3 - 0 - Ruimtelijke onderbouwing Bopa Sikkes_Zwolle
Tekst van het document
Ontwikkelingsperspectief Stedelijke netwerken De provincie onderscheidt in de Stedelijke Omgeving drie ontwikkelingsperspectieven, ieder met een eigen accent: 1. stedelijke netwerken als motor 2. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus 3. hoofdinfrastructuur: vlot en veilig 1. Stedelijke netwerken als motor Het accent Stedelijke netwerken als motor omvat de drie stedelijke netwerken in Overijssel: Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Cleantech Regio Deventer. Van de ruimtelijke kwaliteitsambitie staat in dit ontwikkelingsperspectief voorop: de ambitie Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus, elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur. In de provinciale verordening is hieraan gekoppeld dat ruimte is voor woningbouw voor (boven)regionale behoefte in de stedelijke netwerken mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Binnen het stedelijk netwerk wordt specifiek aandacht besteed aan woon- en werklocaties. In en rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren).
Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met 29
risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toets aan initiatief Het plangebied valt binnen het stedelijke netwerk Zwolle-Kampen en geeft invulling aan de ambitie om op basis van transformatie op een duurzame wijze woningbouw (in combinatie met detailhandel) toe te voegen. Hierbij worden, gezien de gedifferentieerde omvang van de appartementen, verschillende doelgroepen binnen de woningmarkt bediend. Het bedienen van deze doelgroepen past, zoals eerder onderbouwd, binnen de regionale woningbouwafspraken. 2. Steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus Het ontwikkelingsperspectief ‘Steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus’ omvat de steden in Overijssel die niet binnen de drie stedelijke netwerken vallen en de dorpen in Overijssel. Toets aan initiatief Aangezien voorliggend plangebied binnen het stedelijk netwerk Kampen-Zwolle valt, is dit ontwikkelingsperspectief niet van toepassing. 3. Hoofdinfrastructuur: vlot en veilig Van de ruimtelijke kwaliteitsambities ligt in dit ontwikkelingsperspectief de nadruk op de ambitie om het contrast tussen dynamische en luwe gebieden te versterken.
Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: -
zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem
Toets aan initiatief Gezien de binnenstedelijke ligging van het plangebied is dit ontwikkelingsperspectief niet relevant voor dit plan. Gebiedskenmerken De provincie wil nieuwe ruimtelijke opgaven verbinden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken spelen zo een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken verstaat de provincie de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. De provincie onderscheidt de gebiedskenmerken in vier lagen: 1. 2. 3. 4.
de natuurlijke laag de stedelijke laag de laag van de beleving de laag van het agrarisch cultuurlandschap
Voor onderliggend initiatief is alleen de stedelijke laag van belang. Dit vanwege de binnenstedelijke ligging van het plangebied.
30
Stedelijke laag De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. Toets aan het initiatief Het plangebied valt binnen de ‘historische centra binnensteden’ en de ‘bestaande woonmilieus binnen de stedelijke netwerken’. Binnen de ‘historische centra binnensteden’ dienen de kwaliteiten en kenmerken van de betreffende binnenstad beschermd te zijn. Daarvan is sprake, aangezien bij de uitwerking van de plannen de historie en ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving als uitgangspunt is genomen. Ten aanzien van de ‘bestaande woonmilieus binnen de stedelijke netwerken’ geldt dat gezorgd moet worden voor een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief). In dit hoofdstuk wordt uiteengezet in hoeverre wordt voorzien in een behoefte. Het plan is op basis van voorgaande in lijn met de doelstellingen ten aanzien van de stedelijke laag.
4.2.3 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Woningbouwontwikkeling op inbreidingslocaties (in de vorm van binnenstedelijke transformatie) is een actueel onderwerp in de verordening. Binnen de Omgevingsverordening wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. In voorliggend initiatief wordt hier aan voldaan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.2.4 Woondeal West Overijssel Om het huidige woningtekort aan te pakken, is het noodzakelijk de komende jaren versneld meer woningen bij te bouwen. Met het programma Woningbouw zet de minister voor VRO nationaal in op de bouw van in totaal 900.000 woningen tot en met 2030. Het streven is dat ten minste twee derde van deze nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. In de Woondeal West-Overijssel zijn specifieke afspraken gemaakt over de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in West-Overijssel. In Zwolle moeten 12.000 nieuwbouwwoningen komen. Voorliggend plan draagt hieraan bij.
31
4.2.3 Conclusie Toets het plan aan voorgaand beleid en licht toe of het plan wel/niet hierbinnen past. Plan specifiek
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van morgen 2030’ (2021) Inleiding De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en kernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. ‘De drager’ van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk ‘fundament’, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het ‘Huis van Zwolle’ te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: -
Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.
Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
32
Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle. Ruimtelijke koers Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad. 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden: - Ruimte voor een leefbare stad - Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. - 1.000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen - Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. - Met 1.000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur.
Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. - Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid - Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist. - Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio 33
-
De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/ecommerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema’s.
Relatie met initiatief Met voorliggend plan wordt bijgedragen aan de opgave om jaarlijks 1.000 woningen te bouwen. Dat gebeurt op basis van inbreiding, waarbij bovenop bestaande bebouwing een gevarieerd aanbod van koopwoningen wordt gerealiseerd. Daarnaast ontstaat door het toevoegen van de woningen een mix van wonen en werken in het Broerenkwartier. Het vergroot de leefbaarheid van het gebied. De Zwolse strategische ontwikkelzones Er is een drietal strategische ontwikkelzones met daarbinnen diverse gebieden die (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad: de StadsKrans. 2. De zone verbonden aan de stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen: de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee. 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad: de StadsRand. Voorliggend plangebied maakt onderdeel uit van de historische binnenstad en ligt daardoor in de stadskrans. De bijzondere kwaliteiten van de prachtige maar kleine historische kern wil de gemeente behouden. Bij het ontwerpen van de buitenruimte is en wordt de standaard van de binnenstad aangehouden.
De kwaliteit laten we ook terugkomen in de opzet van de nieuwe gebieden en de gebouwen die worden gemaakt. In de gebiedsgerichte benadering vanuit de Stadskrans stuurt de gemeente op een innige relatie met de historie. Zo worden oude en nieuwe kwaliteiten via de openbare ruimte en via gebouwen aan elkaar gesmeed. De aandacht voor samenhang en ruimtelijke kwaliteit van de Stadskrans leidt tot een rijker aanzien. Dat is de gemeentelijke ambitie. De Stadskrans is belangrijk voor nieuwe woningen, vooral in een stedelijke setting. Plannen zijn in voorbereiding aan de Schuttevaerkade, Weezenlanden noord, aan de Burgemeester Drijbersingel (locatie vastgoed Rijksvastgoedbedrijf), het Broerenkwartier, de Veemarkt en de Bagijneweide. Voorliggend plan is hier onderdeel van en draagt bij aan de gemeentelijke ambities. Visie op hoogbouw Voor de verdere verdichting biedt hoogbouw een oplossing. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet. In de omgevingsvisie is specifiek aandacht besteed aan hoogbouw. Doordat de gemeente 6.000 nieuwe woningen wil bouwen voor 2030 in de bestaande stad spreken we van verdichting: op hetzelfde totale oppervlak komen meer woningen. En dus ook meer mensen, meer auto’s, fietsen en meer behoefte aan groen en buitenruimte. Meer woningen betekent dat er ook meer hogere gebouwen bij komen.
Zo gaan gaat de gemeente ook slim om met de ruimte die we hebben. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet. Dat is de basis voor de visie op hoogbouw in de gemeente.
34
Onder hoogbouw verstaat de gemeente gebouwen hoger dan de gemiddelde kroonhoogte van de bomen. Ongeveer 25 meter of te wel ongeveer 8 bouwlagen. Vanaf deze hoogte is het belangrijk om effecten op de omgeving in beeld te brengen. Bij gebouwen tussen 45 en 70 meter spreek je echt van hoogbouw. Deze bepalen mede het aanzicht van de stad en geven een beeld van de stedelijkheid en de allure van een specifiek gebied. In de ruimtelijke visie is een aantal ontwikkelzones in de stad aangegeven. De visie op hoogbouw haakt aan op deze zones. Zoals hiervoor aangegeven ligt het plangebied binnen de historische binnenstad. Nieuwe gebouwen mogen in deze zone niet hoger worden dan deze hoogte van 35-45 meter. Voorliggend plan is minder dan 35 meter. Hoogte is niet de enige eis. Zichtlijnen op Peperbus moeten behouden blijven en dus vrij van hogere gebouwen. Omdat hoogbouw hier het beschermde stadsgezicht aanraakt, gelden hier specifieke architectonische uitgangspunten: -
verticaliteit in de gevelopbouw ambachtelijke materialen menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de opbouw onderzoek verrichten naar schaduwwerking en windval (hoogbouw effectrapportage >25 meter) uitnodigend om aan te raken door gebruik van bepaalde materialen, zoals hout en baksteen. een kenmerkende dak beëindiging, variatie op kappen balkons hangend aan de gevel, loggia’s vermijden levendige begane grond of plint mix aan functies
Relatie met initiatief Voorliggend plan voorziet in bebouwing tot minder dan 16 meter hoog. Het plan voldoet hierdoor aan de hiervoor gestelde gemeentelijke Visie op hoogbouw. Maar ook aan de overige criteria voldoet het plan: -
de gevelopbouw van de gebouwen is verticaal er wordt gebruik gemaakt van ambachtelijke materialen het plan voorziet in variatie in kappen, mede in relatie tot de omgeving er is sprake van een levendige begane grond door de aanwezigheid van een commerciële plint, waardoor sprake is van een mix van functies in het pand
Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan aansluit op de Omgevingsvisie en als onderdeel daarvan op de Visie op hoogbouw. Raamwerken Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende
35
raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Gebiedsprofielen In de omgevingsvisie zijn gebiedsprofielen opgenomen. De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de betreffende gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: -
Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven.
De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Vertaling naar plangebied In de Omgevingsvisie ligt het plangebied in het gebiedsprofiel ‘Dynamisch centrum’. Dit is het centrumgebied van de stad Zwolle (binnenstad, schil om de binnenstad, Zwartewaterkwartier, onderwijscampus Windesheim, Spoorzone en Hanzeland) met een stedelijke sfeer en een functie voor de hele stad en regio. Op de volgende afbeelding is dat weergegeven.
36
Door de mix aan voorzieningen in combinatie met unieke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is dit gebied van belang om beleving en ontmoeting voor bewoners, bezoekers en werknemers te faciliteren. In deze gebieden ligt het accent op het toevoegen van stedelijke dynamiek. Het streven is om de dynamiek van de binnenstad verder uit te breiden naar de schil daaromheen, het Zwartewaterkwartier, delen van Voorsterpoort, de Spoorzone, Hanzeland en de campus Windesheim. Dit door de intensiteit en diversiteit aan functies te verhogen. Het gebied kent een hoge kwaliteit van de buitenruimte met het accent op langzaam verkeer. In de omgevingsvisie is voor het dynamisch centrum het volgende streven geformuleerd: -
-
Garanderen van optimale bereikbaarheid voor alle vervoersmiddelen (auto, openbaarvervoer, fiets en lopend). Aantrekkelijke buitenruimte en hoge ruimtelijke kwaliteit, waardoor beleving en ontmoeting in gebouwen en buitenruimte gestimuleerd worden; Zorgvuldig gebruik en hergebruik van cultureel erfgoed. Cultuurhistorie (ook archeologie) koesteren we en vormt een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Toevoeging van ruimtelijke kwaliteit, een mix van functies en goede verbindingen (micro en macro niveau) zijn leidend in dit gebied. Transformatie en vernieuwing van het centrumgebied kan een impuls geven aan aangrenzende bestaande wijken zoals Kamperpoort, Assendorp en Diezerpoort. Slimme vormen van vergroenen (behoud en uit breiding) zowel in openbare als private ruimte zijn nodig om water op een goede wijze op te vangen en af te voeren, de biodiversiteit te vergroten en om hittestress tegen te gaan.
Voorliggend plan ligt in de binnenstad. Het gebied is op basis van verschillende vervoersmiddelen goed bereikbaar. Binnen het plangebied is sprake van voldoende fietsenbergingen en ook bevinden zich in de binnenstad voldoende parkeermogelijkheden voor auto’s. Het plan voorziet in het toevoegen van groen in het aangrenzende openbaar gebied waardoor de (be)leefbaarheid van het gebied wordt vergroot. Bij de planbeschrijving is dit nader toegelicht. Het toevoegen van woningen draagt daar eveneens aan bij. De ruimtelijke en functionele opwaardering van het pand draagt, zoals eerder beschreven en ook expliciet benoemd in de Omgevingsvisie, bij aan de verbetering van de verbinding tussen het Broerenplein en de Nieuwstraat, maar ook met overige delen van de stad buiten de gracht. Door een verruiming van het woningaanbod wordt Zwolle aantrekkelijker als woonstad. Dat straalt de stad nationaal reeds uit. Daarnaast worden op regionaal niveau woningbouwafspraken gemaakt waar
37
onderliggend plan invulling aan geeft. Het gegeven dat het plan duurzaam wordt gerealiseerd (benutten van een bestaand pand, technische toepassingen en gasloos) draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Verder is er landelijk sprake is van een nieuwe trend dat mensen in of nabij de binnenstad. Hier geeft voorliggende ontwikkeling invulling aan. De gemeente Zwolle richt zich op het grootstedelijk ontwikkelen (waaronder in de vorm van woningen) van het centrumgebied. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past binnen de ambities uit de omgevingsvisie.
4.4.2 Ontwikkelprogramma ‘Ons Stadshart van Morgen’ Het ontwikkelingsprogramma ‘Ons stadshart van Morgen' richt zich daarom op het verder versterken van de economische en culturele positie van Zwolle en het creëren van een meer groene, aantrekkelijke en toekomstbestendige centrum-binnenstad voor zowel haar inwoners als (internationale) bezoekers. Het stadshart krijgt een forse impuls; meer ruimte voor voetgangers en fietsers, bereikbaar, compact, veilig, gastvrij, groen én toegankelijk voor iedereen. En blijven vasthouden aan onze kenmerkende identiteit en eigenheid. Aan het Ontwikkelprogramma is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Hierin staat concrete projecten benoemd die invulling geven aan de ambities zoals opgenomen in het ontwikkelingsprogramma ‘Ons stadshart van Morgen'. In het uitvoeringsprogramma is aandacht voor woningbouw, waarbij de volgende ambitie is geformuleerd: Wonen in het Stadshart wordt steeds aantrekkelijker. Daarbij zetten we in op lage parkeernormen en zoeken we de samenhang met de geplande en bestaande mobiliteitshubs. Voormalige fabrieksterreinen, een ziekenhuisterrein, lege parkeerterreinen en gebouwen die hun functie hebben verloren, zijn getransformeerd naar woonlocaties voor Zwollenaren en nieuwe bewoners van onze stad. Diverse grote bouwprojecten zijn opgestart. Zo wordt er op dit moment gebouwd in het Broerenkwartier.
Circa 300 woningen en andere functies zoals horeca, retail, hotel en cultuur worden hier gerealiseerd. Andere voorbeelden van grootschalige woningbouwprojecten in het Stadshart zijn Weezenlanden Noord, de Schuttevaerkade en de transformatie van het oude KPNgebouw nabij de Westerlaan. In het Noorderkwartier is het doel om een gemengd gebied te ontwikkelen, met een groot aantal voorzieningen en ruim 500 woningen. Daarnaast wordt aangegeven dat het Broerenkwartier prioriteit heeft, onder andere in aansluiting op omliggende delen van de binnenstad. Voorliggend plan draagt bij aan de ambitie door in de vorm van woningbouw een impuls te geven aan het Broerenkwartier.
4.4.3 Gemeentelijke Woonvisie ‘Ruimte voor Wonen’ 2017-2027 Met de Woonvisie Zwolle ‘Ruimte voor Wonen 2017 – 2027 ’ wil de gemeente onderbouwd en in samenwerking met alle woonpartners beter kunnen sturen op gezamenlijke ambities voor Wonen in Zwolle. Als gevolg van landelijke trends en veranderingen in de samenleving en in (woning)wetgeving zal anders naar de nieuwe woonopgaven moeten worden gekeken. De transitie van de zorg, het langer zelfstandig wonen, de duurzaamheidsagenda en de sterke huishoudensgroei vergroten de druk op de 38
woningvoorraad. In de Woonvisie zijn de ambities en opgaven beschreven waar Zwolle de komende jaren aan zal werken. Ambities In de Woonvisie zijn de volgende ambities beschreven: 1. Sterke groeistad Om Zwolle als vitale en aantrekkelijke groeistad in de regio verder te ontwikkelen is een nieuwe stap naar verstedelijking nodig. Om duurzaam te kunnen groeien, moet de gemeente keuzes maken voor inbreiding, (hoog)stedelijkheid en functiemenging op daarvoor geschikte (centrum)locaties. 2. Vernieuwende woonstad Zwolle wil ruimte bieden voor vernieuwing, eigenheid en creativiteit. Ruimte voor diverse doelgroepen en ondernemers, particuliere initiatiefnemers, marktpartijen en corporaties om invulling te geven aan vernieuwend wonen in de stad. Een veranderende huishoudsamenstelling (kleiner) en vergrijzing vragen ook om vernieuwing. 3. Solidaire leefstad Zwolle is een stad van verbinders. De stad biedt ruimte om elkaar op te zoeken, samen te leven en te zorgen. Zwolle wil werken aan solidaire wijken en levensloopbestendige woningen waardoor mensen langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. 4. Duurzame Deltastad Nieuwe woningen en wijken worden water robuust, energieneutraaal en klimaatadaptief ontwikkeld. Het maakt de stad op langere termijn beter bestand tegen hitte, droogte en regen en leidt tot een duurzamer en efficiënter gebruik van water.
Relatie met initiatief Voorliggend initiatief geeft invulling aan voorgaande ambities. Het initiatief draagt zowel kwalitatief als kwantitatief bij aan de groei van de stad. Kwantitatief door het aantal woningen (19), kwalitatief door de verscheidenheid aan omvang van appartementen en de duurzame wijze waarop het plan onder architectuur wordt ontwikkeld.
4.4.4 Ontwikkelstrategie wonen 2019-2024 In de Woonvisie ‘Ruimte voor Wonen’ (2017-2027), is de groei van Zwolle tot 2040 geraamd op 10.000 huishoudens. Sinds 2017 groeit Zwolle echter veel sneller, met gemiddeld 1.000 woningen per jaar in plaats van de voorspelde 600 woningen. Deels is sprake van een inhaalvraag, maar de gemeente constateert ook een groeiende behoefte naar stedelijk wonen en een trek uit de Randstad naar andere grote steden met goede verbindingen over weg en spoor zoals Zwolle. De landelijke trend naar stedelijk wonen en de overloop van de Randstad betekenen dat Zwolle serieus rekening moet houden met een hogere groei dan in de Woonvisie. In Zwolle is sprake van een overspannen woningmarkt, waardoor de kwalitatieve groei van een inclusieve stad onder druk staat en de beschikbaarheid van betaalbare woningen is afgenomen. De niet goed functionerende markt vertaalt zich vooral in een veel grotere vraag naar (stedelijke)woningen. De oplossing voor de stijgende woningprijzen en de toegankelijkheid van de woningmarkt zit dan ook met name in het creëren van nieuw aanbod. In de 39
Ontwikkelstrategie wonen 2019-2024 en in de omgevingsvisie 'Ons Zwolle van morgen 2030 is daarom rekening gehouden met een groei van 1.000 woningen per jaar. Een uitdaging voor Zwolle is dat de huidige woningvraag grotendeels binnenstedelijk moet worden opgelost, maar het huidige aanbod aan centrumstedelijke woonmilieus beperkt is. Over het algemeen is er schaarste aan binnenstedelijke en centrumstedelijke locaties. Gelet op de huidige krapte op de woningmarkt in Zwolle moet goed worden gekeken waar huidige bebouwing kan worden verdicht en waar mogelijkheden zijn voor transformatie van winkels, kantoren en werklocaties. In de binnenstad van Zwolle wordt sterk ingezet op de woonfunctie om de stad en de schil levendig te houden. Een centrumstedelijk woonmilieu sluit aan bij de behoefte van jongeren en alleenstaanden, maar ook van ouderen. De totale stedelijke woon-mix bestaat uit de verdeling in prijs van 30% goedkoop, 40% middelduur en 30% duur. In de Betaalbaarheidsagenda 2022 is deze 30-40-30-verdeling nader gespecificeerd. De gemeente wil strategisch programmeren en voorzien in een evenwichtig programma in de stad en de wijken. Tegelijkertijd wil de gemeente ook rekening houden met de marktvraag en ook wat het gebied nodig heeft om toekomstbestendig en vitaal te blijven.
Tot slot heeft de gemeente als doel dat gebieden complementair aan elkaar kunnen zijn in kwaliteit en diversiteit. Daarom verwacht de gemeente dat de verdeling 30-40-30 als (gemiddeld) streven bij nieuwbouw realistisch is, maar ook afhankelijk van het aantal, de ligging van de ontwikkellocatie en het woningaanbod in de omgeving. In de ‘Woningmarktanalyse 2017 - 2032 Uitkomsten op wijkniveau’ is voor de binnenstad aangegeven dat de samenstelling van de huishoudens verandert, de bevolking van de Binnenstad veroudert wat. Het aantal jonge huishoudens in de leeftijd tot 30 jaar neemt af, terwijl het aantal huishoudens in de leeftijd van 30 tot 65 jaar juist toeneemt, met name het aantal alleenstaande huishoudens in deze leeftijdscategorie. Ook het aantal ouderen in de Binnenstad neemt de komende jaren toe. Gezien deze ontwikkelingen moet het accent voor de komende jaren liggen op het in beperkte mate toevoegen van kleinere appartementen. Relatie met initiatief Voorliggend plan in de vorm van 19 appartementen in de Zwolse binnenstad, voorziet in de groeiende vraag naar stedelijk wonen. Door de binnenstedelijke ligging geeft het plan invulling aan het vergroten van de dichtheid, waarbij de combinatie met andere stedelijke functies bijdraagt aan de levendigheid van de binnenstad.
Gezien de binnenstedelijke ligging van het plangebied en de omvang van de appartementen, bestaat de doelgroep voornamelijk uit één- en tweepersoons huishoudens. Het programma van de 19 appartementen bevindt zich in de koopsector. Gezien de grote hoeveelheid goedkope (sociale) huur in de binnenstad zijn koopwoningen gewenst om een goed evenwichtig en gevarieerd woningaanbod te hebben op gebiedsniveau. Afstemming met Zwolse corporaties en de gemeente hebben er toe geleid dat in voorliggend plan geen sprake hoeft te zijn van sociale huurwoningen.
4.4.5 Verstedelijkingsstrategie Zwolle In de periode tot 2040 zullen er in de regio Zwolle minimaal 50.000 woningen worden gerealiseerd. Het klimaatadaptief accommoderen van deze groei, mét behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van 40
de leefomgeving, de bereikbaarheid en haar economie, is een integrale opgave die vraagt om keuzes in een langetermijnstrategie. De verstedelijkingsstrategie adresseert 7 ontwikkelprincipes voor de verstedelijkingskoers van de regio. In deze koers staan ‘Warme harten’ centraal. Zwolle is daarbij het stedelijke Warme Hart van de regio. De strategie van ‘Warme Harten’ bouwt voort op het uitgangspunt dat als je bouwt waar de mensen al zijn, dit als hefboom kan werken voor de grote opgaven in die bestaande gebouwde omgeving. Nieuwbouw zal zo bij moeten dragen aan de sociale samenhang, economisch draagvlak, de mobiliteitstransitie en de opgaven van klimaatadaptatie en energietransitie. Deze strategie maakt lokaal maatwerk mogelijk zodat zowel nieuwe als bestaande inwoners van de investeringen profiteren. Met voorliggend plan wordt hier invulling aan gegeven. Er wordt gebouwd op een plek waar mensen al zijn (het centrum) en zorgt binnen het Broerenkwartier voor sociaal en economisch draagvlak.
4.4.6 Welstandsnota Het doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Binnen de welstandsnota ligt het plangebied binnen het toetsingskader van de het gebied ‘Binnenstad, binnen de stadsgracht’. Voor dit gebied geldt het volgende beleid: -
Het niveau van de welstandstoetsing is hoog. Het beleid is gericht op het behouden en herstellen van de cultuurhistorische karakteristieken van de ruimtelijke structuur, de openbare ruimte en de bebouwing. De specifieke historische kenmerken van de ruimtelijke structuur en de openbare ruimte van de binnenstad vormen de uitgangspunten voor herstel en nieuwbouw. Voor de gebieden die zijn aangetast door grootschalige ingrepen wordt gekozen voor kwalitatief herstel. Bij herstel en nieuwbouw behouden van de individuele opzet van de bebouwing en de relatie met de openbare ruimte. Aandacht voor zorgvuldige detaillering en ambachtelijke materialen, waarbij de historische stijlkenmerken van de binnenstad de inspiratiebron vormen. Een eigentijdse vormgeving is hierbij zeker niet uitgesloten.
Relatie met het plan Bij het tot stand komen van de plannen is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden en kenmerken van het Broerenkwartier. De ligging in relatie tot de Thorbeckegracht en het kernwinkelgebied zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Voor een nadere toelichting op het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Daarbij is beschreven en gevisualiseerd dat het plan architectonisch aansluit op de omgeving. Het plan speelt op eigentijdse wijze in op de schaal en maat van de (historische) binnenstad, onder meer door een variatie in volumes (qua breedte en hoogte) en door de voorgestelde architectuur, materialen en kleuren. Het plan zorgt voor een gewenste positieve impuls en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Het plan is hiermee in lijn met de gemeentelijke welstandsnota. Welstandscommissie van het Oversticht heeft aangegeven dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand.
41
Conclusie Het voorziene bouwplan is in lijn met het geldende welstandsbeleid. Het plan voorziet in een eigentijdse architectuur met behoud van cultuurhistorische waarden en kenmerken van het Broerenkwartier.
4.4.7 Visie Broerenkwartier (2017) Zwolle heeft de ambitie om de meest aantrekkelijke binnenstad van Noordoost Nederland te worden en te blijven. Daarvoor moeten de komende jaren keuzes worden gemaakt, onder andere ten aanzien van de ontwikkeling van het Broerenkwartier. De door de gemeenteraad op 12 juni 2017 vastgestelde visie op het Broerenkwartier geeft richting aan hoe de gemeente de ambitie hier kan waarmaken. In de voorgaande hoofdstukken is al een aantal keer geput uit het visiedocument. Daaruit komt naar voren dat onderliggend plan invulling geeft aan de algemene doelstelling om het Broerenkwartier te transformeren om ook op langere termijn voldoende flexibel en daarmee toekomstbestendig te kunnen zijn. Met als doel om een volwaardig onderdeel van de binnenstad te gaan vormen waar wordt gewerkt, gewoond en dat een aanvulling vormt op het terrassen en winkelaanbod van de rest van de historische binnenstad. Met het realiseren van woningen, een inpandige fietsenstalling en het toevoegen van groen in het aangrenzende openbaar gebied, in combinatie met detailhandel, wordt bijgedragen aan de ruimtelijke en functionele verbinding van dit deel van het Broerenkwartier met de rest van de binnenstad.
4.4.8 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving.
Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke
42
ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Bij de architectonische vormgeving van het plan is aansluiting gezocht met de bestaande stedenbouwkundige opzet van de binnenstad. De stedenbouwkundige en cultuurhistorische kwaliteiten van de binnenstad worden op een eigentijdse manier versterkt.
4.4.9 Verkeersbeleid Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat ervoor wordt gezorgd dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende weg worden genomen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.
Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.
4.4.10 Groenbeleid Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2021 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan 43
aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. In het kader van de inrichting van het plangebied en omgeving wordt rekening gehouden met de bomenverordening. Enkele bestaande bomen tegen de gevel van het pand aan de Nieuwstraat zullen verdwijnen. Daarvoor in de plaats worden nieuwe bomen geplant.
4.4.11 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Waterkwaliteit Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21 eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. e
Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze termijn kon worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, tot 2027. Worden de normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde plantenen dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat een goede ecologische toestand’. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater.
Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.
44
Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: -
vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.
Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Zwolle ligt in het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Het algemene beleid van WDOD is verwoord in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik.
Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota 'Water raakt!' door het Algemeen Bestuur vastgesteld en in 2021 geactualiseerd. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen.
45
Het waterschap heeft een beleid voor het bergen van water. Uitgangspunt van beleid is een berging vaneen T=100+10% bui (111 mm/48uur). In het kader van voorliggend plan is tussen initiatiefnemer en gemeente afgesproken infiltratie af te kopen. Gemeentelijk beleid De gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de Hemelwaterverordening van 2022. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 (GRP) ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Er is vanaf 5 oktober 2022 een hemelwaterverordening van kracht voor dit gebied. Vanuit de verordening is er een opgave voor de berging van 60 mm. De ontwikkellocatie ligt in een aandachtsgebied wat betekent dat in overleg met de gemeente kan worden gekeken naar de mogelijkheden en eventuele aanvullende voorwaarden. Het is een verplichting vanuit bouwbesluit om schoon en vuilwater gescheiden aan te bieden in de openbare ruimte op een door de gemeente te bepalen locatie. Hierover wordt in het kader van het plan met de gemeente gesproken. Ook heeft Zwolle een raamwerk klimaat- en watersysteem vastgesteld als onderdeel van de Omgevingsvisie van 2021. Bij de uitwerking van het plan wordt hier rekening mee gehouden.
4.4.12 Milieubeleid Algemeen Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema’s is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied worden hierna beschreven. Bedrijvigheid Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering.
Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 46
-
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. Geluid In de omgevingsvisie wordt beschreven dat rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle geluidzones zijn vastgelegd. Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. Het plangebied valt niet binnen geluidzones die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. De zones zoals opgenomen in de Omgevingsvisie hebben betrekking op gezoneerde industrieterreinen. Daar is in voorliggend plan geen sprake van. Luchtkwaliteit Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: -
voldoen aan wet- en regelgeving; anticiperen op de toekomst; knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid.
De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. Stikstof De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 inwerking is getreden, voorziet in een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om stikstofreductie te bereiken en de natuur te herstellen. In het kader van het plan is door middel van een AERIUS-berekening de stikstofemissie en -depositie van de aanlegfase en gebruiksfase bepaald. Hierover meer in hoofdstuk 5. Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: -
Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; 47
-
Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau.
Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Bodem Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle op 9 december 2008 een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijks gebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied wonen.
Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse wonen en industrie. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, is een bodemonderzoek (vooronderzoek NEN5725) nodig om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: -
Werken met ondergrondse bestemmingen / functies Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer 48
-
Bodemsanering gebiedsgericht benaderen Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte.
Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: -
Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning.
Duurzaamheids- en Energietransitie De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes. De gemeenteraad heeft op 17 juli 2017 haar ambities ten aanzien van de energietransitie vastgelegd. Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn en heeft tussendoelstellingen geformuleerd. Dat betekent voor de tussenliggende periode dat de hoeveelheid CO2-uitstoot in 2025 ten opzichte van 1990 gereduceerd wordt met 25 % en wordt 25 % van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt. Tevens is Zwolle voornemens deze energietransitie in te zetten als katalysator voor economische en sociale meerwaarde. Om deze doelstelling te bereiken zal gestreefd moeten worden naar energie neutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardgas voor ruimteverwarming.
Conclusie algemeen milieubeleid Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in hoofdstuk 5.
4.4.13 Duurzaam bouwen In januari 2007 heeft de gemeenteraad de ‘Beleidsvisie Duurzaam Bouwen’ vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden. Duurzaam bouwen heeft betrekking op de thema's energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het minimaal te bereiken niveau van kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties komt overeen met de toepassing van de vaste, kosten neutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteits)bouw (maatregelen, die altijd technisch
49
goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn). Voorliggend plan wordt uitgevoerd overeenkomstig dit gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Het bouwplan voorziet in voorzieningen die bijdragen aan het onderwerp ‘Duurzaamheid en energie(transitie)/CO2 reductie’. Het installatieconcept zal voorzien in een warmtepomp, wtw en een boiler. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het realiseren van zonnepanelen op het dak.
4.4.14 KEC KEC staat voor Klimaat adaptief, Energieneutraal en Circulair. De gemeente Zwolle heeft beleid geformuleerd om bij nieuwe ontwikkelingen waar mogelijk aan te sluiten bij deze aspecten. Bij onderliggend plan wordt invulling gegeven aan dit beleid. Klimaatadaptief De deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie geeft aan dat Nederland in 2050 water-robuust en klimaatbestendig is ingericht. Het college heeft klimaatadaptatie en energietransitie benoemd als speerpunten voor de toekomstige stad Zwolle waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. Zwolle wil kloploper zijn in het praktisch maken van de deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie en ziet klimaatadaptatie als kans om te innoveren en als verdienmodel. De gemeente wil hieraan invulling geven door samen met partners in de stad, denkend vanuit de generieke opgaven (klimaatadaptatie), bij ruimtelijke ontwikkelingen te zoeken naar mogelijkheden om meerwaarde robuustheid (of veerkracht) en een aantrekkelijk stadsklimaat te creëren. Een klimaatadaptieve omgeving is een leefomgeving die toekomstbestendig is. Dat wil zeggen voorbereid op hoogwater, bestand tegen langdurige droge periodes, om kunnen gaan met hevige regenval en voldoende resistent tegen hittestress. Het plangebied wordt vergroend middels het realiseren van groen in het aangrenzende openbaar gebied.
Deels op het Weversgildeplein, deels als onderdeel van de totale herinrichting van de Nieuwstraat. Dit groen maakt het plangebied minder gevoelig voor hittestress én draagt bij aan de opvang van hemelwater. Energieneutraal Zwolle onderkent de energietransitie als een belangrijke nieuwe opgave. De gemeenteraad van Zwolle heeft bij het vaststellen van de Agenda Duurzaamheid in 2015 bepaald dat Zwolle op termijn energieneutraal wil zijn. Dit gelet op de ambities en doelstellingen in EU-verband, in het SER Energieakkoord, de klimaatconferentie van Parijs én meest recent tijdens de Nationale Klimaattop. Het is daarom van belang om in de verkenning te bezien hoe de beoogde herontwikkeling energieneutraal uitgevoerd kan worden. Dat wil zeggen dat de aan het gebouw gebonden energiegebruik en het huishoudelijke energiegebruik duurzaam worden opgewekt. Dit kan door: -