasten. Aan de noordzijde betekent dit dat het kruispunt Hasselterweg – Zwolseweg meer verkeer te verwerken krijgt. In het verleden is bij het ontwerp van dit kruispunt met het oog op ontwikkeling van De Tippe rekening gehouden met de aanleg van een extra linksafstrook vanaf de Hasselterweg (Westenholte) richting 's Heerenbroek. Zodra de realisatie van het linksafvak vanwege het waarborgen van voldoende verkeersafwikkeling gewenst is, kan de aanpassing relatief makkelijk plaatsvinden. Aan de zuidzijde wordt de wijk ontsloten via de rotonde op de Belvédèrelaan. De verkeersafwikkeling is in de planvorming een doorlopend aandachtspunt. Fietsverkeer gaat autoverkeer kruisen. De verkeersafwikkeling van de rotonde is daarom onderzocht. Daaruit bleek dat de afwikkeling vooralsnog

28/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

voldoende is. Parkeren / deelmobiliteit / mobiliteit hub Voor De Tippe geldt het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Zwolle zoals momenteel omschreven in de Regeling parkeernormen 2016. In de regeling wordt de aanvrager de mogelijkheid gegeven te komen met een plan waardoor het niet nodig is de gehele parkeernorm te realiseren. Het alternatieve plan kan bijvoorbeeld het realiseren van deelmobiliteit. De wijk wordt voorbereid op het gebruik van elektrische voertuigen. Daar hoort bij dat voldoende oplaadmogelijkheden voor elektrische auto's worden gerealiseerd. De ambities ten aanzien van duurzame bereikbaarheid in De Tippe komen samen in de Mobiliteitshub. De Mobiliteitshub speelt in op de vraag het autogebruik en autobezit in de wijk te verminderen. De ligging van de Hub, aan de hoofdfietsstructuur en de wijkontsluiting voor de auto is cruciaal. Zo ontstaat een overstappunt tussen verschillende modaliteiten in de wijk. De hub functioneert ten eerste als wijkstallingsgarage en centrale plek voor deelauto's van de omliggende ontwikkelvelden. Andere passende meekoppelkansen zijn een pick-up point voor pakketjes of overslagpunt van vrachten op een kleinschalige distributiedienst op wijkniveau.

3.5

Groen

Het geluidslandschap langs de Hasselterweg (De Geluidsdijk) met aangrenzend water en groen waaronder het Weidepark behoort tot de Stedelijke Hoofdgroenstructuur. Ook de spoordijk, de spoorsloot en begeleidend groen (De Spoorsingel), en de watergang met begeleidend groen die De Tippe doorsnijdt van spoor tot Hasselterweg en uitkomt in het Weidepark behoren tot de Stedelijke Hoofdgroenstructuur. Tot de Wijkgroenstructuur van De Tippe behoort het overige water en groen in de vorm van de Tippepaden en de Stadssingel. Er komen in het plangebied geen bijzondere bomen voor.

3.6

Natuur

3.6.1

Huidige situatie

3.6.1.1 Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft “Rijntakken” en is gelegen op een minimale afstand van 650 meter. 3.6.1.2 Flora en fauna Resultaten Quickscan flora en fauna (soortbescherming) In het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming) is heel Stadshagen onderzocht op het voorkomen van beschermde planten en dieren en op de geschiktheid van het gebied voor de desbetreffende soorten. Dit is vastgelegd in de volgende rapporten: Meurs, F.A. van, 2016.Quickscan flora en fauna. In kader van de Flora- en faunawet. Plangebied: Stadshagen, Zwolle. Rapportkenmerk ER20150825v02. Ecoresult B.V. Meurs, F.A. van, 2016. Aanvullend onderzoek flora en fauna. In het kader van de Flora- en faunawet. Plangebied: Stadshagen, Zwolle. Rapportkenmerk ER20160308v01. Ecoresult, Dordrecht. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging De Tippe en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden (bouwrijp maken) is aanvullend een quickscan soortbescherming De Tippe uitgevoerd.

29/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Meinesz, K. en R. Olthof,2019. Quickscan soortbescherming De Tippe. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 19-266. Ecogroen bv Zwolle.(CONCEPT) Naar aanleiding van het onderzoek (Bijlage 1) worden de volgende soorten nader toegelicht. Vleermuizen Tijdens het onderzoek zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Schade aan onmisbaar foerageergebied en vliegroutes is evenmin te verwachten. Andere zoogdieren In ruigtes en struweel binnen het plangebied kunnen verblijfplaatsen van wezel, hermelijn en bunzing aanwezig zijn. Daarnaast is mogelijk sprake van essentieel leefgebied. Vogels; jaarrond beschermde nesten In het plangebied zijn geen jaarrond beschermd nesten (categorie 1 t/m 4) van vogels aangetroffen. Wel is broedbiotoop aanwezig voor enkele algemeen voorkomende vogelsoorten van agrarische gronden, sloten en struweel zoals wilde eend, kievit, graspieper, scholekster, tureluur, roodborsttapuit, grasmus en bosrietzanger. Amfibieën Er zijn geen exemplaren van poelkikker waargenomen tijdens het onderzoek. Op basis van intensief uitgevoerd onderzoek wordt het voorkomen van poelkikker binnen het plangebied uitgesloten. Vissen Uit e-DNA onderzoek is gebleken dat grote modderkruiper aanwezig is in sloten binnen het plangebied.

Overige soorten In het plangebied zijn geen beschermde planten, overige amfibieën, overige zoogdieren, reptielen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Overijsel. 3.6.1.3 Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde deel van het Natuur Netwerk Nederland is gelegen op een afstand van 0,6 kilometer. 3.6.2

Uitgangspunten bestemmingsplan

3.6.2.1 Stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden Het uitvoeren van het bestemmingsplan kan mogelijk gepaard gaan met effecten op beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. De gemeente Zwolle heeft aan het advies en ingenieursbureau Ecogroen gevraagd de stikstofdepositie als gevolg van het uitvoeren van het voorgenomen plan en de mogelijke effecten hiervan op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen en te toetsen. De uitgangspunten, de resultaten en de conclusie zijn te vinden in het rapport “Ecologische beoordeling Stadshagen, de Tippe, Zwolle (Ecogroen, 11 december 2020, projectcode 20-421). Het integrale rapport is als bijlage opgenomen in het bestemmingsplan. Berekening van de stikstofdepositie De stikstofdepositie is bepaald met behulp van de rekentool AERIUS (2020). In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als gras- en bouwland. De stikstofemissie van het huidige gebruik is afgetrokken van de emissie van de uitvoering van het plan. Er is dus gebruik gemaakt van intern salderen.

30/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Het realiseren van de maximaal 1.377 woningen en voorzieningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, is verspreid over zes bouwjaren. De woningen en voorzieningen die gerealiseerd zijn, worden in het jaar na realisatie in gebruik genomen. Hierdoor overlapt de gebruiksfase met de aanlegfase. Alle rekenjaren vanaf het begin van de aanlegfase tot aan het jaar met de uiteindelijke gehele gebruiksfase zijn doorgerekend (2021 t/m 2027). Uit de gemaakte berekeningen volgt dat er in bouwjaar 2026 sprake is van de grootste toename van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Rijntakken met een maximale netto toename van 0,30 mol/ha/jaar. Ook voor de gebruiksfase is sprake van een (maximale) toename van 0,14 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. De effectgebieden (een verzameling hexagonen*) waarop de stikstofdepositie als gevolg van uitvoering van dit plan terecht komt zijn ecologisch beoordeeld. *AERIUS berekent de deposities per hexagoon (zeshoek) met een oppervlakte van één hectare. Conclusie Uit de ecologische beoordeling blijkt dat de uitvoering van het bestemmingsplan niet strijdig is met de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Er zijn binnen het N2000 gebied Rijntakken geen zodanige omstandigheden dat de maximale netto toename van 0,14 mol/ha/jr.

,in de gebruiksfase, kan leiden tot een ecologisch aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakteverlies van de stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. Ook de tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,30 mol N/ha/jr. ,tijdens de aanlegfase, zal niet leiden tot een ecologisch aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakteverlies van de stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. De projectgebonden toename aan stikstofdepositie staat niet in de weg aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en/of kwalificerende soorten die leven in de stikstofgevoelige leefgebieden binnen de Rijntakken. 3.6.2.2 Flora en fauna/ecologische maatregelen Uit de resultaten van de Quickscan soortbescherming De Tippe komen de volgende ecologische maatregelen voort. Werkzaamheden mogen geen broedende vogels verstoren. Verstoring van broedendevogels kan voorkomen worden door de uitvoering op te starten voor 15 februari en na 1 oktober. Wanneer werkzaamheden binnen deze periode worden opgestart adviseren we om een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum.

Wanneer verblijfplaatsen of essentieel foerageergebied van kleine marterachtigen worden vastgesteld en verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk. Er is uitzicht op ontheffing doordat in voorliggende situatie het relatief eenvoudig is om de functionaliteit van de leefomgeving te garanderen en het belang van de woonwijk onderbouwd kan worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen dient in de regel voorzien te worden in alternatief leefgebied. Door het dempen van sloten gaat leefgebied van grote modderkruiper verloren. Voor grote modderkruiper dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Overijssel. Er is uitzicht op ontheffing doordat in voorliggende situatie de functionaliteit van de leefomgeving gegarandeerd kan worden en het belang van de woonwijk onderbouwd kan worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen dient in de regel voorzien te worden in alternatief leefgebied. Voorafgaand aan de demping van sloten dienen exemplaren te worden weggevangen en verplaatst naar geschikt vervangend leefgebied. Er dient gewerkt te worden volgens een ecologisch werkprotocol waarin instructies worden gegeven voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. In de nieuwbouw van het plangebied zal voorts rekening gehouden worden met het creëren van verblijfplaatsen voor vleermuizen, nestgelegenheid voor gierzwaluw, spreeuw en huismus in bebouwing, voor

31/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

grote gele kwikstaart onder bruggen, en functionele leefomgeving voor huismus door middel van specifieke beplanting, zoals hagen en doornstruiken. 3.6.2.3 Natuur Netwerk Nederland Omdat het NNN geen externe werking kent, kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Conclusies In het kader van de Wet natuurbescherming is alle noodzakelijk onderzoek uitgevoerd (uitgezonderd Stikstofonderzoek). Er moet een ontheffing worden aangevraagd voor de grote modderkruiper. Gezien de genomen ecologische maatregelen is het zeer aannemelijk dat deze ontheffing zal worden verleend. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar.

3.7

Water

3.7.1

Huidige situatie

Waterstructuur De Tippe maakt deel uit van de polder Mastenbroek. Door De Tippe lopen nu grotere en kleinere watergangen. Enkele watergangen zijn door het waterschap aangemerkt als primaire watergangen, andere komen niet voor op de leggerkaarten van het waterschap (zie figuur 1). Het waterpeil is gelijk aan het waterpeil ten noorden van de spoorlijn: -0,7 tot -0,5 m NAP. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich op nog geen kilometer afstand de rivier de IJssel. In en nabij watergangen en waterkeringen is de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is aangegeven welke beperkingen gelden. Hier zijn bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen in opgenomen.

Figuur 1: Oppervlaktewateren in en nabij De Tippe (bron: Legger WDODelta) Het plangebied is een rivierkleigebied met een maaiveldhoogte van 0,10 m NAP tot 0,80 m NAP. Riolering

32/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Alleen nabij de Belvederelaan in de zuidoosthoek van het plangebied is momenteel riolering aanwezig. Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. 3.7.2

Uitgangspunten bestemmingsplan

Algemeen De polder Mastenbroek heeft bijzondere landschappelijke kwaliteiten. Een deel van De Tippe is geïnspireerd op de gridstructuur van de polder. Deze structuur wordt bepaald door watergangen en polderwegen. De Tippe is ingesloten door Westenholte en bestaand Stadshagen, maar sluit ook aan bij de polder en IJssel aan de noordzijde en binnenstad aan de zuidzijde. De dijkverlegging bij de Vreugderijkerwaard in het kader van Ruimte voor de Rivier heeft het rivierenlandschap nabij De Tippe versterkt. Waterstructuur De Tippe krijgt een min of meer zelfstandig watersysteem. Een watersysteem met voldoende berging in perioden met extreme regenval en met voldoende buffering voor periode van droogte. Er wordt geen vast (zomer- en winter-)peil gehanteerd zoals gebruikelijk. Het waterpeil mag op een natuurlijke wijze fluctueren. Dit is voordelig voor de natuurwaarden. Daarnaast zijn de seizoenen en natte en droge perioden beleefbaar. Het watersysteem wordt hoofdzakelijk gevoed met regenwater en in de winter in beperkte mate ook met kwel. Het systeem verliest water door verdamping en doordat het wegzakt in de bodem. In lange droge perioden kan het voorkomen dat het waterpeil in De Tippe (te) ver daalt. Dit heeft nadelige effecten voor de waterkwaliteit en de ecologie en is ook vanuit de ruimtelijke kwaliteit ongewenst.

Als het waterpeil te ver uitzakt (onder -0,70 m NAP) kan aan de zuidzijde water worden ingelaten. Bij zeer extreme regenval kan het waterpeil te ver stijgen (tot boven NAP) en wateroverlast veroorzaken. In deze situatie is behoefte aan een noodventiel om overtollig water af te voeren uit De Tippe. Verkend wordt nog of dit noodventiel gerealiseerd kan worden aan de noordwestzijde richting de Scholtensteeg en parallel langs het spoor. Uitgangspunt is dat het watersysteem varend wordt onderhouden door het Waterschap. Een zelfvoorzienend watersysteem met natuurlijke peilfluctuaties vraagt een andere oeverinrichting en stelt eisen aan de kunstwerken (duikers, stuwen, waterinlaat en nooduitlaat). Er is een stelsel van wadi's en infiltratievoorzieningen voorzien en hemelwater stroomt deels via het maaiveld af naar een plek waar het wordt opgevangen. Dit wijkt af van de reguliere praktijk en vraagt maatwerk vanuit beheer en afstemming met het waterschap. Bij de nadere uitwerking is aandacht voor de waterbalans (op basis van de bergingsvolumes oppervlaktewater en infiltratievoorzieningen) en het functioneren van het watersysteem tijdens de bouwfase. Deelgebieden Regenwater stroomt waar mogelijk oppervlakkig af naar de infiltratievoorzieningen. Waar dit nodig is zal worden voorzien in een regenwater(infiltratie) riool.

Het watersysteem en een deel van infiltratievoorzieningen zijn gesitueerd in het openbaar gebied. Ook binnen de ontwikkelvelden en de bouwblokken zal een deel van de bergingsopgave moeten worden ingevuld. Dit kan op, in of onder de gebouwen, of op het binnenterrein worden opgelost. Voor ieder ontwikkelveld zullen specifieke afspraken worden gemaakt over de specifieke bergingsopgave.

33/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Door de ontwikkelstrategie aan de noordzijde met velden (grids) kunnen later mogelijk wadi's en watergangen toe worden gevoegd. Het grid wordt net als in de rest van de polder mede bepaald door watergangen. Waar mogelijk worden wadi's uitgevoerd als netwerk waarbij ze onderling zijn verbonden. Deze wadi's kunnen als ze vol zijn overtollig water overstorten op het oppervlaktewater. In het centrale park komt d.m.v. subtiele hoogteverschillen en lokale waterbuffers het uiterwaardenlandschap terug (plasdrasgebied). Door het minimale hoogteverschil van het park met het oppervlaktewater ontstaat ruimte voor het opvangen van water bij piekbuien. Paden kunnen dan ook onder water komen te staan. Toekomstbestendigheid De Tippe wordt klimaatadaptief en waterrobuust ingericht. Op het moment van piekbuien kan dit voor een groot deel worden opgevangen in het oppervlaktewater. Buien van 90 mm in 1 uur (t=250) kunnen worden verwerkt in de openbare ruimte en op kavelniveau zodanig dat dit niet tot wateroverlast en/of schade leidt. Hierbij kan ook gedacht worden aan waterberging op (groene) daken. In tijden van droogte helpt het als het regenwater zo goed mogelijk wordt vastgehouden. Hemelwater wordt dus geïnfiltreerd of afgevoerd naar de aanwezige watergangen. Ruime boomvakken en grote bomen dragen ook bij aan het vasthouden van water op natte dagen en aan verkoeling op hete dagen.

Voor hittestressreductie op hete dagen is op gebouwniveau aandacht voor koeling, zonwering en ventilatiemogelijkheden. De groenstructuur en het waternetwerk versterken elkaar: blauwegroene structuren dragen behalve aan de leefkwaliteit, ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Waterrobuust en klimaatadaptief houdt ook in dat er voldoende watercirculatie plaats kan vinden in het watersysteem. Het oppervlaktewater kan kansen bieden voor thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Riolering In het plangebied is sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor wordt een rioleringsstelsel aangelegd en zuiveringstechnische werken toegevoegd. Waterkwaliteit Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren.

Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een primaire waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door de IJssel aan de westzijde, door het Zwarte Meer aan de noordzijde en door het Zwarte Water aan de oostzijde (voormalig dijkring 10). Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. Risico-inventarisatie

34/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten zuiden van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De waterkeringen aan de oost en noordkant van het plangebied zijn lager genormeerd en kennen een overstromingskans van 1 op 3.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van www.risicokaart.nl wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat op 2,0 tot 5,0 meter (figuur 2). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als diep. De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In figuur 3 is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de wijk Westenholte weergegeven. Dit is kort, namelijk 0 tot 6 uur.

Figuur 2: Maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: risicokaart.nl)

Meerlaagse veiligheid De geluidswal langs de Hasselterweg is niet alleen geluidswerend, maar kan met de nodige maatregelen

35/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

ook wordt ingezet als gevolgbeperkende wal in het geval van overstroming van de Mastenbroekerpolder. Bij overstroming wordt wateroverlast en schade door deze wal beperkt en/of hebben de bewoners langer de tijd om te evacueren.

3.8

Wonen

In De Tippe worden maximaal 1.377 woningen gebouwd in een suburbaan woonmilieu specifiek gericht op grotere gezinshuishoudens (70%) en kleine huishoudens, die bestaan uit 1 of 2 personen (30%). Net als in heel Stadshagen ligt het accent op woningbouw voor diverse gezinnen, voornamelijk grondgebonden. Dit sluit aan bij de identiteit van Stadshagen als suburbane woonlocatie van Zwolle en voorziet in de grote vraag naar suburbane woonmilieus. Voor De Tippe wordt voorgesteld 30% van de woningbouw te realiseren voor de kleine(re) huishoudens, de snelst groeiende huishoudensgroep in Zwolle. Uit onderzoek van Companen blijkt dat deze groep voornamelijk een voorkeur heeft voor appartementen in de huursector, dit geldt zowel bij de starters 18-29 jaar als bij de groep van 50- 64 jaar. Door het toevoegen van diverse woningtypes en prijsklassen wordt ruimte geboden aan doorstroming binnen de wijk. In De Tippe wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de Zuidpunt, rondom het treinstation Stadshagen, en het overige gebied. De Zuidpunt rondom het station kenmerkt zich door functiemening (wonen, werken en voorzieningen) en een hogere woningdichtheid, onder andere door gestapelde woningbouw. De Zuidpunt voorziet in de behoefte aan woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens, voor zowel starters als ouderen.

Starters hebben niet altijd een auto en hechten waarde aan een goede fietsen/of openbaar vervoer verbinding naar werklocaties. Ouderen kunnen door de aanwezige voorzieningen en goede verbinding met het Stadscentrum binnen de wijk kleiner en levensloopbestendig gaan wonen met behoud van de vertrouwdheid van de eigen wijk. Met name deze groep groeit snel in Stadshagen. Door toevoeging van woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens wordt aan deze groep de mogelijkheid geven om binnen de wijk een passende woning te vinden. In het overige deel van de wijk ligt de focus op het faciliteren van gezinnen. Gezinnen richten zich het sterkst op grondgebonden woningen, zowel op huur- als op koopwoningen, met name in het middeldure segment. Belangrijk element bij de ontwikkeling van de Tippe is dat 25% vanuit co-creatie ontwikkeld wordt. Daarmee sluit het aan bij de ambitie van Zwolle om vernieuwende woonstad te zijn, waarbij ruimte is voor experiment om samen met bewoners, vanuit de behoefte van huidige en nieuwe bewoners, een passend en toekomstbestendig woonaanbod te ontwikkelen. Een van de ambities voor De Tippe is een sociale en inclusieve wijk. In een overspannen woningmarkt is het belangrijk dat ook De Tippe voor iedereen bereikbaar blijft.

Net als op stadsniveau wordt voor het woningbouwprogramma in De Tippe vastgehouden aan een verdeling in prijsklasse van 30% goedkoop, 40% middelduur en 30% duur. Om de betaalbaarheid van woningen te kunnen beschermen en starters meer kansen te geven op de woningmarkt is als onderdeel van de Ontwikkelstrategie Wonen een Zwols pakket van maatregelen opggesteld. Ontwikkelende partijen verplichten zich om het Zwols pakket van maatregelen toe te passen in al haar contracten met betrekking tot nieuwbouw en transformatie van koopwoningen in het prijssegment goedkoop en middelduur. Uit de meest recente woningmarktanalyse van Companen en bureau HHM (2017) is gebleken dat er, op basis van de inkomens- en huishoudensontwikkeling in het goedkope woonsegment, vooral behoefte is aan goedkope en middeldure koopwoningen voor met name jonge gezinnen. Stadshagen is bij uitstek een gezinswijk waar dit segment goed kan worden gefaciliteerd. Ook is er een blijvende grote vraag naar sociale huurwoningen. De meerderheid van de sociale huurders bestaat uit 1- en 2--persoons-huishoudens. De verdere ambulantisering van de zorg en de uitstroom van beschermd wonen vragen in de sociale huursector vooral om de toevoeging van kleinere (3-kamers) zelfstandige sociale huurwoningen in de goedkoopste prijsklassen.

36/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Wonen en zorg Steeds meer mensen wonen of blijven zelfstandig wonen, ook als ze zorg nodig hebben. Het feit dat steeds meer mensen op hogere leeftijd zelfstandig blijven wonen, stelt eisen aan de beschikbaarheid en kwaliteit van woningen in Zwolle en de aansluiting van wonen met zorg en welzijn. In 2017 is in opdracht van de gemeente Zwolle, deltaWonen, Openbaar Belang, SWZ en partners WWZ038 een woningmarktanalyse uitgevoerd door Companen/HHM. In dit onderzoek is aan de hand van een aantal indicatoren de (mogelijke) toekomstige vraag in beeld gebracht en is specifiek ingezoomd op wonen en zorg. Uit dit onderzoek blijkt dat naast de kwantitatieve vraag er met name sprake is van een kwaliteitsvraagstuk als het gaat om zorgbehoefte in combinatie met type huisvesting, geschiktheid bestaande woningen, omgevingsfactoren, etc. Om hier invulling aan te geven is een integrale aanpak nodig op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Te denken valt aan de zorgdoelgroepen ouderen, jongeren en mensen met een psychiatrische problematiek. De toenemende vergrijzing en ook ambulantisering van zorg betekent dat er een kwantitatieve opgave bestaat in het huisvesten van zorgdoelgroepen, jong en oud. Er zal een 'tandje' bijgezet moeten worden om de woonbehoefte van deze groepen te kunnen realiseren.

Een deel van deze opgave vertaalt zich naar de ontwikkeling van nieuwe wijken en buurten, zoals De Tippe. Hier kunnen kansen worden benut om invulling te geven aan de woonbehoefte van zorgdoelgroepen om ook doorstroming te genereren. Essentieel is om te realiseren dat de kwantitatieve opgave hand in hand gaat met de kwalitatieve woonbehoefte. Een geschikte woning in de juiste omgeving met een goede balans van 'draagkracht en draaglast'. De ontwikkelfase vraagt daarom een zorgvuldig en 'slim' samenspel met wonen- en zorgpartners om de woon-zorg behoefte te integreren in het totale woningbouwprogramma voor de Tippe.

3.9

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op (milieu)aspecten die mogelijk beperkingen met zich meebrengen bij het toekennen van bestemmingen. 3.9.1

Geluid

De Wet geluidhinder stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, scholen en verpleegtehuizen. In de wet wordt per geluidsbron een regeling gegeven, te weten voor industrielawaai, spoorweglawaai en wegverkeerslawaai. In het kader van het bestemmingsplan voor de Tippe is door Omgevingsdienst IJsselland een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Akoestisch onderzoek Stadshagen Zwolle, Deelgebied de Tippe, versie 2.2 definitief, 1 maart 2021). Dit onderzoek is als Bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Industrielawaai Het plangebied valt niet binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Wegverkeer Het plangebied is gelegen binnen de invloedssfeer van het wegverkeer op de volgende wegen: Hasselterweg (N331) ten noorden van de Teunisbloemweg; Belvédèrelaan, tussen de Frankhuizerallee en de Hasselterweg; Zwolseweg (N764) ten westen van de Hasselterweg. Havenzathenallee; Voorsterweg; Scholtensteeg. Ten aanzien van de hoofdinfrastructuur geldt dat aan de weg en in het naastgelegen gebied maatregelen zullen worden getroffen, zodat de gevelbelasting van geluidsgevoelige bestemming niet meer dan 48 dB zal bedragen. Bij de wijkontsluitingswegen zal gestreefd worden naar een niet hogere gevelbelasting van 48 dB,

37/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

uitgezonderd 10% van de woon- en bijzondere bebouwing, daarvan zal de gevelbelasting niet meer dan 53 dB bedragen. Railverkeerslawaai De aandachtszone voor akoestisch onderzoek in relatie tot het huidige gebruik van de spoorlijn Zwolle – Kampen is beperkt tot 100 meter vanaf de spoorlijn. Binnen deze zone is onderzocht of de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Voor die gevallen moeten geluidwerende maatregelen worden getroffen. Maatregelen Voor de Havenzathenallee, Voorsterweg en Scholtensteeg is tijdens het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd voor het moederplan (Stadshagen II, vastgesteld februari 2006) al gebleken dat voldaan wordt aan de wettelijke voorkeurswaarde. Voor de Hasselterweg, Zwolseweg en Belvédèrelaan en de spoorlijn is aanvullend akoestisch onderzoek gedaan en is gekeken welke geluidbeperkende maatregelen doeltreffend zijn. Waar dit niet mogelijk is zijn en het toch wenselijk is om woningen te bouwen worden kunnen volgens de Wet geluidhinder hogere waarden verleend worden. In die gevallen moeten bij de realisatie van de woning maatregelen uit het Bouwbesluit genomen worden om binnen de woning een goed geluidsniveau te garanderen. Poldergrid en Stedelijke Radialen Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het verkeer op de Zwolseweg de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden.

Langs de binnenplanse wegen (30 km/uur) wordt incidenteel de voorkeursgrenswaarde overschreden. Deze wegen vallen niet binnen de Wet geluidhinder, waardoor hier geen maatregelen voor bepaald hoeven te worden. Wel wordt hiervoor in het kader van Wet ruimtelijke ordening bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Omdat de grenswaarde van 53 dB uit het gebiedsgerichte geluidbeleid van gemeente Zwolle niet wordt overschreden past de geluidsbelasting van deze wegen binnen het karakter van de wijk. Het verkeer op de Hasselterweg zorgt vanaf de derde bouwlaag tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op de eerstelijns bebouwing. In het akoestisch onderzoek is onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te beperken. Op de Hasselterweg is al stil asfalt aangebracht. Verder is een aarden wal met schanskorf aanwezig tussen de Hasselterweg en de eerstelijns bebouwing. Deze zorgt op de eerste twee bouwlagen voor voldoende geluidsreductie. In het Poldergrid betekent dit dat alleen bij de bovenste bouwlaag een (geringe) overschrijding overblijft. Deze bouwlaag is voorzien als een zolderverdieping, waarbij het dak vanwege de duurzaamheidseisen wordt bedekt met zonnepanelen. Hierdoor ontstaat een dove gevel, die vanuit de Wet geluidhinder niet hoeft te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde.

Dit wordt gezien als een praktische oplossing, waardoor geen hogere waardes worden verleend voor deze woningen. Hierbij weegt mee dat de eerste twee verdiepingen wel voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, waardoor in de woningen voldoende ruimte is om geluidgevoelige ruimtes te realiseren. In de Stedelijke Radialen zijn appartementencomplexen voorzien, waarbij alle bouwlagen potentieel geluidgevoelig zijn. In de uitwerking van de locatie zal de akoestische situatie nader moeten worden onderzocht. Er zullen geen hogere waarden worden verleend, wat betekent dat de potentiele knelpunten door middel van stedenbouwkundige maatregelen moeten worden voorkomen. In praktijk komt dit er op neer op voldoende afstand tussen de Hasselterweg en de geluidgevoelige functies. Railverkeer Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat bij een deel van de woningen in de eerstelijnsbebouwing langs het spoor de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De overschrijdingen vinden hier plaats vanaf de tweede bouwlaag. Een bronmaatregel voor railverkeerslawaai is het toepassen van raildempers. De geluidreductie als gevolg 38/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

van het toepassen van raildempers is circa 3 dB, mogelijk voldoende om de overschrijdingen binnen het plangebied op te heffen. De effectiviteit van raildempers staat echter niet vast, vanwege remmend en optrekkend verkeer ter hoogte van station Stadshagen. Het is aannemelijk dat als gevolg van remmend en optrekkend treinverkeer een geluidreductie van 3 dB niet behaald wordt. Gelet op de relatief kleine overschrijdingen van de wettelijke voorkeurswaarde, de te behalen geluidreductie en de recente elektrificatie van de spoorlijn is het uitgangspunt dat raildempers niet aan de orde zijn. Een mogelijke maatregel om de overdracht van geluid naar het plangebied te beperken is een geluidsscherm. Uit berekeningen is gebleken dat op de maatgevende hoogte van 4,5 meter een schermhoogte van 1 meter ten opzichte van bovenkant spoor effectief is. Een geluidscherm zorgt echter ook voor een ongewenste afscheiding van de Tippe van de rest van Stadshagen en is visueel onaantrekkelijk. Ook reflecteert een scherm mogelijk het geluid richting de woningen aan de andere zijde van het spoor, die op een gelijke afstand van het spoor liggen. Gezien de geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en het incidentele karakter van het spoorgeluid wordt daarom geen scherm aangebracht.

Om de woningen te beschermen tegen het railgeluid worden hogere waarden verleend voor een deel van de eerstelijns bebouwing. De contour van de voorkeursgrenswaarde voor geluid van het spoor is op de bestemmingsplankaart aangegeven. De gebieden binnen deze contour (d.w.z. met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde) hebben de aanduiding 'geluidsgevoelige bebouwing uitgesloten' gekregen, waaraan de volgende bouwregel is verbonden: ter plaatse van de aanduiding 'geluidsgevoelige bebouwing uitgesloten' mogen in het Poldergrid maximaal 16 woningen worden gerealiseerd met een maximale gevelbelasting van 56 dB; ter plaatse van de aanduiding 'geluidsgevoelige bebouwing uitgesloten' mogen in de Stedelijke Radialen maximaal 18 woningen worden gerealiseerd met een maximale gevelbelasting van 57 dB; Voor alle woningen binnen de contour geldt dat deze een geluidluwe gevel moeten hebben. Dit betekent dat er een gevel is waar de geluidbelasting bij voorkeur aan de voorkeursgrenswaarde voldoet. Het uitgangspunt is dat hier een raam open gezet kan worden zonder dat de geluidsbelasting in de woning toeneemt. Zuidpunt De Zuidpunt van de Tippe ligt in een relatief smalle punt tussen de spoorlijn en de Hasselterweg en wordt doorsneden door de Belvédèrelaan. Hierdoor is de geluidbelasting in vergelijke met de rest van de Tippe hoog.

Tegelijkertijd is het door de nabijheid van het station, faciliteiten en de ontsluitingswegen ook een aantrekkelijke locatie. Daarom is gekeken op welke manier hier toch woningen gecreëerd kunnen worden, waarbij de ambitie vanuit het gebiedsgerichte beleid voor geluid wordt gerespecteerd. Bij de bespreking van de resultaten wordt de indeling in onderstaande kaart gebruikt.

39/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Wegverkeer Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat als gevolg van het verkeer op de Hasselterweg en de Belvédèrelaan de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De aarden wal langs de Hasselterweg wordt bij de Zuidpunt door de ontsluitingsweg onderbroken. Daarom is er voor gekozen om in veld Z8 op bovenstaande kaart geen geluidgevoelige functies toe te staan. Veld Z6 en Z5 zijn bestemd voor maatschappelijke functies. De Belvédèrelaan geeft een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op de velden Z1, Z2, Z7 en Z9. Waar mogelijk is hier stil asfalt aangelegd. Dit type asfalt is echter niet bestand tegen veel remmend en optrekkend verkeer, waardoor het niet toegepast kan worden bij de rotonde. Een scherm is gezien de beperkte ruimte niet toepasbaar. Omdat in de Zuidpunt meerdere geluidsbronnen aanwezig zijn (het de wegen en het spoor), is in het akoestisch onderzoek ook berekend wat de gecumuleerde geluidsbelasting is. Hieruit is gebleken dat in de velden nabij het station (Z7 en Z9) de milieukwaliteit matig tot slecht is. De reden hiervoor is dat dit gebied op een relatief smalle strook tussen de Belvédèrelaan en het spoor ligt, waardoor aan beide zijdes een geluidsbron aanwezig is. Deze velden zijn hierdoor in principe minder geschikt voor woningen.

Alleen als bij de uitwerking aangetoond wordt dat een geluidluwe gevel wordt gecreëerd mogen hier geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. Hiervoor worden hogere waarden verleend. Hierbij is meegenomen dat

40/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

woningbouw met name in de grotere velden aan de westkant van de Zuidpunt (Z1, Z2, Z3 en Z4) zal plaatsvinden, omdat hier makkelijker aan de eisen voor geluid kan worden voldaan. In de velden Z1 en Z2 is de gecumuleerde geluidbelasting lager. De voorkeursgrenswaarde wordt bij deze velden alleen overschreden bij de punten langs de rotonde. Hierbij wordt voorzien dat een geluidluwe gevel creëren goed mogelijk is. Ook hebben deze woningen een geluidwerende functie voor de rest van het veld. Om deze reden wordt voor deze velden een beperkt aantal hogere waarden verleend. In de regels is bepaald dat voor de velden langs de Belvédèrelaan een geluidgevoelige bestemming is uitgesloten, met uitzondering van: het volgende aantal woningen waarvoor hogere waardes zijn verleend: 1. veld Z1: maximaal 16 woningen met een maximale gevelbelasting van 53 dB 2. veld Z2: maximaal 16 woningen met een maximale gevelbelasting van 53 dB 3. veld Z7: maximaal 72 woningen met een maximale gevelbelasting van 61 dB 4. veld Z9: maximaal 32 woningen met een maximale gevelbelasting van 61 dB daarnaast mogen in deze velden geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd als aangetoond kan worden dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde Het verkeer op de Hasselterweg zorgt voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde bij veld Z4, waar appartementen zijn voorzien.

De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden vanaf de derde bouwlaag. Een verhoging van de aarden wal met schanskorf is hier vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. Op de Hasselterweg is al stil asfalt toegepast. Omdat het mogelijk is om de geluidgevoelige functies van een geluidluwe gevel te voorzien worden een beperkt aantal hogere waardes verleend. Voor de appartementen geldt dat hier maximaal 9 appartementen worden gerealiseerd met een maximale gevelbelasting van 56 dB. Railverkeer Het treinverkeer zorgt in de Zuidpunt voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde bij de woningen langs het spoor. Net zoals in het Poldergrid en de Stedelijke Radialen is het toepassen van raildempers niet geschikt. Vanwege de beperkte ruimte is een geluidscherm niet inpasbaar. Daarnaast is de bebouwing in de Zuidpunt hoger en zou een scherm hier slechts voor een deel van de bouwlagen effectief zijn. Omdat de gecumuleerde geluidbelasting laag is en geluidluwe gevels een optie zijn worden voor deze locatie hogere waardes verleend. Hierbij is in de overweging ook meegenomen dat deze woningen mogelijk een geluidwerende functie kunnen hebben voor de woningen die verder van het spoor hebben. Een voorwaarde voor deze woningen is dat een geluidluwe gevel wordt aangebracht.

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidsgevoelige bebouwing uitgesloten' mogen maximaal 84 woningen worden gerealiseerd met een maximale gevelbelasting van 59 dB. Voor de woningen in de overige velden langs het spoor geldt dat deze al een hogere waarde ontvangen voor de geluidbelasting van de Belvédèrelaan. 3.9.2

Bedrijvigheid

In de Zuidpunt ligt een gebied met de functie gemengde doeleinden. Hier is een combinatie van wonen en bedrijvigheid mogelijk. Het gaat om een klein gebied dat ingeklemd ligt tussen woongebieden en verkeersdoeleinden en dat alleen geschikt is voor zeer lichte bedrijfscategorieën. In de Zuidpunt ligt ook een gebied met bestemming maatschappelijke voorzieningen. Vanwege de hinder die zij kunnen veroorzaken dient bij de uitwerking van het naastgelegen gebied met de bestemming wonen rekening gehouden te worden met een afstand conform de richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'.

41/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

3.9.3

Trillingen

Goederen en personenvervoer over het spoor zou in potentie kunnen leiden tot (hinderlijke) trillingen in woningen en overige gebouwen. In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect trillingen geen aandachtspunt is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bij plannen waarbij toekomstige (woon)gebouwen op korte afstand tot het spoor (100 m. volgens ProRail) worden voorzien een onderzoek naar trillingshinder worden uitgevoerd. Door Adviesbureau Alcedo is hiervoor het rapport 'De Tippe Zwolle, Resultaten trillingsmetingen hinder spoor' (24 juni 2019, kenmerk 20197091.R01.V01) opgesteld. Op basis van meetresultaten wordt geconcludeerd dat voor de nieuw te bouwen woningen naar verwachting voldaan wordt aan de streefwaarden uit de SBR richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen”. Trillingshinder vormt hiermee geen belemmering voor de realisatie van het plan. 3.9.4

Luchtkwaliteit

De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) en de grenswaarden voor de luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In de Regeling Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) is voor diverse categorieën aangegeven bij welke omvang van een initiatief deze niet in een betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan dat een woningbouwlocatie met = 1.500 woningen (netto) en minimaal 1 ontsluitingsweg valt onder de categorie NIBM. In het plangebied De Tippe worden minder dan 1.500 woningen gerealiseerd, zodat aan de NIBM grens wordt voldaan. Dit betekent dat toetsing van het project aan de grenswaarden in deze situatie niet nodig is. Er moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld dat de luchtkwaliteit in het plangebied geschikt is voor de beoogde functie 'wonen'. Aan de hand van de Monitoringstool van het Nationale Samenwerkingprogramma Luchtkwaliteit is een beoordeling gemaakt de luchtkwaliteit langs de Hasselterweg (N331) en de Havezathenallee voor de jaren 2020 en 2030. De beoordeling is gedaan op de meest nabij de weg gelegen rekenpunten, de concentraties in het verder van de weg gelegen deel van het plangebied zullen lager zijn. In de tabel hieronder zijn de resultaten hiervan te zien.

Luchtkwaliteit ter hoogte van plangebied (bron: NSL-Monitoringstool, monitoringsronde 2020 waarde in 2020 waarde in 2030 grenswaarde

WHO advieswaarde

NO2 µg/m3 jaargemiddeld

20,9

14,1

40

40

aantal uren met NO2 concentraties > 200 µg/m3

0

0

18

-

PM10 µg/m3 jaargemiddeld 16,7

14,8

40

20

aantal dagen met PM10 concentraties > 50 µg/m3

6

35

-

7,8

25

10

6

PM2,5 µg/m3 jaargemiddeld 9,6

Uit de tabel blijkt dat langs de omsluitende wegen ruim wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit van bijlage 2 van de Wm en dat tevens wordt voldaan aan de WHO advieswaarden. Deze conclusie mag tevens worden getrokken voor het overige deel van het plangebied dat verder van de omsluitende wegen is gelegen. De luchtkwaliteit in het plangebied is goed en geschikt voor de functie wonen. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor realisatie van het plan.

42/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

3.9.5

Bodemkwaliteit

In het kader van het moederplan is een inventarisatie naar bekende bodeminformatie uitgevoerd. Hieruit bleek dat dat er geen gevallen van ernstige verontreinigingen bekend zijn in het plangebied die de ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie belemmeren. 3.9.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's. Het gaat hierbij om de risico's van het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen in bedrijven en op het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het plangebied moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het besluit externe veiligheid transportroutes, het basisnet en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het kader van het moederplan is een inventarisatie gedaan voor externe veiligheid. Daaruit blijkt dat de wegen in en om het plangebied niet op de route liggen van vervoer van gevaarlijke stoffen. Over de spoorlijn Zwolle-Kampen vindt geen goederentransport plaats. Tevens liggen er in het gebied geen bedrijven die een veiligheidsrisico kunnen opleveren. Het risico voor de omgeving is derhalve minimaal en heeft geen invloed op de planontwikkeling.

3.10

Duurzaamheid

3.10.1 Klimaatadaptief buurschap De Tippe wordt een klimaatadaptieve buurt. Het klimaat verandert en er moet rekening worden gehouden met grotere weer-extremen. Daarom is klimaatadaptatie een leidend principe bij het ontwerp en de inrichting van De Tippe. Uitgangspunt is dat De Tippe bestand is tegen de te verwachten extreme plensbuien, maar ook tegen hittegolven en perioden van droogte. De hiervoor te realiseren blauw-groene structuren dragen tevens positief bij aan de ruimtelijke kwaliteit en het leefklimaat in De Tippe. 3.10.2 Energieneutraal buurschap Zwolle wil in 2050 een volledig energieneutrale stad zijn. Dat betekent dat alle energie die in Zwolle wordt gebruikt ook lokaal en duurzaam wordt opgewekt. Daarbij wordt naast de bebouwde omgeving ook rekening gehouden met mobiliteit. Energieneutraal is een enorme energietransitie-opgave. Uitgangspunt is dat nieuw stedelijk gebied vanaf het begin energieneutraal wordt gerealiseerd. Dit vraagt veel van de architectuur, de isolatiewaarden, techniekkeuze en opwekcapaciteit op de eigen kavel. Voor alle nieuwbouw in Zwolle is het uitgangspunt een energieprestatie-coëfficiënt (EPC ) van 0. Dat betekent dat alle energie die nodig is voor verwarmen, koelen en ventileren van de woning (is woninggebonden energie) op eigen kavel en/of binnen de plangrenzen van De Tippe wordt opgewekt.

Met EPC 0 zijn de woningen in De Tippe nog niet volledig energieneutraal. Daarvoor moet ook alle energie die gebruikt wordt voor huishoudelijke apparaten en elektronica (is gebruikgebonden energie) op de eigen kavel of binnen het plangebied van De Tippe duurzaam worden opgewekt. Dit wordt Nul-op-de-meter (NOM) genoemd, omdat over het jaar heen net zoveel energie duurzaam wordt opgewekt als dat in de woning wordt gebruikt. Dit vraagt onder andere om een optimale oriëntatie van de woning op de zon en op maximalisatie van het beschikbare dakoppervlak ten behoeve van opwek met zonnepanelen. NOM is de verdergaande ambitie voor De Tippe. Voor een volledig energieneutraal De Tippe op gebiedsniveau dient naast de woningen ook gekeken te worden naar het energiegebruik in de openbare ruimte en de stroom die wordt gebruikt voor het laden van

43/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

elektrische auto's (aan huis of in de openbare ruimte). De gemeente Zwolle kan met een deel van de zonnepanelen binnen De Tippe voldoende energie opwekken om het stroomverbruik in de openbare ruimte (openbare verlichting en rioolgemalen) af te dekken. 3.10.3 Circulair buurschap De ambitie is om van De Tippe een circulair woongebied te maken. Circulariteit is nog een jong vakgebied in een experimentele en innovatieve fase. Voor circulariteit op gebouwniveau en infrastructuurniveau zijn er reeds enkele goede voorbeelden. Op gebiedsniveau zijn er nog weinig praktijkvoorbeelden om circulariteit handen en voeten te geven. 3.10.4 Natuurinclusief buurschap Het groen in De Tippe kenmerkt zich door verschillende soorten onderverdeeld in het ruimtelijk raamwerk. De toegepaste soorten dragen bij aan een educatief, klimaatadaptief en ecologisch diverse groenstructuur. Natuureducatie, mogelijk vanuit de Biohub, kan bewoners stimuleren tot een klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting van de voor- en achtertuinen en eventueel zelfs de daken.

44/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 23. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Stadshagen II, De Tippe zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende

45/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een 'uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op het zelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen.

De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.

De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 46/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingregel opgenomen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 14 Anti-dubbeltelregel; Artikel 15 Algemene afwijkingsregels; Artikel 16 Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

4.2

Inleidende regels

Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 5 Groen Uitgangspunten: Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming 'Verkeer - Erftoegangsweg' gevoegd. In de bestemming Groen zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van zal worden afgeweken. Bermen en groenstroken langs wegen, die geen structuur- of buurtgroen zijn, zijn opgenomen in de

47/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

verkeersbestemmingen. Binnen deze laatste bestemmingen is een uitwisseling van groen, verkeer en parkeren overal toegestaan. Binnen de bestemming Groen zijn overal trapveldjes en speelvoorzieningen mogelijk. Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd. Artikel 9 Verkeer - Erftoegangsweg Deze bestemming is opgenomen voor het verkeers- en verblijfsgebied met een erftoegangsfunctie. Het heeft een inrichting gericht op gemengd verkeer in een 30 kilometer gebied. Behalve de rijbanen zelf worden ook de bijbehorende bermen, voetpaden, fietspaden en parkeerplaatsen in de bestemming opgenomen. Ook groenvoorzieningen en speelvoorzieningen zijn als onderdeel van de verblijfsfunctie mogelijk in deze bestemming. Binnen deze bestemming mogen ook gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd. Artikel 11 Water Deze bestemming omvat al het water dat van belang is voor de waterhuishouding van het gebied. Water dat voor de waterhuishouding niet van belang is, is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van andere bestemmingen.

4.4

Algemene regels

De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 17 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen. Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Hierbij kan gedacht worden aan het betalen van een compenserende bijdrage aan de gemeente Zwolle. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van het algemene parkeerbeleid. Artikel 15 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ece5213f-a455-4cba-ba69-9a6b60ed2eda