CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Gewijzigd bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a;

Raad Besluitvormingsronde 21 mei 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a (nieuw voorstel)25.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bodem

Bodemkwaliteit Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. Voor heel de gemeente is in 2020 een bodemkwaliteitskaart vastgesteld met

27/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

als doel de kwaliteit inzichtelijk te maken en grondtransport eenvoudiger te maken. Het plangebied Nemelerbergweg 3a valt binnen het homogeen deelgebied Stedelijke Uitbreiding (voor 1987) en heeft de bodemfunctie Wonen. Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies. Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer. Bodemsanering gebiedsgericht benaderen. Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied. Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond.

Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering; de doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond; de mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning. 2.4.3.6.7

Conclusie milieubeleid

Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 3).

28/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Ontstaansgeschiedenis

Ontstaansgeschiedenis Vanaf 1968 is woonwijk de Brinkhoek, in eerste instantie ten noorden van de Nemelerbergweg, ontwikkeld. Met het bestemmingsplan Brinkhoek van 1974 werd het voor het eerst mogelijk de woonwijken ten westen en zuidoosten van de Nemelerbergweg te ontwikkelen. Het plangebied en het perceel op nummer 7 waren in bestemmingsplan Brinkhoek bestemd voor 'groenvoorzieningen'. Met dit bestemmingsplan werd de recreatiewoning op het naastgelegen perceel Nemelerbergweg 3 van de bestemming 'eengezinshuizen' voorzien. Op onderstaande afbeelding is de situatie in 1977 weergegeven. Naast de aanwezigheid van woningen rondom het plangebied, is ook de noordelijk gelegen ‘nieuwbouw’ zichtbaar.

afbeelding: plangebied en omgeving, kaart 1977, bron: topoopreis.nl Van eind jaren ’80 tot ver in de jaren ’90 van de vorige eeuw ontwikkelt de Brinkhoek zich nog verder als woonwijk. Ten zuiden van het plangebied ontstaan als een soort van ‘eilanden’ in het van oorsprong agrarische landschap, vrijstaande woningen in een ruime opzet, de zogenaamde Brinkbuurten. Het groene karakter van het gebied blijft door de ruime opzet behouden. Op de volgende afbeeldingen is de gefaseerde ontwikkeling weergegeven.

29/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeeldingen: plangebied en omgeving, kaart 1988 (links) en kaart 2019 (rechts), bron: topoopreis.nl In bestemmingsplan Berkum van 2008 was het plangebied nog steeds bestemd voor 'Groenvoorzieningen'. De naastgelegen woning aan de Nemelerbergweg 7 (vergund in 1994 met vrijstelling van het bestemmingsplan) is in het bestemmingsplan van 2008 opgenomen met de bestemming 'Woondoeleinden'. Met het bestemmen van vrijstaande woningen rondom het plangebied is aansluiting gevonden bij de ruimtelijke en functionele opzet van de Brinkenbuurt. Ter plaatse van het plangebied is de situatie in de jaren niet veranderd en is nog steeds sprake van de aanwezigheid van groen en enkele (recreatieve) opstallen. In de volgende paragraaf wordt het plangebied nader beschreven. 3.1.2

Huidige situatie

Binnen het plangebied bevinden zich enkele recreatieve opstallen, een bijgebouw en een houtopslag. Hiervoor is geen bouwvergunning of afwijking van het bestemmingsplan verleend. Het terrein bestaat verder overwegend uit bomen en lage bosschages. De soorten zijn niet allemaal inheems. Verder kent het plangebied ten behoeve van het gebruik van de recreatieve opstallen een padenstructuur (deels verhard), een tuin en een terras. Het plangebied grenst aan weerszijden aan percelen met een woonfunctie. Deze woningen zijn grotendeels ingepast in de bestaande groenstructuur. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een weiland. Dit weiland wordt aan de zuidzijde begrensd door een strook bos. Het open karakter van het weiland is kenmerkend voor de Brinkenbuurt. De locatie wordt vanaf de Nemelerbergweg ontsloten via een onverharde aftakking van de Nemelerbergweg. Deze aftakking doorsnijdt als het ware het in 1933 aangelegde groen. Ook voor de naastgelegen woningen heeft deze aftakking van de Nemelerbergweg een ontsluitingsfunctie.

30/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: Nemelerbergweg, gezien vanaf plangebied

afbeelding: plangebied, gezien vanaf Nemelerbergweg

31/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: open plek waar de woning is voorzien. Op de achtergrond is het aangrenzende weiland weergegeven

afbeelding: plangebied (rechts) en naastgelegen perceel nr. 7 (links) gezien vanaf groene open ruimte

32/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: groene open ruimte met rechts het plangebied 3.1.3

Uitgangspunt bestemmingsplan

Uitgangspunt voor wat ruimtelijk wenselijk is op de locatie is dat het beboste landschappelijke karakter van het perceel in de buurt Berkum Brinkhoek te allen tijde de overhand dient te hebben. Een kleinschalig gebouw op het perceel wordt als ruimtelijk wenselijk gezien. Echter, bij het bouwen van vergunningvrije bouwwerken bij een woning kan de groenstructuur onder druk komen te staan. Het toestaan van een woning met het uitsluiten van het vergunningvrij bouwen op het perceel is een mogelijkheid, zo blijkt uit jurisprudentie, waarbij het beboste landschappelijke karakter van de locatie behouden blijft. Het initiatief Het initiatief betreft de bouw van één woning in het plangebied. Daarnaast wordt aan de overzijde van de Nemelerbergweg een carport gerealiseerd. Situering en omvang voorziene bebouwing Bij het bepalen van de locatie is rekening gehouden met de situering van de woning ten opzichte van de naastgelegen woningen. Met voorliggend plan wordt aansluiting gezocht bij zowel de rooilijn, de hoogtes (goothoogte max. 4 meter, bouwhoogte max. 7 meter) als het volume van de naastgelegen woningen. Dat er rekening wordt gehouden met de rooilijn van de bestaande woningen betekent dat ook afstand tot het weiland bestaat. Hierdoor blijft de waardevolle bosrand intact en herkenbaar.

De woning is in het midden in het plangebied voorzien op een plek waar geen hoge beplantingsdichtheid aanwezig is. Ten behoeve van het plan hoeven daarom slechts tien bomen gerooid te worden, waaronder enkele niet-inheemse dennen en hulst. Op de volgende foto’s is een impressie van het ontwerp van de voorziene woning weergegeven. Nb: de weergave van de omgeving en inrichting rondom de woning is niet waarheidsgetrouw.

33/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: impressie ontwerp woning

Inrichting plangebied Voorwaarde voor het plan is sloop van de bestaande illegale (recreatieve) bebouwing. Onderdeel van het plan is het slopen van de bestaande recreatieve bebouwing. De open plekken die ontstaan als gevolg van deze sloop worden opgevuld met gebiedseigen en landschapversterkende beplanting. Per saldo neemt de inheemse beplanting binnen het plangebied toe. Dit draagt bij aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden binnen het plangebied en de omgeving. Het bestaande bomenbestand is geanalyseerd en plan doet geen afbreuk aan waardevolle bomen / groenstructuren, blijkens de uitgevoerde Bos- en boominventarisatie (Bijlage 3), maar er wordt middels een inrichtingsplan juist uitvoering gegeven aan versterking van het groen. Verder geldt dat de locatie vanaf de Nemelerbergweg goed bereikbaar is op basis van de bestaande padenstructuur. Om de woning bereikbaar te maken hoeft geen grootschalige bomenkap plaats te vinden. Parkeren kan aan de weg plaatsvinden ter plaatse van een bestaande parkeerplaats zoals dat nu ten behoeve van het recreatieve gebruik ook gebeurt. Om te borgen dat de inrichting van het 'Inrichtingsplan Nemelerbergweg 3a' wordt uitgevoerd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.

34/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: beoogde erfinrichting

Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken Het realiseren van vergunningvrije bouwwerken bij de woning is gelet op de beboste landschappelijke karakter van de locatie ongewenst. Voor het plangebied is het oprichten van vergunningvrije bouwwerken daarom uitgesloten. Dit is in de regels (artikel 4.2) verwerkt door de voor 'Tuin' aangewezen gronden niet aan te laten merken als 'erf' in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht.

35/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.2

Archeologie

3.2.1

Huidige situatie

In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. Voor de waarderingskaart is gebruik gemaakt van informatie uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed in Amersfoort (RvCE), informatie van amateur-archeologen, gegevens van de archeologische sectie van de gemeente Zwolle, het kadastrale minuutplan uit 1832, de geomorfologische kaart en waarnemingen in het veld. Dit heeft geresulteerd in een analoge en digitale waarderingskaart. De digitale versie is door de gemeente verwerkt en toegankelijk gemaakt binnen het geografische informatiesysteem Geopoort. In 2002 is vastgelegd dat de kaart dynamisch is. Dit betekent dat de waarde van de gebieden kan veranderen. In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Aan de verschillende waarden worden consequenties verbonden. Het archeologisch potentieel van de verschillende gebieden is in de volgende percentages uitgedrukt. 0% archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven. 10% archeologische waarde onbekend; proefonderzoek wordt aanbevolen. 50% archeologisch waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is 1:2.

Voor de binnenstad betekent een 50% locatie meestal dat de eerste meter bodemarchief verdwenen is, maar dat de onderste lagen nog bewaard zijn gebleven. 90% archeologisch zeer waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is nagenoeg 100%. 100% archeologische toplocatie; indien bescherming niet kan is een opgraving altijd noodzakelijk, de vondstkans is uiteraard 100%. Op onderstaande afbeelding is de archeologische waardeing voor het wijkdeel Berkum-Brinkhoek weergegeven. De locatie van het plangebied is indicatief met een ster aangegeven.

36/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: fragment archeologische waardering Berkum-Brinkhoek

203 Brinkhoek wijk: Berkum (Berkum Brinkhoek) - waardering: 50% Dit gebied wordt begrensd door een deel van de Brinkhoekweg, Agnietenbergweg en de Haersterveerweg. De ondergrond bestaat waarschijnlijk uit een dekzandrug. Op deze dekzandrug zijn later rivierduinen afgezet. Het gebied werd gekenmerkt door een essen- of kampenlandschap. Onder deze essen of kampen kunnen archeologische sporen aanwezig zijn uit de Prehistorie tot Late Middeleeuwen. Het gebied is tegenwoordig ingedeeld in 3 losse subgebieden die zijn ingericht met villa´s. Het gaat dan om de Kloosterbrink, de Spiekerbrink en de villa´s aan de Nemelerbergweg, Van Blankenheimlaan, Wessel Gansfortlaan en de Agnietenbergweg. Of ook onder deze huizen nog archeologische sporen aanwezig zijn is afhankelijk van de dikte van het dek op de kampen en de diepte van de fundering van de huizen 3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het plangebied heeft volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een waardering van 50%. Gebieden met deze waardering krijgen in een bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de kans op archeologische vondsten. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen in paragraaf 4.3 Bestemmingsregels.

37/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.3

Cultuurhistorie

3.3.1

Huidige situatie

Voor het geldende bestemmingsplan Berkum is een cultuurhistorische quickscan opgesteld ('Cultuurhistorische quickscan, onderzoeksgebied Agnietenberg'). Deze cultuurhistorische analyse geeft inzicht in de aanwezige cultuurhistorische objecten en structuren. Op de waardenkaart bij de cultuurhistorische quickscan zijn de cultuurhistorische waardevolle objecten, complexen en structuren aangeduid. De omgeving van het plangebied wordt als volgt omschreven. Nog voor de samenvoeging van het Zwollerkerspel met de gemeente Zwolle in 1967 is op de Agnietenberg een bescheiden begin gemaakt met de ontwikkeling van het villawijkje Berkum-Brinkhoek. Door de aanleg ging het agrarische karakter in dit deel van het onderzoeksgebied deels verloren, maar in de opzet van deze wijk is uitgegaan van het behoud van grote groenpercelen. Nog steeds worden de vier woonbuurtjes er door uitgestrekte graslanden van elkaar gescheiden, waardoor het vroegere agrarische karakter hier ook nu nog enigszins kan worden ervaren. Op de waardenkaart bij de cultuurhistorische quickscan is te zien dat er geen cultuurhistorische waarden zijn aangeduid in het plangebied. Een deel van de Nemelerbergweg, met noordelijke aftakking, is aangeduid als 'historische wegenstructuur, voor 1850'. Er zijn geen bomen aangeduid als 'monumentale en waardevolle boom' of 'overige karakteristieke boom'.

Het plangebied is op de waardenkaart niet aangeduid als 'karakteristieke groenstructuur'.

afbeelding: fragment waardenkaart objecten complexen en structuren

38/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De 'cultuurhistorische quickscan onderzoeksgebied Agnietenberg' heeft voor het plangebied geen cultuurhistorische waarden aangegeven. Echter, voor het overgrote deel van het plangebied wordt nochtans een beschermende regeling opgenomen voor het aanwezige groen. Dit vanwege de doorwerking van de uitgangspunten voor inbreiding vanuit het gemeentelijk ruimtelijk beleid (zie paragraaf 2.4.1).

3.4

Verkeer

3.4.1

Mobilitietsvisie

Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.

Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

3.5

Natuur

3.5.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in de wijk Berkum-Brinkhoek en bevindt zich tussen bebouwde percelen aan de Nemelerbergweg. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een groen, open gebied. Het plangebied is groenrijk ingericht. Op de gronden bevinden zich opstallen (zonder bouwvergunning). Om de situatie wat betreft 'natuur' vast te leggen is de "Quickscan flora en fauna" uitgevoerd middels een bronnen- en veldonderzoek. Gebiedsbescherming Natura 2000

39/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Het plangebied ligt op minimaal 500 meter afstand van een Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Soortenbescherming Naar aanleiding van het onderzoek is het volgende vastgesteld: Flora Er zijn geen beschermde wilde soorten aangetroffen in het plangebied. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen binnen of rondom het plangebied. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest broeden binnen en nabij het plangebied. Er dient rekening te worden gehouden met broedende vogels binnen en nabij het plangebied bij de beoogde werkzaamheden. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde soorten komen voor binnen het plangebied. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aangetroffen binnen het plangebied.

Er zullen door de ingreep geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan. Ambfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Daarnaast zijn geen vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.5.2.1 Natuurbescherming Natura 2000 Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. Verstoringseffecten, zoals optische verstoring, geluid of trillingen, zullen niet waarneembaar zijn in Natura 2000-gebied. Stikstofdepositie Bij elke activiteit waarbij sprake is van stikstofemissie, dient te worden getoetst of de stikstofemissie leidt tot een stikstopdepositie en er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Om aan te tonen of het voornemen resulteert in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, is een

40/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

stikstofonderzoek uitgevoerd. Het rapportage behorend bij dit onderzoek is opgenomen in bij bijlagen bij de toelichting. Uit het stikstofonderzoek blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie met significante negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Het natuurnetwerk Nederland vormt geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan. 3.5.2.2 Flora en fauna Ten behoeve van de bestemmingsplan is een natuurtoets soortenbescherming uitgevoerd. De rapportage hiervan 'Quickscan flora en fauna' is opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting. Hierin wordt het volgende geconcludeerd: Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen.

Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; De zorgplicht is altijd van toepassing Aanvullend is onderzoek uitgevoerd naar de knoflookpad en de egel. De rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting. Conclusies hieruit zijn: De verwachting is dat de knoflookpad niet aanwezig is binnen het plangebied. Aanwezigheid van een verblijf van de egel wordt binnen het plangebied, gezien de betere verblijven in de omgeving, niet direct verwacht. Gezien het zeer beperkte oppervlak en de geringe kans op aanwezigheid is het ecologisch wenselijker om de zorgplicht te hanteren en nieuwe verblijven te realiseren. Het voorstel is dan ook om nabij of in de takkenrillen 2 egelkasten te plaatsen. Om de realisatie van deze egelkasten te borgen is hiertoe een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen in artikel 3.6. Het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Uitvoering werkzaamheden In het plangebied vinden zich geen jaarrond beschermde vogelnesten. Er wordt binnen het plangebied gebroed door vogels zonder jaarrond beschermd nest. De voorgenomen sloop-, bouwwerkzaamheden en overige werkzaamheden mogen geen bezette nesten vernietigen of verstoren.

Derhalve dienen ze te starten voor de aanvang van het broedseizoen of geheel buiten deze periode plaats te vinden. De wet hanteert geen datum voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval wordt verstoord. Als richtlijn voor het broedseizoen kan in onderhavige situatie begin maart tot en met augustus worden aangehouden. Een duif kan tot laat in het seizoen broeden.

41/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.6

Water

3.6.1

Huidige situatie

3.6.1.1 Waterstructuur Het plangebied ligt in het stroomgebied van de Westerveldse Aa, waar een zomerpeil van -0,3 m NAP en een winterpeil van -0,5 m NAP wordt aangehouden. Binnen het plangebied bevinden zich geen watergangen. Op ongeveer 450 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich de waterkering van de Overijsselse Vecht.

afbeelding: Ligging oppervlaktewater (bron: legger Waterschap Drents Overijsselse Delta) 3.6.1.2 Riolering In de huidige situatie heeft het perceel geen aansluiting op het gemeentelijk riool. Afvalwater wordt individueel verwerkt. Hemelwater wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd, er is geen overlast bekend.

42/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: Overzicht drukriolering 3.6.1.3 Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast ter hoogte van de bebouwing te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. In de huidige situatie ligt de GHG op circa 1,5 m-mv. 3.6.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.6.2.1 Waterstructuur De waterstructuur blijft onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. 3.6.2.2 Riolering Grenzend aan het plangebied ligt geen gemeentelijk rioolstelsel. Aansluiten op de gemeentelijke riolering kan niet (ten minste is niet rendabel), en is ook niet verplicht, vanwege de afstand naar het dichtstbijzijnde aansluitpunt van meer dan 40 meter. Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de nieuwe woning moet verwerkt worden middels een IBA (individuele behandeling afvalwater). De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet (zo veel mogelijk) binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Binnen het plangebied wordt daartoe minimaal een statische berging gecreëerd van 20 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. Doordat er een sedumdak wordt toegepast op de woning, kan gerekend worden met een berging van 10 mm per vierkante meter voor het dak. De bovengrondse afvoer van overtollig hemelwater moet op eigen terrein worden opgevangen en geïnfiltreerd. De ontwikkeling mag niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Het plangebied is groot genoeg om hemelwater te bergen en infiltreren op eigen terrein. 3.6.2.3 Ontwateringsdiepte Onveranderd ten opzichte van de huidige situatie.

43/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.6.2.4 Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). 3.6.2.5 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door de Overijsselse Vecht, het Zwarte Water, de IJssel en hoger gelegen zandgronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. 3.6.2.6 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten nabij het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: "kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade".

Met behulp van de digitale risicokaart (onderstaande figuur) wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming ingeschat op 0,5-1,0 meter. De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als redelijk diep.

afbeelding: Maximale waterdiepte plangebied (bron: Risicokaart.nl) Uit de Klimaateffectatlas blijkt dat er een middelgrote kans (1/30 tot 1/.00) is dat er in 2050 in het plangebied een waterdiepte van meer dan 20 cm staat als gevolg van overstroming. Er is een klein kans (1/300 tot 1:3.000) op een waterdiepte van meer dan 200 cm als gevolg van overstroming.

44/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: Plaatsgebonden overstromingskans 2050 meer dan 20 cm (Bron: Klimaateffectatlas Waterschap Drents Overijsselse Delta) 3.6.2.7 Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, de mogelijkheid voor tijdelijke schotten, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is onder andere te vinden op de website www.onswater.nl. 3.6.2.8 Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is de reactie gekomen dat de korte procedure gevolgd kan worden.

3.7

Wonen

3.7.1

Huidige situatie

Op de locatie aan de Nemelerbergweg is geen bebouwing aanwezig. 3.7.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Op de locatie wordt één grondgebonden woning gerealiseerd. Het plan sluit aan bij de vraag naar woningen in Berkum.

45/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.8

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. 3.8.1

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met de geluidsproductie van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Aan deze aspecten wordt in deze paragraaf aandacht besteed. Wegverkeerslawaai Volgens de Wgh moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de actuele geluidsbelasting indien een bestemmingsplan geluidsgevoelige functieveranderingen toestaat voor gebieden die liggen langs zoneplichtige wegen. Deze verplichting geldt niet voor wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. In het kader van goede ruimtelijke ordening moet een aanvaardbaar akoestische kwaliteit worden bereikt. Daarom zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur ook meegenomen. De te realiseren woning is gelegen aan de Nemelerbergweg. Voor deze weg geldt een maximale snelheid van 30 kilometer per uur. Een prognose van de geluidsbelasting voor wegverkeer in het jaar 2035 toont aan dat de Nemelerbergweg niet tot een overschrijding van de voorkeurswaarde lijdt. Dit is ook zichtbaar in onderstaande afbeelding. Dit is een uitsnede van de prognose kaart van de geluidsbelasting in 2035. De Agnietenbergweg ligt op een afstand van 250 meter van het plan. Voor deze weg geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom. Conform de Wgh is er voor dit type van wege een aandachtsgebied van 200 meter.

Het plan ligt buiten dit aandachtsgebied. Een akoestisch onderzoek is

afbeelding: Een uitsnede de prognose van de geluidsbelasting wegverkeer voor 2035 etmaal periode (Lden). Planlocatie is blauw omcirk eld. Spoorweglawaai Ten zuidoosten van het plan ligt de spoorweg Zwolle-Groningen. Deze ligt op 3300 meter afstand. In het plan zijn geen nieuwe ontwikkelingen die effect kunnen hebben of waardoor een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Industrielawaai Ten oosten van het plan ligt industriegebied Hessenpoort. Het plan ligt op een afstand van 2500 meter van

46/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

de 50 dB (A) contour van het industriegebied. Ten westen van het plan ligt het industrieterrein Voorst A, B en C. Het plan ligt op een afstand van 3500 meter van industriegebied Voorst. De woning ligt ruim buiten de 50 dB(A) contouren waardoor nader geluidonderzoek niet noodzakelijk is. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.8.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Er is geïnventariseerd welke bedrijvigheid voorkomt in de omgeving van het plangebied Nemelerbergweg 3a. Ten noorden van het plan is een varkens- en rundveehouderij gelegen (Agnietenbergweg 4). Dit bedrijf heeft een geurzone van 110 meter. De afstand van de varkens- en rundveehouderij tot het nieuwbouwplan is 430 meter. Er liggen op dit moment al woningen binnen deze geurcontour welke beperkend zijn voor het bedrijf. Gezien de afstand is er voor de nieuwbouw geen geuroverlast van dit bedrijf te verwachten. De nieuwbouw heeft geen nadelige gevolgen voor de varkens- en rundveehouderij. Ten oosten van het plan is het restaurant Agnietenberg en camping Molencaten Park De Agnietenberg gelegen. Gezien de afstand tot de planlocatie vormen deze bedrijven geen belemmeringen voor het plan. Tevens heeft de nieuwbouw geen nadelige gevolgen voor het restaurant en de camping. Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.8.3

Luchtkwaliteit

De Europese normen voor luchtkwaliteit zijn in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. In deze wet wordt de mogelijkheid geboden om door middel van een programmatische aanpak de luchtkwaliteitsknelpunten op te lossen. Op basis van dat kader is in 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgericht. Binnen dit programma werken de overheden samen om tijdig aan de grenswaarden te voldoen. Een onderdeel van het NSL is de monitoring van de luchtkwaliteit met behulp van de Monitoringstool. Uit de resultaten van de laatste versie van de Monitoringstool blijkt dat in de gemeente Zwolle in het jaar 2015 geen grenswaarden overschreden worden. Dit geldt ook voor het plangebied Nemelerbergweg 3a. Besluit gevoelige bestemmingen In het plan wordt 1 woning gerealiseerd. Woningen vallen niet onder de definitie 'gevoelige bestemming 'op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen. Daarnaast ligt de woning niet binnen een afstand van 300 meter tot een rijksweg of 50 meter tot een provinciale weg. De afstand tot de rijksweg A28 is namelijk 1000 meter. Daarom is een onderzoek naar de luchtkwaliteit voor het plangebied niet noodzakelijk. Niet in betekenende mate (NIBM) In de Regeling NIBM is voor diverse categorieën aangegeven bij welke omvang de 3%-grens is bereikt.

Voor de categorie woningbouw is de grens tot waar geen toetsing nodig is gesteld op 1500 woningen (Regeling NIBM, bijlage 3a). Aangezien het plan voorziet in de bouw van één enkele woning is het NIBM. Daarom hoeft geen verdere toetsing plaats te vinden. Een detailonderzoek naar de luchtkwaliteit als gevolg van het plan is niet noodzakelijk. Luchtkwaliteitsplan Gemeente Zwolle Uit het Luchtkwaliteitsplan van de Gemeente Zwolle 2007-2011 blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de nieuwe woning geen van de grenswaarden uit hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer overschrijdt. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

47/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

3.8.4

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) heeft als doel om geurhinder van veehouderijen bij geurgevoelige objecten (zoals woningen) te voorkomen. Voor de realisatie van nieuwe geurgevoelige objecten nabij veehouderijen moet aan twee voorwaarden worden voldaan: een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd voor de nieuwe geurgevoelige objecten; geen van de bestaande veehouderijen onevenredig in zijn belangen geschaad. Het plangebied ligt buiten de geurcontour van een agrarisch bedrijf. Het aspect 'geur' is daarom niet van toepassing op het plangebied. 3.8.5

Bodemkwaliteit

De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle op 9 december 2008 een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen.

Op basis van bestaande informatiebronnen van bodemonderzoeken in de omgeving van de planlocatie is geen geval van bodemverontreiniging bekend. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Zwolle uit 2020 heeft het plangebied de functieklasse 'wonen'. Dit betekent dat het gebied geschikt is voor woningbouw. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan. Indien grond vrijkomt bij de werkzaamheden en buiten het plangebied wordt toegepast dient voldaan te worden aan het Bouwbesluit Bodemkwaliteit en de nota Bodembeheer IJsselland. Zodra er een Omgevingsvergunning Bouwen wordt aangevraagd zal een bodemonderzoek moeten plaatsvinden. 3.8.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's ten gevolge van het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen in bedrijven alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In de omgeving van het plangebied zijn een aantal risicobronnen aanwezig. Deze risicobronnen zijn Esso tankstation met LPG aan de Ceintuurbaan, een gasbuisleiding en de autosnelweg A28. Tankstation met LPG Ten zuiden van het plan ligt een Esso tankstation met LPG op circa 1300 meter van het plangebied. De gevarencontour voor de LPG installatie bedraagt 200 meter. Het plangebied bevindt zich ruim buiten dit

48/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

contour. Het tankstation heeft daarom geen invloed op het bouwplan. Gasbuisleiding Ten noorden van de rijksweg A28 ligt een buisleiding van de Gasunie. Deze aardgasleiding ligt op 980 meter van het plangebied. Het invloedsgebied van de leiding is 140 meter. Het plangebied ligt buiten dit invloedsgebied en wordt daarom niet belemmerd. Rijksweg A28 Plaatsgebonden risico De rijksweg A28 is aangewezen als route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en maakt onderdeel uit van het landelijke Basisnet (regeling Basisnet). Uit het Basisnet blijkt dat de rijksweg A28 geen verregaande risico's voor het plangebied met zich meebrengt. Het plaatsgebonden risico plafond (PR) is ter hoogte van Berkum 13 meter gemeten vanaf de as van de rijksweg. Het plangebied ligt buiten dit PR plafond. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor dit plan. Plasbrand aandachtszone Ter hoogte van Berkum heeft de A28 een plasbrand aandachtszone (PAG-zone) van 30 meter. Dit betekent dat aanvullende eisen aan de brandwerendheid worden gesteld wanneer nieuwe gebouwen worden gebouwd in deze zone. Het plan ligt buiten deze PAG-zone. Groepsrisico Voor de rijksweg A28 geldt, in het kader van de Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes), een vaste grens van 200 meter (groepsrisicoaandachtsgebied). Buiten dit gebied (Buiten de 200 meter grens) is een verantwoording niet noodzakelijk.

Het plangebied is gelegen op een afstand van 1000 meter van de rijksweg A28. Gezien de afstand van het plangebied tot de rijksweg A28 is geen verdere berekening en verantwoording van het groepsrisico vereist. Gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid Ten aanzien van de verantwoordingsopgave geldt dat deze toeneemt naarmate de afstand tot de A28 kleiner wordt en het aantal relevante (stoffen)scenario's groter wordt. Het plangebied ligt in zone 4 (300-1500 meter). Voor deze zone is alleen het potentiële effect van een calamiteit met toxisch gas relevant. Als het gaat om effectieve maatregelen wordt in het gemeentelijk beleidskader voor zone 4 aan het volgende gedacht: 1. Maatregelen om de vluchttijd en -mogelijkheden te vergroten en maatregelen om de gevolgen van een brand zoveel mogelijk te beperken (zoals brandwerend glas, voldoende bluswater); 2. Centraal afgrendelen van het luchtventilatiesysteem of andere maatregelen aan nieuwe gebouwen om schuilmogelijkheden in geval van een toxisch gas te vergroten; 3. Alarmeringssysteem gekoppeld aan risicocommunicatie op maat waarin de omgeving wordt voorbereid op hoe te handelen bij een calamiteit met een toxisch gas (schuilen, ramen en deuren sluiten en zo mogelijk ventilatiesysteem afsluiten). Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.8.7

Afval

Voor het plan geldt dat gebruik gemaakt kan worden van de bestaande afvalinzamelingsvoorzieningen in de omgeving. 3.8.8

Kabels, leidingen en straalpaden

Langs de rijksweg A28 loopt een gastransportleiding. Deze leiding ligt op 980 meter afstand van het plangebied. De buisleiding vormt geen belemmering voor het plan.

49/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

In de nabijheid van het plangebied zijn geen kabels, leidingen en straalpaden gelegen die van ruimtelijk belang zijn en die een belemmering vormen voor de ontwikkelingen in het plangebied.

3.9

Duurzaamheid

Vanaf 1 juli 2018 wordt er bij de bouw nieuwe woningen geen gasaansluiting meer gerealiseerd (Wet VETVoortgang energietransitie). De energieprestatie (en duurzaamheid) van een woning of een gebouw wordt sinds 1 januari 2021 bepaald door de BENG- (bijna energieneutraal gebouw) methodiek, die de EPC-normering heeft vervangen. Bij het ontwerpen van bijna energieneutrale woningen wordt aandacht geschonken aan de energiezuinigheid als gevolg van de isolatiegraad van vloeren, wanden, dak en ramen (gebouwschil). Het gebouw wordt voorzien van een laagtemperatuur warmteafgiftesyteem (vloerverwarming en/of lage temperatuur radiatoren) en een efficiënt ventilatiesysteem (gezond binnenmilieu). Ook is zonwering een aandachtspunt (om oververhitting door zoninstraling te voorkomen) en de installatie van een systeem voor (actieve of passieve) koeling. Het staat individuele bouwers vrij een hogere energie- en duurzaamheidsambitie dan BENG na te streven. Zwolle juicht dat toe, omdat ze de ambitie heeft om in 2050 een volledig energieneutrale stad zijn. Dit betekent dat alle energie die in Zwolle wordt gebruikt ook lokaal en duurzaam wordt opgewekt en dat de nieuwbouw van woningen en andere gebouwen energieneutraal wordt gerealiseerd.

Energieneutraal is gedefinieerd als de situatie waarbij het gebouwgebonden verbruik voor ruimteverwarming en de bereiding van warmtapwater plus het huishoudelijk verbruik over een jaar gemeten nul is. Deze ambitie is nog niet in beleid vastgesteld. De gemeente gaat met individuele bouwers in gesprek op locaties waar de gemeente eigenaar is van de grond.

50/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Berkum, Nemelerbergweg 3a zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 1 Inrichtingsplan Nemelerbergweg 3a. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels;

51/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'overige bouwwerken'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'.

Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'overige bouwwerken'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid.

De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels:

52/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit.

De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied.

Het betreft in dit plan: Artikel 7 Waarde - Archeologie Een dubbelbestemming ligt als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel; Artikel 9 Algemene afwijkingsregels;

53/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Artikel 10 Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: 1. een Inrichtingsplan Nemelerbergweg 3a

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Bos Zoals omschreven in paragraaf 3.5 Natuur maakt het plangebied deel uit van de kleine landschappelijke bosjes die kenmerkend zijn voor Berkum Brinkhoek. De bestemming 'Bos' is aan het perceel gegeven om het huidige groene beboste karakter van het perceel planologisch te verankeren.= De voorwaardelijke verplichting (artikel 3.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting) voorziet in een borging van de maatregelen om te komen tot een ruimtelijk wenselijke situatie. Deze maatregelen zijn als voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan opgenomen. Deze regelen onder andere dat het inrichtingsplan dient te worden geeffectueerd. De voorwaardelijke verplichting (artikel 3.6 Voorwaardelijke verplichting egelkasten) voorziet in een borging van de plaatsing van twee egelkasten. Zie hiervoor paragraaf 3.5 Natuur. Voor de regels binnen deze bestemming is voor het overgrote deel aangesloten bij de regeling van de bestemming 'Bos' zoals neergelegd in geldende bestemmingsplan Berkum. Artikel 4 Tuin Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken als bedoeld in 1.51 worden gebouwd.

Voor gronden met de bestemming 'Tuin' is bepaald dat deze dienen niet te worden beschouwd als "erf" in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. De regeling geldt voor een relatief klein gedeelte van het plangebied en is opgenomen ter verzekering van het behoud van het beboste karakter en de landschappelijke inrichting van de locatie. Zie hierover ook paragraaf 3.1.

54/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

De voorwaardelijke verplichting (artikel 4.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting) voorziet in een borging van de maatregelen om te komen tot een ruimtelijk wenselijke situatie. Deze maatregelen zijn als voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan opgenomen. Deze regelen onder andere dat het inrichtingsplan dient te worden geeffectueerd. Voor de regels binnen deze bestemming is voor het overgrote deel aangesloten bij de regeling van de bestemming 'Tuin' zoals neergelegd in geldende bestemmingsplan Berkum. Artikel 5 Verkeer - Erftoegangsweg Deze bestemming is opgenomen voor het verkeers- en verblijfsgebied met een erftoegangsfunctie. Dit betreft de Nemelerbergweg. Het heeft een inrichting gericht op gemengd verkeer in een 30 kilometer gebied. De regels van de bestemming zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Berkum. Dit met uitzondering van de specifieke regels die dat bestemmingsplan stelt over een attentiemast. Artikel 6 Wonen Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten. Uitgangspunten: Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd.

Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. De plaats waar een carport is toegestaan is in binnen de bestemming 'Wonen' met de 'specifieke bouwaanduiding-carport' aangegeven. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is.

De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake

55/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is. Overige bouwwerken: Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte. Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening. Artikel 7 Waarde - Archeologie Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn: De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied (zie paragraaf 3.2). Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg. Bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan 100 m² zijn specifieke bouwregels en een omgevingsgunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing.

4.4

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b9ae1c19-bdc2-43db-ac5c-482d5b58ecd9