CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Het Vergunningen, Toezicht en Handhaving beleidsplan Wabo thuistaken 2021-2022.

Raad Besluitvormingsronde 14 juni 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: VTH beleidsplan Wabo thuistaken 2021-202232.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.1

6.1.3.

7. Ambtshalve handhaving 1.1. Het 7.1. Aantal ingezette bevorderen van de handhavingsacties, kwaliteit van de inclusief aard fysieke overtreding en ingezette leefomgeving, sanctie. veiligheid, leefbaarheid en

59

•

50% van de controles is akkoord (handhavend optreden is niet nodig). • 80% van de vergunninghouders/melders leeft de voorschriften volledig na nadat er voor de eerste keer is ingegrepen (waarschuwing/ voornemen last). We hebben met niet meer dan 5 veelplegers van doen.

n.v.t.

102

-

-

8.1

Excessieve situaties; Situaties waarbij erger kan worden voorkomen (bijv. door opleggen bouwstop); Aantasting monumenten.

Het behandelen van formele Handhavingsverzoeken en klachten en meldingen van inwoners en ondernemers. Deze klachten en meldingen komen via de informatieverzoeken op de website, contactformulieren vanuit het KCC en rechtstreeks telefonisch of via mail binnen.

gezondheid door het toetsen van plannen en meldingen aan de geldende regelgeving en daar waar mogelijk maatwerk te leveren.

6.1

8. Handhavingsverzoeken, meldingen en klachten 6.1.3. 1.1. Het 8.1. Aantal ontvangen en bevorderen van de afgehandelde kwaliteit van de handhavingsverzoeken, fysieke meldingen en klachten. leefomgeving, 8.2. Aard van de verzoeken, veiligheid, meldingen klachten leefbaarheid en (geregistreerd op gezondheid door wijkniveau). het toetsen van 8.3. Resultaat behandeling plannen en verzoeken, meldingen, meldingen aan de klachten (aantal niet in geldende behandeling genomen regelgeving en vanwege nietdaar waar ontvankelijk/prioritiet, mogelijk maatwerk aantal toegewezen en te leveren. afgewezen verzoeken).

60

100% van geprioriteerde strijdigheden. n.v.t.

n.v.t.

102

8.4. In geval van toepassing sanctie: type sanctie ((voornemen) last onder dwangsom, bestuursdwang, bestuurlijke boete). Inclusief het aantal (%) overtredingen dat binnen de begunstigingstermijn ordt hersteld.

3.3.2

80%

Kwaliteitsdoelen Zoals in hoofdstuk 5 van het algemene gedeelte van dit beleidsplan genoemd, wordt van ons een professionele kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken verwacht. Een instrument om deze kwaliteit te borgen en te bevorderen zijn de vanuit het Rijk vastgestelde kwaliteitscriteria. In dat kader heeft de raad in 2016 de Verordening kwaliteit omgevingsrecht gemeente Zwolle vastgesteld. In die Verordening is niet alleen de verplichting opgenomen om te voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria, maar ook om kwaliteitsdoelen vast te stellen en te monitoren. Het gaat om de volgende drie kwaliteitsdoelen: ➔ Dienstverlening; ➔ Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; ➔ Financiën. In het hiernavolgende komen wij tot een overzicht van de doelen en KPI’s voor wat betreft voornoemde kwaliteitsdoelen.

61

102

Nr.

Begrotings-doel(en)

1.1

6.1.3.

1.2 .

6.1.3.

1.3

6.1.3.

2.1

6.1.3.

.

Kwaliteitsdoel(en) (sub-doel(en))

KPI’s

1. Dienstverlening Inwoners/ondernemers/initiatiefnemers ontvangen snel reactie op een verzoek om informatie, anders dan een Wob-verzoek (telefonisch, mail, contactformulier). Aanvragen en meldingen worden binnen de wettelijk gestelde termijnen en correct (juridische en collegiale toets) afgehandeld.

Aantal werkdagen na ontvangst een reactie verzenden (kan ook procesantwoord zijn). Percentage waarin de beslistermijn wordt verlengd.

Na ontvangst van een klacht/melding wordt snel met de indiener contact opgenomen.

Aantal ingebrekestellingen wegens te laat beslissen, inclusief aantal keren dat de (maximale) dwangsom is verbeurd. Aantal rechtstreeks ingestelde beroepen wegens niet tijdig beslissen op een aanvraag. Aantal werkdagen tussen ontvangst en contact met indiener.

2. Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten Besluiten zijn van dusdanige kwaliteit dat deze Percentage bezwaar- en in rechte stand houden. beroepschriften dat ongegrond / niet-ontvankelijk is of wordt ingetrokken (uitgesplitst in vergunningverlening en handhaving).

62

Streefwaarde 5 werkdagen

Vergunningverlening: 50% Handhavingsverzoek: 30% 0

0

3

90%

102

2.2 .

6.1.3.

Klachten en meldingen worden geanalyseerd (trendanalyse t.b.v. projectmatig handhaven)

2.3 .

6.1.3.

Bij de toepassing van sancties, wordt gehandeld conform: • De LHS • Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen • Gedoogstrategie.

2.4

6.1.3

Toets- en toezichtsprotocollen worden consequent en consistent toegepast.

3.1

10.1.1.

3. Financiën We heffen kostendekkende leges.

Klachten- en meldingenanalyse is uitgevoerd Aantal keren dat is afgeweken van de strategieën / leidraad.

Jaarlijks voorafgaand aan vaststellen programma. Jaarlijkse analyse

Toepassing wordt jaarlijks geëvalueerd voorafgaand aan programmering.

Jaarlijkse analyse

Vastgestelde Legesverordening

100%

63

102

Operationeel beleidskader: Preventie, vergunningen- en naleefstrategie, toepassing kwaliteitscriteria

64

102

1

Inleiding

1.1.1

Operationeel beleidskader Zoals in hoofdstuk 1 van het ‘algemene deel’ van dit beleidsplan genoemd, wordt dit beleidsplan gevormd door een drieluik: het algemene deel, het strategisch beleidskader en dit operationele beleidskader. Dit drieluik haakt in elkaar en is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Uit dit operationele beleidskader volgt wat onze preventie-, vergunningen- en naleefstrategie is en staan wij stil de vraag hoe wij de kwaliteitscriteria toepassen bij de uitvoering van onze Wabo thuistaken.

1.1.2

Preventiestrategie De preventiestrategie is een overkoepelende strategie en vormt samen met de vergunningen- en naleefstrategie het operationeel kader voor dit VTH-beleidsplan. Bij preventie gaat het om het voorkomen van de aantasting van de leefomgeving en het ontstaan van (onaanvaardbare) risico’s. Het doel van een preventiestrategie is daarmee, het voorkomen van overtredingen van wet- en regelgeving door burgers, bedrijven en instanties.

1.1.3

Vergunningenstrategie De vergunningenstrategie zoals opgenomen in dit operationele beleidskader omvat een toetsstrategie en een toetsprocol activiteit bouwen, is algemeen van opzet en biedt de kaders, uitgangspunten en de keuzemomenten hierin. Voor vergunningverlening is het werken met een strategie nog geen gangbare praktijk zodat dit beleidskader daartoe de eerste stap vormt.

1.1.4

Naleefstrategie In de naleefstrategie staan we eerst stil bij de beginselplicht tot handhaven versus het stellen van prioriteiten. Vervolgens staan gaan wij in op onze toezichtstrategie, waarbij wij uiteen zetten hoe we toezicht houden op de uitvoering van verleende vergunningen, onze strategie als het gaat om het intrekken van vergunningen, toezicht op de bestaande bouw en het toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen. In de gedoogstrategie zetten wij daarna uiteen in welke gevallen wij niet toe komen aan handhavend optreden. In de sanctiestrategie hebben wij vervolgens vastgesteld wat onze prioritering is als het gaat om de behandeling van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken en wat onze keuzes zijn als het gaat om gebiedsgericht en themagericht handhaven.

1.1.5

Toepassing kwaliteitscriteria In paragraaf 5.2 van het ‘algemene deel’ van dit beleidsplan zijn wij al even kort ingegaan op de kwaliteitszorg en de landelijk geldende VTH- kwaliteitscriteria ten behoeve van de juiste uitvoering van de VTH- Wabo thuistaken. Van ons wordt immers een professionele

102

kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken verwacht maar tegelijkertijd hebben wij er steeds meer - en steeds complexere - taken bij gekregen. In hoofdstuk 5 van dit operationele beleidskader zetten wij daarom uiteen hoe wij de kwaliteitscriteria in de praktijk toepassen/borgen.

66

102

2

Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich enerzijds op het vergroten van kennis en bewustwording over welke regelgeving van toepassing is en voor welke activiteiten een melding of vergunning nodig is. Om (spontaan) aan deze regels te kunnen voldoen, moet immers bekend zijn welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het stimuleren van betrokkenen om aan de geldende eisen te voldoen. Wij zetten in ons VTH-beleid expliciet in op preventie, vanuit een goede voorlichting, communicatie en overleg. Uitgangspunt daarbij is dat de meeste initiatiefnemers en burgers bereid zijn om te voldoen aan de gestelde kaders en regels. Voorwaarde daarvoor is dat ze daarvan tijdig en goed op de hoogte zijn gebracht. In de contacten over VTH-aangelegenheden staat een klantgerichte, pragmatische en oplossingsgerichte benadering van burgers, bedrijven en belanghebbenden centraal. Dat vraagt ook om een goede afstemming tussen de diverse beleidsvelden. Met onze preventiestrategie proberen wij zoveel mogelijk het naleefgedrag te stimuleren. Op die manier voorkomen wij dat wij achteraf handhavend moeten optreden. Dat bespaart tijd en kosten voor de overtreders in spe en voorkomt/beperkt olievlekwerking. Wij ondernemen de hiernavolgende acties om het naleefgedrag te stimuleren.

2.1

Informeren Door actief te informeren over de geldende wet- en regelgeving proberen wij het naleefgedrag te stimuleren. Feit is namelijk dat veel strijdigheden ontstaan door onbekendheid met de geldende wet- en regelgeving – van kwade wil is veelal geen sprake. Wij informeren initiatiefnemers door hen de mogelijkheid te bieden om met ons in vooroverleg te gaan. Doel daarbij is om te kijken of er überhaupt een toestemming nodig is voor het plan en zo ja, wat de haalbaarheid van het plan is. Mocht blijken dat er nog haken en ogen aan het plan zitten, dan denken wij oplossingsgericht mee. Naast het vooroverleg - dat onze vergunningverleners verzorgen-, krijgen ook de toezichthouders de nodige informatieverzoeken. Deze informatieverzoeken worden allemaal beantwoord. In onze contacten zijn wij klantgericht, pragmatisch en oplossingsgericht en verliezen daarbij de toetsingskaders niet uit het oog. Deze inspanningen kosten de nodige tijd en inzet maar wij zijn er van overtuigd dat deze investering loont. Ten behoeve van de juiste uitvoering van de omgevingsvergunningen zetten wij bij grotere bouwwerken voorafgaand aan de bouw ook stappen. De toezichthouder maakt zichzelf actief kenbaar bij de vergunninghouder en verstrekt daarbij praktische informatie over de start bouw en de gereedmelding. In voorkomende gevallen wordt ook uitgelegd

67

102

wat verwacht wordt als het gaat om de constructieberekeningen, -tekeningen en de wapeningscontrole. Nieuwe of gewijzigde lokale regelgeving publiceren wij altijd op de voorgeschreven wijze. Daarnaast zijn het VTH jaarverslag- en programma voor een ieder te raadplegen. In voorkomende gevallen worden inwoners ook actief – bijvoorbeeld met behulp van een folder en/of informatieavond – op de hoogte gebracht van nieuwe of gewijzigde regels. Dit hebben wij bijvoorbeeld gedaan naar aanleiding van de gewijzigde regels rondom woonboten. De regels rondom woonboten zijn dusdanig gewijzigd dat alleen een publicatie van de regelgeving niet voldoende zou zijn om van degenen voor wie de regels gelden te mogen verwachten dat ze bekend zijn met de strekking van de nieuwe regels. Toezicht – en handhavingsacties kunnen in voorkomende gevallen op de nodige mediaaandacht rekenen. Hoewel van deze aandacht veelal een preventieve werking uit gaat, benaderen wij de media nooit over individuele handhavingsacties.

2.2

Heldere, gedragen regelgeving die naleefgedrag stimuleert We kunnen onze inwoners, bedrijven en andere initiatiefnemers alleen vragen gehoor te geven aan de wet- en regelgeving als deze handhaafbaar en begrijpelijk is. Daar komt bij dat het voor onze eigen geloofwaardigheid en om willekeur te voorkomen, van belang is dat wij de geldende wet- en regelgeving consistent uitleggen en consequent toepassen. Met andere woorden: de regels mogen niet of nauwelijks interpretabel zijn. Wij hebben daarbij hoog in het vaandel dat er ‘met één mond’ gesproken wordt. Ten behoeve van het (door) ontwikkelen van lokale regelgeving wordt daarom intern – en daar waar nodig extern - de brede afstemming gezocht. Daarnaast worden in voorkomende gevallen informatieavonden georganiseerd en belangenbehartigers geconsulteerd. Voor wat betreft de toetsing van de regels wordt er zoveel als mogelijk intern (tussen vergunningverleners, toezichthouders, planologen, enzovoort) en extern afstemming gezocht (denk bijvoorbeeld aan de provincie, het waterschap en de Omgevingsdienst). In het kader van ‘passende regels’ wordt bovendien, voordat het daadwerkelijk komt tot het (door) ontwikkelen van nieuwe regels, altijd kritisch getoetst of de regels écht nodig zijn. Het één en ander om een veelheid aan regels zoveel als mogelijk te voorkomen.

Om het naleefgedrag te stimuleren is het ook van belang dat de wet- en regelgeving daar op is afgestemd. Momenteel hebben wij in onze Legesverordening geen differentiatie vastgelegd als het gaat om de verlening van een toestemming naar aanleiding van een legalisatieonderzoek (naar aanleiding van handhaving). Overtreders zijn daarmee evenveel leges verschuldigd als aanvragers die de regels van meet af aan naleven. Logischerwijs volgt daaruit geen stimulans om de regels ‘spontaan’ na te leven, in tegendeel. Wij vinden dat niet wenselijk. Om die reden onderzoeken wij de mogelijkheid om in het geval aan een aanvraag/melding een handhavingsactie ten grondslag ligt, de verschuldigde leges te verhogen.

68

102

3

Vergunningenstrategie De vergunningenstrategie is een beslissingsondersteunend model bij het komen tot een bij de omgeving passend kader bij elk besluit. De vergunningenstrategie heeft de volgende doelen: • Vaststellen van uitgangspunten die bijdragen aan een goede fysieke leefomgeving, waaronder veiligheid en duurzaamheid; • Mogelijk maken van ruimtelijk-economische initiatieven met acceptabele gevolgen voor de fysieke leefomgeving; • Bij belangenafweging waar mogelijk rekening houden met de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de situatie; • Uniformeren van het proces van vergunningverlening ter vermindering van regeldruk; • Bieden van uitgangspunten voor het werken als één overheid; • Signaleren en verkleinen van het risico op latere omgevingsproblemen. Ons doel is een snelle afhandeling van meldingen en aanvragen en het opstellen van heldere, juridisch juiste besluiten binnen de daarvoor geldende wettelijke termijnen. Waar mogelijk worden procedures versneld, maar de kwaliteit moet gewaarborgd blijven in belang van zowel de aanvrager als de samenleving. Een heldere aanpak van vergunningverlening verkleint het risico op bezwaar en beroep en op uitvoeringsproblemen bij toezicht en/of handhaving.

Onder vergunningverlening verstaan we: - Het (gedeeltelijk) verlenen of (gedeeltelijk) weigeren van een omgevingsvergunning; - Het behandelen van een aanvraag, die voordat een besluit is genomen door de aanvrager wordt ingetrokken; - Het verlenen of weigeren van een afwijking/ontheffing; - Het behandelen van een melding; - Het opstellen van gelijkwaardigheid of nadere voorwaarde(n) (na invoering Omgevingswet maatwerkbesluit of maatwerkregel); - Het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb, na invoering Omgevingswet ‘bindend advies’); Het opstellen van een gedoogbeschikking is onderdeel van de gedoogstrategie (zie paragraaf 4.3 van hoofdstuk 4 van deze bijlage). Een gedoogbeschikking heeft een andere insteek dan een vergunning en valt daarmee onder de naleefstrategie. Onze vergunningenstrategie heeft betrekking op alle wet- en regelgeving waarvoor wij als gemeente binnen het domein van het omgevingsrecht bevoegd gezag zijn. De uitvoering is gericht op een integrale benadering van wetten en besluiten die vallen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), de Waterwet en de Wet natuurbescherming.

69

102

De Wabo bevat de grondslag voor de omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning kan betrekking hebben op één of meerdere activiteiten, zoals bouwen, ruimtelijke ordening, monumenten, sloop of kap. De vergunningenstrategie bestaat uit een toetsstrategie en een strategie voor het intrekken van omgevingsvergunningen en afwijkingen/ontheffingen. In dit hoofdstuk zal vooral worden ingegaan op de werkwijze rondom bouwen en ruimtelijke ordening.

3.1

Toetsstrategie Het bouwteam van de afdeling Fysieke Leefomgeving draagt zorg voor de vergunningverlening Wabo thuistaken. Zodra een formele aanvraag of melding wordt ingediend, zetten wij de toetsstrategie in. De toetsstrategie geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente invulling geeft aan de verschillende vormen van vergunningverlening. Algemeen uitgangspunt bij vergunningverlening is dat burgers en bedrijven verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. In deze toetsstrategie beschrijven wij welke vormen van vergunningverlening wij hanteren en welke werkwijzen wij bij daarbij toepassen. De soort toestemming, de indieningsvereisten, de te volgen voorbereidingsprocedure, de beoordelingscriteria en de termijnen zijn in de meeste gevallen wettelijk bepaald. Dat maakt dat er een beperkte vrijheid is in de wijze van uitvoering. De basiswerkwijzen zijn verder vastgelegd in een geautomatiseerd systeem IJssellandse VTH Informatievoorziening (IJVI), waarbij de processtappen worden doorlopen. Bij de toetsstrategie vergunningverlening:

onderscheiden

Trajecten/vormen vergunningverlening Meldingen

Vergunning(aanvraag) reguliere procedure

wij

een

aantal

trajecten/vormen

van

De melding kan door het bevoegd gezag niet geweigerd worden. Daarnaast is de beslissing tot acceptatie van de melding géén besluit als bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en staan hiertegen dan ook geen rechtsmiddelen zoals bezwaar open. Binnen maximaal 8 weken moet een besluit op de aanvraag genomen worden. eenmalig mag de beslistermijn met 6 weken worden verlengd. Bij gefaseerde aanvragen zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Bij de aanvraag van meervoudige (deel-

70

102

Vergunning(aanvraag) uitgebreide procedure

Nadere voorwaarden

)activiteiten is de deelactiviteit met de langste beslistermijn bepalend. Binnen maximaal 26 weken moet een besluit op de aanvraag genomen worden. Eenmalig mag de beslistermijn met 6 weken verlengd worden. Bij gefaseerde aanvragen zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Bij de aanvraag van meervoudige (deel)activiteiten is de deelactiviteit met de langste beslistermijn bepalend. Het stellen van nadere voorwaarden (na een melding) is een besluit in de zin van de Awb. Formeel geldt dit ook voor het opleggen van maatwerkvoorschriften en heeft echter betrekking op een milieutaak, die overeenkomstig het uniform regionaal beleid voor de basistaken door de omgevingsdienst wordt uitgevoerd. Dit valt dan ook buiten de reikwijdte van dit beleid.

Uit de Wabo en Awb volgt of voor de behandeling van de aanvraag de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Welke procedure moet worden gevolgd hangt af van de activiteit(en) die benodigd zijn voor het project. Voor de Wabothuistaken is in de meeste gevallen de reguliere procedure van toepassing. Na invoering van de Omgevingswet zal op nog meer aanvragen de reguliere procedure van toepassing zijn. Een veelvoorkomende misvatting is de stelling dat een aanvraag die onder de reguliere procedure valt, een eenvoudige aanvraag betreft. Deze conclusie is – mede door de verruiming van het wettelijk kader (m.n. kruimelgevallenregeling) – niet terecht. Een aanvraag die als regulier aangemerkt moet worden, kan zeer complex zijn. Integraal werken De Wabo (en straks de Omgevingswet) vraagt om een integrale, samenhangende beoordeling. Dit betekent dat wij initiatieven of (concept)aanvragen zo vroeg mogelijk integraal beoordelen. Dat geldt in ieder geval voor samengestelde aanvragen (een aanvraag voor twee of meer activiteiten, zoals bouw en afwijken bestemmingsplan, of bouw en milieu). Een belangrijk instrument voor het integraal werken bij vergunningverlening is casemanagement. Centrale rol casemanager De behandeling van een samengestelde of complexe aanvraag vindt plaats door een casemanager.

De casemanager is verantwoordelijk voor de integrale beoordeling van de aanvraag, het bewaken van overzicht over lopende procedures, het coördineren van

71

102

samenhangende besluiten, de voortgang/termijnbewaking en het uitzetten van adviesverzoeken bij interne en externe adviseurs. Verder is de casemanager het aanspreekpunt voor de aanvrager/melder en is deze verantwoordelijk voor het informeren van de aanvrager/melder. Kortom de casemanager vervult een centrale rol in het vergunningenproces.

3.1.1

Meldingen In het kader van deregulering zijn de afgelopen decennia diverse vergunningstelsels vervangen door een meldingsplicht, zoals de sloopmelding, de melding brandveilig gebruik op basis van het Bouwbesluit 2012 en de melding Activiteitenbesluit (milieu). Voor diverse activiteiten heeft de wetgever bepaald dat er algemene regels gelden en dat kan worden volstaan met het indienen van een melding bij het bevoegd gezag, meestal vier weken voor aanvang van de activiteit. Sloopmelding Met de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 is voor gebouwen en bouwwerken en het verwijderen van asbesthoudende materialen geen omgevingsvergunning voor de activiteit slopen meer nodig. Wel geldt een meldingsplicht, die niet valt onder de Wabo. In het Bouwbesluit 2012 zijn de procedurele voorschriften voor het indienen van een sloopmelding opgenomen, alsmede de gegevens en bescheiden die bij de melding verstrekt moeten worden (indieningsvereisten). Melding brandveilig gebruik/ gebruiksmelding In het Bouwbesluit 2012 zijn de procedurele voorschriften voor het indienen van een gebruiksmelding opgenomen, alsmede de gegevens en bescheiden die bij de melding verstrekt moeten worden (indieningsvereisten). De beoordeling van een sloopmelding asbest en melding Activiteitenbesluit (milieu) wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland.

Op deze taken is het uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2019 – 2021 (taken Omgevingsdienst IJsselland) van toepassing. Het bevoegd gezag heeft de taak om te beoordelen of voor de activiteit inderdaad volstaan kan worden met een melding (of dat alsnog een aanvraag om een vergunning moet worden gedaan) en of de melding volledig is ingediend. Indien een melding onvolledig is, is er in juridische zin geen melding gedaan; een onvolledige melding is geen melding. Vanuit het oogpunt dienstverlening stellen wij de indiener van de melding waar mogelijk in de gelegenheid om de melding compleet te maken door aan te geven welke stukken nog ontbreken. Bij een juist ingediende melding sturen wij een acceptatiebrief ter bevestiging dat volstaan kan worden met de melding. Hierbij attenderen wij op de algemene regels waaraan moet worden voldaan.

72

102

Wij kunnen handhavend optreden tegen het feit dat er geen melding is gedaan. Voor meldingsplichtige activiteiten verschuift het accent van de taken van de gemeente naar het uitvoeren van toezicht. Zie hiervoor de naleefstrategie.

3.1.2

Aanvraag omgevingsvergunning De algemene werkwijze bij een aanvraag omgevingsvergunning bestaat uit de volgende stappen: intake, toets ontvankelijkheid, inhoudelijke toets, opvragen adviezen (waaronder welstand), behandeling eventuele zienswijzen en besluitvorming. Bij de uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt als extra stap het opvragen van een vvgb (indien van toepassing) en het opstellen en ter inzage leggen van een ontwerpbesluit. Toets ontvankelijkheid Alle vergunningaanvragen worden getoetst aan de wettelijke indieningsvereisten. Het gaat om algemene eisen op grond van de Awb (zoals informatie over de aanvrager en de locatie en inhoud van het project) en activiteit specifieke eisen op basis van de weten regelgeving omgevingsrecht (zoals opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor), het Activiteitenbesluit, het Bouwbesluit 2012 en lokale verordeningen (zoals APV of Bomenverordening)). Voor de aangevraagde activiteit(en) doen wij een volledige toets op de indieningsvereisten. Hierbij maken wij gebruik van checklists in IJVI. Ook kijken wij of er activiteiten ontbreken die wel onderdeel moeten uitmaken van de aanvraag. Verder attenderen wij de aanvrager op overige toestemmingen die naast de aanvraag nodig zijn om met het project te starten. Als wij oordelen dat de vergunningaanvraag ontvankelijk is, nemen wij deze in behandeling.

Als de aanvraag niet-ontvankelijk is, stellen wij de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag compleet te maken. Wij streven er naar om zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag eventuele aanvullende stukken op te vragen. Ook beoordelen wij de ontvankelijkheid en inhoud zoveel mogelijk in één keer. Na een eerste verzoek om aanvullende gegevens waaraan geen of slechts deels gehoor aan is gegeven, doen wij geen tweede verzoek. Wel neemt de vergunningverlener waar mogelijk eerst contact op met de aanvrager om te horen waarom er geen aanvullende stukken zijn ingediend. Mocht blijken dat de aanvrager meer tijd nodig heeft voor de aanlevering van de stukken, dan kan op verzoek van de aanvrager nogmaals een redelijke termijn worden gegeven voor het aanleveren van de benodigde gegevens. Als wij niet tijdig de benodigde aanvullende stukken ontvangen, wordt de aanvraag buiten behandelen gelaten. Inhoudelijke toets Voor de inhoudelijke toets kijken we naar het kader, waaronder de beoordelingscriteria of weigeringsgronden, zoals die voor de betreffende activiteit zijn genoemd in de wettelijke voorschriften of lokale verordening(en). Bij enkele criteria is sprake van (enige) beoordelingsruimte en/of beleidsvrijheid. Hieronder gaan wij per activiteit nader in op de toetsingscriteria en het niveau van toetsing.

73

102

Ruimtelijke ordening Wij toetsen een aanvraag omgevingsvergunning (bouw, handelen in strijd bestemmingsplan, uitvoeren werk of werkzaamheden (aanleg), sloop, kap) aan het geldende bestemmingsplan. Wanneer een aanvraag niet voldoet aan de hierin opgenomen bouw- en/of gebruiksregels, dan wordt de aanvraag door de vergunningverlener ingebracht in het bouwplanoverleg (binnenplanse afwijking; buitenplanse afwijking (alleen kleine kruimels)) of de initiatieventafel c.q. het planbegeleidingsteam (buitenplanse afwijking (grote kruimels of Projectomgevingsvergunning (POV)) etc.). Tijdens dat overleg wordt het plan besproken en beoordeeld of meewerken aan een afwijking van het bestemmingsplan juridisch en ruimtelijk wenselijk is. In geval medewerking alleen mogelijk is met een POV geldt het volgende: - Als de aanvraag valt binnen de vastgestelde lijst waarbij geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de raad nodig is, dan ligt de afweging over al dan niet meewerken bij het college. - Als er geen concrete beleidskaders van toepassing zijn en de aanvraag niet past binnen de vastgestelde lijst waarbij geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de raad nodig is, dan is een vvgb van de raad nodig. - op de aanvraag is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing.

De conclusie kan ook zijn dat beter gekozen kan worden voor een projectuitvoeringsbesluit (PUB, op basis van de Crisis- en herstelwet) of een postzegelbestemmingsplan. Dit gaat in overleg met initiatiefnemer. Welstand In de Welstandsnota van de gemeente Zwolle is het toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad opgenomen. Een aanvraag omgevingsvergunning (bouw, reclame, monument) wordt door een door de gemeente benoemde secretaris of door de welstands- en monumentencommissie van Het Oversticht aan het geldende welstandsbeleid van de welstandsnota getoetst. In beginsel volgen wij het advies van de commissie. Het college heeft de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van het advies van de welstands- en monumentencommissie. Dit gebeurt nagenoeg niet en alleen als daar zwaarwegende argumenten voor zijn. Als er sprake is van een negatief welstandsadvies, dan krijgt een aanvrager de kans om het bouwplan conform het advies aan te passen. Als dat niet mogelijk is, dan adviseert de vergunningverlener om de aanvraag in te trekken en een nieuwe aanvraag in te dienen. Als er geen intrekking volgt van de aanvrager, dan wordt de aanvraag in beginsel vanwege strijd met redelijke eisen van welstand geweigerd. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken moeten voldoen.

Gemeenten mogen op basis van de eigen risicoinschattingen en beschikbare toetscapaciteit variëren in de diepgang van toetsing van de verschillende onderdelen van het Bouwbesluit 2012.

74

102

De toetsing aan het Bouwbesluit 2012 wordt uitgevoerd door verschillende medewerkers, namelijk bouwplantoetsers, specialisten constructieve veiligheid en team brandveiligheid. De brandveiligheidstoets van bouwwerken wordt uitgevoerd door het team brandveiligheid (behalve voor woningen, dat wordt door het bouwteam uitgevoerd) en deels door de Veiligheidsregio IJsselland (voor zover het onderdeel uitmaakt van het wettelijke takenpakket van de Veiligheidsregio IJsselland). De constructieve toets wordt uitgevoerd door de constructeurs met de “Methodiek constructief toetsen bouwplannen gemeente Utrecht” van BouwQ als leidraad. Deze methodiek is een landelijk gedragen toetsprotocol 30. Dit protocol verlaagt het toetsniveau bij verhoogde tijdsdruk. Wanneer er echter sprake is van langdurig verhoogde tijdsdruk, onderzoeken wij of er ruimte is om te herprioriteren en/of er meer capaciteit georganiseerd moet worden. Voor de toets Bouwbesluit van aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit ‘(ver)bouwen van een bouwwerk’ verwijzen wij naar het toetsprotocol activiteit bouwen, opgenomen in paragraaf 3.2. Bouwverordening Door wijziging in wet- en regelgeving (onder andere Bouwbesluit 2012, Wro (regels parkeren in bestemmingsplannen)) vindt de toets van aanvragen omgevingsvergunning aan de Bouwverordening nog slechts op een beperkt aantal onderdelen plaats.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het verbod tot bouwen op verontreinigde grond, waarvan onder het stellen van voorwaarden ontheffing van kan worden verleend. De aspecten die de gemeente met deze verordening nog regelt, worden met de komst van de Omgevingswet opgenomen in de op te stellen Verordening Fysieke Leefomgeving of het op te stellen omgevingsplan. Zolang de Bouwverordening nog bestaat wordt iedere aanvraag omgevingsvergunning bouw volledig getoetst aan de daarin opgenomen en nog geldende voorschriften. Brandveiligheid en gebruik Alle aanvragen omgevingsvergunning bouw of brandveilig gebruik worden door de gemeente zelf getoetst op de brandveiligheidseisen. Aanvragen die vallen onder het overeengekomen basistakenpakket van de Veiligheidsregio IJsselland 31 worden ter advies aan de Veiligheidsregio voorgelegd. Het advies van de Veiligheidsregio nemen wij in de meeste gevallen in zijn geheel over. Monumenten De beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor een monument worden voornamelijk beoordeeld door het team monumentenzorg. Een aanvraag voor een gemeentelijk monument wordt getoetst aan de Erfgoedverordening Zwolle en de daarbij horende regelingen en uitvoeringsvoorschriften. Bij rijksmonumenten moet in sommige gevallen advies worden gevraagd aan de RCE (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed). In dat geval is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing.

Het advies nemen wij in zijn geheel over. 30

Te vinden via de site van Vereniging Bouw- en woningtoezicht: https://www.bwtinfo.nl/dossiers/constructieve-veiligheid/documenten 31 Onder het basistakenpakket vallen onder andere woonfunctie voor zorg (verminderd redzame personen) en tribunen > 500 m² of > 166 personen (personendichtheid). 75

102

APV Voor aanvragen om omgevingsvergunningen op grond van de Wabo, die de wettelijke basis in de APV of de Bomenverordening hebben (vellen houtopstand, reclame, uitweg), vindt toetsing primair plaats op grond van de bepalingen in die verordeningen. Bij een aanvraag ‘vellen houtopstand’ wordt getoetst aan de Bomenverordening. Het niveau van toetsing hangt af van de ligging (hoofdgroenstructuur/wijkgroenstructuur) en type boom (bijzondere bomen kennen strengere toetsingscriteria). Het advies nemen wij in zijn geheel over. Een aanvraag ‘reclame’ wordt ook getoetst aan het reclamebeleid. Hierbij wordt onder andere onderscheid gemaakt tussen binnen/buiten centrumgebied en verlichte/onverlichte reclame. Werkprotocol bepalen bouwleges Voor het bepalen van bouwkosten en leges omgevingsvergunningen is een werkprotocol vastgesteld. Kortgezegd vormen de door de aanvrager opgegeven bouwkosten de maatstaf om de leges te kunnen vaststellen op basis van de jaarlijks vast te stellen Legesverordening. Om de aannemelijkheid van deze opgave van de bouwkosten te kunnen toetsen gebruiken wij een softwareprogramma. Dit programma maakt het mogelijk om voor de meest voorkomende bouwplannen te bepalen hoe hoog de gemiddelde bouwkosten zijn.

Bij een te groot verschil (positief of negatief) tussen de door de aanvrager geraamde bouwkosten en de gemeentelijke nacalculatie moet op basis van een meer gedetailleerde toetsing worden bepaald of de opgave van de bouwkosten aannemelijk is. Deze berekening laten wij dan door een externe bouwkostendeskundige doen. Behandeling eventuele zienswijzen Onze inzet is erop gericht om een goede belangenafweging te maken en bezwaarschriften te voorkomen. In de publicatie van aanvragen omgevingsvergunningen bieden wij de mogelijkheid om binnen vier weken na publicatie een zienswijze in te dienen. Dit is geen wettelijke verplichting. Binnen de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt een ontwerpbesluit opgesteld en daartegen kunnen zienswijzen worden ingebracht. De zienswijzen die zijn ingediend worden betrokken bij de belangenafweging en de besluitvorming. Mediation Zwolle heeft een actief mediationbeleid met betrekking tot geschillen die voortkomen uit de vergunningverleningsprocedures. Wij benaderen partijen die bezwaar maken tegen een beschikking altijd telefonisch of in persoon om te verkennen of er zonder juridische procedure een oplossing kan worden gevonden voor de punten waartegen de bezwaren zich richten. Een pool van interne medewerkers is speciaal getraind om deze vorm van mediation uit te voeren.

76

102

3.1.3

Nadere voorwaarden Op basis van een ontvangen melding kan het nodig zijn dat wij nadere voorwaarden moeten stellen. Het gaat dan om een besluit in de zin van de Awb. Het stellen van nadere voorwaarden is aan de orde bij sloopmeldingen en meldingen brandveilig gebruik. Nadere voorwaarden sloopmelding Wij kunnen na ontvangst van een sloopmelding nadere voorwaarden aan het slopen opleggen. In principe zijn de procedurele en inhoudelijke voorschriften van het Bouwbesluit 2012 toereikend om de uitvoering van sloopwerkzaamheden verantwoord te laten plaatsvinden. In het algemeen zullen wij dan ook geen noodzaak zien om na een sloopmelding nadere voorwaarden te stellen. Voor het incidentele geval dat dit toch nodig blijkt te zijn, is maatwerk aan de orde en beoordelen wij het specifieke geval op zich. Nadere voorwaarden brandveilig gebruik Ook wanneer een gebruiksmelding nodig is, moet het gebruik van het bouwwerk voldoen aan de geldende wet- en regelgeving (Bouwbesluit 2012). Wanneer het voorgenomen gebruik - beoordeeld naar de uitgangspunten van het Bouwbesluit - niet voldoende brandveilig wordt geacht, kunnen wij na een gebruiksmelding nadere voorwaarden aan het brandveilig gebruik van dat bouwwerk stellen.

Omdat de algemene eisen uit het Bouwbesluit 2012 in het algemeen voldoende zijn om het brandveilig gebruik te waarborgen, zullen wij in de meeste gevallen geen noodzaak zien om nadere voorwaarden op te leggen. In die specifieke gevallen waarin deze noodzaak wel aan de orde is, moet maatwerk worden geleverd. Wijziging nadere voorwaarden Op verzoek van de melder of indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk die bij de beoordeling van de melding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, kunnen wij de nadere voorwaarden wijzigen. Hierbij wordt de wettelijke procedure gevolgd.

3.2

Toetsprotocol activiteit bouwen Zoals in paragraaf 2.1.2 al is aangegeven, bestaat er keuzevrijheid in de diepgang van toetsing van de verschillende onderdelen van het Bouwbesluit 2012. Gemeenten worden geadviseerd om een toetsprotocol vast te stellen, waarmee voor een ieder inzichtelijk is wat het gehanteerde minimale toetsingsniveau is, wat in welke mate wordt getoetst en wat de daarbij gehanteerde risicoanalyse is. In deze paragraaf werken wij het Toetsprotocol Bouwbesluit Zwolle (verder: het Toetsprotocol) verder uit. Het Toetsprotocol is integraal onderdeel van dit VTH-beleid van de gemeente Zwolle. Met het Toetsprotocol wij onszelf regels op. Wij zijn verplicht te handelen volgens de eigen beleidsregels. In bijzondere gevallen mag hiervan onder toepassing van artikel 4:84 Awb worden afgeweken: door de concrete omstandigheden van een geval kan het onevenredig zijn de beleidsregel te volgen. Afwijking kan twee kanten opgaan: het toetsingsniveau kan zowel verhoogd als verlaagd worden. Afhankelijk van de kwaliteit

77

102

van de aanvraag kan er bij de toetsing worden afgeschaald of opgeschaald. Opschaling van de toetsing van de aanvraag kan ook plaatsvinden bij extra aandachtspunten, zoals bijvoorbeeld de regeling groene leges en sloop- en bouwveiligheid. Het Toetsingsprotocol gaat uitsluitend over de toets van omgevingsvergunningsplichtige bouwplannen aan de technische eisen uit het Bouwbesluit 2012 en ziet niet op vergunningsvrij bouwen. De afgelopen jaren mogen steeds meer gebouwen/bouwwerken bouwvergunningsvrij worden gebouwd, hiervoor hoeft geen vergunningsaanvraag ingediend te worden. Deze bouwwerken moeten echter wel aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. Omdat geen aanvraag wordt ingediend, worden deze bouwplannen niet vooraf getoetst. Controle hiervan valt binnen de toezichthoudende en handhavende sfeer. Net als voor alle andere gemeenten is het ook voor Zwolle niet mogelijk om alle voorschriften even uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken de financiële middelen en capaciteit. Ook vraagt niet elk gebouw c.q. bouwwerk om dezelfde mate van controle. Dit Toetsprotocol is afgestemd op de dagelijkse praktijk van vergunningverlening: een toets op basis van categorieën bouwwerken en gebouwen. Bij de toetsing van een vergunningaanvraag wordt niet sec gekeken naar de gebruiksfuncties, maar juist naar het bouwwerk/gebouw en het samenstel en samenspel van gebruiksfuncties.

Dit uitgangspunt komt niet direct overeen met het landelijk toetsprotocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN), maar geeft ten opzichte van het landelijk toetsprotocol meer herkenbaarheid bij de toetsing en duidelijkheid voor aanvragers en belanghebbenden. De toetsniveaus die Zwolle hanteert zijn zoveel mogelijk gelijk aan die van het landelijk toetsprotocol. Voor een aantal afdelingen hanteren wij een specifiek Zwols niveau. Dit wordt aangegeven bij de afdelingen waarvoor dat geldt, met daarbij ook een verwijzing naar het niveau van het landelijk toetsprotocol. Bouwwerkcategorieën De bouwwerkcategorieën zijn opgesteld aan de hand van veelvoorkomende bouwwerken en een logische clustering van gebruiksfuncties. Op basis van kennis en ervaring van de vergunningverlener wordt een aanvraag ingedeeld in één van onderstaande bouwwerkcategorieën. Deze categorie wordt in IJVI vastgelegd en in de checklist Bouwbesluit gehanteerd. De uitwerking van de toetsniveaus wordt met checklists in IJVI verder gedetailleerd zodat vergunningverleners een aanvraag uniform toetsen. categorie B1

B2

omschrijving Niet wonen, niet openbaar toegankelijk, eenvoudig Niet wonen, niet openbaar toegankelijk, complex

voorbeelden Bedrijfspanden/stallen, eenlaags en 1 BC Bedrijfspanden/stallen, meerlaags en/of groot BC

Lichte industrie

Industrie

78

102

W1

W2

W3

Eenvoudige verbouwingen en losstaande bijbehorende bouwwerken bij woningen Complexere verbouwingen met wijziging constructie bij woningen Zowel individueel als projectmatige grondgebonden nieuwbouw

W4 P1

Woongebouwen Niet wonen, openbaar toegankelijk

P2

Massale publieke bijeenkomstgebouwen en overige bijzondere projecten

W&P

Combinatieproject wonen en utiliteitsfuncties

O1

Overige bouwwerken geen gebouw (klein) Overige bouwwerken geen gebouw (middel)

O2

O3

Overige bouwwerken geen gebouw (groot)

berging, tuinhuisje, garage, dakkapel, serre, erker, uitbouw keuken

Wonen

Dakopbouw, interne verbouwingen, onderkeldering, meerlaags bijbehorend bouwwerk Vrijstaande woningen, tweeonder-één kap- en rijtjeswoningen, vakantiehuis, woonwagen, tijdelijke woonunit Gestapelde woningen winkels, scholen, kinderopvang, kantoren, parkeergarages wonen met zorg, stadions, ziekenhuizen, theaters, megastores, stations, sporthallen, zware industriële gebouwen, hotels winkelcentrum + wonen, kantoren + wonen, multifunctioneel binnenstedelijk project (bijv. leisure, openbaar vervoer, parkeren, hotel + wonen) erfafscheidingen, reclameborden geluidschermen, kunstwerken in parken, zendmasten (tot 20m), voetgangersbrug bruggen, viaducten, tunnels, masten hoger dan 20 meter

Wonen

Wonen

Wonen Diversen m.u.v. wonen en industrie Diversen inclusief wonen met zorg

Wonen en diversen

Overige Overige

Overige

Tabel 6 Bouwwerkcategorieën

Toetsniveaus De toets Bouwbesluit is een taak van de vergunningverlener, de brandweer en van de constructeur. De vergunningverlener bepaalt welke adviezen nodig zijn en doet zo nodig een adviesverzoek uit naar de adviseurs. Voor specifieke onderdelen, bijvoorbeeld

79

102

hemelwaterafvoer (HWA) en infiltratie, wordt intern advies gevraagd. Het niveau van toetsing aan het Bouwbesluit 2012 vindt plaats op basis van onderstaande tabellen. Niveau 0

Toetsniveau Geen

1

Betrouwbaarheidstoets

2

Hoofdlijnentoets

3

Representatieve toets

4

Integrale toets

Omschrijving Er vindt geen beoordeling van aangeleverde stukken Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. Controle van de maatgevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend. Tabel 7 Toetsniveaus

80

102

Werkniveaus en toetsprotocol Een globaal overzicht van de toetsniveaus wordt in onderstaande tabel “werkniveaus” gegeven. Voor het toetsprotocol met volledig overzicht per afdeling voor het toetsniveau wordt verwezen naar bijlage 1 behorend tot dit beleidsplan. Bouwwerkcategorieën

B1

B2

W1

W2

W3

W4

P1

P2

W&P

O1

O2

O3

Thema’s Bouwbesluit 2012

Constructieve veiligheid

2

3

1

1

3

3

3

3

3

1

2

3

Gebruiksveiligheid

0

2

2

2

2

2

2

3

3

0

2

2

Brandveiligheid

2

3

2

2

2

3

4

3

3

0

0

0

Sociale veiligheid

0

1

1

1

1

1

1

1

2

0

0

0

Geluid (geluidzone)

0

0

2

2

3

3

3

1

3

0

0

0

Vocht

0

0

2

2

2

2

2

2

2

0

0

0

Afvalwater & riolering

1

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

Ventilatie

2

2

2

2

3

3

3

3

3

0

0

0

Beperking invloed schadelijke stoffen / dieren Watervoorziening

0

0

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

Daglichttoetreding

0

0

2

2

2

3

2

2

3

0

0

0

Toegankelijkheid

0

2

2

2

2

3

3

3

3

0

0

0

Ruimten

1

2

2

2

2

2

2

2

2

0

0

0

Opstelplaatsen

2

2

2

2

2

2

2

2

2

0

0

0

Energiezuinigheid

2

2

3

3

3

3

2

2

3

0

0

0

Milieuprestatie

0

0

2

2

2

2

2

0

2

0

0

0

Veilig onderhoud

0

1

0

0

1

2

2

2

2

0

0

0

Tabel 8 Werkniveaus

81

102

3.2.1

Ontheffing en gelijkwaardigheid Soms zijn er redenen om uitzonderingen te maken op de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Dat kan door het verlenen van een ontheffing of het toepassen van gelijkwaardigheid. Ontheffing De Bouwbesluit 2012 biedt ons in sommige gevallen de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de nieuwbouwvoorschriften die gelden voor het oprichten van een bouwwerk. De noodzaak hiertoe kan bijvoorbeeld bestaan wanneer bij een verbouwing van bestaande bouw de nieuwbouweisen niet tot een reële verbetering leiden of tot een ingrijpende aanpassing van de bestaande constructie zou leiden. Gelijkwaardigheid Kenmerkend voor het Bouwbesluit 2012 is dat het de voorschriften van de bouw koppelt aan prestatie-eisen voor het desbetreffende onderdeel. Het komt voor dat onderdelen van een bouwplan niet voldoen aan die prestatie-eis, maar wel aan wat met het voorschrift wordt beoogd. Er is dan sprake van gelijkwaardigheid van de voorgestelde oplossing. Het is aan de aanvrager om de gelijkwaardigheid aan te tonen. De aanvrager kan dit doen door erkende kwaliteitsverklaringen over te leggen of door ons anderszins te overtuigen van de gelijkwaardigheid.

82

102

4

Naleefstrategie

4.1

Beginselplicht tot handhaven versus het stellen van prioriteiten Voor de uitvoering van de Wabo thuistaken maken wij gebruik van de bevoegdheden die het bestuursrecht ons geeft. In dit beleidsplan wordt onder ‘handhaving’ dan ook alleen bestuursrechtelijke handhaving verstaan. Dat wil zeggen dat wij door de inzet van bestuursrechtelijke maatregelen, zoals het intrekken van de omgevingsvergunning, het opleggen van een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en een bestuurlijke boete, normconform gedrag afdwingen van de overtreder. In het geval van overtreding van een wettelijk voorschrift moeten wij in de regel gebruik maken van onze bevoegdheid om hiertegen op te treden. Dit gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving. Dit heet de ‘beginselplicht tot handhaving’. Alleen onder bijzondere omstandigheden mogen wij af zien van handhavend optreden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als er concreet zicht op legalisatie is of als ons optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Hoewel het hiervoor uiteengezette mogelijk anders doet vermoeden, is handhaving een bevoegdheid. Dit betekent dat wij bij de uitvoering van onze bevoegdheid mogen prioriteren.

Van ons kan namelijk, gelet op de beschikbare capaciteit, in alle redelijkheid niet worden gevergd dat wij op alle momenten handhavend optreden tegen alle mogelijke overtredingen van weten regelgeving. In het hiernavolgende hebben wij daarom prioriteiten gesteld voor wat betreft de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften (dus het toetsniveau) en in welke gevallen er alleen naar aanleiding van een klacht/melding of een verzoek om handhaving van een belanghebbende wordt beoordeeld of (al dan niet direct) handhavend moet worden opgetreden. Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente en consistente uitvoering. De volgende paragrafen vormen daarmee een belangrijke leidraad bij de uitvoering van onze toezichthoudende en handhavende taken. Daarnaast gaan wij in het hiernavolgende in op wat onze preventiestrategie is (hoe voorkomen wij overtredingen aan ‘de voorkant’) en de gedoogstrategie (in welke gevallen komen wij in beginsel niet toe aan handhaving, los van de gestelde prioriteiten).

4.2

Toezichtstrategie

4.2.1

Toezicht op de verleende omgevingsvergunningen Met alleen inwoners, bedrijven en initiatiefnemers informeren over de geldende wet- en regelgeving en het verlenen van toestemmingen zijn we er nog niet: om onze inwoners, de bedrijven en initiatiefnemers te laten weten dat wij de naleving van de wet- en regelgeving belangrijk vinden, moet er ook op worden toegezien dat er gehoor wordt gegeven aan die regels. Daarmee stimuleren wij niet alleen het gevoel van urgentie om

83

102

de regels na te leven (preventiestrategie), maar kan veelal ook in een vroeg stadium worden geconstateerd dat in afwijking van de verleende vergunning wordt gehandeld zodat de te nemen herstelmaatregelen beperkter zijn. Uitleg en overleg over de gewenste situatie zijn daarvoor echter onontbeerlijk en dat vraagt de nodige inzet. Gelet op de beschikbare capaciteit, kunnen we niet toezien op de uitvoering van alle verleende toestemmingen. In paragraaf 3.2 van het strategische beleidskader hebben wij gelet op het voorgaande, prioriteiten gesteld voor wat betreft het type te controleren toestemmingen. Inherent hieraan is dat wij ook prioriteren als het gaat om de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van de voorschriften. De uitvoering van het toezicht vindt plaats op basis van zogenaamde ‘checklisten’, welke in ons zaaksysteem zijn ingebouwd en zijn gebaseerd op het landelijk Integraal Toezicht Protocol (LTP) 32. In de hiernavolgende tabel is een differentiatie opgenomen van het toetsniveau van de voorschriften in het Bouwbesluit zoals vastgesteld in de landelijke matrix van het LTP, naar prioriteitsstelling (hoog, middel, laag).

Per project wordt naar inzicht van de toezichthouder het toetsniveau vastgesteld (mede op basis van de in tabel 4 van het strategische beleidskader vastgestelde prioriteit, de diepgang van de toets van de aanvraag en de hiernavolgende tabel voor wat betreft het toetsniveau van de uitvoering). De checklist in ons zaaksysteem en de genoemde tabellen vormen daarmee enkel een leidraad voor de toezichthouders. Ieder bouwplan (en bouwplaats) is namelijk uniek zodat maatwerk altijd nodig is. Daarnaast verschilt de kwaliteit van het geleverde werk per aannemer en de werkvoorraad fluctueert zodat er het ene moment meer ruimte is voor een diepgaande toets dan op het andere moment. Evenals bij de vergunningverlening, controleren wij bij de uitvoering van vergunningen en toestemmingen op basis van aannemelijkheid. Als aanvulling op het voorgaande moet verder nog worden genoemd dat wij in voorkomende gevallen het principe van ‘toezicht op toezicht’ hanteren. Bij dergelijke bouwprojecten is er vanuit de uitvoerende partij al veel inzet geregeld als het gaat om opzichters en kwaliteitsborgers.

Als wij constateren dat er voldoende opzichters op de bouw aanwezig zijn en deze opzichters berekend zijn op hun taken en – heel belangrijk in dit concept - , hun informatie met onze toezichthouders delen en hen als teamlid in het bouwteam opnemen, dan is het voldoende om alleen de al aanwezige toezichthouders te controleren. Daarbij wordt in overleg met de opzichter of de kwaliteitsborger, steekproefsgewijs op de bouw gecontroleerd. Wij stellen vooraf randvoorwaarden, zoals informatie verstrekking door verslagen van werkbesprekingen en geven aan welke gegevens, zoals constructie- en installatietekeningen en wijzigingen, op tijd aangeleverd moeten worden. Voor beide partijen levert dit een win-win situatie op. Wij hebben namelijk niet de capaciteit om toezichthouders vrij te maken voor sommige bouwprojecten en tegelijkertijd frustreren wij het uitvoeringsproces niet onnodig (dit laat overigens onverlet dat het principe geen garanties biedt en het toezicht op de bouw nog steeds veel inzet vraagt van de toezichthouder). Gelet op de gestelde voorwaarden voor het toepassen van het principe van ‘toezicht op toezicht’ wordt het principe slechts beperkt toegepast.

32 De toetsmatrix en checklist zijn te vinden via: http://toezichtsprotocol.nl/drupal/documenten/realisatiefase ,

waarnaar wij op deze plaats verwijzen. 84

102

€ 100.000 – 400.000

€ 400.000 – 1.000.000

€ 1.000.000 - 2.000.000

€ 2.000.000 – 5.000.000

€ 5.000.000 - > 5.000.000

-

-

S

1

4

4

4

4

M

-

-

S

1

4

4

4

4

L

-

-

S

1

3

3

4

4

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

-

S

1

1

1

L

-

-

-

-

S

S

1

1

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

-

1

1

1

1

L

-

-

-

-

-

-

-

-

H

-

-

S

S

3

3

3

3

M

-

-

S

S

2

2

2

2

L

-

-

S

S

S

2

2

2

H

-

S

S

3

3

3

3

3

M

-

S

S

2

2

2

2

2

L

-

S

S

1

2

2

2

2

H

-

S

S

S

1

1

1

1

M

-

-

S

S

S

1

1

1

L

-

-

-

S

S

S

1

1

H

-

S

S

S

1

2

2

2

M

-

S

S

S

1

2

2

2

L

-

-

-

S

1

1

2

2

H

-

S

S

S

2

2

2

2

Oriëntering gesprek

Uitzetten bouw

Uitgraven bouwput

33

Fundering op staal

Fundering op palen

Riolering

Begane grond vloer34

€ 0 – 5.000

Activiteit

€ 5.000 – 50.000

H

Prioriteit (tabel 4, stratetisch beleidskader)

€ 50.000 – 100.000

Voor wat betreft het brandveilig gebruik wordt, in het geval er sprake is van een combinatie van een omgevingsvergunning met een (nieuwe) melding, de controle van de melding meegenomen in het toezicht op de bouw. Gaat het om een melding los van een omgevingsvergunning, dan wordt de controle op die melding meegenomen in de prioritering voor wat betreft brandveilig gebruik. Er vindt aldus niet een controle plaats naar aanleiding van een los ingediende melding (tenzij er aan de indiening van de melding een handhavingstraject aan ten grondslag ligt). Bij een gebruiksvergunning vindt ook controle plaats gecombineerd met de controle van de bouw. Deze controle vindt gezamenlijk plaats met de Brandweer.

33

Toezichtsniveau in het geval van uitgraven bouwput is sterk situatie afhankelijk. Toezicht op een afzinkkelder in de binnenstad zal bijvoorbeeld de nodige inzet van ons vragen. 34 Breedplaatvloeren worden altijd gecontroleerd. Toezichtsniveau kanaalplaatvloeren is situatie afhankelijk maar in beginsel worden ze niet gecontroleerd. 85

102

Wanden/kolommen begane grond

M

-

-

-

S

2

2

2

2

L

-

-

-

-

1

1

2

2

Stempels / steigers

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

1

1

1

1

1

L

-

-

-

-

-

-

1

1

Vloeren + balken 1e

H

-

S

1

1

3

3

3

3

verdieping35

M

-

S

1

1

2

2

2

2

L

-

S

1

1

2

2

2

2

H

-

-

-

1

3

3

3

3

M

-

-

-

1

2

2

2

2

L

-

-

-

1

2

2

2

2

H

-

-

-

1

2

2

2

2

M

-

-

-

1

2

2

2

2

L

-

-

-

S

1

1

1

1

H

-

-

S

S

1

1

1

1

M

-

-

S

S

1

1

1

1

L

-

-

S

S

1

1

1

1

H

-

-

-

S

1

1

1

1

M

-

-

-

S

1

1

1

1

L

-

-

-

S

1

1

1

1

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

1

1

1

1

1

L

-

-

-

S

1

1

1

1

H

-

-

-

S

S

S

S

S

M

-

-

-

S

S

S

S

S

L

-

-

-

S

S

S

S

S

H

-

S

S

1

3

3

3

3

M

-

S

S

1

1

2

2

2

L

-

S

S

1

1

2

2

2

H

-

S

S

1

1

1

1

1

M

-

S

S

1

1

1

1

1

L

-

S

S

1

1

1

1

1

H

-

-

-

S

1

2

3

3

M

-

-

-

S

S

1

2

3

L

-

-

-

S

S

1

2

2

H

-

-

-

S

1

2

3

3

M

-

-

-

S

S

1

2

3

L

-

-

-

S

S

1

2

2

H

-

-

-

S

1

2

3

3

Constructie overige verdiepingen36 Dakconstructies37

Dak afwerking

Buitenblad gevel

Gevelopeningen

Nutsvoorzieningen

Hoogteverschil + vloerafscheiding Ventilatie + spuicapaciteit

Brandveiligheid

Vluchtmogelijkheden

Brandveiligheidsinstallaties 35

Breedplaatvloeren worden altijd gecontroleerd. Toezichtsniveau kanaalplaatvloeren is situatie afhankelijk maar in beginsel worden ze niet gecontroleerd. 36 Breedplaatvloeren worden altijd gecontroleerd. Toezichtsniveau kanaalplaatvloeren is situatie afhankelijk maar in beginsel worden ze niet gecontroleerd. 37 Geen constructieve controle dakopbouwen en dakkapellen. 86

102

Bescherming geluid

Bescherming geluid van installaties Wering van vocht

Verbrandingslucht/rook

EP-gerelateerde installaties

Eindcontrole

M

-

-

-

S

S

1

2

3

L

-

-

-

S

S

1

2

2

H

-

-

-

S

1

1

1

1

M

-

-

-

S

1

1

1

1

L

-

-

-

S

S

1

1

1

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

-

1

1

1

1

L

-

-

-

-

1

1

1

1

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

-

1

1

1

1

L

-

-

-

-

1

1

1

1

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

-

1

1

1

1

L

-

-

-

-

1

1

1

1

H

-

-

-

1

1

1

1

1

M

-

-

-

-

1

1

1

1

L

-

-

-

-

1

1

1

1

H

1

1

1

2

2

2

2

3

M

1

1

1

2

2

2

2

2

L

-

1

1

2

2

2

2

2

Tabel 9 Toezichtprotocol toezicht en handhaving

Sloop

Prioriteit

Activiteit

H

M

L

Veiligheidsplan controleren

3

2

1

Startgesprek

2

1

1

Openbaar gebied/belendingen

3

2

1

Asbestverwijdering: afstemming OD

1

S

S

Hinder en overlast

3

2

1

Constructief

3

2

1

Sloopwerk

2

2

S

Milieu belastende stoffen

2

2

S

Relaties met belendingen

3

2

1

Eindcontrole

1

1

1

Tabel 10 Toezichtprotocol toezicht en handhaving sloop

87

102

Legenda diepgang S 1 2 3 4

4.2.2

Steekproef Visuele controle (Quick Scan) Beoordeling van hoofdlijnen Beoordeling hoofdlijnen en kenmerkende details Algehele controle van alle onderdelen

Strategie intrekken omgevingsvergunningen In deze paragraaf gaan wij in op de intrekking van een omgevingsvergunning waaraan geen (begin van) uitvoering is gegeven. Intrekken ivm uitblijven (begin van) uitvoering omgevingsvergunning Het komt voor dat na het verlenen van de vergunning er geen - of pas na lange tijd – gebruik van wordt gemaakt. Wanneer ongebruikte vergunningen jaren geleden zijn verleend en niet zijn ingetrokken, blijft vaak het recht bestaan om hiervan gebruik te maken. Wij vinden het ongewenst om verleende vergunningen in stand te laten zonder dat daar binnen een redelijke termijn gebruik van wordt gemaakt. Zo willen wij voorkomen dat er een stuwmeer ontstaat van latente (ongebruikte) vergunningen. Daarmee voorkomen wij ook dat (nieuwe) planologische, stedenbouwkundige of andere inzichten over de fysieke leefomgeving doorkruist worden door vergunde, nog te realiseren of te slopen bouwwerken en het gebruik ervan. Door oude vergunningen in stand te houden kunnen projecten worden gerealiseerd en in gebruik worden genomen conform verouderde (bouw)technische inzichten, milieutechnische aspecten of zelfs in strijd met nieuwe (planologische) regels. Dit vinden wij ongewenst. Ook voor de rechtszekerheid van omwonenden en belanghebbenden is het ongewenst oude vergunningen in stand te houden.

Doordat de bekendmaking van deze besluiten lang geleden kan hebben plaatsgevonden, kunnen zij alsnog verrast worden door de activiteiten. Daarnaast is het vanuit administratief oogpunt gewenst dat het gemeentelijke (bouw)archief zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie. Ook voor het beheer van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is een actuele administratie nodig. Wij willen daarom na verloop van een bepaalde periode omgevingsvergunningen geheel of gedeeltelijk intrekken. Werkwijze De procedure tot intrekking van een omgevingsvergunning vindt vanzelfsprekend plaats op grond van de geldende wettelijke voorschriften, waarbij in hoofdregel dezelfde procedure geldt als wanneer deze activiteit zou worden aangevraagd en vergund. Voornemen intrekking / zienswijze Bij de reguliere procedure zenden wij eerst aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking. Bij de uitgebreide procedure leggen wij een ontwerp-beschikking ter inzage.

88

102

In beide procedures, zij het op andere gronden, stellen wij de vergunninghouder in de gelegenheid zijn zienswijzen op de voorgenomen intrekking naar voren te brengen. Als de vergunninghouder daar niet op reageert, trekken wij de vergunning in beginsel in. Bij zienswijzen beoordelen wij of voldoende gronden aanwezig zijn om niet tot intrekking van de vergunning over te gaan. Hiertoe inventariseren wij alle in aanmerking te nemen belangen en wegen deze tegen elkaar af. Het ontbreken van financiële middelen of conflicten met uitvoerende partijen (architect of aannemer) leiden niet tot het afzien van intrekking van de omgevingsvergunning. In familiaire kwesties (scheiding, ziekte, overlijden) kan, indien door de vergunninghouder de reden goed wordt gemotiveerd, intrekking van de vergunning worden uitgesteld. Ook hierbij moet voldoende aannemelijk / concreet worden gemaakt dat op korte termijn wel van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Enkel een offerte van een aannemer is daartoe onvoldoende. Nadere termijn Indien redelijke gronden aanwezig zijn om niet direct tot intrekking van de vergunning over te gaan, stellen wij een concrete nadere termijn (met einddatum) waarbinnen de vergunninghouder alsnog gebruik moet maken van de vergunning. Dit betekent feitelijk aanvangen van of hervatten van de uitvoering van de werkzaamheden en/of ingebruikname.

De nadere termijn leggen wij schriftelijk vast en bedraagt maximaal 1 jaar. Als na de nader gestelde termijn geen aanvang is gemaakt met de uitvoering of hervatting van de werkzaamheden trekken wij de vergunning alsnog in. Hiertoe zetten wij in beginsel de oude procedure voort.

4.2.3

Toezicht bestaande bouw en illegale situaties (gebruiksfase) Zoals in hoofdstuk 3 van het strategische beleidskader uiteengezet, hebben wij er voor gekozen om geen ambtshalve inzet te plegen op toezicht op bestaande bouw en illegale situaties. Dit is alleen anders in de gevallen waarin door gebouweigenaren de zorgplicht wordt geschonden en/of wanneer de veiligheid en leefbaarheid dusdanig in het geding is dat in dat kader handhavend moet worden opgetreden. Daarnaast wordt periodiek gecontroleerd op brandveilig gebruik, zie voor de prioritering paragraaf 3.2.2., tabel 5. Voor wat betreft het toetsniveau van de periodieke controles brandveilig gebruik, wordt gebruik gemaakt van twee verschillende checklist: een checklist ten behoeve van kamerverhuur en een checklist ten behoeve van controles anders dan kamerverhuur. Per controle wordt naar inzicht van de toezichthouder het toetsniveau vastgesteld. De checklists vormen daarmee enkel een leidraad bij de controles. Verder kan voor wat betreft het reguliere toezicht op het brandveilig gebruik van de bestaande bouw, onderscheid worden gemaakt tussen zichtcontroles (wat met het oog kan worden waargenomen) en dieptecontroles (tevens o.a. bouwkundig aspecten). Wij hebben er voor gekozen in beginsel alleen zichtcontroles uit te voeren tenzij: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=cf47dfc0-e5bb-47d5-8c70-7b6b04d0ad73