CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe toelichting en regels

Raad Besluitvormingsronde 25 mei 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe36.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Stadshagen II, De T ippe vastgesteld

nr. NL.IMRO.0193.BP19013-0003

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever Opdrachtnemer ECR Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP19013-0003 Datum:

25 mei 2021

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen

6 6 6 7

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.5 Natuur- en groenbeleid 2.5.1 Wet natuurbescherming (2017) 2.5.2 Rijks- en provinciaal natuurbeleid 2.5.3 Gemeentelijk groenbeleid 2.6 Waterbeleid 2.7 Woonbeleid 2.8 Milieubeleid

8 8 8 8 9 12 13 13 14 14 14 14 15 17 17

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Stedenbouwkundige visie 3.1.2 Het ruimtelijke raamwerk 3.2 Archeologie 3.3 Cultuurhistorie 3.4 Verkeer 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Groen 3.6 Natuur 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.7 Water 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.8 Wonen 3.9 Milieu 3.9.1 Geluid 3.9.2 Bedrijvigheid 3.9.3 Trillingen 3.9.4 Luchtkwaliteit 3.9.5 Bodemkwaliteit 3.9.6 Externe veiligheid 3.10 Duurzaamheid 3.10.1 Klimaatadaptief buurschap 3.10.2 Energieneutraal buurschap

21 21 21 24 25 26 26 26 27 29 29 29 30 32 32 33 36 37 37 41 42 42 43 43 43 43 43 2/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

3.10.3 Circulair buurschap 3.10.4 Natuurinclusief buurschap

44 44

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Handhaving

45 45 47 47 48 49 49

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Participatie 5.2.2 Uitkomsten overleg

50 50 50 50 50

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

53

Bijlage 1

Ecologische beoordeling

54

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

133

REGELS

1315

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

1316 1316 1324

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Bestemmingsregels Gemengd - 1 Gemengd - 2 Groen Maatschappelijk - 1 Maatschappelijk - 2 Verkeer Verkeer - Erftoegangsweg Verkeer - Railverkeer Water Woongebied Leiding - Hoogspanning

1326 1326 1330 1333 1335 1337 1339 1341 1343 1345 1347 1351

Hoofdstuk 3 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

1353 1353 1354 1356 1357

Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

1358 1358 1360

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

1361

Bijlage 1

1362

Hogere Waarden

3/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

4/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

TOELICHTING

5/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeenteraad heeft 17 juni 2019 unaniem ingestemd met de koers voor de ontwikkeling van De Tippe in Stadshagen. Deze koers is gezamenlijk met betrokken ontwikkelpartners en de Vrienden van De Tippe (een groep van betrokken bewoners en ondernemers) verder uitgewerkt naar een Ontwikkelplan voor De Tippe. Het Ontwikkelplan verbeeldt de ambities in woord en beeld en beschrijft de gezamenlijke onderschreven basiskwaliteiten en toetsingscriteria voor de verdere planvorming. Het Ontwikkelplan is de basis voor een adaptieve ontwikkeling van De Tippe. Het plan biedt ruimte voor een flexibele uitwerking waarbij kan worden ingespeeld op veranderingen in de samenleving, techniek en de woningmarkt: een raamwerk voor de verschillende mogelijkheden van planvorming in tijd en per deelgebied. Het Ontwikkelplan is op 25 mei 2020 vastgesteld door de gemeenteraad.

1.2

Plangebied

De Tippe ligt in het bestemmingsplan "Stadshagen II" (vastgesteld 28- 02-2006) en heeft de bestemming "Wonen – Uit te werken", waarmee het woningbouwprogramma en de bouwmassa's reeds zijn opgenomen. Echter, de uitwerkingsregels van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de inzichten van 2006 (Masterplan Stadshagen II).

Uitsnede bestemmingsplan "Stadshagen II" (vastgesteld 28-02-2006)

Om invulling te kunnen geven aan de nieuwe ambities voor De Tippe is ervoor gekozen een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Uitgangspunt is dat er een zogenaamd globaal eindplan wordt opgesteld. Dat betekent dat alleen de ruimtelijke hoofdstructuur wordt vastgelegd. Het betreft in ieder geval de bestemmingen Verkeer, Groen en Water. Voor de woningen wordt de bestemming Woongebied gehanteerd. Dit is een bestemming met de nodige flexibiliteit. Ook in deze bestemming worden alleen de

6/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

hoofdzaken, zoals woningaantallen en bouwhoogten, vastgelegd.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied geldt het volgende plan Bestemmingsplan Stadshagen II (NL.IMRO.0193.BP14050), vastgesteld bij raadsbesluit van 15 februari 2016, onherroepelijk geworden op 14 april 2016.

7/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Inleiding

2.2

Ruimtelijk beleid

2.2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of; het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Conclusie Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid. 2.2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling.

Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Op grond van jurisprudentie blijkt dat een initiatief vanaf 11 woningen of meer als een stedelijke ontwikkeling wordt gezien, waardoor de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking nodig is. Aangezien het plan De Tippe maximaal 1.377 woningen telt, is hier een onderbouwing van de behoefte nodig. Tot 2019 gold voor de gemeente Zwolle het Regionaal Woonprogramma (RWP) West Overijssel 2017 als kader voor de kwantitatieve behoefte en de regionale afstemming van woningbouwplannen. Het ministerie van BZK, de provincie Overijssel en de gemeente Zwolle hebben echter op 7 maart 2019 de overeenkomst “Pilot woningbouw Zwolle” ondertekend waarin voor de jaren 2019 en 2020 is vastgelegd dat voor woningbouwplannen binnen bestaand stedelijk gebied in Zwolle de behoefteprognoses die gehanteerd worden binnen het RWP West Overijssel worden losgelaten. Voor de provincie Overijssel betekent dit een lichte planologische toetsing op bestemmingsplannen met woningbouw. Op dit moment bereidt de provincie Overijssel nieuwe regionale woonafspraken voor die in de loop van 2020 moeten worden vastgesteld en voor Zwolle moeten gaan gelden voor 2021 en verder.

Dit neemt niet weg dat een onderbouwing van de behoefte nodig blijft. In de Ontwikkelstrategie Wonen is als actualisatie op- en uitvoering van de Woonvisie de woningbouwbehoefte voor de periode 2019-2024 vastgesteld op 1.000 woningen per jaar. Basis hiervoor ligt onder andere in de regionale bevolkingsprognose 2019 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, in samenwerking met het CBS) waarin voor Zwolle tot 2035 een huishoudensgroei van 13% wordt voorzien. Daarnaast biedt de krapte-indicator van de NVM (aantal beschikbare woningen voor de consument die een woning zoekt) een goede indicatie van de krapte 8/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

op de woningmarkt en de behoefte aan woningen. De indicator staat per tweede kwartaal 2020 op 1,4 terwijl een indicator tussen 5 en 10 staat voor een evenwichtige woningmarkt. Een indicator van 1,4 duidt op een zeer krappe woningmarkt en de grote behoefte aan het toevoegen van nieuwe woningen. De harde plancapaciteit in Zwolle bedraagt (peildatum 1 januari 2020) nog circa 4.000 woningen. De harde plancapaciteit is inclusief De Tippe als uit te werken woongebied binnen het bestemmingsplan (moederplan) Stadshagen II. Gelet op het feit dat er een ondercapaciteit is in de vraag naar het aantal woningen, is er ruim voldoende kwantitatieve ruimte voor de woningen. Dat betekent dat voor het woningbouwplan De Tippe voldoende planologische ruimte bestaat. 2.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.

Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.

Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en

9/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zogenaamde. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.

In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

10/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Uit voeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel 2017 Indien het bestemmingsplan De Tippe wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

11/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De in dit bestemingsplan geprojecteerde woningen passen qua aantal in het geldende bestemmingsplan. Het voornemen draagt bij aan zorgvuldig ruimtegebruik. Het voornemen is daarmee passend binnen de generieke beleidskeuzes. Ontwikkelingsperspectieven Op de ontwikkelingsperspectievenkaart is Stadshagen II aangeduid als 'woonwijk' en als 'geplande woonwijk' . De ambitie van de provincie voor 'wonen' is dat er voldoende aanbod is van woningen in een aantrekkelijke woonomgeving om te kunnen wonen. Er wordt gestreefd naar gevarieerde, aantrekkelijke, veilige, schone en goed bereikbare woonmilieus, die voorzien in de woonvraag. Gebiedskenmerken Het plangebied ligt op de overgang van 'komgronden' naar 'laagveengebied' (natuurlijke laag). Het heeft als gebiedskenmerken 'woonwijken 1955 - nu' (stedelijke laag) en 'stads- en dorpsranden' (lust- en leisurelaag). De woonwijken van na 1955 zijn grotendeels planmatig ontworpen en gerealiseerd. Dat heeft geleid tot een per wijk kenmerkende hoofdstructuur met eigen aard, maat en karakter (patroon van o.a. hoofdroutes en wegen, wooneenheden en parken en groenstructuur). In de stads- en dorpsranden komen stad en land elkaar tegen.

De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden- en dorpen als het landschap daaromheen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid 2.2.3

Gemeentelijk beleid

Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020. In het structuurplan heeft het plangebied de aanduiding 'woongebied'. De toekomstige uitbreiding van Zwolle kan plaatsvinden door het verder ontwikkelen van Stadshagen I en II. In Stadshagen II zijn in totaal volgens het structuurplan 4.350 woningen gepland. Deze worden gebouwd in een groenstedelijk woonmilieu waarbij de nadruk komt te liggen op kleinschalige en overzichtelijke leefgemeenschappen. Naast het vigerende structuurplan Zwolle 2020, wordt inmiddels hard gewerkt aan het opstellen van een omgevingsvisie ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet.

De raad heeft inmiddels deel 1 van de omgevingsvisie “Mijn Zwolle van morgen” vastgesteld in november 2017. Deel 1 is “slechts” een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities op integrale wijze worden samengebracht. Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de toekomst, maar dient in een opvolgend document, omgevingsvisie deel 2, nader te worden uitgewerkt. Dan kunnen ook keuzes gemaakt worden op gebiedsniveau. Dat betekent dat het Structuurplan 2020 zijn status als structuurvisie, zoals bedoeld onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, voor het grootste deel behoudt. Het document kan pas vervallen, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) zal zijn vastgesteld.

12/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Als onderlegger voor de omgevingsvisie geldt onder meer de Woonvisie van de gemeente Zwolle, zoals vastgesteld op 8 mei 2017, waarin een richtinggevend kader is neergelegd voor de wijze waarop wij tot keuzes willen komen ten aanzien van woningbouw, waarbij de behoefte enerzijds en de belangen vanuit de kwaliteit van de centrumstad anderzijds van belang zijn en waarbij tevens voldoende ruimte wordt gegeven aan woonpartners en andere initiatiefnemers. Deze ontwikkeling past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de omgevingsvisie deel 1. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke structuurplan.

2.3

Archeologisch en cultuurhistorisch beleid

Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in een ruimtelijk plan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving.

Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid.

2.4

Verkeersbeleid

Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december

13/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

2.5

Natuur- en groenbeleid

2.5.1

Wet natuurbescherming (2017)

Gebiedsbescherming: Natura 2000 gebieden Sinds 1 oktober 2005 heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd (eerst in de Natuurbeschermingswet, daarna per 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming). Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden (in het algemeen) verleend door de provincie. Soortbescherming: Flora en fauna De Wet natuurbescherming is eveneens op de soortbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de staat van instandhouding van deze soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing worden gevraagd of geldt een provinciale vrijstelling. 2.5.2

Rijks- en provinciaal natuurbeleid

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. De bescherming is zodoende planologisch geregeld. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 2.5.3

Gemeentelijk groenbeleid

Groenbeleidsplan (1998) en Structuurplan 2020 Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de stedelijke Hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal 14/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

meerdere functies vervullen, het zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. De Wijkgroenstructuur staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. Bomenverordening en Groene Kaart (2013) Voor de bomen geldt de vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is.

Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden.

2.6

Waterbeleid

Europees en nationaal beleid Duurzaam, schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn, heel in het kort, de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die samengaan zijn in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op orde komt. Oppervlaktewater moet voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan wordt gesproken van “een goede chemische toestand”. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde plantenen dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is.

De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in

15/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw De commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gevraagd advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer: Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren; Schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij “vasthouden, bergen, afvoeren” wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer toch een wateroverschot ontstaat, wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij “schoonhouden, scheiden en zuiveren” gaat het om een voorkeurvolgorde, waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd.

Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. In het Deltaprogramma staat een aantal deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het IJsselmeerpeil, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken.

Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in een Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Deze zijn op 1 mei 2017 vastgesteld. De 'Omgevingsvisie Overijssel 2017. Beken kleur' heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota "Water raakt!" door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van veel wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. 16/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassing aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2020. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.

2.7

Woonbeleid

De Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017 is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017. De Woonvisie bevat vier ambities: sterke groeistad, moderne woonstad, solidaire leefstad en duurzame deltastad. Zwolle groeit hard en staat voor de grote uitdaging veel nieuwe woningen toe te voegen. We werken samen met onze partners aan de kwalitatieve groei van een inclusieve stad. Binnen die groeiopgave wil Zwolle zorgen voor vernieuwende en particuliere woonconcepten en voldoende betaalbare woningen zodat Zwolle een inclusieve en aantrekkelijke woonstad blijft. De groei van het aantal huishoudens in Zwolle (en daarmee dito de behoefte aan nieuwe woningen) bestaat voor een belangrijke deel uit de groei van een- en tweepersoons huishoudens. Op 14 Oktober 2019 heeft de raad Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vastgesteld als actualisatie en uitvoeringsprogramma van de Woonvisie 2017. In de Woonvisie en Ontwikkelstrategie zijn kaders vastgelegd voor de woningbouw in Zwolle: De doelstelling is een evenwichtig, divers en betaalbaar woningaanbod in Zwolle. Het programma voor een project groter dan 30 woningen bestaat in beginsel uit: 30% goedkoop, 40% middelduur en 30% duur, tenzij initiatiefnemer, corporatie en gemeente eens worden dat een andere verdeling beter is voor de wijk of het gebied waar het project deel van uitmaakt.

60% van de nieuwbouwopgave van Zwolle vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding), 40% vindt suburbaan plaats (uitbreiding). De nadruk ligt op het toevoegen van betaalbare huur- en koopwoningen. Tevens is er sterk behoefte aan middeldure huurwoningen. De nadruk ligt op het toevoegen van aanvullend en onderscheidende stedelijke woonmilieus. Bijzondere aandacht is daarbinnen ook voor de groei van een- en tweepersoons huishoudens. Die ontwikkeling onderbouwt de kwalitatieve behoefte aan kleinere woningen/appartementen binnen bestaand stedelijk gebied. In het verlengde daarvan zetten Woonvisie en Ontwikkelstrategie in op doorstroming in de bestaande voorraad waarbij huishoudens die door gezinsverdunning klein zijn geworden, intrek nemen in een kleinere woning/appartement waardoor ook op die manier grondgebonden gezinswoningen vrij komen. De ontwikkelende partijen conformeren zich aan de Zwolse werkwijze zoals afgesproken in de Ontwikkelstrategie Wonen en de samenwerkingsafspraken met het Concilium.

2.8

Milieubeleid

Algemeen beleid Gemeente Zwolle heeft een gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie-milieu-kwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied. Het beleid voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, bedrijvigheid en externe veiligheid zijn relevant

17/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

voor voorliggend plan. Dit beleid wordt in de volgende paragrafen kort beschreven.

Geluid n de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven: "Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied en ook de geluidbelasting binnen het gebied is gerelateerd aan de functie van het gebied. Dit is vastgelegd in de 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle'. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling". In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (2 april 2007) worden de ambities en de grenswaarden per gebiedstype genoemd. In een wijk hebben woningen verschillende geluidsbelastingen. De ambitiewaarde is de waarde waar je op gebiedsniveau gemiddeld aan wilt voldoen. De grenswaarde geldt voor elke woning individueel.

Is de geluidsbelasting lager dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid dan kan na een eenvoudige administratieve toets de hogere waarde worden vastgesteld. Is de geluidsbelasting hoger dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid, maar onder het wettelijke maximum dan is een meer diepgaande beoordeling noodzakelijk. Bij de beoordeling komt het onderzoeken van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn een geluidsluwe gevel, aangepaste indeling van de woning (hoofdslaapkamer aan de geluidsluwe gevel) of een balkon of tuin aan de geluidsluwe zijde van de woning. Als een balkon zich aan de voorzijde van de woning bevindt wordt gekeken naar mogelijkheden om deze afsluitbaar te maken. Dit zorgt voor akoestische compensatie. Het bestemmingsplan De Tippe heeft vooral tot het gebiedstype 'Groen Stedelijk', met uitzondering van de Zuidpunt. Vanwege de nabijheid van een treinstation en een grotere mate van bedrijvigheid hoort deze tot gebiedstype 'Centrum Stedelijk'.

Gebiedstype

Ambitie

Grenswaarde wegverkeer

Grenswaarde spoor

Groen Stedelijk

43 dB

53 dB

63 dB

Centrum Stedelijk

48 dB

63 dB

68 dB

Bedrijvigheid Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid hebben als doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven en gevoelige bestemmingen, zoals woningen. Ook worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat meestal uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

18/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”(2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aa ngehouden kunnen worden tussen bedrijven ten opzichte van voorzieningen en woningen.

Luchtkwaliteit In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) wordt de luchtkwaliteit langs alle wegen in Zwolle jaarlijks gemonitord. Hieruit blijkt dat de kwaliteit gestaag verbetert. Om de kwaliteitsverbetering voort te zetten zijn in het luchtkwaliteitsplan van gemeente Zwolle de volgende doelen geformuleerd: voldoen aan wet- en regelgeving; knelpunten in de toekomst voorkomen, wat betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid voor verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening en vergunningen en handhaving. Externe veiligheid Met de beleidsvisie externe veiligheid (2013) streeft de gemeente ernaar te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; geanticipeerd wordt op landelijke beleidsontwikkelingen die een ongunstige invloed kan hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle, met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. In januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld.

Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Ook is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen Het plangebied hoort tot het gebiedstype 'Groen Stedelijk' en ligt buiten het gebiedstype stroomzone. Vanwege de plaatselijk hoge personendichtheid en de overwegend lage organisatiegraad (met het oog op preparatie op calamiteiten met gevaarlijke stoffen) is de risicoruimte beperkt. Voor dit gebiedstype geldt een stand-still beleid waarbij een overschrijding van de oriëntatiewaarde en een toename van het groepsrisico als gevolg van interne gebiedsontwikkelingen niet is toegestaan. Binnen dit gebiedstype geldt dat er geen plek is voor nieuwe risicovolle activiteiten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine risicovolle activiteiten waarvan de PR-10-6 contour binnen de inrichtingsgrens blijft en die geen noemenswaardige invloed op het groepsrisico hebben.

Bodem Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. Voor heel de gemeente is in 2020 een bodemkwaliteitskaart vastgesteld met als doel de kwaliteit inzichtelijk te maken en grondtransport eenvoudiger te maken. Het plangebied De Tippe valt binnen het homogeen deelgebied Stedelijke Uitbreiding SH (na 1987) en heeft de bodemfunctie Wonen.

19/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies. Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer. Bodemsanering gebiedsgericht benaderen. Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied. Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering; de doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond; de mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning.

20/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Stedenbouw

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de doelstelling en de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan. 3.1.1

Stedenbouwkundige visie

De bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige context speelt een bepalende rol bij de ontwikkeling van De Tippe. Vier condities geven richting aan de ruimtelijke planvorming, nu en in de toekomst.

1. Afronden westflank Stadshagen De Tippe is een gebied van circa 63 ha. aan de westzijde van het huidige Stadshagen, een nu nog geïsoleerd stukje polder, ingeklemd tussen de Kamperspoorlijn en de Hasselterweg (N331). Vertrekpunt voor de ontwikkeling van De Tippe is het zorgvuldig afmaken van de westflank van Stadshagen waarbij de duurzame ambities bijdragen aan een hoogwaardig woon- en leefmilieu. Een aantrekkelijke woon-werkomgeving in de nabijheid van het nieuwe station Stadshagen met woningen en voorzieningen voor een brede groep mensen in diverse fasen van het leven met een grote diversiteit aan leefstijlen. Een nieuw stuk stad voor alle Zwollenaren in aansluiting op doelgroepen uit Stadshagen en Westenholte.

2. Geluidslandschap Hasselterweg en spoordijk De ligging van De Tippe wordt sterk bepaald door de spoordijk, het tracé van de Hasselterweg en de naastgelegen geluidswallen. De Hasselterweg is niet alleen de ontsluiting van Stadshagen en Westenholte, maar heeft ook een belangrijke regionale functie. De weg is zorgvuldig ingepast in het landschap. Naast de fysieke en akoestische belemmering biedt de directe ligging aan de Hasselterweg ook

21/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

ontwikkelingsmogelijkheden voor accenten- en zichtlocaties langs de weg, als ook recreatieve wandel- en fietsroutes over, en rust- en zichtpunten vanaf de geluidswal. Bij Westenholte heeft dit al geleid tot een landschap waarin voorzieningen en wandelroutes zijn opgenomen in een glooiend terrein. Door de aanleg van de nieuwe entree van Stadshagen (Belvédèretunnel) en het nieuwe treinstation vormt de zuidpunt van De Tippe de schakel met het stedelijk netwerk. Deze centrale positie van de zuidpunt is aanleiding voor de ontwikkeling van een opzet met menging van (concentraties van) stedelijke voorzieningen en wonen.

3. Het IJssellandschap Het rivierenlandschap van de IJsseldelta aan de westzijde van De Tippe is één van de drie unieke landschappen rondom de wijk Stadshagen. De directe oriëntatie op dit agrarische en natuurlijke landschap vormt de tegenhanger van de functionele stedelijke relaties met Stadshagen en de binnenstad. Een belangrijke opgave voor De Tippe is het vormgeven van een directe verbinding met het IJssellandschap en het verweven van de landschappelijke kwaliteiten in het Ontwikkelplan. De geluidswal langs de Hasselterweg is bepalend voor de overgang van De Tippe naar het IJssellandschap. Dit dijklichaam biedt niet alleen een venster op het rivierenlandschap van de IJssel, maar vormt tevens een verbindende schakel. Fysieke verbindingen op en over de Hasselterweg maken van De Tippe straks de toegangspoorten vanuit Stadshagen naar dit landschap. Het bereikbaar maken van dit landschap voor mens én dier - door aanvullende recreatieve en ecologische verbindingen - draagt bij aan de duurzame ambities voor een gezonde leefomgeving en natuurinclusivite

22/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

4. Gevolgbeperkende wal De landschappelijke taluds langs de Hasselterweg hebben naast een geluidswerende ook een waterkerende functie. Bij een onverhoopte doorbraak van de IJsseldijk kunnen de openingen in de geluidswal tijdelijk worden gedicht, om de bewoners van De Tippe en andere delen van Stadshagen langer te beschermen tegen het water. Deze zogenoemde slaperdijk draagt daarmee vanuit meerlaagse veiligheid bij aan de klimaatadaptieve ambities voor De Tippe.

23/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

3.1.2

Het ruimtelijke raamwerk

Onderscheidende kwaliteiten binnen het raamwerk Het ruimtelijk raamwerk bepaalt in belangrijke mate de identiteit van De Tippe als duurzame, op de toekomst gerichte leefomgeving, waar bewoners en andere gebruikers samen vorm aan kunnen blijven geven. In het raamwerk zijn de ruimteclaims die voortkomen uit de verschillende ambities voor De Tippe vertaald naar een plan met daarin voldoende ruimte voor groen, water en parkeren. Het toegepaste grid definieert naast de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte ook de schaal en maat van de ontwikkelvelden. Afhankelijk van de ligging binnen het plan, de Zuidpunt, de Stedelijke Radialen of het Poldergid, krijgen de ontwikkelvelden een andere uitwerking. Dit geeft houvast voor de gewenste versnelling van het diverse woningbouwprogramma. Op onderdelen krijgt het raamwerk een adaptief karakter en biedt het ruimte voor een flexibele invulling om te kunnen inspelen op technologische ontwikkelingen en veranderende behoeften van bewoners en de samenleving. Deze aanpak biedt voldoende ruimte voor verschillende verkavelingsvormen en bijpassende woningcategorieën waarmee naast maximaal 1.377 woningen ook een gemengd voorzieningenprogramma in De Tippe kan worden gerealiseerd. Drie karakteristieke deelgebieden Binnen het raamwerk van De Tippe is nog geen verkaveling vastgelegd.

Zo wordt maximale ruimte geboden aan bijzondere passende woonvormen, variërend in dichtheid, typologie, architectuur, ontwikkelvorm, etc. Wel is in dit Ontwikkelplan benoemd tot welk deelgebied het ontwikkelveld behoort en welke karakteristieken hierbij horen. De getoonde verbeelding, getallen en uitwerkingen van de ontwikkelvelden zijn gebaseerd op een gezamenlijk opgestelde proefverkaveling, welke als bewijslast dient voor de haalbaarheid van dit Ontwikkelplan. De Tippe kent drie complementaire woonmilieus - de Zuidpunt, de Stedelijke Radialen en het Poldergrid met elk hun eigenheid en herkenbaarheid op stedenbouwkundig schaalniveau. Passend bij de ligging

24/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

binnen het plangebied verschilt de ruimtelijk stedenbouwkundige opzet en architectonische samenhang. In een volgende fase worden hiertoe ontwikkelveldpaspoorten opgesteld om de gewenste differentiatie en samenhang binnen de deelgebieden en de gewenste ruimtelijke eenheid tussen de ontwikkelingen in relatie tot het ruimtelijk raamwerk te borgen. Adaptiviteit van het Grid en flexibiliteit binnen de ontwikkelvelden Met de sociale inclusiviteit in de buurt als uitgangspunt wordt er voor De Tippe alleen een differentiatie van het minimale woonprogramma in aantallen en categorieën voorgeschreven voor de ontwikkelvelden. Ongeacht de ontwikkelvorm geeft dit maximale ruimte in het ontwikkelproces voor co-creatie met groepen van bewoners en andere belanghebbende partijen. Daarnaast biedt een flexibele ruimtelijke invulling van het ontwikkelveld mogelijkheden om in te spelen op specifieke duurzame ambities en daarin te excelleren. Zo kan er bijvoorbeeld bij het ene veld voor worden gekozen op een hoger niveau in te zetten op klimaatadaptatie, door het lokaal afvangen en opslaan van water, terwijl bij een ander veld kan worden gekozen voor een optimale oriëntatie op de zon ten behoeve van lokale energieopwekking.

Ook binnen het raamwerk kunnen bepaalde opgaven op een andere manier tot uitwerking komen of voorrang krijgen wanneer daar bijvoorbeeld behoefte aan is vanuit de duurzame ambities. De profielen zijn daarom niet op inrichtingsniveau vastgelegd, maar bieden ruimte voor flexibliteit. Het poldergrid ± 610 woningen

De stedelijke radialen

De zuidpunt

± 390 woningen

± 275 woningen

± 0,5 ha. voorzieningen ± 0,3 ha. voorzieningen

3.2

± 4 ha. voorzieningen

Archeologie

De Archeologische Waarderingskaart Zwolle geeft aan dat zich binnen het plangebied geen locaties bevinden die voorzien moeten worden van een dubbelbestemming, omdat ze een archeologische verwachtingswaarde hebben van meer dan 50%.

25/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

3.3

Cultuurhistorie

Binnen het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen.

3.4

Verkeer

3.4.1

Huidige situatie

De Tippe wordt ingesloten door de Hasselterweg en de Kamperspoorlijn en heeft hierdoor een enigszins geïsoleerde ligging. Enerzijds de barrière van de Hasselterweg tussen Westenholte en de IJsseldelta. Anderzijds de spoorlijn die de grens vormt met aangrenzende buurten van Stadshagen. Mede door de aanleg van de Belvedèretunnel en het nieuwe treinstation vormt de zuidpunt van De Tippe de schakel met het stedelijk netwerk. Daarnaast heeft De Tippe een directe relatie met de aangrenzende wijk Westenholte. Fiets Door het plangebied De Tippe loopt het pad via de Havenzathentunnels onder het spoor en de Hasselterweg, die de verbinding is tussen bestaand Stadshagen en de Hasselterweg/Scholtensteeg. Aan de zuid-west zijde van het plangebied ligt de Belvederetunnel en het Rozenpad. Dit vormt de verbinding voor langzaam verkeer richting bestaand Stadshagen en Westenholte. Openbaar vervoer Bus In de huidige situatie wordt Stadshagen bediend door lijn 1 die rijdt van Stadshagen via het Deltion College naar het centrum, station en vanaf daar door naar Oosterenk. De wijk heeft daarmee een rechtstreekse verbinding met de drie belangrijkste bestemmingen in Zwolle. Aan de Hasselterweg bevinden zich de haltes Breecamp en Zwolseweg waar men de mogelijkheid heeft om met streeklijnen richting het centrum/station of richting Hasselt te reizen.

Tevens rijdt er tussen het station Stadshagen en Deltion een buslijn.

26/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Trein De Tippe ligt langs de treinverbinding Zwolle-Kampen. Hiermee heeft Stadshagen een meer directe en snellere verbinding naar bestemmingen buiten Zwolle. Om het gebruik van het station mede te stimuleren vanuit Zwolle en de regio is een tijdelijk P&R terrein gerealiseerd. Doel is om bij de uitwerking van De Tippe deze P&R functie op basis van de vraag te blijven faciliteren bij het station Stadshagen. Auto De Tippe wordt op twee punten aangesloten op de Hasselterweg. Bij de kruispunten van de Hasselterweg met de Belvédèrelaan en de Zwolseweg. De Belvédèrelaan is en vormt de verbinding met bestaand Stadshagen en is de route naar het winkelcentrum. De aansluiting bij de Zwolseweg is in aanzet aanwezig en zal bij de ontwikkeling van De Tippe een aanzienlijk deel van het verkeer van en naar De Tippe afwikkelen. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De ambitie om mobiliteit op een duurzame manier te faciliteren is mede bepalend voor de gekozen ruimtelijke structuur van De Tippe. Zo krijgt de wijk buurtringen als gevolg van de wens om aantrekkelijke verblijfsruimtes te creëren. De infrastructuur is daarmee een concrete stap om De Tippe als duurzame mobiliteitswijk vorm te geven. In combinatie met de Tippepaden, en de mobiliteitshub zijn dit belangrijke bouwstenen voor duurzame mobiliteit in de wijk. Lopen De Tippe zal met heldere toegankelijke looproutes, verblijfsgebieden en De Tippepaden de voetganger optimaal bedienen. Dit komt mede door de directheid en aantrekkelijkheid van de routes. De inpassing van (kleinschalige) ontwikkelingen aan de Tippepaden levert een aantrekkelijk samenspel tussen routes en levendig verblijven. De functies krijgen een plek aan de route waardoor de routes meer zijn dan een fietssnelweg. De routes gaan functioneren als voordeur van de wijk. Een voordeur die open staat. Fiets Fietsers worden optimaal bediend via de Tippepaden door de directheid en aantrekkelijkheid van de routes. Het fijnmazige netwerk is van een goede kwaliteit: een kwaliteitsniveau dat past bij de ambitie dat fietsen bij uitstek het vervoersmiddel is voor De Tippe als onderdeel van 'fietsstad Zwolle'. De wijk takt aan op bestaande verbindingen, de Rozentunnel en de Havezathentunnel.

Met een nieuwe brug over de Hasselterweg is een extra ontsluiting voor fiets en voetganger voorzien die de wijk verbind in de richting van Westenholte en de Zalkerdijk. Dit is nuttig dagelijks fietsverkeer dat via de fietssnelweg Zwolle-Kampen naar de bestemming fietst. Bovendien is de brug een directe ontsluiting richting de IJssel. Het verbindt de wijk met de prachtige omgeving en bied zo kansen voor gezonde beweging. De extra ontsluiting vormt een alternatief voor de fietsroute via de Rozentunnel. Daardoor wordt de fietsroute via de rotonde naar verwachting ontlast. Wat betreft de fietsroutes is de route vanaf de Havenzathentunnel naar het winkelcentrum Stadshagen een aandachtspunt. De bestaande route door Stadshagen zal extra worden belast. Het verbeteren hiervan is een opgave. Een ander aandachtspunt is de fietsroute vanuit Stadshagen en de Tippe naar het buitengebied en de IJssel. deze route loopt mede via de Scholtensteeg en de kruising met de Zwolseweg. In het kader van de verkeersveiligheid is de realisatie van een separate fietsoversteek op dit kruispunt een opgave. Openbaar Vervoer

27/1363

25 mei 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, De Tippe

Bus In de huidige situatie wordt Stadshagen bediend door lijn 1 die rijdt van Stadshagen via het Deltion College naar het centrum, station en vanaf daar door naar Oosterenk. De wijk heeft daarmee een rechtstreekse verbinding met de drie belangrijkste bestemmingen in Zwolle. Aan de Hasselterweg bevinden zich de haltes Breecamp en Zwolseweg waar men de mogelijkheid heeft om met streeklijnen richting het centrum/station of richting Hasselt te reizen. De halte Zwolseweg zal een grotere rol gaan spelen voor de ontsluiting van De Tippe. Tevens rijdt er tussen het station Stadshagen en Deltion een bus. Het openbaar busvervoer kan via de buurtringen worden afgewikkeld. In overleg met de provincie (concessieverlener) zal nadere uitwerking worden gegeven aan het openbaar busvervoer. Vooralsnog is rekening gehouden met het scenario dat de wijk wordt bediend middels regulier busvervoer. Een busroute met benodigde haltes is voorlopig ingepast. Ook binnen het openbaar busvervoer vindt innovatie plaats. Eén van de mogelijke veranderingen kan zijn dat voor De Tippe blijkt dat een kleinschaligere manier van busvervoer passend is. Wanneer bij de verdere uitwerking van de plannen blijkt dat dit een goede oplossing is, dan kan dit als alternatief van het reguliere busvervoer worden ingepast. Trein Het treinstation ligt aan de zuidzijde van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ece5213f-a455-4cba-ba69-9a6b60ed2eda