2. Het Vergunningen, Toezicht en Handhaving beleidsplan Wabo thuistaken 2021-2022.
Tekst van het document
27
102
2
Risico- en probleemanalyse
2.1
Vergunningen
2.1.1
Risicoanalyse
Duurzaamheid
Volksgezondheid
Totaal
Naleving
Eindscore (= klasse)
Leefbaarheid
Risico Negatief effect op:
Veiligheid
Activiteit
0,8
1,2
7,0
5,0
35
Bouw Publieksfunctie > 1.000.000
5,0
0
Gebouwen voor publiek toegankelijk (sport, winkel, horeca, overheidsgebouw, kerk, bibliotheek, casino ed.). Nieuwbouw, grote verbouwing.
Kinderdagverblijf
4,0
0
0,8
1,6
6,4
5,2
33,4
Gebouwen voor publiek toegankelijk, verminderde zelfredzaamheid door leeftijdscategorie 0 t/m 4 jaar, met bedgebied, begeleiding noodzakelijk.
Publieksfunctie tijdelijke bouw
3,0
0
1,6
1,8
6,4
5,1
32,7
Gebouw voor publiek toegankelijk, tijdelijk gebruik. Door tijdelijkheid valt buiten beeld. Voorbeeld: tijdelijk winkelcentrum, noodlokaal, tijdelijk gemeentehuis.
Monumentenvergunning / Monumentenbescherming
3,0
0
1,0
1,8
5,8
5,6
32,4
2,2
5,5
5,9
32,2
Bouwwerk met monumentale status (zowel rijks als gemeentelijk monument).
Wonen tijdelijke bouw
1,7
0
1,6
Gebouw waarin tijdelijk gewoond wordt. Door tijdelijkheid valt buiten beeld. Voorbeeld: tijdelijke woonunit, woonwagens, tijdelijke schuur.
Industrie/kantoorfunctie > 1.000.000
4,3
0
0,8
1,2
6,3
5,0
31,7
3,7
0
1,0
1,6
6,3
5,0
31,5
0
0,8
1,0
6,5
4,9
31,5
Gebouw met bedrijfsfunctie.
Industriefunctie met risicovol gebruik *vuurwerk, PGS 15
Industriegebouw geschikt voor opslag van risicovolle stoffen.
Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
4,7
Gebouwen voor publiek toegankelijk, verminderde zelfredzaamheid waar wordt geslapen. Ziekenhuis, verpleeg-/verzorgingshuis.
Gebouwen met celfunctie
4,3
0
0,8
1,4
6,5
4,8
31,2
Gebouwen (deels) voor publiek toegankelijk, dwangverblijf voor personen. Voorbeeld: gevangenis, psychiatrische inrichting, politiebureau met celfunctie, tbs kliniek.
Industrie/kantoorfunctie tijdelijke bouw
2,3
0
1,6
2,0
5,9
5,2
30,7
Gebouw met bedrijfsfunctie, tijdelijk gebruik, Door tijdelijkheid valt buiten beeld. Voorbeeld: kantoorunits, tijdelijke opslag.
28
102
Wonen Cat. l < 100.000 complex
3,0
0
1,2
1,8
6
5,0
30,3
Gebouwen waarin gewoond wordt, bouwkosten tot € 100.000. Uit-/aanbouw,bijgebouwen, gebruiksverandering, constructieve wijziging. Voorbeeld: uitbouw met doorbraak, extra bouwlaag, wijziging brandcompartiment.
Wonen Cat. ll 100.000 - 1.000.000
3,3
0
0,8
1,4
5,5
5,4
30,0
Gebouwen waarin gewoond wordt, bouwkosten van € 100.000 tot € 1.000.000. Voorbeeld: woningen inclusief woongebouwen.
Publieksfunctie < 100.000
2,7
0
1,2
1,8
5,7
5,3
29,8
Gebouwen voor publiek toegankelijk (sport, winkel, horeca, overheidsgebouw, kerk, bibliotheek, casino ed.). Voorbeeld: verbouw, uitbreiding.
Wonen Cat. lll > 1.000.000
4,3
0
0,8
1,2
6,3
4,7
29,8
0,8
1,2
6
4,9
29,2
Gebouwen waarin gewoond wordt. Voorbeeld: wooncomplexen.
Publieksfunctie 100.000 - 1.000.000
4,0
0
Gebouwen voor publiek toegankelijk (sport, winkel, horeca, overheidsgebouw, kerk, bibliotheek, casino ed.). voorbeeld: Verbouw, uitbreiding en nieuwbouw.
Industrie/kantoorfunctie 100.000 1.000.000
3,3
0
0,8
1,6
5,7
5,0
28,7
1,2
5,7
5,0
28,3
Gebouw met bedrijfsfunctie. Voorbeeld: verbouw, uitbreiding, nieuwbouw.
Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse Opvang
3,7
0
0,8
Gebouwen voor publiek toegankelijk, verminderde zelfredzaamheid door leeftijdscategorie 4 t/m 12 jaar, begeleiding noodzakelijk. Voorbeeld: basisschool, BSO.
Bouwwerk geen gebouw zijnde complex
2,3
0
1,6
1,8
5,7
4,9
28,0
Bouwwerk zonder verblijfsruimte van enige omvang. Voorbeeld: podium, grote tent, tribune, tunnel, viaduct, windmolen, zendmast.
Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied
3,7
0
0,8
1,2
5,7
4,8
27,1
Gebouwen voor publiek toegankelijk, verminderde zelfredzaamheid waar niet wordt geslapen. Voorbeeld: dagbesteding, medisch centrum, artsenpraktijk.
Industrie/kantoorfunctie < 100.000
2,3
0
1,2
1,8
5,3
5,0
26,9
4,7
5,7
26,5
Gebouw met bedrijfsfunctie. Voorbeeld: verbouw, uitbreiding, kleine nieuwbouw.
Wonen Cat. l < 100.000 eenvoudig
1,7
0
1,2
1,8
Gebouwen waarin gewoond wordt, bouwkosten tot € 100.000. Uit-/aanbouw, geen gebruiksverandering. Voorbeeld: dakkapel, tuinhuisje, serre, overkapping, erker.
Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig
1,0
0
1,6
1,2
3,8
5,4
20,4
Bouwwerk zonder verblijfsruimte met beperkte omvang. Voorbeeld: kunstwerk, reclamezuilen, vlaggenmasten.
Activiteit brandveilig gebruik Melding brandveilig gebruik
4,7
0
0,8
1,0
6,5
5,0
32,5
Omgevingsvergunning brandveilig gebruik
4,7
0
0,8
1,0
6,5
5,0
32,5
RO Tijdelijk afwijken bestemmingsplan
1,7
0
1,6
1,4
4,7
5,0
23,5
Aanlegvergunning
0,6
0
1,4
1,5
3,5
5,1
17,9
Buitenplans afwijken bestemmingsplan
1,0
0
1,2
1,0
3,2
4,7
15
1,0
0
0,8
1,0
2,8
4,7
13,2
Binnenplans afwijken bestemmingsplan
Sloop Slopen binnen bebouwde kom
4,4
0
0,8
1,8
7,0
4,8
33,6
Slopen buiten bebouwde kom
3,7
0
0,8
1,2
5,7
5,0
28,5
29
102
Omgevingsvergunning in relatie tot de APV In-uitritvergunning
4,3
0
0,8
1,0
6,1
4,9
29,9
Vellen houtopstand (kap)
0,6
0
1,0
0,9
2,5
5,4
13,5
Reclame buiten beschermd stadsgezicht Reclame binnen beschermd stadsgezicht / op of aan erfgoed Reclame op industrieterreinen
0,6
0
0,6
0,6
1,8
6,8
12,2
0,6
0
0,4
0,6
1,6
7,3
11,7
0,5
0
0,4
0,6
1,5
7,0
10,5
Tabel 1: Risicomatrix vergunningen
2.1.2
Probleemanalyse Aantal te verwachten aanvragen en meldingen 12
Vooroverleg13
(Concept) aanvragen omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg en monument, sloopmeldingen en sloopvergunningen bouw.
Aantal (±) • Spreekbox: 250 • Website/KCC: 1100 • Rechtstreeks mail- en telefooncontact met medewerkers wordt niet gemonitord alsmede het aantal interne adviesvragen. • Conceptaanvragen: 125 • Omgevingsvergunningen bouw, RO, monumenten: 700 • Omgevingsvergunningen aanleg: 20 • Omgevingsvergunningen sloop: 10 • Sloopmeldingen: 100.
Omgevingsvergunning en melding brandveilig gebruik.
• Meldingen brandveilig gebruik: 35. • Omgevingsvergunningen brandveilig gebruik: 10.
Omgevingsvergunningen: reclame, kap en uitweg
• Omgevingsvergunningen reclame: 35.
Opmerkingen De laatste jaren is er sprake van een toename van het aantal vragen per mail, website en telefoon.
We zien een toename van het aantal conceptaanvragen. Voor wat betreft het aantal sloopmeldingen: sinds 2018 wordt het grootste deel van de sloopmeldingen (asbest sloop) door de OD behandeld. Het aantal genoemde sloopmeldingen dat wij verwachten te behandelen, is daarom het aantal bouwsloopmeldingen. Inhoudelijke beoordeling aanvraag omgevingsvergunning brandveilig gebruik vindt plaats door Veiligheidsregio/ team Brandveiligheid van de gemeente.
12
De cijfers zijn op basis van het programma 2020 Vooroverleg = verzoek om advies door initiatiefnemer voorafgaand aan aanvraag dan wel intern adviesaanvraag vanuit andere afdelingen. 13
30
102
Wabo- gerelateerde toestemmingen / adviesvragen
• Omgevingsvergunningen kap: 65 • Omgevingsvergunningen uitweg: 20. • Waterwet: 140 • Wet natuurbescherming: 40 • Overig advies 5
Als het gaat om bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming, ziet het aantal op de aanvragen die bij de provincie zijn ingediend en waarbij wij om advies gevraagd zijn.
Type bouwwerken en complexiteit aanvragen14 Activiteit Bouwen – Wonen (<100.000) Bouwen – Wonen (dakkapel, bijgebouw, uitbouw) Sloopmeldingen Bouwen – Bedrijf (<100.000) Bouwen – Wonen (100.000 – 1.000.000) Conceptaanvragen Kap Gebruiksmeldingen Bouwen – Bedrijf (100.000 – 1.000.000) Afwijking bestemmingsplan (zonder bouwen) Bouwen – Wonen (>1.000.000) Reclame Aanleg In-/uitrit Gebruiksvergunningen Bouwen – Publiek (<100.000) Bouwen- Bedrijf (>1.000.000) Monumenten Bouwen – Publiek (100.000 – 1.000.000) Bouwen – Publiek (>1.000.000) Sloopvergunningen
Aantal in % 16,5 12,2
Risicoprofiel15 30,3 25
10,2 9,5 9,3 8,9 7,3 4,2 4,0 3,5 3,4 2,8 2,2 1,6 1 0,9 0,9 0,7 0,6 0,3 0
32 26,9 30 13,5 32,5 28,7 17,2 29,8 11,5 17,9 29,9 31,5 29,8 31,6 32,4 29,2 35 32
Tabel 2 Type bouwwerken in % in relatie tot het risicoprofiel
Uit voorgaand overzicht blijkt dat in de praktijk zo’n 17,3% van de aangevraagde/gemelde activiteiten binnen de hoogste risicoklasse valt: zeer groot tot groot risico. Verder blijkt uit het overzicht dat zo’n 31,7% van de aangevraagde/gemelde activiteiten valt binnen de categorie ‘beperkt risico’ en 42,1% valt binnen de categorie ‘klein tot zeer klein risico’. 14
Gebaseerd op cijfers van 2018 (analyse legeslijst) en 2019 (jaarverslag), cijfers fluctueren ieder jaar en zijn daarmee enkel indicatief. 15 Risicoprofiel is in voorkomend geval het resultaat van het gemiddelde van een aantal in tabel 1 genoemde activiteiten. 31
102
Het aantal samengestelde aanvragen om omgevingsvergunningen (dat zijn aanvragen voor twee of meer activiteiten, bijvoorbeeld bouw en sloop, bouw en afwijken bestemmingsplan, etc.) fluctueert ieder jaar. Gemiddeld gaat het om tussen 10 – 30% van de aanvragen. Uit het overzicht blijkt ook dat het grootste gedeelte van de activiteiten straks valt onder de in de Wkb te onderscheiden ‘gevolgklasse 1’ (dat zijn de eenvoudige bouwwerken, hieronder vallen onder andere grondgebonden eengezinswoningen, woonboten en vakantiewoningen). Dit betekent, kortgezegd, dat de technische beoordeling van deze aanvragen en het houden van toezicht hierop vervalt. Wel blijven wij het bevoegd gezag). Daarbij moet echter niet uit het oog worden verloren dat ook deze activiteiten veel inzet kunnen vragen als het gaat om bijvoorbeeld de bouw- en sloopveiligheid bij inbreidingsplannen. Daarnaast zal niet iedere kwaliteitsborger bekend zijn met de situatie ter plaatse zodat deze ons om advies kan gaan vragen (bijvoorbeeld als het gaat om de bodem). In voorkomende gevallen moet ook worden meegekeken als het gaat om bijvoorbeeld het brandveilig gebruik. Kortom: er vallen straks taken weg maar er komen ook weer andere taken voor in de plaats. Zoals in paragraaf 2.3.1.
van hoofdstuk 2 van het ‘algemene deel’ van dit beleidsplan genoemd, zal de komende periode worden benut om nader te concretiseren wat de Wkb voor de werkpraktijk gaat betekenen. Verder zien wij een trend waarbij de ‘overige’ activiteiten (die straks vallen onder gevolgklasse 2 en 3, complexe bouwwerken en specialistische bouwwerken) steeds omvangrijker en complexer worden. Een integrale aanpak is daarbij van cruciaal belang maar ook omgevingsveiligheid, klimaatadaptatie en duurzaam bouwen spelen een steeds grotere rol. Dat maakt dat dergelijke activiteiten steeds meer inzet ‘aan de voorkant’ vragen. Wanneer die inzet niet aan de voorkant plaatsvindt, is de ervaring dat de behandeling van de aanvraag verhoudingsgewijs veel meer tijd in beslag neemt. Overige taken/werkzaamheden die van invloed zijn op de capaciteitsvraag Naast het behandelen van meldingen en aanvragen om omgevingsvergunningen, worden door de vergunningverleners en juristen nog andere taken opgepakt die de nodige inzet vragen en daarmee drukken op de beschikbare capaciteit voor voornoemde taakuitvoering. In 2019 zijn wij overgegaan op een ander zaaksysteem. Een aantal medewerkers heeft daar inzet op gepleegd voor wat betreft het meedenken over de inrichting en implementatie van het systeem. Daarnaast plegen zij inzet voor wat betreft de doorontwikkeling van het systeem.
Gelet op de nieuwe wet- en regelgeving voor het omgevingsrecht komt er de komende tijd ook vakinhoudelijk het nodige op ons af. Omdat de afdeling Fysieke Leefomgeving geen kwaliteits- en/beleidsmedewerkers heeft, zal ook voor wat betreft de implementatie van die wet- en regelgeving inzet van de vergunningverleners en juristen worden gevraagd. Dat geldt overigens ook in algemene zin voor de verbetering van de kwaliteit van de werkzaamheden, het (mee) ontwikkelen van beleid, verordeningen, werkprocessen, standaarden, enzovoort.
32
102
Benodigde capaciteit In het uitvoeringsprogramma zetten wij – kortgezegd - ieder jaar uiteen welke taken wij gaan uitvoeren en hoe we de beschikbare capaciteit verdelen over die taken, waarnaar wij op deze plaats verwijzen. De beschikbare capaciteit komt echter niet overeen met de benodigde capaciteit voor de uitvoering van de taken op het (toets)niveau dat we zouden willen behalen. Zoals in paragraaf 5.1 van het ‘algemene deel’ van dit beleidsplan uiteengezet, is er samen met bureau Seinstra en van der Laar (SvdL) een nulmeting uitgevoerd. Daarbij is, kortgezegd, naar voren gekomen dat er in Zwolle – in verhouding tot andere gemeenten - veel meer werk wordt verzet met minder capaciteit, maar dat er minder uitval is en de kwaliteit van het werk beter.
Figuur 2 Instroom versus capaciteit
Om de pieken in de werkvoorraad op te vangen is een raamcontract met een extern adviesbureau gesloten. Omdat er de komende tijd veel op ons af komt en dat ook veel van de medewerkers vraagt, moet er gelet op het voorgaande scherp geprioriteerd worden en daar waar nodig capaciteit ingehuurd worden.
33
102
2.2
Toezicht en handhaving
2.2.1
Risicoanalyse Bouw Activiteit
Risico
Eindscore (= klasse)
Totaal
Veiligheid
Volksgezondheid
35
Duurzaamheid
Toezicht op de bouw (uitvoering omgevingsvergunning)16 Publieksfunctie > 1.000.000 5,0 0 0,8 1,2 7,0 5,0
Toezicht uitvoeringsfase = ….. Toezicht gebruiksfase objectgericht (Welstand en Bouwbesluit) = ….. Toezicht en handhaving illegale situaties = …..
Leefbaarheid
Naleving
Negatief effect op:
Kinderdagverblijf Publieksfunctie tijdelijke bouw Monumentenvergunning / Monumentenbescherming Wonen tijdelijke bouw
4,0
0
0,8
1,6
6,4
5,2
33,4
3,0
0
1,6
1,8
6,4
5,1
32,7
3,0
0
1,0
1,8
5,8
5,6
32,4
1,7
0
1,6
2,2
5,5
5,9
32,2
Industrie/kantoorfunctie > 1.000.000
4,3
0
0,8
1,2
6,3
5,0
31,7
Industriefunctie met risicovol gebruik *vuurwerk , PGS 15 Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
3,7
0
1,0
1,6
6,3
5,0
31,5
4,7
0
0,8
1,0
6,5
4,9
31,5
Gebouwen met celfunctie
4,3
0
0,8
1,4
6,5
4,8
31,2
Industrie/kantoorfunctie tijdelijke bouw
2,3
0
1,6
2,0
5,9
5,2
30,7
Wonen Cat. l < 100.000 complex
3,0
0
1,2
1,8
6
5,0
30,3
Wonen Cat. ll 100.000 - 1.000.000
3,3
0
0,8
1,4
5,5
5,4
30,0
Publieksfunctie < 100.000
2,7
0
1,2
1,8
5,7
5,3
29,8
Wonen Cat. lll > 1.000.000
4,3
0
0,8
1,2
6,3
4,7
29,8
Publieksfunctie 100.000 - 1.000.000
4,0
0
0,8
1,2
6
4,9
29,2
Industrie/kantoorfunctie 100.000 1.000.000 Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse Opvang Bouwwerk geen gebouw zijnde complex
3,3
0
0,8
1,6
5,7
5,0
28,7
3,7
0
0,8
1,2
5,7
5,0
28,3
2,3
0
1,6
1,8
5,7
4,9
28,0
Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied Industrie/kantoorfunctie < 100.000
3,7
0
0,8
1,2
5,7
4,8
27,1
2,3
0
1,2
1,8
5,3
5,0
26,9
Wonen Cat. l < 100.000 eenvoudig
1,7
0
1,2
1,8
4,7
5,7
26,5
16 Zie tabel 1 voor de definities van de categorieën genoemd onder ‘toezicht op de bouw’
34
102
Bouwwerk geen gebouw zijnde 1,0 0 1,6 1,2 3,8 eenvoudig Toezicht RO (uitvoering omgevingsvergunning)
5,4
20,4
Aanlegvergunning
3,5
5,1
17,9
0,6
0
1,4
1,5
Toezicht sloop (uitvoering n.a.v. melding) Slopen binnen bebouwde kom
4,4
0
0,8
1,8
7,0
4,8
33,6
Slopen buiten bebouwde kom
3,7
0
0,8
1,2
5,7
5,0
28,5
Toezicht overige activiteiten (uitvoering omgevingsvergunning) Bescherming bijzondere/monumentale bomen op de bouwplaats Hinder bij bouw (heien, trillingen, stof, geluid) In-uitritvergunning
3,0
0
1,0
1,8
5,8
5,6
32,4
3,0
1,6
0,8
1,2
6,6
4,8
30,4
4,3
0
0,8
1,0
6,1
4,9
29,9
Vellen houtopstand (kap)
0,6
0
1,0
0,9
2,5
5,4
13,5
Reclame buiten beschermd stadsgezicht Reclame binnen beschermd stadsgezicht / op of aan erfgoed Reclame op industrieterreinen
0,6
0
0,6
0,6
1,8
6,8
12,2
0,6
0
0,4
0,6
1,6
7,3
11,7
0,5
0
0,4
0,6
1,5
7,0
10,5
Toezicht bestaande bouw – strijd met welstandseisen (gebruiksfase) Strijdigheid binnen beschermd 0,8 1,2 0,4 0,8 3,2 4,0 12,8 stadsgezicht / m.b.t. erfgoed Strijdigheid buiten beschermd 0,6 0,8 0,4 0,6 2,4 4,5 10,9 stadsgezicht (excessen) Strijdigheid op industrieterreinen 0,4 0,6 0,4 0,4 1,8 4,7 8,5 (excessen) Toezicht bestaande bouw (Bouwbesluit) – gebouwen waarin gewoond wordt Woongebouwen zonder zorg, waar veel senioren zelfstandig wonen Tijdelijke bouw
4,3
1,0
0,8
1,6
7,7
4,6
35,4
2,3
0,9
0,8
1,6
5,6
5,5
30,8
Woongebouwen
2,0
0,9
0,8
1,5
5,2
5,4
28,1
Grondgebonden woningen
1,9
0,7
0,8
1,2
4,6
5,5
25,3
Toezicht bestaande bouw (Bouwbesluit) – gebouwen waarin niet gewoond wordt Publieksfunctie Horeca, escape rooms, bioscoop
4,0
0,9
0,8
1,2
6,9
5,4
37,3
Stadion, evenementenhallen
4,3
0,7
0,8
1,2
7
5,2
36,4
Sportcomplex, bibliotheek, kerk, casino’s Winkels en winkelcentra
4,3
0,7
0,8
1,0
6,7
5,0
33,5
3,7
0,7
0,8
1,2
6,4
5,0
32
Station
3,0
0,7
0,8
1,2
5,7
4,6
26,2
Tijdelijke bouw
3,0
0,5
0,4
1,5
5,4
4,6
24,8
Parkeergarages
2,7
0,5
0,8
0,8
4,8
4,7
22,6
Overheidsgebouwen
2,3
0,7
0,8
0,9
4,7
4,7
22,1
35
102
Onderwijs/Kinderopvang Voortgezet – en hoger onderwijs
3,6
0,7
0,8
1,3
6,4
5,0
32
Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse Opvang / Kinderdagverblijf Tijdelijke bouw
3,9
0,5
0,8
1,2
6,4
4,6
29,4
2,3
0,5
1,1
1,5
5,4
5,4
29,2
0,8
1,0
6,6
5,4
35,6
Logies Hotel, pension
4,3
0,5
Industrie/kantoorfunctie Industrie (zwaar)
3,7
0,6
1,2
1,2
6,7
4,6
30,8
Industrie (middel)
3,3
0,5
1,0
1,2
5,8
4,5
26,1
Industrie / kantoorfunctie (licht)
2,3
0,4
0,8
0,8
4,3
5,0
21,5
Gezondheid en overig Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
4,7
0,5
0,8
1,0
7,0
4,9
34,3
Gebouwen met celfunctie
4,3
0,5
0,8
1,4
7,0
4,8
33,6
Gezondheidszorgfunctie zonder 3,7 0,5 0,8 1,2 bedgebied Toezicht en handhaving illegale situaties Ontbreken gebruiksvergunning op 5,0 1,6 0,8 1,8 grond van Bouwbesluit Illegaal gebruik wonen 1,8 1,2 0,8 2,4
6,2
4,8
29,8
9,2
5,0
46
6,2
6,7
41,5
Wonen in bijgebouw of bedrijfspand, of agrarische schuur, inclusief seizoensarbeiders, illegale splitsingen
Ontbreken gebruiksmelding op grond van Bouwbesluit Illegale bewoning; illegale kamerverhuur
4,0
1,2
0,8
1,6
7,6
5,0
38
2,3
1,6
0,6
0,9
5,4
6,3
33,9
Commerciële verhuur van (studenten)kamers in bebouwde kom
Illegaal gebruik gronden
1,2
1,1
1,4
1,8
5,5
6,2
33,9
1,4
1,1
1,0
1,8
5,2
6,3
32,9
2,0
1,1
1,2
2,4
6,6
4,8
32,1
1,7
1,2
0,8
0,9
4,6
7,0
31,9
2,0
1,3
1,2
1,5
6,0
5,3
31,8
1,4
1,1
1,2
1,2
4,8
5,7
27,4
5,4
24,6
Gebruik in strijd met het bestemmingsplan
Illegaal slopen Slopen zonder melding (meer dan 10M3)
Illegale bouw; grote bouwwerken (> 70 ²) [buitengebied] Grote agrarische schuur, (agrarisch) woning
Illegale bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven Bungalows, stacaravans, chalets (solitair en park)
Illegale bouw; grote bouwwerken (> 70 ²) [bebouwde kom] Woning, bedrijfspand.
Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads- en dorpsgezicht
Rijks- en gemeentelijke monumenten (dakkapel, schilderen, wijzigen, bijgebouw, slopen etc.).
Illegale bouw; middel bouwwerken (> 30 m² en < 70 m²) [buitengebied]
1,4
0,5
0,6
2,1
4,6
36
102
Schuur, bijkeuken, aanbouw.
Illegale bouw; middel bouwwerken (> 30 m² en < 70 m²) [bebouwde kom]
1,5
0,9
0,8
0,6
3,8
6,3
24,2
0,6
0,7
1,4
1,5
4,2
5,1
21,0
0,6
0,8
0,6
0,6
2,6
6,8
17,8
0,6
0,8
0,4
0,6
2,4
7,3
17,4
Schuur, bijkeuken, aanbouw, bedrijfsgebouwen.
Illegale aanleg
Graven en dempen van sloten, ontgrondingen, in- en uitrit
Illegale reclame [buitengebied] Aanhangwagens, borden, vlaggen, spandoeken
Illegale reclame [bebouwde kom]
Spandoek in framewerk, vlaggen, banieren, borden (gevel)
Illegale reclame [industrieterreinen]
0,5
0,8
0,4
0,6
2,3
7,0
16,1
Illegale kap
0,6
0,7
1,0
0,9
3,2
5,2
16,4
0,8
0,5
0,6
0,6
2,5
5,5
13,7
Bomen, houtwal (inclusief herplantplicht)
Illegale bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde
Erfafscheiding, infozuilen, telecommunicatie, kunstwerken (exclusief reclame), omheining (paardebak), lichtmasten, windturbines.
Illegale bouw; kleine bouwwerken (< 30 m²)
0,8
0,5
0,4
0,6
2,3
5,8
13,3
Dakkapel, klein bijgebouw, kleine uitbouw. Tabel 3A Risicomatrix toezicht en handhaving bouw
Brandveilig gebruik
Naleving
Totaal
Klasse
Cafés, discotheek, restaurant > 250 pers. Hoge woongebouwen (> 20 meter) Verpleegtehuizen Kamerverhuur > 4 wooneenheden Cafés, discotheek, restaurant 50-250 pers. Woongebouw (zonder zorg) met inpandige gangen Logiefunctie > 50 pers. Klinieken (psychiatrische instelling) Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. > 250 pers. Ziekenhuis Winkelgebouwen > 250 pers. Wonen met zorg - 24 uur zorg > 10 pers. Gebedshuis > 250 pers. Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. 50-250 pers. Kantoren > 250 pers. Fabrieken / industrie 50 - 250 pers. Kinderopvang School (l.l < 12 jaar)
Risico
Effecten
Activiteit
6,9 7,4 9,5 5,1 5,9 6,5 7,4 8,4 6,7 9,5 6,3 6,6 6,6 5,8 6,3 5,6 7,2 7,2
7,6 6,8 5,2 9,2 7,6 6,8 6,0 5,2 6,4 4,4 6,4 6,0 6,0 6,8 6,0 6,8 5,2 5,2
52,1 50,5 49,3 47,1 44,7 44,3 44,2 43,9 43,1 41,7 40,5 39,6 39,6 39,2 38,0 37,8 37,6 37,6
I I I I I I I I I I II II II II III III III III
37
102
School (l.l. > 12 jaar) > 250 pers. Kloosters/abdijen Gebedshuis 50-250 pers. Logiefunctie 10-50 pers. Winkelgebouwen 50-250 pers. Theater, schouwburg, bioscoop, aula > 250 pers. Museum, bibliotheek > 250 pers. Overige gebouwen met bijeenkomstfunctie > 50 pers. Sporthal, stadion 50-250 pers. Woningen met zorg Tentoonstellingsgebouwen > 250 pers. Gezondheidsdiensten > 50 pers. Fabrieken / industrie > 250 pers. Sporthal, stadion > 250 pers. Gevangenissen (Parkeer) garages (alleen opslag, stalling) > 1.000 m2 en / of > 24 voertuigen Gymzaal, studio (ballet bv.) > 50 pers. Wonen met zorg - 24 uur zorg <= 10 pers. Stationsgebouwen > 250 pers. Kantoren 50-250 pers. Dagverblijf gehandicapten > 10 pers. Peuterspeelzaal > 10 pers. School (l.l. > 12 jaar) <= 250 pers. Studio's (opname bv. TV) Theater, schouwburg, bioscoop, aula 50-250 pers. Museum, bibliotheek 50-250 pers. Tentoonstellingsgebouwen 50-250 pers. Camping/Bungalowpark/recreatiegebied/jachthaven 50 - 250 pers. Camping/Bungalowpark/recreatiegebied/jachthaven > 250 pers. Zwembad Wonen met zorg - zorg op afroep / afspraak Parkeergarages < 1.000 m2
6,9 6,9 6,0 5,9 5,5 6,7 6,7 5,7
5,2 5,2 6,0 6,0 6,4 5,2 5,2 6,0
36,0 35,9 35,8 35,3 35,1 35,0 35,0 34,1
III III III III III III III III
5,7 6,5 6,5 6,5 6,5 6,5 8,4 4,4
6,0 5,2 5,2 5,2 5,2 5,2 4,0 7,6
34,1 33,9 33,9 33,9 33,9 33,9 33,8 33,5
III IV IV IV IV IV IV IV
5,6 6,4 6,3 5,4 6,1 6,0 6,0 5,9 5,9 5,9 5,9 4,7
6,0 5,2 5,2 6,0 5,2 5,2 5,2 5,2 5,2 5,2 5,2 6,4
33,4 33,3 32,9 32,2 31,7 31,0 31,0 30,8 30,6 30,6 30,6 30,2
IV IV V V V V V V V V V V
4,7
6,4
30,2
V
5,7 5,6 3,4
5,2 5,2 7,2
29,6 29,3 24,8
V V V
Tabel 3B Risicomatrix toezicht en handhaving brandveilig gebruik
2.2.2
Probleemanalyse Aantal te verwachten toezichtsmomenten en handhavingsacties 17
Controle constructieve gegevens
Aantal (±) • Controletoetsen (controle aangeleverde berekeningen): 1000 • Advisering vergunningverleners: geen monitoring
Opmerkingen Wij houden geen cijfers bij van het aantal adviseringstoetsen omdat dit een vertekend beeld geeft van de werkelijke inzet: soms is een advies veelomvattend omdat in één
17 De cijfers zijn op basis van het programma 2020
38
102
Toezicht omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg en monument
Toezicht en (ambtshalve) handhaving brandveilig gebruik
• Controlemomenten omgevingsvergunningen bouw: 500 • Controlemomenten constructieve veiligheid: 350. • Aantal contactmomenten per mail en telefonisch worden niet gemonitord. • Prioriteit 1: 11718 • Prioriteit 2: 106 • Prioriteit 3: 63 • Prioritiet 4: 168 • Onbekend aantal handhavingsverzoeken.
Ambtshalve handhaving
• 10
Handhavingsverzoeken, klachten, meldingen en verzoeken om informatie
• Handhavingsverzoeken: 30 • Klachten en meldingen: 250 (+ onbekend aantal rechtstreeks via mail/telefonisch). • Informatieverzoeken: 250
keer alle constructieve berekeningen zijn ingediend maar het kan ook gaan om aparte adviesvragen per soort berekening. Onder voornoemde controlemomenten vallen ook de grote bouwprojecten die substantieel tijd vragen van de medewerkers.
Naast deze werkzaamheden ook adviezen voor vergunningverlening bouw, BGBOP en evenementen (waaronder controles ter plaatse). Handhaving naar aanleiding van ambtshalve constateringen, vindt alleen plaats bij: • (potentieel) gevaarlijke situaties. • excessieve situaties. • situaties waarbij erger kan worden voorkomen (bijv. door opleggen bouwstop). • monumenten. Vaak heeft het indienen van een handhavingsverzoek een achterliggende oorzaak, bijvoorbeeld buren die met elkaar in onmin leven. Bij de behandeling van het handhavingsverzoek wordt daarom daar waar mogelijk, mediation toegepast.
Overige taken/werkzaamheden die van invloed zijn op de capaciteitsvraag Voor de medewerkers van toezicht en handhaving en de jurist geldt, evenals voor de vergunningverleners en de juristen vergunningverlening, dat naast het afdoen van de taken zoals opgenomen in voorgaand overzicht, er nog andere taken worden opgepakt die de nodige inzet vragen en daarmee drukken op de beschikbare capaciteit voor voornoemde taakuitvoering. Voor de ontwikkeling en doorontwikkeling van het nieuwe 18
Zie tabel 3A en 3B voor uitleg prioriteitsstelling. 39
102
zaaksysteem hebben ook een aantal toezichthouders inzet gepleegd. Ook voor wat betreft de implementatie van de nieuwe wet- en regelgeving omtrent het omgevingsrecht zal de nodige inzet van de medewerkers van toezicht en handhaving en de jurist gevraagd worden. Dat geldt, evenals voor vergunningen, ook in algemene zin voor de verbetering van de kwaliteit van de werkzaamheden, het (mee) ontwikkelen van beleid, verordeningen, werkprocessen, standaarden, enzovoort. Naast het gegeven dat het toezicht op de bouw steeds meer tijd en energie vraagt (gelet op de steeds omvangrijkere en complexere bouwprojecten), wordt er de afgelopen jaren ook steeds vaker een beroep op ons gedaan door de minister voor het uitvoeren van een landelijk onderzoek of het toezien op gebouweigenaren of deze een door de minister gevraagd onderzoek (naar behoren) uitvoeren19. Dergelijke onderzoeken vragen veel inzet die veelal ook op korte termijn moet worden uitgevoerd. Gelet op de beperkte capaciteit kan daar op voorhand geen ruimte voor vrij worden gehouden. Dat heeft als consequentie dat als er zo’n vraag op ons af komt, de andere werkzaamheden ‘on hold’ moeten worden gezet. Daarnaast wordt er door andere afdelingen steeds vaker aan toezicht en handhaving verzocht om (projectmatig) handhavend op te treden.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het optreden tegen illegale woningsplitsingen, het optreden tegen het opheffen van parkeervoorzieningen op eigen erf waardoor parkeerdruk ontstaat, het handhaven van beeldkwaliteitsplannen, het handhaven van bestemmingsplannen (in opmaat naar het Omgevingsplan), het handhavend optreden in het kader van de aanpak van ondermijning en van de aanpak van woonoverlast, veelal samenhangend met multiproblematiek. Een belangrijke verklaring voor de interne verzoeken is dat wij er de afgelopen (tientallen) jaren voor hebben gekozen om niet ambtshalve (projectmatig) te handhaven, in combinatie met de schaalsprong die Zwolle de afgelopen jaren heeft gemaakt. Wij hebben geen ruimte om te voldoen aan alle verzoeken. Per verzoek moeten wij daarom een afgewogen keus maken en middelen reserveren voor de uitvoering. Dit maakt dat er de nodige tijd zit tussen het verzoek/de constatering dat er inzet gepleegd moet worden en de daadwerkelijke start van het project. Hiermee boeten we in op slagkracht. Benodigde capaciteit Zie alinea ‘benodigde capaciteit’ van paragraaf 2.1.2, met als aanvulling daarop dat toezicht en handhaving wordt gevormd door drie ‘sub-teams’: constructeurs, toezicht en handhaving brandveiligheid en toezicht en handhaving bouw. Daarin is in de opgenomen grafieken niet gedifferentieerd.
Dat geldt ook voor de juridische ondersteuning van de teams (zowel bij vergunningen als toezicht en handhaving meegenomen als lump sum). Daarnaast is in de cijfers voor toezicht en handhaving nog niet verdisconteerd, dat een aantal medewerkers gebruik maken van het generatiepact. De werkelijke discrepantie tussen de beschikbare en benodigde capaciteit is daarmee groter dan verbeeld in figuur 2. De beschikbare capaciteit komt daarmee niet overeen met de benodigde capaciteit voor de uitvoering van de taken. Als we kijken naar de constructieve veiligheid, dan zien we dat de noodzaak om controles uit te voeren onverminderd groot is. Zo is het aantal controletoetsen dat niet akkoord is 19
Denk daarbij aan het onderzoeken van de brandveiligheid van gevels, het gebruik van RVS in zwembaden en de verplichting van gebouweigenaren om onderzoek uit te voeren naar bollenplaatvloeren. 40
102
gestegen. Er is een tendens waarbij er door initiatiefnemers (aannemers) steeds meer geleund wordt op onze constructeurs: omdat de constructeurs komen controleren wordt de controle door de aannemers zelf soms niet uitgevoerd. Deze trend vinden wij verontrustend aangezien veel gemeenten in het geheel geen constructeurs meer in dienst hebben en het omgekeerde effect zou moeten ontstaan door de invoering van de Wkb. De markt lijkt er in die zin nog niet klaar voor te zijn, wat ook de komende periode nog veel van ons vraagt. Tegelijkertijd neemt ook het aantal (grote) evenementen in Zwolle toe. Dat vraagt ook de nodige inzet als het gaat om constructieve veiligheid. Gelet op de capaciteit moeten daar scherpe keuzes in gemaakt worden: we kunnen niet overal controleren. Verder moet ook niet de inzet uit het oog worden verloren, die onze constructeurs plegen op verzoeken van de minister om onderzoek uit te voeren/toezicht te houden op gebouweigenaren, denk daarbij aan de galerijflats en breedplaatvloeren. Voor wat betreft brandveilig gebruik geldt dat de toezichthouders naast de werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de Wabo thuistaken, bij evenementen adviseren over de toepassing van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP) en ter plaatse schouwen ten behoeve van de evenementen.
Ook hierin moeten wij, evenals voor constructieve veiligheid, scherpe keuzes maken.
41
102
3
Prioriteiten, doelen en KPI’s
3.1
Beleidsevaluatie Zoals in het ‘algemene deel’ van dit beleidsplan ook uiteengezet, is één van de proceseisen, het vierjaarlijks evalueren van het VTH-beleid. In het onderhavige geval treft dat echter geen doel. Dit beleidsplan is ons eerste VTH-beleidsplan zodat wij voor het eerst bij de eerstvolgende herziening/actualisatie van dit beleidsplan kunnen – en zullen – komen tot een beleidsevaluatie (over 2021-2022).
3.2
Prioriteiten en daaruit voortvloeiende risico’s
3.2.1
Vergunningverlening/afhandeling meldingen en toezicht & handhaving op de uitvoering daarvan
Middel
Hoog
Activiteit
Prioriteit
Prioriteit
vergunning-
toezicht &
verlening
handhaving
Publieksfunctie > 1.000.000 Slopen binnen bebouwde kom Kinderdagverblijf Publieksfunctie tijdelijke bouw
35
35
33,6
Middel
33,4
33,4
32,7
32,7
Omgevingsvergunning brandveilig gebruik Melding brandveilig gebruik Monumentenvergunning / Monumentenbescherming Bescherming bijzondere/monumentale bomen op de bouwplaats20 Wonen tijdelijke bouw
32,5
32,5
32,5
Middel
32,4
32,4
32,4
32,4
32,2
Middel
Industrie/kantoorfunctie > 1.000.000
31,7
31,7
Industriefunctie met risicovol gebruik *vuurwerk , PGS 15 Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
31,5
31,5
31,5
31,5
Gebouwen met celfunctie
31,2
31,2
Industrie/kantoorfunctie tijdelijke bouw
30,7
30,7
Hinder bij bouw (heijen, trillen, stof, geluid) Wonen Cat. l < 100.000 complex
30,4
30,4
30,3
30,3
Wonen Cat. ll 100.000 - 1.000.000
30,0
30,0
20
Onder de uitoefening van het toezicht op de bouw, valt niet ook de bescherming van de openbare ruimte (groen). 42
Laag
102
In-uitritvergunning
29,9
Laag
Publieksfunctie < 100.000
29,8
Hoog
Wonen Cat. lll > 1.000.000
29,8
29,8
Publieksfunctie 100.000 - 1.000.000
29,2
Hoog
Industrie/kantoorfunctie 100.000 1.000.000 Slopen buiten bebouwde kom
28,7
Hoog
28,5
Middel
Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse Opvang Bouwwerk geen gebouw zijnde complex
28,3
Middel
28,0
28,0
Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied Industrie/kantoorfunctie < 100.000
27,1
Middel
26,9
26,9
Wonen Cat. l < 100.000 eenvoudig
26,5
26,5
Tijdelijk afwijken bestemmingsplan
23,5
23,5
Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig Aanlegvergunning
20,4
20,4
17,9
17,9
Buitenplans afwijken bestemmingsplan
15
15
Vellen houtopstand (kap)
13,5
13,5
Binnenplans afwijken bestemmingsplan
13,2
13,2
Reclame buiten beschermd stadsgezicht
12,2
12,2
Reclame binnen beschermd stadsgezicht / op of aan erfgoed Reclame op industrieterreinen
11,7
Middel
10,5
10,5
Tabel 4 Prioriteitenmatrix vergunningverlening/afhandeling meldingen en toezicht & handhaving op de uitvoering
Mede gelet op de resultaten van het indicatieve percentage aanvragen en meldingen per activiteit in relatie tot het risicoprofiel in tabel 2, is voor wat betreft de prioritering van de afhandeling van – en het toezicht op en de handhaving van de uitvoering van – de aanvragen en meldingen zoals opgenomen in tabel 1, de in die tabel vastgestelde risicoprofielen leidend geweest. Het één en ander heeft geleid tot de in tabel 4 vastgestelde prioritering. Met het oog op de in paragraaf 2.1.1 en 2.2.1 uiteengezette probleemanalyses, heeft dat voor zowel vergunningverlening als voor toezicht en handhaving (constructief en bouw) in ieder geval de hiernavolgende consequenties. Consequenties prioritering vergunningverlening De Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland (hierna: BWT) heeft samen met een aantal grote gemeenten het initiatief genomen om te komen tot een landelijke richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid. De VNG en BWT hebben gemeenten geadviseerd om de richtlijn vast te stellen als lokaal beleid. Wij hebben verkend of daar aanleiding toe is. Wij
43
102
hebben kanttekeningen bij de aanleiding, de totstandkoming en inhoud van de richtlijn en de consequenties van het vaststellen van de richtlijn als beleid voor zowel onze werkpraktijk, als voor de Omgevingsdienst IJsselland en de verschillende partners in het werkveld. Het betreft een zeer omvangrijke richtlijn en het werken conform de richtlijn vergt veel extra capaciteit gelet op de discrepantie tussen de huidige werkpraktijk en de in de richtlijn geschetste gewenste situatie. Die ruimte is er niet als we kijken naar de in tabel 4 vastgestelde prioritering en de probleem- en risicoanalyse. Daarin zal op de korte termijn ook geen verandering komen. Omgevingsveiligheid wordt echter steeds belangrijker gelet op de veranderende rol die wij krijgen onder de Wkb en het feit dat er steeds meer binnenstedelijk gebouwd wordt en de bouwplannen steeds omvangrijker en complexer worden: de risico’s rond de bouwplaats worden daarmee steeds groter. Toch blijft de werkpraktijk de komende periode ongewijzigd in verband met de gestelde prioriteiten en gemaakte keuzes in relatie tot de beschikbare capaciteit. Daarmee lopen wij het risico dat (potentiële) risico’s rondom de bouwplaats niet door ons worden opgemerkt in de vergunningverleningsfase. Dit risico wordt (deels) ondervangen door het toezicht op de bouwplaats.
Wij komen echter bij een aantal projecten niet of minder op de bouw bij projecten met een laag risicoprofiel. Het één en ander brengt met zich mee dat wat aan de voorkant - tijdens de vergunningverlening - ondervangen had kunnen worden, op de bouw alsnog moet worden ondervangen/geregeld in de toezichtsfase. Dat roept veelal weerstand op en staat in contrast met ons streven om zoveel mogelijk proactief te handelen. Zoals hiervoor genoemd, willen wij in het kader van de nieuwe rolneming onder de Wkb nader gaan uitwerken hoe wij de omgevingsveiligheid gaan inbedden in onze werkpraktijk.
Toetsniveaus activiteit bouw en methodiek constructief toetsen
De prioritering heeft niet alleen consequenties voor de omgevingsveiligheid, maar ook voor de zogenaamde toetsniveaus waarop (onderdelen van) bouwplannen / meldingen worden getoetst. Wij kunnen niet alle bouwplannen op alle onderdelen op detailniveau toetsen. Dat geldt ook voor de controletoets op de constructieve veiligheid: soms kiezen we er voor om te prioriteren en deze toets niet uit te voeren, het één en ander op basis van een risico-inschatting (in het jaar 2019 ging het om zo’n 10% van de aanvragen). In hoofdstuk 2 van het operationele beleidskader hebben wij daarom in de vergunningenstrategie uiteengezet hoe wij hier in de praktijk invulling aan geven. Consequenties prioritering toezicht en handhaving (bouw en constructies) Voor het bouwtoezicht op de uitvoering van de toestemmingen hebben wij ervoor gekozen om geen of minder controles uit te voeren bij standaard woningbouw (één woning controleren is alle woningen gecontroleerd, dit is in de geest van de Wkb). Dit is anders als het gaat om het constructieve toezicht. Bij seriematige woningbouw is door de verschillende kopers-opties meestal geen sprake meer van een ‘standaardwoning’. In principe gaan we voor een constructieve controle van wapening in betonconstructies naar elke eerste melding van een aannemer.
Bij meerdere blokken woningen en/of delen van een verdiepingsvloer kunnen enkele vervolg controles door tijdsdruk achterwege worden gelaten. Dat is het geval wanneer er bijvoorbeeld uit de eerste controle blijkt dat het geheel volgens tekening correct is uitgevoerd of dat er controles door de uitvoerder of opzichter worden uitgevoerd. Voor dakopbouwen en dakkapellen voeren we geen
44
102
constructieve controle uit. De reden hiervoor is dat het om ‘eenvoudige bouw’ gaat en omdat de uitvoering meestal niet wordt gemeld. Deze zijn dan geplaatst en afgewerkt waardoor controle niet meer mogelijk is. Bij aanbouwen en dergelijke wordt in principe de palenfundering en de wapening in betonconstructies constructief gecontroleerd. In principe omdat dit de eerste projecten zijn waarop we prioriteren in het geval van tijdsdruk. Vloeren op zand worden in beginsel niet gecontroleerd gelet op het beperkte risico dat daarmee gepaard gaat. Wel controleren onze constructeurs heiwerk en ingewikkelde staalconstructies. De controle op de ‘reguliere’ staalconstructies wordt meegenomen door bouwtoezicht en bovendien kunnen deze ook op een later moment gecontroleerd worden. Voor de wapening in betonconstructies geldt dat niet, vandaar dat in beginsel in alle gevallen een wapeningscontrole plaatsvindt en dus bij iedere stort21. Voor het bouwtoezicht op kleine verbouwingen of kleine bouwwerken worden er geen controles uitgevoerd, tenzij hier klachten of meldingen over zijn ingediend of als wij op basis van de stukken (omgevingsvergunning) inschatten dat er risico’s zijn. Het gaat om zo’n 30% van de bouwdossiers22 die op deze wijze worden afgedaan. Dit percentage is in lijn met het percentage aanvragen/meldingen met een ‘klein tot zeer klein risico’ zoals volgt uit tabel 2 (42,1%).
Hoewel het dus gaat om dossiers met een klein risico, lopen we nog wel een aantal risico’s met deze keus. Allereerst het risico dat er niet wordt uitgevoerd in overeenstemming met de omgevingsvergunning. Daarmee ontstaat er niet alleen een verschil tussen de papieren/digitale werkelijkheid in ons archief en de praktijk, maar er ontstaan mogelijk ook gevaarlijke bouwtechnische situaties / gevaren voor de volksgezondheid. Gelet op de aard van de bouwplannen die wij op deze manier af doen, verwachten wij dat dit risico zeer beperkt is. Een ander risico dat deze werkwijze met zich mee brengt, is dat een derde verzoekt om handhavend op te treden omdat het bouwplan niet conform vergunning zou zijn uitgevoerd. Onze bewijspositie is dan niet sterk en wij zijn daarbij afhankelijk van de mate waarin er meegewerkt wordt door de vergunninghouder om de feitelijke situatie alsnog juist in kaart te kunnen brengen en een oordeel te vormen. Andersom blijft wel het feit dat ook wanneer wij wel ter plaatse toezicht houden, wij ook niet alle details (kunnen) controleren en vastleggen en onze bewijspositie daarmee niet per definitie sterker is. In zoverre is dit risico geen zwaarwegende factor om de in tabel 4 vastgelegde prioritering bij te stellen. Naast het voorgaande stemmen wij het aantal toezichtsmomenten af op het type activiteit en daarmee op de risicoprofilering.
Dit is maatwerk en om die reden hebben wij niet per type activiteit vastgesteld hoeveel toetsmomenten er zijn.
Toezichtsprotocol bouw en constructies
Naast voornoemde consequentie van de prioritering op het aantal toezichtsmomenten per type activiteit, heeft de prioritering ook invloed op de te controleren zaken ter plaatse. In ieder geval betekent de prioritering dat vanuit bouwtoezicht geen toezicht wordt gehouden op de bescherming van bomen op en om de bouwplaats 23. Verder zal bij het ene bouwplan actiever worden toegezien op onderdelen dan bij het andere bouwplan Dit kan bijvoorbeeld anders zijn wanneer er sprake is van ‘toezicht op toezicht’, zie paragraaf 3.3.1. of wanneer er TIS rapporten kunnen worden overlegd. 22 Op basis van de cijfers over het jaar 2019 23 Dit betekent niet dat we in het geheel niks doen. We zijn samen met de wijkmanagers/beheerders aan het onderzoeken hoe wij e.e.a. het beste kunnen borgen. 21
45
102
(met andere woorden, het toetsniveau verschilt per bouwplan). Ook deze keuzes maken wij op basis van de prioritering en daarmee het risicoprofiel. In het operationele beleidskader van dit VTH-beleidsplan hebben wij daarom in een ‘toezichtsprotocol’ een leidraad vastgelegd waar wij ter plaatse op controleren, afhankelijk van de prioriteit. Met de komst van de Wkb zal dat wijzigen. De komende tijd wordt benut om vast te stellen wat dat precies voor de werkpraktijk gaat betekenen. In aanvulling hierop heeft de gekozen prioritering ook gevolgen voor de uitvoering van de overige wettelijke taken. Het gaat om: ➔ toezicht op de bestaande bouw (gebruiksfase). ➔ ambtshalve handhaven (al dan niet projectmatig). ➔ het behandelen van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken. In paragraaf 3.2.2. gaan wij nader in op de consequenties voor het toezicht op de bestaande bouw en presenteren wij de prioritering voor wat betreft het brandveilig gebruik en in paragraaf 3.2.3. gaan wij in op de consequenties voor het ambtshalve handhaven van illegale situaties en de behandeling van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken.
3.2.2
Toezicht op de bestaande bouw24 Voor het toezicht op de bestaande bouw (in de zin van het blijven voldoen aan de bouwtechnische eisen die daaraan gesteld worden) kiezen wij er voor om, evenals de afgelopen jaren, daarop geen ambtshalve inzet te plegen - daar is geen ruimte voor. Dit is alleen anders voor wat betreft het brandveilig gebruik: daarop controleren wij periodiek bij de geprioriteerde gebouwen. Een belangrijke afweging bij deze keus is, dat de gebouweigenaar/terreineigenaar er voor moet zorgen dat zijn of haar gebouw/terrein geen gevaar oplevert voor de veiligheid en gezondheid (artikel 1a Woningwet) 25. Wij treden pas op in situaties wanneer bij ons bekend is dat niet aan de zorgplicht wordt voldaan of dreigt te worden voldaan en dit een gevaarlijke situatie oplevert 26. Omdat wij deze keuze reeds geruime tijd hanteren, is het risico dat met deze keus gepaard gaat, dat wij geen goed beeld hebben van de bouwtechnische staat van de bouwwerken in onze gemeente waardoor wij niet adequaat kunnen optreden bij het handelen in strijd met deze zorgplicht. Daarnaast heeft het één en ander consequenties als het gaat om de duurzaamheidsopgave van de bestaande bebouwing van Zwolle. Als nuance hierop geldt dat wij door de gezamenlijke periodieke controles van bouwtoezicht samen met het team Monumentenzorg meer inzicht hebben in de bouwkundige staat van onze monumenten.
Zoals hiervoor genoemd, controleren wij alleen periodiek op de brandveiligheid van de bestaande bouw. Met inachtneming van de risico- en probleemanalyse komen wij tot de volgende prioritering en daarmee controlefrequenties (programmering):
24
Onder bestaande bouw verstaan wij niet ook civiele kunstwerken Dit betekent bijvoorbeeld dat wij niet de veiligheidsverklaring van de KNVB voor het onderdeel constructieve veiligheid van het stadion ondertekenen. 26 De risicoclassificaties zoals opgenomen in tabel 3A en 3B vormen daarbij voor ons een belangrijk afwegingskader. 25
46
102
Activiteit
Programmering
Klasse
Aantallen
Frequentie28
Type controle 1
Frequentie
Type controle 2
Type controle G27 = Groot
Cafés, discotheek, restaurant > 250 pers.
I
18
50%
M
50%
Aspect controle (‘bij groot’)
Hoge woongebouwen (> 20 meter) Verpleegtehuizen
I I
73 29
20% 50%
M G
50%
Aspect controle (‘bij groot’)
Kamerverhuur > 4 wooneenheden Cafés, discotheek, restaurant 50-250 pers. Woongebouw (zonder zorg) met inpandige gangen Logiefunctie > 50 pers.
I I I I
184 50% 135 50% 1 100% 9 50%
K K M M
50%
Klinieken (psychiatrische instelling)
I
4
50%
M
Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. > 250 pers. Ziekenhuis
I I
11 9
50% 50%
M G
Winkelgebouwen > 250 pers.
II
24
25%
G
Wonen met zorg - 24 uur zorg > 10 pers. Gebedshuis > 250 pers. Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. 50-250 pers. Kantoren > 250 pers. Fabrieken / industrie 50 - 250 pers. Kinderopvang School (l.l < 12 jaar) School (l.l. > 12 jaar) > 250 pers. Kloosters/abdijen Gebedshuis 50-250 pers. Logiefunctie 10-50 pers. Winkelgebouwen 50-250 pers. Theater, schouwburg, bioscoop, aula > 250 pers. Museum, bibliotheek > 250 pers. Overige gebouwen met bijeenkomstfunctie > 50 pers. Sporthal, stadion 50-250 pers. Woningen met zorg Tentoonstellingsgebouwen > 250 pers.
II II II III III III III III III III III III III III III
1 14 36 32 25 61 70 42 2 23 11 77 12 5 2
50% 50% 50% 33% 33% 50% 33% 25% 33% 33% 33% 33% 33% 33% 33%
M M K G M K M G M M M M M M M
III IV IV
33 43 0
33% 25% 25%
M K M
Type controle M = Middel Type controle K =Klein
27 Het verschil omvat vooral de tijd die nodig is voor een bezoek, de voorbereidingstijd
voor een controlebezoek en de vastlegging in rapportages. 28 Het gaat om frequenties op jaarbasis. 47
Aspect controle (‘bij groot’) 50% Aspect controle (‘bij groot’) 50%
Aspect controle (‘bij groot’) 25% Aspect controle (‘bij groot’)
102
Gezondheidsdiensten > 50 pers. Fabrieken / industrie > 250 pers. Sporthal, stadion > 250 pers. Gevangenissen (Parkeer) garages (alleen opslag, stalling) > 1.000 m2 en / of > 24 voertuigen Gymzaal, studio (ballet bv.) > 50 pers. Wonen met zorg - 24 uur zorg <= 10 pers. Stationsgebouwen > 250 pers. Kantoren 50-250 pers. Dagverblijf gehandicapten > 10 pers. Peuterspeelzaal > 10 pers. School (l.l. > 12 jaar) <= 250 pers. Studio's (opname bv. TV) Theater, schouwburg, bioscoop, aula 50-250 pers. Museum, bibliotheek 50-250 pers. Tentoonstellingsgebouwen 50-250 pers. Camping/Bungalowpark/recreatiegebied/jachthaven 50 - 250 pers. Camping/Bungalowpark/recreatiegebied/jachthaven > 250 pers. Zwembad Wonen met zorg - zorg op afroep / afspraak Parkeergarages < 1.000 m2
IV IV IV IV IV
17 8 16 3 31
25% 25% 25% 25% 25%
M G M G M
IV 28 IV 9 V 2 V 118 V 7 V 6 V 21 V 0 V 2 V 11 V 0 V 2
25% 25% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20%
M K M M M K M M M M M M
V
2
20%
M
V V V
4 3 11
20% 20% 20%
M K K
Tabel 5 prioriteitenmatrix toezicht & handhaving brandveilig gebruik
3.2.3
Toezicht en handhaving illegale situaties Zoals kort aangestipt in paragraaf 2.2.2., kiezen wij er voor om voor wat betreft het ambtshalve (projectmatig) handhaven van strijdig gebruik en het zonder omgevingsvergunning bouwen, evenals de afgelopen jaren, daarop geen inzet te plegen (ook niet naar aanleiding van de herziening van een bestemmingsplan). Handhaving kost bijzonder veel tijd en energie, is complex en bestuurlijk gevoelig. Ook eenvoudige overtredingen kunnen veel tijd en inzet vragen, omdat wij merken dat mensen steeds mondiger worden en niet schrikken van bijvoorbeeld een last onder dwangsom. (Projectmatige) handhaving moet daarom passen binnen de capaciteit, wil het naar behoren worden uitgevoerd en daarmee effect sorteren. Aangezien wij al scherp moeten prioriteren bij de controle van de uitvoering van de omgevingsvergunningen en meldingen, is daarvoor geen ruimte. Dat betekent dat wij per project bestuurlijk de afweging maken of wij daarop in willen zetten en daarvoor middelen vrij moeten maken. De keuzes die wij daarin maken, baseren wij op de risicoanalyse zoals opgenomen in tabel 3A en 3B van dit beleidskader en nemen wij mee in de jaarlijkse programmering.
3.2.4
Behandeling klachten, meldingen en verzoeken om handhaving bouw Bij de klachtafhandeling, meldingen en verzoeken om handhaving hebben wij er de afgelopen jaren altijd voor gekozen om alle voorkomende klachten, meldingen, en handhavingsverzoeken op te pakken. Gelet op de veelheid aan werkzaamheden en het feit dat deze ook steeds complexer worden, komt de tijdige afhandeling van de klachten, meldingen en handhavingsverzoeken in het gedrang. Wij hebben ons dan ook
48
102
Prioritering afhandeling klachten, meldingen, verzoeken om handhaving
genoodzaakt gezien om de behandeling van deze meldingen, klachten en verzoeken nader te prioriteren29. In hoofdstuk 4 van het operationele beleidskader hebben wij een prioritering opgenomen waaruit blijkt waar wij wel en niet (direct) op inzetten. Daarbij zijn wij mede afgegaan op de in tabel 3A en 3B opgenomen risicoclassificaties. Voornoemde keuzes brengen in ieder geval de volgende risico’s met zich mee. Als gevolg van onze keuze om niet ambtshalve op te treden tegen bijvoorbeeld strijdig gebruik of bouwen zonder de benodigde omgevingsvergunning en toezicht te houden op de bestaande bouw, voldoen we niet alleen niet aan onze wettelijke taak maar ook de preventieve werking die dat met zich mee brengt, is verloren gegaan. Goed voorbeeld doet goed volgen, maar dat geldt omgekeerd ook. Dit heeft tevens tot gevolg dat er een risico bestaat op rechtsongelijkheid tussen enerzijds inwoners/initiatiefnemers die zich wel aan de wet- en regelgeving houden en anderzijds inwoners/initiatiefnemers die de wet- en regelgeving niet naleven en daar ook niet toe gedwongen worden. Het sneeuwbaleffect daarvan is dat het draagvlak voor handhaving binnen de samenleving wordt ondermijnd zodat het steeds lastiger wordt om effectief tot handhaving te komen.
Ook wanneer het wel tot handhaving komt, bijvoorbeeld naar aanleiding van een handhavingsverzoek, speelt deze keuze ons parten: het is niet altijd uit te leggen dat we dan wel handhavend optreden, omdat we een beginselplicht hebben tot handhaving waar we aan moeten voldoen alleen ómdat er sprake is van een officieel verzoek van een derde. Dit maakt het handhaven in die gevallen lastiger en tijdrovender: ons handelen wordt ter discussie gesteld en er ontstaat een ‘olievlekwerking’, wat de nodige consequenties heeft omdat er geen ruimte is om dat op te pakken maar het moet wel binnen de wettelijke termijn worden afgehandeld. Naast voornoemde consequenties, nemen de gemaakte keuzes het risico op precedentwerking/willekeur met zich mee, onveilige gebouwen en situaties, nadelige situaties voor de (volks) gezondheid en duurzaamheid en een negatieve impact op de woon- en leefomgeving.
29 Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken ten aanzien van brandveilig gebruik worden niet
geprioriteerd. 49
102
3.3
Doelen en KPI’s
3.3.1
Beleidsdoelen In de begroting is een vertaling gemaakt van de beleidsvoornemens en de bijbehorende financiën voor het komende jaar. Dit is gedaan door binnen 10 in de begroting vastgestelde programma’s, ambities te formuleren met daaraan gekoppeld de doelen en activiteiten ten behoeve van het verwezenlijken van die doelen en de voor de doelen beschikbaar gestelde budgetten. Hierna volgt een overzicht van de programma’s, ambities en doelen waarbinnen de Wabo thuistaken in de begroting zijn geborgd en waaraan wij met de uitvoering van onze taken werken. Programma 6 – toekomstgerichte stad Ambitie 6.1 Zwolle is een stad met een uitstekende ruimtelijke structuur en kwaliteit die de grote opgaven aan kan en waar ruimte is om gedurfde dingen te doen.
Doel 6.1.3 We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium.
Programma 7 – vitale wijken Ambitie 7.2 Zwolle is een stad waar iedereen veilig leeft, woont, werkt en zich veilig voelt.
Doel 7.2.2 We versterken de fysieke veiligheid door het voorkomen en tegengaan van branden, ongevallen, rampen, crises en gevoelens die daarmee samenhangen.
Programma 10 – algemene dekkingsmiddelen Ambitie 10.1 We voeren een solide financieel beleid
Doel 10.1.1 We voeren een solide financieel beleid.
102
In het hiernavolgende komen wij tot een overzicht van onze ambities en doelen - volgend uit onze begroting -, onze beleidsdoelen (sub-doelen) en KPI’s ten behoeve van het monitoren en de gegevens die wij daarvoor verzamelen per activiteit. Nr.
1.1
Activiteit
Voordat een aanvraag om omgevingsvergunning definitief wordt ingediend, hebben initiatiefnemers de mogelijkheid om advies te vragen. Deze adviesvragen komen binnen via de spreekbox, informatieverzoeken via de website, contactformulieren vanuit het KCC en rechtstreeks telefonisch bij de afdeling. Daarnaast vindt er interne advisering naar andere afdelingen plaats over bouw gerelateerde zaken.
Ambitie
6.1
Begrotingsdoel(en) 6.1.3.
KPI’s
Beleidsdoel(en) (sub-doel(en)) 1. Vooroverleg 1.1. Doel is het aan de voorkant vaststellen van de haalbaarheid van een eventuele aanvraag, de haalbaarheid te vergroten (zoeken naar een oplossing) en de noodzaak van een vergunning in te schatten. Dit bespaart tijd en kosten voor beide partijen.
1.1. Aantal ingediende en afgehandelde adviesvragen vanuit de spreekbox, aantal terugbelverzoeken via KCC en verzoeken via Whatsapp. 1.2. Aantal ingediende en afgehandelde adviesvragen/informatie verzoeken via de website (contactformulieren). 1.3. Aantal (concept)aanvragen waaraan voorafgaand vooroverleg heeft plaatsgevonden maar waarvoor de vergunning geweigerd is of de aanvraag (op verzoek) is ingetrokken om andere redenen dan het niet completeren van
51
Streefwaarde
100%
100%
Analyse vindt jaarlijks kwalitatief plaats (steekproeven + interviews).
102
een niet-ontvankelijke aanvraag.
2.1.
2. (Concept) aanvragen omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg en monument, sloopmeldingen en sloopvergunningen bouw Het in behandeling 6.1 6.1.3. 1.1. Het 2.1. Aantal ingediende en 100% nemen van bevorderen van de afgehandelde (concept)aanvragen kwaliteit van de aanvragen om: omgevingsvergunning fysieke • Conceptaanvragen voor de activiteiten, bouw, leefomgeving, • OmgevingsvergunRO, aanleg, veiligheid, ningen bouw monumenten, leefbaarheid en • Omgevingsvergunvergunningen en gezondheid door ning afwijken BP sloopmeldingen bouw. De het toetsen van enkelvoudig taak vangt aan met de plannen en • Omgevingsvergunontvangst van de meldingen aan de ning afwijken BP (concept)aanvraag en geldende samengesteld wordt afgerond door: regelgeving en • Omgevingsvergunnin - een schriftelijke reactie daar waar gen afwijken BP op de concept aanvraag mogelijk maatwerk complex waarin is aangegeven te leveren. • Omgevingsvergunnin of de gemeente in gen enkelvoudig beginsel wel of niet • Omgevingsvergunnin bereid is medewerking gen samengesteld te verlenen aan het • Omgevingsvergunnin initiatief; gen sloop - het verlenen van de • Bouwsloopmeldingvergunning; en - het weigeren van de • Aanlegvergunningen vergunning; • Monumentenvergunn ingen.
52
102
- het buiten behandeling laten van de aanvraag; - het, na afstemming met aanvrager, door aanvrager laten intrekken van de aanvraag; - Het accepteren van de bouwsloopmelding, al dan niet onder oplegging van nadere voorwaarden; - Het buiten behandeling laten van de bouwsloopmelding. De processtappen, termijnbewaking en standaardbrieven vindt plaats of zijn vastgelegd in het zaaksysteem.
2.2. Het resultaat van de behandeling van de aanvragen/meldingen (weigeren, buiten behandeling laten, van rechtswege, geaccepteerd, ingetrokken, verleend).
2.3. Het aantal aanvragen waarbij niet om aanvullende gegevens is gevraagd (direct ontvankelijk). 2.4. Risicoclassificatie van de ingediende aanvragen conform risicomatrix tabel 1 in dit beleidsplan. 2.5. Het aantal controletoetsen constructieberekeninge n waaronder het aantal dat direct akkoord is en het aantal waarbij gewijzigde/aanvullende gegevens gevraagd moesten worden.
53
• Minder dan 5% van de aanvragen wordt geweigerd / buiten behandeling gelaten. • Minder dan 1% van de aanvragen wordt van rechtswege verleend. Analyse vindt jaarlijks kwalitatief plaats (steekproeven + interviews). n.v.t.
n.v.t.
102
3.1
4.1
Het behandelen van omgevingsvergunningen en meldingen brandveilig gebruik. Die vangt aan met de ontvangst van de vergunningaanvraag of melding en wordt afgerond door: - Het verlenen van de vergunning of het accepteren van de melding - Het weigeren van de vergunning - Het buiten behandeling laten van de melding of de vergunningaanvraag.
Het in behandeling nemen van aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteiten: plaatsen van reclames,
3. Gebruiksvergunning- en melding brandveilig gebruik 6.1 en 6.1.3 en / 3.1. Aantal ingediende en 7.2 7.2.2 afgehandelde: • Aanvragen om gebruiksvergunningen • Meldingen brandveilig gebruik (gebruiksmeldingen). 3.2. Het resultaat van de behandeling van de aanvragen/meldingen (weigeren, buiten behandeling, geaccepteerd, ingetrokken, verleend). 3.3. Aantal aanvragen waarbij intern advies is gevraagd bij het team brandveilig gebruik en het aantal keren dat bij de Brandweer om advies is verzocht alsmede het resultaat van die adviezen en het aantal vervolgadviezen. 6.1
4. Omgevingsvergunning reclame, kap en uitweg 6.1.3. 1.1. Het 4.1. Aantal ingediende en bevorderen van de afgehandelde: kwaliteit van de • Aanvragen om fysieke omgevingsleefomgeving, vergunning reclame.
54
100%
n.v.t.
n.v.t.
100%
102
kappen van bomen en het aanleggen van uitwegen. De taak vangt aan met de ontvangst van de aanvraag en wordt afgerond door: - het verlenen van de vergunning - het weigeren van de vergunning - het buiten behandeling laten van de aanvraag - het, na afstemming met aanvrager, door aanvrager laten intrekken van de aanvraag De processtappen, termijnbewaking en standaardbrieven vindt plaats of zijn vastgelegd in het zaaksysteem.
veiligheid, leefbaarheid en gezondheid door het toetsen van plannen en meldingen aan de geldende regelgeving en daar waar mogelijk maatwerk te leveren.
•
Aanvragen om omgevingsvergunning kap. • Aanvragen omgevingsvergunning uitweg. 4.2. Het resultaat van de behandeling van de aanvragen (weigeren, buiten behandeling, van rechtswege, ingetrokken, verleend).
55
• Minder dan 5% van de aanvragen wordt geweigerd / buiten behandeling gelaten. • Minder dan 1% van de aanvragen wordt van rechtswege verleend.
102
5.1 .
5. Toezicht omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg, monument en bouwsloop Het ter plaatse 6.1 6.1.3. 5.1. Het 5.1. Totaal aantal n.v.t. controleren of waarborgen van toezichtsmomenten, werkzaamheden/ de veiligheid en onderverdeeld naar activiteiten gezondheid van categorie aanvragen overeenkomstig de de bewoners en zoals onderscheiden in omgevingsvergunning gebruikers van KPI nr. 2.1. Daarbinnen worden uitgevoerd. panden, alsmede een onderverdeling per Wanneer de uitvoering het voorkomen categorie bouwplan conform de vergunning is van aantasting zoals vastgesteld in dit uitgevoerd is de van de beleidsplan (daarmee eindinspectie afgerond en leefomgevingsvaststellen aantal het toezichtsproces kwaliteit (bijv. controles per type afgedaan. De vergunning welstand) tijdens bouwplan, per wordt gereed gemeld en de realisatie. risicoclassificatie). verdwijnt daarmee uit de Aantal werkvoorraad van de 5.2. Het beperken toezichtsmomenten toezichthouder. Zie voor van discrepanties onderscheiden voor wat wat betreft tussen het archief betreft grote projecten wapeningconroles 5.2. en het (Kraanbolwerk, gerealiseerde. fietsenstalling station, etc.) 5.3. Het 5.2. Aantal keren dat • 30% van de stimuleren van het afgeweken is van de vergunning(spontane) omgevingsvergunning houders leeft de naleefgedrag.
(of dat dreigde te voorschriften gebeuren) inclusief volledig na (geen aantal aanwijzingen aanwijzingen/sancties /sancties nodig). (bijv. bouwstops), • 100% van de onderverdeeld naar vergunningcategorie aanvragen houders leeft de voorschriften
56
102
zoals onderscheiden in KPI 2.1.
5.2
Het uitvoeren van wapeningcontroles ten behoeve van de constructieve veiligheid.
6.1.
6.1.3.
5.1. Het waarborgen van de veiligheid en gezondheid van de bewoners en gebruikers van panden, alsmede het voorkomen van aantasting van de leefomgevingskwaliteit tijdens de realisatie.
5.3. Aantal keren dat één en dezelfde overtreder binnen 5 jaar bij verschillende bouwplannen afwijkt van de vergunning (aantal ‘veelplegers’), inclusief ernst van de overtredingen. 5.4. Het aantal gemelde en gecontroleerde wapeningscontroles. 5.5. Aantal keren niet akkoord/ingrijpen met onderverdeling in relatie tot controletoets niet akkoord.
5.2. Het beperken van discrepanties tussen het archief
57
volledig na nadat er voor de eerste keer is ingegrepen (waarschuwing/ voornemen last). We hebben met niet meer dan 5 veelplegers van doen.
n.v.t.
n.v.t.
102
en het gerealiseerde.
6.1
Het ter plaatse controleren van gebouwen op het aspect van Brandveiligheid conform prioritering zoals vastgesteld in het programma. In voorkomende gevallen handhavingsbevoegdhed en toepassen. Daarnaast het behandelen van handhavingsverzoeken.
6. Toezicht en (ambtshalve) handhaving brandveilig gebruik 7.2. 7.2.2. / 6.1. Reguliere controle bestaande bouw: totaal aantal toezichtsmomenten, onderverdeeld naar prioriteit.
58
100% van in programma vastgestelde aantal.
102
6.2. Aantal controles niet akkoord onderverdeeld naar prioriteit en aard overtreding. Inclusief aantal hercontroles onderverdeeld naar prioriteit.
6.3. Aantal keren dat één en dezelfde overtreder bij verschillende gebouwen afwijkt van de regels (aantal ‘veelplegers’), inclusief ernst van de overtredingen.
7.1
Handhaving naar aanleiding van ambtshalve constateringen. Dit vindt alleen plaats bij: - (Potentieel) gevaarlijke situaties;