4. Het OmgevingsEffectRapport (OER)
Tekst van het document
In mobiliteitsplannen wordt hier wel aandacht aan gegeven, maar de zekerheid is er nog niet. De waardering van Referentiesituatie 1 gaat hierdoor omlaag, maar blijft nog oranje. Referentiesituatie 2 Door verdichting in Referentiesituatie 2 neemt het risico op verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte toe. De gemeente heeft wel een beleid gericht op vermindering van de openbare parkeerdruk, maar dit is vooral stimulerend en minder regulerend waardoor de uitkomst onzeker is. Door het verhoogde risico wordt de waardering van Referentiesituatie 2 rood.
3.10.3 Gebruik schoon vervoer en deelmobiliteit Huidige situatie Zwolle telt momenteel circa 40 openbare laadpalen met 80 oplaadplekken (zwolle.maps.arcgis.com d.d. 28 april 2020). In de Benchmark Openbaar Laden (2019) is de openbare laadinfrastructuur toereikend om ongeveer 36% van de openbare laadbehoefte in 2020 op gebruiksvriendelijke wijze af te dekken, en 18% in 2025. Dit is de hoogste score van de Overijsselse gemeenten, maar beduidend lager dan steden als 24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
58
Projectgerelateerd
Arnhem en Den Bosch. Het hoge fietsaandeel van 49% in de verplaatsingen binnen het stedelijk gebied (CBS, OViN 2017) draagt bij aan het gebruik van schoon vervoer. Een vergelijking van de rapportcijfers in de duurzaamheidsscore van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer op diverse mobiliteitsonderdelen laat zien dat Zwolle in totaal, vergeleken met de andere sterk stedelijke gemeenten in Nederland, gemiddeld scoort. Zwolle scoort positief op het aantal autoverplaatsingen als bestuurder (0,64 per dag in Zwolle, dit in minder dan in vergelijkbare steden met 0,81 autoverplaatsingen per dag). Zwolle scoort lager op de milieuscore voor bussen (o.b.v. verdeling aantal bussen per euronorm-klasse per concessiegebied) en P+R en carpoolplaatsen (o.b.v. aantal plaatsen per inwoner) . De waardering van de huidige situatie is oranje. Tabel 3-5: Rapportcijfers op duurzaamheidsscore gemeente Zwolle, vergeleken met gemiddelde van steden met gelijke mate van stedelijkheid. (bron: www.duurzaamheidsscore.nl CROW, bewerking door CROW-KpVV en ABF Research, 2020).
Referentiesituaties 2030 Referentiesituatie 1 De gemeente zet in haar Mobiliteitsvisie in op het, vraaggestuurd, realiseren van zo’n 200 laadpalen. Dit zal voldoende zijn voor het jaar 2025, maar niet voor de periode daarna. In de duurzaamheidsmonitor van het CROW krijgt Zwolle het rapportcijfer 1,7 en hiermee een onvoldoende (bij het cijfer 10 is de voortgang in lijn met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur 2030). Met de instelling van een zero-emissie stadslogistiek voor de binnenstad vanaf 2025 wordt gebruik van schone vervoermiddelen in de binnenstad gestimuleerd. De aanleg van (openbare) laadpalen maakt een verdere transitie naar elektrisch auto- en busvervoer mogelijk. De gemeente zoekt ook naar methodes om de last mile aantrekkelijker te maken voor reizen binnen Zwolle, zoals met voldoende goede looproutes, (fiets)parkeergelegenheid bij (bus)stations, makkelijk overstappen op deelfietsen of deelauto’s en beperkte overstaptijden tussen verschillende vormen van vervoer. Hierbij besteedt de gemeente aandacht aan het realiseren van aantrekkelijke mobipunten die de multimodale overstapvoorzieningen combineren met andere functies. Realisatie hiervan is echter nog niet zeker gesteld. Maatregelen ter bevordering van fietsgebruik en wandelen stimuleren ook deze schone vervoerwijzen.
Het plaatsen van laadpalen, de invoering van zero-emissie stadslogistiek, verbeteringen van het fietsnetwerk en landelijke maatregelen om elektrisch rijden te stimuleren hebben een positief effect op het gebruik van schone vervoersmiddelen. Het tempo van 200 extra openbare laadpalen tot 2030 is echter te laag tot 2030. Dit heeft ook te maken met de benodigde doorlooptijd voor het plaatsen van laadpalen: gemiddeld 9 maanden voor het nemen van het benodigde verkeersbesluit. Hierdoor is er in Referentiesituatie 1 nauwelijks tot geen verandering te verwachten ten opzichte van de huidige situatie en blijft de waardering oranje.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
59
Projectgerelateerd
Referentiesituatie 2 De verdichting en functiemenging in Referentiesituatie 2 kunnen zorgen voor een hoger aandeel van fiets en wandelen als schone vervoerswijze. Daarnaast wil de gemeente hier alternatieven zo aantrekkelijk mogelijk maken met aantrekkelijke mobiliteits-abonnementen (MaaS) door ontwikkelaars en woningcorporaties te stimuleren en faciliteren om mobiliteitsconcepten toe te passen. Ook onderzoekt de gemeente of met een vorm van een verstedelijkings- of mobiliteitsfonds per gebied de kosten voor parkeren en mobiliteit samen kunnen worden gedragen zodat duurzame mobiliteit wordt bevorderd. De uitkomst hiervan is echter nog onzeker zodat dit als een risico wordt gezien. Per saldo verschilt de waardering niet van Referentiesituatie 1 (oranje).
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
60
Projectgerelateerd
4
Alternatieven en effecten
4.1
Alternatieven
Scope van het OER: urbane woningbouw voor compacte stad Het OER voor de Omgevingsvisie Zwolle richt zich op de ruimtelijk belangrijkste zaken die effect hebben op de fysieke leefomgeving: de woningbouwopgave als gevolg van de versnelde en versterkte groei van de bevolking. Het voornemen is om tot 2030 een aantal van 10.000 woningen bij te bouwen. Na 2030 wil Zwolle rekening houden met een opgave om nog eens 6.000 tot 10.000 woningen te bouwen, totaal dus 16.000 tot 20.000 woningen in de periode tot 2040. De voorgenomen verdeling5 van de woningen over de bouwlocaties is: ▪ 60% urbaan (binnenstedelijk, hoofdzakelijk gestapeld); ▪ 40% suburbaan (nieuwbouwwijk buiten bestaande stad, voornamelijk grondgebonden). Voorts is van belang dat voor Stadshagen reeds een MER is uitgevoerd. Een groei van 3.000 tot 4.000 woningen suburbaan tot circa 2026/2027 kan hier nog plaatsvinden en wordt daarom niet separaat in dit MER beschouwd. Voor de suburbane groei na deze periode wordt een MIRT-traject voorbereid. De Omgevingsvisie gaat daarom nog geen richting geven aan deze ontwikkeling, maar richt zich uitsluitend op de urbane groei van de compacte stad op de locaties zoals weergegeven in onderstaande figuur.
7. Spoorzone 8. Weezenlanden Noord 9. IJsselhallen 10. Kamperpoort 11. Singelkwartier 12. Oosterenk 10. Binnenstad 11. Zwartewater zone 12. Zwartewater allee
Figuur 4-1: globale aanduiding (rood gearceerd) gedachte inbreidingslocaties (urbaan) (bron: gemeente Zwolle, februari 2020).
Opschaling na 2030 Het is goed mogelijk dat ook na 2030 de groei van Zwolle verder doorzet. Een studie van het Bureau Stedelijke Planning laat een mogelijke groei zien van ongeveer 16.000 huishoudens (met een navenant aantal woningen) in de periode tot 2040 (opschaling na 2030, laag). In een recente publicatie (2019) van het Zwolse Concilium is, als pleidooi voor een schaalsprong, als voorstel een indicatief, richtinggevend aantal van in totaal 20.000 nieuwe woningen aangehouden (opschaling na 2030, hoog). Ook de effecten van deze mogelijke groei in aantallen woningen wordt in dit OER onderzocht. 5
Gezien de verwachte verschuiving van de verdeling 50/50 naar 60/40 met een grotere behoefte aan stedelijk wonen is voor de helderheid de 50/50 verdeling hier weggelaten. 24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
61
Projectgerelateerd
In de volgende tabel zijn de genoemde woningbouwopgaves per scenario weergegeven, onderverdeeld in urbaan en suburbaan te bouwen woningen. Tabel 4-1: verwachte aantallen te bouwen woningen per scenario
Te onderzoeken alternatieven De groeiscenario’s voor de periode tot 2040 zijn de in dit MER te onderzoeken alternatieven. Deze opschaling van woningbouw wordt vergeleken met de 2e referentiesituatie; het huidig beleid volgens de Ontwikkelstrategie Wonen met de bouw van 6.000 urbane woningen. De invulling van deze alternatieven kan niet los worden gezien van de periode 2020-2030: de verwachting is dat de opschaling grotendeels plaats vindt door verdere verdichting op de negen inbreidingslocaties tot het jaar 2030. Al bij de planontwikkeling van deze locaties moet rekening gehouden worden met een eventuele opschaling c.q. verdichting. Voor de verdere effectbeschrijving worden daarom de alternatieven A en B gehanteerd: A. Opschaal scenario laag: urbaan 9.500 woningen op de aangegeven locaties (conform prognose Bureau Stedelijke Planning) B. Opschaal scenario hoog: urbaan 12.000 woningen op de aangegeven locaties (conform prognose Zwols Concilium) In de bijlage 3 zijn de bijbehorende dichtheden (bij benadering) weergegeven voor de verschillende locaties. Daarbij zijn ook referentiebeelden opgenomen om een indruk te krijgen van de verstedelijking. Deze worden ook gebruikt bij de beoordeling van sommige criteria.
4.2
Effecten alternatief A en B vs Referentie 2
In onderstaand Rad van de leefomgeving is de beoordeling van de alternatieven zichtbaar in twee separate figuren. De beoordeling is afgezet tegen Referentiesituatie 2. Ter informatie is ook de huidige situatie weergegeven in de figuur (wit weergegeven). De beoordelingen van de alternatieven worden in de volgende paragrafen onderbouwd.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
62
Projectgerelateerd
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
63
Projectgerelateerd
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
64
Projectgerelateerd
4.2.1
Gezondheid
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect gezondheid samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Luchtkwaliteit
=
=
Geluidhinder
↘
↘
Omgevingsveiligheid
↘
↘
Bereikbaarheid sport- en speelplekken
=
=
Luchtkwaliteit De groei van de stad kan leiden tot meer verkeer. In de omgevingsvisie wordt stevig ingezet op verduurzaming van de mobiliteit, onder andere door STOMP het leidende principe te laten zijn binnen de buitenring. De auto is hierdoor niet meer het uitgangspunt, maar lopen, fietsen en OV. De toename van mobiliteit zal hierdoor naar verwachting geen groot effect op de luchtkwaliteit van de stad hebben. De alternatieven zijn hierin niet onderscheidend. Geluidhinder Met uitzondering van de Zwartewaterzone liggen alle ontwikkelgebieden in een gebied met een (te) hoge geluidsbelasting. Een hoge concentratie woningen op deze locaties kan tot gezondheidseffecten leiden. In de nieuwe woningen zullen (volgens wetgeving) voldoende geluidswerende maatregelen genomen worden om de geluidsbelasting binnen tot een acceptabel of gezond niveau te krijgen. De geluidsbelasting buiten blijft echter hoog, waardoor er geluidsoverlast blijft bestaan in de tuinen en op straat. Hoe meer woningen gebouwd worden, hoe minder ruimte voor werende maatregelen en hoe meer geluidsoverlast door toenemende drukte. Het risico op geluidhinder is bij alternatief B dus hoger dan bij alternatief A. De risico’s zijn het hoogst in de Spoorzone, Zwartewaterallee en IJsselhallen. Deze wijken hebben de hoogste geluidsbelasting en krijgen in de alternatieven een erg hoge woningdichtheid.
Omgevingsveiligheid De woningbouwopgave heeft geen invloed op veiligheidsknelpunten. Het persoonsgebonden risico blijft hetzelfde. Door de verdichting neemt het groepsrisico echter wel toe, zeker omdat veel woningbouw gepland is langs belangrijke infrastructuur en er in de alternatieven meer mensen dicht op elkaar wonen. Dit risico is het grootst in alternatief B. Bereikbaarheid sport- en speelplekken Spoorzone, IJsselhallen, Kamperpoort, Singelkwartier en de Binnenstad zijn ontwikkelgebieden die nu in de huidige situatie lager dan gemiddeld scoren op sport en spelen (https://cijfersoverzwolle.nl/). Het gaat om 60% van de woningbouwopgave. Ontwikkeling in deze gebieden biedt de kans om meer sport- en speelplekken te ontwikkelen en de bereikbaarheid hiervan te verbeteren. In de Omgevingsvisie is hier echter geen beleid op. Het is dus niet in te schatten of het aanbod daadwerkelijk toe- of afneemt. Beide alternatieven zijn hierin niet onderscheidend.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
65
Projectgerelateerd
4.2.2
Wonen
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect wonen samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Ruimte voor recreatie
=
=
Kwaliteit woonomgeving
↗
↗
Nabijheid voorzieningen
↘
↘
Vraag/aanbod woningvoorraad in balans
↘
=
Leefbaarheid
=
=
Functiemenging
=
=
Ruimte voor recreatie De beoordeling van de alternatieven blijft ongewijzigd ten opzichte van de referentie. Er wordt uitgegaan van een zekere mate van functiemenging, waardoor het aanbod van recreatiemogelijkheden goed blijft. Kwaliteit woonomgeving Bij de kwaliteit van de woonomgeving gaat het in feite om de belevingswaarde van de woonomgeving. Deze wordt voor een groot deel bepaald door het type woningen, de kwaliteit van de woningen en de kwaliteit van de omgeving. Een levendige stad, met concentratie van menselijke activiteiten, waar je elk moment mensen kunt ontmoeten werkt naar verwachting positief. Met de geplande nieuwbouw en herontwikkeling in de dichtheden zoals voorzien in beide alternatieven is dit wel steeds meer aan de orde. Nabijheid voorzieningen Door de grotere verdichting wordt het draagvlak van de voorzieningen groter. De gemeente heeft echter nog geen zicht welke voorzieningen benodigd zijn voor de veranderende stad met nieuwe veranderende bevolkingssamenstelling zodat er een risico op verslechtering ontstaat. Dit is ook in de referentiesituatie al het geval. De alternatieven zijn niet onderscheidend. Vraag/aanbod woningvoorraad in balans Met 16.000 woningen in 2040 is volgens het Bureau Stedelijke Planning de vraag naar woningen gelijk aan het aanbod.
Echter, volgens het Zwols Concilium is naar verwachting in alternatief A nog een tekort van 4.000 woningen in 2040. In alternatief B is de woningbouw conform behoefte (volgens het Zwols Concilium), vraag en aanbod aantal woningen in weer meer in balans is. Of er ook voldoende aansluiting is bij de toekomstig gewenst woonmilieus is op dit moment nog onzeker. Leefbaarheid De verdere verdichting van de stad wordt grotendeels door transformaties uitgevoerd waarbij nieuwe en verbeterde leefgebieden ontstaan en leefbaarheid verbetert. Dit is reeds in de referentie het geval. De alternatieven zijn hierbij niet onderscheidend. De bestaande buurten (met name Holtenbroek en Kamperpoort) blijven echter wel een aandachtspunt. Functiemenging De referentiesituatie voorziet reeds in een grotere mate van functiemenging. Zeker in de gebieden Oosterenk en Hanzeland. Met de verder toenemende dichtheden wordt dit naar verwachting niet anders in de alternatieven.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
66
Projectgerelateerd
4.2.3
Natuur
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect natuur samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Natura 2000-gebieden
=
=
NNN
=
=
Biodiversiteit
↘
↘
Natura 2000-gebieden De beide alternatieven hebben geen directe effecten op de doelstellingen en knelpunten van Natura 2000gebieden. Indirect worden er ook geen effecten verwacht als gevolg van een toename van stikstofdepositie als gevolg van toenemend verkeer of sloop en herbouw. Er zijn nauwelijks stikstof gevoelige habitats of leefgebieden in de omgeving aanwezig. Daarnaast is reeds in de huidige situatie de achtergronddepositie in deze gebieden aanzienlijk lager dan de kritische depositiewaarde (KDW). Op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie kan derhalve worden gesteld dat ook indirecte effecten van stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Op een lager abstractieniveau (bijvoorbeeld bij deeluitwerkingen) dient evengoed te worden nagegaan of dergelijke indirecte effecten mogelijk alsnog relevant zijn en, indien relevant, welke maatregelen op dat niveau mogelijk zijn om effecten uit te sluiten. NNN De alternatieven zijn niet van invloed op de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland en de verbindingen tussen daarbij horende gebieden. Als gevolg van de woningbouwontwikkelingen worden geen wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN aangetast. De waardering van de referentiesituatie verandert hierdoor niet. Biodiversiteit De biodiversiteit in Zwolle staat in de huidige situatie reeds enigszins onder druk.
Verdere verdichting levert een risico op voor de biodiversiteit, omdat dit een grotere druk geeft op het bestaande groen en de kwaliteit daarvan. Ook de toename van het aantal inwoners zorgt voor extra druk op de bestaande kwaliteiten. Dit vormt een risico op afname van de biodiversiteit. Doordat er zeker ook aandacht is voor de ontwikkeling van groen bij de herontwikkeling of nieuwbouw en er reeds in kaart is gebracht waar groene gebieden ontbreken, wordt het risico voor afname van de biodiversiteit als beperkt beschouwd.
4.2.4
Overig fysiek kapitaal
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect overig fysiek kapitaal samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Oppervlakte stedelijk groen en water
↘
↘
Drinkwatervoorziening
=
=
Bodemkwaliteit
=
=
Archeologie
=
=
Cultuurhistorie en landschap
=
=
Oppervlakte stedelijk groen en water Het programma urbaan is in de alternatieven beduidend groter dan in Referentie 2. In de gebieden 2 (Weezenlanden Noord), 5 (Singelkwartier), 10 (Binnenstad) en 11 (Zwartewater zone) die ook in de referentie een aanzienlijk programma krijgen, is de kans aanwezig dat een deel van de 24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
67
Projectgerelateerd
hoofdgroenstructuur verder beïnvloed wordt of nog kleiner wordt. Gezien de omvang van de programma's in de beide alternatieven is het niet ondenkbaar dat de hoofdgroenstructuur ter plaatse wordt onderbroken. Gezien de robuustheid van de structuur wordt dit beschouwd als een beperkt negatief effect. Alternatief A en Alternatief B zijn hierin naar verwachting weinig onderscheidend. Drinkwatervoorziening Er worden geen ontwikkelingen gepland in de gebieden die ook zijn aangemerkt als beschermingsgebied. De beide alternatieven verschillen hiermee niet van de referentie. Bodemkwaliteit Voor de alternatieven worden de ontwikkelingen voorzien op dezelfde locaties als in de referentiesituatie. De alternatieven hebben daardoor naar verwachting geen andere effecten dan de referentie en de alternatieven zijn niet onderscheidend. Archeologie Er worden diverse gebieden met een middelhoge kans op vondsten beïnvloed als gevolg van de nieuw te ontwikkelen urbane bebouwing. De locaties zijn echter dezelfde als in de referentiesituatie. De alternatieven hebben daardoor naar verwachting geen andere effecten dan de referentie en de alternatieven zijn niet onderscheidend.
Cultuurhistorie en landschap De cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden niet altijd meegenomen in de herontwikkelingen, ondanks het gemeentelijk beleid gericht op de duurzame instandhouding van historisch waardevolle objecten, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Dit is niet anders dan in de referentiesituatie. De alternatieven hebben daardoor naar verwachting geen andere effecten dan de referentie en de alternatieven zijn niet onderscheidend.
4.2.5
Energie
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect energie samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Emissie broeikasgassen
=
=
Energiebesparing
↘
↘
Emissie broeikasgassen De emissie van broeikasgassen neemt autonoom af. In paragraaf 3.6.2 is te zien dat zeker vanaf 2015 er gestaag sprake is van een afname van de CO2-emissie als gevolg van elektriciteitsgebruik en gasverbruik. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat er geen nieuwe emissies bij komen. Tegelijkertijd is het tempo voor ontwikkeling in de beide alternatieven hoog. Hierdoor blijft de verwachting dat de doelstellingen niet behaald worden. Hiervoor zijn extra inspanning nodig die thans nog niet worden voorzien. Mogelijk dat de RES hier een ander beeld op gaat werpen, maar dit maakt geen onderdeel uit van deze Omgevingsvisie. Hierdoor is de verwachting dat er ten opzichte van de referentiesituatie nauwelijks of geen verschil is waar het gaat om het behalen van de doelstellingen. De beide alternatieven zijn hierin niet onderscheidend. Energiebesparing De doelstellingen voor het energiegebruik in 2030 worden naar verwachting niet gehaald door de gemeente Zwolle. De toename van het aantal inwoners leidt onvermijdelijk tot een hoger energiegebruik en dus niet tot een besparing. Dit geldt zeker ook voor beide alternatieven waarbij een aanzienlijk groter woningbouwprogramma binnenstedelijk is voorzien ten opzichte van de referentiesituatie. Het gaat hier 24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
68
Projectgerelateerd
weliswaar om urbane woningbouw waarbij collectieve systemen voor vooral verwarming beter toepasbaar zijn dan voor meer suburbane woningbouw. Daar staat tegenover dat gestapelde bouw over het algemeen moeilijker energieneutraal te krijgen is dan niet gestapelde bouw. Omdat er vanuit het beleid van de gemeente wel veel aandacht is voor energiebesparing door middel van de bouw van goed geïsoleerde woningen, wordt het risico dat het energiegebruik toeneemt in beide alternatieven als beperkt beschouwd en blijft de waardering in beide alternatieven oranje.
4.2.6
Klimaatadaptatie
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect klimaatadaptatie samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Wateroverlast
↘
↘
Overstromingsrisico
=
=
Hittestress
↘
↘
Wateroverlast Hoewel er maatregelen genomen zullen worden om wateroverlast te verminderen, zal die toename aan bebouwing dit ook weer verergeren. Hoe hoger de dichtheid aan woningen, hoe meer bebouwing er nodig zal zijn en hoe minder ruimte er is voor maatregelen. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast iets toe. Vanwege de focus op klimaatadaptatie in het Zwolse beleid, waarbij klimaatadaptief bouwen ‘het nieuwe normaal’ is, is het te verwachten dat de effecten niet onacceptabel zijn. Dit geldt voor beide alternatieven. Overstromingsrisico Door de inzet van Zwolle op een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting en waterrobuust bouwen wordt het risico op eventuele overstromingen zo veel mogelijk beperkt. In de alternatieven wordt dit onverminderd doorgezet. Ten opzichte van de referentiesituatie leidt dit voor beide alternatieven niet tot een andere beoordeling. Hittestress Door de hogere dichtheden ten opzichte van de referentie neemt de kans op hittestress verder toe. De gemeente zet in op vergroening en beperking van de verharding in stedelijk gebied, maar het is niet concreet in hoe dit bij (her)ontwikkeling van gebieden wordt ingevuld. Voor beide alternatieven is de kans op toename van hittestress daarom realistisch.
4.2.7
Mobiliteit
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect mobiliteit samengevat. Beoordelingscriteria
Alternatief A
Alternatief B
Doorstroming hoofdwegennet
↘
↘
Logistiek: multimodale bereikbaarheid en kwaliteit knooppunten
↘
↘
Personenverkeer: multimodale bereikbaarheid deelgebieden
=
=
Beloopbaarheid en befietsbaarheid
↗
↗
24 juni 2020
Referentie 2
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
69
Projectgerelateerd
Doorstroming hoofdwegennet In de alternatieven neemt de bevolking ten opzichte van de referentiesituatie verder toe. Hiermee neemt ook het aantal (auto)verplaatsingen binnen, van en naar Zwolle verder toe. De buitenring wordt de binnenring: de buitenring krijgt hiermee meer lokaal verkeer te verwerken. Onder andere fietstunnels moeten de doorstroming op de buitenring verbeteren, een deel van de buitenring als de Ceintuurbaan heeft echter al fietstunnels. Daarbij komt dat een deel van de verdichting is gepland op locaties dicht bij de A28 en aan de buitenring zodat de verkeersdruk hier zal toenemen met een logisch risico op een verminderde doorstroming. Relatief gezien is dit effect het grootst in Alternatief B. Logistiek: multimodale bereikbaarheid en kwaliteit knooppunten Voor dit criterium geldt dat ook de bevolkingsgroei een belangrijke factor is. Door meer verplaatsingen wordt ook de bereikbaarheid over de weg minder en daarmee ook de multimodale bereikbaarheid. Relatief gezien is dit effect eveneens het grootst in Alternatief B. Personenverkeer: multimodale bereikbaarheid deelgebieden Binnen de alternatieven komt een aanzienlijk aantal woningen binnen een afstand van hemelsbreed 2,5 km rond het centraal (intercity)station (een door veel treinreizigers geaccepteerde afstand). Ideaal voor een goed toegankelijk OV.
Voorwaarde is wel dat de juiste aantrekkelijke voorzieningen worden aangelegd voor OV en fiets, en het gebruik van de auto niet te gemakkelijk wordt gemaakt. De opgenomen systeemsprong in het mobiliteitssysteem (gebied binnen buitenring autoluwer, met meer ruimte voor OV, fiets en voetganger) met de inrichting volgens het STO(M)P principe en de ladder van duurzame mobiliteit zijn goede basisprincipes. Diverse fietsroutes zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, inclusief een fietsring. De Omgevingsvisie geeft diverse maatregelen die de multimodale bereikbaarheid moeten kunnen verbeteren. Het instellen van een kwadrantensysteem binnen de stadsruit gaat verkend worden, en is hiermee nog geen beleid. Dit is wel een wezenlijk onderdeel voor het al dan niet slagen van de beoogde systeemsprong. De beoordeling blijft hiermee gelijk aan de referentiesituatie. De alternatieven zijn hierin niet onderscheidend. Beloopbaarheid en befietsbaarheid De alternatieven leiden tot een verdere verdichting rond station en binnenstad. Met de toepassing van het STO(M)P-principe neemt de beloop- en befietsbaarheid verder toe. De systeemsprong in het mobiliteitssysteem geeft meer ruimte voor voetganger en fietser binnen het gebied van de ruit door dit gebied autoluwer te maken. Aandachtspunt is wel dat het kwadrantensysteem allerminst zeker is.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
70
Projectgerelateerd
4.2.8
Bereikbaarheid
In onderstaande tabel is de beoordeling voor het aspect bereikbaarheid samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie 2
Alternatief A
Alternatief B
Parkeergelegenheid auto en fiets
↘
↘
Gebruik schoon vervoer en deelmobiliteit
=
=
Parkeergelegenheid auto en fiets Door verdichting neemt het risico op verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte verder toe. De gemeente heeft wel een beleid gericht op vermindering van de openbare parkeerdruk, maar dit is vooral stimulerend waardoor de uitkomst onzeker is. In de omgevingsvisie worden diverse maatregelen genoemd waar de gemeente naar streeft, die de gemeente gaat stimuleren of waar ze naar gaat kijken. Allen gericht op het streven naar verlaging van de parkeerdruk en het behoud van de kwaliteit van de buitenruimte. In de referentiesituatie is de verwachte parkeerdruk reeds groot. Doordat de beleidsvoornemens voorzichtig zijn geformuleerd en daardoor onzeker zijn, geldt voor de alternatieven dat de uitwerking van het beleid onzeker is en het risico hierop verder toeneemt. Gebruik schoon vervoer en deelmobiliteit De verdere verdichting en functiemenging in de alternatieven kunnen zorgen voor een hoger aandeel van fiets en wandelen als schone vervoerswijze. Daarnaast wil de gemeente hier alternatieven zo aantrekkelijk mogelijk maken met aantrekkelijke mobiliteits-abonnementen (MaaS) door ontwikkelaars en woningcorporaties te stimuleren en faciliteren om mobiliteitsconcepten toe te passen.
Ook onderzoekt de gemeente of met een vorm van een verstedelijkings- of mobiliteitsfonds per gebied de kosten voor parkeren en mobiliteit samen kunnen worden gedragen zodat duurzame mobiliteit wordt bevorderd. Voor het gebied binnen de buitenring wordt STOMP het leidende principe, waarbij de M van Mobility As A Service is toegevoegd. Deze maatregelen zijn echter reeds onderdeel van het autonome beleid en onvoldoende concreet om substantieel een wijziging te krijgen in het gebruik van schoon vervoer. Er worden daarom voor de alternatieven geen duidelijke veranderingen verwacht ten opzichte van de autonome ontwikkeling.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
71
Projectgerelateerd
5
Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg
In dit hoofdstuk worden op basis van de beschrijving van kansen en risico's zoals opgenomen in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, conclusies en aanbevelingen geformuleerd met betrekking tot de Omgevingsvisie zelf. In dit hoofdstuk wordt aangesloten bij de richtinggevende principes die als vertrekpunt van de Omgevingsvisie gelden en die ook in de NRD (paragraaf 2.3.2) zijn opgenomen. Economie wordt hierin niet meegenomen omdat daar een separate rapportage over is opgesteld.
5.1
Conclusies en aanbevelingen
Wonen Zwolle heeft een forse woningbouwopgave om de vraag en aanbod van woningen in balans te brengen en te houden. Het Zwolse woonbeleid streeft naar een goede balans tussen binnenstedelijke en suburbane woonmilieus met een divers, vernieuwend, levensloopbestendig en betaalbaar woningaanbod. Het doel is voor iedereen een betaalbare woning naar wens in een inclusieve stad. Met de toe te voegen woningen blijft naar verwachting de balans tussen vraag en aanbod gelijk. Aandachtspunten ten aanzien van wonen zijn vooral de kwetsbare leefbaarheid in Kamperpoort en Holterbroek: door bij herontwikkeling niet alleen te kijken naar het projectgebied zelf maar ook de omgeving hierbij te betrekken zijn hier (verdere) verbeteringen mogelijk. De verdichting leidt over het algemeen tot andere bevolkingssamenstelling in de buurten; het is van belang te onderzoeken welke voorzieningen nodig zijn in deze veranderende stad en deze vervolgens op te nemen in de plannen en/of hier ruimte voor te bieden. Klimaat De ambitie van Zwolle met betrekking tot het klimaat is ‘een klimaatadaptief Zwolle’. Zwolle heeft hiervoor een klimaatcasco ontwikkeld en de Zwolse Adaptatie Strategie (ZAS) opgesteld. Uit het OER is gebleken dat in de referentiesituatie en in de alternatieven A en B in sommige wijken hele hoge woningdichtheden worden voorzien.
Bij de uitwerking en het ontwerp van deze wijken moet klimaat een aandachtspunt blijven. Met name voor hitte leiden de hoge dichtheden tot risico’s. Hoe meer woningen op beperkte ruimte, hoe moeilijker de klimaatadaptieve inrichting wordt. In de beoordeelde versie van de concept Ontwerp Omgevingsvisie staat dat de doelen voor klimaatadaptatie haalbaarder zijn bij een hoge dichtheid (pagina 40). Dit blijkt niet uit het OER. Er dient ten minste een expliciet beleid te worden geformuleerd om hittestress tegen te gaan bij verdere verstedelijking. Ten aanzien van de overstromingsrisico's is de gemeente goed op weg en worden lokaal verschillende maatregelen toegepast. De risico's zijn er vanuit de weteringen waarvoor de verantwoordelijkheid bij de provincie ligt en mogelijke maatregelen om de overstromingsrisico's te beperken nog onvoldoende zeker zijn. Fysiek kapitaal Ten behoeve van dit OER is het fysiek kapitaal opgedeeld naar “natuur” en “overig fysiek kapitaal”. Het fysiek kapitaal van Zwolle is zeer waardevol. De ambitie van Zwolle met betrekking op het fysiek kapitaal is dan ook ‘het behoud en versterken van fysiek kapitaal van Zwolle’. Cultuurhistorie, landschap, biodiversiteit en recreatie zijn daarvoor belangrijke pijlers. Gewenste ontwikkelingen in de gemeente Zwolle worden dan ook gestuurd op basis van de waarden van het fysiek kapitaal.
Uit het OER blijkt vooral dat de biodiversiteit onder druk staat. Dit is in de huidige situatie al het geval en wordt versterkt door de inbreiding op plekken binnen de Hoofdgroenstructuur, met name in Weezenlanden, Singelkwartier, Binnenstad en Zwartewater zone. Daarnaast is van belang dat de (recreatieve) druk op het groen als gevolg van de toename van het aantal inwoners steeds groter zal 24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
72
Projectgerelateerd
worden. Aanbevolen wordt om de biodiversiteit nadrukkelijker te monitoren, zodat meer inzicht ontstaat in de ontwikkeling ervan bij toenemende druk. Mobiliteit De mobiliteitsambitie van Zwolle is om bereikbaar, toegankelijk, veilig en duurzaam te zijn. Zwolle is de stad waar het meest gefietst wordt in Nederland, het tweede spoorknooppunt van Nederland én met een uitstekende autobereikbaarheid. Daarnaast heeft Zwolle een belangrijke functie als centrumgemeente in de regio. Om deze positie te behouden, ook als Zwolle blijft groeien, zet de gemeente voor mobiliteit in op drie pijlers: Een gastvrije en bereikbare stad, een veilige en toegankelijke stad en tot slot een innovatieve en vitale fietsstad. Om het gebied binnen de buitenring verkeersluwer te maken met meer ruimte voor voetganger, fietser en OV wordt een systeemsprong in het mobiliteit systeem van Zwolle beoogd. Wanneer het gebied binnen de buitenring autoluwer wordt, kan hier verdichting samengaan met meer verblijfskwaliteit en een stad met menselijke maat en schaal ontstaan. Het opdelen van dit gebied in kwadranten voor het autoverkeer, een essentieel onderdeel, gaat verkend worden. Uit het OER blijkt dat het hoofdwegennet verder belast wordt en er nog (onder andere in het kader van het MIRT-onderzoek A28) gezocht wordt naar oplossingen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de (multimodale) bereikbaarheid.
De toevoeging van extra woningen zal de druk op het (hoofd)wegennet laten toenemen. Extra woningen in en rond het centrum door verdichting leidt tot kortere verplaatsingsafstanden en meer kansen voor OV en fiets. Het is van belang dat de gemeente concreet opneemt wat ze gaat doen om de netwerken van de fiets en de beschikbaarheid van goed toegankelijke beveiligde fietsenstallingen bij woning en werk te verbeteren. En zich daarnaast ook gaat richten op het bouwen van buurten (zodat een gemeenschappelijk belang ontstaat) voor doelgroepen die juist zijn georiënteerd op de fiets en het OV, en niet op autobezit. De gemeente kan nu reeds de hiervoor geschikte buurten aanwijzen. Hiermee wordt het gebruik van fiets en OV gestimuleerd, ontstaat meer draagvlak voor alternatieve concepten als MaaS of deelauto's, en ontstaat meer ruimte voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om in lijn te komen met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur 2030 is een plan van aanpak nodig voor de aanleg van substantieel meer laadpalen in de stad. Gezondheid Gezondheid staat in Zwolle hoog in het vaandel. De effecten van beleidskeuzes op de gezondheid worden daarom nadrukkelijk betrokken bij het maken van afwegingen. Gezondheid is een integraal en belangrijk maatschappelijk thema.
Het draait daarbij naast beschermen vooral ook om het versterken van de aspecten in de leefomgeving die de gezondheid bevorderen en faciliteren. Vanuit dit OER zijn hiervoor de volgende criteria van belang: ▪ Luchtkwaliteit ▪ Geluidhinder ▪ Omgevingsveiligheid ▪ Bereikbaarheid sport- en speelplekken ▪ Ruimte voor recreatie ▪ Kwaliteit woonomgeving ▪ Oppervlakte stedelijk groen en water ▪ Bodemkwaliteit ▪ Wateroverlast ▪ Hittestress ▪ Beloopbaarheid en befietsbaarheid
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
73
Projectgerelateerd
Onderstaande figuur geeft de effecten, kansen en risico's weer op de genoemde criteria. Referentiesituatie 1 is hierin overigens niet meegenomen. Weergegeven is de huidige situatie, de Referentiesituatie 2 en alternatief B met de hoogste toename van aantallen woningen en inwoners.
Duidelijk blijkt dat criteria ten aanzien van het bevorderen van de gezondheid tussen de huidige situatie en de Referentiesituatie onder druk komen te staan. Vanuit de criteria voor het beschermen van de gezondheid vallen met name de risico’s ten aanzien van hittestress en geluid op. Ten aanzien van geluid geldt dat alle ontwikkellocaties in de stadskrans en de
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
74
Projectgerelateerd
stadsruit zijn gelegen nabij grote infrastructurele werken (spoor en A28). Voor die gebieden brengt het risico’s met zich mee dat er meer geluidhinder-knelpunten ontstaan. Ook al dient de nieuwbouw te voldoen aan strenge eisen waar het gaat om geluidhinder in de gebouwen, kan er ook beneden de norm hinder zijn en ook juist buiten de gebouwen op terrassen en balkons. Dit geldt ook voor het aspect veiligheid, waarbij de ligging nabij infrastructuur van belang is. Het voorkomen van hittestress is nog geen gewoongoed in de ontwikkeling van woongebieden. Maatregelen om dit te beperken zouden integraal onderdeel van de ontwikkeling moeten zijn om te voorkomen dat kwetsbare groepen hier in de verstedelijkingsopgave nadelige effecten van ondervinden. Aan de kant van bevorderen is het beeld positiever. De Omgevingsvisie zet sterk in op een prettig leefklimaat, groene omgeving, welzijn en biodiversiteit. Hierdoor kunnen de negatieve effecten van de overige criteria deels gemitigeerd worden. Aan deze kant zijn echter ook verbeteringen mogelijk. Voor sport- en speelplekken is bijvoorbeeld niks in de Omgevingsvisie opgenomen, terwijl nieuwe ontwikkelingen een mogelijkheid bieden om dit ook te verbeteren.
5.2
Monitoring
Natuur Bezuinigingen op het vlak van aankoop en beheer van uit de provincie maken dat NNN nog beperkt gerealiseerd wordt. Voor het NNN en de biodiversiteit in Zwolle kan via bestemmingsplannen nog wel e.e.a. worden afgedwongen. Hier wordt thans door de gemeente nauwelijks gebruik van gemaakt. Naast een uitdrukkelijke monitoring van de biodiversiteit om de ontwikkeling beter te volgen, kunnen hiervoor ook regels in bestemmingsplannen worden opgenomen. Bij uitwerkingen van de Omgevingsvisie en meer concrete ontwikkelingen dient altijd nogmaals beoordeeld te worden in hoeverre er sprake is van een toe- of afname van de stikstofemissie en de mogelijke effecten daarvan op hiervoor gevoelige gebieden of habitats. Energie De doelstellingen van de gemeente om de CO2-emissie te reduceren en het energiegebruik te beperken worden waarschijnlijk niet gehaald. Vanuit het Klimaatakkoord wordt er aan diverse tafels gewerkt aan maatregelen om de doelstellingen uit het klimaatakkoord wel te bereiken. De RES is daartoe een stap. Omdat de resultaten hieruit in een later stadium bekend worden is het belangrijk om die resultaten goed te vergelijken met de verstedelijkingsopgave zoals thans opgenomen in de Omgevingsvisie. Voor de actualisatie van de Omgevingsvisie met de ruimtelijke vertaling van de uitkomsten van de RES dient mogelijk een separate OER te worden uitgevoerd.
Klimaat Een klimaatadaptieve inrichting dient vanaf het begin van het ontwerp bij (her)ontwikkeling in de doelstelling te worden opgenomen. Dit is de beste manier om te waarborgen dat hier ook daadwerkelijk uitvoering aan wordt gegeven. Voorzieningen De verdichting leidt over het algemeen tot andere bevolkingssamenstelling in de buurten; het is van belang te onderzoeken welke voorzieningen nodig zijn in deze veranderende stad en deze vervolgens op te nemen in de plannen en/of hier ruimte voor te bieden.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
75
Projectgerelateerd
Mobiliteit Diverse mobiliteitsmaatregelen worden voorgesteld om de verdichting mede te kunnen faciliteren. Het toepassen van STO(M)P en de ladder van duurzame mobiliteit als leidend principe bij de inrichting van de buitenruimte, het toepassen van de systeemsprong in mobiliteit met een verkeersluwe ruimte binnen de buitenring (inclusief opdeling van kwadranten voor het autoverkeer), de aanleg van loop- en fietsroutes, het willen bouwen voor bewoners die eerder kiezen voor alternatieve vervoersmiddelen en het streven om de parkeerdruk te verlagen ter verbetering van de kwaliteit van de buitenruimte. Geen van deze maatregelen worden echter voorgeschreven, waardoor er ook mogelijkheden zijn om ze niet uit te voeren. Er dient een goede monitoring plaats te vinden om te waarborgen dat maatregelen ook daadwerkelijk vorm krijgen. Stad in Beeld Diverse criteria zijn ontleend aan de onderzoeken die regelmatig in het kader van Stad in Beeld worden uitgevoerd. Overwogen kan worden om deze vorm van monitoring uit te breiden om belangrijke beleidsdoelstellingen met regelmaat te peilen, ten minste waar het gaat om de kwaliteiten van de leefomgeving.
24 juni 2020
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
76
Projectgerelateerd
Bijlage 1
24 juni 2020
Beoordelingscriteria
OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE
BG9815TPRP2004011733
77
HaskoningDHV Nederland B.V. Transport & Planning
Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie:
Gemeente Zwolle Luitzen Jager, Gerard Kuiper, Mark Groen 13 mei 2020
Onderwerp:
Beoordelingscriteria Omgevingsvisie Zwolle
BG9815TPNT1912042238 Projectgerelateerd
1
Gezondheid
1.1
Luchtkwaliteit
Beschikbare informatie Atlas Leefomgeving, Concentraties PM10 in 2017. Toetswaarde Voor fijn stof (PM10) zijn Europese normen vastgesteld. In Nederland wordt vrijwel overal aan de jaargemiddelde grenswaarden voor PM10 (40 μg /m3) voldaan, ook in Zwolle. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft, op basis van gezondheidskundige overwegingen, advieswaarden geformuleerd die lager zijn dan de huidige grenswaarden (20 μg/m3 voor PM10). De maximale waarden in Zwolle (18,5 μg/m3 op de Burgemeester van Rooijensingel/Groot Wezenland, bron Atlas Leefomgeving, 2017) overschrijden ook deze waarde niet. Roet (EC) is een verzamelnaam voor de zwarte koolstofdeeltjes met een diameter van 10 tot 300 nanometer. Voor roet bestaat geen wettelijke norm, en de gemeente Zwolle heeft hierin geen doelstelling. Daarom wordt deze niet in de beoordeling betrokken. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De WHO-advieswaarden worden overal binnen de gemeente gehaald. Overal wordt aan de jaargemiddelde grenswaarde voldaan. Er zijn knelpunten met betrekking tot luchtkwaliteit. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de luchtkwaliteit verbetert.
=
De luchtkwaliteit verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat de luchtkwaliteit verslechtert.
1.2
Geluidhinder
Beschikbare informatie • Atlas van de leefomgeving (2018) • Actieplan Geluid (2018)
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
1/18
Toetswaarde WHO-advieswaarden voor wegverkeer: 53 dB Lden en 45 dB Lnight; WHO-norm voor railverkeer: 54 dB Lden en 44 dB Lnight. Het behalen hiervan wordt als zeer goed gewaardeerd. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De WHO-advieswaarden worden overal binnen de gemeente gehaald. Er is een aantal geluidhinderknelpunten binnen de gemeente. Er zijn veel geluidhinderknelpunten binnen de gemeente. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de geluidhinderknelpunten verdwijnen.
=
De geluidhinder verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat het aantal geluidhinderknelpunten toeneemt.
1.3
Omgevingsveiligheid
Onder veiligheid vallen diverse vormen van veiligheid. Waterveiligheid heeft te maken met overstromingsrisico’s die in het kader van het Deltaprogramma aangepakt worden. Verkeersveiligheid voetganger en fietser wordt reeds in de indicator “Beloopbaarheid en befietsbaarheid” behandeld. Sociale veiligheid is sterk afhankelijk van de inrichting op de plek zelf (zicht, overzicht en toezicht) en minder van de structuur van de stad. Onder omgevingsveiligheid wordt hier verstaan de externe veiligheid: de kans op en bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Beschikbare informatie Risicokaart, veiligheidsafstanden risicocontour 10-6 inrichtingen. Toetswaarde Knelpunten als gevolg van de aanwezigheid van contouren 10-6 op plekken waar ook woningbouw aanwezig is. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er zijn geen knelpunten aanwezig op het gebied van omgevingsveiligheid Er zijn in beperkte mate knelpunten aanwezig op het gebied van omgevingsveiligheid Er zijn veel knelpunten aanwezig op het gebied van omgevingsveiligheid. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat bestaande knelpunten verdwijnen.
=
De situatie ten aanzien van omgevingsveiligheid verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat het aantal knelpunten toeneemt.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
2/18
1.4
Bereikbaarheid sport- en speelplekken
Beschikbare informatie • Sportenbewegenincijfers.nl • Buurt voor buurt onderzoek 2018 Toetswaarde Benchmark voor sterk stedelijke gebieden ten aanzien van het aantal sportaccomodaties in combinatie met hoe de nabijheid van sportaccomodaties door de inwoners wordt ervaren. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er is voldoende gedifferentieerd aanbod van sport en speelplekken nabij de woonomgeving. Er is voldoende gedifferentieerd aanbod van sport en speelplekken, maar de bereikbaarheid wordt niet goed gewaardeerd. Er is onvoldoende gedifferentieerd aanbod van sport en speelplekken nabij de woonomgeving. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat het aanbod en de bereikbaarheid van sport- en speelplekken toeneemt.
=
Het aanbod en de bereikbaarheid van sport- en speelplekken verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat het aanbod en de bereikbaarheid van sport- en speelplekken afneemt.
2
Wonen
2.1
Ruimte voor recreatie
Beschikbare informatie • Sportenbewegenincijfers.nl • Buurt voor buurt onderzoek 2018 Toetswaarde Benchmark voor sterk stedelijke gebieden ten aanzien van nabijheid buitengebied in combinatie met hoe de nabijheid van winkels, horeca, wijk- en ontmoetingscentra en culturele voorzieningen door de inwoners wordt ervaren.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
3/18
Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er is voldoende gedifferentieerd aanbod van goed bereikbare kwalitatief hoogwaardige recreatiemogelijkheden nabij de woonomgeving. Er is voldoende gedifferentieerd aanbod van goed bereikbare recreatieve voorzieningen, maar de kwaliteit en bereikbaarheid van de voorzieningen blijft achter. Er is onvoldoende gedifferentieerd aanbod van goed bereikbare kwalitatief hoogwaardige recreatiemogelijkheden nabij de woonomgeving. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat het aanbod en de bereikbaarheid van recreatiemogelijkheden toeneemt.
=
Het aanbod en de bereikbaarheid van recreatiemogelijkheden verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat het aanbod en de bereikbaarheid van recreatiemogelijkheden afneemt.
2.2
Kwaliteit woonomgeving
De indicatoren “kwaliteit buitenruimte” en “kwaliteit woongebieden” uit de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn hier samengevoegd tot één indicator. Beschikbare informatie Buurt voor buurt onderzoek van de gemeente (2018) ten aanzien van de ervaring onder de inwoners over de fysieke woonomgeving. Meer specifiek de score op woningen (aandeel sociaal, kwaliteit en tevredenheid woonomgeving) en voorzieningenniveau (hoeveelheid, onderhoud en beheer van de fysieke voorzieningen). Toetswaarde De gemiddelde score op woningen (aandeel sociaal, kwaliteit en tevredenheid woonomgeving) en voorzieningenniveau (hoeveelheid, onderhoud en beheer van de fysieke voorzieningen). De waardering vindt plaats op basis van expert judgement aan de hand van het Buurt voor buurt onderzoek. De referentiesituatie en de alternatieven worden hiernaast afgewogen op de mate waarin nieuwe elementen (wijken, buurten, gebouwen, bruggen, straten, groen, etc) hun bijdrage leveren aan het behouden en versterken van de kwaliteit van de woonomgeving. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De kwaliteit van de woonomgeving is hoog. De kwaliteit van de woonomgeving is goed. De kwaliteit van de woonomgeving is laag. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de kwaliteit van de woonomgeving toeneemt.
=
De kwaliteit van de woonomgeving verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat de kwaliteit van de woonomgeving afneemt.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
4/18
2.3
Nabijheid voorzieningen
Beschikbare informatie Buurt voor buurt onderzoek Zwolle (2018), de nabijheid van voorzieningen. Toetswaarde De waardering vindt plaats op basis van expert judgement aan de hand van het Buurt voor buurt onderzoek. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De nabijheid van de nodige voorzieningen wordt als goed beoordeeld Niet alle wijken hebben de nodige voorzieningen De nabijheid van de nodige voorzieningen wordt als slecht beoordeeld Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de beoordeling van de nabijheid van voorzieningen door inwoners beter wordt.
=
Er verandert waarschijnlijk niets aan de beoordeling van de nabijheid van voorzieningen door inwoners.
↘
Er is een risico dat de beoordeling van de nabijheid van voorzieningen door inwoners slechter wordt.
2.4
Vraag/aanbod woningvoorraad in balans
Beschikbare informatie Aantallen te bouwen woningen en kaart met locaties conform opgave door de gemeente Zwolle. Toetswaarde Voldoende aanbod van diverse woonmilieus wordt gerealiseerd. De beoordeling vindt plaats op de balans in het aantal en de soort woningen en de soorten woonmilieus die mogelijk gemaakt worden op basis van expert judgement. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er is balans tussen vraag naar en aanbod van woningen en woonmilieus. Er is geen balans tussen vraag naar en aanbod van woningen en woonmilieus. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de balans tussen vraag naar en aanbod van woningen en woonmilieus verbetert.
=
Er verandert waarschijnlijk niets aan de balans tussen vraag naar en aanbod van woningen en woonmilieus verbetert.
↘
Er is een risico dat de balans tussen vraag naar en aanbod van woningen en woonmilieus slechter wordt.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
5/18
2.5
Dichtheid en leefbaarheid stedelijk gebied
Beschikbare informatie • De leefbaarometer.nl, de fysieke leefomgeving op het niveau van Zwolle en de op wijkniveau. • Dichtheden van de wijken conform bijlage 3. Toetswaarde De score op de fysieke omgeving in de leefbaarometer.nl. Voorts wordt op basis van expert judgement het effect van de verdichting op de leefbaarheid beoordeeld. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Een positieve beoordeling van de fysieke leefomgeving conform de Leefbaarometer. Een neutrale beoordeling van de fysieke leefomgeving conform de Leefbaarometer. Een negatieve beoordeling van de fysieke leefomgeving conform de Leefbaarometer. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Verdichting van de stad wordt zorgvuldig uitgevoerd, er is een goede kans dat de fysieke leefomgeving verbetert.
=
Verdichting van de stad wordt zorgvuldig uitgevoerd, de fysieke leefomgeving verandert niet of nauwelijks.
↘
Verdichting van de stad leidt tot een risico op verslechtering van de fysieke leefomgeving.
2.6
Mate van functiemenging
Beschikbare informatie RUDIFUN, Ruimtelijke Dichtheden en Functiemenging in Nederland, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), pbl.nl. Toetswaarde Wijken met meer dan 80% wonen of werken worden beschouwd als monofunctioneel. De waardering vindt plaats aan de hand van het aantal wijken waar sprake is van functiemenging. Functiemenging van wonen en werken geeft kortere verplaatsingsafstanden, betere benutting van parkeervoorzieningen, meer levendigheid, een hoger veiligheidsgevoel en maakt hogere bebouwingsdichtheden mogelijk, bijvoorbeeld omdat locaties die niet geschikt zijn voor wonen (bijvoorbeeld door geluidhinder), wel geschikt zijn voor werken. Een en ander is wel afhankelijk van type bedrijvigheid.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
6/18
Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er zijn veel wijken met een hoge mate van functiemenging. Er is een klein aantal wijken met een hoge mate van functiemenging. Er zijn nauwelijks of geen wijken met een hoge mate van functiemenging. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een goede kans dat het aantal wijken met functiemenging toeneemt.
=
De hoeveelheid wijken met functiemenging verandert niet of nauwelijks.
↘
Er is een risico dat het aantal wijken met functiemenging afneemt.
3
Natuur
3.1
Natura 2000-gebieden
Gebruikte informatie Instandhoudingsdoelen Natura 2000 (Rijksoverheid, 2015; Beheerplannen) Toetswaarde Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000. De referentiesituatie en de ontwikkelde varianten worden kwalitatief beoordeeld op basis van expert judgement op kansen en risico’s op het wel of respectievelijk niet halen van instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Doelstellingen Natura 2000-gebieden worden behaal. Doelstellingen van Natura-2000-gebieden worden naar verwachting niet gehaald. Doelstellingen van Natura-2000-gebieden worden zeker niet gehaald. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Kans op bijdrage aan doelstellingen Natura 2000-gebieden.
=
Geen invloed op doelstellingen of klein risico op negatieve effecten op Natura 2000gebieden, mitigerende maatregelen mogelijk
↘
Risico op (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, grote opgave mitigerende maatregelen
3.2
Natuur Netwerk Nederland (NNN) inclusief verbindingen
Gebruikte informatie Kaart met aangewezen NNN-gebieden en verbindingszones.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
7/18
Toetswaarde Het behalen van de doelstellingen voor NNN. De referentiesituatie en de ontwikkelde varianten worden kwalitatief beoordeeld op basis van expert judgement op kansen en risico’s op de realisatie en verdere versterking van het NNN-netwerk van gebieden. Hierbij is met name aandacht voor de mate van fysieke verbinding binnen en tussen NNN-gebieden. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De doelstellingen voor NNN worden ruimschoots behaald. De doelstellingen voor NNN worden naar verwachting niet behaald. De doelstellingen voor NNN worden zeker niet behaald. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Kans op verbetering van de verbinding tussen NNN gebieden en versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden
=
Geen invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN
↘
Risico op aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN
3.3
Biodiversiteit
Gebruikte informatie Nationale Databank Flora en Fauna en kaarten van het groen in en om de stad. Toetswaarde Volgens de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er in de periode van 2012 tot en met 2016 8.812 waarnemingen van 242 Rode lijst-soorten geregistreerd in Zwolle. Er is geen éénduidige uitspraak of dit veel is of weinig voor een stad als Zwolle. De gemeente Zwolle streeft naar verhoging van de biodiversiteit waardoor dit aantal als een gemiddelde wordt beschouwd. De referentiesituatie en de ontwikkelde varianten worden beoordeeld op de verwachte ontwikkeling van de biodiversiteit op basis van expert judgement en de beschikbare kaarten van bestaand en te ontwikkelen groen. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er komen gemiddeld aanzienlijk meer dan 250 Rode lijst-soorten voor binnen de stad Er komen een gemiddeld aantal van rond de 250 Rode lijst-soorten voor binnen de stad Er komen gemiddeld aanzienlijk minder dan 250 Rode lijst-soorten voor binnen de stad Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een goede kans dat de biodiversiteit toeneemt
=
De biodiversiteit in de stad verandert niet of nauwelijks
↘
Er is een risico op afname van de biodiversiteit
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
8/18
4
Overig Fysiek kapitaal
4.1
Oppervlakte stedelijk groen en water
Gebruikte informatie • Kaart stedelijke hoofdgroenstructuur • Parkenkaart met ook ontbrekende groengebieden Toetswaarde De hoeveelheid groen en water op basis van de kaart Stedelijke hoofdgroenstructuur. Op basis hiervan kan worden gesteld dat Zwolle een groene stad is met een duidelijk herkenbare hoofdgroenstructuur. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er is een duidelijk herkenbare hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur wordt onderbroken. De hoofdgroenstructuur kent veel hiaten. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een goede kans dat het oppervlakte stedelijk groen en water toeneemt
=
De hoofdgroenstructuur verandert niet of nauwelijks, het oppervlak blijft ongeveer gelijk
↘
Er is een risico op afname van het oppervlakte stedelijk groen en water
4.2
Drinkwaterwinning
Gebruikte informatie Kaart met drinkwaterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. Toetswaarde De drinkwaterwinningen worden goed beschermd waardoor de kwaliteit van het drinkwater goed is. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de locaties voor ontwikkelopgaven en op basis van expert judgement. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De drinkwaterwinningen worden goed beschermd. De bescherming van de drinkwaterwinningen is niet op orde. Er zijn risico’s ten aanzien van de drinkwaterwinning bekend. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Drinkwaterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden worden zeker niet beïnvloed
=
Drinkwaterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden worden mogelijk beïnvloed
↘
Drinkwaterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden worden zeker beïnvloed
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
9/18
4.3
Bodemkwaliteit
Beschikbare informatie De gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Toetswaarde De aanwezigheid van bodemverontreinigingen bepaalt het kwaliteitsniveau. Idealiter zijn er geen bodemverontreinigingen aanwezig. Bij de beoordeling van de referentiesituatie en de varianten is met name aandacht voor de kans op het saneren van bestaande bodemverontreinigingen zodat de bodemkwaliteit verbetert. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Er zijn geen knelpunten ten aanzien van bodemkwaliteit. Er zijn enkele knelpunten ten aanzien van bodemkwaliteit. Er zijn veel knelpunten ten aanzien van bodemkwaliteit. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de bodemkwaliteit verbeterd, verontreinigingen worden gesaneerd
=
De bodemkwaliteit blijft gelijk
↘
-
4.4
Archeologische verwachtingswaarde
Beschikbare informatie De archeologische waarderingskaart van de gemeente Zwolle. Toetswaarde Primair is van belang in hoeverre archeologische waarden ook een rol spelen in de (her) ontwikkeling van locaties. In de beoordeling wordt vervolgens betrokken of er mogelijk sprake is van de aanwezigheid van archeologische waarden. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Archeologische waarden worden meegenomen bij ontwikkelingen. Archeologische waarden worden soms meegenomen bij ontwikkelingen. Archeologische waarden worden niet meegenomen bij ontwikkelingen. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Ontwikkelingen vinden plaats in gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde
=
Ontwikkelingen vinden plaats in gebieden met een middel hoge archeologische verwachtingswaarde
↘
Ontwikkelingen vinden plaats in gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
10/18
4.5
Cultuurhistorische en landschappelijke waarden
Beschikbare informatie Zwols beleid ten aanzien van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Toetswaarde Primair is van belang in hoeverre cultuurhistorische en landschappelijke waarden ook een rol spelen in de (her) ontwikkeling van locaties. In de beoordeling wordt vervolgens betrokken of er mogelijk sprake is van de aanwezigheid van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde Cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden meegenomen bij ontwikkelingen. Cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden soms meegenomen bij ontwikkelingen. Cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden niet meegenomen bij ontwikkelingen. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat nieuwe cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden aangemerkt en behouden
=
Er verandert weinig tot niets ten aanzien van cultuurhistorische en landschappelijke waarden
↘
Er is een risico dat cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden aangetast
5
Energie
5.1
Emissie broeikasgassen
Beschikbare informatie • Zwolse Energiegids • het Ambitiedocument Energietransitie • Plan van Aanpak Energie 2018-2022. Toetswaarde Het behalen van de doelstelling in 2030 voor reductie van de CO2-uitstoot met 49% ten opzichte van 1990 in lijn met de landelijke doelstelling vanuit het Klimaatakkoord.
13 mei 2020
BG9815TPNT1912042238
11/18
Toelichting kwaliteitsniveau toetswaarde De huidige doelstellingen worden gehaald. De huidige doelstellingen worden naar verwachting niet gehaald. De doelen voor afname van broeikasgassen worden zeker niet gehaald. Toelichting waardering referentie en varianten ↗
Er is een kans dat de emissie van broeikasgassen afneemt.
=
De emissie van broeikasgassen neemt niet of nauwelijks af.
↘
Er is een risico da de emissie van broeikasgassen toeneemt.