CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Gewijzigd bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a;

Raad Besluitvormingsronde 21 mei 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a (nieuw voorstel)25.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Berkum, Nemelerbergweg 3a vastgesteld

nr. NL.IMRO.0193.BP22002-0003

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever ZWPP Opdrachtnemer ZWRP Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP22002-0003 Datum:

21 mei 2024

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen

6 6 6 7

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Structuurplan 2.4.2 Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030" 2.4.3 Thematisch beleid

9 9 9 9 9 9 11 13 16 21

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Ontstaansgeschiedenis 3.1.2 Huidige situatie 3.1.3 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Archeologie 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.3 Cultuurhistorie 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Verkeer 3.4.1 Mobilitietsvisie 3.5 Natuur 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Water 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Wonen 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Milieu 3.8.1 Geluid 3.8.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.8.3 Luchtkwaliteit 3.8.4 Geur 3.8.5 Bodemkwaliteit 3.8.6 Externe veiligheid 3.8.7 Afval 3.8.8 Kabels, leidingen en straalpaden 3.9 Duurzaamheid

29 29 29 30 33 36 36 37 38 38 39 39 39 39 39 40 42 42 43 45 45 45 46 46 47 47 48 48 48 49 49 50 2/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Bijlagen 4.7 Handboek

51 51 54 54 56 56 57 57

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten overleg

58 58 58 58 58

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

61

Bijlage 1

Quickscan Flora en Fauna

62

Bijlage 2

Aanvulling quickscan flora en fauna

102

Bijlage 3

Bos- en boominventarisatie

105

Bijlage 4

Stikstofdepositieberekening (AERIUS)

121

REGELS

149

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

150 150 157

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Bos Tuin Verkeer - Erftoegangsweg Wonen Waarde - Archeologie

158 158 161 163 165 168

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

170 170 171 173 174

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

175 175 177

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

179

Bijlage 1

180

Inrichtingsplan Nemelerbergweg 3a

3/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

4/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

TOELICHTING

5/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In de groene villawijk Berkum-Brinkhoek bevindt zich tussen de Nemelerbergweg 3 en 7 de locatie Nemelerbergweg 3a. De eigenaar is voornemens om op deze locatie een woning te realiseren, waarbij het beboste landelijke karakter van de locatie de overhand houdt.

Het voornemen om het initiatief te realiseren loopt al langere tijd. Bij de vaststelling van bestemmingsplan Berkum (27 mei 2019) heeft de gemeenteraad in de zienswijzennota een afweging gemaakt over wat ruimtelijk wenselijk is op de locatie. Als uitgangspunt voor wat ruimtelijk wenselijk is op de locatie is benoemd dat het beboste landschappelijke karakter van het perceel in de buurt Berkum Brinkhoek te allen tijde de overhand dient te hebben. Een kleinschalige woning die qua hoogtes aansluit op de omgeving, waarbij vergunningvrij bouwen wordt uitgesloten, is daarbij als wenselijk benoemd. Hierbij is aangegeven dat de ontwikkeling van een woning, onder voorwaarden, bij een initiatief hiertoe, met een aparte planologische procedure zou kunnen gebeuren. Voorliggend initiatief betreft deze aparte planologische procedure.

1.2

Plangebied

Het plangebied omvat globaal bezien de gronden van de percelen gelegen tussen de percelen Nemelerberweg 3 en 7 te Zwolle. De gronden zijn kadastraal bekend ZLE00 sectie O, nummers 2237 en 2238.

6/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: indicatie plangebied

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Bestemmingsplan Berkum NL.IMRO.0193.BP16007-0004, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 mei 2019, nummer 20190527-7. Hierin opgenomen met de bestemmingen 'Bos', 'Tuin', 'Verkeer - Erftoegangsweg' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Het voorgenomen gebruik is strijdig met het toegestane gebruik in de bestemming 'Bos'. Daarnaast is ook de gewenste bebouwing strijdig met de mogelijkheden voor bebouwing in deze bestemming.

7/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: fragment verbeelding bestemmingsplan Berkum

Bestemmingsplan Zwolle, parapluplan parkeren NL.IMRO.0193.BP16012-0003, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 juli 2017, nummer 36744. Dit bestemmingsplan legt planologisch vast dat moet worden voorzien in 'voldoende parkeergelegenheid'. Hierbij wordt verwezen naar het actuele gemeentelijke parkeerbeleid. Bestemmingsplan, Zwolle, parapluplan zelfstandige woonruimte NL.IMRO.0193.BP18004-0004, vastgesteld bij raadsbesluit van 15 juni 2020, nummer 20200615-9. Dit bestemmingsplan legt planologisch vast dat het toevoegen van zelfstandige woonruimte alleen mogelijk is als wordt voldaan aan de beleidsregel zelfstandige woonruimte. Deze voorwaarde is van toepassing naast de al bestaande en/of 'standaard' voorwaarden om binnenplans af te wijken.

8/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Inleiding

2.2

Rijksbeleid

2.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Conclusie De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over een dergelijke lokale ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. 2.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Hierbij wordt onder andere 'woningbouwlocaties' genoemd. Of bij een woningbouwlocatie sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt met name af van de omvang. In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015:ECLI:NBL:RVS:2015:2921 een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Dit betekent dat er bij dit bestemmingsplan ten behoeve van één woning geen sprake is een woningbouwlocatie, welke aan te merken is als een stedelijke ontwikkeling. Derhalve is de ladder van duurzame verstedelijking niet van toepassing.

2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De

9/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan.

Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017.

De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor 10/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Uit de kaart Ontwikkelingsperspectieven blijkt dat de locatie Nemelerbergweg 3a wordt aangemerkt als 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Voor deze gebieden in de stedelijke omgeving wordt de gewenste richting als volgt omschreven: "Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. (...) Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie)." Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

De locatie wordt in de 'Stedelijke laag' aangemerkt als 'Woonwijken 1955 - nu'. Hierover wordt beschreven: De woonwijken van 1955 tot nu zijn plan matig opgezette uitbreidingswijken. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals ‘goudkustjes’ aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Als richting voor deze gebieden wordt aangegeven: Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' wordt gekenmerkt als 'oeverwallen'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.4

Gemeentelijk beleid

De Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen" verwoordt het ruimtelijk beleid van de gemeente Zwolle. De Omgevingsvisie is vastgesteld in twee delen. Het daarvoor geldende ruimtelijk beleid was het Structuurplan Zwolle 2020. Omgevingsvisie, deel 1: kernopgaven en ambities. Vastgesteld door de gemeenteraad op 30 oktober 2017. In deel 1 is de kern van de visie met de Zwolse kernopgaven en ambities geformuleerd. Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen" (deel 2). Vastgesteld door de gemeenteraad op 13 september 2021 en na bekendmaking op 2 december 2021 in werking getreden. Dit is de uiteindelijke Omgevingsvisie, een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie deel 1. Hierin zijn keuzes gemaakt op gebiedsniveau.

11/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Juridische status Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie (paragraaf 1.4, zie tekst hieronder) staat beschreven wanneer de Omgevingsvisie het kader vormt om initiatieven aan te toetsen en wanneer een ontwikkeling nog volgens het Structuurplan wordt afgehandeld. (gedeelte tekst 1.4 Juridische status van deze Omgevingsvisie) Voor de initiatieven die na vaststelling van deze Omgevingsvisie worden ingediend geldt het volgende: 1. Als het initiatief niet in strijd is met de Omgevingsvisie is, kan medewerking verleent worden via het doorlopen van de juiste (planologische) procedure; 2. Als het initiatief in strijd is met de Omgevingsvisie volgt in beginsel een afwijzing om hier aan mee te werk en. Alsnog meewerken kan overigens wel. Dat betekent dat de Omgevingsvisie op integrale wijze herzien moet worden. De gemeenteraad is bevoegd om hierover een besluit te nemen. Voor initiatieven die al in behandeling waren genomen voor de vaststelling van deze Omgevingsvisie, geldt het volgende: 3. Als het initiatief niet in strijd is met de Omgevingsvisie, kan medewerking verleent worden via het doorlopen van de juiste (planologische) procedure; 4. Als het initiatief in strijd is met deze Omgevingsvisie, volgt een afwijzing van het initiatief, tenzij sprake is van punt 5; 5.

Alleen wanneer een gerechtvaardigd vertrouwen op medewerking van de gemeente kan worden gedaan én sprake is van één van de volgende situaties, kan het initiatief toch verder in behandeling worden genomen: a. Het initiatief past wel in het structuurplan 2008 én b. De ontwikkeling was al in behandeling genomen, voordat de Omgevingsvisie deel 1 uit 2017 werd vastgesteld; óf c. De ontwikkeling werd ingediend na vaststelling van de Omgevingsvisie deel 1 uit 2017 en overeenkomstig het overgangsrecht, volgens het structuurplan 2008 afgehandeld; 6. Dat een initiatief in behandeling is, moet blijken uit schriftelijke stukken. Hierbij is van belang of het initiatief in behandeling is genomen voor vaststelling van de Omgevingsvisie. Het voornemen om een woning te willen realiseren op de locatie Nemelerbergweg 3a is aanvankelijk kenbaar gemaakt aan de gemeente middels een brief van d.d. 12 juni 2015. In een zienswijze van de eigenaar d.d. 1 juni 2018 op ontwerpbestemmingsplan Berkum was verzocht om een woonbestemming voor de locatie. In de zienswijzennota bestemmingsplan Berkum (paragraaf 2.2.2) is een heroverweging hierover opgenomen, met daarbij een toets aan het Structuurplan.

Conclusie hiervan was dat het planologisch regelen van een woning onder voorwaarden in beginsel kansrijk is maar middels een aparte planologische procedure dient te gebeuren, en waarbij de uitvoerbaarheid geborgd moet zijn. Vervolgens heeft de eigenaar in januari 2019 de gemeente benaderd met het verzoek tot wijziging van de bestemming voor de locatie om een woning planologisch mogelijk te maken. Hierop is een globale beoordeling van het initiatief gedaan met als conclusie dat de gemeente het initiatief in beginsel kansrijk acht. Een procesbrief met daarbij de globale beoordeling en een prijsopgaaf voor het opstellen en in procedure brengen van een bestemmingsplan is d.d. 3 mei 2021 aan de initiatiefnemer verzonden, welke 11 mei 2021 ondertekend is geretourneerd. Het initiatief is in behandeling genomen voor de vaststelling van de Omgevingsvisie (deel 2, vastgesteld 3 september 2021), blijkens de ondertekende 11 mei 2021 retourgezonden procesbrief over het initiatief. De toets aan de Omgevingsvisie (deel 2) komt aan de orde in paragraaf 2.4.2. Conclusie uit deze toets is dat het initiatief in strijd is met de Omgevingsvisie. De toets aan het Structuurplan komt aan de orde in paragraaf 2.4.1. Conclusie uit deze toets is dat het

12/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

initiatief in overeenstemming is met het Structuurplan. De eerdere overwegingen over het initiatief voor een woning op de locatie, op grond van het Structuurplan, die blijken uit de ondertekende 11 mei 2021 retourgezonden procesbrief over het initiatief, maken dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is op medewerking van de gemeente. Aan deze overwegingen lag het Structuurplan, dat het toentertijd toepasselijke ruimtelijk beleid was, ten grondslag. Daarmee is aan de orde wat onder punt 5, onder c in de "1.4 Juridische status van de Omgevingsvisie" wordt omschreven. Het initiatief kan daarom volgens het "overgangsrecht", paragraaf 4.2 uit de Omgevingsvisie deel 1 (Status Omgevingsvisie deel 1), worden afgehandeld. Hierin staat beschreven: "Indien de nieuwe ontwikkeling past binnen de omschreven hoofdlijnen uit omgevingsvisie deel 1 en tevens passend is in het Structuurplan 2020, dan kan het initiatief verder in behandeling worden genomen." In de Omgevingsvisie deel 1 zijn de volgende toepasselijke topambities benoemd: "Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke k waliteiten" Uitgangspunt voor de ruimtelijke situatie is op de locatie is dat het beboste landschappelijke karakter van de locatie in de buurt Berkum Brinkhoek te allen tijde de overhand dient te hebben. Zie hiervoor ook de voorgaande 'Toets aan Structuurplan Zwolle 2020'.

"Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio." Als deelopgave is hierbij genoemd: "Groei van de stad: binnenstedelijk bouwen". Hierbij is de volgende richtinggevende uitspraak opgenomen: "Conform het geldende Structuurplan 2020 en de woonvisie kiezen we voor binnenstedelijk bouwen. We benutten de groei van de stad om de stad van binnenuit te vernieuwen en de volgende stap in stedelijkheid te zetten. Binnenstedelijk bouwen gaat voor de uitbreiding van de stad. Dit geldt niet alleen voor woningen, maar voor alle nieuw toe te voegen functies in stad."

de

Het initiatief voor bouw van de woning betreft binnenstedelijk bouwen, oftewel, het bouwen in de bestaande stedelijke omgeving. Conclusie hieruit is dat het initiatief in overeenstemming is met de hoofdlijnen uit de Omgevingsvisie deel 1. Het initiatief is passend in het Structuurplan (zie 'Toets aan het Structuurplan Zwolle 2020') waardoor het volgens het Structuurplan Zwolle 2020 vastgesteld in 2008 kan worden afgehandeld. Conclusie: Het initiatief is passend in het Structuurplan. Het is ingediend na vaststelling van de Omgevingsvisie deel 1 uit 2017 maar voor de Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen" (deel 2). De eerdere overwegingen over het initiatief voor een woning op de locatie, op grond van het Structuurplan, die blijken uit de ondertekende 11 mei 2021 retourgezonden procesbrief over het initiatief, maken dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is op medewerking van de gemeente. Het initiatief kan daarom volgens het "overgangsrecht", paragraaf 4.2 uit de Omgevingsvisie deel 1 (Status Omgevingsvisie deel 1), worden afgehandeld. 2.4.1

Structuurplan

Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet

13/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020.

14/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: kaart Structuurplan Zwolle 2020

15/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: fragment kaart Structuurplan Zwolle 2020 Toetsing van het initiatief aan het Structuurplan: Op de kaart van het structuurplan is het plangebied aangeduid als ‘woongebied’ met een ‘dorps woonmilieu’. Woongebied Het Structuurplan omschrijft: "Zwolle is een aantrekkelijk stad om in te wonen. Het woonbeleid is er op gericht om de bestaande kwaliteiten van Zwolle als woonstad minimaal te behouden, maar liever nog te versterken. Dat geldt voor de kwaliteit van de nieuw te bouwen woonwijken, maar zeker ook voor de bestaande wijken." Bij woningbouwontwikkeling wordt in het Structuurplan nadrukkelijk gekozen voor inbreiden in de bestaande stad. De locatie is niet specifiek aangeduid als inbreidingslocatie. Dit betekent niet dat inbreiding helemaal niet mogelijk is. Het structuurplan benoemt criteria voor inbreidingslocaties. Een belangrijk vertrekpunt is dat iedere inbreiding de structuur en de kwaliteit van de betreffende buurt moet versterken. Een van de ruimtelijke kwaliteiten van de woonwijk Berkum Brinkhoek is dat ze is doorregen met een groen netwerk van open ruimten en kleine landschappelijke bosjes, die de villawijk een kenmerkend geleed en landelijk karakter geven. De onderbouwing hiervan is opgenomen in paragraaf 3.5 Natuur. Hierin komt naar voren dat het bestaande bomenbestand is geanalyseerd en het plan geen afbreuk doet aan waardevolle bomen / groenstructuren.

Er wordt middels een inrichtingsplan uitvoering gegeven aan de versterking van het groen. Door locatiespecifieke kenmerken en de beperkte omvang van de bebouwing is deze goed in te passen in de bestaande structuur. Het initiatief voor een woning is in overeenstemming met de doelen voor 'Woongebied' in het Structuurplan. In oparagraaf 3.5 Natuur is aangegeven hoe de structuur en de kwaliteit van de buurt worden versterkt. Conclusie Het initiatief voor een woning is in overeenstemming met de doelen voor 'Woongebied' in het Structuurplan. Het plan is in overeenstemming met het Structuurplan Zwolle 2020. 2.4.2

Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030"

Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende

16/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:

Versterken stedelijkheid en economie: Het toevoegen van 10.000 woningen in 10 jaar tijd (tot 2030) en dat grotendeels in de bestaande stad is de opgave waar Zwolle voor staat. Dit vraagt om een schaalsprong (compacter, intensiever) en systeemsprongen op het gebied van energie, mobiliteit en klimaat. We kiezen voor 40% suburbaan wonen, 30% groenstedelijk wonen en 30% centrumstedelijk wonen. De verdere verstedelijking vindt plaats aan de hand van ontwikkelgebieden: StadsKrans (tegen de oude binnenstad aan); StadsRuit (op afstand van de oude binnenstad, gekoppeld aan de belangrijkste OV- en autoverbindingen van de stad); StadsRand, Groene Gordel (koppeling met het Zwartewater); Stedelijke ontwikkelzones die onderling verbonden zijn via (langzaam verkeer)-routes, OV-knooppunten maar met elk een eigen identiteit, opgave, dynamiek, dichtheid en betekenis.

17/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Om de verstedelijking verder gestalte te geven kan hoogbouw een oplossing zijn. De maat en schaal van de hoogbouw is afgestemd op zijn omgeving. De ambitie is om de (regionale) economie te versterken door in te zetten op versterking van de stedelijke economie. Specifieke aandacht is hierbij voor het cluster rond health, maar daarnaast ook ict/e-commerce en de creatieve industrie als drager van een aantrekkelijke stad. We stimuleren innovatie en nieuwe bedrijvigheid en kijken daarbij ook naar de koppeling met maatschappelijke thema's.

Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Daaruit volgen een achttal spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden.

Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven. De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en -locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap; Vechtcorridor. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie:

18/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: fragment Omgevingsvisie, Visiekaart Op de visiekaart is het plangebied opgenomen in het 'Woongebied' en in de 'Strategische ontwikkelzone Stadsdelen'. Visiekaart - Woongebied De bestaande woonwijken en woningbouwlocaties zijn aangemerkt als woongebied. De gemeente Zwolle wil tot 2030 jaarlijks 1000 woningen toevoegen. Dit om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij gezien wordt dat de vraag blijft toenemen. Zwolle moet een aantrekkelijke en inclusieve stad blijven waar voor iedereen een plek is om fijn te wonen. Dat vraagt om vernieuwing van de woonopgave, ruimte voor creativiteit en innovatie in bouwtechnologie in relatie tot thema's als duurzaamheid, circulariteit, gezondheid, betaalbaarheid en inclusiviteit. Uitgangspunt is dat we stedelijke woonkwaliteit toevoegen. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad. Van de nieuwe woningen in de bestaande stad wordt grofweg 40% gerealiseerd in de suburbane woonmilieus van Zwolle wat hoofdzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. 30-35% van deze woningen komt terecht in Stadshagen en de overige 5-10% op een aantal specifieke plekken, zoals kleinschalig in de bestaande stad door, herontwikkeling bij de voormalige Harculo Centrale en kleinschalig bij Wijthmen en Windesheim.

Strategische ontwikkelzone - Stadsdelen Het gebied tussen de StadsRuit en de StadsRand is aangemerkt als strategische ontwikkelzone. Hierin liggen veel relatief jonge wijken, waarin nog woningbouw ontwikkeld wordt. Zo liggen ook grote delen van de woonwijken Zwolle Zuid, Stadshagen, Westenholte, Holtenbroek en Aa-landen tussen de StadsRuit en de StadsRand.

19/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

afbeelding: fragment Omgevingsvisie, kaart Gebiedsprofielen Op de kaart met gebiedsprofielen is het plangebied opgenomen in het stedelijk gebied met het gebiedsprofiel 'Suburbaan gebied', welke exact begrensd is. Daarnaast is de locatie aangemerkt als onderdeel van het 'Stedelijk groen', welke indicatief begrensd is. Gebiedsprofiel - Suburbaan gebied De woonwijk Berkum is aangemerkt als suburbaan gebied. Daarnaast zijn ook de woonwijken Zwolle Zuid, Stadshagen, Westenholte, Holtenbroek en Aa-landen aangemerkt als suburbaan gebied. Suburbane en groenstedelijke gebieden kennen vooral een woonfunctie, met voornamelijk grondgebonden woningen. De verschillende wijken onderscheiden zich in de stedenbouwkundige opzet, omdat ze in verschillende periodes zijn gerealiseerd met de ontwerpprincipes die toen golden. De directe nabijheid van groene buitengebieden is één van de grote kwaliteiten van suburbane gebieden. In de toekomst onderscheiden de suburbane gebieden zich nog steeds als ruim opgezette woonbuurten, met een groen, duurzaam en veilig woonkarakter. Gebiedsprofiel - Stedelijk groen Het plangebied, maar ook de omliggende bebouwde woonpercelen Nemelerbergweg 3, 5 en 7 zijn gelegen in het stedelijk groen.

Het kenmerk 'stedelijk groen' is voornamelijk toegekend aan de stedelijke parken en groene verbindingszones die de diverse gebieden met elkaar verbinden en een belangrijke bijdrage leveren aan het dagelijks leven van bewoners, bezoekers en werknemers. In deze gebieden staan voornamelijk ontmoeting en recreatie centraal. Zwolle herbergt grote en kleine groengebieden in allerlei vormen en verschillen in gebruik. Deze vormen de drager van de omgevingskwaliteit van de stad Zwolle. Er zijn parken, groenstructuren, bossen, bermen, plantsoenen, etc. De bewoners, maar ook bezoekers van Zwolle zien en ervaren de groenstructuur als een aangenaam en belangrijk onderdeel van de stad. Het suburbaan gebied bevat de bredere groenstructuren. In het 'Raamwerk stedelijke groenstructuur' is te zien dat het plangebied, maar ook de omliggende bebouwde woonpercelen Nemelerbergweg 3, 5 en 7, in de hoofdgroenstructuur zijn gelegen. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur. Bij verandering in de hoofdgroenstructuur streven we naar

20/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

behoud en/of verbetering van de biodiversiteit. Conclusie Het initiatief is in lijn met de drie leidende ambities uit de Omgevingsvisie. Het initiatief voor een woning ingebed in het groen is in lijn met de gebieden 'Woongebied' en 'Strategische ontwikkelzone - Stadsdelen' van de visiekaart. Het initiatief is in lijn met het gebiedsprofiel 'suburbaan gebied' van de gebiedsprofielenkaart. Het initiatief is in strijd met het gebiedsprofiel 'stedelijk groen' met het raamwerk 'Stedelijke groenstuctuur'. Het initiatief voor een woning is hiermee in strijd met de Omgevingsvisie. Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 Gemeentelijk beleid zal, vanwege de datum van indiening van het initiatief en de juridische status van de Omgevingsvisie, het gemeentelijk ruimtelijk beleid als verwoord in het Structuurplan het toetsingskader zijn. 2.4.3

Thematisch beleid

2.4.3.1 Gemeentelijk e Woonvisie 2017-2027 De Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017 is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017 en geldt als onderlegger voor de Omgevingsvisie. De Woonvisie bevat vier ambities: sterke groeistad, moderne woonstad, solidaire leefstad en duurzame deltastad. Zwolle groeit hard en staat voor de grote uitdaging veel nieuwe woningen toe te voegen. Binnen die groeiopgave wil Zwolle zorgen voor vernieuwende woonconcepten die aansluit bij (nieuwe) woonbehoeftes en voldoende betaalbare woningen zodat Zwolle een inclusieve stad blijft. De groei van het aantal huishoudens in Zwolle (en daarmee dito de behoefte aan nieuwe woningen) bestaat voor een belangrijke deel uit de groei van een- en tweepersoons huishoudens. Op 14 oktober 2019 heeft de raad Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vastgesteld als actualisatie en uitvoeringsprogramma van de Woonvisie 2017. In de Woonvisie en Ontwikkelstrategie zijn kaders vastgelegd voor de woningbouw in Zwolle. Hierin is onder andere opgenomen dat 60% van de nieuwbouwopgave van Zwolle plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding). Woonvisie en Ontwikkelstrategie zetten in op doorstroming in de bestaande voorraad, om te bereiken dat grondgebonden gezinswoningen vrij komen.

Conclusie Gelet ook op hetgeen is opgemerkt in paragraaf 2.2.2 ten aanzien van de behoefte-onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking, kan de conclusie worden getrokken dat het plan in overeenstemming is met het volkshuisvestingsbeleid. 2.4.3.2 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een

21/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren.

Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid. 2.4.3.3 Verkeerbeleid

Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.

Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

22/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

2.4.3.4 Groenbeleid Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Bomenverordening en Groene Kaart In de Bomenverordening 2021 is het vergunningstelsel vastgelegd voor het vellen van houtopstanden. De Groene kaart is de kaart horend bij de Bomenverordening waar de beschermde houtopstanden staan ingedeeld naar beschermingsniveau: bijzondere houtopstand, hoofdgroenstructuur en nevengroenstructuur. Om te onderzoeken of er bij uitvoering van h0t plan bomen gekapt moeten worden, en of deze te kappen bomen ook weer te compenseren zijn, is de Boom- en bosinventarisatie uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. De vraag of een omgevingsvergunning voor het kappen van een aantal op het perceel aanwezige bomen nodig is en zo ja, of deze kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in de procedure omtrent de omgevingsvergunning. Echter, een plan kan niet worden vastgesteld indien op voorhand reeds vaststaat dat in dit geval de Bomenverordening aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Daarom vindt in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een toets aan de Bomenverordening plaats. Bomenverordening Het plangebied is op de Groene kaart gelegen in binnen de bebouwde komgrens, binnen de hoofdgroenstructuur. Binnen het plangebied is geen 'bijzondere houtopstand' aanwezig, deze hebben de hoogste waardering en mogen in beginsel niet worden gekapt. Volgens artikel 9 van de Bomenverordening worden bomen binnen de hoofdgroenstructuur aangemerkt als beschermde houtopstand. Volgens artikel 12 is het verboden zonder omgevingsvergunning een beschermde houtopstand te vellen. Hierop zijn uitzonderingen benoemd welke niet van toepassing zijn op het plan. Het beoordelingskader voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een beschermde houtopstand is opgenomen in artikel 14 Bomenverordening tezamen met artikel 11 Oogmerken. Afweging vellen houtopstand Als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is de Bos- en boominventarisatie opgenomen. Uit dit rapport komt naar voren dat de locatie van de woning is zo dat de meest prominente bomen (boomnr. 9 en 11) gehandhaafd kunnen blijven. De bomen (boomnr. 12, 13 en 14) waarvan kap nodig is zijn van 'redelijke conditie' met een 'matige toekomstverwachting'. De fijnsparren (boomnr. 4 en 10) hebben als exoot geen bijzondere (natuur)waarde.

Met de herplant die plaatsvindt wordt de kwaliteit van de aanwezige groenstructuur verbeterd. Voor de te kappen zomereiken worden drie nieuwe zomereiken teruggeplant. Voor de fijnsparren die gekapt worden worden twee inheemse winterlindes teruggeplant. Daarnaast worden er maatregelen genomen om de bosstructuur op de locatie te verbeteren. Zo worden de toekomstbomen op de locatie aangewezen en vrijgezet (gedund) om deze zich beter te kunnen laten ontwikkelen. Daarnaast wordt pleksgewijs het bosplantsoen aangeplant met streekeigen heesterbeplanting. Als maatregel zullen ook de exoten (welke niet vergunningplichtig zijn) verwijderd worden. Daarnaast wordt de randlengte van het bos ontwikkeld door een zoom met struweel en kruiden. De betreding van het bos wordt geminimaliseerd door de aanleg van het pad naar de woning zoals opgenomen in het inrichtingsplan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verbetering van het boombestand door herplant en de maatregelen om de bosstructuur te verbeteren van meer belang zijn dan het behoud van de te kappen bomen.

23/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

Eindconclusie is dat de Bomenverordening niet reeds op voorhand in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan. De Bomenverordening vormt daarmee geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. 2.4.3.5 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen.

Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd.

De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om

24/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.

Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld.

Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid De gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.

25/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

2.4.3.6 Milieubeleid 2.4.3.6.1

Algemeen beleid

Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. 2.4.3.6.2

Geluid

In de milieuvisie 'Milieu op scherp' welke de gemeenteraad in 2005 heeft vastgesteld, wordt richting gegeven aan het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied en ook de geluidbelasting binnen het gebied is gerelateerd aan de functie van het gebied. Dit is vastgelegd in de 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle'. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling. In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd.

Is de geluidsbelasting lager dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid dan kan na een eenvoudige administratieve toets de hogere waarde worden vastgesteld. Is de geluidsbelasting hoger dan de grenswaarde uit het gebiedsgericht milieubeleid, maar onder het wettelijke maximum dan is een meer diepgaande beoordeling noodzakelijk. Bij de beoordeling komt het onderzoeken van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden van bijvoorbeeld een geluidsluwe gevel, aangepaste indeling van de woning (hoofdslaapkamer aan de geluidsluwe gevel), een balkon of tuin aan de geluidsluwe zijde van de woning, indien het balkon aan de voorzijde is gesitueerd wordt gekeken naar mogelijkheden om deze afsluitbaar te maken, waardoor akoestische compensatie wordt verkregen. Het plangebied Nemelerbergweg 3a behoort tot het gebiedstype 'Stedelijk Groen'. Hiervoor geldt een voorkeurswaarde van 48 dB en een grenswaarde van 58 dB. In dit plan worden geen (grote) nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij akoestisch onderzoek nodig is. 2.4.3.6.3

Luchtkwaliteit

Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: voldoen aan wet- en regelgeving; anticiperen op de toekomst; 26/181

21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a

voorkomen van knelpunten in de toekomst. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen moet worden meegenomen; inbedden van beleid ten aanzien van luchtkwaliteit in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect luchtkwaliteit door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. 2.4.3.6.4

Stikstof

De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 inwerking is getreden, voorziet in een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om stikstofreductie te bereiken en de natuur te herstellen. Voor onderhavig bestemmingsplan dient door middel van een AERIUS-berekening de stikstofemissie en -depositie van de gebruiksfase te worden bepaald. 2.4.3.6.5

Externe veiligheid

De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Het plangebied behoort tot het gebiedstype 'Stedelijk Groen' en ligt buiten het gebiedstype stroomzone.

Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en waarvoor een apart beleidskader is geformuleerd. De locatie ligt op 1000 meter van de A28. Op basis van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid ligt het gebied in zone 4 (300-1500meter) van de A28 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor het gebiedstype 'Stedelijk Groen' is aangegeven dat, vanwege de recreatiefunctie, de periodiek (aan evenementen gekoppelde) hoge personendichtheid en de overwegend lage organisatiegraad (met het oog op preparatie op calamiteiten met gevaarlijke stoffen), de risicoruimte beperkt is. Voor dit gebiedstype geldt een 'stand still-beleid' waarbij een overschrijding van de oriëntatiewaarde en een toename van het groepsrisico als gevolg van interne gebiedsontwikkelingen niet is toegestaan. Binnen dit gebiedstype geldt dat er geen plek is voor risicovolle activiteiten. Omdat dit bestemmingsplan de bouw van een woning mogelijk maakt is hiervan geen sprake. 2.4.3.6.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b9ae1c19-bdc2-43db-ac5c-482d5b58ecd9