CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Het Vergunningen, Toezicht en Handhaving beleidsplan Wabo thuistaken 2021-2022.

Raad Besluitvormingsronde 14 juni 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: VTH beleidsplan Wabo thuistaken 2021-202232.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De informatie in het logboek aanleiding geeft tot het uitvoeren van een dieptecontrole;

89

102

-

Er een verbouwing heeft plaatsgehad (zonder bouwtoezicht); De situatie of het gebruik is gewijzigd; Andere informatie daar aanleiding toe geeft, bijvoorbeeld uit objectpreparatie.

Wanneer er sprake is van complexe brandveiligheidsinstallaties of afgeweken wordt van het Bouwbesluit en een complexe gelijkwaardige oplossing wordt voorgesteld, wordt ook de Brandweer betrokken bij de controle. Dit gaat om ongeveer 5% van de controles.

4.2.4

Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen Zie paragraaf 4.4.1.

4.3

Gedoogstrategie Onder gedogen wordt verstaan, het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. Gedogen is dus een actieve, schriftelijke handeling en onder voorwaarden. Dit betekent ook dat het niet-constateren van overtredingen niet valt onder de definitie van ‘gedogen’: gedogen moet altijd actief plaatsvinden en er kan nooit sprake zijn van ‘passief gedogen’. Het is van belang om een evenwichtig handhavingsbeleid te voeren: dat vraagt om een zekere prioriteitsstelling. Deze prioriteitsstelling (zoals vastgelegd in paragraaf 4.4.1. van dit beleidskader) impliceert niet dat de activiteiten die lager geprioriteerd zijn, en waarbinnen strijdig gehandeld wordt, daarmee gedoogd worden (en dus categorisch zijn uitgesloten van handhavend optreden). De hoofdregel is dat handhaven de regel is en gedogen de uitzondering op die regel. Het gedogen van een overtreding is in beginsel ongewenst en vindt alleen plaats in uitzonderlijke situaties. Een gedoogbeschikking moet overigens niet worden verward met een vergunning. Allereerst omdat een gedoogbeschikking niet overdraagbaar is. Daarnaast staat er tegen een gedoogbeschikking geen bezwaar en beroep open. Dit betekent dat een verzoek om handhavend op te treden de enige weg is om op te komen tegen een gedoogbeschikking. Het kan zijn dat dat verzoek moet worden ingewilligd.

Met andere woorden: een gedoogbeschikking kan in tegenstelling tot een vergunning niet in rechte onaantastbaar worden. Voor de overtreder blijft er daarmee een mate van onzekerheid. Het verschil tussen een gedoogbeschikking en een vergunning blijkt ook wanneer de gedoogvoorwaarden worden geschonden. De gedoogvoorwaarden omvatten namelijk de condities waaronder wij bereid zijn om geen gebruik te maken van onze handhavende bevoegdheid. Het schenden van die voorwaarden kan, in tegenstelling tot de voorwaarden bij een vergunning, niet worden gezien als een overtreding van een wettelijk voorschrift. Daarom nemen wij in de gedoogbeschikking altijd de voorwaarde op dat de gedoogbeschikking zijn rechtskracht verliest op het moment dat één of meer van die voorwaarden wordt geschonden. In die gevallen herleeft onze bevoegdheid om handhavend op te treden direct.

90

102

Uitgangspunten Het uitzonderlijke karakter is voor het gedogen dus het uitgangspunt. Dat betekent ook dat er grote terughoudendheid is geboden bij de keuze om een situatie eventueel te gedogen en het slechts in uitzonderlijke gevallen aanvaardbaar is. Wij zoeken dan ook niet ambtshalve situaties op die eventueel voor gedogen in aanmerking komen. Deze situaties komen alleen op door bijvoorbeeld gewijzigde wet- en regelgeving/jurisprudentie of bijvoorbeeld naar aanleiding van een handhavingsverzoek. Bij onze afweging om te komen tot eventueel gedogen, volgen wij de volgende twee kaders. Allereerst de door de minister in 1996 vastgestelde notitie ‘Gedogen in Nederland’. Daarnaast hebben wij in 2009 een provincie-brede handhavings- en gedoogstrategie vastgesteld38. Gelet op het feit dat de Landelijke Handhavingsstrategie in 2016 door ons als sanctiestrategie is vastgesteld (zie ook paragraaf 4.4), is de handhaving- en gedoogstrategie Fysieke Leefomgeving Overijssel voor wat betreft de handhavingsstrategie ingetrokken en de gedoogstrategie in stand gehouden. In de betreffende gedoogstrategie is onder andere vastgelegd wanneer gedogen aanvaardbaar is en wat de procedurele eisen zijn voor een gedoogbeschikking. Deze stukken vormen onze gedoogstrategie.

Mochten wij komen tot het gedogen van een strijdige situatie, dan hanteren wij in ieder geval de volgende voorwaarden: ➔ Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden die het gedogen rechtvaardigt (bijvoorbeeld een overgangssituatie/periode, overmacht, noodsituatie). ➔ Het gedogen wordt zoveel mogelijk beperkt in omvang en tijd. ➔ De te gedogen situatie tast de fysieke leefomgeving niet aan (daaronder wordt ook verstaan, leefbaarheid en veiligheidsgevoel). ➔ Wij gedogen alleen actief en uitdrukkelijk: schriftelijk en onder voorwaarden. ➔ Er vindt een zorgvuldige, expliciete en kenbare belangenafweging plaats en de gedoogbeschikking wordt gepubliceerd. ➔ Als er wordt gedoogd, vooruitlopend op besluitvorming ten behoeve van vergunningverlening, is een ontvankelijke vergunningaanvraag voorafgaand aan het gedogen ingediend en is bekend of we de vergunning al dan niet willen verlenen. ➔ Gedogen is in voorkomende gevallen aan controle onderhevig. Wij gedogen uitsluitend zolang niet in strijd met de gedoogvoorwaarden gehandeld wordt.

4.4

Sanctiestrategie In voorkomende gevallen komen wij tot de constatering dat wij handhavend moeten optreden in verband met het overtreden van wet- en regelgeving. Dat betekent dat wij inzetten op het ongedaan maken van /het opheffen van de situatie die in strijd is met de wet- en regelgeving. Ons uitgangspunt is dat wij daar pas aan toekomen als helder is dat er niet een andere passende oplossing is binnen de kaders die de wet- en regelgeving Het gaat om de ‘Handhavings- en Gedoogstrategie Fysieke Leefomgeving Overijssel’. Te vinden via: https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/Images/Overijssel/i73486.pdf 38

91

102

ons biedt. Op die manier voorkomen wij onnodige juridische procedures en vooral ongenoegen bij onze inwoners, bedrijven en initiatiefnemers. In de praktijk blijkt dat de inzet die wij daarop plegen, vruchten afwerpt. Toch kunnen we niet altijd voorkomen dat we gebruik moeten maken van onze handhavingsbevoegdheid. Bij de toepassing van die bevoegdheid maken wij gebruik van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Deze is in 2014 vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad en zoals hiervoor genoemd, hebben wij deze landelijke strategie in 2016 ook als onze sanctiestrategie vastgesteld39. Het volgen van deze strategie, alsmede de notitie ‘Gedogen in Nederland’ (zie paragraaf 4.3), zijn wij verplicht voor de uitvoering van de Wabo-taken. De LHS ziet – kortgezegd - op de vraag welke stappen er gezet moeten worden om een geconstateerde strijdige situatie te beëindigen/ongedaan te (laten) maken. Het doel van de LHS is dat bestuurlijk bevoegde overheden/Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM op afgestemde wijze en zo nodig samen uitvoering geven aan het beginselplicht tot handhaven. Daarbij is het doel om passend te interveniëren en in vergelijkbare situaties, vergelijkbare keuzes maken. Die beoordeling vindt bij elke overtreding op dezelfde wijze plaats aan de hand van een aantal criteria.

Die criteria worden gevormd door de zwaarte van de overtreding (wat zijn de gevolgen) in combinatie met de houding van de overtreder (wel/niet welwillend). De uitkomst van die combinatie bepaalt op welke manier wij de handhavingsprocedure moeten inzetten. Deze beoordeling is samengevat in de zogenaamde interventiematrix. De LHS ziet niet op de prioritering en de uitvoering van het toezicht en ook niet op de vergunningverlening. Desalniettemin raakt de LHS ook de toezicht en gedoogstrategie. Verkorten procedurestappen Zoals genoemd, stellen wij met behulp van de in de LHS gegeven interventiematrix vast welke sanctie(s) wij toepassen. In de LHS is per sanctietype de te volgen stappen uitgewerkt. Wij wijken in ieder geval van die stappen af (we korten de procedure in) in de volgende situaties: ➔ In gevallen waarbij direct optreden noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij acuut gevaar voor personen en/of de omgeving of als er onherstelbare schade plaatsvindt of dreigt plaats te vinden). ➔ Zeer ernstige hinder. ➔ Herhaling van (vergelijkbare) overtredingen. Hoogte van de dwangsom In het geval van een last onder dwangsom, leggen wij een last op tot het beëindigen van een overtreding binnen de daarin gestelde termijn, op straffe van het verbeuren van een bedrag: de dwangsom.

Wanneer niet of niet volledig wordt voldaan aan die last binnen de gestelde termijn, wordt van rechtswege de dwangsom verbeurt. Wij moeten het bedrag dan invorderen (zie ook hierna). Voor wat betreft het bepalen van de hoogte van de dwangsom komt ons een ruime mate van vrijheid toe. De omstandigheden van het geval zijn daarbij namelijk in grote mate 39

De integrale tekst van de LHS is te vinden via de site van InfoMil: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/ 92

102

bepalend. De hoogte van de dwangsom moet evenredig zijn met de zwaarte en de ernst van de overtreding (waarbij het economisch gewin ook een rol kan spelen) en tegelijkertijd moet de financiële prikkel voldoende zijn om de overtreding te beëindigen. De hoogte van de dwangsom mag ook weer niet zodanig zijn, dat deze als een straf kan worden aangemerkt. Kortom: het te verbeuren bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang enerzijds en tot de beoogde werking anderzijds. Bij het bepalen van de hoogte van de bedragen die gepaard gaan met de inzet van handhavingsacties, maken wij gebruik van de - op de LHS afgestemde - Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen 40. Invorderen van de dwangsom Zoals genoemd: als na het verlopen van de begunstigingstermijn niet (volledig) is voldaan aan de last, verbeurt de overtreder van rechtswege de opgelegde dwangsom. De overtreder moet dan binnen 6 weken nadat de dwangsom is verbeurd, het bedrag aan ons betalen. Voordat wij echter tot betaling manen, gaan wij eerst over tot het kenbaar maken van een voornemen tot inning van de dwangsom. Daarna volgt het invorderingsbesluit. In de praktijk zien wij regelmatig dat overtreders niet binnen de in de last gestelde begunstigingstermijn (volledig) voldoen aan die last.

Desalniettemin wordt niet zelden door overtreders veronderstelt dat wanneer zij na de begunstigingstermijn alsnog aan die last voldoen, wij de ruimte hebben om af te zien van de invordering van de dwangsom(men). Veelal hebben wij die ruimte niet, alleen in geval van bijzondere omstandigheden. De wetgever vindt namelijk dat bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom, aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht moet worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat uit moet gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties ook worden geëffectueerd en dus dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Duur begunstigingstermijn De tijd die een overtreder krijgt om een overtreding ongedaan te maken dan wel te beëindigden, is de begunstigingstermijn. Deze termijn moet lang genoeg zijn om de opgelegde last te kunnen uitvoeren – maar mag niet langer zijn dan noodzakelijk (omdat er anders sprake is van een vorm van gedogen). Kortom: als de strijdigheid niet direct ongedaan kan worden gemaakt, moeten wij een redelijke termijn hanteren. Bij het bepalen van de begunstigingstermijn spelen de omstandigheden van het geval een rol.

Zo moeten wij kijken naar de zwaarte en ernst van de overtreding (en dus de gevolgen) en of de overtreder afhankelijk is van derden bij de uitvoering van de last. Bij het bepalen van de begunstigingstermijn maken wij gebruik van de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen.41

40 De integrale tekst is te vinden via de site van InfoMil:

https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/@88409/dwangsom_-_hoe_hoog/ 41 De integrale tekst is te vinden via de site van InfoMil: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/@88409/dwangsom_-_hoe_hoog/ 93

102

(Achteraf) verlengen begunstigingstermijn Aan verzoeken om na verbeuring van de dwangsom en na het alsnog voldoen aan de last, de begunstigingstermijn in de (rechtens onaantastbare) last, achteraf te wijzigen zodat alsnog tijdig aan de last is voldaan en daarmee niet een dwangsom is verbeurd, wordt niet meegewerkt. Het kan ook zijn dat een overtreder aangeeft niet binnen de gestelde termijn aan de last te kunnen voldoen. Als deze – nog voor het aflopen van de begunstigingstermijn verzoekt om de begunstigingstermijn te verlengen hangt het van de omstandigheden van het geval af of wij daar aan mee kunnen werken. Allereerst moet de overtreder kunnen aangeven binnen welke termijn wel aan de last kan worden voldaan. Het is dan aan ons om af te wegen hoe het verlengen van de beslistermijn zich verhoudt tot het algemeen belang en het belang van derden (bijvoorbeeld in het geval aan de handhavingsactie een verzoek tot handhaving ten grondslag ligt). Wanneer wij besluiten om mee te werken aan een verzoek om de begunstigingstermijn te verlengen, doen wij dat altijd schriftelijk. Het is namelijk een besluit waartegen bezwaar en beroep open staat. Bezwaar en beroep schort de werking van een besluit niet op. Wanneer er rechtsmiddelen worden aangewend tegen de last of tegen de verleningsbeslissing, schort dat de begunstigingstermijn daarom niet op.

Het één en ander brengt met zich mee dat degene die rechtsmiddelen heeft aangewend, een verzoek om voorlopige voorziening moet indienen. Afhankelijk van de zwaarte en ernst van de overtreding – en de omstandigheden van het geval - wachten wij in beginsel de beslissing van de voorlopige voorzieningenrechter af om de begunstigingstermijn al dan niet te schorsen hangende de procedure. Kosten bestuursdwang Wij kunnen er in voorkomende gevallen voor kiezen om in de plaats van de overtreder, een overtreding ongedaan te maken. Vaak moeten daar ook kosten voor worden gemaakt. Hoewel kostenverhaal een logisch gevolg is van het toepassen van bestuursdwang, hebben wij geen plicht om tot kostenverhaal over te gaan. Hoofdregel is wel dat wij overgaan tot kostenverhaal (ook om precedentwerking te voorkomen). Er zijn echter omstandigheden waarbij wij moeten afzien van het verhalen van de gemaakte kosten. Daarbij gebruiken wij als handleiding de notitie van de VNG ‘Handhaving door en voor gemeenten’ 42.

4.4.1

Handhavingsverzoeken Onder een handhavingsverzoek verstaan wij een schriftelijk verzoek aan ons - van een belanghebbende - om handhavend op te treden. Anonieme handhavingsverzoeken nemen wij niet in behandeling tenzij klaarblijkelijk is dat de veiligheid en leefbaarheid in het geding is en er directe aanleiding is om op te treden. Na ontvangst van het verzoek nemen wij contact op met de verzoeker om handhaving om een volledig beeld te krijgen over de situatie en de reden voor het indienen van het verzoek. Daarnaast informeren wij de verzoeker over de procedure. Waar mogelijk passen we mediation toe.

42

Te vinden via: https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/handhaving-door_20191017.pdf 94

102

Prioriteiten (ambtshalve) toezicht en (ambtshalve) handhaving Zoals genoemd, zijn er grenzen aan het handhavend optreden. De capaciteit is beperkt en wij moeten daarom keuzes maken. In onderstaande tabel hebben wij daarom prioriteiten gesteld. De gestelde prioriteiten zien op het uitvoeren van ambtshalve toezicht en toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen. Daarnaast zien de gestelde prioriteiten op ambtshalve handhaving en handhaving op verzoek. De tabel is mede gebaseerd op de in paragraaf 2.2.1. van het strategische beleidskader opgenomen risicoanalyses (tabel 3A en 3B). Gelet op de veelheid aan onderwerpen die vallen onder de Wabo thuistaken, is het welhaast onmogelijk om alle onderwerpen in de tabel te verwerken en te prioriteren. In die gevallen waarin de activiteit niet is genoemd in de tabel, is de tabel vooral richtinggevend. Voor wat betreft klachten, meldingen en verzoeken om handhaving voor wat betreft constructieve veiligheid en brandveiligheid stellen wij geen nadere prioriteiten: deze worden allemaal opgepakt gelet op het feit dat constructieve veiligheid en brandveiligheid rechtstreeks de veiligheid en leefbaarheid raakt.

Prioriteiten toezicht en handhaving bestaande bouw (gebruiksfase) Bouwbesluit Strijd met welstandseisen (gebruiksfase)

Hoog Middel Laag

Strijdigheid binnen beschermd stadsgezicht / m.b.t. erfgoed Strijdigheid buiten beschermd stadsgezicht (excessen) Strijdigheid op industrieterreinen (excessen)

Bestaande bouw (Bouwbesluit) – gebouwen waarin gewoond wordt

Hoog

Woongebouwen zonder zorg, waar veel senioren zelfstandig wonen Tijdelijke bouw

Laag

Woongebouwen Grondgebonden woningen

Bestaande bouw (Bouwbesluit) – gebouwen waarin niet gewoond wordt Publieksfunctie

Hoog

Horeca, escape rooms, bioscoop Stadion, evenementenhallen Sportcomplex, bibliotheek, kerk, casino’s Winkels en winkelcentra

Laag

Station Tijdelijke bouw Parkeergarages Overheidsgebouwen Onderwijs/Kinderopvang

Hoog

Voortgezet – en hoger onderwijs Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse Opvang / Kinderdagverblijf

Laag

Tijdelijke bouw

95

102

Logies

Hoog

Hotel, pension Industrie/kantoorfunctie

Middel Laag

Industrie (zwaar) Industrie (middel) Industrie / kantoorfunctie (licht) Gezondheid en overig

Hoog

Gezondheidszorgfunctie met bedgebied

Middel

Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied

Gebouwen met celfunctie

Toezicht en handhaving illegale situaties (strijdig gebruik, illegale bouw) Ontbreken gebruiksvergunning op grond van Bouwbesluit Illegaal gebruik wonen Wonen in bijgebouw of bedrijfspand, of agrarische schuur, inclusief seizoensarbeiders, illegale splitsingen

Ontbreken gebruiksmelding op grond van Bouwbesluit Illegale bewoning; illegale kamerverhuur Commerciële verhuur van (studenten)kamers in bebouwde kom

Hoog

Illegaal gebruik gronden Gebruik in strijd met bestemmingsplan

Illegaal slopen Slopen zonder melding (meer dan 10M3)

Illegale bouw; grote bouwwerken (> 70 ²) [buitengebied] Grote agrarische schuur, (agrarisch) woning

Illegale bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven Bungalows, stacaravans, chalets (solitair en park)

Illegale bouw; grote bouwwerken (> 70 ²) [bebouwde kom] Woning, bedrijfspand.

Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads- en dorpsgezicht Rijks- en gemeentelijke monumenten (dakkapel, schilderen, wijzigen, bijgebouw, slopen etc.).

Middel

Illegale reclame [bebouwde kom, binnen beschermd stadsgezicht] Spandoek in framewerk, vlaggen, banieren, borden (gevel)

Illegale bouw; middel bouwwerken (> 30 m² en < 70 m²) [buitengebied]

Laag

Schuur, bijkeuken, aanbouw.

Illegale bouw; middel bouwwerken (> 30 m² en < 70 m²) [bebouwde kom] Schuur, bijkeuken, aanbouw, bedrijfsgebouwen.

Illegale aanleg Graven en dempen van sloten, ontgrondingen, in- en uitrit

Illegale reclame [buitengebied] Aanhangwagens, borden, vlaggen, spandoeken

96

102

Illegale reclame [bebouwde kom, anders dan beschermd stadsgezicht] Spandoek in framewerk, vlaggen, banieren, borden (gevel)

Illegale reclame [industrieterreinen] Illegale kap Bomen, houtwal (inclusief herplantplicht)

Illegale bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde Erfafscheiding, infozuilen, telecommunicatie, kunstwerken (exclusief reclame), omheining (paardebak), lichtmasten, windturbines.

Illegale bouw; kleine bouwwerken (< 30 m²) Dakkapel, klein bijgebouw, kleine uitbouw.

Klachten en meldingen ten aanzien van vergunningsvrije activiteiten Tabel 11 Prioriteiten (ambtshalve) toezicht en (ambtshalve) handhaving

Voornoemde prioriteiten voor wat betreft (ambtshalve) toezicht en (ambtshalve) handhaving zijn als volgt richtinggevend voor de praktijk. Op basis van bovenstaande tabel stellen wij vast wat de prioriteit is van de voorliggende situaties/casus. Bij een hoge prioriteit krijgt de afhandeling voorrang op andere werkzaamheden. Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij af, afhankelijk van de zwaarte van de overtreding en kunnen we er in gevallen voor kiezen om projectmatig op te treden. In het geval van een lage prioriteit zal er voor wat betreft een klacht/melding geen actie worden ondernomen (geen toezicht worden uitgevoerd) tenzij direct ingrijpen van belang is. In het geval van een handhavingsverzoek waaraan een lage prioriteit wordt toegekend, wordt het verzoek altijd in behandeling genomen. In dat geval wordt beoordeeld of er, ondanks de prioritering, toch aanleiding is om handhavend op te treden. Wanneer dat niet het geval is, wordt de betrokkene daarover geïnformeerd en de betreffende signalen worden verzameld. Dat kan er toe leiden dat er op een later moment (al dan niet gebiedsgericht) projectmatig handhavend wordt opgetreden. De in bovenstaande tabel gestelde prioriteiten doen niets af aan het feit dat wij in voorkomende gevallen moeten afzien van handhavend optreden.

Bijvoorbeeld in het geval van legalisatie of dat handhavend optreden niet evenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Daarnaast treden wij naar aanleiding van een handhavingsverzoek van iemand die niet-ontvankelijk is in dat verzoek (geen belanghebbende), in beginsel ook niet ambtshalve op – ook niet als er sprake is van een gemiddelde of een hoge prioriteit. Gelet op de in het strategische beleidskader gestelde prioriteiten is daar geen ruimte voor. Dit is alleen anders in het geval optreden noodzakelijk is met het oog op veiligheid en leefbaarheid. Prioritering versus gelijkheidsbeginsel Wanneer wij gebruik maken van onze handhavende bevoegdheden naar aanleiding van een verzoek om handhaving, beroepen overtreders zich regelmatig op het gelijkheidsbeginsel. Als wij besluiten om handhavend op te treden naar aanleiding van een verzoek om handhaving levert dat geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van vergelijkbare gevallen waarbij niet om handhaving is verzocht (en dus geen handhavingsactie is ondernomen). De situatie is dan niet gelijk, juist omdat er niet om

97

102

handhaving is verzocht. Dit brengt ook met zich mee dat als wij naar aanleiding van een handhavingsverzoek besluiten handhavend op te treden terwijl er vergelijkbare gevallen zijn, wij niet ambtshalve hoeven over te gaan tot het handhaven van die situaties. Inhoudelijke beoordeling klachten, meldingen en handhavingsverzoeken Bij de beoordeling van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken kijken wij in ieder geval naar: ➔ Het karakter van het (gestelde) overtreden voorschrift; ➔ Het daarbij betrokken algemene belang en; ➔ De belangen van de verzoeker bij handhaving.

4.4.2

Gebiedsgericht toezicht en handhaven In paragraaf 4.5 van het ‘algemene deel’ van dit beleidsplan, stonden wij al stil bij het feit dat ondermijnende criminaliteit ook in onze stad speelt. Met name in deze coalitieperiode is het besef bij ons (en landelijk) gekomen dat we hier op een serieuze schaal mee te maken hebben en dat wij ook een rol kunnen en moeten spelen bij de aanpak van ondermijning. De afgelopen periode hebben wij al inzet gepleegd op gezamenlijke controles met politie, het OM en de belastingdienst en de komende periode zal die inzet mogelijk (gebiedsgericht) worden vergroot. Daarnaast zal nader worden onderzocht hoe vanuit de taakuitvoering van de Wabo thuistaken een verdere bijdrage kan worden geleverd aan de aanpak van ondermijning (bijvoorbeeld het toepassen van Bibob onderzoek bij vergunningverlening). Gelet op de in het strategische beleidskader vastgestelde prioritering, wordt er verder in beginsel niet ambtshalve gebiedsgericht toezicht gehouden en handhavend opgetreden. Wel kan het zijn dat de klachten en meldingen die wij ontvangen, het beeld kunnen geven dat er een zekere problematiek speelt in een (relatief) afgebakend gebied. Bij het opstellen van de jaarlijkse programma’s wordt dan afgewogen of daar al dan niet (projectmatig) op wordt ingezet.

4.4.3

Themagericht toezicht en handhaven Themagericht toezicht en handhaving is het voeren van toezicht en eventueel handhavend optreden naar aanleiding van actuele landelijke thema’s, bestuurlijke prioriteiten en nieuw of gewijzigd beleid. Denk hierbij aan het onderzoek naar de brandveiligheid van gevelplaten en het gebruik RVS in zwembaden, de breedplaatvloeren, constructieve veiligheid van galerijflats, enzovoort. Van ons wordt in die situaties verwacht dat wij inventarisaties maken van de betrokken locaties, eigenaren van gebouwen informeren en indien nodig, sanctioneren. Veelal verzoekt de minister de onderzoeken met voorrang en op korte termijn uit te voeren. Wij geven altijd zo snel mogelijk gehoor aan de verzoeken van de minister.

98

102

B2

W1

W2

W3

W4

P1

P2

W&P

O1

O2

O3

afdeling

omschrijving

B1

H1: Algemene bepalingen Hoofdstuk 2: veiligheid

Scope

Bijlage 1: Toetsprotocol bouwen

B

4

4

4

4

4

4

4

4

4

4

4

4

1.3

ARTIKEL gelijkwaardigheid

B

2

3

1

1

2

3

3

3

3

1

2

3

2.1

B

-

3

1

1

2

3

3

3

3

-

-

-

2.2

A

-

2

2

2

2

2

2

3

3

-

2

2

2.3

A A A A

1

2 2 2 2

2 2 1 2

2 2 1 2

2 2 1 2

2 2 2 2

2 2 2 2

3 3 3 2

2 3 3 2

-

1 1 1 -

1 1 1 -

2.4 2.5 2.6 2.7

C

-

3

1

1

1

3

3

3

3

-

1

2

2.8

C

2

3

1

1

1

3

3

3

3

-

1

2

2.9

C

2

3

2

2

2

3

3

3

3

-

-

3

2.10

C

-

3

-

-

-

3

3

3

3

-

-

3

2.11

algemene sterkte bouwconstructies AFSTEMMING MET CONSTRUCTEUR sterkte bij brand - AFSTEMMING MET CONSTRUCTEUR afscheiding van vloer, trap en hellingbaan overbrugging hoogteverschillen Trap Hellingbaan beweegbare constructieonderdelen beperking ontstaan van een brandgevaarlijke situatie beperking van ontwikkeling van brand en rook beperking van uitbreiding van brand verdere beperking van uitbreiding van brand / verspr. rook

Toetsniveau

102

Hoofdstuk 3: gezondheid

Hoofdstuk 4: bruikbaarheid

C C C A C

2 3

3 2 3

2 1 3

2 1 3

2 1 3

3 2 3 2 3

3 2 3 3

3 2 3 3

3 2 3 2 3

3

3

3 3 3 3

2.12 2.13 2.14 2.15 2.16

A

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

3

2.17

D

-

-

3

3

3

3

3

3

3

-

-

-

3.1

D

-

1

1

1

1

2

1

1

2

-

-

-

3.2

D D

-

-

1

1

2

2 3

2

2

2 3

-

-

-

3.3 3.4

D D D E

1

2 2

2 2 2 2

2 2 2 2

2 2 2 2

2 2 2 2

2 2 2 2

2 2 2

2 2 2 2

-

-

3 -

3.5 3.6 3.7 3.8

A

-

1

1

1

1

1

1

1

1

-

-

-

3.9

A

-

1

1

1

1

1

1

1

1

-

-

-

3.10

D A

1

2

2 2

2 2

2 2

2 2

3 2

2 2

2 2

-

-

-

3.11 4.1

Vluchtroutes hulpverlening bij brand hoge en ondergrondse gebouwen Inbraakwerendheid veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied aanvullende regels tunnelveiligheid bescherming tegen geluid van buiten bescherming tegen geluid van installaties wering van galm geluidwering verblijfsruimten diverse functies wering van vocht luchtverversing spuivoorziening toevoer van verbrandingslucht / afvoer van rookgas Beperking van de aanwezigheid van schadelijke stoffen en ioniserende straling bescherming tegen ratten en muizen daglicht verblijfsgebied / verblijfsruimte

A A

1 -

2 -

2 2

2 2

2 2

2 2

2 2

2 2

2 2

-

-

-

4.2 4.3

toiletruimte badruimte

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=cf47dfc0-e5bb-47d5-8c70-7b6b04d0ad73