2. Gewijzigd bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a;
Tekst van het document
Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 10 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht
56/181
21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a
Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 13 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
4.6
Bijlagen
Bijlage 1 Inrichtingsplan Nemelerbergweg 3a: In het inrichtingsplan zijn de te behouden, herstellen of ontwikkelen ruimtelijke kwaliteiten van de locatie Nemelerbergweg 3a verbeeld. In de regels van de bestemmingen 'Bos', 'Tuin' en 'Wonen' komt een verwijzing naar het inrichtingsplan voor. Dit heeft betrekking op de voorwaardelijke verplichting bij deze bestemmingen.
4.7
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 23.
57/181
21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De planontwikkeling en -uitvoering zijn in goed overleg met de gemeente Zwolle en de initiatiefnemer gestart. Voor vaststelling van het bestemmingsplan is er een anterieure overeenkomst gesloten. De daadwerkelijke uitvoering van het bestemmingsplan komt voor rekening van de initiatiefnemer, evenals de mogelijke planschade als gevolg van nieuwbouw. Het plan is dus in financiële zin uitvoerbaar.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Overleg met de buurt
Allereerst zijn omwonenden door de initiatiefnemer per brief geïnformeerd over het plan. In de brief is aangeboden om, wanneer gewenst, een persoonlijke toelichting op de plannen te geven. Op 17 mei 2022 heeft tussen de gemeente en de aanwonende buren een gesprek plaatsgevonden. Hierin zijn de standpunten gehoord. Op 7 november 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden met de aanwonende buren, dhr van der Zwan (gemeente Zwolle afd.hoofd Ruimtelijke planvorming) en wethouder Rots. Hierin zijn de standpunten gehoord en is aangegeven hoe de ingezonden 'open brieven aan het college' behandeld worden. Het ontwerpbestemmingsplan, de brieven en de inhoudelijke reactie hierop zijn tegelijkertijd aan het college van burgemeester en wethouders aangeboden. Het college besluit of zij al dan niet instemt met de inhoudelijke reactie op de brieven. Ook besluit het college of zij al dan niet instemt met het ontwerpbestemmingsplan en het ter inzage leggen hiervan. Voor de inhoudelijke afwegingen verwijzen wij naar de besluitvorming van het college omtrent het ontwerpbestemmingsplan. 5.2.2
Uitkomsten overleg
Op 28 januari 2023 is het bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar instanties en organisaties verzonden met het verzoek om uiterlijk 10 februari 2023 schriftelijk te reageren. Het plan is toegezonden naar de volgende 3 instanties en organisaties: 1. Provincie Overijssel 2. Veiligheidsregio IJsselland 3. Waterschap Drents Overijsselse Delta
Onderstaand de vooroverlegreacties die ontvangen zijn. 1.
Provincie Overijssel
opmerking: Aangegeven wordt dat het plan passend is in het provinciaal ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook geen belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Hiermee is voldaan aan het
58/181
21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a
ambtelijk vooroverleg met de provincie. reactie: Van de vooroverlegreactie is kennis genomen. 2.
Veiligheidsregio IJsselland
opmerking: Geconstateerd wordt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Wel geldt er voor de locatie een overstromingsrisico. Geadviseerd wordt om (1) de toekomstige bebouwing te (laten) voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie en (2) te zorgen voor een goede bereikbaarheid van en in het plangebied voor de hulpdiensten. reactie: De vooroverlegreactie en het advies wordt inhoudelijk afgestemd met de initiatiefnemer.
3.
Waterschap Drents Overijsselse Delta
opmerking: Het Waterschap geeft aan dat de watertoets correct is verwerkt in het bestemmingsplan. Het waterschap gaat akkoord met het voorliggende plan. reactie: Van de vooroverlegreactie is kennis genomen.
59/181
21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a
60/181
21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a
BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING
61/181
21 mei 2024 bestemmingsplan Berkum, Nemelerbergweg 3a
Bijlage 1 Quickscan Flora en Fauna
62/181
Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -
Opdrachtgever
De heer Burgman
Datum veldbezoek
19 maart 2020
Kenmerk rapport
Q2020.046- Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle
Datum rapport
27 maart 2020 11 mei 2020 (aangepaste versie)
Versie
V 2.0
Auteur
K.H. Eymael
Controle
ing. J.M. de Wever
EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT
6 6 6 6 6
2 ONDERZOEKSOPZET
7
2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK
7 7
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN ONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES
7 8 12 14 14 15 17 18 18 21 21 22
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.
Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 3
SAMENVATTING In opdracht van de heer Burgman heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau op twee bospercelen gelegen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen het buitengebied van Zwolle. Op de bospercelen zijn drie opstallen, enkele tuinbankjes, een houtopslag en een carport aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens om de aanwezige opstallen te amoveren ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning. De te amoveren opstallen betreffen een vakantiehuisje, een bungalow en een tuinschuur De nieuwbouw zal plaatsvinden op het zuidoostelijk gedeelte van de percelen. In dit kader zullen enkele bomen worden gekapt en mogelijk enkele struiken en planten worden gerooid. Oppervlaktewater zal niet worden gedempt. Ten tijde van onderhavig schrijven was er bij EcoTierra- ecologisch adviesbureau geen inrichtingsschets aanwezig. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 19 maart 2020 plaatsgevonden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde.
Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is gelegen op circa 550 meter afstand van het Natura2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’. Door de aard van de ingreep, de bufferende werking van het tussenliggende gebied en de onderlinge afstand (de externe werking van een woning reikt niet ver) is er geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten van soorten die voor het nabijgelegen Natura2000-gebied zijn aangewezen. Onderhavige rapportage betreft echter geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Mogelijk dient er een toetsing aan stikstof uitgevoerd te worden. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen niet meer dan 10 bomen gekapt.
Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing in onderhavige situatie, daar er geen houtopstand wordt gekapt (houtopstand is gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat). Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen/ exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of door de provincie niet-vrijgestelde soorten waargenomen. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor vleermuizen, vogels of (kleine) marterachtigen. Er wordt door vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest gebroed binnen het plangebied. Door de provincie vrijgestelde soorten komen voor binnen en nabij het plangebied.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 4
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen. → Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; → Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 5
1 INLEIDING In opdracht van de heer Burgman heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau op twee bospercelen gelegen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om drie opstallen te amoveren ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning. De te amoveren opstallen betreffen een vakantiehuisje, een bungalow en een tuinschuur De nieuwbouw zal plaatsvinden op het zuidoostelijk gedeelte van de percelen. In dit kader zullen enkele bomen worden gekapt en mogelijk enkele struiken en planten worden gerooid. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.
Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 6
2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. Onderhavige rapportage betreft dan ook geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder Natura2000, NNN en het Natuurbeheerplan) van de provinciale site atlas van overijssel zijn geraadpleegd in maart 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 19 maart 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het bewolkt bij een temperatuur van rond de 7°C. Het gehele plangebied was ten tijde van het veldbezoek toegankelijk. De directe omgeving van het plangebied is tijdens het veldbezoek eveneens bekeken.
De naastgelegen opstallen en bomen ten oosten van onderhavig plangebied zijn tijdens het onderzoek kortstondig en globaal onderzocht geworden gezien de bouw-, sloop en overige werkzaamheden nabij zal plaatsvinden. Tijdens het onderzoek is de initiatiefnemer geïnterviewd. Tijdens het onderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog K.H. Eymael met een relevante MBO4 opleiding (ecologie en wildlife management). Tevens worden door de ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 7
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Zwolle en betreft twee bospercelen (percelen 44 en 45). Op het zuidelijk gedeelte van de percelen zijn drie opstallen aanwezig. Verder zijn er enkele tuinbankjes, houtopslag en een carport aanwezig. De opstallen bestaan uit een vakantiehuisje, een kleine bungalow en een tuinschuur. De opstallen beschikken niet over een spouw, een pannendak met dakbeschot of gevelbetimmering. Bij de bungalow is een tuin aanwezig. Verder zijn er binnen het plangebied diverse takkenrillen aanwezig. De directe omgeving bestaat uit het omliggende bosschage, woningen, agrarische opstallen en percelen en oppervlaktewateren.
Afbeelding 1: Rode kader; Plangebied. Blauwe kader; Indicatie bouwlocatie woning. Groene kader; Globaal onderzochte opstallen en bomen ten oosten van onderhavig plangebied; Gele lijnen; Takkenrillen.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 8
Foto’s: Indrukken plangebied. Vakantiehuisje.
Foto’s: Indrukken plangebied. Vakantiehuisje.
Foto’s: Indrukken plangebied. Bungalow.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 9
Foto’s: Indrukken plangebied. Bungalow.
Foto’s: Indrukken plangebied. Bungalow.
Foto’s: Indrukken plangebied. Tuin van bungalow.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 10
00
Foto’s: Indrukken plangebied. Tuinschuur.
Foto’s: Indrukken plangebied. Tuinschuur.
Foto’s: Indrukken plangebied. Verwachte nieuwbouwlocatie.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 11
Foto’s: Overige indrukken plangebied. Bosperceel en takkenril.
Foto’s: Overige indrukken plangebied. Takkenril en bosperceel.
Foto’s: Overige indrukken plangebied. Carport, takkenril (zie rode pijl) en bosperceel.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 12
Foto’s: Indrukken directe omgeving. Globaal bekeken naastgelegen opstallen.
Foto’s: Indrukken directe omgeving. Weiland en woonhuis.
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens om drie opstallen te amoveren ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning. De nieuwbouw zal plaatsvinden op het zuidoostelijk gedeelte van de percelen. In dit kader zullen enkele bomen (de initiatiefnemer gaf aan dat er in het kader van het project enkele, maar zo min mogelijk bomen gekapt zullen worden en zeker niet meer dan 10) worden gekapt en mogelijk enkele struiken en planten worden gerooid. Oppervlaktewater zal niet worden gedempt. De aanwezige tuinbankjes, de carport en de aanwezige takkenrillen zullen niet aangetast worden door de voorgenomen ingrepen. Tevens gaf de initiatiefnemer aan van plan te zijn om nieuwe bomen terug te planten. Ten tijde van onderhavig schrijven was er bij EcoTierra- ecologisch adviesbureau geen inrichtingsschets aanwezig. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 13
4 BEVINDINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (wel nabij, op circa 250 meter afstand) en geen Natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan.
Afbeelding 2: Ligging plangebied t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland (bron: geo.overijssel.nl).
Op ruim 500 meter afstand is het Natura2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’ gelegen.
Afbeelding 3: Ligging plangebied t.o.v. het Natura-2000 gebied (bron: geo.overijssel.nl).
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 14
Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor het plangebied) als eekhoorn, das, boommarter, gewone, ruige en kleine dwergveermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, tweekleurige vleermuis, baardvleermuis, ransuil, bosuil, kerkuil, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, roek, gierzwaluw en huismus voorkomen. Er zijn geen relevante rapportages gevonden van planlocaties in de directe omgeving van onderhavige planlocatie. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Flora Beschermde flora is niet aangetroffen binnen het plangebied. Op het perceel groeien voornamelijk eiken. De ondergroei bestaat voor ene groot deel uit klimop en hulst. Verder zijn er voornamelijk cultivars aanwezig. Vogels Tijdens de veldbezoeken zijn binnen het daadwerkelijke plangebied en de directe omgeving meerdere vogels waargenomen waaronder gaai, ekster, merel, winterkoning, houtduif, koolmees, pimpelmees en grote bonte specht (auditief). Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren van huismus waargenomen. Tevens zijn nestlocaties van huismus niet te verwachten door het ontbreken van geschikte nestlocaties zoals een pannendak met dakbeschot. Ook andere holtebewoners, zoals gierzwaluw, worden in de opstallen niet verwacht.
Er zijn dan ook geen sporen zoals nestresten en/of fecaliën aangetroffen van holtebroeders. Bij de te amoveren opstallen en het overige gedeelte van het plangebied zijn geen nesten of sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) van uilen aangetroffen. Verder zijn er ook geen horsten van roofvogels aanwezig of roest- en of voortplantingsplekken van ransuil of bosuil waargenomen. Het ontbreekt tevens aan sporen van genoemde soorten/soortgroepen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest broeden binnen en nabij het plangebied. In één van de bomen is een duivennest aangetroffen. In de kortstondig en globaal onderzochte naastgelegen opstallen en bomen ten oosten van onderhavig plangebied zijn geen nesten/verblijfplaatsen en/of sporen van uilen of holtebroeders waargenomen. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of concrete voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Binnen het plangebied zijn takkenrillen aanwezig waarin kleine marterachtigen mogelijk een vaste verblijfplaats hebben. Er zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen. Tevens is het plangebied door onder andere het ontbreken van ondergroei niet geschikt bevonden voor kleine marterachtigen.
Er zijn geen concrete sporen van de steenmarter, zoals latrines, aangetroffen in de te amoveren opstallen of in de directe omgeving. De das komt volgens het bronnenonderzoek voor in de omgeving maar heeft geen burcht, vluchtpijp of significant leefgebied in het plangebied. De boommarter komt volgens het
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 15
bronnenonderzoek eveneens voor in de omgeving. Ook van deze soort zijn, onder andere door het ontbreken van holten in bomen, geen verblijfplaatsen aanwezig binnen of nabij het plangebied. Er een afgebeten veer van houtduif aangetroffen in het bosperceel. Mogelijk is de houtduif ten prooi gevallen aan een roofdier (marterachtigen of vos).
Foto: Afgebeten veer van houtduif.
De eekhoorn komt voor in de omgeving en is tijdens het veldbezoek waargenomen in een boom ten zuiden van onderhavig plangebied. Er is tevens een walnoot gevonden met eetsporen van eekhoorn. De initiatiefnemer gaf aan walnoten aan de aanwezige eekhoorns te voeren. Verder gaf de initiatiefnemer aan dat er geen nesten van eekhoorn aanwezig zijn binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek waren alle bomen door het ontbreken van blad goed te onderzoeken op nesten. Er zijn inderdaad geen nesten van deze soort aangetroffen. Soorten als ree, vos, diverse algemeen voorkomende muizensoorten, konijn en haas kunnen worden verwacht in de omgeving. Er zijn op meerdere plekken legers, prenten en uitwerpselen van ree en uitwerpselen van konijn gevonden.
Foto’s: Aangetroffen leger van ree en uitwerpselen van konijn.
De aanwezige groenstructuren binnen en nabij het plangebied zijn goed onderzocht op exemplaren van de egel. Deze zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Vleermuizen De opstallen zijn niet geschikt bevonden voor vleermuizen. De opstallen hebben geen spouw, gevelbetimmering waarachter geschikte ruimtes aanwezig zijn, een dak met dakpannen en dakbeschot of andere wegkruipplekken die geschikt zouden kunnen zijn voor gebouwbewonende vleermuizen.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 16
Er zijn binnen en grenzend aan het plangebied eveneens geen geschikte bomen (met holtes, scheuren of loszittend schors) aanwezig. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn derhalve uitgesloten. De verwachting is dat er gefoerageerd wordt door vleermuizen binnen het plangebied. Essentiële vliegroutes worden binnen het daadwerkelijke plangebied niet verwacht. Tijdens het kortstondige en globale onderzoek bij de naastgelegen opstallen en bomen zijn geen geschikte verblijfplaatsen waargenomen. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk dat algemeen voorkomende soorten weggekropen zitten onder het groen in het plangebied en elementen als planken, boomstammen en dergelijke. Er zijn tijdens het veldbezoek zoveel mogelijk elementen opgetild om te kijken of er exemplaren onder verscholen zaten. Er zijn geen exemplaren waargenomen. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals broeihopen en opwarmingsplekken (er komt door de bomen weinig zonlicht in het plangebied).
Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn. Dergelijke habitats komen nabij wel voor.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 17
5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is gelegen op circa 550 meter afstand van het Natura2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’. Door de aard van de ingreep, de bufferende werking van het tussenliggende gebied en de onderlinge afstand (de externe werking van een woning reikt niet ver) is er geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten van soorten die voor het nabijgelegen Natura2000-gebied zijn aangewezen. Onderhavige rapportage betreft echter geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied.
Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Mogelijk dient er een toetsing aan stikstof uitgevoerd te worden. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen niet meer dan 10 bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing in onderhavige situatie, daar er geen houtopstand wordt gekapt (houtopstand is gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat). 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn tijdens het veldbezoek en in het bronnenonderzoek geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen in de aanwezige bomen.
De opstallen zijn niet geschikt voor dergelijke nesten. Binnen het plangebied zijn enkele vogels waargenomen die een zogenaamd categorie 5 nest (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) hebben, zoals koolmees en pimpelmees. Deze soorten hebben in onderhavige situatie echter voldoende alternatieve
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 18
broedplekken. Tevens zal in de toekomstige situatie voor genoemde soorten nieuw broedbiotoop ontstaan. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Er wordt binnen het plangebied gebroed door vogels zonder jaarrond beschermd nest. De voorgenomen sloop-, bouwwerkzaamheden en overige werkzaamheden mogen geen bezette nesten vernietigen of verstoren. Derhalve dienen ze te starten voor de aanvang van het broedseizoen of geheel buiten deze periode plaats te vinden. De wet hanteert geen datum voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval wordt verstoord. Als richtlijn voor het broedseizoen kan in onderhavige situatie begin maart tot en met augustus worden aangehouden. Een duif kan tot laat in het seizoen broeden. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten of verblijfplaatsen ervan waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Doordat de aanwezige takkenrillen in de toekomstige situatie niet aangetast of verstoord worden en doordat het plangebied (in de huidige situatie) niet geschikt is bevonden voor kleine marterachtigen zijn er geen negatieve effecten te verwachten.
Tevens gaf de initiatiefnemer aan dat er binnen het plangebied meer takkenrillen komen doordat snoeiafval direct verwerkt wordt in takkenrillen. Door te werken buiten de kwetsbare periode, bijvoorbeeld de kraamperiode, (ongeveer gelijk aan broedseizoen vogels) wordt verstoring op eventueel aanwezige kleine marterachtigen en overige grondgebonden zoogdieren in de omgeving voorkomen. Er zijn geen egels waargenomen tijdens het veldbezoek. De egel heeft voldoende leefgebied in de directe omgeving. In de toekomstige situatie zal de egel ook binnen de planlocatie voldoende leefgebied hebben. Wel dient er tijdens het bouwrijp maken van de locatie gelet te worden op deze soort. Er kan toevallig net een exemplaar aanwezig zijn op dat moment. Algemeen voorkomende soorten komen voor binnen het plangebied. Dergelijke soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Door het ontbreken van geschikte opstallen en bomen zijn er geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen te verwachten binnen het plangebied. De verwachting is dat er gefoerageerd wordt door vleermuizen binnen het plangebied.
Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. De ingrepen zullen geen indirecte aantasting van eventueel aanwezige verblijfplaatsen buiten het plangebied tot gevolg hebben, bijvoorbeeld door het blokkeren van uit-/ invliegopeningen of verstoring door licht. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 19
Mogelijk komen er algemeen voorkomende amfibiesoorten voor. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht (art. 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk.
Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 20
6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.
Conclusie NNN/Natura2000/ Het plangebied gelegen nabij het Natuurnetwerk Nederland (NNN). houtopstanden → De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is gelegen nabij een Natura2000-gebied. → De verwachting is dat de beoogde ingrepen geen rechtstreekse of indirecte aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, verdroging, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) plaatsvinden op soorten die voor het genoemde Natura2000-gebied zijn aangewezen. → Onderhavige rapportage betreft geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. → Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. → Mogelijk dient er een toetsing aan stikstof uitgevoerd worden. Er worden in het kader van het niet meer dan 10 bomen gekapt. → Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing in onderhavige situatie. Soortgroepen Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen binnen of rondom het plangebied. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Er dient rekening te worden gehouden met broedende vogels binnen en nabij het plangebied.
→ De geplande werkzaamheden mogen geen broedgevallen significant verstoren. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde soorten komen voor binnen het plangebied. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen aangetroffen binnen het plangebied.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 21
Soortgroepen Er zullen door de ingreep geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen. → Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; → Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing. 6.2 Vrijblijvend advies Bij de nieuwbouw en de nieuwe inrichting kan natuur-inclusief worden gewerkt. Dit houdt in dat er bijvoorbeeld verblijfplaatsen voor vleermuizen, uilen, en dergelijke worden gerealiseerd. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. De initiatiefnemer gaf aan dat hij het leuk vindt om eekhoorns te zien en dat er geen nesten aanwezig zijn binnen het plangebied.
Door het ophangen van speciale nestkasten voor eekhoorn is het mogelijk om eekhoorns naar het plangebied te lokken. Tevens kunnen er voor bosuil speciale nestkasten worden opgehangen in de bomen binnen en nabij het plangebied. Dergelijke kasten zijn te vinden op Vivarapro.nl. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij de realisatie te betrekken zodat er een hogere kans is dat de maatregel effectief zal zijn.
Voorbeelden eekhoorn- en bosuilenkast.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 22
BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 23
Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 24
sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).
- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 25
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.
Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 26
Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 27
(Bron: Website Ecologica, december 2019).
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 28
- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.
Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.
Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 29
De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 30
Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.
De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 31
omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 32
BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 33
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 34
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 35
BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN OVERIJSSEL (CATEGORIE 1-4)
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 36
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 37
BIJLAGE 4 BRONNEN
- Q2020.046-Quickscan flora en fauna Percelen tussen Nemelerbergweg 3 en 7 te Zwolle -
Pagina | 38