CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Het OmgevingsEffectRapport (OER)

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 13 september 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie "Mijn Zwolle van Morgen"28.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.4.4

Nabijheid voorzieningen

Huidige situatie In het Buurt voor buurt onderzoek van de gemeente (2018) is onder andere de nabijheid van voorzieningen onderzocht. De buurten met urbane ontwikkellocaties scoren hier over het algemeen als het gemiddelde voor Zwolle. Negatieve uitschieter is Hanzeland met een lagere score op wijk- en ontmoetingscentra en zorgvoorzieningen. Zwolle onderscheidt zich als woonstad in de regio door het stedelijke karakter met een hoog voorzieningenniveau. Jong en oud, maar ook gezinnen kiezen in toenemende mate voor een woonomgeving in de nabijheid van voorzieningen. Referentiesituaties 2030 De vraag naar voorzieningen en de locatie hiervan wijzigt, door bijvoorbeeld vergrijzing of verhoogde arbeidsparticipatie. Het aanbod van voorzieningen wijzigt ook, bijvoorbeeld door schaalvergroting en meer gebruik van internet. De bevolkingsgroei leidt tot meer (commercieel) draagvlak voor de voorzieningen. Gezien de groeiambities van Zwolle is het van belang dat voorzieningen voor haar inwoners en werknemers voldoende beschikbaar en bereikbaar blijven en worden, passend bij de levensfase. De groei en inbreiding van de stad geeft nieuwe stedelijke milieus en andere doelgroepen. Het is de vraag of voor deze doelgroepen dezelfde voorzieningen nodig zijn als in de huidige situatie.

Het beleid is gericht op handhaving van het huidige voorzieningenniveau, maar heeft nog geen zicht op welke voorzieningen in de toekomst benodigd zijn. Het gebied Spoorzone-Hanzeland wordt via het Engelenpad via de nieuwe stationspassarelle verbonden met de binnenstad, Windesheim en het Engelse Werk. Ook voorzieningen worden hiermee beter ontsloten voor Hanzeland waardoor de nabijheid toeneemt. Door de relatief beperkte verdichting van de stad en hiermee toename van het aantal inwoners (en arbeidsplaatsen) in Referentiesituatie 1 wordt het draagvlak van voorzieningen iets groter. Ook neemt de gemiddelde afstand tussen woning en voorzieningen enigszins af. De nabijheid van de voorzieningen wordt iets gunstiger. Door de grotere verdichting in Referentiesituatie 2 wordt het draagvlak van de voorzieningen groter. De gemeente heeft echter nog geen zicht welke voorzieningen benodigd zijn voor de veranderende compacte stad en of er ook sprake is van een veranderende bevolkingssamenstelling. Hierdoor is er sprake van een risico op verslechtering.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

28

Projectgerelateerd

3.4.5

Vraag/aanbod woningvoorraad in balans

Huidige situatie Het Zwolse woonbeleid streeft naar een goede balans tussen binnenstedelijke en suburbane woonmilieus met een divers, vernieuwend, levensloopbestendig en betaalbaar woningaanbod. Het aanbod is bovendien gedifferentieerd naar wijken, zodat er voor iedereen een woning naar wens is. De laatste jaren heeft Zwolle 1.000 woningen per jaar gebouwd, terwijl jaarlijks 600 woningen waren gepland. Eind 2019 was de krapte-indicator voor Zwolle van de NVM 1,8: een benadering voor het aantal keuzemogelijkheden dat een potentiële koper op de woningmarkt heeft (bron: wooninzichtzwolle.hub.arcgis.com). Deze lage waarde geeft aan dat woningverkoop een verkopersmarkt is en de kopers maar weinig keus hebben. Referentiesituaties 2030 De gemeente verwacht de komende decennia een verdere grote vraag naar woningen. In het huidig beleid volgens de Woonvisie is tot het jaar 2027 ruimte voor 3.000 extra woningen (i.c. 300 per jaar), en in de periode daarna 4.000 extra woningen tot het jaar 2040. In Stadshagen wordt ongeveer de helft van het programma gerealiseerd, de rest binnenstedelijk (urbaan). Er wordt in het huidige beleid ook meer ruimte gegeven om de bestaande woningvoorraad (type, kwaliteit, segmentering en prijs-/ kwaliteitsverhouding) aan te passen aan levensfases en aan wensen en behoeftes.

In de binnenstad wordt sterk ingezet op de woonfunctie om de stad en de schil om de stad heen levendig te houden. Een centrumstedelijk woonmilieu sluit aan bij de behoefte van jongeren en alleenstaanden, maar ook van ouderen. Op dit moment is plancapaciteit beschikbaar voor circa 12.000 woningen (opgave gemeente Zwolle) tot 2030 (waarvan circa 7.500 urbaan). Dat is meer dan waar de opgave ligt. Conform de Ontwikkelstrategie wonen is de opgave tot 2030 namelijk 10.000 woningen (waarvan circa 6.000 urbaan). Overcapaciteit is over het algemeen noodzakelijk omdat de planvorming tegen kan vallen en omdat binnenstedelijke planvorming ingewikkeld is, waardoor plannen soms niet doorgaan of worden bijgesteld. Tabel 3-1: aantallen te bouwen woningen (suburbaan + urbaan) in referentie 1 en 2

Referentie/alternatief Bronnen

2020-2029

Referentie 1

Woonvisie 2017

4.000

Referentie 2

Ontwikkelstrategie Wonen

10.000

Het gevolg van de geforceerde afname in Referentie 1 van 1.000 naar 300 nieuwe woningen per jaar is een tekort aan (betaalbare) woningen. Zwolle biedt dan geen plek meer voor iedereen en schuift op van een inclusieve stad naar een exclusieve stad waar betaalbare woningen beperkt voorhanden zijn. Dit staat haaks op de ambities en uitgangspunten in deel 1 van de Omgevingsvisie. In Referentie 2 wordt naar verwachting gebouwd volgens de nu gedachte behoefte en blijft de balans tussen vraag en aanbod in aantal woningen gelijk. Onduidelijk (en dus onzeker) is nog of er ook een balans is tussen gewenste en aangeboden woonmilieus. Dit is een aandachtspunt.

3.4.6

Leefbaarheid

Huidige situatie Een verhoogde woningbouwopgave leidt tot verdere verdichting van de stad met mogelijke nadelige gevolgen voor ruimtelijke omgeving en leefbaarheid. Verdichting van het stedelijk gebied hoeft echter geen bedreiging voor de leefbaarheid te zijn als de verdichting zorgvuldig wordt uitgevoerd met vooral aandacht voor kwaliteit (van woning en woonomgeving / buitenruimte). De invloed op de kwaliteit van de

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

29

Projectgerelateerd

buitenruimte en openbare ruimte is reeds in het criterium “kwaliteit woonomgeving” beoordeeld. We beoordelen de effecten voor leefbaarheid vooral aan de hand van de dichtheid van het stedelijke gebied. Om diverse redenen wordt de woningbouwopgave vooral binnenstedelijk uitgevoerd. Hierdoor blijft bijvoorbeeld de druk op het buitengebied aanvaardbaar, is er kans op herstructurering binnen de stad, de bestaande voorzieningen krijgen een beter (commercieel) draagvlak en verplaatstingsafstanden blijven kort zodat milieuvriendelijke vormen van vervoer (wandelen, fietsen en OV) aantrekkelijk blijven. In de Leefbaarometer (Leefbaarometer.nl) heeft de fysieke omgeving in Zwolle in 2018 een heel kleine positieve score. De huidige situatie is dus kwetsbaar.

Figuur 3-6: Leefbaarometer Zwolle 2018 (Leefbaarometer.nl)

Ook in het Buurt voor buurt onderzoek (2018) is de leefbaarheid gemeten. Van de te verdichten buurten hebben Holtenbroek en Kamperpoort een lager dan gemiddelde Zwolse score op leefbaarheid. Holtenbroek scoort op diverse punten onder het Zwolse gemiddelde, onder andere op woningen (aandeel sociale huurwoningen, kwaliteit bebouwde omgeving en tevredenheid woonomgeving), Alleen wat betreft de openbare ruimte, het voorzieningenniveau (op fysiek gebied) en de stedelijkheid heeft Holtenbroek vergelijkbare scores. De Kamperpoort heeft ongunstigere scores op het aspect fysieke woonomgeving, dan Zwolle gemiddeld. Dit komt onder andere door het lagere voorzieningenniveau, de mindere kwaliteit van de woningen en de slechtere kwaliteit van de openbare ruimte. De Kamperpoort heeft op geen enkel thema een gunstigere score dan Zwolle als geheel.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

30

Projectgerelateerd

Referentiesituaties 2030 Tot 2030 worden in Referentie 1 in de stad nog 4.000 woningen gebouwd, waarvan 2.000 urbaan. In Referentie 2 worden tot 2030 nog 10.000 woningen bijgebouwd, waarvan 6.000 urbaan. De verdere verdichting van de stad wordt grotendeels door transformaties uitgevoerd waarbij nieuwe en verbeterde leefgebieden ontstaan en leefbaarheid veelal verbetert. De bestaande buurten als Holtenbroek en Kamperpoort blijven echter wel een aandachtspunt.

3.4.7

Mate van functiemenging

Huidige situatie Functiemenging van wonen en werken geeft kortere verplaatsingsafstanden, betere benutting van parkeervoorzieningen, meer levendigheid, een hoger veiligheidsgevoel en maakt hogere bebouwingsdichtheden mogelijk, bijvoorbeeld omdat locaties die niet geschikt zijn voor wonen (bijvoorbeeld door geluidhinder), wel geschikt kunnen zijn voor werken. Functiemenging is vooral van belang als in hogere dichtheden wordt gebouwd. In de huidige situatie is de west- en oostzijde van de stad de minste mix van functies (minder dan 20% wonen of meer dan 80% wonen). Met name een strook centraal door de stad van noord naar zuid in de omgeving van de A28 laat meer menging van functies zien (zie figuur 3-7, de niet gekleurde vlakken).

Figuur 3-7: Aandelen woonfunctie naar vloeroppervlak. Bron: RUDIFUN, Ruimtelijke Dichtheden en Functiemenging in Nederland

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

31

Projectgerelateerd

Functiemenging is relatief beperkt aanwezig. Een klein aantal wijken kent een substantieel aandeel wonen en werken. Referentiesituaties 2030 De verdichting in Referentie 1 vindt vooral plaats in wijken die reeds een behoorlijke mate van functiemenging kennen. De transformatie van bedrijfsbebouwing naar woningen in Holtenbroek werkt averechts en zal zorgen voor minder functiemenging. De transformaties van Oosterenk en Hanzeland zijn echter wel duidelijk gericht op functiemenging. In Referentie 2 is sprake van een intensievere verdichting met ook functiemenging als uitgangspunt. Daarmee is er een goede kans op een schaal en maat van functiemenging die past bij de verstedelijksopgave van Zwolle.

3.5

Natuur

3.5.1

Beoordeling huidige situatie en referenties

Onderstaande tabel geeft samenvattend de beoordeling aan zoals deze vervolgens ook wordt beschreven voor het thema natuur. Beoordelingscriteria

Referentie 1

Referentie 2

Natura 2000-gebieden

↗

↗

NNN

=

=

Biodiversiteit

↗

↘

3.5.2

Huidige situatie

Natura 2000-gebieden

Huidige situatie Natura 2000-gebieden zijn gebieden die in het kader van Europese wetgeving zijn aangewezen voor natuurbehoud. Binnen de gemeente Zwolle liggen twee Natura 2000-gebieden, namelijk: Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en Rijntakken. Vlak buiten de gemeentegrenzen ligt het Natura 2000-gebied de Veluwe. Deze gebieden kennen verschillende soorten en habitattypen die (zeer) gevoelig zijn voor onder meer stikstof, geluid, licht en trilling. Op grond van de staat van instandhouding en het relatief belang van soorten en habitats zijn doelen op landelijk niveau vastgesteld. Deze landelijke doelen vormen de kaders voor de formulering van instandhoudingdoelen op gebiedsniveau. In de huidige situatie zijn de doelen nog zeker niet behaald.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

32

Projectgerelateerd

Figuur 3-8: Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland in en om Zwolle

Referentiesituaties 2030 Autonoom wordt verwacht dat de doelstellingen voor de uiterwaarden Zwarte Water en Vecht wel worden behaald, voor de Veluwe geldt dit zeker niet. De knelpunten zijn hier nog te groot. De beide referentiesituaties zijn hierin niet onderscheidend.

3.5.3

Natuur Netwerk Nederland (NNN) inclusief verbindingen

Huidige situatie Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van natuurgebieden, bedoeld om natuurwaarden te beschermen en versterken. In de gemeente Zwolle ligt een aantal van deze gebieden langs de IJssel, de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water. Daarnaast bevinden zich in de noordoostelijke rand ter hoogte van Hasselt en in de zuidoostelijke hoek ten zuiden van Wijthmen enkele NNN-gebieden. Locatiekeuzes en inrichtingskeuzes voor de ontwikkeling van de gemeente Zwolle hebben mogelijk invloed op het NNN. Referentiesituaties 2030 De NNN-gebieden blijven behouden, er ligt echter wel een stop op de verwerving bij de provincie. Vanwege bezuinigingen op dit vlak worden de doelstellingen voor NNN-gebieden waarschijnlijk niet gehaald omdat niet alle NNN-gronden zijn aangekocht en ingericht voor 2030. De beide referentiesituaties zijn hierin niet onderscheidend.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

33

Projectgerelateerd

3.5.4

Biodiversiteit

Huidige situatie Biodiversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem en wordt vaak gebruikt als een indicator voor de gezondheid van een ecosysteem. De biodiversiteit staat onder druk en het belang van de stad bij het in stand houden ervan neemt toe. Vooral in de stadsrand is het aantal soorten planten en dieren groot. Soms groter dan in het omliggende landelijk gebied. Over het algemeen kan gesteld worden dat vooral kwetsbare vegetaties het moeilijk hebben. Ook gaat onder meer het aantal weide- en akkervogels achteruit. Volgens de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er in de periode van 2012 tot en met 2016 8.812 waarnemingen van 242 Rode lijst-soorten geregistreerd in Zwolle. Het gaat om zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vissen, weekdieren, insecten, vaatplanten, mossen, korstmossen en paddenstoelen. Rode lijst-soorten zijn soorten waarvan het vóórkomen in Nederland kan worden gekenschetst als: gevoelig, kwetsbaar, bedreigd, ernstig bedreigd of zelfs verdwenen uit Nederland. Het zijn allemaal soorten die erg kritisch zijn op de plek waar ze voorkomen en die dus een indicator zijn van bijzondere natuurlijke omstandigheden (natuurwaarden). De biodiversiteit staat in de huidige situatie enigszins onder druk. Voor de groene stad die Zwolle is, komen er relatief gezien niet heel veel beschermde soorten voor binnen de stad.

Referentiesituaties 2030 De gemeente Zwolle wil een actieve rol in de verhoging van de biodiversiteit, door inrichting en beheer van het openbaar groen en gemeentelijke eigendommen en door het aanwijzen van ambassadeursoorten. Ook is actie vereist bij de uitvoering van monitoring van biodiversiteit. De gemeente is vooral faciliterend bij aanpassingen aan gebouwen en het nemen van mitigerende maatregelen door particulieren. Dit biedt enigekans op toename van de biodiversiteit. De inzet leidt echter niet tot grote veranderingen. Referentie 2 leidt tot een grotere druk op de beschikbare ruimte en daarmee ook op de biodiversiteit. De verwachting is dat een zwaardere inzet dan thans voorzien nodig is om achteruitgang te voorkomen.

3.6

Overig fysiek kapitaal

De gemeente Zwolle bestempelt de fysieke stad als het fundament waarop het haar ambities en doelstellingen moet realiseren. De Zwolse fysieke identiteit heeft zijn eigen kenmerken en kwaliteiten. De topambitie van de gemeente Zwolle is om deze specifieke identiteit te behouden en waar mogelijk te versterken. De natuur is een onderdeel van het fysieke kapitaal van Zwolle. Omdat deze separaat beoordeeld wordt, wordt hier gesproken van Overig fysiek kapitaal.

3.6.1

Beoordeling huidige situatie en referenties

Onderstaande tabel geeft samenvattend de beoordeling aan zoals deze vervolgens ook wordt beschreven voor het thema overig fysiek kapitaal. Beoordelingscriteria

Referentie 1

Referentie 2

Oppervlakte stedelijk groen en water

↘

↘

Drinkwatervoorziening

=

=

Bodemkwaliteit

↗

↗

Archeologie

=

=

Cultuurhistorie en landschap

=

=

24 juni 2020

Huidige situatie

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

34

Projectgerelateerd

3.6.2

Oppervlakte stedelijk groen en water

Huidige situatie Zwolle staat bekend als een stad met een aanzienlijk percentage stedelijk groen en water. Binnen het stedelijk gebied dragen groen en water onder meer bij aan biodiversiteit, het voorkomen van hittestress en de kwaliteit van de leefomgeving. Op basis van de GroeneKaart kent Zwolle een hoofdgroenstructuur die vanuit de binnenstad langs de hoofdontsluitingswegen naar de buitenwijken Stadshagen en Ittersum en het bedrijventerrein Hessenpoort loopt. De gebieden tussen Wijthmen en Berkum, langs de IJssel en ten noorden van Aa-landen en Berkum maken tevens deel uit van de hoofdgroenstructuur (zie ook onderstaande figuur). Binnen de wijken ligt een fijnere wijkgroenstructuur.

Figuur 3-9: Hoofdgroenstructuur Zwolle (bron gemeente Zwolle)

Het oppervlakte stedelijk water heeft betrekking op het stedelijke oppervlaktewatersysteem dat tevens onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte. Het gaat hier over de sloten en watergangen in de binnenstad en omliggende wijken, maar ook over plassen aan de rand van de stad Zwolle. Referentiesituaties 2030 De visie is dat de stedelijke hoofdgroenstructuur in de toekomst in essentie overeind moet worden gehouden, omdat dat van belang is voor de stad als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de stedelijke hoofdgroenstructuur. De verdere ontwikkeling en uitbouw van het stedelijk groen zal gelijk oplopen met de groei en ontwikkeling van de

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

35

Projectgerelateerd

stad op andere terreinen. Areaalvermindering zal nadrukkelijk in de beschouwingen worden betrokken bij eventuele toekomstige structurele bezuinigingstaakstellingen. De hoofdgroenstructuur is vooral gerelateerd aan de structuren die in de huidige situatie aanwezig zijn. Urbane bouw conform de Woonvisie (Referentie 1) zal slechts een beperkte invloed hebben op deze structuur, waardoor het in ieder geval als zodanig kan blijven functioneren. In Referentie 2 is er een aanzienlijk programma urbaan te verwachten. Vooral in de gebieden 2 (Weezenlanden Noord), 5 (Singelkwartier), 10 (Binnenstad) en 11 (Zwartewater zone) is een aanzienlijk programma voorzien waardoor in ieder geval een deel van de hoofdgroenstructuur beïnvloed wordt of kleiner wordt. Referentie 2 leidt hiermee tot een meer negatieve beoordeling; Er is een duidelijk risico dat het oppervlak niet gelijk blijft.

3.6.3

Drinkwaterwinning

Huidige situatie In de provinciale Omgevingsverordening zijn gebieden opgenomen voor drinkwaterwinning en grondwaterbescherming (zie ook onderstaande figuur). Binnen de gemeente Zwolle liggen twee drinkwaterwingebieden. Het gebied Engelse Werk ligt ter hoogte van het Engelse Werk aan de zuidzijde tegen de IJssel. Daarnaast ligt het drinkwaterwingebied Vechterweerd ten zuiden van bedrijventerrein Hessenpoort op de grens met de gemeente Dalfsen. Binnen deze gebieden gelden beperkingen ten aanzien van activiteiten die de oppervlakte- en grondwaterkwaliteit kunnen schaden. De provincie is verantwoordelijk voor de bescherming van de openbare drinkwatervoorziening. De kwaliteit van de drinkwaterwinning is goed en wordt door de gemeente gemonitord.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

36

Projectgerelateerd

Figuur 3-10: Drinkwaterwinning en grondwaterbeschermingsgebieden in en om Zwolle

Referentiesituaties 2030 Door gebiedsgericht grondwaterbeheer worden de gebieden vrijwel zeker niet negatief beïnvloed in de autonome ontwikkeling. Er zijn ook geen schadelijke ruimtelijke ontwikkelingen gepland in deze gebieden. De beide referentiesituaties zijn hierin niet onderscheidend.

3.6.4

Bodemkwaliteit

Huidige situatie Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart bevinden zich binnen de gemeente Zwolle verschillende gebieden met bodemverontreinigingen, waarvan reeds een aanzienlijk deel is gesaneerd. De meeste geregistreerde bodemverontreinigingen liggen in Hanzeland, de Schildersbuurt, Voorst-A en De Vrolijkheid (zie ook onderstaande figuur).

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

37

Projectgerelateerd

Figuur 3-11: Gemeentelijke bodemkwaliteitskaart

Referentiesituaties 2030 Er zijn enkele knelpunten, maar de verwachting is dat de kwaliteit verbetert als gevolg van de ontwikkeling van diverse projecten. Bij Referentie 2 geldt dezelfde beoordeling. Het gaat hier om de ontwikkeling van urbane woningbouw op dezelfde locaties als bij Referentie 1, alleen de omvang van de ontwikkelingen is anders. Naast de bodemkwaliteit is er nadrukkelijk de vraag wat er in de ordening van de ondergrond mogelijk is. Ook hier wordt de druk op de beschikbare ruimte steeds groter. In de beoordeling is dit niet meegenomen.

3.6.5

Archeologische verwachtingswaarde

Huidige situatie Aan de hand van de archeologische waarderingskaart van de gemeente Zwolle kan de archeologische verwachtingswaarde per locatie binnen de gemeente worden vastgesteld. De archeologische verwachtingskaart laat zien dat met name de strook Wijthmen, Herfte, Brinkhoek en Langenholte een hoge archeologische waardering kent. Enkele gebieden zijn hier ook aangemerkt als beschermde archeologische terreinen. Aan de noordoever van de IJssel en rondom het centrum is eveneens een redelijke kans op archeologische vondsten, waarbij het centrumgebied is aangemerkt als terrein van archeologische waarde.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

38

Projectgerelateerd

Figuur 3-12: Archeologische monumenten en waarderingskaart

Referentiesituaties 2030 Het beleid ten aanzien van archeologie in de gemeente wordt in projecten goed uitgewerkt. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de archeologische vondsten in beeld gebracht en veilig gesteld. Alleen op centrum locaties worden archeologische waarden ook wel in de ontwikkeling meegenomen. Er worden diverse gebieden met een middelhoge kans op vondsten beïnvloed als gevolg van de nieuw te ontwikkelen urbane bebouwing.

3.6.6

Cultuurhistorische en landschappelijke waarden

Bij cultuurhistorische en landschappelijke waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van de leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Huidige situatie De kracht van Zwolle is mede gebaseerd op de historische binnenstad, de rijkdom van historische gebouwen en (landschappelijke) structuren in de omliggende wijken en in het buitengebied. Historische waardevolle objecten leveren een belangrijke bijdrage aan (de kwaliteit van) de leefomgeving en aan het historisch besef. Tastbaar zijn de gebouwen, de monumenten en de structuren die teruggaan tot de prestedelijke fase. De stad heeft nog veel historische gebouwen uit diverse tijdsperiodes en bouwstijlen. Het Zwolse beleid is daarom gericht op de duurzame instandhouding van historisch waardevolle objecten, 24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

39

Projectgerelateerd

stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en op het beschermen, behouden en onderzoeken van archeologische waarden.

Figuur 3-13: Beschermde monumenten

Referentiesituaties 2030 Uit een rondgang door de stad en een gesprek met de betrokken ambtenaren blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden niet altijd worden meegenomen in de herontwikkelingen, ondanks het gemeentelijk beleid gericht op de duurzame instandhouding van historisch waardevolle objecten, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Er is op dit criterium derhalve weinig verandering te verwachten in de beide referentiesituaties.

3.7

Energie

De gemeente Zwolle heeft haar doelstellingen en ambities op het gebied van energie vastgelegd in de Zwolse Energiegids, het Ambitiedocument Energietransitie en het Plan van Aanpak 2018-2022. Deze ambities en doelstellingen vormen input voor de Regionale Energie Strategie (RES) West-Overijssel die op een later moment vertaald wordt in de Omgevingsvisie Zwolle.

3.7.1

Beoordeling huidige situatie en referenties

Onderstaande tabel geeft samenvattend de beoordeling aan zoals deze vervolgens ook wordt beschreven voor het thema energie.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

40

Projectgerelateerd

Beoordelingscriteria

Referentie 1

Referentie 2

Emissie broeikasgassen

↗

↗

Energiebesparing

↗

↗

3.7.2

Huidige situatie

Emissie broeikasgassen

Huidige situatie De doelstelling van de gemeente Zwolle is om in 2050 energieneutraal te zijn. Om deze opgave te realiseren is een brede mix van maatregelen nodig, zo gaat het enerzijds om de beperking van het gebruik van fossiele energie en anderzijds om de extra opwekking van duurzame (groene) elektriciteit en warmte. Als tussenstap op weg naar 2050 stelt de gemeente Zwolle zichzelf tot doel om in 2025 de hoeveelheid CO2-uitstoot met 25% te verlagen ten opzichte van 1990 toen 500 kton CO2 werd uitgestoten. Concreet werd binnen de gemeente Zwolle in 2018 voor de energiebehoefte 475 kton CO2 uitgestoten (zie onderstaande figuur, bron Klimaatmonitor.nl). Dat is een afname van 5%, terwijl er ook op andere sectoren (zoals bijvoorbeeld verkeer) sprake is van CO2-uitstoot. De doelen worden in de huidige situatie derhalve zeker niet gehaald.

Figuur 3-14: Verloop CO2-uitstoot ten gevolge van gas en elektriciteitsgebruik in Zwolle (Bron: Klimaatmonitor.nl)

Referentiesituaties 2030 De uitstoot mag in 2025 maximaal 375 kton bedragen. De programmadoelstellingen voldoen hieraan, waarbij een reserve is ingebouwd voor tegenvallers (Zwolle geeft energie, december 2018). Daarmee lijkt de reductiedoelstelling op korte termijn te worden gehaald. De emissie van broeikasgassen zal nog verder afnemen. Zeker ook omdat bij nieuwe ontwikkelingen het uitgangspunt is dat er geen nieuwe emissies bij komen. Maar de huidige doelstellingen voor 2030 (reductie CO2-uitstoot met 49% conform het Klimaatakkoord) vormen nog een grote stap ten opzichte van 2025. Naar verwachting wordt deze doelstelling niet behaald. Er is nog geen programma en er zijn nog geen initiatieven voor deze wat langere termijn bekend. Vanuit de RES moet duidelijker worden wat binnen de gemeente nog gerealiseerd kan worden en wat er in regio-verband wordt bijgedragen. De beide referentiesituaties zijn hierin niet onderscheidend.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

41

Projectgerelateerd

3.7.3

Energiegebruik

Huidige situatie Het energiegebruik in Zwolle is al jaren vrij constant. Ondanks de groei van Zwolle met circa 1000 woningen per jaar in de afgelopen jaren is er in de gebouwde omgeving een lichte afname te zien (zie ook onderstaande figuur). Het totale energiegebruik bedroeg in 2017 circa 9.730 TJ. Daarmee is het niet te verwachten dat de huidige doelstelling ten aanzien van het energiegebruik behaald wordt.

Figuur 3-15: Energiegebruik in Zwolle (bron: Klimaatmonitor.nl)

Referentiesituaties 2030 De doelstelling van de gemeente Zwolle is om in 2050 energieneutraal te zijn. Daarbij zet de gemeente Zwolle sterk in op beperking van het energiegebruik. De doelstelling is om 25% energie in 2025 te besparen (1,6 PJ/jr). Deze doelstelling moet in de gebouwde omgeving gerealiseerd worden door het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en het bedrijfs- en maatschappelijk vastgoed. Met deze doelstelling loopt Zwolle vooruit op de landelijke afspraken in het klimaatakkoord. De gemeente vervult een voorbeeldrol in de gebouwde omgeving met het energiezuinig en waar mogelijk energiepositief maken van haar eigen vastgoed en het beperken van energieverbruik in de openbare ruimte. De doelstelling om energieneutraal te worden betekent een transformatie van 55.000 woningen en 4.000 gebouwen, vaak matig geïsoleerd en veelal verwarmd door aardgas, naar goed geïsoleerde woningen en gebouwen die vanuit duurzame bronnen worden verwarmd en waarin schone (zelf opgewekte) energie wordt gebruikt. ▪ Circa 30.000 woningen zijn in Zwolle particulier eigendom. Binnen deze groep is in de periode 1990-2015 al een besparing gerealiseerd van 20%.

Deze trend geeft vertrouwen dat door particulieren de doelstelling van 25% in 2025 wordt gehaald; ▪ Van de huurwoningen binnen de gemeente Zwolle zijn er 18.000 in bezit van de corporaties en 7.000 in handen van commerciële verhuurders. De Zwolse woningcorporaties streven ernaar om in 2020, volgens de landelijke doelstelling, gemiddeld energielabel B of beter te hebben; ▪ De gemeente Zwolle voorkomt dat nieuwbouw met aardgasaansluiting gerealiseerd wordt.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

42

Projectgerelateerd

Tot slot stimuleert Zwolle de beweging naar duurzame, actieve mobiliteit. Doelstelling hierbij is om verkeer en vervoer energiezuinig te maken en uiteindelijk fossiele brandstoffen uit te bannen. In de mobiliteitsvisie is een aantal aandachtspunten uitgewerkt om duurzame mobiliteit te bevorderen. De hiervoor vermelde doelstellingen staan echter in sterk contrast met de toename van stroomafname ten behoeve van laadinfrastructuur van elektrisch vervoer, warmtepompen en de groei van de stad. Deze zaken vormen een bedreiging om de doelstellingen te halen. Kijkend naar de bovenstaande figuur en de trend uit het verleden, is het niet onwaarschijnlijk dat de doelstelling om minder energie te gebruiken niet wordt gehaald. In referentiesituatie 1, waarbij het tempo van de nieuwbouw lager ligt is de relatieve afname van het energiegebruik mogelijk wat groter dan in referentiesituatie 2. De verschillen lijken echter onvoldoende om tot een andere beoordeling te komen. Op basis van de trends is er in beide situaties een kans op een afname van het totale energiegebruik, maar is het niet de verwachting dat de doelstellingen op de korte of middellange termijn (2030) worden behaald.

3.8

Klimaat

De gemeente Zwolle heeft haar doelstellingen en ambities op het gebied van klimaatadaptatie vastgelegd en uitgewerkt in de Zwolse Adaptatiestrategie (ZAS). Deze ambities en doelstellingen zijn tevens opgenomen in de Omgevingsvisie Zwolle. De doelstelling van de gemeente Zwolle is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Om deze doelstelling te bereiken handelt de gemeente Zwolle met ingang van 2020 klimaatadaptief. Hiervoor worden kansen benut die zich nu voordoen om Zwolle klimaatbestendiger te maken, waarbij tevens wordt gekeken waar een bijdrage kan worden geleverd aan andere opgaven in Zwolle en waar de economische kansen die klimaatadaptatie biedt kunnen worden verzilverd.

3.8.1

Beoordeling huidige situatie en referenties

Onderstaande tabel geeft samenvattend de beoordeling aan zoals deze vervolgens ook wordt beschreven voor het thema klimaat. Beoordelingscriteria

Referentie 1

Referentie 2

Wateroverlast

↗

↗

Overstromingsrisico

↘

↘

Hittestress

↘

↘

3.8.2

Huidige situatie

Wateroverlast

Er is sprake van wateroverlast als een teveel aan water zorgt voor het onderlopen van straten, tunnels, kelders en akkers. Wateroverlast ontstaat wanneer er zoveel regen valt, dat het niet snel genoeg kan worden opgenomen door de bodem of afgevoerd kan worden via het riool of de waterwegen. Dit kan gebeuren doordat het langdurig regent, omdat in korte tijd een extreme bui valt en/of omdat door kwel van grondwaterstromen de bodem verzadigd raakt. In de toekomst neemt als gevolg van klimaatverandering de kans op wateroverlast toe, wat tot grotere risico’s leidt. Met een klimaatstresstest zijn de wateroverlasteffecten en kwetsbare plekken bepaald door te kijken wat er gebeurt bij extreme neerslagsituaties. De doelstelling van de gemeente Zwolle is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Voor het aspect wateroverlast heeft de gemeente Zwolle de ambitie om een bui van 67 mm in 1 uur tijd (T100) te kunnen verwerken zonder dat er schade aan panden, verminderde bereikbaarheid en maatschappelijke ontwrichting optreedt. Door het treffen van maatregelen en het maken van bewuste keuzes in ruimtelijke ontwikkelingen, draagt Zwolle bij aan het verwezenlijken van deze doelstelling. Zwolle wil uitgroeien tot de 24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

43

Projectgerelateerd

meest groenblauwe stad van Nederland, waarmee water in zowel het publieke als private domein meer ruimte krijgt en klimaatextremen kunnen worden opgevangen. In Zwolle speelt dit voor de komende jaren vooral voor het woningbouwprogramma. Het realiseren van nieuwe woningen zal naar verwachting stapsgewijs en grotendeels objectgewijs plaatsvinden. Afzonderlijke maatregelen zijn vaak goed op dat schaalniveau te realiseren. De voorgestelde integrale systeemstrategie zal helpen om de effectiviteit van individuele maatregelen te beoordelen en af te wegen en om te identificeren welke maatregelen aanvullend eventueel nodig zijn. Huidige situatie Momenteel is er een aantal locaties binnen de stad waar bij een flinke bui wateroverlast kan voorkomen. Op de kaart hieronder (figuur 3-16) staat de waterdiepte op straat en in de openbare ruimte na een bui van 67 mm water in 1 uur. In het grootste deel van de stad blijft de waterdiepte onder de 25 cm. De inbreidingslocaties waar wateroverlast op kan treden zijn Spoorzone, IJsselhallen, Zwartewaterallee en Oosterenk. Dit zijn gebieden met veel verharding.

Figuur 3-16: waterdiepte op straat en in de openbare ruimte na een bui van 67 mm water in 1 uur

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

44

Projectgerelateerd

Referentiesituaties 2030 Als gevolg van klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast in eerste instantie toe. In de Zwolse Adaptatiestrategie wordt daarom een tweeledige strategie geschetst om wateroverlast tegen te gaan. Dit zijn: 1. Bij nieuwe ontwikkelingen of groot onderhoud worden klimaatadaptieve maatregelen meegenomen als het ‘nieuwe normaal’. 2. In de kwetsbare aandachtsgebieden wordt de sponswerking en het groenblauwe netwerk versterkt. Dit is samengevat in het groenblauwe netwerk dat over de stad ligt, zie figuur 3-17. Bij de verdere verdichting (met verhoging van het verhardingsoppervlak) worden maatregelen genomen om de kans op wateroverlast te verminderen. Verdere aanvullende maatregelen worden genomen, zoals de uitbreiding van het percentage oppervlaktewater en bergingsvoorzieningen binnen bebouwd gebied. Per saldo neemt door alle genoemde maatregelen de kans op wateroverlast in Zwolle in de referentiesituatie af. De beide referentiesituaties zijn hierin niet onderscheidend.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

45

Projectgerelateerd

Figuur 3-17: Groenblauwe netwerk Zwolle (uit Zwolse Adaptatiestrategie)

3.8.3

Overstromingsrisico

Huidige situatie Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor waterveiligheid. Zo is de stad Zwolle rondom met waterkeringen beschermd tegen overstromingen. De binnenstad ligt echter buitendijks en de stadsgracht staat in open verbinding met het IJsselmeer. Extra water in het IJsselmeer en de invloed van stevige westenwind betekent een hogere waterstand in de stadgrachten en moelijker afwatering richting

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

46

Projectgerelateerd

IJsselmeer. Dit in combinatie met de verhoogde afvoer van rivieren en weteringen (bovenstrooms) vormen vanuit waterveiligheid een belangrijk aandachtspunt voor de veiligheid van de stad Zwolle. Om de gevolgen van een eventuele overstroming zo veel mogelijk te beperken zet de gemeente Zwolle in op een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting en het opstellen van calamiteitenplannen. Op deze wijze geeft Zwolle invulling aan haar ambitie om een acceptabel veiligheidsniveau te garanderen voor inwoners. In de huidige situatie is de kans op een overstroming in Zwolle klein, de impact is echter groot. De kosten voor ingrijpende infrastructurele maatregelen gericht op preventie zijn extreem hoog. De kansen in Zwolle liggen daarom met name in de klimaatbestendige inrichting van het gebied en in het opstellen van een integraal calamiteitenplan (Zwolse Adaptatiestrategie, 2019). Referentiesituaties 2030 Door klimaatverandering zullen in de toekomst vaker piekafvoeren en hoge waterstanden voorkomen. Zonder aanpassingen zullen de risico’s op overstromingen toenemen. Dijkversterking is de taak van het waterschap en de provincie (normering van de weteringen). Het waterschap Drents-Overijsselse Delta heeft een hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) om de waterveiligheid te verbeteren en aan te passen op klimaatverandering. Hierin worden alle primaire waterkeringen in Zwolle aangepakt.

Dit verhoogt de veiligheid in de toekomst. De provincie is verantwoordelijk voor de weteringen. Bij de weteringen neemt het risico op overstromingen ook toe door klimaatverandering. De provincie werkt aan plannen om de waterveiligheid te verbeteren, maar deze zijn nog niet vastgesteld. Hierdoor wordt het risico in de autonome situatie dus een stuk groter. De verschillende referentiesituaties hebben hier geen invloed op. Waterrobuust bouwen en ruimtelijke aanpassingen in de stad helpen om de gevolgen van overstromingen te beperken. Een voorbeeld hiervan is de nieuwbouw bij de Weezenlanden. Hier loopt door een woning een dijk, die beschermt tegen wateroverlast. Zo zijn er nog meer voorbeelden van vooral waterrobuust bouwen die maken dat de impact van een overstroming in Zwolle beheersbaarder wordt.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

47

Projectgerelateerd

Figuur 3-18: Overstromingskans (klimaateffectatlas.nl)

3.8.4

Hittestress

Boven een bepaalde waarde kunnen hoge temperaturen leiden tot hittestress. Hittestress is een aandoening veroorzaakt door extreme hitte, die zich uit in diverse lichamelijke klachten. Extreme hitte brengt gezondheidsrisico’s met zich mee, met name voor vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen en verzorgingshuizen, en kwetsbare groepen, zoals ouderen en jonge kinderen. Ook kan hittestress effect hebben op de arbeidsproductiviteit en de nachtrust. Hogere luchttemperaturen leiden daarnaast tot hogere watertemperaturen, met negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Vooral in stedelijk gebied kan de hitte sterk oplopen als gevolg van verharding en geblokkeerde luchtstromingen. Met een toename van zomerse en tropische dagen als gevolg van klimaatverandering mag in de toekomst een aanzienlijke toename van het aantal dagen met verminderd thermisch comfort worden verwacht op bepaalde locaties. De doelstelling van de gemeente Zwolle is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. De ambitie van de gemeente Zwolle op het gebied van hittestress is dat zij de periode met nachten boven de 20oC wil beperken tot maximaal één week per jaar en het stedelijk hitte-effect wil beperken tot maximaal 3oC. Bij het omgaan met hittestress ligt de focus in Zwolle op de volksgezondheid.

De gemeente draagt bij aan verkoeling in de stad door aanpassingen in beplanting en toevoeging van meer groen in de openbare ruimte. Dit gaat hand in hand met het terugdringen van verharding in het stedelijk gebied.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

48

Projectgerelateerd

Huidige situatie Momenteel is er sprake van enige hittestress en er is kans dat dit toeneemt in de toekomst. Op de hittekaart (zie onderstaande figuur) is te zien dat er in de huidige situatie veel plekken in de stad zijn waar het veel warmer is als gevolg van het hitte-eilandeffect. Er zijn echter ook plekken waar het hitteeiland effect meevalt of waar het zelfs koeler is.

Figuur 3-19: Hittestress op een tropische dag (Bron: Zwolse Adaptatiestrategie 2.1 Atlas)

Referentiesituaties 2030 Door de klimaatverandering neemt de kans op hittestress toe in de referentiesituatie. In de Zwolse Adaptatiestrategie wordt gesproken over maatregelen: extra groen en minder verharding, dit kan er voor zorgen dat de hittestress plaatselijk afneemt. Verdere verdichting van de stad laat de kans op hittestress echter weer verder toenemen.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

49

Projectgerelateerd

Figuur 3-20: Groen per buurt (bron: Klimaateffectatlas)

In referentiesituatie 2 zijn er wijken waar het aantal woningen per hectare erg hoog wordt (Weezenlanden, Spoorzone). Hierdoor neemt de kans op hittestress toe en krijgt deze situatie een negatievere beoordeling. Als we kijken naar referentiewijken, zien we dat wijken met een hoge dichtheid flinke kans op hittestress hebben. Bijvoorbeeld het olympisch kwartier in Amsterdam. Deze buurt heeft een dichtheid van 148 woningen/ha, maar toch 40% groen (klimaateffectatlas). Ondanks dit groen kampt deze wijk toch met een stedelijk hitte-eiland, waardoor het op sommige plekken meer dan 2 ºC warmer kan zijn. Dit is ook te zien in Puntenburg in Amersfoort. Deze wijk heeft een lagere dichtheid (71 woningen/ha) en lager aandeel groen (20%). Hoewel er wel grotere stukken groen in deze buurt liggen, is hier ook sprake van een hitteeiland effect (klimaateffectatlas).

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

50

Projectgerelateerd

3.9

Mobiliteit

De beoordelingscriteria voor het thema mobiliteit zijn grotendeels gebaseerd op de Mobiliteitsvisie 20202030 en deel 1 van de Omgevingsvisie.

3.9.1

Beoordeling huidige situatie en referenties

Onderstaande tabel geeft de beoordeling aan voor het thema mobiliteit. In de volgende paragrafen volgt de toelichting hierop. Beoordelingscriteria

Referentie 1

Referentie 2

Doorstroming hoofdwegennet

↘

↘

Logistiek: multimodale bereikbaarheid en kwaliteit knooppunten

↘

↘

Personenverkeer: multimodale bereikbaarheid deelgebieden

↘

↘

Beloopbaarheid en befietsbaarheid

↘

↘

3.9.2

Huidige situatie

Doorstroming hoofdwegennet

Huidige situatie In de huidige situatie (begin 2020) staan regelmatig files op de A28 die terugslaan op de Zwolse hoofdwegenstructuur. Op basis van het huidig vastgestelde infrastructuurbeleid van Rijk, provincie en gemeente wordt vooral ingezet op maatregelen om gebruik van OV en fiets te bevorderen zodat voor de auto aantrekkelijke alternatieven ontstaan. Het hoofdwegennet (Rijks- en provinciale wegen en de buitenring), wordt hierdoor minder belast. De beoordeling is oranje: er zijn in de spitsuren enkele knelpunten op het hoofdwegennet. Referentiesituaties 2030 Referentiesituatie 1 Grote investeringen in het hoofdwegennet zijn nog niet voorzien. De verbindingen met de Randstad en het Knooppunt Arnhem-Nijmegen zijn van belang voor het economisch functioneren van Zwolle terwijl juist hier (A28, A50) steeds meer files komen. Ook de route naar Friesland/Groningen/Duitsland krijgt steeds meer kans op verstoringen. Op de N35 naar Twente zijn maatregelen voorzien waardoor deze route aantrekkelijker gaat worden en de route door Zwolle steeds zwaarder wordt belast. Op diverse plekken op de buitenring (met name ronde de aansluitingen met de A28) neemt de kwetsbaarheid verder toe. Het verkeersmodel Zwolle (planjaar 2030) laat op de buitenring van Zwolle beduidend meer zwaar belaste kruispunten zien dan in het basisjaar 2014.

Vooral de aansluiting Zwolle Noord op de A28 is in 2030 overbelast.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

51

Projectgerelateerd

Figuur 3-21: Links: verwachte doorstroming autoverkeer in 2030 (scenario WLO Hoog) op regionaal hoofdwegennet na uitvoering MIRT en provinciale projecten met kans op file (bron: Integrale Netwerkvisie Overijssel, provincie Overijssel, 2018). Rechts: verwachte doorstroming op kruispunten in Zwolle in 2030 autonoom met kwaliteit van doorstroming (bron: Verkeersmodel Zwolle, Royal HaskoningDHV, 2018)

Er is een behoorlijk risico dat de doorstroming op het hoofdwegennet in referentiesituatie 1 afneemt. Volgens het MIRT onderzoek A28 (Studio Bereikbaar, 2019) is de groei van het verkeer het grootst tot 2030 en remt daarna de groei af. Het MIRT onderzoek geeft aan dat rond Zwolle de congestie in 2040 fors toeneemt in het hoge WLO groeiscenario3. De locaties (bij opritten A28 Zwolle Zuid, Zwolle Noord en Ommen) en aard van de files blijven ongeveer gelijk. Omdat er rond Zwolle veel uitwisseling is met het onderliggende wegennet zal de hinder op het onderliggende wegennet ook substantieel toenemen. De verdichting met 2.000 woningen (zie paragraaf 3.2) geeft een relatief beperkte toename van het aantal verplaatsingen per auto. Maar in het algemeen neemt het aantal verplaatsingen én de verplaatsingsafstand toe waardoor de druk op het hoofdwegennet verder toeneemt, terwijl onder andere door fysieke beperkingen de capaciteit van het hoofdwegennet maar minimaal toeneemt. Het MIRT onderzoek naar mogelijke (gebiedsgewijze) oplossingen voor de A28 is gaande, maar oplossingen moeten nog bedacht worden: er is een groot risico van verslechterde doorstroming van het verkeer op het hoofdwegennet.

Referentiesituatie 2 In Referentiesituatie 2 (met 6.000 extra woningen, zie ook paragraaf 3.2) neemt de bevolking substantieel toe, en daarmee ook het aantal (auto)verplaatsingen binnen, van en naar Zwolle. Daarbij komt dat de verdichting is gepland op locaties dicht bij de A28 en aan de buitenring zodat de verkeersdruk hier zal toenemen waar de doorstroming juist al kwetsbaar is in 2030, met een logisch risico op een verminderde doorstroming.

3.9.3

Logistiek: multimodale bereikbaarheid en kwaliteit knooppunten

Huidige situatie Multimodale bereikbaarheid betreft het vervoer van goederen over weg, water en spoor. Zwolle maakt samen met Kampen en Meppel deel uit van Port of Zwolle met een multifunctionele binnenhaven gericht op weg- en watervervoer. Port of Zwolle heeft als kerntaak om goederenvervoer en -overslag via de

3

Het hoge WLO groeiscenario gaat uit van 18,7 mln inwoners in 2040, huidige CBS prognose gaat uit van 19,0 mln inwoners in 2040). 24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

52

Projectgerelateerd

binnenvaart te stimuleren. De waardering van de huidige situatie is oranje: er zijn knelpunten met betrekking tot de bereikbaarheid via het hoofdwegennet. Referentiesituaties 2030 Referentiesituatie 1 De geplande verbreding van de sluis bij Kornwerderzand maakt Kampen toegankelijk voor grotere (shortsea)schepen. Dit zorgt voor meer bedrijvigheid in de regio en meer overslag van containers tussen weg en water zodat het (regionale) vrachtverkeer over de weg gaat toenemen. In de komende jaren zijn geen grote investeringen in het hoofdwegennet of railvervoer gepland. De behoefte aan transport en verplaatsingen blijft toenemen en de verwachting is dat de doorstroming op het hoofdwegennet afneemt (zie voorgaande paragraaf). Hierdoor neemt de totale logistieke multimodale bereikbaarheid in de toekomst af. Belangrijke logistieke knooppunten met een afnemende bereikbaarheid over de weg zijn onder andere Hessenpoort met (ruimte voor uitbreiding met) vele distributiebedrijven en de haven van Zwolle. Met de instelling van een zero-emissie stadslogistiek voor de binnenstad vanaf 2025 worden onder andere maatregelen genomen met logistieke knooppunten om het volgende mogelijk te maken: ▪ Multifunctionele city-hubs: aan de rand van de binnenstad vooral bedoeld voor pakketdiensten huur bakfietsen, overslag van pakketten in schone voertuigen en dergelijke.

▪ Centraal overslagpunt aan de stadsrand: waar grotere ladingen van vrachtauto’s worden overgeslagen naar kleine en schone elektrische voertuigen en/of (bak)fietsen. Door de verbreding van Kornwerderzandsluis wordt de Port of Zwolle in de autonome ontwikkeling beter toegankelijk over het water en neemt de multimodale bereikbaarheid in referentiesituatie 1 toe. Maar doordat grote investeringen in het hoofdwegennet en railvervoer uitblijven en flankerende maatregelen (inclusief de logistieke maatregelen in de binnenstad) de groeiende behoefte aan transport en verplaatsingen niet volledig faciliteren, neemt de bereikbaarheid over de weg af. In zijn totaliteit is er een risico dat de multimodale bereikbaarheid afneemt. Referentiesituatie 2 Door de bevolkingsgroei en het nog uitblijven van inframaatregelen neemt de bereikbaarheid over de weg in Referentiesituatie 2 verder af. Het risico op een afnemende multimodale bereikbaarheid neemt hiermee verder toe dan in referentiesituatie 1.

3.9.4

Personenverkeer: multimodale bereikbaarheid deelgebieden

Huidige situatie De centrale positie van de A28 in de stad en de afslagen Zwolle Zuid en Centrum maken de binnenstad en de Spoorzone optimaal bereikbaar voor de auto. Dit, in combinatie met het NS station, maakt het grotere centrumgebied tot een efficiënt multimodaal bereikbaar knooppunt. Met de trein is Zwolle met alle windrichtingen goed verbonden. Door de situering van grote voorzieningen op enige afstand van het station (scholen, ziekenhuis) is het busvervoer in de spitsuren wel zwaar belast. Zwolle is qua omvang een fietsbare stad: de stad heeft met een fietsaandeel van 49% in de verplaatsingen het grootste aandeel fietsverplaatsingen binnen het stedelijk gebied van de 22 grootstedelijke agglomeraties (CBS, OViN 2017). Het Buurt voor Buurtonderzoek (2018) laat zien dat de Zwollenaren tevreden zijn over het openbaar vervoer en fietsstroken en -paden. Gesteld kan worden dat Zwolle in de huidige situatie een goede multimodale bereikbaarheid heeft en dus een groene waardering krijgt.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

53

Projectgerelateerd

Tabel 3-2: Tevredenheid over fietspaden en openbaar vervoer, (bron: Buurt voor Buurtonderzoek, gemeente Zwolle, 2018)

Referentiesituaties 2030 Referentiesituatie 1 Uitbreiding van de fietsinfrastructuur (onder andere kernnet fiets met snelfietsroutes naar de omliggende kernen) en maatregelen op en rond het station geven trein en fiets een betere uitgangspositie. In de Mobiliteitsvisie zijn diverse te nemen maatregelen opgenomen om de stad bereikbaar te houden bij verdere groei. De aangekondigde Dynamische Mobiliteitsagenda (waarin jaarlijks gespaard gaat worden) is echter nog niet beschikbaar zodat er nog maar weinig concrete projecten zijn. In de Perspectievennota heeft de gemeente structureel jaarlijks €300.000 voor de mobiliteitsopgave opgenomen, waarbij investeringen rondom verkeersveiligheid en verkeersmanagement prioriteit krijgen. Voor eenzelfde bedrag kunnen subsidies worden verwacht zodat jaarlijks circa €600.000 beschikbaar is voor genoemde prioriteiten. Daarnaast is incidenteel (soms meerjarig) ook geld beschikbaar voor bijvoorbeeld projecten of actieplannen. Hiermee blijven investeringen in substantiële capaciteitsuitbreidingen zeer onzeker. Het busvervoer krijgt maar beperkte verbeteringen, en blijft in de spitsuren zwaar belast. Flankerende mobiliteitsmaatregelen zijn niet voldoende om de bereikbaarheid op peil te houden en (onder andere door beperkt beschikbare fysieke ruimte) wordt de capaciteit van de auto infrastructuur maar beperkt uitgebreid.

Voor de verschillende deelgebieden (wijken en bedrijventerreinen) van Zwolle neemt de bereikbaarheid hierdoor af. Ondanks het gevoerde fietsbeleid met de uitvoering van diverse investeringen in de afgelopen jaren neemt op diverse hoofdfietsroutes naar de binnenstad en het station het druktebeeld toe (Fietsmodel Zwolle, Royal HaskoningDHV, 2018).

Figuur 3-22: Druktebeleving ochtendspits 2030 met toename fietsverkeer van 20% ten opzichte van 2014 met uitvoering van OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE 24 fietsbeleid juni 2020 (zonder snelheidsverlagingen autoverkeer) (bron, Fietsmodel Zwolle, Royal HaskoningDHV, BG9815TPRP2004011733 2018)

54

Projectgerelateerd

In Referentiesituatie 1 is een risico op verslechtering van de multimodale bereikbaarheid van de deelgebieden, en krijgt hiermee een oranje waardering. Door intensiever ruimtegebruik en toename van regionale verplaatsingsafstanden worden de netwerken van auto, fiets en OV zwaarder belast waardoor de multimodale bereikbaarheid van de deelgebieden afneemt. Voor de fiets worden op de regionale routes investeringen gedaan om het netwerk uit te breiden en te verbeteren, maar voor het overige wordt nog nauwelijks geïnvesteerd in de netwerken. Het toegevoegde aantal urbane woningen van 2.000 heeft maar beperkt invloed op de verbetering van de concurrentiepositie van OV en fiets ten opzichte van de auto. Referentiesituatie 2 Woningbouw door verdichting en functiemenging in en rond het centrum en centraal station maakt het gebruik van alternatieven voor de auto aantrekkelijker door kortere verplaatsingsafstanden. Door de substantiële toevoeging van 6.000 extra urbane woningen in Referentiesituatie 2 krijgen OV en fiets meer kans op een betere concurrentiepositie ten opzichte van de auto, hierdoor wordt de multimodale bereikbaarheid beter en wordt het toepassen van ketenmobiliteit aantrekkelijker. Van deze 6.000 woningen komen circa 5.000 binnen een afstand van hemelsbreed circa 2,5 km rond het centraal (intercity)station (een door veel treinreizigers geaccepteerde afstand4).

Ideaal voor een goed toegankelijk OV. Voorwaarde is wel dat de juiste aantrekkelijke voorzieningen worden aangelegd voor OV en fiets, en het gebruik van de auto niet te gemakkelijk wordt gemaakt. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid voorziet hier in, echter ontbreekt het nog aan investeringen in concrete projecten die hier wezenlijk aan bijdragen. Door het ontbreken van investeringen is het als een risico te benoemen dat de bereikbaarheid met alle vervoerswijzen verder zal afnemen zodat de waardering oranje blijft.

3.9.5

Beloopbaarheid en befietsbaarheid

Huidige situatie Als in voorgaande paragraaf vermeld heeft Zwolle met een fietsaandeel van 49% in de verplaatsingen het grootste aandeel fietsverplaatsingen binnen het stedelijk gebied van de 22 grootstedelijke agglomeraties (CBS, OViN 2017). Zwollenaren zijn over het algemeen tevreden over mate van aanwezigheid van de fietspaden en -stroken in de stad (Buurt voor Buurtonderzoek 2018). Over de staat van onderhoud van fietspaden en met name stoepen is men wat minder tevreden: in stadsdeel Midden is 53% tevreden. De stad wordt doorsneden door grootschalige infrastructuur (A28, spoorlijnen, Zwarte Water en buitenring) wat nadelig is voor met name de beloopbaarheid van de wijken onderling. Over het algeheel is de Tabel 3-3: Tevredenheid over fietspaden en -stroken en onderhoud van fietspaden en stoepen in Zwolle (bron: Buurt voor Buurtonderzoek, gemeente Zwolle, 2018

beoordeling groen: door de schaal van de stad is de met name de befietsbaarheid goed, de beloopbaarheid behoeft wel aandacht.

4

Kennisinstituut Mobiliteitsbeleid, Waar zouden we zijn zonder de fiets en de trein? 2018

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

55

Projectgerelateerd

Referentiesituaties 2030 Referentiesituatie 1 De gemeentelijke ambitie in de Mobiliteitsvisie is dat er tot en met 2027 20% meer fietsritten in Zwolle plaatsvinden. Verder is het beleid gericht op de realisatie van meer comfortroutes voor voetgangers. De plannen liggen klaar, maar concrete investeringsbudgetten zijn niet beschikbaar. Ook zijn afgelopen jaren doorfietsroutes in de stad gerealiseerd, maar de nieuwe routes moeten nog worden bedacht, uitgewerkt en van financiering worden voorzien. In referentiesituatie 1 worden door de uitbreiding van de stad verder naar buiten (Stadshagen) de te overbruggen afstanden groter en neemt de beloop-en befietsbaarheid van wijken, buurten, werkgebieden en voorzieningen af. Hierdoor bestaat het risico dat de auto weer eerder wordt gebruikt, de waardering wordt hiermee oranje. Door de relatief beperkte verdichting in de stad neemt de beloop- en befietsbaarheid beperkt toe. Hierbij is uitgangspunt dat de uit- en inbreidingen ontworpen worden volgens het in de Mobiliteitsvisie genoemde STOP principe. Door het (nog) ontbreken van investeringen in concrete projecten voor de verbetering van fiets- en voetgangersnetwerken is het risico aanwezig dat deze netwerken niet verbeteren.

Referentiesituatie 2 Door de verdere verdichting rond station en binnenstad met 6.000 woningen in Referentiesituatie 2 is er een reële kans dat de beloop- en befietsbaarheid toeneemt. Ook hierbij wordt het STOP principe toegepast. Nog niet duidelijk is hoe de fiets- en voetgangersnetwerken concreet worden verbeterd zodat de waardering gelijk blijft met Referentiesituatie 1.

3.10

Bereikbaarheid

3.10.1 Beoordeling huidige situatie en referenties Onderstaande tabel geeft de beoordeling aan voor het thema bereikbaarheid. In de volgende paragrafen volgt de toelichting. Beoordelingscriteria

Huidige situatie

Referentie 1

Referentie 2

Parkeergelegenheid auto en fiets

↘

↘

Gebruik schoon vervoer en deelmobiliteit

=

=

3.10.2 Parkeergelegenheid auto en fiets Huidige situatie De historische binnenstad had in 2017 de hoogste parkeerdruk op zaterdagmiddag en koopavond. In de deelgebieden rondom de binnenstad is op alle momenten van de week restcapaciteit beschikbaar. Op Hanzeland is op de werkdagmiddag de parkeerdruk het hoogst en is er veel restcapaciteit op de andere momenten van de week. Over het algemeen is de parkeerdruk lokaal: “ondanks dat op enkele momenten bepaalde parkeervoorzieningen (nagenoeg) volledig bezet zijn, is de restcapaciteit van alle parkeervoorzieningen samen op alle momenten groot: op zaterdagmiddag meer dan 1.000 en op de overige momenten overdag ongeveer 2.000, in de nacht ongeveer 3.500 (rapportage Gebiedsplan

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

56

Projectgerelateerd

Parkeren en Mobiliteit Centrumgebied, Met Graumans & Adviesbureau Zantman, 2019). Van de parkeerders in en rond de binnenstad komt (afhankelijk van tijdstip) tussen de 24 en 32% uit de stad Zwolle. Voor de stad Zwolle zijn de grootste herkomstgebieden (aantal auto’s) op zaterdagmiddag: Stadshagen, Holtenbroek, Oldeneel, Wipstrik-west, Berkum en Westenholte.

Figuur 3-23: Parkeeraccomodaties in en rond de binnenstad) en de zones waar een parkeerregulering van kracht is (bron: Kaartviewer gemeente Zwolle, 2020).

Het Buurt voor Buurtonderzoek laat zien dat een aanzienlijk aandeel van de bewoners parkeeroverlast ervaart. In stadsdeel Midden is dit aandeel met 36% het hoogst. Tabel 3-4: Ervaren parkeeroverlast in Zwolle (bron: Buurt voor Buurtonderzoek, gemeente Zwolle, 2018)

Het parkeerbeleid (Regeling Parkeernormen 2016) bij nieuwe ontwikkelingen is gericht op het voorkomen van een hogere parkeerdruk in de omliggende buurt door de realisatie van voldoende parkeerplaatsen binnen het plan. Het aantal benodigde parkeerplaatsen in vastgelegd in parkeernormen die vooral behoeftevolgend zijn. Als op eigen terrein hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar is mag dit ook (deels) op de openbare straat worden afgewenteld als hier nog parkeercapaciteit beschikbaar is. Andere maatwerkoplossingen zijn ook denkbaar in combinatie met mobiliteitsplannen, zoals elders parkeerruimte huren of door een innovatieve maatregel zoals bouwen voor doelgroepen die voornamelijk gebruik gaan maken van fiets, openbaar vervoer of deelauto’s.

24 juni 2020

OER OMGEVINGSVISIE ZWOLLE

BG9815TPRP2004011733

57

Projectgerelateerd

In de ontwikkeling Weezenlanden Noord wordt het parkeren voor bezoekers en bewoners onder gebouwen gesitueerd en is het gebied autovrij waardoor de openbare ruimte optimaal (groen) kan worden ingericht. In de wijk Assendorp zijn proeven gestart met parkeren op afstand. De binnenstad heeft diverse bewaakte fietsenstallingen, en bij het station is een nieuwe stalling met 5.500 plaatsen in aanbouw. Aan de zuidzijde van de binnenstad en bij evenementen zijn onvoldoende bewaakte fietsparkeerplekken. Willekeurig geparkeerde fietsen geven de straten een rommelig aanblik en geparkeerde fietsen voor nooduitgangen/vluchtroutes en in smalle stegen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties (Visie Fietsparkeren Binnenstad 2030, Royal HaskoningDHV, 2019). De waardering van de huidige situatie is oranje: lokaal zijn tekorten aan (beveiligde) parkeerplekken voor zowel auto als fiets waardoor de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk staat. Ook ervaren diverse bewoners parkeeroverlast. Referentiesituaties 2030 Referentiesituatie 1 De gemeente streeft er naar dat in 2030 geen fietsen meer geparkeerd staan in het kernwinkelgebied en de aanliggende straten, maar dat deze straks bij voorkeur in hoogwaardige, bewaakte servicestallingen staan.

In het gemeentelijk beleid is niet concreet vastgelegd hoe goed toegankelijk fietsenstallingen bij nieuwe ontwikkelingen moeten zijn, en of dit beveiligde stallingen moeten zijn. In Referentiesituatie 1 zal de verdere verstedelijking en groeiend autogebruik vooral in en rond het centrumgebied zorgen voor een extra vraag naar parkeerplaatsen, voor zowel auto’s als fietsen, met het risico dat het ten koste gaat van de openbare ruimte en de ruimtelijke kwaliteit. Bij verdichting moeten volgens de parkeernormering wel voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, maar als op eigen terrein hiervoor onvoldoende ruimte is mag dit ook (deels) op de openbare straat worden opgelost. Privéparkeerplaatsen mogen worden gerealiseerd, dubbelgebruik van parkeerplaatsen waardoor de ruimte efficiënter kan worden benut, kan niet worden afgedwongen. Wel zijn er diverse initiatieven om met dubbelgebruik van parkeerplaatsen en parkeren op afstand in de openbare ruimte minder auto’s te laten parkeren zodat de ruimtelijke kwaliteit kan toenemen. Het is nog de vraag of zich dit in de toekomst verder gaat voortzetten. In het beleid zijn geen concrete eisen gesteld aan voldoende goed toegankelijke beveiligde fietsenstallingen (ook voor elektrische fiets en speed pedelec) bij voorzieningen, werkplekken en woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1e79c6b8-a80c-4c20-82c6-9aa90580437b