CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1a Bijlagendocument_ruimtelijke_onderbouwing_v2_16-5-2024

Raad Besluitvormingsronde 4 november 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Energiepark Tolhuislanden - Ontwerp verklaring van geen bedenkingen en Coördinatieregeling omgevingsvergunningen30.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In 2014 concludeert de Staatsecretaris van I&M28 dan ook: ‘De Deense norm voor laagfrequent windturbinegeluid in het binnenmilieu van een woning biedt geen extra bescherming ten opzichte van de Nederlandse norm voor de gevelbelasting in geval van een standaard geïsoleerde woning.’ Het specifiek toevoegen van een norm voor LFG van windturbines leidt daarmee dus niet tot een betere beoordeling en bescherming van de optredende effecten van geluid. Bovengenoemde bevindingen worden eveneens bevestigd in een recente review door de Expertgroep gezondheid van de gemeente Amsterdam pag. 35 uit Advies expertgroep gezondheidseffecten Windturbines, 4 april 2022):

27

Soendergaard, B. (2015). Low frequency noise from wind turbines: do the Danish regulations have any impact? An analysis of noise measurements. Int. Journal of Aeroacoustics volume 14. 28 Tweede Kamer brief Structuurvisie wind op land, 31 maart 2014 (kamerstuk 33612, nr 22) Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 20

"Windturbines produceren niet meer laagfrequent geluid en infrageluid dan andere geluidbronnen: een drukke weg die op een woning 55 dB Lden veroorzaakt, bevat meer laagfrequent geluid dan een windturbine bij 40 dB Lden. Ook wijst onderzoek uit dat grotere windturbines niet meer laagfrequent geluid en infrageluid produceren dan kleinere windturbines. De gemeten toename van laagfrequent geluid bij windturbines is evenredig met de toename van het totale geluidniveau van windturbines. De controle op laagfrequent geluid is derhalve verdisconteerd in de huidige normering voor (het volledige spectrum van) windturbinegeluid.” In een recent onderzoek van Woolcock Institute of Medical Research29 is onderzocht of infrageluid invloed heeft op de psychologische en fysiologische toestand van mensen, zoals het veroorzaken van duizeligheid, misselijkheid, hartklachten of slaapverstoring. Uit dit onderzoek is geen invloed gevonden van infrageluid op de onderzochte psychologische en fysiologische aspecten. Met bovenstaande kennis wetenschappelijk onderzoek kan worden geconcludeerd dat het hanteren van een Lden en eventueel een Lnight norm volstaat ter bescherming van laagfrequent geluid en infrasoon geluid van windturbines.

3.4.2

Amplitudemodulatie Uit onderzoek dat in de voorgaande paragrafen is beschreven volgt dat windturbinegeluid bij gelijke geluidniveaus hinderlijker wordt ervaren dan ander geluid, zoals wegverkeergeluid, bij hetzelfde geluidniveau. Het ritmische karakter van het windturbinegeluid wordt daarbij als één van de oorzaken benoemd.30 Het ritmische karakter van windturbinegeluid wordt aangeduid als ‘amplitudemodulatie’ (hierna: AM). Dit is een verschil in geluidniveau (sterkte of diepte) over een terugkerende periode (frequentie), overeenkomend met de draaisnelheid van de rotorbladen vermenigvuldigd met het aantal rotorbladen (ook wel de blade pass frequency). Deze vorm van AM wordt ook wel normale AM genoemd. De mate van geluidsverschil en de snelheid van de herhaling zijn elementen die de hinderlijkheid bepalen. Onder specifieke voorwaarden is de amplitudemodulatie soms duidelijker hoorbaar. Dit kan bijvoorbeeld optreden als er een groter verschil dan normaal is in windsnelheid tussen verschillende luchtlagen op verschillende hoogtes. In dat geval zal het blad tijdens de omwenteling te maken krijgen met verschillende windsnelheden. Hierdoor kan het karakter van het geluid veranderen. Deze vorm of sterkte van AM heeft verschillende benamingen (other AM (OAM) of extreme AM (EAM), ook wel enhanced AM genoemd). Conrady et al.

(2019)31 beschrijft dat extreme AM kan leiden tot een impulsiever, dreunend geluidskarakter dat is verschoven naar de lagere geluidsfrequenties.

29

Mashall et al. (2022). The Health Effects of 72 Hours of Simulated Wind Turbine Infrasound: A Double-Blind Randomized Crossover Study in Noise-Sensitive, Healthy Adults. Environmental Health Perspectives. 30 Interessant is de conclusie uit de literatuurreview van het RIVM (2020): A number of studies showed that especially the rhythmic character of the sound (technically: Amplitude Modulation or AM) was experienced as annoying. We concluded that AM appeared to aggravate already existing annoyance, but AM did not lead to annoyance in people who were positive about or benefitted from wind turbines. 31 Conrady, K., Bolin, K., Sjöblom, A., & Rutgersson, A. (2019). Amplitude modulation of wind turbine sound in cold climates. Applied Acoustics, 158, 107024. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 21

In onderzoek naar de metingen van AM in de VS32 wordt geconcludeerd dat het optreden van AM niet voorspelbaar is. Deze conclusie wordt bevestigd in een studie uit 201633 in opdracht van het Britse ministerie van Energie en Klimaatverandering. AM varieert met verschillende meteorologische parameters en kan niet worden voorspeld. Er wordt wel aan een meetnorm gewerkt, maar die is momenteel nog niet beschikbaar. Ook is niet volledig bekend wanneer extreme AM kan optreden. Het onderzoek van Conrady et al. (2019) beschrijft dat plaatselijke luchtstroom en versterkte instroomturbulentie de mate van extreme AM beïnvloeden. Vaak is bij extreme AM de variatie in het geluidsdrukniveau hoger dan bij normale AM. Hoewel er factoren bekend zijn die extreme AM beïnvloeden, is de exacte oorzaak van extreme AM nog niet geheel duidelijk. Dit betekent ook dat maatregelen om extreme AM te voorkomen of te beperken onduidelijk zijn en dit bemoeilijkt tevens onderzoek naar extreme AM. Onderzoeken naar de dosis-hinderrelatie richten zich op het waargenomen windturbinegeluid en daarmee ook het aspect van de AM. Indien extreme AM ook aanwezig was bij bestaande windturbines ten tijde van het dosis-hinderonderzoek, kan ook extreme AM reeds betrokken zijn in dosis-hinderrelaties en daarmee in de normstelling.

De kennisbasis laat zien dat vooralsnog de aanknopingspunten ontbreken om specifiek voor AM een separate norm te stellen naast de algemene normstelling in Lden/Lnight. Het normeren van het windturbinegeluid bevat daarmee ook een beperking van het optreden van AM. Bij de uitspraak van ABRvS bij Windpark DZU was geconcludeerd dat er, met de beschikbare kennis over AM, geen aanleiding is voor het oordeel dat de raad vanwege AM had moeten uitgaan van andere normering dan L den en Lnight.

3.5

Alternatieven voor toetsingskader windturbinegeluid vanuit wetenschappelijk perspectief Nu de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling niet meer zonder meer toegepast kunnen worden, wordt eerst gekeken naar verschillende redelijkerwijs te beschouwen alternatieven voor de normen die voor windturbinegeluid kunnen worden gehanteerd. Feitelijk zijn er weinig onderbouwde (advies)normen beschikbaar welke wetenschappelijk goed gemotiveerd zijn in relatie tot het doel van hinderbeperking. De aangegeven grenzen die voor Energiepark Tolhuislanden relevant worden geacht zijn: •

47 dB Lden en 41 dB Lnight uit de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling;

•

Adviesnorm van 45 dB Lden van de World Health Organisation (WHO).

Voor het stellen van een andere soort van beschermingsmaat van de geluidnorm (bijv. een bescherming bieden via het beperken van een geluidniveau omschreven als L95, Laeq, o.a.) dan de Lden-methodiek is er in deze geen aanleiding. Andere beschermingsmaten van de geluidnorm zijn namelijk niet voldoende vastgelegd / onderzocht in (wetenschappelijke) studies of onderbouwingen voor toepassing bij windturbinegeluid. Er is daardoor weinig bewijslast of onderzoek ten aanzien van de relatie met ervaren hinder aanwezig.

RSG et al, “Massachusetts Study on Wind Turbine Acoustics,” Massachusetts Clean Energy Center and Massachusetts Department of Environmental Protection, 2016. (https://tethys.pnnl.gov/sites/default/files/publications/RSG-2016-Report.pdf) – summary: https://www.cesa.org/resource-library/resource/summary-of-massachusetts-study-on-wind-turbine-acoustics/ 33 Wind turbine AM Review, phase 2 report, Department of Energy & Climate Change (UK), WSP | Parsons Brinckerhoff, Project No 3514482A, August 2016 (https://assets.publishing.service.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/562186/Phase_2_R eport_-_Wind_Turbine_AM_Review_Issue_3__FINAL_.pdf): 32

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 22

In recent onderzoek34 worden de mogelijkheden en meerwaarde onderzocht voor het stellen van een afstandsnorm voor windturbines tot woningen, in plaats van of additioneel aan een geluidnorm. Dit gebeurt op basis van een beoordeling van bestaand onderzoek en de praktijk in een aantal landen. Het onderzoek betreft een literatuuronderzoek (er komen geen nieuwe inzichten of nieuwe literatuur naar boven). Het literatuuronderzoek laat zien dat de achtergrond achter de (voormalige) Nederlandse geluidsnorm als enige is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar hinderbeleving. De inhoud van de rapportage geeft daarom geen aanwijzingen die aanleiding geven een andere afweging te maken. Naast bovenstaande argumentatie geeft de omgeving van het windpark (zie hoofdstuk 2) geen specifieke aanleiding om een andere norm systematiek als maat te hanteren bij dit project. Een bescherming tegen de geluidhinder op de omgeving via een maximale L den maat wordt als meest effectief, geschikt en toepasbaar gezien.

3.6

Gepaste geluidnorm voor Energiepark Tolhuislanden Zoals beschreven in paragraaf 3.5 worden op basis van wetenschappelijk onderzoek de normen 47 dB Lden en 41 dB Lnight van het Activiteitenbesluit en -regeling en de adviesnorm 45 dB Lden van WHO relevant geacht. Daarbij zal vanzelfsprekend een tussenliggende waarde (46 dB Lden) ook relevant zijn. Voor Energiepark Tolhuislanden dient afgewogen te worden welke norm geschikt is, overwegende de gebiedskenmerken en huidige milieubelasting. Vervolgens dient te worden onderzocht of de norm voldoende bescherming biedt voor de omgeving in vergelijking met de baten van Energiepark Tolhuislanden. Uit de gebiedsomschrijving van hoofdstuk 2 kan het gebied worden gekarakteriseerd als agrarisch, open gebied met voornamelijk vrij liggende (woon)bebouwing. Er is geen sprake van woonconcentraties in de nabijheid van de nieuwe windturbines. In de huidige situatie is er een significante geluidbelasting, met name als gevolg van wegverkeer, railverkeer en industrie. Deze belasting is het grootste gedurende de dag- en avondperiode. Op basis van kenmerken van het gebied en de mogelijke geluidnormen die voortkomen uit wetenschappelijk onderzoek, wordt de geluidnorm van 47 dB Lden als geschikt geacht voor Energiepark Tolhuislanden. Uit onderzoeken leidt een geluidbelasting van 47 dB Lden niet tot onaanvaardbare hinder of gezondheidseffecten.

Tevens biedt een geluidnorm van 47 dB Lden voldoende bescherming voor alle karakteristieken van windturbinegeluid (bijv. laagfrequent geluid en amplitudemodulatie, zie paragraaf 3.4). Gezien de aanwezige geluidbelasting in de huidige situatie van andersoortige geluidbronnen wordt niet verwacht dat een strengere norm voor de nieuwe windturbines (zoals 45 dB Lden) veel meer bescherming zal bieden in de kwaliteit van de akoestische omgeving dan een norm van 47 dB Lden. Tot slot zullen de woningen die meest nabij (meerdere) windturbines van Energiepark Tolhuislanden gelegen zijn de hoogste geluidbelasting ervaren. De meest nabijgelegen woningen zijn lid van de coöperatie en ondervinden economisch profijt van de windturbines. Uit wetenschappelijk onderzoek (zie paragraaf 3.3) blijk dat bewoners met economisch profijt in de praktijk minder hinder ondervinden van de windturbines. Het valt daarmee te verwachten dat bewoners van deze (veelal maatgevende) woningen met een maximale geluidbelasting van 47 dB Lden in de praktijk minder hinder zullen ondervinden dan van uitgegaan wordt in dosis-hinderrelaties uit wetenschappelijk onderzoek.

34

Koppen, E. (2022). Onderzoek afstandsnormen windturbines, Arcadis. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 23

Op basis van bovenstaande argumentatie wordt verwacht dat de geluidnorm 47 dB Lden genoeg bescherming biedt in hinderbeleving in de omgeving van Energiepark Tolhuislanden. Naast een Lden norm is er in principe geen aanleiding een Lnight normering te stellen aanvullend op een Lden normering (zoals beschreven in paragraaf 3.2), tenzij deze tenminste 7 dB lager is dan de Lden normering. In het gebied van Energiepark Tolhuislanden is er al een significante geluidbelasting door de aanwezigheid van andersoortige geluidbronnen. Gedurende de nachtperiode zal er nog steeds aanwezige geluidproductie van bepaalde andersoortige geluidbronnen zijn (er zal bijvoorbeeld nog steeds wegverkeer op de A28 zijn en op het bedrijventerrein Hessenpoort vinden bij bepaalde panden 24/7-werkzaamheden plaats), echter het geluidniveau zal in de nachtperiode wel afnemen. Bij het gedeeltelijk wegvallen van geluid van andere geluidbronnen, kan het windturbinegeluid meer gaan overheersen. Voor dit gebied zou het daarom toepasselijk kunnen zijn om toch een Lnight normering vast te leggen, zodat de omgeving een gepaste bescherming ontvangt gedurende de nachtperiode. In dat geval zou deze normering Lnight 40 dB of lager moeten zijn om ook daadwerkelijk een extra bescherming te bieden in de nachtperiode.

Op basis van bovenstaande wetenschappelijke en locatiespecifieke criteria worden de volgende normstellingen redelijkerwijs in beschouwing genomen voor Energiepark Tolhuislanden: •

47 dB Lden en 41 dB Lnight;

•

47 dB Lden en 40 dB Lnight (strengere bescherming in de nachtperiode);

•

46 dB Lden (zonder aanvullende Lnight bescherming);

•

45 dB Lden (zonder aanvullende Lnight bescherming);

De effecten van deze milieunormen op de omgeving worden in de volgende paragrafen inzichtelijk gemaakt. Door deze alternatieve normen te onderzoeken, kan worden afgewogen welke normstelling voldoende bescherming biedt voor de omgeving enerzijds, waarbij anderzijds het Energiepark Tolhuislanden een economisch uitvoerbaar project blijft.

3.7

Beoordeling van windturbinegeluid Toepassing rekenmethodiek Om de geluidbelasting te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid. De bijlage meten en rekenen uit de Activiteitenregeling Milieubeheer is specifieke opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. De overdrachtsberekeningen van deze rekenmethode zijn integraal overgenomen van de ”Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai“ (HMRI), uitgave 1999 van het Ministerie van VROM, methode II.8. Het HMRI is op zijn beurt op vele fronten vergelijkbaar35 met ISO 9613-2, de volgens de EU-richtlijn aanbevolen methode voor overdrachtsberekeningen voor industriegeluid (windturbinegeluid wordt niet genoemd in de EU-richtlijn). Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is gebaseerd op het HMRI, maar is aangevuld met onderdelen die specifiek voor windturbines van belang zijn. Zo komt de beschreven methode om geluidbronmetingen uit te voeren grotendeels overeen met de methode die in IEC 61400-11 wordt beschreven. Daarnaast worden, om de jaargemiddelde geluidemissie van een windturbine te bepalen, windsnelheidsverdelingen beschikbaar gesteld36 op ashoogtes tussen 10 en 260 meter.

35

CNOSSOS and industrial noise, R. Witte, DGMR, Euronoise 2018 36 https://rekentool.mp.nl/informatie.php Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 24

Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is daarmee de best beschikbare methode voor het bepalen van windturbinegeluid. Het windturbinegeluid is berekend met het rekenprogramma Geomilieu® versie 2021.1, module IL-WT. Dit rekenprogramma volgt het Reken- en meetvoorschrift windturbines37. Bij de beoordeling van geluid wordt primair gekeken naar de effecten op geluidgevoelige objecten zoals die zijn gedefinieerd in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Overige objecten en terreinen worden niet beschermd tegen andersoortige geluidbronnen en worden daarom voor windturbinegeluid eveneens buiten beschouwing en normering gelaten. Op basis van voorgenoemde redenen wordt het Reken- en meetvoorschrift windturbines toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbinegeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Rekenmodel Er is gebruik gemaakt van een akoestisch rekenmodel in Geomilieu® versie 2021.1. De modellering en de overdrachtsberekening zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Het rekenmodel bevat informatie over de bodemgebieden voor het berekenen van de geluidoverdracht en toetspunten ter plaatse van gevoelige objecten zoals gedefinieerd in de wet geluidhinder.

De geometrie van de omgeving is vastgesteld aan de hand van kaartmateriaal (BAG, TOP10NL), luchtfoto’s en bestemmingsplannen. In het gebied zijn bodemgebieden standaard aangeduid als akoestisch absorberend (B=0,9). Relevante wegen, verhardingen, wateroppervlakken en zonneparken zijn aangeduid als akoestisch reflecterend (B=0,0). Gebieden met gedeeltelijke verharding en gedeeltelijke begroeiing zijn aangeduid met een bodemfactor B=0,5. Bebouwing (bedrijventerrein) is aangeduid met een bodemfactor van B=0,3. De geluidgevoelige objecten zijn verkregen op basis van BAG (geraadpleegd in mei 2023) en gemodelleerd als gebouwen met 5,5 meter hoogte boven het maaiveld. Op elke gevel(oriëntatie) van de gebouwen zijn toetspunten geplaatst op een beoordelingshoogte +5 meter hoogte boven het maaiveld38.

3.8

Lokale situatie in project Energiepark Tolhuislanden

3.8.1

Referentiesituatie In de referentiesituatie zijn er meerdere bestaande windturbines in de omgeving van Energiepark Tolhuislanden. Er zijn vier bestaande windturbines van Windpark Tolhuislanden op ong. 1,8 km afstand en vier bestaande windturbines van Windpark Westenwind op ong. 2,2 km afstand van Energiepark Tolhuislanden. Beide windparken hebben windturbines van het type Enercon E-82 op 85 m ashoogte, waarbij beide windparken bestaan uit drie windturbines van 2,3 MW en één van 3 MW. Op ong. 3,9 km afstand liggen de windturbines van Windpark Synergie van het type Enercon E-138 EP3 E2 op 131 m ashoogte. Om de geluideffecten van de drie nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden inzichtelijk te maken, wordt naast enkel het initiatief ook het effect ten opzichte van de referentiesituatie bepaald. Naast de bovengenoemde bestaande windturbines, zijn er nog bestaande windturbines op grotere afstand van Energiepark Tolhuislanden gelegen (>4 km).

Vanwege de grote afstand zal het aandeel van deze windturbines in cumulatieve geluidbelasting verwaarloosbaar zijn, zeker in relatie tot de eerdergenoemde 37 Bijlage 4 bij Activiteitenregeling milieubeheer, https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022830&bijlage=4&z=202007-08&g=2020-07-08 38 https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-op-land/geluid/geluidsberekening-windturbines Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 25

bestaande windturbines die op kortere afstand tot Energiepark Tolhuislanden gelegen zijn. Dergelijke bestaande windturbines op >4 km afstand worden derhalve niet meegenomen in de referentiesituatie en in de bepaling van de cumulatieve geluidbelasting. In paragraaf 2.4.1 is geluid als gevolg van de bestaande windturbines reeds aangehaald in combinatie met andersoortige geluidbronnen. In de volgende paragrafen wordt geluid van bestaande windturbines los van de andersoortige geluidbronnen meegenomen om onder andere de effecten als gevolg van windturbinegeluid op de omgeving inzichtelijk te maken.

3.8.2

Gevolgen Energiepark Tolhuislanden Uitgangspunten berekening Bij het bepalen van de gevolgen is gekeken naar geluidgevoelige objecten die een geluidbelasting ervaren van 37 dB Lden als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Volgens het TNO-rapport is het percentage ernstig gehinderden bij een geluidbelasting lager dan 37 dB L den nog slechts 0,5%. Dit wordt derhalve als ondergrens beschouwd (zie Kader 1.1). Bovendien zijn de daadwerkelijk optredende geluidniveaus binnenshuis bij een geluidbelasting op de buitengevel van Lden 37 dB zodanig laag (uitgaande van een gevelwering van 15-20 dB) dat deze niet meer redelijkerwijs waarneembaar zijn en daarmee geen relevante bijdrage aan de akoestische kwaliteit van de omgeving meer opleveren. Voor Energiepark Tolhuislanden is gerekend met de Nordex N163-5.X met serrated edges39. Dit turbinetype heeft een gemiddelde geluiduitstraling in vergelijking tot andere windturbines binnen dezelfde bandbreedte. Doordat een aantal woningen nabij meerdere nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden gelegen zijn (zie paragraaf 2.3.1) zouden in het geval van een luid turbinetype relatief vergaande maatregelen nodig zijn om geluid te mitigeren, waardoor de hoeveelheid duurzame energie die per jaar opgewekt kan worden met een luid turbinetype fors wordt beperkt.

Een dergelijk luid type windturbine zal om die reden niet rendabel zijn waardoor er vanuit gegaan kan worden dat die ook niet wordt gerealiseerd. Om deze reden is in de onderzoeken nu uitgegaan van een turbine met gemiddelde geluiduitstraling, die wel realiseerbaar is op deze locatie. Van de turbinetypes met gemiddelde geluiduitstraling is het gekozen turbinetype (Nordex N163-5.X met serrated edges) nog wel relatief luid, zodat de bovenkant van de bandbreedte in beeld is gebracht. De geluidgegevens van de Nordex N1635.X zijn gegeven in Bijlage 2. In het plangebied en de omgeving zijn de gevoelige objecten bepaald als gedefinieerd in de Wet geluidhinder waarbij de geluidbelasting als gevolg van Energiepark Tolhuislanden 37 dB Lden of meer bedraagt (het onderzoeksgebied). In dit onderzoeksgebied bevinden zich 62 woningen. Maximale en minimale geluidniveaus en reductieopties De maximale geluidbelasting bij woningen in dB Lden als gevolg van Energiepark Tolhuislanden (zonder toepassing van geluidemissie-reducerende voorzieningen) bedraagt 51 dB Lden en 45 dB Lnight. Een hogere geluidbelasting wordt daarmee dus ook niet onderzocht.

Door een stiller windturbinetype te realiseren of door de windturbines van Energiepark Tolhuislanden in een stillere modus te laten draaien is het mogelijk om de geluidbelasting van Energiepark Tolhuislanden te reduceren tot waardes van 47 dB Lden of lager.

Serrated edges (of ‘uilenveren’) zijn een gekartelde rand langs de rand van de wiek van een windturbine. De luchtstroom wordt hiermee doorbroken langs de rand van de wieken, wat resulteert in een lagere geluidsproductie van de windturbine. 39

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 26

Cumulatie met bestaande windturbines: Energiepark Tolhuislanden maatgevend In de referentiesituatie is sprake van de aanwezigheid van de bestaande windturbines. Ter plaatse van de woningen binnen het onderzoeksgebied (37 dB Lden contour van Energiepark Tolhuislanden) bedraagt de maximale geluidbelasting in de referentiesituatie 46 dB Lden. In Bijlage 6 zijn de geluidcontouren Lden op kaart afgebeeld voor de referentiesituatie. Het toevoegen van de drie nieuwe windturbines inclusief het toekomstige zonnepark leidt tot een maximale cumulatieve geluidbelasting van 51 dB Lden bij de meest maatgevende woning. Hieruit kan worden opgemaakt dat de maximale geluidbelasting als gevolg van Energiepark Tolhuislanden zowel afzonderlijk als cumulatief met de bestaande windturbines uitkomen op 51 dB Lden. Het geluid van de bestaande windturbines heeft door de grote afstand tot de nieuwe windturbines dus geen significante invloed op het cumulatieve windturbinegeluid bij de meest maatgevende woningen van Energiepark Tolhuislanden. Lagere normwaardes Zoals beschreven in paragraaf 3.6 wordt een viertal normstellingen onderzocht, waaronder de normen 47 dB Lden en 41 dB Lnight en de mogelijke geluidnormen 46 dB Lden en 45 dB Lden. Daarnaast wordt de 40 dB Lnight norm onderzocht.

Omdat de Lden waarde gekoppeld is aan de Lnight waarde, zal bij het mitigeren tot 47 dB Lden, 46 dB Lden en 45 dB Lden de Lnight waarde afnemen (ervan uitgaande dat de windturbines in de nachtperiode worden gemitigeerd). In eerste instantie wordt daarom bij het mitigeren tot 47 dB Lden, 46 dB Lden en 45 dB Lden gekeken wat de resulterende Lnight waarde is. Indien aan de onderzochte Lden normen wordt voldaan, maar nog niet aan de normen 41 dB Lnight en 40 dB Lnight wordt voldaan, zal de windturbine gedurende de nachtperiode verder teruggeregeld worden om aan deze Lnight normen te voldoen. Door bepaalde windturbines van Energiepark Tolhuislanden gedurende de avond- en/of nachtperiode in een gereduceerde modus te laten draaien, wordt de geluidbelasting op de omliggende woningen gereduceerd tot een geluidbelasting van maximaal 47 dB Lden / 41 dB Lnight, en tot een lagere geluidbelasting van de overige onderzochte normen. De configuratie van de windturbines om de geluidbelasting te reduceren tot de onderzochte normen is gegeven in Bijlage 3. Het toepassen van deze maatregel gaat echter wel ten koste van de energieproductie. Een alternatieve oplossing zou kunnen zijn om te kiezen voor een stiller windturbinetype waar geen of minder mitigatie voor benodigd is.

3.8.1

Geluidbelasting ter plaatse van woningen Voor de woningen binnen het onderzoeksgebied is de geluidbelasting als gevolg van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden bepaald: zonder geluidmitigatie (maximaal 51 dB Lden) en wanneer geluidmitigatie wordt toegepast om te voldoen aan de onderzochte milieunormen. Voor de verschillende scenario’s is voor de 62 woningen de geluidbelasting in dB Lden bepaald en gecategoriseerd weergegeven in onderstaande tabel. In Bijlage 5 zijn tevens de geluidcontouren Lden als gevolg van Energiepark Tolhuislanden gegeven op kaart. Tabel 3.2 Aantal woningen per geluidbelasting in dB Lden Geluidbelasting dB Lden

Geen mitigatie (max 51 dB Lden)

Mitigatie naar 47 dB Lden / 41 dB Lnight

Mitigatie naar 47 dB Lden / 40 dB Lnight

Mitigatie naar 46 dB Lden

Mitigatie naar 45 dB Lden

< 37

0

9

11

14

23

37

1

7

5

11

5

38

9

11

11

4

8

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 27

39

5

7

8

8

4

40

10

3

2

4

4

41

9

5

7

4

5

42

6

4

2

4

2

43

6

4

4

2

4

44

2

2

2

4

3

45

1

3

3

3

4

46

3

3

3

4

0

47

2

4

4

0

0

48

1

0

0

0

0

49

4

0

0

0

0

50

0

0

0

0

0

51

3

0

0

0

0

Totalen

62

62

62

62

62

Uit Tabel 3.2 kan worden opgemaakt dat als gevolg van Energiepark Tolhuislanden zonder geluidmitigatie er 8 van de 62 woningen zijn met een geluidbelasting van meer dan 47 dB Lden. Het hanteren van de normen 47 dB Lden / 41 dB Lnight leidt tot een extra bescherming van deze woningen. In dit scenario hebben de meeste woningen binnen het onderzoeksgebied een geluidbelasting tussen 37 en 43 dB L den (of een geluidbelasting van minder dan 37 dB Lden). In het scenario van de geluidnormen 47 dB Lden / 41 dB Lnight zijn er vier woningen een maximale geluidbelasting van 47 dB Lden. Drie van deze woningen zijn lid van de coöperatie. In ditzelfde scenario is er één woning (aan Steenwetering 2) met een geluidbelasting Lnight van 41 dB. Deze woning is vooralsnog geen lid van de coöperatie. Alle andere woningen binnen het onderzoeksgebied hebben in dit scenario een geluidbelasting van 40 dB Lnight of lager. Door verder te mitigeren naar 40 dB Lnight zou de woning aan Steenwetering 2 extra worden beschermd. Uit Tabel 3.2 kan worden opgemaakt dat bij het scenario van 47 dB Lden / 40 dB Lnight er geen verschuiving plaatsvindt bij het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 43 dB en 47 dB Lden.

Het verder mitigeren naar de normen 46 dB Lden en 45 dB Lden leidt ertoe dat de eerdergenoemde vier woningen worden blootgesteld aan een maximale geluidbelasting van respectievelijk 46 dB L den en 45 dB Lden.

3.8.2

Bepaling aantal ernstig gehinderden binnenshuis Op basis van de dosis-hinderrelatie uit het TNO-rapport is het aantal ernstig gehinderden40 binnenshuis (Highly annoyed) bepaald bij de exploitatie van Energiepark Tolhuislanden met de onderzochte geluidnormen. Volgens CBS41 bedraagt de gemiddelde huishoudensgrootte in 2022 in de gemeente Zwolle 2,1 personen per huishouden en in de gemeente Dalfsen 2,4 personen per huishouden. Voor het 40

TNO-rapport: Hinder door geluid van windturbines, 2008-D-R1051/B, TNO, 2008 CBS Statline, geraadpleegd op 27-6-2022, onderwerp: Regionale kerncijfers Nederland, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70072ned/table?dl=9077A 41

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 28

onderzoeksgebied is uitgegaan dat een huishouden hiermee gemiddeld 2,3 personen telt. Per huishouden/woning is de geluidbelasting in de referentiesituatie en de cumulatieve geluidbelasting (bestaande windturbines samen met nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden) bepaald. Op basis van de dosis-hinderrelatie is het aantal ernstig gehinderden bepaald door het percentage te vermenigvuldigen met 2,3 (personen per huishouden). Als voorbeeld: een woning ervaart een cumulatieve geluidbelasting van 47 dB Lden. Het percentage ernstig gehinderden dat hiermee correspondeert is 8,09%42. Als 8,09% van 2,3 personen ernstige hinder ervaart van het windturbinegeluid, resulteert dat in een verwachting van 0,18 ernstig gehinderde personen. Door dit voor een groot aantal woningen te doen en bij elkaar op te tellen, wordt het totaal verwachte aantal ernstig gehinderden berekend. Deze berekening wordt uitgevoerd voor alle woningen die een geluidbelasting van 37 dB L den of hoger kunnen ervaren als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Het aantal ernstig gehinderden dat per normstelling wordt vermeld geldt dus altijd als het totaal aantal ernstig gehinderden voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied bevat 62 woningen.

Vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal personen per huishouden betekent dit dat er circa 140 personen permanent in en rond het plangebied wonen (verder: de populatie). De effecten op deze populatie worden in de beschouwing van het hanteren van de verschillende milieunormen vergeleken. Het aantal personen dat ernstige hinder ervaart in de referentiesituatie is gegeven in Tabel 3.3. Daarnaast zijn de resultaten gegeven na toevoeging van Energiepark Tolhuislanden zonder toepassing van geluidmitigatie en met toepassing van geluidmitigatie tot wordt voldaan aan de onderzochte normen. Opgemerkt dient te worden dat het hier steeds gaat om een theoretische weergave van het aandeel van de bevolking dat ernstige hinder ondervindt en dat de beleving van deze hinder niet continu aanwezig is, maar zal optreden op momenten met heersende weersomstandigheden die een effect veroorzaken wat als hinderlijk wordt ervaren (o.a. afhankelijk van windsnelheid en -richting). Daarbij dient tevens te worden vermeld dat de meest maatgevende woningen lid zijn van de coöperatie en economisch profijt hebben van de windturbines. Door dit profijt kan de hinderbeleving in de praktijk bij dergelijke woningen lager uitvallen dan de getallen op basis van de dosis-hinderrelatie van TNO (zie ook paragraaf 3.3.2).

De daadwerkelijke hinderbeleving en resulterend aantal personen dat ernstige hinder ondervindt kan daarom in de praktijk lager uitvallen dan nu wordt aangeduid in Tabel 3.3. Tabel 3.3 Verwacht aantal ernstig gehinderden binnenshuis na realisatie van Energiepark Tolhuislanden Ernstig gehinderd (binnenshuis) Situatie Aantal

% van de populatie (140 personen)

Referentiesituatie

0,5

0,4%

Zonder geluidmitigatie (max. 51 dB Lden)

5,9

4,2%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 41 dB Lnight

3,7

2,6%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 40 dB Lnight

3,5

2,5%

Mitigeren tot 46 dB Lden

3,0

2,2%

Mitigeren tot 45 dB Lden

2,6

1,8%

42

In de brief van de Staatssecretaris bij invoering van de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit staat 9% vermeldt. In dit onderzoek wordt uitgegaan van de nauwkeurigere waarden uit het TNO rapport. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 29

Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de referentiesituatie het aantal personen binnen de invloedssfeer van Energiepark Tolhuislanden dat ernstige hinder ervaart van bestaande windturbines 0,5 bedraagt. Bij toevoeging van Energiepark Tolhuislanden zonder toepassing van geluidvoorzieningen (met toepassing van een windturbine met gemiddelde geluiduitstraling) neemt het verwachte aantal personen met ernstige hinder toe tot 5,9. Bij het hanteren van de normen 47 dB Lden / 41 dB Lnight daalt het aantal ernstig gehinderden naar 3,7 personen (2,6% van de populatie). Een strengere norm voor de nachtperiode van 40 dB Lnight resulteert in 3,5 ernstig gehinderden (afname van 0,2 personen). Met verdere mitigatie naar een geluidbelasting van 46 dB Lden en 45 dB Lden daalt het aantal personen met ernstige hinder naar respectievelijk 3,0 en 2,6 personen. In Bijlage 4 is een vergelijkbare berekening gedaan voor het aantal gehinderden.

3.8.3

Cumulatie met andersoortige geluidbronnen In de omgeving van het plangebied van Energiepark Tolhuislanden zijn meerdere andersoortige geluidbronnen gesitueerd zoals beschreven in hoofdstuk 2. Het betreft de geluidbronnen wegverkeer, railverkeer, industrie en bestaande windturbines. In paragraaf 2.4.1 was de cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie bepaald op een selectie referentiewoningen (maatgevende woningen rondom Energiepark Tolhuislanden). Hieruit werd opgemaakt dat er reeds sprake is van een significante geluidbelasting in de referentiesituatie, met name gedurende dagperiode. De toevoeging van Energiepark Tolhuislanden zal door de aanwezigheid van de andere geluidbronnen gedurende dagperiode een gering effect kunnen hebben. Echter, in de avond- en nachtperiode zouden de effecten van Energiepark Tolhuislanden meer merkbaar kunnen zijn wanneer geluid van andere geluidbronnen (gedeeltelijk) wegvalt. Voor de referentiewoningen is de cumulatieve geluidbelasting bepaald met toevoeging van Energiepark Tolhuislanden (zonder mitigatie en met mitigatie tot wordt voldaan aan de onderzochte geluidnormen). De effecten van Energiepark Tolhuislanden op de kwaliteit van de akoestische omgeving worden hiermee inzichtelijk gemaakt. De resultaten zijn gegeven in Tabel 3.4. Ten behoeve van de leesbaarheid van de tabel is Energiepark Tolhuislanden afgekort tot ‘EPT’.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 30

Tabel 3.4 Cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie en nieuwe situatie Toetspunt

Adres

Lcum ref

+ EPT* geen miti

+ EPT* 47 dB Lden / 41 dB Lnight

+ EPT* 47 dB Lden / 40 dB Lnight

+ EPT* 46 dB Lden

+ EPT* 45 dB Lden

tp01

Lichtmisweg 6

65

65

65

65

65

65

tp02

Steenwetering 2

58

61

60

60

60

59

tp03

Vriezendijk 2

52

57

55

55

55

54

tp04

Nieuwleusenerdijk 37

63

64

64

64

64

64

tp05

Nieuwleusenerdijk 27

59

65

61

61

61

60

tp06

Nieuwleusenerdijk 29

59

65

62

61

61

60

tp07

Nieuwleusenerdijk 28

61

64

62

62

62

62

tp08

De Bese 8

61

64

62

62

62

61

tp09

De Bese 17

54

61

57

57

56

56

* ‘EPT’ = Energiepark Tolhuislanden

Tevens is nogmaals de tabel van de classificering volgens ‘methode Miedema’ hieronder weergegeven. Tabel 3.5 Classificering kwaliteit van akoestische omgeving in milieukwaliteitsmaat volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving

Geluidbelasting

Goed

< 50 dB Lden

Redelijk

< 55 dB Lden

Matig

< 60 dB Lden

Tamelijk slecht

< 65 dB Lden

Slecht

< 70 dB Lden

Zeer slecht

≥ 70 dB Lden

Bij realisatie van Energiepark Tolhuislanden zonder geluidmitigatie zal bij 2 van de beschouwde referentiewoningen de kwaliteit van de akoestische omgeving met één klasse (volgens ‘methode Miedema’) verslechteren en zullen 3 woningen met 2 klassen verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Wanneer wordt voldaan aan 47 dB Lden / 41 dB Lnight verslechtert de kwaliteit van de akoestische omgeving van 5 woningen met één klasse (volgens ‘methode Miedema’) ten opzichte van de referentiesituatie. De toename in dB’s in cumulatieve geluidbelasting ten opzichte van de referentiesituatie ligt tussen de 0 en 4 dB bij de norm 47 dB Lden / 41 dB Lnight. Ook wanneer wordt voldaan aan 47 dB Lden / 40 dB Lnight en 46 dB Lden zullen er 5 woningen met één klasse verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. De toename in dB’s voor deze geluidnormen liggen ten opzichte van de referentiesituatie ligt tussen de 0 en 3 dB. Bij verdere mitigatie tot 45 dB Lden zal de toename in cumulatieve geluidbelasting ten opzichte van de referentiesituatie tussen de 0 en 2 dB liggen. Er zijn 3 woningen die bij deze geluidnorm één klasse verslechteren in kwaliteit van de akoestische omgeving ten opzichte van de referentiesituatie.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 31

3.8.4

Geluidbelasting ter plaatse van overige objecten Aan de zuidwestkant Energiepark Tolhuislanden ligt het gezoneerde bedrijventerrein Hessenpoort. Aan de hand van de opgelegde geluidzone voor het bedrijventerrein kan worden opgemaakt dat op dit terrein ‘lawaaimakers’ zijn gesitueerd waarvoor bescherming is geboden voor de omgeving middels de geluidzone. Op het bedrijventerrein is een aantal kantoorpanden gesitueerd (zie Figuur 2.5 in paragraaf 2.3.1) waar mogelijke hinder kan worden ondervonden van geluid. Door het reeds aanwezige geluid van bedrijvigheid en wegverkeer op het bedrijventerrein wordt verwacht dat toevoeging van windturbinegeluid gedurende werktijden niet tot overmatige hinder zal leiden. Op het moment wanneer windturbinegeluid meer overheersend kan zijn (wanneer geluid van andere geluidbronnen afneemt in de avond- en nachtperiode) zal in de kantoren tevens geen of slechts heel sporadisch bezetting zijn waardoor op deze momenten ook geen significante hinder van windturbinegeluid wordt verwacht. Om deze redenen wordt verondersteld dat de bedrijfs- en kantoorpanden op het bedrijventerrein geen bescherming behoeven van de drie nieuwe windturbines.

3.8.5

Energieopbrengstverliezen als gevolg van mitigerende maatregelen Om aan de onderzochte geluidnormen te voldoen, moeten bepaalde windturbines van Energiepark Tolhuislanden in een gereduceerde modus draaien gedurende de avond- en/of nachtperiode, uitgaande van het gehanteerde windturbinetype. Het toepassen van deze maatregel gaat ten koste van de energieopbrengst. Om de opbrengstverliezen te bepalen43, is eerst de energieopbrengst van het windpark zonder toepassing van geluidmitigatie bepaald aan de hand van de powercurve van de windturbines en de windverdeling op ashoogte per turbinetype. Vervolgens is de energieopbrengst van het windpark bepaald met de configuratie waarmee wordt voldaan aan de onderzochte geluidnormen. Het procentuele productieverlies om te voldoen aan de geluidnormen is gegeven in Tabel 3.6. Tevens is de Lnight waarde gegeven wanneer wordt gemitigeerd tot de geluidnormen 47 dB Lden, 46 dB Lden en 45 dB Lden. Bij mitigatie naar 47 dB Lden is de Lnight waarde 41 dB. Aangezien het tevens wenselijk is de effecten 40 dB Lnight inzichtelijk te maken, zijn de windturbines verder gemitigeerd tot een Lnight waarde van 40 dB verkregen is. Bij het mitigeren naar 46 dB Lden en 45 dB Lden zijn de Lnight waarden respectievelijk 40 dB en 38 dB. Hiermee wordt al voldaan aan de onderzochte Lnight-normen van 41 dB en 40 dB en is dus geen extra mitigatie benodigd.

Tabel 3.6 Verwachte productieverlies veroorzaakt door geluidmitigatie van Energiepark Tolhuislanden

43

Scenario

Hoogste Lnight waarde

Opbrengstverlies veroorzaakt door geluidmitigatie

Geen geluidmitigatie (max 51 dB Lden)

46 dB

0%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 41 dB Lnight

41 dB

5,9%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 40 dB Lnight

40 dB

6,0%

Mitigeren tot 46 dB Lden

40 dB

9,4%

Mitigeren tot 45 dB Lden

39 dB

12,4%

Dit is een indicatie, resultaten dienen als zodanig te worden geïnterpreteerd. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 32

3.9

Beoordeling normstelling voor geluid Windturbinegeluid kan hinderlijk zijn en dat maakt dat het wenselijk is geluidniveaus bij geluidgevoelige objecten te beperken tot een aanvaardbaar niveau, teneinde een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden te kunnen garanderen en daarmee effecten op het welbevinden te kunnen minimaliseren. Uit de beschikbare wetenschappelijke onderzoeken van onder andere RIVM, WHO en TNO komen inzichten naar voren over de hinderlijkheid van windturbinegeluid bij verschillende geluidniveaus. In de huidige situatie vooraf aan de ontwikkeling van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden is reeds sprake van een geluidbelasting op de omgeving en geluidgevoelige objecten als gevolg van bestaande windturbines (maximaal 46 dB Lden). Daarnaast is reeds sprake van een significante geluidbelasting in de huidige situatie als gevolg van andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, railverkeer en industrie. Met de gebiedskenmerken en kennis uit beschikbare wetenschappelijke onderzoeken worden voor Energiepark Tolhuislanden de geluidnormen 47 dB Lden en 41 dB Lnight geschikt geacht en zijn de effecten van deze normen op de omgeving inzichtelijk gemaakt.

Daarnaast zijn voor de alternatieve normen 46 dB Lden, 45 dB Lden en 40 dB Lnight tevens de effecten inzichtelijk gemaakt om te beoordelen of de voorgestelde normen voldoende bescherming bieden voor de omgeving in vergelijking met de baten van Energiepark Tolhuislanden. Na toevoeging van Energiepark Tolhuislanden– zonder het nemen van mitigerende maatregelen – wordt een maximale geluidbelasting van 51 dB Lden veroorzaakt op omliggende geluidgevoelige objecten. Gezien de wetenschappelijke inzichten op dit punt is dat een niet aanvaardbaar geluidniveau en is er daarom de noodzaak om een gepaste geluidnorm op te nemen ter bescherming van de omgeving. Als gevolg van deze toevoeging neemt het verwachte aantal personen met ernstige hinder toe tot 5,9 in de beschouwde populatie in de invloedssfeer van Energiepark Tolhuislanden (zie Tabel 3.7 hieronder herhaald zoals eerder gegeven in Tabel 3.1 in paragraaf 3.8.2). De toename in percentage ernstig gehinderd van de beschouwde populatie ten opzichte van de referentiesituatie bedraagt ~3,8 procentpunt. Tabel 3.7 Aantal ernstig gehinderden als gevolg van mitigerende maatregelen bij verschillende normstelling Ernstig gehinderd (binnenshuis) Situatie Aantal

% van de populatie (140 personen)

Referentiesituatie

0,5

0,4%

Zonder geluidmitigatie (max. 51 dB Lden)

5,9

4,2%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 41 dB Lnight

3,7

2,6%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 40 dB Lnight

3,5

2,5%

Mitigeren tot 46 dB Lden

3,0

2,2%

Mitigeren tot 45 dB Lden

2,6

1,8%

Om een lagere geluidbelasting op de gevel van omliggende woningen te kunnen realiseren om te voldoen aan 47 dB Lden en 41 dB Lnight (en strengere geluidnormen) zijn mitigerende maatregelen nodig. Die kunnen bestaan uit enerzijds het realiseren van een stiller windturbinetype of anderzijds het in een andere geluidmodus laten draaien van één of meerdere windturbines gedurende de dag-, avond- en/of nachtperiode. Het toepassen van geluidmodi leidt tot een lagere MWh productie van de betreffende windturbines. In onderstaande tabel is opnieuw weergegeven welke gevolgen er optreden voor de

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 33

verwachte energieproductie van de windturbines bij de beschouwde geluidnormen. Deze verliezen zijn specifiek voor het gehanteerde windturbinetype. Tabel 3.8 Energieopbrengstverlies als gevolg van mitigerende maatregelen bij verschillende normstelling Scenario

Opbrengstverlies veroorzaakt door geluidmitigatie

Geen geluidmitigatie (max 51 dB Lden)

0%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 41 dB Lnight

5,9%

Mitigeren tot 47 dB Lden / 40 dB Lnight

6,0%

Mitigeren tot 46 dB Lden

9,4%

Mitigeren tot 45 dB Lden

12,4%

Tabel 3.7 toont dat bij toevoeging van Energiepark Tolhuislanden zonder geluidvoorzieningen (51 dB L den) het gebied circa 5,4 extra ernstig gehinderde personen telt ten opzichte van de referentiesituatie. In totaal zijn er bij deze maximale geluidbelasting 5,9 personen met ernstige hinder, een aandeel van 4,2% van de populatie. Dit geeft weer dat het gros van de personen in de populatie op grotere afstanden van de windturbines wonen waar een lagere geluidbelasting wordt ondervonden en daarmee de hinderbeleving lager is. Er kan hiermee worden gesteld dat het aandeel ernstig gehinderden binnen de populatie relatief laag is gezien de indeling van de woningen ten opzichte van de posities van de windturbines. Bij het hanteren van de normen 47 dB Lden / 41 dB Lnight neemt het aantal ernstig gehinderden af met 2,2 tot een totaal van 3,7 personen. Het aandeel ernstig gehinderden is 2,6% van de populatie. Het mitigeren tot 47 dB Lden / 41 dB Lnight gaat ten koste van circa 5,9% van de energieopbrengst. Door verder te mitigeren tot een strengere norm in de nachtperiode van 40 dB L night neem het aantal ernstig gehinderden af met 0,2 tot een totaal van 3,5 personen. Het aandeel ernstige gehinderden is hierbij 2,5%, een afname van 0,1 procentpunt ten opzichte van het hanteren van de normen 47 dB Lden / 41 dB Lnight.

Hoewel de milieuwinst gering is, vraagt dit ook een geringe toename in het energieopbrengstverlies van 0,1 procentpunt (tot een totaal procentueel opbrengstverlies van 6,0%). Met de strengere Lnight normering in de nachtperiode, wanneer andere geluidbronnen niet of minder maatgevend zijn, kan hinder in de nacht worden beperkt. Verder mitigeren naar 46 dB Lden en 45 dB Lden leidt tot enige milieuwinst van minder ernstig gehinderden (respectievelijk 3,0 en 2,6 personen, of respectievelijk 2,2% en 1,8% van de populatie). Echter is de milieuwinst van het hanteren van de normen 46 dB Lden en 45 dB Lden beperkt ten opzichte van de gepaard gaande energieopbrengstverliezen van respectievelijk 9,4% en 12,4%. Conclusies Vanuit wetenschappelijk perspectief (zie paragraaf 3.3) leidt een geluidbelasting van 47 dB Lden niet tot onaanvaardbare hinder of gezondheidseffecten. Zonder toepassing van mitigerende maatregelen leiden de windturbines van Energiepark Tolhuislanden tot een geluidbelasting van 51 dB L den en 45 dB Lnight. Om aan een normstelling van 47 dB Lden te kunnen voldoen zijn, afhankelijk van het uiteindelijk te kiezen windturbinetype, geluidvoorzieningen benodigd. Mitigeren tot 47 dB Lden resulteert met de toegepaste geluidmodi in een geluidbelasting Lnight van 41 dB.

Bij een geluidnorm van 47 dB Lden neemt het percentage ernstig gehinderden af met 1,6 procentpunt ten opzichte van een de ongemitigeerde situatie van 51 dB Lden. Het energieopbrengstverlies met het Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 34

gehanteerde turbinetype bedraagt hierbij 5,9%. Het verder terugdringen naar een strengere L den-norm van 46 dB en 45 dB leidt tot geringe milieuwinst ten opzichte van de toename in energieopbrengstverlies op basis van het gehanteerde turbinetype. Een strengere norm voor de nachtperiode naar 40 dB L night (bij de geluidnormen 47 dB Lden / 40 dB Lnight) leidt tot de bescherming van één extra woning en resulteert in een afname het percentage ernstig gehinderden van 0,1 procentpunt, ten opzichte van het hanteren van de normen 47 dB Lden / 41 dB Lnight. Hoewel de milieuwinst gering is, is het effect op de toename in energieopbrengstverlies tevens gering met 0,1 procentpunt. Uit wetenschappelijk onderzoek is geen advies voortgekomen voor de noodzaak om een strengere Lnight norm te hanteren voor de bescherming van de omgeving. Wel is het te beargumenteren een strengere norm gedurende de nacht te hanteren, wanneer het geluid van andersoortige geluidbronnen grotendeels wegvalt. De woning die extra wordt beschermd door het hanteren van een Lnight norm van 40 dB is geen lid van de coöperatie, waardoor het effect van economisch profijt (en de daaraan gerelateerde ondervinding van minder hinder van windturbines zoals beschreven in paragraaf 3.3) hier mogelijk niet opgaat.

Door deze argumentatie en het beperkte effect op de toename in het energieopbrengstverlies bij het hanteren van een strengere Lnight norm van 40 dB, wordt deze strengere normering in de nachtperiode geschikt bevonden voor dit project. Wanneer de cumulatieve geluidbelasting met andersoortige geluidbronnen wordt beschouwd (paragraaf 3.8.3), kan worden gesteld dat het hanteren van strengere normen dan 47 dB Lden / 41 dB Lnight voor Energiepark Tolhuislanden beperkt effect heeft op de kwaliteit van de akoestische omgeving in de nieuwe situatie. Wel zal een strengere norm van 40 dB Lnight hinder in de nachtperiode verder kunnen beperken wanneer het geluid van andersoortige geluidbronnen wegvallen. Tot slot is besproken dat veel woningen in de directe omgeving lid zijn van de coöperatie. Deze woningen zijn betrokken in het gehele proces van besluitvorming over duurzame energie in de omgeving en de voorkeurskeuze van de drie windturbines van Energiepark Tolhuislanden. De leden zullen na realisatie tevens economisch profijt hebben van de windturbines. Door de betrokkenheid in besluitvorming en het economisch profijt van het project zal de hinderbeleving in de praktijk lager kunnen uitvallen bij deze woningen dan nu is bepaald op basis van de dosis-hinderrelatie uit wetenschappelijk onderzoek.

Op basis van de gebiedskenmerken, beschikbare kennis uit wetenschappelijk onderzoek en de uitgevoerde analyses naar de effecten op de omgeving worden de geluidnormen 47 dB L den en 40 dB Lnight geschikt geacht voor het plangebied van Energiepark Tolhuislanden.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 35

4 Slagschaduw en lichtschittering van windturbines 4.1

Inleiding De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen op het moment dat de zon schijnt. Deze zogenaamde ‘slagschaduw’ kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren door personen in de omgeving. Daarnaast kan (zon)licht reflecteren van onderdelen van de windturbine, dit wordt ‘lichtschittering’ genoemd. Beide fenomenen kunnen zich alleen voordoen indien er sprake is van zonneschijn. In bewolkte weersomstandigheden treden deze effecten niet op. De impact van slagschaduw op de omgeving verschilt sterk, afhankelijk van de locatie van de windturbine, de locatie van de plek waar een waarnemer verblijft, de afmetingen van de windturbine en de windrichting en zonneschijnduur.

4.2

Achtergrond: inzichtelijk maken van slagschaduw

4.2.1

Wanneer is sprake van slagschaduw? Om te kunnen spreken van slagschaduw(hinder) op de omgeving moet aan een paar voorwaarden worden voldaan: 1.

er is sprake van een minimale afdekking van de lichtbron (in dit geval de zon) van 20% van het oppervlak van bron (zie figuur 3.1). Indien dit minder is, zal zoveel licht rond het object – in dit geval het windturbineblad - buigen dat van een effectieve schaduw geen sprake is. Hoe kleiner de afdekking, hoe ‘diffuser’ de schaduw44;

Figuur 4.1 Minimale afdekking als voorwaarde voor optreden ‘schaduw’

44

De afstand waarbij 20% afscherming van de zon optreedt kan berekend worden met: Max. distance = (5*w*150.000.000) / 1.097.780 waarbij w staat voor de gemiddelde dikte van een rotorblad gebaseerd op de maximale dikte en de dikte op 90% rotorbladlengte. Alternatief kan ook = w / bgtan( (0,2*π*(0,531/2)^2)/0,531) gebruikt worden. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 36

2.

Er moet sprake zijn van een minimale stralingsintensiteit van 120 Watt/m2 om het voor een

3.

hinderervaring benodigde contrast (schaduw) te kunnen laten optreden45; De windturbine moet in bedrijf zijn (draaien) om te kunnen spreken van hinderlijke slagschaduw;

4.

Er dient sprake te zijn van een ruimte met een beperkt aantal lichtbronnen die significant kunnen worden afgeschermd door een bewegende slagschaduw. De ervaring van een bewegende schaduw

5.

in de buitenruimte wordt niet als hinderlijk ervaren. De schaduw moet daadwerkelijk de gevel van het gevoelige object kunnen bereiken en dus niet afgeschermd worden door obstakels zoals gebouwen of bomen (‘line of sight’).

4.2.2

Wanneer is een object of terrein ‘slagschaduwgevoelig’? Niet op alle plekken waar slagschaduw theoretisch kan optreden is er sprake van een milieu- of hindereffect. In een weiland of op open water, waar geen of zeer weinig mensen aanwezig (kunnen) zijn leidt de slagschaduw immers niet tot een waarneembare hinder. In zoverre is dit vergelijkbaar met geluid, waar de beoordeling plaatsvindt op geluidgevoelige objecten (zie paragraaf 3.7). Voor slagschaduw is er echter aanleiding dit te verfijnen, omdat er ook verschillen bestaan tussen de effecten van geluid en slagschaduw. Bijvoorbeeld in een gebouw zonder ramen in de gevel in de richting van de windturbine kan geluid nog steeds een effect veroorzaken, echter een effect van slagschaduw is per definitie uitgesloten omdat er geen licht door een dichte gevel kan dringen. Ook kan afscherming door bijvoorbeeld beplanting of bebouwing ervoor zorgen dat er geen schaduw op kan treden. Het Activiteitenbesluit gaat ervan uit dat een slagschaduwgevoelig object hetzelfde is als een geluidgevoelig object, conform art.1 van de Wet geluidhinder. In de praktijk blijkt echter dat dit niet helemaal toereikend is. Voor de definitie van een slagschaduwgevoelig object of terrein maken we in dit onderzoek daarom onderscheid tussen objecten of terreinen bedoelt voor permanent verblijf van personen (o.a.

woningen) en objecten of terreinen waar gedurende een langere tijdsduur (bijvoorbeeld een werkdag) mensen aanwezig zijn, maar niet permanent wonen. Daarvoor hanteren we de volgende definities: Een slagschaduwgevoelig object of terrein: Ieder object bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen, woonboten of woonwagens en zorginstellingen) en voor zover de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Overige slagschaduwgevoelige objecten of terreinen: Overige objecten of terreinen voor zover personen in een ruimte binnen dit object of op dit terrein gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven tijdens de daglichtperiode, en voor zover dit een gebouw of bouwwerk betreft, de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Voorbeelden van overige slagschaduwgevoelige objecten (anders dan woningen en zorginstellingen) zijn dan onder andere: scholen, kantoorgebouwen, horecagelegenheden en kampeerterreinen. Een stal, opslagloods, landbouwgrond, sportveld of parkeerterrein zijn voorbeelden van niet-slagschaduwgevoelige objecten of terreinen.

Voor zover slechts een deel van een object als slagschaduwgevoelig kan worden aangemerkt (bijvoorbeeld een bedrijfspand met bijbehorend kantoorgedeelte), hoeft alleen dat deel als slagschaduwgevoelig te worden beschouwd. 45

World Meteorological Organization, 2021; Chapter 8 Measurement of sunshine duration: https://library.wmo.int/doc_num.php?explnum_id=3154 Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 37

Kader 4.1 Slagschaduwgevoeligheid terrassen en balkons (buitenruimte) Bescherming is primair gericht op locaties waar personen gedurende langere tijd verblijven. Daarom zijn onder andere woningen en zorginstellingen als slagschaduwgevoelig aangemerkt. Buitenruimte behorende bij deze gebouwen (zoals terrassen of balkons) is niet afzonderlijk als slagschaduwgevoelig aangemerkt. Reden hiervoor is tweeledig: enerzijds is het voor een persoon die zich in een binnenruimte bevindt waarop slagschaduw optreedt niet eenvoudig mogelijk om naar een andere plek te vertrekken om daarmee de schaduwhinder te voorkomen. Dat is in de buitenruimte wel eenvoudig(er) mogelijk. Bovendien is buiten het aanwezige licht per definitie afkomstig van een grote hoeveelheid bronnen (reflecties, omgevingslicht) waardoor de hinderlijkheid van de slagschaduw in een buitenruimte zeer beperkt is. Anderzijds wordt door het gebouw zelf te beschermen tegen eventuele hinder de aangrenzende buitenruimte in de nabijheid van een gebouw al automatisch meegenomen in een groot deel van de stilstandvoorziening. De schaduw zal in de praktijk namelijk verplaatsen en dus niet alleen op het gebouw of alleen op de aangrenzende buitenruimte plaatsvinden, maar vrijwel altijd in combinatie. Er is daarom geen reden om de buitenruimte rondom een slagschaduwgevoelig object als afzonderlijk schaduwgevoelig aan te merken.

4.2.3

Hinderlijkheid van slagschaduw Gevolgen van slagschaduw Het menselijk oog is gevoelig voor optredende verschillen tussen licht en donker en voor snelle bewegingen. Dit trekt aandacht en leidt af, waardoor dit als hinderlijk kan worden ervaren door de waarnemer. De mate van hinder van een passerende schaduw wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. Uit onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht blijkt dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving46. Herhaaldelijke of langdurige blootstelling hieraan kan bovendien leiden tot stress en concentratieverlies. Onderzoekers van de Universiteit van Kiel vonden in dezelfde laboratoriumstudie een duidelijke relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw en de ervaren hinder voor de testpersonen. Uit het laboratoriumonderzoek komt specifiek naar voren dat in de eerste 20 minuten dat contrastrijke slagschaduw optreedt een fysieke reactie worden veroorzaakt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost.

Bij frequenties hoger dan 2,5 Hz (aantal passeringen per seconde) kan als gevolg daarvan sprake zijn een fysiologisch effect in de vorm van een kans op een epileptische aanval bij personen die gevoelig zijn voor licht47. Bij grote moderne windturbines treedt dit niet op aangezien de frequentie veel lager dan 2,5 Hz (veelal beneden de 1 Hz) is, omdat de rotorbladen relatief weinig omwentelingen per minuut maken. Er is geen bewijs gevonden dat directe blootstelling aan slagschaduw bij frequenties beneden de 2,5 Hz an sich gezondheidseffecten veroorzaakt. In de periode sinds dit onderzoek zijn in Europa vele duizenden windturbines gerealiseerd waaruit geen wetenschappelijk vastgestelde gevallen van gezondheidseffecten als gevolg van slagschaduw bekend zijn en er zijn ook geen andere onderzoeken gepubliceerd die een andere conclusie geven op dit punt. Directe gevolgen voor de gezondheid als gevolg van blootstelling aan slagschaduw – mits frequenties beneden 2,5 Hz blijven - zijn daarmee niet aannemelijk. Slagschaduw wordt echter wel als hinderlijk beschouwd en dit is aanleiding de slagschaduw te normeren.

46 47

Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen schattenwurf von Windenergieanlagen, 1999. Parsons Brinckerhoff, 2006; Update of UK Shadow flicker Evidence Base Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 38

Kader 4.2 Toegenomen afmetingen windturbines in relatie tot bruikbaarheid onderzoeksresultaten Hoewel het uitgevoerde laboratoriumonderzoek uit 1999 stamt gaat het in op de effecten van slagschaduw op het menselijke welbevinden. Hoewel windturbines sinds die tijd veel groter zijn geworden heeft dat geen effect op de bruikbaarheid van de resultaten van het onderzoek, omdat de slagschaduw op zichzelf van een kleine windturbine niet anders is dan die van een grote windturbine. Alleen de afstand waarop het fenomeen zich kan voordoen en de eventuele duur ervan wordt groter met de toenemende afmetingen van de windturbines.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b949f988-4e99-42d3-91d6-acd9375f5160