CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldkwaliteitplan Breezicht Noord

Raad Besluitvormingsronde 17 januari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beeldkwaliteitplan Breezicht Noord19.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Natuurinclusieve bouwmaatregelen Hierna is de selectie van mogelijke bouwmaatregelen uitgeschreven die voor Breezicht relevant is.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Groene daken Groene gevel Nestplekken voor vogels Verblijfplaatsen voor vleermuizen Insectenhotel Egelkast Rommelhoekjes, schuttingen, muur van wildernis

8.

Takkenrillen en vlechtheggen 9. Bloem- en kruidenrijke groenstroken / vlinder- en bijenidylle 10. Bomen, hagen en heesters 11. Vijvers en poelen

43

1. Groen dak Groene daken bieden ze een prima bodem voor allerlei dieren en planten en zijn daardoor ook heel waardevol voor de biodiversiteit. Groene daken zijn ook uitstekend geschikt om regenwater op te vangen. Groene daken dragen bij aan de leefgebieden van vlinders, wilde bijen, vogels, vleermuizen en planten. Er zijn drie mogelijkheden voor een groen dak: een extensief dak, een intensief dak of een natuurdak. Een extensief dak is opgebouwd uit een dunne grondlaag van ongeveer vier tot zeven centimeter en een mos- of sedumbegroeiing, eventueel aangevuld met kruiden en grassen. Door te variëren met de gronddikte kunnen microklimaten ontstaan. Dat bevordert de biodiversiteit. Een intensief dak heeft in alle opzichten de hoogste diversiteit. Met een dikke substraatlaag van tussen de 80 en 120 cm groeien grassen, kruiden, struiken en zelfs bomen. Een intensief dak is net een echte tuin, maar dan op een gebouw. Een natuurdak is een variatie op een intensief dak waarbij de substraatlaag variërende diktes heeft (tussen de 20 en 40 centimeter), waardoor verschillende gradiënten ontstaan. Hierdoor ontstaan meer mogelijkheden voor verschillende typen flora en fauna.

3. Neststenen voor vogels Vogelsoorten die in stedelijk gebied broeden zijn vaak afhankelijk van vaste nestplaatsen in gebouwen. Voor nieuwbouw zijn er speciale inbouwneststenen. Neststenen kunnen zichtbaar of onzichtbaar in of aan de gevel worden aangebracht. Elke vogelsoort gebruikt zijn eigen specifieke neststeen. Er zijn neststenen/ kasten voor de huismus, spreeuw, gierzwaluw, witte kwikstaart, huiszwaluw, zwarte roodstaart en boerenzwaluw. Waar plaatsen Plaats de neststenen aan de noord tot oostzijde van de gevel (en bij voorkeur niet boven ramen). De nesten krijgen dan niet teveel zon. Gierzwaluwen en huismussen zijn koloniebroeders. Plaats daarom meerdere stenen bij elkaar. Gierzwaluwen en huiszwaluwen hebben een vrije aanvliegroute nodig van ten minste vier meter van de steen tot aan de grond. De aanvliegroute mag niet worden geblokkeerd, bijvoorbeeld door een bouwwerk of een boom. Plaats stenen of inbouw daarom bij voorkeur op een hoek of op de kopse kant van het gebouw. Voor de huismus is een hoogte van drie meter al voldoende. Plaats nestkommen voor huiszwaluwen bij voorkeur onder een dakgoot of overstek.

4. Kasten voor vleermuizen Vleermuizen verblijven graag in gebouwen. Bij nieuwbouw kunnen vleermuiskasten heel eenvoudig in de gevel worden ingepast. De speciale inbouwvleermuiskasten kunnen zowel zichtbaar als vrijwel onzichtbaar worden ingemetseld in de spouwmuur. Inbouw heeft de voorkeur: het klimaat is dan beter voor de vleermuis. Open dilatatievoegen en de kieren tussen huizen bieden ook een goede paarverblijfplaats voor vleermuizen. De voegen en kieren mogen dan niet worden afgesloten met bijvoorbeeld isolatiemateriaal. Vleermuiskasten zijn geschikt voor: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis

vleermuiskast, Koninklijke Tichelaar.bv

2.Groene gevel Een groene gevel is in veel opzichten voordelig. Het levert voedsel, nestgelegenheid en dekking voor diverse vogelsoorten. De gevels laten zich goed combineren met nestkasten voor vogels. Gevelgroen zorgt voor demping van geluiden en heeft een afkoelende werking. Planten die zich goed lenen voor groene gevels, zijn: • Klimplanten die zelf hechten: bijv. klimop. • Klimplanten die steun nodig hebben om te groeien: bijv. bosrank, kamperfoelie, vuurdoorn of wilde hop. • Groene muren met planten zoals viooltjes, varens, heggerank of bitterzoet.

huismus op neststeen (natuurinclusief bouwen, gemeente Amsterdam en Ede)

Voor de huismus kan de vogelschroot worden verplaatst naar de panlat waar de tweede pan aanhaakt. De eerste twee panlatten dienen zo als broedlocatie. Maatregel is alleen zinvol bij dakpannen waar dakbeschot toegankelijk is bij de eerste rij dakpannen (bijvoorbeeld holle pannen). Toepassen bij minimaal 5 meter lengte dak. Hoogte tussen dakbeschot en dakpan (bij bolling) dient minimaal 7,5 centimeter te zijn. Vogelschroot bij de panlat aanbrengen waar de tweede pan aanhaakt. Om beschadiging van dampfolie te voorkomen, houten platen aanbrengen boven de gootplank.

Waar plaatsen Breng vleermuiskasten aan op de zuid of zuidwestzijde van de gevel op minimaal vier meter hoogte en bij voorkeur niet boven ramen. De kasten mogen niet worden verlicht en er moet een vrije valruimte van minstens twee meter aanwezig zijn. 5. Hotels en stenen voor insecten Inbouwstenen, gestapelde stenen en insectenhotels dragen bij aan een gezonde wilde bijen- en vlinderpopulatie in de stad. Wilde bijen en vlinders zijn een belangrijke schakel in de voedselketen, ook voor de mens. Zij zorgen voor 60% van de kruisbestuiving van onze groenten en fruit. De insectenhotels en -stenen zijn geschikt voor bestaande bebouwing en nieuwbouw. Deze maatregelen zijn goed voor: • Vlinders: kleine vos, dagpauwoog en verschillende soorten koolwitjes en blauwtjes • Wilde bijen

44

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Waar plaatsen Plaats de insectenhotels en -stenen op een plek die beschutting biedt tegen regen en wind en zoveel mogelijk dichtbij inheemse nectar- en stuifmeeldragende bloemen, planten en/of struiken. Bijenstenen moeten aan de zonzijde van een gebouw worden ingemetseld, maar niet op het zuidwesten in verband met regeninslag. Insectenhotels kunnen ook op de grond staan als ze maar niet in de schaduw van een gebouw of boom worden geplaatst. Hoe meer zonuren op een dag, hoe beter. Bijenhotels kunnen ook op het dak worden geplaatst.

bijenbaksteen (Eindhovenduurzaam.nl)

6. Egelkast De egelkast biedt onderdak aan egel en steenmarter. Plaats de kast op een geschikte plek in de tuin, dicht onder een struik of onder takken of bladeren. Als nestmateriaal kan de kast het beste gevuld worden met hooi of dor blad. De kast heeft geen onderhoud nodig, wel is het van belang om de staat van de kast te controleren.

7. Rommelhoekjes, muur van wildernis Het aanplanten van streekeigen plantensoorten of het creëren van “rommelhoekjes” met takken of dode bladeren trekt veel soorten aan. Schuttingen belemmeren kleine zoogdieren of amfibieën. Door schuttingen aan de onderkant 10 centimeter open te laten, wordt dit probleem al opgelost. Nog beter is om de schuttingen te vervangen door een haag. Zo functioneert de scheiding ook als schuil- en nestplaats. Hergebruikte steenbrokken of grove stenen maken een goede afscheiding. Door hier ruime voegen tussen te laten, creëer je een zeer aantrekkelijke leefruimte voor planten, insecten, kleine zoogdieren en amfibieën. Aan de zon- en schaduwzijde van deze muur ontstaan verschillende kleine klimaten, waar soorten zich kunnen vestigen. Wanneer de muur de juiste groeiomstandigheden heeft, kan een enorme soortenrijkdom ontstaan.

9. Bloem- en kruidenrijke mengsels, vlinder- en bijenidylle Voor bloemen en kruiden geldt dat streekeigen soorten het beste functioneren. Dit bevordert de aanwezigheid van insecten. Het is dus zeer belangrijk om deze soorten bloemen en kruiden in te zaaien. Om het hele jaar door aan insecten voedsel te kunnen leveren, is het van belang dat je diverse vroeg- en laatbloeiers plant. Ook is het wenselijk om niet alles in één keer te maaien of snoeien, maar in delen. 10. Bomen, hagen en heesters Hagen en struiken zijn net als bomen zeer belangrijk om de ecologische verbindingen in een gebied te creëren. Net zoals voor bloem- en kruidenrijke groenstroken wordt aanbevolen om voor streekeigen soorten bomen, hagen en heesters te kiezen. De voorkeur gaat uit naar soorten die diverse functies uitoefenen zoals het leveren van zaden, vruchten of schaduw.

8. Takkenrillen en vlechtheggen Een takkenril is ook een vorm van een afscheiding. Een takkenril is een soort halfhoge haag van gestapelde takken, zoals lokaal snoeihout. Vogels, amfibieën, insecten, kleine zoogdieren of reptielen gebruiken deze afscheiding om in te nestelen, schuilen, slapen of foerageren. Eenzelfde afscheiding kan ook gemaakt worden van levend materiaal, dan wordt het een vlechtheg genoemd. Een vlechtheg bestaat uit teruggesnoeide heggenstronken en snoeitakken die de heg bij elkaar houden. Wanneer de heg begint te groeien vormt het langzaam een uitstekend verblijf voor insecten en vogels. drachtplanten

11. Vijvers en poelen Vijvers en poelen zijn een uitstekend leefgebied voor planten en dieren. Door een flauw talud aan te brengen, planten amfibieën zich voort en bewegen zij zich makkelijk voort. Zorg dat de vijver tenminste 60 cm diep is. Een poel moet maximaal één meter van het maaiveld liggen en de oever moet ten minste twee meter breed zijn. Zorg ervoor dat in de omgeving van de poel stenen en stronken aanwezig zijn, zij dienen als schuilplaats. takkenril (foto Gwen Dolen)

egelkast

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

45

46

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Deel 3 De Buurtschappen: Wierde, Beemd, Reede en Kragge

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

47

48

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

7 De buurtschappen In Breezicht Noord liggen vier buurtschappen ingebed: Wierde, Beemd, Reede en Kragge. Wierde en Beemd: dorps wonen aan de brink en groene rand Wierde en Beemd zijn kleine compacte woongebieden, in omvang nog het meest passend bij de echte schaal van het ‘buurtschap’. (ca. xx woningen). Centraal in Wierde en Beemd ligt een groene brink, als metafoor van de groene ruimte met prachtige bestaande voorbeelden in bijvoorbeeld Drentse dorpen. In de brink is een wadi opgenomen die het regenwater van de omringende woningen opvangt. Wierde en Beemd zijn zo compact van opzet dat ‘brink en landschap’ altijd dichtbij zijn. De architectuur in Wierde en Beemd is te vatten als ‘dorps wonen met een moderne uitstraling’. De beeldkwaliteit architectuur definieert bouwstijlen en woningtypologieën voor het ‘wonen aan de brink’ en ‘wonen aan de groene rand’. ‘Wonen op de terpen’ naast buurtschap Wierde vormt een derde en eigen categorie, waar door de opbouw van de terp een eigen expressie en uitwerking kan ontstaan. Reede: tuindorps met een losse twist Buurtschap Reede is het grootste buurtschap van Breezicht Noord met circa 250 woningen. Midden door Reede stroomt de beek, die daar overgaat in de inham aan de Milligerplas. Door de centrale beek, de ligging aan de plas maar ook met enkele deelbuurtjes heeft Reede de schaal van een klein dorp.

Met een kern aan het water, randen aan het landschap en luwe woonbuurtjes aan groene plantsoenen. De dorpse schaal en de compacte opzet van Reede leiden bij de architectonische beeldkwaliteit voor Reede tot de stijl van ‘tuindorp met een losse twist’. De tuindorpstijl past goed bij de sterke samenhang van openbare ruimte en compacte straatjes met de nadruk op rijwoningen. De twist ontstaat door subtiele verschillen per buurtje, in de manier waarop woningen aan het landschap grenzen en door een eigen gezicht van het centrale gedeelte aan de Milliger Inham.

Kragge: natuurlijk wonen, verscholen in het landschap Buurtschap Kragge is haast meer een woonlandschap in zichzelf dan dat het zich als compact buurtschap manifesteert. In Kragge liggen ca. 50 grotere kavels met 2^1 kap- of vrijstaande woningen, het grootste deel aan het water en een deel opgenomen in het het rustige natuurlandschap. Drie tuinachtige straatjes steken in vanaf de Breezichtlaan, ieder straatje vormt zo een soort ‘draadje op de pier’, afgewisseld door de waterinhammen die in verbinding staan met de Milligerplas. Plas-draszones, natuurlijke gebieden aan de plas en riet- en grassenrijke oevers van de kavels vormen samen één natuurlandschap waar de kavels en woningen in verscholen liggen. De architectuur in Kragge heeft als overkoepelende thema’s ‘natuurlijk wonen’, verscholen in het landschap en onder de kap. Natuurlijke materialen hebben de boventoon in Kragge, ze gaan een relatie aan met de kleuren en uitstraling van het natuurlandschap. Beeldkwaliteit Architectuur In de hierna volgende hoofdstukken is de beeldkwaliteit omschreven voor de architectuur in de buurtschappen Wierde, Beemd, Reede en Kragge. Hiermee geeft het plan sturing aan de architectonische uitwerking van de woningbouwontwikkeling.

Het document geeft kaders waar deze belangrijk zijn voor de ruimtelijke samenhang (doel), maar biedt daarbinnen vrijheid in oplossingsrichtingen (middel) om de plannen uit te werken met oog voor kwaliteit en een goede balans tussen ambities en haalbaarheid.

Supervisie Voor nieuwbouwontwikkelingen in Stadshagen heeft de gemeente een supervisieteam aangesteld. Deze bestaat uit de supervisor van Stadshagen en de rayonarchitect van Welstand. Het doel van het supervisieteam is de ruimtelijke samenhang van het totale stedenbouwkundig plan Breezicht te waarborgen, onafhankelijk van de verschillende deelgebieden, ontwikkelaars en architecten. Hierbij wordt het vastgestelde beeldkwaliteitsplan als inspiratie- en toetsingskader gebruikt. Tijdens de woningbouwontwikkeling vindt de eerste afstemming over de gebouwontwerpen plaats met de projectleider en stedenbouwkundige van Breezicht. Het voorlopig en definitief ontwerp worden ter goedkeuring aan het supervisieteam voorgelegd. Eventuele opmerkingen op het ontwerp worden ter plekke besproken en worden ook schriftelijk aan de ontwikkelende partij gestuurd. Wanneer het definitief ontwerp is goedgekeurd door het supervisieteam kan de omgevingsvergunning worden aangevraagd, hierbij heeft de welstandstoets reeds plaatsgevonden in de supervisieteamoverleggen.

Bovenal hebben de hoofdstukken ‘beeldkwaliteit architectuur’ tot doel om ontwikkelaars, architecten en toekomstige bewoners te inspireren om vorm te geven aan het unieke en eigentijdse karakter van deze buurtschappen in Breezicht.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

49

50

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

8 Wierde en Beemd 8.1 Wierde en Beemd: compact rond de brink Wierde en Beemd zijn herkenbare compacte woonmilieus in het groenblauwe landschap van Breezicht. Het hart van de twee buurtschappen wordt gevormd door groene intieme ruimten – twee eigentijdse brinken waaromheen het buurtschap is vormgegeven. Op de brinken wordt regenwater opgevangen en geïnfiltreerd en is veel ruimte voor spelen. Het zijn dé ontmoetingsplekken in de buurtschappen. De architectuur van de buurtschappen sluit aan bij die van Wetering en Duinzicht in Breezicht Zuid. De woningen zijn geïnspireerd op de bebouwingskarakteristieken van oude dorpen of buurtschappen, maar hebben een eigentijdse architectuurstijl. Brinken De woningen rondom de brinken oriënteren zich op deze ruimte en hebben een sterke onderlinge samenhang in architectuur die ook aan de rand van het buurtschap zichtbaar is. De bouwmassa is twee lagen met kap met een variatie in kapvorm en -richtingen. De woningen die direct aan de groene ruimten staan hebben een vormgegeven overgang naar het groen zoals een veranda of een erker. In architectuur is hier veel aandacht voor de individuele woning. De woningen in Wierde aan de Oude Weteringzone definiëren de rand van Breezicht. De bouwmassa bestaat uit twee lagen met kap en begeleidt deze ruimte waarmee samenhang en continuïteit ontstaat met de andere buurten in Stadshagen.

De architectuur wordt gekenmerkt door horizontaliteit met zichtbare relaties tussen woningrijen. Rand groenblauwe landschap Richting het groenblauwe landschap ontstaat een lossere stedenbouwkundige structuur met ‘zachte’ groene overgangen naar het landschap. De bebouwing aan de rand van het buurtschap is een silhouet van kappen en bouwvolumes. Woningen zijn een of twee lagen met kap waarbij de woningen aan het groenblauwe landschap een lage gootlijn hebben. Terpen In de Oude Weteringzone liggen twee terpen. De woningen op de terpen zijn een krachtig vormgegeven ensemble van individueel herkenbare woningen. De woningen hebben een markante kapvorm. De terpen zijn compact en hebben een sterke onderlinge samenhang.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

51

Inspiratie

Terpen 52

Brinken Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Groene rand

Op een paar plekken toont het hart van het buurtschap zich aan de buitenzijde langs het groenblauwe landschap. De woningen aan de Oude Weteringzone definiëren de rand van de buurt en creëren samenhang met andere buurten in Stadshagen aan deze zone.

De terpen zijn een krachtig vormgegeven en­semble van individueel herkenbare woningen. De twee terpen zijn compact en hebben een sterke onder­linge samenhang.

Groene zones verbinden de brinken met het groenblauwe landschap en de buurtschappen met elkaar.

Langs het groenblauwe landschap tonen de buurtschappen zich als een silhouet van kappen en bouwvolumes met groene overgangen naar het landschap.

De woningen rondom de brinken versterken door de vormgeving van de bouwmassa en archi­tectuur het kleinschalige karakter er van.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

53

8.2 Wierde en Beemd: Beeldkwaliteit Architectuur

Groene rand

Brinken

Terpen

54

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

BRINKEN

Beeldthemagebied: Brinken

architectonische eenheden architectonische samenhang

OUDE WETERING

Architectuurbeeld

architectonische eenheid

De architectuur van de woningen is eigentijds. De buurtschappen zijn weliswaar geïnspi­reerd op de bebouwingskarakteristieken van oude ­dorpen of buurtschappen - een losse bebouwingsstructuur, korte woning­rijen, ­een­duidige bouwvolumes met kap en herkenbaarheid van de individuele ­woning - maar de architectonische kenmerken en het materiaal­gebruik zijn van deze tijd. Het geheel toont een duidelijke samenhang, maar de w ­ oningen en woningrijen zijn allemaal net anders. •

De woningen aan de twee brinken in Wierde en Beemd versterken het intieme karakter van deze ruimten. Rooilijnen zijn continu en de woning­ rij of het woningblok is de architectonische eenheid. De individuele ­woning is duide­lijk her­kenbaar en er is een sterke architectonische samenhang ­tussen de woningen rondom de brink.

•

De woningen aan de Oude Weteringzone begeleiden het landschap van deze zone en het zicht op de Mastenbroekerpolder. Rooilijnen zijn ­continu en de bebouwingswand is de architectonische eenheid. In de gevelindeling en de uitwerking van entrees is de individuele woning herkenbaar.

•

Metselwerk is het basismateriaal van de woningen in een kleurvariatie van bruin tot bruingrijs. Accenten of gevelvlakken in (wit) keimwerk, hout of een ander materiaal passend bij het karakter van Breezicht is moge­ lijk, maar altijd ondergeschikt aan het metselwerk. De kappen hebben een antraciet­kleurige (niet glimmende) keramische dakpan.

•

De detaillering is zorgvuldig met bijzondere aandacht voor het metsel­ werk in de gevel door bijvoorbeeld variatie in metselwerkverbanden of omranding van gevelopeningen.

Architectuurschetsen Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

55

Beeldthemagebied: Brinken

Rooilijn en oriëntatie

•

•

De woningen aan de brinken en langs de Oude

Bouwhoogte en kapvorm

•

Langs de Oude Weteringzone is een langskap de

Erfafscheidingen

•

Wetering­zone hebben een continue rooi­lijn ­parallel

­basis, dwars­kappen of kapverhogingen kunnen

Breezicht en passend bij het karakter van buurt­

aan de straat.

worden toegepast om ­differentiatie aan te brengen en

schappen in een landschap. Op erfgrenzen aan voor­

als stedenbouw­kundig accent.

zijde van de woningen worden hagen gerealiseerd.

Overige rooilijnen hebben meer variatie, passend bij de losse bebouwingsstructuur van de buurtschappen.

•

De kapvorm van de woningen aan de brinken varieert

•

om de individuele woning herkenbaar te maken. •

Begroeide erfafscheiding zijn beeld­bepalend voor

Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn promin­ent in beeld en worden ­uitgevoerd­met een

Woningen oriënteren zich met voorzijden op de

lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide)

­brinken en hoofdstraten, waarbij de ­positie en vorm­

houten of metalen opbouw. De vormgeving van de

geving van entrees bijdraagt aan de sfeer en oriëntatie

tuinmuur heeft een relatie met de ­architectuur van de

in het buurtschap.

woning. •

Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast.

•

Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart ‘Erfafscheidingen’ op pagina 67.

56

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Beeldthemagebied: Brinken

Accenten

OUDE WETERING

•

Materiaal en natuurinclusiviteit

BRINKEN

•

Voor de oriëntatie binnen het buurtschap zijn een aan-

Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde)

tal woningen beeld­bepalend en als stedenbouwkundig

bruine tot grijsbruine steen. Een combinatie met

accent aangegeven, hier vindt een ­afwijking plaats in

­andere materialen als (wit) keimwerk, hout of een

het hoofdvolume van de ­woning.

ander materiaal passend bij het karakter van Breezicht is mogelijk, maar deze zijn ondergeschikt aan het

•

metselwerk.

Bij de woningen die direct aan de twee brinken ­grenzen is de relatie met het groen belangrijk. De •

woningen zijn individueel herkenbaar en hebben een

Materiaal voor de kap is een antractietkleurige (niet

vormgegeven overgang (een verschaling) naar de

glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige

brinken. Bijvoorbeeld door middel van een uitbouw of

inpassing van zonne­panelen.

veranda. • •

Bij het ontwerp van de woningen is rekening ­gehouden

Bebouwingsaccenten in prominente (kop)gevels

met natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook

­dragen bij aan de openheid, sfeer en het karakter van

de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

het buurtschap.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

57

Beeldthemagebied: Groene rand

GROENE RAND

architectonische eenheden

Architectuurbeeld De woningen aan de randen van Wierde en Beemd vormen een spannend silhouet aan het groenblauwe landschap van Breezicht. De architectuur van de woningen is eigentijds en heeft een relatie met het landschappelijke ­karakter van de wijk. Dit komt tot uitdrukking in een losse bebouwings­ structuur met veel vrijstaande woningen en korte rijen, variatie in kap­ vormen en de combinatie van metselwerk als basismateriaal met een tweede materiaal wat passend is bij het karakter van het groenblauwe landschap zoals hout. Het geheel heeft een duidelijke samenhang, maar de ­woningen en woning­rijen zijn allemaal anders. •

De woningen definiëren de overgang van het buurtschap naar het groenblauwe landschap. Er is veel variatie in rooilijnen, gootlijnen, bouw­ volumes en kapvorm om de kleinschaligheid van het buurtschap te accentueren. De woningrij of het blok is de architectonische eenheid, waarbij in de gevel­indeling en entrees de individuele woning herkenbaar is.

•

Metselwerk is het basismateriaal van de woningen in een kleurvariatie van geelbruin tot bruingrijs. Hieraan wordt in vlakken of accenten een tweede materiaal toegevoegd passend bij het karakter van het groenblauwe landschap, bijvoorbeeld in hout of (verticale) pannen. De kappen hebben een antraciet­kleurige (niet glimmende) keramische dakpan.

•

De detaillering is zorgvuldig en passend bij een eigentijdse architectuur.

•

De woningen die direct grenzen aan het groenblauwe landschap hebben een lage goot aan de zijde van het groenblauwe landschap, aansluitend bij een ‘zachte’ overgang naar het groen. Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Architectuurschetsen

Beeldthemagebied: Groene rand

Rooilijn en oriëntatie

•

Rooilijnen verspringen, passend bij het kleinschalige

Bouwhoogte en kapvorm

•

Aan de rand van de buurtschappen zijn de kappen

karakter van het gebied op de overgang van het

nadrukkelijk in beeld. Het geheel kenmerkt zich door

buurtschap naar het landschap.

een v­ ariatie in kap­richtingen, ­waarbij kappen een ­dakoverstek hebben van 0,50 meter.

•

De woningen vormen een silhouet van ver­schillende kappen en bouwvolumes aan de rand van het

Accenten

•

Stedenbouwkundige accenten dragen bij aan de ­oriëntatie binnen het buurtschap.

•

Bebouwingsaccenten in prominente (kop)gevels ­ver­sterken de oriëntatie en zijn passend bij de sfeer

•

Waar woningen direct grenzen aan het groenblauwe

buurtschap. De woningen staan op enige afstand van

landschap is de goothoogte aan de betreffende zijde

het landschap en van ­elkaar om een ‘zachte’ overgang

verlaagd tot maximaal 4,00 meter over minimaal 70%

te ­realiseren.

van de gevellengte. Deze woningen zijn aangegeven op

en het karakter van de buurtschappen.

de kaart ‘Bouwhoogte en kapvorm’ op pagina 65.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Beeldthemagebied: Groene rand

Erfafscheidingen

•

Een haag als erfafscheiding is beeldbepalend langs de

Materiaal en natuurinclusiviteit

•

Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde)

randen met het groenblauwe landschap en sluit aan

geelbruine tot grijsbruine steen in combinatie met

op het groene karakter van Breezicht.

een tweede materiaal passend bij het karakter van het groenblauwe landschap, bijvoorbeeld in hout of (verti-

•

Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn

cale) pannen.

promin­ent in beeld en worden ­uitgevoerd­met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide)

•

Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet

houten of metalen opbouw. De vormgeving van de

glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige

tuinmuur heeft een relatie met de ­architectuur van de

inpassing van zonne­panelen.

woning. • •

•

Bij het ontwerp van de woningen is rekening ­gehouden

Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uni-

met natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook

forme erfafscheidingen toegepast.

de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart ‘Erfafscheidingen’ op pagina 67.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Beeldthemagebied: Terpen Oude Wetering

TERPEN

architectonische basiselementen architectonische eenheid

Architectuurbeeld De woningen op de terpen vormen twee compacte ensembles waarbij de indi­viduele woning herkenbaar is. De architectuur is eigentijds I modern en ­reageert op de verhoogde ligging in de open Oude Weteringzone door gebruik te maken van het aanwezige uitzicht en het groene karakter van de plek. De woningen zijn vrijstaand of geschakeld en hebben een sterke onder­linge samenhang. De bouwmassa is samengesteld en de openheid van de context is in de woningen verbeeld met een enigszins transparante maar vooral lichte uitstraling. •

Er is variatie in rooilijnen, de bouw­massa’s zijn samengesteld en de kapvorm is markant. De indivi­duele woning is het basiselement, maar deze is samengevoegd tot een krachtig ensemble - dit is de architec­ tonische eenheid.

•

De woningen hebben een alzijdige oriëntatie, richting de open Oude Weteringzone en richting de ­binnenterreinen van de terpen.

•

De materiali­sering van de woningen sluit aan bij het moderne architectuurbeeld en de ligging in de Oude Weteringzone. Het basismateriaal is hout, metaal, plaat­materiaal of vergelijkbaar. De kappen hebben een materialisering passend bij het moderne karakter. Voor de terpen is wellicht een volledig circulaire ontwikkeling mogelijk.

•

De detaillering is zorgvuldig en ondersteunt de architectuur.

•

Eventuele bijgebouwen zijn qua architectuur in samenhang met het hoofdgebouw.

•

Richting zowel het binnen­gebied als naar de omgeving definiëren ­begroeide erfafscheidingen de overgang openbaar I privé.

Architectuurschetsen Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

61

Beeldthemagebied: Terpen Oude Wetering

Rooilijn en oriëntatie

•

Er is variatie in de rooilijnen van de ­woningen. Hier-

Bouwhoogte en kapvorm

•

mee is de individuele woning herkenbaar •

De bouwmassa is samengesteld en is gevarieerd. De

Accenten

•

indivi­duele woning is het basiselement en samen-

­ensemble en dragen bij aan de individuele herken-

gevoegd tot een krachtig architectonisch ensemble.

baarheid van woningen. Accenten zijn bijvoorbeeld

De woningen hebben een alzijdige oriëntatie, richting Oude Weteringzone en richting de ­binnenterreinen van

Accenten versterken de architectuur van het

glaspuien of uitgebouwde elementen. •

de terpen.

De woningen hebben een maximale bouwhoogte van twee bouwlagen met (verbijzonderde) kap.

•

Accenten dragen bij aan de beleving van en oriëntatie op de Oude Weteringzone.

•

De woningen hebben een markante kapvorm die de individuele woning afleesbaar maakt en passend is in de Oude Weteringzone.

62

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Beeldthemagebied: Terpen Oude Wetering

Erfafscheidingen

•

De terpen liggen verhoogd in de Oude Weteringzone.

Materiaal en natuurinclusiviteit

•

De materiali­sering van de woning heeft een enigs­

De gemengde hagen op de randen van de terpen

zins transparante maar vooral lichte uitstraling. Het

definiëren mede het ruimtelijk beeld van de terpen.

materiaal heeft een sterke relatie met de eigentijdse en ­moderne architectuur van de terpen. Basismate­

•

Ook richting het binnenterrein van de terpen worden

rialen zijn bijvoorbeeld hout, metaal, plaat­materiaal

hagen als erfafscheidingen toegepast.

of vergelijkbaar. De terpen komen in aanmerking voor een hoge mate van circulariteit in ontwerp en

•

uitwerking.

Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart ‘Erfafscheidingen’ op pagina 67.

•

Het materiaal van het dakvlak is passend bij de archi­ tectuur van de woningen. Zonnepanelen zijn zorg­ vuldig ingepast in het dakvlak.

•

Bij het ontwerp van de woningen is rekening ­gehouden met natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

63

2,0 m

5,0 m

m 1,0

m 3,0

3,0 m

2,0 m

3,0 m

1,0 m

m 1,5 m 1,5

3,0 m

2,0 m

m 3,0 3,0 m

m 3,0

2,0 m

m 3,0

3,0 m 3,0 m

m 2,0

m 3,0

m 2,0

5,0 m

m 2,0

Vaste rooilijn m 2,0

2,0 m

m 2,0

m 2,0

3,0 m

m 3,0 m 3,0

m 3,0

m 3,0

m 2,0

Sterk wisselende rooilijn

3,0 m

3,0 m

m 3,0

Variërende rooilijn

3,0 m

3,0 m

m 3,0

3,0 m

m 3,0

Kaart: Rooilijn en oriëntatie

3,0 m

m 3,0

Maximale rooilijn hoofdgebouw Aangegeven is de minimale afstand tot de zijdelingse of tussenerfgrens m 3,0

3,0 m m 3,0

m 3,0

m 2,0 m 3,0

m 3,0

m 1,5 m 1,5

m 2,0

m 2,0

m 3,0

Verplichte entreezijde in kopgevel Vergroten van de uitstraling van de kopgevel

m 2,0

Waarde landschap openheid Bebouwingsvrije zone

m 3,0

3,0 m

1,0 m

m 3,0 m 3,0

m 2,0

m 2,0

3,0 m

3,0 m

m 2,0

m 2,0

Situering in stedenbouwkundig plan maat­ gevend voor geluidsberekening

3,0 m

Samenhang in situering rondom brink Versterkt de herkenbaarheid van het ensemble

3,0 m

5,0 m

2,0 m m 3,0

0

64

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

20

50

100

200 m

Kaart: Bouwhoogte en kapvorm 1 of 2 bouwlagen met kap Ter plaatse van stedenbouwkundige accenten is een afwijkende dak- of kapvorm mogelijk 2 bouwlagen met kap Ter plaatse van stedenbouwkundige accenten is een afwijkende dak- of kapvorm mogelijk 2 bouwlagen met bijzonder kapvorm Als accenten in het ensemble is (als verbijzon­ de­ring) ook twee lagen zonder kap mogelijk Langskap Met dakoverstek Dwarskap Met dakoverstek Bijzondere kapvorm Accentueren van de individuele woning Kapvorm nader te bepalen Definitieve kapvorm bepalen in relatie tot geluidsbelasting. Verbijzondering in de bouw­massa Met als doel het voorkomen van het gevoel van repetitie, bijvoorbeeld een kapverhoging of -verlaging, aanbouw aan voorzijde, dwarskap of doorstekende goot; locatie in relatie tot architectuur Verlaagde goot Over minimaal 70% van de gevelbreedte verlaagd naar maximaal 4,00 m

0

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

20

50

100

200 m

65

Kaart: Accenten Stedenbouwkundig accent Verbijzondering in de bouwmassa, bijvoorbeeld verandering nokrichting, verspringing rooilijn of verhoging bouwhoogte Bebouwingsaccent Verbijzondering in of aan de gevel, bijvoorbeeld uitbouw, hoekraam of bloemkozijn Vormgegeven overgang richting brink De individueel herkenbare woningen hebben een vormgegeven overgang (verkleining) naar de brinken, bijvoorbeeld door middel van een uitbouw of veranda Accentueren terp Versterken herkenbaarheid terp in de Oude Weteringzone als bijzonder alzijdig

0

66

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

20

50

100

200 m

Kaart: Erfafscheidingen Haag Beukenhaag Gemengde haag Veldesdoorn, liguster en haagbeuk Gemetselde lage tuinmuur (h = 0,8 m) met een (begroeide) houten of metalen opbouw (h = 1,0 m) Uniforme erfafscheiding gecombineerd met begroeiing en bergingen (h = 1,8 m) Bijvoorbeeld een begroeid hekwerk gecombi­ neerd met bergingen

0

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

20

50

100

200 m

67

68

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

9 Reede 9.1 Reede: de schaal van een klein dorp Buurtschap Reede is met circa 250 woningen het grootste buurtschap van Breezicht Noord. Centraal door buurtschap Reede stroomt de beek en gaat daar over in de Milliger Inham. Het buurtschap vormt een compacte setting in het landschap (met het grootste aandeel rijwoningen) en kent enkele deelbuurtjes, elk met een eigen atmosfeer en relatie tot het landschap. Enkele kenmerken springen naar voren: • Silhouet naar de verte Het buurtschap tekent zich scherp af naar het landschap, vooral aan de zijde van de Milligerplas. Aan de west- en noordzijde kent het zachtere overgangen naar het beekdallandschap, de geluidswal en richting Kragge; • Samenhang van architectuur en openbare ruimte Er is een sterke relatie tussen de groene openbare ruimte en het wonen. Zo ontstaat ‘de enscenering van het straatbeeld’: de straat, het groen, de voortuin en de woning vormen samen het beeld van de openbare ruimte; • Kern aan het water Centraal in Reede gaat de beek over in de Milliger Inham. Hier vormt het buurtschap een kernachtige plek aan het water en is de architectuur afwisselender als in een dorpskern. • Landschap als buurthuis Aangesloten aan de Milliger Inham liggen de oever, de buurtweide, de boomgaard en het speelveld. Het is een reeks van ruimtes speciaal voor de bewoners en de buurt.

Je kunt er aan het water zitten en uitkijken over de plas en in je kano stappen. Het is de plek waar gespeeld en gesport kan worden en waar bewoners een buurtfeestje of picknick kunnen houden.

Sluijter: Zicht op dorp, Gooi- en Vechtstreek

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

69

9.2 Tuindorp als basis, variatie door de deelgebieden De compacte opzet van Reede met relatief veel rijwoningen, de landschappelijke ligging en de groene openbare ruimte die van het landschap doorloopt tot in het buurtschap maakt het bij uitstek geschikt voor een tuindorpachtige opzet. Basisprincipes voor de tuindorpstijl in Reede: • Een sterke samenhang van architectuur & openbare ruimte; • Groene tuinen en de erfafscheiding leggen de schakel tussen woning en straatbeeld; • Een gevelgeleding die via de bovenverdieping samenhang maakt in het hele straatbeeld en op het maaiveld en in de voortuin meer uitdrukking geeft aan de individuele woning; • Accenten ondersteunen de samenhang op schaal van het blok en de straat. • Belijning in de gevel is een belangrijk thema om mee vorm te geven aan samenhang versus accenten. • Baksteen als basismateriaal. Accenten, belijning en vensters vormen daarmee contrast of kiezen juist een kleurtoon versterkend aan de baksteenbasis. • Circulariteit: Bij het ontwerp van de woningen wordt waar mogelijk gekozen voor circulaire materialen. Hierbij wordt aandacht gevraagd voor gerecyclede, hergebruikte en hernieuwbare materialen. Daarnaast wordt bij het ontwerp rekening gehouden met waardebehoud van de materialen aan het einde van de levensduur.Zie hiervoor ook de inspiraties op blz. 42-45.

• Natuurinclusiviteit: bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties op blz. 42-45.

Basisprincipe voor de tuindorpstijl: samenhang in het straatbeeld, verwantschap tussen architectuur en openbare ruimte en individualiteit op het maaiveld en in de eigen voortuin.

De luwe straatjes

Luwe straatjes & groene rand De Milliger Inham:

Beschutting aan het De tuinkamers

Ontwerpthema: variatie brengen in de basis De tuindorparchitectuur vormt de basisstijl voor buurtschap Reede. De deelbuurten van Reede geven wel aanleiding tot subtiele verschillen in uitwerking. Bovendien ontstaat richting de kern aan het water meer aanleiding voor variatie en individuele expressie. Zo ontstaat als geheel een dorpse atmosfeer die sterk leunt op het tuindorpkarakter, maar in zichzelf wel verscheidenheid kent van verschillende plekken en sferen. Op de bladzijden hierna worden de deelatmosferen in buurtschap Reede toegelicht met een eigen architectonische typologie.

70

Langs de Milligerplas:

De lommerrijke laan

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Architectuur: Algemene Principes Eigentijds De sculptuur als ontwerpthema

‘Tuindorp’ als referentie, maar vertaald naar een eigentijdse en strakke uitwerking.

‘Vormgeven aan individuele expressie’: studie naar daadwerkelijk verschil, minimalistisch vormgegeven. Vensters, belijningen, dakranden en/of daklijsten zijn sober en strak vormgegeven: ondersteunend aan de samenhang en aan de sculptuur.

Kleurstelling & Materiaal: •

baksteen: tinten:

zand/geel-tot-donkerbruin, gemêleerd •

kap: keramische niet glimmende dakpan: antraciet. •

zonnepanelen & warmtekasten vormen onderdeel van het ontwerp

•

accentmateriaal: vormt contrast of ondersteunt de (warme) basistoon.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

71

Reede langs de Milligerplas: silhouet op het uitzicht Langs de rand van de plas snijdt Reede zich als silhouet af tegen het landschap. De woningrand die hier langs ligt toont zich doordat de stenen gevel ‘omvouwt om de hoek’: kopgevel en voorgevel vormen de schil van het woningblok. De kopgevels zijn de ‘gezichten op het landschap’ en vormen in zichzelf een accent. Een tuinmuur langs de voortuin begeleidt het silhouet als geheel. Rooilijnen liggen vast in het verkavelingsplan, zie daarvoor ook de kaart rooilijnen op pagina 90. Vensters en gevelopeningen liggen binnen het gevelvlak en gedragen zich als ‘insnijding in de gevel’. Detaillering van vensters, kozijnen en accenten is altijd slank en zorvuldig uitgevoerd.

Hoofdvorm • Het blok is de architectonische eenheid. • De gevel en kopgevel vormen samen het silhouet: omgevouwen om het blok. • De kopgevel werkt als accentvlak in zichzelf. • De langskap als basis. • De kap ligt verscholen achter de gevel.

In de kaarten op pagina 90-93 zijn de randvoorwaarden in kaart verbeeld voor de thema’s: • rooilijn en oriëntatie • bouwhoogte en kapvorm • accenten • erfafscheidingen.

72

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Gevelgeleding • De eerste verdieping maakt de samenhang over de lange lijn, ondersteund door horizontaliteit in de gevelgeleding en inzet van belijning. • De begane grond benadrukt de individualiteit, het eigen adres. • Vensters en kozijnen liggen ingesneden in de gevel.

Accenten • Per blok doorbreekt één dwarskap het dakvlak: opgenomen in de langskap. • De dwarskap ligt assymetrisch in het blok en niet op de hoek. • De dwarskap en gevelaccenten werken op schaal van het blok en de straat en ondersteunen de bloksamenhang. • Accenten in de vorm van hoekvensters en gevelvlakken zijn ingesneden in de gevel en kragen niet uit.

Erfafscheiding • De voortuin is begrensd met een lage tuinmuur. • Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn prominent in beeld en worden uitgevoerd met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide) houten of metalen opbouw. • Alle erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte zijn onderdeel van het woningontwerp en bewust uitgewerkt naar de oriëntatie van woning en kavel op de openbare ruimte. • Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Materiaal & detaillering • Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde) steen van bruintinten: zandtinten - geelbruin - donkerbruin. Hier wat meer neigend naar de lichtere tinten. • Binnen het gevelvlak kan met een accentkleur baksteen worden gewerkt als wit of een tintverschil, maar ondergeschikt aan de basistinten. • (Accent)vensters en kozijnen zijn altijd slank en zorgvuldig gedimensioneerd. • Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen en energiekasten. • Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met circulariteit en natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

73

Wonen aan de groene laan Met name langs de Breezichtlaan toont het tuindorpkarakter zich echt met zijn groene binnenwereld: een groene openbare ruimte met zichtlijnen op plantsoenen in de buurt en voortuinen die samen met de straat een rijk groen karakter bieden. De groene atmosfeer zet zich door naar de woonstraten in de deelbuurtjes. Rooilijnen liggen vast in het verkavelingsplan, zie daarvoor ook de kaart rooilijnen op pagina 90. Woning, voortuin en openbare ruimte leggen een sterk verband met elkaar. De architectuur is ingetogen, daklijsten zijn altijd subtiel en slank vormgegeven. Het accent langs deze straten bestaat uit een erker op de hoek of in de voortuin. In de luwe straatjes gaat de erker over in een veranda die daar het ‘wonen in de voortuin’ nog meer betekenis geeft. Detaillering van vensters, kozijnen en accenten is altijd slank en zorvuldig uitgevoerd.

Hoofdvorm • De langskap als basis. • Het blok is de architectonische eenheid. • De hoofdvorm maakt accent op schaal van het blok door draaiing van de kap, een hoekkap of verlaagde goot. • Accenten in de hoofdvorm maken balans met kleinere accenten en ondersteunen altijd de samenhang van het blok.

In de kaarten op pagina 90-93 zijn de randvoorwaarden in kaart verbeeld voor de thema’s: • rooilijn en oriëntatie • bouwhoogte en kapvorm • accenten • erfafscheidingen.

74

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Gevelgeleding • De eerste verdieping maakt de samenhang in de straat door middel van horizontaliteit, belijning en een (gedeeltelijk) bandvenster. • De begane grond benadrukt het ‘wonen in de voortuin’ en heeft een individuele geleding.

Accent (schaal gevel) • Accenten op schaal van de gevel ondersteunen de bloksamenhang en dragen bij aan het totaalbeeld. • De erker benadrukt het wonen in de groene voortuin.

Erfafscheiding • Er is een volwaardige voortuin (min. 4m) begrensd door een haag. • Hoektuinen dragen in beeld bij aan de accentwerking in de straat. • Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn prominent in beeld en worden uitgevoerd met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide) houten of metalen opbouw. • Alle erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte zijn onderdeel van het woningontwerp en bewust uitgewerkt naar de oriëntatie van woning en kavel op de openbare ruimte. • Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Materiaal & detaillering • Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde) steen van bruintinten: zandtinten - geelbruin - donkerbruin, hier neigend naar de iets donkerder, rustieke en beschutte tinten. • Wit of een tintverschil baksteen als contrastkleur in accentvlakken en als contrastkleur voor te accentueren vensters en kozijnen. • Erkers en overige vensters/kozijnen zijn altijd slank en zorgvuldig gedimensioneerd. • Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen en energiekasten. • Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met circulariteit en natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

75

Veranda’s in de luwe straatjes De luwe straatjes naast de Breezichtlaan kennen dezelfde basiskenmerken als het wonen aan de groene laan. Een variatie is hier de toepassing van de veranda in de (soms extra diepe) voortuin. De veranda’s zijn toegepast op de zonzijde. Door de veranda en de groene voortuin krijgt in de luwte van het buurtschap ook de voortuin hier een leef- en verblijfskwaliteit, en doet mee als buitenruimte van de woning. In de kaarten op pagina 90-93 zijn de randvoorwaarden nog eens in kaart verbeeld voor de thema’s: • rooilijn en oriëntatie • bouwhoogte en kapvorm • accenten • erfafscheidingen.

Hoofdvorm • De langskap als basis. • Het blok is de architectonische eenheid. • De hoofdvorm maakt accent op schaal van het blok door draaiing van de kap, een hoekkap of verlaagde goot. • Accenten in de hoofdvorm maken balans met kleinere accenten en ondersteunen altijd de samenhang van het blok. • De toepassing van accenten in de hoofdvorm is aangegeven op de kaart op pagina 90.

Woonwagens Langs de Breezichtlaan zijn vier percelen voor woonwagens opgenomen. Deze worden qua uitstraling en inrichting passend uitgevoerd in de stijl van het buurtschap. • • • •

•

Materialisering uitgevoerd in (uitstraling) gemêleerde baksteen in de tinten zand - geel -bruin. Een schuine kap, met een dakbedekking antracietkleurig en niet glimmend uitgevoerd. De erfafscheiding bestaat uit een haag aan voorzijde. zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn prominent in beeld en worden uitgevoerd met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide) houten of metalen opbouw. De vormgeving van de tuinmuur heeft een relatie met de architectuur van de woning. Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. (zie de kaart op pagina 93)

referentiebeeld Zanne

76

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Accent (schaal gevel) • Een veranda in de voortuin maakt accent op schaal van het blok. • De veranda is architectonisch onderdeel van het blok en legt verband met de kapvorm en gevelaccenten. • de kaart op pagina 92 geeft aan waar de verandatypologie van toepassing is.

Gevelgeleding • De eerste verdieping maakt de samenhang in de straat door middel van een (gedeeltelijk) bandvenster en horizontaliteit in de gevelgeleding. • De begane grond benadrukt het ‘wonen in de voortuin en onder de veranda.

Erfafscheiding • Er is een volwaardige voortuin (min. 4m) begrensd door een haag. • Op specifieke plekken is de voortuin dieper en draagt bij aan het ‘verblijven in de voortuin’. • Hoektuinen dragen in beeld bij aan de accentwerking in de straat. • Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn prominent in beeld en worden uitgevoerd met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide) houten of metalen opbouw. • Alle erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte zijn onderdeel van het woningontwerp en bewust uitgewerkt naar de oriëntatie van woning en kavel op de openbare ruimte. • Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Materiaal & detaillering • Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde) steen van bruintinten: zandtinten - geelbruin - donkerbruin, hier neigend naar wat frissere tinten die het zonlicht in de gevel vangen. • Wit baksteen of tintverschillen als contrastkleur in accentvlakken en als contrastkleur voor te accentueren vensters & kozijnen. • Erkers en overige vensters/kozijnen zijn altijd slank en zorgvuldig gedimensioneerd. • Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen en energiekasten. • Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met circulariteit en natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

77

Beschutting aan het landschap Langs de randen van het beekdal- en geluidswallandschap liggen de kavels meer beschut, met hun achtertuinen ingeschoven in het landschap. Hier speelt de beschutting onder de kap een grotere rol, in de vorm van dieper stekende kappen, afwisselende kappen en de toepassing van overstekken. Wonen in de rand betekent rustig wonen in de luwte van het landschap, met een groene en omhaagde tuin. Detaillering van vensters, kozijnen en accenten is altijd slank en zorvuldig uitgevoerd. Rooilijnen en kaprichtingen kunnen hier wisselen. Zie daarvoor de kaart op pagina 90.

78

Hoofdvorm • 1 of 2 bouwlagen met kap. • Het dakvlak is dominant aanwezig ten opzichte van de gevel en heeft een overstek van minimaal 0,5m. • Aan- en uitbouwen en garages zijn onderdeel van het kapontwerp. • De kaprichting kan wisselen, ook binnen de bouweenheid. • Waar woningen aan het landschap grenzen wordt een verlaagde goot van max. 4m hoog toegepast over minimaal 70% van de gevellengte. • Voor kaprichtingen en goothoogte zie de kaart op pagina 91.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Gevelgeleding & accenten • De eerste verdieping maakt de samenhang in de straat door middel van een (gedeeltelijk) bandvenster en horizontaliteit in de gevelgeleding. • De begane grond benadrukt het eigen adres en het wonen in de tuin. • De gebouweenheid maakt een accent in de vorm van een erker (over de hoek). • De kopgevel werkt als accent in zichzelf.

Erfafscheiding • De kavels zijn royaal met volwaardige voortuinen en achtertuinen. • De gehele tuin is begrensd met een haag. Aan de landschapszijde een gemengde landschappelijke haag. • Zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte maar niet aan het landschap zijn prominent in beeld en worden uitgevoerd met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide) houten of metalen opbouw. De vormgeving van de tuinmuur heeft een relatie met de architectuur van de woning. • Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Materiaal & detaillering • Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde) steen van bruintinten: zandtinten - geelbruin - donkerbruin, hier neigend naar de iets donkerder, rustieke en beschutte tinten. • Hieraan kan een tweede tint of materiaal toegevoegd worden (bijvoorbeeld hout) dat samen met de kap de uitstraling naar het landschap en de openbare ruimte verzacht. Bij de randen van Reede kan gekozen worden voor een transitie naar het “groen”, d.m.v. houten accenten/gevels. • Erkers en overige vensters/kozijnen zijn altijd slank en zorgvuldig gedimensioneerd. • Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen en energiekasten. • Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met circulariteit en natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

79

De Milliger Inham: afwisseling door individuele en samengestelde panden De Milliger Inham vormt de kern van buurtschap Reede. Hier speelt de architectuur niet in op het samenhangende straatbeeld, maar juist meer op afwisseling en individuele expressie. Dit gebeurt echter wel met een slimme en subtiele opbouw: door zowel individuele als samengestelde panden in te zetten, en daarmee te ontsnappen aan de repetitie van het rijenhuis. Het samengestelde pand toont zich altijd als één gebouw, waarin de inviduele woning ondergeschikt is aan het gehele gevelbeeld. Detaillering van vensters, kozijnen en accenten is altijd slank en zorvuldig uitgevoerd.

Hoofdvorm • ‘Eigen expressie’ binnen de samenhang is het ontwerpthema. • De ritmiek is niet (alleen) individueel, maar bestaat uit een afwisseling van samengestelde en individuele panden. • De verkaveling geeft aanleiding tot onderbreking van de basisbeukmaat: met tussenruimtes en terugliggende aanbouwen. • Kapvormen draaien en rooilijnen springen (met max. 1m) terug, bijdragend aan de expressie van samengestelde en individuele panden.

In de kaarten op pagina 90-93 zijn de randvoorwaarden nog eens in kaart verbeeld voor de thema’s: • rooilijn en oriëntatie • bouwhoogte en kapvorm • accenten • erfafscheidingen.

80

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Gevelgeleding • De gevelgeleding wordt ontworpen op schaal van het (samengestelde) pand. • Een samengesteld pand presenteert zich als één gebouw met een asymmetrische gevelindeling • De gevelindeling maakt niet alleen een traditionele ‘woonhuisgevel’ maar geeft variatie door afwijkende openingen zoals een schuurdeur of pakhuisachtige uitwerkingen. • ‘Eigenzinnige expressie’ op schaal van het (samengestelde) pand is het ontwerpthema.

Erfafscheiding • De erfafscheiding aan voorzijde is een Delftse stoep. • De Delftse stoep kan ingericht worden als geveltuin met vergroening en zitgelegenheden. • zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte zijn prominent in beeld en worden uitgevoerd met een lage gemetselde tuinmuur met een (begroeide) houten of metalen opbouw. De vormgeving van de tuinmuur heeft een relatie met de architectuur van de woning. • Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Materiaal & detaillering • Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde) steen van bruintinten: zandtinten - geelbruin - donkerbruin, hier ingezet op de afwisseling. • Wit of een tintverschil baksteen als contrastkleur in accentvlakken en als contrastkleur voor te accentueren vensters & kozijnen. • ‘Vormgeven aan individualiteit’ is een basis-ontwerpthema. • vensters en kozijnen zijn altijd slank en zorgvuldig gedimensioneerd. • Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen en energiekasten. • Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met circulariteit en natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de inspiraties over natuurinclusief bouwen (p. 43-45).

81

De tuinkamers: eigenzinnige hoeksteunen, wonen in de stadstuin Op specifieke hoeken aan de Milliger Inham en op de overgang naar de buurtjes ligt een aantal bijzondere kavels. Met vrijstaande woningen die met hun gevel en tuinmuur (bijna) direct aan de straat grenzen, en daardoor werken als eigenzinnige hoeksteunen voor het buurtschap. Ze spelen een duidelijke rol in het zicht van de straat: zo is er ‘de brugwachter’ bij de brug over het water en kijken andere woningen terug op de hoek aan een plantsoen of juist op het grootse uitzicht aan het water. De gevels zijn relatief besloten naar de openbare ruimte, met bewust gekozen ‘kijkers’ naar de ruimte. Aan de binnenkant wordt de woning transparant en vormen binnen en buiten één geheel in de groene stadstuin. Detaillering van vensters, kozijnen en accenten is altijd slank en zorvuldig uitgevoerd.

82

Hoofdvorm • Langskap volgens aangegeven richting. • De woning en het bijgebouw vormen een koppel. • Gebouwen staan op of dichtbij de kavelgrens en benadrukken daarmee zowel de hoeksteenfunctie naar buiten toe als de ruimte in de stadstuin. • De woning (voor en achter), erfafscheiding en de tuin vormen één architectonische eenheid.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Gevelgeleding en accent • De buitengevel is relatief besloten. • De buitengevel maakt gerichte ‘kijkers’ naar de openbare ruimte. • Eén groot venster in de buitengevel benadrukt de entree en/of de leefruimte. • De gevel is in de tuinzijde licht en transparant van opzet en kan hier aansluiten op een serre of erker.

Erfafscheiding • De erfafscheiding maakt onderdeel uit van het gebouwensemble. • De erfafscheiding bestaat uit een gemetselde tuinmuur en/of haag en is ontworpen in samenhang met het woningontwerp en de oriëntatie op de openbare ruimte. • Langs parkeerkoffers en achtergebieden worden uniforme erfafscheidingen toegepast. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Materiaal & detaillering • Het basismateriaal is metselwerk in een (gemêleerde) steen van bruintinten: zandtinten - geelbruin - donkerbruin. De grondtoon wordt afgestemd op de stedenbouwkundige positie. • Tintverschillen als contrastkleur in accentvlakken en voor te accentueren vensters & kozijnen. • Ook bij de tuinkamers kan een stapje extra gezet worden dm.v. circulaire/biobased/houten ‘tuinkamers’ met zicht in de tuin. • Erkers en overige vensters/kozijnen zijn altijd slank en zorgvuldig gedimensioneerd. • Materiaal voor de kap is een antracietkleurige (niet glimmende) keramische dakpan met een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen en energiekasten. • Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met circulariteit en natuurinclusieve maatregelen. Zie hiervoor ook de

83

84

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

10 Kragge 10.1 Verscholen wonen tussen riet en water In buurtschap Kragge liggen 49 kavels met royale 2^1 kap en vrijstaande woningen die volledig in particulier opdrachtgeverschap worden uitgegeven. Verscholen in een waterrijk gebied met veel riet en natuurlijke oevers. Drie groene straatjes steken als een ruggengraat vanaf de Breezichtlaan de diepte in. De huiskavels liggen ‘op het droge’ vast aan deze straatjes en grenzen aan de andere kant met een lager tuindeel aan inhammen van de Milligerplas. Langs de Milligerplas liggen brede natuurlijke gebieden, rietkragen en plas-draszones als ‘koppen’ op de straatjes. Ook aan de Breezichtlaan heeft het buurtschap een natuurlijke rand in de vorm van een wadi, en midden in de straatjes liggen open stukken die uitzicht bieden op het water. Op deze manier vormt buurtschap Kragge eigenlijk een natuurlijk en waterrijk landschap in zichzelf. De kavels en woningen zetten volledig in op deze natuurlijke ligging en de beschutting van het landschap.

Kragge: wonen, verscholen in een waterrijk natuur- en rietlandschap

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

85

10.2 Beeldkwaliteit Architectuur & Kavels De woningen én kavels in Kragge gaan zoveel mogelijk op in het landschap. De principes voor de architectuur zijn eenvoudig maar wel uitgesproken, en zorgen voor een toonzetting van natuurlijke kleuren en materialen die passen bij het landschap: de lucht, het water, de kleuren van beplanting en de seizoenen. De woningen zoeken altijd beschutting onder de kap. De kap vormt aanleiding om de woning accent te bieden, beschutting te geven in de tuin, en de ‘kijker op het landschap’ te zetten. Circulariteit en natuurinclusiviteit zijn leidende thema’s voor het ontwerp. De materialen hebben een natuurlijke uitstraling, zijn biobased of scoren anderzins goed op duurzaamheid en circulariteit. Baksteen vormt hier even niet de boventoon. In buurtschap Kragge speelt de tuin eveneens een grote rol. Tuinen die aan het water grenzen zijn deels verlaagd aangelegd om het contact met het water te versterken. Aan de waterkant hebben ze een flauwe en groene oever, die voor minimaal 50% is beplant als natuurlijke oever met riet, waterplanten en hoge grassen. In de overige 50% kan de tuin een vrije doorkijk op het water hebben, en kan een vlonder gerealiseerd worden. De tuin als geheel heeft een zeer groen karakter, is beplant met heesters én biedt ruimte aan minimaal één boom die tot volwassen door kan groeien.

Hoofdvorm woning en tuin • De woning heeft een eenduidig hoofdvolume met een schuine kap met één duidelijke oriëntatie naar de tuin en het water. • De architectuurstijl is eigentijds: de hoofdvorm en materialisering maken de uitstraling, detaillering ondersteunt hieraan. • Het dakvlak is dominant aanwezig ten opzichte van de gevel en vouwt minimaal aan één kant om over de verticale gevel tot maximaal 2,4m boven het maaiveld. • De gootlijn/overgang van gevel naar kap ligt op maximaal 4,5m vanaf het maaiveld en op plekken grenzend aan het landschap op maximaal 3m. • Een royaal overstek in de kopgevel kan beschutting bieden onder de kap en een overdekt terras vormen. Of: de hoofdvorm is alzijdig strak vormgegeven zonder overstekken en/of daklijsten. • Uitbouwen vormen onderdeel van het kapontwerp of werken juist contrasterend met een plat, groen dak en als accentvorming naar de tuin. • Overige accenten/vensters liggen ingesneden binnen de kap en de hoofdvorm van de woning. • Voor het woningontwerp wordt een architect ingeschakeld.

In de kaarten op pagina 90-93 zijn de randvoorwaarden nog eens in kaart verbeeld voor de thema’s: • rooilijn en oriëntatie • bouwhoogte en kapvorm • accenten • erfafscheidingen.

86

Beeldkwaliteitsplan Breezicht Noord

Erfafscheidingen • Alle huiskavels zijn naar de openbare ruimte begrensd met hagen. • Waar kavels op het land liggen zijn ze aan alle openbare zijdes voorzien van hagen. • De verlaagde tuin en alle oevers maken onderdeel uit van de zone ‘waarde openheid landschap’ en blijven vrij van bebouwing en gebouwde erfafscheidingen. Hagen & andere beplanting zijn hier wel toegestaan. • De oever is in eigen beheer en is voor minimaal 50% ingeplant als natuurlijke oever met soorten als wilgeroosje, grote kattenstaart, dotterbloem, gele lis, lisdodde en riet. • Aan het water mag een vlonder worden aangelegd van maximaal 20m2 en over maximaal 5m lengte. • Zie voor de exacte toepassing van erfafscheidingen de kaart op pagina 93.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=9d45e6da-ebc4-41f5-b31e-cca2250d1d3a